Etaamb.openjustice.be
Overeenkomst van 27 april 2017
gepubliceerd op 31 mei 2017

Verordening inzake de toegang tot stages van artistieke praktijk op beroepsniveau in de toneelsector voor jonge acteurs/actrices, realisatoren/realisatrices, en scenografen genaamd « Acteursfonds"

bron
franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest
numac
2017040331
pub.
31/05/2017
prom.
27/04/2017
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

27 APRIL 2017. - Verordening inzake de toegang tot stages van artistieke praktijk op beroepsniveau in de toneelsector voor jonge acteurs/actrices, realisatoren/realisatrices, en scenografen genaamd « Acteursfonds"


De Vergadering van de Franse Gemeenschapscommissie heeft aangenomen en Wij, het College, bekrachtigen en verkondigen hetgeen volgt:

Artikel 1.Binnen de grenzen van de begrotingskredieten kan een subsidie worden toegekend aan de theaters en toneelgezelschappen in het kader van de aanwerving, voor een maximum duur van 3 maanden (3 x 26 werkdagen) van jonge acteurs/actrices, realisatoren, regisseurs en scenografen die hun studies hebben voleindigd in een Franstalige kunstschool volgens de regels hierna bepaald.

Art. 2.Er kan per kalenderjaar en per subsidietype slechts één subsidieaanvraag worden ingediend door een theater en/of een toneelgezelschap, waarbij een coproductie wordt beschouwd als een volwaardige aanvraag.

De namen en adressen van de financiële partners en coproducteurs die bij dit project zijn betrokken, en een copie van het coproductie-contract dienen te worden verstrekt.

Art. 3.Op straffe van uitsluiting dient elke subsidieaanvraag te worden ingediend via het `aanvraagformulier voor de toekenning van een subsidie bij het Acteursfonds' dat zich in bijlage van deze verordening bevindt, bij de Franse Gemeenschapscommissie ten laatste op 30 april van het kalenderjaar waarin de voorstelling en de repetities plaatshebben.

Art. 4.§ 1. Toneelgezelschap : gesubsidieerd theater, niet gesubsidieerd theater, vereniging zonder winstgevend doel die een activiteit uitoefent op toneelgebied. § 2. De subsidie kan enkel worden toegekend aan toneelgezelschappen waarvan de maatschappelijke zetel zich in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bevindt en die er hun hoofdactiviteit uitoefenen, en die kunnen beschouwd worden als uitsluitend onder de bevoegdheid vallend van de Franse Gemeenschapscommissie overeenkomstig artikel 127 van de Grondwet. § 3. Voor haar activiteiten en haar beheer gebruikt het toneelgezelschap de Franse taal. § 4. De toneelvoorstelling waarvoor de stagiair wordt aangeworven dient gecreëerd te worden en zich af te spelen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Art. 5.§ 1er. Een theater of een toneelgezelschap kan een subsidieaanvraag indienen voor maximum 3 stagiairs per spektakel. De maximumduur per stagiair bedraagt 78 dagen en de totale aanvraag voor 3 stagiair(e)s mag de 234 dagen stage niet overtreffen. § 2. In het kader van het verloop van de stage wordt gevraagd dat een beroepsartiest die reeds wordt tewerkgesteld door het theater of door het toneelgezelschap wordt aangesteld als peter van de stagiair. Per stagiair wordt slechts één peter aangesteld en omgekeerd. De peter mag deel uitmaken van de technische ploeg enkel wanneer de functie van de stagiair overeenkomt met dit type van activiteit, meer bepaald in het geval van een stagiair in de scenografie, realisatie of regie. § 3. Om te kunnen genieten van een praktische beroepsstage, dient de acteur/actrice te beantwoorden aan de volgende bepalingen : - met succes de cyclus dramatische kunsten of podiumkunsten hebben beëindigd in een school die erkend is door de Franse Gemeenschap, sinds minstens 3 jaar voor het begin van de stage en dit op het ogenblik van de subsidieaanvraag ; - de leeftijd van 30 jaar niet bereikt hebben bij het beëindigen van zijn/haar studiecyclus; - minder dan 30 jaar oud zijn op het moment van de aanvraag van de subsidie ; - gedomicilieerd zijn in het Brussels Gewest of er zijn hoofdactiviteit uitoefenen. § 4. Een stagiair(e) kan genieten van maximum 3 gesubsidieerde aanwervingen op basis van deze verordening.

