Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Vlaamse Regering van 17 december 1996
gepubliceerd op 21 juli 1999

Besluit van de Vlaamse regering houdende vaststelling van de voorwaarden van subsidieverlening aan het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen

bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
numac
1999035914
pub.
21/07/1999
prom.
17/12/1996
ELI
eli/besluit/1996/12/17/1999035914/staatsblad
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

17 DECEMBER 1996. - Besluit van de Vlaamse regering houdende vaststelling van de voorwaarden van subsidieverlening aan het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen


De Vlaamse regering, Gelet op het decreet van 12 juni 1991 betreffende de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap, inzonderheid op de artikelen 167, 169, 3° en 169bis;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister van Financiën, Begroting en Gezondheidsbeleid gegeven op 17 december 1996;

Gelet op het advies van de Raad van State;

Op voorstel van de Vlaamse minister bevoegd voor Buitenlands Beleid, Europese Aangelegenheden, Wetenschap en Technologie en van de Vlaamse minister bevoegd voor Onderwijs en Ambtenarenzaken;

Na beraadslaging, Besluit :

Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder : 1° het decreet : het decreet van 12 juni 1991 betreffende de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap;2° het Fonds : het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen.

Art. 2.§ 1. De subsidies bedoeld in de artikelen 167 en 169, 3° van het decreet worden samengevoegd tot één gezamenlijke subsidie. § 2. Het Fonds staat in voor het beheer van de subsidies bedoeld in de artikelen 167 en 169, 3°, van het decreet. § 3. Binnen de perken van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap wordt de subsidie verleend aan het Fonds jaarlijks aangepast aan de evolutie van de salariskostenen van de consumptieprijzen volgens onderstaande formule, onverminderd de eventuele verlening van aanvullende subsidies M(t) = M(t-1) * J;

M(t) : subsidie voor het jaar t M(t-1) : subsidie voor het jaar t-1 J = 0.8 * ((L(t)/L(t-1)) + 0.2* ((C(t)/C(t-1)) L(t)/L(t-1) : de verhouding tussen de geraamde index van de eenheidssalariskosten op het einde van het jaar t en de geraamde index van de eenheidssalariskosten op het einde van het jaar t-1;

C(t)/C(t-1 ) : de verhouding van de geraamde index van de consumptieprijzen op het einde van het jaar t en de geraamde index van de consumptieprijzen op het einde van het jaar t-1.

Art. 3.§ 1. De subsidieverlening beoogt de onderzoekscapaciteit te versterken, de totstandkoming van uitmuntende onderzoekscentra te stimuleren en de kwaliteit van het fundamenteel wetenschappelijk onderzoek te bevorderen, in die instellingen van de Vlaamse Gemeenschap die gevat worden door het decreet. § 2. De Vlaamse regering kan jaarlijks beslissen dat maximum 4 % van de in artikel 2 bedoelde subsidie dient besteed te worden aan de bevordering van het fundamenteel wetenschappelijk onderzoek in door haar aangeduide prioritaire onderzoeksdomeinen.

Art. 4.§ 1. Het fonds zal in uitvoering van dit besluit de volgende documenten aan de Vlaamse Regering ter goedkeuring voorleggen : 1° om de vijf jaar een beleidsplan waarin ten minste de volgende hoofdstukken worden opgenomen : - een stand van zaken en een evaluatie ervan : een verslag op een hoog aggregatieniveau van de voorbije planperiode; - een analyse van de aan de gang zijnde en te verwachten wetenschappelijke en maatschappelijke ontwikkelingen; - de beleidsdoelstellingen van de komende vijf jaar en de beleidsinstrumenten om die te realiseren. 2° jaarlijks een uitvoeringsplan waarin het fonds aangeeft met welke concrete initiatieven de verschillende beleidslijnen van het beleidsplan gedurende het komende jaar zullen worden gerealiseerd 3° jaarlijks een begroting, een balans en een resultatenrekening. § 2. Het fonds zal jaarlijks een jaarverslag aan de Vlaamse Regering voorleggen. In dit jaarverslag zal het Fonds onder meer rapporteren over zijn beleid inzake zwaartepuntvorming en onderzoeksnetwerken en de resultaten daarvan relateren aan de internationale erkenning van het Vlaamse onderzoek. De Vlaamse Regering kan dit jaarverslag aanvaarden en desgevallend bijkomende informatie van het Fonds vragen. § 3. De concrete inhoud alsook de tijdschaal voor het indienen van de in artikel 4 § 1, § 2 en § 3 vermelde documenten worden in een op te stellen beheerovereenkomst tussen de Vlaamse Regering en het Fonds gespecificeerd.

Art. 5.Het Fonds staat in voor de integrale kwaliteitszorg van al zijn activiteiten en rapporteert hierover zowel in het beleidsplan als in de uitvoeringsplannen en het jaarverslag.

Art. 6.Het Fonds bevordert de doorstroming van de postdoctorale onderzoekers in vast dienstverband en staat in voor de kwaliteitsbewaking van hun prestaties volgens normen die in een af te sluiten beheerovereenkomst tussen de Vlaamse Regering en het Fonds worden vastgelegd. Indien het Fonds deze normen niet respecteert dan kan de Vlaamse regering de terugbetaling vorderen van een gedeelte van de subsidie ten belope van maximum 100 miljoen te indexeren volgens de formule van artikel 2, § 3.

Art. 7.Het financiële toezicht wordt uitgeoefend door een inspecteur van financiën. Het inhoudelijke toezicht wordt uitgeoefend door ambtenaren van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap die als waarnemer die vergadering van de raad van bestuur bijwonen. Indien voornoemde personen vaststellen dat het Fonds de toekenningsvoorwaarden niet naleeft, dan rapporteren zij hierover aan de Vlaamse regering. Indien het Fonds geen gevolg geeft aan de opmerkingen van de Vlaamse regering dienaangaande, dan kan de Vlaamse regering beslissen het gedeelte van de subsidie dat niet rechtmatig werd besteed, terug te vorderen dan wel in te houden van de subsidie van het volgende jaar.

Art. 8.In een overeenkomst af te sluiten tussen de Vlaamse regering en het Fonds kunnen afspraken worden vastgelegd over de concrete invulling van de in besluit vastgestelde voorwaarden van subsidieverlening.

Art. 9.De Vlaamse minister bevoegd voor wetenschap en technologie en de Vlaamse minister bevoegd voor onderwijs zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Art. 10.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1997.

Brussel, 17 december 1996.

De minister-president van de Vlaamse regering en Vlaams minister bevoegd voor Buitenlands Beleid, Europese Aangelegenheden, Wetenschap en Technologie, L. VAN DEN BRANDE De Vlaamse minister bevoegd voor Onderwijs en Ambtenarenzaken, L. VAN DEN BOSSCHE

^