Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 04 juli 2023
gepubliceerd op 10 augustus 2023

Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 28 april 2021 tot vaststelling van de parameters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme

bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
numac
2023043388
pub.
10/08/2023
prom.
04/07/2023
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

4 JULI 2023. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 28 april 2021Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/04/2021 pub. 30/04/2021 numac 2021041351 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van de paramaters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme sluiten tot vaststelling van de parameters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet(en) in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme


VERSLAG AAN DE KONING Sire, Dit koninklijk besluit heeft betrekking op het capaciteitsvergoedingsmechanisme (hierna "CRM").

Wettelijk kader Op 15 maart 2021 werd de wet tot wijziging van de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011161 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de gasmarkt en het fiscaal statuut van de elektriciteitsproducenten sluiten betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en tot wijziging van de wet van 22 april 2019 tot wijziging van de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011161 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de gasmarkt en het fiscaal statuut van de elektriciteitsproducenten sluiten betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt teneinde een capaciteitsvergoedingsmechanisme in te stellen afgekondigd.

Het mechanisme wordt verder uitgevoerd door middel van verschillende koninklijke besluiten en werkingsregels, waaronder het koninklijk besluit van 28 april 2021Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/04/2021 pub. 30/04/2021 numac 2021041351 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van de paramaters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme sluiten tot vaststelling van de paramaters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet(en) in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme (hierna "het koninklijk besluit van 28 april 2021Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/04/2021 pub. 30/04/2021 numac 2021041351 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van de paramaters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme sluiten").

Het koninklijk besluit van 28 april 2021Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/04/2021 pub. 30/04/2021 numac 2021041351 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van de paramaters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme sluiten geeft uitvoering aan artikel 7undecies, § 2 van de Elektriciteitswet, waarin staat: "De Koning bepaalt bij besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, met welke parameters het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, op voorstel van de commissie, na raadpleging van de marktspelers en na advies van de Algemene Directie Energie.

De Koning bepaalt bij besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de andere dan de in het eerste lid bedoelde parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, d.w.z. de reductiefactoren, de referentieprijs, de intermediaire prijslimiet(en) die van toepassing is/zijn op bepaalde capaciteiten die beantwoorden aan specifieke criteria, en de uitoefenprijs, inclusief hun berekeningsmethode, op voorstel van de netbeheerder, dat wordt opgesteld na raadpleging van de marktdeelnemers, en na advies van de commissie.

De Koning bepaalt bij besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet(en), na raadpleging van de marktdeelnemers. Een individuele uitzondering wordt toegekend door de commissie." Dit koninklijk besluit beoogt het koninklijk besluit van 28 april 2021Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/04/2021 pub. 30/04/2021 numac 2021041351 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van de paramaters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme sluiten te wijzigen.

Overeenkomstig artikel 23 § 10 van het koninklijk besluit van 28 april 2021Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/04/2021 pub. 30/04/2021 numac 2021041351 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van de paramaters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme sluiten werd in het voorjaar van 2022 een technisch-economische analyse uitgevoerd om de resultaten van de CRM-veilingen, met inbegrip van de modaliteiten van de verplichting tot het terugbetalen aan de netbeheerder van het positieve verschil tussen de referentieprijs en de uitoefenprijs, te onderzoeken. De conclusies van deze analyse, gekoppeld aan de herhaalde reacties van vele marktspelers en de op de energiemarkten waargenomen omstandigheden, onderstreepten duidelijk het feit dat het mechanisme van de terugbetalingsverplichting zoals oorspronkelijk voorzien niet langer voldoet aan de oorspronkelijke doelstelling van deze terugbetalingsverplichting.

De oorspronkelijke doelstelling van de terugbetalingsverplichting is immers het opleggen van een verplichting tot het terugbetalen van een deel van de capaciteitsvergoeding wanneer de prijs op de energiemarkt (de zogenaamde referentieprijs) een vooraf bepaald prijsniveau (de zogenaamde uitoefenprijs) overschrijdt teneinde buitensporige inkomsten van de capaciteitsleveranciers die deelnemen aan het CRM te vermijden. Gezien de recente marktomstandigheden blijkt dat het vastgestelde niveau van de uitoefenprijs (300 €/MWh - identiek voor de eerste 2 veilingen), waarboven de meeste capaciteitsleveranciers de capaciteitsvergoeding hadden moeten terugbetalen, niet langer aan de principes van de terugbetalingsverplichting voldoet. Dit zou hebben geleid tot terugbetalingen die hoger waren dan wat als buitensporige inkomsten kan worden beschouwd. Een indexeringsmechanisme voor de uitoefenprijs was reeds voorzien in de werkingsregels van het CRM, maar de uitzonderlijke prijsstijging in 2022 toonde aan dat het voorziene indexeringsmechanisme niet voldeed aan de oorspronkelijke doelstelling van de terugbetalingsverplichting. Gezien de herhaalde feedback van marktdeelnemers die tijdens verscheidene openbare raadplegingen is ontvangen, bleken verscheidene aanpassingen noodzakelijk.

Om de samenhang te verzekeren tussen de beoordeling van de intermediaire maximumprijs ("IPC"), de beoordeling van de gegrondheid van derogatieaanvragen van de IPC en de bepaling van de vraagcurve, heeft de voorgestelde aanpassing zowel betrekking op hoofdstuk 4 van het Koninklijk besluit van 28 april 2021Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/04/2021 pub. 30/04/2021 numac 2021041351 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van de paramaters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme sluiten (Parameters die de aan te kopen hoeveelheid capaciteit bepalen), hoofdstuk 6 (Intermediaire maximumprijs) en hoofdstuk 7 (Derogatie van de intermediaire maximumprijs). Er wordt beoogd de samenhang te verzekeren tussen de beoordeling van de intermediaire maximumprijs (IPC), de beoordeling van de gegrondheid van derogatieaanvragen van de IPC en de bepaling van de vraagcurve.

Middels voorliggend besluit wordt aldus concreet beoogd de volgende artikelen van het koninklijk besluit van 28 april 2021Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/04/2021 pub. 30/04/2021 numac 2021041351 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van de paramaters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme sluiten te wijzigen : - Art. 10 - Art. 18 - Art. 19 - Art. 20 - Art. 22 - Art. 26 - Art. 27.

Na een korte algemene inleiding tot het CRM en de ratio legis van dit wijzigende Koninklijk Besluit, zullen al deze aspecten kort worden beschreven in dit Verslag aan de Koning.

De vormvereisten Het artikel 7undecies, § 2 van de Elektriciteitswet vereist, afhankelijk van of het betrekking heeft op een aangelegenheid zoals bedoeld in het eerste lid of in het tweede lid, een voorstel van de commissie of de netbeheerder: - Een voorstel van de commissie met betrekking tot de parameters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald (art. 7undecies, § 2, eerste lid Elektriciteitswet); - Een voorstel van de netbeheerder met betrekking tot de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen (tweede lid).

Het voorstel van de commissie werd gedaan op 20 april 2023, onder referentie (C) 2543, na raadpleging van de marktspelers, in overeenstemming met artikel 7undecies, § 2, lid 1, van de Elektriciteitswet.

Overeenkomstig de wettelijke procedure stelt de Koning de parameters en hun berekeningsmethode vast, na overleg in de Ministerraad, op basis van een voorstel van de commissie, na raadpleging van de marktspelers en na advies van de Algemene Directie Energie.

Het advies van de Algemene Directie Energie werd uitgebracht op 20 april 2023 en de openbare raadpleging vond plaats van 20 februari 2023 tot 13 maart 2023.

Het voorstel van de netbeheerder werd gedaan op 13 april 2023, na raadpleging van de marktspelers, in overeenstemming met artikel 7undecies, § 2, lid 2 van de elektriciteitswet.

Overeenkomstig de wettelijke procedure bepaalt de Koning de andere parameters die nodig zijn om de veiling te organiseren, na overleg met de Ministerraad, op basis van een voorstel van de netbeheerder, na raadpleging van de marktspelers en na advies van de commissie.

De adviezen van de commissie, (A)2540 en (A)2544 genoemd, werden respectievelijk op 7 april 2023 en 20 april 2023 uitgebracht, en de openbare raadpleging vond plaats van 20 februari 2023 tot 13 maart 2023.

Wijziging van artikel 10 : bepaling van de vraagcurve Met betrekking tot de wijziging van artikel 10 van het koninklijk besluit van 28 april 2021Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/04/2021 pub. 30/04/2021 numac 2021041351 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van de paramaters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme sluiten dient opgemerkt te worden dat overeenkomstig voornoemde artikel de vraagcurve die dient om het te veilen volume te bepalen, wordt berekend aan de hand van twee prijsparameters: - De nettokost van een nieuwkomer - De maximumprijs De nettokost van een nieuwkomer betreft het deel van de brutokost van een nieuwkomer, zijnde de som van de geannualiseerde investeringskosten en de vaste jaarlijkse exploitatie- en onderhoudskosten van een technologie, dat naar verwachting onder normale marktomstandigheden niet gerecupereerd kan worden door marktinkomsten, uitgedrukt in €/MW/jaar. (zie art. 1, § 2, 24° Koninklijk besluit van 28 april 2021Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/04/2021 pub. 30/04/2021 numac 2021041351 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van de paramaters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme sluiten) De maximumprijs is de maximale hoogte van een bod die samenvalt met de maximale vergoeding die voor een bod kan worden verkregen. (zie art. 1, § 14° van het koninklijk besluit van 28 april 2021Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/04/2021 pub. 30/04/2021 numac 2021041351 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van de paramaters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme sluiten) De wijziging van artikel 10 van het koninklijk besluit van 28 april 2021Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/04/2021 pub. 30/04/2021 numac 2021041351 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van de paramaters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme sluiten beoogt in te voeren dat deze prijsparameters worden gecorrigeerd met de verwachte evolutie van de consumentenprijsindex tussen enerzijds het referentiejaar dat is gebruikt voor de beoordeling van de inkomsten en de kosten en anderzijds de leveringsperiode waarvoor de vraagcurve wordt bepaald.

Deze wijziging vindt zijn rechtsgrond in artikel 7undecies, § 2, eerste lid van de Elektriciteitswet en is aldus opgesteld op basis van: - het voorstel (C)2543 van 20 april 2023 van de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas betreffende de parameters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, opgesteld na raadpleging van de marktdeelnemers; - Advies van de Algemene Directie Energie van 20 april 2023 over het voorstel (C)2543 van de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas van 20 april 2023; - de raadplegingen van de marktdeelnemers georganiseerd van 20 februari 2023 tot en met 13 maart 2023;

Wijziging van de artikelen 18, 19 en 20 : intermediaire maximumprijs Middels voorliggend besluit wordt met betrekking tot de intermediaire maximumprijs de wijziging beoogd van artikel 18, 19 en 20 van het koninklijk besluit van 28 april 2021Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/04/2021 pub. 30/04/2021 numac 2021041351 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van de paramaters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme sluiten.

De beoogde wijzigingen kaderen in de aanpassing van het indexeringsmechanisme en de aanpassingen met betrekking tot de individuele IPC derogatieaanvraag.

Om de samenhang tussen de beoordeling van de IPC en de beoordeling van derogaties van de IPC te waarborgen, wordt artikel 18, § 2, en 19, § 2 aangepast.

Verder wordt beoogd artikel 20 aan te passen opdat de bestanddelen van de som die de kosten uitmaken overzichtelijker blijken uit artikel 20.

Bovendien wordt voorzien artikel 20 te wijzigen door in te voeren dat het resultaat van het "missing money" wordt gecorrigeerd door de verwachte ontwikkeling van de consumentenprijsindex tussen enerzijds het referentiejaar dat wordt gebruikt om inkomsten en kosten te beoordelen en anderzijds de leveringsperiode waarvoor het "missing money" wordt berekend.

Deze wijziging vindt zijn rechtsgrond in artikel 7undecies, § 2, tweede lid van de Elektriciteitswet en is aldus opgesteld op basis van: - Voorstel van de netbeheerder van 13 april 2023, bepaald na raadpleging van de marktdeelnemers, overeenkomstig artikel 7undecies, § 2, tweede lid Elektriciteitswet - Advies (A)2544 van de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas van 20 april 2023 overeenkomstig artikel 7undecies, § 2, tweede lid Elektriciteitswet. - de raadplegingen van de marktdeelnemers georganiseerd van 20 februari 2023 tot en met 13 maart 2023;

Wijziging van artikel 22: individuele IPC derogatieaanvraag Middels voorliggend besluit wordt met betrekking tot de individuele aanvraag tot derogatie met betrekking tot de intermediaire maximumprijs de wijziging beoogd van artikel 22 van het koninklijk besluit van 28 april 2021Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/04/2021 pub. 30/04/2021 numac 2021041351 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van de paramaters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme sluiten.

