Etaamb.openjustice.be
Wet van 06 januari 2014
gepubliceerd op 31 januari 2014

Wet tot wijziging van diverse wetten ten gevolge van de hervorming van de Senaat en houdende verscheidene wijzigingen inzake verkiezingen

bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
numac
2014000026
pub.
31/01/2014
prom.
06/01/2014
ELI
eli/wet/2014/01/06/2014000026/staatsblad
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.(...)
links
Raad van State (chrono)Kamer (parl. doc.)Senaat (fiche)
Document Qrcode

6 JANUARI 2014. - Wet tot wijziging van diverse wetten ten gevolge van de hervorming van de Senaat en houdende verscheidene wijzigingen inzake verkiezingen


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet. HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de wet van 3 mei 1880 op het parlementair onderzoek

Art. 2.In artikel 1 van de wet van 3 mei 1880 op het parlementair onderzoek, vervangen bij de wet van 30 juni 1996, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden "De Kamers oefenen" vervangen door de woorden "De Kamer van volksvertegenwoordigers oefent";2° in het tweede lid wordt het woord "Kamers" vervangen door het woord "Kamer van volksvertegenwoordigers".

Art. 3.In artikel 2 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 30 juni 1996, wordt het woord "elke" vervangen door het woord "de".

Art. 4.In artikel 3, vierde lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 30 juni 1996, worden de woorden "waartoe zij behoren" opgeheven.

Art. 5.In artikel 13, tweede lid, van dezelfde wet, worden de woorden "die het onderzoek heeft gelast" opgeheven. HOOFDSTUK 3. - Wijziging van de wet van 26 juni 2004 tot uitvoering en aanvulling van de wet van 2 mei 1995 betreffende de verplichting om een lijst van mandaten, ambten en beroepen, alsmede een vermogensaangifte in te dienen

Art. 6.In artikel 7, § 2, tweede lid, van de wet van 26 juni 2004 tot uitvoering en aanvulling van de wet van 2 mei 1995 betreffende de verplichting om een lijst van mandaten, ambten en beroepen, alsmede een vermogensaangifte in te dienen, gewijzigd bij de wet van 12 maart 2009, wordt de eerste zin vervangen als volgt : "Is de zaak aanhangig gemaakt door een senator bedoeld in artikel 67, § 1, 6° en 7°, van de Grondwet, dan wordt ze onderzocht door een opvolgingscommissie samengesteld uit leden van de Senaat.". HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van de wet van 6 april 1995 houdende inrichting van de parlementaire overlegcommissie bedoeld in artikel 82 van de Grondwet en tot wijziging van de gecoördineerde wetten op de Raad van State

Art. 7.In artikel 1, eerste lid, van de wet van 6 april 1995 houdende inrichting van de parlementaire overlegcommissie bedoeld in artikel 82 van de Grondwet en tot wijziging van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, worden de woorden "beide assemblees" vervangen door de woorden "de Kamer en de Senaat".

Art. 8.In artikel 2 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in de bepaling onder 2° worden de woorden "de onderzoekstermijnen bepaald in de artikelen 78 tot 81" vervangen door de woorden "de onderzoekstermijn bepaald in artikel 78";2° de bepalingen onder 3° en 4° worden opgeheven.

Art. 9.In artikel 9 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in de inleidende zin van paragraaf 1 worden de woorden "de artikelen 78 tot 81" vervangen door de woorden "artikel 78";2° in paragraaf 1, 1°, worden de woorden "de evocatietermijnen bedoeld in de artikelen 78, tweede lid, en 80 van de Grondwet gaan in" vervangen door de woorden "de evocatietermijn bedoeld in artikel 78, § 2, eerste lid, van de Grondwet gaat in"; 3° in paragraaf 1, 2°, wordt de zin "de onderzoekstermijnen bedoeld in de artikelen 78, derde lid, en 80 van de Grondwet gaan in de dag na die waarop het verzoek bepaald in artikel 78, § 2, tweede lid, van de Grondwet." vervangen door de zin "de onderzoekstermijn bedoeld in artikel 78, § 2, tweede lid, van de Grondwet gaat in de dag na die waarop het verzoek bepaald in artikel 78, § 2, eerste lid, van de Grondwet."; 4° in paragraaf 1 worden de bepalingen onder 3° tot 6° opgeheven;5° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "de artikelen 78 tot 81" vervangen door de woorden "artikel 78".

Art. 10.In artikel 10 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt : " § 1.De periode tussen het sluiten van de zitting van de Wetgevende Kamers en de opening van de volgende zitting komt niet in aanmerking voor de berekening van de termijnen bedoeld in artikel 78 van de Grondwet en in deze wet.

De commissie noteert de periodes tijdens welke de Senaat en de Kamer van volksvertegenwoordigers op reces zijn. Die periodes komen niet in aanmerking voor de berekening van de termijnen bedoeld in artikel 78 van de Grondwet en in deze wet.

De termijnen bedoeld in artikel 78 van de Grondwet en in deze wet worden geschorst, wanneer een van beide Kamers door de Koning wordt verdaagd.

De termijnen bedoeld in artikel 78 van de Grondwet worden automatisch geschorst zodra de commissie is aangezocht en tot de dag na die waarop zij een beslissing neemt.

De termijnen bedoeld in artikel 78 van de Grondwet en in deze wet worden geschorst bij de uitvoering van de procedure neergelegd in artikel 54 van de Grondwet."; 2° in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden "de artikelen 78 tot 80" vervangen door de woorden "artikel 78";3° paragraaf 2, derde lid, wordt opgeheven;4° in paragraaf 2, vierde lid, worden de woorden "de voorzitter aan wie het advies is gericht" vervangen door de woorden "de voorzitter van de Senaat" en de woorden "de andere assemblee" door de woorden "de Kamer van volksvertegenwoordigers".

Art. 11.In artikel 11 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1, derde lid, worden de woorden "artikel 10, § 5," vervangen door de woorden "artikel 10, § 1, 5°, ";2° in paragraaf 2 worden de woorden "de artikelen 74, 77 of 78 tot 81" vervangen door de woorden "artikel 74, 77 of 78".

Art. 12.In artikel 12 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de indeling in paragrafen wordt opgeheven; 2° in de vroegere paragraaf 1 waarvan de bestaande tekst het enige lid zal vormen, wordt het woord "onderzoekstermijnen" vervangen door het woord "onderzoekstermijn" en wordt de zin "De eindstemming in de plenaire vergadering wordt opgeschort tot de termijn van drie dagen is verstreken, onverminderd de artikelen 13 en 14, laatste lid." opgeheven; 3° de vroegere paragrafen 2 en 3 worden opgeheven.

Art. 13.In artikel 13 worden de woorden ", § 1 en § 3, tweede lid," opgeheven.

Art. 14.In artikel 14 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het derde lid wordt opgeheven;2° in het vroegere vierde lid, dat het derde lid wordt, worden de woorden "de artikelen 78 tot 81" vervangen door de woorden "artikel 78". HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van de wet van 5 mei 1999 betreffende de gevolgen van de ontbinding van de Wetgevende Kamers ten aanzien van de aanhangige wetsontwerpen en wetsvoorstellen

Art. 15.In het opschrift van de wet van 5 mei 1999 betreffende de gevolgen van de ontbinding van de Wetgevende Kamers ten aanzien van de aanhangige wetsontwerpen en wetsvoorstellen, worden de woorden "Wetgevende Kamers ten aanzien van de aanhangige" vervangen door de woorden "Kamer van volksvertegenwoordigers voor de bij de Wetgevende Kamers aanhangige".

Art. 16.In artikel 2 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden "de federale Wetgevende Kamers" vervangen door de woorden "de Kamer van volksvertegenwoordigers" en de woorden "de ontbonden Kamers" door de woorden "de Wetgevende Kamers";2° het tweede lid wordt opgeheven.

Art. 17.Artikel 3 van dezelfde wet wordt opgeheven.

Art. 18.Artikel 4 van dezelfde wet wordt opgeheven.

Art. 19.Artikel 5 van dezelfde wet wordt opgeheven. HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van het Kieswetboek

Art. 20.In artikel 10 van het Kieswetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 13 februari 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "wanneer de kamers of een ervan ontbonden worden" vervangen door de woorden "wanneer de Kamer van volksvertegenwoordigers ontbonden wordt";2° in paragraaf 3 worden de woorden "federale Wetgevende Kamers" telkens vervangen door de woorden "Kamer van volksvertegenwoordigers".

Art. 21.In artikel 17, § 1, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 14 april 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden "of voor de Senaat" opgeheven;2° in het tweede lid worden de woorden ", voor de Kamer of voor de Senaat," vervangen door de woorden "voor de Kamer".

Art. 22.Artikel 87bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 16 juli 1993, wordt opgeheven.

Art. 23.In artikel 88, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 16 juli 1993, worden de woorden "in de artikelen 87 en 87bis" vervangen door de woorden "in artikel 87" en de woorden "in artikel 87" worden vervangen door de woorden "in dat artikel".

Art. 24.Artikel 94bis van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 14 april 2009, wordt opgeheven.

Art. 25.In artikel 94ter, § 1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 2 april 2003, worden de woorden "en de voorzitters van de in artikel 94bis bedoelde collegehoofdbureaus" opgeheven.

Art. 26.In artikel 95, § 3, van hetzelfde Wetboek, laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 5 april 1994, worden de woorden "of van het collegehoofdbureau" opgeheven.

Art. 27.In artikel 95bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 13 februari 2007, worden de woorden ", 94bis" opgeheven.

