Etaamb.openjustice.be
Wet van 22 december 2016
gepubliceerd op 06 januari 2017

Wet houdende invoering van een overbruggingsrecht ten gunste van zelfstandigen

bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
numac
2016022509
pub.
06/01/2017
prom.
22/12/2016
ELI
eli/wet/2016/12/22/2016022509/staatsblad
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.(...)
links
Raad van State (chrono)Kamer (parl. doc.)
Document Qrcode

22 DECEMBER 2016. - Wet houdende invoering van een overbruggingsrecht ten gunste van zelfstandigen (1)


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt : HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepalingen

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.

Art. 2.Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder : 1° "het koninklijk besluit nr.38" : het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen; 2° "de zelfstandige" : de zelfstandige bedoeld in artikel 3 van het koninklijk besluit nr.38; 3° "de helper" : de helper bedoeld in artikel 6 van het koninklijk besluit nr.38, die geen meewerkende echtgenoot is; 4° "de meewerkende echtgenoot" : de meewerkende echtgenoot bedoeld in artikel 7bis van het koninklijk besluit nr.38; 5° "de aanvrager" : de zelfstandige, helper of meewerkende echtgenoot die een aanvraag indient tot het bekomen van het in deze wet bedoelde overbruggingsrecht;6° "de begunstigde" : de zelfstandige, helper of meewerkende echtgenoot die het in deze wet bedoelde overbruggingsrecht geniet;7° "het sociaal verzekeringsfonds" : de sociale verzekeringskas voor zelfstandigen bedoeld in artikel 20, § § 1 en 3, van het koninklijk besluit nr.38; 8° "het Rijksinstituut" : het Rijksinstituut voor de sociale verzekeringen der zelfstandigen bedoeld in artikel 21 van het koninklijk besluit nr.38; 9° "de financiële uitkering" : de krachtens deze wet toegekende uitkering;10° "de sociale rechten" : de krachtens deze wet toegekende rechten.

Art. 3.Deze wet voert een overbruggingsrecht in, bestaande uit : 1° een financiële uitkering en 2° het behoud van de sociale rechten inzake de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen. HOOFDSTUK 2. - Het toepassingsgebied

Art. 4.Deze wet is van toepassing op : 1° de gefailleerde zelfstandigen en de zaakvoerders, bestuurders en werkende vennoten van een handelsvennootschap die failliet verklaard werd;2° de zelfstandigen, helpers en meewerkende echtgenoten die in het kader van een collectieve schuldenregeling van de rechter de homologatie van een minnelijke aanzuiveringsregeling verkregen hebben, een gerechtelijke aanzuiveringsregeling opgelegd geweest zijn of een aanpassing of herziening van de regeling verkregen hebben, in de zin van de wet van 5 juli 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/07/1998 pub. 31/07/1998 numac 1998011215 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen type wet prom. 05/07/1998 pub. 21/08/1998 numac 1998003425 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van artikel 249 van het Wetboek van registratie-, hypotheek- en griffierechten type wet prom. 05/07/1998 pub. 29/10/1998 numac 1998014238 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Wet tot wijziging van artikel 118 van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven sluiten betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen, binnen een periode van drie jaar die voorafgaat aan de eerste dag van het kwartaal volgend op het kwartaal waarin de zelfstandige activiteit werd stopgezet;3° de zelfstandigen, helpers en meewerkende echtgenoten die, door omstandigheden onafhankelijk van hun wil, gedwongen worden elke zelfstandige activiteit te onderbreken;4° de zelfstandigen, helpers en meewerkende echtgenoten die zich in economische moeilijkheden bevinden en elke zelfstandige activiteit officieel stopzetten. HOOFDSTUK 3. - De voorwaarden

