Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 17 maart 2022
gepubliceerd op 31 maart 2022

Koninklijk besluit tot wijziging van artikel 4 en opheffing van het artikel 4bis van het koninklijk besluit van 9 januari 1995 tot vaststelling voor de handarbeiders en ermee gelijkgestelden die verzekeringsplichtig zijn ten opzichte van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders van het fictief loon voor de inactiviteitsdagen die met normale werkelijke arbeidsdagen worden gelijkgesteld door de wetgeving betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers

bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
numac
2022201716
pub.
31/03/2022
prom.
17/03/2022
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

17 MAART 2022. - Koninklijk besluit tot wijziging van artikel 4 en opheffing van het artikel 4bis van het koninklijk besluit van 9 januari 1995 tot vaststelling voor de handarbeiders en ermee gelijkgestelden die verzekeringsplichtig zijn ten opzichte van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/06/1969 pub. 24/01/2011 numac 2010000730 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders van het fictief loon voor de inactiviteitsdagen die met normale werkelijke arbeidsdagen worden gelijkgesteld door de wetgeving betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers


VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het besluit waarvan ik de eer heb aan uwe Majesteit ter ondertekening voor te leggen, heeft als doel om de situatie van de kunstenaars te verbeteren door het plafond van het fictief loon van het vakantiegeld van de kunstenaars te verhogen voor de dagen die gelijkgesteld worden met effectief gewerkte dagen (waaronder de tijdelijke Covidwerkloosheid ). Dit ontwerp heeft eveneens tot doel om de achterhaalde bepalingen in de berekening van het fictief loon van de leerlingen en het personeel dat fooien ontvangt, te schrappen.

Deze doelstellingen worden bereikt door het huidige artikel 4 van het bovengenoemd koninklijk besluit van 9 januari 1995 te wijzigen en door artikel 4bis van ditzelfde koninklijke besluit op te heffen.

De Rijksdienst voor jaarlijkse vakantie stort sinds het vakantiejaar 2004 (dienstjaar 2003) de vakantiegelden aan de niet-zelfstandige kunstenaars.

De berekening van het vakantiegeld is gebaseerd op de lonen die voorkomen in de Multifunctionele aangifte en die als basis dienen voor de berekening van de sociale zekerheidsbijdragen. De RSZ maakt aan de RJV de bedragen van de bijdragen over die bij de werkgevers geïnd worden.

Wanneer het gaat om kunstenaars onder arbeidsovereenkomst, is de berekening van het vakantiegeld ook gebaseerd op een fictief loon voor dagen die met effectief gewerkte dagen gelijkgesteld worden zoals ziekte, arbeidsongeval,... Voor deze gelijkgestelde dagen betalen de werkgevers geen sociale zekerheidsbijdragen. De solidariteit van het stelsel van de jaarlijkse vakantie speelt daarin.

In tegenstelling tot de andere werknemers werd het fictief loon van de kunstenaars onder arbeidsovereenkomst geplafonneerd. De oorsprong van dit plafond wordt uitgelegd door de vrees om een fictief loon in aanmerking te moeten nemen dat gebaseerd is op te hoge lonen in hoofde van bepaalde kunstenaars.

Er zijn in het verleden nooit opmerkingen over dit plafond geweest, gezien er weinig gelijkgestelde dagen in deze sector waren. Maar met de tijdelijke covidwerkloosheid hebben de kunstenaars een groot verschil gezien tussen hun vakantiegeld 2021, berekend op het dienstjaar 2020 en hun vakantiegeld van de voorgaande jaren. Dit plafond is immers onveranderd gebleven sinds 2004. Het plafond bedraagt momenteel €83,78 voor de kunstenaars ouder dan 18 jaar en €60,48 voor de kunstenaars jonger dan 18 jaar.

