Etaamb.openjustice.be
Decreet van 30 april 2009
gepubliceerd op 06 juli 2009

Decreet betreffende de organisatie en financiering van het wetenschaps- en innovatiebeleid

bron
vlaamse overheid
numac
2009035587
pub.
06/07/2009
prom.
30/04/2009
ELI
eli/decreet/2009/04/30/2009035587/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

30 APRIL 2009. - Decreet betreffende de organisatie en financiering van het wetenschaps- en innovatiebeleid (1)


Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : Decreet betreffende de organissatie en financiering van het wetenschap- en innovatiebeleid.

TITEL I. - INLEIDENDE BEPALING EN DEFINITIES

Artikel 1.Dit decreet regelt gemeenschaps- en gewestaangelegenheden.

Art. 2.Voor de toepassing van dit decreet wordt verstaan onder : 1° kaderdecreet Bestuurlijk Beleid : het kaderdecreet Bestuurlijk Beleid van 18 juli 2003;2° Structuurdecreet : het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen;3° VITO-decreet : het decreet van 23 januari 1991 betreffende de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek;4° universiteit : een universiteit in de Vlaamse Gemeenschap, als vermeld in artikel 4 van het Structuurdecreet;5° hogeschool : een hogeschool in de Vlaamse Gemeenschap, als vermeld in artikel 5 van het Structuurdecreet;6° associatie : een vereniging zonder winstoogmerk als vermeld in artikel 97 van het Structuurdecreet;7° hogeronderwijsinstelling : een instelling voor hoger onderwijs als vermeld in artikel 7 of 8 van het Structuurdecreet;8° instelling voor postinitieel onderwijs : een instelling van openbaar nut als vermeld in artikel 2 van het decreet van 18 mei 1999 betreffende sommige instellingen van openbaar nut voor postinitieel onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke dienstverlening;9° fundamenteel wetenschappelijk onderzoek : experimentele of theoretische werkzaamheden die in de eerste plaats tot doel hebben om nieuwe kennis te vergaren over de fundamenten die aan verschijnselen en waarneembare feiten ten grondslag liggen zonder daarbij een specifieke toepassing of een specifiek gebruik op het oog te hebben;10° strategisch basisonderzoek : kwalitatief hoogwaardig generisch onderzoek, dat beoogt wetenschappelijke of technologische capaciteit op te bouwen als basis voor economische en/of maatschappelijke toepassingen die bij de aanvang van het onderzoek nog niet duidelijk zijn gedefinieerd en alleen effectief kunnen worden ontwikkeld met vervolgonderzoek;11° toegepast wetenschappelijk onderzoek : oorspronkelijk onderzoek dat verricht wordt om nieuwe kennis te verkrijgen, in de eerste plaats gericht op een specifiek praktisch doel of een specifieke praktische doelstelling;12° innovatie : het geheel van activiteiten waarbij bestaande of nieuwe kenniselementen op een creatieve wijze aangewend of gecombineerd worden met het oog op de ontwikkeling of de verbetering van methodologieën, processen, organisatiewijzen, producten of diensten, waarbij sociale, economische, culturele, bestuurlijke, ruimtelijke of milieugebonden meerwaarden gecreëerd of gewaarborgd worden. TITEL II. - AGENTSCHAPPEN EN STRATEGISCHE ADVIESRAAD VAN HET WETENSCHAPS- EN INNOVATIEBELEID HOOFDSTUK I. - Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie Afdeling I. - Omvorming tot publiekrechtelijk vormgegeven extern

verzelfstandigd agentschap

Art. 3.Het Instituut voor de Aanmoediging van Innovatie door Wetenschap en Technologie wordt omgevormd tot een extern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid als vermeld in artikel 13 van het kaderdecreet Bestuurlijk Beleid. Dit agentschap draagt als naam Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie, afgekort IWT. Het kaderdecreet Bestuurlijk Beleid is op het IWT van toepassing.

De Vlaamse Regering bepaalt tot welk homogeen beleidsdomein het IWT behoort. Ze bepaalt de vestigingsplaats van het IWT. Afdeling II. - Missie en taken

Art. 4.Het IWT steunt activiteiten die gericht zijn op innovatie in Vlaanderen, waarbij door kennisontwikkeling of verspreiding van nieuw ontwikkelde kennis nieuwe producten, productieprocessen, wijzen van arbeidsorganisatie of diensten tot stand worden gebracht met het oog op valorisatie ter ondersteuning van economische of maatschappelijke behoeften.

Art. 5.§ 1. Het IWT realiseert zijn missie op het vlak van innovatie met de volgende taken : 1° financiële steun verlenen - met inbegrip van achtergestelde leningen - aan projecten of activiteiten van bedrijven, instellingen, organisaties of personen;2° informatie verspreiden en advies, begeleiding en gespecialiseerde dienstverlening aanbieden;3° de deelname bevorderen van bedrijven, instellingen en/of organisaties aan internationale programma's voor onderzoek en technologische ontwikkeling;4° activiteiten coördineren van bedrijven, instellingen en organisaties die middelen ten laste van de Vlaamse begroting voor innovatie ontvangen;5° netwerkvorming en samenwerking tussen bedrijven, instellingen en organisaties in de hand werken;6° zorgen voor het administratieve, wetenschappelijke en financiële beheer van specifieke initiatieven, opgedragen door de Vlaamse Regering;7° identificeren van innovatiebehoeften. § 2. De Vlaamse Regering kan het IWT belasten met bijzondere opdrachten. Die moeten passen in de missie van het IWT. § 3. Vanuit de taakstelling vermeld in artikel 5, § 1, draagt het IWT bij tot de voorbereiding van het beleid van de Vlaamse Regering voor de aanmoediging van innovatie.

Het IWT adviseert over voorontwerpen van decreet en ontwerpen van besluit van de Vlaamse Regering over aangelegenheden die behoren tot de missie en taakstelling van het IWT. § 4. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden waaraan de aanvragen voor financiële steun bij het IWT moeten voldoen.

Deze voorwaarden behelzen in ieder geval : 1° een positieve evaluatie van de wetenschappelijke kwaliteit van de aanvraag;2° een positieve evaluatie van het economisch of maatschappelijk valorisatiepotentieel van de aanvraag;3° de mogelijkheid van een verzoek tot herziening van een steunweigering, op basis van objectiveerbare elementen die ten onrechte aan deze steunweigering ten grondslag lagen. Afdeling III. - Bestuur en werking

Art. 6.De bestuursorganen van het IWT zijn : 1° de raad van bestuur;2° de administrateur-generaal;3° het directiecomité.