De beoogd wijzigingen hebben betrekking op volgende aspecten en zijn afgestemd met de commissie: 1. De indiening van derogatieaanvragen vervroegen tot uiterlijk op 30 april om de aanvrager de mogelijkheid te bieden opmerkingen te maken over de ontwerpbeslissing van de commissie;2. Overdracht van de verantwoordelijkheid voor het toezicht op de volledigheid van de aanvraag tot derogatie van de IPC;3. Toepassing van de gemiddelde kost van kapitaal;4. Uniformisering van de berekening van de afschrijvingsperiode van de investeringen ;5. Verduidelijking van het in rekening nemen van opstartkosten;6. Geraamde inkomsten uit de levering van hersteldiensten;7. Aanpassing van de fasen van de beoordeling van de "missing money" van derogatieaanvragen van de IPC;8. Correctie voor de verwachte ontwikkeling van het indexcijfer van de consumptieprijzen tussen de referentieperiode en de leveringsperiode 1.De indiening van derogatieaanvragen vervroegen tot uiterlijk op 30 april om de aanvrager de mogelijkheid te bieden opmerkingen te maken over de ontwerpbeslissing van de commissie Er wordt voorgesteld artikel 22, § 2, van het koninklijk besluit van 28 april 2021Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/04/2021 pub. 30/04/2021 numac 2021041351 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van de paramaters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme sluiten aan te passen door de indiening van derogatieaanvragen van de IPC te vervroegen. Deze anticipatie maakt het mogelijk om in artikel 22, § 11 de mogelijkheid voor de aanvrager in te voeren om zijn opmerkingen over de ontwerpbeslissing van de commissie over de gegrondheid van zijn derogatieaanvraag in te dienen, hetgeen in overeenstemming is met de beginselen van artikel 23, § 2bis, van de Elektriciteitswet. 2. Overdracht van de verantwoordelijkheid voor het toezicht op de volledigheid van de aanvraag tot derogatie van de IPC Het koninklijk besluit van 28 april 2021Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/04/2021 pub. 30/04/2021 numac 2021041351 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van de paramaters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme sluiten bepaalt momenteel dat Elia de aanvragen tot derogatie van de IPC ontvangt en de volledigheid van de aanvraag controleert.In geval van een onvolledige aanvraag heeft de derogatieaanvrager de mogelijkheid om de ontbrekende informatie bij Elia in te dienen. Vervolgens kan de CREG, in het kader van haar taak om de gegrondheid van de derogatieaanvragen te controleren, zelf worden verplicht om de derogatieaanvrager om aanvullende informatie te verzoeken.

Er wordt voorgesteld om artikel 22 van het Koninklijk besluit van 28 april 2021Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/04/2021 pub. 30/04/2021 numac 2021041351 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van de paramaters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme sluiten te wijzigen door de verantwoordelijkheid voor het ontvangen van de dossiers met betrekking tot de aanvraag tot derogatie van de IPC en voor het houden van toezicht op de volledigheid van de aanvraag, over te dragen van Elia aan de commissie. Deze overdracht van verantwoordelijkheid vermijdt de vermenigvuldiging van verzoeken om informatie aan de aanvrager en stelt de commissie in staat de dossiers onmiddellijk te verwerken en, in voorkomend geval, verzoeken om aanvullende informatie te sturen die nuttig zijn voor de controle van de gegrondheid van de aanvraag tot derogatie.

Dit ligt bovendien in lijn met het gegeven dat de individuele uitzonderingen worden toegekend door de commissie overeenkomstig artikel 7undecies, § 2, derde lid van de Elektriciteitswet. 3. Toepassing van de gemiddelde kost van kapitaal a) Door rekening te houden met de gemiddelde inkomsten in plaats van de mediaan inkomsten is een technologie-specifieke risicopremie ingevoerd.Het doel van deze invoering was te zorgen voor een voldoende stimulans om de nodige investeringen voor de bevoorradingszekerheid te garanderen. Na deze invoering werd in artikel 22, § 8, een gewogen gemiddelde kost van kapitaal gedefinieerd als de som van het minimumrendement door de minister vastgesteld als onderdeel van de intermediaire waarden, b) vermeerderd met de technologie-specifieke risicopremie. De voorgestelde aanpassing van het koninklijk besluit van 28 april 2021Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/04/2021 pub. 30/04/2021 numac 2021041351 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van de paramaters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme sluiten is in de eerste plaats gericht op het vermijden van een onderscheid tussen recurrente en niet-recurrente investeringen. Zelfs als de recurrente investeringskosten zijn voorzien, zullen deze het onderwerp zijn van een investeringsbeslissing en zal een afschrijvingsperiode worden toegepast. Artikel 22, § 2, tweede lid, 2°, c), moet derhalve worden aangepast door de woorden "provisies voor grote onderhoudswerken" te vervangen door "investeringsuitgaven voor grote onderhoudswerken".

Vervolgens wordt het koninklijk besluit van 28 april 2021Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/04/2021 pub. 30/04/2021 numac 2021041351 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van de paramaters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme sluiten aangepast om een investering die nodig is voor de beschikbaarheid van een eenheid tijdens de leveringsperiode aantrekkelijk te maken. Een investering wordt gemodelleerd als financieel aantrekkelijk wanneer het verwachte rendement van het project hoger is dan de WACC, gedefinieerd als het "minimumrendement dat door aanbieders van fondsen (aandeelhouders en/of crediteuren) vereist is om de investering in de referentietechnologie in het relevante geografische gebied te financieren". De gewogen gemiddelde kost van kapitaal moet daarom de aantrekkelijkheid van een investering waarborgen. Daarom wordt voorgesteld de gewogen gemiddelde kost van kapitaal toe te passen op de annualisatie van de investeringskosten. De definitie van de gewogen gemiddelde kost van kapitaal blijft ongewijzigd als de som van: a) het minimumrendement door de minister vastgesteld als onderdeel van de intermediaire waarden; b) vermeerderd met de technologie-specifieke risicopremie Om de samenhang tussen de beoordeling van de IPC en de beoordeling van derogaties van de IPC te waarborgen, worden artikel 18, § 2, (zie supra punt 2.3) en artikel 22, §§ 2 en 7/1, dienovereenkomstig aangepast.

Bovendien kan het optreden van operationele kosten en onderhoudskosten worden beschouwd als gelijktijdig met het ontstaan van inkomsten.

Evenzo scheidt een enkel jaar gewoonlijk de investering die nodig is voor een bestaande eenheid en de eerste vorderingen op jaarbasis.

Daarom wordt voorgesteld de factor "1 plus gewogen gemiddelde kost van kapitaal" uit te sluiten van de berekening van de "missing money". Met het oog op de samenhang tussen de beoordeling van de intermediaire maximumprijs en de beoordeling van de derogaties van de intermediaire maximumprijs, worden artikel 20 (zie supra punt 2.3) en artikel 22, § 8, van het Koninklijk besluit van 28 april 2021Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/04/2021 pub. 30/04/2021 numac 2021041351 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van de paramaters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme sluiten dienovereenkomstig aangepast. 4. Uniformisering van de berekening van de afschrijvingsperiode van de investeringen De afschrijvingsperiode van een door de exploitant van een eenheid voorgestelde investering hangt af van de aannames die hij maakt met betrekking tot de ontwikkeling van de markten en de bedrijfsuren of de daaruit voortvloeiende starts.Het is dus niet onafhankelijk van de marktdeelnemer en de coherentie met de inkomstengegevens die voortvloeien uit het model van Elia is niet verzekerd.

De voorgestelde aanpassing van het Koninklijk besluit van 28 april 2021Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/04/2021 pub. 30/04/2021 numac 2021041351 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van de paramaters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme sluiten heeft tot doel de berekening van de afschrijvingsperiode van investeringen te uniformiseren door deze onafhankelijk te maken van de exploitant van de eenheid en zijn veronderstellingen over de marktontwikkelingen. Artikel 22, § 7/1, voorziet aldus in de annualisering van de investeringsuitgaven op basis van de bedrijfsuren en het aantal starts dat door het kalibratiemodel van Elia bij de beoordeling van de marktopbrengsten wordt gebruikt. Om rekening te houden met de specifieke kenmerken van de eenheid, voorziet de beoordeling van de in artikel 22, § 7/1, voorgestelde afschrijvingsperiode in elk ander objectief element dat de levensduur van de investering zou beperken. 5. Verduidelijking van het in rekening nemen van opstartkosten In artikel 22, § 7, van het Koninklijk besluit van 28 april 2021Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/04/2021 pub. 30/04/2021 numac 2021041351 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van de paramaters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme sluiten is bepaald dat bij de berekening van het "missing money" rekening wordt gehouden met de geannualiseerde investeringskosten en de marktinkomsten waarvan de opstartkosten worden afgetrokken. Opstartkosten kunnen echter een voorziening bevatten voor toekomstige terugkerende investeringen.

De voorgestelde aanpassing van het Koninklijk besluit van 28 april 2021Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/04/2021 pub. 30/04/2021 numac 2021041351 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van de paramaters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme sluiten is bedoeld om dubbeltelling van voorzieningen voor terugkerende investeringsuitgaven te voorkomen. Daarom wordt voorgesteld in artikel 22, § 2, een onderscheid op te nemen voor de activatiekosten tussen enerzijds provisies ter waarborging van de terugbetaling van investeringsuitgaven en vaste exploitatie- en onderhoudskosten en anderzijds de specifieke kosten per opstart of activering.

In het voorstel om het koninklijk besluit van 28 april 2021Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/04/2021 pub. 30/04/2021 numac 2021041351 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van de paramaters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme sluiten aan te passen, wordt ook aanbevolen rekening te houden met de volledige opstartkosten bij de beoordeling van de economische dispatch van de capaciteitsmarkteenheid en bij de beoordeling van de marktinkomsten alleen de opstartkosten in mindering te brengen, met uitzondering van de voorziening voor investeringen.

In navolging van randnummer 12 van het advies van de Raad van State 2 juni 2023 met randnummer 73.576/3 met betrekking tot voorliggend koninklijk besluit, dient geduid te worden dat de `economische dispatch' overeen komt met de bepaling van de `merit order' van de installaties. De `economische dispatch' bepaalt welke eenheid door de markt zal worden geactiveerd in functie van haar variabele kosten en de te dekken vraag. Eerst wordt de eenheid met de laagste variabele kosten geactiveerd. 6. Geraamde inkomsten uit de levering van hersteldiensten De voorgestelde aanpassing van het Koninklijk besluit van 28 april 2021Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/04/2021 pub. 30/04/2021 numac 2021041351 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van de paramaters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme sluiten bepaalt dat de netbeheerder de inkomsten in verband met de levering van hersteldiensten moet schatten.Het voorstel introduceert dus in artikel 22, § 7, dat de raming van de ontvangsten van de hersteldienst wordt gemaakt op basis van de inkomsten die overeenkomen met de gemiddelde historische kosten van reserveringen op basis van de laatste zesendertig maanden. 7. Aanpassing van de fasen van de beoordeling van de "missing money" van derogatieaanvragen van de IPC Het Koninklijk besluit van 28 april 2021Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/04/2021 pub. 30/04/2021 numac 2021041351 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van de paramaters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme sluiten bepaalt momenteel dat de commissie de aanvaardbaarheid van kostencomponenten, inkomsten en de impact van de operationele beperkingen van elke IPC-derogatieaanvraag beoordeelt.De commissie geeft het resultaat van haar beoordeling vervolgens door aan Elia om haar in staat te stellen de inkomsten van de eenheid te beoordelen en diens "missing money" te berekenen.

Enerzijds moet de commissie voor haar analyse van de aanvaardbaarheid van investeringskosten beschikken over het aantal starts en het aantal bedrijfsuren dat Elia bij haar beoordeling van de marktinkomsten van de eenheid heeft verkregen; in de tweede plaats moet Elia voor de beoordeling van het inkomen van de eenheid slechts over variabele productiekosten beschikken, waarbij de plaats ervan in de merit order wordt bepaald.

Om het operationele proces voor het valideren van derogatieaanvragen van de IPC te optimaliseren en de commissie in staat te stellen de aanvaardbaarheid van investeringsuitgaven te valideren, wordt in artikel 22 voorgesteld de stappen aan te passen die nodig zijn voor de evaluatie van het "missing money" van de eenheid. - Eerste stap: de commissie beoordeelt de aanvaardbaarheid van variabele kostencomponenten en de impact van de beperkingen. De commissie stelt een alternatieve schatting vast voor de als onaanvaardbaar beoordeelde elementen; - Tweede stap: Elia beoordeelt de marktinkomsten en de levering van balanceringsdiensten van de eenheid, alsmede het aantal bedrijfsuren en starts, op basis van de variabele kostencomponenten en de impact van de door de commissie meegedeelde beperkingen; - Derde stap: op basis van het aantal door Elia gerapporteerde starts en bedrijfsuren beoordeelt de commissie de geannualiseerde investeringskosten en beoordeelt zij de aanvaardbaarheid van andere kostencomponenten en andere inkomsten van de eenheid.

Ook wordt voorgesteld de verantwoordelijkheid voor de evaluatie van het verwachte "missing money", over te dragen aan de commissie. Dit voorkomt een extra stap in de gegevensuitwisseling tussen de commissie en Elia die extra vertragingen tot gevolg heeft. De commissie zal dus over alle gegevens beschikken en ze het best kunnen synthetiseren door de verschillende door verzoeker voorgestelde kosten te hebben gevalideerd. 8. Correctie voor de verwachte ontwikkeling van het indexcijfer van de consumptieprijzen tussen de referentieperiode en de leveringsperiode De door de netbeheerder geraamde "missing money"-waarden vormen de basis van het voorstel voor het IPC-niveau.De IPC is de maximumprijs waartegen capaciteiten met een CRM-contract van één jaar kunnen bieden voor de leveringsperiode. Daarom lijkt het logisch dat de waarden van "missing money" in euro's van de leveringsperiode moeten worden uitgedrukt. In het kader van de aanpassing van het Koninklijk besluit van 28 april 2021Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/04/2021 pub. 30/04/2021 numac 2021041351 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van de paramaters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme sluiten wordt voorgesteld artikel 20 (zie supra punt 2.3) te wijzigen door in te voeren dat het resultaat van het "missing money" wordt gecorrigeerd door de verwachte ontwikkeling van de consumptieprijsindex tussen enerzijds het referentiejaar dat wordt gebruikt om inkomsten en kosten te beoordelen en anderzijds de leveringsperiode waarvoor het "missing money" wordt berekend.

