Etaamb.openjustice.be
Decreet van 30 april 2009
gepubliceerd op 02 juni 2009

Decreet houdende goedkeuring van het Samenwerkingsakkoord gesloten te Brussel, op 27 maart 2009, tussen de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie betreffende de oprichting van de « Service francophone des Métiers et des Qualifications »

bron
franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest
numac
2009031280
pub.
02/06/2009
prom.
30/04/2009
ELI
eli/decreet/2009/04/30/2009031280/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

30 APRIL 2009. - Decreet houdende goedkeuring van het Samenwerkingsakkoord gesloten te Brussel, op 27 maart 2009, tussen de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie betreffende de oprichting van de « Service francophone des Métiers et des Qualifications »


De Vergadering van de Franse Gemeenschapscommissie en Wij, College, bekrachtigen wat volgt :

Artikel 1.Goedkeuring wordt gegeven aan het samenwerkingsakkoord gesloten te Brussel, op 27 maart 2007, tussen de Franse Gemeenschap, het Waals Gewest en de Franse Gemeenschapcommissie betreffende de oprichting van de Service francophone des Métiers et des Qualifications.

Art. 2.Dit samenwerkingsakkoord wordt bijgevoegd bij onderhavig decreet.

Samenwerkingsakkoord gesloten te Brussel, op 27 maart 2009, tussen de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie betreffende de oprichting van de Service francophone des Métiers et des Qualifications, in het kort : « S.F.M.Q. » Gelet op de artikelen 1, 39, 127, 128, 134 et 138 van de Grondwet;

Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, inzonderheid artikel 92bis, § 1, ingevoegd door de bijzondere wet van 8 augustus 1988 en gewijzigd door de bijzondere wet van 16 juli 1993;

Gelet op het decreet II van de Franse Gemeenschapsraad van 19 juli 1993 tot toekenning van de uitoefening van sommige bevoegdheden van de Franse Gemeenschap aan het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie;

Gelet op het decreet II van de Waalse Gewestraad van 22 juli 1993 tot toekenning van de uitoefening van sommige bevoegdheden van de Franse Gemeenschap aan het Waals Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie;

Gelet op het decreet III van de Franse Gemeenschapscommissie van 22 juli 1993 tot toekenning van de uitoefening van sommige bevoegdheden van de Franse Gemeenschap aan de Franse Gemeenschapscommissie;

Overwegende bovendien het Contract voor de School zoals het werd goedgekeurd door de Franse Gemeenschapsregering van 31 mei 2005 en meer bepaald zijn prioriteit 4 "Een beroep kiezen en leren op school";

Overwegende daarenboven het Transversaal Strategisch Plan II "Kennis en kunde ontwikkelen in Wallonië", en meer bepaald zijn impuls 7 "Een beroepsmatige benadering valoriseren : vormingen gekoppeld aan de arbeidsmarkt";

Overwegende de dynamiek op gang gebracht door de Lissabonstrategie voor de groei en de werkgelegenheid zoals aangenomen door de Raad van Europa in maart 2005;

Overwegende de tenuitvoerbrenging van het Europees Kwalificatiekader (EKK) en de tenuitvoerbrenging van het European Credit system voor beroepsonderwijs en -opleiding (ECVET) dat eruit voortvloeit;

Overwegende de noodzaak om de banden te versterken tussen de wereld van de arbeid en de beroeps van de Vorming en het Kwalificerend Onderwijs, met inbegrip van het Onderwijs voor Sociale Promotie;

Overwegende dat het beroep de referentie moet blijven om de leerling en de cursist een zo volledig mogelijk kwalificerend studie- en opleidingsprogramma te bieden;

Overwegende de wil om het Kwalificerend Onderwijs, met inbegrip van het Onderwijs voor Sociale Promotie, de Vorming en Het consortium Validatie Vaardigheden met een gezamenlijke taal en gezamenlijke referenties uit te rusten;

Overwegende dat het fundamenteel is het levenslang leren voor de burger te vergemakkelijken door een grotere leesbaarheid en samenhang in het opleidingsparkoers te garanderen, zowel in Franstalig België als in Europa;

Overwegende dat de actoren uit het Kwalificeren Onderwijs, met inbegrip van het Onderwijs voor Sociale Promotie, de Opleidingsoperatoren en het Consortium Validatie Vaardigheden het in rekening nemen van de verworvenheden van de cursist zullen kunnen garanderen en hem de mogelijkheid kunnen bieden zijn opleidingsparkoers zonder onderbreking voort te zetten, zowel in Franstalig België als in Europa;

