Etaamb.openjustice.be
Decreet van 14 februari 2003
gepubliceerd op 16 juli 2003

Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap en van instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1999

bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
numac
2003035690
pub.
16/07/2003
prom.
14/02/2003
ELI
eli/decreet/2003/02/14/2003035690/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

14 FEBRUARI 2003. - Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap en van instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1999 (1)


Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap en van instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1999 TITEL I. - Verrichtingen gedaan ter uitvoering van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap HOOFDSTUK I. - Vastleggingen gedaan in uitvoering van de begroting Afdeling 1. - Vaststelling van de vastleggingen

Artikel 1.De vastleggingen van uitgaven ten laste van de vastleggingskredieten van het begrotingsjaar 1999 bedragen, voor de gesplitste kredieten, overeenkomstig de bijgaande tabel A, kolom 6, de som van BEF 36 794 121 245.

Art. 2.De vastleggingen van uitgaven ten laste van de vastleggingskredieten van het begrotingsjaar 1999 bedragen, voor de variabele kredieten, overeenkomstig de bijgaande tabel A, kolom 6, de som van BEF 3 200 442 205. Afdeling 2. - Vaststelling van de vastleggingskredieten

Art. 3.De vastleggingskredieten - gesplitste kredieten - bedragen voor het begrotingsjaar 1999 in totaal BEF 42 376 565 490 (tabel A, kolom 5).

Dit bedrag werd omgedeeld bij de begrotingsdecreten en is als volgt samengesteld : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld (tabel A, kolommen 1, 2, 3 en 4).

Art. 4.Het bedrag van de voor het begrotingsjaar 1999 beschikbaar gestelde omgedeelde vastleggingskredieten wordt als volgt verminderd : I. De vastleggingskredieten die naar het volgende begrotingsjaar worden overgedragen bij toepassing van : - artikel 3, § 4, en artikel 5 van het decreet van 14 mei 1996 betreffende de regelen inzake de werking en de verdeling van het Sociaal Impulsfonds, - van artikel 11, § 3, van het decreet van 22 december 1999 houdende de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 2000 : BEF 4 394 027 893 II. De beschikbaar gebleven vastleggingskredieten die worden geannuleerd bij toepassing van de artikelen 34 en 35 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991 : BEF 1 188 416 352 (tabel A, kolommen 9 en 10).

Art. 5.Ingevolge de bepalingen vervat in de bovenstaande artikelen 3 en 4, worden de definitieve, omgedeelde vastleggingskredieten voor het begrotingsjaar 1999 vastgesteld op BEF 36 794 121 245; som die gelijk is aan de ten laste van het begrotingsjaar 1999 geboekte vastleggingen (tabel A, kolommen 6 en 11).

Art. 6.De vastleggingskredieten - variabele kredieten - bedragen voor het begrotingsjaar 1999 in het totaal BEF 5 530 693 223 (tabel A, kolom 5).

Dit bedrag is als volgt samengesteld : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

Art. 7.De in totaal voor het begrotingsjaar 1999 omgedeelde vastleggingskredieten - variabele kredieten - worden verminderd met een bedrag van BEF 2 330 251 018 dat, bij toepassing van artikel 45, § 2, van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, naar het volgende begrotingsjaar wordt overgedragen (tabel A, kolom 9).

Art. 8.Ingevolge de bepalingen vervat in de bovenstaande artikelen 6 en 7 worden de definitieve vastleggingskredieten - variabele kredieten - voor het begrotingsjaar 1999 vastgesteld op BEF 3 200 442 205; som die gelijk is aan de ten laste van het begrotingsjaar 1999 geboekte vastleggingen (tabel A, kolommen 6 en 11).

Art. 9.Wordt geregulariseerd de kredietherschikking binnen het activiteitenprogramma 62.20 - Monumenten en Landschappen - tussen de infra vermelde vastleggingskredieten-gesplitste kredieten : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld HOOFDSTUK II. - Ontvangsten en uitgaven gedaan in uitvoering van de begroting Afdeling 1. - Vaststelling van de ontvangsten

Art. 10.Onder voorbehoud dat de vastgestelde rechten opgenomen in de beheersrekening "Bestuur Personeel Hoger Onderwijs Buiten de Universiteit", Administratie Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek en in de beheersrekening "Afdeling Secundaire Scholen", Administratie Secundair Onderwijs van het Departement Onderwijs worden bevestigd, bedragen de op het begrotingsjaar 1999 ten behoeve van de Vlaamse Gemeenschap vastgestelde rechten, overeenkomstig de bijgaande tabel B, kolom 3, de som van BEF 632 083 996 710.

