Etaamb.openjustice.be
Ministerieel Besluit van 03 februari 1975
gepubliceerd op 14 februari 2024

Ministerieel besluit genomen ter uitvoering van het koninklijk besluit van 15 januari 1962 tot vaststelling van het vergoedingsstelsel toepasselijk op de militairen die dienstreizen volbrengen in het buitenland

bron
ministerie van landsverdediging
numac
2024000092
pub.
14/02/2024
prom.
03/02/1975
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

3 FEBRUARI 1975. - Ministerieel besluit genomen ter uitvoering van het koninklijk besluit van 15 januari 1962 tot vaststelling van het vergoedingsstelsel toepasselijk op de militairen die dienstreizen volbrengen in het buitenland


De Minister van Landsverdediging, Gelet op het koninklijk besluit van 15 januari 1962 tot vaststelling van het vergoedingsstelsel toepasselijk op de militairen die dienstreizen volbrengen in het buitenland, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 20 mei 1965 en 8 april 1974 ;

Gelet op het gunstig advies van de Inspecteur van Financiën ;

Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, 1e lid ;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid, Besluit : TITEL I. - GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN

Artikel 1.§ 1. De militair die tijdens een dienstreis in het buitenland logementskosten, kosten voor het ontbijt, het middagmaal of het avondmaal, of kleine uitgaven te dragen heeft, wordt vergoed overeenkomstig dit besluit, evenwel met aftrek van de door buitenlandse autoriteiten of ondernemingen toegekende bedragen en voordelen in natura. § 2. De logementskosten worden slechts in aanmerking genomen wanneer de volledige tijdruimte tussen 00.00 uur en 05.00 uur in de dienstreis begrepen is. § 3. De kosten voor het ontbijt worden slechts in aanmerking genomen wanneer de volledige tijdruimte tussen 06.30 uur en 08.00 uur in de dienstreis begrepen is. § 4. De kosten voor het middagmaal worden slechts in aanmerking genomen wanneer de volledige tijdruimte tussen 12o00 uur en 13.30 uur in de dienstreis begrepen is. § 5. De kosten voor het avondmaal worden slechts in aanmerking genomen wanneer de volledige tijdruimte tussen 17e30 uur en 19.30 uur in de dienstreis begrepen is. § 6. De kleine uitgaven worden slechte in aanmerking genomen wanneer de volledige tijdruimte tussen 00.00 uur en 24.00 uur in de dienstreis begrepen is.

TITEL II. - VERSCHILLENDE VERGOEDINGSSTELSELS HOOFDSTUK I. - TIJDELIJKE OPDRACHTEN

Art. 2.§ 1. De duur van de opdracht wordt bepaald door het uur van vertrek en dat van terugkeer in het kwartier. De overheid die verantwoordelijk is voor de uitvoering van de zending kan toelaten dat de opdracht een aanvang neemt en/of eindigt in de verblijfplaats van de militair. § 2. Het uur van vertrek dat in aanmerking wordt genomen voor de toepassing van de bepalingen van artikel 1 mag nooit vroeger vallen dan 00.00 uur, de dag van vertrek naar het buitenland van het openbaar vervoermiddel, zelfs wanneer de militair met zijn persoonlijk voertuig reist. Het uur van terugkeer dat in aanmerking wordt genomen voor de toepassing van de bepalingen van artikel 1 mag nooit later vallen dan 24.00 uur de dag van aankomst uit het buitenland van het openbaar vervoermiddel, zelfs wanneer de militair met zijn persoonlijk voertuig reist. § 3. De militair die de forfaitaire vergoeding voor vaste dienst in het buitenland geniet en de militair in dienst bij de Belgische strijdkrachten in Duitsland worden, voor de toepassing van de bepalingen van artikel 1, §§ 4, 5 en 6 steeds geacht met opdracht te zijn vanaf 00.00 uur de dag van vertrek uit het kwartier of uit de verblijfplaats tot 24.00 uur de dag van terugkeer in het kwartier of in de verblijfplaats.