Art. 28.In artikel 96, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 30 juli 1991 en gewijzigd bij de wet van 16 juli 1993, worden de woorden "alsmede aan de voorzitter van het collegehoofdbureau" opgeheven.

Art. 29.In artikel 104, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 16 juli 1993, worden de woorden "van de collegehoofdbureaus," opgeheven.

Art. 30.In artikel 106 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 16 juli 1993, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden "van de Kamers" vervangen door de woorden "van de Kamer van volksvertegenwoordigers";2° in het tweede lid worden de woorden "van beide Kamers, mag het kiescollege niet opgeroepen worden dan op beslissing van de Kamer waar de zetel is opengevallen" vervangen door de woorden "van de Kamer van volksvertegenwoordigers, mag het kiescollege niet worden opgeroepen dan op beslissing van de Kamer van volksvertegenwoordigers".

Art. 31.In artikel 115 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 juli 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden "en aan de voorzitter van het collegehoofdbureau" opgeheven;2° in het derde lid worden de woorden "de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring of van het collegehoofdbureau" vervangen door de woorden "de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring".

Art. 32.In artikel 115bis van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 13 februari 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1, derde lid, worden de woorden "of kiescollege" opgeheven;2° in paragraaf 2, derde lid, worden de woorden "en college" opgeheven;3° paragraaf 4 wordt opgeheven.

Art. 33.In artikel 115ter van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 13 februari 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1 worden de woorden "en de Senaat" opgeheven en worden de woorden "van de federale Wetgevende Kamers" vervangen door de woorden "van de Kamer van volksvertegenwoordigers";2° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "en voor de Senaat" opgeheven;3° in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden "of voor de Senaat" opgeheven;4° in paragraaf 2, derde lid, worden de woorden "en de Senaat" opgeheven;5° in paragraaf 2, vierde lid, worden de woorden "de Senaat en" opgeheven.

Art. 34.In artikel 116 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 14 april 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 2 wordt opgeheven;2° in paragraaf 3 worden de woorden "of aan de voorzitter van het collegehoofdbureau" opgeheven en worden de woorden "onder de in § 1 en § 2" vervangen door de woorden "onder de in § 1";3° in paragraaf 4, derde lid, worden de woorden "de Wetgevende Kamers" vervangen door de woorden "de Kamer van volksvertegenwoordigers";4° in paragraaf 4, vierde lid, worden de woorden "kieskring- of collegehoofdbureau" vervangen door het woord "kieskringhoofdbureau";5° in paragraaf 4, vijfde lid, worden de woorden "het college of" opgeheven;6° in paragraaf 4, zesde lid, worden de woorden van de eerste zin "of aan de voorzitter van het collegehoofdbureau", alsook de tweede zin, opgeheven;7° in paragraaf 5 wordt het zesde lid opgeheven;8° in paragraaf 6, eerste lid, 2°, worden de woorden "of bij de voorzitter van het collegehoofdbureau van, naar gelang van het geval, het Nederlandse kiescollege of het Franse kiescollege.In geval van gelijktijdige verkiezingen voor de vernieuwing van wetgevende vergaderingen dienen de kandidaten die voor meer dan één vergadering worden voorgedragen, bij de voor elke verkiezing bevoegde voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring of van het collegehoofdbureau dezelfde aangiften in" opgeheven.

Art. 35.In artikel 117 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 13 december 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden "of senator" opgeheven; 2° in het vijfde lid wordt de zin "De kiezer en het aftredend parlementslid mogen echter één voordracht van kandidaten voor de Kamer en één voor de Senaat ondertekenen, voor zover het dezelfde politieke formatie betreft." opgeheven.

Art. 36.In artikel 118 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 juli 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het vierde lid, dat begint met de woorden "Niemand kan tegelijk kandidaat zijn voor ...", en het vijfde lid, dat begint met de woorden "Niemand mag voor de Senaat voor meer dan één kiescollege ...", worden opgeheven; 2° in het achtste lid, dat het zesde lid wordt, wordt het woord "zeven" vervangen door het woord "vijf" en worden de woorden "of collegehoofdbureau" opgeheven;3° in het negende lid, dat het zevende lid wordt, worden de woorden "of collegehoofdbureau" opgeheven.

Art. 37.In artikel 119, eerste en vierde lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 17 mei 1949, en gewijzigd bij de wetten van 16 juli 1993 en 13 februari 2007, worden de woorden "of collegehoofdbureau" telkens opgeheven.

Art. 38.In artikel 119bis van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 30 juli 1991 en gewijzigd bij de wet van 16 juli 1993, worden de woorden "of collegehoofdbureau" opgeheven.

Art. 39.In artikel 119ter van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 mei 1994, worden de woorden "of collegehoofdbureau" opgeheven.

Art. 40.Artikel 119quater van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 16 juli 1993, wordt opgeheven.

Art. 41.In artikel 119quinquies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 24 mei 1994, worden de woorden "of het collegehoofdbureau" opgeheven.

Art. 42.In artikel 119sexies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 februari 2003, worden de woorden "of het collegehoofdbureau" opgeheven.

Art. 43.In artikel 120, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, laatst gewijzigd bij de wet van 16 juli 1993, worden de woorden "of collegehoofdbureau" opgeheven.

Art. 44.In artikel 121, eerste en tweede lid, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 13 februari 2007, worden de woorden "of collegehoofdbureau" telkens opgeheven.

Art. 45.In artikel 122, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 16 juli 1993, worden de woorden "of collegehoofdbureau" telkens opgeheven.

Art. 46.In artikel 123, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 13 februari 2007, worden de woorden "of collegehoofdbureau" opgeheven.

Art. 47.In artikel 124, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 13 februari 2007, worden de woorden "of collegehoofdbureau" opgeheven.

Art. 48.In artikel 125 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 13 februari 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste en vierde lid worden de woorden "of collegehoofdbureau" telkens opgeheven;2° in het derde lid wordt de tweede zin opgeheven.

Art. 49.In artikel 125bis, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, laatst gewijzigd bij de wet van 13 februari 2007, worden de woorden "der hoofdbureau van de kieskring of collegehoofdbureau" vervangen door de woorden "van de hoofdbureaus van de kieskringen".

Art. 50.In artikel 125ter, vijfde lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 16 juli 1993, worden de woorden "of collegehoofdbureau" opgeheven.

Art. 51.Artikel 125quinquies van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 13 februari 2007, wordt opgeheven.

Art. 52.In artikel 126 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 13 december 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste en derde lid worden de woorden "kieskring- of collegehoofdbureau" vervangen door het woord "kieskringhoofdbureau";2° in het vierde lid worden de woorden "of van de Senaat" opgeheven.

Art. 53.In artikel 127, eerste en tweede lid, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 juli 2012, worden de woorden "of collegehoofdbureau" telkens opgeheven.

Art. 54.In artikel 128 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 juli 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 2 wordt opgeheven;2° in paragraaf 3 worden de woorden "Vervolgens gaat het bureau" vervangen door de woorden "Het bureau gaat"; 3° in paragraaf 3 wordt het tweede lid vervangen als volgt : "Het kieskringhoofdbureau voor de verkiezing van deze vergadering houdt hiervoor rekening met de volgorde van de nummers die toegekend zijn bij de loting vermeld in artikel 115bis, § 2, eerste lid."; 4° in paragraaf 3, vierde lid, worden de woorden "bedoeld in § 2, vierde lid" vervangen door de woorden "dat toebedeeld is door de loting bedoeld in artikel 115bis, § 2, eerste lid".

Art. 55.De modellen van stembiljet IId), IIe), IIf), IIg), bedoeld in artikel 128 van hetzelfde Wetboek en de bijlagen hierbij, worden opgeheven.

Art. 56.In artikel 128bis van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 13 februari 2007, worden de woorden "of collegehoofdbureau" en de woorden "of door de Raad van State" opgeheven.

Art. 57.In artikel 128ter van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 juli 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt : " § 1.In afwijking van artikel 128, § 3, gebeurt de vaststelling van het stembiljet voor de verkiezing voor de Kamer van volksvertegenwoordigers, wanneer deze verkiezingen plaatsvinden op de in artikel 10, § 3, bedoelde datum, overeenkomstig de volgende bepalingen."; 2° paragraaf 2 wordt opgeheven;3° in paragraaf 3 wordt het eerste lid opgeheven; 4° in paragraaf 3 wordt het vierde lid, dat het derde lid wordt, vervangen als volgt : "De in het tweede lid bedoelde bijkomende loting gebeurt tussen de nummers die onmiddellijk volgen op het hoogste nummer dat toegekend is in overeenstemming met het eerste lid.".

Art. 58.In artikel 129 van hetzelfde Wetboek, laatst gewijzigd bij de wet van 16 juli 1993, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het tweede lid wordt opgeheven;2° in het vroegere derde lid, dat het tweede lid wordt, wordt de zin "Het papier van de stembiljetten voor de Senaat is roze;dat voor de Kamer van volksvertegenwoordigers is wit." vervangen door de zin "De stembiljetten voor de Kamer worden afgedrukt op papier waarvan de kleur vastgelegd wordt door de Koning."; 3° in het vroegere vierde en vijfde lid, die het derde en het vierde lid worden, worden de woorden "wat betreft de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers en van het provinciehoofdbureau, bedoeld bij artikel 94bis, § 2, wat de verkiezing van de Senaat betreft" telkens opgeheven.

Art. 59.In artikel 130, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, laatst gewijzigd bij de wet van 27 maart 2006, worden de woorden "de Wetgevende Kamers" vervangen door de woorden "de Kamer van volksvertegenwoordigers".

