Etaamb.openjustice.be
Decreet van 30 juni 2017
gepubliceerd op 07 juli 2017

Decreet houdende diverse bepalingen inzake omgeving, natuur en landbouw

bron
vlaamse overheid
numac
2017040349
pub.
07/07/2017
prom.
30/06/2017
ELI
eli/decreet/2017/06/30/2017040349/staatsblad
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

30 JUNI 2017. - Decreet houdende diverse bepalingen inzake omgeving, natuur en landbouw (1)


Het VLAAMS PARLEMENT heeft aangenomen en Wij, REGERING, bekrachtigen hetgeen volgt: Decreet houdende diverse bepalingen inzake omgeving, natuur en landbouw HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling

Artikel 1.Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid. HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de wet van 23 september 1931 op de aanwerving van het personeel der zeevisscherij

Art. 2.In artikel 1 van de wet van 23 september 1931 op de aanwerving van het personeel der zeevisscherij, gewijzigd bij de wet van 13 augustus 1990, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid wordt het woord "scheepsjongen" vervangen door het woord "scheepsjongere";2° in het tweede lid wordt het woord "scheepsjongens" vervangen door het woord "scheepsjongeren".

Art. 3.In artikel 2, eerste lid, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 21 maart 1995, wordt het woord "scheepsjongen" vervangen door het woord "scheepsjongere".

Art. 4.In artikel 3 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 13 augustus 1990 en gewijzigd bij de wet van 6 juni 2010, wordt het woord "scheepsjongens" telkens vervangen door het woord "scheepsjongeren".

Art. 5.In artikel 6 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 13 augustus 1990 en 3 mei 1999, worden de woorden "den scheepsjongen" vervangen door de woorden "de scheepsjongere".

Art. 6.In artikel 7 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 13 augustus 1990 en 3 mei 1999, wordt het woord "scheepsjongens" vervangen door het woord "scheepsjongeren". HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van de wet van 28 december 1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen

Art. 7.In artikel 12, tweede lid, van de wet van 28 december 1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen, ingevoegd bij het decreet van 23 maart 2012, worden tussen de woorden "stedenbouwkundige vergunning" en de zinsnede ", geldt als" de woorden "of omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen" ingevoegd.

Art. 8.In artikel 14, § 1, vierde lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij het decreet van 23 maart 2012, worden tussen de woorden "stedenbouwkundige vergunning" en de zinsnede ", geldt als" de woorden "of omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen" ingevoegd.

Art. 9.In artikel 19, vierde lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij het decreet van 23 maart 2012, worden tussen de woorden "stedenbouwkundige vergunning" en de zinsnede ", is het onderzoek" de woorden "of omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen" ingevoegd.

Art. 10.In artikel 23, § 1, derde lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij het decreet van 23 maart 2012, worden tussen de woorden "stedenbouwkundige vergunning" en de zinsnede ", geldt als" de woorden "of omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen" ingevoegd. HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van de Pachtwet van 4 november 1969

Art. 11.In artikel 12.7 van de Pachtwet van 4 november 1969, ingevoegd bij de wet van 7 november 1988, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid wordt het woord "Koning" vervangen door de woorden "Vlaamse Regering"; 2° het derde lid wordt vervangen door wat volgt: "De Vlaamse Regering stelt de maximale rentabiliteitsoppervlakten vast."; 3° er wordt een zevende lid toegevoegd, dat luidt als volgt: "De Vlaamse Regering kan de procedure voor de vaststelling van de maximale rentabiliteitsoppervlakten verder uitwerken.". HOOFDSTUK 5. - Wijziging van de wet van 4 november 1969 tot beperking van de pachtprijzen

Art. 12.Artikel 1 van de wet van 4 november 1969 tot beperking van de pachtprijzen, gewijzigd bij de wet van 7 november 1988, wordt vervangen door wat volgt: "

Artikel 1.§ 1. De Vlaamse Regering stelt een pachtprijzencommissie in, die bestaat uit minstens drie pachters, minstens drie grondeigenaars en een door de Vlaamse Regering aan te wijzen ambtenaar van het Vlaams Ministerie van Landbouw en Visserij, die het voorzitterschap waarneemt. § 2. De werking van de pachtprijzencommissies, het aantal leden, de wijze van benoeming van de leden en van hun plaatsvervangers, alsook hun bezoldiging worden door de Vlaamse Regering geregeld.". HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van de wet van 26 maart 1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging

Art. 13.Aan artikel 2, eerste lid, van de wet van 26 maart 1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging, het laatst gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014, wordt een punt 5° toegevoegd, dat luidt als volgt: "5° het lozen door schepen van ballastwater voor zover voldaan wordt aan de voorwaarden voorzien in het Internationaal Verdrag voor de controle en het beheer van ballastwater en sedimenten van schepen, gedaan te Londen op 13 februari 2004.".

Art. 14.Aan artikel 32septies, § 3, van dezelfde wet, ingevoegd bij het decreet van 22 december 1993, vervangen bij het decreet van 24 december 2004 en gewijzigd bij het decreet van 1 maart 2013, wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt: "De gemeenten, gemeentebedrijven, intercommunales, intergemeentelijke samenwerkingsverbanden, de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening en de vennootschap bedoeld in artikel 32septies, § 1, van de wet van 26 maart 1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging, stellen op eenvoudig verzoek van de ecologische toezichthouder alle informatie waarover ze beschikken en die nodig is voor het opvolgen van de uitvoering van de taken, vermeld in het eerste lid, ter beschikking van de ecologische toezichthouder. De Vlaamse Regering kan de voorwaarden bepalen waaronder die informatie ter beschikking wordt gesteld.".

Art. 15.Aan artikel 32duodecies, § 2, van dezelfde wet, ingevoegd bij het decreet van 22 december 1995, vervangen bij het decreet van 21 december 2001 en gewijzigd bij het decreet van 1 maart 2013, wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt: "De gemeenten, gemeentebedrijven, intercommunales, intergemeentelijke samenwerkingsverbanden, de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening en de vennootschap bedoeld in artikel 32septies, § 1, van de wet van 26 maart 1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging, stellen op eenvoudig verzoek van de ecologische toezichthouder alle informatie waarover ze beschikken en die nodig is voor het uitvoeren van de opdracht, vermeld in het eerste en tweede lid, ter beschikking van de ecologische toezichthouder. De Vlaamse Regering kan de voorwaarden bepalen waaronder die informatie ter beschikking wordt gesteld.". HOOFDSTUK 7. - Wijzigingen van het decreet van 28 juni 1983 houdende oprichting van de instelling Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening

Art. 16.Artikel 1 van het decreet van 28 juni 1983 houdende oprichting van de instelling Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening wordt vervangen door wat volgt: "

Artikel 1.Dit decreet regelt een aangelegenheid bedoeld in artikel 39 van de Grondwet.".

Art. 17.In artikel 2 van hetzelfde decreet wordt het eerste lid vervangen door wat volgt: "Er wordt een instelling van openbaar nut opgericht onder de naam Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening en met als commerciële benaming De Watergroep, hierna de Maatschappij te noemen.".

Art. 18.Artikel 3 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 19 mei 2006, wordt vervangen door wat volgt: "

Art. 3.§ 1. De Maatschappij heeft tot doel de studie, de oprichting en de exploitatie van alle installaties die nodig zijn voor de openbare watervoorziening en de inzameling en zuivering van afvalwater. § 2. De Maatschappij kan met andere instellingen van openbaar nut, met gemeenten, met verenigingen van gemeenten, met private rechtspersonen en met particulieren contracten sluiten over waterproductie, -distributie en -behandeling en over afvalwaterafvoer en -zuivering, met inbegrip van de regeling van zakelijke rechten.".

Art. 19.In artikel 6, § 1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 19 mei 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de zinsnede ", die door de Maatschappij opgericht worden met het oog op een doelmatig vervullen van haar taken" wordt vervangen door de woorden "die door de Maatschappij opgericht worden om haar taken doelmatig te vervullen"; 2° de zinsnede "mits goedkeuring van de raad van beheer, overgedragen worden aan medevennoten." wordt vervangen door de zinsnede "met goedkeuring van de raad van bestuur, overgedragen worden aan medevennoten.".

Art. 20.Artikel 7 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 19 mei 2006, wordt opgeheven.