Overwegende dat die gezamenlijke referenties het de actoren uit het Kwalificerend Onderwijs, met inbegrip van het Onderwijs voor Sociale Promotie, van de Vorming en van het Consortium Validatie Vaardigheden mogelijk zullen maken onderwijs- en opleidingsprogramma's te ontwikkelen evenals aan hun opdrachten, structuren en eigen middelen aangepaste referentiesystemen voor de validatie van vaardigheden;

De Franse Gemeenschap, vertegenwoordigd door haar Regering in de persoon van haar Minister-President, Dhr. Rudy Demotte, in de persoon van haar Minister van Leerplichtonderwijs, de heer Christian Dupont en in de persoon van haar Minister van Jeugd en Onderwijs voor Sociale Promotie, de heer Marc Tarabella;

Het Waals Gewest, vertegenwoordigd door zijn Regering in de persoon van haar Minister-President, de heer Rudy Demotte en in de persoon van haar Minister van Vorming, de heer Marc Tarabella; en De Franse Gemeenschapscommissie, vertegenwoordigd door haar College in de persoon van zijn Minister-Voorzitter, belast met Openbaar Ambt en Gezondheid, de heer Benoît Cerexhe en in de persoon van zijn Minister, Lid van het College, belast met Beroepsopleiding, Onderwijs, Cultuur en Schoolvervoer, Mevr. Françoise Dupuis; hieronder deelgenoten in het akkoord genoemd, zijn overeengekomen wat volgt : HOOFDSTUK I. - Definitie en toepassingsgebied

Artikel 1.De actoren uit het Kwalificerend Onderwijs, het Onderwijs voor Sociale Promotie, de Kwalificerende Vorming en het Consortium Validatie Vaardigheden gebruiken een gemeenschappelijke taal waarvan de fundamentele begrippen die hun activiteiten bepalen, als volgt worden omschreven : 1° "Vak" : een samenhangend geheel van beroepsactiviteiten die gerealiseerd worden door een persoon in het kader van een productief proces;2° "Vakprofiel" : het vakprofiel is samengesteld uit een vak-referentielijst en een vaardigheden-referentielijst;3° "Vak-referentielijst" : de definitie van de titel van het beroep en van zijn gelijkbetekenende benamingen, van de plaats van het beroep tegenover aanverwante beroepen en de declinatie van hun functies en uitoefeningsvoorwaarden;4° "Vaardigheden-referentielijst" : de referentielijst die de aanleg omvat van een georganiseerd geheel van kennis, van know-how en attitudes die het mogelijk maakt een zeker aantal taken te vervullen;5° "Vormingsprofiel" : het profiel samengesteld uit eenheden leerresultaten gepaard met de vak-sleutelactiviteiten en dat eveneens is samengesteld uit een evaluatieprofiel, een tijdelijke beoordelingsindex en een uitrustingsprofiel;6° "Leerresultaten" : de uiteenzetting van hetgeen de cursist weet, begrijpt en in staat is te realiseren aan het einde van een leerproces;7° "Eenheid leerresultaat" : het samenhangend geheel van leerresultaten dat geëvalueerd of gevalideerd kan worden;8° "Sleutelactiviteiten" : de noodzakelijke activiteiten voor het vervullen van de opdrachten die de werknemer in het kader van zijn functie worden toevertrouwd;9° "Evaluatieprofiel" : het profiel dat de vereiste minimumbeheersingsdrempels met het oog op de afgifte van een bekwaamheidsattest of om dienst te doen als referentie bij het uitwerken van certificerende proeven voor het onderwijs, met inbegrip van het Onderwijs voor Sociale Promotie;10° "Tijdelijke beoordelingsindex" : de index die voor elke sleutelactiviteit de optimale duur bepaalt voor het verwerven van de vaardigheidseenheden die ermee geassocieerd zijn.Hij kan variëren van de ene operator tot de andere. Hij wordt volgens de gevallen uitgedrukt in perioden, uren, maanden, jaren, fasen of graden; 11° "Uitrustingsprofiel" : het profiel dat de uitrusting en de infrastructuur bepaalt die toereikend zijn voor de tenuitvoerbrenging van het vormingsprofiel in een perspectief van vorming en opleiding. De uitrusting kan ondergebracht zijn hetzij in de school, hetzij bij een partner en, met name, in een Vaardigheidscentrum, een Referentiecentrum, een Centrum voor Geavanceerde Technologie, een onderneming; 12° "Bekwaamheidsattest" : het document dat de beheersing van de aan een activiteit van het beroep verbonden vaardigheidseenheden erkent;13° "Onderwijsprogramma" : het document dat een geheel van activiteiten herneemt, van inhouden van opleidingen en methodologische oriëntaties die aangewend zijn om de pedagogische doelstellingen te realiseren die bepaald zijn in termen van verwerving van kennis, bekwaamheid, capaciteit of vaardigheid. Voor het Onderwijs voor Sociale Promotie doet het pedagogisch dossier van de afdeling dienst als opleidingsprogramma. Dit dossier herneemt met name de finaliteiten, de inhoud, de aanbevelingen inzake de modaliteiten voor de kapitalisatie van de getuigschriften tot staving van het slagen in de constituerende vormingseenheden. 14° "Vormings-referentielijst : het document dat een geheel van activiteiten herneemt, van inhouden van opleidingen en/of methoden die aangewend zijn om de pedagogische doelstellingen te realiseren die bepaald zijn in termen van verwerving van kennis, bekwaamheid of vaardigheid.De activiteiten, inhouden en methoden worden ontplooid in een logische orde en over een welbepaalde periode. De vormings-referentielijsten moeten steunen op de vormingsprofielen.

