Etaamb.openjustice.be
Wet van 11 april 2003
gepubliceerd op 15 juli 2003

Wet betreffende de voorzieningen aangelegd voor de ontmanteling van de kerncentrales en voor het beheer van splijtstoffen bestraald in deze kerncentrales

bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
numac
2003011326
pub.
15/07/2003
prom.
11/04/2003
ELI
eli/wet/2003/04/11/2003011326/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

11 APRIL 2003. - Wet betreffende de voorzieningen aangelegd voor de ontmanteling van de kerncentrales en voor het beheer van splijtstoffen bestraald in deze kerncentrales (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt : HOOFDSTUK I. - Algemeen

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2.Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder : 1° « datum van industriële ingebruikname » : datum van de formele overeenkomst tussen de elektriciteitsproducent, de constructeurs van de kerncentrales en het studiebureel waardoor de projectfase wordt afgesloten en de productiefase begint, te weten voor de bestaande nucleaire centrales : - Doel 1 : 15 februari 1975 - Doel 2 : 1 december 1975 - Doel 3 : 1 oktober 1982 - Doel 4 : 1 juli 1985 - Tihange 1 : 1 oktober 1975 - Tihange 2 : 1 februari 1983 - Tihange 3 : 1 september 1985;2° « voorzieningen voor de ontmanteling » : de voorzieningen voor de kosten van de stopzetting van de reactor van de kerncentrale en ontlading van de kernbrandstof, de eigenlijke ontmanteling van de kerninstallatie, de sanering van de site en het beheer van het radioactief afval dat eruit voortkomt;3° « voorzieningen voor het beheer van bestraalde splijtstoffen » : de voorzieningen voor de kosten verbonden met het beheer van splijtstoffen bestraald in de kerncentrales;4° « de kernprovisievennootschap » : de naamloze vennootschap Belgische Maatschappij voor Kernbrandstoffen Synatom, bedoeld in artikel 1 van het koninklijk besluit van 10 juni 1994 en waarvan het statuut wordt geregeld door artikel 179, § 1, van de wet van 8 augustus 1980 betreffende de budgettaire voorstellen 1979-1980, of iedere rechtsopvolgende vennootschap;5° « kernexploitanten » : elke exploitant, houder van een koninklijk exploitatievergunning, van kerncentrales of iedere rechtsopvolgende vennootschap;6° « kerncentrales » : elke kerninstallatie die, op industriële wijze, elektriciteit produceert;7° « het koninklijk besluit van 10 juni 1994 » : het koninklijk besluit van 10 juni 1994 tot invoering ten voordele van de Staat van een bijzonder aandeel in Synatom. HOOFDSTUK II. - Mechanismen verbonden met de voorzieningen voor de ontmanteling van de kerncentrales en voor het beheer van splijtstoffen bestraald in deze kerncentrales Afdeling 1. - Het Opvolgingscomité

Onderafdeling 1. - Oprichting en samenstelling

Art. 3.Er wordt een Opvolgingscomité voor de mechanismen verbonden met de voorzieningen voor de ontmanteling en voor het beheer van bestraalde splijtstoffen opgericht, afgekort « het Opvolgingscomité », met rechtspersoonlijkheid en met zetel in het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad.

Art. 4.§ 1. Het Opvolgingscomité zal samengesteld zijn uit de volgende zes personen : - de Administrateur-generaal van de Administratie der Thesaurie of zijn plaatsvervanger; - de voorzitter van het directiecomité van de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas of zijn plaatsvervanger; - de voorzitter van de Controledienst voor Verzekeringen of zijn plaatsvervanger; - de leidende ambtenaar van de Administratie voor de Begroting of zijn plaatsvervanger; - een persoon aangeduid door de Nationale Bank van België of zijn plaatsvervanger; - de leidende ambtenaar van het bestuur Energie, of zijn plaatsvervanger.

De leden van het Opvolgingscomité en hun respectieve plaatsvervangers worden benoemd door de Koning bij een in Ministerraad overlegd besluit. § 2. De directeur-generaal van het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle en de directeur-generaal van de Nationale Instelling voor Radioactief Afval en Verrijkte Splijtstoffen of hun afgevaardigden kunnen met raadgevende stem de vergaderingen van het Opvolgingscomité bijwonen. § 3. Het Opvolgingscomité wordt bijgestaan door een vast secretariaat.

