Etaamb.openjustice.be
Decreet van 18 januari 2018
gepubliceerd op 28 februari 2018

Decreet betreffende het brevet van ziekenhuisverpleger in het secundair onderwijs voor sociale promotie van de vierde graad

bron
ministerie van de franse gemeenschap
numac
2018010954
pub.
28/02/2018
prom.
18/01/2018
ELI
eli/decreet/2018/01/18/2018010954/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

18 JANUARI 2018. - Decreet betreffende het brevet van ziekenhuisverpleger in het secundair onderwijs voor sociale promotie van de vierde graad (1)


Het Parlement van de Franse Gemeenschap heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen Afdeling I. - Inleidende bepaling

Artikel 1.Onverminderd het decreet van 16 april 1991 houdende organisatie van het onderwijs voor sociale promotie, heeft dit decreet tot doel Richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de erkenning van beroepskwalificaties, zoals gewijzigd bij Richtlijn 2013/55/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 november 2013 om te zetten, betreffende de opleiding van brevetten van ziekenhuisverpleger(ster) in het secundair onderwijs voor sociale promotie van de vierde graad. Afdeling II. - Definities

Art. 2.In de zin van dit decreet wordt verstaan onder : 1° inrichting voor onderwijs voor sociale promotie : inrichting bedoeld in artikel 1, § 2, van het decreet van 16 april 1991 houdende organisatie van het onderwijs voor sociale promotie ;2° onderwijseenheid : onderwijseenheid bedoeld in artikel 13 van het bovenvermelde decreet van 16 april 1991 ;3° geïntegreerde proef : onderwijseenheid bedoeld in artikel 5bis, 11°, van het bovenvermelde decreet van 16 april 1991 ;4° afdeling : afdeling bedoeld in de artikelen 10, 11 en 12 van het bovenvermelde decreet van 16 april 1991 ;5° student : student ingeschreven in één van de onderwijseenheden waaruit de afdeling « ziekenhuisverpleger » in het secundair onderwijs voor sociale promotie van de vierde graad bestaat ;6° docent : hoogleraar en/of deskundige ;7° mentor : de verwijzingspersoon die aangesteld wordt door de onderneming waar een stage of een beroepsleeractiviteit georganiseerd wordt ;8° theoretisch onderwijs : luik van de opleiding gevolgd door de student binnen een inrichting voor onderwijs voor sociale promotie om de kennis, het begrip, de vaardigheden en de competenties te verwerven om de globale gezondheidszorg te organiseren, te verstrekken en te beoordelen ;9° klinisch onderwijs : luik van de opleiding waar, overeenkomstig Richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van de beroepskwalificaties, zoals gewijzigd bij Richtlijn 2013/55/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 november 2013, de student in teamverband en in rechtstreeks contact met een gezonde of zieke persoon en/of een gemeenschap op grond van verworven kennis en bekwaamheid de vereiste verpleegkundige verzorging leert verstrekken en beoordelen.De student leer niet alleen in teamverband werken, maar ook als teamleider op te treden en een globale verpleegkundige zorg te organiseren, waaronder de gezondheidsopvoeding voor individuele personen en kleine groepen binnen de instelling voor gezondheidszorg of in de gemeenschap ; 10° lestijd : pedagogische activiteit van een duur van vijftig minuten. In dit decreet zijn de woorden « klinisch onderwijs », « stages » en « beroepsleeractiviteiten » synoniem. Afdeling III. - Programma en bekrachtiging van studies

Art. 3.§ 1. Het programma en het verloop van de studies van de afdeling bekrachtigd door het brevet van ziekenhuisverpleger (-verpleegster), gerangschikt in de vierde graad van het secundair onderwijs voor sociale promotie, stemmen overeen met het referentiedossier van de afdeling « Ziekenhuisverpleger » goedgekeurd door de Regering, overeenkomstig artikel 137 van het decreet van 16 april 1991.