De vormings-referentielijsten van de vormingen door scholing van het Institut wallon de Formation en Alternance et des Indépendants et Petites et Moyennes Entreprises en van de Service Formation des Petites et Moyennes Entreprises verwijzen naar de sleutelactiviteiten die vermeld staan in het vormingsprofiel. HOOFDSTUK II. - De Service francophone des Métiers et des Qualifications

Art. 2.De Regeringen richten een Service francophone des Métiers et des Qualifications op, belast met het organiseren van de Vakprofielen en de Vormingsprofielen, hierna de « Dienst » genoemd. Deze beschikt over, ten minste : 1° zes personen belast met de Onderwijs-opdracht, met inbegrip van het Onderwijs voor Sociale Promotie;2° vier experts-methodologisten;3° twee vertegenwoordigers van de Vorming afkomstig uit de Waalse openbare instellingen of uit de Cocof. De vertegenwoordigers uit het Onderwijs, het Onderwijs voor Sociale Promotie en de Vorming binnen de projectgroepen worden aangesteld door de instanties waaronder zij ressorteren, overeenkomstig de bepalingen die hun statuut regelen. De Algemene Overlegraad van het Onderwijs en de Overlegcommissie van het Onderwijs voor Sociale Promotie zorgen ervoor dat het karakterologisch evenwicht binnen de vertegenwoordiging van het Onderwijs gegarandeerd is.

Art. 3.De Dienst zal de vorm aannemen van een dienst met afzonderlijk beheer (zonder rechtspersoonlijkheid) gelegen bij de Franse Gemeenschap met de mogelijkheid van ontvangsten afkomstig van een ander machtsniveau. Zijn centrale zetel is in Brussel gelegen.

Art. 4.De Dienst is samengesteld uit een uitvoerende cel en drie vaste kamers : een Chambre des Métiers, een Chambre Enseignement - Formation en een Chambre de Concertation et d'Agrément.

Art. 5.De uitvoerende cel verenigt, met het akkoord van de Chambre des Métiers en de Chambre Enseignement - Formation, de Commissies ad hoc referentielijsten belast met het opmaken van de vakprofielen of de opleidingsprofielen.

Art. 6.Elke partij in het akkoord duidt een commissaris aan opdat die zijn opdracht zou uitoefenen inzake informatie en controle van de wettelijkheid en van het algemeen belang binnen de Dienst. HOOFDSTUK III. - De Chambre des Métiers

Art. 7.Er wordt een Chambre des Métiers du Service francophone des Métiers et des Qualifications opgericht, hierna de "Chambre des Métiers" genoemd. Afdeling 1. - Opdrachten en samenstelling van de Chambre des Métiers

Art. 8.De Chambre des Métiers is samengesteld uit : 1° acht effectieve leden en evenveel plaatsvervangers die de representatieve organisaties van de werknemers vertegenwoordigen;2° acht effectieve leden en evenveel plaatsvervangers die de representatieve organisaties van de werkgevers vertegenwoordigen;3° twee effectieve leden en twee plaatsvervangers die de openbare tewerkstellingsdiensten vertegenwoordigen. De vertegenwoordigers van de representatieve organisaties van de werknemers en van de werkgevers bedoeld in 1° en 2° zijn stemgerechtigd.

Onder die leden zijn minstens leden afkomstig uit de Brusselse representatieve organisaties van de werknemers en minstens twee leden zijn afkomstig uit de Brusselse Representatieve organisaties van de werkgevers.

De leden bedoeld in 1° en 2° die de representatieve organisaties van de werknemers en van de werkgevers vertegenwoordigen worden door de Regeringen benoemd op een dubbele lijst van kandidaten die door hun organisaties wordt voorgesteld.

De leden bedoeld in 3° die de openbare tewerkstellingsdiensten vertegenwoordigen zijn stemgerechtigd. Zij worden door de Regeringen en het College benoemd op voorstel van hun opdrachtgever.

Art. 9.De Chambre des Métiers is belast met het opmaken en het actualiseren van de vakprofielen en de boomstructuur van de beroepen.

