Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 15 juli 2018
gepubliceerd op 01 augustus 2018

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 6 november 2017, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de logistiek, betreffende het sectoraal aanvullend pensioenstelsel

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2018040139
pub.
01/08/2018
prom.
15/07/2018
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

15 JULI 2018. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 6 november 2017, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de logistiek, betreffende het sectoraal aanvullend pensioenstelsel (1)


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de logistiek;

Op de voordracht van de Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 6 november 2017, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de logistiek, betreffende het sectoraal aanvullend pensioenstelsel.

Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 15 juli 2018.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Werk, K. PEETERS _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de logistiek Collectieve arbeidsovereenkomst van 6 november 2017 Sectoraal aanvullend pensioenstelsel (Overeenkomst geregistreerd op 29 november 2017 onder het nummer 143068/CO/226) HOOFDSTUK I. - Algemeenheden

Artikel 1.Toepassingsgebied Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en op de werknemers die ressorteren onder het Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de logistiek.

Art. 2.Algemeenverbindendheid De partijen vragen de algemeenverbindendverklaring aan.

Art. 3.Begrippen en definities Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst worden verstaan onder : 3.1. WAP : De wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid (Belgisch Staatsblad van 15 mei 2003). 3.2. Loon : Het totale loon van de bedienden onderworpen aan de sociale zekerheidsbijdragen. 3.3. Het paritair comité : Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de logistiek. 3.4. De RSZ : De Rijksdienst voor Sociale Zekerheid. 3.5. Het protocolakkoord : De collectieve arbeidsovereenkomst van 1 juni 2005 betreffende een protocol van akkoord 2005-2006, geregistreerd op 17 juni 2005 onder nummer 75198/CO/226.

Art. 4.Doelstelling Onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst heeft als enig onderwerp het actualiseren van het sectoraal aanvullend pensioenstelsel voor de werknemers van het paritair comité en de regels ervan vast te leggen, conform de regels van de WAP ter zake, en in uitvoering van het protocolakkoord, artikel 2, 8.

Het doel van dit sectoraal pensioenstelsel is het garanderen, buiten de wettelijke verplichtingen inzake pensioenen en ter verhoging ervan, van : - aan de aangeslotene zelf, een kapitaal of een levenslange lijfrente indien hij in leven is op de eindleeftijd; - aan de begunstigde zoals bepaald in het pensioenreglement, een kapitaal of een levenslange overlevingsrente in geval van overlijden van de aangeslotene vóór de einddatum zoals bepaald in het pensioenreglement.

Werknemers die in dienst zijn van een werkgever die conform de artikelen 6, 7, 8 en 9 hierna vrijgesteld worden van deelname aan het sectoraal pensioenstelsel kunnen geen rechten doen gelden op basis van dit doel, voor zover en voor zolang hun werkgever vrijgesteld is van deelname aan het sectoraal pensioenstelsel en voor zover en voor zolang zij in dienst zijn bij deze werkgever.

Het in bijlage opgenomen reglement van aanvullend pensioen maakt integraal deel uit van onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst.

Art. 5.Opting-out niet voorzien De mogelijkheid zoals voorzien in artikel 9 van de WAP waardoor werkgevers de mogelijkheid zouden hebben om de uitvoering van het pensioenstelsel zelf te organiseren in een pensioenstelsel op het niveau van de onderneming ("opting-out"), wordt niet weerhouden door het paritair comité. HOOFDSTUK II. - Toepassingsgebied vrijstellingsregeling Afdeling 1. - Vrijstellingsregeling vóór 1 januari 2007

Art. 6.Toepassingsgebied van het sectoraal pensioenstelsel voor ondernemingen met een structureel overlegorgaan 6.1. Conform het protocolakkoord geldt de volgende keuze in ondernemingen met een eigen structureel overlegorgaan, mits zij op 31 december 2006 een eigen stelsel van aanvullend pensioen hebben : - de bijdrage van 0,50 pct. toevoegen aan het eigen pensioenstelsel (beslissing werkgever); - aansluiten bij het sectorpensioenstelsel (beslissing werkgever); - in overleg met de vakbondsafvaardiging een ander evenwaardig voordeel van 0,50 pct. voorzien, hetzij globaal op het niveau van de onderneming, hetzij individueel. Deze 0,50 pct. is een koopkrachtverhoging inclusief alle toepasselijke fiscale en parafiscale heffingen en kosten, eigen aan het gekozen alternatief voordeel. 6.2. Het eigen stelsel van aanvullend pensioen dient aan volgende criteria te voldoen : 1. Geldig op 31 december 2006; 2. Geldig voor alle bedienden ressorterend onder het paritair comité, met dien verstande dat er, onverminderd toepassing van artikel 6.2., 3. hierna, een onderscheid met betrekking tot het niveau van vaste bijdragen en/of vaste prestaties mag bestaan tussen eventuele subcategorieën van bedienden, of binnen deze subcategorieën zelf;3. Gelijkwaardig aan of beter dan het sectoraal pensioenstelsel : - voor stelsels van aanvullend pensioen van het type "vaste bijdragen" wordt de gelijkwaardigheid gemeten aan de hand van de werkgeversbijdragen zoals die in het pensioenreglement zijn bepaald. Deze dienen voor alle bedienden minimaal 0,46 pct. van het loon te bedragen, waarbij het percentage wordt gedefinieerd zoals in artikel 13 hieronder; - voor stelsels van aanvullend pensioen van het type "vaste prestaties" dient het niveau van aanvullend kapitaal of aanvullend pensioen te worden getoetst aan het theoretisch niveau, zoals dit door het sectoraal pensioenstelsel wordt gerealiseerd. Dit betekent dat, indien de toezegging is uitgedrukt in kapitaal, het aanvullend pensioenkapitaal voor de volledige loopbaan op de eindleeftijd van 65 jaar, zoals die bepaald is in het pensioenreglement, tenminste gelijk zal zijn aan 39,19 pct. van het laatste loon. Indien de toezegging is uitgedrukt als een jaarlijks pensioen, dient het aanvullend rustpensioen op de eindleeftijd van 65 jaar voor een volledige loopbaan tenminste 3,02 pct. van het laatste loon te bedragen. Indien de in het pensioenreglement voorziene eindleeftijd 60 jaar is, dienen deze percentages respectievelijk tenminste 30,74 pct. en 2,05 pct. van het laatste loon te bedragen.

De gelijkwaardigheid met het sectoraal pensioenstelsel moet niet op elk eerder moment voorafgaand aan de in het pensioenreglement vastgelegde eindleeftijden worden gerealiseerd. 6.3. Indien de werkgever, voor mogelijkheid 1 van punt 6.1. kiest, wordt de onderneming vrijgesteld van deelname aan het sectoraal pensioenstelsel. De werkgever maakt zijn keuze bekend door vóór 15 juni 2006 een ingevulde en ondertekende intentieverklaring, volgens model a in bijlage, aangetekend op te sturen naar de voorzitter van het paritair comité per adres "Sociaal Fonds van het Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de logistiek", Brouwersvliet 33 te 2000 Antwerpen. 6.4. Indien de werkgever conform punt 6.1. hierboven voor mogelijkheid 3 kiest, wordt de onderneming vrijgesteld van deelname aan het sectoraal pensioenstelsel.

De werkgever maakt zijn keuze bekend door vóór 15 juni 2006 een ingevulde en ondertekende intentie-verklaring, volgens model b in bijlage, aangetekend op te sturen naar de voorzitter van het paritair comité per adres "Sociaal Fonds van het Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de logistiek", Brouwersvliet 33 te 2000 Antwerpen. 6.5. De onderneming waarvoor de voorzitter van het paritair comité vóór 15 juni 2006 geen ingevulde en ondertekende intentieverklaring conform model a of b ontvangt, wordt verondersteld definitief gekozen te hebben voor mogelijkheid 2 conform punt 6.1. hierboven. 6.6. Indien de werkgever kiest voor mogelijkheid 1 van punt 6.1. of mogelijkheid 3 van punt 6.1., stuurt deze vóór 15 september 2006 per aangetekend schrijven een attest volgens model c in bijlage naar de voorzitter van het paritair comité per adres "Sociaal Fonds van het Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de logistiek", Brouwersvliet 33 te 2000 Antwerpen. Dit attest moet correct en volledig ingevuld, gedagtekend en ondertekend zijn door de aangeduide actuaris van de pensioeninstelling van de onderneming.

Bij gebrek aan ontvangst van dit attest volgens de modaliteiten hierboven, wordt de onderneming verondersteld, ondanks het bezorgen van de intentieverklaring waarvan sprake in de punten 6.3. of 6.4., definitief gekozen te hebben voor mogelijkheid 2 conform punt 6.1. hierboven.

Art. 7.Toepassingsgebied van het sectoraal pensioenstelsel voor ondernemingen zonder structureel overlegorgaan 7.1. Conform het protocolakkoord van het paritair comité kunnen ondernemingen zonder eigen structureel overlegorgaan, mits zij op 31 december 2006 een eigen stelsel van aanvullend pensioen hebben, vrijgesteld worden van deelname aan het sectoraal pensioenstelsel. 7.2. Het eigen stelsel van aanvullend pensioen dient aan volgende criteria te voldoen : 1. Geldig op 31 december 2006; 2. Geldig voor alle bedienden ressorterend onder het paritair comité, met dien verstande dat er, onverminderd toepassing van artikel 7.2., 3. hierna, een onderscheid met betrekking tot het niveau van vaste bijdragen en/of vaste prestaties mag bestaan tussen eventuele subcategorieën van bedienden, of binnen deze subcategorieën zelf;3. Gelijkwaardig aan of beter dan het sectoraal pensioenstelsel : - voor stelsels van aanvullend pensioen van het type "vaste bijdragen" wordt de gelijkwaardigheid gemeten aan de hand van de werkgeversbijdragen zoals die in het pensioenreglement zijn bepaald. Deze dienen voor alle bedienden minimaal 0,46 pct. van het loon te bedragen, waarbij het percentage wordt gedefinieerd zoals in artikel 13 hieronder; - voor stelsels van aanvullend pensioen van het type "vaste prestaties" dient het niveau van aanvullend kapitaal of aanvullend pensioen te worden getoetst aan het theoretisch niveau, zoals dit door het sectoraal pensioenstelsel wordt gerealiseerd. Dit betekent dat, indien de toezegging is uitgedrukt in kapitaal, het aanvullend pensioenkapitaal voor de volledige loopbaan op de eindleeftijd van 65 jaar, zoals die bepaald is in het pensioenreglement, tenminste gelijk zal zijn aan 39,19 pct. van het laatste loon. Indien de toezegging is uitgedrukt als een jaarlijks pensioen, dient het aanvullend rustpensioen op de eindleeftijd van 65 jaar voor een volledige loopbaan tenminste 3,02 pct. van het laatste loon te bedragen. Indien de in het pensioenreglement voorziene eindleeftijd 60 jaar is, dienen deze percentages respectievelijk tenminste 30,74 pct. en 2,05 pct. van het laatste loon te bedragen.

De gelijkwaardigheid met het sectoraal pensioenstelsel moet niet op elk eerder moment voorafgaand aan de in het pensioenreglement vastgelegde eindleeftijden te worden gerealiseerd. 7.3. De onderneming die vrijgesteld wenst te worden van deelname aan het sectoraal pensioenstelsel, stuurt vóór 15 september 2006 per aangetekend schrijven een attest volgens model c in bijlage naar de voorzitter van het paritair comité per adres "Sociaal Fonds van het Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de logistiek", Brouwersvliet 33 te 2000 Antwerpen. Dit attest moet correct en volledig ingevuld, gedagtekend en ondertekend zijn door de aangeduide actuaris van de pensioeninstelling van de onderneming.

Bij gebrek aan ontvangst van dit attest volgens de modaliteiten hierboven, wordt de onderneming verondersteld definitief gekozen te hebben om deel te nemen aan het sectoraal pensioenstelsel. Afdeling 2. - Vrijstellingsregeling vanaf 1 januari 2007

Art. 8.Nieuwe ondernemingen Een onderneming die bij oprichting of op een later tijdstip onder het paritair comité komt te ressorteren, sluit aan bij het sectorpensioenstelsel.

Uitzondering wordt gemaakt indien : 1. De betrokken onderneming sociaal-economische banden heeft met een onderneming die, conform artikelen 6 of 7 hierboven, vrijgesteld werd van deelname aan het sectoraal pensioenstelsel.In dit geval kan de onderneming tevens vrijgesteld worden van deelname aan het sectoraal pensioenstelsel, indien de werkgever van de betrokken onderneming of zijn lasthouder de inrichter hiervan per aangetekend schrijven op de hoogte brengt, gestaafd met de nodige stukken : - aantonen van sociaal-economische banden; een onderneming wordt geacht sociaal-economische banden te hebben indien zij valt onder de definitie van "met een vennootschap verbonden vennootschappen", zoals bepaald in het Wetboek van vennootschappen; - het bestaan van een gelijkwaardig pensioenstelsel (zie 8.5.), conform het attest model d in bijlage.

De vrijstelling van deelname aan het sectoraal pensioenstelsel gaat in vanaf het eerstvolgende kwartaal na betekening; 2. Een onderneming tot stand komt door splitsing van een andere onderneming die, conform artikelen 6 of 7 hierboven, vrijgesteld werd van deelname aan het sectoraal pensioenstelsel.In dat geval kan de onderneming tevens vrijgesteld worden van deelname aan het sectoraal pensioenstelsel, indien de werkgever van de betrokken onderneming of zijn lasthouder de inrichter hiervan per aangetekend schrijven op de hoogte brengt, gestaafd met de nodige stukken : - aantonen dat de onderneming tot stand gekomen is door splitsing van een onderneming die conform artikelen 6 of 7 hierboven vrijgesteld werd van deelname aan het sectoraal pensioenstelsel; splitsing van een onderneming wordt aangetoond met dezelfde middelen als waarmee de tegenstelbaarheid van de splitsing aangetoond wordt conform de bepalingen in het Wetboek van vennootschappen ter zake; - het bestaan van een gelijkwaardig pensioenstelsel (zie 8.5.), conform het attest model d in bijlage.

De vrijstelling van deelname aan het sectoraal pensioenstelsel gaat in vanaf het eerstvolgende kwartaal na betekening; 3. Een onderneming tot stand komt door fusie van andere ondernemingen (ten gevolge van een fusie door oprichting van een nieuwe vennootschap zoals bepaald in het Wetboek van vennootschappen) waarvan minstens één die, conform artikelen 6 of 7 hierboven, vrijgesteld werd van deelname aan het sectoraal pensioenstelsel.In dat geval kan de nieuwe onderneming tevens vrijgesteld worden van deelname aan het sectoraal pensioenstelsel, indien de werkgever van de betrokken onderneming of zijn lasthouder de inrichter hiervan per aangetekend schrijven op de hoogte brengt, gestaafd met de nodige stukken : - aantonen dat de onderneming tot stand gekomen is door fusie van minstens één onderneming die conform artikelen 6 of 7 hierboven vrijgesteld werd van deelname aan het sectoraal pensioenstelsel; fusie met een onderneming wordt aangetoond met dezelfde middelen als waarmee de tegenstelbaarheid van de fusie aangetoond wordt conform de bepalingen in het Wetboek van vennootschappen ter zake; - het bestaan van een gelijkwaardig pensioenstelsel (zie 8.5.), conform het attest model d in bijlage.

De vrijstelling van deelname aan het sectoraal pensioenstelsel gaat in vanaf het eerstvolgende kwartaal na betekening; 4. De betrokken onderneming sociaal-economische banden heeft met een andere onderneming die tot een ander paritair comité behoort en deze laatste onderneming een eigen pensioenstelsel heeft dat minstens gelijkwaardig is conform de bepalingen van artikel 6 hierboven.In dat geval kan de onderneming vrijgesteld worden van deelname aan het sectoraal pensioenstelsel, indien de betrokken onderneming of zijn lasthebber de inrichter hiervan op de hoogte brengt, gestaafd met de nodige stukken : - aantonen van sociaal-economische banden; een onderneming wordt geacht sociaal-economische banden te hebben indien zij valt onder de definitie van "met een vennootschap verbonden vennootschappen", zoals bepaald in het Wetboek van vennootschappen; - het bestaan van een gelijkwaardig pensioenstelsel (zie 8.5.), conform het attest model d in bijlage.

De vrijstelling van deelname aan het sectoraal pensioenstelsel gaat in vanaf het eerstvolgende kwartaal na betekening; 5. Het pensioenstelsel bedoeld in de punten 8.1. tot en met 8.4. dient aan volgende criteria te voldoen : a) Geldig voor alle bedienden ressorterend onder het paritair comité, met dien verstande dat er, onverminderd toepassing van b) hierna, een onderscheid met betrekking tot het niveau van vaste bijdragen en/of vaste prestaties mag bestaan tussen eventuele subcategorieën van bedienden, of binnen deze subcategorieën zelf;b) Gelijkwaardig aan of beter dan het sectoraal pensioenstelsel : - voor stelsels van aanvullend pensioen van het type "vaste bijdragen" wordt de gelijkwaardigheid gemeten aan de hand van de werkgeversbijdragen zoals die in het pensioenreglement zijn bepaald. Deze dienen voor alle bedienden minimaal 0,92 pct. van het loon te bedragen, waarbij het percentage wordt gedefinieerd zoals in artikel 13 hieronder; - voor stelsels van aanvullend pensioen van het type "vaste prestaties" dient het niveau van aanvullend kapitaal of aanvullend pensioen te worden getoetst aan het theoretisch niveau, zoals dit door het sectoraal pensioenstelsel wordt gerealiseerd. Dit betekent dat, indien de toezegging is uitgedrukt in kapitaal, het aanvullend pensioenkapitaal voor de volledige loopbaan op de eindleeftijd van 65 jaar, zoals die bepaald is in het pensioenreglement, tenminste gelijk zal zijn aan 52,51 pct. van het laatste loon. Indien de toezegging is uitgedrukt als een jaarlijks pensioen, dient het aanvullend rustpensioen op de eindleeftijd van 65 jaar voor een volledige loopbaan tenminste 2,92 pct. van het laatste loon te bedragen. Indien de in het pensioenreglement voorziene eindleeftijd 60 jaar is, dienen deze percentages respectievelijk tenminste 43,79 pct. en 2,09 pct. van het laatste loon te bedragen; - voor stelsels van aanvullend pensioen met toezeggingen van het type "cash balance" wordt de gelijkwaardigheid gemeten conform de modaliteiten van het type "vaste bijdragen".

De gelijkwaardigheid met het sectoraal pensioenstelsel moet niet op elk eerder moment voorafgaand aan de in het pensioenreglement vastgelegde eindleeftijden worden gerealiseerd.

Art. 9.Fusie door overneming Wanneer verschillende ondernemingen fuseren tot één onderneming (ten gevolge van een fusie door overneming zoals bepaald in het Wetboek van vennootschappen) en één van de betrokken ondernemingen werd, conform artikelen 6 of 7 hierboven, vrijgesteld van deelname aan het sectoraal pensioenstelsel, kan de gefuseerde onderneming ervoor kiezen om als geheel vrijgesteld te worden van deelname aan het sectoraal pensioenstelsel, indien de werkgever of zijn lasthouder de inrichter hiervan per aangetekend schrijven op de hoogte brengt, gestaafd met de nodige stukken : - aantonen van de fusie met een onderneming die conform artikelen 6 of 7 hierboven vrijgesteld werd van deelname aan het sectoraal pensioenstelsel; fusie met een onderneming wordt aangetoond met dezelfde middelen als waarmee de tegenstelbaarheid van de fusie aangetoond wordt conform de bepalingen in het Wetboek van vennootschappen ter zake; - het bestaan van een gelijkwaardig pensioenstelsel (zie 8.5.), conform het attest model d in bijlage.

De vrijstelling van deelname aan het sectoraal pensioenstelsel gaat in vanaf het eerstvolgende kwartaal na betekening. HOOFDSTUK III. - Inrichter

Art. 10.Inrichter De inrichter van het sectorpensioenplan is het "Sociaal Fonds van het Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de logistiek", Brouwersvliet 33 te 2000 Antwerpen.

Art. 11.Uitvoerder van de pensioentoezegging Bij toepassing van artikel 8 van de WAP wordt als pensioeninstelling gekozen P&V Verzekeringen CBVA (voorheen ING Insurance NV), verzekeringsonderneming toegelaten door de CBFA onder codenummer 0058, met als maatschappelijke zetel Koningstraat 151 te 1210 Brussel. HOOFDSTUK IV. - Pensioenbijdrage

Art. 12.Pensioenbijdrage De totale bijdrage werd vastgesteld op 1 januari 2007 op 0,44 pct. van het loon. Per 1 januari 2009 werd de totale bijdrage verhoogd tot 0,65 pct. van het loon.

Vanaf 1 januari 2011 bedraagt de totale bijdrage 0,88 pct. van het loon.

De opgegeven bedragen zijn afgerond tot 2 cijfers na de komma.

Deze bijdrage omvat alle administratieve kosten, inclusief alle kosten aangerekend door de pensioeninstelling en de inrichter (2 pct.). Deze bijdrage bevat niet de RSZ-bijdrage voor aanvullende pensioenen noch de eventuele toepasselijke taksen.

Art. 13.Te innen bijdrage De bijdragen worden door de rijksdienst voor Sociale Zekerheid geïnd en ingevorderd ter uitvoering van artikel 7 van de wet van 7 januari 1958 betreffende de fondsen voor bestaanszekerheid.

De bijdragen te innen via de RSZ bedroegen, op 1 januari 2007, 0,46 pct. van het loon, zijnde de totale pensioenbijdrage en de eventuele toepasselijke taksen, inclusief de kosten aangerekend door de pensioeninstelling en de inrichter. Dit percentage bevat niet de RSZ-bijdrage voor aanvullende pensioenen, noch de inningskost van de RSZ. Deze bijdrage werd verhoogd per 1 januari 2009 tot 0,69 pct. van het loon en bedraagt sinds 1 januari 2011 0,92 pct. van het loon.

De opgegeven bedragen zijn afgerond tot 2 cijfers na de komma. HOOFDSTUK V. - Verzekeringscombinatie

Art. 14.Verzekeringscombinatie De bijdragen voor de pensioentoezegging worden, na afhouding van alle toepasselijke kosten en (para)fiscale lasten, aangewend in een verzekeringscombinatie Uitgesteld Kapitaal met Tegenverzekering van de Reserve (UKMTR).

De aanspraken op het aanvullend pensioen worden bepaald overeenkomstig het pensioenreglement, dat als bijlage gehecht wordt aan onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst. HOOFDSTUK VI. - Inwerkingtreding

Art. 15.Werking in de tijd van het pensioenstelsel In uitvoering van deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt het pensioenstelsel in werking vanaf 1 januari 2007.

Art. 16.Inwerkingtreding en opzeggingsmodaliteiten van de collectieve arbeidsovereenkomst Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 2018 en vervangt de collectieve arbeidsovereenkomst van 4 april 2006 tot invoering van een sectoraal aanvullend pensioenstelsel, geregistreerd op 29 mei 2006 onder het nummer 79875/CO/226 en algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 29 januari 2007, zoals gewijzigd door de collectieve arbeidsovereenkomsten van 13 september 2007 en 19 november 2009 (verhoging van de pensioenbijdrage), geregistreerd op 9 oktober 2007 respectievelijk 19 november 2009, onder het nummer 85114/CO/226 respectievelijk 95867/CO/226 en algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 18 mei 2008 respectievelijk 13 juni 2010.

Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten voor een onbepaalde duur. Zij kan door elk der partijen worden beëindigd, mits een opzegging van zes maanden wordt betekend per aangetekend schrijven, gericht aan de voorzitter van het paritair comité.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 15 juli 2018.

De Minister van Werk, K. PEETERS

Bijlage 1 aan de collectieve arbeidsovereenkomst van 6 november 2017, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de logistiek, betreffende het sectoraal aanvullend pensioenstelsel Pensioentoezegging Algemene voorwaarden 1. Definities Artikel 1.Definities Aangeslotene : De actieve aangeslotene is de werknemer die behoort tot de personeelscategorie waarvoor de inrichter een pensioentoezegging heeft ingevoerd en die aan de aansluitingsvoorwaarden van de pensioentoezegging voldoet.

De passieve aangeslotene is de gewezen werknemer die nog steeds actuele of uitgestelde rechten geniet indien hij bij zijn uittreding verkozen heeft zijn verworven reserves zonder wijziging van de pensioentoezegging bij de pensioeninstelling te laten.

De rentegenieters worden niet beschouwd als aangeslotene.

Gehuwde aangeslotene : De aangeslotene die wettelijk gehuwd is en niet gerechtelijk van tafel en bed gescheiden is of in aanleg tot echtscheiding of gerechtelijke scheiding van tafel en bed.

Wettelijk geregistreerde samenwonende aangeslotene : De aangeslotene die wettelijk geregistreerd samenwoont zoals bepaald in artikel 1475 tot en met artikel 1479 van het Burgerlijk Wetboek of, volgens gelijkaardige regelingen van buitenlands recht, wordt gelijkgesteld met een gehuwde aangeslotene.

Feitelijk samenwonende aangeslotene : De aangeslotene die niet onder de definitie van gehuwde of wettelijk geregistreerde samenwonende aangeslotene valt en op basis van een door de gemeente afgeleverd bewijs kan aantonen dat hij samenwoont met een partner in gezinsverband (gedomicilieerd op hetzelfde adres).

Alleenstaande aangeslotene : De aangeslotene die geen partner heeft in de betekenissen zoals hierboven gedefinieerd.

Begunstigde : De perso(o)n(en) in wiens voordeel de verzekerde prestaties bedongen zijn.

Benefit statement : De pensioenfiche zoals voorgeschreven in de WAP. CBFA : De Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen.

Gemeenschappelijke kas : De pensioeninstelling opgericht op basis van het koninklijk besluit van 14 november 2003 betreffende de toekenning van buitenwettelijke voordelen aan de werknemers bedoeld bij koninklijk besluit nr. 50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers en aan de personen bedoeld in artikel 32, eerste lid, 1° en 2° van het Wetboek van inkomstenbelastingen 1992, tewerkgesteld buiten een arbeidsovereenkomst en iedere latere wijziging die de bepalingen van dit koninklijk besluit vervangt en/of aanvult. Genivelleerde jaarpremies : De bedragen die op jaarbasis nodig zijn om een pensioenkapitaal of vestigingskapitaal van een pensioenrente te financieren waarbij de financiering zo berekend wordt dat het niveau van de jaarpremies over de volledige financieringsduur gelijk blijft in functie van een constant kapitaal.

Individuele pensioentoezegging : Een occasionele, niet-stelselmatige pensioentoezegging aan één werknemer en/of zijn rechthebbenden. In het geval dat de bijzondere voorwaarden bepalen dat de pensioentoezegging een individuele pensioentoezegging is, moeten in de algemene voorwaarden de woorden "groepsverzekering", "pensioenreglement", "pensioenstelsel" en "financieringsfonds" respectievelijk worden gelezen als "individuele pensioentoezeggingsverzekering", "pensioenovereenkomst", "individuele pensioentoezegging" en "technische voorzieningen".

Ingangsdatum : Datum waarop het pensioenstelsel voor de eerste keer wordt ingevoerd.

Inrichter : - De werkgever die een pensioentoezegging doet; - De rechtspersoon, paritair samengesteld, aangeduid via een collectieve arbeidsovereenkomst door de representatieve organisaties van een paritair comité of subcomité, opgericht volgens hoofdstuk III van de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, die een pensioenstelsel invoert.