Het plafond van het vakantiegeld van de kunstenaars voor de dagen die gelijkgesteld worden met effectief gewerkte dagen, wordt niet geschrapt, maar aangezien het onveranderd gebleven is sinds 2004, is het uiterst belangrijk dat dit plafond verhoogd wordt om rekening te houden met de indexering sinds 2004. Het verschil tussen de kunstenaars ouder of jonger dan 18 jaar wordt schrapt, aangezien er in de voorgaande jaren slechts een twintigtal gevallen per jaar (zes in 2020) geweest zijn. Het geïndexeerd, geplafonneerd fictief dagloon (afgevlakte gezondheidsindex) wordt vastgelegd op €110,39 voor het vakantiedienstjaar 2020 (vakantiejaar 2021).

Dit nieuw plafond wordt gekoppeld aan een automatische indexeringsformule vanaf het vakantiedienstjaar 2021 (vakantie 2022) om te vermijden dat de bedragen in het koninklijk besluit van 9 januari 1995 telkens aangepast moeten worden.

Er wordt ook voorgesteld om achterhaalde bepalingen in de berekening van het fictief loon van de leerlingen en het personeel dat fooien krijgt, te schrappen. Deze categorieën van leerlingen zijn immers achterhaald geworden en mettertijd zijn de effectieve lonen allemaal hoger geworden dan het forfaitaire bedrag. Het is dan ook wenselijk om de huidige, achterhaalde inhoud van artikel 4 te schrappen.

Artikelsgewijze bespreking Artikel 1 van het ontwerp vervangt artikel 4 van het koninklijk besluit. Het schrapt de achterhaalde bepalingen met betrekking tot de leerlingen en het personeel dat fooien krijgt. Het bepaalt een nieuw plafond voor de berekening van het fictief loon voor de dagen gelijkgesteld met de normale effectief gewerkte dagen van kunstenaars onder arbeidsovereenkomst. Dit werd geïndexeerd op basis van de afgevlakte gezondheidsindex en is gekoppeld aan een automatische indexeringsformule.

Artikel 2 van het ontwerp heft artikel 4bis van het koninklijk besluit op. Het plafond van het fictief loon van de kunstenaars onder arbeidsovereenkomst wordt voortaan vastgelegd in artikel 4 en niet meer in artikel 4bis.

Artikel 3 van het ontwerp legt de inwerkingtreding van de wijzigingen vast. Het besluit is voor de eerste keer van toepassing op de berekening van het vakantiegeld van het vakantiejaar 2021, dienstjaar 2020.

Het besluit werd aangepast aan de bemerkingen geformuleerd door de Raad van State in zijn advies nr. 71.018/1 van 9 maart 2022.

Ik heb de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar, De Minister van Werk, P.-Y. DERMAGNE

RAAD VAN STATE, afdeling Wetgeving Advies 71.018/1, van 9 maart 2022, over, een ontwerp van koninklijk besluit 'tot wijziging van artikel 4 en opheffing van het artikel 4bis van het koninklijk besluit van 9 januari 1995 tot vaststelling voor de handarbeiders en ermee gelijkgestelden die verzekeringsplichtig zijn ten opzichte van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/06/1969 pub. 24/01/2011 numac 2010000730 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders van het fictief loon voor de inactiviteitsdagen die met normale werkelijke arbeidsdagen worden gelijkgesteld door de wetgeving betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers' Op 11 februari 2022 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Minister van Werk verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit 'tot wijziging van artikel 4 en opheffing van het artikel 4bis van het koninklijk besluit van 9 januari 1995 tot vaststelling voor de handarbeiders en ermee gelijkgestelden die verzekeringsplichtig zijn ten opzichte van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/06/1969 pub. 24/01/2011 numac 2010000730 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders van het fictief loon voor de inactiviteitsdagen die met normale werkelijke arbeidsdagen worden gelijkgesteld door de wetgeving betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers'.

Het ontwerp is door de eerste kamer onderzocht op 3 maart 2022. De kamer was samengesteld uit Marnix VAN DAMME, kamervoorzitter, Wouter PAS en Inge VOS, staatsraden, Michel TISON en Johan PUT, assessoren, en Wim GEURTS, griffier.