De opdrachten van de Chambre des Métiers zijn : 1° de lijst opmaken van de beroepen die het voorwerp zal zijn van de werkzaamheden van de Chambre des Métiers en de Chambre Enseignement - Formation, op basis van de voorstellen die uitgaan van de aanbevelingen van de Ministers van Vorming, Onderwijs en Tewerkstelling, van de voorstellen van de openbare tewerkstellingsdiensten, van de sectorale vertegenwoordigers, van het Onderwijs, met inbegrip van het Onderwijs voor Sociale Promotie, van de Vorming en van de Chambre Enseignement - Formation.Deze aanbevelingen zullen daarnaast rekening houden met : de situatie op de arbeidsmarkt, de zogenaamde « nieuwe » beroepen, het volume van de bij de ingerichte opleidingen betrokken personen. 2° de lijst van de beroepen aan de partijen in het akkoord mededelen door ze op te nemen in de strategische oriëntatienota.3° vakprofielen actualiseren en opmaken met inachtneming van het door de Chambre de Concertation et d'Agrément goedgekeurd methodologisch kader.4° een wacht organiseren op de federale bepalingen inzake toegang tot het beroep en de Regeringen erover informeren. Afdeling 2. - Het voorzitterschap van de Chambre des Métiers

Art. 10.De Chambre des Métiers duidt, onder haar leden, een Voorzitter en een Ondervoorzitter aan. Het Voorzitterschap wordt beurtelings verzekerd door een vertegenwoordiger van de representatieve organisaties van de werknemers, de eerste helft van het mandaat, en door een vertegenwoordiger van de representatieve organisaties van de werkgevers, de tweede helft van het mandaat. Het mandaat van de Voorzitter en van de Ondervoorzitter duurt vijf jaar.

Art. 11.Naast het voorzitterschap zijn de Voorzitter en de Ondervoorzitter belast, in overleg met de Uitvoerend Directeur van de uitvoerende cel, met het aanduiden van de vertegenwoordiger(s) van de sectoren, op voorstel van de organisaties, die betrokken zijn bij de uitwerking van het vakprofiel.

Die vertegenwoordigers zullen de commissies voor vak-referentielijsten samenstellen die belast zijn met het uitwerken van het vakprofiel in samenwerking met de projectgroepen van de uitvoerende cel. HOOFDSTUK IV. - De Chambre Enseignement-Formation

Art. 12.Er wordt een Chambre Enseignement-Formation du Service francophone des Métiers et des Qualifications opgericht, hierna de "Chambre Enseignement-Formation" genoemd. Afdeling 1. - Opdrachten en samenstelling van de Chambre

Enseignement-Formation

Art. 13.De Chambre Enseignement-Formation is samengesteld uit : 1° twee vertegenwoordigers van elk overlegcomité van de Algemene Coördinatieraad van het secundair onderwijs;2° een vertegenwoordiger van het Algemeen Bestuur van het Onderwijs en van het Wetenschappelijk Onderzoek;3° een vertegenwoordiger van de Stuurcommissie;4° drie vertegenwoordigers van van de Overlegcommissie van het Onderwijs voor Sociale Promotie waarvan een vertegenwoordiger van het niet-confessioneel vrij onderwijs;5° twee vertegenwoordigers van de Algemene Raad van het gespecialiseerd onderwijs (een per karakter); 6° twee vertegenwoordigers van het I.F.A.P.M.E.; 7° een vertegenwoordiger van de S.F.P.M.E.; 8° twee vertegenwoordigers van FOREm, vertegenwoordigd door zijn eenheid FOREm Formation;9° een vertegenwoordiger van het Institut bruxellois francophone pour la Formation professionnelle, hierna Bruxelles Formation genoemd;10° een vertegenwoordiger van de sector van de prekwalificatie vertegenwoordigd door de Interfédération des entreprises de formation par le travail of de instellingen voor socioprofessionele inschakeling;11° een vertegenwoordiger van de door de Franse Gemeenschapscommissie erkende instellingen voor socioprofessionele inschakeling vertegenwoordigd door de Fédération bruxelloise des organismes d'Insertion socioprofessionnelle. De in de 1°, 4° tot 11° bedoelde leden zijn stemgerechtigd; de in 2° en 3° bedoelde leden hebben raadgevende stem. Die leden, evenals hun plaatsvervangers, worden gezamenlijk benoemd door de Regeringen en het College, op voorstel van hun instanties. Elke van die instanties kan, op eigen initiatief, de partijen in het akkoord de vervanging voorstellen van een lid dat zij oorspronkelijk heeft voorgesteld. Dit lid wordt hiervan behoorlijk op de hoogte gebracht. In afwachting van de beslissing van de partijen in het akkoord zetelt de plaatsvervanger van dit lid van rechtswege in de Chambre Enseignement - Formation.