Art. 6.Om in aanmerking te komen moeten de toneelgezelschappen een aanvraag indienen bij de Franse Gemeenschapscommissie, enkel via een formulier voor de aanvraag tot toekenning van subsidies met betrekking tot het Acteursfonds dat zich in bijlane van deze verordening bevindt en een dossier samenstellen dat de volgende stukken bevat : - een artistiek-, pers-, of verspreidingsdossier, volledig, met betrekking tot het toneelstuk. - een copie van de statuten van het toneelgezelschap (copie van de statuten neergelegd bij en verschenen in het Belgisch Staatsblad) ; - een globale creatiebegroting van het toneelstuk met onderlijnd de salarissen van de stagiair(s) ; - de balansen en rekeningen van het voorgaande kalenderjaar ; - het activiteitenverslag van het voorgaande kalenderjaar ; - het bewijs van neerlegging van de balansen en rekeningen en van het acticviteitenverslag van het voorgaande kalenderjaar bij de griffie van het Gerecht of bij de Nationale Bank van België; - het rekeningnummer van de vzw (een blanco stortingsbulletin bijvoorbeeld) ; - een motivatienota met betrekking tot de keuze van de stagiairs, de omschrijving van hun taken en hun functie en tevens een motivering betreffende de keuze van de peter ; - het curriculum vitae van elke stagiair(e) ; - een copie recto verso van de identiteitskaart van elke stagiair(e) ; - een copie van het diploma of een attest van einde cyclus van elke stagiair(e) ; - de gegevens en referenties van de plaats waar de voorstellingen plaatshebben. Indien het gezelschap niet over een eigen ruimte beschikt, dient het een attest voor te leggen van de ruimte die het gezelschap opvangt.

Art. 7.De financiële deelname van de Franse Gemeenschapscommissie is vastgesteld op 80 % van de maandelijkse vergoeding van de stagiair(e), patronale bijdragen (tot 51 %) inbegrepen), voor een maximum duur van drie maanden ( 3 x 26 dagen, dus een maximum van 78 dagen per stagiair(e).

Deze vergoeding is gelijk aan het bedrag vastgesteld door de paritaire Commissie 304 (Collectieve Overeenkomst van 18 juni 2013).

De bedragen van de referentie basisvergoeding voor het bedrag van de subsidie, gedetailleerd in artikel 4 van deze verordening, zijn de volgende : - schouwspelartiesten: met minstens 12 jaar ervaring na het einde van de schoolplicht ; - technici et administratief personeel zonder eindverantwoordelijkheid werkend onder leiding van de sectorverantwoordelijke (technicus die ook de realisatie van de voorstelling voor zijn rekening neemt) : minder dan 12 jaar ervaring na het einde van de schoolplicht.

De tenlasteneming door de Franse Gemeenschapscommissie zal in geen geval de limiet van het wettelijk barema overstijgen.

De toegelaten bewijsstukken dienen enkel betrekking te hebben op de personeelskosten voortvloeiend uit de aanwerving van de stagiair(s).

Geen werkongeval, vakantiegeld, maaltijdcheques, kan in rekening worden genomen.

Een copie van elke salarisfiche per stagiair is vereist voor de uitbetaling van de toegekende subsidie.

Art. 8.Elke subsidieaanvraag is onderworpen aan het advies van een comité dat bestaat uit 5 personen, benoemd door het College van de Franse Gemeenschapscommissie voor een mandaat van 2 jaar.

Dit comité zal bestaan uit: - twee of drie vertegenwoordigers van de toneelsector ; - twee of drie vertegenwoordigers van de sector kunstonderwijs.

Dit mandaat is bezoldigd en hernieuwbaar. Het loopt door tot de effectieve vervanging van het lid door het College van de Franse Gemeenschapscommissie, dat ook het bedrag van de bezoldiging bepaalt.

Het is de leden van het comité verboden aanwezig te zijn bij eke deliberatie met betrekking tot een project waarmee ze een directe of indirecte materiële band hebben.