Art. 7.§ 1. De voorzitter en de leden van de raad van bestuur worden aangesteld door de Vlaamse Regering. § 2. Elk lid van de raad van bestuur moet vertrouwd zijn met het wetenschaps- en innovatiebeleid. § 3. Vier leden worden aangesteld uit een dubbeltal, voorgedragen door de organisaties die vertegenwoordigd zijn in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, waarvan twee leden de representatieve organisaties van de werkgevers, de middenstand en de landbouw vertegenwoordigen, en twee leden de representatieve organisaties van de werknemers. Vijf leden worden aangesteld uit een dubbeltal, gezamenlijk voorgedragen door de associaties. De Vlaamse Regering stelt zes leden aan waaronder vier met voeling met het bedrijfsleven (inclusief social profit) en twee uit het maatschappelijk middenveld.

De Vlaamse Regering benoemt onder de leden een voorzitter. § 4. De administrateur-generaal van het IWT, de secretaris-generaal van het departement Economie, Wetenschap en Innovatie en de administrateur-generaal van het Agentschap Economie nemen deel aan de vergaderingen van de raad van bestuur met raadgevende stem. § 5. Binnen de raad van bestuur wordt een auditcomité opgericht.

Art. 8.De raad van bestuur kan de delegatiemogelijkheden, vermeld in artikel 22, § 2, van het kaderdecreet Bestuurlijk Beleid niet aanwenden voor de volgende bevoegdheden : 1° het sluiten van de beheersovereenkomst met de Vlaamse Regering;2° het goedkeuren van het ontwerp van begroting, jaarrekening en jaarverslag;3° het aangaan van samenwerkingsakkoorden met andere instanties of het stellen van de deelnemingsdaden, vermeld in artikel 12 van het kaderdecreet Bestuurlijk Beleid;4° het goedkeuren van reglementen en beleidsregels;5° het herzien van beslissingen inzake steunverlening;6° het definitief aanvaarden van schenkingen en het aanvaarden van legaten.

Art. 9.Met behoud van de toepassing van de bepalingen in dit decreet stelt de raad van bestuur een intern reglement op dat de bevoegdheid, de samenstelling en de werking van de organen, vermeld in artikel 6 regelt. Dat interne reglement wordt bekrachtigd door de Vlaamse Regering.

De Vlaamse Regering oefent toezicht uit op het IWT conform artikel 23 van het kaderdecreet Bestuurlijk Beleid.

Art. 10.De Vlaamse Regering stelt de administrateur-generaal van het IWT aan.

Art. 11.De administrateur-generaal is belast met : 1° het dagelijks bestuur van het IWT en het voorzitterschap van het directiecomité;2° de voorbereiding en de uitvoering van de beslissingen van de raad van bestuur;3° de uitoefening van de door de raad van bestuur gedelegeerde bevoegdheden. Afdeling IV. - Financiële middelen

Art. 12.Het IWT kan beschikken over de volgende ontvangsten : 1° dotaties van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest;2° financiële, personele of materiële ondersteuning door openbare besturen of door internationale of supranationale organisaties of organen;3° leningen, na machtiging door de Vlaamse Regering;4° ontvangsten die voortvloeien uit daden van beheer of beschikking met betrekking tot het eigen patrimonium;5° schenkingen en legaten;6° inkomsten uit door het IWT verstrekte leningen aan derden;7° subsidies waarvoor het IWT als begunstigde in aanmerking komt;8° terugvorderingen van ten onrechte gedane uitgaven;9° vergoedingen voor prestaties aan derden, ter uitvoering van taken die in overeenstemming zijn met de missie van het IWT;10° de opbrengst van sponsoring.

Art. 13.Het IWT is ertoe gemachtigd om een reservefonds aan te leggen, beperkt tot cumulatief maximaal 10 % van de jaarlijkse dotatie. Het reservefonds is in de begroting opgenomen op het niveau van de totaliteit van het agentschap.

Het IWT mag de middelen in het reservefonds aanwenden voor : 1° zijn taken als vermeld in artikel 5;2° het verwerven en beheren van patrimonium dat aangewend wordt voor de realisatie van de opdrachten, vermeld in punt 1°. Het spijzen en de aanwending van het reservefonds is afhankelijk van een machtiging door het Vlaams Parlement in de jaarlijkse begroting.

Die machtiging omvat het deel van de uitgavenkredieten dat in het begrotingsjaar zelf niet wordt aangewend en dat verbonden is met activiteiten waarvoor ontvangsten als vermeld in artikel 12, 2°, 5°, 10° en 11°, worden verkregen, en in voorkomend geval het gedeelte, bepaald in de machtiging, dat betrekking heeft op andere uitgavenkredieten. Afdeling V. - Evaluatie

Art. 14.De Vlaamse Regering ziet erop toe dat de algemene werking van het IWT vijfjaarlijks, vóór het verstrijken van de beheersovereenkomst, geëvalueerd wordt aan de hand van de in de beheersovereenkomst vooropgestelde operationele doelstellingen en indicatoren.

De voorwaarden voor een nieuwe beheersovereenkomst worden onder meer bepaald door de resultaten van de evaluatie. HOOFDSTUK II. - Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek - Vlaanderen Afdeling I. - Deelnemingsmachtiging en kwalificatie als

privaatrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap

Art. 15.§ 1. De Vlaamse Regering wordt gemachtigd om onder de voorwaarden vermeld in dit decreet, deel te nemen aan de privaatrechtelijke stichting van openbaar nut Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen, hierna FWO te noemen, opgericht bij notariële akte van 21 juni 2005. § 2. Het FWO wordt hierbij erkend als een privaatrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap als vermeld in artikel 29 van het kaderdecreet Bestuurlijk Beleid.

Het kaderdecreet Bestuurlijk Beleid is op het FWO van toepassing. § 3. De Vlaamse Regering bepaalt tot welk homogeen beleidsdomein het FWO behoort. Afdeling II. - Dotatie

Art. 16.De Vlaamse Regering bepaalt jaarlijks, binnen de beschikbare begrotingskredieten, het bedrag dat aan het vermogen van het FWO wordt toegevoegd. Afdeling III. - Missie en taken

Art. 17.Het FWO bevordert het fundamenteel wetenschappelijk onderzoek in alle wetenschappelijke disciplines in de Vlaamse universiteiten, met inbegrip van samenwerkingsverbanden tussen universiteiten en andere onderzoeksinstellingen, in het bijzonder door financiële steun te verlenen aan onderzoekers en onderzoeksprojecten op basis van wetenschappelijke competitie en rekening houdend met internationale kwaliteitsmaatstaven.