Deze som is als volgt samengesteld : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

Art. 11.De op hetzelfde begrotingsjaar 1999 aangerekende ontvangsten worden vastgesteld op BEF 618 260 889 047.

Deze som is als volgt samengesteld : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld (tabel B, kolom 4).

Art. 12.Onder voorbehoud dat de vastgestelde rechten opgenomen in de beheersrekening "Bestuur Personeel Hoger Onderwijs Buiten de Universiteit", Administratie Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek en in de beheersrekening "Afdeling Secundaire Scholen", Administratie Secundair Onderwijs van het Departement Onderwijs worden bevestigd, bedragen de vastgestelde rechten nog te innen bij de afsluiting van het begrotingsjaar : 1999 BEF 13 823 107 663.

Deze som is als volgt samengesteld : a) geannuleerde of in onbepaald uitstel gebrachte rechten : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld b) naar het volgende begrotingsjaar overgedragen rechten : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld (tabel B, kolommen 5, 6 en 7). Afdeling 2. - Vaststelling van de uitgaven

Art. 13.De tijdens het begrotingsjaar 1999 aangerekende ordonnanceringen worden als volgt vastgesteld : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld (tabel C, kolom 7).

Art. 14.De ten laste van het begrotingsjaar 1999 uitgevoerde betalingen, verantwoord of geregulariseerd, bedragen : A . algemene diensten : ten laste van Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld (tabel C, kolommen 7-9)

Art. 15.De ten laste van de begroting 1999 aangerekende betalingen, waarvan, bij toepassing van artikel 79 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, de verantwoording of de regularisatie naar een volgende begrotingsjaar wordt verwezen, bedragen : A . algemene diensten : ten laste van Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld (tabel C, kolom 9). Afdeling 3. - Vaststelling van de betalingskredieten

Art. 16.De betalingskredieten beschikbaar gesteld aan en omgedeeld door het Vlaams Parlement bedragen voor het begrotingsjaar 1999 : a) algemene diensten : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld (tabel C, kolom 6). Die bedragen omvatten : I. De betalingskredieten bestemd bij de begrotingsdecreten en bij decreet, als volgt onderverdeeld : 1. Oorspronkelijke begrotingen : a) algemene diensten : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld (tabel C, kolom 2).2. Aanpassingen van de kredieten : Vermeerderingen : a) algemene diensten : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Verminderingen : a) algemene diensten : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld (tabel C, kolommen 3 en 4). II. De betalingskredieten voor de begrotingsfondsen overeenkomstig artikel 45, § 2, van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, aangepast aan de op de overeenkomstige posten van de middelenbegroting aangerekende ontvangsten, bedragen voor het begrotingsjaar 1999 : (tabel C, kolom 2).

BEF 2 720 377 446 III. De overdrachten van betalingskredieten bij toepassing van de artikelen 34 en 35 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991 en van speciale bepalingen, als volgt samengesteld : a) algemene diensten : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld (tabel C, kolom 5). Art. 16bis . Het bedrag van de overgedragen niet-gesplitste kredieten van het begrotingsjaar 1998 naar het begrotingsjaar 1999 vermeld in artikel 17, I, a) en tabel C, kolom 13 van het decreet van 20 april 2001 houdende eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap en van instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1998, vastgesteld op BEF 33 103 718 986, wordt verminderd tot BEF 33 018 552 142.

Art. 17.Het bedrag van de voor het begrotingsjaar 1999 beschikbaar gestelde omgedeelde betalingskredieten wordt als volgt verminderd : I. De betalingskredieten die naar het volgende begrotingsjaar worden overgedragen bij toepassing van : - de artikelen 34, 35 en 45, § 2, van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, - artikel 10, § 1, van het decreet van 19 december 1998 houdende de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1999, - artikel 11, §§ 1, 2 en 3 van het decreet van 22 december 1999 houdende de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 2000, a) algemene diensten : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld II.De beschikbaar gebleven betalingskredieten die worden geannuleerd, bedragen voor : a) algemene diensten : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld (tabel C, kolommen 12 en 13).

