Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Vlaamse Regering van 20 juli 2006
gepubliceerd op 16 oktober 2006

Besluit van de Vlaamse Regering tot regeling van de steun aan projecten van innovatiestimulering, technologisch advies en collectief onderzoek op verzoek van Vlaamse Innovatiesamenwerkingsverbanden

bron
vlaamse overheid
numac
2006036589
pub.
16/10/2006
prom.
20/07/2006
ELI
eli/besluit/2006/07/20/2006036589/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

20 JULI 2006. - Besluit van de Vlaamse Regering tot regeling van de steun aan projecten van innovatiestimulering, technologisch advies en collectief onderzoek op verzoek van Vlaamse Innovatiesamenwerkingsverbanden


De Vlaamse Regering, Gelet op het decreet van 23 januari 1991 betreffende de oprichting van een Instituut voor de aanmoediging van Innovatie door Wetenschap en Technologie in Vlaanderen, inzonderheid artikel 5, vervangen bij het decreet van 18 mei 1999;

Gelet op het decreet van 18 mei 1999 betreffende het voeren van een beleid ter aanmoediging van de technologische innovatie, inzonderheid op artikel 6;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 24 mei 2002 tot regeling van de steun aan projecten van innovatiestimulering, technologisch advies en collectief onderzoek op verzoek van Vlaamse innovatiesamenwerkingsverbanden;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven 23 november 2005;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de Begroting, gegeven 6 maart 2006;

Gelet op het advies van de raad van bestuur van het Instituut voor de aanmoediging van Innovatie door Wetenschap en Technologie in Vlaanderen, gegeven op 27 april 2006;

Gelet op het advies van de Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid, gegeven op 11 mei 2006;

Gelet op het advies van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, gegeven op 10 mei 2006;

Gelet op het advies 40.280/1 van de Raad van State, gegeven op 12 mei 2006, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Economie, Ondernemen, Wetenschap, Innovatie en Buitenlandse Handel;

Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen

Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder : 1° IWT-Vlaanderen : het Instituut voor de Aanmoediging van Innovatie door Wetenschap en Technologie in Vlaanderen;2° raad van bestuur : de raad van bestuur van IWT-Vlaanderen;3° directiecomité : het directiecomité van IWT-Vlaanderen;4° de minister : de Vlaamse minister, belast met het toezicht op IWT-Vlaanderen;bevoegd voor het technologisch innovatiebeleid; 5° de Commissie : de Commissie van de Europese Unie; 6° innovatiestimulering : een bundeling van activiteiten die tot doel hebben bedrijven, in het bijzonder K.M.O.'s, bewust te maken van het belang van innovatie, zowel inzake de technologische als de niet-technologische aspecten, en hen hierbij te ondersteunen door eerstelijnszorg en verdere doorverwijzing en, in voorkomend geval, hen te begeleiden bij de aanvraag en de voortgangscontrole van een dossier voor het verkrijgen van overheidssteun inzake technologische innovatie. Die activiteiten kunnen ingevuld worden vanuit een thematische, respectievelijk (sub)regionale invalshoek; 7° technologisch advies : een bundeling van activiteiten, verankerd in een technologisch centrum, die tot doel hebben bedrijven bij te staan bij het oplossen van technologische problemen ten behoeve van product- en procesinnovatie, door eerstelijnsadvies en doorverwijzing naar andere competente kenniscentra;8° collectief onderzoek : onderzoek en studies, uitgevoerd door een onderzoeksinstelling zonder winstoogmerk, gericht op het verwerven, het bundelen en het vertalen van kennis naar bruikbare innovatietoepassingen ten behoeve van een ruime collectiviteit van bedrijven.De resultaten van het onderzoek moeten leiden tot een aantoonbare economische of sociale en ecologische meerwaarde en moeten worden gevaloriseerd voor een zo ruim mogelijke groep van bedrijven, gevestigd in de Europese Unie en in het Vlaams Gewest in het bijzonder. De resultaten van het onderzoek die geen aanleiding kunnen geven tot intellectuele eigendomsrechten zullen op grote schaal verspreid worden. De eventuele inkomsten uit eigendomsrechten op de onderzoeks- en ontwikkelingsresultaten worden geheel aan het samenwerkingsverband uitgekeerd; 9° Vlaams Innovatiesamenwerkingsverband : de gestructureerde samenwerking van in hoofdzaak Vlaamse bedrijven, met al dan niet een of meer organisaties of kennisinstellingen, met het oog op het uitoefenen van activiteiten van collectief onderzoek, technologisch advies of innovatiestimulering, die voldoen aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden, vermeld in dit besluit;10° kleine of middelgrote onderneming : een onderneming die voldoet aan de volgende voorwaarden : a) in de onderneming werken gemiddeld niet meer dan 250 personen voltijds (of equivalenten) tijdens het kalenderjaar dat voorafgaat aan dat waarin de steun wordt aangevraagd;b) de onderneming realiseert in het kalenderjaar dat voorafgaat aan dat waarin de steun wordt aangevraagd een omzet, exclusief BTW en accijnzen, van minder dan 50 miljoen euro of een balanstotaal van minder dan 40 miljoen euro;c) niet meer dan 25 % van het kapitaal van de onderneming is rechtstreeks of onrechtstreeks in het bezit van een of meer ondernemingen die zelf niet aan de definitie van kleine of middelgrote onderneming voldoen, met uitzondering van publieke investeringsmaatschappijen, participatiemaatschappijen of, als er geen controle wordt uitgeoefend, institutionele beleggers;11° steunpercentage : het percentage van de kosten die verband houden met het project dat wordt gedekt door de steun;12° brutokosten : het geheel van de kosten die verband houden met het project, vermeld in de bijlage bij dit besluit;13° marginale kosten : de werkelijke aanvullende directe kosten van het project, vermeld in de bijlage bij dit besluit;14° standaardkosten : de gemiddelde kosten per type medewerker bij een project, vemeld in de bijlage bij dit besluit;15° kosten : op basis van het specifieke geval, de marginale, bruto- of standaardkosten;16° de collectieve centra : instellingen die erkend zijn op basis van de besluitwet van 30 januari 1947 tot vaststelling van het statuut van oprichting en werking van de Centra, belast met de bevordering en de coördinatie van den technischen vooruitgang van den verschillende takken van 's lands bedrijfsleven, door het wetenschappelijk onderzoek;17° projecten : initiatieven van beperkte omvang die uitgaan van een of meer innovatiesamenwerkingsverbanden, gericht op een specifieke doelgroep (projectgebaseerde aanpak);18° programma : initiatieven van een voldoende kritische omvang, die uitgaan van een of meer innovatiesamenwerkingsverbanden waarin verschillende steunbare activiteiten worden gebundeld tot een coherent, efficiënt en effectief geheel van acties of projecten (bedrijfsplanmatige aanpak);19° sociaaleconomische effecten (positieve externaliteiten) : de sociaaleconomische en ecologische baten die het gevolg zijn van de uitvoering van een project en die de rechtstreekse voordelen voor de bedrijven in kwestie overstijgen;20° stimulerend karakter van steun (additionaliteit) : de positieve invloed van steunverlening op de totstandkoming, de omvang en de kwaliteit van het project. HOOFDSTUK II. - Steun ter bevordering van het collectief onderzoek, het technologische advies en de innovatiestimulering

Art. 2.Binnen de perken van de begrotingskredieten wordt steun door IWT-Vlaanderen verleend voor innovatiestimulering, technologisch advies en voor collectief onderzoek op basis van de bepalingen, vermeld in dit besluit. HOOFDSTUK III. - Maximaal steunpercentage en cumulatie met andere steun Afdeling I. - Maximaal steunpercentage

Art. 3.De steun voor activiteiten van innovatiestimulering, technologisch advies of collectief onderzoek bedraagt ten hoogste 80 % van de kosten die, overeenkomstig de bijlage bij dit besluit, voor een steunbaar project aanvaard kunnen worden. Dat steunpercentage is zowel geldig in de projectmatige benadering als in de programma's, vermeld in artikel 1, 18°.