Art. 21.Artikel 8 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 19 mei 2006, wordt vervangen door wat volgt: "

Art. 8.De statuten, vermeld in artikel 4, bepalen de wijze waarop tot de vaststelling en de bestemming van het resultaat van de Maatschappij wordt overgegaan. De algemene vergadering van de aandeelhouders kan bij drievierdemeerderheid beslissen een winstaandeel uit te keren aan de gemeenten-vennoten. Voor de aandelen van het Vlaamse Gewest, de provincie en de instellingen van openbaar nut en andere aandeelhouders wordt geen winstaandeel toegekend.".

Art. 22.In artikel 9, tweede lid, van hetzelfde decreet worden de woorden "derde personen" vervangen door het woord "derden".

Art. 23.Artikel 11 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt: "

Art. 11.De Maatschappij kan met machtiging van de Vlaamse Regering in eigen naam overgaan tot onteigening ten algemenen nutte van onroerende goederen die nodig zijn voor de bouw, de aanleg en de exploitatie van haar installaties. De akte, vermeld in artikel 9 van de wet van 27 mei 1870, wordt opgesteld door een lid van de Vlaamse Regering.".

Art. 24.In artikel 12 van hetzelfde decreet wordt tussen het woord "voor" en de woorden "de aanleg" de zinsnede "de bouw," ingevoegd.

Art. 25.Artikel 14 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt: "

Art. 14.De statuten, vermeld in artikel 4, stellen het aantal leden vast en de duur van hun mandaat.".

Art. 26.In artikel 15 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 19 mei 2006, wordt het woord "beheer" vervangen door het woord "bestuur".

Art. 27.Artikel 17 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 7 juli 1998, wordt vervangen door wat volgt: "

Art. 17.In afwijking van artikel 11 van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut stelt de raad van bestuur de personeelsformatie en de regeling van de rechtspositie van het personeel vast.".

Art. 28.Artikel 18 van hetzelfde decreet wordt opgeheven. HOOFDSTUK 8. - Wijziging van het decreet van 24 januari 1984 houdende maatregelen inzake het grondwaterbeheer

Art. 29.In het decreet van 24 januari 1984 houdende maatregelen inzake het grondwaterbeheer wordt de bijlage, vervangen bij decreet van 18 december 2009 en gewijzigd bij decreet van 18 december 2015, vervangen door wat volgt: "Bijlage I. Laagfactor

Code

Hydrogeologische hoofdeenheid

laagfactor

0100

Quartaire aquifersystemen

1

0200

Kempens aquifersysteem

1

0300

Boom aquitard

1

0400

Oligoceen aquifersysteem

1

0500

Bartoon aquitardsysteem

1

0600

Ledo-Paniseliaan Brusseliaan aquifersysteem

1

0700

Paniseliaan aquitard

1

0800

Ieperiaan aquifer

1

0900

Ieperiaan aquitardsysteem

1

1000

Paleoceen aquifersysteem

1

1100

Krijt aquifersysteem

1

1200

Jura Trias Perm

1

1300

Sokkel

1


II. Gebiedsfactor

Code gebied

Hydrogeologische hoofdeenheid

Zone

Gebiedsfactor heffingsjaar 2018

Jaarlijkse toename van de factor tot en met heffingsjaar 2023

0100_niet-afgesloten

0100

Quartaire aquifersystemen

1,28

0,03125

0200_niet-afgesloten

0200

Kempens aquifersysteem

1,28

0,03125

0400_niet-afgesloten

0400

Niet afgesloten deel van het Oligoceen aquifersysteem

1,28

0,03125

0400_ afgesloten

0400

Afgesloten deel van het Oligoceen aquifersysteem buiten het actiegebied

1,81

0,0625

0400_actiegebied

0400

Actiegebied in het afgesloten deel van het Oligoceen aquifersysteem

3,72

0,21875

0600_niet-afgesloten

0600

Niet afgesloten deel van het Ledo-Paniseliaan Brusseliaan aquifersysteem

1,28

0,03125

0600_ afgesloten

0600

Afgesloten deel van het Ledo-Paniseliaan Brusseliaan aquifersysteem

1,81

0,0625

0600_actiegebied

0600

Actiegebied in het afgesloten deel van het Ledo-Paniseliaan Brusseliaan aquifersysteem

2,63

0,125

0800_niet-afgesloten

0800

Niet afgesloten deel van de Ieperiaan aquifer

1,28

0,03125

0800_ afgesloten

0800

Afgesloten deel van de Ieperiaan aquifer

1,81

0,0625

0800_actiegebied

0800

Actiegebied in de Ieperiaan Aquifer

2,63

0,125

1000_niet-afgesloten

1000

Niet afgesloten deel van het Paleoceen Aquifersysteem

1,28

0,03125

1000_ afgesloten

1000

Afgesloten deel van het Paleoceen Aquifersysteem

1,81

0,0625

1000_actiegebied_4

1000

Actiegebied 4 in het Paleoceen Aquifersysteem binnen het Sokkelsysteem

1,81

0,0625

1000_actiegebied_3

1000

Actiegebied 3 in het Paleoceen Aquifersysteem binnen het Sokkelsysteem

2,63

0,125

1000_actiegebied_2

1000

Actiegebied 2 in het Paleoceen Aquifersysteem binnen het Sokkelsysteem

5,38

0,375

1000_actiegebied_1

1000

Actiegebied 1 in het Paleoceen Aquifersysteem binnen het Sokkelsysteem

5,38

0,375

1100_niet-afgesloten

1100+1300

Niet afgesloten deel van het Krijt Aquifersysteem en de Sokkel

1,28

0,03125

1100_afgesloten

1100+1300

Afgesloten deel van het Krijt Aquifersysteem en de Sokkel

1,81

0,0625

1300_actiegebied_4

1100+1300

Actiegebied 4 in het Krijt Aquifersysteem en de Sokkel binnen het Sokkelsysteem

1,81

0,0625

1300_actiegebied_3

1100+1300

Actiegebied 3 in het Krijt Aquifersysteem en de Sokkel binnen het Sokkelsysteem

2,63

0,125

1300_actiegebied_2

1100+1300

Actiegebied 2 in het Krijt Aquifersysteem en de Sokkel binnen het Sokkelsysteem

5,38

0,375

1300_actiegebied_1

1100+1300

Actiegebied 1 in het Krijt Aquifersysteem en de Sokkel binnen het Sokkelsysteem

5,38

0,375


De gebiedsfactor is in de overige zones gelijk aan de gebiedsfactor van het gebied met code 0100_niet-afgesloten.

De Vlaamse Regering legt deze gebieden op kaart vast.

Gezien om gevoegd te worden bij het decreet van 24 januari 1984 houdende maatregelen inzake het grondwaterbeheer.". HOOFDSTUK 9. - Wijzigingen van het decreet van 21 december 1988 houdende oprichting van de Vlaamse Landmaatschappij

Art. 30.In artikel 16, tweede lid, van het decreet van 21 december 1988 houdende oprichting van de Vlaamse Landmaatschappij, gewijzigd bij de decreten van 7 mei 2004 en 23 december 2010, worden de woorden "de revisor" vervangen door de woorden "de commissaris".

Art. 31.In artikel 17 van hetzelfde decreet, hersteld bij het decreet van 7 mei 2004 en gewijzigd bij de decreten van 23 december 2010 en 1 maart 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 2 wordt punt 1° opgeheven;2° in paragraaf 2 worden punt 2° en 3° vervangen door wat volgt: "2° het vaststellen van het ondernemingsplan overeenkomstig artikel 5/1, § 1, tweede lid, van het kaderdecreet; 3° het vaststellen van het jaarrapport over de uitvoering van het ondernemingsplan overeenkomstig artikel 5/1 van het kaderdecreet."; 3° in paragraaf 4, eerste lid, wordt de zinsnede "en hoofdstuk VII" opgeheven.

Art. 32.In artikel 18, tweede lid, van hetzelfde decreet, worden de woorden "en hoofdstuk VII" opgeheven.

Art. 33.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 maart 2016, wordt het opschrift van hoofdstuk IX vervangen door wat volgt: "Hoofdstuk IX. Het ondernemingsplan en het jaarrapport".

Art. 34.Artikel 18ter van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 7 mei 2004, wordt vervangen door wat volgt: "

Art. 18ter.De voorwaarden en de procedure voor de uitvoering van de opdrachten van openbare dienst worden overeenkomstig artikel 5/1, § 1, tweede lid, van het kaderdecreet door de raad van bestuur in een jaarlijks ondernemingsplan vastgesteld, in samenspraak met de Vlaamse Regering, alsook in een jaarrapport over de uitvoering van het ondernemingsplan.".