De afdeling telt ten minste 4600 uur theoretisch en klinisch onderwijs; het theoretisch onderwijs duurt minder dan één derde en het klinisch onderwijs duurt ten minste de helft van de minimale duur van de opleiding. § 2. Deze studies leiden tot het behalen van het brevet van ziekenhuisverpleger bedoeld in het decreet van 11 mei 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/05/2017 pub. 23/06/2017 numac 2017020412 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de vierde graad van het aanvullend beroepssecundair onderwijs, afdeling verpleegkunde type decreet prom. 11/05/2017 pub. 12/07/2017 numac 2017030539 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de vierde graad van het aanvullend beroepssecundair onderwijs, afdeling verpleegkunde. - Addendum sluiten betreffende de vierde graad van het aanvullend beroepssecundair onderwijs, afdeling verpleegkundige verzorging. § 3. De afdeling bedoeld in § 1 wordt ten minste over vijf schooljaren georganiseerd.

Art. 4.De brevetten bedoeld in artikel 3, waarvan het model door de Regering wordt vastgesteld, worden uitgereikt door de inrichtingen voor onderwijs voor sociale promotie aan studenten die voor de geïntegreerde proef van de afdeling bedoeld in § 1 geslaagd zijn.

Art. 5.Wanneer de afdeling bedoeld in artikel 3, § 1, het voorwerp uitmaakt van een overeenkomst tussen verschillende inrichtingen voor onderwijs voor sociale promotie, wordt de coördinatie waargenomen door de directeur van de inrichting die de geïntegreerde proef organiseert. Afdeling VI. - Inschrijvingsvoorwaarden

Art. 6.Niemand mag tot de studies van ziekenhuisverpleger (-verpleegster) toegelaten worden : 1° indien bij de inschrijving voor de eerste van één van de volgende onderwijseenheden "Initiatie tot algemene verpleegkundige verzorging en fundamentele wetenschappen", "Initiatie tot de algemene verpleegkundige verzorging en specifieke contexten", "Klinisch onderwijs : observatiestage van algemene verpleegkundige verzorging" of "Initiatie tot de verhouding tussen de verplegende persoon en de verpleegde persoon", « Initiatie tot de deontologie en wetgeving van het beroep », zoals voorzien in het referentiedossier bedoeld in artikel 3, § 1, van dit decreet, de studenten de volgende documenten niet voorleggen: - een getuigschrift van lichamelijke geschiktheid, uitgereikt ofwel door de arts van de dienst waarbij de inrichting aangesloten is, ofwel door een arts van de administratieve gezondheidsdienst; - een uittreksel uit het strafregister model II of een gelijkwaardig document afkomstig uit een buitenlandse overheid, dat van minder dan drie maanden dateert; 2° indien hij geen houder is van één van de bekwaamheidsbewijzen bedoeld in artikel 5 van het decreet van 11 mei 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/05/2017 pub. 23/06/2017 numac 2017020412 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de vierde graad van het aanvullend beroepssecundair onderwijs, afdeling verpleegkunde type decreet prom. 11/05/2017 pub. 12/07/2017 numac 2017030539 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de vierde graad van het aanvullend beroepssecundair onderwijs, afdeling verpleegkunde. - Addendum sluiten betreffende de vierde graad van het aanvullend beroepssecundair onderwijs, afdeling verpleegkunde . HOOFDSTUK II. - Stages en gezondheidsbescherming Afdeling I. - Algemene bepalingen

Art. 7.§ 1. De stages mogen georganiseerd worden tijdens de schoolvakantie op voorwaarde dat het opleidingstoezicht bedoeld in artikel 10 van dit decreet, wordt gewaarborgd.

Deze stages worden verspreid over een periode die niet langer mag duren dan 60 dagen voor het geheel van de schoolvakantieperiodes.

