Etaamb.openjustice.be
Decreet van 08 mei 2009
gepubliceerd op 26 juni 2009

Decreet tot wijziging van het decreet van 17 juli 2000 houdende de organisatie van de elektriciteitsmarkt

bron
vlaamse overheid
numac
2009202684
pub.
26/06/2009
prom.
08/05/2009
ELI
eli/decreet/2009/05/08/2009202684/staatsblad
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

8 MEI 2009. - Decreet tot wijziging van het decreet van 17 juli 2000 houdende de organisatie van de elektriciteitsmarkt (1)


Het Vlaams parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : Decreet tot wijziging van het decreet van 17 juli 2000 houdende de organisatie van de elektriciteitsmarkt

Artikel 1.Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.

Art. 2.Aan artikel 2 van het decreet van 17 juli 2000 houdende de organisatie van de elektriciteitsmarkt wordt een punt 41° toegevoegd, dat luidt als volgt : "41° onrendabele top : het productieafhankelijk gedeelte van de inkomsten dat nodig is om de netto contante waarde van een investering op nul te doen uitkomen en die berekend wordt aan de hand van een cashflowberekening.".

Art. 3.In artikel 23 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 2, eerste lid, wordt vervangen door wat volgt : "Het aantal groenestroomcertificaten dat in een bepaald jaar n moet worden voorgelegd, wordt vastgesteld met de formule : C = G x Ev waarbij : C gelijk is aan het aantal voor te leggen certificaten, uitgedrukt in MWh (1000 kWh); G gelijk is aan : 1° 0,008 op 31 maart 2003;2° 0,012 op 31 maart 2004;3° 0,020 op 31 maart 2005;4° 0,025 op 31 maart 2006;5° 0,030 op 31 maart 2007;6° 0,0375 op 31 maart 2008;7° 0,0490 op 31 maart 2009;8° 0,0525 op 31 maart 2010;9° 0,0600 op 31 maart 2011;10° 0,0700 op 31 maart 2012;11° 0,0800 op 31 maart 2013;12° 0,0900 op 31 maart 2014;13° 0,1000 op 31 maart 2015;14° 0,1050 op 31 maart 2016;15° 0,1100 op 31 maart 2017;16° 0,1150 op 31 maart 2018;17° 0,1200 op 31 maart 2019;18° 0,1250 op 31 maart 2020;19° 0,1300 op 31 maart 2021; Ev gelijk is aan de totale hoeveelheid elektriciteit uitgedrukt in MWh die in het jaar n-1 afgenomen werd op afnamepunten gelegen in het Vlaamse Gewest waarop de betrokken persoon geregistreerd stond als toegangshouder in het toegangsregister van de betrokken netbeheerder of beheerder van het transmissienet, waarbij de afname per afnamepunt wordt beperkt tot de afname tijdens de periode waarin de betrokken persoon geregistreerd stond als toegangshouder."; 2° § 3 en § 4 worden geschrapt.

Art. 4.In artikel 24 van hetzelfde decreet worden tussen het eerste lid en het tweede lid twee nieuwe leden ingevoegd, die luiden als volgt : "Productie-installaties voor zonne-energie die na 1 januari 2010 in dienst worden genomen en die geïnstalleerd worden op woningen of woongebouwen, waarvan het dak of de zoldervloer niet geïsoleerd is, komen niet langer in aanmerking voor het toekennen van groenestroomcertificaten die kunnen worden gebruikt voor de verplichtingen, vermeld in artikel 23.

De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels met betrekking tot de isolatievoorwaarde.".

Art. 5.In artikel 25ter van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1, derde lid, worden de woorden "De minimumsteun wordt vastgelegd afhankelijk van de gebruikte hernieuwbare energiebron en de gebruikte productietechnologie en bedraagt : " vervangen door de woorden "De minimumsteun wordt vastgelegd afhankelijk van de gebruikte hernieuwbare energiebron en de gebruikte productietechnologie.Voor installaties in gebruik genomen voor 1 januari 2010 bedraagt de minimumsteun : "; 2° in § 1 wordt het vierde lid vervangen door wat volgt : "Voor installaties in gebruik genomen vanaf 1 januari 2010 bedraagt de minimumsteun : 1° voor zonne-energie : 350 euro per overgedragen certificaat, jaarlijks verminderd met 20 euro voor nieuw in dienst genomen installaties tot en met 2013 en met 40 euro vanaf 2014;2° voor waterkracht, voor getijden- en golfslagenergie, voor aardwarmte, voor windenergie op land, voor vaste of vloeibare biomassa, biomassa-afval en biogas, voor zover deze niet vermeld worden onder 3° : 90 euro per overgedragen certificaat;3° voor stortgas, voor biogas uit vergisting van afvalwater(zuiveringsslib) of rioolwaterzuive- ring(sslib) en voor verbranding van restafval : 60 euro per overgedragen certificaat;4° voor andere technieken : 60 euro per overgedragen certificaat. De verplichting, bedoeld in het eerste lid, begint bij de inwerkingstelling van een nieuwe productie-installatie en loopt over een periode van 10 jaar. Voor het geval van zonne-energie geldt de verplichting voor installaties die in dienst zijn genomen vanaf 1 januari 2006 tot en met 31 december 2012 en loopt over een periode van 20 jaar. Voor zonne-energie-installaties die in dienst worden genomen vanaf 1 januari 2013 loopt de verplichting over een periode van 15 jaar tenzij de Vlaamse Regering eerder anders beslist op basis van een evaluatierapport dat meegedeeld wordt aan de Vlaamse Regering en het Vlaams Parlement.