Jaarlijkse aanpassingsdatum : Op deze datum worden de aanspraken van iedere aangeslotene herrekend in functie van de op dat tijdstip in aanmerking te nemen elementen voor de berekening van de aanspraken. Wijzigingen van de elementen voor de berekening van de aanspraken in de loop van een verzekeringsjaar hebben slechts uitwerking vanaf de eerstvolgende jaarlijkse aanpassingsdatum.

KB Leven : Het koninklijk besluit van 14 november 2003 betreffende de levensverzekeringen en iedere latere wijziging die de bepalingen van dit koninklijk besluit vervangt en/of aanvult.

Kind : Elke afstammeling in de eerste graad van de aangeslotene en elke afstammeling in de eerste graad van de partner van de aangeslotene die : - deel uitmaakt van het gezin en - geniet van kinderbijslag uit hoofde van de aangeslotene of de partner, inzoverre de 25ste verjaardag niet werd overschreden.

Mutatiedatum : Op deze datum worden de aanspraken van de actieve aangeslotene administratief aangepast in functie van één van volgende situaties : - Wijziging in de gezinssituatie (voor zover dit aanleiding geeft tot een wijziging in de aanspraken); - Wijziging van de tewerkstellingsgraad (arbeidsovereenkomst voor deeltijdse prestaties, gedeeltelijk tijdskrediet en andere vormen van deeltijds sociaal verlof); - Schorsing van de arbeidsovereenkomst : - naar aanleiding van opname voltijds tijdskrediet of andere vormen van voltijds sociaal verlof; - naar aanleiding van arbeidsongeschiktheid met verlies van salaris; - Halftijds brugpensioen; - Vormen van schorsing van de arbeidsovereenkomst met verlies van salaris.

De mutatiedatum is de eerste van de maand samenvallend met of volgend op één van bovenstaande gebeurtenissen. De pensioeninstelling verleent echter onmiddellijk dekking vanaf het moment van wijziging. De inrichter geeft de aanvraag tot mutatie door aan de pensioeninstelling via het wijzigingsformulier.

Partner : Worden als partner beschouwd : - de echtgeno(o)t(e) van de gehuwde aangeslotene; - de partner van de wettelijk geregistreerde samenwonende aangeslotene; - de partner van de feitelijk samenwonende aangeslotene.

Pensioeninstelling : VIVIUM, een merk van P&V Verzekeringen CVBA, verzekeringsonderneming toegelaten onder code 0058.

Pensioenreglement : Het reglement waarin de rechten en de verplichtingen van de inrichter, van de werkgever, de aangeslotenen en van hun rechthebbenden, de aansluitingsvoorwaarden en de regels inzake de uitvoering van het pensioenstelsel worden bepaald.

De algemene en de bijzondere voorwaarden van de pensioentoezegging, de algemene voorwaarden van de onthaalstructuur en het benefit statement vormen samen het pensioenreglement. De eventuele bijlagen en aanhangsels aan de bijzondere voorwaarden vormen er een integrerend bestanddeel van. De bepalingen van de bijzondere voorwaarden en de eventuele bijlagen en aanhangsels hebben echter voorrang op de algemene voorwaarden. De pensioeninstelling behoudt zich het recht voor alle niet uitdrukkelijk door de bijzondere voorwaarden voorziene kwesties te regelen in overeenstemming met de algemene voorwaarden.

Pensioenstelsel : De collectieve pensioentoezegging.

Pensioentoezegging : De toezegging van een aanvullend rust- en/of overlevingspensioen, respectievelijk kapitaal bij leven en/of kapitaal bij overlijden, door een inrichter aan één of meerdere werknemers en/of hun rechthebbenden.

Persoonlijke bijdrage : De verplichte storting door de aangeslotene voor de pensioentoezegging die wordt bijgehouden op een afzonderlijke individuele werknemersrekening voor elke aangeslotene, zijnde de persoonlijke bijdrageovereenkomst. De persoonlijke bijdrage wordt door de inrichter van het salaris van de aangeslotene afgehouden in dezelfde termijnen als deze waarin dit salaris wordt uitbetaald.

Persoonlijke bijdrageovereenkomst : De overeenkomst die met persoonlijke bijdragen wordt gefinancierd.

Premies : De werkgeversbijdragen en/of de persoonlijke bijdragen. Deze kunnen de risicopremies en de koopsommen omvatten.

Risicopremies : De bedragen die verschuldigd zijn voor de tijdelijke overlijdensverzekeringen voor de duur van het verzekeringsjaar. De risicopremies worden op de jaarlijkse aanpassingsdatum of op de mutatiedatum herrekend in functie van de leeftijd van de aangeslotene op die datum.

Stortingskoopsommen : Het bedrag dat op tijdstip t nodig is om 1/N van een pensioenkapitaal of vestigingskapitaal van een pensioenrente na aftrek van de reeds opgebouwde premievrije waarde te financieren, waarbij N gelijk is aan de duurtijd tussen tijdstipt en de einddatum van de financiering.

Tak 21 "groepsverzekeringen": De verzekeringstak waarbinnen de pensioeninstelling groepsverzekeringen beheert. De premies en de reserves binnen deze verzekeringstak genieten een rendementswaarborg. De modaliteiten van deze rendementswaarborg kunnen verschillend zijn in functie van het gekozen groepsverzekeringsproduct.

Verzekeringsjaar : De periode gaande van de jaarlijkse aanpassingsdatum van enig jaar tot en met de dag onmiddellijk voorafgaand aan de eerstvolgende jaarlijkse aanpassingsdatum. Zo het reglement beëindigd wordt tussen twee jaarlijkse aanpassingsdatums, loopt het laatste verzekeringsjaar over de periode tussen de laatste jaarlijkse aanpassingsdatum tot de beëindigingsdatum van het reglement.

Vestigingskapitaal : Het onderliggend kapitaal dat nodig is om een renteuitkering te verzekeren.

WAP : De wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid en iedere latere wijziging die de bepalingen van deze wet vervangt en/of aanvult.

Werkgeversbijdrage : - De storting door de werkgever voor de pensioentoezegging die wordt bijgehouden op een afzonderlijke individuele werkgeversrekening voor elke aangeslotene, zijnde de werkgeversbijdrageovereenkomst; - De storting door de werkgever in het financieringsfonds van de pensioentoezegging.

Werkgeversbijdrageovereenkomst : De overeenkomst die met werkgeversbijdragen wordt gefinancierd.

Werknemer : De persoon die in uitvoering van een arbeidsovereenkomst is tewerkgesteld.

Wijzigingsdatum : De datum waarop het pensioenstelsel gewijzigd wordt. 2. De werkingsprincipes Art.2. Voorwerp van het pensioenstelsel Het pensioenstelsel heeft als voorwerp, mits betaling van de premies door de inrichter, het waarborgen van de betaling aan de aangeslotene of aan de begunstigde van de prestaties, zoals bepaald in de bijzondere voorwaarden.

Art. 3.Resultaatsverbintenis van de pensioeninstelling Voor de financiering van de pensioentoezegging heeft de inrichter bij de pensioeninstelling een groepsverzekering afgesloten. De pensioeninstelling gaat een resultaatsverbintenis aan vermits zij zich verbindt om voor de aan haar betaalde premies de volgens het tarief dat op de pensioentoezegging van toepassing is, overeenstemmende prestatie te verlenen.

Het tarief wordt bij het onderschrijven van de pensioentoezegging vastgesteld. Nochtans is - voor zover het gaat om een verzekering met flexibele premies - geen enkel tarief gewaarborgd voor toekomstige premies. In dat geval wordt het tarief dat op de dag van de betaling van toepassing is, toegepast.

Art. 4.Grondslagen van de werkgevers- en de persoonlijke bijdrageovereenkomst Het pensioenstelsel is onderworpen aan de wettelijke en reglementaire bepalingen die voor de levensverzekering gelden. De werkgeversbijdrageovereenkomst en de persoonlijke bijdrageovereenkomst worden opgesteld op basis van de inlichtingen die door de inrichter en de aangeslotene in alle oprechtheid en zonder verzwijging zijn verstrekt om de pensioeninstelling in te lichten over de risico's die ze ten laste neemt. De pensioeninstelling kan alle inlichtingen eisen die zij nodig acht met inachtneming van de vigerende wetgeving.

Evenwel, vanaf de aansluiting ziet de pensioeninstelling af van het aanvoeren van de nietigheid van de pensioentoezegging van een aangeslotene uit hoofde van de te goeder trouw geschiede verzwijgingen of onjuiste verklaringen.

Fraude, opzettelijke verzwijging(en) en/of opzettelijke onjuiste verklaring(en) hebben de nietigheid van de werkgeversbijdrageovereenkomst(en) en/of de persoonlijke bijdrageovereenkomst(en) tot gevolg.

Bij onnauwkeurigheid in verband met de geboortedatum en het geslacht van de aangeslotene en/of de begunstigde indien de pensioentoezegging in een overdraagbare aanvullende pensioenrente voorziet, worden de prestaties aangepast rekening houdend met de juiste gegevens.

De aangeslotene is verplicht onmiddellijk mededeling aan de inrichter te doen van iedere wijziging in de gezinssituatie of van de burgerlijke staat die aanleiding kan geven tot een aanpassing van de verzekerde prestaties of de begunstiging bij overlijden. De pensioeninstelling heeft het recht te eisen dat dergelijke wijzigingen gestaafd worden door officiële stukken. De aangeslotene draagt de volle verantwoordelijkheid voor de volledigheid en juistheid van de door hem verstrekte inlichtingen.

Art. 5.Begin en einde van de aansluiting De aansluiting geschiedt ten vroegste op de ingangsdatum bij opstart van het pensioenstelsel of op de wijzigingsdatum bij latere wijzigingen van het pensioenstelsel.

Voor de aangeslotenen die op de ingangsdatum van het pensioenstelsel worden aangesloten, gaat de verzekering in na de eerste premiebetaling.

Voor latere aansluitingen of aanpassingen gaat de persoonlijke en/of de werkgeversbijdrageovereenkomst in op de datum van aansluiting, respectievelijk de wijzigingsdatum vermeld in de bijzondere voorwaarden.

De administratieve aansluiting gebeurt op de eerste van de maand samenvallend met of volgend op de datum waarop de werknemer aan de gestelde voorwaarden voldoet. De overlijdensdekking gaat in vanaf de datum waarop de aansluitingsvoorwaarden vervuld zijn.

Een werknemer van 25 jaar of ouder wordt onmiddellijk in de pensioentoezegging opgenomen indien hij tot de betrokken personeelscategorie behoort.

Aansluiting is verplicht voor de werknemers aangeworven door de inrichter na de ingangsdatum of wijzigingsdatum, voor zover zij behoren tot de personeelscategorie en aan de aansluitingsvoorwaarden voldoen.

Indien de arbeidsovereenkomst van een werknemer geschorst is op het ogenblik dat hij voldoet aan de aansluitingsvoorwaarden, wordt zijn aansluiting uitgesteld tot de eerste van de maand samenvallend met of volgend op de datum van gedeeltelijke of gehele werkhervatting.

De aansluiting wordt beëindigd op : - de eerste van de maand samenvallend met of volgend op de dag waarop de aangeslotene niet langer aan de definitie van aangeslotene en/of aan de aansluitingsvoorwaarden voldoet en zijn verworven reserves de pensioentoezegging verlaten hebben; - de eerste van de maand samenvallend met of volgend op de dag waarop de aangeslotene de dienst van de inrichter vóór de einddatum verlaat en zijn verworven reserves de pensioentoezegging verlaten hebben; - de einddatum, zijnde de eerste van de maand volgend op de verjaardag van de aangeslotene zoals bepaald in de bijzondere voorwaarden; - de datum van het overlijden van de aangeslotene vóór de einddatum.

Art. 6.Verdaging van de einddatum Verdaging betekent dat de einddatum telkens met één jaar (verdagingsjaar) uitgesteld wordt indien de aangeslotene die de einddatum bereikt heeft in dienst van de inrichter blijft. Dit jaarlijkse uitstel van de einddatum geldt maximaal tot 5 jaar na de oorspronkelijke einddatum en uiterlijk tot de 65ste verjaardag.

De aangeslotene kan de einddatum of de reeds uitgestelde einddatum niet met één jaar uitstellen indien hij op de dag van het ingaan van het verdagingsjaar : - volledig arbeidsongeschikt is, of - indien zijn arbeidsovereenkomst op dat ogenblik geschorst is, of - indien de aangeslotene wegens een sociale maatregel een tewerkstellingsgraad van 0 pct. geniet.

Indien de aangeslotene gedeeltelijk arbeidsongeschikt is op het ogenblik dat hij de einddatum of de reeds uitgestelde einddatum bereikt heeft, speelt de verdaging enkel op zijn aanspraken die betrekking hebben op zijn gedeeltelijke tewerkstelling.

Art. 7.Verschuldigdheid en betaling van de premies en de taksen De premies zijn verschuldigd op de datum bepaald in de bijzondere voorwaarden.

Ingang van de verschuldigdheid van de premies per aangeslotene : - de premies zijn verschuldigd vanaf de administratieve aansluiting voor de respectievelijke aanspraken; - indien de aansluiting in de loop van een verzekeringsjaar geschiedt, is er voor dat jaar een pro rato van de premies verschuldigd.

Wijziging en beëindiging van de verschuldigdheid van de premies : - bij wijziging van de aanspraken, respectievelijk de berekeningselementen gaat de verschuldigdheid van de nieuwe premies in op de jaarlijkse aanpassingsdatum, respectievelijk de mutatiedatum; - bij uittreding stopt de verschuldigdheid van de premies op de eerste van de maand samenvallend met of volgend op de uittreding; - wanneer de aangeslotene de einddatum bereikt, wordt de verschuldigdheid van de premies beëindigd op de einddatum; - bij overlijden van de aangeslotene stopt de verschuldigdheid van de premies op het ogenblik bepaald in de bijzondere voorwaarden.

De taksen op de premies zijn door de inrichter aan de pensioeninstelling verschuldigd samen met de premies waarop ze betrekking hebben.

De inrichter betaalt de premies en de taksen aan de pensioeninstelling via de verschillende bank- of postrekeningen van de pensioeninstelling of in handen van de personen gelast met het innen van het bedrag, doch enkel tegen kwijtschriften uitgaande van de pensioeninstelling.

Art. 8.Betaling van de prestaties bij leven Indien de bijzondere voorwaarden de uitkering van een pensioenkapitaal voorzien : Het pensioenkapitaal is betaalbaar bij leven van de aangeslotene op de einddatum en wordt indien nodig door de inrichter aangevuld tot de bedragen gewaarborgd door de van toepassing zijnde wetgeving.

De pensioeninstelling betaalt dit kapitaal rechtstreeks aan de aangeslotene binnen de 30 dagen na ontvangst van de door hem ondertekende kwijting en de door de pensioeninstelling opgevraagde stukken.

De pensioeninstelling heeft het recht bij de uitkering een bewijs van leven te vragen van de aangeslotene en ze heeft het recht de hierboven genoemde stukken als haar eigendom te behouden.

Indien de bijzondere voorwaarden de uitkering van een pensioenrente voorzien : De pensioenrente is bij leven van de aangeslotene op de einddatum betaalbaar vanaf die datum en wordt door de inrichter verhoogd indien de verworven reserves van de aangeslotene moeten aangevuld worden op basis van de van toepassing zijnde wetgeving.

De pensioeninstelling betaalt de pensioenrente rechtstreeks aan de aangeslotene. Vanaf uitkering van de eerste rente wordt de aangeslotene een rentegenieter.

De prestaties worden uitgekeerd in de vorm van een rente nadat de aangeslotene de door de pensioeninstelling opgevraagde stukken aan de pensioeninstelling heeft laten geworden. De eerste uitkering gebeurt binnen de 30 dagen na ontvangst van de door de pensioeninstelling opgevraagde stukken.

De pensioeninstelling mag op elk ogenblik nieuwe bewijsstukken vragen in welk geval de voorgaande procedure opnieuw van toepassing wordt.

Indien voorzien wordt in overdraagbaarheid van de rente bij overlijden van de rentegenieter aan zijn partner, dan gebeurt dit volgens de modaliteiten beschreven in de bijzondere voorwaarden. De partner kan deze rente niet omzetten in een éénmalig kapitaal. De persoon die op of na de einddatum of de vroegere datum van uittreding partner wordt, kan geen aanspraak maken op deze rente.

De pensioeninstelling maakt een rentebrevet op en heeft het recht een bewijs van leven te vragen van de aangeslotene en een bewijs van hoedanigheid van partner indien in overdraagbaarheid van de rente is voorzien.

De aangeslotene kan op de einddatum de éénmalige uitkering van het vestigingskapitaal van de pensioenrente vragen indien deze mogelijkheid in de bijzondere voorwaarden wordt voorzien. De pensioeninstelling betaalt dit kapitaal rechtstreeks aan de aangeslotene binnen de 30 dagen na ontvangst van de door hem ondertekende kwijting opgemaakt en de door de pensioeninstelling opgevraagde stukken. Door opname van het kapitaal vervalt voor de aangeslotene het recht op de pensioenrente en voor de eventuele partner het recht op de overdraagbaarheid van deze pensioenrente indien in overdraagbaarheid van de rente is voorzien.

De pensioeninstelling heeft het recht de hierboven genoemde stukken als haar eigendom te behouden.

Zowel voor de uitkering in de vorm van kapitaal als rente geldt dat voor de vertraging in de uitkering van de door de pensioeninstelling verschuldigde bedragen - doordat deze bedragen niet zijn opgevorderd, de stukken niet volledig of niet in orde zijn, of in het algemeen ten gevolge van een omstandigheid onafhankelijk van de wil van de pensioeninstelling - er geen intrest door haar wordt vergoed.

Art. 9.Betaling van de prestaties bij overlijden Indien de bijzondere voorwaarden de uitkering van een kapitaal overlijden voorzien : Het kapitaal overlijden is betaalbaar op de datum van overlijden van de aangeslotene vóór de einddatum en wordt rechtstreeks aan de begunstigde uitgekeerd.

De pensioeninstelling betaalt dit kapitaal rechtstreeks aan de begunstigde binnen de 30 dagen na ontvangst van de door hem ondertekende kwijting en de door de pensioeninstelling opgevraagde stukken.

De pensioeninstelling heeft het recht bij de uitkering een bewijs van leven te vragen van de begunstigde en ze heeft het recht de hierboven genoemde stukken als haar eigendom te behouden.

De begunstiging bij overlijden wordt bepaald met de volgende voorrangsorde : - de partner; - bij ontstentenis, de descendenten in de eerste graad van de aangeslotene of - bij plaatsvervulling - hun afstammelingen; - bij ontstentenis, de ascendenten in de eerste graad van de aangeslotene; - bij ontstentenis, de wettelijke erfgenamen van de aangeslotene, met uitsluiting van de Staat; - bij ontstentenis, het "financieringsfonds" van deze pensioentoezegging.

Indien door bovenstaande rangorde meer dan één begunstigde aangeduid wordt, wordt het kapitaal overlijden evenredig verdeeld over de verschillende begunstigden.

De aangeslotene kan mits melding aan de pensioeninstelling van bovenstaande rangorde afwijken of hij kan een begunstigde bij naam aanduiden waarvan akte wordt genomen in het "benefit statement".

Indien de afwijking een aanduiding betreft anders dan de persoon met wie de aangeslotene gehuwd is of de descendenten in de eerste graad van de aangeslotene, dan moet de melding schriftelijk bevestigd worden met een handtekening van de persoon met wie de aangeslotene gehuwd is.

Indien er meerdere begunstigden worden aangeduid, ontvangen zij ieder de opeisbare prestaties volgens de begunstigingsclausule waarvan akte wordt genomen in het "benefit statement". Evenwel, wanneer de partner en de descendenten in de eerste graad al of niet bij naam gezamenlijk als begunstigden worden aangeduid, komen de opeisbare prestaties voor de helft toe aan de partner en voor de andere helft - in gelijke delen - aan de descendenten in de eerste graad. Wanneer de descendenten in de eerste graad niet bij naam als begunstigden worden aangeduid, komen de prestaties toe aan de personen die bij hun opeisbaarheid deze hoedanigheid hebben. Afstammelingen in de rechte lijn van een vooroverleden descendent in de eerste graad komen bij plaatsvervulling op.

De aangeslotene heeft, overeenkomstig de hierboven vermelde bepalingen, het recht één of meer begunstigden aan te wijzen. Het bewijs van het recht van de begunstigde wordt geleverd overeenkomstig artikel 10 van de wet op de landverzekeringsovereenkomst. De pensioeninstelling is van iedere verbintenis bevrijd door de uitkering die zij te goeder trouw aan de begunstigde heeft gedaan voordat zij enig geschrift heeft ontvangen waarbij de aanwijzing wordt gewijzigd.

Indien de bijzondere voorwaarden de uitkering van een overlevingsrente voorzien : Het vestigingskapitaal van de overlevingsrente wordt bij overlijden van de aangeslotene vóór de einddatum omgezet in een overlevingsrente op basis van volgende berekeningselementen : - de parameters in functie van de tariefgrondslagen; - de periodiciteit van de rente-uitkering; - het geslacht van de partner en zijn leeftijd op de datum van uitkering.

De overlevingsrente is betaalbaar aan de partner vanaf de datum van overlijden van de aangeslotene. De pensioeninstelling keert deze rente rechtstreeks uit aan de partner volgens de termijnen bepaald in de bijzondere voorwaarden. De eerste uitkering gebeurt binnen de 30 dagen na ontvangst van de door de pensioeninstelling opgevraagde stukken. De pensioeninstelling mag op elk ogenblik nieuwe bewijsstukken vragen in welk geval de voorgaande procedure opnieuw van toepassing wordt.

Vanaf uitkering van de rente wordt de partner een rentegenieter. De pensioeninstelling maakt een rentebrevet op en heeft het recht een bewijs van leven te vragen van de overlevende partner en een bewijs van hoedanigheid van partner.

De partner kan op het moment van betaalbaarheid van de eerste overlevingsrente om de éénmalige uitkering van het vestigingskapitaal van de overlevingsrente vragen. De pensioeninstelling betaalt dit kapitaal rechtstreeks aan de partner binnen de 30 dagen na ontvangst van de door hem ondertekende kwijting en de door de pensioeninstelling opgevraagde stukken. Door opname van het kapitaal vervalt voor de partner het recht op de overlevingsrente.

De pensioeninstelling heeft het recht de hierboven genoemde stukken als haar eigendom te behouden.

Indien de bijzondere voorwaarden de uitkering van een wezenrente voorzien : Het vestigingskapitaal van de wezenrente wordt bij overlijden van de aangeslotene vóór de einddatum omgezet in een wezenrente op basis van de volgende berekeningselementen : - de parameters in functie van de tariefgrondslagen; - de eindleeftijd tot wanneer de wezenrente uitgekeerd wordt; - de periodiciteit van de rente-uitkering; - het geslacht van het kind en zijn leeftijd op de datum van uitkering.

De wezenrente is betaalbaar aan elk kind vanaf de datum van overlijden van de aangeslotene. De pensioeninstelling keert deze rente rechtstreeks uit aan elk kind in maandelijkse termijnen op het einde van elke termijn tot en met de termijn bepaald in de bijzondere voorwaarden. De eerste uitkering gebeurt binnen de 30 dagen na ontvangst van de door de pensioeninstelling opgevraagde stukken. De pensioeninstelling mag op elk ogenblik nieuwe bewijsstukken vragen in welk geval de voorgaande procedure opnieuw van toepassing wordt.

Vanaf uitkering van de rente wordt het kind een rentegenieter. Deze rente kan niet omgezet worden in een éénmalig wezenkapitaal. De pensioeninstelling maakt een rentebrevet op en heeft het recht bij de uitkeringen een bewijs van leven te vragen van het kind en een bewijs van hoedanigheid van kind.

De pensioeninstelling heeft het recht de hierboven genoemde stukken als haar eigendom te behouden.

Zowel voor de uitkering in de vorm van kapitaal als rente geldt dat voor de vertraging in de uitkering van de door de pensioeninstelling verschuldigde bedragen - doordat deze bedragen niet zijn opgevorderd, de stukken niet volledig of niet in orde zijn, of in het algemeen ten gevolge van een omstandigheid onafhankelijk van de wil van de pensioeninstelling - er geen intrest door haar wordt vergoed.

Art. 10.Aanvaarding van de begunstiging Elke begunstigde mag de begunstiging aanvaarden mits akkoord van de inrichter. Aanvaarding geschiedt door een geschrift met de handtekening van de begunstigde, de inrichter, de aangeslotene en de pensioeninstelling.

De aanvaarding van de begunstiging heeft, tenzij in die gevallen waarin de wet herroeping toestaat, als gevolg dat de latere wijziging van de begunstiging, de afkoop of de reserveoverdracht, de inpandgeving en de opname van een voorschot slechts mogelijk zijn mits de schriftelijke toestemming van de aanvaardende begunstigde. Deze toestemming is eveneens vereist voor elke wijziging die een vermindering impliceert van de prestaties die ten gunste van de aanvaardende begunstigde verzekerd zijn door reeds betaalde premies.

De aanvaarding van de begunstiging heeft tot gevolg dat de bepalingen betreffende de begunstiging die afbreuk doen aan de rechten van de aanvaardende begunstigde zonder gevolg blijven.

Art. 11.Winstdeelname De pensioentoezeggingen nemen kosteloos deel in de winst, in de categorie van de verzekeringscontracten, gemaakt volgens door de pensioeninstelling bepaalde regels die meegedeeld worden aan de CBFA. Het winstdeelnameplan wordt ter beschikking van het publiek gesteld op de zetel van de vestiging van de pensioeninstelling waar de pensioenovereenkomst werd afgesloten.

De werkgeversbijdrageovereenkomst en de persoonlijke bijdrageovereenkomst delen in de winsten "leven" gemaakt door de pensioeninstelling in de tak 21 "groepsverzekeringen".

De pensioeninstelling kent op de tijdelijke overlijdensverzekeringen een winstdeelname "overlijden" toe, gemaakt door de pensioeninstelling in de tak 21 "groepsverzekeringen".

De pensioeninstelling kent op de reserves in het financieringsfonds een winstdeelname "financieringsfonds" toe, gemaakt door de pensioeninstelling in de tak 21 "groepsverzekeringen".

De toegekende winstdeelname wordt verdeeld over de werkgeversbijdrageovereenkomst en persoonlijke bijdrageovereenkomst en het financieringsfonds pro rata de verhouding van de respectievelijke reserves.

Indien de pensioentoezegging opgezegd is in het kader van een overdracht van de reserves naar een andere pensioeninstelling, wordt gedurende de periode van de opzegging geen winstdeelname toegekend.

Art. 12.Verworven prestaties en verworven reserves De verworven prestaties zijn de prestaties waarop de aangeslotene aanspraak kan maken op de einddatum voor zover zijn reserves in deze pensioentoezegging blijven en niet overgedragen zijn naar een onthaalstructuur, een andere pensioeninstelling, een gemeenschappelijke kas of niet afgekocht zijn.