Art. 35.In artikel 18quater van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 7 mei 2004 en gewijzigd bij het decreet van 1 maart 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, 11°, worden de woorden "de beheersovereenkomst" vervangen door de woorden "het ondernemingsplan";2° in paragraaf 1 wordt punt 13° opgeheven;3° in paragraaf 3, tweede lid, wordt de zinsnede "en hoofdstuk VII" opgeheven. HOOFDSTUK 1 0. - Wijzigingen van het Bosdecreet van 13 juni 1990

Art. 36.In artikel 47 van het Bosdecreet van 13 juni 1990, vervangen bij het decreet van 21 oktober 1997 en gewijzigd bij de decreten van 10 maart 2006, 7 december 2007, 12 december 2008, 20 april 2012, 11 mei 2012, 25 april 2014 en 9 mei 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de zinsnede "waarvoor een beheerplan is goedgekeurd op grond van artikel 34, § 1, van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu" wordt vervangen door de zinsnede "waarvoor een beheerplan is goedgekeurd op grond van artikel 34, § 1, of artikel 16octies van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu";2° de zinsnede "voor zover deze ontbossing noodzakelijk is voor het behoud, het herstel of de ontwikkeling van een of meerdere van de habitats, vermeld in bijlage I van voormeld decreet of van een of meerdere habitats van soorten, vermeld in bijlage II, III of IV van datzelfde decreet" wordt vervangen door de woorden "als de ontbossing noodzakelijk is met het oog op de realisatie van vastgestelde instandhoudingsdoelstellingen".

Art. 37.In artikel 57 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 18 mei 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid worden de woorden "en woonplaats kiezen in een gemeente van het Vlaamse Gewest" opgeheven;2° in het tweede lid wordt de zinsnede "borg, betalingswaarborg en woonplaats" vervangen door de woorden "borg en betalingswaarborg";3° het vierde lid wordt opgeheven.

Art. 38.In artikel 87 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 23 januari 1991, 21 oktober 1997, 10 maart 2006, 7 december 2007, 12 december 2008, 30 april 2009, 20 april 2012, 11 mei 2012, 28 februari 2014 en 25 april 2014, wordt het vijfde lid vervangen door wat volgt: "Voor de rooiing binnen een termijn van 22 jaar na de aanplanting of na spontane bebossing, is in afwijking van de stedenbouwkundige vergunningsplicht voor ontbossing, zoals bepaald in artikel 4.2.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, enkel een voorafgaande eenvoudige melding van de rooiing aan de landbouwkundig ingenieur van de Dienst Landbouw en de ambtenaar vereist. In het geval van exploitatie van de houtachtige gewassen, vermeld in het vierde lid, bedraagt deze termijn evenwel drie jaar na de laatste exploitatie. Van deze melding stelt de ambtenaar onverwijld het college van burgemeester en schepenen en het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed in kennis. De hiervoor bedoelde termijnen kunnen door de Vlaamse Regering worden aangepast.".

Art. 39.In artikel 90bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 oktober 1997, vervangen bij het decreet van 17 juli 2000 en het laatst gewijzigd bij het decreet van 9 mei 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, eerste lid, 5°, wordt de zinsnede ", opgemaakt voor speciale beschermingszones, op grond van artikel 36ter, § 1, van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu of opgemaakt voor soorten, vermeld in bijlage II, III en IV van hetzelfde decreet" opgeheven;2° in paragraaf 1, eerste lid, 5°, wordt de zinsnede "of van artikel 34, § 1, van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu" vervangen door de zinsnede ", van artikel 34, § 1, van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu of opgenomen is in een natuurbeheerplan dat is goedgekeurd conform artikel 16octies van het voormelde decreet"; 3° aan paragraaf 1 wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt: "Het is voor eenieder, met behoud van de toepassing van artikel 91, § 1 en § 2, van dit decreet, verboden om een onwettige ontbossing in stand te houden in ruimtelijk kwetsbare gebieden als vermeld in artikel 1.1.2, 10°, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009."; 4° in paragraaf 5 worden de woorden "tweede lid" telkens vervangen door de woorden "derde lid".

Art. 40.In artikel 99 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 18 mei 1999, 7 december 2007, 30 april 2009 en 12 juli 2013, wordt tussen de woorden "een goedgekeurd beheersplan" en de woorden "of behoudens een machtiging" de zinsnede ", behoudens ter uitvoering van een goedgekeurde toegankelijkheidsregeling als overeenkomstig artikel 12," ingevoegd. HOOFDSTUK 1 1. - Wijziging van het decreet van 4 mei 1994 betreffende het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Waterwegen en Zeekanaal, naamloze vennootschap van publiek recht

Art. 41.Aan artikel 19 van het decreet van 4 mei 1994 betreffende het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Waterwegen en Zeekanaal, naamloze vennootschap van publiek recht, gewijzigd bij het decreet van 1 maart 2013, wordt een paragraaf 4 toegevoegd, die luidt als volgt: " § 4. In afwijking van paragraaf 3 kan de vennootschap de onroerende goederen waarvan ze eigenaar is in het kader van het flankerende beleid landbouw van het geactualiseerde Sigmaplan, in eigendom overdragen aan de Vlaamse Landmaatschappij.". HOOFDSTUK 1 2. - Wijzigingen van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid

Art. 42.In het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, het laatst gewijzigd bij het decreet van 16 december 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° artikel 2.1.2, gewijzigd bij het decreet van 28 april 2006, wordt vervangen door wat volgt: "Art. 2.1.2. De milieuplanning op gewestelijk niveau omvat de plannen en programma's die in uitvoering van thematische wetgeving worden opgesteld en het tweejaarlijks opstellen van een milieurapport."; 2° in afdeling 2 van hoofdstuk I van titel II worden onderafdeling 2, die bestaat uit artikel 2.1.7 tot en met 2.1.12, en onderafdeling 3, die bestaat uit artikel 2.1.13, opgeheven. HOOFDSTUK 1 3. - Wijzigingen van het decreet van 21 oktober 1997 op het natuurbehoud en het natuurlijk milieu

Art. 43.In artikel 16sedecies, § 2, van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, ingevoegd bij het decreet van 9 mei 2014, wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt: "Met behoud van de toepassing van de mogelijkheid tot terugvordering van subsidies, vermeld in artikel 16decies, § 1 en § 2, en artikel 16quaterdecies, § 3, voorziet de Vlaamse Regering nog in andere mogelijkheden om subsidies geheel of gedeeltelijk terug te vorderen, namelijk in de volgende gevallen: 1° als blijkt dat een begunstigde van subsidies, verleend op basis van dit artikel, andere subsidies voor dezelfde activiteit heeft verkregen, waardoor de totale subsidies 100% van de totale aangetoonde kostprijs van de gesubsidieerde activiteit overschrijden; 2° als blijkt dat een begunstigde van subsidies, verleend op basis van dit artikel, niet langer voldoet aan de vereisten om in aanmerking te komen voor die subsidies.".

Art. 44.In artikel 36ter van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 3, eerste lid, ingevoegd bij het decreet van 19 juli 2002, worden tussen de zinsnede "kan veroorzaken," en de woorden "dient onderworpen te worden" de woorden "zonder dat die vergunningsplichtige activiteit of dat plan of programma direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een gebied in de speciale beschermingszone in kwestie" ingevoegd;2° aan § 5, tweede lid, 2°, ingevoegd bij het decreet van 19 juli 2002, wordt een zin toegevoegd, die luidt als volgt: "De initiatiefnemer rapporteert aan het agentschap over de uitvoering van de compenserende maatregelen, ten laatste binnen een jaar na de definitieve beslissing waarbij de afwijking is toegestaan.Het agentschap neemt de gerapporteerde compenserende maatregelen op in een register. Na de ontvangst van de rapportering beslist het agentschap binnen drie maanden over de inhoud en desgevallend de verdere frequentie van de rapportering.". HOOFDSTUK 1 4. - Wijzigingen van het decreet van 4 april 2003 betreffende de oppervlaktedelfstoffen

Art. 45.In hoofdstuk IV van het decreet van 4 april 2003 betreffende de oppervlaktedelfstoffen, gewijzigd bij de decreten van 7 december 2007, 30 april 2009 en 23 december 2010, wordt het opschrift van afdeling V vervangen door wat volgt: "Afdeling V. Eindafwerking".