Dit secretariaat staat onder de leiding van een vaste secretaris die benoemd wordt door de minister die de Energie onder zijn bevoegdheid heeft.

Onderafdeling 2. - Opdrachten en werkingsregels

Art. 5.§ 1. Het Opvolgingscomité geeft adviezen in de gevallen aangegeven in § 2 en oefent controle uit over de mogelijkheid waarover de kernprovisievennootschap op grond van artikel 14 beschikt om fondsen te lenen aan de kernexploitant en over de methoden voor het aanleggen van de provisies zoals bepaald in artikel 5, § 2. Wat betreft het bestaan en de toereikendheid van de provisies, vergen de besluiten van het Opvolgingscomité het eensluidend advies van NIRAS. § 2. Met het oog op het vervullen van de in § 1 genoemde opdracht : 1° geeft het Opvolgingscomité advies, op eigen initiatief of op verzoek van de bevoegde overheden, omtrent : a .de methoden voor het aanleggen van provisies voor de ontmanteling en het beheer van bestraalde splijtstoffen, en evalueert periodiek de geschiktheid van deze methoden, overeenkomstig artikel 12; b . het herzien van het maximale percentage van de fondsen die de tegenwaarde vormen van de desbetreffende provisies die de kernprovisievennootschap kan lenen aan kernexploitanten, overeenkomstig artikel 14, § 2; c . de categorieën van activa waarin de kernprovisievennootschap het deel van deze fondsen, dat zij niet mag lenen aan kernexploitanten, investeert, overeenkomstig artikel 14, § 5. 2° controleert het opvolgingscomité : a .de gegevens die de kernprovisievennootschap ter beschikking stelt omtrent de toereikendheid van de provisies; b . de correcte toepassing van de methoden voor het aanleggen van provisies voor de ontmanteling en het beheer van bestraalde splijtstoffen; c . de voorwaarden tegen dewelke de kernprovisievennootschap deze fondsen leent aan kernexploitanten, overeenkomstig artikel 14, § 4; d . de politiek van de kernexploitanten inzake voorrechten en hypotheken.

Art. 6.§ 1. Het Opvolgingscomité brengt zijn adviezen uit bij gewone meerderheid. Deze adviezen binden de kernprovisievennootschap. § 2. De kernprovisievennootschap kan bij de minister die Energie in zijn bevoegdheid heeft verzet aantekenen tegen elk advies van het Opvolgingscomité, en zulks binnen 14 werkdagen na ontvangst van het advies. § 3. De minister die Energie in zijn bevoegdheid heeft, legt het verzet voor aan de Ministerraad, die op korte termijn een bindende beslissing treft. Het verzet ingesteld overeenkomstig § 2 schorst de verplichting van de kernprovisievennootschap om de adviezen van het Opvolgingscomité te volgen tot de dag van de beslissing van de Ministerraad. § 4. Binnen de vijf werkdagen volgend op het schriftelijk verzoek, maakt het Opvolgingscomité aan de kernprovisievennootschap of, in voorkomend geval, aan de betrokken kernexploitant een kopie over van elk advies, verslag, studie of document en van alle statistieken of andere gegevens waarop een beslissing of een advies van het Opvolgingscomité betreffende de kernprovisievennootschap of een kernexploitant is gesteund, of waarnaar wordt verwezen in een dergelijke beslissing of een dergelijk advies.