De opdrachten van de Chambre Enseignement-Formation zijn : 1° vormingsprofielen actualiseren en opmaken met inachtneming van het door de Chambre de Concertation et d'Agrément goedgekeurd methodologisch kader.2° de Chambre des Métiers een lijst van beroepen voorstellen die het voorwerp van haar werkzaamheden zouden kunnen zijn. Afdeling 2. - Het Voorzitterschap en het Ondervoorzitterschap van de

Chambre Enseignement-Formation

Art. 14.De Chambre Enseignement - Formation duidt, onder haar leden, een Voorzitter en een Ondervoorzitter aan. Het Voorzitterschap en het Ondervoorzitterschap worden beurtelings verzekerd door een vertegenwoordiger van het Onderwijs bedoeld in de punten 1°, 4° en 5° van artikel 13, de eerste helft van het mandaat, en door een vertegenwoordiger van de Vorming bedoeld in de punten 6° tot 9° van artikel 13, de tweede helft van het mandaat. Het mandaat van de Voorzitter en van de Ondervoorzitter duurt vijf jaar.

Art. 15.Naast de aan het voorzitterschap verbonden opdrachten, zijn de Voorzitter en de Ondervoorzitter belast, in overleg met de Uitvoerend Directeur van de uitvoerende cel, met het aanduiden van de vertegenwoordigers van het Onderwijs, met inbegrip van het Onderwijs voor Sociale Promotie, en van de Vorming, die betrokken zijn bij de uitwerking van het vakprofiel.

Die vertegenwoordigers zullen de commissies voor vormings-referentielijsten samenstellen die belast zijn met het uitwerken van het vormingsprofiel in samenwerking met de projectgroepen van de uitvoerende cel. HOOFDSTUK V. - De uitvoerende cel

Art. 16.Er wordt een uitvoerende cel van de Service francophone des Métiers et des Qualifications opgericht, hierna de "uitvoerende cel" genoemd. Afdeling 1. - Opdrachten en samenstelling van de uitvoerende cel

Art. 17.De uitvoerende cel is de coördinatieplaats van de vak- en de vormingsprofielen. De uitvoerende cel is ook een scharnierorgaan met andere voorzieningen van het Onderwijs, met inbegrip van het Onderwijs voor Sociale Promotie en het gespecialiseerd onderwijs, van de Vorming en van het Consortium Validatie Vaardigheden.

De uitvoerende cel is belast met de goede werking van de Dienst. Zij beschikt over het nodige personeel.

Art. 18.De uitvoerende cel is samengesteld uit : - een uitvoerend directeur; - experts-methodologisten; - de leden van de sectorale of intersectorale projectgroepen hernomen in artikel 26; - een secretariaat.

Art. 19.De opdrachten van de uitvoerende cel zijn de volgende : 1° het secretariaat verzekeren van de Chambre des Métiers, de Chambre Enseignement-Formation en van de Chambre de Concertation et d'Agrément;2° opstellen van het huishoudelijk reglement en dit ter goedkeuring voorleggen aan de Chambre de Concertation et d'Agrément.Dit huishoudelijk reglement moet met name voorzien in : a) de regels betreffende het bijeenroepen van de Chambre des Métiers, de Chambre Enseignement-Formation en de Chambre de Concertation et d'Agrément;b) de inschrijving van de punten op de agenda van de werkzaamheden van elke kamer;c) de regels betreffende de beurtwisseling van de functies van Voorzitter en van Ondervoorzitter van de Chambre des Métiers, van de Chambre Enseignement-Formation en van de Chambre de Concertation et d'Agrément evenals de regels bij afwezigheid of verhindering van de Voorzitter of de Ondervoorzitter; d) de quorum-regels om de goede werking van de drie vaste kamers van de S.F.M.Q. Te verzekeren evenals de stemmodaliteiten; e) de samenwerkingsregels met het oog op de informatie en harmonisering met de openbare instellingen voor Onderwijs, Vorming, Validatie van de vaardigheden en Sturing van de Beurtwisseling; 3° de strategische oriëntatienota van de S.F.M.Q. en uitvoer brengen, waarin het jaarlijks programma en de in cijfers vertaalde doelstellingen omschreven zijn en die ter goedkeuring voorleggen aan de Chambre de Concertation et d'Agrément; 4° het jaarverslag van de S.F.M.Q. Opstellen en het ter goedkeuring voorleggen aan de Chambre de Concertation et d'Agrément; 5° de algemene beheersopdracht van de S.F.M.Q. verzekeren; 6° de algemene opdracht van organisatie van de werkzaamheden van de Chambre Métiers, de Chambre Enseignement-Formation en de Chambre Concertation et d'Agrément verzekeren, evenals van de Commissies van de vak-referentielijsten en van de Commissies van de vormings-referentielijsten;7° de werkzaamheden van de sectorale en intersectorale projectgroepen organiseren;8° de methodologie bepalen voor het uitwerken van de vakprofielen, van de opleidingsprofielen evenals van hun erkenning en die ter goedkeuring voorleggen aan de Chambre de Concertation et d'Agrément;9° de naleving van het vakprofiel garanderen in zijn ombuiging tot vormingsprofiel;10° het vakprofiel, en bijgevolg het vormingsprofiel laten actualiseren in functie van de behoeften;11° de koppeling garanderen tussen de vakprofielen en de werkzaamheden van het Consortium Validatie Vaardigheden;12° de opdrachten inzake representatie en promotie van onderhavig akkoord verzekeren;13° adviezen uitbrengen aangaande de verhouding tussen de vormingsinhouden van de onderwijsprogramma's en de vormingsreferentielijsten met de vormingsprofielen : a) bij de Commissie van de programma's van het Leerplichtonderwijs of bij de Overlegcommissie van het Onderwijs voor Sociale Promotie;b) bij de Regeringen of bij het College. Het huishoudelijk reglement van de Dienst, de strategische oriëntatienota van de Dienst, het jaarverslag van de Dienst, de methodologie voor de uitwerking van de vakprofielen en van de vormingsprofielen evenals hun erkenning, de vakprofielen en de vormingsprofielen zullen, overeenkomstig artikel 33, voor goedkeuring worden overgemaakt aan de contracterende partijen van het akkoord. Afdeling 2. - De Uitvoerend Directeur