Art. 46.In artikel 18 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 30 april 2009 en 23 december 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° het eerste lid wordt vervangen door wat volgt: "Uiterlijk vijf jaar na de ontginning moeten de vergunninghouders de eindafwerking van de percelen realiseren.Als de vergunde oppervlakte in zones wordt ingedeeld en gefaseerd wordt ontgonnen, geldt die verplichting per zone. De verplichting blijft ook gelden nadat de vergunningstermijn verstreken is, of als een vergunning vervallen, ingetrokken of geschorst is. Deze verplichting geldt niet voor niet-ontgonnen zones."; 2° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt: "De vergunninghouder meldt jaarlijks aan het departement de percelen of delen van percelen waarvan de eindafwerking is gerealiseerd.In voorkomend geval maakt de melding deel uit van het ingediend jaarlijks voortgangsrapport of het geactualiseerd basisvoortgangsrapport, vermeld in artikel 24 van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 maart 2004 houdende regels tot uitvoering van het oppervlaktedelfstoffendecreet.".

Art. 47.In hetzelfde decreet worden de volgende artikelen opgeheven: 1° artikel 19;2° artikel 20, gewijzigd bij het decreet van 7 december 2007;3° artikel 21;4° artikel 22;5° artikel 23, gewijzigd bij het decreet van 7 december 2007;6° artikel 24;7° artikel 25;8° artikel 30, gewijzigd bij het decreet van 7 december 2007. HOOFDSTUK 1 5. - Wijzigingen van het decreet van 14 december 2001 voor enkele bouwvergunningen waarvoor dwingende redenen van groot algemeen belang gelden, en het decreet van 29 maart 2002 houdende bekrachtiging van de stedenbouwkundige vergunningen verleend door de Vlaamse Regering op 18 maart 2002 in toepassing van het decreet van 14 december 2001 voor enkele bouwvergunningen waarvoor dwingende redenen van groot algemeen belang gelden

Art. 48.Artikel 2, 3°, van het decreet van 14 december 2001 voor enkele bouwvergunningen waarvoor dwingende redenen van groot algemeen belang gelden, en artikel 2, 3°, van het decreet van 29 maart 2002 houdende bekrachtiging van de stedenbouwkundige vergunningen verleend door de Vlaamse Regering op 18 maart 2002 in toepassing van het decreet van 14 december 2001 voor enkele bouwvergunningen waarvoor dwingende redenen van groot algemeen belang gelden, worden opgeheven.

Art. 49.Aan hetzelfde decreet wordt een artikel 11bis toegevoegd, dat luidt als volgt: "

Art. 11bis.De bepalingen van huidig decreet hebben alleen betrekking op handelingen, werken en inrichtingen verricht om het Deurganckdok aan te leggen en operationeel te maken en niet op latere handelingen, werken en inrichtingen in zoverre de verplichtingen in toepassing van artikel 6, leden 2, 3 en 4, van de richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992, inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna, ingevolge het aanleggen en operationeel maken van het Deurganckdok, niet in het gedrang komen derwijze dat latere handelingen, werken en inrichtingen steeds moeten voldoen aan en overeenstemmen met de ecologische kenmerken en doelstellingen van de voornoemde verplichtingen.". HOOFDSTUK 1 6. - Wijzigingen van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid

Art. 50.In artikel 8, § 5, tweede lid, 4°, van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gewijzigd bij het decreet van 18 december 2015, wordt de zinsnede " § 4, 7° " vervangen door de zinsnede " § 2, 5°, en artikel 28, § 2, 4° /1".

Art. 51.In artikel 26 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 19 juli 2013, worden volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid wordt de zin "Het bekkenbestuur bestaat uit een algemene bekkenvergadering en een bekkenbureau." opgeheven; 2° in het tweede lid wordt het woord "bekkenbureau" vervangen door het woord "bekkenbestuur";3° in het vierde lid worden de woorden "vertegenwoordigd in het bekkenbureau" vervangen door de woorden "die op basis van haar ligging in een bepaald bekken een wezenlijk deel uitmaakt van dat bekken";4° in het vijfde lid worden de woorden "de algemene bekkenvergadering en in een gewone meerderheid voor het bekkenbureau" vervangen door de woorden "het bekkenbestuur".

Art. 52.In artikel 27 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 19 juli 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in de eerste paragraaf worden de woorden "de algemene bekkenvergadering" telkens vervangen door de woorden "het bekkenbestuur";2° de tweede paragraaf wordt vervangen door wat volgt: " § 2.Het bekkenbestuur heeft tot taak: 1° het bekkensecretariaat te organiseren en aan te sturen;2° het ontwerp van het bekkenspecifieke deel van het stroomgebiedbeheerplan goed te keuren, rekening houdend met het advies dat de bekkenraad daarover heeft uitgebracht en met de resultaten van het openbaar onderzoek, vermeld in artikel 37, binnen een termijn van 90 dagen na het afsluiten van het openbaar onderzoek en uiterlijk vier maanden voor het begin van de periode waarop het stroomgebiedbeheerplan betrekking heeft;3° het ontwerp van het bekkenspecifieke deel van een wateruitvoeringsprogramma goed te keuren, rekening houdend met het advies dat de bekkenraad daarover heeft uitgebracht;4° advies te verlenen over de waterbeleidsnota en de documenten vermeld in artikel 37, § 1;5° advies te verlenen over het ontwerp van zoneringsplan, vermeld in artikel 9, § 3, van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen;6° advies te verlenen over: a) ontwerpen van investeringsprogramma's met een rechtstreekse invloed op de watersystemen;b) ontwerpen van investeringsprogramma's over openbare rioleringen en groot- en kleinschalige rioolwaterzuiveringsinstallaties;7° het voorstellen van een adequate bevoegdheidsverdeling van de waterwegen en de onbevaarbare waterlopen om een meer geïntegreerd, logisch samenhangend en efficiënter beheer te realiseren;8° indien gewenst, de toelichting en/of bespreking van belangrijke projecten of intenties binnen het bekken te agenderen. De Vlaamse Regering kan de programma's, vermeld in punt 6°, a), nader omschrijven."; 3° de derde en vierde paragraaf worden opgeheven.

Art. 53.In artikel 28, § 2, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 19 juli 2013, worden volgende wijzigingen aangebracht: 1° punt 4° wordt vervangen door wat volgt: "4° het garanderen en organiseren van gebiedsgericht en thematisch overleg en de samenwerking met de provincies, gemeenten, havenbedrijven, polders en wateringen waarvan het grondgebied respectievelijk ambtsgebied geheel of gedeeltelijk deel uitmaakt van het bekken en andere belanghebbende diensten en agentschappen die afhangen van de Vlaamse overheid.Daartoe organiseert het bekkensecretariaat, al dan niet op vraag van een lid van het bekkenbestuur, een overleg over specifieke knelpunten of acties die belang hebben voor de betrokken actoren;"; 2° tussen het punt 4° en het punt 5° wordt een nieuw punt 4° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt: "4° /1 advies te verlenen over: a) ontwerpen van technische plannen met een rechtstreekse invloed op de watersystemen; b) ontwerpen van technische plannen over openbare rioleringen en groot- en kleinschalige rioolwaterzuiveringsinstallaties en daarover te rapporteren aan het bekkenbestuur;"; 3° in punt 5° wordt het woord "bekkenbureau" vervangen door het woord "bekkenbestuur"; 4° aan paragraaf 2 wordt een nieuw lid toegevoegd, dat luidt als volgt: "De Vlaamse Regering kan de plannen, vermeld in punt 4° /1, nader omschrijven.".

Art. 54.In artikel 29, § 2, 2°, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 19 juli 2013, wordt de zinsnede ", de algemene bekkenvergadering of het bekkenbureau" vervangen door de woorden "of het bekkenbestuur".

Art. 55.Artikel 50 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 19 juli 2013, wordt opgeheven.

Art. 56.In artikel 50bis, tweede lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 16 juli 2010 en gewijzigd bij het decreet van 19 juli 2013, worden de woorden "de algemene bekkenvergadering" vervangen door de woorden "het bekkenbestuur".

Art. 57.In artikel 66bis, § 2, tweede lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 16 juli 2013, worden de woorden "de algemene bekkenvergadering" vervangen door de woorden "het bekkenbestuur". HOOFDSTUK 1 7. - Wijziging van het decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur

Art. 58.In artikel 15 van het decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur wordt paragraaf 3 vervangen door wat volgt: " § 3. Voor informatie als vermeld in het samenwerkingsakkoord van 16 februari 2016 tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn, zijn de bepalingen van paragraaf 1 en 2 van toepassing.". HOOFDSTUK 1 8. - Wijzigingen van het decreet van 19 mei 2006 houdende diverse bepalingen inzake leefmilieu en energie

Art. 59.In artikel 30 van het decreet van 19 mei 2006 houdende diverse bepalingen inzake leefmilieu en energie worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid wordt de zinsnede "Ondersteunend Centrum van het Agentschap voor Natuur en Bos, afgekort OC-ANB" vervangen door het woord "Natuurinvest";2° in het tweede lid worden de woorden "het OC-ANB" vervangen door het woord "Natuurinvest".