Art. 7.§ 1. Teneinde het Opvolgingscomité toe te laten zijn opdrachten te vervullen, zal de kernprovisievennootschap aan het Opvolgingscomité tenminste de volgende gegevens verschaffen : - jaarlijks : Op een datum vast te leggen door het Opvolgingscomité, het bedrag van de voorzieningen aangelegd voor de ontmanteling en voor het beheer van bestraalde splijtstoffen, de evaluatie van de met deze voorzieningen overeenstemmende activa, de berekening van de vergoeding die de kernexploitanten aan de kernprovisievennootschap verschuldigd zijn voor het lopende boekjaar, de uitgaven voor de komende drie jaren, alsook de algemene oriëntatie van zijn investeringspolitiek; de internationale « credit rating » van de kernexploitant en de schuldenratio driemaandelijks vastgesteld ten aanzien van het eigen vermogen van de kernexploitant, zoals bedoeld in artikel 14; - elke drie jaar op een datum vast te leggen door het Opvolgingscomité en na de eerste herziening van de methode voor de aanleg van voorzieningen overeenkomstig artikel 12, §§ 2 en 3 : de basiskarakteristieken van de provisievorming voor de ontmanteling en voor het beheer van bestraalde splijtstoffen, zoals de achterliggende strategische aanpak, het ontwikkelingsprogramma, het uitvoeringsprogramma, de timing, de raming van de benodigde financiële middelen, het bedrag van de uitgaven en de betalingskalender; - alle overeenkomsten gesloten tussen de kernprovisievennootschap en de kernexploitant of verbonden vennootschappen en de Nationale Instelling voor Radioactief Afval en Verrijkte Splijtstoffen inzake de ontmanteling van kerncentrales en de verwerking van radioactieve afvalstoffen; - elke wijziging in de kredietrating van de kernexploitant of de omstandigheid dat het betrokken agentschap de kernexploitant op « credit watch » heeft geplaatst; - elk trimester, op een datum vast te leggen door het Opvolgingscomité, de schuldratio ten aanzien van het eigen vermogen van de kernexploitant, overeenkomstig artikel 14, § 2; - onmiddellijk, elke wijziging in de politiek van de kernexploitant inzake hypotheken en voorrechten. § 2. Teneinde het Opvolgingscomité toe te laten zijn opdrachten te vervullen, zullen de kernexploitanten aan het Opvolgingscomité onverwijld alle beslissingen en informatie inzake voorrechten en hypotheken bezorgen. § 3. Het Opvolgingscomité kan, in uitvoering van zijn opdrachten, adviezen vragen aan nationale, buitenlandse of internationale instellingen of gespecialiseerde kenniscentra, zoals de Nationale Instelling voor Radioactief Afval en Verrijkte Splijtstoffen of het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle.

Art. 8.§ 1. Het Opvolgingscomité legt elk jaar een verslag van zijn activiteiten voor aan de minister die de Energie in zijn bevoegdheid heeft, die dit verslag overmaakt aan de federale wetgevende Kamers en die erop toeziet dat het verslag op passende wijze wordt bekendgemaakt. § 2. De leden en het personeel van het secretariaat van het Opvolgingscomité zijn gebonden door het beroepsgeheim en mogen de vertrouwelijke gegevens die hun ter kennis zijn gekomen op grond van hun functie bij het Opvolgingscomité aan niemand bekendmaken, behalve wanneer zij worden opgeroepen om in rechte te getuigen, onverminderd de uitwisseling van informatie met de bevoegde instanties van andere lidstaten van de Europese Unie die uitdrukkelijk bepaald of toegestaan is door verordeningen of richtlijnen vastgesteld door de instellingen van de Europese Unie.

Art. 9.De werkingskosten, de kosten van de adviezen en de studies gevraagd door het Opvolgingscomité krachtens artikel 7 zijn ten laste van de voorzieningen voor de ontmanteling.

De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het jaarlijkse bedrag dat maximaal ten laste van de voorzieningen kan besteed worden.

Art. 10.De Koning bepaalt, op voorstel van het Opvolgingscomité, een huishoudelijk reglement en bepaalt de modaliteiten en werkingskosten van het Opvolgingscomité alsook van zijn vast secretariaat, met inbegrip van het bedrag van de zitpenningen die toekomen aan zijn leden. Afdeling 2. - Nadere regels voor de aanleg en het beheer van de

voorzieningen voor de ontmanteling en voor het beheer van bestraalde splijtstoffen Onderafdeling 1. - Aanleg van de voorzieningen voor de ontmanteling en het beheer van bestraalde splijtstoffen

Art. 11.§ 1. De kernprovisievennootschap is verantwoordelijk om de dekking van de kosten van ontmanteling van de kerncentrales te verzekeren, zoals bedoeld in artikel 2, 2° en van de kosten voor het beheer van de splijtstoffen bestraald in deze centrales, zoals bedoeld in artikel 2, 3°. Te dien einde legt de kernprovisievennootschap in haar rekeningen voorzieningen aan voor de ontmanteling en voor het beheer van bestraalde splijtstoffen, overeenkomstig de methoden bedoeld in artikel 12 of bepaald in uitvoering van dit artikel.