Art. 60.In artikel 131, vierde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 30 juli 1991, worden de woorden "de Wetgevende Kamers" vervangen door de woorden "de Kamer van volksvertegenwoordigers".

Art. 61.In artikel 142, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 18 december 1998, worden de woorden "Wanneer de verkiezingen voor de Kamer en de Senaat terzelfder tijd plaatsvinden" vervangen door de woorden "Wanneer de verkiezing voor de Kamer terzelfder tijd plaatsvindt".

Art. 62.In artikel 143 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden ", in voorkomend geval één voor elke Wetgevende Kamer" opgeheven;2° in het tweede lid worden de zinnen "Deze biljetten, na rechthoekig in vieren te zijn dichtgevouwen zodanig dat de stemvakken bovenaan op de lijsten zich aan de binnenzijde bevinden, worden open voor de voorzitter gelegd, die ze in dezelfde vouwen weer toevouwt;zij worden aan de keerzijde gemerkt met een stempel dragende de naam van het kanton waar de stemming plaats heeft en de datum van de verkiezing." vervangen als volgt : "Dit biljet wordt, na rechthoekig in vieren te zijn dichtgevouwen zodanig dat de stemvakken bovenaan op de lijsten zich aan de binnenzijde bevinden, open voor de voorzitter gelegd, die het in dezelfde vouwen weer toevouwt; het wordt aan de keerzijde gemerkt met een stempel dragende de naam van het kanton waar de stemming plaats heeft en de datum van de verkiezing."; 3° in het derde lid worden de woorden "ieder behoorlijk opnieuw in vieren gevouwen stembiljet" vervangen door de woorden "zijn behoorlijk opnieuw in vieren gevouwen stembiljet";4° het vierde lid wordt opgeheven.

Art. 63.In artikel 147 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het tweede en derde lid worden de woorden "de stembussen" telkens vervangen door de woorden "de stembus";2° het vijfde lid wordt opgeheven; 3° het zesde lid, dat het vijfde lid wordt, wordt vervangen als volgt : "Op de omslagen staat in goed zichtbare letters de vermelding "Kamer van volksvertegenwoordigers".; De omslagen zijn wit van kleur."; 4° het zevende lid, dat het zesde lid wordt, wordt opgeheven.

Art. 64.In artikel 147bis, § 3, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, worden de woorden "de verkiezingen" vervangen door de woorden "de verkiezing".

Art. 65.In artikel 149 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 14 april 2009, worden het tweede en derde lid opgeheven.

Art. 66.In artikel 156 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 juli 2012, wordt § 2 opgeheven.

Art. 67.Artikel 160 van hetzelfde Wetboek wordt opgeheven.

Art. 68.In artikel 161 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 juli 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het tweede lid worden de woorden "wat betreft de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers en door de voorzitter van het provinciehoofdbureau, bedoeld bij artikel 94bis, § 2, wat betreft de verkiezing van de Senaat" opgeheven;2° in het elfde lid, eerste zin, worden de woorden "wat de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers betreft, en naar de voorzitter van het in artikel 94bis, § 2, bedoelde provinciehoofdbureau wat de verkiezing van de Senaat betreft, die de ontvangst ervan bevestigen" vervangen door de woorden "die de ontvangst ervan bevestigt";3° in het elfde lid, tweede zin, worden de woorden "wat de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers betreft, en naar de voorzitter van het in artikel 94bis, § 2, bedoelde provinciehoofdbureau wat de verkiezing van de Senaat betreft" opgeheven.

Art. 69.Artikel 161bis van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 13 februari 2007, wordt opgeheven.

Art. 70.In artikel 162, derde lid, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 16 juli 1993, worden de woorden "wat betreft de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers of aan de voorzitter van het provinciehoofdbureau, bedoeld bij artikel 94bis, § 2, wat betreft de verkiezing van de Senaat" opgeheven.

Art. 71.Artikel 163 van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de wet van 16 juli 1993, wordt opgeheven.

Art. 72.In artikel 164, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 16 juli 1993, worden de woorden "of collegehoofdbureau" opgeheven.

Art. 73.In artikel 165, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, laatst gewijzigd bij de wet van 14 april 2009, worden de woorden "zowel op het niveau van de kieskring als op het niveau van de provincie of het college" vervangen door de woorden "op het niveau van de kieskring".

Art. 74.Het opschrift van titel IV, hoofdstuk V, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 juli 2012, wordt vervangen als volgt : "Hoofdstuk V. Zetelverdeling voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers".

Art. 75.Artikel 165bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 13 december 2002, gedeeltelijk vernietigd bij arrest nr. 73/2003 van het Grondwettelijk Hof en gewijzigd bij de wet van 19 juli 2012, wordt vervangen als volgt : "

Art. 165bis.Enkel de lijsten die minstens 5 % van het algemeen totaal van de geldig uitgebrachte stemmen in de kieskring behaald hebben, worden toegelaten tot de zetelverdeling.".

Art. 76.In artikel 167, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 16 juli 1993, worden de woorden "of het collegehoofdbureau delen" vervangen door het woord "deelt".

Art. 77.In artikel 172, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 13 december 2002, worden de woorden "kieskring- of collegehoofdbureau" vervangen door het woord "kieskringhoofdbureau".

Art. 78.In artikel 175 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 juli 2012, wordt het tweede lid opgeheven.

Art. 79.In artikel 177 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 13 februari 2007, wordt het eerste lid vervangen als volgt : "De voorzitter van het kieskringhoofdbureau stuurt onverwijld via de digitale weg, door gebruik te maken van de elektronische handtekening die aangebracht wordt door middel van zijn identiteitskaart, het proces-verbaal van zijn bureau naar de griffier van de Kamer van volksvertegenwoordigers en naar de minister van Binnenlandse Zaken.

Een papieren versie van dat proces-verbaal, staande de vergadering opgemaakt en ondertekend door de leden van het kieskringhoofdbureau en de getuigen, de processen-verbaal van de stembureaus en de stemopnemingsbureaus, de akten van voordracht en de betwiste stembiljetten worden eveneens binnen de vijf dagen opgestuurd naar de griffier van de Kamer van volksvertegenwoordigers.".

Art. 80.In artikel 179, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen door de wet van 16 juli 1993, wordt de zin "De Kamer van volksvertegenwoordigers of de Senaat kunnen zich deze stukken doen overleggen, indien zij het nodig achten." vervangen door de zin "De Kamer van volksvertegenwoordigers kan zich de stukken doen overleggen indien ze het nodig acht.".

Art. 81.In artikel 180bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 7 maart 2002 en gewijzigd bij de wet van 19 juli 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1, derde lid, worden de woorden "de Wetgevende Kamers" vervangen door de woorden "de Kamer van volksvertegenwoordigers";2° in paragraaf 4, derde lid, worden de woorden "en naar de voorzitter van het provinciehoofdbureau" opgeheven;3° in paragraaf 6, tweede lid, worden de woorden "van de kamers of één daarvan" vervangen door de woorden "van de Kamer van volksvertegenwoordigers".

Art. 82.In artikel 180quinquies van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 juli 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "sturen de voorzitter van het kieskringhoofdbureau, voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers, en de voorzitter van het provinciehoofdbureau, bedoeld in artikel 94bis, § 2, voor de verkiezing van de Senaat, de stembiljetten voor elk van de twee wetgevende Kamers" vervangen door de woorden "stuurt de voorzitter van het kieskringhoofdbureau de nodige stembiljetten";2° in paragraaf 6, eerste lid, worden de woorden "wat de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers betreft, en voor elk van de colleges, wat de verkiezing van de Senaat betreft, een tabel op waarin de resultaten van de telling van de stemmen vermeld worden, in de volgorde en volgens de aanwijzingen van een modeltabel die opgesteld moet worden door hetzij de voorzitter van het kieskringhoofdbureau, hetzij de voorzitter van het provinciehoofdbureau, bedoeld in artikel 94bis, § 2" vervangen door de woorden "een tabel op waarin de resultaten van de telling van de stemmen vermeld worden, in de volgorde en volgens de aanwijzingen van een modeltabel die opgesteld moet worden door de voorzitter van het kieskringhoofdbureau";3° in paragraaf 6, tweede lid, worden de woorden "hetzij de voorzitter van het kieskringhoofdbureau, hetzij de voorzitter van het collegehoofdbureau, naargelang het gaat om de resultaten voor de Kamer van volksvertegenwoordigers of de resultaten voor de Senaat" vervangen door de woorden "de voorzitter van het kieskringhoofdbureau";4° in paragraaf 6, derde lid, worden de woorden "of in het college" opgeheven.

Art. 83.Artikel 180septies van hetzelfde Wetboek, laatst gewijzigd bij de wet van 19 juli 2012, wordt vervangen als volgt : "

Art. 180septies.§ 1. In de loop van de zesde maand voorafgaand aan de dag van de gewone vergadering van de kiescolleges bepaald bij artikel 105, stuurt de diplomatieke of consulaire beroepspost de Belgen die zijn ingeschreven in het bevolkingsregister en die er tijdens de vorige wetgevende verkiezingen voor gekozen hebben om te stemmen per brief, een schrijven waarin hen gevraagd wordt om hun inschrijving op de kiezerslijst te bevestigen en hun gekozen stemwijze aan te geven.

Bij gebrek aan antwoord op dit schrijven binnen dertig dagen na ontvangst, schrapt de diplomatieke of consulaire beroepspost in het consulair bevolkingsregister de vermelding van de gemeente van inschrijving.

