Etaamb.openjustice.be
Wet van 26 januari 2021
gepubliceerd op 10 februari 2021

Wet betreffende de dematerialisatie van de relaties tussen de Federale Overheidsdienst Financiën, de burgers, rechtspersonen en bepaalde derden en tot wijziging van diverse fiscale wetboeken en wetten

bron
federale overheidsdienst financien
numac
2021040269
pub.
10/02/2021
prom.
26/01/2021
ELI
eli/wet/2021/01/26/2021040269/staatsblad
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.(...)
links
Raad van State (chrono)Kamer (parl. doc.)
Document Qrcode

26 JANUARI 2021. - Wet betreffende de dematerialisatie van de relaties tussen de Federale Overheidsdienst Financiën, de burgers, rechtspersonen en bepaalde derden en tot wijziging van diverse fiscale wetboeken en wetten (1)


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt : HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet. HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992

Art. 2.In het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, wordt artikel 2, § 1, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 2 mei 2019, aangevuld met een 19° tot 21° luidende: "19° aangetekende zending: de brief, al dan niet met een ontvangstbevestiging, neergelegd bij de aanbieder van de universele postdienst of een aanbieder van postdiensten en al dan niet elektronisch verzonden door deze laatste aan een vooraf vastgestelde bestemmeling, die een juridische waarde heeft daar zij toelaat het bewijs te bekomen van de datum van verzending en de ontvangst ervan door de bestemmeling; 20° eBox: de dienst aangeboden aan de natuurlijke personen door de Federale Overheidsdienst bevoegd voor Digitale Agenda en aan de houders van een ondernemingsnummer aangeboden door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, ingesteld door de wet van 27 februari 2019 inzake elektronische uitwisseling van berichten door middel van de eBox, die de bestemmelingen toelaat om elektronische berichten uit te wisselen met de Federale Overheidsdienst Financiën;21° geavanceerd elektronisch zegel: elektronisch zegel in de zin van artikel 36 van Verordening (EU) nr.910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van richtlijn 1999/93/EG.".

Art. 3.In artikel 185bis, §§ 3 en 4, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wetten van 5 december 2017 en 26 maart 2018, worden de woorden "door middel van een aangetekende brief geadresseerd aan de zetel van de vennootschap" telkens vervangen door de woorden "met een aangetekende zending geadresseerd aan de zetel van de vennootschap door middel van het in artikel 304ter, tweede lid bedoelde beveiligd platform".

Art. 4.Artikel 302 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 17 juni 2013, wordt opgeheven.

Art. 5.In titel VII van hetzelfde Wetboek, wordt een hoofdstuk I/1 ingevoegd, luidende "Hoofdstuk I/1 - Dematerialisatie van de relaties tussen de Federale Overheidsdienst Financiën, de belastingplichtigen en bepaalde derden".

Art. 6.In hoofdstuk I/1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 5, wordt een artikel 304ter ingevoegd, luidende: "

Art. 304ter.Binnen de grenzen van de voorwaarden opgelegd door dit hoofdstuk en in het kader van haar bevoegdheden, is de Federale Overheidsdienst Financiën gemachtigd om te communiceren langs elektronische weg.

Voor de uitvoering van de bepalingen van dit hoofdstuk stelt zij door middel van een beveiligd elektronisch platform aan de belastingplichtigen en bepaalde derden elektronische diensten ter beschikking, die door middel van aangepaste beveiligingstechnieken, de oorsprong en de integriteit van de inhoud, de tijdsaanduiding evenals de bewaring van het verzonden bericht garanderen.".

Art. 7.In hetzelfde hoofdstuk I/1 van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 304quater ingevoegd, luidende: "

Art. 304quater.§ 1. Elk bericht aan de Federale Overheidsdienst Financiën dat uitgaat van de belastingplichtigen, wordt verzonden door middel van het in artikel 304ter, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform met uitzondering van elk bericht dat ter plaatste wordt opgemaakt overeenkomstig artikel 319, vierde lid.

Behoudens wanneer de wettelijke of reglementaire bepalingen anders bepalen, wordt elk bericht aan de Federale Overheidsdienst Financiën dat uitgaat van een derde, betreffende de rechten en verplichtingen inzake de inkomstenbelastingen van een belastingplichtige waarmee hij al dan niet rechtstreeks of onrechtstreeks in betrekking is, eveneens verzonden door middel van het in artikel 304ter, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform. § 2. De belastingplichtigen onderworpen aan de personenbelasting en aan de belasting van niet-inwoners overeenkomstig artikel 227, 1°, alsook de derde, natuurlijke persoon, bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, zijn vrijgesteld van de verplichting om het in artikel 304ter, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform te gebruiken, voor zover zij niet expliciet gekozen hebben om met de Federale Overheidsdienst Financiën langs elektronische weg te communiceren. In dit geval wordt elk bericht verzonden onder gesloten omslag.

De keuze van de in paragraaf 2, eerste lid, bedoelde personen om al dan niet langs elektronische weg met de Federale Overheidsdienst Financiën te communiceren gebeurt door de activering of deactivering van de eBox.

De keuze van de in paragraaf 2, eerste lid, bedoelde personen, om al dan niet langs elektronische weg met de Federale Overheidsdienst Financiën te communiceren, zal geen invloed hebben op een lopend onderzoek. § 3. De belastingplichtigen onderworpen aan de vennootschapsbelasting, de rechtspersonenbelasting en de belasting van niet-inwoners overeenkomstig artikel 227, 2° en 3°, alsook de professionele derden die handelen binnen de uitoefening van hun beroep als bedoeld in paragraaf 4, zijn vrijgesteld van de verplichting om het in artikel 304ter, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform te gebruiken wanneer zij zich niet hebben kunnen identificeren bij dit beveiligd platform. In deze gevallen geschiedt het bericht onder gesloten omslag. § 4. De in paragraaf 2, eerste lid, bedoelde vrijstellingen zijn niet van toepassing op professionele derden die handelen binnen de uitoefening van hun beroep. § 5. De Koning bepaalt: 1° de modaliteiten met betrekking tot de toegang tot het in artikel 304ter, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform en het gebruik ervan; 2° de gevallen waarin de identificatie bij het beveiligd platform bedoeld in paragraaf 3, niet mogelijk zal zijn.".

Art. 8.In hetzelfde hoofdstuk I/1 van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 304quinquies ingevoegd, luidende: "

Art. 304quinquies.§ 1. Elk bericht van de Federale Overheidsdienst Financiën aan de belastingplichtigen wordt verzonden door middel van het in artikel 304ter, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform met uitzondering van elk bericht dat ter plaatste wordt opgemaakt overeenkomstig artikel 319, vierde lid.

Behoudens wanneer de wettelijke of reglementaire bepalingen anders bepalen, wordt elk bericht van de Federale Overheidsdienst Financiën aan derden waarmee hij al dan niet rechtstreeks of onrechtstreeks in betrekking is, verzonden door middel van het in artikel 304ter, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform.

Wanneer een aangetekende zending vereist wordt door de bepalingen van dit Wetboek, de bijzondere wetsbepalingen op het stuk van de inkomstenbelastingen of hun uitvoeringsbesluiten en in afwijking van artikel 2, 19° en in toepassing van artikel 7 van de wet van 27 februari 2019 inzake de elektronische uitwisseling van berichten door middel van de eBox, geldt de kennisgeving door middel van de eBox die aangeeft dat het bericht door de Federale Overheidsdienst Financiën op het beveiligd elektronisch platform ter beschikking is gesteld als aangetekende zending van het bericht, al dan niet met ontvangstbewijs.

De belastingplichtigen die, alhoewel ze overeenkomstig artikel 304quater, § 2, eerste lid, zijn vrijgesteld van de verplichting om het in artikel 304ter, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform te gebruiken er toch voor gekozen hebben om te communiceren met de Federale Overheidsdienst Financiën langs elektronische weg, ontvangen eveneens elk bericht door middel van het voormeld beveiligd elektronisch platform.

Wanneer het in het eerste lid bedoelde bericht betrekking heeft op gehuwden en wettelijk samenwonenden als bedoeld in artikel 2, § 1, 2°, en slechts één van de twee gehuwden of wettelijk samenwonenden expliciet gekozen heeft om langs elektronische weg te communiceren met de Federale Overheidsdienst Financiën, wordt dit bericht eveneens onder gesloten omslag verzonden naar de gehuwde of de wettelijk samenwonende die niet gekozen heeft om langs elektronische weg te communiceren.

In dit geval is het de derde werkdag die volgt op de datum van verzending van het onder gesloten omslag verzonden bericht, die het vertrekpunt zal zijn van de termijnen die van toepassing zijn voor het vervullen van de verplichtingen in dit Wetboek, de bijzondere wetsbepalingen op het stuk van de inkomstenbelastingen of hun uitvoeringsbesluiten. § 2. De belastingplichtigen die overeenkomstig het artikel 304quater, § 2, eerste lid, zijn vrijgesteld van de verplichting om het in artikel 304ter, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform te gebruiken en die er niet voor gekozen hebben om langs elektronische weg te communiceren met de Federale Overheidsdienst Financiën verkrijgen ook elk bericht onder gesloten omslag. Dit is eveneens zo wanneer overeenkomstig artikel 304quater, § 3, de identificatie van de belastingplichtige bij dit beveiligd platform niet mogelijk is. § 3. De Koning bepaalt de toepassingsmodaliteiten van de in paragraaf 1 bedoelde procedure.".

Art. 9.In hetzelfde hoofdstuk I/1 van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 304sexies ingevoegd, luidende: "

Art. 304sexies.Wanneer het bericht door middel van het in artikel 304ter, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform niet verzonden kan worden ingevolge overmacht, inzonderheid wegens het technisch gebrekkig functioneren van het platform, van één van de componenten en/of van de elektronische diensten van het genoemde platform, zal dit bericht worden verzonden hetzij door middel van een gelijkwaardige procedure die over dezelfde garanties als de elektronische procedure beschikt inzake de oorsprong, de integriteit van de inhoud, de tijdsaanduiding evenals de bewaring van het verzonden bericht, hetzij onder gesloten omslag.

De Koning kan de van toepassing zijnde termijn verlengen indien overmacht het de belastingplichtige onmogelijk heeft gemaakt om een termijn na te leven die van toepassing is voor het vervullen van de in dit Wetboek, in de bijzondere wetsbepalingen op het stuk van de inkomstenbelastingen of in de ter uitvoering ervan genomen besluiten, opgenomen rechten en verplichtingen.

De Koning bepaalt: 1° de datum van uitwerking van het bericht verzonden volgens de gelijkwaardige procedure voorzien in het eerste lid;2° de modaliteiten met betrekking tot het gebruik van alternatieve verzendingswijzen; 3° de modaliteiten met betrekking tot het gebruik van de papieren weg.".

Art. 10.In hetzelfde hoofdstuk I/1 van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 304septies ingevoegd, luidende: "

Art. 304septies.Wanneer de papieren weg is toegestaan wordt elk bericht verzonden onder gesloten omslag gelijkgesteld met een bericht verzonden door middel van het in artikel 304ter, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform en wordt geacht dezelfde rechtsgevolgen te hebben als deze voorzien door de toepasselijke wettelijke en reglementaire bepalingen op elk bericht verzonden langs elektronische weg.

De bepalingen van dit Wetboek, de bijzondere wetsbepalingen op het stuk van de inkomstenbelastingen en van de tot uitvoering ervan genomen besluiten, zijn van toepassing op elk bericht.".

Art. 11.In hetzelfde hoofdstuk I/1 van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 304octies ingevoegd, luidende: "

Art. 304octies.Elk bericht, overeenkomstig artikel 304quater, § 1, verzonden door de belastingplichtigen of de derden, maakt het voorwerp uit van een automatische elektronische ontvangstbevestiging. De datum van de ontvangstbevestiging geldt als datum van de ontvangst van het bericht door de Federale Overheidsdienst Financiën.

Elk overeenkomstig artikel 304quinquies, § 1, door de Federale Overheidsdienst Financiën verzonden bericht bevat een datum van de terbeschikkingstelling van het bericht, die de van toepassing zijnde termijnen doet lopen voor het vervullen van de rechten en verplichtingen opgenomen in dit Wetboek, de bijzondere wetsbepalingen op het stuk van de inkomstenbelastingen of de tot uitvoering ervan genomen besluiten.".

Art. 12.In hetzelfde hoofdstuk I/1 van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 304nonies ingevoegd, luidende: "

Art. 304nonies.Voor de toepassing van hoofdstuk I/1, en voor de toepassing van het artikel 339/1, heeft de volgende term de hieronder gedefinieerde betekenis: "bericht": alle schriftelijke mededelingen betreffende de rechten en verplichtingen opgenomen in dit Wetboek, de bijzondere wetsbepalingen op het stuk van de inkomstenbelastingen of de ter uitvoering ervan genomen besluiten, inclusief brieven, formulieren en zendingen van gegevens, ongeacht de gebruikte drager.".

Art. 13.In hetzelfde hoofdstuk I/1 van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 304decies ingevoegd, luidende: "

Art. 304decies.De bepalingen van dit hoofdstuk zijn eveneens van toepassing op Titel IX.".

Art. 14.In artikel 305, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 17 maart 2019 worden tussen het eerste en tweede lid twee leden ingevoegd, luidende: "De belastingplichtigen onderworpen aan de vennootschapsbelasting of de rechtspersonenbelasting en de belastingplichtigen die, overeenkomstig artikel 227, 2° en 3°, aan de belasting van niet-inwoners zijn onderworpen, moeten hun aangifte langs elektronische weg indienen. Zij hebben de verplichting om hun eBox te activeren om aan hun verplichtingen inzake inkomstenbelastingen te voldoen.

De belastingplichtigen onderworpen aan de personenbelasting en aan de belasting van niet-inwoners overeenkomstig artikel 227, 1°, die hun eBox hebben geactiveerd en dus gekozen hebben voor de elektronische communicatie, dienen hun aangifte eveneens elektronisch in.".

Art. 15.In artikel 306, § 3, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wetten van 29 december 2010 en 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° het eerste lid wordt aangevuld met de woorden "via het daarvoor bestemde antwoordformulier door middel van het in artikel 304ter, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform of voor de belastingplichtigen onderworpen aan de personenbelasting, die niet gekozen hebben om langs elektronische weg te communiceren, via het daarvoor bestemde antwoordformulier onder gesloten omslag";2° het tweede lid wordt aangevuld met de woorden "via het daarvoor bestemde antwoordformulier door middel van het in het eerste lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform of voor de belastingplichtigen onderworpen aan de personenbelasting, die niet gekozen hebben om langs elektronische weg te communiceren, via het daarvoor bestemde antwoordformulier onder gesloten omslag".

Art. 16.In artikel 307, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 2 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 2, wordt het eerste lid vervangen als volgt: "Het formulier wordt ingevuld overeenkomstig de daarin voorkomende aanduidingen, via elektronische weg.Ze geldt als gewaarmerkte gedagtekende en ondertekende aangifte."; 2° in paragraaf 2, worden tussen het eerste en tweede lid een lid ingevoegd, luidende: "Voor belastingplichtigen onderworpen aan de personenbelasting of aan de belasting van niet-inwoners overeenkomstig artikel 227, 1°, die niet gekozen hebben om langs elektronische weg te communiceren, wordt het formulier ingevuld overeenkomstig de daarin voorkomende aanduidingen, gewaarmerkt, gedagtekend en ondertekend."; 3° in paragraaf 2, wordt het derde lid opgeheven;4° in paragraaf 2, vierde lid, worden de woorden "de in het tweede lid bedoelde digitale handtekening" vervangen door de woorden "de in het derde lid bedoelde digitale handtekening" en de woorden "het eerste lid bedoelde waarmerking, dagtekening en ondertekening" worden vervangen door de woorden "het tweede lid bedoelde waarmerking, dagtekening en ondertekening"; 5° paragraaf 2, wordt aangevuld met een lid, luidende: "De in het derde lid bedoelde waarmerking, dagtekening en ondertekening aangebracht door de belastingplichtige zijn gelijkgesteld met de waarmerking, de dagtekening en ondertekening die langs elektronische weg zijn uitgevoerd.". 6° paragraaf 4 wordt vervangen als volgt: " § 4.De elektronische aangifte is ter beschikking gesteld op het in artikel 304ter, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform.

De belastingplichtigen onderworpen aan de personenbelasting en aan de belasting van niet-inwoners overeenkomstig artikel 227, 1°, die niet voor de elektronische communicatie gekozen hebben kunnen hun aangifte onder gesloten omslag versturen aan de dienst die op het formulier is vermeld."; 5° paragraaf 5 wordt opgeheven.".

Art. 17.Artikel 307bis, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 17 juni 2013, wordt opgeheven.

Art. 18.In artikel 308, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 17 juni 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het enig lid van paragraaf 1, dat het eerste lid wordt, worden de woorden "aan de dienst die op het formulier is vermeld" vervangen door de woorden "door middel van het in artikel 304ter, tweede lid, bedoeld beveiligd elektronisch platform"; 2° paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid luidende: "De in artikel 304quater, § 2, bedoelde belastingplichtigen die niet gekozen hebben voor de elektronische communicatie, moeten hun papieren aangifte aan de dienst die op het formulier is vermeld doen toekomen binnen de op het formulier aangegeven termijn, die niet korter mag zijn dan één maand te rekenen vanaf de verzending ervan."; 3° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt: " § 3.De in artikel 304quater, § 2, bedoelde belastingplichtigen die niet gekozen hebben voor de elektronische communicatie en die geen papieren aangifteformulier hebben ontvangen moeten bij de aanslagdienst waaronder zij ressorteren uiterlijk op 1 juni van het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd een aangifteformulier op papier aanvragen en, zo zulks nodig is, de termijn vermelden waarop zij in voorkomend geval ingevolge paragraaf 2 aanspraak kunnen maken.

Deze verplichting geldt niet voor de belastingplichtigen die overeenkomstig artikel 306 van de aangifteplicht zijn vrijgesteld.".

Art. 19.Artikel 310, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 17 maart 2019, wordt als volgt vervangen: "

Art. 310.Voor binnenlandse vennootschappen of aan de rechtspersonenbelasting onderworpen rechtspersonen, zomede voor belastingplichtigen die ingevolge de artikelen 246 en 247 aan de belasting van niet-inwoners zijn onderworpen, wordt de uiterste datum van indiening van de aangifte vastgesteld op de laatste dag van de zevende maand volgend op het afsluiten van het boekjaar. De aangifte dient te zijn gebaseerd op de goedgekeurde jaarrekening.

Bij de zonder vereffening ontbonden vennootschappen ten gevolge van een fusie, een aan een fusie gelijkgestelde verrichting of een splitsing, of een andere ontbinding zonder verdeling van het gehele maatschappelijke vermogen wordt de uiterste datum van indiening van de aangifte, na de goedkeuring van deze verrichting door de algemene vergaderingen van alle vennootschappen die tot de verrichting hebben beslist, vastgesteld op de laatste dag van de zevende maand volgend op de maand waarin de verrichting plaatsvond.

Voor de andere ontbonden ondernemingen, wordt de uiterste datum van indiening van de aangifte, na goedkeuring van ofwel de jaarrekening met betrekking tot het boekjaar dat eindigt door de ontbinding ofwel de vereffeningsrekeningen, vastgesteld op de laatste dag van de zevende maand volgend op de laatste dag van het tijdperk waarop de rekeningen betrekking hebben.".

Art. 20.Artikel 314bis, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 8 juni 2009, wordt opgeheven.

Art. 21.In artikel 315ter van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 21 december 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het derde lid wordt het woord "uitgereikt" vervangen door de woorden "verzonden";2° het derde lid wordt aangevuld met de woorden "door middel van het in artikel 304ter, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform"; 3° wordt aangevuld met een lid, luidende: "Wanneer de belastingplichtige echter overeenkomstig artikel 304quater, § 2, eerste lid, is vrijgesteld van de verplichting om gebruik te maken van het in artikel 304ter, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform wordt het afschrift van het proces-verbaal binnen de vijf werkdagen volgend op de retentie aan de in het eerste lid bedoelde persoon verzonden onder gesloten omslag.".

Art. 22.In artikel 316 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 19 mei 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het enig lid, dat het eerste lid wordt, worden de woorden "van de derde werkdag volgend op de verzending van de aanvraag" vervangen door de woorden "vanaf de eerste werkdag volgend op de datum waarop de aanvraag door middel van het in artikel 304ter, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform aan de belastingplichtige is ter beschikking gesteld";2° wordt aangevuld met een lid, luidende: "Wanneer de belastingplichtige overeenkomstig artikel 304quater, § 2, eerste lid, is vrijgesteld van de verplichting om het in artikel 304ter, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform te gebruiken en niet gekozen heeft om langs elektronische weg te communiceren, of wanneer de belastingplichtige zich overeenkomstig artikel 304quater, § 3, niet heeft kunnen identificeren bij dit beveiligd platform, gebeurt voormelde verzending van de aanvraag onder gesloten omslag.De in het eerste lid bedoelde termijn vangt aan vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de aanvraag.".

Art. 23.Artikel 319 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, wordt aangevuld met een lid, luidende: "Onverminderd de toepassing van titel VII, hoofdstuk I/1, mogen de ambtenaren van de administratie belast met de vestiging van de inkomstenbelastingen, voorzien van hun aanstellingsbewijs, tijdens de uitoefening van de bevoegdheden die hen in de voorgaande leden van dit artikel zijn toegekend, elk bericht dat zij ter plaatse opmaken en kan elke communicatie ter plaatse over dat bericht eveneens via de papieren weg gebeuren."

Art. 24.In artikel 323 van hetzelfde Wetboek, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het enig lid dat het eerste lid wordt, worden de woorden "door middel van het in artikel 304ter, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform," worden ingevoegd tussen de woorden "zonder rechtspersoonlijkheid" en de woorden "welke wegens wettige redenen"; 2° wordt aangevuld met een lid luidend: "Wanneer de in het eerste lid bedoelde persoon overeenkomstig artikel 304quater, § 2, eerste lid, is vrijgesteld van de verplichting om het in artikel 304ter, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform te gebruiken en niet gekozen heeft om langs elektronische weg te communiceren, of wanneer hij zich overeenkomstig artikel 304quater, § 3, niet heeft kunnen identificeren bij dit beveiligd platform, gebeurt de in het eerste lid bedoelde vordering van inlichtingen onder gesloten omslag.".

Art. 25.In artikel 325 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 19 mei 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid, worden de woorden "bij ter post aangetekende brief" vervangen door de woorden "met een aangetekende zending, door middel van het in artikel 304ter, tweede lid, bedoeld beveiligd elektronisch platform,"; 2° wordt aangevuld met een lid, luidende: "Voor de belastingplichtigen die overeenkomstig artikel 304quater, § 2, eerste lid, zijn vrijgesteld van de verplichting om dit beveiligd elektronisch platform te gebruiken en die niet gekozen hebben om langs elektronische weg te communiceren, vindt de bedoelde oproeping plaats door aangetekende zending onder gesloten omslag.".

Art. 26.In artikel 326 van hetzelfde Wetboek, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het tweede lid wordt het woord "voorlezing" vervangen door het woord "lezing"; 2° het derde lid wordt vervangen als volgt: "Een afschrift van het proces-verbaal wordt door middel van het in artikel 304ter, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform aan de belastingplichtige verzonden binnen acht werkdagen na zijn dagtekening."; 3° het wordt aangevuld met een lid, luidende: "Wanneer de belastingplichtige echter overeenkomstig artikel 304quater, § 2, eerste lid, is vrijgesteld van de verplichting om gebruik te maken van het voormeld beveiligd elektronisch platform en hij niet gekozen heeft om langs elektronische weg te communiceren, wordt een afschrift van het proces-verbaal binnen de acht werkdagen na zijn dagtekening aan de belastingplichtige verzonden onder gesloten omslag.".

Art. 27.In artikel 326/3, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 20 december 2019, worden de woorden "door middel van het in artikel 304ter, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform" ingevoegd tussen de woorden "de in artikel 338, § 2, 6°, bedoelde Belgische bevoegde autoriteit" en de woorden "binnen de 30 dagen".

Art. 28.In artikel 326/4 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 20 december 2019, worden de woorden "door middel van het in artikel 304ter, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform" ingevoegd tussen de woorden "om de drie maanden" en de woorden "een periodiek verslag".

Art. 29.In artikel 333/1, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 14 april 2011 en gewijzigd bij de wet van 7 november 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid wordt de zin "Deze kennisgeving gebeurt bij aangetekende brief gelijktijdig met het verzenden van de voormelde vraag om inlichtingen" vervangen als volgt: "Gelijktijdig met het verzenden van de voormelde vraag om inlichtingen gebeurt deze kennisgeving met een aangetekende zending door middel van het in artikel 304ter, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform.Voor de belastingplichtigen die overeenkomstig artikel 304quater, § 2, eerste lid, zijn vrijgesteld van de verplichting om dit beveiligd elektronisch platform te gebruiken en die niet gekozen hebben om langs elektronische weg te communiceren, gebeurt voormelde kennisgeving door een aangetekende zending onder gesloten omslag."; 2° in het tweede lid, worden de woorden "bij ter post aangetekende brief" vervangen door de woorden "met een aangetekende zending, door middel van het in artikel 304ter, tweede lid, bedoeld beveiligd elektronisch platform,"; 3° het tweede lid wordt aangevuld met de woorden "Voor de belastingplichtigen die overeenkomstig artikel 304quater, § 2, eerste lid, zijn vrijgesteld van de verplichting om dit beveiligd elektronisch platform te gebruiken en die niet gekozen hebben om langs elektronische weg te communiceren, gebeurt voormelde kennisgeving door een aangetekende zending onder gesloten omslag."; 4° in het derde lid worden de woorden "door middel van het in artikel 304ter, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform" ingevoegd tussen de woorden "aangetekende zending" en "uiterlijk"; 5° het derde lid wordt aangevuld met de woorden "Voor de belastingplichtigen die overeenkomstig artikel 304quater, § 2, eerste lid, zijn vrijgesteld van de verplichting om dit beveiligd elektronisch platform te gebruiken en die niet gekozen hebben om langs elektronische weg te communiceren, gebeurt voormelde kennisgeving door een aangetekende zending onder gesloten omslag.".

Art. 30.In artikel 338, § 12, derde lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 17 augustus 2013, worden de woorden "per aangetekende brief of langs elektronische weg" vervangen door de woorden "met een aangetekende zending of door middel van het in artikel 304ter, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform".

Art. 31.Artikel 339/1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 28 december 2011 en gewijzigd bij de wet van 13 april 2019, wordt vervangen als volgt: "

Art. 339/1.§ 1. Elk bericht dat door de belastingplichtige of door een andere persoon wordt verzonden onder gesloten omslag aan de Federale Overheidsdienst Financiën in het kader van de toepassing van de wetgeving inzake de inkomstenbelastingen, de bijzondere wetsbepalingen in het kader van de inkomstenbelastingen of de besluiten genomen ter uitvoering ervan, wordt voor de administratie die de inkomstenbelastingen vestigt, gereproduceerd, geregistreerd en bewaard op het beveiligd elektronisch platform bedoeld in artikel 304ter, tweede lid, volgens een informatica- of telegeleidingstechniek.

Het aldus gedigitaliseerd beeld van het bericht verzonden aan de Federale Overheidsdienst Financiën, verkregen door middel van een informatica- of telegeleidingstechniek heeft, voor de toepassing van de bepalingen van dit Wetboek, de bijzondere wetsbepalingen in het kader van de inkomstenbelastingen of de besluiten genomen ter uitvoering ervan, bewijskracht voor zover het de getrouwe en duurzame kopie is van het geschrift waarvan het afkomstig is en het voorzien is van een geavanceerd elektronisch zegel dat aan de in artikel 36 van de Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van richtlijn 1999/93/EG vermelde eisen voldoet.

In dat geval is de vernietiging van het papieren origineel toegestaan.

De Koning bepaalt welke papieren documenten bewaard moeten worden, ook na digitalisering. § 2. Elk bericht verzonden in het kader van de toepassing van de bepalingen van dit Wetboek, de bijzondere wetsbepalingen in het kader van de inkomstenbelastingen of de besluiten genomen ter uitvoering ervan, door de administratie bevoegd voor de vestiging van de inkomstenbelastingen aan de belastingplichtige of een andere persoon, wordt gegenereerd langs elektronische weg en ter beschikking gesteld op het in artikel 304ter, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform.

Wanneer de Federale Overheidsdienst Financiën, in toepassing van artikel 304quinquies, § 2, met de belastingplichtige of met een andere persoon langs de papieren weg moet communiceren, heeft elke materialisatie van een bericht in het kader van de toepassing van de bepalingen van dit Wetboek, de bijzondere wetsbepalingen in het kader van de inkomstenbelastingen of de besluiten genomen ter uitvoering ervan, door de administratie verzonden onder gesloten omslag, dezelfde bewijskracht als het elektronische origineel voor zover deze materialisatie de unieke referentie bevat van een geavanceerd elektronisch zegel dat voldoet aan de eisen bedoeld in paragraaf 1, tweede lid. Elke materialisatie onder gesloten omslag stemt overeen met de inhoud van het elektronisch origineel van het bericht bewaard op het beveiligd platform.".