De kernexploitanten zijn gehouden tot de betaling aan de kernprovisievennootschap van de bedragen die overeenstemmen met de toelagen voor de voorzieningen voor de ontmanteling en voor het beheer van bestraalde splijtstoffen. § 2. De kernexploitanten maken, ten laatste op 31 december 2003 aan de kernprovisievennootschap een bedrag over dat gelijk is aan de tegenwaarde van de voorzieningen reeds aangelegd door de kernexploitanten voor de ontmanteling van de kerninstallaties.

Vanaf het boekjaar 2003 maken de kernexploitanten, in driemaandelijkse betalingsschijven, aan de kernprovisievennootschap een totaalbedrag over dat gelijk is aan de toelagen voor de voorzieningen voor de ontmanteling en voor het beheer van de bestraalde splijtstoffen voor het lopende boekjaar. § 3. De voorzieningen voor de ontmanteling zullen worden aangelegd teneinde, voor elke kerncentrale, het volledig geactualiseerd bedrag van de kosten van ontmanteling te dekken bij de geprogrammeerde uitdienstname van de betrokken kerncentrale, te weten ten laatste veertig jaar na de datum van industriële ingebruikname.

De ontmanteling zal worden verzekerd door de kernexploitanten voor rekening van de kernprovisievennootschap en de kosten van ontmanteling zullen door de kernprovisievennootschap worden aangerekend op de voorzieningen die ze heeft aangelegd. Indien, tijdens de ontmantelingsverrichtingen, de voorzieningen voor de ontmanteling lager blijken te zijn dan de kosten van ontmanteling, zullen de kernexploitanten aan de kernprovisievennootschap het bedrag overmaken dat nodig is om het overschot aan kosten van ontmanteling te dekken op het moment dat dit is verschuldigd. § 4. De voorzieningen voor het beheer van bestraalde splijtstoffen worden jaarlijks door de kernprovisievennootschap vermeerderd naar evenredigheid van de in het betrokken jaar voortgebrachte hoeveelheid bestraalde splijtstoffen.

Het beheer van bestraalde splijtstoffen zal uitsluitend worden verzekerd door de kernprovisievennootschap en de kosten van beheer van bestraalde splijtstoffen zullen door de kernprovisievennootschap worden aangerekend op de voorzieningen die zij heeft aangelegd.

Indien, tijdens de verrichtingen van beheer van bestraalde splijtstoffen, de voorzieningen voor het beheer van bestraalde splijtstoffen lager blijken te zijn dan de kosten van beheer van bestraalde splijtstoffen, zullen de kernexploitanten aan de kernprovisievennootschap het bedrag overmaken dat nodig is om het overschot aan kosten van beheer van bestraalde splijtstoffen te dekken op het moment dat dit is verschuldigd.

Art. 12.§ 1. In afwachting van de herziening van de methode van voorzieningen overeenkomstig § 2 en tot de datum van het definitief vastleggen van deze methode overeenkomstig § 3, legt de kernprovisievennootschap de voorzieningen voor de ontmanteling en voor het beheer van bestraalde splijtstoffen aan volgens de momenteel toepasselijke bepalingen. § 2. Binnen zes maanden na de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad , maken de kernprovisievennootschap en de betrokken kernexploitanten aan het Opvolgingscomité een voorstel over tot herziene methode van aanleg van voorzieningen voor de ontmanteling en een voorstel tot herziene methode van voorzieningen voor het beheer van bestraalde splijtstoffen, met tenminste de volgende elementen : - een uitgewerkt scenario voor de ontmanteling van de kerncentrales en voor het beheer van bestraalde splijtstoffen; - een gedetailleerde raming van de betrokken kosten, alsmede een planning in de tijd van de voorziene uitgaven; en - een berekeningsmethode voor de opbouw van de voorzieningen, met gebruik van actualisatie- en kapitalisatievoeten volgens geijkte technieken van financiële analyse. § 3. De voorstellen bedoeld in § 2 worden voorafgaandelijk ter goedkeuring voorgelegd van het Opvolgingscomité. Indien het deze voorstellen niet goedkeurt, deelt het zijn bemerkingen mee aan de kernprovisievennootschap en, indien het voorzieningen voor de ontmanteling betreft, aan de betrokken kernexploitant binnen de 60 dagen na ontvangst van het voorstel en nodigt hen uit om, binnen 60 dagen, hetzij een nieuw voorstel over te maken dat rekening houdt met deze bemerkingen, hetzij een gemotiveerd advies dat de redenen weergeeft waarom zij menen deze bemerkingen niet te kunnen volgen.

