Etaamb.openjustice.be
Wet van 28 januari 2003
gepubliceerd op 09 april 2003

Wet betreffende de medische onderzoeken die binnen het kader van de arbeidsverhoudingen worden uitgevoerd

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2003012098
pub.
09/04/2003
prom.
28/01/2003
ELI
eli/wet/2003/01/28/2003012098/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

28 JANUARI 2003. - Wet betreffende de medische onderzoeken die binnen het kader van de arbeidsverhoudingen worden uitgevoerd (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : HOOFDSTUK I. - Algemeen

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet. HOOFDSTUK II. - Werkingssfeer

Art. 2.De bepalingen van deze wet zijn van toepassing op de arbeidsverhoudingen geregeld bij de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomst alsmede op de arbeidsverhoudingen geregeld in de regelgeving met betrekking tot het statuut van het overheidspersoneel en op de kandidaat-werknemers in die sectoren. HOOFDSTUK III. - Algemene beginselen

Art. 3.§ 1. De biologische tests, medische onderzoeken of mondelinge informatiegaring met het oog op het verkrijgen van medische informatie over de gezondheidstoestand of stamboominformatie van een werknemer of kandidaat-werknemer mogen niet worden verricht om andere redenen dan die welke verband houden met de huidige geschiktheid van de werknemer voor en de specifieke kenmerken van de openstaande betrekking.

Krachtens dit beginsel en onverminderd de bepalingen van hoofdstuk IV zijn met name verboden het voorspellende genetisch onderzoek en de aidstest.

De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het verbod uitbreiden tot andere biologische tests en medische onderzoeken. § 2. Tien dagen vóór het onderzoek moet aan de werknemer of kandidaat-werknemer, bij een vertrouwelijke en aangetekende brief, worden medegedeeld naar welke gegevens wordt gezocht, welk onderzoek wordt uitgevoerd en waarom dat gebeurt. § 3. De biologische tests en medische onderzoeken kunnen slechts gevraagd of uitgevoerd worden door de preventieadviseur-arbeidsgeneeskunde die verbonden is aan de afdeling belast met het medische toezicht van de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk of aan de afdeling belast met het medisch toezicht van de externe dienst voor preventie en bescherming op het werk waarop de werkgever een beroep doet.

Op straffe van nietigheid moet elke verklaring van ongeschiktheid schriftelijk gemotiveerd worden door de preventieadviseur-arbeidsgeneeskunde en door hem doorgestuurd worden naar een door de betrokkene aangewezen arts. De Koning kan nader bepalen onder welke voorwaarden en op welke wijze de schriftelijke motivering door de arts moet worden opgesteld en doorgestuurd.

De preventieadviseur-arbeidsgeneeskunde deelt de werkgever en de kandidaat zijn beslissing mee door middel van de fiche van medisch onderzoek, voorgeschreven krachtens de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk.

Art. 4.Iedere werkgever is verplicht de werknemer of kandidaat-werknemer mee te delen welke kwalen ten gevolge van de aangeboden baan, onderscheidenlijk de uitgeoefende functie, kunnen verergeren. HOOFDSTUK IV. - Uitzonderingen

Art. 5.Met inachtneming van de in artikel 3 bedoelde bepalingen mag de werknemer of kandidaat-werknemer alleen aan een krachtens deze wet verboden medisch onderzoek worden onderworpen in de gevallen bepaald bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.

De Koning stelt, eveneens bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de voorwaarden vast waaronder de krachtens het eerste lid toegestane onderzoeken zullen worden uitgevoerd.

Te dien einde raadpleegt de bevoegde minister het raadgevend comité voor bio-ethiek, ingesteld bij het samenwerkingsakkoord van 15 januari 1993 tussen de Staat, de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, goedgekeurd bij de wet van 6 maart 1995.

Art. 6.Artikel 7 van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens is van toepassing op de in het kader van medische onderzoeken verzamelde gegevens. HOOFDSTUK V. - Algemene bepalingen

Art. 7.Ieder die zich benadeeld acht, kan bij de bevoegde rechter een rechtsvordering instellen om de bepalingen van deze wet te doen toepassen.