Art. 32.In artikel 346 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 18 december 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid, worden de woorden "bij een ter post aangetekende brief" vervangen door de woorden "met een aangetekende zending door middel van het in artikel 304ter, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform,"; 2° het eerste lid wordt aangevuld met de woorden "Voor de belastingplichtigen die overeenkomstig artikel 304quater, § 2, eerste lid, zijn vrijgesteld van de verplichting om dit beveiligd elektronisch platform te gebruiken en die niet gekozen hebben om langs elektronische weg te communiceren of wanneer de identificatie van de belastingplichtige overeenkomstig artikel 304quater, § 3, bij dit beveiligd platform, niet mogelijk is, gebeurt voormelde kennisgeving met een aangetekende zending onder gesloten omslag."; 3° het derde lid wordt als volgt vervangen: "Binnen de termijn van een maand te rekenen vanaf de eerste werkdag volgend op de datum waarop het bericht door middel van het in eerste lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform aan de belastingplichtige is ter beschikking gesteld, welke termijn wegens wettige redenen kan worden verlengd, kan de belastingplichtige, eveneens via het voormeld elektronisch platform schriftelijk zijn opmerkingen inbrengen.De belastingplichtigen die overeenkomstig artikel 304quater, § 2, eerste lid, zijn vrijgesteld van de verplichting om dit beveiligd elektronisch platform te gebruiken en die niet gekozen hebben om langs elektronische weg te communiceren of de belastingplichtige die zich overeenkomstig artikel 304quater, § 3, niet heeft kunnen identificeren bij dit beveiligd platform, brengen hun opmerkingen in onder gesloten omslag. De aanslag mag niet worden gevestigd voor die, eventueel verlengde, termijn verstreken is, behoudens indien de belastingplichtige met de wijziging van zijn aangifte schriftelijk instemt of indien de rechten van de Schatkist in gevaar verkeren wegens een andere oorzaak dan het verstrijken van de aanslagtermijn."; 4° tussen het derde en vierde lid, wordt een lid, dat het vierde lid wordt, ingevoegd, luidende: "Wanneer de belastingplichtige overeenkomstig artikel 304quater, § 2, eerste lid, is vrijgesteld van de verplichting om het in het eerste lid bedoelde beveiligd elektronisch platform te gebruiken en hij niet gekozen heeft om langs elektronische weg te communiceren of wanneer overeenkomstig artikel 304quater, § 3, de identificatie van de belastingplichtige bij dit beveiligd platform niet mogelijk is, vangt de in het derde lid bedoelde termijn aan vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het bericht."; 5° in het vijfde lid, dat het zesde lid wordt, wordt het woord "schriftelijk" vervangen door de woorden "met een aangetekende zending door middel van het in het eerste lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform"; 6° het artikel wordt aangevuld met één lid, dat het zevende lid wordt, luidende: "Wanneer de belastingplichtige overeenkomstig artikel 304quater, § 2, eerste lid, is vrijgesteld van de verplichting om gebruik te maken van het in het eerste lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform en hij niet gekozen heeft om langs elektronische weg te communiceren of wanneer overeenkomstig artikel 304quater, § 3, de identificatie van de belastingplichtige bij dit beveiligd platform niet mogelijk is, stelt de administratie ten laatste de dag van de vestiging van de aanslag, de belastingplichtige per aangetekende zending onder gesloten omslag in kennis van de opmerkingen die hij heeft gemaakt overeenkomstig het derde lid van dit artikel, en waarmee zij geen rekening heeft gehouden, met vermelding van de motieven die haar beslissing rechtvaardigen.".

Art. 33.In artikel 351 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 mei 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het tweede lid worden de woorden "bij ter post aangetekende brief" vervangen door de woorden "met een aangetekende zending, door middel van het in artikel 304ter, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform";2° in het derde lid worden de woorden "van de derde werkdag volgend op de verzending van die kennisgeving" vervangen door de woorden "vanaf de eerste werkdag volgend op de datum waarop de kennisgeving door middel van het in artikel 304ter, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform aan de belastingplichtige is ter beschikking gesteld";3° het wordt aangevuld met een lid, luidende als volgt: "Wanneer de belastingplichtige overeenkomstig artikel 304quater, § 2, eerste lid, is vrijgesteld van de verplichting om het in artikel 304ter, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform te gebruiken en hij niet gekozen heeft om langs elektronische weg te communiceren of wanneer overeenkomstig artikel 304quater, § 3, de identificatie van de belastingplichtige bij dit beveiligd platform niet mogelijk is, wordt de in het tweede lid bedoelde kennisgeving verstuurd per aangetekende zending onder gesloten omslag.In dat geval vangt de in het derde lid bedoelde termijn aan vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het bericht.".

Art. 34.In artikel 352bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 30 juni 2000 en gewijzigd bij de wet van 18 december 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het enige lid, dat het eerste lid wordt, worden de woorden "met een aangetekende zending door middel van het in artikel 304ter, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform," ingevoegd tussen de woorden "de administratie" en de woorden "de belastingplichtige"; 2° het wordt aangevuld met een lid, luidende als volgt: "Wanneer de belastingplichtige overeenkomstig artikel 304quater, § 2, eerste lid, is vrijgesteld van de verplichting om gebruik te maken van het in artikel 304ter, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform en hij niet gekozen heeft om langs elektronische weg te communiceren of wanneer overeenkomstig artikel 304quater, § 3, de identificatie van de belastingplichtige bij dit beveiligd platform niet mogelijk is, wordt de in het eerste lid bedoelde kennisgeving ten laatste de dag van de vestiging van de aanslag per aangetekende zending onder gesloten omslag verzonden.".

Art. 35.In artikel 366 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 13 april 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid worden de woorden ", door middel van het in artikel 304ter, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform," ingevoegd tussen de woorden "bezwaar indienen" en de woorden "bij de adviseur-generaal"; 2° tussen het eerste en het tweede lid wordt een lid ingevoegd, luidende: "Wanneer de belastingplichtige overeenkomstig artikel 304quater, § 2, eerste lid, is vrijgesteld van de verplichting om gebruik te maken van het in het eerste lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform, en hij er niet voor gekozen heeft om te communiceren met de Federale Overheidsdienst Financiën langs elektronische weg, of wanneer hij zich overeenkomstig artikel 304quater, § 3, niet heeft kunnen identificeren bij dat beveiligd platform, wordt het in het eerste lid bedoelde bezwaarschrift overgemaakt onder gesloten omslag.".

Art. 36.In artikel 371 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid worden de woorden "van de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet waarop de bezwaartermijn vermeld staat, en die voorkomt op voormeld aanslagbiljet, dan wel de datum van de kennisgeving van de aanslag of van de inning van de belastingen op een andere wijze dan per kohier." vervangen door de woorden "vanaf de eerste werkdag volgend op de datum van terbeschikkingstelling van het aanslagbiljet door middel van het in artikel 304ter, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform of te rekenen vanaf de eerste werkdag volgend op de datum van de kennisgeving van de aanslag of van de inning van de belastingen op een andere wijze dan per kohier die eveneens ter beschikking gesteld wordt door middel van het voormeld platform."; 2° het tweede lid wordt vervangen als volgt: "Wanneer de belastingplichtige overeenkomstig artikel 304quater, § 2, eerste lid, is vrijgesteld van de verplichting om het in het eerste lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform te gebruiken, en hij er niet voor gekozen heeft om te communiceren met de Federale Overheidsdienst Financiën langs elektronische weg, of wanneer de identificatie van de belastingplichtige bij dit beveiligd platform overeenkomstig artikel 304quater, § 3, niet mogelijk is, vangt de in het eerste lid bedoelde termijn aan vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet waarop de bezwaartermijn vermeld staat, en die voorkomt op voormeld aanslagbiljet, of vanaf de derde werkdag volgend op de datum van de kennisgeving van de aanslag of van de inning van de belastingen op een andere wijze dan per kohier." 3° Het derde lid wordt vervangen als volgt: "Indien het bezwaarschrift wordt ingediend bij aangetekende zending, geldt als datum van indiening de datum van het ontvangstbewijs ingeval het werd ingediend door middel van het in het eerste lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform, of de datum van het verzendingsbewijs indien het werd verzonden door middel van de aanbieder van de universele postdienst of een aanbieder van postdiensten.".

Art. 37.In artikel 372, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 15 maart 1999 en gewijzigd bij de wet van 13 april 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het enige lid, dat het eerste lid wordt, worden de woorden "door middel van het in artikel 304ter, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform" ingevoegd tussen de woorden "bezwaarschrift aanvullen" en de woorden "met nieuwe, schriftelijk geformuleerde bezwaren,"; 2° wordt aangevuld met een lid, luidende: "Wanneer de belastingschuldige, alsmede zijn echtgenoot op wiens goederen de aanslag wordt ingevorderd of de medeschuldenaar zoals bedoeld in artikel 2 van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen, overeenkomstig artikel 304quater, § 2, eerste lid, is vrijgesteld van de verplichting om gebruik te maken van het in het eerste lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform, en hij niet de keuze heeft gemaakt om met de Federale Overheidsdienst Financiën langs elektronische weg te communiceren, of wanneer de belastingschuldige, alsmede zijn echtgenoot op wiens goederen de aanslag wordt ingevorderd of de medeschuldenaar zoals bedoeld in artikel 2 van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen, zich niet heeft kunnen identificeren bij dit beveiligd elektronisch platform overeenkomstig artikel 304quater, § 3, mag het initiële bezwaarschrift onder gesloten omslag aangevuld worden met nieuwe, schriftelijk geformuleerde bezwaren, binnen de in het eerste lid bedoelde vorm en termijn.".

Art. 38.Artikel 373 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 17 juni 2013 en de wet van 13 april 2019, wordt als volgt vervangen: "

Art. 373.Wanneer een aanvullende aanslag voor een bepaald aanslagjaar gevestigd wordt krachtens artikel 353 of 354 en de nieuwe aanslag ten name van dezelfde belastingschuldige voor één of meer aanslagjaren een correlatieve overbelasting doet ontstaan, kan de belastingschuldige, alsmede zijn echtgenoot op wiens goederen de aanslag wordt ingevorderd of de medeschuldenaar zoals bedoeld in artikel 2 van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen, door middel van het in artikel 304ter, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform, een bezwaarschrift tegen bedoelde overbelasting indienen binnen een termijn van zes maanden te rekenen vanaf de eerste werkdag volgend op de datum waarop het aanslagbiljet dat de aanvullende aanslag omvat door middel van voormeld beveiligd elektronisch platform werd ter beschikking gesteld.

Wanneer de in het eerste lid bedoelde personen overeenkomstig artikel 304quater, § 2, eerste lid, zijn vrijgesteld van de verplichting om het in het eerste lid bedoelde platform te gebruiken, en ze niet de keuze hebben gemaakt om met de Federale Overheidsdienst Financiën langs elektronische weg te communiceren, of wanneer overeenkomstig artikel 304quater, § 3, de identificatie van deze personen bij dit beveiligd elektronisch platform niet mogelijk is, wordt het in het eerste lid bedoelde bezwaarschrift ingediend onder gesloten omslag en wordt de termijn van zes maanden gerekend van de derde werkdag volgend op de verzending van het aanslagbiljet dat de aanvullende aanslag omvat.".

Art. 39.In artikel 375 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 13 april 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° paragraaf 1, derde lid, wordt vervangen als volgt: "In alle gevallen geschiedt de kennisgeving van de beslissing met een aangetekende zending door middel van het in artikel 304ter, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform.Voor de belastingplichtigen die overeenkomstig artikel 304quater, § 2, zijn vrijgesteld van de verplichting om dit beveiligd elektronisch platform te gebruiken of wanneer overeenkomstig artikel 304quater, § 3, de identificatie van de belastingplichtigen bij dit beveiligd elektronisch platform niet mogelijk is, gebeurt voormelde kennisgeving bij een aangetekende zending onder gesloten omslag. Deze beslissing is onherroepelijk wanneer geen vordering is ingesteld bij de rechtbank van eerste aanleg binnen de in artikel 1385undecies van het Gerechtelijk Wetboek vermelde termijn."; 2° in paragraaf 1/1, eerste lid, wordt de zin "Het verzoek dient te worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen van de derde werkdag volgend op de verzending van de kennisgeving van de beslissing over het bezwaarschrift." vervangen door de zinnen "Het verzoek dient te worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de eerste werkdag volgend op de datum van de terbeschikkingstelling van de kennisgeving van de beslissing over het bezwaarschrift door middel van het in paragraaf 1, derde lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform. Wanneer de belastingschuldige overeenkomstig artikel 304quater, § 2, eerste lid, is vrijgesteld van de verplichting om voormeld platform te gebruiken, en hij niet gekozen heeft om via elektronische weg te communiceren of wanneer de identificatie van de belastingschuldige bij dit beveiligd elektronisch platform overeenkomstig artikel 304quater, § 3, niet mogelijk is, moet het verzoek worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen van de derde werkdag volgend op de verzending van de kennisgeving van de beslissing over het bezwaarschrift."; 3° in paragraaf 1/1, derde lid, worden de woorden "bij ter post aangetekende brief" vervangen door de woorden "met een aangetekende zending door middel van het in paragraaf 1, derde lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform.Voor de belastingplichtigen die overeenkomstig artikel 304quater, § 2, zijn vrijgesteld van de verplichting om het voormeld beveiligd elektronisch platform te gebruiken en ze niet gekozen hebben om via elektronische weg te communiceren of wanneer overeenkomstig artikel 304quater, § 3, de identificatie van de belastingplichtigen bij dit beveiligd elektronisch platform niet mogelijk is, gebeurt voormelde kennisgeving van de met rede omklede beslissing bij een aangetekende zending onder gesloten omslag.".

Art. 40.In artikel 376ter, derde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 27 december 2004, worden de woorden "bij ter post aangetekende brief" vervangen door de woorden "met een aangetekende zending door middel van het in artikel 304ter, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform. Voor de belastingplichtigen die overeenkomstig artikel 304quater, § 2, zijn vrijgesteld van de verplichting om het voormeld beveiligd elektronisch platform te gebruiken en die niet gekozen hebben om via elektronische weg te communiceren of wanneer overeenkomstig artikel 304quater, § 3, de identificatie van de belastingplichtigen bij dit beveiligd elektronisch platform niet mogelijk is, gebeurt voormelde kennisgeving van de beslissing bij een aangetekende zending onder gesloten omslag.".

Art. 41.In artikel 376quater van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 27 december 2004, wordt het eerste lid aangevuld met de zin "Dit ontvangstbewijs wordt naargelang het geval elektronisch of onder gesloten omslag verzonden.".

Art. 42.In artikel 376quinquies van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 13 april 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het enig lid van paragraaf 1 dat het eerste lid wordt, worden, de woorden "door middel van het in artikel 304ter, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform" ingevoegd tussen de woorden "een aanvraag tot bemiddeling indienen" en de woorden "bij de fiscale bemiddelingsdienst"; 2° paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid, luidende: "Wanneer de in het eerste lid bedoelde personen overeenkomstig artikel 304quater, § 2, eerste lid, zijn vrijgesteld van de verplichting om gebruik te maken van het in paragraaf 1 bedoelde beveiligd elektronisch platform en ze er niet voor gekozen hebben om via elektronische weg te communiceren, of wanneer deze zich overeenkomstig artikel 304quater, § 3, niet hebben kunnen identificeren bij dit beveiligd elektronisch platform wordt de in het eerste lid bedoelde aanvraag tot bemiddeling ingediend onder gesloten omslag.".

Art. 43.In artikel 413/1 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 17 maart 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 4, eerste lid, worden de woorden ", door middel van het in artikel 304ter, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform," ingevoegd tussen de woorden "aan de bevoegde ontvanger" en de woorden "een ingevuld, gedagtekend"; 2° paragraaf 5 wordt aangevuld met een lid, luidende: "Wanneer de belastingplichtige overeenkomstig artikel 304quater, § 2, eerste lid, is vrijgesteld van de verplichting om gebruik te maken van het in paragraaf 4, eerste lid bedoelde beveiligd elektronisch platform, wordt het in paragraaf 4 bedoelde formulier verzonden onder gesloten omslag."

Art. 44.In artikel 447, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 april 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid worden de woorden "is uitgenodigd om binnen twintig dagen te verschijnen "vervangen door de woorden "door middel van het in artikel 304ter, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform is uitgenodigd om binnen twintig werkdagen te verschijnen";2° in het vierde lid worden de woorden "wordt binnen acht dagen na zijn dagtekening" vervangen door de woorden "wordt binnen acht werkdagen na zijn dagtekening door middel van het in artikel 304ter, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform".

Art. 45.In artikel 448 van hetzelfde Wetboek, worden de woorden "bij ter post aangetekende brief" vervangen door de woorden "met een aangetekende zending, door middel van het in artikel 304ter, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform".

Art. 46.In artikel 499 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 27 april 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het enige lid dat het eerste lid wordt, in het 2°, worden de woorden "bij ter post aangetekende brief" vervangen door de woorden "met een aangetekende zending door middel van het in artikel 304ter, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform"; 2° wordt aangevuld met een lid luidende: "Voor de belastingplichtigen die overeenkomstig artikel 304quater, § 2, eerste lid, zijn vrijgesteld van de verplichting om gebruik te maken van het in het eerste lid bedoelde beveiligd elektronisch platform, die niet gekozen hebben om langs elektronische weg te communiceren of wanneer deze zich overeenkomstig artikel 304quater, § 3, niet hebben kunnen identificeren bij dit beveiligd elektronisch platform, op straffe van verval, moet het bezwaar aan dezelfde voorwaarden beantwoorden als deze voorzien in het eerste lid maar moet verzonden worden bij een aangetekende zending onder gesloten omslag.". HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde

Art. 47.Artikel 1 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 3 november 2019, wordt aangevuld met de paragrafen 16 tot 18, luidende: " § 16. Voor de toepassing van dit Wetboek, van de bijzondere wetsbepalingen op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde of van de tot uitvoering ervan genomen besluiten, wordt verstaan onder "aangetekende zending": de brief, al dan niet met een ontvangstbevestiging, neergelegd bij de aanbieder van de universele postdienst of een aanbieder van postdiensten en al dan niet elektronisch verzonden door deze laatste aan een vooraf vastgestelde bestemmeling, die een juridische waarde heeft daar zij toelaat het bewijs te bekomen van de datum van verzending en de ontvangst ervan door de bestemmeling; § 17. Voor de toepassing van dit Wetboek, van de bijzondere wetsbepalingen op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde of van de tot uitvoering ervan genomen besluiten, wordt verstaan onder "eBox": de dienst aangeboden aan de natuurlijke personen door de Federale Overheidsdienst bevoegd voor Digitale Agenda en aan de houders van een ondernemingsnummer aangeboden door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, ingesteld door de wet van 27 februari 2019 inzake elektronische uitwisseling van berichten door middel van de eBox, die de bestemmelingen toelaat om elektronische berichten uit te wisselen met de Federale Overheidsdienst Financiën; § 18. Voor de toepassing van dit Wetboek, van de bijzondere wetsbepalingen op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde en van de tot uitvoering ervan genomen besluiten, wordt verstaan onder "geavanceerd elektronisch zegel": elektronisch zegel in de zin van artikel 36 van Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van richtlijn 1999/93/EG.".

Art. 48.In artikel 53octies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 28 december 1992 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 29 november 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt: " § 2.Elk bericht dat door de belastingplichtige of elke andere persoon onder gesloten omslag wordt verzonden aan de Federale Overheidsdienst Financiën in het kader van de toepassing van de wetgeving inzake de belasting over de toegevoegde waarde, van de bijzondere wetsbepalingen op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde of van de tot uitvoering ervan genomen besluiten, wordt voor de administratie die de belasting over de toegevoegde waarde vestigt, gereproduceerd, geregistreerd en bewaard op het in artikel 69bis, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform volgens een informatica- of telegeleidingstechniek.

Het aldus gedigitaliseerde beeld van het bericht verzonden aan de Federale Overheidsdienst Financiën, verkregen door middel van een informatica- of telegeleidingstechniek, heeft, voor de toepassing van de bepalingen van dit Wetboek, van de bijzondere wetsbepalingen op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde of van de tot uitvoering ervan genomen besluiten, bewijskracht voor zover het de getrouwe en duurzame kopie is van het geschrift waarvan het afkomstig is en het voorzien is van een geavanceerd elektronische zegel dat voldoet aan de eisen vermeld in artikel 36 van Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van richtlijn 1999/93/EG. In dat geval is de vernietiging van het papieren origineel toegestaan.

De Koning bepaalt welke papieren documenten moeten worden bewaard, zelfs na digitalisering."; 2° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt: " § 3.Elk bericht in het kader van de toepassing van de bepalingen van dit Wetboek, van de bijzondere wetsbepalingen op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde of van de tot uitvoering ervan genomen besluiten, verzonden door de administratie bevoegd voor de vestiging van de belasting over de toegevoegde waarde aan de belastingplichtige of elke andere persoon, wordt gegenereerd langs elektronische weg en ter beschikking gesteld op het in artikel 69bis, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform.

Wanneer de Federale Overheidsdienst Financiën, in toepassing van artikel 69quater, vierde lid, moet communiceren met de belastingplichtige of elke andere persoon langs papieren weg, heeft elke materialisatie van een bericht in het kader van de toepassing van de bepalingen van dit Wetboek, van de bijzondere wetsbepalingen op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde of van de tot uitvoering ervan genomen besluiten, door de administratie verzonden onder gesloten omslag, dezelfde bewijskracht als het elektronische origineel voor zover de materialisatie onder gesloten omslag de unieke referentie bevat van een geavanceerd elektronisch zegel dat voldoet aan de eisen bedoeld in paragraaf 2, tweede lid. Elke materialisatie onder gesloten omslag komt overeen met de inhoud van het elektronische origineel van het bericht bewaard op het beveiligd platform."; 3° paragraaf 4 wordt opgeheven.

Art. 49.In artikel 53terdecies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 2 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt: "Het formulier van de in de artikelen 53, § 1, 2°, 53ter, 1°, 53quinquies en 53sexies, bedoelde aangiftes wordt langs elektronische weg ingevuld overeenkomstig de daarin voorkomende aanduidingen.Zij geldt als gewaarmerkte gedagtekende en ondertekende aangifte."; 3° paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid, luidende: "Voor de overeenkomstig artikel 50 geïdentificeerde belastingplichtigen die zich overeenkomstig artikel 69ter, § 3, niet hebben kunnen identificeren, wordt het formulier van de in de artikelen 53, § 1, 2°, 53ter, 1°, 53quinquies en 53sexies, bedoelde aangiftes ingevuld overeenkomstig de daarin voorkomende aanduidingen, gewaarmerkt, gedagtekend en ondertekend."; 3° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt: " § 2.De elektronische aangifte is ter beschikking gesteld op het in artikel 69bis, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform.

De belastingplichtige die zich overeenkomstig artikel 69ter, § 3, niet heeft kunnen identificeren, verstuurt de aangifte onder gesloten omslag aan de dienst die op het formulier is vermeld.".

Art. 50.In artikel 61, § 2, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 21 december 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° het derde lid wordt aangevuld met de woorden "door middel van het in artikel 69bis, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform"; 2° wordt aangevuld met een lid, luidende: "Echter, wanneer de overeenkomstig artikel 50 geïdentificeerde belastingplichtigen en rechtspersonen overeenkomstig artikel 69quater, § 2, vrijgesteld zijn van de verplichting om het in het derde lid bedoelde beveiligd elektronisch platform te gebruiken en ze niet gekozen hebben om te communiceren langs elektronische weg, wordt het afschrift van het proces-verbaal binnen de vijf werkdagen volgend op de retentie aan de in het eerste lid bedoelde persoon verzonden onder gesloten omslag.".

Art. 51.In artikel 62 van hetzelfde Wetboek wordt paragraaf 2, opgeheven bij de wet van 11 februari 2019, hersteld als volgt: " § 2. De vraag om inlichtingen wordt ter beschikking gesteld op het in artikel 69bis, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform. De belastingplichtigen, de niet-belastingplichtige rechtspersonen en de niet-belastingplichtige natuurlijke personen, die niet geïdentificeerd zijn overeenkomstig artikel 50, die niet gekozen hebben om te communiceren langs elektronische weg, verschaffen de inlichtingen onder gesloten omslag aan de dienst die op de vraag om inlichtingen is vermeld.".

Art. 52.Artikel 63 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 28 december 1992, wordt aangevuld met een vijfde lid, luidende: "Onverminderd de bepalingen van dit wetboek inzake de dematerialisatie van de relaties tussen de Federale Overheidsdienst Financiën, de belastingplichtigen, de niet-belastingplichtige rechtspersonen en de niet-belastingplichtige natuurlijke personen, inzonderheid artikel 53octies, § 3, mogen de ambtenaren die bevoegd zijn om de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde te controleren en in het bezit zijn van hun aanstellingsbewijs, tijdens de uitoefening van de bevoegdheden die hen in de voorgaande leden van dit artikel zijn toegekend, elk bericht dat zij ter plaatse opmaken langs de papieren weg communiceren en kan elke communicatie ter plaatse over dat bericht eveneens via de papieren weg gebeuren."

Art. 53.Artikel 64, § 4, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 30 juli 2018 wordt aangevuld met een vijfde lid, luidende: "De inlichtingen worden verschaft door middel van het in het vierde lid bedoelde formulier dat ter beschikking wordt gesteld op het in artikel 69bis, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform.

De belastingplichtigen, de niet-belastingplichtige rechtspersonen en de niet-belastingplichtige natuurlijke personen, die niet geïdentificeerd zijn overeenkomstig artikel 50, die overeenkomstig artikel 69ter, § 2, vrijgesteld zijn van de verplichting om het voormelde platform te gebruiken en die niet gekozen hebben om langs elektronische weg te communiceren met de Federale Overheidsdienst Financiën, gebruiken eveneens dit formulier om de inlichtingen te verstrekken en bezorgen het onder gesloten omslag aan de erop vermelde dienst.".

Art. 54.In hetzelfde Wetboek wordt een Hoofdstuk Xbis ingevoegd, luidende "Hoofdstuk Xbis. Dematerialisatie van de relaties tussen de Federale Overheidsdienst Financiën, de belastingplichtigen, de niet-belastingplichtige rechtspersonen en de niet-belastingplichtige natuurlijke personen".

Art. 55.In Hoofdstuk Xbis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 54, wordt een artikel 69bis ingevoegd, luidende: "

Art. 69bis.Binnen de grenzen van de voorwaarden opgelegd door dit hoofdstuk en in het kader van haar bevoegdheden, is de Federale Overheidsdienst Financiën gemachtigd om te communiceren langs elektronische weg.

Voor de uitvoering van de bepalingen van dit hoofdstuk stelt zij door middel van een beveiligd elektronisch platform elektronische diensten ter beschikking aan de belastingplichtigen, de niet-belastingplichtige rechtspersonen en de niet-belastingplichtige natuurlijke personen, die door middel van aangepaste beveiligingstechnieken, de oorsprong en de integriteit van de inhoud, de tijdsaanduiding evenals de bewaring van het verzonden bericht garanderen.".

Art. 56.In hetzelfde hoofdstuk Xbis van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 69ter ingevoegd, luidende: "

Art. 69ter.§ 1. Behoudens wanneer wettelijke of reglementaire bepalingen anders bepalen, wordt elk bericht aan de Federale Overheidsdienst Financiën, dat uitgaat van de belastingplichtigen en niet-belastingplichtige rechtspersonen, geïdentificeerd overeenkomstig artikel 50, verzonden door middel van het in artikel 69bis, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform met uitzondering van elk bericht dat ter plaatste wordt opgemaakt overeenkomstig artikel 63, vijfde lid.

Behoudens wanneer de wettelijke of reglementaire bepalingen anders bepalen, wordt elk bericht aan de Federale Overheidsdienst Financiën dat uitgaat van een derde, betreffende de rechten en verplichtingen inzake de belasting over de toegevoegde waarde van een belastingplichtige waarmee hij al dan niet rechtstreeks of onrechtstreeks in betrekking is, eveneens verzonden door middel van het in artikel 69bis, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform. § 2. De belastingplichtigen, de niet-belastingplichtige rechtspersonen en de niet-belastingplichtige natuurlijke personen, die niet geïdentificeerd zijn overeenkomstig artikel 50, alsook de derden, die niet geïdentificeerd zijn overeenkomstig artikel 50, zijn vrijgesteld van de verplichting om gebruik te maken van het in artikel 69bis, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform voor zover zij niet expliciet gekozen hebben om met de Federale Overheidsdienst Financiën langs elektronische weg te communiceren. In dit geval wordt elk bericht verzonden onder gesloten omslag.

De keuze van de in het eerste lid, bedoelde personen om al dan niet met de Federale Overheidsdienst Financiën langs elektronische weg te communiceren gebeurt door de activering of deactivering van de eBox.

De keuze van de in het eerste lid, bedoelde personen om al dan niet met de Federale Overheidsdienst Financiën langs elektronische weg te communiceren, zal geen invloed hebben op een lopend onderzoek. § 3. De belastingplichtigen geïdentificeerd bij de btw zijn vrijgesteld van de verplichting om het in artikel 69bis, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform te gebruiken, wanneer zij zich niet hebben kunnen identificeren bij dit beveiligd platform. In dit geval wordt het bericht verzonden onder gesloten omslag. § 4. De in paragraaf 2, eerste lid, bedoelde vrijstellingen zijn niet van toepassing op professionele derden die handelen binnen de uitoefening van hun beroep. § 5. De Koning bepaalt: 1° de modaliteiten met betrekking tot de toegang van het in artikel 69bis, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform; 2° de gevallen waarin de in paragraaf 3 bedoelde identificatie bij het beveiligd platform niet mogelijk zal zijn.".

Art. 57.In hetzelfde hoofdstuk Xbis van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 69quater ingevoegd, luidende: "

Art. 69quater.§ 1. Behoudens indien de wettelijke of reglementaire bepalingen anders bepalen, wordt elk bericht van de Federale Overheidsdienst Financiën, aan het overeenkomstig artikel 50 geïdentificeerde belastingplichtigen en niet-belastingplichtige rechtspersonen verzonden door middel van het in artikel 69bis, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform met uitzondering van elk bericht dat ter plaatste wordt opgemaakt overeenkomstig artikel 63, vijfde lid. De overeenkomstig artikel 50 geïdentificeerde belastingplichtigen en niet-belastingplichtige rechtspersonen die de verplichting hebben om te communiceren langs elektronische weg hebben de verplichting om hun eBox onderneming te activeren.

Behoudens wanneer de wettelijke of reglementaire bepalingen anders bepalen, wordt elk bericht van de Federale Overheidsdienst Financiën aan een derde waarmee de belastingplichtige, al dan niet rechtstreeks of onrechtstreeks in betrekking is, eveneens verzonden door middel van het in artikel 69bis, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform.

Wanneer een aangetekende zending vereist wordt door de bepalingen van dit Wetboek, van de bijzondere wetsbepalingen op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde of van de tot uitvoering ervan genomen besluiten, komt, in afwijking van artikel 1, § 16, en in toepassing van artikel 7 van de wet van 27 februari 2019 inzake de elektronische uitwisseling van berichten door middel van de eBox, de notificatie door middel van de eBox die aangeeft dat het bericht ter beschikking gesteld is door de Federale Overheidsdienst Financiën op het beveiligd elektronisch platform, overeen met een aangetekende zending van het bericht, al dan niet met ontvangstbewijs.