Art. 3.§ 1. Voor ieder middag- of avondmaal dat niet kosteloos wordt verstrekt geniet de militair de forfaitaire vergoeding tot dekking van de voedingskosten waarvan de bedragen zijn vastgesteld in kolom (3) van tabel 1 van de bij lage bij dit besluit voor het land waar hij zich werkelijk gedurende de beschouwde periode bevond. § 2. Indien de reis tussen twee landen een deel of het geheel van een der periodes bepaald in artikel 1, §§ 4, en 5, in beslag neemt wordt de militair voor de betrokken periode vergoed op basis van het hoogste der forfaitaire bedragen vastgesteld voor de bezochte landen in kolom (3) van tabel 1 van de bijlage bij dit besluit. § 3. Op overlegging van een verantwoordingsstaat gestaafd door facturen kan de militair evenwel, in vervanging van de forfaitaire vergoeding waarvan sprake in § 1, de terugbetaling van de voedingskosten bekomen binnen de grenzen van de bedragen vastgesteld in kolom (4) van tabel 1 van de bijlage bij dit besluit.

Art. 4.§ 1. De kleine uitgaven worden forfaitair terugbetaald tegen de bedragen vastgesteld in kolom (2) van tabel 1 van de bijlage bij dit besluit. § 2. Wanneer de militair gedurende dezelfde dag in verschillende landen reist wordt de forfaitaire vergoeding voor kleine uitgaven toegekend op basis van het hoogste der bedragen vastgesteld voor de beschouwde landen.

Art. 5.§ 1. De logementskosten vermeerderd met de kosten van het ontbijt worden, op overlegging van een verantwoordingsstaat gestaafd door facturen, terugbetaald binnen de grenzen van de bedragen vastgesteld in kolom (6) van tabel 1 van de bijlage bij dit besluit. § 2. Wanneer het recht op terugbetaling slechts bestaat voor het logement of het ontbijt afzonderlijk, wordt de terugbetaling van de kosten beperkt tot respectievelijk tachtig procent en twintig procent van de bedragen vastgesteld in kolom (6) van tabel 1 van de bijlage bij dit besluit. § 3. Bij gebrek aan facturen zowel voor het logement als voor het ontbijt wordt, tot dekking van de kosten van het ontbijt, een forfaitaire vergoeding toegekend gelijk aan tien procent van de bedragen vastgesteld in kolom (6) van tabel 1 van de bijlage bij dit besluit. § 4. Wanneer de militair bewijst dat, wegens buitengewone omstandigheden, de logementskosten vermeerderd met de kosten van het ontbijt of de logementskosten alleen respectievelijk de bedragen van de hoogste vergoeding die mag worden toegekend op basis van de bepalingen van § 1 of § 2 overtreffen, kan de directeur der geldelijke statuten de terugbetaling van het deel dat deze maxima overschrijdt toelaten tot veertig procent van de in kolom (6) van tabel 1 van de bijlage bij dit besluit vastgestelde bedragen. HOOFDSTUK II. - VASTE DIENST IN HET BUITENLAND Afdeling I. - Forfaitaire vergoeding voor vaste dienst

Art. 6.De maandbedragen van de forfaitaire vergoeding, toegekend aan de militairen met vaste dienst in het buitenland, zijn vastgesteld in tabel 2 van de bijlage bij dit besluit onverminderd de toeslagen en de buitengewone kosten bedoeld bij respectievelijk artikel 5 en artikel 24 van het koninklijk besluit van 15 januari 1962. Afdeling II. - Aanvullende vergoedingen

Onderafdeling I. - Algemene voorwaarden

Art. 7.Wordt geacht met zijn familie in het buitenland te verblijven : 1° de gehuwde militair wanneer zijn echtgenote zich vestigt in het land waar hij met vaste dienst is;2° de militair die ongehuwd, weduwnaar uit de echt dan wel van tafel en bed gescheiden is, wanneer tenminste één kind ten laste, waarvoor hij de kinderbijslag ontvangt, verblijft in het land waar hij met vaste dienst is.

Art. 8.Wanneer de militair zijn dienst onderbreekt blijft het recht op de familiale aanvullende vergoeding of op de aanvullende vergoeding van schoolkosten verder bestaan voor zover aan de voorwaarden van de onderafdeling 2 of van de onderafdeling 3 is voldaan. Het recht op de aanvullende familiale vergoeding wordt echter wel geschorst tijdens de verloven toegestaan overeenkomstig de voorschriften van artikel 11 van het koninklijk besluit van 15 januari 1962.

Onderafdeling II. - Familiale aanvullende vergoeding

Art. 9.Wanneer de weddetrekkende militair met zijn familie in het buitenland verblijft ontvangt hij een familiale aanvullende vergoeding waarvan het maandbedrag is vastgesteld in tabel 3 van de bijlage bij dit besluit. De familiale aanvullende vergoeding is verschuldigd zolang de familie in het buitenland verblijft en gedurende de dagen die voor de familie onontbeerlijk zijn om naar dat land te reizen en ervan terug te keren.