Art. 18.§ 1. Het FWO realiseert zijn missie inzake fundamenteel wetenschappelijk onderzoek door de aanwending van de middelen verstrekt door de Vlaamse Regering voor de volgende taken : 1° het steunen van individuele onderzoekers met doctoraatsbeurzen, postdoctorale mandaten van bepaalde duur en werkingsmiddelen;2° het steunen van onderzoeksploegen met onderzoeksprojecten en netwerkingsmiddelen;3° het bevorderen van mobiliteit, internationale contacten en samenwerkingsverbanden;4° het aantrekken van excellente onderzoekers die actief zijn in het buitenland;5° het verlenen van wetenschappelijke prijzen. § 2. De Vlaamse Regering kan het FWO belasten met bijzondere opdrachten. Deze moeten passen in de missie van het FWO. § 3. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden waaraan de aanvragen voor financiële steun bij het FWO moeten voldoen.

De Vlaamse Regering bepaalt, op voorstel van het FWO, de wijze waarop de aanvrager van financiële steun voor wie de steunaanvraag geweigerd is, een verzoek tot herziening van de beslissing kan indienen. § 4. Vanuit de taakstelling, vermeld in artikel 18, § 1, draagt het FWO bij tot de voorbereiding van het beleid van de Vlaamse Regering voor de aanmoediging van innovatie.

Het FWO verleent advies over voorontwerpen van decreet en ontwerpen van besluit van de Vlaamse Regering over aangelegenheden die behoren tot de missie en taakstelling van het FWO. Afdeling IV. - Bestuur en werking

Art. 19.De statuten van het FWO, alsmede de wijzigingen die daarin worden aangebracht, worden meegedeeld aan de Vlaamse Regering.

Afdeli ng V. - Samenwerkingsovereenkomst

Art. 20.Tussen de Vlaamse Regering en het FWO wordt een samenwerkingsovereenkomst gesloten als vermeld in artikel 31 van het Kaderdecreet. De samenwerkingsovereenkomst bepaalt onder meer de operationele doelstellingen, de informatie- en rapportageplicht inzake de taken en financiële situatie op basis van vooraf vastgestelde beleids- en beheersrelevante indicatoren, de duur en de opzeggings- en verlengingsmogelijkheden voor de toekomst. Afdeling VI. - Toezicht

Art. 21.§ 1. De Vlaamse Regering stelt bij het FWO twee regeringsafgevaardigden aan. Eén regeringsafgevaardigde wordt aangesteld op voordracht van de Vlaamse minister onder wie het FWO ressorteert, en één regeringsafgevaardigde wordt aangesteld op voordracht van de Vlaamse minister bevoegd voor de financiën en de begroting.

De regeringsafgevaardigde die aangesteld is op voordracht van de Vlaamse minister onder wie het FWO ressorteert, houdt toezicht op de overeenstemming van de aanwending van de verstrekte toelage, met het recht, met de statuten van het FWO, met de samenwerkingsovereenkomst.

De regeringsafgevaardigde die aangesteld is op voordracht van de Vlaamse minister bevoegd voor de financiën en de begroting, oefent dezelfde toezichtsfunctie uit als de regeringsafgevaardigde die aangewezen is op voordracht van de bevoegde minister onder wie het FWO ressorteert, inzake de beslissingen met een budgettaire of financiële weerslag.

De regeringsafgevaardigde brengt verslag uit bij de minister die hem heeft voorgedragen voor aanstelling door de Vlaamse Regering.

Een plaatsvervanger kan door de functioneel bevoegde minister en/of door de Vlaamse minister bevoegd voor de financiën en de begroting, worden aangesteld voor het geval de regeringsafgevaardigde verhinderd is. § 2. De regeringsafgevaardigde of zijn plaatsvervanger zetelt met raadgevende stem in de raad van bestuur en in de door de raad van bestuur ingestelde bestuursorganen met inbegrip van het auditcomité van het FWO. Hij wordt uitgenodigd op alle vergaderingen van die bestuursorganen en wordt op dezelfde manier als de leden ervan tijdig in kennis gesteld van de dagorde en alle bijbehorende documenten.

Hij is gemachtigd om zich alle documenten en inlichtingen met betrekking tot het bestuur van het FWO, die hij nodig acht voor de uitoefening van zijn mandaat, te doen verstrekken.

Het FWO stelt de nodige middelen voor de uitoefening van zijn mandaat ter beschikking van de regeringsafgevaardigde. § 3. De regeringsafgevaardigde of zijn plaatsvervanger kan bij de minister onder wie het FWO ressorteert, binnen een termijn van vier werkdagen een gemotiveerd beroep instellen tegen elke beslissing inzake de aanwending van de verstrekte toelage die hij strijdig acht met het recht, met de statuten van het FWO, met de samenwerkingsovereenkomst en met de beginselen inzake behoorlijk bestuur. Het beroep is opschortend.

De termijn gaat in op de dag van de vergadering waarop de beslissing genomen werd, als de regeringsafgevaardigde daarop regelmatig uitgenodigd werd, en, als dat niet het geval is, de dag waarop hij er kennis van heeft gekregen. § 4. Als de minister bij wie het beroep werd ingesteld, binnen een termijn van tien werkdagen, die ingaat op dezelfde dag als de termijn vermeld in § 3, de nietigverklaring niet heeft uitgesproken, dan wordt de beslissing definitief. § 5. De nietigverklaring van de beslissing wordt door de minister aan het bestuursorgaan in kwestie betekend. § 6. Als inzake de aanwending van de verstrekte toelage, de naleving van het recht, de statuten van het FWO en de samenwerkingsovereenkomst het vereisen, kan de minister of de regeringsafgevaardigde het bevoegde bestuursorgaan verplichten om, binnen de door hem gestelde termijn, te beraadslagen over iedere door hem bepaalde aangelegenheid. § 7. De Vlaamse Regering kan de regeling over de deontologie en onverenigbaarheden van de regeringsafgevaardigde bepalen en stelt zijn vergoeding vast. § 8. De kosten die verbonden zijn aan de uitoefening van het ambt van regeringsafgevaardigde, zijn ten laste van het FWO. De Vlaamse Regering bepaalt de rechtspositionele voorwaarden waaronder de regeringsafgevaardigden worden aangesteld. Afdeling VII. - Evaluatie

Art. 22.De Vlaamse Regering ziet erop toe dat de algemene werking van het FWO vijfjaarlijks, vóór het verstrijken van de lopende samenwerkingsovereenkomst, geëvalueerd wordt aan de hand van in de samenwerkingsovereenkomst vooropgestelde operationele doelstellingen en indicatoren.