De belastingplichtigen, de niet-belastingplichtige rechtspersonen en de niet-belastingplichtige natuurlijke personen, die niet geïdentificeerd zijn overeenkomstig artikel 50, die,alhoewel ze overeenkomstig artikel 69ter, § 2, vrijgesteld zijn van de verplichting om het in artikel 69bis, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform te gebruiken, toch gekozen hebben om langs elektronische weg te communiceren met de Federale Overheidsdienst Financiën, ontvangen elk bericht door middel van het voormeld beveiligd elektronisch platform. De belastingplichtigen, de niet-belastingplichtige rechtspersonen en de niet-belastingplichtige natuurlijke personen, die niet geïdentificeerd zijn overeenkomstig artikel 50 die kiezen om langs elektronische weg te communiceren met de Federale Overheidsdienst Financiën, moeten hun eBox activeren.

De belastingplichtigen, de niet-belastingplichtige rechtspersonen en de niet-belastingplichtige natuurlijke personen, die niet geïdentificeerd zijn overeenkomstig artikel 50, die overeenkomstig artikel 69ter, § 2, vrijgesteld zijn van de verplichting om het in artikel 69bis, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform te gebruiken en die er niet voor gekozen hebben om langs elektronische weg te communiceren met de Federale Overheidsdienst Financiën, verkrijgen ook elk bericht onder gesloten omslag. Dit is eveneens zo, wanneer overeenkomstig artikel 69ter, § 3, de identificatie bij dit beveiligd platform niet mogelijk is. § 2. De Koning bepaalt de toepassingsmodaliteiten van de in paragraaf 1, eerste lid, bedoelde procedure.".

Art. 58.In hetzelfde hoofdstuk Xbis van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 69quinquies ingevoegd, luidende: "

Art. 69quinquies.Wanneer, het bericht door middel van het in artikel 69bis, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform niet verzonden kan worden ingevolge overmacht, inzonderheid wegens het technisch gebrekkig functioneren van het platform, van één van de componenten en/of van de elektronische diensten van het genoemde platform, zal dit bericht worden verzonden hetzij door middel van een gelijkwaardige procedure die over dezelfde garanties als de elektronische procedure beschikt inzake de oorsprong, de integriteit van de inhoud, de tijdsaanduiding, evenals de bewaring van het verzonden bericht, hetzij onder gesloten omslag.

De Koning kan de van toepassing zijnde termijn verlengen indien overmacht het de overeenkomstig artikel 50 geïdentificeerde belastingplichtigen en niet-belastingplichtige rechtspersonen of de belastingplichtigen, niet-belastingplichtige rechtspersonen en niet-belastingplichtige natuurlijke personen, die zich niet hebben kunnen identificeren overeenkomstig artikel 50 en die gekozen hebben om langs elektronische weg te communiceren met de Federale Overheidsdienst Financiën, onmogelijk heeft gemaakt om een termijn na te leven, die van toepassing is voor de vervulling van de rechten en verplichtingen opgenomen in dit Wetboek, in de bijzondere wetsbepalingen op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde of in de tot uitvoering ervan genomen besluiten.

De Koning bepaalt: 1° de datum van uitwerking van het bericht verzonden door middel van de in het eerste lid bedoelde gelijkwaardige procedure;2° de modaliteiten met betrekking tot het gebruik van alternatieve verzendingswijzen; 3° de modaliteiten met betrekking tot het gebruik van papieren weg.".

Art. 59.In hetzelfde hoofdstuk Xbis van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 69sexies ingevoegd, luidende: "

Art. 69sexies.Wanneer de papieren weg is toegestaan, wordt elk bericht verzonden onder gesloten omslag gelijkgesteld met een bericht verzonden door middel van het in artikel 69bis, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform en wordt geacht dezelfde rechtsgevolgen te hebben als deze voorzien door de toepasselijke wettelijke en reglementaire bepalingen op elk bericht verzonden langs elektronische weg.

De bepalingen van dit Wetboek, van de bijzondere wetsbepalingen op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde en van de tot uitvoering ervan genomen besluiten zijn van toepassing op elk bericht.".

Art. 60.In hetzelfde hoofdstuk Xbis van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 69septies ingevoegd, luidende: "

Art. 69septies.Elk bericht van de overeenkomstig artikel 50 geïdentificeerde belastingplichtigen en niet-belastingplichtige rechtspersonen overeenkomstig artikel 69ter, § 1, eerste lid, maakt het voorwerp uit van een automatische elektronische ontvangstbevestiging. De datum van de ontvangstbevestiging geldt als datum van de ontvangst van het bericht door de Federale Overheidsdienst Financiën.

Elk bericht van de Federale Overheidsdienst Financiën overeenkomstig artikel 69quater bevat een datum van de terbeschikkingstelling van het bericht, die de van toepassing zijnde termijnen doet lopen voor het vervullen van de rechten en verplichtingen opgenomen in dit Wetboek, in de bijzondere wetsbepalingen op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde of in de tot uitvoering ervan genomen besluiten.".

Art. 61.In hetzelfde hoofdstuk Xbis van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 69octies ingevoegd, luidende: "

Art. 69octies.Voor de toepassing van hoofdstuk Xbis, en voor de toepassing van het artikel 53octies, § 2 en 3, heeft de volgende term de hieronder gedefinieerde betekenis: "bericht": alle schriftelijke mededelingen betreffende de rechten en verplichtingen opgenomen in dit Wetboek, de bijzondere wetsbepalingen op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde of in de tot uitvoering ervan genomen besluiten, inclusief brieven, formulieren en zendingen van gegevens, ongeacht de gebruikte drager.".

Art. 62.In artikel 84ter van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 15 maart 1999 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het enig lid dat het eerste lid wordt, worden, de woorden "bij aangetekende zending, door middel van het in artikel 69bis, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform," ingevoegd tussen de woorden "de betrokkene" en de woorden "schriftelijk en nauwkeurig"; 2° wordt aangevuld met een lid, luidende: "Wanneer de betrokken persoon overeenkomstig artikel 69ter, § 2, is vrijgesteld van de verplichting om gebruik te maken van het in het eerste lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform en hij niet gekozen heeft om langs elektronische weg te communiceren en wanneer overeenkomstig artikel 69ter, § 3, de identificatie van de betrokken persoon bij dit beveiligd platform niet mogelijk is, gebeurt de kennisgeving bij aangetekende zending onder gesloten omslag.".

Art. 63.In artikel 84quater, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 25 april 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, enige lid dat het eerste lid wordt, worden de woorden "door middel van het in artikel 69bis, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform," ingevoegd tussen de woorden "een aanvraag tot bemiddeling indienen" en de woorden "bij de fiscale bemiddelingsdienst"; 2° paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid, luidende: "Wanneer de schuldenaar van de belasting overeenkomstig artikel 69ter, § 2, is vrijgesteld van de verplichting om gebruik te maken van het in het eerste lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform en hij niet gekozen heeft om langs elektronische weg te communiceren en wanneer overeenkomstig artikel 69ter, § 3, de identificatie van de schuldenaar niet mogelijk is, wordt de in het eerste lid bedoelde aanvraag tot bemiddeling ingediend onder gesloten omslag.".

Art. 64.In artikel 85, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 26 november 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, derde lid worden, de woorden "door middel van het in artikel 69bis, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform" ingevoegd tussen de woorden "ter kennis van de belastingschuldige worden gebracht" en de woorden ", behalve indien de rechten van de Schatkist"; 2° in paragraaf 1 wordt tussen het derde en het vierde lid een lid ingevoegd, luidende: "Wanneer de belastingschuldige overeenkomstig artikel 69ter, § 2, is vrijgesteld van de verplichting om gebruik te maken van het in het derde lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform en hij niet gekozen heeft om langs elektronische weg te communiceren en wanneer overeenkomstig artikel 69ter, § 3, de identificatie van de belastingschuldige niet mogelijk is, wordt de in het derde lid bedoelde verantwoording van de belastingschuld ter kennis gebracht van de belastingschuldige onder gesloten omslag."; 3° in paragraaf 1 wordt het zesde lid, dat het zevende lid wordt, vervangen als volgt: "Behoudens in de gevallen bedoeld in het vijfde en zesde lid, is de datum van kennisgeving de eerste werkdag volgend op de datum waarop de verantwoording van de belastingschuld door middel van het in het derde lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform aan de belastingschuldige is ter kennis gebracht."; 4° in paragraaf 1 wordt het zevende lid, dat het achtste lid wordt, vervangen als volgt: "Wanneer de belastingschuldige overeenkomstig artikel 69ter, § 2, is vrijgesteld van de verplichting om het in het derde lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform te gebruiken en hij niet gekozen heeft om langs elektronische weg te communiceren en wanneer overeenkomstig artikel 69ter, § 3, de identificatie van de belastingschuldige niet mogelijk is, vangt de in het zevende lid bedoelde termijn aan vanaf de derde werkdag volgend op de datum waarop de verantwoording van de belastingschuld werd afgegeven aan de aanbieder van de universele postdienst of aan een aanbieder van postdiensten.". 5° Het bestaande achtste lid wordt opgeheven;6° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "onder gesloten omslag" vervangen door de woorden "door middel van het in artikel 69bis, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform"; 7° in paragraaf 3 wordt het tweede lid vervangen als volgt: "Wanneer de belastingschuldige overeenkomstig artikel 69ter, § 2, is vrijgesteld van de verplichting om gebruik te maken van het in het eerste lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform en hij niet gekozen heeft om langs elektronische weg te communiceren en wanneer overeenkomstig artikel 69ter, § 3, de identificatie van de belastingschuldige niet mogelijk is, wordt de in het eerste lid bedoelde innings- en invorderingsbericht ter kennis gebracht van de belastingschuldige onder gesloten omslag.". HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten

Art. 65.In artikel 32, van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, gewijzigd bij de wet van 11 juli 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) in de bepaling onder 1°, derde lid, worden de woorden "door middel van het in artikel 289octies, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform," ingevoegd tussen de woorden "de kennisgeving" en de woorden "door de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie";b) in de bepaling onder 3° bis, tweede lid, worden de woorden "door middel van het in artikel 289octies, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform of in voorkomend geval op papier," ingevoegd tussen de woorden "de kennisgeving" en de woorden "door de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie".

Art. 66.In artikel 35 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 22 december 1989 en gewijzigd bij de wet van 11 juli 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° het vijfde lid wordt vervangen als volgt: "De rechten en, in voorkomend geval, de geldboetes worden betaald binnen de termijn van één maand, te rekenen vanaf de eerste werkdag volgend op de datum waarop het belastingbericht, bij aangetekende zending, door middel van het in artikel 289octies, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform door de ontvanger is ter beschikking gesteld."; 2° wordt aangevuld met een lid, luidende: "Voor de in artikel 289nonies, § 1, derde lid, bedoelde belastingplichtigen, voor zover ze niet expliciet gekozen hebben om te communiceren langs elektronische weg en voor de belastingplichtigen die zich overeenkomstig artikel 289nonies, § 1, vijfde lid, niet hebben kunnen identificeren bij dit beveiligd platform, worden de rechten en, in voorkomend geval, de geldboetes betaald binnen de termijn van één maand te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van de verzending, bij aangetekende zending onder gesloten omslag, van het belastingbericht door de ontvanger.".

Art. 67.In artikel 68 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 22 december 1989, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° het eerste lid wordt vervangen als volgt: "In het geval van artikel 64 worden de gewone rechten vereffend op een verklaring die, door middel van het in artikel 289octies, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform, tot registratie dient aangeboden.Voor de in artikel 289nonies, § 1, derde lid, bedoelde belastingplichtigen, voor zover ze niet expliciet gekozen hebben om te communiceren langs elektronische weg, en voor de belastingplichtigen die zich overeenkomstig artikel 289nonies, § 1, vijfde lid, niet hebben kunnen identificeren, wordt de verklaring onder gesloten omslag ingediend in het kantoor van het gebied waarin de goederen gelegen zijn."; 2° wordt tussen het eerste en tweede lid een lid ingevoegd, luidende: "De in het eerste lid bedoelde verklaring inzake de gewone rechten dient binnen de eerste vier maanden na het verstrijken van het tiende jaar en op straf van boete gelijk aan de rechten, tot registratie te worden aangeboden en te zijn vereffend."; 3° het tweede lid, die het derde lid wordt, wordt vervangen als volgt: "In het geval van artikel 65, moet de verkrijger ter registratie een verklaring aanbieden door middel van het in artikel 289octies, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform waarin samenstelling en waarde zijn bepaald van de goederen waarvoor hij de rechten wenst te betalen.Voor de in artikel 289nonies, § 1, derde lid, bedoelde belastingplichtigen, voor zover ze niet expliciet gekozen hebben om te communiceren langs elektronische weg en voor de belastingplichtigen die zich overeenkomstig artikel 289nonies, § 1, vijfde lid, niet hebben kunnen identificeren, wordt de verklaring onder gesloten omslag ingediend op bedoeld kantoor."; 4° in het derde lid, dat het vierde lid wordt, worden de woorden "indien ze op papier worden ingediend," ingevoegd tussen de woorden "voorgeschreven verklaringen," en de woorden "welke door belanghebbende" en worden de woorden "Deze verklaringen" vervangen door de woorden "Zowel de elektronische als de papieren verklaringen"."

Art. 68.In artikel 140octies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 22 december 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° wordt het eerste lid vervangen als volgt: "Indien artikel 140quinquies van toepassing is, worden het recht en de interesten vereffend op een verklaring die ter registratie moet worden aangeboden door middel van het in artikel 289octies, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform.Voor de in artikel 289nonies, § 1, derde lid, bedoelde belastingplichtigen, voor zover ze niet expliciet gekozen hebben om te communiceren langs elektronische weg en voor de belastingplichtigen die zich overeenkomstig artikel 289nonies, § 1, vijfde lid, niet hebben kunnen identificeren, wordt de verklaring onder gesloten omslag aangeboden op het kantoor waar het verlaagde recht werd geheven."; 2° wordt tussen het eerste en tweede lid een lid ingevoegd, luidende: "De in het eerste lid bedoelde verklaring moet ter registratie worden aangeboden en worden vereffend binnen de eerste vier maanden na het verstrijken van het jaar tijdens hetwelk één van de oorzaken van opeisbaarheid van het overeenkomstig de artikelen 131 tot 140 verschuldigde recht zich heeft voorgedaan en dit op straf van een boete gelijk aan dit recht."; 3° het tweede lid, dat het derde lid wordt, wordt vervangen als volgt: "Indien artikel 140sexies van toepassing is, moet de begiftigde die de toepassing van het verlaagde recht heeft een verklaring ter registratie aanbieden door middel van het in artikel 289octies, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform waarin de samenstelling en de waarde van de goederen waarvoor hij het overeenkomstig de artikelen 131 tot 140 verschuldigde recht wenst te betalen wordt aangegeven.Voor de in artikel 289nonies, § 1, derde lid, bedoelde belastingplichtigen, voor zover ze niet expliciet gekozen hebben om te communiceren langs elektronische weg en voor de belastingplichtigen die zich overeenkomstig artikel 289nonies, § 1, vijfde lid, niet hebben kunnen identificeren, wordt de verklaring onder gesloten omslag aangeboden op het voormelde registratiekantoor."; 4° in het derde lid worden de woorden "indien ze op papier worden ingediend," ingevoegd tussen de woorden "voorgeschreven verklaringen," en de woorden "welke door begiftigde" en worden de woorden "Deze verklaringen" vervangen door de woorden "Zowel de elektronische als de papieren verklaringen".

Art. 69.In artikel 180, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 21 december 2013, worden de woorden "door middel van het in artikel 289octies, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform" ingevoegd tussen de woorden "hun repertorium voor te leggen" en de woorden "aan de ontvanger van het kantoor".

Art. 70.In artikel 183 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 27 april 2016, worden volgende wijzigingen aangebracht: 1° in de Nederlandse tekst worden in het eerste lid de woorden "van node achten om de richtige heffing" vervangen door de woorden "nodig achten om de correcte heffing"; 2° wordt tussen het eerste en tweede lid een lid ingevoegd, luidende: "Private stichtingen, alle verenigingen en vennootschappen die in België hun hoofdinrichting, een filiale of enigerlei zetel van verrichtingen hebben, bankiers, wisselagenten en wisselagentcorrespondenten, zaakwaarnemers en aannemers, verstrekken in voorkomend geval de in het eerste lid bedoelde inlichtingen door middel van het in artikel 289octies, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform."; 3° in het tweede lid, dat het derde lid wordt, worden de woorden "den administrateur-generaal" vervangen door de woorden "de administrateur-generaal".

Art. 71.In artikel 185 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 10 oktober 1967, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het tweede lid worden de woorden "bij een ter post aangetekend schrijven" vervangen door de woorden "met een aangetekende zending door middel van het in artikel 289octies, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform" en de woorden "De afgifte van het stuk ter post geldt als betekening van de volgende dag af." worden vervangen door de woorden "De ontvangstbevestiging overeenkomstig artikel 289terdecies, geldt als notificatie vanaf de eerste werkdag volgend op de datum waarop de processen-verbaal aan de belanghebbenden ter beschikking gesteld worden door middel van het in artikel 289octies, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform."; 2° wordt aangevuld met twee leden luidende: "Voor de in artikel 289nonies, § 1, derde lid, bedoelde belastingplichtigen, voor zover ze niet expliciet gekozen hebben om te communiceren langs elektronische weg en voor de belastingplichtigen die zich overeenkomstig artikel 289nonies, § 1, vijfde lid, niet hebben kunnen identificeren, mag de in het tweede lid bedoelde betekening gebeuren met een aangetekend schrijven onder gesloten omslag.De afgifte van de zending bij de aanbieder van de universele postdienst of een aanbieder van postdiensten geldt als betekening vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending.

Onverminderd de toepassing van de artikelen 289septies en volgende, mogen de ambtenaren van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie, voorzien van hun aanstellingsbewijs, tijdens de uitoefening van de bevoegdheden die hen bij deze Titel zijn toegekend, elk bericht dat zij ter plaatse opmaken onder gesloten omslag verzenden.".

Art. 72.In artikel 190 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° wordt het eerste lid vervangen als volgt: "De schatting dient gevorderd bij een aanvraag genotificeerd door de ontvanger aan de verkrijgende partij, door middel van het in artikel 289octies, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform.Voor de in artikel 289nonies, § 1, derde lid, bedoelde belastingplichtigen, voor zover ze niet expliciet gekozen hebben om te communiceren langs elektronische weg en voor de belastingplichtigen die zich overeenkomstig artikel 289nonies, § 1, vijfde lid, niet hebben kunnen identificeren, gebeurt de voormelde notificatie onder gesloten omslag."; 2° wordt tussen het eerste en tweede lid een lid ingevoegd, luidende: "De in het eerste lid bedoelde schatting dient gevorderd binnen twee jaar te rekenen van de dag van de registratie van de akte of verklaring.".

Art. 73.In artikel 192 van hetzelfde Wetboek wordt het tweede lid vervangen als volgt: "Het verzoekschrift wordt aan de partij betekend door middel van het in artikel 289octies, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform. Voor de in artikel 289nonies, § 1, derde lid, bedoelde belastingplichtigen, voor zover ze niet expliciet gekozen hebben om te communiceren langs elektronische weg en voor de belastingplichtigen die zich overeenkomstig artikel 289nonies, § 1, vijfde lid, niet hebben kunnen identificeren, gebeurt de bovenvermelde betekening onder gesloten omslag.".

Art. 74.In artikel 194 van hetzelfde Wetboek, wordt het vierde lid aangevuld met de woorden "door middel van het in artikel 289octies, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform. Voor de in artikel 289nonies, § 1, derde lid, bedoelde belastingplichtigen, voor zover ze niet expliciet gekozen hebben om te communiceren langs elektronische weg en voor de belastingplichtigen die zich overeenkomstig artikel 289nonies, § 1, vijfde lid, niet hebben kunnen identificeren bij dit beveiligd platform, wordt deze nieuwe beslissing onder gesloten omslag aan de partij betekend.".

Art. 75.In artikel 195 van hetzelfde Wetboek worden volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid worden de woorden "door middel van het in artikel 289octies, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform" ingevoegd tussen de woorden "notificeert" en de woorden "aan de deskundigen";2° in het tweede lid worden de woorden "door middel van het in artikel 289octies, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform" ingevoegd tussen de woorden "aan de ontvanger" en de woorden "als aan de partij";3° het derde lid wordt vervangen als volgt: "Ieder aan de deskundigen door een der partijen ter inzage verleend bescheid moet tezelfdertijd in afschrift aan de andere partij met een aangetekende zending door middel van het in artikel 289octies, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform worden gezonden.Voor de in artikel 289nonies, § 1, derde lid, bedoelde belastingplichtigen, voor zover ze niet expliciet gekozen hebben om te communiceren langs elektronische weg en voor de belastingplichtigen die zich overeenkomstig artikel 289nonies, § 1, vijfde lid, niet hebben kunnen identificeren, wordt het afschrift verzonden bij aangetekende zending onder gesloten omslag.".

Art. 76.Artikel 198, van hetzelfde Wetboek, wordt vervangen als volgt: "

Art. 198.De krachtens deze afdeling te verrichten betekeningen en notificaties mogen bij aangetekende zending door middel van het in artikel 289octies, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform geschieden. De ontvangstbevestiging overeenkomstig artikel 289terdecies, geldt als notificatie vanaf de eerste werkdag volgend op de datum waarop de voormelde betekeningen en notificaties ter beschikking gesteld zijn aan de belanghebbenden door middel van het in artikel 289octies, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform.

Voor de in artikel 289nonies, § 1, derde lid, bedoelde belastingplichtigen, voor zover ze niet expliciet gekozen hebben om te communiceren langs elektronische weg en voor de belastingplichtigen die zich overeenkomstig artikel 289nonies, § 1, vijfde lid, niet hebben kunnen identificeren, mogen de in het eerste lid bedoelde betekeningen en notificaties geschieden bij aangetekende zending onder gesloten omslag. De afgifte van deze zending bij de aanbieder van de universele postdienst of een aanbieder van postdiensten geldt als notificatie vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending.".

Art. 77.Artikel 2172, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 27 april 2016, wordt vervangen als volgt: "

Art. 2172.De verjaringen voor de teruggaaf van rechten, interesten en boeten worden gestuit door een met redenen omklede aanvraag genotificeerd aan de ontvanger die de ontvangst heeft gedaan of aan de bevoegde adviseur-generaal van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie met een aangetekende zending, door middel van het in artikel 289octies, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform; ze worden eveneens gestuit op de wijze en onder de voorwaarden voorzien door de artikelen 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek.

Voor de in artikel 289nonies, § 1, derde lid, bedoelde belastingplichtigen, voor zover ze niet expliciet gekozen hebben om te communiceren langs elektronische weg en voor de belastingplichtigen die zich overeenkomstig artikel 289nonies, § 1, vijfde lid, niet hebben kunnen identificeren bij het beveiligd elektronisch platform, wordt de stuiting van de hierboven vermelde verjaring door een met redenen omklede aanvraag genotificeerd aan dezelfde ontvanger bij aangetekende zending onder gesloten omslag; ze worden eveneens gestuit op de wijze en onder de voorwaarden voorzien door de artikelen 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek.

Zo de verjaring gestuit werd door een aangetekende zending door middel van het in artikel 289octies, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform, is er een nieuwe verjaring van twee jaar, die slechts op de wijze en onder de voorwaarden voorzien bij de artikelen 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek, kan worden gestuit, verworven twee jaar te rekenen vanaf de eerste werkdag volgend op de datum waarop de beslissing, waarbij de aanvraag werd verworpen, aan de belanghebbende werd ter beschikking gesteld door middel van het voormelde platform. De ontvangstbevestiging, overeenkomstig artikel 289terdecies, geldt als notificatie te rekenen vanaf de eerste werkdag volgend op de datum van terbeschikkingstelling door middel van het beveiligd elektronisch platform.

Zo de verjaring gestuit werd door een aangetekende zending onder gesloten omslag, is er een nieuwe verjaring van twee jaar, die slechts op de wijze en onder de voorwaarden voorzien bij de artikelen 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek kan worden gestuit, verworven twee jaar te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de beslissing, waarbij de aanvraag werd verworpen, aan de belanghebbende onder gesloten omslag. De aanbieding van de aangetekende zending bij de aanbieder van de universele postdienst of een aanbieder van postdiensten geldt als notificatie te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending.".

Art. 78.In artikel 219 van hetzelfde Wetboek worden volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het tweede lid worden de woorden "door middel van het in artikel 289octies, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform" ingevoegd tussen de woorden "tot bemiddeling indienen" en de woorden "bij de fiscale bemiddelingsdienst"; 2° wordt tussen het tweede en derde lid een lid ingevoegd, luidende: "Voor de in artikel 289nonies, § 1, derde lid, bedoelde belastingplichtigen, voor zover ze niet expliciet gekozen hebben om te communiceren langs elektronische weg en voor de belastingplichtigen die zich overeenkomstig artikel 289nonies, § 1, vijfde lid, niet hebben kunnen identificeren bij dit beveiligd platform, wordt de in het tweede lid bedoelde aanvraag tot bemiddeling ingediend onder gesloten omslag.".

Art. 79.Artikel 227 van hetzelfde Wetboek, wordt vervangen als volgt: "

Art. 227.Iedere openbare officier die met een openbare verkoop van roerende voorwerpen belast is, moet, op straffe van een geldboete van 25 euro, vooraf daarvan kennis geven met een aangetekende zending door middel van het in artikel 289octies, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform aan de ontvanger in wiens ambtsgebied de verkoop moet worden gehouden.

Deze kennisgeving moet gedateerd en ondertekend zijn, de identiteit, woonplaats en hoedanigheid van de openbare ambtenaar en de verzoeker bevatten evenals de plaats, de dag en het uur aangeven waarop de verkoop zal worden gehouden.

Deze formaliteit geldt niet voor de verkoop van aan Staat, provinciën, gemeenten of openbare instellingen toebehorende roerende voorwerpen.".

Art. 80.In artikel 289bis, § 12, derde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 20 december 2019, worden de woorden "per aangetekende brief" vervangen door de woorden "met een aangetekende zending".

Art. 81.In hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 289ter ingevoegd, luidende: "

Art. 289quater.De artikelen 289quinquies tot 289terdecies zijn van toepassing in het kader van de dematerialisatie van de relatie tussen de Federale Overheidsdienst Financiën, de belastingplichtigen en bepaalde derden.".

Art. 82.In hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 289quinquies ingevoegd, luidende: "

Art. 289quinquies.Voor de toepassing van de bepalingen van dit Wetboek, de bijzondere wetsbepalingen met betrekking tot de registratie-, hypotheek- en griffierechten of de ter uitvoering ervan genomen besluiten, wordt verstaan onder: 1° "aangetekende zending", de brief, al dan niet met een ontvangstbevestiging, neergelegd bij de aanbieder van de universele postdienst of een aanbieder van postdiensten en al dan niet elektronisch verzonden door deze laatste aan een vooraf vastgestelde bestemmeling, die een juridische waarde heeft daar zij toelaat het bewijs te bekomen van de datum van verzending en de ontvangst ervan door de bestemmeling;2° "eBox": de dienst aangeboden aan de natuurlijke personen door de Federale Overheidsdienst bevoegd voor Digitale Agenda en aan de houders van een ondernemingsnummer aangeboden door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, ingesteld door de wet van 27 februari 2019 inzake elektronische uitwisseling van berichten door middel van de eBox, die gebruikers toelaat om elektronische berichten uit te wisselen met de Federale Overheidsdienst Financiën;3° "geavanceerd elektronisch zegel": elektronisch zegel in de zin van artikel 36 van Verordening (EU) nr.910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van richtlijn 1999/93/EG.".

Art. 83.In hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 289sexies ingevoegd, luidende: "

Art. 289sexies.Voor de toepassing van de artikelen 289septies tot 289terdecies heeft de volgende term de hieronder gedefinieerde betekenis: "bericht": alle schriftelijke mededelingen betreffende de rechten en verplichtingen opgenomen in dit Wetboek, de bijzondere bepalingen op het stuk registratie, hypotheek en griffierechten of de ter uitvoering ervan genomen besluiten, inclusief brieven, formulieren en zendingen van gegevens, ongeacht de gebruikte drager.".

Art. 84.In hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 289septies ingevoegd, luidende: "

Art. 289septies.§ 1. Elk bericht verzonden onder gesloten omslag aan de Federale Overheidsdienst Financiën, in het kader van de toepassing van dit Wetboek, de bijzondere wetsbepalingen met betrekking tot de registratie-, hypotheek- en griffierechten of de ter uitvoering ervan genomen besluiten, wordt voor de administratie die bevoegd is voor de registratie-, hypotheek- en griffierechten, gereproduceerd, geregistreerd en bewaard op het in artikel 289octies, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform, volgens een informatica- of telegeleidingstechniek.

Het aldus gedigitaliseerd beeld van het bericht verzonden aan de Federale Overheidsdienst Financiën, verkregen door middel van een informatica- of telegeleidingstechniek, heeft, voor de toepassing van bepalingen van dit Wetboek, de bijzondere wetsbepalingen met betrekking tot de registratie-, hypotheek- en griffierechten of de ter uitvoering ervan genomen besluiten, bewijskracht voor zover het de getrouwe en duurzame kopie is van het geschrift waarvan het afkomstig is en het voorzien is van een geavanceerd elektronische zegel dat aan de in artikel 36 van de Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van richtlijn 1999/93/EG vermelde eisen voldoet.

In dat geval is de vernietiging van het papieren origineel toegestaan.

De Koning bepaalt welke papieren documenten moeten worden bewaard, zelfs na digitalisering. § 2. Elk bericht verzonden in het kader van de toepassing van de bepalingen van dit Wetboek, de bijzondere wetsbepalingen met betrekking tot de registratie-, hypotheek- en griffierechten of de ter uitvoering ervan genomen besluiten, door de administratie die bevoegd is voor de registratie-, hypotheek- en griffierechten, wordt gegenereerd langs elektronische weg en ter beschikking gesteld op het in artikel 289octies, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform.

Wanneer de Federale Overheidsdienst Financiën, in toepassing van artikel 289nonies, § 1, derde lid, met de belastingplichtige langs de papieren weg moet communiceren, heeft elke materialisatie van een bericht in het kader van de toepassing van de bepalingen van dit Wetboek, de bijzondere wetsbepalingen met betrekking tot de registratie-, hypotheek- en griffierechten of de ter uitvoering ervan genomen besluiten, door de administratie verzonden onder gesloten omslag, dezelfde bewijskracht als het elektronisch origineel voor zover de materialisatie onder gesloten omslag de unieke referentie bevat van een geavanceerd elektronisch zegel dat voldoet aan de eisen bedoeld in paragraaf 1, tweede lid. Elke materialisatie onder gesloten omslag stemt overeen met de inhoud van het elektronisch origineel van het bericht bewaard op het beveiligd platform.".