Indien het een pensioentoezegging betreft van het type vaste bijdragen : De verworven prestaties worden bekomen door de reserves op de werkgeversbijdrageovereenkomst en de persoonlijke bijdrageovereenkomst in functie van de verzekeringscombinatie en de leeftijd van de aangeslotene op de jaarlijkse aanpassingsdatum, respectievelijk mutatiedatum te kapitaliseren in functie van de tariefgrondslagen.

De verworven reserves zijn de reserves op een bepaald ogenblik waarop de aangeslotene recht heeft overeenkomstig de pensioentoezegging. De verworven reserves zijn gelijk aan het bedrag dat zich op dat ogenblik op de werkgeversbijdrageovereenkomst en de persoonlijke bijdrageovereenkomst van de aangeslotene bevindt.

Indien het een pensioentoezegging betreft van het type vaste prestaties : De verworven prestaties zijn gelijk aan het tijdsevenredig pensioenkapitaal of vestigingskapitaal van de pensioenrente, gerekend op basis van de elementen voor de berekening van toepassing op de laatste jaarlijkse aanpassingsdatum of de latere mutatiedatum.

In geen geval kunnen de verworven prestaties lager zijn dan de gekapitaliseerde waarde op de einddatum van de op de werkgeversbijdrageovereenkomst en op de persoonlijke bijdrageovereenkomst verworven wiskundige reserves, waarbij de kapitalisatie gebeurt in functie van de tariefgrondslagen.

De verworven reserves zijn de actuele waarde van de verworven prestaties en worden conform de wettelijke bepalingen hieromtrent berekend, waarbij de actualisatieregels gelijk zijn aan deze opgelegd voor de berekening van de minimumreserve. Indien in de bijzondere voorwaarden een afwijkende regel wordt vastgelegd voor de berekening van de verworven prestaties of de verworven reserves en deze regel een hoger resultaat geeft dan de hiervoor vermelde bepalingen, heeft de afwijkende regel voorrang op de hiervoor vermelde wettelijke bepaling.

Bepalingen ongeacht het type pensioentoezegging : De reserves (inclusief de winstdeelnamereserves) opgebouwd door middel van werkgeversbijdragen zijn pas na één jaar aansluiting bij de pensioentoezegging verworven door de aangeslotene. In het geval de aangeslotene uittreedt vóór het einde van het eerste jaar van zijn aansluiting, worden de reserves op de werkgeversbijdrageovereenkomst in het financieringsfonds van de pensioentoezegging gestort. Voor het bepalen van de termijn van aansluiting wordt rekening gehouden met de effectieve datum van aansluiting en de effectieve datum van uittreding en niet met de administratieve verwerking ervan volgens het principe van de 1ste van de maand volgend op de gebeurtenis. Wanneer de pensioentoezegging een vorige pensioentoezegging vervangt, wordt er met de oorspronkelijke aansluitingsdatum rekening gehouden.

De reserves (inclusief de winstdeelnamereserves) opgebouwd door middel van persoonlijke bijdragen zijn onmiddellijk verworven door de aangeslotene.

Indien de aangeslotene opteert om verworven reserves opgebouwd tijdens de tewerkstelling bij een vorige werkgever over te dragen naar de pensioentoezegging bij de huidige pensioeninstelling, dan kunnen deze overgedragen reserves nooit op de werkgeversbijdrageovereenkomst en/of de persoonlijke bijdrageovereenkomst worden geplaatst, maar worden zij steeds in de onthaalstructuur - verbonden met de pensioentoezegging - ondergebracht.

Art. 13.Uittreding Uittreding is, hetzij de beëindiging van de arbeidsovereenkomst tussen de aangeslotene en de inrichter anders dan door overlijden of pensionering, hetzij de overgang van een werknemer in het kader van een overgang van een onderneming, van een vestiging of van een deel van een onderneming of een vestiging, naar een andere onderneming of naar een andere vestiging, als gevolg van een conventionele overdracht of een fusie, waarbij het pensioenstelsel van de werknemer niet wordt overgedragen.

Bij uittreding van een aangeslotene is de inrichter ertoe gehouden uiterlijk binnen de 30 dagen de pensioeninstelling hiervan schriftelijk in kennis te stellen. De pensioeninstelling deelt uiterlijk binnen de 30 dagen na de hiervoor vermelde kennisgeving de volgende gegevens mee aan de inrichter door middel van de uittredingsbrief : - het bedrag van de verworven reserves, zo nodig aangevuld tot de bedragen gewaarborgd door de van toepassing zijnde wetgeving; - het bedrag van de verworven prestaties; - de verschillende keuzemogelijkheden bij uittreding met vermelding of de overlijdensdekking al dan niet behouden blijft.

De inrichter stelt de aangeslotene onmiddellijk in kennis van de door de pensioeninstelling meegedeelde gegevens.

Bij uittreding worden de verworven reserves en prestaties berekend op basis van de wettelijke bepalingen en de elementen voor de berekening van de aanspraken die van toepassing zijn op de laatste jaarlijkse aanpassings- of mutatiedatum vóór de uittreding.

Op het ogenblik van de uittreding wordt geen enkele vergoeding of verlies van winstdeelname ten laste gelegd van de aangeslotene of van de verworven reserves afgetrokken.

De inrichter is ertoe gehouden bij de uittreding de eventuele tekorten van de verworven reserves aan te zuiveren. Deze eventuele aanvulling zal om fiscale redenen steeds beschouwd worden als een werkgeversbijdrage.

Bij de uittreding van de aangeslotene zullen de in de vorige paragraaf gedefinieerde verworven reserves zo nodig door de inrichter aangevuld worden tot de bedragen gewaarborgd door de van toepassing zijnde wetgeving. Deze eventuele aanvulling zal door de inrichter in het financieringsfonds van deze pensioentoezegging gestort worden indien niet voldoende fondsen aanwezig zijn of indien de aanwezige fondsen andere verbintenissen van de inrichter dekken. Pas van zodra de passieve aangeslotene de beslissing bekend maakt dat hij zijn verworven reserves naar een onthaalstructuur buiten deze pensioentoezegging of naar een andere pensioeninstelling wenst te transfereren, zal het op dat ogenblik geldende eventuele tekort ten opzichte van de gegarandeerde bedragen aangezuiverd worden op de werkgeversbijdrageovereenkomst.

Bij uittreding heeft de aangeslotene de volgende keuzemogelijkheden met betrekking tot de verworven reserves, zo nodig aangevuld tot de bedragen gewaarborgd door de van toepassing zijnde wetgeving : - bij deze pensioeninstelling laten zonder wijziging van de pensioentoezegging; - in de onthaalstructuur gekoppeld aan dit pensioenreglement onderbrengen; - overdragen naar de pensioeninstelling van de nieuwe werkgever met wie hij een arbeidsovereenkomst heeft gesloten, indien hij wordt aangesloten bij de pensioentoezegging van die werkgever; - overdragen naar een pensioeninstelling die de totale winst onder de aangeslotenen in verhouding tot hun reserves verdeelt en de kosten beperkt volgens de regels vastgesteld door de Koning.

De aangeslotene moet zijn keuze binnen de 30 dagen na de kennisgeving door de inrichter schriftelijk meedelen aan de pensioeninstelling. Na ontvangst van de keuze van de aangeslotene voert de pensioeninstelling de keuze van de aangeslotene uit binnen de 30 dagen. Wanneer de aangeslotene deze termijn heeft laten verstrijken, wordt hij verondersteld te hebben gekozen voor de mogelijkheid om zijn verworven reserves bij de pensioeninstelling te laten zonder wijziging van de pensioentoezegging.

De overdrachten worden beperkt tot het gedeelte van de verworven reserves waarop geen voorschot of inpandgeving werd gedaan of dat niet werd toegewezen in het kader van de wedersamenstelling van een hypothecair krediet.

Indien er eventuele aanvaardende begunstigde(n) en/of perso(o)n(en) zijn aan wie de rechten op de pensioentoezegging werden overgedragen, is er bij overdracht van de verworven reserves schriftelijke toestemming vereist van deze begunstigde(n) en/of perso(o)n(en). In geval van beslag wordt geen overdracht toegestaan.

De in de pensioentoezegging met risicopremies gefinancierde tijdelijke overlijdensverzekeringen worden verdergezet tot de eerste van de maand samenvallend met of volgend op de dag dat de aangeslotene zijn keuze bij uittreding heeft bekend gemaakt en uiterlijk tot de 90ste dag na uittreding.

De aangeslotene heeft bij uittreding de mogelijkheid om door middel van vrijwillige persoonlijke stortingen de premiebetaling geheel of gedeeltelijk persoonlijk verder te zetten onder de vorm van een "persoonlijke overeenkomst". Dit is een individuele overeenkomst afgesloten door de aangeslotene en op basis van facultatieve premies conform de bepalingen in de algemene voorwaarden. Deze persoonlijke overeenkomst is niet in de pensioentoezegging van de inrichter inbegrepen.

Indien de persoonlijke verderzetting of het behoud van de verworven reserves in de vorm van een premievrije verzekering volgens één van de hierboven bepaalde mogelijkheden leidt tot een verhoging van de overlijdensverzekeringen, kan de pensioeninstelling medische formaliteiten vragen indien dit toegelaten wordt door de van toepassing zijnde wetgeving.

Art. 14.Vervroegde vereffening De aangeslotene heeft het recht op de uitbetaling van zijn verworven reserves op de einddatum.

Vervroegde vereffening is het opnemen van de pensioenreserves door de aangeslotene vóór de einddatum.

Vervroegd vereffenen is ten vroegste mogelijk vanaf het ogenblik waarop de aangeslotene de leeftijd van 60 jaar heeft bereikt en in zoverre het dienstverband met de werkgever op dat ogenblik werd beëindigd.

De vervroegd uit te betalen prestaties worden bepaald door de theoretische afkoopwaarde van de werkgeversbijdrageovereenkomst en persoonlijke bijdrageovereenkomst. De theoretische afkoopwaarde wordt voor 100 pct. aangewend in geval van vereffening in rente of kapitaal, voor zover de aangeslotene zijn voornemen tot vervroegde vereffening ten minste 6 maanden op voorhand aan de pensioeninstelling heeft meegedeeld.

Art. 15.Recht op omvorming van een kapitaal in rente voor werknemers Indien de pensioentoezegging voorziet in de betaling van een kapitaal op de einddatum, heeft de aangeslotene (of de begunstigde bij overlijden van de aangeslotene vóór de einddatum) het recht om aan de inrichter de omvorming in een rente te vragen indien de rente bij aanvang van de uitkering groter is dan 500,00 EUR per jaar. Het bedrag van 500,00 EUR wordt geïndexeerd volgens de bepalingen die voorzien zijn in de WAP. Indien de rente op verzoek van de aangeslotene gevestigd wordt door rechtstreekse omvorming van de in de toezegging voorziene kapitaalsuitkering, dan zal het bedrag van de rente bepaald worden op basis van het verzekerde kapitaal en de berekeningswijze vastgelegd door de wetgeving en reglementering van toepassing op de aanvullende pensioenen. De pensioeninstelling heeft hierbij het recht een tijdelijke rente uit te keren, volgens de duurtijd en modaliteiten bepaald in het technisch dossier.

Indien het in de pensioentoezegging voorziene kapitaal lager is dan het vestigingskapitaal om de rente, zoals bepaald in de vorige alinea, te financieren, dan is de verplichting van de pensioeninstelling beperkt tot het in de pensioentoezegging voorziene kapitaal terwijl de inrichter verantwoordelijk is voor het verschil.

Het in de vorige alinea bedoelde vestigingskapitaal wordt berekend volgens het gangbare commerciële tarief van de pensioeninstelling aan de hand van de tariefgrondslagen, methodes voor de berekening en de productkenmerken van de rente, die zijn opgenomen in haar technisch dossier zoals bedoeld wordt in het KB Leven.

Ter financiering van het eventuele verschil zal de pensioeninstelling aan de inrichter een éénmalige koopsom aanrekenen. Die éénmalige koopsom wordt berekend aan de hand van de door de pensioeninstelling gehanteerde tariefgrondslagen, methodes voor de berekening en productkenmerken.

De pensioeninstelling heeft steeds de mogelijkheid een gemeenschappelijke kas aan te duiden die belast wordt met de uitkering van de rente.

Art. 16.Bepaling van aanspraken en/of persoonlijke bijdragen van actieve aangeslotenen die niet voltijds tewerkgesteld zijn Aangeslotene met een arbeidsovereenkomst voor deeltijdse prestaties : a) Aanspraken en/of persoonlijke bijdragen bepaald volgens het principe "vaste bijdragen" : - voor salarisgebonden aanspraken en/of persoonlijke bijdragen gebeurt de berekening op basis van het salaris dat overeenstemt met voltijdse prestaties.De berekende aanspraken en/of persoonlijke bijdragen worden vervolgens proportioneel herleid in functie van de tewerkstellingsgraad; - forfaitaire aanspraken en/of forfaitaire persoonlijke bijdragen worden proportioneel herleid in functie van de tewerkstellingsgraad; b) Aanspraken bepaald volgens het principe "vaste prestaties" : - voor salarisgebonden aanspraken gebeurt de berekening op basis van het salaris dat overeenstemt met voltijdse prestaties.Indien de aanspraken afhankelijk zijn van het aantal pensioenjaren, dan worden voor het bepalen van het aantal pensioenjaren perioden van deeltijdse tewerkstelling herleid in functie van de tewerkstellingsgraad die tijdens deze perioden van toepassing was. De som van voltijdse en herleidde deeltijdse dienstjaren en -maanden wordt beperkt tot het maximaal in aanmerking te nemen pensioenjaren. Indien de aanspraken niet afhankelijk zijn van het aantal pensioenjaren, dan worden ze proportioneel herleid in functie van de tewerkstellingsgraad; - voor forfaitaire aanspraken die afhankelijk zijn van het aantal pensioenjaren, worden voor het bepalen van het aantal pensioenjaren perioden van deeltijdse tewerkstelling herleid in functie van de tewerkstellingsgraad die tijdens deze perioden van toepassing was. De som van voltijdse en herleidde deeltijdse dienstjaren en -maanden wordt beperkt tot het maximaal in aanmerking te nemen pensioenjaren.

Forfaitaire aanspraken onafhankelijk van pensioenjaren worden proportioneel herleid in functie van de tewerkstellingsgraad.

Opname van tijdskrediet en andere vormen van sociaal verlof : Voor alle vormen van : - tijdskrediet; - ouderschapsverlof; - verlof voor verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid; - verlof voor palliatieve zorgen, of - elke andere wettelijk geregelde vorm van sociaal verlof waarbij voorzien wordt dat deze perioden wat betreft de Belgische sociale zekerheid gelijkgesteld worden met perioden van voltijdse arbeidsprestaties, worden de aanspraken en/of persoonlijke bijdragen als volgt bepaald : - gedurende de eerste drie maanden gerekend vanaf de mutatiedatum, worden de aanspraken en/of persoonlijke bijdragen verder bepaald als zou de tewerkstellingsgraad van de aangeslotene ongewijzigd gebleven zijn; - vanaf de vierde maand, gerekend vanaf de mutatiedatum, gelden volgende bepalingen : - in geval van voltijds tijdskrediet of voltijds sociaal verlof : de verschuldigdheid van de premies wordt stopgezet, tijdelijke overlijdensverzekeringen worden beëindigd en de werkgeversbijdrageovereenkomst en persoonlijke bijdrageovereenkomst worden gereduceerd.

Bij werkhervatting zijn vanaf de 1ste van de maand samenvallend met of volgend op de datum van werkhervatting de premies opnieuw verschuldigd en worden de aanspraken en/of persoonlijke bijdragen berekend in functie van de tewerkstellingsgraad van de aangeslotene, waarbij perioden van voltijdse werkonderbreking gelijkgesteld worden met een tewerkstellingsgraad gelijk aan 0; - In geval van deeltijds tijdskrediet of deeltijds sociaal verlof : de aanspraken en/of persoonlijke bijdragen worden bepaald in overeenstemming met de procedure hiervoor omschreven onder "aangeslotene met een arbeidsovereenkomst voor deeltijdse prestaties".

Halftijds brugpensioen of deeltijds tijdskrediet voor de aangeslotene ouder dan 50 jaar : In tegenstelling tot de hiervoor omschreven bepalingen worden voor de aangeslotene die op halftijds brugpensioen gaat en voor de aangeslotene ouder dan 50 jaar die deeltijds tijdskrediet opneemt, voor de ganse periode van halftijds brugpensioen, respectievelijk van deeltijds tijdskrediet, de aanspraken en/of persoonlijke bijdragen niet gereduceerd in functie van de tewerkstellingsgraad, maar blijven de aanspraken en/of persoonlijke bijdragen verder bepaald als zou de tewerkstellingsgraad van de aangeslotene ongewijzigd gebleven zijn en dit op basis van zijn salaris in de maand voorafgaand aan de opname van tijdskrediet of brugpensioen.

Arbeidsongeschiktheid van de aangeslotene als gevolg van ziekte of ongeval : a) Voor pensioentoezeggingen die niet gekoppeld zijn aan een reglement van collectieve verzekering "premievrijstelling voor de pensioentoezegging", gelden volgende bepalingen : - in geval van gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid : Voor een werknemer die gedeeltelijk arbeidsongeschikt is op de dag dat hij voldoet aan de aansluitingsvoorwaarden en voor een aangeslotene die gedeeltelijk arbeidsongeschikt wordt, worden vanaf de aansluitingsdatum, respectievelijk de mutatiedatum de aanspraken en/of persoonlijke bijdragen bepaald in overeenstemming met de procedure hiervoor omschreven onder "aangeslotene met een arbeidsovereenkomst voor deeltijdse prestaties"; - in geval van volledige arbeidsongeschiktheid : Voor een werknemer die volledig arbeidsongeschikt is op de dag dat hij voldoet aan de aansluitingsvoorwaarden wordt de aansluiting uitgesteld tot na werkhervatting. Voor een aangeslotene die volledig arbeidsongeschikt wordt, wordt vanaf de mutatiedatum de verschuldigdheid van premies stopgezet, tijdelijke overlijdensverzekeringen worden beëindigd en de werkgeversbijdrageovereenkomst en persoonlijke bijdrageovereenkomst worden gereduceerd.

Bij werkhervatting zijn vanaf de eerste van de maand samenvallend met of volgend op de datum van werkhervatting de premies opnieuw verschuldigd en worden de aanspraken en/of persoonlijke bijdragen berekend in functie van de tewerkstellingsgraad van de aangeslotene, in overeenstemming met de procedure hiervoor omschreven onder "aangeslotene met een arbeidsovereenkomst voor deeltijdse prestaties".

Perioden van voltijdse werkonderbreking worden gelijkgesteld met een tewerkstellingsgraad gelijk aan 0.

Indien de periode van arbeidsongeschiktheid wegens ziekte of ongeval korter is dan 30 dagen, wordt de hiervoor omschreven procedure niet toegepast maar blijven de aanspraken en/of persoonlijke bijdragen verder bepaald als zou de tewerkstellingsgraad van de aangeslotene ongewijzigd gebleven zijn. b) Voor pensioentoezeggingen die wel gekoppeld zijn aan een reglement van collectieve verzekering "premievrijstelling voor de pensioentoezegging", gelden volgende bepalingen : - in geval van gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid : Een werknemer die gedeeltelijk arbeidsongeschikt is op de dag dat hij voldoet aan de aansluitingsvoorwaarden en die nog niet aangesloten was aan de waarborg premievrijstelling, kan de waarborg premievrijstelling niet inroepen voor het gedeelte van de aanspraken die betrekking hebben op zijn gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid.Vanaf de aansluitingsdatum worden zijn aanspraken en/of persoonlijke bijdragen bepaald in overeenstemming met de procedure hiervoor omschreven onder "aangeslotene met een arbeidsovereenkomst voor deeltijdse prestaties".

Voor een aangeslotene die gedeeltelijk arbeidsongeschikt wordt en die voorafgaand aan de arbeidsongeschiktheid aangesloten was aan de waarborg premievrijstelling, worden vanaf het verstrijken van de eigenrisicotermijn zoals voorzien in het reglement premievrijstelling de aanspraken en/of persoonlijke bijdragen bepaald in overeenstemming met de procedure hiervoor omschreven onder "aangeslotene met een arbeidsovereenkomst voor deeltijdse prestaties". De verschuldigdheid van de premies die verband houden met de deeltijdse arbeidsongeschiktheid wordt beëindigd vanaf het verstrijken van de eigenrisicotermijn zoals bepaald in het reglement premievrijstelling.

Het gedeelte van de aanspraken dat betrekking heeft op de gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid wordt vanaf dan door de pensioeninstelling in stand gehouden op basis van de bepalingen van het reglement premievrijstelling. Tot het verstrijken van de eigenrisicotermijn zoals bepaald in het reglement premievrijstelling blijven de aanspraken en/of persoonlijke bijdragen echter berekend aan het tewerkstellingspercentage van toepassing bij ingang van de arbeidsongeschiktheid; - in geval van volledige arbeidsongeschiktheid : Voor een werknemer die volledig arbeidsongeschikt is op de dag dat hij voldoet aan de aansluitingsvoorwaarden en die nog niet aangesloten was aan de waarborg premievrijstelling, wordt de aansluiting uitgesteld tot na de werkhervatting. Deze werknemer kan de waarborg premievrijstelling niet inroepen.

Voor een aangeslotene die volledig arbeidsongeschikt wordt en die voorafgaand aan de arbeidsongeschiktheid aangesloten was aan de waarborg premievrijstelling, wordt vanaf het verstrijken van de eigenrisicotermijn zoals bepaald in het reglement premievrijstelling de verschuldigdheid van premies stopgezet. Vanaf dat moment worden de aanspraken door de pensioeninstelling in stand gehouden op basis van de bepalingen van het reglement premievrijstelling.

Bij werkhervatting zijn de premies onmiddellijk opnieuw verschuldigd.

De berekening van de aanspraken en/of persoonlijke bijdragen gebeurt conform de bijzondere voorwaarden en op basis van het salaris en het tewerkstellingspercentage op dat moment. Indien de aanspraken afhankelijk zijn van het aantal pensioenjaren, dan wordt de periode van arbeidsongeschiktheid voor het bepalen van de pensioenjaren mee in aanmerking genomen proportioneel het tewerkstellingspercentage bij de aanvang van de arbeidsongeschiktheid. Dit geldt echter niet voor de perioden waarvoor geen premievrijstelling kan worden ingeroepen.

Indien de periode van arbeidsongeschiktheid wegens ziekte of ongeval korter is dan 30 dagen, wordt de hiervoor omschreven procedure niet toegepast maar blijven de aanspraken en/of persoonlijke bijdragen verder bepaald als zou de tewerkstellingsgraad van de aangeslotene ongewijzigd gebleven zijn.

Schorsing van de arbeidsovereenkomst van de aangeslotene met verlies van salaris : Wanneer de arbeidsovereenkomst van een aangeslotene geschorst wordt voor een andere reden dan : - opname van tijdskrediet of andere vormen van sociaal verlof; of - arbeidsongeschiktheid als gevolg van ziekte of ongeval, wordt vanaf de mutatiedatum de verschuldigdheid van premies stopgezet, tijdelijke overlijdensverzekeringen worden beëindigd en de werkgeversbijdrageovereenkomst en persoonlijke bijdrageovereenkomst worden gereduceerd.

Na de schorsing zijn vanaf de eerste van de maand samenvallend met of volgend op de datum van opheffing van de schorsing de premies opnieuw verschuldigd. De berekening van de aanspraken gebeurt conform de bijzondere voorwaarden en op basis van het salaris en het tewerkstellingspercentage op dat moment. Wanneer de aanspraken afhankelijk zijn van het aantal pensioenjaren, dan wordt de periode van schorsing voor het bepalen van de pensioenjaren in aanmerking genomen in verhouding tot het tewerkstellingspercentage van toepassing tijdens deze periode waarbij voor volledige schorsing een percentage wordt toegepast van 0 pct.

Indien de schorsing van de arbeidsovereenkomst korter is dan 30 dagen, wordt de hiervoor omschreven procedure niet toegepast maar blijven de aanspraken en/of persoonlijke bijdragen verder bepaald als zou de tewerkstellingsgraad van de aangeslotene ongewijzigd gebleven zijn.

Indien de pensioentoezegging gekoppeld is aan een reglement van collectieve premievrijstelling en de schorsing van de arbeidsovereenkomst is het gevolg van een zwangerschap of bevalling zoals wettelijk bepaald binnen de sociale zekerheid, gelden de hiervoor omschreven procedures niet. In dat geval zijn de bepalingen betreffende "arbeidsongeschiktheid van de aangeslotene als gevolg van ziekte of ongeval" (punt b) van toepassing.

Art. 17.Vrijwillige persoonlijke stortingen Iedere aangeslotene kan vrijwillige persoonlijke stortingen doen om de aanspraken van de op zijn leven gesloten verzekering(en) te verhogen.

Deze vrijwillige persoonlijke stortingen worden aangewend in een door de pensioeninstelling aangeboden individuele verzekeringscombinatie op basis van constante jaar- of maandpremies in het tarief van de tak 21 "individuele levensverzekeringen" die op dat moment van toepassing zijn op nieuw af te sluiten overeenkomsten.

Indien deze vrijwillige persoonlijke stortingen een verhoging van de verzekerde aanspraken bij overlijden inhouden, kan de pensioeninstelling de aanvaarding van deze verhoging afhankelijk stellen van de gunstige uitslag van een (bijkomend) geneeskundig onderzoek op haar kosten door de aangeslotene te ondergaan op het ogenblik dat de verhoging wordt aangevraagd en in zoverre de van toepassing zijnde wetgeving dit toelaat.

De individuele rekening waarop de vrijwillige persoonlijke stortingen worden gealloceerd, wordt "persoonlijke overeenkomst" genoemd.

De vrijwillige persoonlijke stortingen worden door de aangeslotene aan de pensioeninstelling overgemaakt.

In geval van uittreding kan de aangeslotene de persoonlijke overeenkomst geheel of gedeeltelijk verderzetten of de premiebetaling stopzetten en verzekerd blijven voor de premievrije waarde voor die verzekeringsbewerkingen waarbij dit mogelijk is. In dit geval moet iedere aanvraag tot wijziging van deze persoonlijke overeenkomst rechtstreeks bij de pensioeninstelling worden ingediend. Door de pensioeninstelling wordt hiervoor een document afgeleverd met opgave van de verzekerde prestaties gefinancierd door de vrijwillige persoonlijke stortingen. Deze verzekerde prestaties worden niet op het benefit statement weergegeven.

De persoonlijke overeenkomst deelt in de "winstdeelname leven" toegekend door de pensioeninstelling in de tak 21 "individuele levensverzekeringen" indien aan de voorwaarden voldaan wordt.

Art. 18.Voorschotten en inpandgevingen Voorschotten op prestaties en inpandgevingen van pensioenrechten voor het waarborgen van een lening worden enkel toegestaan om de aangeslotene in staat te stellen op het grondgebied van de Europese Economische Ruimte (EER) onroerende goederen die belastbare inkomsten opbrengen te verwerven, te bouwen, te verbeteren, te herstellen of te verbouwen.

Het als bijzonder stelsel van aanslag bepaalde omzettingsstelsel is van toepassing in zoverre die voorschotten en inpandgevingen verleend zijn voor het bouwen, het verwerven, het verbouwen, het verbeteren of het herstellen van de in de Europese Economische Ruimte (EER) gelegen enige woning die uitsluitend bestemd is voor het persoonlijk gebruik van de voorschotnemer en zijn gezinsleden.

