Etaamb.openjustice.be
Wet van 25 april 2007
gepubliceerd op 01 juni 2007

Wet tot wijziging van de wet van 11 april 2003 tot instelling van een vrijwillige dienst van collectief nut

bron
ministerie van landsverdediging
numac
2007007129
pub.
01/06/2007
prom.
25/04/2007
ELI
eli/wet/2007/04/25/2007007129/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

25 APRIL 2007. - Wet tot wijziging van de wet van 11 april 2003 tot instelling van een vrijwillige dienst van collectief nut (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : HOOFDSTUK I. - Algemene bepaling

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet. HOOFDSTUK II. - Wijziging van de wet van 11 april 2003 tot instelling van een vrijwillige dienst van collectief nut

Art. 2.Artikel 2 van de wet van 11 april 2003 tot instelling van een vrijwillige dienst van collectief nut, wordt vervangen als volgt : «

Art. 2.§ 1. Een vrijwillige dienst van collectief nut kan worden verricht bij het ministerie van Landsverdediging.

De vrijwillige dienst van collectief nut behelst alle soorten taken van ondersteunende aard, die voor het ministerie van Landsverdediging nuttig zijn en waarvoor dit geen lange opleiding dient te bieden.

De dienstverrichter kan eveneens ter beschikking gesteld worden van het Nationaal Gedenkteken Fort van Breendonk in onderling akkoord tussen het ministerie van Landsverdediging en die instelling. Deze terbeschikkingsstelling is aan het voorafgaande akkoord van de dienstverrichter onderworpen.

De personen die een vrijwillige dienst van collectief nut verrichten, hebben niet de hoedanigheid van militair, worden evenmin geacht rijksambtenaar te zijn en zijn uitgesloten van het toepassingsgebied van de wet van 3 juli 2005 betreffende de rechten van vrijwilligers.

Zij behouden de hoedanigheid van werkzoekende of begunstigde van het leefloon. De uitvoering van een vrijwillige dienst van collectief nut mag in geen enkel geval een huidig of toekomstig recht inzake sociale zekerheid of maatschappelijke dienstverlening beïnvloeden.

De Koning kan alle nodige maatregelen treffen om elk nadelig gevolg voor de verrichter te voorkomen.

De wettelijke en reglementaire bepalingen toepasselijk op het door het ministerie van Landsverdediging tewerkgestelde burgerpersoneel inzake arbeidsregeling en verloven zijn van toepassing op de verrichter van een vrijwillige dienst van collectief nut. § 2. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de vrijwillige dienst van collectief nut uitbreiden tot andere federale overheidsdiensten, op voorstel van de voor de betrokken federale overheidsdienst bevoegde minister. ».

Art. 3.Artikel 4 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : «

Art. 4.Kan op zijn verzoek worden toegelaten tot een vrijwillige dienst van collectief nut, de persoon die : 1° hetzij als werkzoekende is ingeschreven in België, hetzij begunstigde is van het leefloon in de zin van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie;2° op het ogenblik waarop hij toegelaten wordt tot een vrijwillige dienst van collectief nut, de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt en de leeftijd van 25 jaar niet heeft overschreden;3° zijn woonplaats in België heeft.».

Art. 4.Artikel 5 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : «

Art. 5.§ 1. De voorwaarden en de nadere regels voor de toelating tot en het einde van de vrijwillige dienst van collectief nut worden bepaald door de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de minister van Landsverdediging. § 2. Ieder jaar bepaalt de minister van Landsverdediging het aantal beschikbare plaatsen voor de vrijwillige dienst van collectief nut en doet hiervan mededeling aan de Kamer van volksvertegenwoordigers, naar aanleiding van het indienen van het wetsontwerp tot vaststelling van het legercontingent. § 3. Voor de personen die worden toegelaten tot een vrijwillige dienst van collectief nut, bepaalt de Koning : 1° het administratief statuut;2° de activiteitsdomeinen waarbinnen de persoon een vrijwillige dienst van collectief nut levert;3° de wijze waarop de tucht wordt geregeld;4° het geldelijk statuut, inzonderheid : a) de toekenningsvoorwaarden en het bedrag van de soldij dat niet hoger kan zijn dan 170 euro per maand;b) desgevallend de omstandigheden waarin gratis voeding, logement, kledij en uitrusting verstrekt wordt. De soldij toegekend binnen de limieten vastgesteld in het vorige lid wordt niet beschouwd als een inkomen, een loon of een winst in de zin van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en de sociale wetgevingen.