De Koning kan bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad beroepsprocedures inrichten tegen de beslissing die de preventieadviseur-arbeidsgeneeskunde heeft genomen op basis van de resultaten van het medisch onderzoek in het kader van een aanwerving, bedoeld in artikel 3.

Art. 8.In alle geschillen waartoe de toepassing van hoofdstuk III van deze wet aanleiding kan geven, kunnen ter verdediging van de rechten van hun leden in rechte optreden : 1° de representatieve organisaties van de werknemers en werkgevers, zoals omschreven in artikel 3 van de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités;2° de representatieve beroepsorganisaties in de zin van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel;3° de representatieve organisaties van de zelfstandigen. Zulks doet geen afbreuk aan het recht van de leden om zelf in rechte op te treden of tussen te komen in het geschil.

Art. 9.Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van de gerechtelijke politie, zien de ambtenaren daartoe aangewezen door de Koning toe op de naleving van de bepalingen van deze wet. Deze ambtenaren oefenen dit toezicht uit overeenkomstig de bepalingen van de wet van 16 november 1972 betreffende de arbeidsinspectie.

Art. 10.Deze ambtenaren kunnen bovendien, bij het uitoefenen van hun ambt, op elk willekeurig tijdstip van de dag en van de nacht zonder voorafgaande machtiging vrij binnentreden in de lokalen waar een beroepsopleiding wordt verstrekt. In bewoonde panden kunnen zij evenwel slechts binnentreden met voorafgaande machtiging van de rechter in de politierechtbank. HOOFDSTUK VI. - Strafbepalingen

Art. 11.Met gevangenisstraf van een maand tot drie jaar en met geldboete van 100 euro tot 10.000 euro of met een van die straffen alleen, wordt gestraft hij die de bepalingen van deze wet overtreedt.

Art. 12.Bij recidive kan de straf verdubbeld worden.

Art. 13.Zij die deze wet overtreden, hun mededaders en hun medeplichtigen kunnen worden veroordeeld tot ontzetting overeenkomstig artikel 33 van het Strafwetboek.

Art. 14.Indien de overtreders, de mededaders of hun medeplichtigen beoefenaars van de geneeskunde zijn, kan de rechter hun bovendien tijdelijk of definitief het verbod opleggen om de geneeskunde uit te oefenen.

Art. 15.De bepalingen van boek I van het Strafwetboek, met inbegrip van hoofdstuk VII en artikel 85, zijn, voorzover deze wet daar niet van afwijkt, van toepassing op de daarin genoemde strafbare feiten.

Art. 16.Artikel 578 van het Gerechtelijk Wetboek wordt aangevuld met een 10°, luidende : « 10° van betwistingen op grond van de wet van 28 januari 2003 betreffende de medische onderzoeken die binnen het kader van de arbeidsverhoudingen worden uitgevoerd. » Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Gegeven te Brussel, 28 januari 2003.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Werkgelegenheid, Mevr. L. ONKELINX Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, M. VERWILGHEN _______ Nota (1) Buitengewone zitting 1999. Senaat.

Parlementaire stukken : 2-20/1.

Wetsvoorstel van de heer Mahoux en Mevr. Van Lerberghe.

Gewone zitting 1999-2000.

Senaat.

Parlementaire stukken : 2-20/2. Addendum.

Gewone zitting 2002-2003.

Senaat.

Parlementaire stukken : 2-20/3 : Amendementen. - 2-20/4 : Verslag. - 2-20/5 : Tekst aangenomen door de Commissie. - 2-20/6 : Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de Kamer van volksvertegenwoordigers.

Parlementaire Handelingen : 14 november 2002.

Kamer van volksvertegenwoordigers.

Parlementaire stukken : 50-2133/001.

Ontwerp overgezonden door de Senaat. - 50-2133/002 : Verslag. - 50-2133/003 : Tekst aangenomen in plenaire vergadering en aan de Koning ter bekrachtiging voorgelegd.

Integraal verslag : 17 en 18 december 2002.

^