In de in artikel 106 bepaalde gevallen wordt het in het eerste lid bedoelde schrijven verstuurd op de dag van de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van het koninklijk besluit tot vaststelling van de datum van de verkiezing. In deze gevallen, bij gebrek aan antwoord op dit schrijven binnen twintig dagen na ontvangst ervan, schrapt de diplomatieke of consulaire beroepspost in het consulair bevolkingsregister de vermelding van de gemeente van inschrijving.

Ten laatste op de twaalfde dag vóór de dag van de verkiezing, stuurt de voorzitter van het kieskringhoofdbureau, via de diplomatieke of consulaire beroepspost waar zij ingeschreven zijn, aan de in het buitenland verblijvende Belgische kiezers die ervoor gekozen hebben per briefwisseling te stemmen, een kiesomslag die het volgende omvat : 1° een retouromslag A, met het adres van de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring waartoe de in het buitenland verblijvende Belg behoort;2° een neutrale omslag B, met een stembiljet van de gekozen kieskring van aansluiting, op de keerzijde gemerkt met een stempel dragende de datum van de verkiezing alsmede de vermelding "stemming van Belgen in het buitenland";3° een formulier dat de kiezer verzocht wordt te ondertekenen nadat hij het heeft ingevuld met de vermelding van zijn naam, voornamen, geboortedatum en volledig adres;4° de onderrichtingen voor de kiezer conform het bij dit Wetboek gevoegd model Ibis-a. Voor de voorbereiding van de in het eerste lid bedoelde kiesomslagen, baseren de kieskringhoofdbureaus zich op de kiezerslijsten die hen zijn meegedeeld door de Belgische gemeenten van inschrijving met toepassing van artikel 180bis, § 4, derde lid.

Het model van de omslagen en van het formulier, bedoeld in het eerste lid, wordt door de minister van Binnenlandse Zaken bepaald. § 2. De in het buitenland verblijvende Belg brengt zijn stem uit op het stembiljet dat zich bevindt in de neutrale omslag B, bedoeld in § 1, vierde lid, 2°. Hij plaatst het behoorlijk dichtgevouwen stembiljet in die omslag, die hij sluit.

In de retouromslag A die de in het buitenland verblijvende Belgische kiezer bezorgt aan de kieskringhoofdbureaus, steekt hij eensdeels de neutrale omslag B, die het stembiljet bevat en anderdeels, het door hem behoorlijk ingevulde formulier bedoeld in § 1, vierde lid, 3°. § 3. Met de retouromslagen die aan de in § 2, tweede lid, bedoelde bureaus toekomen na de sluiting van de in België ingestelde stembureaus, wordt geen rekening gehouden en zij worden vernietigd door de voorzitter van het kieskringhoofdbureau. § 4. De voorzitter van het kieskringhoofdbureau opent deze omslagen naarmate zij inkomen. De namen van de kiezers worden op de lijsten die door de colleges van burgemeesters en schepenen meegedeeld zijn, aangestipt, nadat de overeenstemming van de gegevens in die lijsten met de vermeldingen van het formulier bedoeld in § 1, vierde lid, 3°, gecontroleerd wordt.

Een kopie van de in artikel 146 bedoelde staat van de kiezers wordt door de voorzitter van het hoofdbureau aan de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking overgezonden. Deze laatste waakt erover dat de vermelding van de gemeente van inschrijving van de betrokken kiezers door de diplomatieke en consulaire beroepsposten wordt geschrapt in de consulaire bevolkingsregisters.

De neutrale omslagen B met de stembiljetten worden behoorlijk gesloten bewaard tot bij het begin van de stemopnemingsverrichtingen. § 5. Op de dag van de verkiezing, bij de sluiting van de stembureaus, laat de voorzitter van het kieskringhoofdbureau tot de opneming van de stembiljetten van de in het buitenland verblijvende Belgen overgaan door deze stembiljetten te verdelen onder de stemopnemingsbureaus van het kanton waarvan de hoofdplaatsgemeente van de kieskring deel uitmaakt.

De in het eerste lid bedoelde stemopnemingsbureaus kunnen pas beginnen met hun verrichtingen nadat de stembiljetten afkomstig van de in het buitenland verblijvende Belgische kiezers gemengd zijn met de stembiljetten bedoeld in artikel 149, eerste lid.

Ingeval het in het eerste lid bedoelde kanton volledig geautomatiseerd is, verdeelt de voorzitter van het kieskringhoofdbureau de stembiljetten die afkomstig zijn van de in het buitenland verblijvende Belgen onder de stemopnemingsbureaus van een ander kanton van deze kieskring.

De stembiljetten van de in het buitenland verblijvende Belgische kiezers van het kieskanton Sint-Genesius-Rode voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers worden opgenomen door het stemopnemingsbureau aangewezen door de voorzitter van het kantonhoofdbureau van Sint-Genesius-Rode.

Ingeval de kieskring volledig geautomatiseerd is, vormt de voorzitter van het kieskringhoofdbureau één of meerdere manuele stemopnemingsbureaus, overeenkomstig hetgeen bepaald is in de artikelen van dit Wetboek.".

Art. 84.In artikel 233 van hetzelfde Wetboek, laatst gewijzigd bij de wet van 19 juli 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "zijn assemblee" vervangen door de woorden "de Kamer van volksvertegenwoordigers";2° in paragraaf 2 wordt het eerste lid opgeheven;3° in paragraaf 2, vroeger tweede lid, dat het eerste lid wordt, worden de woorden "De volksvertegenwoordiger" vervangen door de woorden "De volksvertegenwoordiger of de gecoöpteerde senator" en worden de woorden "van volksvertegenwoordiger" vervangen door de woorden "van volksvertegenwoordiger of gecoöpteerd senator";4° in paragraaf 2, vroeger vierde lid, dat het derde lid wordt, worden de woorden "het tweede en het derde lid" vervangen door de woorden "het eerste en het tweede lid" en worden de woorden "de volksvertegenwoordigers" vervangen door de woorden "de volksvertegenwoordigers of de gecoöpteerde senatoren".

Art. 85.In artikel 235, tweede lid, van hetzelfde Wetboek worden de woorden "of senator geïnstalleerd wordt, verricht de bevoegde Kamer" vervangen door de woorden "geïnstalleerd wordt, verricht de Kamer van volksvertegenwoordigers".

Art. 86.In artikel 236, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 maart 2006, wordt het tweede lid vervangen als volgt : "De volksvertegenwoordigers en de senatoren die bij een vernieuwing tot gekozenen uitgeroepen werden door de voorzitters van de kiescolleges, door de voorzitters van de deelstaatparlementen of door de voorzitter van de Senaat, onderzoeken echter de geloofsbrieven van hun collega's en nemen deel aan de stemming daarover, zelfs vooraleer zij de eed hebben afgelegd.".

Art. 87.In artikel 237 van hetzelfde Wetboek wordt het woord "vier" telkens vervangen door het woord "vijf".

Art. 88.Artikel 238 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 16 juli 1993, wordt vervangen als volgt : "

Art. 238.De senatoren bedoeld in artikel 67, § 1, 6° en 7°, van de Grondwet, worden aangewezen voor vijf jaar.".

Art. 89.Artikel 239 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 maart 2006, wordt vervangen als volgt : "

Art. 239.Het mandaat van de leden van de Kamer van volksvertegenwoordigers eindigt normaal op de dag vastgesteld bij artikel 105 voor de gewone vergadering van de kiescolleges die in de vervanging van de aftredende volksvertegenwoordigers moeten voorzien.

Het mandaat van de deelstaatsenatoren eindigt normaal op de dag van de opening van de eerste zitting van het Parlement dat hen heeft aangewezen, na de algehele vernieuwing ervan.

Het mandaat van de gecoöpteerde senatoren eindigt normaal op de dag van de opening van de eerste zitting van de Kamer van volksvertegenwoordigers na de algehele vernieuwing ervan.".

Art. 90.Model I van de onderrichtingen voor de kiezer, bedoeld in de artikelen 112, 127, tweede lid en 140 van hetzelfde Wetboek dat bij dit Wetboek gevoegd is, wordt vervangen door het bij deze wet gevoegde model.

Art. 91.Het model Ibis-b van de onderrichtingen voor de Belgische kiezer die in het buitenland verblijft en die gekozen heeft om zijn stem per briefwisseling uit te brengen, bedoeld in artikel 180septies, § 1, eerste lid, 4°, van hetzelfde Wetboek dat bij dit Wetboek gevoegd is, wordt opgeheven. HOOFDSTUK 7. - Wijzigingen van de wet van 12 januari 1989 tot regeling van de wijze waarop het Brussels Hoofdstedelijk Parlement en de Brusselse leden van het Vlaams Parlement verkozen worden

Art. 92.In artikel 6, tweede lid, van de wet van 12 januari 1989 tot regeling van de wijze waarop het Brussels Hoofdstedelijk Parlement en de Brusselse leden van het Vlaams Parlement verkozen worden, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 14 april 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de bepaling onder 1° wordt vervangen als volgt : "1° in artikel 95, § 3, in plaats van de woorden "de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring", de woorden "de voorzitter van het gewestbureau";"; 2° de bepaling onder 4° wordt vervangen als volgt : "4° in artikel 96, tweede lid, tweede zin, in plaats van de woorden "van het hoofdbureau van de kieskring", de woorden "van het gewestbureau";"; 3° de bepaling onder 6° wordt vervangen als volgt : "6° in artikel 104, eerste lid, in plaats van de woorden "van de hoofdbureaus van een kieskring" de woorden "van het gewestbureau"."