Art. 5.§ 1. Om het in artikel 3 bedoelde overbruggingsrecht te genieten, moeten de in artikel 4 bedoelde zelfstandigen, helpers en meewerkende echtgenoten aan de volgende cumulatieve voorwaarden voldoen : 1° hun verzekeringsplicht bewijzen in het kader van het koninklijk besluit nr.38 gedurende de vier kwartalen die onmiddellijk voorafgaan aan de eerste dag van het kwartaal dat volgt op het kwartaal waarin het feit zich voordoet; 2° voor de in 1° bedoelde periode, de in de artikelen 12, § 1, 12, § 1ter of 13bis, § 2, 1° of 2°, van het koninklijk besluit nr.38 bedoelde bijdragen verschuldigd zijn; 3° de in 2° bedoelde bijdragen voor minstens vier kwartalen tijdens het tijdvak van zestien kwartalen dat voorafgaat aan de eerste dag van het kwartaal dat volgt op het kwartaal waarin het feit zich voordoet effectief betaald hebben;4° geen beroepsactiviteit uitoefenen vanaf de eerste dag die volgt op de dag waarop het feit zich voordoet;5° geen recht kunnen laten gelden op een vervangingsinkomen vanaf de eerste dag die volgt op de dag waarop het feit zich voordoet;6° in België hun hoofdverblijfplaats hebben, in de zin van artikel 3, eerste lid, 5°, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen. § 2. Onder feit, bedoeld in paragraaf 1, wordt verstaan : 1° het vonnis van faillietverklaring in de gevallen bedoeld in artikel 4, 1° ;2° de stopzetting van de zelfstandige activiteit in de gevallen bedoeld in artikel 4, 2° en 4° ;3° het begin van de onderbreking van de zelfstandige activiteit in de gevallen bedoeld in artikel 4, 3°.

Art. 6.De zelfstandigen, helpers en meewerkende echtgenoten kunnen het overbruggingsrecht slechts genieten op voorwaarde dat zij : 1° niet zijn veroordeeld op grond van de artikelen 489, 489bis en 489ter van het Strafwetboek in de gevallen bedoeld in artikel 4, 1° ;2° hun onvermogen niet kennelijk hebben bewerkstelligd, in de zin van de voornoemde wet van 5 juli 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/07/1998 pub. 31/07/1998 numac 1998011215 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen type wet prom. 05/07/1998 pub. 21/08/1998 numac 1998003425 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van artikel 249 van het Wetboek van registratie-, hypotheek- en griffierechten type wet prom. 05/07/1998 pub. 29/10/1998 numac 1998014238 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Wet tot wijziging van artikel 118 van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven sluiten, in de gevallen bedoeld in artikel 4, 2° ;3° het overbruggingsrecht niet hebben verkregen door bedrieglijke handelingen of door valse of opzettelijk onvolledige verklaringen in de gevallen bedoeld in artikel 4, 3° en 4°. HOOFDSTUK 4. - De toekenningsperiode

Art. 7.§ 1. De toekenningsperiode van de financiële uitkering vangt aan op de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin het in artikel 5, § 2, bedoelde feit zich voordoet. § 2. De toekenningsperiode van de sociale rechten vangt aan op de eerste dag van het kwartaal dat volgt op het kwartaal waarin het in artikel 5, § 2, bedoelde feit zich voordoet. § 3. De zelfstandigen, helpers en meewerkende echtgenoten kunnen meerdere keren het in artikel 3 bedoelde overbruggingsrecht genieten, zonder dat de totale duur ervan tijdens de gehele beroepsloopbaan meer mag bedragen dan : 1° twaalf maanden voor wat betreft de financiële uitkering en 2° vier kwartalen voor wat betreft de sociale rechten. De maximumduur wordt evenwel verminderd met de maanden en kwartalen die de zelfstandige, helper of meewerkende echtgenoot reeds heeft genoten sinds 1 juli 1997 krachtens het koninklijk besluit van 18 november 1996 houdende invoering van een overbruggingsrecht ten gunste van zelfstandigen en haar uitvoeringsbesluiten, met uitzondering van artikel 2bis van voornoemd koninklijk besluit en de uitvoeringsbesluiten van dat artikel. HOOFDSTUK 5. - Gemeenschappelijke bepalingen Afdeling 1. - De aanvraagprocedure

Art. 8.§ 1. De zelfstandigen, helpers en meewerkende echtgenoten moeten hun aanvraag indienen bij het sociaal verzekeringsfonds waarbij zij het laatst waren aangesloten.