Art. 60.In artikel 31 van hetzelfde decreet worden de woorden "Het OC-ANB" en de woorden "het OC-ANB" telkens vervangen door het woord "Natuurinvest".

Art. 61.In artikel 32 tot en met 35 en artikel 37 en 38 van hetzelfde decreet worden de woorden "Het OC-ANB" en de woorden "het OC-ANB" telkens vervangen door het woord "Natuurinvest".

Art. 62.In artikel 36 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 21 december 2007, worden de woorden "het OC-ANB" en het woord "OC-ANB" vervangen door het woord "Natuurinvest". HOOFDSTUK 1 9. - Wijziging van het decreet van 19 mei 2006 betreffende de oprichting en de werking van het Fonds voor Landbouw en Visserij

Art. 63.In artikel 5 van het decreet van 19 mei 2006 betreffende de oprichting en de werking van het Fonds voor Landbouw en Visserij, vervangen bij het decreet van 28 juni 2013, wordt punt 2° vervangen door wat volgt: "2° de vergoedingen, de rechten, de heffingen, de afhoudingen en de toeslagen, vermeld in artikel 4, 5°, van het decreet van 28 juni 2013 betreffende het landbouw- en visserijbeleid, en de retributies, vermeld in artikel 4, 5° /1, van het voormelde decreet, tenzij de vergoedingen, rechten, heffingen of afhoudingen, toeslagen of retributies zonder tussenkomst van het Vlaams Landbouwfonds door de heffingsplichtige aan de dienstverlener worden betaald voor het verrichten van bepaalde diensten of voor het opzetten van bepaalde acties die verband houden met de vergoeding;". HOOFDSTUK 2 0. - Wijziging van het decreet van 30 juni 2006 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2006

Art. 64.In artikel 40 van het decreet van 30 juni 2006 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2006 worden paragraaf 1 en 2 vervangen door wat volgt: " § 1. De volgende reeds toegekende terugvorderbare voorschotten worden bevestigd aan de volgende verenigingen, erkend met toepassing van artikel 40, 2°, van het decreet van 28 juni 2013 betreffende het landbouw- en visserijbeleid: 1° 71.520,36 euro aan de vzw CRV Vlaanderen; 2° 278.476,10 euro aan de vzw Vlaamse Piétrain Fokkerij. § 2. Het terugvorderbare voorschot, vermeld in paragraaf 1, mag door de vereniging in kwestie uitsluitend aangewend worden voor de uitvoering van opdrachten die haar gegeven zijn krachtens artikel 40, 1°, van het decreet van 28 juni 2013 betreffende het landbouw- en visserijbeleid.". HOOFDSTUK 2 1. - Wijzigingen van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006

Art. 65.In artikel 30 van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006, vervangen bij het decreet van 12 december 2008, wordt de zinsnede "In afwijking van artikel 29, 102 en 103 moet voor de overdracht van een privatief deel van een onroerend goed dat valt onder het stelsel van gedwongen mede-eigendom," vervangen door de woorden "In afwijking van artikel 29 en 102 gebeurt de overdracht van een privatief deel van een gebouw of groep van gebouwen als".

Art. 66.Aan artikel 52 van hetzelfde decreet wordt de volgende zin toegevoegd: "De OVAM kan bij het bepalen van de voorwaarden in het conformiteitsattest voor het bodemsaneringsproject in individuele gevallen en op gemotiveerd verzoek afwijken van de voorwaarden, opgelegd door of krachtens titel V van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, op voorwaarde dat het bodemsaneringsproject: 1° in overeenstemming is met de goede plaatselijke aanleg; 2° voorziet in een gelijkwaardige bescherming van mens en milieu.".

Art. 67.In artikel 60 van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006, gewijzigd bij het decreet van 28 maart 2014, wordt de zinsnede "artikel 54, § 1" vervangen door de zinsnede "artikel 54".

Art. 68.In artikel 102, § 1, tweede lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 28 maart 2014, wordt de zinsnede "een privatief deel van een onroerend goed dat valt onder het stelsel van gedwongen mede-eigendom," vervangen door de woorden "een privatief deel van een gebouw of groep van gebouwen als".

Art. 69.In artikel 122, § 3, eerste lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 12 december 2008, wordt de zin "Op straffe van onontvankelijkheid voegt hij bij de melding een verslag van het oriënterend bodemonderzoek of desgevallend een verslag van oriënterend en beschrijvend bodemonderzoek." vervangen door de zin "Op straffe van niet-ontvankelijkheid wordt uiterlijk op de datum van de melding aan de OVAM een verslag van het oriënterende bodemonderzoek of, in voorkomend geval, een verslag van het oriënterende en het beschrijvende bodemonderzoek bezorgd.". HOOFDSTUK 2 2. - Wijzigingen van het Mestdecreet van 22 december 2006

Art. 70.In artikel 3 van het Mestdecreet van 22 december 2006, vervangen bij het decreet van 12 juni 2015 en gewijzigd bij het decreet van 18 december 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 5 wordt punt 8° vervangen door wat volgt: "8° effluenten: de meststoffen die ontstaan zijn uit de biologische behandeling door middel van nitrificatie en denitrificatie van dierlijke mest of andere meststoffen, met uitzondering van het ontstane slib van de biologische verwerking;"; 2° in paragraaf 6, 5°, b), wordt het woord "roet" vervangen door het woord "met".

Art. 71.In artikel 13, § 3, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 12 juni 2015 en gewijzigd bij het decreet van 18 december 2015, wordt het zevende lid vervangen door wat volgt: "De indeling in één van de vier klassen volgt op het jaar waarin de bodemanalyse door de Mestbank werd gevalideerd.".

Art. 72.In artikel 14 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 12 juni 2015 en gewijzigd bij het decreet van 18 december 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 5, eerste lid, wordt tussen het woord "bedrijf" en het woord "kan" de zinsnede ", waartoe landbouwgrond behoort," ingevoegd;2° in paragraaf 6, 3°, worden de woorden "tweede lid" vervangen door de woorden "derde lid";3° in paragraaf 9, zevende lid, 1°, wordt het woord "voor" vervangen door de woorden "uiterlijk op";4° aan paragraaf 12 worden een tweede en een derde lid toegevoegd, die luiden als volgt: "Voor de toepassing van dit artikel kan de Vlaamse Regering een afwijkende regeling uitwerken voor landbouwers die laattijdig nog bepaalde aanpassingen doorvoeren in de verzamelaanvraag die betrekking heeft op het betreffende kalenderjaar. Voor de toepassing van dit artikel kan de Vlaamse Regering een afwijkende regeling uitwerken voor landbouwers van wie de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgronden, over verschillende jaren heen significant wijzigt.".

Art. 73.Aan artikel 15, § 8, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 12 juni 2015, worden een derde en een vierde lid toegevoegd, die luiden als volgt: "Voor de toepassing van dit artikel kan de Vlaamse Regering een afwijkende regeling uitwerken voor landbouwers die laattijdig nog bepaalde aanpassingen doorvoeren in de verzamelaanvraag die betrekking heeft op het betreffende kalenderjaar.

Voor de toepassing van dit artikel kan de Vlaamse Regering een afwijkende regeling uitwerken voor landbouwers van wie de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgronden, over verschillende jaren heen significant wijzigt.".

Art. 74.In artikel 28, § 1, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 12 juni 2015 en gewijzigd bij het decreet van 18 december 2015, wordt tussen het vierde en het vijfde lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt: "Als in de loop van een bepaald kalenderjaar een exploitatie of bedrijf met bijbehorende gronden overgelaten wordt, kunnen de overlater en overnemer overeenkomen dat voor de berekening van het mestoverschot van dat kalenderjaar een bepaald deel van de mogelijkheden tot opbrenging van dierlijke mest op de overgelaten gronden in het bedrijf van de overlater in rekening wordt gebracht en een bepaald deel in het bedrijf van de overnemer in rekening wordt gebracht.".