Art. 85.In hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 289octies ingevoegd, luidende: "

Art. 289octies.Binnen de grenzen van de voorwaarden opgelegd door de artikelen 289nonies tot en met 289undecies en in het kader van haar bevoegdheden, is de Federale Overheidsdienst Financiën gemachtigd om te communiceren langs elektronische weg.

Voor de uitvoering van de bepalingen van de voormelde artikelen 289nonies tot en met 289undecies stelt zij door middel van een beveiligd elektronisch platform aan de belastingplichtigen en bepaalde derden elektronische diensten ter beschikking die door middel van aangepaste beveiligingstechnieken, de oorsprong en de integriteit van de inhoud, de tijdsaanduiding evenals de bewaring van het verzonden bericht garanderen.".

Art. 86.In hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 289nonies ingevoegd, luidende: "

Art. 289nonies.§ 1. Behoudens wanneer de wettelijke of reglementaire bepalingen anders bepalen, wordt elk bericht aan de Federale Overheidsdienst Financiën dat uitgaat van de belastingplichtigen, verzonden door middel van het in artikel 289octies, tweede lid bedoelde beveiligd elektronisch platform met uitzondering van elk bericht dat ter plaatste wordt opgemaakt overeenkomstig artikel 185, vierde lid.

Behoudens wanneer de wettelijke of reglementaire bepalingen anders bepalen, wordt elk bericht aan de Federale Overheidsdienst Financiën, betreffende de rechten en verplichtingen van een belastingplichtige inzake de vestiging en de inning van de registratie-, hypotheek- en griffierechten, dat uitgaat van een derde, waarmee hij al dan niet rechtstreeks of onrechtstreeks in betrekking is, eveneens verzonden door middel van het in artikel 289octies, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform.

De in paragraaf 1, eerste lid, bedoelde belastingplichtigen, natuurlijke personen, alsook de in paragraaf 1, tweede lid, bedoelde derde, natuurlijke persoon, kunnen blijvend gebruik maken van een gesloten omslag voor zover zij niet expliciet gekozen hebben om langs elektronische weg te communiceren met de Federale Overheidsdienst Financiën.

De keuze van de in paragraaf 1, derde lid, bedoelde belastingplichtigen en derden, om al dan niet langs elektronische weg te communiceren met de Federale Overheidsdienst Financiën gebeurt door de activering of deactivering van de eBox.

Wanneer de in paragraaf 1, eerste lid, bedoelde belastingplichtigen, behoudens natuurlijke personen, alsook de in paragraaf 2 bedoelde professionele derden die handelen binnen de uitoefening van hun beroep, zich niet hebben kunnen identificeren bij het in artikel 289octies, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform, wordt elk bericht eveneens verzonden onder gesloten omslag.

De keuze van de in paragraaf 1, derde lid, bedoelde belastingplichtigen en derden om al dan niet langs elektronische weg te communiceren met de Federale Overheidsdienst Financiën, zal geen invloed hebben op een lopend onderzoek. § 2. Professionele derden die handelen binnen de uitoefening van hun beroep, zijn verplicht om elk bericht door middel van het in artikel 289octies, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform te verzenden.

Indien wettelijke of reglementaire bepalingen expliciet het gebruik van een papieren drager verplichten, kan er echter geen gebruik worden gemaakt van de elektronische weg. § 3. De Koning bepaalt: 1° de modaliteiten met betrekking tot de toegang tot het in artikel 289octies, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform en het gebruik ervan; 2° de gevallen waarin de in paragraaf 1, vijfde lid, bedoelde identificatie bij het beveiligd platform niet mogelijk zal zijn.".

Art. 87.In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 289decies ingevoegd, luidende: "

Art. 289decies.§ 1. Behoudens indien de wettelijke of reglementaire bepalingen anders bepalen, wordt elk bericht van de Federale Overheidsdienst Financiën aan de belastingplichtigen verzonden door middel van het in artikel 289octies, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform met uitzondering van elk bericht dat ter plaatste wordt opgemaakt overeenkomstig artikel 185, vierde lid. De belastingplichtigen die de verplichting hebben om te communiceren langs elektronische weg hebben de verplichting om hun eBox te activeren.

Behoudens wanneer de wettelijke of reglementaire bepalingen anders bepalen, wordt elk bericht van de Federale Overheidsdienst Financiën aan een derde waarmee de belastingplichtige al dan niet rechtstreeks of onrechtstreeks in betrekking is, eveneens verzonden door middel van het in artikel 289octies, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform.

Wanneer een aangetekende zending vereist wordt door de bepalingen van dit Wetboek, de bijzondere wetsbepalingen met betrekking tot de registratie-, hypotheek- en griffierechten of de ter uitvoering ervan genomen besluiten komt, in afwijking van artikel 289quinquies, 1°, en in toepassing van artikel 7 van de wet van 27 februari 2019 inzake de elektronische uitwisseling van berichten door middel van de eBox, de notificatie door middel van de eBox die aangeeft dat het bericht ter beschikking gesteld is door de Federale Overheidsdienst Financiën op het beveiligd elektronisch platform, overeen met een aangetekende zending van het bericht, al dan niet met ontvangstbewijs.

De belastingplichtigen die, alhoewel ze overeenkomstig artikel 289nonies, § 1, derde lid, zijn vrijgesteld van de verplichting om het in artikel 289octies, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform te gebruiken, er toch voor gekozen hebben om langs elektronische weg te communiceren met de Federale Overheidsdienst Financiën, ontvangen eveneens elk bericht door middel van het in artikel 289octies, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform.

De belastingplichtigen die overeenkomstig artikel 289nonies, § 1, derde lid, zijn vrijgesteld van de verplichting om het in artikel 289octies, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform te gebruiken en die niet gekozen hebben om met de FOD Financiën te communiceren langs elektronische weg, ontvangen elk bericht onder gesloten omslag. Dit is eveneens het geval wanneer de identificatie van de belastingplichtige bij het beveiligd elektronisch platform overeenkomstig artikel 289nonies, vijfde lid, niet mogelijk is.

Wanneer het in het eerste lid bedoelde bericht betrekking heeft op gehuwden en wettelijk samenwonenden en slechts één van de twee gehuwden of wettelijk samenwonenden expliciet gekozen heeft om langs elektronische weg te communiceren met de Federale Overheidsdienst Financiën, wordt dit bericht eveneens onder gesloten omslag verzonden naar de gehuwde of de wettelijk samenwonende die niet gekozen heeft om langs elektronische weg te communiceren.

In dit geval is het de derde werkdag die volgt op de datum van verzending van het onder gesloten omslag verzonden bericht, die het vertrekpunt zal zijn van de termijnen die van toepassing zijn voor het vervullen van de verplichtingen in dit Wetboek, de bijzondere wetsbepalingen met betrekking tot de registratie-, hypotheek- en griffierechten of de ter uitvoering ervan genomen besluiten. § 2. De Koning bepaalt de toepassingsmodaliteiten van de in paragraaf 1, eerste lid, bedoelde procedure.".

Art. 88.In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 289undecies ingevoegd, luidende: "

Art. 289undecies.Wanneer, het bericht door middel van het in artikel 289octies, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform niet verzonden kan worden ingevolge overmacht, inzonderheid wegens het technisch gebrekkig functioneren van het platform, van één van de componenten en/of van de elektronische diensten van het genoemde platform, zal dit bericht worden verzonden hetzij door middel van een gelijkwaardige procedure die over dezelfde garanties als de elektronische procedure beschikt inzake de oorsprong, de integriteit van de inhoud, de tijdsaanduiding, evenals de bewaring van het verzonden bericht, hetzij onder gesloten omslag.

De Koning kan de van toepassing zijnde termijn verlengen indien de overmacht het de belastingplichtige onmogelijk heeft gemaakt om een termijn na te leven, die van toepassing is voor de vervulling van de rechten en verplichtingen opgenomen in dit Wetboek, in de bijzondere wetsbepalingen met betrekking tot de registratie-, hypotheek- en griffierechten of in de tot uitvoering ervan genomen besluiten.

De Koning bepaalt: 1° de datum van uitwerking van het bericht verzonden door middel van de in het eerste lid bedoelde gelijkwaardige procedure;2° de modaliteiten met betrekking tot het gebruik van alternatieve verzendingswijzen; 3° de modaliteiten met betrekking tot het gebruik van de papieren weg.".

Art. 89.In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 289duodecies ingevoegd, luidende: "

Art. 289duodecies.Wanneer de papieren weg is toegestaan, wordt elk bericht verzonden onder gesloten omslag gelijkgesteld met een bericht verzonden door middel van het in artikel 289octies, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform en wordt geacht dezelfde rechtsgevolgen te hebben als deze voorzien door de toepasselijke wettelijke en reglementaire bepalingen op elk bericht verzonden langs elektronische weg.

De bepalingen van dit Wetboek, de bijzondere wetsbepalingen met betrekking tot de registratie-, hypotheek- en griffierechten en de ter uitvoering ervan genomen besluiten zijn van toepassing op elk bericht.".

Art. 90.In hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 289terdecies ingevoegd, luidende: "

Art. 289terdecies.Elk bericht van de belastingplichtigen of derden overeenkomstig artikel 289nonies, § 1, eerste lid, maakt het voorwerp uit van een automatische elektronische ontvangstbevestiging. De datum van de ontvangstbevestiging geldt als datum van ontvangst van het bericht door de Federale Overheidsdienst Financiën.

Elk bericht van de Federale Overheidsdienst Financiën overeenkomstig artikel 289decies, § 1, eerste lid, bevat een datum van de terbeschikkingstelling van het bericht, die de van toepassing bepaalde termijnen doet lopen voor het vervullen van de rechten en verplichtingen opgenomen in dit Wetboek, de bijzondere wetsbepalingen met betrekking tot de registratie-, hypotheek- en griffierechten of de ter uitvoering ervan genomen besluiten komt.". HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van het Wetboek der successierechten

Art. 91.Artikel 20, tweede lid, van het Wetboek der successierechten, gewijzigd bij de wet van 11 juli 2018, wordt vervangen als volgt: "Zij geven dienaangaande hun beslissing te kennen bij aangetekende zending door middel van het in artikel 162quater, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform. Voor de in artikel 162quinquies, § 1, derde lid bedoelde erfgenamen, algemene legatarissen en begiftigden en, in `t algemeen, al wie gehouden is tot het indienen van een aangifte van nalatenschap, voor zover ze niet expliciet gekozen hebben om te communiceren langs elektronische weg, of wanneer zij zich overeenkomstig artikel 162quinquies, § 1, vijfde lid, niet hebben kunnen identificeren, wordt de beslissing onder gesloten omslag bij aangetekende zending gezonden aan het kantoor waar de aangifte ingeleverd moet worden."

Art. 92.Artikel 34, eerste lid, van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt: "Het bestuur is, in al de gevallen, bevoegd om van de aangevers het overleggen te vorderen door middel van het in artikel 162quater, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform van een verklaring van de schuldeiser, waarbij wordt bevestigd dat een in het passief opgenomen schuld ten laste van de overledene op de dag van zijn overlijden bestond. Voor de in artikel 162quinquies, § 1, derde lid, bedoelde erfgenamen, algemene legatarissen en begiftigden, voor zover ze niet expliciet gekozen hebben om te communiceren langs elektronische weg, en voor hen die zich overeenkomstig artikel 162quinquies, § 1, vijfde lid, niet hebben kunnen identificeren, wordt de verklaring verzonden onder gesloten omslag.".

Art. 93.Artikel 38, 1°, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 7 maart 2002, wordt vervangen als volgt: "Evenwel, in geval van stilzitten van de erfgenamen, algemene legatarissen en begiftigden, zijn de legatarissen en begiftigden ten algemene of bijzondere titel ertoe gehouden, op verzoek van de ontvanger bij aangetekende zending door middel van het in artikel 162quater, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform, de aangifte door middel van het voormeld elektronisch platform in te dienen voor datgene wat hen betreft, en dit uiterlijk binnen de maand te rekenen vanaf de eerste werkdag volgend op de terbeschikkingstelling door middel van het voormelde platform. Voor de in artikel 162quinquies, § 1, derde lid, bedoelde legatarissen en begiftigden ten algemene of bijzondere titel, voor zover ze niet expliciet gekozen hebben om te communiceren langs elektronische weg evenals voor hen die zich overeenkomstig artikel 162quinquies, § 1, vijfde lid, niet hebben kunnen identificeren, wordt de aangifte ingeleverd onder gesloten omslag, en zulks uiterlijk binnen de maand te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de afgifte van de voormelde aangetekende zending bij de aanbieder van de universele postdienst of een aanbieder van postdiensten.".

Art. 94.Artikel 45 van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met twee leden, luidende: "Dit formulier wordt ter beschikking gesteld door middel van het in artikel 162quater, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform.

Voor de in artikel 162quinquies, § 1, derde lid, bedoelde erfgenamen, legatarissen en begiftigden, voor zover ze niet expliciet gekozen hebben om te communiceren langs elektronische weg evenals voor hen die zich overeenkomstig artikel 162quinquies, § 1, vijfde lid, niet hebben kunnen identificeren, wordt het formulier op papier ter beschikking gesteld.".

Art. 95.Artikel 833, achtste lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 21 juni 2001, wordt vervangen als volgt: "De erfgenamen, legatarissen of begiftigden dienen de schattingsaanvraag in met een aangetekende zending bij de voorzitter van de in artikel 834 bedoelde bijzondere commissie. Deze aanvraag wordt terzelfder tijd met een aangetekende zending aan de ontvanger van het bureau waar de aangifte moet worden ingediend betekend door middel van het in artikel 162quater, tweede lid bedoelde beveiligd elektronisch platform. Voor de in artikel 162quinquies, § 1, derde lid, bedoelde erfgenamen, legatarissen en begiftigden, voor zover ze niet expliciet gekozen hebben om te communiceren langs elektronische weg evenals voor hen die zich overeenkomstig artikel 162quinquies, § 1, vijfde lid, niet hebben kunnen identificeren, wordt de schattingsaanvraag met een aangetekende zending onder gesloten omslag betekend aan de voormelde ontvanger.".

Art. 96.In artikel 90 van hetzelfde Wetboek, worden het derde en vierde lid vervangen als volgt: "De erfgenamen, legatarissen en begiftigden, evenals de openbare ambtenaren die ermee belast zijn de goederen van de erfenis te verkopen of te hypothekeren, zijn, tegen betaling van een door de minister van Financiën vast te stellen retributie, ertoe gerechtigd door middel van het in artikel 162quater, tweede lid bedoelde beveiligd elektronisch platform, van de ontvanger een attest te vorderen dat vermelding houdt van de wegens de ingeleverde aangiften verschuldigde sommen, zomede van die waaromtrent vervolgingen ingespannen zijn. Voor de in artikel 162quinquies, § 1, derde lid, bedoelde erfgenamen, legatarissen en begiftigden, voor zover ze niet expliciet gekozen hebben om te communiceren langs elektronische weg evenals voor hen die zich overeenkomstig artikel 162quinquies, § 1, vijfde lid, niet hebben kunnen identificeren, wordt het voormelde attest gevorderd onder gesloten omslag.

Dit attest dient binnen de maand te rekenen vanaf de eerste werkdag volgend op de terbeschikkingstelling van de aanvraag met een aangetekende zending door middel van het in artikel 162quater, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform verstrekt. Voor de in artikel 162quinquies, § 1, derde lid, bedoelde erfgenamen, legatarissen en begiftigden, voor zover ze niet expliciet gekozen hebben om te communiceren langs elektronische weg evenals voor hen die zich overeenkomstig artikel 162quinquies, § 1, vijfde lid, niet hebben kunnen identificeren, wordt het attest binnen de maand te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de aanvraag met een aangetekende zending onder gesloten omslag verstrekt.".

Art. 97.Artikel 91 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 27 april 2016, wordt vervangen als volgt: "

Art. 91.Zo de belanghebbenden, alvorens de rechten van successie of van overgang bij overlijden gekweten te hebben, de gezamenlijke bezwaarde goederen of een deel ervan van de hypotheek willen bevrijden, vragen zij dit door middel van het in artikel 162quater, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform aan de bevoegde adviseur-generaal van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie binnen wiens ambtsgebied het kantoor van heffing gelegen is.

Voor de in artikel 162quinquies, § 1, derde lid, bedoelde erfgenamen, legatarissen en begiftigden, voor zover ze niet expliciet gekozen hebben om te communiceren langs elektronische weg evenals voor hen die zich overeenkomstig artikel 162quinquies, § 1, vijfde lid, niet hebben kunnen identificeren, wordt de vraag onder gesloten omslag verzonden aan de in het eerste lid bedoelde adviseur-generaal.

Deze aanvraag wordt aangenomen zo de Staat voor het verschuldigd bedrag reeds voldoende zekerheid heeft of zo deze hem gegeven wordt.".

Art. 98.In artikel 98 van hetzelfde Wetboek, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het vijfde lid wordt de zin "De kennisgeving moet geschieden bij aangetekende brief;met het opmaken van de lijst of de inventaris mag men niet beginnen vóór de vijfde dag na die waarop de brief van kennisgeving ter post werd besteld." vervangen als volgt: "De kennisgeving moet geschieden bij aangetekende zending door middel van het in artikel 162quater, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform; met het opmaken van de lijst of de inventaris mag men niet beginnen vóór de vijfde dag na de datum van de ontvangstbevestiging overeenkomstig artikel 162nonies."; 2° wordt aangevuld met een lid luidende: "Voor de in artikel 97, bedoelde besturen en openbare instellingen, de stichtingen van openbaar nut en de openbare of ministeriële ambtenaren kan de kennisgeving geschieden bij aangetekende zending onder gesloten omslag;met het opmaken van de lijst of de inventaris mag men niet beginnen vóór de vijfde dag na de datum van verzending van de kennisgeving.".

Art. 99.In artikel 101, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, worden de woorden "af te geven" vervangen door de woorden "te bezorgen door middel van het in artikel 162quater, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform.".

Art. 100.In artikel 1021 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 27 april 2016, worden volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid, wordt de bepaling onder 5° vervangen als volgt: "5° Gezegde registers en geschriften zonder verplaatsing mededelen, door middel van het in artikel 162quater, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform, aan de ambtenaren van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie.De in artikel 162quinquies, § 1, derde lid, bedoelde erfgenamen, legatarissen en begiftigden, voor zover ze niet expliciet gekozen hebben om te communiceren langs elektronische weg evenals zij die zich overeenkomstig artikel 162quinquies, § 1, vijfde lid, niet hebben kunnen identificeren, delen de gezegde registers en geschriften zonder verplaatsing mee, bij aangetekende zending onder gesloten omslag."; 2° Het tweede lid wordt vervangen als volgt: "Alvorens hun werkzaamheden aan te vangen moeten de verhuurders van brandkasten daarenboven de daartoe aangewezen ambtenaar, door middel van het in artikel 162quater, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform, bericht geven van het feit dat zij brandkasten verhuren en de plaats nauwkeurig aanduiden waar de kasten zich bevinden.".

Art. 101.In artikel 1023, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 27 april 2016, worden de woorden "bij aangetekende brief" vervangen door de woorden "met een aangetekende zending door middel van het in artikel 162quater, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform".

Art. 102.In artikel 1031 van hetzelfde Wetboek worden de woorden "door middel van het in artikel 162quater, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform" ingevoegd tussen de woorden "bericht te geven" en de woorden "van het bestaan van".

Art. 103.In artikel 105 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 10 oktober 1967, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het tweede lid worden de woorden "bij een ter post aangetekend schrijven" vervangen door de woorden "met een aangetekende zending door middel van het in artikel 162quater, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform."; 2° in het tweede lid wordt de zin "De afgifte van het stuk ter post geldt als betekening van de volgende dag af." vervangen door de zin "De betekening geldt vanaf de eerste werkdag volgend op de terbeschikkingstelling ervan door middel van het voormelde elektronische platform."; 3° het wordt aangevuld met twee leden, luidende: "Voor de in artikel 162quinquies, § 1, derde lid, bedoelde belanghebbenden, voor zover ze niet expliciet gekozen hebben om te communiceren langs elektronische weg evenals voor hen die zich overeenkomstig artikel 162quinquies, § 1, vijfde lid, niet hebben kunnen identificeren, mag de betekening gebeuren met een aangetekend schrijven onder gesloten omslag.De afgifte van de zending bij de aanbieder van de universele postdienst of een aanbieder van postdiensten geldt als betekening vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending.

Onverminderd de toepassing van de artikelen 162ter en volgende, mogen de ambtenaren van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie, voorzien van hun aanstellingsbewijs, tijdens de uitoefening van de bevoegdheden die hen bij dit Boek zijn toegekend, elk bericht dat zij ter plaatse opmaken onder gesloten omslag verzenden.".

Art. 104.In artikel 107, eerste lid, van hetzelfde Wetboek worden volgende wijzigingen aangebracht: 1° de woorden "door middel van het in artikel 162quater, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform," worden ingevoegd tussen de woorden "van de administrateur-generaal" en de woorden "de overlegging"; 2° wordt aangevuld met de woorden "Voor de in artikel 162quinquies, § 1, derde lid, bedoelde erfgenamen, legatarissen of begiftigden, die niet gekozen hebben om te communiceren langs elektronische weg evenals voor hen die zich overeenkomstig artikel 162quinquies, § 1, vijfde lid, niet hebben kunnen identificeren, wordt de overlegging geëist onder gesloten omslag.".

Art. 105.In artikel 112, eerste lid, van hetzelfde Wetboek worden volgende wijzigingen aangebracht: 1° de woorden "door middel van het in artikel 162quater, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform," worden ingevoegd tussen de woorden "gebracht van de partij" en de woorden "binnen de twee jaar"; 2° wordt aangevuld met de woorden "Voor de in artikel 162quinquies, § 1, derde lid, bedoelde erfgenamen, legatarissen of begiftigden, die niet gekozen hebben om te communiceren langs elektronische weg evenals voor hen die zich overeenkomstig artikel 162quinquies, § 1, vijfde lid, niet hebben kunnen identificeren, gebeurt de kennisgeving onder gesloten omslag.".

Art. 106.Artikel 114, tweede lid, van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt: "Dit verzoekschrift wordt aan de partij betekend door middel van het in artikel 162quater, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform. Voor de in artikel 162quinquies, § 1, derde lid, bedoelde erfgenamen, legatarissen of begiftigden, die niet gekozen hebben om te communiceren langs elektronische weg evenals voor hen die zich overeenkomstig artikel 162quinquies, § 1, vijfde lid, niet hebben kunnen identificeren, gebeurt de betekening onder gesloten omslag.".

Art. 107.In artikel 117 van hetzelfde Wetboek, worden volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid worden de woorden "door middel van het in artikel 162quater, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform" ingevoegd tussen de woorden "de ontvanger notifieert" en de woorden "aan de schatters";2° in het tweede lid worden de woorden "door middel van het in artikel 162quater, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform" ingevoegd tussen de woorden "aan de ontvanger" en de woorden "als aan de partij";3° in het derde lid worden de woorden "onder aangetekende omslag" vervangen door de woorden "bij aangetekende zending door middel van het in artikel 162quater, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform.Voor de in artikel 162quinquies, § 1, derde lid, bedoelde erfgenamen, legatarissen of begiftigden, die niet gekozen hebben om te communiceren langs elektronische weg evenals voor hen die zich overeenkomstig artikel 162quinquies, § 1, vijfde lid, niet hebben kunnen identificeren, wordt het afschrift verzonden onder gesloten omslag.".

Art. 108.Artikel 122, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, wordt vervangen als volgt: "De betekeningen en notificaties te doen krachtens de bepalingen van deze afdeling, hetzij aan de partijen of aan de schatters, hetzij door de partijen of door de schatters, mogen geschieden met een aangetekende zending door middel van het in artikel 162quater, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform. De betekening aan de partijen of aan de schatters geldt vanaf de eerste werkdag volgend op de terbeschikkingstelling door middel van het voormelde platform.

Wanneer dezelfde betekeningen en notificaties gedaan worden door de partijen of de schatters geldt de betekening vanaf de eerste werkdag volgend op de ontvangstbevestiging overeenkomstig artikel 162nonies.

Voor de in artikel 162quinquies, § 1, derde lid, bedoelde erfgenamen, legatarissen of begiftigden, die niet gekozen hebben om te communiceren langs elektronische weg evenals voor hen die zich overeenkomstig artikel 162quinquies, § 1, vijfde lid, niet hebben kunnen identificeren, mogen de betekeningen en notificaties geschieden bij aangetekende zending onder gesloten omslag. De afgifte van de zending bij de aanbieder van de universele postdienst of een aanbieder van postdiensten geldt als betekening vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending.".

Art. 109.In artikel 124 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 13 juli 2001 en bekrachtigd bij de wet van 26 juni 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° wordt het tweede lid vervangen als volgt: "Zo de verzuimde aangifte betrekking heeft op een nalatenschap of op een voorwerp niet vatbaar voor rechten, wordt elke overtreder met een aangetekende zending door middel van het in artikel 162quater, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform, aangemaand de aangifte in te leveren.Er is een boete van 25 euro verschuldigd door elke overtreder, na vijftien dagen te rekenen vanaf de eerste werkdag volgend op de terbeschikkingstelling van de aangetekende zending."; 2° wordt aangevuld met een lid, luidende: "Voor de in artikel 162quinquies, § 1, derde lid, bedoelde erfgenamen, legatarissen of begiftigden, die niet gekozen hebben om te communiceren langs elektronische weg evenals voor hen die zich overeenkomstig artikel 162quinquies, § 1, vijfde lid, niet hebben kunnen identificeren, wordt de aanmaning om de aangifte in te leveren, verzonden bij aangetekende zending onder gesloten omslag.Na vijftien dagen, te rekenen vanaf de derde werkdag na de verzending van de aanmaning, is een boete van 25 euro verschuldigd door elke overtreder.".

Art. 110.In artikel 135 van hetzelfde Wetboek worden volgende wijzigingen aangebracht: 1° worden de woorden "door middel van het in artikel 162quater, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform" ingevoegd tussen de woorden "een aangifte" en de woorden ", die het feit aanduidt"; 2° wordt aangevuld met een lid luidende: "Voor de in artikel 162quinquies, § 1, derde lid, bedoelde erfgenamen, legatarissen of begiftigden, die niet gekozen hebben om te communiceren langs elektronische weg evenals voor hen die zich overeenkomstig artikel 162quinquies, § 1, vijfde lid, niet hebben kunnen identificeren, wordt de in het eerste lid bedoelde aangifte ingeleverd onder gesloten omslag.".

Art. 111.Artikel 1402, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 april 2016, wordt vervangen als volgt: "

Art. 1402.De verjaringen voor de teruggaaf van rechten, interesten en boeten worden gestuit door een met redenen omklede aanvraag genotificeerd aan de ontvanger die de ontvangst heeft gedaan of aan de bevoegde adviseur-generaal van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie bij aangetekende zending door middel van het in artikel 162quater, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform; ze worden eveneens gestuit op de wijze en onder de voorwaarden voorzien door artikelen 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek. Voor de in artikel 162quinquies, § 1, derde lid, bedoelde erfgenamen, legatarissen of begiftigden, die niet gekozen hebben om te communiceren langs elektronische weg evenals voor hen die zich overeenkomstig artikel 162quinquies, § 1, vijfde lid, niet hebben kunnen identificeren, wordt de stuiting van de hierboven vermelde verjaring door een met redenen omklede aanvraag genotificeerd aan dezelfde ontvanger bij aangetekende zending onder gesloten omslag; ze worden eveneens gestuit op de wijze en onder de voorwaarden voorzien door artikelen 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek.

Zo de verjaring gestuit werd door een aangetekende zending door middel van het in artikel 162quater, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform, is er een nieuwe verjaring van twee jaar, die slechts op de wijze en onder de voorwaarden voorzien bij artikelen 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek kan worden gestuit, verworven twee jaar te rekenen vanaf de eerste werkdag volgend op de datum waarop de beslissing, waarbij de aanvraag werd verworpen, aan de belanghebbende werd ter beschikking gesteld door middel van het voormelde platform. De ontvangstbevestiging, overeenkomstig artikel 162nonies, geldt als notificatie te rekenen vanaf de eerste werkdag volgend op de datum van terbeschikkingstelling door middel van het beveiligd elektronisch platform.

Zo de verjaring gestuit werd door een aangetekende zending onder gesloten omslag, is er een nieuwe verjaring van twee jaar, die slechts op de wijze en onder de voorwaarden voorzien bij artikelen 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek kan worden gestuit, verworven twee jaar te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de beslissing, waarbij de aanvraag werd verworpen, aan de belanghebbende onder gesloten omslag. De aanbieding van de aangetekende zending bij de aanbieder van de universele postdienst of een aanbieder van postdiensten geldt als notificatie te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending.".

Art. 112.In artikel 143 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 11 juli 2018, worden volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid worden de woorden "door middel van het in artikel 162quater, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform" ingevoegd tussen de woorden "van de successierechten" en de woorden "afschriften of uittreksels"; 2° wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, luidende: "Voor de in artikel 162quinquies, § 1, derde lid, bedoelde erfgenamen, legatarissen of begiftigden, die niet gekozen hebben om te communiceren langs elektronische weg evenals voor hen die zich overeenkomstig artikel 162quinquies, § 1, vijfde lid, niet hebben kunnen identificeren, gebeurt de uitreiking onder gesloten omslag.".

Art. 113.Artikel 146 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt: "

Art. 146.De onder artikelen 143 tot 145 voorziene inlichtingen moeten insgelijks door middel van het in artikel 162quater, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform verstrekt worden aan de lasthebber van de belanghebbenden, op voorwaarde dat men van de lastgeving laat blijken.

Wanneer de lasthebber een natuurlijke persoon is die niet handelt binnen de uitoefening van zijn beroep, op voorwaarde dat hij van zijn lastgeving laat blijken, moeten de bovenvermelde inlichtingen onder gesloten omslag worden verstrekt.".

Art. 114.In artikel 146octies, § 1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 20 december 2019, worden de woorden "door middel van het in artikel 162quater, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform," ingevoegd tussen de woorden "Elke intermediair moet" en de woorden "de in artikel 146quater, § 6/3 bedoelde inlichtingen".