Op straffe van verval moet de aanvraag ingediend worden ten laatste binnen het tweede kwartaal volgend op het kwartaal waarin het in artikel 5, § 2, bedoelde feit zich voordoet. § 2. De aanvraag moet worden ingediend met een aangetekend schrijven, door neerlegging van een verzoekschrift ter plaatse tegen ontvangstbewijs of, indien mogelijk, via elektronische weg, volgens de modaliteiten en voorwaarden vastgesteld in de wet van 24 februari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/02/2003 pub. 04/08/2010 numac 2010000419 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de modernisering van het beheer van de sociale zekerheid en betreffende de elektronische communicatie tussen ondernemingen en de federale overheid. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de modernisering van het beheer van de sociale zekerheid en betreffende de elektronische communicatie tussen ondernemingen en de federale overheid.

Het sociaal verzekeringsfonds registreert elke op bovenvermelde wijze ingediende aanvraag in het informaticanetwerk van het sociaal statuut der zelfstandigen, dat beheerd wordt door het Rijksinstituut.

Wanneer de aanvraag wordt ingediend met een ter post aangetekend schrijven, geldt de datum van de poststempel als datum waarop de aanvraag is ingediend.

Wanneer de aanvraag wordt ingediend door het neerleggen van een verzoekschrift ter plaatse, registreert het sociaal verzekeringsfonds de aanvraag onmiddellijk en overhandigt de aanvrager een ontvangstbewijs waarop de datum van registratie vermeld wordt. De datum van registratie geldt als datum waarop de aanvraag is ingediend.

Wanneer de aanvraag wordt ingediend via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum waarop de aanvraag is ingediend. § 3. Het sociaal verzekeringsfonds nodigt de aanvrager onverwijld uit om binnen de dertig dagen een inlichtingenformulier behoorlijk in te vullen, te ondertekenen en terug te sturen. Afdeling 2. - De beslissing

Art. 9.Het sociaal verzekeringsfonds gaat na of aan de voorwaarden van deze wet en de uitvoeringsbesluiten is voldaan.

Het sociaal verzekeringsfonds betekent de beslissing aan de aanvrager bij een aangetekend schrijven. Indien de aanvraag wordt verworpen, worden de reden alsook de beroepsmogelijkheden voor de arbeidsrechtbank er in vermeld.

Het sociaal verzekeringsfonds registreert de beslissing in het informaticanetwerk van het sociaal statuut der zelfstandigen, dat beheerd wordt door het Rijksinstituut.

Zodra het sociaal verzekeringsfonds een beslissing heeft genomen, gaat het, zo nodig, over tot de uitbetaling van de financiële uitkering. Afdeling 3. - Het maandelijks bedrag van de financiële uitkering

Art. 10.§ 1. Het maandelijks bedrag van de financiële uitkering is gelijk aan het maandelijks bedrag van het minimumpensioen van een zelfstandige, die voldoet aan de voorwaarden van artikel 9, § 1, eerste lid, 2°, van het koninklijk besluit nr. 72 van 10 november 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen, zoals bedoeld in titel IIbis van Boek III van de wet van 15 mei 1984Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/05/1984 pub. 21/02/2012 numac 2012201027 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen type wet prom. 15/05/1984 pub. 06/02/2015 numac 2015000046 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 15/05/1984 pub. 17/11/2015 numac 2015000649 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 15/05/1984 pub. 03/06/2010 numac 2010000322 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen.

De begunstigde kan echter aanspraak maken op het hoger maandelijks bedrag van het minimumpensioen van een zelfstandige, die voldoet aan de voorwaarden van artikel 9, § 1, eerste lid, 1°, van voornoemd koninklijk besluit nr. 72, zoals bedoeld in titel IIbis van Boek III van voornoemde wet van 15 mei 1984Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/05/1984 pub. 21/02/2012 numac 2012201027 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen type wet prom. 15/05/1984 pub. 06/02/2015 numac 2015000046 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 15/05/1984 pub. 17/11/2015 numac 2015000649 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 15/05/1984 pub. 03/06/2010 numac 2010000322 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, op voorwaarde dat hij de hoedanigheid heeft van "gerechtigde met gezinslast" in de zin van artikel 225 van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994.