Art. 75.Aan artikel 30, § 7, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 12 december 2008, wordt een zesde lid toegevoegd, dat luidt als volgt: "De Vlaamse Regering kan bepalen dat er ook tijdelijke nutriëntenemissierechten, uitgedrukt in TNER-D, toegewezen kunnen worden voor dieren die opgevangen worden in dierenasielen, voor dieren die gehouden worden in kinderboerderijen, voor dieren die gehouden worden met het oog op het verlenen van zorg in zorgboerderijen of andere zorginstellingen, of voor dieren die gehouden worden met het oog op het nastreven van sociale of andere doeleinden van algemeen nut. De Vlaamse Regering kan de extra voorwaarden daarvoor bepalen. De Vlaamse Regering kan bepalen dat bij de berekening van het aantal tijdelijke nutriëntenemissierechten dat toegekend zal worden, er alleen voor een gedeelte van de gehouden dieren tijdelijke nutriëntenemissierechten toegekend zullen worden als de gehouden dieren, naast de doeleinden, vermeld in dit lid, ook gehouden worden om economische of andere redenen.".

Art. 76.In artikel 41ter van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 12 juni 2015 en gewijzigd bij het decreet van 18 december 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1 wordt tussen de woorden "is op" en de woorden "landbouwgronden gelegen" de zinsnede "niet-intensieve graslanden in bosgebieden, zoals aangeduid op de plannen, vastgesteld met toepassing van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, en op" ingevoegd;2° in paragraaf 3 worden de woorden "Er wordt" vervangen door de zinsnede "Voor landbouwgronden in natuurgebieden, natuurontwikkelingsgebieden of natuurreservaten, zoals aangeduid op de plannen, vastgesteld met toepassing van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, wordt er".

Art. 77.In artikel 49, § 1, eerste lid, 3°, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 6 mei 2011 en gewijzigd bij het decreet van 28 februari 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° aan punt a) worden de woorden "of het vervoer van dierlijke mest of andere meststoffen vanuit een bepaalde exploitatie naar landbouwgronden van een andere exploitatie op voorwaarde dat beide exploitaties deel uitmaken van hetzelfde bedrijf en dat bedrijf maximaal drie verschillende exploitaties heeft" toegevoegd;2° in punt b) worden tussen het woord "naar" en het woord "een" de woorden "een opslag van" ingevoegd.

Art. 78.In artikel 62, § 7, eerste lid, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 12 juni 2015, worden de woorden "gemiddelde veebezetting" vervangen door het woord "gegevens".

Art. 79.In artikel 63 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 12 juni 2015 en gewijzigd bij het decreet van 18 december 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, vijfde lid, wordt het woord "verminderen" vervangen door het woord "vermeerderen"; 2° aan paragraaf 1, vijfde lid, wordt de volgende zin toegevoegd: "Het opslagverschil en de nettoaanvoer worden bepaald conform artikel 62bis."; 3° in paragraaf 10, tweede lid, 3°, wordt de zinsnede "6° " telkens vervangen door de zinsnede "5° ";4° aan paragraaf 12, tweede lid, worden een punt 17° en een punt 18° toegevoegd, die luiden als volgt: "17° de mestvoerder die meststoffen vervoert zonder dat hij beschikt over een erkenning als erkende mestvoerder, terwijl het betreffende transport uitgevoerd moet worden door een erkende mestvoerder; 18° de erkende mestvoerder die meststoffen vervoert in een voertuig dat niet opgenomen is in zijn erkenning."; 5° in paragraaf 12 wordt tussen het derde en het vierde lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt: "In afwijking van het derde lid bedraagt de administratieve geldboete per vracht en per overtreding: 1° 2500 euro voor de overtreding, vermeld in het tweede lid, 17° ;2° 800 euro voor de overtreding, vermeld in het tweede lid, 18°."; 6° in de bestaande paragraaf 12, vierde lid, die paragraaf 12, vijfde lid, wordt, worden tussen het woord "derde" en het woord "lid" de woorden "en het vierde" ingevoegd.

Art. 80.In artikel 70bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 30 april 2009, wordt de zinsnede "60bis" vervangen door het getal "61".

Art. 81.In artikel 84 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 6 mei 2011, 28 februari 2014 en 12 juni 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1 wordt tussen het woord "januari" en de zinsnede ", heeft" het jaartal "1991" ingevoegd;2° in paragraaf 7 wordt het getal "21" vervangen door het getal "22";3° in paragraaf 17 wordt de zinsnede "7° " telkens vervangen door de zinsnede "6° ".

Art. 82.Artikel 85 en 86 van hetzelfde decreet worden opgeheven. HOOFDSTUK 2 3. - Wijzigingen van het decreet van 22 december 2006 houdende inrichting van een gemeenschappelijke identificatie van landbouwers, exploitaties en landbouwgrond in het kader van het meststoffenbeleid en van het landbouwbeleid

Art. 83.In artikel 2 van het decreet van 22 december 2006 houdende inrichting van een gemeenschappelijke identificatie van landbouwers, exploitaties en landbouwgrond in het kader van het meststoffenbeleid en van het landbouwbeleid, gewijzigd bij het decreet van 18 december 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in punt 13° wordt de zinsnede "verordening (EU) nr.1308/2013" vervangen door de zinsnede "verordening (EU) nr. 1307/2013"; 2° in punt 14° wordt tussen het woord "vermeld" en het woord "in" het woord "in" opgeheven;3° er wordt een punt 14° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt: "14° /1 sectorale landbouwwetgeving van de Europese Unie: de sectorale landbouwwetgeving, vermeld in artikel 2, lid 1, f), van verordening (EU) nr.1306/2013;".

Art. 84.In artikel 3 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 18 december 2015, wordt paragraaf 2 vervangen door wat volgt: " § 2. Met behoud van de toepassing van artikel 67, lid 2, van verordening 1306/2013 worden in het GBCS alle noodzakelijke gegevens opgenomen over de identificatie van landbouwers, exploitanten, exploitaties en landbouwgronden die vereist zijn voor een correcte uitvoering van het Mestdecreet van 22 december 2006 en van sectorale landbouwwetgeving van de Europese Unie.".

Art. 85.In artikel 4 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 18 december 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt de zinsnede "verordening (EU) nr. 1307/2013 of ter uitvoering van de oppervlaktegebonden maatregelen vermeld in artikel 21, lid 1, a), artikel 28, 30 en 31 van de verordening (EU) nr. 1305/2013" vervangen door de woorden "de sectorale landbouwwetgeving van de Europese Unie"; 2° in paragraaf 2 worden de woorden "met toepassing van" vervangen door de woorden "met behoud van de toepassing van";3° aan paragraaf 4 wordt de volgende zinsnede toegevoegd: ", en kan bepalen in welke gevallen een registratie wordt gewijzigd of een nieuwe registratie kan worden aangevraagd".

Art. 86.In artikel 5, § 1, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° er wordt een punt 3° toegevoegd, dat luidt als volgt: "3° kan geen betalingen of voordelen toegekend krijgen, behalve in geval van samenvoeging als vermeld in punt 2°.In voorkomend geval worden betalingen teruggevorderd of toegekende voordelen ontnomen die in strijd met het autonome beheer zijn verkregen."; 2° er worden een tweede en een derde lid toegevoegd, die luiden als volgt: "Wie kunstmatig de voorwaarden heeft gecreëerd om voordelen te verkrijgen in het kader van het Mestdecreet van 22 december 2006 of van de sectorale landbouwwetgeving van de Europese Unie, kan geen betalingen of voordelen toegekend krijgen waarvoor de voorwaarden kunstmatig zijn gecreëerd.In voorkomend geval worden betalingen teruggevorderd of toegekende voordelen ontnomen.

De Vlaamse Regering kan de gevallen bepalen waarbij het kunstmatig creëren van voorwaarden om voordelen te verkrijgen, wordt vermoed behoudens tegenbewijs, en bepaalt daarbij de wijze waarop het tegenbewijs gegeven wordt.". HOOFDSTUK 2 4. - Wijzigingen van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de diepe ondergrond

Art. 87.In artikel 2 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de diepe ondergrond, gewijzigd bij de decreten van 23 december 2010 en 25 maart 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in punt 30° wordt tussen het woord "aardwarmte" en het woord "betreft" de zinsnede ", of de structuurvisie voor de diepe ondergrond" ingevoegd;2° in punt 36° worden tussen het woord "weg" en het woord "is" de woorden "of door warmteopslag" ingevoegd.

Art. 88.In artikel 14 en 16, eerste lid, van hetzelfde decreet worden de woorden "met een aangetekende brief" opgeheven.