De voorwaarden voor een nieuwe samenwerkingsovereenkomst worden onder meer bepaald door de resultaten van de evaluatie. HOOFDSTUK III. - Strategische adviesraad voor het wetenschaps- en innovatiebeleid Afdeling I. - Oprichting

Art. 23.Er wordt een Strategische Adviesraad voor het Wetenschaps- en Innovatiebeleid opgericht, verder « Vlaamse Raad voor Wetenschap en Innovatie« of « VRWI » genoemd.

De VRWI is een strategische adviesraad met rechtspersoonlijkheid als vermelde artikel 3 van het decreet van 18 juli 2003 tot regeling van de strategische adviesraden. Afdeling II. - Taken en bevoegdheden

Art. 24.De VRWI oefent de opdrachten uit, vermeld in artikel 4 van het decreet van 18 juli 2003 tot regeling van de strategische adviesraden, binnen aangelegenheden van het wetenschapsbeleid en het innovatiebeleid.

De VRWI heeft daarenboven de opdracht om op verzoek van de Vlaamse Regering strategisch advies te verstrekken en studies te verrichten over langetermijnontwikkelingen en uitdagingen op het vlak van het wetenschaps- en innovatiebeleid, in het bijzonder wat betreft de internationale context daarvan.

De VRWI brengt jaarlijks een met redenen omkleed advies uit over het gevoerde en het te voeren begrotingsbeleid op het vlak van het wetenschaps- en innovatiebeleid. Dat advies wordt toegezonden aan de Vlaamse Regering.

De Vlaamse Regering kan de VRWI machtigen om de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest te vertegenwoordigen in federale of internationale adviesorganen.

Art. 25.De VRWI bezit alle bevoegdheden die rechtstreeks of onrechtstreeks noodzakelijk of nuttig zijn voor de uitoefening van zijn opdracht, met inbegrip van het sluiten van overeenkomsten en het oprichten van of deelnemen in andere rechtspersonen. Afdeling III. - Samenstelling

Art. 26.§ 1. De VRWI bestaat uit een voorzitter en negentien leden, aangesteld door de Vlaamse Regering. § 2. De voorzitter en elk lid van de VRWI moeten vertrouwd zijn met het wetenschaps- en innovatiebeleid. Een evenwicht tussen leden die deskundig zijn op het gebied van respectievelijk de cultuur- en gedragswetenschappen, de toegepaste, de exacte en de biomedische wetenschappen wordt nagestreefd. § 3. Zes leden worden aangesteld uit een dubbeltal, voorgedragen door de organisaties die vertegenwoordigd zijn in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, waarvan drie leden de representatieve organisaties van de werkgevers, de middenstand en de landbouw vertegenwoordigen, en drie leden de representatieve organisaties van de werknemers. Zes leden worden aangesteld uit een dubbeltal, gezamenlijk voorgedragen door de associaties. Eén lid wordt aangesteld uit een dubbeltal gezamenlijk voorgedragen door de strategische onderzoekscentra. De voordrachten gebeuren telkens op dubbele lijsten die in een evenwichtige vertegenwoordiging van mannen en vrouwen voorzien.

De Vlaamse Regering stelt zeven leden aan, waaronder vier met voeling met het bedrijfsleven waaronder de voorzitter en drie uit het maatschappelijk middenveld, op voorstel van de Vlaamse minister, bevoegd voor het wetenschappelijk onderzoek en het technologisch innovatiebeleid.

Art. 27.De administrateur-generaal van het IWT, de administrateur-generaal van het Agentschap Economie, de secretaris-generaal van het FWO, de secretaris-generaal van het departement Economie, Wetenschap en Innovatie, de secretaris-generaal van het departement Onderwijs en Vorming en de algemeen directeur van Hercules nemen deel aan de vergaderingen van de raad van bestuur met raadgevende stem. Afdeling IV. - Reflectiekamer

Art. 28.Met behoud van de toepassing van artikel 11 van het decreet van 18 juli 2003 tot regeling van de strategische adviesraden stelt de VRWI een internationale reflectiekamer in, bestaande uit ten minste drie experten die niet in België werken en die op het vlak van het wetenschaps- en innovatiebeleid als toonaangevend worden erkend.

De reflectiekamer brengt ten minste éénmaal per jaar een advies uit over het Vlaamse wetenschaps- en innovatiebeleid en de inbedding daarvan in de internationale context. Het advies wordt, na bespreking in de VRWI, toegezonden aan de Vlaamse Regering.

TITEL III. - OVERIGE PARTNERS HOOFDSTUK I. - Strategische onderzoekscentra Afdeling I. - Erkenning

Art. 29.De Vlaamse Regering is onder de voorwaarden, vermeld in dit hoofdstuk, gemachtigd om deel te nemen aan de strategische onderzoekscentra.

Een strategisch onderzoekscentrum is één van de hiernavolgende organisaties : 1° de naamloze vennootschap Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek, opgericht bij de notariële akte van 12 juni 1991, waarvan het maatschappelijk doel gericht is op het verrichten van strategisch basisonderzoek in de domeinen energie, leefmilieu, materialen en aardobservatie met het oog op het stimuleren van duurzame ontwikkeling en het versterken van het economische en maatschappelijke weefsel in Vlaanderen;2° de vereniging zonder winstoogmerk Interdisciplinair Instituut voor Breedbandtechnologie, opgericht bij de notariële akte van 26 juli 2004, waarvan het maatschappelijk doel gericht is op het opleiden van hoogcompetent menselijk kapitaal en het verrichten van strategisch basisonderzoek ten dienste van bedrijven en overheden, waarbij alle technologische, juridische en sociale aspecten die de ontwikkeling en de exploitatie van breedbanddiensten ondersteunen en faciliteren, aan bod komen;3° de vereniging zonder winstoogmerk Interuniversitair Micro-elektronicacentrum, opgericht bij de notariële akte van 16 januari 1984, waarvan het maatschappelijk doel gericht is op het verrichten van strategisch onderzoek op het gebied van micro-elektronica, nanotechnologie, ontwerpmethodes en technologieën voor ICT-systemen;4° de vereniging zonder winstoogmerk Vlaams Interuniversitair Instituut voor Biotechnologie, opgericht bij de notariële akte van 6 juli 1995, waarvan het maatschappelijk doel gericht is op het verrichten van biomoleculair strategisch basisonderzoek in de levenswetenschappen, met als oogmerk het verhogen van de kennis van de levensprocessen en -systemen en het vertalen van die kennis in economische groei en wetenschappelijke vooruitgang. De Vlaamse Regering kan bijkomende verenigingen zonder winstoogmerk, stichtingen of vennootschappen zonder winstoogmerk als strategisch onderzoekscentrum erkennen.