De hoedanigheid van "gerechtigde met gezinslast" wordt bewezen aan de hand van een attest van de verzekeringsinstelling. Zolang het sociaal verzekeringsfonds niet over het vereiste attest beschikt, kan er slechts aanspraak gemaakt worden op het maandelijks bedrag van het minimumpensioen van een zelfstandige overeenkomstig artikel 9, § 1, eerste lid, 2°, van voornoemd koninklijk besluit nr. 72. Wanneer op grond van het vereiste attest blijkt dat de begunstigde dient te worden beschouwd als een "gerechtigde met gezinslast", dient het sociaal verzekeringsfonds de vereiste regularisatie uit te voeren. § 2. Wanneer de begunstigde in de loop van de toekenningsperiode van het overbruggingsrecht de hoedanigheid van "gerechtigde met gezinslast" in de zin van paragraaf 1 verkrijgt of ophoudt deze hoedanigheid te hebben, wordt de wijziging in het maandelijks bedrag uitgevoerd vanaf de maand die op die gebeurtenis volgt. Afdeling 4. - Wijzigingen

Art. 11.§ 1. Zodra het sociaal verzekeringsfonds op de hoogte is van enig element dat een beletsel vormt voor het genot van het in artikel 3 bedoelde overbruggingsrecht, betekent het sociaal verzekeringsfonds, bij een aangetekend schrijven, een nieuwe gemotiveerde beslissing. Het sociaal verzekeringsfonds registreert elke nieuwe beslissing in het informaticanetwerk van het sociaal statuut der zelfstandigen, dat beheerd wordt door het Rijksinstituut. § 2. De begunstigden zijn verplicht het sociaal verzekeringsfonds elke gebeurtenis die mogelijkerwijze een invloed heeft op de financiële uitkering en de sociale rechten, mee te delen binnen de vijftien kalenderdagen. § 3. Elke wijziging in de in artikel 5 bedoelde voorwaarden heeft uitwerking : 1° voor de in artikel 3, 1°, bedoelde financiële uitkering, de eerste dag van de maand die volgt op de maand van de wijziging;2° voor de in artikel 3, 2°, bedoelde sociale rechten, de eerste dag van het kwartaal dat volgt op het kwartaal van de wijziging. § 4. De financiële uitkering wordt opgeschort gedurende de hele maand waarin een beroepsactiviteit wordt uitgeoefend of de hele maand waarin er aanspraak kan worden gemaakt op een vervangingsinkomen. Afdeling 5. - Terugvordering

Art. 12.Het sociaal verzekeringsfonds moet overgaan tot de terugvordering van de onterecht uitbetaalde bedragen, zo nodig langs gerechtelijke weg. De teruggevorderde bedragen worden overgemaakt aan het Rijksinstituut.

In het geval de begunstigde niet aan artikel 6 voldoet of, wetens en willens, niet elke gebeurtenis die mogelijkerwijze een invloed heeft op de financiële uitkering en de sociale rechten heeft meegedeeld aan zijn sociaal verzekeringsfonds overeenkomstig artikel 11, § 2, wordt de financiële uitkering die hij genoten heeft, bovendien integraal teruggevorderd door het sociaal verzekeringsfonds dat deze financiële uitkering uitbetaald heeft.

Art. 13.Het Rijksinstituut kan geheel of gedeeltelijk afzien van de terugvordering van de financiële uitkering die ten onrechte werd uitbetaald.

Dergelijke verzaking is slechts mogelijk : 1° indien de schuldenaar zich in staat van behoefte bevindt of in een toestand die de staat van behoefte benadert;2° wanneer de geringheid van het terug te vorderen bedrag niet verantwoordt dat kosten worden gedaan;3° wanneer de terugvordering voortvloeit uit de rechtzetting van een fout begaan door het bevoegde sociaal verzekeringsfonds of een andere instelling van sociale zekerheid.

Art. 14.Wanneer door nalatigheid van een sociaal verzekeringsfonds, de in artikel 3, 1°, bedoelde financiële uitkering ten onrechte werd uitbetaald en de terugvordering van het niet-verschuldigde onmogelijk blijkt, wordt het sociaal verzekeringsfonds verantwoordelijk verklaard bij beslissing van de minister die bevoegd is voor het sociaal statuut der zelfstandigen, en worden de bedoelde bedragen ten laste gelegd van de opbrengst van de bijdragen bestemd om de beheerskosten van het betrokken sociaal verzekeringsfonds te dekken. Afdeling 6. - Verjaring

Art. 15.Onverminderd de bepalingen van artikel 8, § 1, tweede lid, verjaart de vordering tot uitbetaling van de in artikel 3, 1°, bedoelde financiële uitkering na verloop van drie jaar.