Het verslag is uitgebracht door Lennart NIJS, adjunct-auditeur.

De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Marnix VAN DAMME, kamervoorzitter.

Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 9 maart 2022. 1. Met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, heeft de afdeling Wetgeving zich toegespitst op het onderzoek van de bevoegdheid van de steller van de handeling, van de rechtsgrond, alsmede van de vraag of aan de te vervullen vormvereisten is voldaan. STREKKING EN RECHTSGROND VAN HET ONTWERP 2. Het om advies voorgelegde ontwerp strekt ertoe om het plafond van het fictief loon voor de dagen die gelijkgesteld worden met effectief gewerkte dagen en waarop het vakantiegeld van niet-zelfstandige kunstenaars wordt berekend, te verhogen.Daarenboven wordt voorzien in een automatische indexering. Tot slot beoogt het ontwerp sommige achterhaalde bepalingen te schrappen inzake de berekening van het fictief loon van leerlingen en personeel dat fooien krijgt.

Daartoe wordt artikel 4 van het koninklijk besluit van 9 januari 19951 vervangen door een nieuwe, geactualiseerde bepaling (artikel 1 van het ontwerp) en wordt artikel 4bis van hetzelfde besluit opgeheven (artikel 2 van het ontwerp).

Het ontworpen koninklijk besluit zal voor de eerste maal van toepassing zijn voor de berekening van het vakantiegeld voor het vakantiejaar 2021, vakantiedienstjaar 2020 (artikel 3 van het ontwerp).2 3.1. Rechtsgrond voor het ontwerp wordt geboden door artikel 10, eerste lid, van de wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers, gecoördineerd op 28 juni 1971, dat de Koning opdraagt om, onverminderd de bepalingen bedoeld in artikel 11 van die wetten3, de met dagen normale werkelijke arbeid gelijkgestelde inactiviteitsdagen en de voorwaarden waaronder zij kunnen in aanmerking worden genomen te bepalen, alsmede het fictief loon dat voor de berekening van het vakantiegeld van de gelijkgestelde dagen als grondslag moet dienen. 3.2. In het ontworpen artikel 4 van het koninklijk besluit van 9 januari 1995 (artikel 1 van het ontwerp) komen geen specifieke bepalingen meer voor inzake de berekening van het fictief loon van de leerlingen die nu nog worden beoogd in het bestaande artikel 4, 2°, van het voornoemde koninklijk besluit. In het verslag aan de Koning wordt er in dat verband op gewezen dat " [d]eze categorieën van leerlingen (...) immers achterhaald [zijn] geworden en mettertijd (...) de effectieve lonen allemaal hoger [zijn] geworden dan het forfaitaire bedrag" en dat het "dan ook wenselijk [is] om de huidige, achterhaalde inhoud van artikel 4 te schrappen".

Om de voornoemde reden kan worden aangenomen dat het, als rechtsgrond voor het ontworpen artikel 4 van het koninklijk besluit van 9 januari 1995 dat - zoals door de gemachtigde werd bevestigd4 - nog uitsluitend algemene bepalingen met betrekking tot de arbeiders bevat, volstaat om een beroep te doen op artikel 10, eerste lid, van de wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers, gecoördineerd op 28 juni 1971, en dat bijgevolg niet tevens naar artikel 10, tweede lid, van die wetten, moet worden verwezen als rechtsgrond.

Overeenkomstig deze laatste wetsbepaling kan de Koning, op voorstel van het betrokken paritair orgaan en na raadpleging van de Nationale Arbeidsraad aan sommige nijverheidstakken afwijkingen toestaan van de bepalingen van het eerste lid van artikel 10 van die wetten. De vaststelling dat het ontworpen artikel 4 van het koninklijk besluit van 9 januari 1995 tevens als gevolg heeft dat (impliciet) een einde wordt gesteld aan de afwijkende - en achterhaalde - regeling ten aanzien van de leerlingen, bedoeld in artikel 4, 2°, van dat koninklijk besluit, hoeft evenwel niet te betekenen dat daardoor ook een beroep zal moeten worden gedaan op het bepaalde in artikel 10, tweede lid, van de voornoemde gecoördineerde wetten, hetgeen trouwens zou impliceren dat in dat geval tevens de vormvereisten zouden dienen te worden nageleefd die in die bepaling worden voorgeschreven, wat in casu niet is gebeurd.