Indien binnen de 60 dagen na ontvangst van het nieuw voorstel of van het gemotiveerd advies, het Opvolgingscomité het oorspronkelijk of nieuw voorstel niet goedkeurt, legt de minister die de Energie in zijn bevoegdheid heeft de twistpunten voor aan de Ministerraad met een dossier dat de respectieve standpunten van elke partij bevat, alsook de toonaangevende oplossingen weerhouden in de internationale context. § 4. Driejaarlijks na de eerste herziening in uitvoering van §§ 2 en 3, voert het Opvolgingscomité een audit uit van de methoden gebruikt voor de aanleg van de voorzieningen voor de ontmanteling en voor het beheer van de bestraalde splijtstoffen, in het licht inzonderheid van de informatie bedoeld in artikel 7, § 1 en dit in overleg met de kernprovisievennootschap en, voor de voorzieningen voor de ontmanteling, met de betrokken kernexploitanten. Bij deze gelegenheid kunnen de kernprovisievennootschap en, in voorkomend geval, de betrokken kernexploitant wijzigingen voorstellen aan deze methoden en het Opvolgingscomité kan verzoeken dat de kernprovisievennootschap en, in voorkomend geval, de betrokken kernexploitant hem dergelijke wijzigingen voorstellen. In dit geval, wordt de procedure voorzien in § 3 analoog toegepast.

Onderafdeling 2. - Beheer van de voorzieningen voor de ontmanteling en voor het beheer van bestraalde splijtstoffen

Art. 13.De kernprovisievennootschap staat in voor het beheer van de fondsen die de tegenwaarde vormen van de voorzieningen voor de ontmanteling en voor het beheer van bestraalde splijtstoffen.

Art. 14.§ 1. De kernprovisievennootschap kan, tegen de geldende rente voor industriële kredieten, tot maximum 75 percent van het totale bedrag van de voorzieningen, de tegenwaarde van de voorzieningen voor de ontmanteling en het beheer van bestraalde splijtstoffen lenen aan kernexploitaten die beschouwd kunnen worden als schuldenaars van goede kwaliteit volgens de criteria aangegeven in § 2. Onverminderd § 2, tweede lid, bedraagt dit percentage 100 percent tijdens een overgangsperiode van 24 maanden volgend op de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad . § 2. Voor de toepassing van § 1, wordt de kwaliteit van het krediet van elke kernexploitant gemeten en opnieuw periodiek geëvalueerd door middel van een schuldratio ten aanzien van het eigen vermogen, op een geconsolideerde basis, en van een « credit rating » van een internationaal erkend noteringsagentschap.

Binnen de grenzen voorzien in § 1, kan het Opvolgingscomité het maximaal percentage herzien, zowel naar omhoog als naar omlaag, van de fondsen die de kernprovisievennootschap aan een kernexploitant kan lenen, naarmate de kwaliteit van zijn krediet evolueert ten aanzien van deze criteria en dit volgens een geleidelijke en transparante schaal die tussen de Staat, de kernprovisievennootschap en de kernexploitanten overeengekomen zal worden. Deze overeenkomst moet goedgekeurd worden door de Ministerraad.

In plaats van het percentage naar omlaag te herzien, kan het Opvolgingscomité dit laatste behouden indien de kernexploitant een adequate zakelijke of persoonlijke zekerheid stelt ten gunste van de kernprovisievennootschap. § 3. Indien zich aanzienlijke wijzigingen voordoen in de methodiek van de kredietrating of indien ingevolge andere externe ontwikkelingen de schaal niet langer geschikt is tot meting van de kredietwaardigheid van een onderneming als de kernexploitant, kunnen de kernprovisievennootschap en/of de kernexploitant aan het Opvolgingscomité wijzigingen voorstellen aan die schaal of aan de definitie of meting van de indicatoren of kan het Opvolgingscomité vereisen dat zij dergelijke wijzigingen voorstellen. Als het Opvolgingscomité en de kernprovisievennootschap en/of de kernexploitant hierover geen akkoord vinden, dan kan de Koning binnen 6 maanden, termijn die eenmalig te verlengen is met 2 maanden, op voorstel van het Opvolgingscomité, bij een in Ministerraad overlegd besluit, de schaal bepalen. § 4. De voorwaarden van de leningen toegekend door de kernprovisievennootschap in toepassing van § 1 worden bepaald in één of meerdere overeenkomsten afgesloten tussen deze vennootschap en de betrokken kernexploitant. Deze overeenkomsten worden overgemaakt aan het Opvolgingscomité dat hun overeenstemming met de bepalingen van deze wet en de overeenkomst vermeld in § 2 controleert en dat van de partijen kan vereisen dat zij de clausules die strijdig zijn met deze bepalingen wijzigen. § 5. Het deel van de voorzieningen dat niet het voorwerp mag uitmaken van leningen, te weten minstens vijfentwintig percent van het totaal van de voorzieningen, wordt door de kernprovisievennootschap belegd in activa buiten de kernexploitanten, met aandacht voor een voldoende diversificatie en spreiding van de beleggingen teneinde het risico te minimaliseren. § 6. De kernprovisievennootschap houdt, op ieder ogenblik, voldoende liquiditeiten aan, onder de vorm van geldbeleggingen of liquide middelen, om alle uitgaven verbonden met de ontmanteling en het beheer van bestraalde splijtstoffen gedurende de komende drie werkingsjaren te financieren.