Art. 115.In artikel 146nonies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 20 december 2019, worden de woorden ", door middel van het in artikel 162quater, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform," ingevoegd tussen de woorden "moet de intermediair" en de woorden "om de drie maanden".

Art. 116.In artikel 151 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 11 juli 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° het eerste lid wordt vervangen als volgt: "De aan de taks onderworpen verenigingen zonder winstoogmerk, private stichtingen en internationale verenigingen zonder winstoogmerk zijn ertoe gehouden, binnen de eerste drie maanden van elk aanslagjaar, op het bevoegde kantoor van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie van hun zetel, een aangifte in te leveren door middel van het in artikel 162quater, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform waarbij toestand en waarde van de goederen op één januari van het aanslagjaar worden vermeld."; 2° het tweede lid wordt vervangen als volgt: "Bovendien, zijn voormelde verenigingen en stichtingen ertoe gehouden een bijkomende aangifte in te leveren door middel van het in artikel 162quater, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform binnen de drie maand van de verwezenlijking van een voorwaarde of van de oplossing van een geschil waarbij een goed in hun bezit komt."; 3° wordt tussen het tweede en het derde lid een lid ingevoegd, luidende: "Wanneer voormelde verenigingen of stichtingen zich niet hebben kunnen identificeren bij het in artikel 162quater, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform wordt de in het eerste en tweede lid bedoelde aangifte ingediend onder gesloten omslag.".

Art. 117.In hetzelfde Wetboek, wordt boek III, opgeheven bij de wet van 21 december 2013, hersteld als volgt: "Boek III - Dematerialisatie van de relaties tussen de Federale Overheidsdienst Financiën, de erfgenamen, legatarissen of begiftigden en bepaalde derden".

Art. 118.In het Boek III van hetzelfde Wetboek, hersteld bij artikel 117, wordt artikel 162bis, opgeheven bij de wet van 21 december 2013, hersteld als volgt: "

Art. 162bis.Voor de toepassing van de bepalingen van dit Wetboek, van de bijzondere wetsbepalingen op het stuk van de successierechten of van de tot uitvoering ervan genomen besluiten wordt verstaan onder: 1° aangetekende zending: de brief, al dan niet met een ontvangstbevestiging, neergelegd bij de aanbieder van de universele postdienst of een aanbieder van postdiensten en al dan niet elektronisch verzonden door deze laatste aan een vooraf vastgestelde bestemmeling, die een juridische waarde heeft daar zij toelaat het bewijs te bekomen van de datum van verzending en de ontvangst ervan door de bestemmeling;2° eBox: de dienst aangeboden aan de natuurlijke personen door de Federale Overheidsdienst Beleid en Ondersteuning (BOSA) bevoegd voor Digitale Agenda en aan de houders van een ondernemingsnummer aangeboden door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, ingesteld door de wet van 27 februari 2019 inzake elektronische uitwisseling van berichten door middel van de eBox, die de bestemmelingen toelaat om elektronische berichten uit te wisselen met de Federale Overheidsdienst Financiën;3° bericht: alle schriftelijke mededelingen betreffende de rechten en verplichtingen opgenomen in dit Wetboek, de bijzondere wetsbepalingen op het stuk van de successierechten of de tot uitvoering ervan genomen besluiten, inclusief brieven, formulieren en zendingen van gegevens, ongeacht de gebruikte drager;4° geavanceerd elektronisch zegel: Elektronisch zegel in de zin van artikel 36 van Verordening (EU) nr.910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van richtlijn 1999/93/EG.".

Art. 119.In hetzelfde Boek III van hetzelfde Wetboek, wordt artikel 162ter, opgeheven bij de wet van 21 december 2013, hersteld als volgt: "

Art. 162ter.§ 1. Elk bericht verzonden onder gesloten omslag aan de Federale Overheidsdienst Financiën, in het kader van de toepassing van dit Wetboek, de bijzondere wetsbepalingen op het stuk van de successierechten of de tot uitvoering ervan genomen besluiten, wordt voor de administratie die de successierechten vestigt, gereproduceerd, geregistreerd en bewaard op het in artikel 162quater, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform, volgens een informatica- of telegeleidingstechniek.

Het aldus gedigitaliseerd beeld van het bericht verzonden aan de Federale Overheidsdienst Financiën verkregen door middel van een informatica- of telegeleidingstechniek, heeft, voor de toepassing van de bepalingen van dit Wetboek, de bijzondere wetsbepalingen op het stuk van de successierechten of de tot uitvoering ervan genomen besluiten, bewijskracht voor zover het de getrouwe en duurzame kopie is van het geschrift waarvan het afkomstig is en het voorzien is van een geavanceerd elektronische zegel vermeld in artikel 36 van Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van richtlijn 1999/93/EG. In dat geval is de vernietiging van het papieren origineel toegestaan.

De Koning bepaalt welke papieren documenten moeten worden bewaard, zelfs na digitalisering. § 2. Elk bericht verzonden door de administratie belast met de vestiging van de successierechten, aan de erfgenamen, de legatarissen, de begiftigden en de derden, inzake de taks tot vergoeding der successierechten in het kader van de toepassing van de bepalingen van dit Wetboek, de bijzondere wetsbepalingen op het stuk van de successierechten of de tot uitvoering ervan genomen besluiten, wordt gegenereerd langs elektronische weg en ter beschikking gesteld op het in artikel 162quater, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform.

Wanneer de Federale Overheidsdienst Financiën, in toepassing van artikel 162sexies, vierde lid, moet communiceren langs de papieren weg, heeft elke materialisatie van een bericht verzonden onder gesloten omslag in het kader van de toepassing van de bepalingen van dit Wetboek, de bijzondere wetsbepalingen op het stuk van de successierechten of de tot uitvoering ervan genomen besluiten, door de administratie bevoegd voor de vestiging van de successierechten dezelfde bewijskracht als het elektronische origineel voor zover de materialisatie onder gesloten omslag de unieke referentie bevat aan een geavanceerd elektronisch zegel dat voldoet aan de eisen bedoeld in paragraaf 1, tweede lid. Elke materialisatie onder gesloten omslag stemt overeen met de inhoud van het elektronische origineel van het bericht bewaard op het beveiligd platform.".

Art. 120.In hetzelfde Boek III van hetzelfde Wetboek, wordt artikel 162quater, opgeheven bij de wet van 21 december 2013, hersteld als volgt: "

Art. 162quater.Binnen de grenzen van de voorwaarden opgelegd door de artikelen 162quinquies tot 162septies en in het kader van haar bevoegdheden, is de Federale Overheidsdienst Financiën gemachtigd om te communiceren langs elektronische weg.

Voor de uitvoering van de bepalingen van de voormelde artikelen 162quinquies tot 162septies stelt de Federale Overheidsdienst Financiën door middel van een beveiligd elektronisch platform, aan de erfgenamen, legatarissen, begiftigden, natuurlijke personen, rechtspersonen, en bepaalde derden, elektronische diensten ter beschikking die door middel van aangepaste beveiligingstechnieken, de oorsprong, de integriteit van de inhoud, de tijdsaanduiding evenals de bewaring van het verzonden bericht garanderen.".

Art. 121.In hetzelfde Boek III van hetzelfde Wetboek, wordt artikel 162quinquies, opgeheven bij de wet van 21 december 2013, hersteld als volgt: "

Art. 162quinquies.§ 1. Elk bericht aan de Federale Overheidsdienst Financiën dat uitgaat van de erfgenamen, legatarissen, begiftigden, wordt verzonden door middel van het in artikel 162quater, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform met uitzondering van elk bericht dat ter plaatste wordt opgemaakt overeenkomstig artikel 105, vierde lid.

Behoudens wanneer de wettelijke of reglementaire bepalingen anders bepalen, wordt elk bericht aan de Federale Overheidsdienst Financiën, dat uitgaat van een derde betreffende de rechten en verplichtingen inzake de successierechten, van een erfgenaam, legataris of begiftigde waarmee hij al dan niet rechtstreeks of onrechtstreeks in betrekking is, eveneens verzonden door middel van het in artikel 162quater, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform.

De in paragraaf 1, eerste lid, bedoelde erfgenamen, legatarissen, begiftigden, die natuurlijke personen zijn, alsook de in paragraaf 1, tweede lid, bedoelde derde, natuurlijke personen, kunnen blijvend gebruik maken van een gesloten omslag voor zover zij niet expliciet gekozen hebben om te communiceren met de Federale Overheidsdienst Financiën langs elektronische weg.

De keuze van de belastingplichtigen en derden bedoeld in paragraaf 1, derde lid, om al dan niet langs elektronische weg te communiceren met de Federale Overheidsdienst Financiën gebeurt door de activering of deactivering van de eBox.

De in het eerste lid bedoelde erfgenamen, legatarissen, begiftigden, die rechtspersonen zijn, evenals de in paragraaf 2 bedoelde derden die handelen binnen de uitoefening van hun beroep, zijn vrijgesteld van de verplichting om het in artikel 162quater, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform te gebruiken wanneer zij zich niet hebben kunnen identificeren bij dit beveiligd platform. In dat geval wordt elk bericht verzonden onder gesloten omslag. § 2. De derden die handelen in de uitoefening van hun beroep zijn verplicht om elk bericht door middel van het in artikel 162quater, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform te verzenden.

Indien wettelijke of reglementaire bepalingen expliciet het gebruik van een papieren drager verplichten kan er echter geen gebruik worden gemaakt van de elektronische weg. § 3. De Koning bepaalt: 1° de modaliteiten met betrekking tot de toegang tot het in artikel 162quater, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform en het gebruik ervan; 2° de gevallen waarin de identificatie bij het beveiligd platform bedoeld in paragraaf 1, vijfde lid, niet mogelijk zal zijn.".

Art. 122.In hetzelfde Boek III van hetzelfde Wetboek, wordt artikel 162sexies, opgeheven bij de wet van 21 december 2013, hersteld als volgt: "

Art. 162sexies.Behoudens wanneer de wettelijke of reglementaire bepalingen anders bepalen, wordt elk bericht van de Federale Overheidsdienst Financiën aan de erfgenamen, legatarissen, begiftigden, verzonden door middel van het in artikel 162quater, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform met uitzondering van elk bericht dat ter plaatste wordt opgemaakt overeenkomstig artikel 105, vierde lid.

Behoudens wanneer de wettelijke of reglementaire bepalingen anders bepalen, wordt elk bericht van de Federale Overheidsdienst Financiën aan een derde waarmee de erfgenamen, legatarissen, begiftigden, al dan niet rechtstreeks of onrechtstreeks in betrekking is, eveneens verzonden door middel van het in artikel 162quater, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform.

Wanneer een aangetekende zending vereist wordt door de bepalingen van dit Wetboek, de bijzondere wetsbepalingen op het stuk van de successierechten of de tot uitvoering ervan genomen besluiten, in afwijking van artikel 162bis, 1°, en in toepassing van artikel 7 van de wet van 27 februari 2019 inzake de elektronische uitwisseling van berichten door middel van de eBox, geldt de kennisgeving door middel van de eBox die aangeeft dat het bericht door de Federale Overheidsdienst Financiën op het beveiligd elektronisch platform ter beschikking is gesteld als aangetekende zending van het bericht, al dan niet met ontvangstbewijs.

De erfgenamen, legatarissen, begiftigden, die alhoewel ze overeenkomstig artikel 162quinquies, § 1, derde lid, zijn vrijgesteld van de verplichting om het in artikel 162quater, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform te gebruiken, er toch voor hebben gekozen om te communiceren met de Federale Overheidsdienst Financiën langs elektronische weg, ontvangen eveneens elk bericht door middel van het in artikel 162quater, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform.

De erfgenamen, legatarissen, begiftigden, die overeenkomstig artikel 162quinquies, § 1, derde lid, zijn vrijgesteld van de verplichting om het in artikel 162quater, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform te gebruiken en die niet gekozen hebben om te communiceren langs elektronische weg, evenals zij die zich overeenkomstig artikel 162quinquies, § 1, vijfde lid niet hebben kunnen identificeren bij het beveiligd elektronisch platform, ontvangen ook elk bericht onder gesloten omslag.

De Koning bepaalt de toepassingsmodaliteiten van de in het eerste lid bedoelde procedure.".

Art. 123.In hetzelfde Boek III van hetzelfde Wetboek, wordt artikel 162septies, opgeheven bij de wet van 21 december 2013, hersteld als volgt: "

Art. 162septies.Wanneer, in uitvoering van de artikelen 162quinquies en 162sexies, het bericht door middel van het in artikel 162quater, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform niet verzonden kan worden ingevolge overmacht, inzonderheid wegens het technisch gebrekkig functioneren van het platform, van één van de componenten en/of van de elektronische diensten van het genoemde platform, zal het bericht worden verzonden hetzij door middel van een gelijkwaardige procedure die over dezelfde garanties als de elektronische procedure beschikt inzake de oorsprong, de integriteit van de inhoud, de tijdsaanduiding, evenals de bewaring van het verzonden bericht, hetzij onder gesloten omslag.

De Koning kan de van toepassing zijnde termijn verlengen indien de overmacht het de belastingplichtige onmogelijk heeft gemaakt om een termijn die van toepassing is voor het vervullen van de in dit Wetboek, de bijzondere wetsbepalingen op het stuk van de successierechten of de tot uitvoering ervan genomen besluiten, opgenomen rechten en verplichtingen, na te leven.

De Koning bepaalt: 1° de datum van uitwerking van het bericht verzonden volgens de gelijkwaardige procedure voorzien in het eerste lid;2° de modaliteiten met betrekking tot het gebruik van alternatieve verzendingswijzen; 3° de modaliteiten met betrekking tot het gebruik van papieren weg.".

Art. 124.In hetzelfde Boek III van hetzelfde Wetboek, wordt artikel 162octies, opgeheven bij de wet van 21 december 2013, hersteld als volgt: "

Art. 162octies.Elk bericht verzonden onder gesloten omslag wordt gelijkgesteld met een bericht verzonden door middel van het in artikel 162quater, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform en wordt geacht dezelfde rechtsgevolgen te hebben als deze voorzien door de toepasselijke wettelijke en reglementaire bepalingen op elk bericht verzonden langs elektronische weg.

De bepalingen van dit Wetboek, de bijzondere wetsbepalingen op het stuk van de successierechten en de tot uitvoering ervan genomen besluiten zijn van toepassing op elk bericht.".

Art. 125.In hetzelfde Boek III van hetzelfde Wetboek, wordt artikel 162nonies, opgeheven bij de wet van 21 december 2013, hersteld als volgt: "

Art. 162nonies.Elk overeenkomstig artikel 162quinquies, § 1, eerste lid, door de erfgenamen, legatarissen, begiftigden en de derden verzonden bericht maakt het voorwerp uit van een automatische elektronische ontvangstbevestiging. De datum van de ontvangstbevestiging geldt als datum van de ontvangst van het bericht door de Federale Overheidsdienst Financiën.

Elk overeenkomstig artikel 162sexies verzonden bericht bevat een datum van de terbeschikkingstelling van het bericht, die bepaalde termijnen doet lopen voor het vervullen van de rechten en verplichtingen opgenomen in dit Wetboek, in de bijzondere wetsbepalingen op het stuk van de successierechten of in hun uitvoeringsbesluiten.". HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van het Wetboek diverse rechten en taksen

Art. 126.In artikel 231 van het Wetboek diverse rechten en taksen, ingevoegd bij de wet van 13 april 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het tweede lid, worden de woorden "door middel van het in artikel 211quinquies, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform" ingevoegd tussen de woorden "een aanvraag tot bemiddeling indienen" en de woorden "bij de fiscale bemiddelingsdienst"; 2° wordt tussen het tweede en het derde lid een lid ingevoegd, luidende: "Wanneer de betrokken persoon overeenkomstig artikel 211sexies, § 1, derde lid, is vrijgesteld van de verplichting om gebruik te maken van de in artikel 211quinquies, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform en hij niet gekozen heeft om langs elektronische weg te communiceren of wanneer overeenkomstig artikel 211sexies, § 1, zesde lid, de identificatie van de betrokken persoon niet mogelijk is, wordt de in het tweede lid bedoelde aanvraag tot bemiddeling ingediend onder gesloten omslag.".

Art. 127.In artikel 125 van het Wetboek diverse rechten en taksen, vervangen bij de wet van 25 december 2016 worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, derde lid, worden de woorden "op dat kantoor" vervangen door de woorden "door middel van het in artikel 211quinquies, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform"; 2° paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid, luidende: "Wanneer de belastingschuldige overeenkomstig artikel 211sexies, § 1, derde lid, is vrijgesteld van de verplichting om gebruik te maken van het in artikel 211quinquies, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform en hij niet gekozen heeft om langs elektronische weg te communiceren of wanneer hij zich overeenkomstig artikel 211sexies, § 1, zesde lid, niet heeft kunnen identificeren, wordt de in het derde lid bedoelde opgave ingediend onder gesloten omslag.".

Art. 128.In het opschrift van Titel I van Boek II van hetzelfde Wetboek worden de woorden "en de reporten" geschrapt.

Art. 129.In Titel I van Boek II van hetzelfde Wetboek wordt in het opschrift van Hoofdstuk I de woorden "andere dan de reporten" geschrapt.

Art. 130.In dezelfde Titel I van Boek II van hetzelfde Wetboek wordt het Hoofdstuk II - Reportverrichtingen, dat de artikelen 138 tot en met 143 bevat, opgeheven.

Art. 131.In hetzelfde Boek II van hetzelfde Wetboek wordt Titel III - Taks op de aflevering van effecten aan toonder, die de artikelen 159 tot en met 166 bevat, opgeheven.

Art. 132.In hetzelfde Boek II van hetzelfde Wetboek wordt Titel IV - Taks op de effecten aan toonder, die de artikelen 167 tot en met 1722 bevat, opgeheven.

Art. 133.In artikel 1791 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 17 juni 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het derde lid wordt het woord "postrekening" vervangen door het woord "bankrekening";2° in het vierde lid worden de woorden ", door middel van het in artikel 211quinquies, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform," ingevoegd tussen de woorden "een opgave in" en de woorden "die afzonderlijk"; 3° wordt tussen het vierde lid en het vijfde lid een lid ingevoegd, luidende: "Wanneer de belastingschuldige zich overeenkomstig artikel 211sexies, § 1, zesde lid, niet heeft kunnen identificeren, wordt de in het vierde lid bedoelde opgave ingediend onder gesloten omslag.".

Art. 134.In artikel 1792 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 21 december 2005, wordt de bepaling onder 1° vervangen als volgt: "1° binnen de maand te rekenen vanaf de datum van de polis, onder de sanctie gevestigd door artikel 1791, lid 4, door middel van het in artikel 211quinquies, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform, een aangifte in te dienen, die de datum, het contractnummer, de aard en de duur van de overeenkomst, de vereniging of de verzekeraar, het bedrag van het verzekerd kapitaal, dit van de enige of jaarlijkse premie en de voor de betaling van de premies bedongen datum bevat. Wanneer de beoogde personen overeenkomstig artikel 211sexies, § 1, derde lid, zijn vrijgesteld van de verplichting om gebruik te maken van het in artikel 211quinquies, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform en ze niet gekozen hebben om langs elektronische weg te communiceren of ze zich overeenkomstig artikel 211sexies, § 1, zesde lid, niet hebben kunnen identificeren, wordt de aangifte ingediend onder gesloten omslag.".

Art. 135.In artikel 1793 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 27 december 2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het tweede lid, wordt de eerste zin aangevuld met de woorden "door middel van het in artikel 211quinquies, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform"; 2° tussen het tweede lid en het derde lid wordt een lid ingevoegd, luidende: "Wanneer de beoogde persoon zich overeenkomstig artikel 211sexies, § 1, zesde lid, niet heeft kunnen identificeren, wordt de in het tweede lid bedoelde staat ingediend onder gesloten omslag.".

Art. 136.In artikel 183octies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 7 december 1988 en gewijzigd bij koninklijk besluit van 20 juli 2000, worden volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het derde lid, worden de woorden "op dat kantoor" vervangen door de woorden "door middel van het in artikel 211quinquies, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform"; 2° tussen het derde en het vierde lid wordt een lid ingevoegd, luidende: "Wanneer de belastingschuldige zich overeenkomstig artikel 211sexies, § 1, zesde lid, niet heeft kunnen identificeren, wordt de in het derde lid bedoelde opgave voorgelegd onder gesloten omslag.".

Art. 137.In artikel 1873 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de programmawet van 19 december 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, derde lid, wordt het woord "postrekening" vervangen door het woord "bankrekening" en worden de woorden "door middel van het in artikel 211quinquies, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform" ingevoegd tussen de woorden "op voorlegging" en de woorden "op de dag"; 2° paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid, luidende: "Wanneer de belastingschuldige zich overeenkomstig artikel 211sexies, § 1, zesde lid, niet heeft kunnen identificeren, wordt de in het derde lid bedoelde opgave ingediend onder gesloten omslag.".

Art. 138.In artikel 1876 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 april 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid worden de woorden "door middel van het in artikel 211quinquies, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform" ingevoegd tussen de woorden "op elk verzoek" en de woorden ", van de ambtenaren"; 2° wordt tussen het eerste lid en het tweede lid een lid ingevoegd, luidende: "Wanneer overeenkomstig artikel 211sexies, § 1, zesde lid, de schuldenaar zich niet heeft kunnen identificeren, gebeurt het verzoek onder gesloten omslag.".

Art. 139.In artikel 196 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 april 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid worden de woorden "door middel van het in artikel 211quinquies, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform" ingevoegd tussen de woorden "op elk verzoek" en de woorden "van de ambtenaren"; 2° wordt tussen het eerste lid en het tweede lid een lid ingevoegd, luidende: "Wanneer de schuldenaar overeenkomstig artikel 211sexies, § 1, derde lid, is vrijgesteld van de verplichting om gebruik te maken van de in artikel 211quinquies, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform en hij niet gekozen heeft om langs elektronische weg te communiceren of wanneer overeenkomstig artikel 211sexies, § 1, zesde lid, de schuldenaar zich niet heeft kunnen identificeren, gebeurt het verzoek onder gesloten omslag.".

Art. 140.In artikel 199 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 22 april 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid, worden de woorden "door middel van het in artikel 211quinquies, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform" ingevoegd tussen de woorden "De schuldenaar dient" en de woorden "een opgave" en worden de woorden "op het bevoegde kantoor" geschrapt; 2° wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, luidende: "Wanneer de schuldenaar overeenkomstig artikel 211sexies, § 1, derde lid, is vrijgesteld van de verplichting om gebruik te maken van de in artikel 211quinquies, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform en hij niet gekozen heeft om langs elektronische weg te communiceren of wanneer hij zich overeenkomstig artikel 211sexies, § 1, zesde lid, niet heeft kunnen identificeren, wordt de in het eerste lid bedoelde opgave ingediend onder gesloten omslag.".

Art. 141.In artikel 20114 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de programmawet van 22 juni 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid worden de woorden "door middel van het in artikel 211quinquies, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform" ingevoegd tussen de woorden "een aangifte in te dienen" en de woorden "waarin hun benaming"; 2° wordt tussen het eerste lid en het tweede lid een lid ingevoegd, luidende: "Wanneer de in het eerste lid bedoelde kredietinstellingen zich overeenkomstig artikel 211sexies, § 1, zesde lid, niet hebben kunnen identificeren, wordt de in het eerste lid bedoelde aangifte ingediend onder gesloten omslag.".

Art. 142.In artikel 20124 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 13 april 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid, worden de woorden "door middel van het in artikel 211quinquies, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform" ingevoegd tussen de woorden "in te dienen" en de woorden "waarin de belastbare grondslag"; 2° wordt tussen het eerste lid en het tweede lid een lid ingevoegd, luidende: "Wanneer overeenkomstig artikel 211sexies, § 1, zesde lid, de instelling zich niet heeft kunnen identificeren, wordt de in het eerste lid bedoelde aangifte ingediend onder gesloten omslag.".

Art. 143.In artikel 20133 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 13 april 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid, worden de woorden "door middel van het in artikel 211quinquies, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform" ingevoegd tussen de woorden "een aangifte in te dienen" en de woorden "waarin de belastbare grondslag"; 2° wordt tussen het eerste lid en het tweede lid een lid ingevoegd, luidende: "Wanneer overeenkomstig artikel 211sexies, § 1, zesde lid, de onderneming zich niet heeft kunnen identificeren, wordt de in het eerste lid bedoelde aangifte ingediend onder gesloten omslag.".

Art. 144.In artikel 2061, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 april 2016, worden volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid, worden de woorden "dezer wet en der ter uitvoering er van genomen besluiten" vervangen door de woorden "van dit Wetboek en de tot uitvoering ervan genomen besluiten";2° het tweede lid wordt vervangen als volgt: "De processen-verbaal gelden als bewijs tot het tegendeel bewezen is. Zij worden aan belanghebbenden betekend bij aangetekende zending door middel van het beveiligd elektronisch platform bedoeld in artikel 211quinquies, tweede lid. De terbeschikkingstelling op het voormeld platform geldt als betekening vanaf de daarop volgende werkdag."; 3° wordt aangevuld met twee leden, luidende: "Wanneer de belanghebbende overeenkomstig artikel 211sexies, § 1, derde lid, is vrijgesteld van de verplichting om gebruik te maken van het hierboven vermeld elektronisch platform en hij niet expliciet gekozen heeft om met de Federale Overheidsdienst Financiën langs elektronische weg te communiceren, of hij zich overeenkomstig artikel 211sexies, § 1, zesde lid, niet heeft kunnen identificeren, gebeurt de betekening bij aangetekende zending onder gesloten omslag.De afgifte van deze zending bij de aanbieder van de universele postdienst of bij een aanbieder van postdiensten geldt als betekening vanaf de derde werkdag volgend op de afgifte.

Onverminderd de toepassing van de artikelen 211quater en volgende, mogen de ambtenaren van de administratie belast met de vestiging van de rechten en taksen vastgesteld in dit Wetboek, voorzien van hun aanstellingsbewijs, tijdens de uitoefening van de bevoegdheden die hen bij dit Wetboek zijn toegekend, elk bericht dat zij ter plaatse opmaken onder gesloten omslag verzenden.".

Art. 145.In Boek III, titel V, van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 211quater ingevoegd, luidende: "

Art. 211quater.§ 1. Elk bericht dat door de belastingplichtige of elke andere persoon onder gesloten omslag wordt verzonden aan de Federale Overheidsdienst Financiën, in het kader van de toepassing van de wetgeving inzake de diverse rechten taksen, wordt voor de administratie die de diverse rechten en taksen vestigt, gereproduceerd, geregistreerd en bewaard op het in artikel 211quinquies, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform, volgens een informatica- of telegeleidingstechniek.

Het aldus gedigitaliseerd beeld van het bericht verzonden aan de Federale Overheidsdienst Financiën, verkregen door middel van een informatica- of telegeleidingstechniek, heeft, voor de toepassing van de bepalingen van dit Wetboek, de bijzondere wetsbepalingen op het stuk van diverse rechten en taksen of hun uitvoeringsbesluiten, bewijskracht voor zover het de getrouwe en duurzame kopie is van het geschrift waarvan het afkomstig is en het voorzien is van een geavanceerd elektronisch zegel dat voldoet aan de eisen vermeld in artikel 36 van Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van richtlijn 1999/93/EG. In dat geval is de vernietiging van het papieren origineel toegestaan.

De Koning bepaalt welke papieren documenten moeten worden bewaard, zelfs na digitalisering. § 2. Elk bericht verzonden in het kader van de toepassing van de bepalingen van dit Wetboek, de bijzondere wetsbepalingen op het stuk van de diverse rechten en taksen of hun uitvoeringsbesluiten, door de administraties bevoegd voor de vestiging van de diverse rechten en taksen aan de belastingplichtige, wordt gegenereerd langs elektronische weg en ter beschikking gesteld op het in artikel 211quinquies, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform.

Wanneer de Federale Overheidsdienst Financiën, in toepassing van artikel 211sexies, § 1, tweede lid, moet communiceren langs de papieren weg, heeft elke materialisatie onder gesloten omslag van een bericht in het kader van de toepassing van de bepalingen van dit Wetboek, de bijzondere wetsbepalingen op het stuk van de diverse rechten en taksen of hun uitvoeringsbesluiten, door de administratie verzonden onder gesloten omslag, dezelfde bewijskracht als het elektronisch origineel voor zover de materialisatie onder gesloten omslag de unieke referentie bevat aan een geavanceerd elektronisch zegel dat voldoet aan de eisen bedoeld in paragraaf 1, tweede lid.

Elke materialisatie onder gesloten omslag stemt overeen met de inhoud van het elektronische origineel van het bericht bewaard op het beveiligd platform.".

Art. 146.In Boek III, titel V van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 211quinquies ingevoegd, luidende: "

Art. 211quinquies.Binnen de grenzen van de voorwaarden opgelegd door de artikelen 211sexies tot en met 211octies en in het kader van haar bevoegdheden, is de Federale Overheidsdienst Financiën gemachtigd om te communiceren langs elektronische weg.

Voor de uitvoering van de bepalingen van de voormelde artikelen 211sexies tot en met 211octies stelt zij door middel van een beveiligd elektronisch platform elektronische diensten ter beschikking die door middel van aangepaste beveiligingstechnieken, de oorsprong en de integriteit van de inhoud, de tijdsaanduiding evenals de bewaring van het verzonden bericht garanderen.".

Art. 147.In Boek III, titel V van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 211sexies ingevoegd, luidende: "

Art. 211sexies.§ 1. Elk bericht aan de Federale Overheidsdienst Financiën dat uitgaat van de belastingplichtigen, wordt verzonden door middel van het in artikel 211quinquies, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform met uitzondering van elk bericht dat ter plaatste wordt opgemaakt overeenkomstig artikel 2061, vierde lid.

Behoudens wanneer de wettelijke of reglementaire bepalingen anders bepalen, wordt elk bericht aan de Federale Overheidsdienst Financiën dat uitgaat van een derde, betreffende de rechten en verplichtingen inzake de diverse rechten en taksen van een belastingplichtige waarmee hij al dan niet rechtstreeks of onrechtstreeks in betrekking is, wordt eveneens verzonden door middel van het in artikel 211quinquies, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform.

De in het eerste lid bedoelde belastingplichtigen, natuurlijke personen, alsook de in het tweede lid bedoelde derden, natuurlijke personen, kunnen blijvend gebruik maken van een gesloten omslag voor zover zij niet expliciet gekozen hebben om langs elektronische weg te communiceren met de Federale Overheidsdienst Financiën.