Art. 93.In artikel 9, derde lid, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 maart 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de bepaling onder 1° wordt vervangen als volgt : "1° moeten in het vierde lid in plaats van de woorden "voor de Kamer van volksvertegenwoordigers zijn in de kieskring" de woorden "voor het Parlement zijn" gelezen worden";"; 2° de bepaling onder 3° wordt vervangen als volgt : "3° moeten in het zesde lid de woorden "zelfs indien zij geen kiezer zijn in de kieskring" geschrapt worden"."

Art. 94.In artikel 10, § 2, eerste lid, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 maart 2006, worden de woorden "de Wetgevende Kamers" vervangen door de woorden "de Kamer van volksvertegenwoordigers".

Art. 95.In artikel 11, § 2, van dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden "1° en 6° " vervangen door het cijfer "4° ";2° in het tweede lid worden de woorden "2° tot 6° " vervangen door de woorden "1° tot 4° ".

Art. 96.In artikel 12 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 maart 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1 worden de woorden "het woord "arrondissementshoofdbureau" telkens vervangen wordt door het woord "gewestbureau" en dat het woord "twintigste" vervangen wordt door het woord "zevenentwintigste"" vervangen door de woorden "de woorden "hoofdbureau van de kieskring" telkens vervangen worden door het woord "gewestbureau"";2° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt : " § 3.De artikelen 120 tot 125quater van het Kieswetboek zijn van toepassing op de verkiezingen voor het Parlement behoudens de volgende wijzigingen : 1° de verwijzing naar artikel 116, § 4, tweede lid, in artikel 123, derde lid, 7°, wordt vervangen door een verwijzing naar artikel 10, § 1, eerste lid, van deze wet;2° de verwijzing naar artikel 117bis in artikel 123, derde lid, 6°, van het Kieswetboek, wordt vervangen door een verwijzing naar artikel 16bis, § 1, zesde en zevende lid, van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen;3° de woorden "artikel 116" in het derde lid van artikel 124 moeten als volgt gelezen worden : "artikel 11, § 1, zevende lid, 1°, van deze wet"; 4° de woorden "hoofdbureau van de kieskring" wordt telkens vervangen door het woord "gewestbureau"."

Art. 97.In artikel 14, § 4, eerste lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 16 juli 1993, wordt de zin "Zij zijn groen van kleur." vervangen door de zin "De kleur van deze biljetten wordt vastgelegd door de Koning.".

Art. 98.In artikel 23 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 16 juli 1993, worden de woorden "Brussel-Halle-Vilvoorde" vervangen door de woorden "Brussel-Hoofdstad".

Art. 99.In artikel 24, vierde lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 16 juli 1993, worden de woorden "Brussel-Halle-Vilvoorde" vervangen door de woorden "Brussel-Hoofdstad".

Art. 100.In het opschrift van titel IIIbis van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 maart 2006, worden de woorden "de Wetgevende Kamers" vervangen door de woorden "van de Kamer van volksvertegenwoordigers".

Art. 101.In artikel 29 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 maart 2006, worden de woorden "de Wetgevende Kamers" vervangen door de woorden "de Kamer van volksvertegenwoordigers".

Art. 102.In artikel 30, eerste lid, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 27 maart 2006, worden de woorden "en de Senaat" opgeheven.

Art. 103.In artikel 31, tweede, vierde, zesde en zevende lid, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 13 februari 2007, worden de woorden "Brussel-Halle-Vilvoorde" telkens vervangen door de woorden "Brussel-Hoofdstad".

Art. 104.In artikel 32 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 27 maart 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden ", de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat" vervangen door de woorden "en de Kamer van volksvertegenwoordigers";2° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "drie stembussen die respectievelijk bestemd zijn voor de stembiljetten voor het Parlement, de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat" vervangen door de woorden "twee stembussen die respectievelijk bestemd zijn voor de stembiljetten voor het Parlement en de Kamer van volksvertegenwoordigers";3° in paragraaf 1, vierde lid, worden de woorden "de Wetgevende Kamers" vervangen door de woorden "de Kamer van volksvertegenwoordigers";4° in paragraaf 1, vijfde lid, worden de woorden "de Wetgevende Kamers" vervangen door de woorden "de Kamer van volksvertegenwoordigers"; 5° paragraaf 2, eerste lid, wordt vervangen als volgt : "De stemopnemingsverrichtingen geschieden voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers en voor de verkiezing van het Parlement door onderscheiden stemopnemingsbureaus die respectievelijk A en B genoemd worden.".

Art. 105.In artikel 33 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 27 maart 2006, worden de woorden "Wetgevende Kamers" vervangen door de woorden "Kamer van volksvertegenwoordigers".

Art. 106.In artikel 34 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 16 juli 1993, worden de woorden "Wetgevende Kamers" vervangen door de woorden "Kamer van volksvertegenwoordigers".

Art. 107.In het opschrift van titel IIIter van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 maart 2006, worden de woorden "federale Wetgevende Kamers" vervangen door de woorden "Kamer van volksvertegenwoordigers".

Art. 108.In artikel 35 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 27 maart 2006, worden de woorden "federale Wetgevende Kamers" vervangen door de woorden "Kamer van volksvertegenwoordigers".

Art. 109.In artikel 36, eerste lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 18 december 1998, worden de woorden "Brussel-Halle-Vilvoorde" vervangen door de woorden "Brussel-Hoofdstad" en worden de woorden "federale Wetgevende Kamers" vervangen door de woorden "Kamer van volksvertegenwoordigers".

Art. 110.In artikel 37, eerste en derde lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 27 maart 2006, worden de woorden "en de Senaat" telkens opgeheven.

Art. 111.In artikel 38, vijfde lid, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 13 februari 2007, worden de woorden "van de Senaat, voor alle colleges samen, toegekend is door de loting bedoeld in artikel 128ter, § 2, derde en vierde lid" vervangen door de woorden "van het Europese Parlement, toegekend is door de loting bedoeld in het derde lid".

Art. 112.In artikel 39 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 27 maart 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden ", de Senaat" opgeheven;2° in paragraaf 1, derde lid, worden de woorden "vier stembussen die respectievelijk bestemd zijn voor de stembiljetten voor het Parlement, de Kamer van volksvertegenwoordigers, de Senaat" vervangen door de woorden "drie stembussen die respectievelijk bestemd zijn voor de stembiljetten voor het Parlement, de Kamer van volksvertegenwoordigers";3° in paragraaf 1, vijfde lid, worden de woorden "federale Wetgevende Kamers" vervangen door de woorden "Kamer van volksvertegenwoordigers" en wordt het woord "vier" vervangen door het woord "drie";4° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "en de Senaat, voor de verkiezing van het Parlement en voor de verkiezing van het Europees Parlement door onderscheiden stemopnemingsbureaus, die respectievelijk A, B, C en D genoemd worden" vervangen door de woorden ", voor de verkiezing van het Parlement en voor de verkiezing van het Europees Parlement door onderscheiden stemopnemingsbureaus, die respectievelijk A, B en C genoemd worden".

Art. 113.In artikel 41 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 maart 2006, worden de woorden "federale Wetgevende Kamers" telkens vervangen door de woorden "Kamer van volksvertegenwoordigers". HOOFDSTUK 8. - Wijzigingen van de wet van 6 juli 1990 tot regeling van de wijze waarop het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap wordt verkozen

Art. 114.In artikel 22 van de wet van 6 juli 1990 tot regeling van de wijze waarop de Raad van de Duitstalige Gemeenschap wordt verkozen, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 14 april 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het vijfde lid worden de woorden "van de Wetgevende Kamers" vervangen door de woorden "van de Kamer van volksvertegenwoordigers"; 2° het negende lid wordt vervangen als volgt : "Noch de personen die bij artikel 119 van het Kieswetboek, gemachtigd zijn om de akten van voordracht na te zien, noch het hoofdbureau van de kieskring mogen de hoedanigheid van kiezer betwisten van de ondertekenaars die als kiezer voorkomen op de lijst van de kiezers van een der gemeenten van de kieskring.".

Art. 115.In artikel 24 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 maart 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1 wordt het tweede lid opgeheven;2° in paragraaf 3, tweede lid, worden de bepalingen onder 1°, 2° en 4°, a) opgeheven.

Art. 116.In het opschrift van titel VIII van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 27 maart 2006, worden de woorden "federale Wetgevende Kamers" vervangen door de woorden "Kamer van volksvertegenwoordigers".

Art. 117.In artikel 57 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 maart 2006, worden de woorden "Wetgevende Kamers" vervangen door de woorden "Kamer van volksvertegenwoordigers".

Art. 118.In artikel 58, eerste lid, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 maart 2006, worden de woorden "en van de Senaat" opgeheven.

Art. 119.In artikel 60 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 27 maart 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden ", de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat" vervangen door de woorden "en de Kamer van volksvertegenwoordigers";2° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "vier stembussen die respectievelijk bestemd zijn voor de stembiljetten voor het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap, het Waals Parlement, de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat" vervangen door de woorden "drie stembussen die respectievelijk bestemd zijn voor de stembiljetten voor het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap, het Waals Parlement en de Kamer van volksvertegenwoordigers";3° in paragraaf 1, vierde lid, worden de woorden "Wetgevende Kamers" vervangen door de woorden "Kamer van volksvertegenwoordigers";4° in paragraaf 1, vijfde lid, worden de woorden "vier" en de woorden "van de Wetgevende Kamers" respectievelijk vervangen door de woorden "drie" en "van de Kamer van volksvertegenwoordigers";5° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "vier verkiezingen enerzijds door een A genoemd stemopnemingsbureau voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat" vervangen door de woorden "drie verkiezingen enerzijds door een A genoemd stemopnemingsbureau voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers".