Voorschotten worden door de pensioeninstelling toegekend op voorwaarde dat : - de aangeslotene een akte van voorschot ondertekent; - de aangeslotene akkoord gaat met de vooruit te betalen intrest die door de pensioeninstelling op basis van de door haar gehanteerde intrestvoet wordt berekend op het ogenblik van toekenning; - de schriftelijke toestemming van de eventuele aannemende begunstigde(n) van de pensioentoezegging wordt bekomen.

Voorschotten moeten worden terugbetaald zodra die goederen uit het vermogen van de aangeslotene verdwijnen of van zodra de dekking bij overlijden wegvalt.

De mogelijkheid tot opneming van voorschotten en inpandgevingen bestaat enkel ten belope van de netto theoretische afkoopwaarde (na bedrijfsvoorheffing, RIZIV, solidariteitsbijdrage en eventuele penalisatie) vermenigvuldigd met een breuk waarvan de teller gelijk is aan 1 en waarvan de noemer gelijk is aan 1 plus de door de door de pensioeninstelling gehanteerde intrestvoet berekend op het ogenblik van toekenning van het voorschot. Hierbij kan het op te nemen voorschot echter nooit meer bedragen dan het verzekerde netto (vestigings)kapitaal bij overlijden. Indien het berekende voorschot kleiner is dan 2 500,00 EUR, dan wordt het niet toegekend.

Indien een voorschot is toegekend, vervalt het recht op winstdeelname voor het bedrag van de wiskundige reserves overeenstemmend met het bedrag van voorschot en dit overeenkomstig het winstdeelnameplan.

Art. 19.Communicatie De pensioeninstelling bezorgt éénmaal per jaar aan de aangeslotenen die hun verworven reserves in de pensioentoezegging hebben ondergebracht, met uitsluiting van de rentegenieters, een benefit statement waarop de volgende gegevens vermeld staan : - het bedrag van de verworven reserves, desgevallend aangevuld tot de bedragen gewaarborgd door de van toepassing zijnde wetgeving; - het bedrag van de verworven prestaties en de datum waarop ze opeisbaar zijn; - de variabele elementen waarmee bij de berekening van de verworven reserves en van de verworven prestaties rekening wordt gehouden; - het bedrag van de verworven reserves van het vorige verzekeringsjaar; - de mededeling dat de tekst van dit reglement op eenvoudig verzoek kan verkregen worden bij de inrichter.

De pensioeninstelling deelt minstens om de vijf jaar het bedrag van de te verwachten rente bij pensionering, zonder aftrek van de belastingen, mee aan alle aangeslotenen vanaf de leeftijd van 45 jaar.

Daarbij wordt uitgegaan van de volgende hypotheses : - Voor de actieve werknemers : - de stortingen blijven doorlopen; - voor de toezeggingen van het type vaste prestaties wordt rekening gehouden met de beloofde prestaties; - voor de toezeggingen van het type vaste bijdragen worden de verworven reserves en de nog te storten bijdragen gekapitaliseerd aan de maximale referentierentevoet voor verzekeringsverrichtingen van lange duur die vastgesteld is in de uitvoeringsbesluiten van de wet van 9 juli 1975, verminderd met 0,5 pct.; - Voor de gewezen werknemers : - voor de toezeggingen van het type vaste prestaties, indien de aangeslotene gekozen heeft om de verworven reserves, desgevallend aangevuld tot de bedragen gewaarborgd door de rendementsgarantie zoals bepaald door artikel 24 van de WAP, in de pensioentoezegging te laten, wordt er rekening gehouden met de gereduceerde prestaties; - voor de toezeggingen van het type vaste bijdragen worden de verworven reserves gekapitaliseerd aan de maximale referentierentevoet voor verzekeringsverrichtingen van lange duur die vastgesteld is in de uitvoeringsbesluiten van de wet van 9 juli 1975, verminderd met 0,5 pct..

Twee maanden vóór de pensionering of binnen de twee weken nadat de inrichter van de vervroegde pensionering op de hoogte gebracht is, brengt de inrichter de aangeslotene op de hoogte van het recht van omvorming van een kapitaal in een rente. In geval van overlijden van de aangeslotene brengt de inrichter de begunstigde van dit recht op de hoogte binnen de twee weken nadat de inrichter van het overlijden op de hoogte gebracht is.

De pensioeninstelling stelt elk jaar een verslag op over het beheer van de pensioentoezegging zoals vereist door de van toepassing zijnde wetgeving en stelt dit verslag ter beschikking van de inrichter die het op eenvoudig verzoek meedeelt aan de aangeslotenen.

Art. 20.Wijziging of beëindiging van de pensioentoezegging De pensioeninstelling kan éénzijdig geen enkele beperkende wijziging aanbrengen in het pensioenreglement.

Indien de pensioeninstelling de algemene voorwaarden wenst te wijzigen, dan stelt zij bij aangetekend schrijven aan de inrichter voor om de gewijzigde algemene voorwaarden toe te passen vanaf een door haar bepaalde datum. Indien de inrichter binnen 90 dagen na dit voorstel aan de pensioeninstelling schriftelijk meldt dat hij of zij deze wijziging weigert, blijven de vroegere algemene voorwaarden van toepassing. De inrichter overhandigt in voorkomend geval een exemplaar van de gewijzigde algemene voorwaarden aan elke aangeslotene.

De inrichter heeft het recht om de overeenkomst ten aanzien van de pensioeninstelling op te zeggen binnen 30 dagen vanaf de inwerkingtreding ervan. In dit geval stort de pensioeninstelling de betaalde premies terug, verminderd met de bedragen die werden verbruikt om het risico te dekken.

De inrichter kan de pensioentoezegging wijzigen of opheffen, mits eerbiediging van de voorschriften neergelegd in de WAP, indien zij van toepassing zijn ten aanzien van de aangeslotenen. In geen geval mag echter inbreuk gemaakt worden op de verzekerde prestaties opgebouwd door de inrichter aan de pensioeninstelling tot op het tijdstip van wijziging reeds betaalde of tot op dat ogenblik nog te betalen premies.

Hoewel de premiebetaling in de relatie inrichter-pensioeninstelling niet verplicht is, is de afbouw of de opheffing van de pensioentoezegging op basis van dit pensioenreglement en onder voorbehoud van eventuele andere sociale wetgeving, door de inrichter ten aanzien van de aangeslotenen op dat ogenblik bovendien slechts mogelijk wanneer zich één of meer hierna omschreven omstandigheden voordoen : - bij invoering van nieuwe of wijziging, respectievelijk verdere uitwerking van de bestaande wetgeving, rechtspraak, richtlijnen van de controleoverheid en/of andere maatregelen of feitelijke omstandigheden die rechtstreeks of onrechtstreeks een verhoging van de kostprijs van de pensioentoezegging zouden teweegbrengen; - wanneer de wetgeving betreffende de sociale zekerheid, waarop deze pensioentoezegging een aanvulling vormt, grondige wijzigingen zou ondergaan; - wanneer bedrijfsinterne of -externe economische ontwikkelingen de handhaving van de pensioentoezegging (in zijn ongewijzigde vorm) niet langer in overeenstemming zouden brengen met een gezonde bedrijfsvoering.

Indien de inrichter de beslissing tot wijziging of opheffing bekendmaakt aan de pensioeninstelling bevestigt de inrichter dat hij aan de bovenstaande voorwaarden voldoet.

De verhoging van de aanspraken is onderworpen aan de voorwaarden die van kracht zijn op het ogenblik van de aanpassing, onder andere op het gebied van de aanvaarding.

Indien de gevraagde aanpassing aanleiding geeft tot een vermindering van de prestaties die op het ogenblik van de wijziging door de reeds betaalde premies verzekerd zijn, moet de inrichter de schriftelijke toestemming van de eventuele aannemende begunstigde voorleggen.

De inrichter overhandigt de tekst van de in het pensioenreglement aangebrachte wijzigingen aan elke actieve aangeslotene. Mits het akkoord van de pensioeninstelling en mits eerbiediging van de voorschriften neergelegd in de van toepassing zijnde wetgeving, kan de inrichter de pensioentoezegging wijzigen. In geen geval mag deze wijziging tot gevolg hebben dat de reeds door de aangeslotenen verworven voordelen op het ogenblik van de wijziging verminderd worden.

Voordat de pensioeninstelling overgaat tot wijziging van de pensioentoezegging moet de inrichter schriftelijk aan de pensioeninstelling bevestigen dat alle wettelijk voorgeschreven procedures bij wijziging van een pensioenstelsel van toepassing op deze pensioentoezegging werden nageleefd.

De inrichter kan de pensioentoezegging beëindigen mits eerbiediging van de voorschriften neergelegd in de van toepassing zijnde wetgeving.

In geen geval mag deze beëindiging tot gevolg hebben dat de reeds door de aangeslotenen verworven prestaties en verworven reserves, met uitzondering van de voordelen die gedekt zijn door risicoverzekeringen, op het ogenblik van de beëindiging verminderd worden. In dit geval worden de tijdelijke verzekeringen op basis van jaarlijks hernieuwbare risicopremies beëindigd.

Voordat de pensioeninstelling overgaat tot beëindiging van de pensioentoezegging moet de inrichter schriftelijk aan de pensioeninstelling bevestigen dat alle wettelijk voorgeschreven procedures bij beëindiging van een pensioenstelsel van toepassing op deze pensioentoezegging werden nageleefd.

Wordt aan de pensioentoezegging een einde gesteld door ontbinding of vereffening van de inrichter, zonder dat zijn verplichtingen door een andere inrichter worden overgenomen, dan zullen de individuele rekeningen in volle eigendom aan de aangeslotenen worden overgedragen.

In geval van wijziging of beëindiging van de pensioentoezegging hebben de aangeslotenen het recht de bijdragebetalingen nodig voor de instandhouding van hun verzekeringen zelf voort te zetten conform de bepalingen in de algemene voorwaarden.

De aanvraag tot wijziging of beëindiging van de pensioentoezegging geschiedt met een gedagtekend en ondertekend schrijven.

De reductiewaarde wordt berekend op de datum van de vervaldag van de eerste niet betaalde bijdrage. Indien alle bijdragen betaald werden op het ogenblik dat de inrichter schriftelijk zijn inzicht kenbaar maakt zijn toekomstige bijdragen niet meer te betalen of over te gaan tot afkoop, heeft de reductie uitwerking op de eerstvolgende bijdragevervaldag tenzij een latere datum wordt opgegeven en mits verderzetting van de bijdragebetaling.

Art. 21.Financieringsfonds Samen met de pensioentoezegging wordt een financieringsfonds opgericht dat door de pensioeninstelling wordt beheerd. Het bevat de reserves die geen betrekking hebben op de werkgeversbijdrageovereenkomst en de persoonlijke bijdrageovereenkomst en vormt een theoretische afkoopwaarde.

De activa van het financieringsfonds kunnen niet terug worden opgenomen in het vermogen van de inrichter.

De inrichter kan in dit fonds ten definitieve titel stortingen doen in het vooruitzicht van de financiering van de toekomstige lasten die voortspruiten uit de verzekeringsverrichtingen zoals voorzien in het pensioenreglement.

Naast de hiervoor genoemde stortingen ontvangt het fonds de bedragen die eraan worden toegekend in toepassing van het pensioenreglement.

Wanneer de totale gestorte werkgeversbijdrage lager is dan deze die krachtens het pensioenreglement moet worden toegewezen aan de werkgeversbijdrageovereenkomst, wordt het verschil uit het financieringsfonds geput. Dit is geen afdwingbaar recht tegenover de pensioeninstelling. De pensioeninstelling blijft in dit geval op elk ogenblik het recht behouden om de procedure wegens niet-betaling van de premies in te zetten.

Indien de verworven reserves in uitvoering van een beslissing van de aangeslotene naar aanleiding van zijn uittreding naar de onthaalstructuur of naar een andere pensioeninstelling worden overgedragen, zullen eventuele tekorten die op dat ogenblik door de van kracht zijnde wetgeving moeten afgefinancierd worden, geput worden uit het financieringsfonds. Indien de reserves in het financieringsfonds door zulk een operatie negatief worden, zal de inrichter het negatieve saldo onmiddellijk aanzuiveren.

In geval van definitieve opheffing van het pensioenstelsel of in geval van het verdwijnen van de inrichter, om welke reden dan ook en zonder dat de verplichtingen worden overgenomen door een derde, worden de activa die niet langer nodig zijn voor het beheer van de pensioentoezegging aan de aangeslotenen toegekend in verhouding tot hun verworven reserves, in voorkomend geval verhoogd tot het bedrag dat bij toepassing van artikel 24 van de WAP wordt gewaarborgd en voor wat de renteniers betreft, in verhouding tot het vestigingskapitaal van de lopende rente. In afwijking van bovenvermelde paragraaf mag aan het geheel of een deel van die activa bij collectieve arbeidsovereenkomst een andere sociale bestemming worden verleend.

Indien het een pensioenstelsel betreft dat door een werkgever werd ingevoerd op het niveau van de onderneming en er binnen de onderneming geen ondernemingsraad, geen comité voor preventie en bescherming op werk en geen vakbondsafvaardiging bestaat, kan aan de activa een andere sociale bestemming worden verleend via de procedure tot wijziging van het arbeidsreglement. In geval van ontslagen zoals bedoeld in de wet van 28 juni 1966 betreffende de schadeloosstelling van de werknemers die ontslagen worden bij sluiting van ondernemingen en in het koninklijk besluit van 29 augustus 1985 tot bepaling van de ondernemingen in moeilijkheden of die uitzonderlijk ongunstige economische omstandigheden kennen, bedoeld in artikel 39bis van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, mag aan de activa die niet langer nodig zijn voor het beheer van de pensioentoezegging bij collectieve arbeidsovereenkomst of in het hierboven vermelde geval van een pensioenstelsel dat ingevoerd werd door een werkgever op het niveau van de onderneming en waarbij er binnen de onderneming geen ondernemingsraad, geen comité voor preventie en bescherming op werk en geen vakbondsafvaardiging bestaat, via de procedure tot wijziging van het arbeidsreglement, een andere sociale bestemming worden verleend.

De activa die niet langer nodig zijn voor het beheer van de pensioentoezegging zijn de activa waarvan het bedrag de som van de volgende bedragen overschrijdt : 1. voor de aangeslotenen anders dan de rentegenieters, de verworven reserves in voorkomend geval verhoogd tot het bedrag dat bij toepassing van artikel 24 van de wet wordt gewaarborgd;2. voor de rentegenieters, de vestigingkapitalen van de lopende rentes;3. in voorkomend geval, de bedragen die worden opgelegd door de toepasselijke regelgeving inzake prudentieel toezicht, andere dan deze bedoeld in 1.en 2..

In het geval van ontslagen zoals bedoeld in de hierboven vermelde wet van 28 juni 1966 en het hierboven vermeld koninklijk besluit van 29 augustus 1985, zijn de activa die niet langer nodig zijn voor het beheer van de pensioentoezegging beperkt in verhouding tot de verworven reserves, in voorkomend geval verhoogd tot het bedrag dat bij toepassing van artikel 24 van de WAP wordt gewaarborgd, van de werknemers die bij het ontslag betrokken zijn.

Art. 22.Onderfinanciering van het pensioenstelsel In geval de financiering van de reserves ontoereikend is of bij een ontoereikendheid van de aflossingen voor de aanzuivering van de onderfinanciering die ingevolge de van toepassing zijnde wetgeving niet onmiddellijk moest gefinancierd worden, verwittigt de pensioeninstelling de inrichter zodra de ontoereikendheid wordt vastgesteld.

Indien een voldoende financiering binnen een termijn van 6 maanden vanaf de bovengenoemde verwittiging uitblijft, of in alle gevallen waar het pensioenstelsel is opgeheven, wordt de pensioentoezegging gereduceerd.

In die gevallen worden de niet-geïndividualiseerde reserves overgedragen naar de individuele overeenkomsten voor zover dit nog niet het geval was.

De verdeling van de niet-geïndividualiseerde reserves gebeurt voor iedere aangeslotene in de verhouding van het verschil tussen zijn volledige verworven reserves, in voorkomend geval verhoogd tot het bedrag gewaarborgd in toepassing van het minimumrendement bepaald door de WAP, en de reserves van zijn individuele persoonlijke bijdrage- en werkgeversbijdrageovereenkomsten, tot de som, voor alle aangeslotenen, van die verschillen.

Art. 23.Onthaalstructuur De inrichter onderschrijft bij de pensioeninstelling samen met de groepsverzekeringsovereenkomst een onthaalstructuur waarvan de tarieven door de pensioeninstelling onder de productnaam "onthaalstructuur" bij de CBFA ingediend werden en die bestemd is om reserves te ontvangen van aanvullende pensioenen.

De aangeslotene kan, zolang hij niet is uitgetreden uit de pensioentoezegging, reserves overdragen vanuit een andere pensioentoezegging. De overgedragen reserves worden verplicht ondergebracht in de onthaalstructuur en kunnen nooit ondergebracht worden in de pensioentoezegging die verbonden is aan deze onthaalstructuur.

De reserves die de aangeslotene van deze pensioentoezegging verworven heeft op het ogenblik van de uittreding kunnen naar keuze van de aangeslotene ondergebracht worden in deze onthaalstructuur.

De keuze tot overdracht naar de onthaalstructuur heeft tot gevolg dat de aangeslotene zijn reserves niet meer kan overdragen naar de oorspronkelijke pensioentoezegging.

De onthaalstructuur geeft de overdragende aangeslotene de keuze uit : - een verzekering bij leven en overlijden onder de vorm van een uitgesteld kapitaal met terugbetaling van de reserves (UKMR). Het verzekerde bedrag wordt bekomen door het kapitaliseren van het overgedragen bedrag conform de tariefgrondslagen UKMR neergelegd bij de CBFA onder de productnaam "onthaalstructuur"; of - een verzekeringscombinatie gemengde levensverzekering waarbij een verhouding 10/25 bestaat tussen het kapitaal overlijden en het kapitaal leven conform de tariefgrondslagen gemengde levensverzekering neergelegd bij de CBFA onder de productnaam "onthaalstructuur". De pensioeninstelling kan de toetreding tot deze verzekeringscombinatie afhankelijk maken van medische acceptatie zoals omschreven in de algemene voorwaarden van de onthaalstructuur.

Indien de overdragende aangeslotene geen keuze bekendmaakt op het ogenblik van zijn overdracht (of in afwachting van zijn keuze), worden zijn overgedragen reserves ondergebracht in de combinatie UKMR. De overdragende aangeslotene behoudt éénmaal per jaar de mogelijkheid om geheel kostenloos de omvorming te vragen van zijn overgedragen reserves naar een andere verzekeringscombinatie waarvan de tariefgrondslagen neergelegd zijn bij de CBFA onder de productnaam "onthaalstructuur" en dit ten belope van de theoretische afkoopwaarde.

In voorkomend geval wordt de afkoopwaarde slechts overgedragen ten belope van het kapitaal overlijden. Het saldo van de theoretische afkoopwaarde zal aangewend worden voor het verzekeren, op inventarisgrondslag, van prestaties bij leven betaalbaar onder dezelfde voorwaarden als de prestaties bij leven van de oorspronkelijk gekozen verzekeringscombinatie. Indien de overdragende aangeslotene tijdens eenzelfde kalenderjaar bijkomende aanvragen tot omvorming van zijn overgedragen reserves doet, zal de pensioeninstelling de kosten vermeld in het tarief aanrekenen.

Wanneer de aangeslotene zijn reserves overdraagt naar de onthaalstructuur, dan : - zijn de verplichtingen van de pensioeninstelling beperkt tot de verplichtingen die voortvloeien uit de onthaalstructuur; - eindigen de verplichtingen van de inrichter die voortvloeien uit het pensioenstelsel waarbinnen de reserves werden opgebouwd.

Indien de aangeslotene van de pensioentoezegging op het moment van zijn uittreding kiest voor de overdracht van zijn verworven reserves naar de onthaalstructuur, worden de verworven reserves desgevallend door de inrichter aangevuld tot de bedragen gewaarborgd door de van toepassing zijnde wetgeving. Hierdoor vervalt voor de inrichter en de pensioeninstelling iedere verplichting die voortvloeit uit het pensioenreglement.

De reserves die zijn overgedragen naar de onthaalstructuur zijn onmiddellijk verworven door de overdragende aangeslotene in overeenstemming met de regels die binnen de gekozen productcombinatie gelden.

De algemene voorwaarden van de onthaalstructuur maken integraal deel uit van het pensioenreglement.

Op de onthaalstructuur zijn enkel de bepalingen die omschreven worden in de algemene voorwaarden van de onthaalstructuur van toepassing en hebben de bepalingen zoals omschreven in de algemene en bijzondere voorwaarden van de pensioentoezegging geen toepassing tenzij uitdrukkelijk anders vermeld. 3. Afkoop - niet-betaling van de premies - wederinwerkinstelling Art.24. Definities Afkoop van de pensioentoezegging : Opzegging van de pensioentoezegging.

Reductie van de pensioentoezegging : De vermindering van de actuele waarde van de verzekerde prestaties ten gevolge van het stopzetten van de betaling van de bijdragen.

Beëindiging van het pensioenstelsel door de inrichter : Opzegging van het pensioenstelsel door de inrichter.

Theoretische afkoopwaarde : Het verschil tussen de actuele inventariswaarde van de verbintenissen van de pensioeninstelling en de actuele waarde van de reductiepremies die betrekking hebben op de toekomstige vervaldagen. Dat verschil wordt verhoogd met het niet verbruikte gedeelte van de toeslagen. De technische grondslagen die voor de berekening van de theoretische afkoopwaarde gebruikt worden, zijn die die gebruikt worden voor de berekening van de premie.

Reductiewaarde : De prestatie die op het ogenblik van de stopzetting van de betaling van de bijdragen verzekerd blijft. Wanneer de reductie gepaard gaat met het wegvallen van de verzekerde prestaties bij overlijden, kan de actuele inventariswaarde berekend worden met de sterftetafels voor de verrichtingen bij leven.

Actuele inventariswaarde : De actuele waarde op een bepaald ogenblik berekend in functie van de inventarisgrondslag, zijnde het geheel van de inventaristoeslagen, de technische rentevoet en de voorvalswetten die het tarief of het samenstellen van de reserves bepalen.

Art. 25.Afkoop door de inrichter De inrichter kan, mits eerbiediging van de van toepassing zijnde wetgeving, beslissen om de theoretische afkoopwaarden over te dragen naar een andere toegelaten pensioeninstelling. Voordat de pensioeninstelling overgaat tot zulk een overdracht moet de inrichter bewijzen dat alle van toepassing zijnde wettelijk voorgeschreven procedures werden nageleefd.

In geval van overdracht zal de pensioeninstelling een vereffeningsvergoeding vragen in toepassing van de wettelijke bepalingen. Bij de berekening van de vereffeningsvergoeding wordt rekening gehouden met de volgende elementen : - de samenstelling van de portefeuille van de representatieve activa van de reserves opgebouwd door het geheel van de werkgeversbijdrage- en persoonlijke bijdrageovereenkomsten en de financieringsfondsen beheerd door de pensioeninstelling; - de beleggingsduur per categorie van representatieve activa; - de evolutie van de door de pensioentoezegging opgebouwde reserves en van het financieringsfonds van deze pensioentoezegging; - alle andere gerechtvaardigde overdrachtskosten; - de regels eventueel vastgelegd door het reglement of een andere overeenkomst.

Deze vereffeningsvergoeding wordt als volgt berekend : - Indien de over te dragen theoretische afkoopwaarden groter zijn dan 1 250 000,00 EUR1 wordt een vereffeningsvergoeding aangerekend die de som is van de volgende elementen : ? Forfaitaire vergoeding : De forfaitaire vergoeding bedraagt 5 pct. van de theoretische afkoopwaarde; ? Administratieve vergoeding : De administratieve vergoeding bedraagt 45,00 EUR1 per aangeslotene met een maximum van 1 970,00 EUR1; ? Financiële vergoeding = theoretische afkoopwaarde x FV De bepaling van de latente minderwaarden op de beleggingsportefeuille gebeurt op basis van het rendement van de OLO met een looptijd van 10 jaar.

De financiële vergoeding kan nooit negatief zijn en wordt uitgedrukt als een percentage van de pensioenreserves.

FV = (5 - 2u)(i1 - i2) waarbij : ? FV = 0 als i1 < of = i2 ? FV = 0 als u > of = 2,5; met : ? u = duur in jaren en maanden tussen het moment van de afkoopmelding en de effectieve uitbetaling (of wens tot uitbetaling) van de afkoopwaarde; ? i1 = het OLO-rendement (OLO 10 jaar) op het ogenblik van afkoopmelding. De pensioeninstelling behoudt zich het recht om, indien er geen OLO-markt meer bestaat, het rendement te nemen van een gelijkwaardige eurobelegging; ? i2 = het gemiddelde OLO-rendement (OLO 10 jaar) over de laatste 5 jaar, op het moment van de afkoopmelding.

In geval van overdracht van de reserves van het financieringsfonds, rekent de pensioeninstelling eveneens een vereffeningsvergoeding aan die op dezelfde wijze en volgens dezelfde modaliteiten wordt berekend, zij het dat er geen administratieve vergoeding wordt toegepast; - Indien de over te dragen theoretische afkoopwaarden kleiner zijn dan of gelijk zijn aan 1 250 000,00 EUR1 wordt een vereffeningsvergoeding per aangeslotene aangerekend die gelijk is aan het maximum van : ? 75,00 EUR1; ? het minimum van 5 pct. van de theoretische afkoopwaarde en 1 pct. van de theoretische afkoopwaarde vermenigvuldigd met de tot de einddatum van de pensioentoezegging nog te verstrijken looptijd van de overeenkomst uitgedrukt in jaren.

In geval van overdracht van de theoretische afkoopwaarden mag geen enkele vergoeding of verlies van winstdeelname ten laste gelegd worden van de aangeslotenen of van de op het ogenblik van de overdracht verworven reserves worden afgetrokken.

De overdracht van de theoretische afkoopwaarden wordt uitgesteld totdat de vereffeningsvergoeding integraal betaald werd aan de pensioeninstelling.

Art. 26.Afkoop door de aangeslotene Er bestaat geen recht op afkoop voor de pensioentoezeggingen waarin uitsluitend verzekerde prestaties bij leven zijn bedongen. Zolang de aangeslotene niet is uitgetreden, kan het recht op afkoop niet worden uitgeoefend, behoudens in de door het reglement gespecifieerde gevallen en enkel ten voordele van de aangeslotene.

Enige afkoop anders dan deze die wettelijk toegelaten is naar aanleiding van uittreding of naar aanleiding van het opnemen van voorschotten, inpandgeving en het wedersamenstellen van een hypothecair krediet, zijn niet toegelaten.

De afkoopwaarde wordt vereffend ten belope van de verzekerde prestaties bij overlijden. Het eventuele saldo van de theoretische afkoopwaarde wordt aangewend voor de vorming, op basis van de inventarisgrondslag, van prestaties bij leven, betaalbaar op dezelfde vervaldagen en in dezelfde voorwaarden als de prestaties bij leven van de oorspronkelijke verrichting.

Behoudens andersluidende wettelijke bepalingen kunnen de reserves van de werkgevers- en de persoonlijke bijdrageovereenkomst door de aangeslotene worden afgekocht vanaf het ogenblik waarop hij de leeftijd van 60 jaar heeft bereikt.