Art. 89.In artikel 51, § 1, eerste lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 23 december 2010, worden de woorden "een aangetekende brief" vervangen door de woorden "een beveiligde zending". HOOFDSTUK 2 5. - Wijzigingen van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen

Art. 90.Aan artikel 3, 1°, a), van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen wordt de volgende zinsnede toegevoegd: ", dan wel op grond van artikel 37, tweede lid, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de diepe ondergrond buiten het toepassingsgebied van dit laatstgenoemde decreet valt;".

Art. 91.In hetzelfde decreet wordt een artikel 4/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: "

Art. 4/1.De procedures, opgelegd in en krachtens dit decreet, kunnen geheel of gedeeltelijk elektronisch verlopen, overeenkomstig de regels die de Vlaamse Regering bepaalt.".

Art. 92.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 18 december 2015, wordt een artikel 32/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: "

Art. 32/1.Het depollueren, demonteren, vernietigen met inbegrip van indrukken van afgedankte voertuigen of het uitvoeren van een andere behandeling op afgedankte voertuigen kan door de Vlaamse Regering afhankelijk worden gemaakt van een vooraf te verkrijgen erkenning als centrum voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen.

De Vlaamse Regering stelt de nadere regels voor de erkenning vast. Ze bepaalt de voorwaarden en de procedure tot erkenning, de mogelijkheid en de procedure tot opheffing ervan en de voorwaarden voor het gebruik van de erkenning.

De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen waaraan de centra voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen moeten voldoen vanaf dat ze erkend zijn.".

Art. 93.Aan de artikelen 55 en 61 van hetzelfde decreet wordt een lid toegevoegd, dat luidt als volgt: "In het geval een procedure voor het Hof van Cassatie wordt gevoerd mag in afwijking van artikel 1080 van het Gerechtelijk Wetboek het verzoekschrift houdende voorziening in cassatie en het antwoord op de voorziening door een advocaat worden ondertekend en neergelegd.".

Art. 94.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 18 december 2015, wordt het opschrift van hoofdstuk 6 vervangen door wat volgt: "Hoofdstuk 6. Transitie naar een circulaire economie".

Art. 95.Artikel 67 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt: "

Art. 67.De OVAM geeft als bevoegde entiteit, in samenwerking met alle betrokken actoren, invulling aan de transitie naar een duurzaam materialenbeheer en een circulaire economie. De invulling van de transitie heeft tot doel het creëren en doen realiseren van concrete doorbraken naar een duurzame materialeneconomie en -maatschappij in het Vlaamse Gewest en het vervullen van een voorbeeldrol in de Europese Unie. De OVAM zet daarvoor een samenwerkingsverband op met de betrokken Vlaamse overheidsinstellingen, het bedrijfsleven, de kenniswereld en het middenveld.

Binnen dat samenwerkingsverband worden afspraken gemaakt over: 1° de oprichting van een publiek-private stuurgroep die de transitie inhoudelijk en strategisch aanstuurt.De stuurgroep wordt evenwichtig samengesteld uit vertegenwoordigers van organisaties die een belangrijke rol spelen in de transitie naar een circulaire economie, en die het engagement opnemen om er tijd en middelen in te investeren; 2° de opstelling van een huishoudelijk reglement over de interne werking van de stuurgroep. De Vlaamse Regering kan voor de transitie en het samenwerkingsverband, vermeld in het eerste lid, nadere regels vaststellen.". HOOFDSTUK 2 6. - Wijzigingen van het decreet van 8 februari 2013 houdende duurzaam gebruik van pesticiden in het Vlaamse Gewest

Art. 96.In artikel 4, eerste lid, van het decreet van 8 februari 2013 houdende duurzaam gebruik van pesticiden in het Vlaamse Gewest wordt punt 1° vervangen door wat volgt: "1° in gebieden die door het brede publiek, door kwetsbare groepen of door particulieren worden gebruikt;".

Art. 97.In artikel 6, eerste lid, van hetzelfde decreet wordt tussen het woord "naar" en het woord "terreinen" de zinsnede "type werkzame stof," ingevoegd. HOOFDSTUK 2 7. - Wijzigingen van het decreet van 28 juni 2013 betreffende het landbouw- en visserijbeleid

Art. 98.In artikel 2 van het decreet van 28 juni 2013 betreffende het landbouw- en visserijbeleid wordt er een punt 6° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt: "6° /1 personeelslid: de contractuele en statutaire personeelsleden;".

Art. 99.In artikel 4 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in punt 5° wordt de zinsnede "retributies," opgeheven;2° in punt 5° worden de woorden "binnen een maand na de goedkeuring door de Vlaamse Regering aan het Vlaams Parlement ter bekrachtiging wordt voorgelegd" vervangen door de woorden "binnen een jaar na de bekendmaking ervan wordt bekrachtigd bij decreet"; 3° in punt 5° wordt de zin "Het besluit wordt bekrachtigd bij decreet binnen zes maanden na de goedkeuring ervan." opgeheven; 4° in punt 5° worden de woorden "periodes worden" vervangen door de woorden "termijn van een jaar wordt"; 5° er wordt een punt 5° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt: "5° /1 de retributies vaststellen die worden gevorderd voor de uitvoering van de maatregelen, vermeld in dit decreet, de uitvoeringsbesluiten ervan, het Europese Gemeenschappelijk Landbouwbeleid of het Europese Gemeenschappelijk Visserijbeleid, en het bedrag van de voormelde retributies bepalen;".

Art. 100.In artikel 14, eerste lid, 2°, van hetzelfde decreet wordt de zinsnede "heeft een vestiging in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, met een secretariaat dat beschikt over alle gegevens" vervangen door de woorden "stelt op eenvoudig verzoek alle gegevens die nodig zijn voor de controle en de uitvoering van de activiteiten waarvoor ze erkend is ter beschikking".

Art. 101.In artikel 17, eerste lid, 2°, van hetzelfde decreet worden de woorden "heeft een vestiging in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad met een secretariaat dat beschikt over alle gegevens" vervangen door de woorden "stelt op eenvoudig verzoek alle gegevens die nodig zijn voor de controle en de uitvoering van de activiteiten waarvoor ze erkend is ter beschikking".

Art. 102.In artikel 20, eerste lid, 2°, van hetzelfde decreet worden de woorden "heeft een vestiging in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad met een secretariaat dat over alle gegevens beschikt" vervangen door de woorden "stelt op eenvoudig verzoek alle gegevens die nodig zijn voor de controle en de uitvoering van de activiteiten waarvoor ze erkend is ter beschikking".

Art. 103.In artikel 44, eerste lid, artikel 55, eerste lid, artikel 58, § 1, eerste lid, en § 2, eerste lid, en artikel 64, § 1, eerste lid, en § 2, eerste lid, van hetzelfde decreet wordt het woord "ambtenaren" vervangen door het woord "personeelsleden".

Art. 104.In artikel 49 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, eerste lid, worden tussen de woorden "ze meten" en de woorden "of laten meten" de woorden "met gebruik van technische middelen" ingevoegd; 2° aan paragraaf 3 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt: "De Vlaamse Regering kan technische voorschriften vaststellen waaraan de technische middelen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, moeten voldoen.".

Art. 105.In artikel 53 van hetzelfde decreet wordt het derde lid vervangen door wat volgt: "De processen-verbaal die de toezichthouders opmaken, hebben bewijswaarde tot het tegenbewijs is geleverd. Een kopie ervan wordt door de toezichthouder binnen een termijn van twintig dagen na de datum van verbalisering aangetekend verstuurd naar de persoon of de personen ten laste van wie het proces-verbaal is opgesteld, als de persoon van de overtreder bekend is. Als er ook nader onderzoek nodig is om de persoon van de overtreder en zijn verblijfplaats te achterhalen, wordt een kopie van het proces-verbaal binnen een termijn van twintig dagen na de datum waarop de persoon van de overtreder en zijn verblijfplaats bekend zijn, verstuurd naar die persoon.".

Art. 106.Artikel 57 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt: "

Art. 57.De Vlaamse Regering wijst de personeelsleden aan die de exclusieve bestuurlijke geldboete, vermeld in artikel 56, opleggen en invorderen.".

Art. 107.In artikel 75, § 1, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid worden de woorden "de ambtenaar die belast is met de invordering" vervangen door de woorden "de daarvoor door de Vlaamse Regering aangewezen personeelsleden";2° in het tweede lid wordt het woord "ambtenaar" vervangen door het woord "personeelslid".

Art. 108.In artikel 76, tweede lid, van hetzelfde decreet worden de woorden "de ambtenaar" vervangen door de woorden "het personeelslid".