Art. 30.Een strategisch onderzoekscentrum beantwoordt aan de volgende vereisten : 1° het gevoerde strategische onderzoek bouwt voort op wetenschappelijk onderzoek waarvan de wetenschappelijke excellentie in internationale vergelijkingen objectief aantoonbaar is;2° het strategisch onderzoekscentrum beschikt over een substantiële kritische massa;3° de activiteiten van het strategisch onderzoekscentrum passen in het wetenschaps- en innovatiebeleid, bepaald door de Vlaamse Regering;4° het gevoerde onderzoek bezit een belangrijk valorisatiepotentieel, zodat het onderzoekscentrum als aantrekkingspool voor nieuwe bedrijfsactiviteiten in het Vlaamse Gewest kan gelden en ondersteuning kan bieden aan bestaande bedrijfsactiviteiten.

Art. 31.De statuten van het Interdisciplinair Instituut voor Breedbandtechnologie, het Interuniversitair Micro-elektronicacentrum en het Vlaams Interuniversitair Instituut voor Biotechnologie, waarborgen dat hun raad van bestuur ten minste bestaat uit vertegenwoordigers van de universiteiten, van de Vlaamse Regering en van het bedrijfsleven. Afdeling II. - Toelage en convenant

Art. 32.De Vlaamse Regering stelt binnen de beschikbare begrotingskredieten een jaarlijkse toelage ter beschikking van de strategische onderzoekscentra.

Art. 33.De Vlaamse Regering sluit met de strategische onderzoekscentra een convenant, waarin de wederzijdse rechten en plichten in het kader van de toelage, vermeld in artikel 34 worden opgenomen.

Het convenant bevat ten minste : 1° de omschrijving van de strategische en operationele doelstellingen van het strategisch onderzoekscentrum;2° een code van behoorlijk bestuur van het strategisch onderzoekscentrum;3° de minimale kwaliteitseisen betreffende de werking van het strategisch onderzoekscentrum, in het bijzonder wat betreft het personeelsbeleid en het beleid betreffende vermogensrechten op vindingen;4° het betalingsritme van de jaarlijks toelage van het Vlaamse Gewest;5° de rapporteringsmechanismen;6° de maatregelen in geval van niet-naleving van het convenant;7° de gevallen waarin en de wijze waarop het convenant tijdens de looptijd ervan kan worden gewijzigd. Afdeling III. - Toezicht

Art. 34.§ 1. De Vlaamse Regering stelt bij een strategisch onderzoekscentrum twee regeringsafgevaardigden aan. Eén regeringsafgevaardigde wordt aangesteld op voordracht van de Vlaamse minister, bevoegd voor het wetenschappelijk onderzoek en het technologisch innovatiebeleid, en één regeringsafgevaardigde wordt aangesteld op voordracht van de Vlaamse minister bevoegd voor de financiën en de begroting.

De regeringsafgevaardigde die aangesteld is op voordracht van de Vlaamse minister bevoegd voor het wetenschappelijk onderzoek en technologisch innovatiebeleid, houdt toezicht op de overeenstemming van de aanwending van de verstrekte toelage met het recht, de statuten van het strategisch onderzoekscentrum, het convenant en de beginselen inzake behoorlijk bestuur. De regeringsafgevaardigde die aangesteld is op voordracht van de Vlaamse minister bevoegd voor de financiën en de begroting, oefent dezelfde toezichtsfunctie uit als de regeringsafgevaardigde die aangesteld is op voordracht van de bevoegde minister, inzake de beslissingen met een budgettaire of financiële weerslag.

De regeringsafgevaardigde brengt verslag uit bij de minister die hem heeft voorgedragen voor aanstelling door de Vlaamse Regering. § 2. De regeringsafgevaardigde heeft met raadgevende stem zitting in de raad van bestuur en in de door de raad van bestuur ingestelde bestuursorganen met inbegrip van het in voorkomend geval ingestelde auditcomité. Hij wordt uitgenodigd op alle vergaderingen van die bestuursorganen en wordt op dezelfde manier als de leden ervan tijdig in kennis gesteld van de dagorde en alle bijbehorende documenten.

Hij is gemachtigd om zich alle documenten en inlichtingen over het bestuur van het strategisch onderzoekscentrum, die hij nodig acht voor de uitoefening van zijn mandaat, te doen verstrekken.

Het strategisch onderzoekscentrum stelt de menselijke en materiële middelen die nodig zijn voor de uitoefening van zijn mandaat, ter beschikking van de regeringsafgevaardigde. § 3. De regeringsafgevaardigde kan bij de bevoegde minister binnen een termijn van vier werkdagen een gemotiveerd beroep instellen tegen elke beslissing die hij strijdig acht met het algemeen belang, de wetten, decreten, ordonnanties en reglementaire besluiten, met het organiek statuut van het strategisch onderzoekscentrum of met het convenant.

Het beroep is opschortend.

Die termijn gaat in op de dag van de vergadering waarop de beslissing genomen werd, als de regeringsafgevaardigde daarop regelmatig uitgenodigd werd, en, als dat niet het geval is, de dag waarop hij er kennis van heeft gekregen. § 4. Als de minister bij wie het beroep werd ingesteld, binnen een termijn van tien werkdagen, die ingaat op dezelfde dag als de termijn vermeld in § 3 de nietigverklaring niet heeft uitgesproken, dan wordt de beslissing definitief. § 5. De nietigverklaring van de beslissing wordt door de minister aan het betrokken bestuursorgaan in kwestie betekend. § 6. Als de naleving van de wetten, decreten, ordonnanties en reglementaire besluiten, het organiek statuut van het strategisch onderzoekscentrum of het convenant dat vereisen, kan de minister of de regeringsafgevaardigde het bevoegde bestuursorgaan verplichten om, binnen de door hem gestelde termijn, te beraadslagen over iedere door hem bepaalde aangelegenheid. § 7. De Vlaamse Regering kan de regeling over de deontologie en onverenigbaarheden van de regeringsafgevaardigde bepalen en stelt zijn vergoeding vast. § 8. De kosten die verbonden zijn aan de uitoefening van het ambt van regeringsafgevaardigde, zijn ten laste van de strategische onderzoekscentra.

De Vlaamse Regering bepaalt de rechtspositionele voorwaarden waaronder de regeringsafgevaardigden worden aangesteld. Afdeling IV. - Evaluatie

Art. 35.De Vlaamse Regering ziet erop toe dat de algemene werking van de strategische onderzoekscentra vóór het verstrijken van het lopende convenant geëvalueerd wordt aan de hand van de in het convenant vooropgestelde operationele doelstellingen en indicatoren.