Bij afkoop vóór het bereiken van de leeftijd van 60 jaar is een afkoopvergoeding verschuldigd die gelijk is aan 1 pct. van de theoretische afkoopwaarde vermenigvuldigd met de tot de leeftijd van 60 jaar nog te verstrijken looptijd van de overeenkomst uitgedrukt in volledige jaren. De aldus berekende afkoopvergoeding mag niet meer bedragen dan 5 pct. van de theoretische afkoopwaarde, maar zal altijd minstens gelijk zijn aan 75,00 EUR2.

Voor die pensioentoezeggingen waarop artikel 61, § 1 van de WAP van toepassing is, geldt tot 31 december 2009 dat het recht op afkoop ontstaat zodra de theoretische afkoopwaarde positief is. De afkoopwaarde is echter beperkt tot de verzekerde prestaties bij overlijden en bedraagt : - 95 pct. van de theoretische afkoopwaarde; - vanaf het 9de tot en met het 6de aan de einddatum voorafgaand verzekeringsjaar, bedraagt zij opeenvolgend 96, 97, 98 en 99 pct. van de theoretische afkoopwaarde; en - gedurende de laatste 5 verzekeringsjaren voorafgaand aan de einddatum is de afkoopwaarde gelijk aan 100 pct. van de theoretische afkoopwaarde.

De aanvraag tot afkoop geschiedt met een gedagtekend en ondertekend schrijven door de aangeslotene.

Voor de berekening van de afkoopwaarde wordt de datum van de aanvraag in aanmerking genomen. De afkoop heeft uitwerking op de datum waarop het voor akkoord ondertekend kwijtschrift van afkoop bij de pensioeninstelling toekomt.

Om de afkoopwaarde te verkrijgen moet de begunstigde een levensbewijs en een kopie van zijn identiteitskaart aan de pensioeninstelling overmaken.

Art. 27.Niet-betaling van de premies De betaling van de premies of een gedeelte ervan is ten aanzien van de pensioeninstelling niet verplicht.

De niet-betaling van de premies heeft de reductie van de persoonlijke en de werkgeversbijdrageovereenkomst tot gevolg, of de verbreking ervan indien de theoretische afkoopwaarde negatief is op de vervaldatum van de eerste niet betaalde premie. Tevens heeft dit de stopzetting van de tijdelijke overlijdensverzekeringen tot gevolg.

De aangetekende ingebrekestelling mag ten vroegste 30 dagen na de vervaldag van de onbetaalde premies worden verzonden.

Indien de premies niet meer gestort worden en behoudens schriftelijke verklaring van de inrichter dat hij de premiebetaling staakt, zullen de premies na een eerste herinnering uit het financieringsfonds geput worden.

Indien er een betalingsachterstand wordt vastgesteld van één maand en de inrichter geen schriftelijke kennisgeving van stopzetting van (de premiebetaling voor) het pensioenstelsel aan de pensioeninstelling heeft gericht, verstuurt deze laatste een aangetekende ingebrekestelling aan de inrichter. Hierin wordt vermeld dat de risicowaarborgen stopgezet worden en dat indien er een betalingsachterstand wordt vastgesteld van 3 maanden en de inrichter geen schriftelijke kennisgeving van stopzetting van (de premiebetaling voor) het pensioenstelsel aan de pensioeninstelling heeft gericht, de pensioeninstelling alle actieve aangeslotenen hiervan onmiddellijk in kennis moet stellen.

Na uitputting van het financieringsfonds en tenzij de inrichter inmiddels hiervoor genoemde verklaring heeft overgemaakt, zal gehandeld worden in overeenstemming met de regels bij "niet-betaling van de premie".

Tenzij de inrichter de hiervoor genoemde verklaring heeft overgemaakt, in welk geval hij alle actieve aangeslotenen hiervan onmiddellijk in kennis stelt, licht de pensioeninstelling uiterlijk 3 maanden na de eerste onbetaalde premievervaldag (in voorkomend geval na uitputting van het financieringsfonds) elke aangeslotene in over de niet-betaling van de premie bij gewone brief per post.

Vanaf dat ogenblik worden de respectievelijke persoonlijke bijdrageovereenkomst en werkgeversbijdrageovereenkomst premievrij gemaakt voor alle aanspraken. Zij blijven onderworpen aan het pensioenreglement en delen verder in de winst van de tak 21 "groepsverzekeringen".

In geval van reductie van de pensioentoezegging wordt bij een vermindering van de nog te vervallen premies een reductievergoeding aangerekend. Deze mag niet groter zijn dan : - op het moment van de reductie, een forfait van 75,00 EUR3; - nadien, op elke vervaldag van de oorspronkelijke voorziene premie, een vergoeding die overeenstemt met de vermindering van het gedeelte van de toeslagen dat het algemeen beheer van de overeenkomsten dekt en die tot 5 promille van de vermindering van de reductiepremie beperkt is. Deze vergoeding wordt als een inventaristoeslag beschouwd.

Wanneer de reductie gepaard gaat met het wegvallen van de waarborgen in geval van overlijden, wordt de inventariswaarde berekend met de sterftetafels voor verrichtingen bij leven.

Voor een tijdelijke overlijdensverzekering waarbij het risico gedekt wordt voor stilzwijgend hernieuwbare perioden van één jaar is er geen reductiewaarde.

Art. 28.Wederinwerkingstelling Een bij toepassing van het artikel betreffende de niet-betaling van de premies opgezegde, gereduceerde of afgekochte pensioentoezegging mag opnieuw in werking worden gesteld en dit gedurende een termijn van 3 maanden voor de opgezegde of afgekochte pensioentoezegging en gedurende een termijn van 3 jaar voor de gereduceerde pensioentoezegging. De wederinwerkingstelling mag afhankelijk worden gemaakt van medische acceptatie volgens de op dat ogenblik geldende voorwaarden.

Onverminderd eventuele andere verplichtingen die uit het pensioenreglement of uit de wettelijke bepalingen voortvloeien, geschiedt het opnieuw in werking stellen onder de oorspronkelijke voorwaarden, indien de aanvraag gedaan wordt binnen de 3 maanden na de opzeg of de afkoop en binnen de 3 jaar na de reductie en mits de achterstallige premies voorafgaandelijk betaald worden. Indien de pensioentoezegging werd afgekocht, moet eveneens de volledige afkoopwaarde worden teruggestort.

Onverminderd eventuele andere verplichtingen die uit het pensioenreglement of uit de wettelijke bepalingen voortvloeien, wordt de gereduceerde pensioentoezegging na de hogervermelde periode van 3 maanden opnieuw in werking gesteld zonder betaling van de achterstallige bijdragen maar dan op grond van een nieuwe bijdrage berekend op basis van de leeftijd van de aangeslotene op dat ogenblik en rekening houdend met de theoretische afkoopwaarde op het ogenblik van het opnieuw in werking stellen van de pensioentoezegging.

De wederinwerkingstelling gaat in na kennisgeving ervan door de pensioeninstelling aan de inrichter. 4. Omvang van de waarborg in geval van overlijden Art.29. Geografische uitgestrektheid Het overlijdensrisico geldt wereldwijd, onder voorbehoud van de bepalingen van de overige artikelen onder hoofdstuk 4.

Art. 30.Opzettelijke daad Het overlijden van de aangeslotene veroorzaakt door een opzettelijke daad van één van de begunstigden, of op hun aansporing, is niet gedekt. Een opzettelijke daad is een daad die gesteld wordt met de bedoeling om de aangeslotene te doden of ernstige letselschade toe te brengen.

Art. 31.Luchtvaart Het overlijden van de aangeslotene aan de gevolgen van een ongeval met een luchtvaartuig waarop hij inscheepte als piloot of lid van het boordpersoneel is niet gewaarborgd.

Het overlijden van de aangeslotene aan de gevolgen van een ongeval met een luchtvaartuig waarop hij inscheepte als passagier is gewaarborgd, uitgezonderd wanneer het een toestel betreft : - waarvan de aangeslotene wist of kon weten dat het geen vliegvergunning heeft voor het vervoer van personen of goederen; - van een luchtmacht dat niet bestemd is voor personenvervoer; - dat producten met strategische kenmerken vervoert in streken waar vijandelijkheden aan de gang zijn of opstand heerst; - dat zich voorbereidt tot of deelneemt aan een sportwedstrijd; - dat proefvluchten uitvoert; - van het type ultra-licht-gemotoriseerd.

Art. 32.Oproer Er wordt geen dekking verleend wanneer het overlijden het rechtstreekse en onmiddellijke gevolg is van oproer, burgerlijke onlusten, alle collectieve gewelddaden van politieke, ideologische of sociale aard, al dan niet gepaard gaande met opstand tegen de overheid of welke gevestigde macht ook, indien de aangeslotene er op vrijwillige en actieve wijze aan heeft deelgenomen.

Art. 33.Oorlog Er wordt geen dekking verleend voor het overlijden als gevolg van een oorlogsgebeurtenis, dat wil zeggen, een gebeurtenis die het rechtstreekse of onrechtstreekse gevolg is van een offensieve of defensieve actie van een oorlogvoerende mogendheid of van welke andere gebeurtenis van militaire aard ook.

Indien het conflict uitbreekt tijdens het verblijf van de aangeslotene in het buitenland, wordt dekking verleend van het oorlogsrisico op voorwaarde dat de aangeslotene niet op actieve wijze aan de vijandelijkheden deelneemt.

Art. 34.Prestaties bij een niet gewaarborgd overlijden In de niet-gewaarborgde gevallen, vastgesteld in de artikelen 30 tot en met 33, betaalt de pensioeninstelling de theoretische afkoopwaarde berekend op de dag van het overlijden en beperkt tot het bij overlijden verzekerde kapitaal.

Wanneer het overlijden van de aangeslotene voortkomt uit een opzettelijke daad van (één van) de begunstigde(n), of op zijn (hun) aansporen, verliest (verliezen) de begunstigde(n), die het overlijden opzettelijk heeft (hebben) veroorzaakt, alle rechten op de verzekerde prestaties. De verzekerde prestaties worden dan, in tegenstelling tot de vorige paragraaf, niet beperkt tot de theoretische afkoopwaarde, maar komen integraal toe aan de medebegunstigde(n) of, bij ontstentenis, aan de subsidiaire begunstigde(n) volgens de in "betaling van de prestaties bij overlijden" vermelde volgorde, en bij gebreke daarvan, aan de nalatenschap van de aangeslotene.

De verzekerde prestaties in geval van overlijden worden zonder beperking uitgekeerd aan de begunstigde(n), indien het overlijden van de aangeslotene te wijten is aan zelfmoord.

Art. 35.Aangifte van een schadegeval Het overlijden van de aangeslotene moet bij de pensioeninstelling uiterlijk binnen 8 dagen worden aangegeven. Bij laattijdige aangifte kan de pensioeninstelling haar tussenkomst verminderen met het door haar geleden nadeel, tenzij het bewijs wordt geleverd dat de aangifte van het schadegeval zo snel als redelijkerwijs mogelijk was, werd ingediend.

De aangifte moet gebeuren via het daartoe bestemde formulier en moet vergezeld gaan van alle originele documenten, attesten en rapporten die het bestaan van het schadegeval kunnen aantonen.

De aangeslotenen stemmen ermee in dat de behandelende arts na hun overlijden aan de raadgevende arts van de pensioeninstelling een verklaring over de doodsoorzaak bezorgt. De pensioeninstelling kan bijkomende inlichtingen vragen of op haar kosten een autopsie laten uitvoeren. In voorkomend geval zal de pensioeninstelling de resultaten afwachten alvorens een standpunt in te nemen over het al dan niet gewaarborgd zijn van de schade.

Indien aan één van deze verplichtingen niet voldaan wordt, kan de pensioeninstelling haar tussenkomst verminderen met het door haar geleden nadeel.

Indien valse getuigschriften worden voorgelegd, valse verklaringen worden afgelegd of opzettelijk bepaalde feiten of omstandigheden worden verzwegen die duidelijk van belang zijn bij de beoordeling van het schadegeval, kan de pensioeninstelling haar tussenkomst weigeren en elke ten onrechte uitgekeerde som terugvorderen, verhoogd met de wettelijke intrest.

Art. 36.Medische acceptatie De pensioeninstelling houdt zich het recht voor medische formaliteiten en/of onderzoeken op te leggen in zover dit wettelijk toegelaten is.

In bepaalde gevallen zal de pensioeninstelling, in overeenstemming met haar medische acceptatiepolitiek, een medisch onderzoek opleggen, waarvan zij de kosten ten laste neemt. Deze politiek kan, onder andere, in de volgende gevallen van toepassing zijn : - bij aansluiting; - bij verhoging van de verzekerde prestaties bij overlijden of van het weder in werking stellen van de overeenkomst; - bij vrijwillige persoonlijke bijdragen; - bij vervroegde vereffening van de voordelen bij leven; - in geval van verdaging, indien toegelaten door het pensioenreglement.

Met betrekking tot de prestaties bij overlijden kan enkel een medisch onderzoek worden opgelegd wanneer de aangeslotene de vrijheid krijgt om de omvang van de overlijdensdekking zelf te kiezen of indien het kapitaal bij overlijden minstens 50 pct. hoger is dan het pensioenkapitaal of indien er tien werknemers of minder zijn aangesloten bij het pensioenstelsel.

Indien een verhoogd risico wordt vastgesteld, kan de pensioeninstelling, indien dit wettelijk toegelaten is, in toepassing van haar medische acceptatiepolitiek een bijpremie aanrekenen of het risico geheel of gedeeltelijk weigeren. 5. Diverse bepalingen Art.37. Kennisgevingen De inrichter zorgt ervoor dat alle aangeslotenen de voordelen die de pensioentoezegging hun biedt ten volle kunnen genieten door hen correct te informeren en alle nuttige documenten over te maken. De inrichter bezorgt de pensioeninstelling de nodige informatie zodat het beheer correct en vlot kan verlopen en zorgt voor de tijdige betaling van de premie.

Elke schriftelijke kennisgeving van een partij aan een andere wordt geacht te zijn gedaan op de datum van de postafgifte en geschiedt geldig op hun laatste onderling meegedeelde adres. De verzending van een aangetekende brief wordt bewezen door het ontvangstbewijs van de post. Bij gebrek aan voorlegging van het originele exemplaar van enige briefwisseling, geldt het afschrift ervan in de dossiers van de pensioeninstelling als bewijs.

In afwijking van het voorgaande wordt iedere kennisgeving van de pensioeninstelling aan de aangeslotene geacht gedaan te zijn door middel van het laatst verstuurde benefit statement.

Art. 38.Toepasselijke wetgeving en rechtsmacht De pensioentoezegging is onderworpen aan de wettelijke en reglementaire bepalingen die in België voor levens- en aanvullende verzekeringen in het algemeen en voor groepsverzekeringen in het bijzonder gelden. Mocht de inrichter buiten België gevestigd zijn, dan wordt er, indien toegelaten, door de partijen uitdrukkelijk gekozen voor de toepassing van het Belgisch recht.

De WAP is van toepassing op de aanvullende rust- en overlevingspensioenen voor aangeslotenen met werknemersstatuut (of hun rechthebbenden) wiens arbeidsovereenkomst beheerst wordt door het Belgisch arbeidsrecht en/of wiens gewone plaats van tewerkstelling België is. Tenzij andersluidend bericht van de inrichter, gaat de pensioeninstelling ervan uit dat deze voorwaarden vervuld zijn uit hoofde van aangeslotenen met werknemersstatuut. De toepassing van deze wet heeft onder meer voor gevolg dat de inrichter er toe gehouden is om bij de uittreding van een werknemer eventuele reservetekorten aan te zuiveren. In voorkomend geval wordt de inrichter hiertoe uitgenodigd door de pensioeninstelling.

Betwistingen over medische aangelegenheden kunnen eveneens, mits de partijen hierover ten vroegste op het ogenblik dat het geschil ontstaat uitdrukkelijk en schriftelijk akkoord gaan, beslecht worden in een minnelijke medische expertise (arbitrage), waarbij de partijen elk een eigen geneesheer aanstellen. Indien er geen akkoord is tussen de geneesheren, wordt er door hen of, bij gebrek aan overeenstemming, door de voorzitter van de bevoegde rechtbank van eerste aanleg een "derde" geneesheer aangesteld. Het aldus gevormde college beslist bij meerderheid van stemmen en de beslissing is onherroepelijk. Op straffe van nietigheid van hun beslissing mogen de geneesheren evenwel niet afwijken van de bepalingen van het pensioenreglement. Elke partij betaalt de honoraria van de door haar aangestelde geneesheer. De honoraria van de eventuele "derde" geneesheer worden door de partijen in gelijke delen gedragen.

Art. 39.Toepasselijk belastingregime Voor wat betreft de fiscale lasten die op de premies drukken, geldt de Belgische wetgeving en/of de wetgeving van de woonstaat van de inrichter.

De eventuele toekenning van belastingvoordelen op de premies wordt bepaald door de belastingwetgeving van het woonland van de inrichter en/of van de aangeslotene. In bepaalde gevallen is de wetgeving van het land toepasselijk waar belastbare inkomsten verkregen worden.

De verzekeringsprestaties worden belast in overeenstemming met de Belgische wetgeving en/of de wetgeving van het woonland van de begunstigde.

Voor wat betreft de eventuele successierechten, is de wetgeving van het woonland van de overledene en/of van de begunstigde van toepassing.

De pensioeninstelling zal de wettelijk verplichte inhoudingen verrichten op het ogenblik van de uitkering van de prestaties. Voor nadere inlichtingen betreffende het toepasselijke belastingregime kan de inrichter zich wenden tot de pensioeninstelling.

Als gevolg van de fiscale wetgeving en de desbetreffend door de Administratie der Directe Belastingen uitgevaardigde richtlijnen wordt de aftrek van de werkgeversbijdragen en de belastingvermindering voor de persoonlijke bijdragen slechts toegestaan voor zover het totale bedrag naar aanleiding van pensionering, uitgedrukt in jaarlijkse rente : - van de door deze pensioentoezegging verzekerde uitkeringen; - van het wettelijk rustpensioen; - van de andere buitenwettelijke uitkeringen van dezelfde aard waarop de aangeslotene recht zal hebben, met als enige uitzondering de uitkeringen uit hoofde van door hem zelf onderschreven (aanvullende) individuele levensverzekeringscontracten, niet meer bedraagt dan 80 pct. van de laatste normale brutojaarbezoldiging, rekening houdend met een normale duurtijd van beroepsactiviteit.

Deze rente is indexeerbaar aan 2 pct. en overdraagbaar aan de echtgeno(o)t(e) of de wettelijk geregistreerde samenwonende partner voor 80 pct..

De pensioeninstelling kan niet verantwoordelijk gesteld worden voor enig nadelig fiscaal gevolg met betrekking tot de aftrekbaarheid van de werkgeversbijdragen voor de inrichter of de belastingvermindering voor de persoonlijke bijdragen voor de aangeslotene, indien dit rechtstreeks voortvloeit uit onjuiste informatie die door de inrichter of door de aangeslotene aan de pensioeninstelling verstrekt werd.

De inrichter behoudt zich het recht voor om de aanwending van het premiebudget voor de vorming van pensioenreserves te beperken indien de voornoemde fiscale begrenzing zou overschreden worden.

Art. 40.Bescherming van de persoonlijke levenssfeer De gegevens die op de aangeslotene betrekking hebben, worden opgenomen in bestanden die gehouden worden om de verzekeringsovereenkomsten te kunnen opstellen, te beheren en uit te voeren.

In overeenstemming met de wet van 8 december 1992 ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens en iedere latere wijziging die de dwingende bepalingen van deze wet vervangt en/of aanvult, kan de aangeslotene van zijn persoonsgegevens kennis nemen en ze indien nodig doen verbeteren.

P&V Verzekeringen CVBA is verantwoordelijk voor de verwerking.

Art. 41.Goede trouw, redelijkheid en billijkheid De inrichter regelt de aangelegenheden in zijn verhouding met de aangeslotenen waarin het pensioenreglement niet expliciet voorziet of die vatbaar zouden zijn voor interpretatie. Indien de pensioeninstelling hierbij belanghebbende partij is, geschiedt dit steeds in samenspraak met haar. De regeling van dergelijke aangelegenheden moet steeds gebeuren binnen de perken en met inachtneming van de goede trouw, de billijkheid, de redelijkheid en de geest van het pensioenreglement.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 15 juli 2018.

De Minister van Werk, K. PEETERS

1 Dit bedrag wordt geïndexeerd in functie van de gezondheidsindex (basis 1988 = 100). Het indewcijfer dat in aanmerking moet genomen worden is dat van de tweede maand van het trimestrer dat de datum van de afkoop voorafgaat. 2 Dit bedrag wordt geïndexeerd in functie van de gezondheidsindex (basic 1988 = 100). Het indexcijfer dat in aanmerking moet genomen worden is dat van de tweede maan van het trimester dat de datum van de afkoop voorafgaat. 3 Dit bedrag wordt geïndexeerd in functie van de gezondheidsindex (basis 1988 = 100). Het indexcijfer dat in aanmerking moet genomen worden is dat van de tweede maand van het trimester dat de datum van de reductie voorafgaat.

Bijlage 2 aan de collectieve arbeidsovereenkomst van 6 november 2017, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de logistiek, betreffende het sectoraal aanvullend pensioenstelsel Onthaalstructuur Algemene voorwaarden 1. De werkingsprincipes Artikel 1.Definities De overdragende aangeslotene : De aangeslotene van de aan de onthaalstructuur verbonden pensioentoezegging die reserves overdraagt vanuit een pensioentoezegging naar deze onthaalstructuur en de aangeslotene van de aan de onthaalstructuur verbonden pensioentoezegging die kiest zijn reserves op het ogenblik van de uittreding uit de verbonden pensioentoezegging over te dragen naar deze onthaalstructuur.

Begunstigde : De perso(o)n(en) in wiens voordeel de verzekerde prestaties bedongen zijn.

Benefit statement : De pensioenfiche zoals voorgeschreven in de WAP. Tak 21 "groepsverzekeringen" : Dit is de verzekeringstak waarbinnen de pensioeninstelling groepsverzekeringen beheert. De premies en de reserves binnen deze verzekeringstak genieten een rendementswaarborg. De modaliteiten van deze rendementswaarborg kunnen verschillend zijn in functie van het gekozen groepsverzekeringsproduct.

CBFA : De Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen.

Individuele rekening : De individuele rekening wordt in voorkomend geval opgebouwd met het deel van de reserves die binnen de pensioentoezegging opgebouwd werden met persoonlijke bijdragen en met het deel van de reserves die binnen de pensioentoezegging opgebouwd werden met werkgeversbijdragen.

Pensioentoezegging : De toezegging van een aanvullend rust- en/of overlevingspensioen, respectievelijk kapitaal bij leven en/of kapitaal bij overlijden, door een inrichter aan één of meerdere werknemers en/of hun rechthebbenden verbonden aan deze onthaalstructuur.

WAP : De wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid en iedere latere wijziging die de dwingende bepalingen van deze wet vervangt en/of aanvult.

Inrichter : - De werkgever die een pensioentoezegging doet en die de onthaalstructuur onderschreven heeft; - De rechtspersoon, paritair samengesteld, aangeduid via een collectieve arbeidsovereenkomst door de representatieve organisaties van een paritair comité of subcomité, opgericht volgens hoofdstuk III van de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, die een pensioenstelsel invoert en die de onthaalstructuur onderschreven heeft.

Pensioeninstelling : VIVIUM, een merk van P&V Verzekeringen CVBA, verzekeringsonderneming toegelaten onder code 0058.

Overgedragen reserves : De reserves opgebouwd in het kader van een pensioentoezegging voor werknemers.

Werknemer : De persoon die in uitvoering van een arbeidsovereenkomst is tewerkgesteld.

Art. 2.Voorwerp van de onthaalstructuur De onthaalstructuur heeft als voorwerp, mits overdracht van de reserves door de overdragende aangeslotene, het waarborgen van de betaling aan de aangeslotene of aan de begunstigde van de prestaties, zoals bepaald in deze algemene voorwaarden.

Art. 3.Grondslagen van de individuele rekening die voor elke overdragende aangeslotene wordt opgesteld De onthaalstructuur is onderworpen aan de wettelijke en reglementaire bepalingen die voor de levensverzekering gelden. In geval van overdracht van reserves uit een niet aan deze onthaalstructuur verbonden pensioentoezegging, wordt de individuele rekening opgesteld op basis van de inlichtingen die door de overdragende aangeslotene in alle oprechtheid en zonder verzwijging zijn verstrekt om de pensioeninstelling in te lichten over de risico's die ze ten laste neemt. De pensioeninstelling kan alle inlichtingen eisen die zij nodig acht met inachtneming van de vigerende wetgeving.

Evenwel, vanaf de aansluiting ziet de pensioeninstelling af van het aanvoeren van de nietigheid van de aansluiting aan de onthaalstructuur uit hoofde van de te goeder trouw geschiede verzwijgingen of onjuiste verklaringen.

Fraude, opzettelijke verzwijging(en) en/of opzettelijke onjuiste verklaring(en) hebben de nietigheid van de individuele rekening tot gevolg.

Bij onnauwkeurigheid in verband met de geboortedatum en het geslacht van de overdragende aangeslotene, worden de prestaties aangepast rekening houdend met de juiste gegevens.

Art. 4.Wanneer gaat de verzekering in ? De verzekering gaat in na de effectieve overdracht van de reserves in deze onthaalstructuur.

Art. 5.Overdracht van de reserves komende van een andere pensioeninstelling De reserves worden overgedragen aan de pensioeninstelling. De overdracht geschiedt op de verschillende bank- of postrekeningen van de pensioeninstelling of in handen van de personen gelast met het innen van het bedrag.

Art. 6.Tarieven De onthaalstructuur geeft de overdragende aangeslotene de keuze uit : - een verzekering bij leven en overlijden onder de vorm van een Uitgesteld Kapitaal met Terugbetaling van de Reserves (UKMR). Het verzekerde bedrag wordt bekomen door het kapitaliseren van het overgedragen bedrag conform de tariefgrondslagen UKMR neergelegd bij de CBFA onder de productnaam "onthaalstructuur"; of - een verzekeringscombinatie gemengde levensverzekering waarbij een verhouding 10/25 bestaat tussen het kapitaal overlijden en het kapitaal leven conform de tariefgrondslagen gemengde levensverzekering neergelegd bij de CBFA onder de productnaam "onthaalstructuur".

Indien de overdragende aangeslotene geen keuze bekendmaakt op het ogenbik van zijn overdracht (of in afwachting van zijn keuze), worden zijn overgedragen reserves ondergebracht in de combinatie UKMR.

Art. 7.Voorschotten en inpandgevingen Voorschotten op prestaties en inpandgevingen van pensioenrechten voor het waarborgen van een lening worden enkel toegestaan om de overdragende aangeslotene in staat te stellen op het grondgebied van de Europese Economische Ruimte (EER) onroerende goederen die belastbare inkomsten opbrengen te verwerven, te bouwen, te verbeteren, te herstellen of te verbouwen.

Het als bijzonder stelsel van aanslag bepaalde omzettingsstelsel is van toepassing in zoverre die voorschotten en inpandgevingen verleend zijn voor het bouwen, het verwerven, het verbouwen, het verbeteren of het herstellen van de in de Europes Economische Ruimte (EER) gelegen enige woning die uitsluitend bestemd is voor het persoonlijk gebruik van de voorschotnemer en zijn gezinsleden.