Art. 4.Als de activiteiten verbonden zijn aan een opdracht van publiek belang, dan kan het steunpercentage voor activiteiten van innovatiestimulering worden verhoogd met maximaal 20 %. Afdeling II. - Cumulatie met andere steun

Art. 5.§ 1. De toekenning van steun voor kosten die reeds gedekt zijn door een andere vorm van steun van de Vlaamse overheid is alleen mogelijk voor zover de maximale steunpercentages, vermeld in artikelen 3 en 4, niet worden overschreden. § 2. Als een project of een programma financieel wordt gesteund door een publiekrechtelijke persoon die niet ressorteert onder de Vlaamse overheid, zal voor de steun, die berekend is volgens het maximale steunpercentage, vermeld in artikelen 3 en 4, de financiële steun in mindering worden gebracht.

Die regeling geldt eveneens voor de projecten die gesteund worden binnen het samenwerkingsakkoord betreffende de financiering van de collectieve centra, of voor andere projecten die gezamenlijk gefinancierd worden met de andere gewesten of de andere overheden. HOOFDSTUK IV. - Procedure voor de behandeling van de aanvragen voor steun aan Vlaamse Innovatiesamenwerkingsverbanden

Art. 6.§ 1. De aanvragen van Vlaamse Innovatiesamenwerkingsverbanden of van de door dit besluit gelijkgestelde samenwerkingsverbanden moeten worden geformuleerd overeenkomstig de algemene regeling die de raad van bestuur vaststelt voor elk van de projecttypes of programma's. De raad van bestuur kan voorzien in een of meer uiterste indieningsdata in de loop van een werkjaar voor specifieke projecttypes, met het oog op een gegroepeerde beslissing.

Voor elke aanvraag wordt binnen veertien werkdagen na de indiening ervan, een ontvangstmelding bezorgd aan de aanvrager, met een verzoek om verdere informatie als het dossier niet formeel beantwoordt aan de indieningsinstructies van de algemene regeling die vastgesteld is door de raad van bestuur. § 2. Het directiecomité beoordeelt de ontvankelijkheid van de aanvraag van projecten met het oog op de behandeling ten gronde op basis van de formele indieningsvoorwaarden en instructies, vemeld in § 1.

De raad van bestuur van IWT-Vlaanderen beoordeelt de ontvankelijkheid van voorstellen van programma's, met het oog op de behandeling ten gronde conform de criteria, vermeld in artikel 9, § 1 en § 4. § 3. De aanvragen van projecten die niet ontvankelijk werden verklaard, kunnen door het directiecomité administratief worden afgesloten, als de aanvrager binnen 25 werkdagen na het eerste verzoek van IWT-Vlaanderen om zijn dossier te vervolledigen niet voldoet aan de formele vereisten van de aanvraag.

De beslissing van het directiecomité wordt samen met de motivering meegedeeld aan de aanvrager en aan de raad van bestuur.

De aanvraag van een programma dat niet ontvankelijk werd verklaard, kan door de raad van bestuur administratief worden afgesloten, als de aanvrager binnen 25 werkdagen na het eerste verzoek van IWT-Vlaanderen om zijn dossier te vervolledigen niet voldoet aan de formele vereisten van de aanvraag.

De beslissing van de raad van bestuur wordt samen met de motivering meegedeeld aan de aanvrager. § 4. Als aanvragen die, binnen veertien werkdagen na een vastgelegde uiterste indieningsdatum die er betrekking op heeft, ontvankelijk worden verklaard, moeten een evaluatieprocedure doorlopen van maximaal 75 werkdagen tot de uiteindelijke beslissing door de raad van bestuur, te rekenen vanaf de vastgelegde uiterste indieningsdatum. § 5. Als de aanvrager tijdens de evaluatieprocedure de aanvullende informatie die gevraagd is niet tijdig levert, kan de raad van bestuur een beslissing nemen binnen de voorgeschreven termijn op basis van de beschikbare elementen van het dossier, tenzij de aanvrager schriftelijk en gemotiveerd verzoekt om de beslissing uit te stellen.