Art. 18.Aanvullende kredieten worden toegekend ten bedrage van BEF 1 733 611 033 tot dekking van uitgaven gedaan buiten of boven de omgedeelde kredieten uitgetrokken voor het begrotingsjaar 1999.

Deze kredieten zijn als volgt samengesteld : algemene diensten : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld (tabel C, kolom 10) Deze bijkomende betalingskredieten worden toegewezen zoals aangeduid in tabel D.

Art. 19.Ingevolge de bepalingen vervat in de bovenstaande artikelen 17 en 18 hierboven, worden de definitieve kredieten voor het begrotingsjaar 1999 als volgt vastgesteld : 1. algemene diensten Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Die sommen zijn gelijk aan de ordonnanceringen aangerekend ten laste van de begroting 1999, overeenkomstig tabel C, kolommen 7 en 14. HOOFDSTUK III. - Ontvangsten en uitgaven gedaan in uitvoering van de Diensten met Afzonderlijk Beheer Afdeling 1. - Vaststelling van de ontvangsten

Art. 20.Onder voorbehoud dat de vastgestelde rechten opgenomen in de beheersrekening "Schadegevallen van het Vlaamse Gewest", afdeling Boekhouding en Begroting, Departement Leefmilieu en Infrastructuur (DAB Vlaams Infrastructuurfonds) worden bevestigd, bedragen de op het begrotingsjaar 1999 door de Diensten met Afzonderlijk Beheer vastgestelde rechten, overeenkomstig de bijgaande tabel E, kolom 3, de som van BEF 68 422 003 483.

Art. 21.De op hetzelfde begrotingsjaar 1999 aangerekende ontvangsten, worden overeenkomstig de bijgaande tabel E, kolom 4, vastgesteld op BEF 57 524 263 078.

Art. 22.Onder voorbehoud dat de vastgestelde rechten opgenomen in de beheersrekening "Schadegevallen van het Vlaamse Gewest", afdeling Boekhouding en Begroting, Departement Leefmilieu en Infrastructuur (DAB Vlaams Infrastructuurfonds) worden bevestigd, bedragen de vastgestelde rechten nog te innen bij afsluiting van het begrotingsjaar 1999 : BEF 10 897 740 405.

Deze som is als volgt samengesteld : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld (tabel E, kolom 5, 6 en 7). Afdeling 2. - Vaststelling van de vastleggingen

Art. 23.De vastleggingen van uitgaven ten laste van de vastleggingskredieten van het begrotingsjaar 1999 bedragen, overeenkomstig de bijgaande tabel F, kolom 6, de som van BEF 43 253 283 876. Afdeling 3. - Vaststelling van de vastleggingskredieten

Art. 24.De vastleggingskredieten beschikbaar gesteld aan en omgedeeld door het Vlaams Parlement bedragen, overeenkomstig de bijgaande tabel F, kolom 5, voor het begrotingsjaar 1999 BEF 44 879 283 829.

Dit bedrag is als volgt samengesteld : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld (tabel F, kolommen 1 tot 4).

Art. 25.Het bedrag van de voor het begrotingsjaar 1999 beschikbaar gestelde omgedeelde vastleggingskredieten wordt als volgt verminderd : I. De vastleggingskredieten die naar het volgende begrotingsjaar worden overgedragen bij toepassing van : - artikel 26 van het decreet van 18 mei 1999 houdende aanpassing van de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1999 : BEF 940 266 954 II. De beschikbaar gebleven vastleggingskredieten die worden geannuleerd, bij toepassing van de artikelen 34 en 35 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991 : BEF 744 737 817 (tabel F, kolommen 9 en 10).

Art. 26.Ingevolge de bepalingen vervat in de bovenstaande artikelen 24 en 25, worden de definitieve, omgedeelde vastleggingskredieten voor het begrotingsjaar 1999 vastgesteld op BEF 43 253 283 876; som die gelijk is aan de ten laste van het begrotingsjaar 1999 geboekte vastleggingen (tabel F, kolommen 6 en 11). Afdeling 4. - Vaststelling van de uitgaven

Art. 27.De tijdens het begrotingsjaar 1999 aangerekende ordonnanceringen worden als volgt vastgesteld : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld (tabel G, kolom 7). Afdeling 5. - Vaststelling van de betalingskredieten

Art. 28.De betalingskredieten beschikbaar gesteld aan en omgedeeld door het Vlaams Parlement bedragen voor het begrotingsjaar 1999 : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld (tabel G, kolom 6).