In samenhang hiermee wordt ook voorgesteld artikel 22 te wijzigen door het volgende in te voeren: - alle kosten en inkomsten worden geraamd in euro's van het referentiejaar dat wordt gebruikt om de inkomsten en kosten in artikel 20 te beoordelen; - de raming van het "missing money" wordt gecorrigeerd door de verwachte ontwikkeling van de consumptieprijsindex tussen het referentiejaar dat wordt gebruikt om de inkomsten en kosten te beoordelen en de capaciteitsleveringsperiode waarvoor het "missing money" wordt berekend.

Ten slotte beoogt de voorgestelde aanpassing van het koninklijk besluit van 28 april 2021Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/04/2021 pub. 30/04/2021 numac 2021041351 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van de paramaters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme sluiten, omwille van de consistentie, artikel 10 (zie supra punt 2.3) te wijzigen door in te voeren dat de netto kosten van een nieuwkomer en de maximumprijs worden gecorrigeerd door de verwachte ontwikkeling van de consumptieprijsindex tussen enerzijds het referentiejaar dat wordt gebruikt om inkomsten en kosten te beoordelen en anderzijds de leveringsperiode waarvoor de vraagcurve wordt bepaald. 9. Geen machtiging aan de commissie tot intrekking van de toekenning van derogatieaanvragen van de IPC Ingevolge randnummer 4 van het advies van de Raad van State met kenmerk "73.576/3" van 2 juni 2023, werd afgezien van de vervanging van artikel 22, § 17 van het koninklijk besluit van 28 april 2021Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/04/2021 pub. 30/04/2021 numac 2021041351 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van de paramaters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme sluiten.

Rechtsgrond en vormvereisten Deze wijziging vindt in hoofdzaak zijn rechtsgrond in artikel 7undecies, § 2, derde lid van de Elektriciteitswet en is aldus opgesteld op basis van: - de raadplegingen van de marktdeelnemers georganiseerd van 20 februari 2023 tot en met 13 maart 2023;

Wijziging van artikel 26 en 27: uitoefenprijs 1. Wijzigingen met betrekking tot de uitoefenprijs zoals voorgesteld door de netbeheerder die gevolgd worden Middels voorliggend besluit wordt met betrekking tot de uitoefenprijs de wijziging beoogd van artikel 26 van het koninklijk besluit van 28 april 2021Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/04/2021 pub. 30/04/2021 numac 2021041351 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van de paramaters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme sluiten. Er wordt voorgesteld artikel 26, § 2, van hoofdstuk 8 (Referentieprijs en uitoefenprijs) te wijzigen met betrekking tot de indexering van de uitoefenprijs op basis van de volgende analyses: - Het mechanisme voor de indexering van de uitoefenprijs (waarboven een terugbetalingsverplichting kan optreden) moet dynamischer worden aangepast en op basis van prijzen die gecorreleerd zijn met die welke worden waargenomen tijdens de CRM-leveringsperiode waarin een terugbetalingsverplichting zou kunnen optreden. Het voorstel van de netbeheerder gaat in die richting, aangezien het de bedoeling is dat de uitoefenprijs evolueert op basis van een maandelijks gemiddelde van de prijzen die tijdens de leveringsperiode zelf op de Day Ahead-markt worden waargenomen. - Het indexeringsmechanisme van de uitoefenprijs voorziet in een indexering die beperkt is tot capaciteiten met een meerjarencontract en dit vanaf de tweede leveringsperiode: dit onvolledige indexeringsmechanisme dekt niet de risico's van capaciteiten met een capaciteitscontract van één jaar of meerjarencontracten tijdens het eerste contractjaar, die tijdens de leveringsperiode een aanzienlijk deel van hun vergoeding zouden moeten terugbetalen (met het risico dat zij hun volledige capaciteitsvergoeding verliezen). Ook het voorstel tot aanpassing van het koninklijk besluit evolueert in die zin en stelt voor het mechanisme van indexering van de uitoefenprijs vanaf het begin van de leveringsperiode voor alle capaciteiten (met een contract van één jaar of meerdere jaren) toe te passen om buitensporige terugbetalingen door capaciteitsleveranciers te voorkomen maar zonder afbreuk te doen aan het beginsel dat de terugbetalingsverplichting beoogt het potentieel voor uitzonderlijke winsten te beperken.

Concluderend kan worden gesteld dat de voorgestelde evolutie van het indexeringsmechanisme het mogelijk maakt het mechanisme van de terugbetalingsverplichting op een degelijke manier aan te passen en tegelijk een evenwicht te vinden tussen het voorkomen van buitensporige terugbetalingen en zonder afbreuk te doen aan het beginsel dat de terugbetalingsverplichting beoogt het potentieel voor uitzonderlijke winsten te beperken.

Er wordt beoogd dat de uitoefenprijs tijdens de leveringsperiode maandelijks wordt geactualiseerd op basis van de evolutie van de Belgische elektriciteitsprijs. De modaliteiten betreffende de actualisatie worden in de werkingsregels gedefinieerd.

Deze wijziging vindt zijn rechtsgrond in artikel 7undecies, § 2, tweede lid van de Elektriciteitswet en is aldus opgesteld op basis van: - Voorstel van de netbeheerder van 13 april 2023, bepaald na raadpleging van de marktdeelnemers, overeenkomstig artikel 7undecies, § 2, tweede lid Elektriciteitswet - Advies (A)2540 van de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas van respectievelijk 7 april 2023 overeenkomstig artikel 7undecies, § 2, tweede lid Elektriciteitswet. - De raadplegingen van de marktdeelnemers georganiseerd van 20 februari 2023 tot en met 13 maart 2023; 2. Wijzigingen met betrekking tot de uitoefenprijs zoals voorgesteld door de netbeheerder die niet gevolgd worden of niet voorzien waren Het voorstel van de netbeheerder van 13 april 2023 voorzag in de vrijstelling van de verplichting voor een capaciteitsleverancier om het positieve verschil tussen de referentieprijs en de uitoefenprijs terug te betalen aan de netbeheerder in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme voor vraagrespons.Echter behoeft deze vrijstelling voorafgaand aan de invoering en toekenning een wijziging van artikel 7undecies, § 11 van de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011161 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de gasmarkt en het fiscaal statuut van de elektriciteitsproducenten sluiten betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt. Daartoe werd een voorontwerp van wet voorbereid en goedgekeurd door de Ministerraad van 31 maart 2023.

Dit voorstel van de netbeheerder zal bijgevolg het voorwerp uitmaken van een ander dossier gelet op de hierboven aangehaalde aspecten.

Bovendien bevatte het voorstel van de netbeheerder geen voorstel tot wijziging met betrekking tot artikel 27, § 2 van het koninklijk besluit van 28 april 202.

Artikel 27, § 2, 4° van het koninklijk besluit van 28 april 2021Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/04/2021 pub. 30/04/2021 numac 2021041351 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van de paramaters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme sluiten bepaalt dat er bij de selectie van de gekalibreerde uitoefenprijs rekening dient gehouden te worden met de stabiliteit van de uitoefenprijs in de tijd.

Gelet op de overige beoogde wijzigingen lijkt het aldus aangewezen dat hierbij ook rekening wordt gehouden met het actualisatiemechanisme zoals bedoeld in artikel 26, § 2 van het koninklijk besluit van 28 april 2021Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/04/2021 pub. 30/04/2021 numac 2021041351 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van de paramaters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme sluiten.

Slotbepalingen - inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt, met uitzondering van de artikelen 2, 5, 3°, en 6, 2°, o), 5° en 7°, waarvoor een standstill clausule is ingevoegd.

Artikel 6 van dit koninklijk besluit treedt in werking op 1 januari 2024.

Gelet op dat overeenkomstig artikel 22, § 2, tweede lid van het koninklijk besluit van 28 april 2022Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/04/2022 pub. 15/06/2022 numac 2022041017 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 19 april 2014 tot bepaling van administratief statuut van het operationeel personeel van de hulpverleningszones en van het koninklijk besluit van 19 april 2014 houdende bezoldigingsregeling van het operationeel personeel van de hulpverleningszones type koninklijk besluit prom. 28/04/2022 pub. 04/07/2022 numac 2022041138 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit betreffende het door ASTRID geëxploiteerde radiocommunicatienetwerk sluiten de vormvereisten voor de indiening voor een individuele derogatieaanvraag uiterlijk op 31 maart op de site van de CREG bekendgemaakt moet worden, wordt voorzien dat deze wijzigingen, slechts in werking treden op 1 januari 2024 opdat deze slechts van toepassing zouden zijn vanaf de veiling die in 2024 wordt georganiseerd.

Onder voorbehoud van het eerste lid geldt voor artikel 6, 2°, o), 5° en 7° een standstill clausule Ik heb de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar, De Minister van Energie, T. VAN DER STRAETEN

Raad van State, afdeling Wetgeving advies 73.576/3 van 2 juni 2023 over een ontwerp van koninklijk besluit `tot wijziging van het koninklijk besluit van 28 april 2021Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/04/2021 pub. 30/04/2021 numac 2021041351 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van de paramaters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme sluiten tot vaststelling van de parameters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet(en) in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme' Op 3 mei 2023 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Minister van Energie verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit `tot wijziging van het koninklijk besluit van 28 april 2021Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/04/2021 pub. 30/04/2021 numac 2021041351 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van de paramaters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme sluiten tot vaststelling van de parameters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet(en) in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme'.

Het ontwerp is door de derde kamer onderzocht op 23 mei 2023 . De kamer was samengesteld uit Jeroen Van Nieuwenhove, kamervoorzitter, Koen Muylle en Toon Moonen, staatsraden, Jan Velaers en Bruno Peeters, assessoren, en Yves Depoorter, toegevoegd griffier.

Het verslag is uitgebracht door Arne Carton, auditeur.

Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 2 juni 2023. 1. Met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, heeft de afdeling Wetgeving zich toegespitst op het onderzoek van de bevoegdheid van de steller van de handeling, van de rechtsgrond, alsmede van de vraag of aan de te vervullen vormvereisten is voldaan. Strekking van het ontwerp 2. Het voor advies voorgelegde ontwerp van koninklijk besluit strekt tot de wijziging van het koninklijk besluit van 28 april 2021Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/04/2021 pub. 30/04/2021 numac 2021041351 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van de paramaters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme sluiten `tot vaststelling van de param[e]ters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet(en) in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme'.Met de ontworpen wijzigingen wordt een derde wijziging van het voormeld besluit beoogd.1 Artikel 1 van het ontwerp strekt tot de toevoeging in artikel 10 van het koninklijk besluit van 28 april 2021Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/04/2021 pub. 30/04/2021 numac 2021041351 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van de paramaters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme sluiten van een nieuwe paragraaf 10 inzake een prijsindexeringmechanisme bij het bepalen van de prijsparameter "nettokost van een nieuwkomer".

De artikelen 2 tot 4 van het ontwerp wijzigen de artikelen 18, 19 en 20 van het koninklijk besluit van 28 april 2021Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/04/2021 pub. 30/04/2021 numac 2021041351 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van de paramaters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme sluiten, wat betreft de regeling van de intermediaire maximumprijs. De wijzigingen betreffen respectievelijk de berekening van de kostenelementen die in aanmerking zullen worden genomen voor het bepalen van de intermediaire maximumprijs, de raming door de netbeheerder van de jaarlijkse inframarginale inkomsten en de berekening van de "missing-money".

Artikel 5 van het ontwerp strekt tot de wijziging van artikel 22 van het koninklijk besluit van 28 april 2021Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/04/2021 pub. 30/04/2021 numac 2021041351 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van de paramaters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme sluiten en betreft de procedure inzake de derogatie van de intermediaire maximumprijs, waarbij een capaciteitshouder per eenheid of eenheden in de capaciteitsmarkt een derogatie van de intermediaire maximumprijs kan aanvragen.

De artikelen 6 en 7 van het ontwerp wijzigen de regels inzake de uitoefenprijs. Artikel 6 strekt tot de vervanging van paragraaf 2 van artikel 26 van het koninklijk besluit van 28 april 2021Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/04/2021 pub. 30/04/2021 numac 2021041351 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van de paramaters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme sluiten en heeft betrekking op het prijsindexeringmechanisme bij het bepalen van de uitoefenprijs. Artikel 7, 1°, van het ontwerp corrigeert een aantal spellingsfouten in de Franse tekst van artikel 27, § 1, derde lid, van het koninklijk besluit van 28 april 2021Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/04/2021 pub. 30/04/2021 numac 2021041351 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van de paramaters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme sluiten en artikel 7, 2°, van het ontwerp voegt in artikel 27, § 2, 4°, van het koninklijk besluit van 28 april 2021Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/04/2021 pub. 30/04/2021 numac 2021041351 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van de paramaters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme sluiten een verwijzing in naar het actualisatiemechanisme bedoeld in artikel 26, § 2, van het voormeld koninklijk besluit.

Het te nemen besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt, met uitzondering van artikel 5, dat in werking treedt op 1 januari 2024 (artikel 8 van het ontwerp).