Onderafdeling III. - Aanvullende vergoeding voor schoolkosten

Art. 10.Een aanvullende vergoeding voor schoolkosten wordt toegekend aan de weddetrekkende militair met vaste dienst in het buitenland die tenminste één kind ten laste heeft waarvoor hij kinderbijslag ontvangt en aan wie lager, secundair of buitengewoon onderwijs wordt verstrekt : - in BELGIE; - in een Belgische school bij de Belgische strijdkrachten in de Bondsrepubliek Duitsland; - in het vreemde land waar de militair in dienst is en er met zijn familie verblijft; - in het vreemde land waar de militair in de loop van het beschouwde schooljaar in dienst was en er met zijn familie verbleef.

Art. 11.§ 1. De aanvullende vergoeding voor de bij § 2 bedoelde schoolkosten wordt berekend op basis van de globale schoolkosten die gedurende het betrokken schooljaar voor ieder kind worden gedragen. § 2. De in aanmerking te nemen kosten zijn : 1° de inschrijvingskosten voor cursussen en examens in de scholen in het buitenland;2° (a) hetzij de logementskosten en de voedingskosten betaald aan een internaat of aan particulieren wanneer de school niet over een internaat beschikt of wegens plaatsgebrek weigert het kind als intern op te nemen;(b) hetzij de kosten voor halfpension vermeerderd met de kosten voor dagelijks schoolvervoer;3° ter gelegenheid van de winter- en lente vakantie : (a) wanneer de militair in dienst is in een aan België grenzend land of wanneer het kind school loopt in het land waar de militair in dienst is, de kosten van een heen- en terugreis over de meest economische weg en met het meest economisch vervoermiddel tussen de school en de plaats waar de familie verblijft.De reiskosten mogen nooit de kosten voor de reis, tussen BELGIE en het land waar de militair in dienst is, overschrijden. (b) in de andere gevallen, de bijkomende pensionkosten of de reiskosten evenwel beperkt tot het bedrag van de pensionkosten die door de schoolinrichting worden aangerekend voor het aantal dagen overeenstemmend met de duur van de schoolvakanties.4° ter gelegenheid van de zomervakantie : (a) hetzij de kosten van een heen- en terugreis over de meest economische weg en met het meest economisch vervoermiddel tussen de school en de plaats waar de militair in dienst is of de plaats waar de familie tijdens het schooljaar verblijft.(b) hetzij, binnen de grenzen van de reiskosten waarvan sprake hierboven, de bijkomende pensionkosten.5° de kosten voor een reis van de verblijfplaats van de familie naar de school, ten voordele van het kind waarvoor het recht op de aanvullende vergoeding voor schoolkosten nor niet heeft bestaan;6° het salaris van de leraren en opvoeders die belast zijn met het geven van aanvullende lessen die onontbeerlijk zijn voor de vorming van het kind dat onderwijs volgt in het buitenland. § 3. Wanneer de dienst in het buitenland in de loop van het schooljaar wordt beëindigd mag, voor het bepalen van de globale schoolkosten, rekening worden gehouden met alle uitgaven vastgesteld in de § 2 die tot het einde van het schooljaar worden gedragen voor het onderricht van het kind in de school waar het onderwijs volgde voor het einde van de vaste dienst in het buitenland.

Art. 12.§ 1. Het maandbedrag van de aanvullende vergoeding voor schoolkosten is gelijk aan het tiende deel van het bedrag, berekend overeenkomstig de regels vastgesteld in tabel 4 van de bijlage bij dit besluit. Wanneer de periode van vaste dienst slechts een deel van het schooljaar insluit, is het bedrag van de aanvullende vergoeding voor schoolkosten gelijk aan het bedrag, berekend overeenkomstig de regels van tabel 4 van de bijlage bij dit besluit, gedeeld door het aantal maanden vaste dienst. Voor de toepassing van deze regel wordt elke onvolledige dienstmaand aangezien als een volledige maand. § 2. Het maandbedrag van de aanvullende vergoeding voor schoolkosten mag in geen geval 5.950 frank overschrijden. § 3. De aanvullende vergoeding voor Schoolkosten wordt maandelijks en na vervallen termijn betaald, van september tot juni.