Art. 20.De Uitvoerend Directeur wordt door de Regering gekozen voor een hernieuwbaar mandaat van vijf jaar op basis van een oproep tot kandidaten en van een door de contracterende partijen goedgekeurd functieprofiel.

Art. 21.De Uitvoerend Directeur is verantwoordelijk tegenover de Chambre de Concertation et d'Agrément en tegenover de Regeringen voor de handelingen van dagelijks beheer van de Dienst en voor de aan de uitvoerende cel toegewezen opdrachten zoals hernomen in artikel 19.

Art. 22.De projectgroepen en het secretariaat vallen onder de bevoegdheid van de Uitvoerend Directeur.

Art. 23.Om de koppeling tussen het vormingsprofiel en de onderwijsprogramma's voor sociale promotie te garanderen, werkt de Uitvoerend Directeur samen met de Overlegcommissie van het Onderwijs voor Sociale Promotie. De Uitvoerend Directeur brengt hierover verslag uit bij de Chambre de Concertation et d'Agrément.

Art. 24.De Uitvoerend Directeur werkt samen met het IFAPME en de SFPME om de samenhang te verzekeren tussen de vormingsprofielen en de vormingsprogramma's van het Institut wallon de Formation en Alternance et des Indépendants et Petites et Moyennes Entreprises/Service Formation des Petites et Moyennes Entreprises. Hij brengt hierover verslag uit bij de Chambre de Concertation et d'Agrément.

Art. 25.De Uitvoerend Directeur werkt samen met de bevoegde diensten binnen FOREm Formation en Bruxelles Formation om de samenhang te verzekeren tussen de vormingsprofielen en de vormings-referentielijsten/programma's van FOREm Formation en van Bruxelles Formation. Hij brengt hierover verslag uit bij de Chambre de Concertation et d'Agrément. Afdeling 3. - De projectgroepen

Art. 26.Elke sectorale of intersectorale projectgroep is samengesteld uit : 1° een expert-methodologist;2° minimum één opdrachthouder uit het Voltijds Onderwijs of het Onderwijs voor Sociale Promotie;3° minimum één vertegenwoordiger van de Vorming afkomstig uit een Waalse openbare instelling of uit de Franse Gemeenschapscommissie. Elke projectgroep is geïntegreerd in de referentielijst-commissies gestuurd door de expert-methodologist.

Art. 27.De opdrachten van de projectgroepen zijn : 1° logistieke en methodologische steun geven aan de Chambre des Métiers en aan de referentielijst-commissies voor de uitwerking van de vakprofielen;2° logistieke en methodologische steun geven aan de Chambre Enseignement-Formation en aan de referentielijst-commissies voor de uitwerking van de vormingsprofielen;3° over het volledig proces de naleving van de methodologie voor de uitwerking van de vakprofielen en van de vormingsprofielen garanderen. Deze opdrachten worden verzekerd onder de verantwoordelijkheid van de Uitvoerend Directeur. Afdeling 4. - De expert-methodologist

Art. 28.De expert-methodologist is verantwoordelijk voor de kwaliteit van de werkzaamheden binnen de projectgroep waarvan hij deel uitmaakt.