Rechtsgrond 3. Het ontwerp vindt in beginsel rechtsgrond in artikel 7undecies, § 2, van de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011161 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de gasmarkt en het fiscaal statuut van de elektriciteitsproducenten sluiten `betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt' (hierna: de Elektriciteitswet), onder voorbehoud van wat volgt.4. Er rijst een rechtsgrondprobleem voor het mechanisme vervat in het ontworpen artikel 22, § 17, van het koninklijk besluit van 28 april 2021Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/04/2021 pub. 30/04/2021 numac 2021041351 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van de paramaters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme sluiten, zoals in te voegen bij artikel 5, 8°, van het ontwerp.Bij de ontworpen bepaling wordt de bestaande opdracht van de Commissie voor de regulering van de elektriciteit en het gas (hierna: CREG) om te beslissen over de aanvraag tot derogatie aangevuld met de opdracht om die derogatie voortaan, na controle van de elementen die bij de toekenning van de derogatie als doorslaggevend zijn aangemerkt, in bepaalde gevallen in te trekken. De CREG krijgt daarbij ook bepaalde onderzoeksbevoegdheden.

Het tijdstip waarop de CREG kan overgaan tot de intrekking is onduidelijk. Overeenkomstig de Franse tekst van het eerste lid van de ontworpen paragraaf 17 kan de controle die kan leiden tot de intrekking gebeuren "à la conclusion du contrat de capacité pour cette transaction", terwijl in de Nederlandse tekst in een grammaticaal gebrekkige zin wordt gesteld dat dit gebeurt "de sluiting van het capaciteitscontract" (zonder voorzetsel). In dit verband om verdere toelichting verzocht, verklaarde de gemachtigde het volgende: "Er wordt beoogd om de CREG te machtigen om na de sluiting van een capaciteitscontract de voorwaarden voor de toegekende uitzondering op de intermediaire prijslimieten te controleren. In die optiek zou de tekst kunnen worden aangepast als volgt: ` § 17. Na de selectie van een bod voor een eenheid van de capaciteitsmarkt, of biedingen voor eenheden van de capaciteitsmarkt indien het gekoppelde capaciteiten betreft, op een veiling die vier jaar vóór de periode van capaciteitslevering wordt georganiseerd en waarvoor de derogatieaanvraag geldt, en na de sluiting van het capaciteitscontract voor deze transactie, heeft de commissie tot taak de relevantie te controleren van de elementen die bij de toekenning van de derogatie als doorslaggevend zijn aangemerkt.' ` § 17. Postérieurement à la sélection d'une offre pour une unité du marché de capacité, ou des offres pour des unités du marché de capacité s'il s'agit de capacités liées, lors d'une mise aux enchères organisée quatre ans avant la période de fourniture de capacité et pour laquelle la demande de dérogation s'applique, et postérieurement à la conclusion du contrat de capacité pour cette transaction, la commission est chargée de vérifier la pertinence des éléments identifiés comme déterminants lors de l'octroi de la dérogation.'" De gemachtigde deelde voorts mee dat het derde lid van het ontworpen artikel 22, § 17, van het koninklijk besluit van 28 april 2021Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/04/2021 pub. 30/04/2021 numac 2021041351 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van de paramaters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme sluiten als volgt zou moeten worden geherformuleerd: "Op basis van haar bevindingen kan de commissie de derogatie intrekken indien één van de volgende omstandigheden leidt tot resulteert in een verwachte `missing-money' dat lager is dan de intermediaire maximumprijs met betrekking tot de veiling waarop de derogatieaanvraag betrekking had: in de volgende gevallen: 1° de oorspronkelijk geplande investeringen niet worden uitgevoerd of het bedrag ervan wordt verlaagd, en/of;2° een verhoging van de in paragraaf 2, tweede lid, 3°, bedoelde inkomstenvooruitzichten ten opzichte van de oorspronkelijke begroting, die uitsluitend of hoofdzakelijk het gevolg is van keuzes die de aanvrager heeft gemaakt na de toekenning van de derogatie.leidt tot een verwachte "missing-money" dat lager is dan de intermediaire maximumprijs met betrekking tot de veiling waarop de derogatieaanvraag betrekking had." Gevraagd naar verdere toelichting over de rechtsgrond voor het ontworpen artikel 22, § 17, van het koninklijk besluit van 28 april 2021Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/04/2021 pub. 30/04/2021 numac 2021041351 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van de paramaters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme sluiten, verklaarde de gemachtigde het volgende: "De nieuwe bepaling vervat in het ontworpen artikel 22, § 17, van het koninklijk besluit van 28 april 2021Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/04/2021 pub. 30/04/2021 numac 2021041351 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van de paramaters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme sluiten vindt zijn rechtsgrond in artikel 7undecies, § 2, derde lid van de elektriciteitswet dat luidt als volgt (eigen onderlijning): `De Koning bepaalt bij besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet(en), na raadpleging van de marktdeelnemers. Een individuele uitzondering wordt toegekend door de commissie.' Bovenstaande machtiging aan de Koning om de methode en voorwaarden te bepalen tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet(en) en bovenstaande machtiging aan de CREG om die uitzonderingen geval per geval toe te kennen, impliceert ons inziens dat de niet voldoening van voornoemde voorwaarden dergelijk recht op de uitzondering doet vervallen, waarbij de CREG opnieuw geval per geval de door haar toegekende uitzondering opnieuw moet kunnen intrekken. Dit sluit ook aan bij de bevoegdheid van de CREG tot het houden van toezicht op de goede werking van het capaciteitsvergoedingsmechanisme en het vermijden concurrentieverstoringen.

De bevoegdheid om een uitzondering toe te kennen impliceert de bevoegdheid om een aanvraag om uitzondering te weigeren. In dat opzicht voorziet artikel 7undecies, § 11, laatste lid, van de elektriciteitswet in een van rechtswege aanpassing van de capaciteitsvergoeding indien de CREG een initiële aanvraag van een uitzondering op de intermediaire prijslimiet weigert. In diezelfde zin lijkt de bevoegdheid om een uitzondering toe te kennen eveneens de bevoegdheid te impliceren om een toegekende uitzondering in te trekken zodra de voorwaarden niet langer voldaan zijn." Artikel 7undecies, § 11, laatste lid, van de Elektriciteitswet luidt als volgt: "In geval de commissie overeenkomstig artikel 7undecies, § 2, derde lid, de individuele derogatie van de intermediaire prijslimiet weigert, wordt de capaciteitsvergoeding van rechtswege aangepast. Deze beslissing doet geen afbreuk aan het resultaat van de veiling." Met de argumentatie van de gemachtigde kan niet worden ingestemd. Uit de aangehaalde wetsbepaling blijkt dat de CREG beschikt over de wettelijke bevoegdheid om een derogatie toe te kennen en te weigeren, maar er wordt geen uitdrukkelijke machtiging verleend om ook de intrekking van die derogatie door de CREG te regelen. Er zou nog kunnen worden aanvaard dat de Koning, desgevallend met een beroep op de algemene uitvoeringsbevoegdheid vervat in artikel 108 van de Grondwet, zou kunnen voorzien in de opheffing door de CREG van een reeds toegekende derogatie voor de toekomst, wanneer zou blijken dat niet (langer) is voldaan aan de voorwaarden om de derogatie toe te kennen. Uit de aangehaalde wetsbepaling kan evenwel niet worden afgeleid dat een dergelijk verregaande maatregel als een intrekking van die derogatie zou kunnen worden getroffen (en aan de CREG worden opgedragen), nog daargelaten de vraag of de intrekking, zoals die bij de ontworpen bepaling mogelijk wordt gemaakt, toelaatbaar zou zijn in het licht van de algemene beginselen die gelden voor de intrekking van individuele bestuurlijke rechtshandelingen. Uit de toelichting van de gemachtigde blijkt immers dat het de bedoeling is om de CREG de mogelijkheid te bieden retroactief in te grijpen op contractuele afspraken,2 wat een vrij verregaande beperking inhoudt van het eigendomsrecht in de zin van artikel 1 van het Eerste Protocol van het EVRM. Er kan daarvoor ook niet worden gesteund op de algemene uitvoeringsbevoegdheid, aangezien nergens uit blijkt dat de wetgever een dergelijke maatregel voor ogen had bij de uitwerking van de regeling inzake de derogatie of dat een dergelijke maatregel noodzakelijk is voor de effectieve toepassing van die regeling, rekening houdende met de algemene economie van de wet, zoals die moet worden afgeleid uit de geest die aan de opvatting van de wet ten grondslag heeft gelegen en uit de doelstellingen die de wetgever nastreefde.3 De stellers van het ontwerp beogen voorts dat de CREG voor de controle die aanleiding kan geven tot de intrekking van de derogatie, gebruik kan maken van de onderzoeksbevoegdheden vermeld in artikel 26, § 1ter, van de Elektriciteitswet. Die onderzoeksbevoegdheden zijn naar luid van die wetsbepaling evenwel beperkt tot de toepassing van de artikelen 3, 4 en 5 van verordening (EU) nr. 1227/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 `betreffende de integriteit en transparantie van de groothandelsmarkt voor energie' (in essentie het verbod op handel met voorwetenschap, de verplichte openbaarmaking van voorwetenschap en het verbod op marktmanipulatie) en van de artikelen 7undecies, § 13, 7duodecies, 22ter en 22quater van de Elektriciteitswet. Artikel 7undecies, § 13, van de Elektriciteitswet maakt op zijn beurt melding van "het toezicht op de goede werking van het capaciteitsvergoedingsmechanisme" en maakt de CREG met name bevoegd om na te gaan "of de prekwalificatieprocedures, de veilingen en de transacties op de secundaire markt regelmatig zijn en of er geen sprake is van concurrentieverstorend gedrag of oneerlijke handelspraktijken". Uit die wetsbepaling kan evenwel niet worden afgeleid dat de CREG bevoegd kan worden gemaakt om, zoals uit de ontworpen bepaling blijkt, "de relevantie te controleren van de elementen die bij de toekenning van de derogatie als doorslaggevend zijn aangemerkt" met het oog op de intrekking van die derogatie.

Uit het voorgaande volgt dat voor het ontworpen artikel 22, § 17, van het koninklijk besluit van 28 april 2021Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/04/2021 pub. 30/04/2021 numac 2021041351 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van de paramaters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme sluiten geen rechtsgrond bestaat en dat deze bepaling moet worden weggelaten uit het ontwerp.

Vormvereisten 5. De vraag rijst of de ontworpen wijzigingen van het koninklijk besluit van 28 april 2021Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/04/2021 pub. 30/04/2021 numac 2021041351 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van de paramaters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme sluiten ook gevolgen hebben voor de voorwaarden voor of de intensiteit van de staatssteunregeling die vervat is in het capaciteitsvergoedingsmechanisme (hierna: CRM).Indien dat het geval is, moeten de ontworpen wijzigingen, indien ze nog niet aan bod zijn gekomen in de staatssteunbeslissing van de Europese Commissie over het CRM,4 eveneens worden aangemeld bij de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, lid 3, van het Verdrag `betreffende de werking van de Europese Unie' en verordening (EU) 2015/15895.

De gemachtigde antwoordde daarop als volgt: "Zoals het Hof van Justitie in haar arrest van 5 maart 2019 met nummer C-585/17 reeds heeft opgemerkt vormt de aanmeldingsverplichting krachtens artikel 108, lid 3, VWEU, die nader is uitgewerkt in artikel 2 van verordening nr. 659/1999 van de Raad van 22 maart 1999 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 108 van het verdrag betreffende de werking van de Europese unie, thans artikel 2 van Verordening (EU) 2015/1589 van de Raad van 13 juli 2015 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, namelijk één van de fundamentele aspecten van het bij het VWEU ingevoerde controlesysteem op het gebied van staatssteun.

Artikel 4, lid 1, van Verordening (EG) nr. 794/2004 van de Commissie van 21 april 2004 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 659/1999 van de Raad tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 93 van het EG-Verdrag, bepaalt in dat verband dat `1. Voor de toepassing van artikel 1, onder c), van Verordening (EG) nr. 659/1999 wordt onder een wijziging in bestaande steun iedere wijziging verstaan, met uitzondering van aanpassingen van louter formele of administratieve aard die de beoordeling van de verenigbaarheid van de steunmaatregel met de gemeenschappelijke markt niet kunnen beïnvloeden. Een verhoging van de oorspronkelijk voor een bestaande steunregeling voorziene middelen met maximaal 20 procent, wordt echter niet als een wijziging van bestaande steun beschouwd'.

Het Hof van Justitie heeft dienaangaande reeds geoordeeld dat een wijziging niet als louter formeel of administratief in de zin van artikel 4, lid 1, van verordening nr. 794/2004 kan worden aangemerkt wanneer zij invloed kan hebben op de beoordeling van de verenigbaarheid van de steunmaatregel met de interne markt (HvJ 13 juni 2013, HGA e.a./Commissie, C[00e2][0080][0091]630/11 P-C[00e2][0080][0091]633/11 P, EU:C:2013:387, punt 94).