Voorschotten worden door de pensioeninstelling toegekend op voorwaarde dat : - de overdragende aangeslotene een akte van voorschot ondertekent; - de overdragende aangeslotene akkoord gaat met de vooruit te betalen intrest die door de pensioeninstelling op basis van de door haar gehanteerde intrestvoet wordt berekend op het ogenblik van toekenning; - de schriftelijke toestemming van de eventuele aannemende begunstigde(n) van de pensioentoezegging wordt bekomen.

Voorschotten moeten worden terugbetaald zodra die goederen uit het vermogen van de overdragende aangeslotene verdwijnen.

De mogelijkheid tot opneming van voorschotten en inpandgevingen bestaat enkel ten belope van de netto theoretische afkoopwaarde (na bedrijfsvoorheffing, RIZIV, solidariteitsbijdrage en eventuele penalisatie) vermenigvuldigd met een breuk waarvan de teller gelijk is aan 1 en waarvan de noemer gelijk is aan 1 plus de door de door de pensioeninstelling gehanteerde intrestvoet berekend op het ogenblik van toekenning van het voorschot. Hierbij kan het op te nemen voorschot echter nooit meer bedragen dan het verzekerde netto (vestigings)kapitaal bij overlijden. Indien het berekende voorschot kleiner is dan 2 500,00 EUR, dan wordt het niet toegekend.

Indien een voorschot is toegekend, vervalt het recht op winstdeelname voor het bedrag van de wiskundige reserves overeenstemmend met het bedrag van voorschot en dit overeenkomstig het winstdeelnameplan.

Art. 8.Communicatie De pensioeninstelling bezorgt bij overdracht en bij iedere omvorming van de reserves een benefit statement. Op dit benefit statement wordt tevens de opgebouwde winstdeelname vermeld.

Art. 9.Medische acceptatie De pensioeninstelling houdt zich het recht voor medische formaliteiten en/of onderzoeken op te leggen in zover dit wettelijk toegelaten is.

In bepaalde gevallen zal de pensioeninstelling, in overeenstemming met haar medische acceptatiepolitiek, een medisch onderzoek opleggen waarvan zij de kosten ten laste neemt. Deze politiek kan, onder andere, in de volgende gevallen van toepassing zijn : - bij overdracht van de reserves vanuit een andere pensioeninstelling; - bij omvorming van de reserves; - bij verhoging van de verzekerde prestaties bij overlijden of van het weder in werking stellen van de overeenkomst; - bij vervroegde vereffening van de voordelen bij leven.

Art. 10.Begunstiging en aanvaarding van de begunstiging De bepalingen betreffende de begunstiging zoals beschreven in de algemene voorwaarden van de aan deze onthaalstructuur verbonden pensioentoezegging zijn van toepassing.

De overdragende aangeslotene kan, voor wat de prestaties bij overlijden betreft, de begunstiging wijzigen, of hij kan een begunstigde bij naam aanduiden waarvan akte wordt genomen in het benefit statement. Indien de afwijking een aanduiding betreft anders dan de persoon met wie de overdragende aangeslotene gehuwd is of de descendenten in de eerste graad van de overdragende aangeslotene, dan moet de melding schriftelijk bevestigd worden met een handtekening van de persoon met wie de overdragende aangeslotene gehuwd is.

Indien er meerdere begunstigden worden aangeduid, ontvangen zij ieder de opeisbare prestaties volgens de begunstigingsclausule waarvan akte wordt genomen in het benefit statement. Evenwel, wanneer de partner en de descendenten in de eerste graad al of niet bij naam gezamenlijk als begunstigden worden aangeduid, komen de opeisbare prestaties voor de helft toe aan de partner en voor de andere helft - in gelijke delen - aan de descendenten in de eerste graad. Wanneer de descendenten in de eerste graad niet bij naam als begunstigden worden aangeduid, komen de prestaties toe aan de personen die bij hun opeisbaarheid deze hoedanigheid hebben. Afstammelingen in de rechte lijn van een vooroverleden descendent in de eerste graad komen bij plaatsvervulling op.

De aangeslotene heeft, overeenkomstig de hierboven vermelde bepalingen, het recht één of meer begunstigden aan te wijzen. Het bewijs van het recht van de begunstigde wordt geleverd overeenkomstig artikel 10 van de wet op de landverzekeringsovereenkomst. De pensioeninstelling is van iedere verbintenis bevrijd door de uitkering die zij te goeder trouw aan de begunstigde heeft gedaan voordat zij enig geschrift heeft ontvangen waarbij de aanwijzing wordt gewijzigd.

Elke begunstigde mag de begunstiging aanvaarden. Aanvaarding geschiedt door een geschrift met de handtekening van de begunstigde, de overdragende aangeslotene en de pensioeninstelling.

De aanvaarding van de begunstiging heeft, tenzij in die gevallen waarin de wet herroeping toestaat, als gevolg dat de latere wijziging van de begunstiging, de afkoop of de reserveoverdracht, de inpandgeving en de opname van een voorschot slechts mogelijk zijn mits de schriftelijke toestemming van de aanvaardende begunstigde. Deze toestemming is eveneens vereist voor elke wijziging die een vermindering impliceert van de verzekeringsprestaties die ten gunste van de aanvaardende begunstigde verzekerd zijn door reeds betaalde premies.

De aanvaarding van de begunstiging heeft tot gevolg dat de bepalingen betreffende de begunstiging die afbreuk doen aan de rechten van de aanvaardende begunstigde zonder gevolg blijven.

Art. 11.Betaling van de prestaties De prestaties, die in voorkomend geval de winstdeelname leven omvatten, worden in de vorm van een kapitaal uitgekeerd nadat de betrokken begunstigde het tegengetekende kwijtschrift samen met de door de pensioeninstelling opgevraagde stukken aan de pensioeninstelling heeft laten geworden. De uitkering gebeurt binnen de 30 dagen na ontvangst van het tegengetekende kwijtschrift en de door de pensioeninstelling opgevraagde stukken. De pensioeninstelling heeft het recht de hierboven genoemde stukken als haar eigendom te behouden.

De prestaties bij leven worden uitgekeerd op de eerste van de maand volgend op de einddatum van de verbonden pensioentoezegging zonder rekening te houden met een eventuele verdaging van de verbonden pensioentoezegging.

De prestaties bij overlijden vóór de einddatum van de verbonden pensioentoezegging worden uitgekeerd op de datum van overlijden van de overdragende aangeslotenene.

Voor de vertraging in de uitkering van de door de pensioeninstelling verschuldigde bedragen, doordat deze bedragen niet zijn opgevorderd, de stukken niet volledig of niet in orde zijn, of in het algemeen ten gevolge van een omstandigheid onafhankelijk van de wil van de pensioeninstelling, wordt geen intrest door haar vergoed.

Art. 12.Wijziging of beëindiging van de onthaalstructuur De pensioeninstelling kan éénzijdig geen enkele beperkende wijziging aanbrengen in de algemene voorwaarden van de onthaalstructuur.

Deze algemene voorwaarden kunnen op initiatief van de inrichter of op initiatief van de pensioeninstelling maar steeds in samenspraak met de inrichter gewijzigd of beëindigd worden. Deze wijziging of beëindiging zal echter nooit afbreuk doen aan de verworven rechten van de overdragende aangeslotenen waarvan de verworven reserves op dat ogenblik op een individuele rekening binnen de onthaalstructuur ondergebracht zijn.

Art. 13.Financieringsfonds De onthaalstructuur is niet verbonden met een financieringsfonds. 2. Afkoop Art.14. Afkoop door de inrichter De inrichter kan op geen enkel moment overgaan tot de afkoop van het geheel van de individuele rekeningen die de onthaalstructuur uitmaken.

Art. 15.Afkoop door de overdragende aangeslotene Enige afkoop anders dan deze die wettelijk toegelaten is naar aanleiding van de overdracht of naar aanleiding van het opnemen van voorschotten of inpandgeving, zijn niet toegelaten.

De afkoopwaarde wordt vereffend ten belope van de verzekerde prestaties bij overlijden. Het eventuele saldo van de theoretische afkoopwaarde wordt aangewend voor de vorming, op basis van de inventarisgrondslag, van prestaties bij leven, betaalbaar op dezelfde vervaldagen en in dezelfde voorwaarden als de prestaties bij leven van de oorspronkelijke verrichting.

Behoudens andersluidende wettelijke bepalingen kunnen de reserves van de individuele rekening door de overdragende aangeslotene worden afgekocht vanaf het ogenblik waarop hij de leeftijd van 60 jaar heeft bereikt.

Bij afkoop vóór het bereiken van de leeftijd van 60 jaar is een afkoopvergoeding verschuldigd die gelijk is aan 1 pct. van de theoretische afkoopwaarde vermenigvuldigd met de tot de leeftijd van 60 jaar nog te verstrijken looptijd van de individuele rekening uitgedrukt in volledige jaren. De aldus berekende afkoopvergoeding mag niet meer bedragen dan 5 pct. van de theoretische afkoopwaarde, maar zal altijd minstens gelijk zijn aan 75,00 EUR1.

De theoretische afkoopwaarde is het verschil tussen de actuele inventariswaarde van de verbintenissen van de pensioeninstelling en de actuele waarde van de reductiepremies. Dat verschil wordt verhoogd met het niet verbruikte gedeelte van de toeslagen. De technische grondslagen die voor de berekening van de theoretische afkoopwaarde gebruikt worden zijn deze die gebruikt worden voor de berekening van de premie.

De actuele inventariswaarde is de actuele waarde op een bepaald ogenblik berekend in functie van de inventarisgrondslag, zijnde het geheel van de inventaristoeslagen, de technische rentevoet en de voorvalswetten die het tarief of het samenstellen van de reserves bepalen.

De aanvraag tot afkoop geschiedt met een gedagtekend en ondertekend schrijven door de overdragende aangeslotene.

Voor de berekening van de afkoopwaarde wordt de datum van de aanvraag in aanmerking genomen. De afkoop heeft uitwerking op de datum waarop het voor akkoord ondertekend kwijtschrift van afkoop bij de pensioeninstelling toekomt.

Om de afkoopwaarde te verkrijgen moet de begunstigde een levensbewijs en een kopie van zijn identiteitskaart aan de pensioeninstelling overmaken. 3. Omvang van de waarborg in geval van overlijden Art.16. Geografische uitgestrektheid Het overlijdensrisico geldt wereldwijd, onder voorbehoud van de bepalingen van de overige artikelen onder hoofdstuk 3.

Art. 17.Opzettelijke daad Het overlijden van de overdragende aangeslotene veroorzaakt door een opzettelijke daad van één van de begunstigden, of op hun aansporing, is niet gedekt. Een opzettelijke daad is een daad die gesteld wordt met de bedoeling om de overdragende aangeslotene te doden of ernstige letselschade toe te brengen.

Art. 18.Luchtvaart Het overlijden van de overdragende aangeslotene aan de gevolgen van een ongeval met een luchtvaartuig waarop hij inscheepte als piloot of lid van het boordpersoneel is niet gewaarborgd.

Het overlijden van de overdragende aangeslotene aan de gevolgen van een ongeval met een luchtvaartuig waarop hij inscheepte als passagier is gewaarborgd, uitgezonderd wanneer het een toestel betreft : - waarvan de overdragende aangeslotene wist of kon weten dat het geen vliegvergunning heeft voor het vervoer van personen of goederen; - van een luchtmacht dat niet bestemd is voor personenvervoer; - dat producten met strategische kenmerken vervoert in streken waar vijandelijkheden aan de gang zijn of opstand heerst; - dat zich voorbereidt tot of deelneemt aan een sportwedstrijd; - dat proefvluchten uitvoert; - van het type ultra-licht-gemotoriseerd.

Art. 19.Oproer Er wordt geen dekking verleend wanneer het overlijden het rechtstreekse en onmiddellijke gevolg is van oproer, burgerlijke onlusten, alle collectieve gewelddaden van politieke, ideologische of sociale aard, al dan niet gepaard gaande met opstand tegen de overheid of welke gevestigde macht ook, indien de overdragende aangeslotene er op vrijwillige en actieve wijze aan heeft deelgenomen.

Art. 20.Oorlog Er wordt geen dekking verleend voor het overlijden als gevolg van een oorlogsgebeurtenis, dat wil zeggen een gebeurtenis die het rechtstreekse of onrechtstreekse gevolg is van een offensieve of defensieve actie van een oorlogvoerende mogendheid of van welke andere gebeurtenis van militaire aard ook.

Indien het conflict uitbreekt tijdens het verblijf van de overdragende aangeslotene in het buitenland, wordt dekking verleend van het oorlogsrisico op voorwaarde dat de overdragende aangeslotene niet op actieve wijze aan de vijandelijkheden deelneemt.

Art. 21.Prestaties bij een niet gewaarborgd overlijden In de niet-gewaarborgde gevallen, vastgesteld in de artikelen 17 tot en met 20, betaalt de pensioeninstelling de theoretische afkoopwaarde berekend op de dag van het overlijden en beperkt tot het bij overlijden verzekerde kapitaal.

Wanneer het overlijden van de overdragende aangeslotene voortkomt uit een opzettelijke daad van (één van) de begunstigde(n), of op zijn (hun) aansporen, verliest (verliezen) de begunstigde(n), die het overlijden opzettelijk heeft (hebben) veroorzaakt, alle rechten op de verzekerde prestaties. De verzekerde prestaties worden dan, in tegenstelling tot de vorige paragraaf, niet beperkt tot de theoretische afkoopwaarde, maar komen integraal toe aan de medebegunstigde(n) of, bij ontstentenis, aan de subsidiaire begunstigde(n) volgens de in de algemene voorwaarden van de aan deze onthaalstructuur verbonden pensioentoezegging vermelde volgorde, en bij gebreke daarvan, aan de nalatenschap van de overdragende aangeslotene.

De verzekerde prestaties in geval van overlijden worden zonder beperking uitgekeerd aan de begunstigde(n), indien het overlijden van de overdragende aangeslotene te wijten is aan zelfmoord.

Art. 22.Aangifte van een schadegeval Het overlijden van de overdragende aangeslotene moet bij de pensioeninstelling uiterlijk binnen 8 dagen worden aangegeven. Bij laattijdige aangifte kan de pensioeninstelling haar tussenkomst verminderen met het door haar geleden nadeel, tenzij het bewijs wordt geleverd dat de aangifte van het schadegeval zo snel als redelijkerwijs mogelijk was, werd ingediend.

De aangifte moet gebeuren via het daartoe bestemde formulier en moet vergezeld gaan van alle originele documenten, attesten en rapporten die het bestaan van het schadegeval kunnen aantonen.

De overdragende aangeslotenen stemmen ermee in dat de behandelende arts na hun overlijden aan de raadgevende arts van de pensioeninstelling een verklaring over de doodsoorzaak bezorgt. De pensioeninstelling kan bijkomende inlichtingen vragen of op haar kosten een autopsie laten uitvoeren. In voorkomend geval zal de pensioeninstelling de resultaten afwachten alvorens een standpunt in te nemen over het al dan niet gewaarborgd zijn van de schade.

Indien aan één van deze verplichtingen niet voldaan wordt, kan de pensioeninstelling haar tussenkomst verminderen met het door haar geleden nadeel.

Indien valse getuigschriften worden voorgelegd, valse verklaringen worden afgelegd of opzettelijk bepaalde feiten of omstandigheden worden verzwegen die duidelijk van belang zijn bij de beoordeling van het schadegeval, kan de pensioeninstelling haar tussenkomst weigeren en elke ten onrechte uitgekeerde som terugvorderen, verhoogd met de wettelijke intrest. 4. Winstdeelname Art.23. Winstdeelname De kapitalen leven en overlijden worden verhoogd met de toegekende deelname in de winst "leven" voor de onthaalstructuur. De toegekende winstdelingsdotaties worden op de individuele rekeningen gestort en worden aangewend als inventariskoopsommen in de gekozen verzekeringscombinatie.

De individuele rekeningen van de onthaalstructuur nemen kosteloos deel in de winst, in de categorie van de verzekeringscontracten, gemaakt volgens door de pensioeninstelling bepaalde regels die meegedeeld worden aan de CBFA. Het winstdeelnameplan wordt ter beschikking van het publiek gesteld op de zetel van de vestiging van de pensioeninstelling waar de onthaalstructuur werd afgesloten. 5. Kennisgevingen - Rechtsmacht Art.24. Kennisgevingen De inrichter zorgt ervoor dat alle overdragende aangeslotenen de voordelen die de onthaalstructuur hun biedt ten volle kunnen genieten door hen correct te informeren en alle nuttige documenten over te maken. De inrichter bezorgt de pensioeninstelling de nodige informatie zodat het beheer correct en vlot kan verlopen.

Elke schriftelijke kennisgeving van een partij aan een andere wordt geacht te zijn gedaan op de datum van de postafgifte en geschiedt geldig op hun laatste onderling meegedeelde adres. De verzending van een aangetekende brief wordt bewezen door het ontvangstbewijs van de post. Bij gebrek aan voorlegging van het originele exemplaar van enige briefwisseling, geldt het afschrift ervan in de dossiers van de pensioeninstelling als bewijs.

In afwijking van het voorgaande wordt iedere kennisgeving van de pensioeninstelling aan de overdragende aangeslotene geacht gedaan te zijn door middel van de laatst verstuurde benefit statement.

Art. 25.Toepasselijke wetgeving en rechtsmacht De onthaalstructuur is onderworpen aan de wettelijke en reglementaire bepalingen die in België voor levens- en aanvullende verzekeringen in het algemeen en voor groepsverzekeringen in het bijzonder gelden.

Mocht de inrichter buiten België gevestigd zijn, dan wordt er, indien toegelaten, door de partijen uitdrukkelijk gekozen voor de toepassing van het Belgisch recht.

De WAP is van toepassing op de aanvullende rust- en overlevingspensioenen voor overdragende aangeslotenen met werknemersstatuut (of hun rechthebbenden) wiens arbeidsovereenkomst beheerst wordt door het Belgisch arbeidsrecht en/of wiens gewone plaats van tewerkstelling België is. Tenzij andersluidend bericht van de inrichter, gaat de pensioeninstelling ervan uit dat deze voorwaarden vervuld zijn uit hoofde van overdragende aangeslotenen met werknemersstatuut.

Betwistingen over medische aangelegenheden kunnen eveneens, mits de partijen hierover ten vroegste op het ogenblik dat het geschil ontstaat uitdrukkelijk en schriftelijk akkoord gaan, beslecht worden in een minnelijke medische expertise (arbitrage), waarbij de partijen elk een eigen geneesheer aanstellen. Indien er geen akkoord is tussen de geneesheren, wordt er door hen of, bij gebrek aan overeenstemming, door de voorzitter van de bevoegde rechtbank van eerste aanleg een "derde" geneesheer aangesteld. Het aldus gevormde college beslist bij meerderheid van stemmen en de beslissing is onherroepelijk. Op straffe van nietigheid van hun beslissing mogen de geneesheren evenwel niet afwijken van de bepalingen van de algemene voorwaarden van de onthaalstructuur. Elke partij betaalt de honoraria van de door haar aangestelde geneesheer. De honoraria van de eventuele "derde" geneesheer worden door de partijen in gelijke delen gedragen.

Art. 26.Toepasselijk belastingregime De verzekeringsprestaties worden belast in overeenstemming met de Belgische wetgeving en/of de wetgeving van het woonland van de begunstigde.

Voor wat betreft de eventuele successierechten, is de wetgeving van het woonland van de overledene en/of van de begunstigde van toepassing.

De pensioeninstelling zal de wettelijk verplichte inhoudingen verrichten op het ogenblik van de uitkering van de prestaties. Voor nadere inlichtingen over het toepasselijke belastingregime kan de inrichter zich wenden tot de pensioeninstelling.

Art. 27.Bescherming van de persoonlijke levenssfeer De gegevens die op de overdragende aangeslotene betrekking hebben, worden opgenomen in bestanden die gehouden worden om de verzekeringsovereenkomsten te kunnen opstellen, te beheren en uit te voeren.

In overeenstemming met de wet van 8 december 1992 ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens en iedere latere wijziging die de dwingende bepalingen van deze wet vervangt en/of aanvult, kan de overdragende aangeslotene van zijn persoonsgegevens kennis nemen en ze indien nodig doen verbeteren.

P&V Verzekeringen CVBA is verantwoordelijk voor de verwerking.

Art. 28.Goede trouw, redelijkheid en billijkheid De inrichter regelt de aangelegenheden in zijn verhouding met de overdragende aangeslotenen waarin deze algemene voorwaarden niet expliciet voorzien of die vatbaar zouden zijn voor interpretatie.

Indien de pensioeninstelling hierbij belanghebbende partij is, geschiedt dit steeds in samenspraak met haar. De regeling van dergelijke aangelegenheden moet steeds gebeuren binnen de perken en met inachtneming van de goede trouw, de billijkheid, de redelijkheid en de geest van de algemene voorwaarden. 6. Bijzondere uitgaven Art.29. Bijzondere uitgaven De pensioeninstelling heeft het recht om bepaalde kosten aan te rekenen in geval van bijzondere uitgaven veroorzaakt door toedoen van de inrichter, de overdragende aangeslotene en de begunstigde.

Dit kan slechts na voorafgaandelijke kennisgeving van de pensioeninstelling aan de betrokkene(n). 7. Algemene bepalingen Art.30. Algemene bepalingen De inrichter heeft het recht om de overeenkomst onthaalstructuur ten aanzien van de pensioeninstelling op te zeggen binnen 30 dagen vanaf de inwerkingtreding ervan. In dit geval draagt de pensioeninstelling de reeds overgedragen reserves, verminderd met de bedragen die werden verbruikt om het risico te dekken, over naar de door de inrichter aangeduide onthaalstructuur.

Indien de pensioeninstelling de algemene voorwaarden van de onthaalstructuur wenst te wijzigen, dan stelt zij per aangetekend schrijven aan de inrichter voor om de gewijzigde algemene voorwaarden toe te passen vanaf een door haar bepaalde datum. Indien de inrichter binnen 90 dagen na dit voorstel aan de pensioeninstelling schriftelijk meldt dat hij of zij deze wijziging weigert, blijven de vroegere algemene voorwaarden van toepassing. De inrichter overhandigt in voorkomend geval een exemplaar van de gewijzigde algemene voorwaarden aan elke overdragende aangeslotene.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 00 xxxx 2018.

De Minister van Werk, K. PEETERS

1 Dit bedrag wordt geïndexeerd in functie van de gezondheidsindex (basis 1988 = 100). Het indexcijfer dat in aanmerking moet genomen worden is dat van de tweede maand van het trimester dat de datum van de afkoop voorafgaat.

Bijlage 3 aan de collectieve arbeidsovereenkomst van 6 november 2017, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de logistiek, betreffende het sectoraal aanvullend pensioenstelsel Pensioenreglement Vaste bijdragen "Sociaal Fonds van het Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de logistiek" 530/001529 530/002081 530/002082 530/002083 530/002084 530/002085 530/040242 530/041650 Bedienden die ressorteren onder het Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de logistiek.

Pensioentoezegging Bijzondere voorwaarden Inrichter "Sociaal Fonds van het Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de logistiek" Brouwersvliet 33/7 2000 Antwerpen ingesteld bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 7 september 2009.

Berekeningselementen Ingangsdatum : 1 januari 2007 Wijzigingsdatum : 1 januari 2018 Trimestriële aanleveringsdata 1 januari 1 april 1 juli 1 oktober Op deze data worden de aanspraken van iedere aangeslotene herrekend in functie van de op dat tijdstip in aanmerking te nemen elementen voor de berekening van de aanspraken, zijnde het RSZ-loon zoals beschreven in de collectieve arbeidsovereenkomst.

Wijzigingen van de elementen voor de berekening van de aanspraken in de loop van een trimester hebben slechts uitwerking vanaf het eerstvolgende trimester.

Jaarlijkse aanpassingsdatum : 1 april van ieder jaar.

Definities Ter vervanging van het artikel "definities" van de algemene voorwaarden wordt voor de toepassing van dit pensioenreglement verstaan onder : Pensioenstelsel Het sectorale pensioenstelsel bij collectieve arbeidsovereenkomst van 4 april 2006 ingericht in uitvoering van artikel 2, 8° van de collectieve arbeidsovereenkomst van 1 juni 2005 betreffende een protocol van akkoord van 2005-2006, afgesloten binnen het Paritair Comité nr. 226 voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de logistiek en vervangen door de collectieve arbeidsovereenkomst van 6 november 2017 betreffende het sectoraal aanvullend pensioenstelsel.

Pensioeninstelling P&V CBVA In aanvulling van de algemene voorwaarden wordt gesteld dat het gaat om de verzekeringsinstelling die in uitvoering van de collectieve arbeidsovereenkomst door de inrichter werd aangeduid voor de uitvoering en het beheer van het sectorale pensioenstelsel.

Pensioenreglement Het reglement waarin de rechten en verplichtingen van de inrichter, van de werkgever, de aangeslotenen en van hun rechthebbenden, de aansluitingsvoorwaarden en de regels inzake de uitvoering van het pensioenstelsel worden bepaald.

De algemene en de bijzondere voorwaarden van de pensioentoezegging, de algemene voorwaarden van de onthaalstructuur en de pensioenfiche vormen samen het pensioenreglement. De eventuele bijlagen en aanhangsels aan de bijzondere voorwaarden vormen er een integrerend bestanddeel van. De bepalingen van de bijzondere voorwaarden en de eventuele bijlagen en aanhangsels hebben echter voorrang op de algemene voorwaarden.

De pensioeninstelling behoudt zich het recht voor alle niet uitdrukkelijk door de bijzondere voorwaarden voorziene kwesties te regelen in overeenstemming met de algemene voorwaarden.

Pensioentoezegging De toezegging van een aanvullend rust- en/of overlevingspensioen, respectievelijk kapitaal bij leven en/of kapitaal bij overlijden, door de inrichter aan één of meerdere werknemers en/of hun rechthebbenden.

De collectieve arbeidsovereenkomst De collectieve arbeidsovereenkomst van 6 november 2017 betreffende het sectoraal aanvullend pensioenstelsel die collectieve arbeidsovereenkomst van 4 april 2006 tot invoering van een sectoraal aanvullend pensioenstelsel afgesloten binnen het Paritair Comité nr. 226 voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de logistiek heeft vervangen.

Inrichter Het "Sociaal Fonds van het Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de logistiek", Brouwersvliet 33/7, 2000 Antwerpen.

Werkgever Wordt als werkgever gedefinieerd, de onderneming die personeel tewerkstelt dat ressorteert onder het Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de logistiek en die niet vrijgesteld is van deelname aan het sectorale pensioenstelsel conform artikelen 5 tot en met 9 van de collectieve arbeidsovereenkomst.

Een derde werkgever Een derde werkgever is een onderneming die ressorteert onder het Paritair Comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de logistiek en die niet valt onder het toepassingsgebied van het sectorale pensioenstelsel conform artikelen 5 tot en met 9 van de collectieve arbeidsovereenkomst.

Werknemer De natuurlijke persoon die een arbeidsovereenkomst heeft afgesloten met de werkgever.

Aangeslotene De actieve aangeslotene is de werknemer die behoort tot de personeelscategorie van de werkgever waarvoor de inrichter een pensioentoezegging heeft ingevoerd en die aan de aansluitingsvoorwaarden van de pensioentoezegging voldoet.