Zowel de dagstages als de nachtstages mogen geenszins de student beletten de cursussen te volgen, noch strijdig zijn met de geldende reglementering over de arbeidsduur die in de betrokken sector geldig is. § 2. De volgende regels zijn van toepassing op de stages en op de beroepsleeractiviteiten : 1° tijdens de onderwijseenheden « Klinisch onderwijs: observatiestage van de algemene verpleegkundige verzorging », « Klinisch onderwijs : initiatiestage algemene verpleegkundige verzorging en specifieke contexten », « Klinisch onderwijs : basisstages in algemene verpleegkundige verzorging en specifieke contexten », « Klinisch onderwijs : stage voor de versterking van de vaardigheden in algemene verpleegkundige verzorging en specifieke contexten », « Klinisch onderwijs : "verdiepingsstage in algemene verpleegkundige verzorging en specifieke contexten », zoals voorzien in het referentiedossier bedoeld in artikel 3, § 1, van dit decreet, het uur van begin en einde van de dagstage mogen slechts worden gescheiden door een maximum van 8 uur;2° tijdens de onderwijseenheden « Klinisch onderwijs : integratiestage van algemene verpleegkundige verzorging », « Klinisch onderwijs : integratiestage van algemene verpleegkundige verzorging en specifieke contexten », « Klinisch onderwijs : beroepsleeractiviteiten in algemene verpleegkundige verzorging », « Klinisch onderwijs : beroepsleeractiviteiten in algemene verpleegkundige verzorging in specifieke contexten », zoals voorzien in het referentiedossier bedoeld in artikel 3, § 1, van dit decreet, zullen de stages georganiseerd worden volgens de geldende uurregeling in de diensten en eenheden van verzorging binnen dewelke het stage uitgevoerd wordt;3° tijdens het geheel van de onderwijseenheden « Klinisch onderwijs : stage tot versterking van de vaardigheden in algemene verpleegkundige verzorging en specifieke contexten », « Klinisch onderwijs : verdiepingsstage in algemene verpleegkundige verzorging en specifieke contexten », « Klinisch onderwijs : integratiestage van algemene verpleegkundige verzorging », « Klinisch onderwijs : integratiestage van algemene verpleegkundige verzorging en specifieke contexten », « Klinisch onderwijs : beroepsleeractiviteiten in algemene verpleegkundige verzorging », « Klinisch onderwijs : beroepsleeractiviteiten in algemene verpleegkundige verzorging in specifieke contexten », zoals voorzien in het referentiedossier bedoeld in artikel 3, § 1, van dit decreet, mogen de stages en de beroepsleeractiviteiten tijdens het weekend georganiseerd worden en dit, naar rata van hoogstens 5 tot 15 weekenden en voor zover het opvoedingstoezicht bedoeld in artikel 10 van dit decreet gewaarborgd wordt. § 3. Tijdens de onderwijseenheden « « Klinisch onderwijs : observatiestage van algemene verpleegkundige verzorging », « Klinisch onderwijs : initiatiestage algemene verpleegkundige verzorging en specifieke contexten », « Klinisch onderwijs : Basisstage in algemene verpleegkundige verzorging en specifieke contexten », « Klinisch onderwijs : stage voor de versterking van de vaardigheden in algemene verpleegkundige verzorging en specifieke contexten », « Klinisch onderwijs : verdiepingsstage in algemene verpleegkundige verzorging en specifieke contexten », zoals voorzien in het referentiedossier bedoeld in artikel 3, § 1, van dit decreet, mag geen enkel stage 's nachts georganiseerd worden.

De volgende regels zijn van toepassing op de stages die `s nachts uitgevoerd worden : 1° tijdens de onderwijseenheden « Klinisch onderwijs : integratiestage van algemene verpleegkundige verzorging », « Klinisch onderwijs : integratiestage van algemene verpleegkundige verzorging en specifieke contexten », « Klinisch onderwijs : beroepsleeractiviteiten in algemene verpleegkundige verzorging », « Klinisch onderwijs : beroepsleeractiviteiten in algemene verpleegkundige verzorging en specifieke contexten », zoals voorzien in het referentiedossier bedoeld in artikel 3, § 1, van dit decreet, moeten tussen vier en twaalf nachtprestaties georganiseerd worden en voor zover het opvoedingstoezicht bedoeld in artikel 10 van dit decreet gewaarborgd wordt;2° elke nachtverstrekking moet ten minste acht uur duren.