De keuze van de in het derde lid bedoelde personen om al dan niet langs elektronische weg te communiceren met de Federale Overheidsdienst Financiën gebeurt door de activering of deactivering van de eBox.

De keuze van de in het derde lid bedoelde personen, om al dan niet langs elektronische weg met de Federale Overheidsdienst Financiën te communiceren, zal geen invloed hebben op een lopend onderzoek.

De in het derde lid bedoelde vrijstelling is niet van toepassing op derden die handelen binnen de uitoefening van hun beroep.

De in het eerste lid bedoelde belastingplichtigen, rechtspersonen evenals de in het vijfde lid bedoelde derden zijn vrijgesteld van de verplichting om het in artikel 211quinquies, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform te gebruiken wanneer zij zich niet hebben kunnen identificeren bij dit beveiligd platform. In deze gevallen, geschiedt het bericht onder gesloten omslag. § 2. De Koning bepaalt: 1° de modaliteiten met betrekking tot de toegang tot het in artikel 211quinquies, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform en het gebruik ervan; 2° de gevallen waarin de identificatie bij het beveiligd platform bedoeld in paragraaf 1, zesde lid, niet mogelijk zal zijn.".

Art. 148.In Boek III, titel V van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 211septies ingevoegd, luidende: "

Art. 211septies.Behoudens wanneer de wettelijke of reglementaire bepalingen anders bepalen, wordt elk bericht van de Federale Overheidsdienst Financiën verzonden aan de belastingplichtigen door middel van het in artikel 211quinquies, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform met uitzondering van elk bericht dat ter plaatste wordt opgemaakt overeenkomstig artikel 2061, vierde lid.

Behoudens wanneer de wettelijke of reglementaire bepalingen anders bepalen, wordt elk bericht van de Federale Overheidsdienst Financiën aan een derde waarmee de belastingplichtige, al dan niet rechtstreeks of onrechtstreeks in betrekking is, eveneens verzonden door middel van het in artikel 211quinquies, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform.

Wanneer een aangetekende zending vereist wordt door de bepalingen van dit Wetboek, de bijzondere wetsbepalingen op het stuk van de diverse rechten en taksen of hun uitvoeringsbesluiten komt, in afwijking van artikel 211undecies, de notificatie door middel van de eBox die aangeeft dat het bericht ter beschikking is gesteld door de Federale Overheidsdienst Financiën op het beveiligd elektronisch platform, overeen met de aangetekende zending van het bericht, al dan niet met ontvangstbewijs.

De personen die overeenkomstig artikel 211sexies, § 1, derde lid, zijn vrijgesteld van de verplichting om het in artikel 211quinquies, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform te gebruiken maar die er toch voor hebben gekozen om te communiceren met de Federale Overheidsdienst Financiën langs elektronische weg, ontvangen eveneens elk bericht door middel van het in artikel 211quinquies, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform.

De personen die overeenkomstig artikel 211sexies, § 1, derde lid, zijn vrijgesteld van de verplichting om het in artikel 211quinquies, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform te gebruiken en de in artikel 211sexies, § 1, zesde lid bedoelde personen, ontvangen elk bericht onder gesloten omslag.

De Koning bepaalt de toepassingsmodaliteiten van de in het eerste lid bedoelde procedure.".

Art. 149.In Boek III, titel V van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 211octies ingevoegd, luidende: "

Art. 211octies.Wanneer, het bericht door middel van het in artikel 211quinquies, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform niet verzonden kan worden ingevolge overmacht inzonderheid wegens het technisch gebrekkig functioneren van het platform, van één van de componenten en/of van de elektronische diensten van het genoemde platform, zal het bericht hetzij door middel van een gelijkwaardige procedure die over dezelfde garanties als de elektronische procedure beschikt inzake de oorsprong, de integriteit van de inhoud, de tijdsaanduiding, evenals de bewaring van het verzonden bericht, hetzij onder gesloten omslag worden verzonden.

De Koning kan de van toepassing zijnde termijn verlengen indien de overmacht het de belastingplichtige onmogelijk heeft gemaakt om deze termijn na te leven voor het vervullen van zijn rechten en verplichtingen opgenomen in dit Wetboek, de bijzondere wetsbepalingen op het stuk van de diverse rechten en taksen of hun uitvoeringsbesluiten.

De Koning bepaalt: 1° de datum van uitwerking van het bericht verzonden door middel van de in het eerste lid bedoelde gelijkwaardige procedure;2° de modaliteiten met betrekking tot het gebruik van alternatieve verzendingswijzen; 3° de modaliteiten met betrekking tot het gebruik van de papieren weg.".

Art. 150.In Boek III, titel V van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 211nonies ingevoegd, luidende: "

Art. 211nonies.Wanneer de papieren weg is toegestaan, wordt elk bericht verzonden onder gesloten omslag gelijkgesteld met een bericht verzonden door middel van het in artikel 211quinquies, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform en wordt geacht dezelfde rechtsgevolgen te hebben als deze voorzien door de toepasselijke wettelijke en reglementaire bepalingen op elk bericht verzonden langs elektronische weg.

De bepalingen van dit Wetboek, de bijzondere wetsbepalingen op het stuk van de diverse rechten en taksen en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing op elk bericht.".

Art. 151.In Boek III, titel V van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 211decies ingevoegd, luidende: "

Art. 211decies.Elk bericht, overeenkomstig artikel 211sexies, § 1, eerste lid, verzonden door de belastingplichtigen of derden maakt het voorwerp uit van een automatische elektronische ontvangstbevestiging.

De datum van de ontvangstbevestiging geldt als datum van de ontvangst van het bericht door de Federale Overheidsdienst Financiën.

Elk overeenkomstig artikel 211septies, door de Federale Overheidsdienst Financiën verzonden bericht bevat een datum van terbeschikkingstelling van het bericht, die de van toepassing zijnde termijnen doet lopen voor het vervullen van de rechten en verplichtingen opgenomen in dit Wetboek, in de bijzondere wetsbepalingen op het stuk van de diverse rechten en taksen of in hun uitvoeringsbesluiten.".

Art. 152.In Boek III, titel V van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 211undecies ingevoegd, luidende: "

Art. 211undecies.Voor de toepassing van de bepalingen opgenomen in dit Wetboek, in de bijzondere wetsbepalingen op het stuk van de diverse rechten en taksen of in hun uitvoeringsbesluiten wordt verstaan onder: 1° "aangetekende zending": de brief, al dan niet met een ontvangstbevestiging, neergelegd bij de aanbieder van de universele postdienst of een aanbieder van postdiensten en al dan niet elektronisch verzonden door deze laatste aan een vooraf vastgestelde bestemmeling, die een juridische waarde heeft daar zij toelaat het bewijs te bekomen van de datum van verzending en de ontvangst ervan door de bestemmeling;2° "eBox": de dienst aangeboden aan de natuurlijke personen door de Federale Overheidsdienst bevoegd voor Digitale Agenda en aan de houders van een ondernemingsnummer aangeboden door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, ingesteld door de wet van 27 februari 2019 inzake elektronische uitwisseling van berichten door middel van de eBox, die de bestemmelingen toelaat om elektronische berichten uit te wisselen met de Federale Overheidsdienst Financiën;3° "geavanceerd elektronisch zegel": Elektronisch zegel in de zin van artikel 36 van Verordening (EU) nr.910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van richtlijn 1999/93/EG.".

Art. 153.In Boek III, titel V van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 211duodecies ingevoegd, luidende: "

Art. 211duodecies.Voor de toepassing van de artikelen 211quater tot 211undecies, heeft de volgende term de hieronder gedefinieerde betekenis: "bericht": alle schriftelijke mededelingen betreffende de rechten en verplichtingen opgenomen in dit Wetboek, in de bijzondere wetsbepalingen op het stuk van diverse rechten en taksen of in hun uitvoeringsbesluiten, inclusief brieven, formulieren en zendingen van gegevens, ongeacht de gebruikte drager.". HOOFDSTUK 7. - Wijzigingen van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen

Art. 154.Artikel 2, § 1, van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen, ingevoegd bij de wet van 13 april 2019, wordt aangevuld met 13° tot 15° luidende: "13° aangetekende zending: de brief, al dan niet met een ontvangstbevestiging, neergelegd bij de aanbieder van de universele postdienst of bij een aanbieder van postdiensten en al dan niet elektronisch verzonden door deze laatste aan een vooraf vastgestelde bestemmeling, die een juridische waarde heeft daar zij toelaat het bewijs te bekomen van de datum van verzending en de ontvangst ervan door de bestemmeling;14° eBox: de dienst aangeboden aan de natuurlijke personen door de Federale Overheidsdienst bevoegd voor Digitale Agenda en aan de houders van een ondernemingsnummer aangeboden door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, ingesteld door de wet van 27 februari 2019 inzake elektronische uitwisseling van berichten door middel van de eBox, die de bestemmelingen toelaat om elektronische berichten uit te wisselen met de Federale Overheidsdienst Financiën;15° geavanceerd elektronisch zegel: een elektronisch zegel dat voldoet aan de eisen vermeld in artikel 36 verordening (EU) nr.910/2014 van het Europees parlement en de raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van richtlijn 1999/93/EG.".

Art. 155.In artikel 11 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 13 april 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid worden de woorden "door middel van het in artikel 97, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform" ingevoegd tussen de woorden "de nieuwe houder laten kennen" en de woorden "aansprakelijk voor de betaling"; 2° het eerste lid wordt aangevuld met de volgende zin: "Voor de personen vrijgesteld van de verplichting om het voormeld beveiligd elektronisch platform te gebruiken, overeenkomstig artikel 98, § 2, 1° tot 4°, die, in voorkomend geval, niet gekozen hebben om te communiceren langs elektronische weg, wordt het bewijs dat het recht op een andere houder is overgegaan, de volledige identiteit en het adres van de nieuwe houder geleverd onder gesloten omslag."; 3° in het tweede lid, worden de woorden ", door middel van het in artikel 97, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform," ingevoegd tussen de woorden "Deze schuldenaar ontvangt "en de woorden "een nieuw exemplaar"; 4° het tweede lid wordt aangevuld met de volgende zin: "De effectieve schuldenaar van de voorheffing vrijgesteld van de verplichting om het voormeld beveiligd elektronisch platform te gebruiken, overeenkomstig artikel 98, § 2, 1° tot 4°, die, in voorkomend geval, niet gekozen heeft om te communiceren langs elektronische weg, ontvangt het nieuwe exemplaar van het aanslagbiljet onder gesloten omslag.".

Art. 156.In artikel 13 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 13 april 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1 wordt het eerste lid vervangen als volgt: " § 1.Wanneer de invordering van een fiscale of niet-fiscale schuldvordering wordt vervolgd lastens een schuldenaar wordt een aanmaning tot betaling, waarin de gegevens van de schuldvordering volledig en ondubbelzinnig zijn opgenomen, door middel van het in artikel 97, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform aan de schuldenaar verzonden. Voor de personen vrijgesteld van de verplichting om het voormeld beveiligd elektronisch platform te gebruiken, overeenkomstig artikel 98, § 2, 1° tot 4°, die, in voorkomend geval, niet gekozen hebben om langs elektronische weg te communiceren, wordt de schuldvordering verzonden onder gesloten omslag. De aanmaning tot betaling heeft uitwerking vanaf de eerste werkdag die volgt op de datum van de terbeschikkingstelling op dit platform of ingeval van verzending onder gesloten omslag vanaf de derde werkdag die volgt op de datum van deze verzending onder gesloten omslag. Deze aanmaning mag niet verzonden worden dan na het verstrijken van een termijn van tien dagen, te rekenen van de eerste dag na het verstrijken van de wettelijke betaaltermijn van de fiscale of niet-fiscale schuldvordering."; 2° in paragraaf 1 wordt het tweede lid vervangen als volgt: "Wanneer de schuldenaar geen gekende woonplaats in België of in het buitenland heeft, wordt deze aanmaning tot betaling aan de procureur des Konings te Brussel onder gesloten omslag verzonden, behalve wanneer de wettelijke of reglementaire bepalingen anders bepalen."; 3° in paragraaf 2 wordt het eerste lid vervangen als volgt: " § 2.Wanneer de invordering van een fiscale of niet-fiscale schuldvordering wordt vervolgd lastens een medeschuldenaar, wordt een aanmaning tot betaling, waarin een exemplaar van het aanslagbiljet of een afschrift van het innings- en invorderingsbericht, de wettelijke of reglementaire oorzaken en het bedrag van zijn schuld worden opgenomen, door middel van het in artikel 97, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform aan de medeschuldenaar verzonden. Voor de medeschuldenaars vrijgesteld van de verplichting om het voormeld beveiligd elektronisch platform te gebruiken, overeenkomstig artikel 98, § 2, 1° tot 4°, die, in voorkomend geval, niet gekozen hebben om langs elektronische weg te communiceren, wordt de schuldvordering verzonden onder gesloten omslag. De aanmaning tot betaling heeft uitwerking vanaf de eerste werkdag die volgt op de datum van terbeschikkingstelling op dit platform of ingeval van verzending onder gesloten omslag vanaf de derde werkdag die volgt op de datum van deze verzending onder gesloten omslag. Deze aanmaning mag niet verzonden worden dan na het verstrijken van een termijn van tien dagen, te rekenen van de eerste dag na het verstrijken van de wettelijke betaaltermijn van de fiscale of niet-fiscale schuldvordering."; 4° in paragraaf 2 wordt het tweede lid vervangen als volgt: "Wanneer de medeschuldenaar geen gekende woonplaats in België of in het buitenland heeft, wordt deze aanmaning tot betaling aan de procureur des Konings te Brussel onder gesloten omslag verzonden, behalve wanneer de wettelijke of reglementaire bepalingen anders bepalen.".

Art. 157.In artikel 21 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 13 april 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt: " § 1.De ontvanger kan, bij aangetekende zending, door middel van het in artikel 97, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform, uitvoerend beslag onder derden leggen op de aan de schuldenaar of de medeschuldenaar verschuldigde of toebehorende sommen en zaken, tot beloop van het geheel of een deel van het bedrag van de fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen dat door de schuldenaar verschuldigd is of tot betaling van hetgeen waartoe de medeschuldenaar gehouden is.

Voor de personen vrijgesteld van de verplichting om het voormeld beveiligd elektronisch platform te gebruiken, overeenkomstig artikel 98, § 2, 4°, die, in voorkomend geval, niet gekozen hebben om te communiceren langs elektronische weg, wordt het uitvoerend beslag gelegd bij aangetekende zending onder gesloten omslag.

Dit beslag heeft uitwerking vanaf: - De eerste dag die volgt op de terbeschikkingstelling van het stuk door middel van het in artikel 97, tweede lid, bedoelde beveiligd platform, aan de bestemmeling; - de overhandiging van het stuk aan de geadresseerde.

Wanneer een akkoord tussen de derde-beslagene en de bevoegde diensten van de Federale Overheidsdienst Financiën wordt gesloten om op hetzelfde ogenblik meerdere beslagen uit te voeren door middel van het beveiligd elektronisch platform, wordt een digitaal certificaat gebruikt opdat de kennisgeving van het beslag op geldige wijze als beslag onder derden zou gelden.

Ongeacht de toegepaste techniek, wordt er gegarandeerd dat enkel de gerechtigde personen toegang hebben tot de middelen waarmee het digitaal certificaat wordt gecreëerd."; 2° paragraaf 2 wordt als volgt vervangen: " § 2.De beslagen schuldenaar of de beslagen medeschuldenaar wordt geïdentificeerd ofwel door het identificatienummer van het Rijksregister, wanneer de derde-beslagene gemachtigd is om er gebruik van te maken, of, bij gebrek daaraan, het identificatienummer van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, wanneer het een natuurlijke persoon betreft, ofwel door het identificatienummer van de Kruispuntbank van Ondernemingen wanneer het een rechtspersoon betreft."; 3° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt: § 3.Het beslag onder derden wordt eveneens bij aangetekende zending aan de schuldenaar of de medeschuldenaar aangezegd door middel van het in artikel 97, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform.

Voor de schuldenaar of medeschuldenaar vrijgesteld van de verplichting om het voormeld beveiligd elektronisch platform te gebruiken, overeenkomstig artikel 98, § 2, 1° tot 4°, die, in voorkomend geval, niet gekozen heeft om te communiceren langs elektronische weg, wordt de aanzegging verzonden bij aangetekende zending onder gesloten omslag. Behoudens indien de wettelijke of reglementaire bepalingen anders bepalen, indien de schuldenaar of de medeschuldenaar geen gekende woonplaats heeft, geschiedt de aanzegging van het beslag bij aangetekende zending aan de procureur des Konings te Brussel onder gesloten omslag.

De schuldenaar of de medeschuldenaar kan tegen het beslag onder derden bij aangetekende zending door middel van het in artikel 97, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform verzet aantekenen bij de ontvanger binnen de vijftien dagen te rekenen vanaf de terbeschikkingstelling door middel van het voormelde platform van de aanzegging van het beslag. De schuldenaar of medeschuldenaar licht binnen dezelfde termijn bij aangetekende zending de derde-beslagene in.

Voor de schuldenaar of de medeschuldenaar vrijgesteld van de verplichting om het voormeld beveiligd elektronisch platform te gebruiken, overeenkomstig artikel 98, § 2, 1° tot 4°, die, in voorkomend geval, niet gekozen heeft om langs elektronische weg te communiceren, kan verzet aangetekend worden bij de ontvanger binnen de vijftien dagen te rekenen vanaf de afgifte bij de aanbieder van de universele postdienst of bij een aanbieder van postdiensten van de aanzegging van het beslag. De schuldenaar of medeschuldenaar licht binnen dezelfde termijn bij aangetekende zending de derde-beslagene in.

Wanneer het beslag slaat op inkomsten bedoeld in de artikelen 1409, §§ 1 en 1bis, en 1410 van het Gerechtelijk Wetboek, bevat de aanzegging, op straffe van nietigheid, het aangifteformulier voor kind ten laste bedoeld in artikel 1409ter, § 1, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek."; 4° in paragraaf 4 worden de woorden "Het in paragrafen 1 en 2 bedoelde beslag onder derden" vervangen door de woorden "Het in paragraaf 1 bedoelde beslag onder derden";5° in paragraaf 5, eerste lid, wordt de bepaling onder 1° vervangen als volgt: "1° de derde-beslagene doet zijn verklaring aan de ontvanger van de sommen of zaken die het voorwerp zijn van het beslag, eveneens door middel van het in artikel 97, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform, met uitzondering van de derde-beslagene die is vrijgesteld";6° in paragraaf 5, eerste lid, in 2° wordt de zin "Wanneer het beslag onder derden wordt gelegd volgens de in paragraaf 2, eerste lid, bepaalde procedure, wordt de overlegging van een afschrift van de aanzegging van het beslag geacht vervuld te zijn door de mededeling aan de derde-beslagene, op elektronische wijze, van de datum van afgifte bij de aanbieder van de universele postdienst van de aanzegging van het beslag" opgeheven;7° in paragraaf 5, tweede lid, worden de woorden ", wanneer de derde-beslagene gemachtigd is om er gebruik van te maken," ingevoegd tussen de woorden "door het identificatienummer van het Rijksregister" en de woorden "of, bij gebrek daaraan, het identificatienummer van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid";8° in paragraaf 7, eerste lid, in 1° en 3°, worden de woorden "de paragrafen 1 en 2" telkens vervangen door de woorden "paragraaf 1";9° in paragraaf 7, tweede lid, in de inleidende zin, worden de woorden "de paragrafen 1 en 2" vervangen door de woorden "paragraaf 1";10° in paragraaf 7, tweede lid, 1°, worden de woorden "bij de aanbieder van de universele postdienst" vervangen door de woorden "bij de aanbieder van de universele postdienst of een aanbieder van postdiensten" en worden de woorden "tweede lid" vervangen door de woorden "derde lid"; 11° in paragraaf 7, tweede lid, wordt de bepaling 2° vervangen als volgt: "2° ofwel de ontvangstbevestiging van deze verklaring, of het verzet van de schuldenaar of de medeschuldenaar, wanneer zij werd verzonden op elektronische wijze."

Art. 158.In artikel 24, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 13 april 2019, wordt de bepaling onder 3° vervangen als volgt: "3° door de verzending bij aangetekende zending door middel van het in artikel 97, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform van een aanmaning tot betaling, waarin de gegevens van de schuldvordering volledig en ondubbelzinnig zijn opgenomen. De terbeschikkingstelling op het beveiligd elektronisch platform geldt als kennisgeving vanaf de eerste daarop volgende werkdag. Voor de schuldenaar vrijgesteld van de verplichting om het voormeld beveiligd elektronisch platform te gebruiken, overeenkomstig artikel 98, § 2, 1° tot 4°, die, in voorkomend geval, niet gekozen heeft om langs elektronische weg te communiceren, wordt een aanmaning tot betaling, waarin de gegevens van de schuldvordering volledig en ondubbelzinnig zijn opgenomen, verzonden bij aangetekende zending onder gesloten omslag. De afgifte van het stuk bij een aanbieder van de universele postdienst of een aanbieder van postdiensten geldt als kennisgeving vanaf de derde daarop volgende werkdag. Wanneer de schuldenaar of de medeschuldenaar geen gekende woonplaats in België of in het buitenland heeft, wordt deze aanmaning tot betaling bij aangetekende zending aan de procureur des Konings te Brussel verzonden onder gesloten omslag, behalve wanneer de wettelijke of reglementaire bepalingen anders bepalen.".

Art. 159.In artikel 35, § 1, eerste lid, 1°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 13 april 2019 en gewijzigd bij de wet van 23 april 2020, worden volgende wijzigingen aangebracht: a) in de bepaling 1° worden de woorden "op elektronische wijze" vervangen door de woorden "door middel van het in artikel 97, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform"; b) wordt de bepaling onder 2° aangevuld met de woorden "onder gesloten omslag.".

Art. 160.In artikel 36 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 13 april 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) in het eerste lid wordt de bepaling onder 1° vervangen als volgt: "1° door middel van het in artikel 97, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform, volgens de door de Koning bepaalde procedure;"; b) in het eerste lid wordt de bepaling onder 2° aangevuld met de woorden "onder gesloten omslag."; c) het vierde, vijfde en achtste lid worden opgeheven;d) in het negende lid worden de woorden "de belastingschuldige" vervangen door de woorden "de schuldenaar of medeschuldenaar".

Art. 161.In artikel 37, § 1, derde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 13 april 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) in de bepaling onder 1° worden de woorden "op elektronische wijze" vervangen door de woorden "door middel van het in artikel 97, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform."; b) de bepaling onder 2° wordt aangevuld met de woorden "onder gesloten omslag.".

Art. 162.In artikel 43, § 1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 13 april 2019 en gewijzigd bij de wet van 23 april 2020, worden volgende wijzigingen aangebracht: a) in de bepaling onder 1° worden de woorden "en dit op elektronische wijze" vervangen door de woorden "door middel van het in artikel 97, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform". b) de bepaling onder 2° wordt aangevuld met de woorden "onder gesloten omslag.".

Art. 163.In artikel 44 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 13 april 2019 en gewijzigd bij de wet van 23 april 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) in paragraaf 1, eerste lid, 1°, worden de woorden "op elektronische wijze" vervangen door de woorden "door middel van het in artikel 97, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform"; b) in paragraaf 1, eerste lid, 2°, wordt aangevuld met de woorden "onder gesloten omslag.". c) in paragraaf 4, het eerste, tweede en vijfde lid, worden opgeheven.

Art. 164.Artikel 49 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 13 april 2019, wordt vervangen als volgt: "

Art. 49.Behoudens wanneer de wettelijke of reglementaire bepalingen anders bepalen, zijn openbare ambtenaren of ministeriële officieren, belast met de openbare verkoop van roerende goederen waarvan de waarde ten minste 2 500 euro bedraagt, persoonlijk aansprakelijk in de zin van artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek, voor de betaling van de sommen verschuldigd uit hoofde van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen die de eigenaar op het ogenblik van de verkoop verschuldigd is, indien zij niet ten minste acht werkdagen vooraf, door middel van het in artikel 97, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform, de ontvanger waarvan de eigenaar van die goederen afhangt, ervan verwittigen.

Wanneer de verkoop heeft plaatsgehad, geldt de kennisgeving van het bedrag van de fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen door de ontvanger gedaan door middel van het in artikel 97, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform, uiterlijk de dag vóór de verkoop, als beslag onder derden in handen van de in het eerste lid vermelde openbare ambtenaren of ministeriële officieren.".

Art. 165.In artikel 50 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 13 april 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt: " § 1.Onverminderd de toepassing van de artikelen 35 tot 41 is de overdracht in eigendom of in vruchtgebruik, van een geheel van goederen, samengesteld uit onder meer elementen die het behoud van de clientèle mogelijk maken, die voor de uitoefening van een vrij beroep, ambt of post of een industrieel, handels- of landbouwbedrijf worden aangewend, evenals de vestiging van een vruchtgebruik op dezelfde goederen, niet tegenstelbaar aan de ontvanger dan na verloop van de maand die volgt op die waarin een met het origineel eensluidend verklaard afschrift van de akte tot overdracht of vestiging ter kennis is gebracht van de voor de overdrager bevoegde ontvanger, door middel van het in artikel 97, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform. Voor de persoon vrijgesteld van de verplichting om het voormeld beveiligd elektronisch platform te gebruiken, overeenkomstig artikel 98, § 2, 1° tot 4°, die, in voorkomend geval, niet gekozen heeft om te communiceren langs elektronische weg, wordt het origineel eensluidend verklaard afschrift van de akte tot overdracht of vestiging ter kennis gebracht van de voor de overdrager bevoegde ontvanger onder gesloten omslag."; 2° in paragraaf 3 wordt het tweede lid vervangen als volgt: "Dat certificaat wordt pas uitgereikt wanneer de overdrager daartoe een aanvraag indient bij de voor hem bevoegde ontvanger door middel van het in artikel 97, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform.Voor de persoon vrijgesteld van de verplichting om het voormeld beveiligd elektronisch platform te gebruiken, overeenkomstig artikel 98, § 2, 1° tot 4°, die, in voorkomend geval, niet gekozen heeft om te communiceren langs elektronische weg, wordt het certificaat pas uitgereikt wanneer de overdrager daartoe een aanvraag indient bij de voor hem bevoegde ontvanger onder gesloten omslag.".

Art. 166.In artikel 51, § 5, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 13 april 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de woorden "door middel van het in artikel 97, tweede lid, bedoelde, beveiligd elektronisch platform" worden ingevoegd tussen de woorden "bij aangetekende zending" en de woorden "verzonden kennisgeving,"; 2° wordt aangevuld met de volgende zin: "Voor de persoon vrijgesteld van de verplichting om het voormeld beveiligd elektronisch platform te gebruiken, overeenkomstig artikel 98, § 2, 1° tot 4°, die, in voorkomend geval, niet gekozen heeft om te communiceren langs elektronische weg, wordt de aangetekende zending verzonden onder gesloten omslag.".

Art. 167.In artikel 64, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 13 april 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de woorden "door middel van het in artikel 97, tweede lid, bedoelde, beveiligd elektronisch platform" worden ingevoegd tussen de woorden "bij aangetekende zending ingediend" en de woorden "bij de adviseur-generaal"; 2° wordt aangevuld met de volgende zin: "Voor de personen vrijgesteld van de verplichting om het voormeld beveiligd elektronisch platform te gebruiken, overeenkomstig artikel 98, § 2, 1° tot 4°, die, in voorkomend geval, niet gekozen hebben om te communiceren langs elektronische weg, wordt het verzoek tot uitstel ingediend bij aangetekende zending onder gesloten omslag.".

Art. 168.In artikel 66 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 13 april 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° paragraaf 1, tweede lid, wordt aangevuld met de woorden "door middel van het in artikel 97, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform.Voor de personen vrijgesteld van de verplichting om het voormeld beveiligd elektronisch platform te gebruiken, overeenkomstig artikel 98, § 2, 1° tot 4°, die, in voorkomend geval, niet gekozen hebben om te communiceren langs elektronische weg, wordt deze beslissing verzonden onder gesloten omslag."; 2° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "door middel van het in artikel 97, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform" ingevoegd tussen de woorden "Ze kan, binnen de maand van de kennisgeving" en de woorden ", het voorwerp uitmaken van een beroep"; 3° paragraaf 2, eerste lid, wordt aangevuld met de volgende zin: "Voor de persoon vrijgesteld van de verplichting om het voormeld beveiligd elektronisch platform te gebruiken, overeenkomstig artikel 98, § 2, 1° tot 4°, die, in voorkomend geval, niet gekozen heeft om te communiceren langs elektronische weg, wordt het bovenvermelde beroep onder gesloten omslag ingediend."; 4° paragraaf 2, vierde lid wordt aangevuld met de woorden "door middel van het in artikel 97, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform.Voor de personen vrijgesteld van de verplichting om het voormeld beveiligd elektronisch platform te gebruiken, overeenkomstig artikel 98, § 2, 1° tot 4°, die, in voorkomend geval, niet gekozen hebben om te communiceren langs elektronische weg, wordt deze beslissing betekend bij aangetekende zending onder gesloten omslag.".

Art. 169.In artikel 71 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 13 april 2019, wordt het enige lid aangevuld met de woorden "door middel van het in artikel 97, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform. Voor de personen vrijgesteld van de verplichting om het voormeld beveiligd elektronisch platform te gebruiken, overeenkomstig artikel 98, § 2, 1° tot 4°, die, in voorkomend geval, niet gekozen hebben om te communiceren langs elektronische weg, wordt deze aanvraag tot bemiddeling verzonden onder gesloten omslag.".

Art. 170.In artikel 74 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 13 april 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het vijfde lid worden de woorden "door middel van het in artikel 97, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform" ingevoegd tussen de woorden "vijf werkdagen volgend op de retentie" en de woorden "aan de in het derde lid bedoelde persoon uitgereikt."; 2° wordt tussen het vijfde en het zesde lid een lid ingevoegd, luidende: "Wanneer de persoon echter overeenkomstig artikel 98, § 2, eerste lid, is vrijgesteld van de verplichting om gebruik te maken van het in artikel 97, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform wordt het afschrift van het proces-verbaal binnen de vijf werkdagen volgend op de retentie aan de in het derde lid bedoelde persoon verzonden onder gesloten omslag.".