Om vast te stellen of de eventuele beoogde wijziging een wijziging van de steunregeling betreft die van invloed kan zijn op de beoordeling van de verenigbaarheid ervan met de interne markt, in welk geval zij moet worden beschouwd als een `wijziging van bestaande steun' en dus als `nieuwe steun' waarvoor de aanmeldingsplicht van artikel 108, lid 3, VWEU geldt, moet rekening worden gehouden met zowel de aard en de draagwijdte van deze wijziging als met de Staatsteunbeslissing van de Europese Commissie van 27 augustus 2021, onder zaaknummer SA.54915. (HvJ 28 oktober 2021, gevoegde zaken C-915/19 tot C-917/19, punt 42.) Echter betreffen de beoogde wijzigingen ons inziens geen wijzigingen die beschouwd moeten als `nieuwe steun' overeenkomstig artikel 4, lid 1 van Verordening 794/2004 gelet op dat dit geen fundamentele wijzigingen betreffen ten opzichte van koninklijk besluit van 28 april 2021Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/04/2021 pub. 30/04/2021 numac 2021041351 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van de paramaters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme sluiten en de bespreking hiervan in de Staatsteunbeslissing van de Europese Commissie van 27 augustus 2021.

Het betreft ons inziens namelijk in de eerste plaats een operationele wijziging, bedoeld om het proces efficiënter en duidelijker te maken.

Het gaat er niet om het beginsel van het IPC of de structurele elementen ervan te wijzigen.

Niettemin dient opgemerkt te worden dat DG COMP in kennis is gesteld van ons voornemen om de opzet van het CRM te ontwikkelen. Dankzij de wekelijkse besprekingen met de Europese autoriteiten kunnen wij het officiële kennisgevingsdossier voorbereiden indien wij de bevestiging krijgen dat een officiële kennisgeving noodzakelijk is. Zo ja, dan wordt tegen juni 2023 een besluit verwacht, hoewel wordt verwacht dat desgevallend slechts een eenvoudige kennisgeving aan de Commissie voldoende zal zijn." Er kan niet worden ingestemd met de zienswijze dat het ontwerp louter formele of administratieve wijzigingen zou inhouden. Zo wordt door verscheidene bepalingen (de artikelen 1, 4, 3°, en 5, 2°, o), 5° en 7°, van het ontwerp) voorzien in een nieuwe koppeling van kosten en resultaten die relevant zijn voor diverse berekeningen aan de verwachte evolutie van de consumentenprijsindex. Het betreft dan ook een significante wijziging van het bestaande systeem, die wel degelijk gevolgen kan hebben voor de voorwaarden of de intensiteit van de staatssteunregeling die vervat is in het CRM, zodat de aanmelding bij de Europese Commissie alsnog vereist is.

Indien de aan de Raad van State voorgelegde tekst ten gevolge van het vervullen van het voornoemde vormvereiste nog wijzigingen zou ondergaan,6 moeten de gewijzigde of toegevoegde bepalingen, ter inachtneming van het voorschrift van artikel 3, § 1, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, aan de afdeling Wetgeving worden voorgelegd.

Algemene opmerking 6. Gelet op zowel het technische karakter als het intrinsieke belang van de ontworpen regeling, verdient het aanbeveling om samen met het te nemen besluit een verslag aan de Koning bekend te maken waarin de bedoelingen van de stellers van het ontwerp worden verduidelijkt en waarin de in het ontwerp gemaakte keuzes worden verantwoord. 7. In de bepalingen die worden ingevoegd door de artikelen 1, 4, 3°, 5, 2°, o), en 7°, van het ontwerp wordt gewag gemaakt van een koppeling van kosten en resultaten die relevant zijn voor diverse berekeningen aan "de verwachte evolutie van de consumentenprijsindex" en "de verwachte evolutie van het indexcijfer van de consumptieprijzen" (in het Franse tekst telkens vermeld als "l'évolution attendue de l'indice des prix à la consommation").7 Op de vraag of deze "verwachte" evolutie onzeker is, dan wel gebaseerd is op bepaalde objectieve elementen, antwoordde de gemachtigde: "Er wordt gewag gemaakt van de verwachte ontwikkeling van de consumentenprijsindex omdat dit een voorspelling blijft van de ontwikkeling van de prijzen tot aan de leveringsperiode, die verschillende jaren na het moment van berekening van de maximale tussenprijs of de netto kosten van een nieuwkomer en dus ook van het koninklijk besluit tot afkondiging daarvan kan plaatsvinden. Deze ontwikkeling is dus een prognose, maar zij zal gebaseerd zijn op de cijfers van het Federaal Planbureau, dat regelmatig voorspellingen maakt betreffende de consumentenprijsindex." Met het oog op de rechtszekerheid is het dan ook raadzaam om in de tekst van het ontwerp te verduidelijken dat de prognose is gebaseerd op de gegevens van het Federaal Planbureau. De gemachtigde preciseerde eveneens dat het de netbeheerder is die de berekening maakt, veeleer dan de aanvrager van een derogatie, hetgeen dan ook in de tekst van het ontwerp tot uiting moet komen.

Onderzoek van de tekst Aanhef 8. Gelet op hetgeen is uiteengezet met betrekking tot de rechtsgrond, moet de verwijzing in de aanhef naar artikel 108 van de Grondwet worden weggelaten. Artikel 1 9. Artikel 2, 2°, b), van het ontwerp van koninklijk besluit `tot wijziging van het koninklijk besluit van 4 juni 2021Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 04/06/2021 pub. 25/06/2021 numac 2021031723 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van de investeringsdrempels, de criteria voor het in aanmerking komen van investeringskosten, en de procedure van klassering. - Rechtzetting type koninklijk besluit prom. 04/06/2021 pub. 11/06/2021 numac 2021042129 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van de investeringsdrempels, de criteria voor het in aanmerking komen van investeringskosten, en de procedure van klassering sluiten tot vaststelling van de investeringsdrempels, de criteria voor het in aanmerking komen van investeringskosten, en de procedure van klassering' waarover advies 73.577/3 wordt gegeven op dezelfde dag als dit advies, strekt tot de vervanging van de definitie van "dagelijks programma". Dit begrip wordt ook gedefinieerd in artikel 1, § 2, 15°, van het koninklijk besluit van 28 april 2021Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/04/2021 pub. 30/04/2021 numac 2021041351 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van de paramaters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme sluiten, maar die definitie wordt niet gewijzigd door het voorliggende ontwerp. Om te vermijden dat uiteenlopende definities worden gehanteerd in besluiten die rechtsgrond vinden in eenzelfde wet, is een parallelle aanpassing van artikel 1, § 2, 15°, van het koninklijk besluit van 28 april 2021Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/04/2021 pub. 30/04/2021 numac 2021041351 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van de paramaters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme sluiten raadzaam.

Artikel 5 10. De in artikel 5, 1°, b), van het ontwerp vervatte wijziging van artikel 22, § 1, eerste lid, van het koninklijk besluit van 28 april 2021Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/04/2021 pub. 30/04/2021 numac 2021041351 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van de paramaters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme sluiten leidt tot een nodeloze herhaling van de zinsnede "een derogatie van de in artikel 15 bedoelde intermediaire maximumprijs".De gemachtigde formuleerde het volgende tekstvoorstel voor artikel 5, 1°, om dit probleem te verhelpen: "1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) in het eerste lid worden de woorden `Een derogatieaanvrager' vervangen door de woorden `Een capaciteitshouder';b) in het eerste lid worden de woorden `een derogatie van de in artikel 15 bedoelde intermediaire maximumprijs,' ingevoegd tussen de woorden `waaraan hij wenst deel te nemen,' en de woorden `per eenheid in de capaciteitsmarkt';c) in het eerste lid worden de woorden `een derogatie van de in artikel 15 bedoelde intermediaire maximumprijs' opgeheven; c) d) in het tweede lid worden de woorden `van het jaar van de veiling' ingevoegd tussen de woorden `uiterlijk op 31 maart' en de woorden `een tabel die,'." Met dat tekstvoorstel kan worden ingestemd, althans indien in de Franse tekst het woord "supprimés" wordt vervangen door het woord "abrogés" en indien in punt c) wordt gepreciseerd dat de zinsnede tussen de woorden "betreft," en "aan te vragen" wordt beoogd. 11. In de bepalingen die worden ingevoegd bij artikel 5, 2°, o), en 5°, van het ontwerp wordt gewag gemaakt van respectievelijk de schatting en de beoordeling van "het inkomen".De gemachtigde bevestigde dat daarmee "de inkomsten" worden bedoeld die worden vermeld in artikel 20, 4°, van het koninklijk besluit van 28 april 2021. Het is dan ook die laatste term die moet worden gebruikt.12. Aan de gemachtigde werd gevraagd wat wordt bedoeld met het begrip "economische dispatch" in het ontworpen artikel 22, § 7, tweede lid, 3° en 4°, van het koninklijk besluit van 28 april 2021Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/04/2021 pub. 30/04/2021 numac 2021041351 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van de paramaters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme sluiten, zoals in te voegen bij artikel 5, 5°, van het ontwerp.De gemachtigde antwoordde: "De `economische dispatch' komt overeen met de bepaling van de `merit order' van de installaties. De `economische dispatch' bepaalt welke eenheid door de markt zal worden geactiveerd in functie van haar variabele kosten en de te dekken vraag. Eerst wordt de eenheid met de laagste variabele kosten geactiveerd." Dit zou beter worden verduidelijkt in de tekst van het ontwerp of in het verslag aan de Koning (zie opmerking 6). 13. Het verdient aanbeveling om met het oog op de duidelijkheid van de tekst, in de plaats van de woorden "Zo niet" in het ontworpen artikel 22, § 11, tweede lid, van het koninklijk besluit van 28 april 2021Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/04/2021 pub. 30/04/2021 numac 2021041351 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van de paramaters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme sluiten, zoals te vervangen bij artikel 5, 8°, van het ontwerp, te schrijven: "Als het verwachte niveau van het `missing money' kleiner is dan of gelijk is aan de intermediaire maximumprijs".14. De regeling waarbij een kennisgeving kan gebeuren "per aangetekend schrijven [of per e-mail] met ontvangstbevestiging" (ontworpen artikel 22, § 11, vijfde lid, van het koninklijk besluit van 28 april 2021Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/04/2021 pub. 30/04/2021 numac 2021041351 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van de paramaters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme sluiten) geeft aanleiding tot rechtsonzekerheid.De vierkante haakjes moeten worden weggelaten en er moet, zoals de gemachtigde verduidelijkte, worden aangegeven dat de voorwaarde van de ontvangstbevestiging enkel betrekking heeft op de e-mail.

De griffier, De voorzitter, Yves DEPOORTER Jeroen VAN NIEUWENHOVE _______ Nota's 1 Het koninklijk besluit van 28 april 2021Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/04/2021 pub. 30/04/2021 numac 2021041351 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van de paramaters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme sluiten werd een eerste maal gewijzigd met betrekking tot de parameters die moesten worden gebruikt bij de eerste veiling, bij het koninklijk besluit van 4 juli 2021 `tot wijziging van het koninklijk besluit van 28 april 2021Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/04/2021 pub. 30/04/2021 numac 2021041351 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van de paramaters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme sluiten tot vaststelling van de parameters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet(en) in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme'. Een tweede wijziging betrof het invoeren van een aanvullende risicopremie voor investeringskosten met een economische levensduur van meer dan drie jaar in de berekeningsmethode voor het capaciteitsvergoedingsmechanisme, bij het koninklijk besluit van 27 januari 2022Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 27/01/2022 pub. 01/02/2022 numac 2022020119 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 28 april 2021 tot vaststelling van de parameters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme type koninklijk besluit prom. 27/01/2022 pub. 15/02/2022 numac 2022030664 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 11 oktober 2012 betreffende de uitgifte van Belgische covered bonds door kredietinstellingen naar Belgisch recht, van het koninklijk besluit van 11 oktober 2012 betreffende de portefeuillebeheerder in het kader van de uitgifte van Belgische covered bonds door een kredietinstelling naar Belgisch recht, van het koninklijk besluit van 12 november 2012 met betrekking tot de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en van het koninklijk besluit van 25 februari 2017 met betrekking tot bepaalde openbare alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheervennootschappen, en houdende diverse bepalingen sluiten `tot wijziging van het koninklijk besluit van 28 april 2021Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/04/2021 pub. 30/04/2021 numac 2021041351 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van de paramaters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme sluiten tot vaststelling van de parameters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet(en) in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme'. 2 Die mogelijkheid wordt overigens niet in de tijd beperkt door het ontwerp en zou dus in beginsel voor de volledige looptijd van het contract kunnen gebeuren. 3 Cass. 18 november 1924, Mertz. 4 Europese Commissie, beslissing C(2021) 6431 final van 27 augustus 2021 (The Aid Scheme SA.54915 - 2020/C (ex 2019/N) - Belgium - Capacity remuneration mechanism), https://ec.europa.eu/competition/state_aid/cases1/ 202137/288236_2313671_226_2.pdf. 5 Verordening (EU) 2015/1589 van de Raad van 13 juli 2015 `tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie'. 6 Namelijk andere wijzigingen dan diegene waarvan in dit advies melding wordt gemaakt of wijzigingen die ertoe strekken tegemoet te komen aan hetgeen in dit advies wordt opgemerkt. 7 De Nederlandse tekst zou dan ook eenvormig moeten worden gemaakt.