ONDERZOEK VAN DE TEKST Aanhef 4. Rekening houdend met hetgeen werd opgemerkt onder randnummer 3.2, verdient het aanbeveling om de rechtsgrond van het ontwerp aan het einde van het eerste lid van de aanhef te specificeren als volgt: "... gecoördineerd op 28 juni 1971, artikel 10, eerste lid, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 juni 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 10/06/2001 pub. 31/07/2001 numac 2001022465 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot wijziging van sommige bepalingen inzake de referteperiode betreffende loon- en arbeidstijdgegevens type koninklijk besluit prom. 10/06/2001 pub. 31/07/2001 numac 2001022463 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot het in overeenstemming brengen van sommige koninklijke besluiten inzake sociale zekerheid met het koninklijk besluit van 10 juni 2001 tot eenvormige definiëring van begrippen met betrekking tot arbeidstijdgegevens ten behoeve van de sociale zekerheid, met toepassing van artikel 39 van de wet 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels type koninklijk besluit prom. 10/06/2001 pub. 31/07/2001 numac 2001022462 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot het in overeenstemming brengen van de sociale zekerheid met het koninklijk besluit van 10 juni 2001 tot eenvormige definiëring van begrippen met betrekking tot arbeidstijdgegevens ten behoeve van de sociale zekerheid, met toepassing van artikel 39 van de wet 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels type koninklijk besluit prom. 10/06/2001 pub. 31/07/2001 numac 2001022467 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot wijziging van sommige bepalingen inzake het gemiddeld dagloon en tot wijziging van het koninklijk besluit van 31 december 1992 tot beperking van het begrip loon zoals bepaald in artikel 35 van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 type koninklijk besluit prom. 10/06/2001 pub. 31/07/2001 numac 2001022466 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit waarin, met toepassing van artikel 39 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, het uniform begrip « gemiddeld dagloon » wordt vastgesteld en sommige wettelijke bepalingen in overeenstemming worden gebracht type koninklijk besluit prom. 10/06/2001 pub. 31/07/2001 numac 2001022461 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot eenvormige definiëring van begrippen met betrekking tot arbeidstijdgegevens ten behoeve van de sociale zekerheid, met toepassing van artikel 39 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels sluiten;".

Artikel 1 5. Aangezien in het ontworpen artikel 4, eerste lid, van het koninklijk besluit van 9 januari 1995 wordt gerefereerd aan artikel 1bis, § 1, van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/06/1969 pub. 24/01/2011 numac 2010000730 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten 'tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders', verdient het aanbeveling om aan te sluiten bij de in deze laatste wetsbepaling voorkomende terminologie.Zo wordt in artikel 1bis, § 1, tweede lid, van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/06/1969 pub. 24/01/2011 numac 2010000730 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, een omschrijving gegeven van het begrip "het leveren van artistieke prestaties en/of het produceren van artistieke werken" ("la fourniture de prestations et/ou la production d'oeuvres de nature artistique") en wordt dat begrip als zodanig ook het best gebruikt in het ontworpen artikel 4, eerste lid, van het koninklijk besluit van 9 januari 1995. 6. In het ontworpen artikel 4, eerste lid, van het koninklijk besluit van 9 januari 1995 wordt melding gemaakt van "het vakantiegeld voor de met normale werkelijke arbeidsdagen gelijkgestelde dagen" ("le pécule de vacances pour les journées assimilées à des journées de travail effectif normal"). Zoals uit het verslag aan de Koning valt af te leiden en door de gemachtigde werd bevestigd, is het wel degelijk de bedoeling om in een plafond van 110,39 euro te voorzien voor het fictief dagloon en niet voor het vakantiegeld als zodanig. Het zou bovendien meer in overeenstemming zijn met de terminologie in diverse andere bepalingen van het koninklijk besluit van 9 januari 1995 indien ook in het ontworpen artikel 4, eerste lid, aan het begrip "fictief dagloon" zou worden gerefereerd.