Een volgende uiterste indieningsdatum is dan op die aanvraag van toepassing, of bij onstentenis een latere zitting van de raad van bestuur. § 6. De aanvrager van wie het projectvoorstel bij een gegroepeerde beslissing geen steun werd gegund, kan zijn projectvoorstel opnieuw indienen. In dat geval is de eerstvolgende uiterste indieningsdatum van toepassing. Bij voorkeur zal de aanvrager zijn projectvoorstel (eventueel) verbeteren door rekening te houden met de elementen van de eerste evaluatie.

Art. 7.De raad van bestuur kan voor elk projectvoorstel of elke groep van projectvoorstellen externe deskundigen aanwijzen die zullen adviseren over de aspecten die de algemene regeling van de raad van bestuur bepaalt conform artikel 6, § 1. De raad van bestuur kan die bevoegdheid tot aanstelling van externe deskundigen delegeren aan het directiecomité.

Art. 8.De raad van bestuur beslist op basis van het dossier, dat in voorkomend geval het advies van het college van deskundigen bevat, en bepaalt de omvang en de aard van de steun alsmede de bijzondere voorwaarden en de bepalingen ervan. HOOFDSTUK V. - Algemene ontvankelijkheidscriteria ten aanzien van de indieners van projecten of programma's

Art. 9.§ 1. Projecten of programma's kunnen door Vlaamse Innovatiesamenwerkingsverbanden ingediend worden als ze beantwoorden aan de volgende criteria : 1° het samenwerkingsverband is een groepering van bedrijven met al dan niet andere organisaties of instellingen, en is representatief voor de welomschreven doelgroep van bedrijven;2° de toetredingsvoorwaarden tot het samenwerkingsverband zijn gebaseerd op duidelijke en objectieve criteria, hetgeen moet toelaten het open karakter van het samenwerkingsverband te waarborgen;3° de beheersorganen van het samenwerkingsverband zijn representatief voor de samenstelling ervan;4° het samenwerkingsverband laat een of meer waarnemers, aangewezen door het IWT-Vlaanderen tot alle vergaderingen van de beheersorganen toe;5° het samenwerkingsverband beschikt over rechtspersoonlijkheid;6° het samenwerkingsverband maakt een jaarlijks activiteitenverslag en een beleidsplan op;7° in die mate dat voor de uitvoering van het project of programma voorzien wordt in de oprichting van een afzonderlijke juridische structuur, anders dan het samenwerkingsverband zelf, moet die structuur eveneens voldoen aan de criteria, vermeld in punt 1° tot en met 6°. § 2. De volgende organisaties en instellingen kunnen eveneens projecten of programma's indienen in het kader van dit besluit : 1° de collectieve centra en de zogenaamde gelijkgestelde centra : het Belgisch Lasinstituut BIL, het Coatings Research Instituut CORI en het Centrum voor Research in de Metallurgie CRM;2° andere instellingen die door de Vlaamse Regering aanvaard zijn voor de gehele of gedeeltelijke toepassing van dit besluit. § 3. De voormelde indieners kunnen alleen of in onderlinge samenwerking projecten of programma's indienen en kunnen een beroep doen op derde kenniscentra voor de uitvoering ervan. § 4. De initiatieven die worden ingediend als een programma moeten bovendien voldoen aan de volgende ontvankelijksheidcriteria : 1° de resultaten van een voorafgaande innovatieverkenning worden voorgelegd, en er wordt voortgebouwd op beschikbare competenties;2° het programma heeft een voldoende kritieke omvang zodat het de reguliere projectvormen overstijgt, door de omvang en door het bundelende karakter van de activiteiten;3° een draagvlak van bedrijven, overeenkomstig de omvang van het programma, ondersteunt het initiatief door onder andere schriftelijke engagementsverklaringen of financiële participaties;4° de meerwaarde van de steun of steunverlening als programma wordt aangetoond ten aanzien van : a) bestaande initiatieven;b) projectsteun in de reguliere steunkanalen van het IWT, inclusief de projectsteun in het reglementaire kader. HOOFDSTUK VI. - Beslissingsvoorwaarden en -criteria voor projecten of programma

Art. 10.De raad van bestuur kan een negatieve beslissing nemen of aanvullende voorwaarden stellen op basis van de volgende elementen : 1° bij onvoldoende financiële draagkracht van de aanvrager of eventuele partners in het project ten behoeve van de uitvoering of het welslagen ervan;2° als de aanvrager of partners in het project niet voldoen aan overige verplichtingen of vergunningen vanwege de overheid;3° als de aanvrager of partners in het project blijk hebben gegeven van niet-correct gedrag naar aanleiding van vorige aanvragen, onder meer inzake informatieverstrekking, inhoudelijke en financiële verplichtingen of verslaggeving.