Die bedragen omvatten : I. De betalingskredieten bestemd bij de begrotingsdecreten en bij decreet, als volgt onderverdeeld : 1. Oorspronkelijke begrotingen : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld 2.Aanpassing van de kredieten : Vermeerderingen : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Verminderingen : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld (tabel G, kolommen 2, 3 en 4).

II. De overdrachten van betalingskredieten bij toepassing van speciale decreetsbepalingen, als volgt samengesteld : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld (tabel G, kolom 5).

Art. 29.Het bedrag van de voor het begrotingsjaar 1999 beschikbaar gestelde omgedeelde betalingskredieten wordt als volgt verminderd : I. De betalingskredieten die naar het volgende begrotingsjaar worden overgedragen bij toepassing van speciale decreetsbepalingen : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld II. De beschikbaar gebleven betalingskredieten die worden geannuleerd bedragen voor de : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld (tabel G, kolommen 11 en 12).

Art. 30.Aanvullende kredieten worden toegekend ten bedrage van BEF 47.695.819 tot dekking van de uitgaven gedaan buiten of boven de voor de Luchthaven Oostende en de Luchthaven Antwerpen omgedeelde kredieten uitgetrokken voor het begrotingsjaar 1999.

Deze kredieten zijn als volgt samengesteld : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld (tabel G, kolom 9).

Art. 31.Ingevolge de bepalingen vervat in de bovenstaande artikelen 28, 29 en 30, worden de definitieve kredieten voor het begrotingsjaar 1999 als volgt vastgesteld : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Die sommen zijn gelijk aan de ordonnanceringen aangerekend ten laste van de begroting 1999, overeenkomstig tabel G, kolommen 7 en 13. HOOFDSTUK IV. - Vastleggingen gedaan in uitvoering van het begrotingsdecreet Afdeling 1. - Vaststelling van de vastleggingsmachtigingen

Art. 32.De in toepassing van de artikelen 20, 21, 22, 25, 26, 28, 29, 127, 131, 132 en 141 van het begrotingsdecreet 1999, van de artikelen 12, 13, 14, 15, 16, 18, 19, 44 en 58 van het eerste aanpassingsdecreet 1999 en van artikel 4 van het tweede aanpassingsdecreet 1999 toegewezen vastleggingsmachtigingen voor het begrotingsjaar 1999 belopen, overeenkomstig de bijgaande tabel H (punt A1, kolom 2), de som van BEF 15 680 760 557.

Art. 33.De in toepassing van de artikelen 17, 24, 27, 107, 109, 110, 112, 116, 126, 129, 130, 134, 136, 137, 138 en 139 van het begrotingsdecreet 1999, van de artikelen 17, 26, 28, 29, 31, 43, 46, 47, 51, 53, 54 en 55 van het eerste aanpassingsdecreet 1999 toegewezen vastleggingsmachtigingen voor het begrotingsjaar 1999 belopen, overeenkomstig de bijgaande tabel H (punt A2, kolom 2), de som van BEF 79 228 158 291.

Art. 34.De in toepassing van de artikelen 17, 18 en 19 van het begrotingsdecreet 1999, van artikel 13 van het aanpassingsblad 1998 toegewezen machtigingen tot het aangaan van verbintenissen strekkende tot betaling van de intrest en de aflossing van leningen voor het begrotingsjaar 1999 belopen, overeenkomstig de bijgaande tabel H (punt B, kolom 2), de som van BEF 7 907 200 000. Afdeling 2. - Vaststelling van de aanwending

Art. 35.De aanwendingen van de door de artikelen 20, 21, 22, 25, 26, 28, 29, 127, 131, 132 en 141 van het begrotingsdecreet 1999, van de artikelen 12, 13, 14, 15, 16, 18, 19, 44 en 58 van het eerste aanpassingsdecreet 1999 en van artikel 4 van het tweede aanpassingsdecreet 1999 toegewezen machtigingen voor het begrotingsjaar 1999 belopen, overeenkomstig de bijgaande tabel H (punt A1, kolom 3) de som van BEF 15 208 586 477.