Art. 15.Van zodra het Opvolgingscomité het percentage van de fondsen die de kernprovisievennootschap kan lenen aan een kernexploitant in uitvoering van artikel 14, § 2 naar omlaag herziet, bepaalt het het bedrag dat deze laatste aan de kernprovisievennootschap dient terug te storten van de leningen die hem zijn toegekend in uitvoering van artikel 14, § 1, alsook de zo kort mogelijke termijn binnen dewelke deze terugstorting dient te zijn uitgevoerd, rekening houdende met de tijdsbestekken om de fondsen te mobiliseren.

Art. 16.§ 1. Zodra het Opvolgingscomité aan de kernprovisievennootschap de volledige of gedeeltelijke terugbetaling van de betrokken leningen oplegt, ontstaat een algemeen voorrecht op de roerende goederen van de kernexploitant ten voordele van de kernprovisievennootschap. Dit voorrecht waarborgt de terugbetaling van de betrokken leningen ten belope van het door het Opvolgingscomité vastgestelde bedrag van terugbetaling. § 2. Het voorrecht bedoeld in § 1 vervalt in elk van de volgende gevallen : - zodra het door het Opvolgingscomité vastgestelde bedrag effectief aan de kernprovisievennootschap is terugbetaald; - zodra een moedervennootschap van de kernexploitant of een kredietinstelling zich voor dit bedrag borg stelt ten aanzien van de kernprovisievennootschap, op voorwaarde dat de betrokken borg bij een internationaal erkend noteringsagentschap een kredietrating heeft gelijk aan de kredietrating die overeenstemt met een maximum leenquotiteit van 75 percent zoals bepaald in de overeenkomst waarvan sprake in artikel 14; - zodra de Ministerraad of, in voorkomend geval, de bevoegde rechter heeft beslist dat er geen aanleiding is tot de terugbetaling bevolen door het Opvolgingscomité. § 3. De leningsovereenkomsten bedoeld in artikel 14, § 4, bevatten een zogenaamde « negative pledge » clausule krachtens dewelke de betrokken kernexploitant zijn activa niet mag belasten met hypotheken of andere zekerheden voor zijn financiële schuld, behalve indien hij een gelijkwaardige zekerheid kan stellen of verschaffen ten gunste van de kernprovisievennootschap, met dien verstande dat dit verbod de gebruikelijke uitzonderingen zal omvatten voor bestaande zekerheden, zekerheden gesteld in de normale bedrijfsvoering en zekerheden voor het bekomen van nieuwe activa.

Art. 17.Het voorrecht bedoeld in artikel 16 komt in rang onmiddellijk na dit bedoeld in artikel 19, 4°, nonies , van de hypotheekwet van 16 december 1851.

Art. 18.Het Opvolgingscomité waakt erover dat de voorzieningen aangelegd krachtens artikel 11 ten opzichte van de kosten van ontmanteling en van beheer van bestraalde splijtstoffen niet overtollig zouden zijn.