Art. 11.§ 1. De raad van bestuur zal bij zijn beslissing om aan een project of programma al dan niet steun te verlenen, steunen op de volgende beoordelingsdimensies : 1° het innovatiepotentieel van het project of programma, inzonderheid inzake : a) de omvang van het beoogde bedrijfsbereik, vatbaar voor de valorisatie van de resultaten van het project- of programmavoorstel, inzonderheid bij kmo's (bereik);b) de omvang en de kwaliteit van de beoogde diensten of onderzoeksresultaten, alsmede de bijdrage aan competentieverhoging (output);c) het economische belang van de potentieel geïnitieerde innovaties bij de valorisatie van de resultaten van het project- of programmavoorstel in relatie tot de gevraagde steun (Value for Money) (outcome);d) de complementariteit van de ontplooide steunbare activiteiten met de overige activiteiten van het initiatief (synergie);e) de resultaten van de projecten of programma's van het Innovatiesamenwerkingsverband die voorafgaandelijk gesteund zijn, als dat van toepassing is;2° de kwaliteit van het project of programma, inzonderheid inzake : a) de omvang en de duidelijkheid van het innovatiedoel en de inhoudelijke formulering van het initiatief;b) de relevantie van het werkplan en van de haalbaarheid ervan binnen het bepaalde tijdsbestek en budget;c) de competenties en de expertise van de uitvoerders voor het welslagen van het project of programma en de kwaliteit van de samenwerking tussen de betrokken uitvoerders, als dat van toepassing is;d) de omvang en de kwaliteit van de betrokkenheid van de ondernemingen in het project of programma, en de kwaliteit van de verankering ervan;e) het voorziene monitoring- en effectvoortgangscontrolesysteem, zowel op inhoudelijk als financieel vlak;3° ten aanzien van een programma gelden bovendien de volgende aanvullende kwaliteitscritteria : a) de kwaliteit van de organisatiestructuur met het oog op het efficiënt en effectief bundelen van competenties binnen het programma;b) de formulering van de statuten van het samenwerkingsverband, met in het bijzonder de open toetredingsvoorwaarden;c) de principes van deugdelijke bestuur, door een adequate en efficiënte leiding en aansturing van de organisatie;d) de gemaakte IP-afspraken inzake bescherming en exploitatie van intellectuele eigendom (bescherming en deling van kennis);4° de sociaaleconomische effecten en het stimulerende karakter van steun, inzonderheid inzake : a) de bijdrage aan duurzame ontwikkeling;b) de bijdrage aan overige beleidsdoelstellingen, in het bijzonder die welke opgenomen zijn in de beheersovereenkomst;c) het domeinoverschrijdende karakter van het project;d) het interregionale of internationale karakter van het project. Op basis van die laatste criteria kan bij gelijkwaardige initiatieven een prioriteitskeuze worden gemaakt, rekening houden met de budgettaire beperkingen. § 2. De raad van bestuur kan zijn beslissing tot verlening van steun bovendien nemen op basis van de volgende overwegingen : 1° de complementariteit van de projecten onderling;2° de spreiding van de projecten over sector- of technologiedomeinen. § 3. De raad van bestuur kan zijn steunverlening beperken tot een deel van het project of programma en kan specifieke voorwaarden definiëren.

Art. 12.De raad van bestuur zal jaarlijks over de uitvoering van dit besluit omstandig verantwoording afleggen aan de minister met betrekking tot de toekenning van steun en overwegingen die tot die beslissing hebben geleid.