Hij is belast met de animatie en het beheer van de projectgroep.

Art. 29.De aan de projectgroep verbonden expert-methodologist wordt door de S.F.M.Q. In dienst genomen na een door de Regeringen en het College vastgelegde selectieprocedure. HOOFDSTUK VI. - De Chambre de Concertation et d'Agrément

Art. 30.Er wordt een Chambre de Concertation et d'Agrément du Service francophone des Métiers et des Qualifications opgericht, hierna de "Chambre de Concertation et d'Agrément" genoemd. Afdeling 1. - De Chambre de Concertation et d'Agrément

Art. 31.De Chambre de Concertation et d'Agrément is een overleg- en evocatieplaats waar het geheel van de in de voorziening betrokken actoren samenkomen om de opdrachten van de voorziening te organiseren, om de doeltreffendheid ervan te verzekeren en om de erkenningen te nemen die zich opdringen.

Art. 32.De Chambre de Concertation et d'Agrément is samengesteld uit : 1° de Voorzitter en de Ondervoorzitter van de Chambre des métiers;2° de Voorzitter en de Ondervoorzitter van de Chambre Enseignement-Formation;3° de Uitvoerend Directeur van de uitvoerende cel;4° de Directeur van de uitvoerende cel van het Consortium Validatie Vaardigheden;5° een vertegenwoordiger van elke partij in het akkoord. De Chambre de Concertation et d'Agrément kan een beroep doen op de expertise van de methodologist van de projectgroep belast met het uitwerken van de vakprofielen en van de vormingsprofielen op het ogenblik van het onderzoek van die profielen.

De in onderhavig artikel, 1° en 2°, aangeduide leden hebben stemrecht.

De in onderhavig artikel, 3° tot 5°, aangeduide leden hebben raadgevende stem.

Art. 33.De opdrachten van de Chambre de Concertation et d'Agrément zijn : 1° de operationele definities preciseren die nodig zijn voor de coherente werking van de Dienst en zijn onderdelen;2° het huishoudelijk reglement van de Dienst evalueren en valideren en het overmaken aan de partijen in het akkoord die het goedkeuren;3° de strategische oriëntatienota doen opstellen door de uitvoerende cel op basis van de aanbevelingen van de Regeringen en van het College die uiterlijk op 1 september van het lopend jaar worden medegedeeld, van de voorstellen van de openbare tewerkstellingsdiensten, van de sectorale vertegenwoordigers (Chambre des métiers), van het Onderwijs, met inbegrip van het Onderwijs voor Sociale Promotie, en van de Vorming, eveneens medegedeeld op 1 september van het lopend jaar.De strategische oriëntatienota wordt met name uitgewerkt in termen van algemene en operationele doelstellingen, van lijsten van beroepen die jaarlijks binnen de S.F.M.Q. Behandeld zullen worden e van resultaat- en financieringsindicatoren en bepaalt het aantal projectgroepen die aan de uitvoerende cel toegewezen worden in functie van de toevertrouwde taken; 4° de strategische oriëntatienota uiterlijk op 30 september van het lopend jaar ter goedkeuring aan de partijen in het akkoord voorleggen;5° de door de Regeringen goedgekeurde strategische oriëntatienota uiterlijk op 15 oktober van het lopend jaar aan de uitvoerende cel overmaken die belast is met de tenuitvoerbrenging ervan;6° de methodologie voor de uitwerking van de vakprofielen, de vormingsprofielen en de erkenningsmethodologie evalueren en valideren en ze vervolgens aan de partijen in het akkoord overmaken die ze goedkeuren;7° de werking van de leden van de uitvoerende cel evalueren en hierover verslag uitbrengen bij de partijen in het akkoord; 8° het jaarverslag van de S.F.M.Q. evalueren en valideren en het, uiterlijk op 15 april, overmaken aan de partijen in het akkoord die het goedkeuren; 9° de overeenstemming van de vakprofielen met de vormingsprofielen erkennen op basis van het advies van de Chambre des métiers en ze overmaken in de partijen in het akkoord die ze goedkeuren. Afdeling 2. - Het Voorzitterschap en het Ondervoorzitterschap van de

Chambre de Concertation et d'Agrément

Art. 34.Het Voorzitterschap van de Chambre de Concertation et d'Agrément wordt beurtelings verzekerd door de Voorzitter van de Chambre des métiers en door de Voorzitter van de Chambre Enseignement-Formation. Het mandaat duurt een jaar. HOOFDSTUK VII. - Het gebruik van de profielen

Art. 35.In het verplicht onderwijs zullen de vormingsprofielen die voortkomen uit de werkzaamheden van de Dienst overgemaakt worden aan de Regering die ze aan de goedkeuring van het Parlement zal voorleggen overeenkomstig de bepalingen hernomen in artikel 39 van het decreet van 24 juli 1997 dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maakt ze uit te voeren. Deze profielen zullen eveneens dienst doen als basis voor het repertorium van de gegroepeerde opties in de voltijdse beroeps- en technische humaniora.