4 JULI 2023. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 28 april 2021Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/04/2021 pub. 30/04/2021 numac 2021041351 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van de paramaters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme sluiten tot vaststelling van de parameters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet(en) in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de verordening (EU) 2019/943 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de interne markt voor elektriciteit;

Gelet op de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011161 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de gasmarkt en het fiscaal statuut van de elektriciteitsproducenten sluiten betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, artikel 7undecies, § 2, ingevoegd bij de wet van 15 maart 2021;

Gelet op het koninklijk besluit van 28 april 2021Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/04/2021 pub. 30/04/2021 numac 2021041351 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van de paramaters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme sluiten tot vaststelling van de paramaters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet(en) in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme;

Gelet op de raadplegingen van de marktdeelnemers georganiseerd van 20 februari 2023 tot en met 13 maart 2023;

Gelet op het voorstel van de netbeheerder betreffende de parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, d.w.z. de reductiefactoren, de referentieprijs, de intermediaire prijslimiet(en) die van toepassing is/zijn op bepaalde capaciteiten die beantwoorden aan specifieke criteria, en de uitoefenprijs, inclusief hun berekeningsmethode, van 13 april 2023, bepaald na raadpleging van de marktdeelnemers;

Gelet op het advies (A)2540 en (A)2544 van de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas van respectievelijk 7 april 2023 en 20 april 2023;

Gelet op het voorstel (C)2543 van 20 april 2023 van de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas betreffende de parameters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, opgesteld na raadpleging van de marktdeelnemers;

Gelet op het advies van de Algemene Directie Energie van 20 april 2023 over het voorstel (C)2543 van de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas van 20 april 2023;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 27 april 2023;

Gelet op de akkoordbevinding van de Staatssecretaris voor Begroting, d.d.28 april 2023;

Gelet op de regelgevingsimpactanalyse uitgevoerd overeenkomstig de artikelen 6 en 7 van de wet van 15 december 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/2013 pub. 31/12/2013 numac 2013021138 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging sluiten houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging;

Gelet op advies 73.576/3 van de Raad van State, gegeven op 2 juni 2023, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Overwegende dat het voornoemde voorstel van de netbeheerder van 13 april 2023 voorzag in de vrijstelling van de verplichting voor een capaciteitsleverancier om het positieve verschil tussen de referentieprijs en de uitoefenprijs terug te betalen aan de netbeheerder in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme voor vraagrespons en dat deze vrijstelling voorafgaand aan de invoering en toekenning een wijziging van artikel 7undecies, § 11, van de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011161 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de gasmarkt en het fiscaal statuut van de elektriciteitsproducenten sluiten betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt behoeft;

Overwegende dat de beoogde vrijstelling bovendien slechts ingevoerd kan worden indien deze overeenkomstig artikel 108, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, hierna "VWEU", aangemeld is bij de Europese Commissie en goedgekeurd, behoudens indien het beoogde steunregime onder het toepassingsgebied valt van een overeenkomstig artikel 109 VWEU vastgestelde verordening die de beoogde steunmaatregel vrijstelt van de procedure bedoeld in artikel 108, lid 3, van het VWEU;

Overwegende dat het voorstel van de netbeheerder geen voorstel tot wijziging bevatte met betrekking tot artikel 27, § 2 van het koninklijk besluit van 28 april 2021Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/04/2021 pub. 30/04/2021 numac 2021041351 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van de paramaters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme sluiten maar dat er bij de selectie van de gekalibreerde uitoefenprijs rekening dient gehouden te worden met de stabiliteit van de uitoefenprijs in de tijd overeenkomstig artikel 27, § 2, 4° en dat hierbij, gelet op overige beoogde wijzigingen, het noodzakelijk lijkt dat ook rekening gehouden wordt met het actualisatiemechanisme zoals bedoeld in artikel 26, § 2 van het koninklijk besluit van 28 april 2021Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/04/2021 pub. 30/04/2021 numac 2021041351 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van de paramaters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme sluiten;

Op de voordracht van de Minister van Energie en op het advies van de in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Artikel 1, § 2, eerste lid, 15°, van het koninklijk besluit van 28 april 2021Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/04/2021 pub. 30/04/2021 numac 2021041351 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van de paramaters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme sluiten tot vaststelling van de parameters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet(en) in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme, wordt vervangen als volgt: "15° "dagelijks programma": het productieprogramma, uitgedrukt in MW of het verbruiksprogramma van een eenheid in de capaciteitsmarkt, gegeven op kwartierbasis, opgelegd door het standaardcontract met betrekking tot de verantwoordelijke voor de programmatie in overeenstemming met de gedragscode voor elektriciteit bedoeld in artikel 11, § 2, van de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011161 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de gasmarkt en het fiscaal statuut van de elektriciteitsproducenten sluiten;"

Art. 2.Artikel 10 van het koninklijk besluit van 28 april 2021Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/04/2021 pub. 30/04/2021 numac 2021041351 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van de paramaters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme sluiten tot vaststelling van de parameters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet(en) in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 27 januari 2022Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 27/01/2022 pub. 01/02/2022 numac 2022020119 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 28 april 2021 tot vaststelling van de parameters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme type koninklijk besluit prom. 27/01/2022 pub. 15/02/2022 numac 2022030664 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 11 oktober 2012 betreffende de uitgifte van Belgische covered bonds door kredietinstellingen naar Belgisch recht, van het koninklijk besluit van 11 oktober 2012 betreffende de portefeuillebeheerder in het kader van de uitgifte van Belgische covered bonds door een kredietinstelling naar Belgisch recht, van het koninklijk besluit van 12 november 2012 met betrekking tot de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en van het koninklijk besluit van 25 februari 2017 met betrekking tot bepaalde openbare alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheervennootschappen, en houdende diverse bepalingen sluiten, wordt aangevuld met een paragraaf 10, luidende: " § 10. De nettokost van een nieuwkomer en de maximumprijs worden gecorrigeerd met de verwachte evolutie van de consumentenprijsindex tussen enerzijds het referentiejaar dat is gebruikt voor de beoordeling van de inkomsten en de kosten en anderzijds de leveringsperiode waarvoor de vraagcurve wordt bepaald, op basis van de gegevens van het Federaal Planbureau.".

Art. 3.In artikel 18, § 2, 1°, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 27 januari 2022Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 27/01/2022 pub. 01/02/2022 numac 2022020119 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 28 april 2021 tot vaststelling van de parameters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme type koninklijk besluit prom. 27/01/2022 pub. 15/02/2022 numac 2022030664 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 11 oktober 2012 betreffende de uitgifte van Belgische covered bonds door kredietinstellingen naar Belgisch recht, van het koninklijk besluit van 11 oktober 2012 betreffende de portefeuillebeheerder in het kader van de uitgifte van Belgische covered bonds door een kredietinstelling naar Belgisch recht, van het koninklijk besluit van 12 november 2012 met betrekking tot de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en van het koninklijk besluit van 25 februari 2017 met betrekking tot bepaalde openbare alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheervennootschappen, en houdende diverse bepalingen sluiten, worden de woorden "gebruikmakend van de gewogen gemiddelde kost van kapitaal die specifiek is voor de technologie zoals omschreven in artikel 19bis, § 3, en de economische levensduur van de investering" ingevoegd tussen de woorden "de recurrente investeringskosten op jaarbasis" en de woorden ", alsook de economische levensduur".

Art. 4.In artikel 19, § 2, 3°, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 27 januari 2022Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 27/01/2022 pub. 01/02/2022 numac 2022020119 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 28 april 2021 tot vaststelling van de parameters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme type koninklijk besluit prom. 27/01/2022 pub. 15/02/2022 numac 2022030664 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 11 oktober 2012 betreffende de uitgifte van Belgische covered bonds door kredietinstellingen naar Belgisch recht, van het koninklijk besluit van 11 oktober 2012 betreffende de portefeuillebeheerder in het kader van de uitgifte van Belgische covered bonds door een kredietinstelling naar Belgisch recht, van het koninklijk besluit van 12 november 2012 met betrekking tot de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en van het koninklijk besluit van 25 februari 2017 met betrekking tot bepaalde openbare alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheervennootschappen, en houdende diverse bepalingen sluiten, worden de woorden "het niveau van de toepasselijke uitoefenprijs" vervangen door de woorden "de impact van de terugbetalingsverplichting".

Art. 5.In artikel 20 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 27 januari 2022Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 27/01/2022 pub. 01/02/2022 numac 2022020119 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 28 april 2021 tot vaststelling van de parameters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme type koninklijk besluit prom. 27/01/2022 pub. 15/02/2022 numac 2022030664 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 11 oktober 2012 betreffende de uitgifte van Belgische covered bonds door kredietinstellingen naar Belgisch recht, van het koninklijk besluit van 11 oktober 2012 betreffende de portefeuillebeheerder in het kader van de uitgifte van Belgische covered bonds door een kredietinstelling naar Belgisch recht, van het koninklijk besluit van 12 november 2012 met betrekking tot de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en van het koninklijk besluit van 25 februari 2017 met betrekking tot bepaalde openbare alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheervennootschappen, en houdende diverse bepalingen sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de bepaling onder 1° wordt vervangen als volgt: "1° De kosten berekend als de som van: a) de geannualiseerde recurrente investeringskosten bedoeld in artikel 18, § 2, 1° ;b) de vaste operationele en onderhoudskosten bedoeld in artikel 18, § 2, 2° ; c) en, voor de technologieën met een hoge variabele kost, de activatiekost bedoeld in artikel 18, § 2, 6° ;"; 2° in de bepaling onder 5° wordt het woord "netto" ingevoegd tussen de woorden "Verminderd met de" en de woorden "opbrengsten bedoeld in"; 3° de bepaling onder 7°, opgeheven bij het besluit van 27 januari 2022, wordt hersteld als volgt: "7° Dit laatste resultaat wordt gecorrigeerd met de verwachte evolutie van de consumentenprijsindex tussen enerzijds het referentiejaar dat werd gebruikt om de opbrengsten en kosten te beoordelen en anderzijds de leveringsperiode waarvoor het "missing-money" wordt berekend, op basis van de gegevens van het Federaal Planbureau.".