Wie een vrijwillige dienst van collectief nut uitvoert heeft gedurende zijn dienstperiode recht op gratis openbaar vervoer. § 4. De persoon toegelaten tot een vrijwillige dienst van collectief nut volgt een opleiding in het ministerie van Landsverdediging die tot doel heeft de burgerzin, de menselijke relaties en gedachtewisselingen, de geschiktheden op het sportief vlak en andere vaardigheden te ontwikkelen. De Koning bepaalt het programma en de regels met betrekking tot de organisatie van deze opleiding. ».

Art. 5.In dezelfde wet wordt een artikel 5bis ingevoegd, luidende : «

Art. 5bis.Onder de voorwaarden en volgens de nadere regels die de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad bepaalt, zijn het verrichten van een vrijwillige dienst van collectief nut en het ontvangen van de in artikel 5, § 3, eerste lid, 4°, a), bedoelde soldij, verenigbaar met het recht op het leefloon. ».

Art. 6.In dezelfde wet wordt een artikel 5ter ingevoegd, luidende : «

Art. 5ter.Onder de voorwaarden en volgens de nadere regels die de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad bepaalt, zijn het verrichten van een vrijwillige dienst van collectief nut en het ontvangen van de in artikel 5, § 3, eerste lid, 4°, a), bedoelde soldij, verenigbaar met het recht op de gewaarborgde gezinsbijslag. ».

Art. 7.In dezelfde wet wordt een artikel 5quater ingevoegd, luidende : «

Art. 5quater.§ 1. Het ministerie van Landsverdediging is aansprakelijk voor de schade die de verrichter aan derden veroorzaakt bij het verrichten van prestaties, op de wijze waarop aanstellers aansprakelijk zijn voor de schade aangericht door hun aangestelden.

Ingeval de verrichter bij het verrichten van de vrijwillige dienst bij het ministerie van Landsverdediging of derden schade berokkent, is hij enkel aansprakelijk voor zijn bedrog en zijn zware schuld.

Voor lichte schuld is hij enkel aansprakelijk als die bij hem eerder gewoonlijk dan toevallig voorkomt. § 2. De minister van Landsverdediging mag een hospitalisatieverzekering afsluiten onder dezelfde voorwaarden als die welke toepasselijk zijn op het personeel van Landsverdediging. ». HOOFDSTUK III. - Andere wijzigings- en opheffingsbepalingen

Art. 8.In artikel 62 van de bij het koninklijk besluit van 19 december 1939 samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, vervangen bij de wet van 29 april 1996 en gewijzigd bij de wet van 3 juli 2005, wordt een § 7 ingevoegd, luidende : « § 7. Voor de toepassing van deze wetten wordt het verrichten van een vrijwillige dienst van collectief nut in de zin van de wet van 11 april 2003 tot instelling van een vrijwillige dienst van collectief nut niet beschouwd als een winstgevende activiteit. De soldij in de zin van artikel 5, § 3, van voormelde wet wordt niet beschouwd als een inkomen, een winst, een brutoloon of een sociale uitkering. ».

Art. 9.In artikel 1 van de wet van 20 juli 1971 tot instelling van een gewaarborgde gezinsbijslag, zoals gewijzigd bij de wet van 8 augustus 1980, bij het koninklijk besluit nr. 242 van 31 december 1983 en bij de wetten van 20 juli 1991, 29 april 1996, 22 februari 1998, 25 januari 1999, 12 augustus 2000, 24 december 2002, 27 december 2004 en 3 juli 2005, wordt, tussen het tweede en het derde lid, het volgende lid ingevoegd : « Wanneer het kind een soldij geniet als bedoeld in de wet van 11 april 2003 tot instelling van een vrijwillige dienst van collectief nut, is dit geen beletsel voor de toekenning van gezinsbijslag. ».

Art. 10.Hoofdstuk XXI van titel III van de wet van 27 maart 2003 betreffende de werving van de militairen en het statuut van de militaire muzikanten en tot wijziging van verschillende wetten van toepassing op het personeel van landsverdediging, wordt opgeheven.

Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Gegeven te Brussel, 25 april 2007.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Landsverdediging, A. FLAHAUT Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, Mevr. L. ONKELINX _______ Nota (1) Zitting 2006-2007. Kamer van Volksvertegenwoordigers.

Parlementaire bescheiden. - Wetsvoorstel, nr. 2967/1. - Amendementen, nrs. 2961/2, 2961/3, 2961/5. - Verslagen, nrs. 2961/4, 2961/6. - Tekst aangenomen door de commissie, nr. 2961/7.

Parlementaire handelingen. - Tekst aangenomen in plenaire vergadering op 13 april 2007.

Senaat.

Parlementaire bescheiden. - Wetsontwerp overgezonden door de Kamer, nr. 2405/1.

Parlementaire handelingen. - Tekst aangenomen in plenaire vergadering op 19 april 2007.

^