Art. 36.In het Onderwijs voor Sociale Promotie zullen de vormingsprofielen die voortkomen uit de werkzaamheden van de Dienst overgemaakt worden aan de Executieve overeenkomstig de bepalingen hernomen in de artikelen 136 en volgende van het decreet van 16 april 1991 tot organisatie van het Onderwijs voor Sociale Promotie en in het besluit van de Franse Gemeenschapsregering van 9 juli 2004 betreffende de pedagogische dossiers van de opleidingsafdelingen en -eenheden van het Onderwijs voor Sociale Promotie.

Art. 37.Voor de Waalse vormingsoperatoren, FOREm Formation en het I.F.A.P.M.E., zal de scharniering of het in overeenstemming brengen met de door de S.F.M.Q. voortgebrachte profielen bepaald worden in het beheerscontract van die Instellingen van Openbaar Nut, volgens de door de Regeringen en het College vastgelegde modaliteiten.

Art. 38.Voor de Brusselse vormingsperatoren, de S.F.P.M.E. en Bruxelles Formation, zal de scharniering of het in overeenstemming brengen met de door de S.F.M.Q. voortgebrachte profielen bepaald worden bij besluit van het College van de Franse Gemeenschapscommissie. HOOFDSTUK VIII. - Financiering

Art. 39.Het jaarbudget van de S.F.M.Q., met inbegrip van de werkingskosten, wordt bepaald op basis van de door de Regeringen goedgekeurde strategische oriëntatienota.

Het jaarbudget wordt in een gezamenlijk akkoord vastgelegd door de Regeringen en het College.

Art. 40.De werkingskosten van de S.F.M.Q. worden verdeeld a rato van 45 % voor de Franse Gemeenschap, 40 % voor het Waalse Gewest en 15 % voor de Franse Gemeenschapscommissie. Het op zich nemen van de werkingskosten door de Regeringen kan gebeuren door het ter beschikking stellen van lokalen, personeel en materiaal.

Art. 41.De Regeringen en het College beschikken over de mogelijkheid om de Chambre de Concertation et d'Agrément te adiëren om een advies te vragen of de lancering van een projectgroep die belast is met het evalueren en valideren van een bijzondere voorziening die niet hernomen staat in de strategische oriëntatienota. Wanneer de Chambre de aanvraag ontvankelijk en gegrond verklaart overeenkomstig de in het huishoudelijk reglement bepaalde regels, zal de totaliteit van de werkings- en andere kosten ten laste vallen van de vragende partij. HOOFDSTUK IX. - Overgangsbepalingen

Art. 42.De Franse Gemeenschapscommissie verbindt er zich door onderhavig akkoord door de huidige Commission communautaire des Professions et de Qualifications op te heffen, wiens opdrachten voortaan zullen uitgevoerd worden door de S.F.M.Q. die, volgens de door de Regeringen en het College bepaalde modaliteiten de rechten en plichten overnemen van de Commission communautaire des Professions et des Qualifications.

Brussel, 27 maart 2009, in drie originele exemplaren.

Voor de Franse Gemeenschap : De Minister-President, R. DEMOTTE De Minister van Leerplichtonderwijs, C. DUPONT De Minister van het Onderwijs voor Sociale Promotie en Jeugd, M. TARABELLA Voor het Waalse Gewest : De Minister-President, R. DEMOTTE De Minister van Vorming, M. TARABELLA Voor de Franse Gemeenschapscommissie : De Minister-Voorzitter, belast met het Openbaar Ambt en Gezondheid, B. CEREXHE De Minister, Lid van het College, belast met Beroepsopleiding, Onderwijs, Cultuur en Schoolvervoer, F. DUPUIS Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Brussel, 30 april 2009.

B. CEREXHE, Voorzitter van het College van de Franse Gemeenschapscommissie, belast met het Openbaar Ambt en Gezondheid Ch. PICQUE, lid van het College van de Franse Gemeenschapscommissie, belast met Sociale Cohesie, Mevr. E. HUYTEBROECK, Lid van het College van de Franse Gemeenschapscommissie, belast met Begroting, Bijstand aan Gehandicapte Personen en Toerisme, Mevr. F. DUPUIS, Lid van het Collegevan de Franse Gemeenschapscomissie, belast met Beroepsopleiding, Onderwijs, Cultuur en Schoolvervoer, E. KIR, Lid van het College van de Franse Gemeenschapscommissie, belast met Sociale Acties, Gezinnen en Sport

^