In afwijking van het vierde lid, kunnen nieuwe productie-installaties die over een stedenbouwkundige vergunning en een milieuvergunning dienen te beschikken, genieten van de minimumsteun die geldt op het moment dat de laatste van deze vergunningen werd bekomen en mits binnen de drie jaar volgend op het verlenen van deze vergunning de installatie in gebruik werd genomen."; 3° een § 2bis wordt toegevoegd, die luidt als volgt : " § 2bis.Vanaf het jaar 2010 verrekenen de netbeheerders, met uitzondering van de netbeheerder die overeenkomstig de federale Elektriciteitswet ook als transmissienetbeheerder is aangeduid, jaarlijks in het jaar n onderling de kost van de verplichting, vermeld in § 1, in verhouding tot de hoeveelheden verdeelde elektriciteit in het jaar n-1. De te verdelen kost wordt per netbeheerder beperkt tot een percentage van het distributiebudget, dat overeenstemt met het aandeel dat de kost van de verplichting voor alle betrokken netbeheerders samen vertegenwoordigt in het totale distributiebudget, plus 5 % .".

Art. 6.In artikel 25quater van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° een § 2bis wordt ingevoegd, die luidt als volgt : " § 2bis.Vanaf het jaar 2010 verrekenen de netbeheerders, met uitzondering van de netbeheerder die overeenkomstig de federale elektriciteitswet ook als transmissienetbeheerder is aangeduid, jaarlijks in het jaar n onderling de meerkost van de verplichting, vermeld in § 1, in verhouding tot de hoeveelheden verdeelde elektriciteit in het jaar n-1. De te verdelen kost wordt per netbeheerder beperkt tot een percentage van het distributiebudget, dat overeenstemt met het aandeel dat de kost van de verplichting voor alle betrokken netbeheerders samen vertegenwoordigt in het totale distributiebudget, plus 5 % ."; 2° een § 4 wordt toegevoegd, die luidt als volgt : " § 4.Vanaf 2009 evalueert de Vlaamse Regering om de drie jaar de onrendabele toppen voor investeringen in kwalitatieve warmtekrachtkoppeling. Op basis van deze evaluatie legt de Vlaamse Regering voor nieuwe productie-installaties een ontwerp van decreet voor inzake de minimumsteun, vermeld in § 1, dat zowel het steunbedrag als de looptijd betreft.".

Art. 7.In hetzelfde decreet wordt een artikel 25sexies ingevoegd, dat luidt als volgt : "Artikel 25sexies Vanaf 2009 evalueert de Vlaamse Regering om de drie jaar de onrendabele toppen voor investeringen in groene stroom alsook de doelstellingen, vermeld in artikel 23, § 2.

Op basis van deze evaluatie legt de Vlaamse Regering voor nieuwe productie-installaties een ontwerp van decreet voor inzake de minimumsteun, vermeld in artikel 25ter, dat zowel het steunbedrag als de looptijd betreft.

Indien uit deze evaluatie blijkt dat een verwachte daling van het bruto binnenlands elektriciteitsverbruik groter zal zijn dan de verplichte stijging van de doelstelling, vermeld in artikel 23, § 2, doet de Vlaamse Regering een voorstel om de doelstellingen, vermeld in artikel 23, § 2, te verhogen.

Indien Europese verplichtingen aanleiding geven tot een met de in artikel 23, § 2, vermelde doelstellingen niet haalbaar aandeel groene stroom, doet de Vlaamse Regering een voorstel om de doelstellingen, vermeld in artikel 23, § 2, te verhogen.

Indien de Vlaamse Regering certificaten aanvaardt voor groene stroom die niet is geproduceerd in het Vlaamse Gewest, doet de Vlaamse Regering een voorstel om de doelstellingen, vermeld in artikel 23, § 2, te verhogen.".

Art. 8.Aan artikel 37, § 2, van hetzelfde decreet wordt de volgende zin toegevoegd : "Vanaf 31 maart 2015 wordt de boete bepaald op 100 euro per ontbrekend certificaat.".

Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Brussel, 8 mei 2009.

De minister-president van de Vlaamse Regering, K. PEETERS De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur, Mevr. H. CREVITS _______ Nota (1) Zitting 2008-2009 Stukken.- Ontwerp van decreet : 2163, nr. 1. - Verslag : 2163, nr. 2. - Tekst aangenomen door de plenaire vergadering : 2163, nr. 3.

Handelingen. - Bespreking en aanneming : Vergaderingen van 29 en 30 april 2009.

^