De termijn van drie jaar neemt een aanvang de eerste dag van het kwartaal dat volgt op het kwartaal waarin het in artikel 5, § 2, bedoelde feit zich voordoet.

Buiten de oorzaken vermeld in het Burgerlijk Wetboek wordt de verjaring gestuit door een verzoek tot betaling, bij een aangetekend schrijven, ingediend bij het bevoegde sociaal verzekeringsfonds. De stuiting is geldig voor drie jaar en mag worden hernieuwd.

Het bevoegde sociaal verzekeringsfonds mag in geen geval aan het voordeel van de bij dit artikel bepaalde verjaring verzaken.

Art. 16.De vordering tot terugbetaling van de in artikel 3, 1°, bedoelde financiële uitkering die ten onrechte werd betaald, verjaart na verloop van drie jaar te rekenen van de datum waarop de uitbetaling werd gedaan.

Buiten de oorzaken vermeld in het Burgerlijk Wetboek wordt de verjaring gestuit door een, bij een aangetekend schrijven, aan de schuldenaar betekende vordering tot terugbetaling van wat ten onrechte werd uitbetaald.

De verjaringstermijn wordt op vijf jaar gebracht indien de ten onrechte uitbetaalde financiële uitkering werd bekomen door bedrieglijke handelingen of door valse of opzettelijk onvolledige verklaringen of nog indien de begunstigde de verplichting bepaald in artikel 11, § 2, niet heeft nageleefd. Afdeling 7. - Delegatiebepaling

Art. 17.De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de volgende modaliteiten bepalen : 1° de situaties die in aanmerking kunnen worden genomen krachtens artikel 4, 3° en 4° ;2° de wijze waarop het bewijs van een situatie wordt geleverd krachtens artikel 4, 3° en 4° ;3° de elementen die door het sociaal verzekeringsfonds dienen te worden geverifieerd krachtens artikel 4, 3° en 4° ;4° het ogenblik waarop de onderbreking van de zelfstandige activiteit, in de gevallen bedoeld in artikel 4, 3°, geacht wordt aan te vangen;5° onverminderd de toepassing van artikel 5, § 1, en artikel 7, § 3, de koppeling van de duur van het overbruggingsrecht aan de periode tijdens dewelke de zelfstandige, helper of meewerkende echtgenoot pensioenrechten heeft opgebouwd in het sociaal statuut der zelfstandigen;6° dat in afwijking van artikel 10, § 1, een lager bedrag van de financiële uitkering toegekend zal worden aan de meewerkende echtgenoten;7° de voorwaarden om toe te laten af te wijken van artikel 5, § 1, 4°, en artikel 11, § 4. HOOFDSTUK 6. - Wijzigingsbepalingen

Art. 18.In artikel 1, tweede lid, 4°, van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 18 november 1996, worden de woorden "de sociale verzekering in geval van faillissement" vervangen door de woorden "het overbruggingsrecht.".

Art. 19.In artikel 15, § 3, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de wet van 16 januari 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/01/2013 pub. 15/02/2013 numac 2013022059 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet tot wijziging van het koninklijk besluit van 18 november 1996 houdende invoering van een sociale verzekering ten gunste van zelfstandigen, in geval van faillissement, en van gelijkgestelde personen, met toepassing van de artikelen 29 en 49 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels en van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen sluiten, worden de woorden "of die zijn activiteit gedwongen heeft stopgezet in de zin van artikel 2, § 3, van het koninklijk besluit van 18 november 1996 houdende invoering van een sociale verzekering ten gunste van zelfstandigen, in geval van faillissement, daarmee gelijkgestelde situaties of gedwongen stopzetting" vervangen door de woorden "of die zijn activiteit gedwongen heeft onderbroken in de zin van artikel 4, 3°, van de wet van 22 december 2016 houdende invoering van een overbruggingsrecht ten gunste van zelfstandigen".

Art. 20.Artikel 18, § 3bis, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 18 november 1996 en gewijzigd bij de wet 16 januari 2013, wordt vervangen als volgt : " § 3bis. Het stelsel van het overbruggingsrecht wordt geregeld door de wet van 22 december 2016 houdende invoering van een overbruggingsrecht ten gunste van zelfstandigen.".