In samenspraak met de gemachtigde wordt de zinsnede "het vakantiegeld voor de met normale werkelijke arbeidsdagen gelijkgestelde dagen" ("le pécule de vacances pour les journées assimilées à des journées de travail effectif normal"), die voorkomt in het ontworpen artikel 4, eerste lid, van het koninklijk besluit van 9 januari 1995, dan ook beter vervangen door de zinsnede "het in artikel 1 bedoelde fictief dagloon voor de met normale werkelijke arbeidsdagen gelijkgestelde dagen" ("la rémunération journalière fictive visée à l'article 1er pour les journées assimilées à des journées de travail effectif normal").

De griffier De voorzitter Wim GEURTS Marnix VAN DAMME _______ Nota's 1 Koninklijk besluit van 9 januari 1995 'tot vaststelling voor de handarbeiders en ermee gelijkgestelden die verzekeringsplichtig zijn ten opzichte van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/06/1969 pub. 24/01/2011 numac 2010000730 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders van het fictief loon voor de inactiviteitsdagen die met normale werkelijke arbeidsdagen worden gelijkgesteld door de wetgeving betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers'. 2 De ontworpen regeling komt erop neer dat retroactief een voordeel wordt toegekend aan niet-zelfstandige kunstenaars zonder dat er nadelige gevolgen uit voortvloeien voor andere categorieën arbeiders.

De gemachtigde verduidelijkte in dat verband: "Sinds vele jaren berekent geen enkel vakantiefonds het vakantiegeld op basis van een fictief forfaitair loon, omdat de werkelijke lonen altijd hoger zijn.

De terugwerkende kracht is derhalve van geen belang." 3 Artikel 11 van de op 28 juni 1971 gecoördineerde wetten is een bijzondere bepaling die geldt "voor de hoofdarbeiders, voor de zeevarende officieren en daarmee gelijkgestelde personen". 4 De gemachtigde deelde wat dat betreft mee wat volgt: "Het koninklijk besluit heeft alleen betrekking op arbeiders, zodat het advies werd uitgebracht door het beheerscomité van de RJV. Het advies van de NAR is derhalve niet vereist. Evenzo betreft dit enkel de arbeiders en hoeven de paritaire comités dus niet afzonderlijk te worden geraadpleegd."

17 MAART 2022. - Koninklijk besluit tot wijziging van artikel 4 en opheffing van het artikel 4bis van het koninklijk besluit van 9 januari 1995 tot vaststelling voor de handarbeiders en ermee gelijkgestelden die verzekeringsplichtig zijn ten opzichte van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/06/1969 pub. 24/01/2011 numac 2010000730 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders van het fictief loon voor de inactiviteitsdagen die met normale werkelijke arbeidsdagen worden gelijkgesteld door de wetgeving betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers gecoördineerd op 28 juni 1971, artikel 10, eerste lid, gewijzigd bij de koninklijk besluit van 10 juni 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 10/06/2001 pub. 31/07/2001 numac 2001022465 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot wijziging van sommige bepalingen inzake de referteperiode betreffende loon- en arbeidstijdgegevens type koninklijk besluit prom. 10/06/2001 pub. 31/07/2001 numac 2001022463 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot het in overeenstemming brengen van sommige koninklijke besluiten inzake sociale zekerheid met het koninklijk besluit van 10 juni 2001 tot eenvormige definiëring van begrippen met betrekking tot arbeidstijdgegevens ten behoeve van de sociale zekerheid, met toepassing van artikel 39 van de wet 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels type koninklijk besluit prom. 10/06/2001 pub. 31/07/2001 numac 2001022462 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot het in overeenstemming brengen van de sociale zekerheid met het koninklijk besluit van 10 juni 2001 tot eenvormige definiëring van begrippen met betrekking tot arbeidstijdgegevens ten behoeve van de sociale zekerheid, met toepassing van artikel 39 van de wet 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels type koninklijk besluit prom. 10/06/2001 pub. 31/07/2001 numac 2001022467 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot wijziging van sommige bepalingen inzake het gemiddeld dagloon en tot wijziging van het koninklijk besluit van 31 december 1992 tot beperking van het begrip loon zoals bepaald in artikel 35 van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 type koninklijk besluit prom. 10/06/2001 pub. 31/07/2001 numac 2001022466 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit waarin, met toepassing van artikel 39 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, het uniform begrip « gemiddeld dagloon » wordt vastgesteld en sommige wettelijke bepalingen in overeenstemming worden gebracht type koninklijk besluit prom. 10/06/2001 pub. 31/07/2001 numac 2001022461 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot eenvormige definiëring van begrippen met betrekking tot arbeidstijdgegevens ten behoeve van de sociale zekerheid, met toepassing van artikel 39 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels sluiten;