Onderafdeling IV. - Aanvullende vergoeding voor vervoer van het reisgoed

Art. 13.§ 1. Op overlegging van een verantwoordingsstaat gestaafd door facturen worden aan de militair, binnen de grenzen van de bedragen vastgesteld in tabel 5 van de bijlage bij dit besluit, de kosten voor het vervoer van het reisgoed terugbetaalde § 2. Wanneer de militair zich laat vergezellen door zijn familie of wanneer de familie zich bij hem voegt worden hem, onder de voorwaarden vastgesteld in § 1 en binnen de grenzen van de bedragen vastgesteld in tabel 5 van de bijlage bij dit besluit, de kosten voor het vervoer van het reisgoed van zijn echtgenote en kinderen terugbetaald. Afdeling III. - Reis heen en terug

op Staatskosten na een dienstperiode

Art. 14.Voor de toepassing van artikel 11 van het koninklijk besluit van 15 januari 1962 tot vaststelling van het vergoedingsstelsel toepasselijk op de militairen die dienstreizen volbrengen in het buitenland, wordt de dienstperiode vastgesteld op twee jaar. HOOFDSTUK III. - DIPLOMATIEKE EN GELIJKGESTELDE POSTEN

Art. 15.De bepalingen van hoofdstuk II van het koninklijk besluit van 15 januari 1962 tot vaststelling van het vergoedingsstelsel toepasselijk op de militairen die dienstreizen volbrengen in het buitenland en van hoofdstuk II van dit besluit zijn toepasselijk op de leden van het militair personeel ter beschikking gesteld van de officieren gehecht aan een diplomatieke post waarvan de zetel is gevestigd in een land waarvoor forfaitaire vergoedingen voor vaste dienst zijn vastgesteld. HOOFDSTUK IV. - CURSUSSEN EN STAGES

Art. 16.§ 1. De bepalingen van de artikels 1 tot 4 en van artikel 5, §§ 1, 2 en 5 van dit besluit zijn toepasselijk op de militair die een cursus volgt of een stage volbrengt waarvan de duur 9 maanden niet bereikt.

De toepassing van artikel 3, § 3 blijft evenwel beperkt tot de militair die een verklaring overlegt van de commandant van de instelling, de basis of het korps waarbij deze verklaart dat er geen mogelijkheid bestaat de maaltijden in de instelling, de basis of het korps te gebruiken. § 2. De militair, die de in § 1 bedoelde verklaring niet overlegt, bekomt op overlegging van een verantwoordingsstaat gestaafd door facturen, de terugbetaling van de voedingskosten binnen de grenzen van de bedragen vastgesteld in kolom (5) van tabel 1 van de bijlage bij dit besluit. § 3. Wanneer de militair tijdelijk zijn verblijf in de lokaliteit, zetel van de inrichting waar hij een cursus volgt of een stage volbrengt, wegens een dienstverplaatsing moet onderbreken, behoudt hij het recht op de terugbetaling van de bedragen besteed voor het behoud van zijn huisvesting. Bovendien geniet hij, voor de duur van de dienstverplaatsing, de vergoeding voor tijdelijke opdrachten.

Art. 17.§ 1. De militair die een cursus volgt of een stage volbrengt waars van de duur 9 maanden bereikt geniet, tijdens zijn verblijf in het buitenland, de vergoeding voor vaste dienst vastgesteld in artikel 6 en de aanvullende vergoeding voor vervoer van het reisgoed vastgesteld in artikel 13, § 1. § 2. Bovendien kan hij desgevallend, wanneer hij de toelating heeft bekomen waarvan sprake in artikel 14 van bet koninklijk besluit van 15 januari 1962, de aanvullende familiale vergoeding, de aanvullende vergoeding voor schoolkosten en de aanvullende vergoeding voor transport van het reisgoed, respectievelijk vastgesteld in de artikels 9 tot 12 en in artikel 13, § 2, genieten. HOOFDSTUK V. - MILITAIREN INGESCHEEPT AAN BOORD VAN GECOMMIS SIONEERDE ZEESCHEPEN

Art. 18.Voor elke dag vaart en voor elke dag aanleg in een buitenlandse haven, geniet de militair ingescheept aan boord van een gecommissioneerd zeeschip de forfaitaire vergoeding vastgesteld in tabel 6 van de bijlage bij dit besluit. HOOFDSTUK VI. - OEFENINGEN, MANEUVERS, SCHIETPERIODES, UITWISSELING EN ONTPLOOIING VAN EENHEDEN