De passieve aangeslotene is de gewezen werknemer die nog steeds actuele of uitgestelde rechten geniet indien hij bij zijn uittreding verkozen heeft zijn verworven reserves zonder wijziging van de pensioentoezegging bij de pensioeninstelling te laten.

De rentegenieters worden voor de toepassing van dit pensioenreglement niet beschouwd als aangeslotene.

Gehuwde aangeslotene De aangeslotene die wettelijk gehuwd is en niet gerechtelijk van tafel en bed gescheiden is of in aanleg tot echtscheiding of gerechtelijke scheiding van tafel en bed.

Wettelijk geregistreerde samenwonende aangeslotene De aangeslotene die wettelijk geregistreerd samenwoont zoals bepaald in artikel 1475 tot en met artikel 1479 van het Burgerlijk Wetboek of, volgens gelijkaardige regelingen van buitenlands recht, wordt gelijkgesteld met een gehuwde aangeslotene.

Feitelijk samenwonende aangeslotene De aangeslotene die niet onder de definitie van gehuwde aangeslotene valt en op basis van een door de gemeente afgeleverd bewijs kan aantonen dat hij samenwoont met een partner in gezinsverband (gedomicilieerd op hetzelfde adres).

Partner Onder "partner" verstaat men : - de echtgeno(o)t(e) van de gehuwde aangeslotene; - de partner van de wettelijk geregistreerde samenwonende aangeslotene; - de partner van de feitelijk samenwonende aangeslotene.

Alleenstaande aangeslotene De aangeslotene die geen partner heeft zoals hierboven omschreven.

Werkgeversbijdrageovereenkomst De overeenkomst die met werkgeversbijdragen wordt gefinancierd.

Loon Het totale loon van de aangeslotenen onderworpen aan de sociale zekerheidsbijdragen.

Begunstigde De perso(o)n(en) in wiens voordeel de verzekerde prestaties bedongen zijn.

FSMA Autoriteit van Financiële Diensten en Markten.

Gemeenschappelijke kas De pensioeninstelling opgericht op basis van het koninklijk besluit van 14 november 2003 betreffende de toekenning van buitenwettelijke voordelen aan de werknemers bedoeld bij koninklijk besluit nr. 50 van 24 oktober 1967 betreffende rust- en overlevingspensioen voor werknemers en aan de personen bedoeld in artikel 32, 1ste lid, 1° en 2° van het Wetboek van inkomstenbelastingen 1992, tewerkgesteld buiten een arbeidsovereenkomst en iedere latere wijziging die de bepalingen van dit koninklijk besluit vervangt en/of aanvult. KB Leven Het koninklijk besluit van 14 november 2003 betreffende de levensverzekeringen en iedere latere wijziging die de bepalingen van dit koninklijk besluit vervangt en/of aanvult.

Ingangsdatum Datum waarop het pensioenstelsel voor de eerste keer wordt ingevoerd.

Wijzigingsdatum De datum waarop het pensioenstelsel gewijzigd wordt.

WAP De wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid en iedere latere wijziging die de bepalingen van deze wet vervangt en/of aanvult.

Vestigingskapitaal Het onderliggend kapitaal dat nodig is om een rente-uitkering te verzekeren.

Tak 21 "groepsverzekeringen" De verzekeringstak waarbinnen de pensioeninstelling groepsverzekeringen beheert. De premies en de reserves binnen deze verzekeringstak genieten een rendementswaarborg. De modaliteiten van deze rendementswaarborg kunnen verschillend zijn in functie van het gekozen groepsverzekeringsproduct.

Aansluiting Aangeslotene Alle werknemers die behoren tot de personeelscategorie vermeld in de collectieve arbeidsovereenkomst in dienst van een werkgever waarop het pensioenstelsel van toepassing is. Personen die reeds genieten van het wettelijk pensioen worden niet als werknemers beschouwd.

Aansluitingsvoorwaarden Vanaf de datum van indiensttreding of toetreding tot de betrokken personeelscategorie. De aansluiting is verplicht voor de werknemers.

Einddatum De wettelijke pensioneringsdatum.

Uitkering De uitkering wordt voorzien van zodra de (actieve als passieve) aangeslotene zijn wettelijk pensioen opneemt. Indien de wettelijke pensionering uitgesteld wordt, kan de aangeslotene het pensioenkapitaal wel opvragen en blijft hij aangeslotene in het sectoraal pensioenplan, met behoud van de werkgeversbijdrage voor de actief aangeslotene.

Verdaging Verdaging betekent dat de aangeslotene blijft werken na de einddatum (wettelijke pensioneringsdatum) en hierdoor aangeslotene blijft in de pensioentoezegging tot op het moment van zijn/haar effectieve pensionering. In tegenstelling tot artikel 6 "Verdaging van de einddatum" van onze algemene voorwaarden (ref. 6128) wordt de einddatum uitgesteld met een periode van 5 jaar.

Aanspraken Voor de actieve aangeslotene wordt voorzien : Werkgeversbijdragen De trimestriële werkgeversbijdragen worden door de inrichter doorgestort en zijn gelijk aan het bedrag betaalbaar in uitvoering van de sectorale collectieve arbeidsovereenkomst tot bepaling van de werkgeversbijdragen voor het sectoraal aanvullend pensioenstelsel zoals deze op elk respectievelijk moment van kracht is.

Verzekeringscombinatie De werkgeversbijdragen worden aangewend in de verzekeringscombinatie uitgesteld kapitaal met tegenverzekering van de reserves.

Deze verzekeringscombinatie voorziet : - bij leven van de aangeslotene op de einddatum : een pensioenkapitaal; - bij overlijden van de aangeslotene vóór de einddatum : een kapitaal overlijden gelijk aan de op de datum van overlijden van de aangeslotene reeds opgebouwde reserves in de werkgeversbijdrageovereenkomst, inclusief winstdeelnamereserves.

Verschuldigdheid en betaling van de werkgeversbijdragen Verschuldigdheid van de koopsommen De werkgeversbijdragen zijn trimestrieel betaalbaar door de inrichter aan de pensioeninstelling op de eerste dag van de eerste maand van elk trimester, met dien verstande dat de eerste werkgeversbijdrage aangerekend wordt op de eerste dag van de eerste maand van het tweede trimester volgend op het trimester van aansluiting van de aangeslotene.

De trimestriële werkgeversbijdrage zal berekend worden op het loon dat werd uitbetaald aan de betrokken aangeslotene tijdens het tweede trimester dat de betrokken verschuldigdheidsdatum voorafgaat. Het loon is gelijk aan het salaris waarop de bijdrage voor het sociaal fonds wordt berekend.

Wijziging en beëindiging van de verschuldigdheid van de koopsommen Ingeval van uittreding van de aangeslotene, of in geval van overlijden of pensionering, zal uiterlijk op de dag van uittreding, het overlijden of op de einddatum, een werkgeversbijdrage aangerekend worden welke als volgt berekend wordt : N*RSZ-jaarloon/365 * bijdragepercentage waarbij : - N = aantal kalenderdagen vanaf het laatste kwartaal waarvan het loon reeds gebruikt werd om er de werkgeversbijdragen mee te berekenen en tot de datum van respectievelijke uittreding, pensionering of overlijden; - RSZ-jaarloon = het totale loon dat onderworpen is aan de sociale zekerheidsbijdragen in de laatste vier kwartalen waarvan het loon reeds gebruikt werd om er de werkgeversbijdragen op te baseren.

Indien de aangeslotene op datum van uittreding, overlijden of pensionering nog geen vier volledige kwartalen aangesloten was, wordt het loon van de periode waarin hij wel aangesloten was pro rata temporis omgezet naar het loon van vier kwartalen; - Bijdragepercentage = het percentage toe te passen op het loon conform artikelen 12 en 13 van de collectieve arbeidsovereenkomst.

De verschuldigdheid van de werkgeversbijdragen stopt respectievelijk na de datum van uittreding, de datum van overlijden, de einddatum en/of wettelijke pensionering.

Betaling van de prestaties bij leven Pensioenkapitaal Het pensioenkapitaal wordt verhoogd met de winstdeelname op de werkgeversbijdrageovereenkomst.

Winstdeelname Werkgeversbijdragen De winstdeelnamedotaties toegekend met betrekking tot de reserves opgebouwd in de werkgeversbijdrageovereenkomst worden op deze overeenkomst gestort en worden aangewend als inventariskoopsommen voor de verzekering van een uitgesteld kapitaal met tegenverzekering van de reserves. De winstdeelname wordt samen uitgekeerd met het pensioenkapitaal. Bij overlijden vóór de einddatum worden de reserves uitgekeerd.

Bijkomende bepalingen (afwijkingen ten op zichte van onze algemene voorwaarden nr. 6128) In afwijking van het artikel 9 "Betaling van de prestaties bij overlijden" kan de aangeslotene niet afwijken van de voorrangsorde met betrekking tot de beguntigde bij overlijden en kan eveneens geen begunstigde bij naam aanduiden.

In afwijking van het artikel 13 "Uittreding" van onze algemene voorwaarden, gelden volgende modaliteiten : Een uitgetreden aangeslotene is de aangeslotene die zijn arbeidsovereenkomst met zijn huidige werkgever beëindigt en geen nieuwe arbeidsovereenkomst aangegaan heeft met een andere werkgever die eveneens aan deze pensioentoezegging onderworpen is.

Bij uittreding van een aangeslotene is de inrichter ertoe gehouden uiterlijk binnen de termijn van één jaar de pensioeninstelling hiervan schriftelijk in kennis te stellen. De uittreder kan, indien hij dit wenst, de pensioeninstelling op een vroeger ogenblik schriftelijk in kennis stellen van zijn uittreding. Indien de uittreder vóór de termijn van één jaar terug in dienst getreden is van een werkgever, aangesloten in het sectoraal pensioenplan, moet onderstaande procedure niet uitgevoerd worden. De pensioeninstelling deelt, uiterlijk binnen de 30 dagen na de hiervoor vermelde kennisgeving, de volgende gegevens mee aan de aangeslotene door middel van een uittredingsbrief : - het bedrag van de verworven reserves, zo nodig aangevuld tot de bedragen gewaarborgd door de van toepassing zijnde wetgeving; - het bedrag van de verworven prestaties; - de verschillende keuzemogelijkheden bij uittreding met vermelding of de overlijdensdekking al dan niet behouden blijft.

De inrichter stelt de aangeslotene onmiddellijk in kennis van de door de pensioeninstelling meegedeelde gegevens.

Bij uittreding worden de verworven reserves en prestaties berekend op basis van de wettelijke bepalingen en de elementen voor de berekening van de aanspraken die van toepassing zijn op de laatste trimestriële aanpassingsdatum vóór de uittreding.

Het artikel 16 "Bepaling van aanspraken en/of persoonlijke bijdragen van actieve aangeslotenen die niet voltijds tewerkgesteld zijn" van onze algemene voorwaarden, is niet van toepassing voor deze pensioentoezegging.

In afwijking van het artikel 17 "Vrijwillige persoonlijke stortingen" van onze algemene voorwaarden, kan een aangeslotene op geen enkel moment vrijwillige persoonlijke stortingen doen om de aanspraken van de op zijn leven gesloten verzekeringen te verhogen.

In afwijking van het artikel 18 "Voorschotten en inpandgave" van onze algemene voorwaarden, geldt volgende bepaling : De aangeslotene kan op geen enkel ogenblik voorschotten op prestaties of inpandgevingen van pensioenrechten voor de waarborgen van een lening opnemen of vragen.

In afwijking van het artikel 19 "Communicatie" van onze algemene voorwaarden, wordt jaarlijks een pensioenfiche bezorgd in plaats van een benefit statement.

In afwijking van het artikel 20 "Wijziging of beëindiging van de pensioentoezegging" van onze algemene voorwaarden, geldt volgende bepaling : De beslissing tot wijziging of beëindiging van dit pensioenstelsel kan niet éénzijdig door de inrichter genomen worden, maar elke beslissing tot beëindiging (opheffing) of wijziging van het pensioenstelsel moet genomen worden conform artikel 10, § 1, 3° van de WAP. Samenstelling reglement Dit pensioenreglement bestaat uit : - deze bijzondere voorwaarden; - de algemene voorwaarden met referentie 6128; - het addendum van december 2013; - het addendum van juli 2017; - de algemene voorwaarden van de onthaalstructuur met referentie 6116; - de pensioenfiche.

Dit pensioenreglement treedt in werking op de wijzigingsdatum en vervangt het voordien geldende reglement waaraan door de aangeslotenen in deze pensioentoezegging geen rechten meer kunnen ontleend worden.

Addendum aan de algemene voorwaarden van de pensioentoezegging met ref. 6102 of 6128 of 6112 of 5.027 N 12.2004 Dit addendum bevat een aantal wijzigingen aan de bovengenoemde algemene voorwaarden van VIVIUM en maakt hiervan integraal deel uit.

Onderstaande wijzigingen treden onmiddellijk in voege.

Enkel punt 4.c. van de inhoudsopgave (vrijwillige tijdelijke individuele overlijdensverzekering) treedt pas in voege vanaf de verwerkingsdatum van de betrokken wijziging, maar ten vroegste op 6 december 2013.

Bepalingen in de bijzondere voorwaarden, die een afwijking stipuleren op de algemene voorwaarden, blijven van toepassing voor zover ze niet in strijd zijn met de van kracht zijnde wettelijke bepalingen.

Inhoudsopgave 1. CBFA wordt FSMA 2.Verdaging van de einddatum 3. Betaling van de prestaties bij overlijden 4.Bepaling van aanspraken en/of persoonlijke bijdragen van actieve aangeslotenen die niet voltijds tewerkgesteld zijn 4.a. Opname van tijdskrediet en thematisch verlof 4.b. Halftijds brugpensioen of tijdskrediet "eindeloopbaan" 4.c. Vrijwillige tijdelijke individuele overlijdensverzekering 1. CBFA wordt FSMA Sinds 1 april 2011 (wet van 2 juli 2010) is het letterwoord CBFA vervangen door FSMA (Financial Services and Market Authority), zijnde de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten.Deze instantie, die de CBFA opvolgt, breidt zijn actieterrein uit met het toezicht op de naleving van de gedragsregels door de financiële bemiddelaars, om een eerlijke, rechtvaardige en professionele behandeling van hun cliënteel te verzekeren. 2. Verdaging van de einddatum Verdaging betekent dat de einddatum telkens met één jaar (verdagingsjaar) uitgesteld wordt indien de aangeslotene die de einddatum bereikt heeft in dienst van de inrichter blijft/zijn functie blijft uitoefenen. De aangeslotene kan de einddatum of de reeds uitgestelde einddatum niet met één jaar uitstellen indien hij op de dag van het ingaan van het verdagingsjaar : - volledig arbeidsongeschikt is, of - zijn arbeidsovereenkomst op dat ogenblik geschorst is/hij niet meer geniet van maandelijks uitgekeerde bezoldigingen, of - wegens een sociale maatregel een tewerkstellingsgraad van 0 pct. geniet.

Indien de aangeslotene gedeeltelijk arbeidsongeschikt is op het ogenblik dat hij de einddatum of de reeds uitgestelde einddatum bereikt heeft, speelt de verdaging enkel op zijn aanspraken die betrekking hebben op zijn gedeeltelijke tewerkstelling.

Tijdens deze periode van verdaging heeft hij het recht pensioenreserves op te nemen, terwijl hij aangesloten blijft aan het pensioenplan. Deze opname kan slechts één keer gebeuren tijdens de verschillende periodes van verdaging.

De prestaties worden dan als volgt berekend : - Pensioenreglement "Vaste prestatie" : - het pensioenkapitaal (of vestigingskapitaal van de pensioenrente) voorzien op de uitgestelde einddatum wordt verminderd met het bruto uitgekeerde kapitaal, gekapitaliseerd vanaf de datum van opname tot de nieuwe einddatum volgens de tariefgrondslagen die gehanteerd worden bij de verdaging; - het kapitaal bij overlijden (of vestigingskapitaal van de overlevingsrente) wordt verminderd met het bruto uitgekeerde kapitaal; - vanaf het volgende verdagingsjaar wordt bij elke verdaging het eerder in mindering gebrachte bedrag gekapitaliseerd naar de nieuwe einddatum volgens de tariefgrondslagen die gehanteerd worden bij de verdaging; - Pensioenreglement "Vaste bijdrage" : - als een aanvullend, minimum of basiskapitaal bij overlijden voorzien is, wordt dit verminderd met het bruto uitgekeerde kapitaal; - vanaf het volgende verdagingsjaar wordt bij elke verdaging het eerder in mindering gebrachte bedrag gekapitaliseerd naar de nieuwe einddatum volgens de tariefgrondslagen die gehanteerd worden bij de verdaging. 3. Betaling van de prestaties bij overlijden De inhoud van dit artikel blijft ongewijzigd, met uitzondering van onderstaande paragraaf : De begunstiging bij overlijden wordt bepaald met de volgende voorrangsorde : - de partner; - bij ontstentenis, de descendenten in de eerste graad van de aangeslotene of - bij plaatsvervulling - hun afstammelingen; - bij ontstentenis, de ascendenten in de eerste graad van de aangeslotene; - bij ontstentenis, de nalatenschap van de aangeslotene, met uitsluiting van de Staat; - bij ontstentenis, het "financieringsfonds" van de pensioentoezegging. 4. Bepaling van aanspraken en/of persoonlijke bijdragen van actieve aangeslotenen die niet voltijds tewerkgesteld zijn 4.a. Opname van tijdskrediet en thematisch verlof Voor alle vormen van niet-gemotiveerd en gemotiveerd tijdskrediet (conform de bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 103) en voor alle vormen van thematisch verlof, uitgezonderd ouderschapsverlof, worden de aanspraken en/of persoonlijke bijdragen als volgt bepaald : ? Gedurende de eerste drie maanden, gerekend vanaf de mutatiedatum, worden de aanspraken en/of persoonlijke bijdragen verder bepaald als zou de tewerkstellingsgraad van de aangeslotene ongewijzigd gebleven zijn; ? Vanaf de vierde maand, gerekend vanaf de mutatiedatum, gelden volgende bepalingen : - in geval van voltijds tijdskrediet of voltijds thematisch verlof : de verschuldigdheid van de premies wordt stopgezet, tijdelijke overlijdensverzekeringen worden beëindigd en de werkgeversbijdrageovereenkomst en persoonlijke bijdrageovereenkomst worden gereduceerd. Bij werkhervatting zijn vanaf de eerste van de maand samenvallend met of volgend op de datum van werkhervatting de premies opnieuw verschuldigd en worden de aanspraken en/of persoonlijke bijdragen berekend in functie van de tewerkstellingsgraad van de aangeslotene, waarbij perioden van onderbreking van premieverschuldigdheid gelijkgesteld worden met een tewerkstellingsgraad gelijk aan 0; - in geval van deeltijds tijdskrediet of deeltijds thematisch verlof : de aanspraken en/of persoonlijke bijdragen worden bepaald in overeenstemming met de procedure omschreven in de algemene voorwaarden onder "Aangeslotene met een arbeidsovereenkomst voor deeltijdse prestaties".

Voor ouderschapsverlof worden de aanspraken en/of persoonlijke bijdragen als volgt bepaald : ? Gedurende de eerste vier maanden, gerekend vanaf de mutatiedatum, worden de aanspraken en/of persoonlijke bijdragen verder bepaald als zou de tewerkstellingsgraad van de aangeslotene ongewijzigd gebleven zijn; ? Vanaf de vijfde maand gedeeltelijk ouderschapsverlof, gerekend vanaf de mutatiedatum, worden de aanspraken en/of persoonlijke bijdragen bepaald in overeenstemming met de procedure in de algemene voorwaarden omschreven onder "Aangeslotene met een arbeidsovereenkomst voor deeltijdse prestaties". 4.b. Halftijds brugpensioen of tijdskrediet "eindeloopbaan" Het begrip "halftijds brugpensioen" is door de wetgever afgeschaft vanaf 1 januari 2012.

In tegenstelling tot de hiervoor omschreven bepalingen worden voor de aangeslotene die tijdskrediet "eindeloopbaan" opneemt, voor de ganse periode van het tijdskrediet, de aanspraken en/of persoonlijke bijdragen niet gereduceerd in functie van de tewerkstellingsgraad, maar blijven de aanspraken en/of bijdragen verder bepaald als zou de tewerkstellingsgraad van de aangeslotenen ongewijzigd gebleven zijn.

Voor de aangeslotenen die vandaag genieten van halftijds brugpensioen of de aangeslotenen ouder dan 50 jaar die genieten van deeltijds tijdskrediet volgens de bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomst nr. 77bis, blijven de bepalingen die van toepassing waren bij aanvang van het "deeltijds brugpensioen" of het "deeltijds tijdskrediet" gelden.

Opmerkingen : 1. Indien uw groepsverzekeringsreglement verwijst naar de algemene voorwaarden ref.5.027 N 12.2004 worden in afwijking van bovenvermelde bepalingen voor alle vormen van voltijds tijdskrediet of thematisch verlof vanaf de mutatiedatum de verschuldigdheid van de premies stopgezet, de tijdelijke overlijdensverzekeringen beëindigd en de werkgeversbijdrageovereenkomst en persoonlijke bijdrageovereenkomst gereduceerd; 2. De bepalingen in verband met tijdskrediet en thematisch verlof gelden enkel voor loontrekkenden, niet voor zelfstandigen. 4.c. Vrijwillige tijdelijke individuele overlijdensverzekering Iedere aangeslotene : ? die voltijds tijdskrediet of voltijds thematisch verlof neemt; ? of tijdelijk volledig arbeidsongeschikt is en niet kan genieten van de waarborg premievrijstelling; ? of waarvoor het contract volledig geschorst is voor een andere reden als hierboven vermeld, kan op vrijwillige basis een tijdelijke individuele, niet-fiscale, overlijdensverzekering afsluiten.

Dit contract volgt de wetgeving die van toepassing is op individuele levensverzekeringscontracten. De algemene voorwaarden aan de groepsverzekering van VIVIUM zijn van toepassing voor zover deze de bovenvermelde wettelijke bepalingen niet tegenspreken.

De aangeslotene kan zelf het te verzekeren kapitaal overlijden bepalen, voor zover dit de overlijdenswaarborg van toepassing vóór de schorsing niet overschrijdt.

Het kapitaal overlijden is inclusief de toegekende winstdeelname. Het te verzekeren kapitaal overlijden is verzekerd in de verzekeringscombinatie "tijdelijke overlijdensverzekering", telkens voor één verzekeringsjaar en gefinancierd door middel van risicopremies.

Deze premies zijn ten laste van de aangeslotene.

De aangeslotene dient deze premies en de taksen te storten aan de inrichter/de onderneming.

De inrichter/de onderneming betaalt deze aan de pensioeninstelling volgens de periodiciteit van toepassing voor de bijdragen van de groepsverzekering.

De aansluiting aan deze persoonlijke, tijdelijke overlijdenswaarborg wordt beëindigd : ? op de eerste dag van de maand volgend op de gedeeltelijke of totale werkhervatting; ? op het moment van beëindiging van aansluiting aan de groepsverzekering.

In geval van niet-betaling van de premies : ? door de inrichter/de onderneming, zal de procedure voor niet-betaling van de premie voorzien in de algemene voorwaarden, toegepast worden. De aangeslotene zal per aangetekend schrijven op de hoogte gebracht worden over de gevolgen voor zijn individueel contract door niet-betaling van de premies; ? door de aangeslotene, wordt het contract beëindigd na een termijn van 30 dagen vanaf het moment van verzending van een aangetekend schrijven aan de aangeslotene, met vermelding van de gevolgen van niet-betaling.

Addendum (van juli 2017) aan : - de algemene voorwaarden van de pensioentoezegging met ref. 6128 (inclusief addendum van december 2013); - de algemene en bijzondere voorwaarden van de pensioentoezegging met ref. 6102 (inclusief addendum van december 2013); - de algemene voorwaarden met ref. 6116; - de algemene voorwaarden met ref. 5.027 N (inclusief addendum van december 2013).

Dit addendum bevat een aantal wijzigingen in gevolge de wet van 15 mei 2014 houdende diverse bepalingen (Belgisch Staatsblad van 19 juni 2014) en de wet van 18 december 2015 tot waarborging van de duurzaamheid en het sociale karakter van de aanvullende pensioenen en tot versterking van het aanvullende karakter ten opzichte van de rustpensioenen (Belgisch Staatsblad van 24 december 2015) aan de bovengenoemde algemene/bijzondere voorwaarden (inclusief addendum van december 2013) van VIVIUM en maakt hiervan integraal deel uit. Onderstaande wijzigingen zijn op de wettelijke ingangsdatum in voege getreden.

Bepalingen in de bijzondere voorwaarden, die een afwijking stipuleren op de algemene voorwaarden, blijven van toepassing voor zover ze niet in strijd zijn met de van kracht zijnde wettelijke bepalingen.

Voor wat de algemene voorwaarden met ref. 6116 betreft, zijn enkel volgende punten van dit addendum van toepassing : Punt 1. Definities Punt 3. Verdaging van de einddatum Punt 5. Betaling van de prestaties bij leven Punt 6. Betaling van de prestaties bij overlijden Punt 7. Opnameplicht en opnamerecht Punt 10. Kennisgevingen 1. Definities Volgende definities worden gewijzigd of toegevoegd : Aangeslotene : In deze definitie wijzigt de omschrijving van een passieve aangeslotene als volgt : De passieve aangeslotene is : ? De gewezen werknemer die nog steeds actuele of uitgestelde rechten geniet indien hij bij zijn uittreding gekozen heeft om zijn verworven reserves bij de pensioeninstelling te laten : o zonder wijziging van de pensioentoezegging; o met als enige wijziging een overlijdensdekking die overeenstemt met het bedrag van de verworven reserves; ? De werknemer wiens aansluiting beëindigd werd vanwege het feit dat hij niet langer de aansluitingsvoorwaarden van de pensioentoezegging vervulde zonder dat dit samenviel met de beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst.

Inrichter : ? De werkgever die een pensioentoezegging doet; ? De rechtspersoon die een pensioentoezegging invoert en aan de volgende cumulatieve voorwaarden voldoet : 1. als hij optreedt voor meerdere paritaire comités en/of paritaire subcomités, dan heeft hij als uitsluitend doel de opbouw van aanvullende pensioenen;2. hij is paritair samengesteld en;3. hij is aangeduid via een collectieve arbeidsovereenkomst gesloten in een paritair comité of subcomité, opgericht volgens hoofdstuk III van de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. Pensioenreglement : De volgende alinea wordt aan de bestaande definitie toegevoegd : De tekst van het pensioenreglement wordt op eenvoudig verzoek aan de aangeslotene verstrekt door de inrichter. Het benefit statement vermeldt de hiertoe door de inrichter aangeduide contactpersoon.

Pensioenleeftijd : De einddatum die in het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst wordt vermeld. Voor de onthaalstructuur is dit de einddatum van de verbonden pensioentoezegging.

Voor werknemers die in dienst treden vanaf 1 januari 2019 is de pensioenleeftijd (einddatum) gelijk aan de in voege zijnde wettelijke pensioenleeftijd tenzij de reglementair voorziene pensioenleeftijd (einddatum) hoger is dan de wettelijke pensioenleeftijd.