Art. 21.Artikel 32, eerste lid, 6° ter, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, gewijzigd bij de wet van 17 juli 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/07/2015 pub. 17/08/2015 numac 2015024189 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Wet houdende diverse bepalingen inzake gezondheid sluiten, wordt vervangen als volgt : "6° ter. de zelfstandigen die het behoud van de sociale rechten in het kader van het overbruggingsrecht genieten, bedoeld in artikel 3, 2°, van de wet van 22 december 2016 houdende invoering van een overbruggingsrecht ten gunste van zelfstandigen, gedurende ten hoogste vier kwartalen.

Wat de in artikel 4 van voornoemde wet bedoelde zelfstandigen, helpers of meewerkende echtgenoten betreft, vangt deze periode van vier kwartalen aan op de eerste dag van het kwartaal dat volgt op het kwartaal waarin het feit bedoeld in artikel 5, § 2, van voornoemde wet zich voordoet;".

Art. 22.In artikel 6, § 2, van het koninklijk besluit van 18 november 1996 strekkende tot invoering van een globaal financieel beheer in het sociaal statuut der zelfstandigen, met toepassing van hoofdstuk I van titel VI van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, laatst gewijzigd bij de Programmawet van 22 december 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de bepaling onder d) wordt vervangen als volgt : "d) het overbruggingsrecht;"; 2° de bepaling onder f) wordt opgeheven. HOOFDSTUK 7. - Opheffings-, overgangs- en inwerkingtredingsbepalingen