De voorwaarden voor een nieuw convenant worden onder meer bepaald door de resultaten van de evaluatie. Afdeling V. - Aanvullende bepalingen voor de Vlaamse Instelling voor

Technologisch Onderzoek

Art. 36.Voor de niet-geregelde aangelegenheden bij dit decreet of bij de statuten van de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek, afgekort de VITO, zijn de bepalingen van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen die betrekking hebben op de naamloze vennootschappen, van toepassing.

Art. 37.Teneinde haar maatschappelijke doel te realiseren, vermeld in artikel 29, tweede lid, 1°, heeft de VITO de volgende taken : 1° de noodzakelijke kennis en ervaring op een structurele wijze uitbouwen, onder meer door het uitvoeren van eigen onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten, al dan niet met medefinanciering door derden;2° het uitvoeren van de door de overheid vastgestelde referentietaken, waarvan de precieze aard, de doelstelling en de wijze van vergoeding bij beheersreglement, vastgesteld bij besluit van de Vlaamse Regering, worden bepaald;3° voor de Vlaamse overheid en publieke organisaties en instellingen buiten de Vlaamse overheid op contractuele basis beleidsgerichte onderzoeksprojecten uitvoeren, specifieke diensten verlenen en technisch-wetenschappelijke adviezen en beleidsaanbevelingen formuleren;4° voor private organisaties of personen op contractuele basis onderzoeksprojecten uitvoeren en specifieke diensten verlenen;5° de kennis en onderzoeksresultaten volgens de meest geëigende weg beschermen en valoriseren.

Art. 38.VITO kan binnen de perken van haar doel instellingen, verenigingen en ondernemingen oprichten, erin deelnemen of zich erin laten vertegenwoordigen.

VITO kan binnen de perken van haar doel eveneens deelnemen aan tijdelijke ondernemingsvormen, zoals verenigingen, groepen of vakbonden.

Art. 39.De VITO kan alleen ontbonden worden door een decreet dat de wijze en de voorwaarden van haar vereffening regelt.

Art. 40.Het kapitaal van de VITO bedraagt 29.747.900 euro (negenentwintig miljoen zevenhonderd zevenenveertigduizend negenhonderd euro) en is vertegenwoordigd door 297.479 aandelen (tweehonderd zevenennegentigduizend vierhonderd negenenzeventig aandelen) met een waarde van honderd euro elk.

Art. 41.Het Vlaamse Gewest zal op elk moment rechtstreeks of onrechtstreeks beschikken over de meerderheid van de aandelen in de VITO. De rechten en de plichten die verbonden zijn aan de aandelen van de VITO, worden bepaald in de statuten.

Art. 42.De aandelen van de VITO zijn en blijven op naam.

Art. 43.De Vlaamse Regering kan aan de leningen van de VITO de gewestwaarborg verlenen.

Art. 44.De financiële middelen van de VITO bestaan uit : 1° een jaarlijkse toelage, overeenkomstig het gesloten convenant;2° vergoedingen en inkomsten die verband houden met het uitoefenen van werken, leveringen en diensten voor derden;3° schenkingen en legaten;4° opbrengsten van eigen vermogen, toevallige ontvangsten en overige inkomsten. De VITO organiseert zich zodat op elk moment voldaan wordt aan de vereisten, vermeld in richtlijn 80/723/EEG van 25 juni 1980 betreffende de doorzichtigheid in de financiële betrekkingen tussen lidstaten en openbare bedrijven en de financiële doorzichtigheid binnen bepaalde ondernemingen, zoals tot op heden gewijzigd.

Art. 45.De algemene vergadering bestaat uit de aandeelhouders.

Tenzij met toepassing van artikel 36, anders is bepaald, geeft elk aan-deel recht op één stem.

De stemrechtbeperking, vermeld in artikel 76 van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen, is niet van toepassing.

De rechtspersonen-aandeelhouders worden ieder vertegenwoordigd door één daartoe aangestelde gevolmachtigde.

Art. 46.De algemene vergadering keurt de jaarrekening goed en verleent kwijting aan de bestuurders en aan de commissaris-revisor voor de uitoefening van hun mandaat.

Art. 47.De bestuursorganen van de VITO zijn : 1° de raad van bestuur;2° de gedelegeerd bestuurder;3° het directiecomité. Voor zover dat niet bepaald is in dit decreet, worden de bevoegdheid en de werking van die organen geregeld in de statuten.

Art. 48.De Vlaamse Regering stelt de raad van bestuur van de naamloze vennootschap VITO samen uit deskundigen van de overheid, de industrie en de onderzoekswereld. Ten minste één van de leden treedt op als vertegenwoordiger van de Participatiemaatschappij Vlaanderen.

Nadere regelen kunnen in de statuten worden opgenomen.

Binnen de raad van bestuur wordt een auditcomité opgericht.

Art. 49.De raad van bestuur benoemt en ontslaat de gedelegeerd bestuurder. Hij kan alleen worden ontslagen bij besluit van twee derde van de leden van de raad van bestuur. De benoeming en het ontslag moeten bovendien ter bekrachtiging voorgelegd worden aan de Vlaamse Regering.

Art. 50.De rechten en plichten van de gedelegeerd bestuurder worden vastgesteld in een overeenkomst die wordt gesloten tussen de VITO, voor wie de raad van bestuur optreedt, en de gedelegeerd bestuurder.

Art. 51.§ 1. De aan het Vlaamse Gewest overgedragen personeelsleden van het Studiecentrum voor Kernenergie (SCK) gaan over naar de VITO met hun rechten en verplichtingen, met hun graad en in hun hoedanigheid. Zij behouden ten minste de bezoldiging, de anciënniteit, de toelagen, de vergoedingen en de legale en extra-legale pensioenrechten. § 2. De administratieve en geldelijke regelingen voor de personeelsleden van de VITO worden in een overeenkomst tussen de raad van bestuur en de representatieve vakbonden uitgewerkt. Zolang deze administratieve en geldelijke regelingen niet van kracht zijn geworden, wordt de rechtstoestand van nieuw aangeworven personeelsleden beheerst door de regels die van kracht waren bij het SCK.

Art. 52.De VITO brengt haar statuten in overeenstemming met de bepalingen in artikelen 36 tot en met 51 binnen een periode van zes maanden na de publicatie van dit decreet. HOOFDSTUK II. - Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten

Art. 53.Binnen de beschikbare begrotingskredieten draagt de Vlaamse Regering door middel van een jaarlijkse toelage bij in de werking van de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten.