Art. 6.In artikel 22 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 27 januari 2022Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 27/01/2022 pub. 01/02/2022 numac 2022020119 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 28 april 2021 tot vaststelling van de parameters waarmee het volume aan te kopen capaciteit wordt bepaald, inclusief hun berekeningsmethode, en van de andere parameters die nodig zijn voor de organisatie van de veilingen, alsook de methode en voorwaarden tot het verkrijgen van individuele uitzonderingen op de toepassing van de intermediaire prijslimiet in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme type koninklijk besluit prom. 27/01/2022 pub. 15/02/2022 numac 2022030664 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 11 oktober 2012 betreffende de uitgifte van Belgische covered bonds door kredietinstellingen naar Belgisch recht, van het koninklijk besluit van 11 oktober 2012 betreffende de portefeuillebeheerder in het kader van de uitgifte van Belgische covered bonds door een kredietinstelling naar Belgisch recht, van het koninklijk besluit van 12 november 2012 met betrekking tot de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en van het koninklijk besluit van 25 februari 2017 met betrekking tot bepaalde openbare alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheervennootschappen, en houdende diverse bepalingen sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) in het eerste lid worden de woorden "Een derogatieaanvrager" vervangen door de woorden "Een capaciteitshouder";b) in het eerste lid worden de woorden "een derogatie van de in artikel 15 bedoelde intermediaire maximumprijs," ingevoegd tussen de woorden "waaraan hij wenst deel te nemen," en de woorden "per eenheid in de capaciteitsmarkt";c) in het eerste lid worden de woorden `een derogatie van de in artikel 15 bedoelde intermediaire maximumprijs' tussen het woord "betreft," en de woorden "aan te vragen" opgeheven;d) in het tweede lid worden de woorden "van het jaar van de veiling" ingevoegd tussen de woorden "uiterlijk op 31 maart" en de woorden "een tabel die,";2° in paragraaf 2 worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) het eerste lid wordt vervangen als volgt: " § 2.De derogatieaanvrager dient bij de commissie, op elektronische wijze, uiterlijk op 30 april van het jaar van de veiling, maximaal één derogatieaanvraag per eenheid in de capaciteitsmarkt, of eenheden indien het gekoppelde capaciteiten betreft, in."; b) in het tweede lid worden de woorden "De vormvereisten voor deze aanvraag worden door de commissie opgemaakt en ter beschikking gesteld op de website van de commissie ten laatste op 31 maart van het jaar van de veiling.Deze aanvraag omvat minstens volgende elementen:" vervangen door de woorden "Ten laatste op 31 maart van het jaar van de veiling, publiceert de commissie op haar website de formele en materiële voorwaarden waaraan de aanvraag om vrijstelling moet voldoen, met inachtneming van de hierna genoemde elementen. De derogatieaanvraag omvat minstens volgende elementen:"; c) in het tweede lid, 2°, wordt het woord "de" ingevoegd tussen de woorden "met betrekking tot de eenheid in de capaciteitsmarkt, of" en de woorden "eenheden indien het gekoppelde capaciteiten betreft,";d) in het tweede lid, 2°, a), worden de woorden "maar exclusief de onder c) bedoelde vaste kosten die reeds zijn opgenomen in een eerder aanvaarde derogatieaanvraag" ingevoegd tussen de woorden "jaarlijkse vaste operationele en onderhoudskosten (in €/jaar)" en de woorden ", inclusief verdere specificatie van vaste nettarieven en de activatiekosten";e) in het tweede lid, 2° worden de bepalingen onder b), c) en d) vervangen als volgt: "b) vaste kosten gerelateerd aan het beheer van een portfolio zodat de betrokken eenheid in de capaciteitsmarkt op de energiemarkt kan opereren (in €/jaar), tijdens de periode van capaciteitslevering waarop de aanvraag van toepassing is;c) opgesplitst in voorkomend geval per leveringspunt, de recurrente investeringskosten op jaarbasis gebruik makend van de gewogen gemiddelde kost van het kapitaal die specifiek is voor de technologie zoals bedoeld in artikel 19bis, § 3, en de economische levensduur van elke investering die niet rechtstreeks verband houden met een verlenging van de technische levensduur van de installatie of met een verhoging van het nominaal referentievermogen, in voorkomend geval met inbegrip van de investeringsuitgaven voor grote onderhoudswerken aan installaties die niet noodzakelijk elk jaar gebeuren maar exclusief de onder a) bedoelde vaste kosten die reeds zijn opgenomen in een eerder aanvaarde derogatieaanvraag of in de derogatieaanvraag voor de betrokken veiling (in €/jaar), aangevuld met, indien van toepassing, de hypothesen met betrekking tot minstens: i.het aantal uren in elk jaar gedurende welke de eenheid (eenheden) is (zijn) geactiveerd sinds de laatste investering die gelijkwaardig is aan de investering in de derogatieaanvraag; ii. het aantal uren in elk jaar gedurende welke de eenheid (eenheden) zal (zullen) worden geactiveerd tot de uitvoering van de investering waarop de derogatieaanvraag betrekking heeft; iii. het aantal uren in elk jaar waarin de eenheid (eenheden) zal (zullen) worden geactiveerd tot de uitvoering van de volgende gelijkwaardige investering; iv. en het aantal starts of activaties waarop deze ramingen zijn gebaseerd, alsmede, met het oog op de raming van de economische levensduur van de investering, het verband tussen de technische levensduur van de investering en, enerzijds, het aantal activeringen en, anderzijds, het aantal draaiuren, alsmede elk ander element dat de economische levensduur van de investering zou beperken; d) opgesplitst in voorkomend geval per leveringspunt, de geannualiseerde niet-recurrente investeringskosten op basis van de gewogen gemiddelde kost van kapitaal die specifiek is voor de technologie zoals gedefinieerd in artikel 19bis, § 3, en de economische levensduur van elke investering, relevant voor het leveren van de dienst met de betrokken eenheid in de capaciteitsmarkt, of eenheden indien het gekoppelde capaciteiten betreft, tijdens de periode van capaciteitslevering waarop de aanvraag van toepassing is exclusief de onder a) bedoelde vaste kosten die reeds zijn opgenomen in een eerder aanvaarde derogatieaanvraag of in de derogatieaanvraag van de betrokken veiling (in €/jaar), in voorkomend geval aangevuld met de aannames betreffende ten minste : i.het aantal uren in elk jaar gedurende welke de eenheid (eenheden) is (zijn) geactiveerd sinds de laatste investering die gelijkwaardig is aan de investering in de derogatieaanvraag; ii. het aantal uren in elk jaar gedurende welke de eenheid (eenheden) zal (zullen) worden geactiveerd tot de uitvoering van de investering die in de derogatieaanvraag is opgenomen; iii. het aantal uren in elk jaar gedurende welke de eenheid (eenheden) zal (zullen) worden geactiveerd totdat de volgende gelijkwaardige investering is uitgevoerd; iv. en het aantal starts of activaties waarop deze ramingen gebaseerd zijn, alsmede, met het oog op de raming van de economische levensduur van de investering, het verband tussen de technische levensduur van de investering en, enerzijds, het aantal activeringen en, anderzijds, het aantal draaiuren, alsmede elk ander element dat de economische levensduur van de investering zou beperken;"; f) in het tweede lid, 2°, g), worden de woorden ", hiertoe wordt een onderscheid gemaakt tussen voorzieningen voor de vergoeding van kapitaaluitgaven en vaste exploitatie- en onderhoudskosten enerzijds en specifieke kosten per start of activering anderzijds" ingevoegd tussen de woorden "de opstart noodzakelijke brandstof (in €/start of €/activatie)" en de woorden ", aangevuld met, indien van toepassing";g) in het tweede lid, 2°, g), worden de woorden "financieringskost inclusief" opgeheven;h) in het tweede lid, 2°, g), worden de woorden "zoals bedoeld in paragraaf 7/1, tweede lid, 4° " ingevoegd tussen de woorden "gewogen gemiddelde kapitaalskost" en de woorden ", economische levensduur van de investering";i) in het tweede lid, 2°, g), worden de woorden "niet recurrente" opgeheven;j) in het tweede lid, 2°, g), wordt het woord "de" ingevoegd tussen de woorden "het berekenen van de `missing-money' van de eenheid in de capaciteitsmarkt, of" en de woorden "eenheden indien het gekoppelde capaciteiten betreft,";k) in het tweede lid, 3°, worden de woorden "maar niet noodzakelijk beperkt tot stoom en/of warmte-gerelateerde inkomsten" vervangen door de woorden "maar zonder daarbij noodzakelijk beperkt te zijn, de tot stoom en/of warmte-gerelateerde inkomsten of de inkomsten in verband met het verlenen van de hersteldienst"; l) in het tweede lid wordt de bepaling onder 5° vervangen als volgt: "5° een raming van de jaarlijkse inframarginale inkomsten;"; m) het tweede lid wordt aangevuld met de bepalingen onder 6° en 7°, luidende: "6° een raming van de netto-opbrengsten uit de levering van balanceringsdiensten; 7° een raming en een nauwkeurige berekening van het "missing-money" (in €/MW/jaar) van de betrokken eenheid van de capaciteitsmarkt, of eenheden in het geval van gekoppelde capaciteiten, voor de periode van capaciteitslevering waarop de aanvraag betrekking heeft."; n) het derde lid wordt vervangen als volgt: "De meegedeelde elementen door de derogatieaanvrager bedoeld in het tweede lid, 2° tot 6°, ter ondersteuning van zijn aanvraag zijn specifiek aan de betrokken eenheid in de capaciteitsmarkt, of eenheden indien het gekoppelde capaciteiten betreft.Indien de aanvrager deze voor de betrokken capaciteitseenheid niet kan verstrekken, verstrekt hij de commissie alle informatie die de commissie in staat stelt de juistheid van zijn ramingen te beoordelen."; o) paragraaf 2 wordt aangevuld met twee leden, luidende: "De in het tweede lid, 2° tot en met 6°, bedoelde elementen worden door de derogatieaanvrager verantwoord overeenkomstig de formele en materiële voorwaarden die de commissie overeenkomstig paragraaf 2, tweede lid, heeft vastgesteld.Een historiek van de elementen bedoeld in het tweede lid, 2° tot en met 6°, wordt door de aanvrager verstrekt overeenkomstig de hierboven vermelde formele en materiële voorwaarden.

De elementen bedoeld in het tweede lid, 2° tot en met 6°, worden uitgedrukt in euro van het referentiejaar dat in artikel 20 in aanmerking wordt genomen voor de schatting van de inkomsten. De raming, bedoeld in paragraaf 2, tweede lid, 7°, wordt gecorrigeerd met de verwachte evolutie van de consumentenprijsindex tussen enerzijds het referentiejaar dat werd gebruikt voor de raming van de opbrengsten en kosten en anderzijds de periode van capaciteitsvoorziening waarvoor het "missing-money" wordt berekend, op basis van de gegevens van het Federaal Planbureau."; 3° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt: " § 3.De commissie verifieert de volledigheid van de aanvraag en informeert de derogatieaanvrager op elektronische wijze over het resultaat van haar controle, binnen tien werkdagen na ontvangst van de aanvraag. Als de aanvraag als onvolledig wordt beoordeeld, heeft de derogatieaanvrager de mogelijkheid om zijn aanvraag binnen vijf werkdagen na notificatie van de resultaten van de verificatie. Indien de aanvrager de aanvullende informatie niet binnen de gestelde termijn verstrekt, kan de commissie het verzoek niet-ontvankelijk verklaren, na de aanvrager, bijgestaan door zijn raadsman, te hebben gehoord of hem ten minste naar behoren te hebben opgeroepen. De uitnodiging voor de hoorzitting en de beslissing van de commissie worden per aangetekende post of elektronische post met ontvangstbevestiging aan de aanvrager toegezonden."; 4° paragraaf 4 wordt opgeheven;5° de paragrafen 5, 6 en 7 worden vervangen als volgt: " § 5.De commissie beoordeelt de gegrondheid van elke ontvankelijke derogatieaanvraag.

Te dien einde, beoordeelt de commissie de aanvaardbaarheid van de kostencomponenten, de inkomsten en de impact van de beperkingen bedoeld in paragraaf 2, tweede lid, 2° tot en met 4°, met inbegrip van hun voldoende gerechtvaardigd karakter. In het kader van die beoordeling kan de commissie een advies vragen van een onafhankelijke deskundige, dit kan de onafhankelijke deskundige zijn bedoeld in artikel 17, § 1.

Indien de commissie van oordeel is dat aanvullende informatie nodig is voor haar beoordeling, kan zij de derogatieaanvrager uitnodigen om deze informatie door te geven binnen een termijn van vijf werkdagen binnen ontvangst van het verzoek tot aanvullende informatie. De commissie kan de derogatieaanvrager ook verzoeken haar binnen dezelfde termijn een bijgewerkte versie van het in zijn derogatieaanvraag opgenomen cijfer van "missing-money" voor te leggen, indien zij van oordeel is dat de in paragraaf 2, tweede lid, 2° tot en met 7°, bedoelde elementen die de aanvrager tot staving van zijn verzoek heeft meegedeeld, niet voldoen aan de formele en materiële voorwaarden die de commissie overeenkomstig paragraaf 2, tweede lid, heeft vastgesteld.

Voor elk onderdeel van de kosten, inkomsten of impact van de beperkingen zoals bedoeld in paragraaf 2, tweede lid, 2° tot en met 4°, dat de commissie onaanvaardbaar of onvoldoende gemotiveerd acht door de aanvrager, stelt de commissie een alternatieve raming op. § 6. De commissie maakt, op elektronische wijze, aan de netbeheerder het resultaat van haar beoordeling bedoeld in paragraaf 5 over met betrekking tot de variabele kosten, opstartkosten, vaste activatiekosten en het effect van operationele beperkingen op de inkomsten, ten laatste dertig werkdagen na de uiterste datum voor de indiening van derogatieaanvragen. § 7. De netbeheerder bezorgt op elektronische wijze aan de commissie, uiterlijk vijfentwintig werkdagen na ontvangst van de resultaten van de beoordeling van de commissie bedoeld in paragraaf 5, de volgende elementen die hij heeft berekend: 1°, de verwachte gemiddelde jaarlijkse inframarginale inkomsten voor het leveringsjaar, het aantal draaiuren, het aantal overeenkomstige starts en de overeenkomstige geproduceerde MWh ; 2°, de verwachte netto opbrengsten uit de levering van balanceringsdiensten en, in voorkomend geval, de inkomsten uit de hersteldienst.

