Etaamb.openjustice.be
Beschikking van 18 maart 2004
gepubliceerd op 18 mei 2004

Ordonnantie betreffende de milieueffectenbeoordeling van bepaalde plannen en programma's. - Addendum

bron
ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest
numac
2004031201
pub.
18/05/2004
prom.
18/03/2004
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

MINISTERIE VAN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST


18 MAART 2004. - Ordonnantie betreffende de milieueffectenbeoordeling van bepaalde plannen en programma's. - Addendum


De hieronder vermelde bijlagen zijn bij het voornoemde ordonnantie te voegen, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 30 maart 2004, blz. 17836.

Bijlage I In artikel 9, § 2, bedoelde informatie De informatie welke krachtens artikel 9, § 2, moet worden verstrekt, omvat, onverminderd artikel 9, § 3, de voleende elementen : a) een schets van de inhoud en de belangrijkste doelstellingen van het plan of programma en het verband met andere relevante plannen en programma's;b) de relevante aspecten van de bestaande situatie van het milieu en de mogelijke ontwikkeling daarvan als het plan of programma niet wordt uitgevoerd;c) de milieukenmerken van gebieden waarvoor de gevolgen aanzienlijk kunnen zijn;d) alle bestaande milieuproblemen die relevant zijn voor het plan of programma, met inbegrip van met name milieuproblemen in gebieden die vanuit milieuoogpunt van bijzonder belang zijn, zoals gebieden die op grond van de ordonnantie van 27 april 1995 betreffende het behoud en de bescherming van de natuur zijn aangewezen of gebieden die op grond van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 6 oktober 2000 betreffende de instandhouding van de natuurlijke habitats en van de wilde fauna en flora zijn aangewezen;e) de doelstellingen ter bescherming van het milieu welke relevant zijn voor het plan of programma, alsook de wijze waarop met deze doelstellingen en andere milieuoverwegingen rekening is gehouden bij de voorbereiding van het plan of programma;f) de mogelijke aanzienlijke milieueffecten, te weten secundaire, cumulatieve, synergetische, blijvende en tijdelijke, positieve en negatieve effecten, alsmede effecten op korte, middellange en lange termijn, bijvoorbeeld voor de biodiversiteit, bevolking, gezondheid van de mens, fauna, flora, bodem, water, lucht, klimaatfactoren, materiële goederen, cultureel erfgoed, met inbegrip van architectonisch en archeologisch erfgoed, landschap en de wisselwerking tussen bovengenoemde elementen;g) de voorgenomen maatregelen om aanzienlijke negatieve effecten op het milieu van de uitvoering van het plan of programma te voorkomen, te beperken of zoveel mogelijk teniet te doen;h) een schets van de redenen voor de selectie van de onderzochte alternatieven en een beschrijving van de wijze waarop de beoordeling is uitgevoerd, met inbegrip van de moeilijkheden die bij het verzamelen van de vereiste informatie zijn ondervonden (zoals technische tekortkomingen of ontbrekende kennis);i) een beschrijving van de voorgenomen monitoringsmaatregelen overeenkomstig artikel 16;j) een niet-technische samenvatting van de in de bovenstaande punten verstrekte informatie. Bijlage II Criteria voor de vaststelling van de mogelijke aanzienlijke effecten zoals bedoeld in artikel 6 1. De kenmerken van de plannen en programma's, in het bijzonder gelet op : -de mate waarin het plan of programma een kader vormt voor projecten en andere activiteiten met betrekking tot de ligging, aard, omvang en gebruiksvoorwaarden alsmede wat betreft de toewijzing van hulpbronnen; - de mate waarin het plan of programma andere plannen en programma's, met inbegrip van die welke deel zijn van een hiërarchisch geheel, beïnvloedt; - de relevantie van het plan of programma voor de integratie van milieuoverwegingen, vooral met het oog op de bevordering van duurzame ontwikkeling; - milieuproblemen die relevant zijn voor het plan of programma; - de relevantie van het plan of programma voor de toepassing van de milieuwetgeving van de Gemeenschap (bijv. plannen en programma's in verband met afvalstoffenbeheer of waterbescherming). 2. Kenmerken van de effecten en van de gebieden die kunnen worden beïnvloed, in het bijzonder gelet op : - de waarschijnlijkheid, duur, frequentie en omkeerbaarheid van de effecten; - de cumulatieve aard van de effecten; - de grensoverschrijdende aard van de effecten; - de risico's voor de menselijke gezondheid of het milieu (bijv. door ongevallen); - de orde van grootte en het ruimtelijk bereik van de effecten (geografisch gebied en omvang van de bevolking die getroffen kan worden); - de waarde en kwetsbaarheid van het gebied dat kan worden beïnvloed gelet op - bijzondere natuurlijke kenmerken of bijzonder cultureel erfgoed; - de overschrijding van de milieukwaliteitsnormen of van grenswaarden; - intensief grondgebruik; - de effecten op gebieden en landschappen die door een lid-Staat, door de Gemeenschap, dan wel in internationaal verband als beschermd gebied zijn erkend.

^