De niet-aangewende en de naar het volgende begrotingsjaar over te dragen machtigingen belopen, overeenkomstig de bijgaande tabel H (punt A1, kolom 6), de som van BEF 294 982 095.

De niet-aangewende en te annuleren machtigingen toegewezen door deze artikelen voor het begrotingsjaar 1999 belopen, overeenkomstig de bijgaande tabel H (punt A1, kolom 7), de som van BEF 177 191 985.

Art. 36.De aanwendingen van de door de artikelen 17, 24, 27, 107, 109, 110, 112, 116, 126, 129, 130, 134, 136, 137, 138 en 139 van het begrotingsdecreet 1999, van de artikelen 17, 26, 28, 29, 31, 43, 46, 47, 51, 53, 54 en 55 van het aanpassingsdecreet 1999 toegewezen machtigingen voor het begrotingsjaar 1999 belopen, overeenkomstig de bijgaande tabel H (punt A2, kolom 3), de som van BEF 73 477 233 022.

De niet-aangewende en de naar het volgende begrotingsjaar over te dragen machtigingen belopen, overeenkomstig de bijgaande tabel H (punt A2, kolom 6), de som van BEF 4 724 256 317.

De niet-aangewende en te annuleren machtigingen toegewezen door deze bepalingen voor het begrotingsjaar 1999 belopen, overeenkomstig de bijgaande tabel H (punt A2, kolom 7), de som van BEF 1 085 673 770.

Aanvullende machtigingen ten bedrage van BEF 25 333 559 en BEF 33 671 259 worden toegewezen tot regularisatie van de aanwending gedaan boven de machtiging respectievelijk toegewezen door het artikel 109 van het begrotingsdecreet 1999 met betrekking tot de Luchthaven Antwerpen en artikel 110 van het begrotingsdecreet 1999 met betrekking tot de Luchthaven Oostende.

Art. 37.De aanwendingen van de door de artikelen 17, 18 en 19 van het begrotingsdecreet 1999, van artikel 13 van het aanpassingsblad 1998 toegewezen machtigingen voor het begrotingsjaar 1999 belopen, overeenkomstig de bijgaande tabel H (punt B, kolom 3), de som van BEF 5 768 100 000.

De niet-aangewende en de naar het volgende begrotingsjaar over te dragen machtigingen belopen, overeenkomstig de bijgaande tabel H (punt B, kolom 6), de som van BEF 1 560 000 000.

De niet-aangewende en te annuleren machtigingen toegewezen door deze bepalingen voor het begrotingsjaar 1999 belopen, overeenkomstig de bijgaande tabel H (punt B, kolom 7), de som van BEF 579 100 000.

TITEL II. - Verrichtingen gedaan ter uitvoering van de begrotingen van de instellingen van openbaar nut van categorie A, opgesomd in artikel 1 van de Wet van 16 maart 1954 HOOFDSTUK I. - Openbare Afvalstoffenmaatschappij voor het Vlaams Gewest (OVAM), ingesteld bij decreet van 2 juli 1981 (B.S. van 25 juli 1981) Afdeling 1. - Lopend jaar

Art. 38.De eindregeling van de begroting van OVAM is, voor het begrotingsjaar 1999, als volgt vastgesteld : - de ontvangsten op een bedrag van BEF 2 133 082 000 - de uitgaven op een bedrag van BEF 1 897 928 000 zodat er voor het begrotingsjaar 1999 een overschot is van BEF 235 154 000 dat, gevoegd bij het overschot op 31 december 1998 van BEF 2 575 915 000, het gecumuleerd overschot op 31 december 1999 brengt op BEF 2 811 069 000. HOOFDSTUK II. - Vlaams Fonds voor de Lastendelging (VFLD), ingesteld bij decreet van 21 december 1994 (B.S. van 31 december 1994) Afdeling 1. - Lopend jaar

Art. 39.De eindregeling van de begroting van VFLD is, voor het begrotingsjaar 1999, als volgt vastgesteld : - de ontvangsten op een bedrag van BEF 996 432 620 - de uitgaven op een bedrag van BEF 707 311 582 zodat er voor het begrotingsjaar 1999 een overschot is van BEF 289 121 038 dat, gevoegd bij het overschot op 31 december 1998 van BEF 385 325 295, het gecumuleerd overschot op 31 december 1999 verhoogt tot BEF 674 446 333. HOOFDSTUK III. - Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden (VIPA), ingesteld bij decreet van 23 februari 1994 (B.S. van 1 juni 1994) Afdeling 1. - Lopend jaar