Art. 120.In artikel 61 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 27 maart 2006, worden de woorden "Wetgevende Kamers" vervangen door de woorden "Kamer van volksvertegenwoordigers".

Art. 121.In artikel 62 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 27 maart 2006, worden de woorden "federale Wetgevende Kamers" vervangen door de woorden "Kamer van volksvertegenwoordigers".

Art. 122.In het opschrift van titel VIIIbis van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 27 maart 2006, worden de woorden "federale Wetgevende Kamers" vervangen door de woorden "Kamer van volksvertegenwoordigers".

Art. 123.In artikel 63 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 27 maart 2006, worden de woorden "de federale Wetgevende Kamers" vervangen door de woorden "de Kamer van volksvertegenwoordigers".

Art. 124.In artikel 64 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 27 maart 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het tweede lid worden de woorden "en de Senaat" opgeheven;2° in het vierde lid worden de woorden "federale wetgevende Kamers" vervangen door de woorden "Kamer van volksvertegenwoordigers".

Art. 125.In artikel 65, vijfde lid, van dezelfde wet, worden de woorden "van de Senaat, voor alle colleges samen toegekend is door de loting bedoeld in artikel 128ter, § 2, derde en vierde lid, van het Kieswetboek" vervangen door de woorden "van het Europees Parlement, Frans of Duitstalig college, toegekend is door de loting bedoeld in het derde lid".

Art. 126.In artikel 66 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 27 maart 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "vijf verkiezingen. Ieder stembureau beschikt over vijf stembussen, respectievelijk voor de stembiljetten voor de Kamer van volksvertegenwoordigers, de Senaat" vervangen door de woorden "vier verkiezingen. Ieder stembureau beschikt over vier stembussen, respectievelijk voor de Kamer van volksvertegenwoordigers"; 2° in paragraaf 1, vierde lid, worden de woorden "en de Senaat" opgeheven en het woord "vijf" wordt vervangen door het woord "vier";3° in paragraaf 2, eerste lid, wordt het woord "vijf" vervangen door het woord "vier" en worden de woorden "en de Senaat" opgeheven.

Art. 127.In artikel 68 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 27 maart 2006, worden de woorden "federale Wetgevende Kamers" vervangen door de woorden "Kamer van volksvertegenwoordigers". HOOFDSTUK 9. - Wijzigingen van de gewone wet van 16 juli 1993 tot vervollediging van de Federale Staatsstructuur

Art. 128.In artikel 11, derde lid, 1°, van de gewone wet van 16 juli 1993 tot vervollediging van de Federale Staatsstructuur, gewijzigd bij de wet van 27 maart 2006, worden de woorden "Wetgevende Kamers" vervangen door de woorden "Kamer van volksvertegenwoordigers".

Art. 129.In artikel 13, eerste lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 27 maart 2006, worden de woorden "van de Wetgevende Kamers" vervangen door de woorden "van de Kamer van volksvertegenwoordigers".

Art. 130.In artikel 15 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 maart 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1 worden de woorden "met dien verstande dat het woord "twintigste" vervangen wordt door het woord "zevenentwintigste"" opgeheven;2° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt : " § 3.De artikelen 120 tot 125quater van het Kieswetboek zijn van toepassing op de verkiezing voor het Parlement, met dien verstande dat : 1° de verwijzing naar artikel 116, § 4, tweede lid, in artikel 123, derde lid, 7°, wordt vervangen door de verwijzing naar artikel 12, eerste lid, van deze wet;2° de verwijzing naar artikel 117bis in artikel 123, derde lid, 6°, van het Kieswetboek, wordt vervangen door een verwijzing naar artikel 28, vijfde en zesde lid, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen; 3° de woorden "artikel 116" in artikel 124, derde lid, dienen te worden gelezen als volgt : "artikel 14, zevende lid, 1°, van deze wet".".

Art. 131.In artikel 17, § 4, eerste lid, van dezelfde wet, laatst gewijzigd bij de wet van 27 maart 2006, worden de woorden "Dat stempapier is beige van kleur" vervangen door de woorden "De kleur van dat stempapier wordt vastgelegd door de Koning".

Art. 132.In het opschrift van hoofdstuk IV van boek I, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 27 maart 2006, worden de woorden "Wetgevende Kamers" vervangen door de woorden "Kamer van volksvertegenwoordigers".

Art. 133.In artikel 35 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 27 maart 2006, worden de woorden "Wetgevende Kamers" vervangen door de woorden "Kamer van volksvertegenwoordigers".

Art. 134.In artikel 37, eerste lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 27 maart 2006, worden de woorden "en de Senaat" opgeheven.

Art. 135.In artikel 39 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 27 maart 2006, worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden ", de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat" vervangen door de woorden "en de Kamer van volksvertegenwoordigers";2° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "drie stembussen die respectievelijk bestemd zijn voor de stembiljetten voor het Parlement, de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat" vervangen door de woorden "twee stembussen die respectievelijk bestemd zijn voor de stembiljetten voor het Parlement en voor de Kamer van volksvertegenwoordigers";3° in paragraaf 1, vierde lid, worden de woorden "Wetgevende Kamers" vervangen door de woorden "Kamer van volksvertegenwoordigers";4° in paragraaf 1, vijfde lid, worden de woorden "drie verkiezingen betreffen, worden gehecht aan het exemplaar voor het stemopnemingsbureau voor de verkiezing van de Wetgevende Kamers" vervangen door de woorden "twee verkiezingen betreffen, worden gehecht aan het exemplaar voor het stemopnemingsbureau voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers"; 5° in paragraaf 2 wordt het eerste lid vervangen als volgt : "De stemopnemingsverrichtingen geschieden voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers en voor de verkiezing van het Parlement door onderscheiden stemopnemingsbureaus die respectievelijk A en B genoemd worden.".

Art. 136.In artikel 40 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 27 maart 2006, worden de woorden "Wetgevende Kamers" vervangen door de woorden "Kamer van volksvertegenwoordigers".

Art. 137.In artikel 41, eerste en tweede lid, van dezelfde wet worden de woorden "Wetgevende Kamers" telkens vervangen door de woorden "Kamer van volksvertegenwoordigers".

Art. 138.In het opschrift van hoofdstuk V van boek I van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 27 maart 2006, worden de woorden "federale Wetgevende Kamers" vervangen door de woorden "Kamer van volksvertegenwoordigers".

Art. 139.In artikel 41bis van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 27 maart 2006, worden de woorden "federale Wetgevende Kamers" vervangen door de woorden "Kamer van volksvertegenwoordigers".

Art. 140.In artikel 41ter, § 1, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 27 maart 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden ", van de collegehoofdbureaus voor de verkiezing van de Senaat, zetelend te Mechelen en te Namen" opgeheven;2° het tweede lid wordt opgeheven;3° in het vierde lid, dat het derde lid wordt, worden de woorden "vier en vijf" vervangen door de woorden "vier of drie".

Art. 141.In artikel 41quater, eerste en derde lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 27 maart 2006, worden de woorden "en de Senaat" telkens opgeheven.

Art. 142.In artikel 41quinquies, vijfde lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 13 februari 2007, worden de woorden "voor de verkiezing van de Senaat, voor alle colleges samen, toegekend is bij de loting bedoeld in artikel 128ter, § 2, derde en vierde lid, van het Kieswetboek" vervangen door de woorden "voor de verkiezing van het Europees Parlement, voor alle colleges samen, toegekend is bij de loting bedoeld in het derde lid".

Art. 143.In artikel 41sexies van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 27 maart 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "federale Wetgevende Kamers" vervangen door de woorden "Kamer van volksvertegenwoordigers";2° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden ", de Senaat" opgeheven;3° in paragraaf 1, derde lid, worden de woorden "vier stembussen die respectievelijk bestemd zijn voor de stembiljetten voor het Vlaams Parlement of het Waals Parlement, de Kamer van volksvertegenwoordigers, de Senaat" vervangen door de woorden "drie stembussen die respectievelijk bestemd zijn voor de stembiljetten voor het Vlaams Parlement of het Waals Parlement, de Kamer van volksvertegenwoordigers";4° in paragraaf 1, vijfde lid, worden de woorden "de federale wetgevende Kamers" vervangen door de woorden "de Kamer van volksvertegenwoordigers" en wordt het woord "vier" vervangen door het woord "drie";5° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "de federale wetgevende Kamers" vervangen door de woorden "de Kamer van volksvertegenwoordigers" en worden de woorden "A, in voorkomend geval B, C en D" vervangen door de woorden "A, B, en C";6° in paragraaf 2 wordt het tweede lid opgeheven.

Art. 144.In artikel 41octies van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 27 maart 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste en het derde lid worden de woorden "federale Wetgevende Kamers" telkens vervangen door de woorden "Kamer van volksvertegenwoordigers";2° in het tweede lid worden de woorden "federale Wetgevende Kamers" vervangen door de woorden "Kamer van volksvertegenwoordigers". HOOFDSTUK 1 0. - Wijzigingen van de wet van 11 april 1994 tot organisatie van de geautomatiseerde stemming

Art. 145.In artikel 5bis van de wet van 11 april 1994 tot organisatie van de geautomatiseerde stemming, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 maart 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in de inleidende zin van paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "en de Senaat" opgeheven;2° in paragraaf 1, eerste lid, 1°, worden de woorden ", de Senaat" opgeheven;3° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "en de Senaat" opgeheven.