Art. 171.In artikel 75, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 13 april 2019 worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid wordt het woord "schriftelijk" vervangen door de woorden "door middel van het in artikel 97, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform,"; 2° tussen het eerste en het tweede lid wordt een lid ingevoegd luidende: "Voor de personen vrijgesteld van de verplichting om het voormeld beveiligd elektronisch platform te gebruiken, overeenkomstig artikel 98, § 2, 1° tot 4°, die, in voorkomend geval, niet gekozen hebben om te communiceren langs elektronische weg, worden, voor de toepassing van het eerste lid, deze inlichtingen verzonden onder gesloten omslag.".

Art. 172.Artikel 76 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 13 april 2019, wordt aangevuld met een lid luidende: "Onverminderd de toepassing van titel 6, mogen de ambtenaren belast met de invordering, voorzien van hun aanstellingsbewijs, tijdens de uitoefening van de bevoegdheden die hen in de voorgaande leden van dit artikel zijn toegekend, elk bericht dat zij ter plaatse opmaken onder gesloten omslag verzenden.".

Art. 173.Artikel 81 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 13 april 2019, wordt vervangen als volgt: "

Art. 81.§ 1. Elk bericht dat onder gesloten omslag wordt verzonden aan de Federale Overheidsdienst Financiën in het kader van de toepassing van dit Wetboek of de ter uitvoering ervan genomen besluiten, de fiscale wetten of de wettelijke of reglementaire bepalingen met betrekking tot niet-fiscale schuldvorderingen wordt voor de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën belast met de inning en de invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen, gereproduceerd, geregistreerd en bewaard op het beveiligd elektronisch platform bedoeld in artikel 97, tweede lid, volgens een informatica- of telegeleidingstechniek.

Het aldus gedigitaliseerd beeld van het bericht verzonden aan de Federale Overheidsdienst Financiën, verkregen door middel van een informatica- of telegeleidingstechniek, heeft, voor de toepassing van de bepalingen van dit Wetboek of de ter uitvoering ervan genomen besluiten, de fiscale wetten of wettelijke of reglementaire bepalingen met betrekking tot niet-fiscale schuldvorderingen, bewijskracht voor zover het de getrouwe en duurzame kopie is van het geschrift waarvan het afkomstig is en het voorzien is van een geavanceerd elektronische zegel dat voldoet aan de eisen vermeld in artikel 36 van de verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees parlement en de raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van richtlijn 1999/93/EG. In dat geval is de vernietiging van het papieren origineel toegestaan.

De Koning bepaalt welke papieren documenten moeten worden bewaard, zelfs na digitalisering. § 2. Elk bericht verzonden in het kader van de toepassing van de bepalingen van dit Wetboek of de ter uitvoering ervan genomen besluiten, de fiscale wetten of de wettelijke of reglementaire bepalingen met betrekking tot niet-fiscale schuldvorderingen, door de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën belast met de inning en de invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen aan schuldenaar, medeschuldenaar of derde, wordt gegenereerd langs elektronische weg en ter beschikking gesteld op het in artikel 97, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform.

Wanneer de Federale Overheidsdienst Financiën, in toepassing van artikel 99, § 2, met de schuldenaar, de medeschuldenaar of de derde moet communiceren langs de papieren weg, heeft elke materialisatie onder gesloten omslag van een bericht in het kader van de toepassing van de bepalingen van dit Wetboek of de ter uitvoering ervan genomen besluiten, de fiscale wetten of de wettelijke of reglementaire bepalingen met betrekking tot niet-fiscale schuldvorderingen, dezelfde bewijskracht als het elektronische origineel voor zover deze materialisatie onder gesloten omslag de unieke referentie bevat van een geavanceerd elektronisch zegel dat voldoet aan de eisen bedoeld in paragraaf 1, tweede lid. Elke materialisatie onder gesloten omslag stemt overeen met de inhoud van het elektronisch origineel van het bericht bewaard op het beveiligd platform.".

Art. 174.In artikel 83, eerste lid van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 13 april 2019 worden de woorden "of de ter uitvoering ervan genomen besluiten" ingevoegd tussen de woorden "dit Wetboek" en de woorden ", de fiscale wetten".

Art. 175.In het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen wordt een Titel 6 ingevoegd met als opschrift "Dematerialisatie van de relaties tussen de Federale Overheidsdienst Financiën, de schuldenaars, medeschuldenaars en bepaalde derden".

Art. 176.In Titel 6 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 175, wordt een artikel 97 ingevoegd, luidende: "

Art. 97.Binnen de grenzen van de voorwaarden opgelegd door deze Titel en in het kader van haar bevoegdheden, is de Federale Overheidsdienst Financiën gemachtigd om te communiceren langs elektronische weg.

Voor de uitvoering van de bepalingen van deze Titel stelt zij door middel van een beveiligd elektronisch platform, aan de schuldenaars, medeschuldenaars of derden elektronische diensten ter beschikking die door middel van aangepaste beveiligingstechnieken, de oorsprong en de integriteit van de inhoud, de tijdsaanduiding evenals de bewaring van het verzonden bericht garanderen.".

Art. 177.In dezelfde Titel 6 van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 98 ingevoegd, luidende: "

Art. 98.§ 1. Behoudens wanneer wettelijke of reglementaire bepalingen anders bepalen, wordt elk bericht aan de Federale Overheidsdienst Financiën dat uitgaat van de schuldenaar of medeschuldenaar, verzonden door middel van het in artikel 97, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform met uitzondering van elk bericht dat ter plaatste wordt opgemaakt overeenkomstig artikel 76, vierde lid.

Behoudens wanneer wettelijke of reglementaire bepalingen anders bepalen, wordt elk bericht aan de Federale Overheidsdienst Financiën, betreffende de rechten en verplichtingen van een schuldenaar of medeschuldenaar inzake de minnelijke en gedwongen invordering van de fiscale en niet fiscale schuldvorderingen, dat uitgaat van een derde, waarmee hij al dan niet rechtstreeks of onrechtstreeks in betrekking is, eveneens verzonden door middel van het in artikel 97, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform. § 2. Zijn vrijgesteld van de verplichting om het in artikel 97, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform te gebruiken: 1° de schuldenaars en medeschuldenaar, natuurlijke personen, voor zover zij niet uitdrukkelijk gekozen hebben om met de Federale Overheidsdienst Financiën te communiceren langs elektronische weg;2° de belastingplichtige rechtspersonen en de niet-belastingplichtige rechtspersonen, die niet geïdentificeerd zijn overeenkomstig artikel 50 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, voor zover zij niet uitdrukkelijk gekozen hebben om met de Federale Overheidsdienst Financiën te communiceren langs elektronische weg;3° de rechtspersonen, evenals de professionele derden die handelen binnen de uitoefening van hun beroep zoals bepaald in paragraaf 3 die zich niet hebben kunnen identificeren bij het in artikel 97, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform;4° alsook de derden, natuurlijke personen. In deze gevallen wordt elk bericht verzonden onder gesloten omslag.

De keuze van de schuldenaars, medeschuldenaars of derden bedoeld in paragraaf 2, eerste lid, om al dan niet langs elektronische weg te communiceren met de Federale Overheidsdienst Financiën gebeurt door de activering of deactivering van de eBox.

De keuze van de in paragraaf 2, eerste lid, 1° en 2°, bedoelde personen om al dan niet langs elektronische weg met de Federale Overheidsdienst Financiën te communiceren, zal geen invloed hebben op een lopend onderzoek. § 3. De in paragraaf 2, 4°, bedoelde vrijstellingen zijn niet van toepassing op de derden die handelen binnen de uitoefening van hun beroep. § 4. De Koning bepaalt: 1° de modaliteiten met betrekking tot de toegang tot het in artikel 97, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform en het gebruik ervan; 2° de gevallen waarin de identificatie bij het beveiligd platform bedoeld in paragraaf 2, 3°, niet mogelijk zal zijn.".

Art. 178.In dezelfde Titel 6, van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 99 ingevoegd, luidende: "

Art. 99.§ 1. Behoudens wanneer de wettelijke of reglementaire bepalingen anders bepalen, wordt elk bericht van de Federale Overheidsdienst Financiën aan de schuldenaars, medeschuldenaars of derden verzonden door middel van het in artikel 97, tweede lid bedoelde beveiligd elektronisch platform met uitzondering van elk bericht dat ter plaatste wordt opgemaakt overeenkomstig artikel 76, vierde lid.

Wanneer een aangetekende zending vereist wordt door de bepalingen van dit Wetboek of de ter uitvoering ervan genomen besluiten, de fiscale wetten of de wettelijke of reglementaire bepalingen met betrekking tot niet-fiscale schuldvorderingen komt, in afwijking van artikel 2, § 1, 13°, en in toepassing van artikel 7 van de wet van 27 februari 2019 inzake de uitwisseling van berichten door middel van de eBox, de notificatie door middel van de eBox die aangeeft dat het bericht ter beschikking gesteld is door de Federale Overheidsdienst Financiën op het beveiligd elektronisch platform, overeen met een aangetekende zending van het bericht, al dan niet met ontvangstbewijs.

De schuldenaars, medeschuldenaars of derden die overeenkomstig artikel 98, § 2, zijn vrijgesteld van de verplichting om het in artikel 97, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform te gebruiken maar die toch gekozen hebben om langs elektronische weg te communiceren met de Federale Overheidsdienst Financiën, ontvangen elk bericht door middel van het bedoelde beveiligd elektronisch platform.

Wanneer het in het paragraaf 1, eerste lid, bedoeld bericht betrekking heeft op echtgenoten als bedoeld in artikel 2, § 1, 4°, en slechts één van de twee echtgenoten expliciet gekozen heeft om langs elektronische weg te communiceren met de Federale Overheidsdienst Financiën, wordt dit bericht eveneens onder gesloten omslag verzonden naar de echtgenoot die niet gekozen heeft om langs elektronische weg te communiceren.

In dit geval zal de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het bericht onder gesloten omslag het vertrekpunt zijn van de termijnen die van toepassing zijn voor het vervullen van de rechten en verplichtingen in dit Wetboek, of de ter uitvoering ervan genomen besluiten, de fiscale wetten of de wettelijke en reglementaire bepalingen met betrekking tot de niet-fiscale schuldvorderingen. § 2. Wanneer éénzelfde bericht van de Federale Overheidsdienst Financiën tegelijkertijd wordt verzonden naar een natuurlijke persoon in deze hoedanigheid en in zijn hoedanigheid van houder van een ondernemingsnummer, primeert voor het bepalen van het vertrekpunt van de termijnen die van toepassing zijn voor het vervullen van de rechten en de verplichtingen in dit Wetboek of de ter uitvoering ervan genomen besluiten, de fiscale wetten of de wettelijke en reglementaire bepalingen met betrekking tot de niet-fiscale schuldvorderingen, het verzenden van het bericht in zijn hoedanigheid van houder van een ondernemingsnummer op het verzenden van het bericht in zijn hoedanigheid van natuurlijke persoon. § 3. De schuldenaars, medeschuldenaars of derden die overeenkomstig het artikel 98, § 2, zijn vrijgesteld van de verplichting om het in artikel 97, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform te gebruiken en die er niet voor gekozen hebben om langs elektronische weg te communiceren met de Federale Overheidsdienst Financiën alsook diegenen die zich niet hebben kunnen identificeren bij dit beveiligd platform, verkrijgen elk bericht onder gesloten omslag. § 4. De Koning bepaalt de toepassingsmodaliteiten van de in paragraaf 1 bedoelde procedure.".

Art. 179.In dezelfde Titel van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 100 ingevoegd, luidende: "

Art. 100.Wanneer, het bericht door middel van het in artikel 97, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform niet verzonden kan worden ingevolge overmacht, inzonderheid wegens het technisch gebrekkig functioneren van het platform, van één van de componenten en/of van de elektronische diensten van het genoemde platform, zal het bericht worden verzonden hetzij door middel van een gelijkwaardige procedure die over dezelfde garanties als de elektronische procedure beschikt inzake de oorsprong, de integriteit van de inhoud, de tijdsaanduiding, evenals de bewaring van het verzonden bericht, hetzij onder gesloten omslag.

De Koning kan de van toepassing zijnde termijn verlengen indien de overmacht het de schuldenaar, medeschuldenaar of de derde onmogelijk heeft gemaakt om deze normale termijn na te leven die van toepassing is voor de vervulling van de rechten en verplichtingen opgenomen in dit Wetboek of de ter uitvoering ervan genomen besluiten, in de fiscale wetten of in de wettelijke of reglementaire bepalingen met betrekking tot de niet-fiscale schuldvorderingen.

De Koning bepaalt: 1° de datum van uitwerking van het bericht verzonden door middel van een in het eerste lid bedoelde gelijkwaardige procedure;2° de modaliteiten met betrekking tot het gebruik van alternatieve verzendingswijzen; 3° de modaliteiten met betrekking tot het gebruik van de papieren weg.".

Art. 180.In dezelfde Titel van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 101 ingevoegd, luidende: "

Art. 101.Elk bericht verzonden onder gesloten omslag wordt gelijkgesteld met een bericht verzonden door middel van het in artikel 97, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform en wordt geacht dezelfde rechtsgevolgen te hebben als deze voorzien door de toepasselijke wettelijke en reglementaire bepalingen op elk bericht verzonden langs elektronische weg.

De bepalingen van dit Wetboek of de ter uitvoering ervan genomen besluiten, de fiscale wetten of wettelijke of reglementaire bepalingen met betrekking tot niet-fiscale schuldvorderingen zijn van toepassing op elk bericht.".

Art. 181.In dezelfde Titel van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 102 ingevoegd, luidende: "

Art. 102.Elk overeenkomstig artikel 98, § 1, bericht verzonden door de schuldenaar, medeschuldenaar of derde maakt het voorwerp uit van een automatische elektronische ontvangstbevestiging. De datum van de ontvangstbevestiging geldt als datum van de ontvangst van de informatie door de Federale Overheidsdienst Financiën.

Elk bericht van de Federale Overheidsdienst Financiën verzonden overeenkomstig artikel 99, § 1, bevat een datum van de terbeschikkingstelling van het bericht, die de van toepassing zijnde termijnen doet lopen voor het vervullen van de rechten en verplichtingen opgenomen in dit Wetboek of de ter uitvoering ervan genomen besluiten, in de fiscale wetten of in wettelijke of reglementaire bepalingen met betrekking tot niet-fiscale schuldvorderingen.".

Art. 182.In hetzelfde Titel van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 103 ingevoegd, luidende: "

Art. 103.Voor de toepassing van Titel 6, en voor de toepassing van het artikel 81, heeft de volgende term de hieronder gedefinieerde betekenis: "bericht": alle schriftelijke mededelingen betreffende de in dit Wetboek of de ter uitvoering ervan genomen besluiten, in de fiscale wetten of in de wettelijke of reglementaire bepalingen met betrekking tot niet-fiscale schuldvorderingen opgenomen rechten en verplichtingen, inclusief brieven, formulieren en zendingen van gegevens, ongeacht de gebruikte drager.". HOOFDSTUK 8. - Wijzigingen van de domaniale wet van 22 december 1949

Art. 183.In artikel 3, § 4, van de domaniale wet van 22 december 1949, vervangen bij de wet van 13 april 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid worden de woorden "onder gesloten omslag" vervangen door de woorden "door middel van het in artikel 207, tweede lid, van de wet van 26 januari 2020 betreffende de dematerialisatie van de relaties tussen de Federale Overheidsdienst Financiën, de burgers, rechtspersonen en bepaalde derden en tot wijziging van diverse fiscale wetboeken en wetten bedoelde beveiligd elektronisch platform";2° het tweede lid wordt vervangen als volgt: "De schuldenaar die, in toepassing van artikel 208, § 2, van de voormelde wet, is vrijgesteld van de verplichting om het in het eerste lid bedoelde beveiligd elektronisch platform te gebruiken en die er niet voor gekozen heeft om langs elektronische weg te communiceren met de Federale Overheidsdienst Financiën verkrijgt elk bericht onder gesloten omslag.In dit geval geldt de aanbieding onder gesloten omslag als rechtsgeldige verzending van het innings- en invorderingsbericht."; 3° in het derde lid wordt het woord "tweede" vervangen door het woord "eerste". HOOFDSTUK 9. - Wijzigingen van de wet van 21 februari 2003 tot oprichting van een Dienst voor Alimentatievorderingen bij de Federale Overheidsdienst Financiën

Art. 184.Artikel 2 van de wet van 21 februari 2003 tot oprichting van een Dienst voor alimentatievorderingen bij de Federale Overheidsdienst Financiën, gewijzigd bij de wetten van 26 maart 2018 en 9 juli 2020, wordt aangevuld met de bepalingen onder 7° tot 9°, luidende: "7° aangetekende zending: de brief, al dan niet met een ontvangstbevestiging, neergelegd bij de aanbieder van de universele postdienst of bij een aanbieder van postdiensten en al dan niet elektronisch verzonden door deze laatste aan een vooraf vastgestelde bestemmeling, die een juridische waarde heeft daar zij toelaat het bewijs te bekomen van de datum van verzending en de ontvangst ervan door de bestemmeling; 8° eBox: de dienst aangeboden aan de natuurlijke personen door de Federale Overheidsdienst bevoegd voor Digitale Agenda en aan de houders van een ondernemingsnummer aangeboden door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, ingesteld door de wet van 27 februari 2019 inzake elektronische uitwisseling van berichten door middel van de eBox, die de bestemmelingen toelaat om elektronische berichten uit te wisselen met de Federale Overheidsdienst Financiën;9° geavanceerd elektronisch zegel: een elektronisch zegel dat voldoet aan de eisen vermeld in artikel 36 verordening (EU) nr.910/2014 van het Europees parlement en de raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van richtlijn 1999/93/EG.".

Art. 185.In artikel 6 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 22 december 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid worden de woorden ", door middel van het in artikel 20, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform," ingevoegd tussen de woorden "De onderhoudsgerechtigde kan" en de woorden "de tegemoetkoming"; 2° wordt tussen het eerste lid en het tweede lid een lid ingevoegd, luidende: "De onderhoudsgerechtigde die, in toepassing van artikel 21, § 2, is vrijgesteld van de verplichting om het voormeld beveiligd elektronisch platform te gebruiken en die er niet voor gekozen heeft om langs elektronische weg te communiceren met de Federale Overheidsdienst Financiën vraagt de in het eerste lid bedoelde tegemoetkoming aan onder gesloten omslag.".

Art. 186.In artikel 8, eerste lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 26 maart 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid worden de woorden "bij aangetekende zending, door middel van het in artikel 20, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform en in toepassing van artikel 21/1, § 1, tweede lid," ingevoegd tussen de woorden "de onderhoudsplichtige," en de woorden "kennis van de aanvraag"; 2° het eerste lid wordt aangevuld met de volgende zin: "De onderhoudsplichtige die, in toepassing van artikel 21, § 2, is vrijgesteld van de verplichting om het voormeld beveiligd elektronisch platform te gebruiken en die er niet voor gekozen heeft om langs elektronische weg te communiceren met de Federale Overheidsdienst Financiën ontvangt de voormelde kennisgeving met een aangetekende zending onder gesloten omslag."; 3° wordt aangevuld met een lid, luidende: "De onderhoudsplichtige deelt de in het tweede lid bedoelde bewijselementen mee aan de Dienst voor alimentatievorderingen door middel van het in artikel 20 bedoelde beveiligd elektronisch platform. De onderhoudsplichtige die in toepassing van artikel 21, § 2, is vrijgesteld van de verplichting om het voormeld beveiligd elektronisch platform te gebruiken en die niet gekozen heeft om langs elektronische weg te communiceren met de Federale Overheidsdienst Financiën, voert deze mededeling uit onder gesloten omslag.".

Art. 187.Artikel 9, § 2, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 9 juli 2020, wordt vervangen als volgt: " § 2. De Dienst voor alimentatievorderingen geeft door middel van het in artikel 20, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform en in toepassing van artikel 21/1, § 1, tweede lid, kennis van zijn beslissing aan de onderhoudsgerechtigde. De kennisgeving heeft uitwerking vanaf de eerste werkdag die volgt op de datum van haar terbeschikkingstelling.

De onderhoudsgerechtigde die, in toepassing van artikel 21, § 2, is vrijgesteld van de verplichting om het voormeld beveiligd elektronisch platform te gebruiken en die er niet voor gekozen heeft om langs elektronische weg te communiceren met de Federale Overheidsdienst Financiën ontvangt de voormelde kennisgeving onder gesloten omslag. De kennisgeving heeft uitwerking vanaf de derde werkdag die volgt op de datum van haar verzending.".

Art. 188.In artikel 10, § 1, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 9 juli 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid worden de woorden "bij gewone zending" vervangen door de woorden "door middel van het in artikel 20, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform "; 2° het eerste lid wordt aangevuld met de volgende zin: "De onderhoudsplichtige die, in toepassing van artikel 21, § 2, is vrijgesteld van de verplichting om het voormeld beveiligd elektronisch platform te gebruiken en die er niet voor gekozen heeft om langs elektronische weg te communiceren met de Federale Overheidsdienst Financiën, ontvangt de voormelde kennisgeving onder gesloten omslag."; 3° het derde lid wordt vervangen als volgt: "De terbeschikkingstelling van de zending op het in het eerste lid bedoelde beveiligd platform geldt als kennisgeving vanaf de eerste daarop volgende werkdag.De kennisgeving onder gesloten omslag heeft uitwerking vanaf de derde werkdag die volgt op de datum van haar verzending."; 4° het vierde lid wordt vervangen als volgt: "Wanneer de onderhoudsplichtige geen gekende woonplaats in België of in het buitenland heeft, wordt de kennisgeving aan de procureur des Konings te Brussel onder gesloten omslag verzonden, behalve wanneer de wettelijke of reglementaire bepalingen anders bepalen.".

Art. 189.In artikel 10/1 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 26 maart 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° het enige lid dat het eerste lid wordt, wordt aangevuld met de woorden "door middel van het in artikel 20, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform"; 2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende: "De meest gerede partij of de derde die in toepassing van artikel 21, § 2, is vrijgesteld van de verplichting om het voormeld beveiligd elektronisch platform te gebruiken en die er niet voor gekozen heeft om langs elektronische weg te communiceren met de Federale Overheidsdienst Financiën doet deze melding onder gesloten omslag.".

Art. 190.In artikel 10/2 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 26 maart 2018 en gewijzigd bij de wet van 9 juli 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het enig lid van paragraaf 3, dat het eerste lid wordt, worden de woorden "door middel van het in artikel 20, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform" ingevoegd tussen de woorden "Dienst voor alimentatievorderingen" en de woorden "aan de onderhoudsgerechtigde"; 2° paragraaf 3 wordt aangevuld met een lid, luidende: "De onderhoudsgerechtigde die in toepassing van artikel 21, § 2, is vrijgesteld van de verplichting om het voormeld beveiligd elektronisch platform te gebruiken en die er niet voor gekozen heeft om langs elektronische weg te communiceren met de Federale Overheidsdienst Financiën ontvangt deze vraag onder gesloten omslag."; 3° paragraaf 4 wordt vervangen als volgt: " § 4.De Dienst voor alimentatievorderingen geeft kennis van zijn beslissing over de al dan niet verlenging van de voorschotten aan de onderhoudsgerechtigde door middel van het in paragraaf 3 bedoelde beveiligd elektronisch platform.

De onderhoudsgerechtigde die, in toepassing van artikel 21, § 2, is vrijgesteld van de verplichting om het voormeld beveiligd elektronisch platform te gebruiken en die er niet voor gekozen heeft om langs elektronische weg te communiceren met de Federale Overheidsdienst Financiën ontvangt de voormelde kennisgeving onder gesloten omslag."; 4° in paragraaf 5 wordt het tweede lid vervangen als volgt: "De Dienst voor alimentatievorderingen geeft kennis van zijn beslissing om het recht op voorschotten op het onderhoudsgeld te schorsen aan de onderhoudsgerechtigde door middel van het in paragraaf 3 bedoelde beveiligd elektronisch platform."; 5° in paragraaf 5 wordt tussen het tweede lid en het derde lid een lid ingevoegd, luidende: "De onderhoudsgerechtigde die, in toepassing van artikel 21, § 2, is vrijgesteld van de verplichting om het voormeld beveiligd elektronisch platform te gebruiken en die er niet voor gekozen heeft om langs elektronische weg te communiceren met de Federale Overheidsdienst Financiën ontvangt de voormelde kennisgeving onder gesloten omslag."; 6° in paragraaf 5 wordt het derde lid dat het vierde lid wordt, vervangen als volgt: "De schorsing neemt een einde wanneer de onderhoudsgerechtigde, door middel van het in paragraaf 3 bedoelde beveiligd elektronisch platform, de nodige materiële bewijsstukken bij de Dienst voor alimentatievorderingen indient.De onderhoudsgerechtigde die, in toepassing van artikel 21, § 2, is vrijgesteld van de verplichting om het voormeld beveiligd elektronisch platform te gebruiken en die er niet voor gekozen heeft om langs elektronische weg te communiceren met de Federale Overheidsdienst Financiën, dient deze bewijsstukken in onder gesloten omslag.".

Art. 191.Artikel 11, § 3, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 26 maart 2018, wordt vervangen als volgt: " § 3. De Dienst voor alimentatievorderingen geeft van de beëindiging van haar tegemoetkoming door middel van het in artikel 20, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform, kennis aan de onderhoudsgerechtigde en bij aangetekende zending, in toepassing van artikel 21/1, § 1, tweede lid, door middel van het voormeld elektronisch platform, aan de onderhoudsplichtige en, in voorkomend geval, aan de derden-schuldenaars en derden-beslagenen. De kennisgeving aan de onderhoudsplichtige vermeldt bovendien vanaf welke datum welke bedragen enkel aan de Dienst voor alimentatievorderingen of aan de onderhoudsgerechtigde, bevrijdend kunnen worden betaald.

De onderhoudsgerechtigde, de onderhoudsplichtige en in voorkomend geval de derden-schuldenaars en derden-beslagenen die, in toepassing van artikel 21, § 2, zijn vrijgesteld van de verplichting om het voormeld beveiligd elektronisch platform te gebruiken en die er niet voor gekozen hebben om langs elektronische weg te communiceren met de Federale Overheidsdienst Financiën ontvangen de in het eerste lid bedoelde kennisgeving: - onder gesloten omslag wat de onderhoudsplichtige betreft; - bij aangetekende zending onder gesloten omslag wat de onderhoudsplichtige en de derden-schuldenaars en derden-beslagenen betreft.".

Art. 192.In artikel 13, § 3, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 11 februari 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid, worden de woorden "onder gesloten omslag" vervangen door de woorden "door middel van het in artikel 20, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform";2° het tweede lid wordt vervangen als volgt: "De onderhoudsplichtige die, in toepassing van artikel 21, § 2, is vrijgesteld van de verplichting om het in het eerste lid bedoelde beveiligd elektronisch platform te gebruiken en die er niet voor gekozen heeft om langs elektronische weg te communiceren met de Federale Overheidsdienst Financiën verkrijgt elk bericht onder gesloten omslag.In dit geval geldt de verzending onder gesloten omslag als geldige verzending van het innings- en invorderingsbericht."; 3° in het derde lid wordt het woord "tweede" vervangen door het woord "eerste".

Art. 193.In artikel 15 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 9 juli 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° het enige lid, dat het eerste lid wordt, wordt vervangen als volgt: "Indien de onderhoudsgerechtigde zich door de rechter heeft doen machtigen om, met uitsluiting van de onderhoudsplichtige, onder de voorwaarden en binnen de grenzen door het vonnis gesteld, de inkomsten van deze laatste of iedere andere hem door een derde verschuldigde geldsom te ontvangen, kan de Dienst voor alimentatievorderingen, onverminderd de gebruikelijke uitvoeringsmaatregelen, de uitvoerbare titel tot vaststelling van het onderhoudsgeld inroepen tegen alle tegenwoordige en toekomstige derden-schuldenaars door de kennisgeving bij aangetekende zending, door middel van het in artikel 20, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform, die hen wordt overgemaakt door een afschrift van de beslissing, betreffende de sommendelegatie toegekend aan de alimentatieschuldeiser.Deze kennisgeving heeft uitwerking vanaf de eerste werkdag die volgt op de terbeschikkingstelling van het stuk aan de bestemmeling door middel van het in artikel 20, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform."; 2° het wordt aangevuld met een lid luidende: "De derden-schuldenaars die, in toepassing van artikel 21 § 2, zijn vrijgesteld van de verplichting om het voormeld beveiligd elektronisch platform te gebruiken en die er niet voor gekozen hebben om langs elektronische weg te communiceren met de Federale Overheidsdienst Financiën ontvangen de voormelde kennisgeving onder gesloten omslag. Deze kennisgeving heeft uitwerking vanaf de derde werkdag die volgt op de afgifte van het stuk bij de aanbieder van de universele postdienst.".

Art. 194.Het opschrift van de afdeling II/1 van het Hoofdstuk IV van deze wet, opgeheven bij de wet van 9 juli 2020 wordt hersteld als volgt: "Hoofdstuk IV/1. Dematerialisatie van de relaties tussen de Federale Overheidsdienst Financiën, de onderhoudsgerechtigden, de onderhoudsplichtigen en bepaalde derden"

Art. 195.In Hoofdstuk IV/1 van dezelfde Wet, ingevoegd bij artikel 194, wordt artikel 20, opgeheven bij de wet van 9 juli 2020 hersteld als volgt: "

Art. 20.Binnen de grenzen van de voorwaarden opgelegd door dit hoofdstuk en in het kader van haar bevoegdheden, is de Federale Overheidsdienst Financiën gemachtigd om te communiceren langs elektronische weg.

Voor de uitvoering van de bepalingen van dit hoofdstuk stelt zij door middel van een beveiligd elektronisch platform, aan de onderhoudsgerechtigden, de onderhoudsplichtigen en derden elektronische diensten ter beschikking die door middel van aangepaste beveiligingstechnieken, de oorsprong en de integriteit van de inhoud, de tijdsaanduiding evenals de bewaring van het verzonden bericht garanderen.".

Art. 196.In hetzelfde hoofdstuk IV/1 van dezelfde Wet, wordt artikel 21, opgeheven bij de wet van 9 juli 2020, hersteld als volgt: "

Art. 21.§ 1. Behoudens wanneer wettelijke of reglementaire bepalingen anders bepalen, wordt elk bericht aan de Federale Overheidsdienst Financiën dat uitgaat van de onderhoudsgerechtigden en de onderhoudsplichtigen, verzonden door middel van het in artikel 20, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform.