Art. 40.De eindregeling van de begroting van het VIPA is, voor het begrotingsjaar 1999 als volgt vastgesteld : - de ontvangsten op een bedrag van BEF 6 965 301 191 - de uitgaven op een bedrag van BEF 5 646 249 532 zodat er voor het begrotingsjaar 1999 een overschot is van BEF 1 319 051 659 dat, gevoegd bij het overschot op 31 december 1998 van BEF 1 583 368 552 en vermeerderd met de overdrachten van saldi van vorige boekjaren ten belope van BEF 429 504 275, het gecumuleerd overschot op 31 december 1999 brengt op BEF 3 331 924 486. HOOFDSTUK IV. - Fonds voor de Economische Expansie en de Regionale Reconversie Middelgrote en Grote Ondernemingen (FEER-MGO), ingesteld bij decreet van 21 december 1990 (B.S. van 29 december 1990) Afdeling 1. - Lopend jaar

Art. 41.De eindregeling van de begroting van het FEERR - MGO is, voor het begrotingsjaar 1999, als volgt vastgesteld : - de ontvangsten op een bedrag van BEF 5 572 379 400 - de uitgaven op een bedrag van BEF 7 830 296 917 zodat er voor het begrotingsjaar 1999 een tekort is van BEF 2 257 917 517 dat, gevoegd bij het overschot op 31 december 1998 van BEF 3 062 086 722, het gecumuleerd overschot op 31 december 1999 terugbrengt tot BEF 804 169 205. HOOFDSTUK V. - Fonds voor de Economische Expansie en de Regionale Reconversie - Kleine Ondernemingen (FEERR-KO), ingesteld bij decreet van 21 december 1990 (B.S. van 29 december 1990) Afdeling 1. - Lopend jaar

Art. 42.De eindregeling van de begroting van het FEERR - KO is, voor het begrotingsjaar 1999, als volgt vastgesteld : - de ontvangsten op een bedrag van BEF 3 499 233 000 - de uitgaven op een bedrag van BEF 3 437 002 000 zodat er voor het begrotingsjaar 1999 een overschot is van BEF 62 231 000 dat, gevoegd bij het overschot op 31 december 1998 van BEF 1 522 033 519, het gecumuleerd overschot op 31 december 1999 verhoogt tot BEF 1 584 264 519. HOOFDSTUK VI. - Fonds voor het Industrieel Onderzoek in Vlaanderen (FIOV), ingesteld bij decreet van 21 december 1990 (B.S. van 29 december 1990) Afdeling 1. - Lopend jaar

Art. 43.De eindregeling van de begroting van het FIOV is, voor het begrotingsjaar 1999, als volgt vastgesteld : - de ontvangsten op een bedrag van BEF 2 151 520 195 - de uitgaven op een bedrag van BEF 1 694 793 739 zodat er voor het begrotingsjaar 1999 een overschot is van BEF 456 726 456 dat, gevoegd bij het overschot op 31 december 1998 van BEF 263 747 159, het gecumuleerd overschot op 31 december 1999 verhoogt tot BEF 720 473 615. HOOFDSTUK VII. - Investeringsfonds voor grond- en woonbeleid voor Vlaams-Brabant (VLABINVEST), ingesteld bij decreet van 25 juni 1992 (B.S. van 11 juli 1992) Afdeling 1. - Lopend jaar

Art. 44.De eindregeling van de begroting van VLABINVEST is, voor het begrotingsjaar 1999, als volgt vastgesteld : - de ontvangsten op een bedrag van BEF 141 496 000 - de uitgaven op een bedrag van BEF 145 429 000 zodat er voor het begrotingsjaar 1999 een tekort is van BEF 3 933 000 dat, gevoegd bij het overschot op 31 december 1998 van BEF 119 214 000 en vermeerderd met de overdrachten van saldi van vorige boekjaren ten belope van BEF 410 883 000, het gecumuleerd overschot op 31 december 1999 brengt op BEF 526 164 000. HOOFDSTUK VIII. - Fonds Bijzondere Jeugdbijstand, ingesteld bij decreet van 21 december 1990 (B.S. van 29 december 1990) Afdeling 1. - Lopend jaar