Het secretariaat van het Adviescomité en de voorstelling van de dossiers worden verzekerd door de beheerder, bevoegd voor de toneelsector van de Franse Gemeenschapscommissie.

Het Adviescomité vergadert ten laatste op het einde van mei van het kalenderjaar.

Het Adviescomité behoudt zich het recht voor de artistieke en ethische waarde van elk project te beoordelen.

Art. 9.Wanneer het theater of het toneelgezelschap reeds financiële steun ontvangt (bijvoorbeeld een steun van het Centrum voor Podiumkunsten) voor het project dat wordt voorgelegd aan de Franse Gemeenschapscommissie, dient dit vermeld te worden.

Het niet nakomen van deze vereiste zal worden gestraft met de volledige terugbetaling van de toegekende subsidie.

De toegekende subsidie door het Centrum voor Podiumkunsten is niet cumuleerbaar met de subsidies van het Acteursfonds voor één of meerdere stagiair(e)s. Eénzelfde project mag niet gesteund worden door twee entiteiten. De gezelschappen dienen, wanneer ze van beide een positief antwoord hebben ontvangen, te kiezen van welke instelling ze steun zullen ontvangen. Bovendien zijn de gezelschappen verplicht de subsidiërende overheid te informeren over elke neerlegging van een dossier bij het Centrum voor Podiumkunsten.

Art. 10.De subsidie dient te worden gebruikt voor die doeleinden waarvoor ze werd toegekend. Elke begunstigde van een subsidie dient het gebruik van de ontvangen bedragen te rechtvaardigen.

Het College van de Franse Gemeenschapscommissie kan de aard, de reikwijdte en de modaliteiten omtrent de verantwoording door de begunstigde nader bepalen. Het kan de wijze waarop dit nazicht wordt gecontroleerd en gecoördineerd nader bepalen.

Door het enkele feit van de subsidieaanvraag, erkent de begunstigde het recht van de Franse Gemeenschapscommissie om terplaatse de aanwending van de toegekende sommen te controleren.

Is verplicht het bedrag van de subsidie binnen de termijn terug te betalen, de begunstigde : - die de toekenningsvoorwaarden van de subsidie opgenomen in deze verordening niet respecteert ; - die de subsidie niet gebruikt voor de doeleinden waarvoor ze was toegekend ; - die de controle door de administratie verhindert.

Wanneer de begunstigde in gebreke blijft om de bewijsstukken voor het gebruik van de subsidie die hem werd toegekend voor te leggen, is hij gehouden het niet verantwoorde bedrag terug te betalen.

Art. 11.Het gesubsidieerde toneel- of dansgezelschap wordt gehouden melding te maken van de steun van de Franse Gemeenschapscommissie en van haar logo in elke publicatie van het gezelschap, inbegrepen affiches, programmaboekjes, internetsite en elke gebruikte media. Er zal worden melding gemaakt van de steun van de Franse Gemeenschapscommissie bij elk contact met de media. Een exemplaar van alle promotiemateriaal dient bij de bewijsstukken te worden gevoegd.

Art. 12.De verordening van de Vergadering van de Franse Gemeenschapscommisie van 3 juli 1998 tot promotie van het Brussels Franstalig toneel wordt opgeheven.

Art. 13.Deze verordening wordt van kracht op 1 januari 2017.

Brussel, 31 maart 2017.

De Voorzitster, De Secretaris, De Griffier, Brussel, 27 april 2017.

Voor de Brusselse Franstalige Regering : De Minister-presidente van de Brusselse Franstalige Regering, bevoegd voor de Begroting, het Onderwijs, het Schooltransport, de Kinderopvang, Sport en Cultuur, F. LAANAN De Minister van de Brusselse Franstalige Regering bevoegd voor de Sociale Samenhang en Toerisme, R. VERVOORT De Minister van de Brusselse Franstalige Regering bevoegd voor het openbaar ambt, het gezondheidsbeleid, C. JODOGNE De Minister van de Brusselse Franstalige Regering bevoegd voor de beroepsopleiding, D. GOSUIN De Minister van de Brusselse Franstalige bevoegd voor het Hulpbeleid voor personen met een handicap, de Sociale Actie, het Gezin en internationale Betrekkingen, C. FREMAULT

^