Art. 146.In artikel 5ter, § 1, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 27 maart 2006, worden de woorden "en de Senaat" opgeheven en worden de woorden "een van de beide kamers" vervangen door de woorden "de Kamer van volksvertegenwoordigers".

Art. 147.In artikel 7, § 2, vierde lid, van dezelfde wet, laatst gewijzigd bij de wet van 13 december 2002 en gedeeltelijk vernietigd bij arrest nr. 73/2003 van het Grondwettelijk Hof, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden "van de senatoren en" worden opgeheven;2° de woorden "Brussel-Halle-Vilvoorde" worden vervangen door de woorden "Brussel-Hoofdstad".

Art. 148.In artikel 20, tweede lid, van dezelfde wet, laatst gewijzigd bij de wet van 13 december 2002 en gedeeltelijk vernietigd bij arrest nr. 73/2003 van het Grondwettelijk Hof, worden de woorden "Brussel-Halle-Vilvoorde drukt de voorzitter van het kantonhoofdbureau bij de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers, van het Europees Parlement of van de Senaat" vervangen door de woorden "Brussel-Hoofdstad drukt de voorzitter van het kantonhoofdbureau bij de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers of van het Europees Parlement".

Art. 149.In artikel 21, § 1, tweede lid, 1°, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 maart 2006, worden de woorden ", of aan de voorzitter van het provinciehoofdbureau, bedoeld in artikel 94bis, § 2, van het Kieswetboek, voor de verkiezing van de Senaat" opgeheven.

Art. 150.In artikel 22 van dezelfde wet, laatst gewijzigd bij de wet van 27 maart 2006, worden de woorden "Wetgevende Kamers" en de woorden "federale Wetgevende Kamers" telkens vervangen door de woorden "Kamer van volksvertegenwoordigers". HOOFDSTUK 1 1. - Wijzigingen van de wet van 18 december 1998 tot regeling van de gelijktijdige of kort opeenvolgende verkiezingen voor de federale Wetgevende Kamers, het Europees Parlement en de Gemeenschaps- en Gewestparlementen

Art. 151.In het opschrift van de wet van 18 december 1998 tot regeling van de gelijktijdige of kort opeenvolgende verkiezingen voor de federale Wetgevende Kamers, het Europees Parlement en de Gemeenschaps- en Gewestparlementen, gewijzigd bij de wet van 27 maart 2006, worden de woorden "federale Wetgevende Kamers" vervangen door de woorden "Kamer van volksvertegenwoordigers".

Art. 152.In het opschrift van hoofdstuk VIII van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 27 maart 2006, worden de woorden "federale Wetgevende Kamers" vervangen door de woorden "Kamer van volksvertegenwoordigers".

Art. 153.In artikel 45, inleidende zin, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 27 maart 2006, worden de woorden "federale Wetgevende Kamers" vervangen door de woorden "Kamer van volksvertegenwoordigers".

Art. 154.In het opschrift van sectie 2 van het hoofdstuk VIII van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 27 maart 2006, worden de woorden "federale Wetgevende Kamers" vervangen door de woorden "Kamer van volksvertegenwoordigers".

Art. 155.In artikel 46 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 27 maart 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden "federale Wetgevende Kamers" vervangen door de woorden "Kamer van volksvertegenwoordigers" en worden de woorden "van deze kamers" vervangen door de woorden "van deze Kamer";2° in het tweede lid worden de woorden "federale Wetgevende Kamers" vervangen door de woorden "Kamer van volksvertegenwoordigers";3° in het vierde lid worden de woorden "de federale Wetgevende Kamers" vervangen door de woorden "de Kamer van volksvertegenwoordigers".

Art. 156.In artikel 47 van dezelfde wet, laatst gewijzigd bij de wet van 13 februari 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1 worden de woorden "en de Senaat" opgeheven;2° in paragraaf 2 worden de woorden "de Senaat en" opgeheven;3° paragraaf 3 wordt opgeheven;4° in paragraaf 4, tweede lid, worden de woorden "zowel de loting waartoe de minister van Binnenlandse Zaken overgegaan is op de dertigste dag vóór de dag van de federale parlementsverkiezingen, krachtens artikel 115bis, § 2, van het Kieswetboek, als de bijkomende loting waartoe de voorzitters van de collegehoofdbureaus voor de Senaat overgegaan zijn op de vierentwintigste dag vóór de dag van de parlementsverkiezingen, overeenkomstig de artikelen 124 en 128 van het Kieswetboek" vervangen door de woorden "de loting waartoe de minister van Binnenlandse Zaken overgegaan is op de dertigste dag vóór de dag van de federale parlementsverkiezingen, krachtens artikel 115bis, § 2, van het Kieswetboek";5° in paragraaf 4, derde lid, worden de woorden "in § 3" vervangen door de woorden "in artikel 115bis, § 1, derde lid, van het Kieswetboek";6° in paragraaf 4, vijfde lid, worden de woorden "door de voorzitters van de hoofdbureaus van de Franse en Nederlandse kiescolleges voor de verkiezing van de Senaat toegekend zijn op de vierentwintigste dag vóór de dag van de parlementsverkiezingen" vervangen door de woorden "door de loting bedoeld in het tweede lid";7° in paragraaf 4, zesde lid, worden de woorden "door de in het tweede lid bedoelde lotingen" vervangen door de woorden "door de in het tweede lid bedoelde loting";8° in paragraaf 4, zevende lid, worden de woorden "of aan een lijst die ingediend is voor de verkiezing van de Senaat" opgeheven;9° in paragraaf 4, negende lid, worden de woorden "Brussel-Halle-Vilvoorde" vervangen door de woorden "Brussel-Hoofdstad";10° in paragraaf 5, tweede lid, worden de woorden "zowel de loting waartoe de minister van Binnenlandse Zaken overgegaan is op de dertigste dag vóór de dag van de federale parlementsverkiezingen, krachtens artikel 115bis, § 2, van het Kieswetboek, als de bijkomende loting waartoe de voorzitters van de collegehoofdbureaus voor de verkiezing van de Senaat overgegaan zijn op de vierentwintigste dag vóór de federale parlementsverkiezingen, overeenkomstig de artikelen 124 en 128 van het Kieswetboek" vervangen door de woorden "de loting waartoe de minister van Binnenlandse Zaken overgegaan is op de dertigste dag vóór de dag van de federale parlementsverkiezingen, krachtens artikel 115bis, § 2, van het Kieswetboek";11° in paragraaf 5, derde lid, worden de woorden "in § 3" vervangen door de woorden "in artikel 115bis, § 1, derde lid, van het Kieswetboek".

Art. 157.In artikel 48 van dezelfde wet, laatst gewijzigd bij de wet van 13 februari 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1, inleidende zin, worden de woorden "en de Senaat" opgeheven;2° in paragraaf 1, tweede streepje, worden de woorden "de collegehoofdbureaus voor de verkiezing van de Senaat en" opgeheven;3° in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden "de Senaat," opgeheven;4° paragraaf 5 wordt vervangen als volgt : " § 5.In afwijking van de artikelen 115bis en 128 van het Kieswetboek, worden de kandidatenlijsten voor de Kamer van volksvertegenwoordigers genummerd overeenkomstig het tweede tot het vijfde lid.

Het kieskringhoofdbureau houdt rekening met de volgorde van de nummers die toegekend zijn door de loting waartoe de minister van Binnenlandse Zaken is overgegaan op de vijfenzestigste dag vóór de verkiezing van het Europees Parlement, overeenkomstig § 2, eerste lid.

Het bureau kent één van deze volgnummers toe aan de kandidatenlijsten die vergezeld zijn van het in § 2, tweede lid, bedoelde attest.

Het bureau gaat vervolgens over tot een bijkomende loting, beginnend met de volledige lijsten, om een volgnummer toe te kennen aan de lijsten die er op dat moment nog geen gekregen hebben.

De in het vierde lid bedoelde loting geschiedt tussen de nummers die onmiddellijk volgen op het hoogste nummer dat toegekend werd overeenkomstig het tweede lid."; 5° paragraaf 6, tweede lid, wordt opgeheven;6° in paragraaf 6, vroeger vierde lid, dat het derde lid wordt, worden de woorden "van de nummers die, voor alle colleges samen, toegekend zijn voor de verkiezing van de Senaat, overeenkomstig de bepalingen van § 5, vierde en vijfde lid, door de hoofdbureaus van de Franse en Nederlandse kiescolleges voor de verkiezing van deze vergadering" vervangen door de woorden "dat toegekend werd in overeenstemming met het eerste lid";7° in paragraaf 6, vroeger vijfde lid, dat het vierde lid wordt, worden de woorden "derde en vierde" vervangen door de woorden "tweede en derde";8° in paragraaf 6, vroeger zevende lid, dat het zesde lid wordt, worden de woorden "Brussel-Halle-Vilvoorde" vervangen door de woorden "Brussel-Hoofdstad";9° in paragraaf 7, vierde lid, worden de woorden "zowel de bijkomende loting waartoe de voorzitters van de collegehoofdbureaus voor de verkiezing van de Senaat overgegaan zijn op de vierentwintigste dag vóór de dag die bepaald is voor de federale parlementsverkiezingen, overeenkomstig de bepalingen van § 5, vierde en vijfde lid, als de bijkomende loting waartoe de voorzitters van de collegehoofdbureaus voor de verkiezing van het Europees Parlement overgegaan zijn op de tweeënvijftigste dag vóór de dag die bepaald is voor deze verkiezing, overeenkomstig de bepalingen van § 6, derde en vijfde lid" vervangen door de woorden "de bijkomende loting waartoe de voorzitters van de collegehoofdbureaus voor de verkiezing van het Europees Parlement overgegaan zijn op de tweeënvijftigste dag vóór de dag die bepaald is voor de voornoemde verkiezing, overeenkomstig de bepalingen van § 6, tweede tot vierde lid";10° in paragraaf 7, zesde lid, wordt het cijfer "5" vervangen door het cijfer "4".