Art. 45.De eindregeling van de begroting van het Fonds Bijzondere Jeugdbijstand is, voor het begrotingsjaar 1999, als volgt vastgesteld : - de ontvangsten op een bedrag van BEF 6 531 480 023 - de uitgaven op een bedrag van BEF 6 443 790 522 zodat er voor het begrotingsjaar 1999 een overschot is van BEF 87 689 501 dat, gevoegd bij het overschot op 31 december 1998 van BEF 133 682 057 en te verminderen met de niet-aanrekening van een financiële kost als uitgave ten belope van BEF 4 699 het gecumuleerd overschot op 31 december 1999 verhoogt tot BEF 221 366 859. HOOFDSTUK IX. - Vlaamse Milieumaatschappij (VMM), ingesteld bij decreet van 12 december 1990 (B.S. van 21 december 1990) Afdeling 1. - Lopend jaar

Art. 46.De eindregeling van de begroting van de VMM is, voor het begrotingsjaar 1999, als volgt vastgesteld : - de ontvangsten op een bedrag van BEF 2 825 031 000 - de uitgaven op een bedrag van BEF 2 830 544 000 zodat er voor het begrotingsjaar 1999 een tekort is van BEF 5 513 000 dat, gevoegd bij het overschot op 31 december 1998 van BEF 1 321 876 000, te verminderen met de boeking van een bijkomende vordering lastens het Minafonds ten belope van BEF 4 900 000 het gecumuleerd overschot op 31 december 1999 terugbrengt op BEF 1 311 463 000. HOOFDSTUK X. - Fonds Film in Vlaanderen (FIV), ingesteld bij decreet van 22 december 1993 (B.S. van 29 december 1993) Afdeling 1. - Lopend jaar

Art. 47.De eindregeling van de begroting van het FIV is, voor het begrotingsjaar 1999, als volgt vastgesteld : - de ontvangsten op een bedrag van BEF 378 051 803 - de uitgaven op een bedrag van BEF 313 335 324 zodat er op 31 december 1999 een overschot is van BEF 64 716 479 dat, gevoegd bij het tekort op 31 december 1998 van BEF 10 177 597 en te vermeerderen met de terugbetaling van een renteloos voorschot ten belope van BEF 130 000 dat in de uitvoeringsrekening 1998 niet als budgettaire ontvangst werd beschouwd, het gecumuleerd saldo op 31 december 1999 brengt op een overschot van BEF 54 668 882. HOOFDSTUK XI. - Grindfonds, ingesteld bij decreet van 14 juli 1993 (B.S. van 14 oktober 1993) Afdeling 1. - Lopend jaar

Art. 48.De eindregeling van de begroting van het Grindfonds is, voor het begrotingsjaar 1999, als volgt vastgesteld : - de ontvangsten op een bedrag van BEF 360 514 132 - de uitgaven op een bedrag van BEF 58 630 225 zodat er voor het begrotingsjaar 1999 een overschot is van BEF 301 883 907 dat, gevoegd bij het overschot op 31 december 1998 van BEF 638 491 107, het gecumuleerd overschot op 31 december 1999 verhoogt tot BEF 940 375 014. HOOFDSTUK XII. - Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF), ingesteld bij decreet van 22 december 1993 (B.S. van 29 december 1993) Afdeling 1. - Lopend jaar

Art. 49.De eindregeling van de begroting van het VLIF is, voor het begrotingsjaar 1999, als volgt vastgesteld : - de ontvangsten op een bedrag van BEF 1 575 760 121 - de uitgaven op een bedrag van BEF 987 789 355 zodat er voor het begrotingsjaar 1999 een overschot is van BEF 587 970 766 dat, gevoegd bij het overschot op 31 december 1998 van BEF 185 318 593, het gecumuleerd overschot op 31 december 1999 verhoogt tot BEF 773 289 359. HOOFDSTUK XIII. - Limburgfonds, ingesteld bij decreet van 13 juli 1994 (B.S. van 21 oktober 1994) Afdeling 1. - Lopend jaar