Over de aanwending van die jaarlijkse toelage en de controle erop wordt vijfjaarlijks een convenant gesloten. HOOFDSTUK III. - Flanders Technology International en Flanders, District of Creativity Afdeling I. - Toelage en convenant Flanders Technology International

Art. 54.§ 1. De Vlaamse Regering is ertoe gemachtigd om deel te nemen in de vereniging zonder winstoogmerk Flanders Technology International, opgericht bij de notariële akte van 8 februari 1988, waarvan het maatschappelijke doel erin bestaat wetenschap en technologie dichter bij de mens te brengen door activiteiten uit te voeren zoals onder meer de uitbouw van het wetenschappelijk doe-centrum Technopolis. § 2. De Vlaamse Regering stelt binnen de beschikbare begrotingskredieten een jaarlijkse toelage ter beschikking van Flanders Technology International. § 3. Flanders Technology International en de Vlaamse Regering sluiten een convenant waarin ten minste de volgende elementen zijn opgenomen : 1° de strategische en operationele doelstellingen van de vereniging zonder winstoogmerk;2° een rapporterings- en evaluatiemechanisme. § 4. Flanders Technology International organiseert zich zodat op elk moment voldaan wordt aan de vereisten, vermeld in richtlijn 2006/111/EG van 16 november 2006 betreffende de doorzichtigheid in de financiële betrekkingen tussen lidstaten en openbare bedrijven en de financiële doorzichtigheid binnen bepaalde ondernemingen, zoals tot op heden gewijzigd. Afdeling II. - Toelage en convenant Flanders, District of Creativity

Art. 55.§ 1. De Vlaamse Regering is ertoe gemachtigd om deel te nemen in de vereniging zonder winstoogmerk Flanders, District of Creativity, opgericht bij de notariële akte van 2 juli 2004, waarvan het maatschappelijk doel erin bestaat de regionale concurrentiekracht te versterken door creativiteit, innovativiteit, ondernemerschap en internationaal ondernemen te stimuleren via het creëren van een gestructureerd netwerk waarbinnen de Vlaamse overheid, kennisinstellingen en ondernemingen hun krachten bundelen. § 2. De Vlaamse Regering stelt binnen de beschikbare begrotingskredieten een jaarlijkse toelage ter beschikking van Flanders, District of Creativity.

De vereniging zonder winstoogmerk en de Vlaamse Regering sluiten een convenant waarin ten minste de volgende elementen zijn opgenomen : 1° de strategische en operationele doelstellingen van de vereniging zonder winstoogmerk;2° een rapporterings- en evaluatiemechanisme. Afdeling III. - Bestuur

Art. 56.De statuten van Flanders Technology International en Flanders, District of Creativity waarborgen dat de raad van bestuur ervan ten minste bestaat uit een meerderheid van vertegenwoordigers van de Vlaamse Regering.

TITEL IV. - HOGERONDERWIJSSECTOR HOOFDSTUK I. - Industriële onderzoeksfondsen

Art. 57.§ 1. Bij elke associatie wordt één Industrieel Onderzoeksfonds opgericht. § 2. Een Industrieel Onderzoeksfonds is een intern bestemmingsfonds van de associatie.

De Vlaamse Regering verleent jaarlijks, binnen de perken van de begrotingskredieten, subsidies aan de Industriële Onderzoeksfondsen.

De partners bij een associatie kunnen op elk moment beslissen om aanvullende middelen in het Industrieel Onderzoeksfonds in te brengen. § 3. De middelen van een Industrieel Onderzoeksfonds worden aangewend voor het strategische basisonderzoek en het toegepaste onderzoek bij de partners van de associatie. § 4. Het globale bedrag van de subsidies vermeld in § 2 wordt onder de associaties verdeeld a rato van het procentuele aandeel van de associatie in de som van door de Vlaamse Regering omschreven en gewogen parameters. Deze parameters hebben betrekking op de prestaties van de associaties inzake wetenschappelijk onderzoek, contractonderzoek en valorisatie van onderzoeksresultaten.

Art. 58.Een Industrieel Onderzoeksfonds wordt beheerd op de wijze, bepaald door een reglement dat vastgesteld is door het algemene onderzoeks- en samenwerkingsreglement van de associatie, vermeld in artikel 101bis van het Structuurdecreet.

Het toepasselijke reglement voorziet ten minste in : 1° de oprichting van een Industrieel Onderzoeksfondsraad die het associatiebestuur adviseert over de besteding van de middelen van het Industrieel Onderzoeksfonds;2° een omschrijving van de onderzoeksactiviteiten die in aanmerking komen voor een toelage op grond van de middelen, vermeld in artikel 57, § 2, tweede lid;3° een omschrijving van de criteria op grond waarvan de onderzoeksactiviteiten, vermeld in 2°, worden geselecteerd;4° een bezwarenregeling die aanvragers van een toelage in staat stelt om op te komen tegen een beslissing waarbij de toelage geweigerd, verminderd of ingetrokken wordt, of waarbij de toegekende toelage kleiner is dan het bedrag dat werd aangevraagd;5° een feedbackprocedure voor de niet-toekenning van middelen van het IOF aan de aanvragers;6° een regeling voor belangenconflicten die kunnen optreden bij beslissing of advisering over de toekenning van middelen van het IOF.

Art. 59.De Vlaamse Regering bepaalt nadere regelen voor : 1° de aanwending van de middelen uit een Industrieel Onderzoeksfonds;2° het betalingsritme van de subsidies aan de Industriële Onderzoeksfondsen;3° de subsidiëringsvoorwaarden en de controle op de naleving daarvan;4° de samenstelling van de Industrieel Onderzoeksfondsraad;5° de periodieke evaluatie van de werking van de Industriële Onderzoeksfondsen. HOOFDSTUK II. - Expertisecellen inzake wetenschapscommunicatie

Art. 60.De Vlaamse Regering verleent binnen de beschikbare begrotingskredieten jaarlijks subsidies aan de associaties voor de uitbouw en ontwikkeling van expertisecellen op het vlak van wetenschapscommunicatie.

De Vlaamse Regering kan nadere formele, materiële en procedurele subsidiëringsvoorwaarden bepalen.

De voorwaarden betreffen de activiteiten die in aanmerking komen voor subsidiëring, de organisatie en het beheer van de expertisecellen, de onderlinge samenwerking en de te behalen performantiecriteria.

Over de aanwending van de subsidie wordt vijfjaarlijks een convenant gesloten tussen de Vlaamse Regering en het associatiebestuur in kwestie. Het convenant omschrijft ten minste de strategische en operationele doelstellingen van de expertisecel en de noodzakelijke functionele autonomie ervan. Het omvat tevens een rapporterings- en evaluatiemechanisme. HOOFDSTUK III. - Instellingen voor postinitieel onderwijs Afdeling I. - Toelage

Art. 61.De Vlaamse Regering kan binnen de perken van de begrotingskredieten, een jaarlijkse toelage ter beschikking stellen van de instellingen voor postinitieel onderwijs voor de uitvoering van wetenschappelijk onderzoek.