De projecten of programma's hebben een maximale duur van twee keer twee jaar, op voorwaarde dat er een positieve tussentijdse evaluatie is na twee jaar. Projecten kunnen verlengd worden mits ze in een nieuwe oproep ingediend worden. Programma's kunnen worden verlengd, in die mate dat ze voldoen aan de ontvankelijkheidscriteria, vermeld in artikel 9, § 4, inzonderheid als de steun een meerwaarde betekent voor het programma ten opzichte van projectfinanciering.

De aanvaardbare kosten voor de ondersteuning van projecten worden uitgedrukt als marginale of vergelijkbare standaardkosten. De aanvaardbare kosten voor programma's worden uitgedrukt als brutokosten of vergelijkbare standaardkosten, conform de algemene regeling, vermeld in artikel 6, § 1, vastgelegd door de raad van bestuur. De betreffende aanvaardbare kosten worden nader gespecificeerd in de bijlage bij dit besluit. De raad van bestuur kan niet-gespecificeerde kosten aanvaarden op voorwaarde dat ze opgenomen worden in de algemene regeling, vermeld in artikel 6, § 1. HOOFDSTUK VII. - Verzoek tot herziening

Art. 13.Na de beslissing van de raad van bestuur wordt aan de aanvrager een afschrift betekend van de gemotiveerde beslissing van de raad van bestuur.

Ingeval de beslissing negatief is, wordt uitdrukkelijk verwezen naar het recht van de aanvrager om, overeenkomstig artikel 14, een herziening van de beslissing te vragen of, overeenkomstig artikel 6, § 6, het project of programma opnieuw in te dienen.

Art. 14.§ 1. De aanvrager kan de herziening vragen van de beslissing van de raad van bestuur tot weigering van steun, zonder evenwel de opportuniteit van de beslissing in vraag te kunnen stellen.

De herziening wordt, op straffe van verval, gevraagd per aangetekende brief binnen een termijn van dertig werkdagen na de afgifte op de post van de betekening van de beslissing. § 2. Het verzoekschrift tot herziening bevat, op straffe van onontvankelijkheid, een opgave van de objectief apprecieerbare elementen van het dossier dat aan de raad van bestuur ter beslissing werd voorgelegd, waarvan de aanvrager beweert dat de incorrecte appreciatie kennelijk bepalend is geweest voor het nemen van de bestreden beslissing, alsmede de argumenten ter weerlegging van de vermelde appreciatie. De aanvrager beschikt daartoe over het recht van inzage in het dossier, zoals het ter beslissing is voorgelegd aan de raad van bestuur. § 3. Als de beslissing van de raad van bestuur steunt op een negatief advies van het college van deskundigen, kan de aanvrager de samenstelling van een nieuw college van deskundigen vragen. De raad van bestuur oordeelt of dat redelijk is. Het college kan zijn advies beperken tot de beoordeling van de argumenten die door de aanvrager aangevoerd zijn, zoals weergegeven in zijn verzoekschrift. § 4. De raad van bestuur beslist binnen dertig werkdagen na de ontvangst van het verzoekschrift tot herziening. Als de raad van bestuur beslist om een nieuw college van deskundigen samen te stellen, wordt die termijn met dertig dagen verlengd. § 5. Als de herziening wordt verworpen, motiveert de raad van bestuur zijn beslissing onder verwijzing naar de argumenten, aangebracht door de aanvrager.

Als de herziening wordt aanvaard, bepaalt de raad van bestuur de te volgen procedure en neemt hij een definitieve beslissing over het dossier binnen vijfenveertig werkdagen na de beslissing tot herziening. De beslissing van de raad van bestuur wordt binnen vijf werkdagen per aangetekende brief betekend aan de aanvrager. § 6. De raad van bestuur kan die bevoegdheid niet delegeren.

Art. 15.De voorwaarden en bepalingen die de raad van bestuur heeft vastgelegd voor de steun worden opgenomen in een overeenkomst die IWT-Vlaanderen sluit met de aanvrager. Het betreft een typeovereenkomst, goedgekeurd door de raad van bestuur. HOOFDSTUK VIII. - Aanwending van de steun en toezicht

Art. 16.§ 1. IWT-Vlaanderen wordt belast met het toezicht op de aanwending door de begunstigden van de steun die bij de toepassing van dit besluit worden toegekend en met de algemene coördinatie van de acties van de begunstigden. § 2. IWT-Vlaanderen zal de inhoudelijke voortgangscontrole van de projecten of programma's waarnemen, ondermeer door de begunstigden te laten rapporteren over een reeks performantie-indicatoren.