Art. 158.In artikel 49 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 13 februari 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1, inleidende zin, worden de woorden "en de Senaat" opgeheven;2° in paragraaf 1, vierde streepje, worden de woorden "de collegehoofdbureaus voor de verkiezing van de Senaat en" telkens opgeheven;3° in paragraaf 2, tweede en vierde lid, worden de woorden "de Senaat," telkens opgeheven;4° paragraaf 5 wordt vervangen als volgt : " § 5.In afwijking van de artikelen 115bis en 128 van het Kieswetboek, worden de kandidatenlijsten voor de Kamer van volksvertegenwoordigers genummerd overeenkomstig het tweede tot het vijfde lid.

Het kieskringhoofdbureau houdt rekening met de volgorde van de nummers die toegekend zijn door de lotingen waartoe achtereenvolgens de minister van Binnenlandse Zaken en de voorzitters van de collegehoofdbureaus voor de verkiezing van het Europees Parlement die respectievelijk zetelen in Mechelen, Namen en Eupen, overgegaan zijn op respectievelijk de vijfenzestigste en de tweeënvijftigste dag vóór de dag die bepaald is voor de verkiezing van het Europees Parlement.

Het bureau kent één van deze nummers toe aan de kandidatenlijsten die vergezeld zijn van het in § 2, tweede of vierde lid, bedoelde attest.

Het bureau gaat vervolgens over tot een bijkomende loting, beginnend met de volledige lijsten, om een volgnummer toe te kennen aan de lijsten die er op dat moment nog geen gekregen hebben.

De in het vierde lid bedoelde loting geschiedt tussen de nummers die onmiddellijk volgen op het hoogste nummer dat toegekend werd overeenkomstig het tweede lid."; 5° in paragraaf 6, tweede lid, worden de woorden "als de bijkomende loting waartoe de collegehoofdbureaus voor deze verkiezing die respectievelijk zetelen in Mechelen, Namen en Eupen, overgegaan zijn op de tweeënvijftigste dag vóór deze verkiezing, en de bijkomende loting waartoe de voorzitters van de collegehoofdbureaus voor de verkiezing van de Senaat overgegaan zijn op de vierentwintigste dag vóór de dag die bepaald is voor de federale parlementsverkiezingen, overeenkomstig de bepalingen van § 5, vierde en vijfde lid" vervangen door de woorden "als de bijkomende loting waartoe de collegehoofdbureaus voor deze verkiezing die respectievelijk zetelen in Mechelen, Namen en Eupen, overgegaan zijn op de tweeënvijftigste dag voordien";6° in paragraaf 6, vijfde lid, worden de woorden "die, voor alle colleges samen, toegekend zijn voor de verkiezing van de Senaat, overeenkomstig de bepalingen van § 5, vierde en vijfde lid, door de hoofdbureaus van de Franse en Nederlandse kiescolleges voor deze verkiezing" vervangen door de woorden "toegekend in overeenstemming met het tweede lid".

Art. 159.In het opschrift van sectie 3 van hoofdstuk VIII van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 27 maart 2006, worden de woorden "de federale Wetgevende Kamers" vervangen door de woorden "de Kamer van volksvertegenwoordigers".

Art. 160.In artikel 50 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 27 maart 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het tweede en het derde lid worden de woorden "federale Wetgevende Kamers" telkens vervangen door de woorden "Kamer van volksvertegenwoordigers";2° in het tweede lid, 2°, worden de woorden "federale Wetgevende Kamers" vervangen door de woorden "Kamer van volksvertegenwoordigers".

Art. 161.In artikel 51 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 13 februari 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1 worden de woorden "federale Wetgevende Kamers" vervangen door de woorden "Kamer van volksvertegenwoordigers";2° in § 3, eerste en derde lid, worden de woorden "de Senaat," telkens opgeheven;3° § 5 wordt vervangen als volgt : " § 5.De kandidatenlijsten voor de Kamer van volksvertegenwoordigers worden genummerd overeenkomstig het tweede tot het zesde lid.

Het kieskringhoofdbureau houdt rekening met de volgorde van de nummers die toegekend zijn door de lotingen waartoe de minister van Binnenlandse Zaken is overgegaan op de vijfenzestigste dag vóór de verkiezing van het Europees Parlement en door de bijkomende loting waartoe elk van de voorzitters van de collegehoofdbureaus voor deze verkiezing, die respectievelijk zetelen in Mechelen, Namen en Eupen, is overgegaan op de tweeënvijftigste dag vóór voornoemde verkiezing, met het oog op de toekenning van een volgnummer aan de lijsten die er op dat moment nog geen gekregen hebben.

Het bureau kent één van deze nummers toe aan de kandidatenlijsten die vergezeld zijn van het in § 3, eerste of derde lid, bedoelde attest.

Het bureau gaat vervolgens over tot een bijkomende loting, beginnend met de volledige lijsten, om een volgnummer toe te kennen aan de lijsten die er op dat moment nog geen gekregen hebben.

De in het vierde lid bedoelde loting geschiedt tussen de nummers die onmiddellijk volgen op het hoogste nummer dat toegekend werd door de loting waartoe elk van de voorzitters van de collegehoofdbureaus voor de verkiezing van het Europees Parlement, die respectievelijk zetelen in Mechelen, Namen en Eupen, zijn overgegaan op de tweeënvijftigste dag voor deze verkiezing.

De voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring baseert zich hiertoe op de tabel gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad in uitvoering van artikel 24, § 2, achtste lid, van de wet van 23 maart 1989 betreffende de verkiezing van het Europese Parlement.". HOOFDSTUK 1 2. - Wijzigingen van de wet van 18 december 1998 tot organisatie van de geautomatiseerde stemopneming door middel van een systeem voor optische lezing en tot wijziging van de wet van 11 april 1994 tot organisatie van de geautomatiseerde stemming

Art. 162.In artikel 2, 3°, van de wet van 18 december 1998 tot organisatie van de geautomatiseerde stemopneming door middel van een systeem voor optische lezing en tot wijziging van de wet van 11 april 1994 tot organisatie van de geautomatiseerde stemming, worden de woorden "de Wetgevende Kamers" vervangen door de woorden "de Kamer van volksvertegenwoordigers".

Art. 163.In artikel 10, eerste lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 27 maart 2006, worden de woorden "de voorzitter van het provinciehoofdbureau voor de verkiezing van de Senaat," opgeheven.

Art. 164.In artikel 15, tweede lid, 1°, van dezelfde wet, worden de woorden "of aan de voorzitter van het provinciehoofdbureau voor de verkiezing van de Senaat" opgeheven. HOOFDSTUK 1 3. - Wijzigingen van de wet van 11 maart 2003 tot organisatie van een systeem voor het controleren van de geautomatiseerde stemming door middel van het afdrukken van de uitgebrachte stemmen op papier en tot wijziging van de wet van 11 april 1994 tot organisatie van de geautomatiseerde stemming, de wet van 18 december 1998 tot organisatie van de geautomatiseerde stemopneming door middel van een systeem voor optische lezing en tot wijziging van de wet van 11 april 1994 tot organisatie van de geautomatiseerde stemming, alsook het Kieswetboek

Art. 165.In artikel 10, eerste lid, van de wet van 11 maart 2003 tot organisatie van een systeem voor het controleren van de geautomatiseerde stemming door middel van het afdrukken van de uitgebrachte stemmen op papier en tot wijziging van de wet van 11 april 1994 tot organisatie van de geautomatiseerde stemming, de wet van 18 december 1998 tot organisatie van de geautomatiseerde stemopneming door middel van een systeem voor optische lezing en tot wijziging van de wet van 11 april 1994 tot organisatie van de geautomatiseerde stemming, alsook het Kieswetboek, wordt de zin "De Kamer van volksvertegenwoordigers of de Senaat kunnen zich deze documenten doen overleggen indien zij dit nodig achten." vervangen door de zin "De Kamer van volksvertegenwoordigers kan zich deze documenten doen overleggen indien zij dit nodig acht.". HOOFDSTUK 1 4. - Inwerkingtreding

Art. 166.Behoudens artikelen 98, 99, 103, 147, 148, 156, 9°, en 157, 8°, die in werking treden op de dag van de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad, treedt deze wet in werking op de dag van de oproeping van de kiezers voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers die op dezelfde dag zal worden gehouden als de verkiezingen voor de Gemeenschaps- en Gewestparlementen in 2014.

Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Gegeven te Brussel, 6 januari 2014.

FILIP Van Koningswege : De Eerste Minister, E. DI RUPO De Minister van Binnenlandse Zaken, Mevr. J. MILQUET De Staatssecretaris voor Staatshervorming, M. WATHELET De Staatssecretaris voor Staatshervorming, S. VERHERSTRAETEN Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, Mevr. A. TURTELBOOM _______ Nota Senaat (www.senate.be) : Stukken : 5-1990.

Handelingen van de Senaat : 26 en 28 november 2013.

Kamer van volksvertegenwoordigers (www.dekamer.be) : Stukken : 53-3191.

Integraal verslag : 18 en 19 december 2013.

^