Art. 19.§ 1. De bepalingen van de artikels 1 tot 4 en van artikel 5, §§ 1, 2 en 3 zijn toepasselijk op de militair die deelneemt aan een oefening maneuver, schietperiode, uitwisseling of ontplooiing van eenheden. De toepassing van artikel 3, § 3, blijft evenwel beperkt tot de militair die een verklaring overlegt van de militaire overheid die de opleiding heeft voorgeschreven of leidt en waarbij deze verklaart dat er geen mogelijkheid bestaat de maaltijden in de instelling, de basis of het korps te gebruiken. § 2. De militair, die de in § 1 bedoelde verklaring niet overlegt, bekomt op overlegging van een verantwoordingsstaat gestaafd door facturen, de terugbetaling van de voedingskosten binnen de grenzen van de bedragen vastgesteld in kolom (5) van tabel 1 van de bijlage bij dit besluit. § 3. Wanneer de militair gratis wordt gevoed en gehuisvest, geniet hij de vergoeding vastgesteld in tabel 6 van de bijlage bij dit besluit.

TITEL III. - OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Art. 20.De personen vreemd aan het leger, in dienst in de Bondsrepubliek Duitsland, van wie de aanwezigheid er noodzakelijk is wegens de stationering van Belgische strijdkrachten, en die de bepalingen van hoofdstuk I van het koninklijk besluit van 9 oktober 1950 tot vaststelling van het vergoedingsstelsel toepasselijk op de militairen en de met militairen gelijkgestelde personen die bij de Belgische strijdkrachten in Duitsland in dienst zijn of daarbij op dienstreis zijn niet genieten, worden, voor de toepassing van hoofdstuk II van dit besluit gelijkgesteld met de militairen, overeenkomstig de regels vastgesteld in de bijlage 1 bij het ministerieel besluit van 25 januari 1962 genomen in uitvoering van het koninklijk besluit van 9 oktober 1950 tot vaststelling van het vergoedingsstelsel toepasselijk op de militairen en de met militairen gelijkgestelde personen die bij de Belgische strijdkrachten in Duitsland in dienst zijn of daarbij op dienstreis zijn.

Art. 21.§ 1. De militair die aangesteld is in het ambt van een hogere graad of die aangesteld is tot een hogere graad evenals de hoofdofficier aangeduid voor een organiek ambt bepaald voor een opperofficier, genieten de vergoedingen voor verblijfkosten aan de bedragen vastgesteld voor die graad. De officier aangesteld tot de graad van brigadegeneraal geniet de vergoedingen tegen het bedrag vastgesteld voor de opperofficieren. § 2. Wat de toepassing van dit besluit betreft, heeft iedere verandering van graad, iedere aanstelling of iedere aanduiding waarvan sprake in § 1 uitwerking op de dag dat ze in voege treedt of op de datum van het besluit of de beslissing indien deze terugwerkende kracht hebben, zonder met deze terugwerkende kracht rekening te houden.

Art. 22.Bij wijze van overgangsmaatregel genieten de militairen met vaste dienst in het buitenland of met cursus of stage van meer dan 9 maanden, die ongehuwd zijn, weduwnaar, uit de echt dan wel van tafel en bed gescheiden zijn, of die gehuwd zijn en niet met hun familie in het buitenland verblijven, verder de forfaitaire vergoeding tegen de bedragen vastgesteld in de tabellen 2 en 3 gevoegd bij het ministerieel besluit waarvan sprake in artikel 25, 1°, wanneer deze bedragen hoger zijn dan de bedragen van tabel 2 van de bijlage bij dit besluit.

Art. 23.Opgeheven worden : 1° het ministerieel besluit van 22 maart 1965 genomen in uitvoering van het koninklijk besluit van 15 januari 1962 tot vaststelling van het vergoedingsstelsel toepasselijk op de militairen die dienstreizen volbrengen in het buitenland, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 11 juni 1965, 6 februari 1967, 4 januari 1969, 19 maart 1970, 19 april 1971, 9 november 1971, 16 november 1971, 6 juli 1972, 29 september 1972, 26 juli 1973, 26 februari 1974 11 oktober 1974 en 27 december 1974;2° het ministerieel besluit van 20 januari 1972 genomen in uitvoering van het Koninklijk besluit van 15 januari 1962 tot vaststelling van het vergoedingsstelsel toepasselijk op de militairen die dienstreizen volbrengen in het buitenland.

Art. 24.Dit besluit treedt in werking de 1 maart 1975 met uitzondering van tabel 2 van de bijlage bij dit besluit die in werking treedt op 1 februari 1975.

Brussel, 3 februari 1975.

Y. BOURGES


Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

^