Art. 8.De studenten worden tijdens hun studies onderworpen aan dezelfde medische controle dan deze voorzien voor de verpleegkundigen.

De Regering is belast met het vaststellen van de nadere regels voor deze controle.

Art. 9.§ 1. Het klinisch onderwijs wordt gegeven zowel in de diensten binnen de ziekenhuizen als buiten de ziekenhuizen gevestigd in België of in een ander land dan België en waarbij klinische, sociale en pedagogische middelen ter beschikking worden gesteld die nodig zijn voor de technische, psychologische, morele en sociale opleiding van de studenten onder de directie van docenten verpleegkundigen-vroedvrouwen en onder de verantwoordelijkheid van de inrichting voor onderwijs voor sociale promotie. Andere bekwame personeelsleden mogen in het onderwijsproces geïntegreerd worden. § 2. Alle bovenvermelde diensten moeten door de bevoegde instanties erkend worden overeenkomstig de geldende wetgeving. Afdeling II. - Geldigheidsvoorwaarden

Art. 10.Om geldig te zijn, moet het klinisch onderwijs aan volgende voorwaarden voldoe : 1° de planning, de organisatie en de coördinatie van de uren klinisch onderwijs moeten toevertrouwd worden aan een gegradueerde/bachelor verpleger (verpleegster) of bachelor verantwoordelijk algemeen ziekenverpleger met ten minste zes jaar ervaring in het verplegingsonderwijs;2° het educatief toezicht op studenten moet onder de verantwoordelijkheid staan van een docent.Deze vereiste is niet van toepassing op het klinisch onderwijs dat 's nachts, tijdens het weekend of tijdens de schoolvakantie ingericht wordt. In dit geval wordt het toezicht door een mentor gevoerd. De mentor is een verpleger die aanwezig is in de betrokken dienst of eenheid; 3° in geen enkel geval mogen er meer dan drie studenten onder het toezicht van de in de dienst aanwezige verpleger (verpleegster) of vroedvrouw staan;4° de studenten zijn verplicht verslagen over verzorging op te stellen overeenkomstig de pedagogische dossiers van de eenheden van klinisch onderwijs.Onder verslag over verzorging wordt verstaan een document dat dient om het bewijs te leveren dat de student geleerd heeft hoe hij (zij) moet optreden om problemen inzake verpleegkundige verzorging op te lossen.

Art. 11.§ 1. 1. Aan volgende voorwaarden inzake werking en organisatie moet worden voldaan : 1° Een stageovereenkomst moet gesloten worden tussen de onderwijsinrichting voor sociale promotie en de stageinrichting met als doel de relaties te regelen tussen de onderwijsinrichting voor sociale promotie, verantwoordelijk voor de opleiding, en de stageinrichting die haar medewerking verleent aan deze opleiding. Deze overeenkomst moet ten minste betrekking hebben op volgende punten : a) de namen van de verantwoordelijken zowel van de onderwijsinrichting voor sociale promotie als deze van de stageinrichting;b) het aantal studenten per dienst;c) de betrokken onderwijseenheden;d) de duur en de spreiding van de stages in de tijd;e) de verzekering burgerlijke aansprakelijkheid;f) de begeleiding van de stages, verleend door een docent of een mentor ;1° het verpleegkundig departement en de onderwijsinrichting voor sociale promotie moeten samenwerken, overeenkomstig de regels voorzien in de overeenkomst bedoeld in 1° ;2° de verantwoordelijke van de stageinrichting moet het hoofd van het verpleegkundig departement zijn of een gegradueerde/bachelor verpleger (verpleegster) of bachelor verantwoordelijk algemeen ziekenverpleger die deze functie vervult of die met hem (haar) op functioneel vlak verbonden is. § 2. Bij de keuze van de stagedienst moet de onderwijsinrichting voor sociale promotie ervoor zorgen dat de studenten geconfronteerd worden met een waaier van gezondheids- en/of pathologische toestanden en psycho-medisch-sociale aspecten alsook met een diversiteit aan verpleegkundige verzorging die met de verschillende stadia van de opleiding overeenstemmen.