Gelet op het koninklijk besluit van 9 januari 1995 tot vaststelling voor de handarbeiders en ermee gelijkgestelden die verzekeringsplichtig zijn ten opzichte van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/06/1969 pub. 24/01/2011 numac 2010000730 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders van het fictief loon voor de inactiviteitsdagen die met normale werkelijke arbeidsdagen worden gelijkgesteld door de wetgeving betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers;

Gelet op het advies van het Beheerscomité van de Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie gegeven op 10 september 2021;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 13 september 2021;

Gelet op de akkoordbevinding van de Staatssecretaris voor Begroting, d.d. 8 februari 2022;

Gelet op het advies nr. 71.018/1 van de Raad van State, gegeven op 9 maart 2022 in toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op de voordracht van de Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Artikel 4 van het koninklijk besluit van 9 januari 1995 tot vaststelling voor de handarbeiders en ermee gelijkgestelden die verzekeringsplichtig zijn ten opzichte van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/06/1969 pub. 24/01/2011 numac 2010000730 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders van het fictief loon voor de inactiviteitsdagen die met normale werkelijke arbeidsdagen worden gelijkgesteld door de wetgeving betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 22 juni 2004, wordt vervangen als volgt: "

Art. 4.Voor de personen die verbonden zijn door een arbeidsovereenkomst voor het leveren van artistieke prestaties en/of het produceren van artistieke werken in de zin van artikel 1bis, § 1, van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/06/1969 pub. 24/01/2011 numac 2010000730 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, mag het in artikel 1 bedoelde fictief dagloon voor de met normale werkelijke arbeidsdagen gelijkgestelde dagen het bedrag van 110 euro en 39 cent niet overstijgen.

Vanaf het vakantiejaar 2022 wordt het hierboven vermelde bedrag elk vakantiejaar aangepast op grond van de evolutie van de waarde van de afgevlakte gezondheidsindex. De indexatie gebeurt als volgt: basisbedrag zoals hierboven vermeld vermenigvuldigd met de afgevlakte gezondheidsindex van de maand voorafgaand aan 1 januari van het vakantiejaar en gedeeld door de afgevlakte gezondheidsindex van de maand voorafgaand aan 1 januari van het voorgaande vakantiejaar.".

Art. 2.Artikel 4bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij de koninklijk besluit van 16 december 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 16/12/2003 pub. 31/12/2003 numac 2003009915 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van sommige bepalingen van de wet van 3 mei 2003 tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek type koninklijk besluit prom. 16/12/2003 pub. 13/01/2004 numac 2003003567 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot erkenning van culturele instellingen voor de toepassing van artikel 104, 3°, d, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 sluiten, wordt opgeheven.

Art. 3.Dit besluit is voor de eerste maal van toepassing voor de berekening van het vakantiegeld voor het vakantiejaar 2021, vakantiedienstjaar 2020.

Art. 4.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 17 maart 2022.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Werk, P.-Y. DERMAGNE

^