Art. 50.De eindregeling van de begroting van het Limburgfonds is, voor het begrotingsjaar 1999, als volgt vastgesteld : - de ontvangsten op een bedrag van BEF 1 650 840 154 - de uitgaven op een bedrag van BEF 1 622 666 417 zodat er voor het begrotingsjaar 1999 een overschot is van BEF 28 173 737 dat, gevoegd bij het overschot op 31 december 1998 van BEF 1 879 990 919, het gecumuleerd overschot op 31 december 1999 verhoogt tot BEF 1 908 164 656. HOOFDSTUK XIV. - Fonds Vlaanderen-Azië, ingesteld bij decreet van 20 december 1996 (B.S. van 31 december 1996) Afdeling 1. - Lopend jaar

Art. 51.De eindregeling van de begroting van het Fonds Vlaanderen-Azië is, voor het begrotingsjaar 1999, als volgt vastgesteld : - de ontvangsten op een bedrag van BEF 23 544 099 - de uitgaven op een bedrag van BEF 34 054 269 zodat er voor het begrotingsjaar 1999 een tekort is van BEF 10 510 170 dat, gevoegd bij het overschot op 31 december 1998 van BEF 193 835 325, het gecumuleerd overschot op 31 december 1999 terugbrengt tot BEF 183 325 155. HOOFDSTUK XV. - Financieringsinstrument voor de Vlaamse Visserij- en Aquicultuursector (FIVA), ingesteld bij decreet van 13 mei 1997 (B.S. van 17 juni 1997) Afdeling 1. - Lopend jaar

Art. 52.De eindregeling van de begroting van het Fonds voor de Vlaamse Visserij- en Aquicultuursector is, voor het begrotingsjaar 1999, als volgt vastgesteld : - de ontvangsten op een bedrag van BEF 58 140 718 - de uitgaven op een bedrag van BEF 34 382 182 zodat er voor het begrotingsjaar 1999 een overschot is van BEF 23 758 536 dat, gevoegd bij het overschot op 31 december 1998 van BEF 48 926 879, het gecumuleerd overschot op 31 december 1999 verhoogt tot BEF 72 685 415. HOOFDSTUK XVI. - Vlaams Egalisatie Rente Fonds (VERF), ingesteld bij decreet van 16 december 1997 (B.S. van 30 december 1997) Afdeling 1. - Lopend jaar

Art. 53.De eindregeling van de begroting van het Vlaams Egalisatie Rente Fonds is, voor het begrotingsjaar 1999, als volgt vastgesteld : - de ontvangsten op een bedrag van BEF 386 823 232 - de uitgaven op een bedrag van BEF16 566 497 zodat er voor het begrotingsjaar 1999 een overschot is van BEF 370 256 735 dat, gevoegd bij het overschot op 31 december 1998 van BEF 1 984 204 473, het gecumuleerd overschot op 31 december 1999 verhoogt tot BEF 2 354 461 208. HOOFDSTUK XVII. - Vlaams Zorgfonds, ingesteld bij decreet van 30 maart 1999 (B.S. van 28 mei 1999) Afdeling 1. - Lopend jaar

Art. 54.De eindregeling van de begroting van het Vlaams Zorgfonds is, voor het begrotingsjaar 1999, als volgt vastgesteld : - de ontvangsten op een bedrag van BEF 4 019 400 000 - de uitgaven op een bedrag van BEF 19 400 000 zodat er voor het begrotingsjaar 1999 een overschot is van BEF 4 000 000 000. HOOFDSTUK XVIII. - Fonds Culturele Infrastructuur, ingesteld bij decreet van 19 december 1998 (B.S. van 31 december 1998) Afdeling 1. - Lopend jaar

Art. 55.De eindregeling van de begroting van het Fonds Culturele Infrastructuur is, voor het begrotingsjaar 1999, als volgt vastgesteld : - de ontvangsten op een bedrag van BEF 597 600 000 - de uitgaven op een bedrag van BEF 241 355 856 zodat er voor het begrotingsjaar 1999 een overschot is van BEF 356 244 144.

Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Brussel, 14 februari 2003.

De minister-president van de Vlaamse regering, P. DEWAEL De Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Innovatie, Media en Ruimtelijke Ordening, D. Van MECHELEN _______ Nota (1) Zitting 2002-2003. Stukken. - Ontwerp van decreet : 23, nr. 1. - Verslag : 23, nr. 2. - Tekst aangenomen door de plenaire vergadering : 23, nr. 3.

Handelingen. - Bespreking en aanneming : Vergaderingen van 5 februari 2003.

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

^