Art. 109.In artikel 77, § 4, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid worden de woorden "de ambtenaar" vervangen door de woorden "het personeelslid";2° in het tweede lid worden de woorden "die ambtenaar" vervangen door de woorden "dat personeelslid". HOOFDSTUK 2 8. - Wijzigingen van het decreet van 28 maart 2014 betreffende de landinrichting

Art. 110.In artikel 2.1.36, derde lid, van het decreet van 28 maart 2014 betreffende de landinrichting wordt de zinsnede "De duur van de jachtovereenkomsten die gesloten zijn vanaf de goedkeuring van het landinrichtingsplan of het project, plan of programma" vervangen door de woorden "De duur van de jachtovereenkomsten die gesloten zijn vanaf de vaststelling van het landinrichtingsplan of de inrichtingsnota".

Art. 111.In artikel 2.2.1, tweede lid, van hetzelfde decreet wordt punt 5° opgeheven.

Art. 112.In artikel 7.2.5, § 2, eerste lid, van hetzelfde decreet wordt de zin "Deze inrichtingsplannen worden opgemaakt als landinrichtingsplannen volgens de bepalingen van deel 3, titel 3, hoofdstuk 1 en hoofdstuk 2, van dit decreet." vervangen door de zin "De inrichtingsplannen worden opgemaakt als landinrichtingsplannen conform deel 3, titel 3, hoofdstuk 1 en hoofdstuk 3, van dit decreet.". HOOFDSTUK 2 9. - Wijzigingen van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

Art. 113.Aan artikel 394 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, gewijzigd bij het decreet van 23 december 2016, wordt een paragraaf 3 toegevoegd, die luidt als volgt: " § 3. De datum van inwerkingtreding van dit decreet, vermeld in paragraaf 1 en paragraaf 2, is een van de volgende data: 1° 1 januari 2018 voor aanvragen, meldingen, verzoeken of initiatieven die voldoen aan de toepassingsvoorwaarden van artikel 397, § 4;2° de datum aangegeven door het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig artikel 397, § 3, tweede lid, 2°, voor aanvragen, meldingen, verzoeken of initiatieven waarvoor punt 1° niet van toepassing is; 3° 23 februari 2017 voor alle andere aanvragen, meldingen, verzoeken of initiatieven.".

Art. 114.Artikel 113 heeft uitwerking met ingang van 1 juni 2017. HOOFDSTUK 3 0. - Wijzigingen van het decreet van 25 april 2014 betreffende complexe projecten

Art. 115.Aan artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende complexe projecten, gewijzigd bij het decreet van 18 december 2015, wordt een paragraaf 6 toegevoegd, die luidt als volgt: " § 6. De bevoegde overheden kunnen de bevoegdheid voor het vaststellen van het voorkeursbesluit en het projectbesluit delegeren aan een ander bestuursniveau.

Het delegatiebesluit wordt opgenomen in het ontwerp van voorkeursbesluit of het ontwerp van projectbesluit, na schriftelijke instemming van de betrokken bestuursniveaus. Het delegatiebesluit bevat een motivering voor de delegatie van de bevoegdheid.

Bij het verlenen van de delegatie kunnen de bestuursniveaus afspraken maken die verbonden zijn aan de opmaak van het voorkeurs- en projectbesluit.

De delegatie van de bevoegdheid voor het vaststellen van het voorkeursbesluit vervalt in de volgende gevallen: 1° als er geen voorkeursbesluit definitief is vastgesteld, binnen de vijf jaar na de vaststelling van het ontwerp van voorkeursbesluit;2° als er een voorkeursbesluit definitief is vastgesteld, vanaf de inwerkingtreding hiervan, met behoud van de mogelijkheid tot opheffing vermeld in artikel 43, tweede lid. De delegatie van de bevoegdheid voor het vaststellen van het projectbesluit vervalt in de volgende gevallen: 1° als er geen projectbesluit definitief is vastgesteld, binnen de vijf jaar na de vaststelling van het ontwerp van projectbesluit; 2° als er een projectbesluit definitief is vastgesteld, vanaf de inwerkingtreding hiervan.".

Art. 116.In artikel 38 van hetzelfde decreet wordt punt 2° opgeheven. HOOFDSTUK 3 1. - Wijzigingen van het decreet van 18 december 2015 houdende diverse bepalingen inzake omgeving, natuur en landbouw en energie

Art. 117.Aan artikel 170/1 van het decreet van 18 december 2015 houdende diverse bepalingen inzake omgeving, natuur en landbouw en energie, ingevoegd bij het decreet van 1 juli 2016 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2016, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt: "De Vlaamse Regering kan de criteria en de procedure voor de toekenning van de Klimaatprijs bepalen.".

Art. 118.Aan artikel 170/2 van het decreet van 18 december 2015 houdende diverse bepalingen inzake omgeving, natuur en landbouw en energie, ingevoegd bij het decreet van 1 juli 2016 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2016, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt: "De Vlaamse Regering kan de criteria en de procedure voor de toekenning van de Prijs Rudi Verheyen bepalen.". HOOFDSTUK 3 2. - Bekrachtiging van de gewijzigde verplichte bijdragen bestemd voor de promotie en afzetbevordering van de Vlaamse producten van de sectoren

Art. 119.Het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juli 2016 tot wijziging van bijlage I en II bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 1997 betreffende de verplichte bijdragen bestemd voor de promotie en afzetbevordering van de Vlaamse producten van de sectoren landbouw, tuinbouw en visserij wordt bekrachtigd overeenkomstig artikel 11, derde lid, van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het privaatrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap "Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing".

Art. 120.Het besluit van de Vlaamse Regering van 25 november 2016 tot wijziging van bijlage VII en IX bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 1997 betreffende de verplichte bijdragen bestemd voor de promotie en afzetbevordering van de Vlaamse producten van de sectoren landbouw, tuinbouw en visserij wordt bekrachtigd overeenkomstig artikel 11, derde lid, van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het privaatrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap "Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing". HOOFDSTUK 3 3. - Wijziging van het decreet van 15 juli 2016 betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid

Art. 121.In artikel 56 van het decreet van 15 juli 2016 betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid wordt de zinsnede "Artikel 29 en 30" vervangen door de zinsnede "Artikel 30 en 31". HOOFDSTUK 3 4. - Wijziging van het Vlaams Onteigeningsdecreet van 24 februari 2017

Art. 122.Aan artikel 6, 3°, van het Vlaams Onteigeningsdecreet van 24 februari 2017 wordt een punt s) toegevoegd, dat luidt als volgt: "s) de Werkvennootschap nv van publiek recht, vermeld in het decreet van 23 december 2016 houdende de totstandbrenging van De Werkvennootschap nv van publiek recht;". HOOFDSTUK 3 5. - Slotbepalingen

Art. 123.Het decreet van 18 mei 1999 betreffende de oprichting van de VZW Educatief Bosbouwcentrum Groenendaal wordt opgeheven.

Art. 124.Artikel 11 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2017.

Artikel 39, 2°, treedt in werking op de datum van inwerkingtreding van artikel 25 van het decreet van 9 mei 2014 tot wijziging van de regelgeving inzake natuur en bos.

Artikel 43 treedt in werking op de datum van inwerkingtreding van artikel 25 van het decreet van 9 mei 2014 tot wijziging van de regelgeving inzake natuur en bos.

Art. 125.Artikel 12 heeft uitwerking met ingang van 27 mei 2016.

De artikelen 63 en 99, 1° en 5°, hebben uitwerking met ingang van 1 januari 2014.

Art. 126.De artikelen 16 tot en met 28 hebben uitwerking met ingang van 1 januari 2017.

Art. 127.Artikel 66 treedt in werking op 23 februari 2017, tenzij de bekendmaking van dit decreet in het Belgisch Staatsblad gebeurt na 23 februari 2017. In dat geval treedt artikel 66 in werking op de datum van bekendmaking van dit decreet in het Belgisch Staatsblad.

Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Brussel, 30 juni 2017 De minister-president van de Vlaamse Regering, G. BOURGEOIS De Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw, J. SCHAUVLIEGE _______ Nota (1) Zitting 2016-2017 Documenten: - Ontwerp van decreet : 1041 - Nr.1. - Amendementen : 1041 - Nr. 2. - Verslag : 1041 - Nr. 3. - Tekst aangenomen door de plenaire vergadering : 1041 - Nr. 4.

Handelingen - Bespreking en aanneming: Vergadering van 28 juni 2017.

^