Art. 19.De kernexploitanten alsook de kernprovisievennootschap brengen het Opvolgingscomité onverwijld op de hoogte van iedere significante wijziging in hun aandeelhouderschap of van iedere fusie, splitsing, ontbinding of inbreng van algemeenheid of van een bedrijfstak van elk ander element dat tot een faillissement of gerechtelijk akkoord kan leiden. Zij brengen het Opvolgingscomité voorafgaandelijk op de hoogte van elke neerlegging van een verzoekschrift tot faillissement of concordaat. HOOFDSTUK III. - Wijzigingsbepalingen

Art. 20.In het artikel 3, § 2, van het koninklijk besluit van 10 juni 1994 wordt na de woorden « inzake de bevoorrading van het land in energie », het volgend zinsdeel toegevoegd : « en met de toereikendheid van de voorzieningen aangelegd voor de ontmanteling van de kerncentrales en voor het beheer van splijtstoffen bestraald in deze kerncentrales . »

Art. 21.In het artikel 179, § 1, van de wet van 8 augustus 1980 betreffende de budgettaire voorstellen 1979-1980 wordt na de woorden « nucleaire brandstofcyclus », het volgend zinsdeel toegevoegd : « alsook de voorzieningen aangelegd voor de ontmanteling van de kerncentrales en voor het beheer van splijtstoffen bestraald in deze kerncentrales . » HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen

Art. 22.Onverminderd de andere door deze wet voorziene maatregelen, kan het Opvolgingscomité elke in België gevestigde natuurlijke of rechtspersoon verplichten tot naleving van specifieke bepalingen van artikels 7, 12 en 18 of de uitvoeringsbesluiten ervan binnen de termijn bepaald door het Opvolgingscomité. Indien deze persoon bij het verstrijken van de termijn in gebreke blijft, kan het Opvolgingscomité, nadat de persoon werd gehoord of naar behoren werd opgeroepen, een administratieve geldboete opleggen. Het Opvolgingscomité bepaalt het bedrag van de geldboete en motiveert zijn beslissing. De geldboete mag, per kalenderdag, niet lager zijn dan 1. 250 euro, noch, in totaal, hoger zijn dan 2 miljoen euro. De geldboete wordt ten gunste van de Schatkist geïnd door de Administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, der registratie en domeinen.

Art. 23.Binnen twee maanden na de inwerkingtreding van deze wet, wijzigt de kernprovisievennootschap haar statuten en neemt alle andere maatregelen teneinde zich in overeenstemming te brengen met de bepalingen van deze wet.

Art. 24.De Koning regelt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de toepassing van deze wet op de Samenwerkende Vennootschap voor de Produktie van Elektriciteit, hierna genoemd « SPE », en inzonderheid : 1° organiseert de overdracht aan de kernprovisievennootschap van de fondsen die de tegenwaarde vormen van de voorzieningen voor de ontmanteling, opgebouwd in de rekeningen van SPE tot 31 december 2002;2° voorziet, in de mate waarin SPE in België actief blijft in de industriële productie van elektriciteit door splijting van kernbrandstoffen, een evenredige bijdrage van SPE tot de vorming van de voorzieningen voor de ontmanteling en het beheer van de bestraalde splijtstoffen;3° stelt een leningsmechanisme in zoals voorzien in deze wet.

Art. 25.Bij een in Ministerraad overlegd besluit, na advies van het Opvolgingscomité, kan de Koning de nodige maatregelen treffen ter omzetting van de dwingende bepalingen die voortvloeien uit internationale verdragen, of uit internationale akten genomen krachtens dergelijke verdragen, en die het voorwerp van deze wet betreffen.

De besluiten die krachtens het eerste lid worden vastgesteld, kunnen de van kracht zijnde wettelijke bepalingen wijzigen, aanvullen, vervangen of opheffen.

Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Gegeven te Brussel, 11 april 2003.

ALBERT Van Koningswege : De Vice-Eerste Minister en Minister van Mobiliteit en Vervoer, Mevr. I. DURANT De Staatssecretaris voor Energie en Duurzame Ontwikkeling, O. DELEUZE Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, A. VERWILGHEN _______ Nota's (1) Kamer van volksvertegenwoordigers. Parlementaire documenten.

Documenten 50-2238.

Gewone zitting 2002/2003.

N° 1. Wetsontwerp.

N° 2. Amendementen.

N° 3. Verslag.

N° 4 : tekst verbeterd door de commissie.

N° 5 : tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de senaat.

Handelingen van de Kamer van volksvertegenwoordigers : integraal verslag : 27 maart 2003.

Senaat : Parlementaire stukken : N° 2-1564.

Gewone zitting 2002/2003.

N° 1. Ontwerp geëvoceerd door de senaat.

N° 2. Verslag.

N° 3. Beslissing om niet te amenderen.

^