Tijdens de stages moeten de studenten de mogelijkheid hebben welbepaalde taken uit te voeren die in overeenstemming zijn met hun bevoegdheidsniveau en moeten er een methodische evaluatie van kunnen maken.

De opleidingservaringen opgedaan door de studenten moeten besproken worden met de docenten, alsook met de verpleger (verpleegster) verantwoordelijk voor de dienst telkens als dit mogelijk is. § 3. De Minister bevoegd voor het Onderwijs voor sociale promotie, kan wat de keuze betreft van de dienst of van de eenheid voor klinisch onderwijs, een afwijking van de vereisten toestaan vermeld in de artikelen 9 tot 12, en in 't bijzonder wanneer het gaat om nieuwe ervaringen inzake gezondheidszorg. Afdeling III. - Verdeling van het klinisch onderwijs

Art. 12.Het klinisch onderwijs dat leidt tot het behalen van het brevet van ziekenhuisverpleger(ster) moet ten minste 3130 lestijden van 50 minuten (2608 uur) omvatten gespreid over ten minste 5 jaar studies.

Art. 13.Voor alle onderwijseenheden van de afdeling bekrachtigd door het brevet van ziekenhuisverpleger (ster), kunnen er studiebezoeken in een of meer stagedomeinen, opgesomd in de artikelen 15, 16 en 17, georganiseerd worden ten belope van maximum 150 lestijden (125 uur) en voor zover de studenten schriftelijk een verslag opmaken over elk bezoek.

Art. 14.Voor iedere student stelt de onderwijsinrichting voor sociale promotie een overzichtstabel over de stages en de beroepsleeractiviteiten op. Dit document maakt deel uit van een administratief dossier van de student en moet ter beschikking gesteld worden van de Inspectiedienst en van de Algemene Directie niet-verplicht onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.

Art. 15.De onderwijseenheden « Klinisch onderwijs : observatiestage van algemene verpleegkundige verzorging », « Klinisch onderwijs : initiatiestage tot algemene verpleegkundige verzorging en specifieke contexten », "Klinisch onderwijs : basisstage in algemene verpleegkundige verzorging en specifieke contexten", zoals voorzien in het referentiedossier bedoeld in artikel 3, § 1, van dit decreet omvatten 720 lestijden klinisch onderwijs algemene verpleegkundige verzorging die als volgt gespreid moeten worden : 1° bij volwassenen opgenomen in de geneeskundige of heelkundige diensten ;2° bij bejaarden ;3° naar keuze van de inrichting, mogen stages ook georganiseerd worden bij gezonde kinderen en bij personen met een handicap.

Art. 16.De onderwijseenheden « Klinisch onderwijs : stage tot versterking van de vaardigheden in algemene verpleegkundige verzorging en specifieke contexten », « Klinisch onderwijs : verdiepingsstage algemene verpleegkundige verzorging en specifieke contexten », zoals voorzien in het referentiedossier bedoeld in artikel 3, § 1, van dit decreet omvatten 780 lestijden klinisch onderwijs verpleegkundige verzorging die als volgt verspreid moeten worden : 1° bij volwassenen opgenomen in geneeskundige of heelkundige diensten ;2° bij bejaarden ;3° bij personen die geestelijke en/of psychiatrische gezondheidszorgverleningen nodig hebben ;4° naar keuze van de inrichting kunnen stages ook georganiseerd worden in de diensten kindergeneeskunde, materniteit, bij personen die thuisverzorging krijgen, bij gezonde kinderen en bij personen met een handicap.