Art. 17.De begunstigde van steun levert schriftelijk verslag aan IWT-Vlaanderen betreffende de vordering van het project en/of programma en de aanwending van de steun telkens als IWT-Vlaanderen daarom verzoekt, conform algemeen geldende rapporteringsmodellen. Hij brengt na de afloop van het project en/of programma een eindverslag uit over het verloop en de resultaten van het project en/of programma en verleent zijn medewerking aan de evaluaties ervan.

Art. 18.De begunstigde die de voorwaarden niet naleeft waaronder de steun werd toegekend, wordt bij beslissing van de raad van bestuur in gebreke gesteld. Vanaf de ingebrekestelling wordt elke verdere uitbetaling van steun aan de begunstigde geschorst.

De vordering van terugbetaling van de oneigenlijk aangewende steun wordt ingeleid door de raad van bestuur. De raad van bestuur kan die bevoegdheid delegeren aan het directiecomité.

Art. 19.De begunstigde kan in beroep gaan tegen de beslissingen van de raad van bestuur inzake de ingebrekestelling of vordering tot terugbetaling, vermeld in artikel 18. Dit beroep moet aangetekend bezorgd worden binnen een termijn van dertig werkdagen na de betekening van de beslissing. Het beroep moet door IWT-Vlaanderen behandeld worden binnen een termijn van dertig werkdagen, waarna de raad van bestuur een nieuwe beslissing kan bepalen.

Art. 20.De personeelsleden van IWT-Vlaanderen, de leden van de raad van bestuur, de leden van het college van deskundigen, alsmede alle andere personen die ambtshalve kennis krijgen van een dossier zoals vermeld in dit besluit, zullen de gegevens in kwestie als strikt vertrouwelijk behandelen, ze niet meedelen aan derden, noch ze voor hun eigen voordeel aanwenden. HOOFDSTUK IX. - Slotbepalingen

Art. 21.Het besluit van de Vlaamse Regering van 24 mei 2002 tot regeling van de steun aan projecten van innovatiestimulering, technologisch advies en collectief onderzoek op verzoek van Vlaamse innovatiesamenwerkingsverbanden, wordt opgegeven.

Art. 22.Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2006 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 2015.

Art. 23.De Vlaamse minister, bevoegd voor het Technologisch Innovatiebeleid, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 20 juli 2006.

De minister-president van de Vlaamse Regering, Y. LETERME De Vlaamse minister van Economie, Ondernemen, Wetenschap, Innovatie en Buitenlandse Handel, F. MOERMAN

Bijlage bij het besluit van de Vlaamse Regering tot regeling van de steun aan projecten van innovatiestimulering, technologisch advies en collectief onderzoek op verzoek van Vlaamse Innovatiesamenwerkingsverbanden De volgende kosten worden in aanmerking genomen, 1. Brutokosten (voor programma's) 1° De personeelskosten betreffen de brutosalarissen of -lonen voor onderzoekers, adviseurs, technici en personeel dat rechtstreeks werk verricht ten behoeve van het programma, met inbegrip van de verplichte werknemers- en werkgeversbijdragen en extralegale voordelen voor zover die niet afwijken van de normale praktijk van de contractant, maar exclusief alle winstafhankelijke uitkeringen.2° De werkings- en investeringskosten betreffen de kosten die rechtstreeks uit de onderzoeks- of dienstverleningsactiviteiten voortvloeien voor : a) verbruikte materialen en hulpmiddelen;b) kosten, verschuldigd aan derden voor advies en soortgelijke diensten, die uitsluitend voor onderzoek of dienstverlening worden gebruikt;c) reis- en verblijfkosten, alsmede kosten voor deelneming aan wetenschappelijke symposia en kosten voor de coördinatie van samenwerkingsverbanden;d) investeringskosten voor aangeschafte of gefabriceerde machines, apparatuur, land en gebouwen die : 1) een verwachte levensduur hebben van ten minste de duur van de werkzaamheden;2) op de inventaris van duurzaam materiaal worden geplaatst;3) volgens de boekhoudkundige conventies en regels als kapitaalkosten worden geboekt.BTW wordt in aanmerking genomen voor de initiatieven die BTW niet of slechts gedeeltelijk kunnen verrekenen. 3° Indirecte kosten betreffen de algemene kosten die rechtstreeks uit de onderzoeksactiviteiten of dienstverleningsactiviteiten voortvloeien, maar niet direct toewijsbaar zijn. De indirecte kosten kunnen posten omvatten als administratie, beheer, afschrijvingen van gebouwen en algemene uitrusting, accommodatie, onderhoud, telefoon, verwarming, verlichting, elektriciteit, post, kantoorartikelen, personeelsopleidingen en verzekeringen.