De berekening van de verwachte gemiddelde jaarlijkse inframarginale inkomsten voor het leveringsjaar in euro van het referentiejaar waarmee in artikel 20 rekening is gehouden voor de evaluatie van de inkomsten (in €/MW/jaar) gebeurt op basis van: 1° een simulatie van de elektriciteitsmarkt zoals bedoeld in artikel 12;2° het referentiescenario bedoeld in artikel 3 § 7, gerelateerd aan de veiling waarop de aanvraag van toepassing is;3° de economische dispatch van de eenheid in een capaciteitsmarkt, of eenheden in het geval van gekoppelde capaciteit, rekening houdend met de variabele kosten en de opstartkosten of vaste activatiekosten in verband met het aanbieden van energie;4° de gemiddelde jaarlijkse inkomsten die voortvloeien uit de economische dispatch van de eenheid van de capaciteitsmarkt, of eenheden in het geval van gekoppelde capaciteit gelimiteerd tot het niveau van de uitoefenprijs, of eventueel tot de verklaarde marktprijs voor een eenheid in de capaciteitsmarkt zonder dagelijks programma of eenheden, indien het gekoppelde capaciteiten betreft, zoals bedoeld in artikel 26, § 3, rekening houdend met de impact van de terugbetalingsverplichting tegen de uitoefenprijs van toepassing zoals bedoeld in artikel 26, verminderd met de variabele kosten en de opstartkosten (exclusief voorziening voor investeringen) of vaste activatiekosten voor het aanbieden van energie, en rekening houdend met andere operationele beperkingen gelinkt aan de uitbating bedoeld in respectievelijk paragraaf 2, tweede lid, 2° en 4°, overeenkomstig het resultaat van de beoordeling bedoeld in paragraaf 5. De raming van de verwachte netto opbrengsten van de levering van balanceringsdiensten in euro van het referentiejaar dat in artikel 20 in aanmerking wordt genomen voor de beoordeling van de inkomsten (in €/MW/jaar) wordt uitgevoerd op basis van de volgende principes: 1° de netto opbrengsten worden gewaardeerd op basis van de technologie waartoe de eenheid in de capaciteitsmarkt, of de eenheden in het geval van gekoppelde capaciteit, behoort waarop de aanvraag van toepassing is;2° de netto opbrengsten zijn de gemiddelde historische kosten van de reserveringen door de netbeheerder van de balanceringsdiensten, op basis van de afgelopen zesendertig maanden;3° de netto opbrengsten houden rekening met de kosten, met inbegrip van de opportuniteitskosten, die verband houden met de levering van deze balanceringsdiensten, teneinde dubbeltellingen tussen jaarlijkse inframarginale inkomsten op de energiemarkt en opbrengsten van de levering van balanceringsdiensten te vermijden. De raming van de inkomsten uit de hersteldienst in euro van het referentiejaar dat in artikel 20 in aanmerking wordt genomen voor de beoordeling van de inkomsten (in €/MW/jaar) wordt gemaakt op basis van de inkomsten die overeenstemmen met de gemiddelde historische kosten van de reserveringen die door de specifieke netbeheerder van de hersteldienst zijn betaald aan de eenheid in de capaciteitsmarkt, of eenheden in het geval van gekoppelde capaciteiten, op basis van de laatste zesendertig maanden."; 6° er wordt een paragraaf 7/1 ingevoegd, luidende: " § 7/1.De commissie beoordeelt de economische levensduur van elke investering op basis van: 1° het verband tussen de technische levensduur van de investering en het aantal starts of activaties enerzijds en het aantal draaiuren anderzijds;2° het geschatte aantal draaiuren en het aantal starts of activaties over de leveringsperiode, zoals verstrekt door de netbeheerder;3° elk ander door de aanvrager aangevoerd element dat de economische levensduur van de investering zou beperken. Voor elke investering beoordeelt de commissie de geannualiseerde investeringskosten op basis van: 1° de investeringskosten die relevant zijn voor de levering van de dienst;2° de economische levensduur van de investering;3° de risicopremie, rekening houdend met artikel 6, lid 9, van de methodologie zoals bedoeld in artikel 23, lid 5, van verordening (EU) 2019/943, zoals bepaald in bijlage 1 bij dit besluit.De waarde van de door de commissie toe te passen risicopremie houdt, naast het minimumrendement, rekening met de risico's verbonden aan elke investeringsuitgaven zoals bepaald in artikel 19bis, § 2, 1° en 2°, rekening houdend met de economische levensduur die eraan verbonden is overeenkomstig de risicopremies van bijlage 1, met dien verstande dat deze risicopremie door de commissie, binnen de grenzen van bijlage 1, wordt beoordeeld op basis van de omvang van de gedane investering en de economische levensduur die eraan verbonden is; 4° de gewogen gemiddelde kost van het kapitaal voor elke investeringsuitgave, gebaseerd op de som van: a) het minimumrendement door de minister vastgesteld als onderdeel van de intermediaire waarden, zoals bedoeld in artikel 4 § 3;b) vermeerderd met de technologie-specifieke risicopremie bedoeld in 3°.De bepaling van deze risicopremie houdt rekening met de economische levensduur van de investeringen in overeenstemming met de artikel 19bis, § 2, 2°. "; 7° paragraaf 8 wordt vervangen als volgt: " § 8.De commissie berekent het verwachte "missing-money", als volgt: 1° de som van: a) van alle kostencomponenten;b) van de geannualiseerde investeringskosten overeenkomstig het resultaat van de beoordeling bedoeld in paragraaf 7/1, gedeeld door het meest recent nominaal referentievermogen van de betreffende eenheid in de capaciteitsmarkt, of door de som van de meest recente nominale referentievermogens van de betreffende eenheden indien het gekoppelde capaciteiten betreft;2° verminderd met de inkomsten bedoeld in paragraaf 7, eerste lid, 1° ;3° verminderd met de opbrengsten bedoeld in paragraaf 7, eerste lid, 2° ;4° verminderd met de inkomsten bedoeld in paragraaf 2, tweede lid, 3°, met uitzondering van de inkomsten uit de hersteldienst, gedeeld door het meest recent nominaal referentievermogen van de betreffende eenheid in de capaciteitsmarkt, of door de som van de meest recente nominale referentievermogens van de betreffende gekoppelde eenheden indien het gekoppelde capaciteiten betreft;5° het totale resultaat wordt gedeeld door de van de eenheid in de capaciteitsmarkt, of eenheden in het geval van gekoppelde capaciteit, zoals bepaald in de prekwalificatie voor de betrokken veiling; 6° het resultaat wordt aangepast met de verwachte ontwikkeling van de consumentenprijsindex tussen, enerzijds, het referentiejaar dat werd gebruikt om de opbrengsten en kosten te ramen en, anderzijds, de leveringsperiode waarvoor het "missing-money" wordt berekend, op basis van de gegevens van het Federaal Planbureau."; 8° de paragrafen 10 tot en met 16 worden vervangen als volgt: " § 10.De commissie neemt een beslissing over de gegrondheid van elke ontvankelijke derogatieaanvraag § 11. De commissie aanvaardt de aanvraag enkel indien het verwachte niveau van het "missing-money" van de eenheid in de capaciteitsmarkt, of eenheden indien het gekoppelde capaciteiten betreft, berekend overeenkomstig paragraaf 8, hoger is dan de intermediaire maximumprijs vastgesteld voor de veiling waarop de aanvraag van toepassing is, overeenkomstig artikel 7undecies, § 6, van de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011161 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de gasmarkt en het fiscaal statuut van de elektriciteitsproducenten sluiten.

Als het verwachte niveau van het "missing money" kleiner is dan of gelijk is aan de intermediaire maximumprijs wijst de commissie de aanvraag af.

Bovendien, wijst de commissie de derogatieaanvraag af als het betrekking heeft op een eenheid in de capaciteitsmarkt, of eenheden indien het gekoppelde capaciteiten betreft, die, voor de betreffende veiling, geklasseerd is (zijn) door de commissie in een capaciteitscategorie geassocieerd aan een capaciteitscontract die meer dan één periode afdekt van capaciteitslevering overeenkomstig het koninklijk besluit van 4 juni 2021Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 04/06/2021 pub. 25/06/2021 numac 2021031723 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van de investeringsdrempels, de criteria voor het in aanmerking komen van investeringskosten, en de procedure van klassering. - Rechtzetting type koninklijk besluit prom. 04/06/2021 pub. 11/06/2021 numac 2021042129 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van de investeringsdrempels, de criteria voor het in aanmerking komen van investeringskosten, en de procedure van klassering sluiten tot vaststelling van de investeringsdrempels, de criteria voor het in aanmerking komende investeringskosten, en de procedure van klassering Uiterlijk op 25 augustus voorafgaand aan de veiling zendt de commissie de derogatieaanvrager haar ontwerpbeslissing toe. De derogatieaanvrager beschikt over tien werkdagen om zijn opmerkingen te maken.

De definitieve beslissing wordt uiterlijk op 25 september voorafgaand aan de veiling waarop de derogatieaanvraag betrekking heeft, per e-mail met ontvangstbevestiging of per aangetekend schrijven aan de aanvrager en de netbeheerder meegedeeld. § 12. Indien de derogatieaanvraag wordt aanvaard door de commissie, is het toegestaan dat de aanvrager voor de in de aanvraag opgenomen eenheid in de capaciteitsmarkt of eenheden indien het gekoppelde capaciteiten betreft, op de veiling waarop de aanvraag betrekking heeft, een bod of biedingen hoger dan de maximale tussentijdse prijs, indient maar die gelimiteerd zijn tot de "missing-money" opgenomen in de derogatieaanvraag overeenkomstig paragraaf 2,tweede lid, 7°. § 13. Indien de aanvraag wordt verworpen door de commissie op andere gronden dan die bedoeld in paragraaf 11, tweede lid, is de derogatieaanvrager niettemin gerechtigd om voor die eenheid van de capaciteitsmarkt, of die eenheden in het geval van gekoppelde capaciteit, op de veiling waarop het verzoek van toepassing is, een bod of biedingen in te dienen hoger dan de intermediaire maximumprijs, maar beperkt tot het in de derogatieaanvraag overeenkomstig paragraaf 2, tweede lid, 7°, vermelde bedrag aan "missing-money", op voorwaarde dat de netbeheerder en de commissie uiterlijk twee werkdagen vóór de uiterste datum voor de indiening van biedingen bedoeld in artikel 7undecies, § 10, van de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011161 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de gasmarkt en het fiscaal statuut van de elektriciteitsproducenten sluiten, op de hoogte worden gebracht via een verklaring waarin de derogatieaanvrager zich ertoe verbindt beroep tegen het besluit van de commissie bij de Marktenhof in te stellen overeenkomstig de artikelen 29bis en 29quater van de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011161 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de gasmarkt en het fiscaal statuut van de elektriciteitsproducenten sluiten. Zodra het beroep is ingesteld stelt de derogatieaanvrager de netbeheerder en de commissie daarvan in kennis. § 14. Indien na de afwijzing van de derogatieaanvraag door de commissie en de indiening van een verklaring als bedoeld in paragraaf 13, een bod dat is ingediend voor de capaciteitseenheid, of biedingen voor de capaciteitseenheden in het geval van gekoppelde capaciteit, is (zijn) geselecteerd op de veiling waarop de aanvraag van toepassing is, maar de derogatieaanvrager heeft geen beroep ingesteld bij het Marktenhof tegen de beslissing van de commissie binnen de termijn bepaald in artikel 29quater van de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011161 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de gasmarkt en het fiscaal statuut van de elektriciteitsproducenten sluiten, past de netbeheerder dit bod of deze biedingen, indien zij betrekking hebben op gekoppelde capaciteiten, eenzijdig aan door er de intermediaire maximumprijs op toe te passen. Zo nodig dient hij bij de commissie een aangepaste versie van het veilingverslag in. § 15. Indien na de afwijzing van de derogatieaanvraag door de commissie, de verklaring bedoeld in paragraaf 13 en de selectie van een bod voor de eenheid of eenheden van de capaciteitsmarkt in het geval van gekoppelde capaciteit, binnen de termijn bepaald in artikel 29quater van de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011161 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de gasmarkt en het fiscaal statuut van de elektriciteitsproducenten sluiten beroep is ingesteld tegen de beslissing van de commissie, maar dit beroep door het Marktenhof wordt verworpen past de netbeheerder uiterlijk tien werkdagen nadat de commissie de definitieve beslissing van het Marktenhof heeft meegedeeld, het desbetreffende capaciteitscontract eenzijdig aan door de capaciteitsvergoeding voor de transactie die voortvloeit uit de geselecteerde bieding, of biedingen in het geval van gebonden capaciteit, te verlagen tot het niveau van de intermediaire maximumprijs voor de veiling waarop de aanvraag betrekking heeft. Deze aanpassing is van toepassing vanaf de eerste dag van de periode van capaciteitslevering. § 16. De verlaging van de vergoeding van de capaciteit vermeld in paragraaf 15 heeft geen enkele invloed op het resultaat van de veiling en geeft geen enkel recht aan de capaciteitsleverancier om het capaciteitscontract te beëindigen.".

Art. 7.In artikel 26 van hetzelfde besluit, wordt paragraaf 2 vervangen als volgt: " § 2. De uitoefenprijs wordt tijdens de leveringsperiode maandelijks geactualiseerd op basis van de evolutie van de Belgische elektriciteitsprijs. De modaliteiten betreffende de actualisatie worden in de werkingsregels gedefinieerd.".

Art. 8.In artikel 27, van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het derde lid van paragraaf 1 worden in de Franse tekst de woorden "exceptés les offres en deçà ou égaux au prix de zéro et ceux au prix maximal autorisé.Tous les types offres" vervangen door de woorden "exceptées les offres en deçà ou égales au prix de zéro et celles au prix maximal autorisé. Tous les types d'offres" ; 2° de bepaling onder 4° in paragraaf 2 wordt aangevuld met de woorden ", rekening houdend met het actualisatiemechanisme zoals bedoeld in artikel 26, § 2;".

Art. 9.§ 1. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt, met uitzondering van de artikelen 2, 5, 3°, en 6, 2°, o), 5° en 7°, die in werking treden overeenkomstig paragraaf 2 of 3. § 2. De artikelen 2 en 5, 3°, van dit koninklijk besluit treden in werking de dag van de publicatie in het Belgisch Staatsblad van een bericht waaruit het volgende blijkt : 1° de kennisgeving door de Europese Commissie dat de wijziging van bestaande steun vervat in de artikelen 2 en 5, 3°, geen onverenigbare steun uitmaakt in de zin van artikel 107 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, of;2° het verstrijken van de termijnen bedoeld in artikel 4 van de verordening (EU) 2015/1589 van de Raad van 13 juli 2015 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, zodanig dat de wijziging van bestaande steun vervat in de artikelen 2 en 5, 3°, toegepast mogen worden. De Minister doet een dergelijk bericht in het Belgisch Staatsblad publiceren uiterlijk tien dagen na ontvangst van de kennisgeving van de Europese Commissie dan wel binnen tien dagen na het verstrijken van die termijn. § 3. Artikel 6 van dit koninklijk besluit treedt in werking op 1 januari 2024.

Onder voorbehoud van het eerste lid treedt artikel 6, 2°, o), 5° en 7°, in werking de dag van de publicatie in het Belgisch Staatsblad van een bericht waaruit het volgende blijkt : 1° de kennisgeving door de Europese Commissie dat de wijzigingen van bestaande steun vervat in artikel 6, 2°, o), 5° en 7°, geen onverenigbare steun uitmaken in de zin van artikel 107 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, of;2° het verstrijken van de termijnen bedoeld in artikel 4 van de verordening (EU) 2015/1589 van de Raad van 13 juli 2015 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, zodanig dat de wijziging van bestaande steun vervat in artikel 6, 2°, o), 5° en 7°, toegepast mogen worden. De Minister doet een dergelijk bericht in het Belgisch Staatsblad publiceren uiterlijk tien dagen na ontvangst van die kennisgeving van de Europese Commissie dan wel binnen tien dagen na het verstrijken van die termijn.

Art. 10.De minister bevoegd voor Energie is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 4 juli 2023.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Energie, T. VAN DER STRAETEN

^