Art. 17.De onderwijseenheden « Klinisch onderwijs : integratiestage van algemene verpleegkundige verzorging », « Klinisch onderwijs : integratiestage van algemene verpleegkundige verzorging en specifieke contexten », « Klinisch onderwijs : beroepsleeractiviteiten in algemene verpleegkundige verzorging », « Klinisch onderwijs : beroepsleeractiviteiten in algemene verpleegkundige verzorging in specifieke contexten », zoals voorzien in het referentiedossier bedoeld in artikel 3, § 1, van dit decreet, omvatten 1630 lestijden klinisch onderwijs verpleegkundige verzorging die als volgt verspreid moeten worden: 1° bij volwassenen opgenomen in de geneeskundige en heelkundige diensten;2° bij bejaarden ;3° bij personen die geestelijke en/of psychiatrische gezondheidszorgverleningen nodig hebben ;4° bij personen die thuisverzorging krijgen;5° naar keuze van de inrichting, kunnen stages georganiseerd worden in de diensten kindergeneeskunde, materniteit, operatiezalen, andere medisch-technische diensten en bij personen met een handicap ;6° naar keuze van de inrichting. Ongeacht zijn studietraject moet de student, op het einde van zijn opleiding die leidt tot het behalen van het brevet van ziekenhuisverpleger, 5520 lestijden (4600 uur) hebben gevolgd waaronder ten minste 2760 lestijden (2300 uur) klinisch onderwijs en ten minste een derde theoretisch onderwijs.

HOODSTUK III. - Opheffingsbepalingen

Art. 18.Het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 2 september 1997Relevante gevonden documenten type besluit van de regering van de franse gemeenschap prom. 02/09/1997 pub. 18/06/1998 numac 1998029114 bron ministerie van de franse gemeenschap Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap tot vaststelling van de voorwaarden waaronder het brevet van ziekenhuisverpleger in het onderwijs voor sociale promotie wordt toegekend type besluit van de regering van de franse gemeenschap prom. 02/09/1997 pub. 18/06/1998 numac 1998029117 bron ministerie van de franse gemeenschap Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap tot vaststelling van het programma van het klinisch onderwijs voor het behalen van het brevet van ziekenhuisverpleger in het onderwijs voor sociale promotie sluiten tot vaststelling van de voorwaarden waaronder het brevet van ziekenhuisverpleger (-verpleegster) in het onderwijs voor sociale promotie wordt toegekend, wordt opgeheven.

Art. 19.Het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 2 september 1997Relevante gevonden documenten type besluit van de regering van de franse gemeenschap prom. 02/09/1997 pub. 18/06/1998 numac 1998029114 bron ministerie van de franse gemeenschap Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap tot vaststelling van de voorwaarden waaronder het brevet van ziekenhuisverpleger in het onderwijs voor sociale promotie wordt toegekend type besluit van de regering van de franse gemeenschap prom. 02/09/1997 pub. 18/06/1998 numac 1998029117 bron ministerie van de franse gemeenschap Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap tot vaststelling van het programma van het klinisch onderwijs voor het behalen van het brevet van ziekenhuisverpleger in het onderwijs voor sociale promotie sluiten tot vaststelling van het programma van het klinisch onderwijs voor het behalen van het brevet van ziekenhuisverpleger (-verpleegster) in het onderwijs voor sociale promotie, wordt opgeheven. HOOFDSTUK IV. - Inwerkingtreding

Art. 20.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 september 2017.

Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Brussel, 18 januari 2018.

De Minister-President, R. DEMOTTE De Vice-Presidente en Minister van Cultuur en Kind, A. GREOLI De Vice-President, Minister van Hoger Onderwijs, Onderzoek en Media, J.-Cl. MARCOURT De Minister van Hulpverlening aan de Jeugd, Justitiehuizen, Sport en Promotie van Brussel, belast met het toezicht op de Franse Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest R. MADRANE De Minister van Onderwijs, M.-M. SCHYNS De Minister van Begroting, Ambtenarenzaken en Administratieve Vereenvoudiging, A. FLAHAUT De Minister van Onderwijs voor sociale promotie, Jeugd, Vrouwenrechten en Gelijke Kansen I. SIMONIS _______ Nota (1) Zitting 2017-2018 Stukken van het Parlement.- Ontwerp van decreet, nr. 570-1.

Commissieverslag, nr. 570-2. - Tekst aangenomen tijdens de commissie, nr. 570-3 - Tekst aangenomen tijdens de plenaire vergadering, nr. 570-4.

Integraal verslag. - Bespreking en aanneming. - Vergadering van 17 januari 2018.

^