De indirecte kosten worden berekend in overeenstemming met de normale boekhoudkundige regels, principes en conventies van de betrokken contractant. 2. Marginale kosten (project) De marginale kosten zijn de werkelijke, aanvullende directe kosten van het project die niet gedekt zijn door andere financiële bronnen (subsidies of andere vormen van financiële steun) of door derden.Ze omvatten de volgende kosten : 1° De personeelskosten betreffen de directe brutosalarissen of -lonen voor onderzoekers, adviseurs, technici en ondersteunend personeel dat rechtstreeks werk verricht ten behoeve van het project, met inbegrip van de verplichte werknemers- en werkgeversbijdragen en extralegale voordelen voorzover die niet afwijken van de normale praktijk van de contractant, maar exclusief alle winstafhankelijke uitkeringen.2° De directe werkings- en investeringskosten betreffen de kosten die rechtstreeks uit de onderzoeks- of dienstverleningsactiviteiten voortvloeien voor : a) verbruikte materialen en hulpmiddelen;b) kosten, verschuldigd aan derden voor advies en soortgelijke diensten die uitsluitend voor onderzoek of dienstverlening worden gebruikt;c) reis- en verblijfkosten, alsmede kosten voor deelneming aan wetenschappelijke symposia en kosten voor de coördinatie van samenwerkingsverbanden;d) investeringskosten voor aangeschafte of gefabriceerde machines, apparatuur, land en gebouwen die : 1) een verwachte levensduur hebben van tenminste de duur van de werkzaamheden;2) op de inventaris van duurzaam materiaal worden geplaatst;3) volgens de boekhoudkundige conventies en regels als kapitaalkosten worden geboekt.Btw wordt in aanmerking genomen voor de initiatieven die BTW niet kunnen verrekenen.

De indirecte kosten worden berekend als een vaste bijdrage van maximaal 50 % van de totale marginale kosten die in aanmerking komen.

De raad van bestuur van IWT-Vlaanderen kan voor de bepaling van het percentage van de indirecte kosten rekening houden met structurele financiering van de aanvrager die afkomstig is uit overige overheidsfinanciering of uit verplichte bedrijfsbijdragen op basis van de wet De Groote.

De raad van bestuur kan voorzien in extra coördinatiekosten om de samenwerking van de verschillende projecten te bevorderen. 3. Standaardkosten De raad van bestuur van IWT-Vlaanderen kan de totaal aanvaarde kosten uitdrukken in standaardkosten, namelijk de gemiddelde kosten per type onderzoeker of adviseur bij een project of programma.De samenstellende onderdelen van de standaardkosten, namelijk de personeelskosten, de directe werkingskosten, de indirecte kosten en eventueel de investeringskosten moeten door de raad van bestuur van IWT-Vlaanderen worden vastgesteld op basis van reële indicatoren en moeten een redelijke weergave zijn van de gemiddelde kosten die bij dergelijke projecten kunnen worden verwacht.

Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot regeling van de steun aan projecten van innovatiestimulering, technologisch advies en collectief onderzoek op verzoek van Vlaamse Innovatiesamenwerkingsverbanden.

Brussel, 20 juli 2006.

De minister-president van de Vlaamse Regering, Y. LETERME De Vlaamse minister van Economie, Ondernemen, Wetenschap, Innovatie en Buitenlandse Handel, F. MOERMAN

^