Art. 23.Opgeheven worden : 1° het koninklijk besluit van 18 november 1996 houdende invoering van een overbruggingsrecht ten gunste van zelfstandigen, gewijzigd bij de wetten van 22 februari 1998, 24 januari 2002, 27 december 2004, 27 april 2007, 24 juli 2008, 19 juni 2009, 19 mei 2010, 16 januari 2013 en 16 december 2015;2° het koninklijk besluit van 6 juli 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 06/07/1997 pub. 02/08/1997 numac 1997016207 bron ministerie van middenstand en landbouw Koninklijk besluit tot uitvoering van het koninklijk besluit van 18 november 1996 houdende invoering van een sociale verzekering ten gunste van zelfstandigen, in geval van faillissement, en van gelijkgestelde personen, met toepassing van de artikelen 29 en 49 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels sluiten tot uitvoering van het koninklijk besluit van 18 november 1996 houdende invoering van een sociale verzekering ten gunste van zelfstandigen, in geval van faillissement, daarmee gelijkgestelde situaties of gedwongen stopzetting, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 13 maart 2013Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 13/03/2013 pub. 05/04/2013 numac 2013022165 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 2, § 3, van het koninklijk besluit van 18 november 1996 houdende invoering van een sociale verzekering ten gunste van zelfstandigen, in geval van faillissement, daarmee gelijkgestelde situaties of gedwongen stopzetting en tot wijziging van het koninklijk besluit van 19 december 1967 houdende algemeen reglement in uitvoering van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen sluiten;3° het koninklijk besluit van 14 januari 1999Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 14/01/1999 pub. 24/02/1999 numac 1999016047 bron ministerie van middenstand en landbouw Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 2 van het koninklijk besluit van 18 november 1996 houdende invoering van een sociale verzekering ten gunste van zelfstandigen, in geval van faillissement, en van gelijkgestelde personen, met toepassing van de artikelen 29 en 49 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels sluiten tot uitvoering van artikel 2, § 2, van het koninklijk besluit van 18 november 1996 houdende invoering van een sociale verzekering ten gunste van zelfstandigen, in geval van faillissement, daarmee gelijkgestelde situaties of gedwongen stopzetting, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 7 september 2003, 26 april 2007 en 13 maart 2013;4° het koninklijk besluit van 13 maart 2013Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 13/03/2013 pub. 05/04/2013 numac 2013022165 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 2, § 3, van het koninklijk besluit van 18 november 1996 houdende invoering van een sociale verzekering ten gunste van zelfstandigen, in geval van faillissement, daarmee gelijkgestelde situaties of gedwongen stopzetting en tot wijziging van het koninklijk besluit van 19 december 1967 houdende algemeen reglement in uitvoering van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen sluiten tot uitvoering van artikel 2, § 3, van het koninklijk besluit van 18 november 1996 houdende invoering van een sociale verzekering ten gunste van zelfstandigen, in geval van faillissement, daarmee gelijkgestelde situaties of gedwongen stopzetting en tot wijziging van het koninklijk besluit van 19 december 1967 houdende algemeen reglement in uitvoering van het koninklijk besluit nr.38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen; 5° het ministerieel besluit van 23 juli 1997Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 23/07/1997 pub. 02/08/1997 numac 1997016208 bron ministerie van middenstand en landbouw Ministerieel besluit tot vaststelling van het model van inlichtingsformulier voor het verkrijgen van een sociale verzekering ingeval van faillissement, in uitvoering van het koninklijk besluit van 6 juli 1997 tot uitvoering van het koninklijk besluit van 18 november 1996 houdende invoering van een sociale verzekering ten gunste van zelfstandigen, in geval van faillissement, en van gelijkgestelde personen, met toepassing van de artikelen 29 en 49 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels sluiten tot vaststelling van het model van inlichtingsformulier voor het verkrijgen van een sociale verzekering in geval van faillissement, in uitvoering van het koninklijk besluit van 6 juli 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 06/07/1997 pub. 02/08/1997 numac 1997016207 bron ministerie van middenstand en landbouw Koninklijk besluit tot uitvoering van het koninklijk besluit van 18 november 1996 houdende invoering van een sociale verzekering ten gunste van zelfstandigen, in geval van faillissement, en van gelijkgestelde personen, met toepassing van de artikelen 29 en 49 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels sluiten tot uitvoering van het koninklijk besluit van 18 november 1996 houdende invoering van een sociale verzekering ten gunste van zelfstandigen, in geval van faillissement, en van gelijkgestelde personen, met toepassing van de artikelen 29 en 49 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels;6° het ministerieel besluit van 7 april 1999Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 07/04/1999 pub. 15/05/1999 numac 1999016111 bron ministerie van middenstand en landbouw Ministerieel besluit tot vaststelling van het model van inlichtingsformulier voor het verkrijgen van een sociale verzekering in geval van faillissement, in uitvoering van het koninklijk besluit van 6 juli 1997 tot uitvoering van het koninklijk besluit van 18 november 1996 houdende invoering van een sociale verzekering ten gunste van zelfstandigen, in geval van faillissement, en van gelijkgestelde personen, met toepassing van de artikelen 29 en 49 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels sluiten tot vaststelling van het model van inlichtingsformulier voor het verkrijgen van een sociale verzekering in geval van faillissement, in uitvoering van het koninklijk besluit van 6 juli 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 06/07/1997 pub. 02/08/1997 numac 1997016207 bron ministerie van middenstand en landbouw Koninklijk besluit tot uitvoering van het koninklijk besluit van 18 november 1996 houdende invoering van een sociale verzekering ten gunste van zelfstandigen, in geval van faillissement, en van gelijkgestelde personen, met toepassing van de artikelen 29 en 49 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels sluiten tot uitvoering van het koninklijk besluit van 18 november 1996 houdende invoering van een sociale verzekering ten gunste van zelfstandigen, in geval van faillissement, en van gelijkgestelde personen, met toepassing van de artikelen 29 en 49 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels.

Art. 24.§ 1. De in artikel 23 bedoelde besluiten blijven van toepassing op alle stopzettingen, bedoeld in artikel 1bis van het koninklijk besluit van 18 november 1996 houdende invoering van een overbruggingsrecht ten gunste van zelfstandigen, die hebben plaatsgevonden vóór de datum van de inwerkingtreding van deze wet. § 2. Deze wet is van toepassing op alle in artikel 5, § 2, van deze wet bedoelde feiten, die plaatsvinden vanaf de datum van inwerkingtreding ervan.

Art. 25.Deze wet treedt in werking op 1 januari 2017.

Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Gegeven te Brussel, 22 december 2016.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Sociale zaken, Mevr M. DE BLOCK De Minister van Zelfstandigen, W. BORSUS Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, K. GEENS _______ Nota (1) Kamer van volksvertegenwoordigers (www.dekamer.be) Stukken : 54 2167 Integraal Verslag : 15 december 2016

^