Wettelijke pensioenleeftijd : Dit is de pensioenleeftijd conform de toepasselijke wetgeving ter zake. (Vervroegde) pensionering : De effectieve (vervroegde) ingang van het rustpensioen met betrekking tot de beroepsactiviteit die aanleiding gaf tot de opbouw van prestaties.

VZW Sigedis : De vereniging zonder winstoogmerk "Sociale individuele Gegevens - Données individuelles Sociales" die conform de toepasselijke wetgeving belast is met het beheer van de informatiesystemen en de ondersteunende opdrachten voor het bijhouden van loopbaangegevens.

DB2P : Databank 2de Pijler, de gegevensbank betreffende de aanvullende pensioenen opgericht door artikel 306 van de programmawet van 27 december 2006. 2. Begin en einde van de aansluiting De inhoud van dit artikel blijft ongewijzigd, met uitzondering van volgende paragraaf : De aansluiting wordt beëindigd op : ? de eerste van de maand samenvallend met of volgend op de dag waarop de aangeslotene niet langer aan de definitie van aangeslotene en/of aan de aansluitingsvoorwaarden voldoet en zijn verworven reserves de pensioentoezegging verlaten hebben; ? de eerste van de maand samenvallend met of volgend op de dag waarop de aangeslotene de dienst van de inrichter vóór de (vervroegde) pensionering verlaat en zijn verworven reserves de pensioentoezegging verlaten hebben; ? de eerste van de maand samenvallend met of volgend op de (vervroegde) pensionering; ? de datum van het overlijden van de aangeslotene vóór de (vervroegde) pensionering. 3. Verdaging van de einddatum Deze tekst vervangt de tekst over "verdaging van de einddatum". Verdaging betekent dat op het moment dat de aangeslotene de einddatum bereikt, de einddatum telkens met één jaar (verdagingsjaar) uitgesteld wordt tot aan zijn pensionering. ? In de pensioentoezegging gebeurt de verdaging elk jaar volgens de tariefgrondslagen die op dat moment van toepassing zijn op verdagingen in de groepsverzekeringen. Zij worden toegepast op de reserves van de werkgeversbijdrageovereenkomst en de persoonlijke bijdrageovereenkomst en op de premie en blijven geldig gedurende het lopende verdagingsjaar.

Voor de actieve aangeslotene : ? worden de loonsverhogingen volgens de bepalingen van de pensioentoezegging in rekening gebracht; ? worden de aanspraken verder berekend volgens de bepalingen van de pensioentoezegging waarbij : o voor een pensioentoezegging van het type "Vaste prestaties" : - het aantal pensioenjaren van de aangeslotene in aanmerking wordt genomen, zolang dit het maximum aantal in de pensioentoezegging erkende pensioenjaren niet heeft bereikt; o voor een pensioentoezegging van het type "Vaste bijdragen" : - de bijdragen gestort blijven gedurende het verdagingsjaar; - de anciënniteit erkend wordt indien deze in aanmerking genomen wordt bij het bepalen van de vaste bijdragen; o voor een pensioentoezegging van het type "Cash balance" : - de bedragen toegekend blijven gedurende het verdagingsjaar; - de anciënniteit erkend wordt indien deze in aanmerking genomen wordt bij het bepalen van de bedragen; o de overlijdenswaarborg verder berekend blijft volgens de regels die van kracht waren vóór het bereiken van de einddatum.

Voor de passieve aangeslotene : ? Voor een pensioentoezegging van het type "Vaste prestaties" : o zijn de prestaties waarop de aangeslotene recht heeft bij pensionering tenminste gelijk aan de prestaties waarop hij recht had op de einddatum overeenkomstig het pensioenreglement; ? Voor een pensioentoezegging van het type "Vaste bijdragen" : o evolueren de gestorte bijdragen verder op basis van de tariefgrondslagen die op dat moment van toepassing zijn op verdagingen in de groepsverzekeringen; ? Voor een pensioentoezegging van het type "Cash balance" : o kapitaliseren de toegekende bedragen verder aan het door het pensioenreglement voorziene rendement; ? Voor de passieve aangeslotene die gekozen heeft zijn verworven reserves in de pensioentoezegging te laten met als enige wijziging een overlijdensdekking die overeenstemt met het bedrag van de verworven reserves, wordt er rekening gehouden met deze overlijdensdekking. ? In de onthaalstructuur wordt de verdaging van de einddatum ook toegepast, in tegenstelling tot wat de algemene voorwaarden met ref. 6116 - artikel 11 hierover bepalen. De verdaging gebeurt volgens de tariefgrondslagen die op het moment van verdaging van toepassing zijn op de onthaalstructuur. Zij worden elk jaar toegepast op de reserves en blijven geldig gedurende het lopende verdagingsjaar.

Tijdens de periode van verdaging heeft de aangeslotene éénmalig het recht verworven pensioenreserves op te nemen terwijl hij aangesloten blijft aan de pensioentoezegging : ? op de wettelijke pensioenleeftijd, zonder opname van het wettelijk pensioen; ? als hij voldoet aan de voorwaarden om zijn vervroegd wettelijk pensioen op te nemen, zonder dat hij dit effectief doet; ? op de momenten voorzien in de overgangsbepalingen in de Wet Duurzaamheid van 18 december 2015, onderafdeling 2 - artikelen 22 en 23 voor zover hij voldoet aan de voorwaarden van die overgangsbepalingen en voor zover het pensioenreglement waartoe hij aangesloten is vóór 1 januari 2016 in voege was en in deze mogelijkheid voorzag.

Deze opname kan slecht één keer gebeuren tijdens de volledige verdagingsperiode.

Na opname worden de aanspraken als volgt berekend : ? Voor een pensioentoezegging van het type "Vaste prestaties"/"Cash balance" : o De waarborg bij leven op de uitgestelde einddatum wordt verminderd met het bruto uitgekeerde kapitaal, gekapitaliseerd vanaf de datum van opname tot de nieuwe einddatum volgens : - voor "Vaste prestaties" : de tariefgrondslagen die gehanteerd worden bij de verdaging; - voor "Cash balance" : het door het pensioenreglement voorziene rendement; o Vanaf het volgende verdagingsjaar wordt bij elke verdaging de waarborg bij leven voorzien op de uitgestelde einddatum verminderd met het eerder in mindering gebrachte bedrag gekapitaliseerd naar de nieuwe einddatum volgens de tariefgrondslagen/reglementair voorzien rendement, gehanteerd bij de verdaging; ? Voor de waarborg overlijden : o Het kapitaal bij overlijden (of vestigingskapitaal van de overlevingsrente) wordt verminderd met het bruto uitgekeerde kapitaal; o Als een aanvullend, minimum of basiskapitaal bij overlijden voorzien is, wordt dit verminderd met het bruto uitgekeerde kapitaal; o Vanaf het volgende verdagingsjaar wordt bij elke verdaging het eerder in mindering gebrachte bedrag gekapitaliseerd naar de nieuwe einddatum volgens de tariefgrondslagen die gehanteerd worden bij de verdaging.

In geval van opname in een pensioentoezegging van het type "Vaste bijdragen" zal bij uitkering bij pensionering of bij overlijden rekening gehouden worden met het reeds uitgekeerde brutobedrag, gekapitaliseerd tot op datum van uitkering, volgens de tariefgrondslagen die gehanteerd worden bij de verdaging.

De hierboven beschreven "verdaging" is van toepassing op individuele pensioentoezeggingen vanaf de wettelijke pensioenleeftijd. Voor individuele pensioentoezeggingen met een einddatum kleiner dan de wettelijke pensioenleeftijd zal indien nodig bij het bereiken van de einddatum van de pensioenovereenkomst deze einddatum aangepast worden aan de wettelijke pensioenleeftijd, waarbij de tariefgrondslagen die op dat moment van toepassing zijn voor individuele pensioentoezeggingsverzekeringen zullen gelden. 4. Verschuldigdheid en betaling van de premies en de taksen De inhoud van dit artikel blijft ongewijzigd, met uitzondering van volgende alinea : Wijziging en beëindiging van de verschuldigdheid van de premies : ? bij wijziging van de aanspraken, respectievelijk de berekeningselementen, gaat de verschuldigdheid van de nieuwe premies in op de jaarlijkse aanpassingsdatum, respectievelijk de mutatiedatum; ? bij uittreding stopt de verschuldigdheid van de premies op de eerste van de maand samenvallend met of volgend op de uittreding; ? bij (vervroegde) pensionering stopt de verschuldigdheid van de premies op de eerste van de maand samenvallend met of volgend op de (vervroegde) pensionering; ? bij overlijden van de aangeslotene stopt de verschuldigdheid van de premies op het ogenblik bepaald in de bijzondere voorwaarden. 5. Betaling van de prestaties bij leven In dit artikel worden volgende bepalingen gewijzigd : De notie "einddatum" dient overal vervangen te worden door "(vervroegde) pensionering". De zin "Het pensioenkapitaal of de pensioenrente bij leven is betaalbaar op de einddatum" dient gewijzigd te worden in "Het uit te keren kapitaal of de uit te keren rente bij leven worden berekend op datum van (vervroegde) pensionering".

Volgende bepaling wordt toegevoegd : Bij (vervroegde) pensionering of wanneer er andere prestaties verschuldigd zijn, licht de pensioeninstelling de begunstigde of zijn rechthebbenden in over de prestaties die verschuldigd zijn, over de mogelijke uitbetalingswijzen, met inbegrip van het recht op omzetting in een rente en over de noodzakelijke gegevens voor de uitbetaling. 6. Betaling van de prestaties bij overlijden In dit artikel worden volgende bepalingen gewijzigd : De notie "einddatum" dient overal vervangen te worden door "(vervroegde) pensionering". Volgende bepaling wordt toegevoegd : Bij overlijden licht de pensioeninstelling de begunstigde of zijn rechthebbenden in over de prestaties die verschuldigd zijn, over de mogelijke uitbetalingswijzen, met inbegrip van het recht op omzetting in een rente en over de noodzakelijke gegevens voor de uitbetaling. 7. Opnameplicht en opnamerecht Deze tekst vervangt het artikel "Vervroegde vereffening". Opnameplicht : De uitbetaling van het aanvullend pensioen is verbonden aan de effectieve opname van het (vervroegd) wettelijk pensioen. Op dat moment is de uitbetaling verplicht.

Opnamerecht : Voor aangeslotenen die hun wettelijke pensioenleeftijd hebben bereikt of aan de voorwaarden voldoen om hun wettelijk pensioen vervroegd op te nemen maar hun wettelijk pensioen nog niet laten ingaan, is uitbetaling mogelijk.

Na opname worden de aanspraken als volgt berekend : ? Voor een pensioentoezegging van het type "Vaste prestaties"/"Cash balance" : o De waarborg bij leven op de einddatum wordt verminderd met het bruto uitgekeerde kapitaal, gekapitaliseerd vanaf de datum van opname tot de einddatum volgens - voor "Vaste prestaties" : de van toepassing zijnde tariefgrondslagen; - voor "Cash balance" : het door het pensioenreglement voorziene rendement; ? Voor de waarborg overlijden : o Het kapitaal bij overlijden (of vestigingskapitaal van de overlevingsrente) wordt verminderd met het bruto uitgekeerde kapitaal; o Als een aanvullend, minimum of basiskapitaal bij overlijden voorzien is, wordt dit verminderd met het bruto uitgekeerde kapitaal; o Vanaf de eerstvolgende jaarlijkse aanpassing wordt bij elke jaarlijkse aanpassing het eerder in mindering gebrachte bedrag gekapitaliseerd naar de eerstvolgende jaarlijkse aanpassingsdatum volgens de van toepassing zijnde tariefgrondslagen.

In geval van opname in een pensioentoezegging van het type "Vaste bijdragen" zal bij uitkering bij pensionering of bij overlijden rekening gehouden worden met het reeds uitgekeerde brutobedrag, gekapitaliseerd tot op datum van uitkering, volgens de van toepassing zijnde tariefgrondslagen.

Daarnaast hebben aangeslotenen die voldoen aan de overgangsbepalingen zoals voorzien in de Wet Duurzaamheid van 18 december 2015, onderafdeling 2 - Overgangsbepalingen, artikelen 22 en 23 eveneens de mogelijkheid hun aanvullend pensioen te laten uitbetalen voordat zij hun (vervroegd) wettelijk pensioen opnemen op voorwaarde dat het dienstverband met de inrichter is beëindigd of in geval van verdaging en voor zover het pensioenreglement waartoe zij aangesloten waren vóór 1 januari 2016 in voege was en de mogelijkheid van vervroegde vereffening voorzag.

De vervroegd uit te betalen prestaties worden bepaald door de theoretische afkoopwaarde van de werkgeversbijdrageovereenkomst en persoonlijke bijdrageovereenkomst. De theoretische afkoopwaarde wordt voor 100 pct. aangewend in geval van vereffening in rente of kapitaal, voor zover de aangeslotene zijn voornemen tot vervroegde vereffening ten minste 6 maanden op voorhand aan de pensioeninstelling heeft meegedeeld. 8. Uittreding Deze tekst vervangt het artikel "Uittreding". Uittreding is : a) hetzij de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, anders dan door overlijden of pensionering;b) hetzij het einde van de aansluiting vanwege het feit dat de werknemer niet langer de aansluitingsvoorwaarden van de pensioentoezegging vervult, zonder dat dit samenvalt met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, anders dan door overlijden of pensionering ("uittreding light");c) hetzij de overgang van een werknemer in het kader van een overgang van een onderneming of een vestiging naar een andere onderneming of naar een andere vestiging, als gevolg van een conventionele overdracht of een fusie waarbij de pensioentoezegging van de werknemer niet wordt overgedragen. Bij uittredingen bedoeld onder a) en c) gelden volgende bepalingen : Bij uittreding van een aangeslotene is de inrichter ertoe gehouden uiterlijk binnen de 30 dagen de pensioeninstelling hiervan schriftelijk in kennis te stellen. De pensioeninstelling deelt uiterlijk binnen de 30 dagen na de hiervoor vermelde kennisgeving de volgende gegevens mee aan de inrichter door middel van de uittredingsbrief : ? het bedrag van de verworven reserves, zo nodig aangevuld tot de bedragen gewaarborgd door de van toepassing zijnde wetgeving; ? het bedrag van de verworven prestaties; ? de verschillende keuzemogelijkheden bij uittreding met vermelding of de overlijdensdekking al dan niet behouden blijft; ? indien zij berekend kunnen worden, het bedrag van de verworven prestaties indien de aangeslotene opteert voor de keuzemogelijkheid waarbij de verworven reserves in de pensioentoezegging blijven zonder een andere wijziging dan een overlijdensdekking die gelijk is aan de verworven reserves.

De inrichter stelt de aangeslotene onmiddellijk in kennis van de door de pensioeninstelling meegedeelde gegevens.

Bij uittreding worden de verworven reserves en prestaties berekend op basis van de wettelijke bepalingen en de elementen voor de berekening van de aanspraken die van toepassing zijn op de laatste jaarlijkse aanpassings- of mutatiedatum vóór de uittreding.

Op het ogenblik van de uittreding wordt geen enkele vergoeding of verlies van winstdeelname ten laste gelegd van de aangeslotene of van de verworven reserves afgetrokken.

Bij uittreding is de inrichter ertoe gehouden de eventuele tekorten van de verworven reserves aan te zuiveren evenals de tekorten ten opzichte van de garantie bedoeld in artikel 24 van de WAP. De eventuele aanvulling zal door de inrichter in het financieringsfonds van deze pensioentoezegging gestort worden indien niet voldoende fondsen aanwezig zijn of indien de aanwezige fondsen andere verbintenissen van de inrichter dekken.

Pas van zodra de passieve aangeslotene de beslissing bekend maakt dat hij zijn verworven reserves wenst over te dragen, zal het op dat ogenblik geldende eventuele tekort ten opzichte van de gegarandeerde bedragen aangezuiverd worden op de werkgeversbijdrageovereenkomst.

De eventuele aanvulling zal om fiscale redenen steeds beschouwd worden als een werkgeversbijdrage.

Bij uittreding heeft de aangeslotene de volgende keuzemogelijkheden met betrekking tot de verworven reserves, zo nodig aangevuld tot de bedragen gewaarborgd door de van toepassing zijnde wetgeving : 1. In deze pensioentoezegging laten : 1.1. zonder enige wijziging. Deze mogelijkheid is niet voorzien voor de verworven reserves van de pensioentoezegging waarvoor naar aanleiding van een uittreding bedoeld onder b) gekozen werd voor een overlijdensdekking gelijk aan de verworven reserves; 1.2. zonder een andere wijziging van de pensioentoezegging dan een overlijdensdekking die overeenstemt met het bedrag van de verworven reserves. In dit geval worden de verworven prestaties herrekend in functie van de verworven reserves om rekening te houden met deze overlijdensdekking. 2. Overdragen : 2.1. naar de onthaalstructuur, gekoppeld aan dit pensioenreglement; 2.2. naar de pensioeninstelling van de nieuwe inrichter met wie hij een arbeidsovereenkomst heeft gesloten, indien hij wordt aangesloten bij de pensioentoezegging van die inrichter; 2.3. naar een pensioeninstelling die de totale winst onder de aangeslotenen in verhouding tot hun reserves verdeelt en de kosten beperkt volgens de regels vastgesteld door de Koning.

Bepalingen in de bijzondere voorwaarden die bij uittreding verplicht (zonder keuzemogelijkheid voor de aangeslotene) voorzien in de overdracht van reserves van de pensioentoezegging van de ex-inrichter naar de pensioentoezegging van de nieuwe inrichter zijn niet meer van toepassing.

De aangeslotene moet zijn keuze binnen de 30 dagen na de kennisgeving door de inrichter schriftelijk meedelen aan de pensioeninstelling. Na ontvangst van de keuze van de aangeslotene voert de pensioeninstelling de keuze van de aangeslotene uit binnen de 30 dagen. Wanneer de aangeslotene deze termijn heeft laten verstrijken, wordt hij verondersteld te hebben gekozen voor de mogelijkheid om zijn verworven reserves in de pensioentoezegging van de ex-inrichter te laten zonder enige wijziging. Na het verstrijken van de termijn van 30 dagen kan de aangeslotene voor : ? de keuze 1.2 nog gedurende 11 maanden opteren; ? de keuze 2.1 - 2.2 - 2.3 nog te allen tijde opteren.

De overdrachten worden beperkt tot het gedeelte van de verworven reserves waarop geen voorschot of inpandgeving werd gedaan of dat niet werd toegewezen in het kader van de wedersamenstelling van een hypothecair krediet.

Bij keuze van de mogelijkheid 1.2 of 2.1 blijven de begunstigden zoals van toepassing in de pensioentoezegging vóór de uittreding behouden.

Indien er eventuele aanvaardende begunstigden en/of personen zijn aan wie de rechten op de pensioentoezegging werden overgedragen, is er bij overdracht van de verworven reserves schriftelijke toestemming vereist van deze begunstigden en/of personen. In geval van beslag wordt geen overdracht toegestaan.

De in de pensioentoezegging met risicopremies gefinancierde tijdelijke overlijdensverzekeringen worden verdergezet tot de eerste van de maand samenvallend met of volgend op de dag dat de aangeslotene zijn keuze bij uittreding heeft bekend gemaakt en uiterlijk tot de 90ste dag na uittreding.

De aangeslotene heeft bij uittreding de mogelijkheid om door middel van vrijwillige persoonlijke stortingen de premiebetaling geheel of gedeeltelijk persoonlijk verder te zetten onder de vorm van een "persoonlijke overeenkomst". Dit is een individuele overeenkomst afgesloten door de aangeslotene en op basis van facultatieve premies conform de bepalingen in de algemene voorwaarden. Deze persoonlijke overeenkomst is niet in de pensioentoezegging van de inrichter inbegrepen. Indien de persoonlijke verderzetting of het behoud van de verworven reserves in de vorm van een premievrije verzekering volgens één van de hierboven bepaalde mogelijkheden leidt tot een verhoging van de overlijdensverzekeringen, kan de pensioeninstelling medische formaliteiten vragen indien dit toegelaten wordt door de van toepassing zijnde wetgeving.

Bij uittredingen bedoeld onder b) gelden volgende bepalingen ("uittreding light") : Bij "uittreding light" worden de bepalingen zoals hiervoor beschreven uitgesteld tot de beëindiging van de arbeidsovereenkomst anders dan door overlijden of pensionering.

In dit geval is de inrichter ertoe gehouden uiterlijk binnen de 30 dagen de pensioeninstelling schriftelijk in kennis te stellen van het niet langer voldoen van de aangeslotene aan de aansluitingsvoorwaarden.

De pensioeninstelling informeert de werknemer uiterlijk binnen de 30 dagen na de hiervoor vermelde kennisgeving over : ? de uittreding; ? het al dan niet behouden van de overlijdensdekking; ? zijn recht om zijn verworven reserves in de oude pensioentoezegging te laten : o zonder enige wijziging; of o zonder een andere wijziging dan een overlijdensdekking die overeenstemt met het bedrag van de verworven reserves. In dit geval worden de verworven prestaties herrekend in functie van de verworven reserves om rekening te houden met deze overlijdensdekking. Bij deze keuze blijven de begunstigden zoals van toepassing in de pensioentoezegging vóór de uittreding behouden.

Wanneer de aangeslotene een termijn van 30 dagen heeft laten verstrijken na het versturen van deze informatie, wordt hij verondersteld te hebben gekozen om zijn verworven reserves in de pensioentoezegging te laten zonder enige wijziging. Hij behoudt evenwel nog gedurende een bijkomende termijn van 11 maanden het recht te opteren voor bovenvermelde mogelijkheid.

De in de pensioentoezegging met risicopremies gefinancierde tijdelijke overlijdensverzekeringen worden verdergezet tot de eerste van de maand samenvallend met of volgend op de dag dat de aangeslotene zijn keuze bij "uittreding light" heeft bekend gemaakt en uiterlijk tot de 90ste dag na "uittreding light".

De aangeslotene heeft bij uittreding de mogelijkheid om door middel van vrijwillige persoonlijke stortingen de premiebetaling geheel of gedeeltelijk persoonlijk verder te zetten onder de vorm van een "persoonlijke overeenkomst". Dit is een individuele overeenkomst afgesloten door de aangeslotene en op basis van facultatieve premies conform de bepalingen in de algemene voorwaarden. Deze persoonlijke overeenkomst is niet in de pensioentoezegging van de inrichter inbegrepen. Indien de persoonlijke verderzetting of het behoud van de verworven reserves in de vorm van een premievrije verzekering volgens één van de hierboven bepaalde mogelijkheden leidt tot een verhoging van de overlijdensverzekeringen, kan de pensioeninstelling medische formaliteiten vragen indien dit toegelaten wordt door de van toepassing zijnde wetgeving.

Indien de "uittreding light" gevolgd wordt door de aansluiting aan een andere pensioentoezegging van de inrichter bij VIVIUM, zijn volgende bepalingen van toepassing : ? een overdracht van reserves van de oude pensioentoezegging naar de nieuwe pensioentoezegging is niet langer toegestaan.

Eventuele bepalingen in de bijzondere voorwaarden die in een reserve-overdracht voorzien zijn niet meer van toepassing; ? Als de nieuwe pensioentoezegging van het type Vaste prestaties" is en de pensioenjaren worden in aanmerking genomen vanaf de datum van indiensttreding, wordt de aanspraak bij leven in de nieuwe pensioentoezegging verminderd met de opgebouwde verworven prestaties, exclusief winstdeelname, in de oude pensioentoezegging tot op de datum van "uittreding light". Er wordt hierbij geen rekening gehouden met de eventueel herrekende verworven prestaties naar aanleiding van de toepassing van hiervoor vermelde keuzemogelijkheid; ? Als de nieuwe pensioentoezegging van het type "Vaste bijdragen" of "Cash balance" is en de anciënniteit wordt berekend vanaf de datum van indiensttreding, dan wordt er voor de bepaling van de anciënniteit in de nieuwe pensioentoezegging rekening gehouden met de anciënniteit binnen de oude pensioentoezegging; ? Als de nieuwe pensioentoezegging voorziet dat voor de bepaling van het risicokapitaal overlijden de opgebouwde reserves leven in mindering worden gebracht, dan worden de verworven reserves, inclusief winstdeelname, opgebouwd in de oude pensioentoezegging op het moment van de "uittreding light", mee in aanmerking genomen voor de bepaling van het risicokapitaal overlijden van de nieuwe pensioentoezegging voor zover deze reserves in de oude pensioentoezegging, vóór eventuele toepassing van de hiervoor vermelde keuzemogelijkheid, aangewend werden in een verzekeringscombinatie "uitgesteld kapitaal met tegenverzekering van de reserves"; ? Bij het bepalen van de termijn van minimum 1 jaar aansluiting om het recht op de reserves opgebouwd door de werkgeversbijdragen te verwerven, wordt er rekening gehouden met de datum van aansluiting in de oude pensioentoezegging. 9. Communicatie Deze tekst vervangt de tekst van het artikel "Communicatie" : De pensioeninstelling bezorgt éénmaal per jaar aan de actieve aangeslotenen een benefit statement conform de wettelijke verplichtingen. De passieve aangeslotene kan zijn pensioenfiche raadplegen bij DB2P (www.mypension.be).

De pensioeninstelling stelt elk jaar een verslag op over het beheer van de pensioentoezegging zoals vereist door de van toepassing zijnde wetgeving en stelt dit verslag ter beschikking van de inrichter die het op eenvoudig verzoek meedeelt aan de aangeslotenen. 10. Kennisgevingen De eerste alinea van dit artikel wordt aangevuld met volgende bepaling : De pensioeninstelling wordt verplicht om bij het beheer van de pensioentoezegging rekening te houden met de gegevens aangeleverd door de VZW Sigedis.11. Nietigheid van bepalingen zoals bedoeld in artikel 27, § 4 van de WAP ("Gunstige vervroegingsmaatregelen") Deze tekst betreft een nieuw artikel. Artikel 27, § 4 van de WAP bepaalt dat bepalingen die als doel en/of als gevolg hebben dat zij : ? de gevolgen van een uittreding of de pensionering vóór de wettelijke pensioenleeftijd op de omvang van de aanvullende pensioenprestaties opheffen of beperken; ? bijkomende voordelen toekennen omwille van de uittreding of de pensionering, en die aldus leiden tot een verhoging van de verworven reserves en/of verworven prestaties of tot elk ander bijkomend voordeel omwille van de pensionering of de uittreding, absoluut nietig zijn.

Artikel 63/5 van de WAP stelt echter dat artikel 27, § 4 niet van toepassing is op de aangeslotenen die ten laatste op 31 december 2016 de leeftijd van 55 jaar bereikt hebben.

Bepalingen in de bijzondere voorwaarden die indruisen tegen de hierboven vermelde bepalingen worden dan ook van rechtswege als nietig beschouwd. 12. Gepensioneerde werknemers De werknemer die gepensioneerd is en een beroepsactiviteit uitoefent, geniet niet van de pensioentoezegging. De bepaling uit de bijzondere voorwaarden die de aansluiting verderzet voor werknemers die met (vervroegd) wettelijk pensioen zijn gegaan en hun beroepsactiviteit bij de inrichter verderzetten, is niet meer van toepassing voor werknemers die na 1 januari 2016 hun (vervroegd) pensioen hebben opgenomen.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 15 juli 2018.

De Minister van Werk, K. PEETERS

^