Behoudens wanneer wettelijke of reglementaire bepalingen anders bepalen, wordt elk bericht aan de Federale Overheidsdienst Financiën dat uitgaat van een derde, betreffende rechten en verplichtingen in verband met de alimentatievorderingen van onderhoudsgerechtigde of onderhoudsplichtige waarmee hij al dan niet rechtstreeks of onrechtstreeks in betrekking is, eveneens verzonden door middel van het in artikel 20, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform. § 2. De in paragraaf 1, eerste lid, bedoelde personen, alsook de derden, natuurlijke personen, bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, zijn vrijgesteld van de verplichting om het in artikel 20, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform te gebruiken, voor zover zij niet expliciet gekozen hebben om met de Federale Overheidsdienst Financiën langs elektronische weg te communiceren. In dit geval wordt elk bericht verzonden onder gesloten omslag.

De keuze van de in het eerste lid, bedoelde personen, om al dan niet langs elektronische weg met de Federale Overheidsdienst Financiën te communiceren gebeurt door de activering of deactivering van de eBox. § 3. De in paragraaf 1, eerste lid, bedoelde personen, alsook de professionele derden die handelen binnen de uitoefening van hun beroep als bedoeld in paragraaf 4, zijn vrijgesteld van de verplichting om het in artikel 20, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform te gebruiken wanneer zij zich niet hebben kunnen identificeren bij dit beveiligd platform. In deze gevallen wordt het bericht verzonden onder gesloten omslag. § 4. De in paragraaf 2, eerste lid, bedoelde vrijstellingen zijn niet van toepassing op professionele derden die handelen binnen de uitoefening van hun beroep. § 5. De Koning bepaalt: 1° de modaliteiten met betrekking tot de toegang tot het in artikel 20, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform en het gebruik ervan; 2° de gevallen waarin de identificatie bij het beveiligd platform bedoeld in paragraaf 3, niet mogelijk zal zijn.".

Art. 197.In hetzelfde hoofdstuk IV/1 van dezelfde Wet, wordt artikel 21/1, opgeheven bij de wet van 9 juli 2020, hersteld als volgt: "

Art. 21/1.§ 1. Behoudens wanneer de wettelijke of reglementaire bepalingen anders bepalen, wordt elk bericht van de Federale Overheidsdienst Financiën aan onderhoudsgerechtigden, de onderhoudsplichtigen of derden verzonden door middel van het in artikel 20, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform.

Wanneer een aangetekende zending vereist wordt door de bepalingen van deze wet of de ter uitvoering ervan genomen besluiten, komt, in afwijking van artikel 2, 7° en in toepassing van artikel 7 van de wet van 27 februari 2019 inzake de uitwisseling van berichten door middel van de eBox, de notificatie door middel van de eBox die aangeeft dat het bericht ter beschikking gesteld is door de Federale Overheidsdienst Financiën op het beveiligd elektronisch platform, overeen met een aangetekende zending van het bericht, al dan niet met ontvangstbewijs.

De onderhoudsgerechtigden, de onderhoudsplichtigen of derden die overeenkomstig artikel 21, §§ 2 en 3, zijn vrijgesteld van de verplichting om het in artikel 20, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform te gebruiken maar die toch gekozen hebben om langs elektronische weg te communiceren met de Federale Overheidsdienst Financiën, ontvangen elk bericht door middel van het bedoelde beveiligd elektronisch platform. § 2. De onderhoudsgerechtigden, de onderhoudsplichtigen of derden die overeenkomstig het artikel 21, § 2, zijn vrijgesteld van de verplichting om het in artikel 20, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform te gebruiken en die er niet voor gekozen hebben om langs elektronische weg te communiceren met de Federale Overheidsdienst Financiën alsook diegenen die zich overeenkomstig artikel 21, § 3, niet hebben kunnen identificeren bij dit beveiligd platform, verkrijgen elk bericht onder gesloten omslag. § 3. De Koning bepaalt de toepassingsmodaliteiten van de in paragraaf 1 bedoelde procedure.".

Art. 198.In hetzelfde Hoofdstuk IV/1 van dezelfde Wet, wordt artikel 21/2, opgeheven bij de wet van 9 juli 2020, hersteld als volgt: "

Art. 21/2.Wanneer het bericht door middel van het in artikel 20, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform niet verzonden kan worden ingevolge overmacht, inzonderheid wegens het technisch gebrekkig functioneren van het platform, van één van de componenten en/of van de elektronische diensten van het genoemde platform, zal dit bericht worden verzonden hetzij door middel van een gelijkwaardige procedure die over dezelfde garanties als de elektronische procedure beschikt inzake de oorsprong, de integriteit van de inhoud, de tijdsaanduiding evenals de bewaring van het verzonden bericht, hetzij onder gesloten omslag.

De Koning kan de van toepassing zijnde termijn verlengen indien overmacht het de belastingplichtige onmogelijk heeft gemaakt om een termijn na te leven die van toepassing is voor het vervullen van de in door de bepalingen van deze wet of de ter uitvoering ervan genomen besluiten, opgenomen rechten en verplichtingen.

De Koning bepaalt: 1° de datum van uitwerking van het bericht verzonden volgens de gelijkwaardige procedure voorzien in het eerste lid;2° de modaliteiten met betrekking tot het gebruik van alternatieve verzendingswijzen; 3° de modaliteiten met betrekking tot het gebruik van de papieren weg.".

Art. 199.In hetzelfde hoofdstuk IV/1 van dezelfde Wet, wordt artikel 22, opgeheven bij de wet van 9 juli 2020, hersteld als volgt: "

Art. 22.Elk bericht verzonden onder gesloten omslag wordt gelijkgesteld met een bericht verzonden door middel van het in artikel 20, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform en wordt geacht dezelfde rechtsgevolgen te hebben als deze voorzien door de toepasselijke wettelijke en reglementaire bepalingen op elk bericht verzonden langs elektronische weg.

De bepalingen van deze wet of de ter uitvoering ervan genomen besluiten zijn van toepassing op elk bericht.".

Art. 200.In hetzelfde hoofdstuk IV/1 van dezelfde Wet, wordt artikel 22/1, opgeheven bij de wet van 9 juli 2020, hersteld als volgt: "

Art. 22/1.Elk overeenkomstig artikel 21, § 1, bericht verzonden door de onderhoudsgerechtigden, de onderhoudsplichtigen of derden maakt het voorwerp uit van een automatische elektronische ontvangstbevestiging.

De datum van de ontvangstbevestiging geldt als datum van de ontvangst van de informatie door de Federale Overheidsdienst Financiën.

Elk bericht van de Federale Overheidsdienst Financiën verzonden overeenkomstig artikel 21/1, § 1, bevat een datum van de terbeschikkingstelling van het bericht, die de van toepassing zijnde termijnen doet lopen voor het vervullen van de rechten en verplichtingen opgenomen in deze wet of de ter uitvoering ervan genomen besluiten.".

Art. 201.In hetzelfde hoofdstuk IV/1 van dezelfde wet wordt artikel 22/2, opgeheven bij de wet van 9 juli 2020, hersteld als volgt: "

Art. 22/2.§ 1. Elk bericht dat onder gesloten omslag wordt verzonden aan de Federale Overheidsdienst Financiën in het kader van de toepassing van deze wet of de ter uitvoering ervan genomen besluiten wordt voor de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën belast met de Dienst voor alimentatievorderingen, gereproduceerd, geregistreerd en bewaard op het beveiligd elektronisch platform bedoeld in artikel 20, tweede lid, volgens een informatica- of telegeleidingstechniek.

Het aldus gedigitaliseerd beeld van het bericht verzonden aan de Federale Overheidsdienst Financiën, verkregen door middel van een informatica- of telegeleidingstechniek, heeft, voor de toepassing van de bepalingen van deze wet, of de ter uitvoering ervan genomen besluiten, bewijskracht voor zover het de getrouwe en duurzame kopie is van het geschrift waarvan het afkomstig is en het voorzien is van een geavanceerd elektronisch zegel dat voldoet aan de eisen vermeld in artikel 36 van de verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees parlement en de raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van richtlijn 1999/93/EG. In dat geval is de vernietiging van het papieren origineel toegestaan.

De Koning bepaalt welke papieren documenten moeten worden bewaard, zelfs na digitalisering. § 2. Elk bericht verzonden in het kader van de toepassing van de bepalingen van deze wet of de ter uitvoering ervan genomen besluiten, door de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën belast met de Dienst voor Alimentatievorderingen aan een onderhoudsplichtige, een onderhoudsgerechtigde of een derde, wordt gegenereerd langs elektronische weg en ter beschikking gesteld op het in artikel 20, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform.

Wanneer de Federale Overheidsdienst Financiën, in toepassing van artikel 21/1, § 2, met de onderhoudsplichtige, de onderhoudsgerechtigde of de derde moet communiceren langs de papieren weg, heeft elke materialisatie onder gesloten omslag van een bericht in het kader van de toepassing van de bepalingen van deze wet of de ter uitvoering ervan genomen besluiten dezelfde bewijskracht als het elektronische origineel voor zover deze materialisatie onder gesloten omslag de unieke referentie bevat van een geavanceerd elektronisch zegel dat voldoet aan de eisen bedoeld in paragraaf 1, tweede lid.

Elke materialisatie onder gesloten omslag stemt overeen met de inhoud van het elektronisch origineel van het bericht bewaard op het beveiligd platform.".

Art. 202.In hetzelfde hoofdstuk IV/1 van dezelfde Wet, wordt artikel 22/3, opgeheven bij de wet van 9 juli 2020 hersteld als volgt: "

Art. 22/3.Voor de toepassing dit Hoofdstuk, heeft de volgende term de hieronder gedefinieerde betekenis: "bericht": alle schriftelijke mededelingen betreffende de in deze wet of de ter uitvoering ervan genomen besluiten opgenomen rechten en verplichtingen, inclusief brieven, formulieren en zendingen van gegevens, ongeacht de gebruikte drager.".

Art. 203.In artikel 27 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 26 maart 2018, 11 februari 2019 en 9 juli 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° paragraaf 1, eerste lid, wordt vervangen als volgt: "Indien de ontvanger vaststelt dat de invordering van het saldo van het onderhoudsgeld of van de achterstallen of de interesten onmogelijk is, wordt de invorderingsopdracht opgeschort.De ontvanger geeft daarvan door middel van het in artikel 20, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform kennis aan de onderhoudsgerechtigde.

De kennisgeving heeft rechtsgevolgen vanaf de eerste werkdag die volgt op de terbeschikkingstelling van de informatie aan de bestemmeling door middel van het in artikel 20, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform. De onderhoudsgerechtigde die, in toepassing van artikel 21, § 2, is vrijgesteld van de verplichting om het voormeld beveiligd elektronisch platform te gebruiken en die er niet voor gekozen heeft om langs elektronische weg te communiceren met de Federale Overheidsdienst Financiën ontvangt de voormelde informatie onder gesloten omslag. De kennisgeving heeft rechtsgevolgen vanaf de derde werkdag die volgt op datum van verzending."; 2° paragraaf 2, tweede lid, wordt vervangen als volgt: "De Dienst voor alimentatievorderingen geeft, door middel van het bovenvermelde beveiligd elektronisch platform, kennis aan de onderhoudsgerechtigde van de in artikel 26 bedoelde beslissing van de adviseur-generaal.De kennisgeving heeft rechtsgevolgen vanaf de eerste werkdag die volgt op de terbeschikkingstelling van de informatie aan de bestemmeling door middel van het in artikel 20, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform. De onderhoudsgerechtigde die, in toepassing van artikel 21, § 2, is vrijgesteld van de verplichting om het voormeld beveiligd elektronisch platform te gebruiken en die er niet voor gekozen heeft om langs elektronische weg te communiceren met de Federale Overheidsdienst Financiën ontvangt de voormelde beslissing van de adviseur-generaal onder gesloten omslag. De kennisgeving heeft rechtsgevolgen vanaf de derde werkdag die volgt op datum van verzending.". HOOFDSTUK 1 0. - Wijzigingen van de algemene wet inzake douane en accijnzen van 18 juli 1977

Art. 204.In het opschrift van Hoofdstuk I van de algemene wet inzake douane en accijnzen van 18 juli 1977, gewijzigd bij de wet van 22 december 1989, worden de woorden "en dematerialisatie van de schriftelijke communicatie tussen de Algemene Administratie van de douane en accijnzen en de gebruikers" toegevoegd na het woord "bepalingen".

Art. 205.In hetzelfde Hoofdstuk I wordt een Afdeling 4 ingevoegd met als opschrift "Dematerialisatie van de schriftelijke communicatie tussen de Algemene administratie van de douane en accijnzen en de gebruikers".

Art. 206.In de afdeling 4 ingevoegd bij het artikel 205 wordt een artikel 17/1 ingevoegd, luidende als volgt: "

Art. 17/1.§ 1. Behoudens wanneer de wettelijke of reglementaire bepalingen anders bepalen, gebeurt de schriftelijke communicatie tussen de administratie en de gebruikers via elektronische weg.

Voor de toepassing van dit artikel omvat het begrip "gebruiker" ook ondernemingen die zich borg stellen voor de betaling van de douane- en accijnsrechten.

Deze elektronische communicatie creëert dezelfde rechtsgevolgen als zou de communicatie op papier zijn gebeurd.

Voor deze communicatie stelt de Federale Overheidsdienst Financiën door middel van een beveiligd elektronisch platform, aan de gebruikers, elektronische diensten ter beschikking die door middel van aangepaste beveiligingstechnieken de oorsprong en de integriteit van de inhoud, de tijdsaanduiding evenals de bewaring van het verzonden bericht garanderen. § 2. Schriftelijke berichten die in het kader van administratieve doeleinden van een gebruiker worden ontvangen, worden gereproduceerd, geregistreerd en bewaard op het beveiligd elektronisch platform, volgens een informatica- of telegeleidingstechniek.

Het gedigitaliseerd beeld van het ontvangen bericht, verkregen door middel van een informatica- of telegeleidingstechniek, heeft bewijskracht voor zover het de getrouwe en duurzame kopie is van het geschrift waarvan het afkomstig is en het voorzien is van een geavanceerde elektronische zegel dat voldoet aan de eisen vermeld in artikel 36 van de Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees parlement en de raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van richtlijn 1999/93/EG. In dat geval is de vernietiging van het papieren origineel toegestaan.

De Koning of zijn afgevaardigde bepaalt welke papieren documenten moeten worden bewaard, zelfs na digitalisering. § 3. Elk schriftelijk bericht dat de administratie naar de gebruiker stuurt in het kader van haar opdrachten wordt elektronisch gegenereerd en ter beschikking gesteld van de gebruiker op het beveiligde elektronische platform.

Wanneer de administratie met de gebruiker communiceert langs de papieren weg, heeft elke materialisatie van een bericht door de administratie verzonden onder gesloten omslag, dezelfde bewijskracht als het elektronische origineel mits het de unieke verwijzing bevat naar een geavanceerd elektronisch zegel dat voldoet aan de eisen bedoeld in paragraaf 2, tweede lid. Elke materialisatie onder gesloten omslag stemt overeen met de inhoud van het elektronisch origineel van het bericht bewaard op het beveiligd elektronisch platform. § 4. Onverminderd het bovenstaande, kunnen de met controles en onderzoeken belaste ambtenaren voorzien van hun aanstellingsbewijs, bij de uitoefening van de hun door wettelijke of reglementaire bepalingen toegekende bevoegdheden, voor de welke zij instaan voor de handhaving, elk document dat ter plaatse is opgesteld op papier overmaken. § 5. Dit artikel heeft geen gevolgen voor de toepassing van bepalingen van het recht van de Europese Unie of van internationale overeenkomsten.". HOOFDSTUK 1 1. - Autonome bepalingen

Art. 207.Wat de bevoegdheden van de Federale Overheidsdienst Financiën betreft die niet zijn opgenomen in het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, het Wetboek van minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen, het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, het Wetboek der successierechten, het Wetboek diverse rechten en taksen en de algemene wet inzake douane en accijnzen van 18 juli 1977, waarvoor er een bericht nodig is tussen de voormelde Federale Overheidsdienst en de natuurlijke personen en de rechtspersonen, wordt dit bericht langs elektronische weg verzonden.

De Federale Overheidsdienst Financiën stelt door middel van een beveiligd elektronisch platform, aan de natuurlijke personen en rechtspersonen elektronische diensten ter beschikking die door middel van aangepaste beveiligingstechnieken, de oorsprong en de integriteit van de inhoud, de tijdsaanduiding, evenals de bewaring van het verzonden bericht garanderen.

Art. 208.§ 1. Behoudens indien de wettelijke of reglementaire bepalingen anders bepalen, wordt elk bericht aan de Federale Overheidsdienst Financiën dat uitgaat van de natuurlijke personen en de rechtspersonen, verzonden door middel van het in artikel 207, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform.

Behoudens indien de wettelijke of reglementaire bepalingen anders bepalen moet elk bericht aan de Federale Overheidsdienst Financiën met betrekking tot de in artikel 207, eerste lid, bedoelde bevoegdheden, dat uitgaat van een derde betreffende de rechten en verplichtingen van een natuurlijke persoon of een rechtspersoon, waarmee hij al dan niet rechtstreeks of onrechtstreeks in betrekking is, eveneens uitgevoerd worden door middel van het in artikel 207, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform. § 2. De natuurlijke personen, daaronder begrepen de derde, natuurlijke persoon, zijn vrijgesteld van de verplichting om het beveiligd elektronisch platform te gebruiken voor zover zij niet expliciet gekozen hebben om langs elektronische weg te communiceren met de Federale Overheidsdienst Financiën. In dit geval wordt elk bericht verzonden onder gesloten omslag.

De keuze van de personen bedoeld in het eerste lid, om al dan niet langs elektronische weg te communiceren met de Federale Overheidsdienst Financiën gebeurt door de activering of deactivering van de eBox.

De keuze van de in het eerste lid, bedoelde personen, om al dan niet langs elektronische weg met de Federale Overheidsdienst Financiën te communiceren, zal geen invloed hebben op een lopend onderzoek. § 3. De natuurlijke personen en de rechtspersonen zijn vrijgesteld van de verplichting om het in artikel 207, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform te gebruiken wanneer zij zich niet hebben kunnen identificeren bij dit beveiligd platform. In deze gevallen, geschiedt het bericht onder gesloten omslag. § 4. De Koning bepaalt: 1° de modaliteiten met betrekking tot de toegang tot het in artikel 207, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform en het gebruik ervan;2° de gevallen waarin de identificatie bij het beveiligd platform bedoeld in paragraaf 3, niet mogelijk zal zijn.

Art. 209.Behoudens indien de wettelijke of reglementaire bepalingen anders bepalen, wordt elk bericht uitgaande van de Federale Overheidsdienst Financiën aan de natuurlijke personen en de rechtspersonen verzonden door middel van het in artikel 207, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform.

Wanneer een aangetekende zending vereist wordt, komt in toepassing van artikel 7 van de wet van 27 februari 2019 inzake de uitwisseling van berichten door middel van de eBox, de notificatie door middel van de eBox die aangeeft dat het bericht ter beschikking gesteld is door de Federale Overheidsdienst Financiën op het beveiligd elektronisch platform, overeen met een aangetekende zending van het bericht, al dan niet met ontvangstbewijs.

De natuurlijke personen of de rechtspersonen die overeenkomstig artikel 208, § 2, zijn vrijgesteld van de verplichting om het in artikel 207, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform te gebruiken voor het in het eerste lid bedoelde bericht en die ervoor gekozen hebben om langs elektronische weg te communiceren met de Federale Overheidsdienst Financiën, ontvangen eveneens elk bericht door middel van het voormeld beveiligd elektronisch platform.

Wanneer het in het eerste lid bedoelde bericht betrekking heeft op gehuwden en wettelijk samenwonenden, en slechts één van de twee gehuwden of samenwonenden expliciet gekozen heeft om langs elektronische weg te communiceren met de Federale Overheidsdienst Financiën, wordt dit bericht eveneens onder gesloten omslag verzonden naar de echtgenoot of de wettelijke samenwonende die niet gekozen heeft om langs elektronische weg te communiceren.

Wanneer éénzelfde bericht van de Federale Overheidsdienst Financiën tegelijkertijd wordt verzonden naar een natuurlijke persoon in deze hoedanigheid en in zijn hoedanigheid van houder van een ondernemingsnummer, primeert, voor het bepalen van het vertrekpunt van de termijnen die van toepassing zijn voor het vervullen van de rechten en verplichtingen met betrekking tot de in artikel 207, eerste lid, opgenomen bevoegdheden van de Federale Overheidsdienst Financiën, het verzenden van het bericht in zijn hoedanigheid van houder van een ondernemingsnummer op het verzenden van het bericht in zijn hoedanigheid van natuurlijke persoon.

De Koning bepaalt de toepassingsmodaliteiten van de in het eerste lid voorziene procedure.

Art. 210.Wanneer, het bericht door middel van het in artikel 207, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform niet verzonden kan worden ingevolge overmacht, inzonderheid wegens het technisch gebrekkig functioneren van het beveiligd elektronisch platform, van één van de componenten en/of de elektronische diensten van het genoemde platform, zal dit bericht worden verzonden hetzij door middel van een gelijkwaardige procedure die over dezelfde garanties als de elektronische procedure beschikt inzake de oorsprong, de integriteit van de inhoud, de tijdsaanduiding, evenals de bewaring van het verzonden bericht, hetzij onder gesloten omslag.

De Koning kan de van toepassing zijnde termijn verlengen indien overmacht het de belastingplichtige onmogelijk heeft gemaakt om een termijn na te leven die van toepassing is voor het vervullen van de rechten en verplichtingen met betrekking tot de in artikel 207, eerste lid, opgenomen bevoegdheden van de Federale Overheidsdienst Financiën.

De Koning bepaalt: 1° de datum van uitwerking van het bericht verzonden volgens de gelijkwaardige procedure voorzien in het eerste lid;2° de modaliteiten met betrekking tot het gebruik van alternatieve verzendingswijzen;3° de modaliteiten met betrekking tot het gebruik van de papieren weg.

Art. 211.Elk bericht verzonden onder gesloten omslag wordt gelijkgesteld met een bericht verzonden door middel van het in artikel 207, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform en wordt geacht dezelfde rechtsgevolgen te hebben als deze voorzien door de toepasselijke wettelijke en reglementaire bepalingen op elk bericht verzonden langs elektronische weg.

Art. 212.Elk overeenkomstig artikel 208, § 1, verzonden bericht door de natuurlijke persoon of door de rechtspersoon maakt het voorwerp uit van een automatische elektronische ontvangstbevestiging. De datum van de ontvangstbevestiging geldt als datum van de ontvangst van de informatie door de Federale Overheidsdienst Financiën.

Elk overeenkomstig artikel 208, § 1, door de Federale Overheidsdienst Financiën verzonden bericht, bevat een datum van de terbeschikkingstelling van het bericht, die de van toepassing zijnde termijnen doet lopen voor het vervullen van de rechten en verplichtingen met betrekking tot de in artikel 207, eerste lid opgenomen bevoegdheden van de Federale Overheidsdienst Financiën.

Art. 213.§ 1. Wat de bevoegdheden van de Federale Overheidsdienst Financiën betreft die niet zijn opgenomen in het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, het Wetboek van minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen, het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, het Wetboek der successierechten, het Wetboek diverse rechten en taksen en de algemene wet inzake douane en accijnzen van 18 juli 1977 wordt elk bericht onder gesloten omslag, dat door de natuurlijke persoon of de rechtspersoon aan de Federale Overheidsdienst Financiën wordt verzonden in het kader van bovenvermelde bevoegdheden gereproduceerd, geregistreerd, en bewaard op het artikel 207, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform, volgens een informatica- of telegeleidingstechniek.

Elk aldus gedigitaliseerd beeld van het bericht verzonden door de natuurlijke persoon of rechtspersoon, verkregen door middel van een informatica- of telegeleidingstechniek heeft bewijskracht voor zover het de getrouwe en duurzame kopie is van het geschrift waarvan het afkomstig is en het voorzien is van een geavanceerd elektronische zegel dat aan de in artikel 36 van de Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van richtlijn 1999/93/EG vermelde eisen voldoet.

In dat geval is de vernietiging van het papieren origineel toegestaan.

De Koning bepaalt welke papieren documenten bewaard moeten worden, ook na digitalisering. § 2. Elk bericht verzonden in het kader van de in paragraaf 1, eerste lid, bedoelde bevoegdheden, door de federale overheidsdienst Financiën aan de natuurlijke persoon of de rechtspersoon, wordt gegenereerd langs elektronische weg en ter beschikking gesteld op het in artikel 207, tweede lid, bedoelde beveiligd elektronisch platform.

Wanneer de Federale Overheidsdienst Financiën, in toepassing van artikel 208, § 2, met de natuurlijke personen of rechtspersonen langs de papieren weg moet communiceren, heeft elke materialisatie van een bericht, door de Federale Overheidsdienst Financiën verzonden onder gesloten omslag, dezelfde bewijskracht als het elektronische origineel voor zover deze materialisatie de unieke referentie bevat van een geavanceerd elektronisch zegel dat voldoet aan de eisen bedoeld in paragraaf 1, tweede lid. De materialisatie onder gesloten omslag, stemt overeen met de inhoud van het elektronisch origineel van het bericht bewaard op het beveiligd platform. § 3. Als een bericht, gericht aan de Federale Overheidsdienst Financiën, na analyse voor een andere Federale Overheidsdienst bestemd blijkt te zijn, zendt de Federale Overheidsdienst Financiën het aldus gedigitaliseerde beeld van dit bericht in de eBox van de desbetreffende Federale Overheidsdienst.

Art. 214.Met het oog op een duidelijke en objectieve voorlichting vermeldt de Federale Overheidsdienst Financiën op elke briefwisseling de naam, de hoedanigheid, het adres en het telefoonnummer van de dienst of van de persoon die meer inlichtingen kan verstrekken over het dossier en in voorkomend geval, een unieke contactcode. HOOFDSTUK 1 2. - Wijzigingen van de wet van de 8 juli 2018 houdende organisatie van een centraal aanspreekpunt van rekeningen en financiële contracten en tot uitbreiding van de toegang tot het centraal bestand van berichten van beslag, delegatie, overdracht, collectieve schuldenregeling en protest

Art. 215.Artikel 2 van de wet van 8 juli 2018 houdende organisatie van een centraal aanspreekpunt van rekeningen en financiële contracten en tot uitbreiding van de toegang tot het centraal bestand van berichten van beslag, delegatie, overdracht, collectieve schuldenregeling en protest wordt aangevuld met de bepaling onder 14°, luidende: "14° aangetekende zending: de brief, al dan niet met een ontvangstbevestiging, neergelegd bij de aanbieder van de universele postdienst of een aanbieder van postdiensten en al dan niet elektronisch verzonden door deze laatste aan een vooraf vastgestelde bestemmeling, die een juridische waarde heeft daar zij toelaat het bewijs te bekomen van de datum van verzending en de ontvangst ervan door de bestemmeling.".

Art. 216.In artikel 13, § 4, van dezelfde wet worden de woorden "bij een ter post aangetekend schrijven" vervangen door de woorden "bij aangetekende zending". HOOFDSTUK 1 3. - Wijzigingen van de wet van 17 juli 2013 betreffende de bescherming tegen valsemunterij en de handhaving van de kwaliteit van de geldomloop

Art. 217.Artikel 3 van de wet van 17 juli 2013 betreffende de bescherming tegen valsemunterij en de handhaving van de kwaliteit van de geldomloop wordt aangevuld met de bepaling onder 4°, luidende: "4° aangetekende zending: de brief, al dan niet met een ontvangstbevestiging, neergelegd bij de aanbieder van de universele postdienst of een aanbieder van postdiensten en al dan niet elektronisch verzonden door deze laatste aan een vooraf vastgestelde bestemmeling, die een juridische waarde heeft daar zij toelaat het bewijs te bekomen van de datum van verzending en de ontvangst ervan door de bestemmeling.".

Art. 218.In artikel 10, § 2, van dezelfde wet worden de woorden "met een aangetekende brief of een aangetekende brief met ontvangstbewijs" vervangen door de woorden "bij aangetekende zending". HOOFDSTUK 1 4. - Inwerkingtreding

Art. 219.Deze wet treedt in werking op 1 januari 2025, met uitzondering van de bepalingen opgenomen in de artikelen 128 tot en met 132 en 219 tot en met 228 van deze wet.

De Koning kan een inwerkingtreding voorafgaand aan de in het eerste lid vermelde datum vastleggen voor de verschillende bepalingen van deze wet.

Art. 220.Artikel 19 is van toepassing vanaf aanslagjaar 2021.

Art. 221.Paragraaf 1 van het ontworpen artikel 339/1 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, ingevoegd door artikel 31 van deze wet, treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgend op de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad.

Art. 222.Paragraaf 2 van het ontworpen artikel 53octies van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, ingevoegd door artikel 48 van deze wet, treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgend op de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad.

Art. 223.Paragraaf 1 van het ontworpen artikel 289sexies van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, ingevoegd door artikel 84 van deze wet, treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgend op de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad.

Art. 224.Paragraaf 1 van het ontworpen artikel 162ter van het Wetboek der successierechten, ingevoegd door artikel 119 van deze wet, treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgend op de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad.

Art. 225.Paragraaf 1 van het ontworpen artikel 211quater van het Wetboek diverse rechten en taksen, ingevoegd door artikel 145 van deze wet, treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgend op de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad.

Art. 226.Paragraaf 1 van het ontworpen artikel 81 van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen, ingevoegd door artikel 173 van deze wet treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgend op de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad.

Art. 227.Paragraaf 1 van het ontworpen artikel 22/1 van de wet van 21 februari 2003 tot oprichting van een Dienst voor alimentatievorderingen bij de Federale Overheidsdienst Financiën, ingevoegd door artikel 201 van deze wet treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgend op de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad.

Art. 228.Paragraaf 2 van het ontworpen artikel 17/1 van de Algemene wet inzake douane en accijnzen van 18 juli 1977, ingevoegd door het artikel 206 van deze wet, treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgend op de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad.

Art. 229.Artikel 213, § 1, treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgend op de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad.

Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Gegeven te Brussel, 26 januari 2021.

FILIP Van Koningswege : De Vice-Eersteminister en Minister van Financiën, V. VAN PETEGHEM Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, V. VAN QUICKENBORNE _______ Nota (1) Kamer van volksvertegenwoordigers (www.dekamer.be) Stukken : K55-1697 Integraal verslag: 21 januari 2021.

^