De toelage wordt door de instellingen voor post-initieel onderwijs aangewend voor de uitbouw en bevestiging van de instelling als wetenschappelijk excellentiecentrum met internationale erkenning in het respectievelijke vakgebied. Afdeling II. - Convenant

Art. 62.De Vlaamse Regering sluit met de instelling een convenant, waarin de wederzijdse rechten en plichten in het kader van de toelage, vermeld in artikel 61 worden opgenomen.

Het convenant omvat ten minste : 1° de omschrijving van de strategische en operationele onderzoeksdoelstellingen van de instelling;2° de verfijning van de excellentievereisten en de regelen voor de meting en de opvolging ervan;3° het betalingsritme voor de jaarlijkse toelage van het Vlaamse Gewest;4° de rapporteringsmechanismen;5° de remediërende en strafmaatregelen in geval van niet-naleving van het convenant;6° de gevallen waarin en de wijze waarop het convenant tijdens de looptijd ervan kan worden gewijzigd. Afdeling III. - Evaluatie

Art. 63.De Vlaamse Regering waakt erover dat de onderzoeksprestaties van de instellingen worden geëvalueerd, vóór het verstrijken van het lopende convenant aan de hand van de in het convenant vooropgestelde operationele doelstellingen en indicatoren.

De voorwaarden voor een nieuw convenant worden onder meer bepaald door de resultaten van de evaluatie.

TITEL V. - SLOTBEPALINGEN

Art. 64.De Vlaamse Regering wordt ermee belast de bestaande wets- en decreetsbepalingen te wijzigen om ze in overeenstemming te brengen met de bepalingen van dit decreet. Die machtiging vervalt op 31 december 2010.

De besluiten die krachtens dit artikel worden vastgesteld, houden op uitwerking te hebben als ze niet bij decreet zijn bekrachtigd binnen een termijn van twaalf maanden, die aanvangt de maand na de maand waarin de besluiten in werking treden. De bekrachtiging werkt terug tot die inwerkingtredingsdatum.

Art. 65.De volgende regelingen worden opgeheven : 1° het decreet van 23 januari 1991 betreffende de oprichting van een Instituut voor de Aanmoediging van Innovatie door Wetenschap en Technologie in Vlaanderen, gewijzigd bij de decreten van 25 juni 1992, 7 juli 1998 en 18 mei 1999;2° het decreet van 23 januari 1991 betreffende de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek, gewijzigd bij de decreten van 25 juni 1992, 8 december 1998, 18 mei 1999 en 23 juni 2006;3° het decreet van 15 december 1993 tot oprichting van de Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid, gewijzigd bij de decreten van 18 mei 1999 en 23 juni 2006;4° het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Instituut voor Innovatie door Wetenschap en Technologie, gewijzigd bij de decreten van 23 juni 2006 en 22 december 2006;5° artikel 71 van het decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2009.

Art. 66.In afwijking van artikel 18, § 1, eerste lid, van het kaderdecreet Bestuurlijk Beleid gebeurt de eerste aanstelling van de leden van de raad van bestuur van het IWT voor de periode van de inwerkingtreding van dit decreet tot aan de vooravond van de beëdiging van de Vlaamse Regering voor de legislatuur 2014-2019. Vanaf die beëdigingsdatum worden de bestuurders aangesteld of heraangesteld overeenkomstig artikel 18, § 1.

Art. 67.Het IWT treedt volkomen in de rechten en plichten van de openbare instelling met rechtspersoonlijkheid Instituut voor de Aanmoediging van Innovatie door Wetenschap en Technologie in Vlaanderen.

Art. 68.De Vlaamse Regering kent het eerste mandaat van administrateur-generaal van het IWT toe aan de persoon die na 17 maart 2009 door de Vlaamse Regering aangesteld werd in het mandaat van voorzitter van het directiecomité van het Instituut voor de Aanmoediging van Innovatie door Wetenschap en Technologie in Vlaanderen. Indien de titularis van het mandaat van voorzitter van het directiecomité van het Instituut voor de Aanmoediging van Innovatie door Wetenschap en Technologie in Vlaanderen vóór zijn aanstelling ambtenaar was bij de diensten van de Vlaamse overheid of bij het Instituut voor de Aanmoediging van Innovatie door Wetenschap en Technologie in Vlaanderen, en als de arbeidsovereenkomst afgesloten tussen deze titularis en de Vlaamse Regering wordt beëindigd in onderlinge overeenstemming, zonder opzeggingstermijn of zonder verbrekingsvergoeding, wordt hij bij eenzijdige administratieve rechtshandeling door de Vlaamse Regering aangewezen in het mandaat van administrateur-generaal.

In afwijking van artikel 65, 1°, van dit decreet blijven de tewerkstelling, loopbaan en verloning van elk contractueel personeelslid dat aangeworven is in het raam van artikel 23 van het decreet van 23 januari 1991 betreffende de oprichting van een Instituut voor de Aanmoediging van Innovatie door Wetenschap en Technologie in Vlaanderen geregeld, overeenkomstig de bepalingen van zijn arbeidsovereenkomst en de decretale en reglementaire bepalingen die eraan uitvoering geven.

Art. 69.Tot 31 augustus 2013 kan een Industrieel Onderzoeksfonds in afwijking van artikel 57, § 1 en § 2, eerste lid, worden georganiseerd als intern bestemmingsfonds van de universiteit die partner is bij de associatie.

In dat geval gelden de volgende afwijkingen van de regelingen, vermeld in artikel 57 tot en met 59 : 1° het Industrieel Onderzoeksfonds wordt beheerd op de wijze bepaald door een reglement dat vastgesteld is door het universiteitsbestuur;2° de Industrieel Onderzoeksfondsraad, vermeld in artikel 58, tweede lid, 1°, wordt opgericht als adviesorgaan voor het universiteitsbestuur.

Art. 70.De Vlaamse Regering bepaalt de datum van inwerkingtreding van het decreet.

Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Brussel, 30 april 2009.

De minister-president van de Vlaamse Regering, K. PEETERS De Vlaamse minister van Economie, Ondernemen, Wetenschap, Innovatie en Buitenlandse Handel, P. CEYSENS (1) Zitting 2008-2009. Stukken : - Ontwerp van decreet : 2130 - Nr. 1. - Verslag : 2130 - Nr. 2. - Amendement : 2130 - Nr. 3. - Tekst aangenomen door de plenaire vergadering : 2130 - Nr. 4.

Handelingen. - Bespreking en aanneming : Vergadering van 22 april 2009.

^