Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Vlaamse Regering van 09 oktober 2015
gepubliceerd op 26 november 2015

Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013, het Subsidiebesluit van 22 november 2013 en het Procedurebesluit van 9 mei 2014

bron
vlaamse overheid
numac
2015036400
pub.
26/11/2015
prom.
09/10/2015
ELI
eli/besluit/2015/10/09/2015036400/staatsblad
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

9 OKTOBER 2015. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013, het Subsidiebesluit van 22 november 2013 en het Procedurebesluit van 9 mei 2014


De Vlaamse Regering, Gelet op het decreet van 30 april 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 30/04/2004 pub. 07/06/2004 numac 2004035799 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Kind en Gezin sluiten tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Kind en Gezin, artikel 6 en 8, § 2;

Gelet op het decreet van 20 maart 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/03/2009 pub. 06/04/2009 numac 2009035295 bron vlaamse overheid Decreet houdende diverse bepalingen betreffende het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin sluiten houdende diverse bepalingen betreffende het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, artikel 3, 2° ;

Gelet op het decreet van 20 april 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/04/2012 pub. 15/06/2012 numac 2012035637 bron vlaamse overheid Decreet houdende de organisatie van kinderopvang van baby's en peuters sluiten houdende de organisatie van kinderopvang van baby's en peuters, artikel 7, artikel 8, gewijzigd bij het decreet van 29 juni 2012, en artikel 9 tot en met 12;

Gelet op het Vergunningsbesluit van 22 november 2013;

Gelet op het Subsidiebesluit van 22 november 2013;

Gelet op het Procedurebesluit van 9 mei 2014;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 28 mei 2015;

Gelet op advies 57.704/3 van de Raad van State, gegeven op 14 juli 2015, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin;

Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013

Artikel 1.In artikel 1, eerste lid, van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013 wordt punt 8° vervangen door wat volgt : "8° wennen : het geleidelijk aan laten verlopen van de overgang van het thuismilieu van het kind naar de kinderopvanglocatie waarbij er extra aandacht is voor de wisselwerking tussen de kinderen, de gezinnen en de kinderbegeleiders en voor de uitwisseling met de gezinnen.".

Art. 2.Artikel 3 van hetzelfde besluit wordt vervangen door : "De organisator heeft de infrastructuur, vermeld in artikel 13/1 tot en met 19 en 21, 1° en 2°, en zorgt ervoor dat de infrastructuur een veilige en gezonde omgeving is als vermeld in artikel 24, § 1. Dat blijkt voor groepsopvang uit een advies infrastructuur van een toezichthouder en voor gezinsopvang uit een verklaring op erewoord van de organisator.".

Art. 3.Artikel 4 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : "De organisator heeft een verantwoordelijke als vermeld in artikel 39, eerste lid, 1°, en artikel 40, § 1 en 2. Dat blijkt uit de documenten, vermeld in artikel 40, § 2.".

Art. 4.In artikel 8 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 april 2014Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 04/04/2014 pub. 28/08/2014 numac 2014036520 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 november 2013 houdende de vergunningsvoorwaarden en het kwaliteitsbeleid voor gezinsopvang en groepsopvang van baby's en peuters en het besluit van de Vlaamse Regering van 22 november 2013 houdende de subsidies en de eraan gekoppelde voorwaarden voor de realisatie van specifieke dienstverlening door gezinsopvang en groepsopvang van baby's en peuters sluiten, wordt de zin "Dat blijkt uit een attest, vastgesteld door de minister, die bepaalt wie de uitreikende instanties en wat de leerinhouden zijn." vervangen door de zin "Dat blijkt uit een van de volgende documenten : 1° een attest, vastgesteld door de minister, die bepaalt wie de uitreikende instanties zijn en wat de leerinhouden zijn; 2° een kwalificatiebewijs, dat door de minister wordt vastgesteld.".

Art. 5.In hoofdstuk 3, afdeling 1, van hetzelfde besluit worden de opschriften "Onderafdeling 1. Ruimte, bestemd voor kinderopvang", "Onderafdeling 2. Uitrusting" en "Onderafdeling 3. Inrichting" opgeheven.

Art. 6.In hoofdstuk 3, afdeling 1, van hetzelfde besluit, wordt een artikel 13/1 ingevoegd, dat luidt als volgt : "

Art. 13/1.De infrastructuur is geschikt om kwaliteitsvolle kinderopvang te organiseren en voldoet minstens aan de voorwaarden, vermeld in artikel 14 tot en met artikel 21.".

Art. 7.Artikel 14 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : "

Art. 14.Op de kinderopvanglocatie zijn er de volgende afzonderlijke binnenruimtes : 1° een of meer leefruimtes per leefgroep;2° een rustruimte waar elk aanwezig kind dat jonger is dan achttien maanden of dat `s nachts opgevangen wordt, kan slapen;3° als er meer dan 36 kinderopvangplaatsen zijn, een circulatieruimte die alle leefgroepen apart bereikbaar maakt. In elke leef- en rustruimte die de kinderen in de kinderopvanglocatie gebruiken, vinden er tijdens de openingsuren geen activiteiten plaats die niet gerelateerd zijn aan kinderopvang.".

Art. 8.Artikel 15 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.

Art. 9.Artikel 16 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : "

Art. 16.De nettovloeroppervlakte die gebruikt wordt voor verzorging, spel of om te rusten, bedraagt minimaal 5 m² per kinderopvangplaats in de leefruimte en de rustruimte samen, waarvan minimaal 3 m² in de leefruimte. Als er geen aparte rustruimte is, is er minstens 5 m² per kinderopvangplaats in de leefruimte.".

Art. 10.Artikel 18 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.

Art. 11.Artikel 19 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : "

Art. 19.Voor de verzorging is er een uitrusting die aangepast is aan het aantal vergunde kinderopvangplaatsen.".

Art. 12.Artikel 20 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : "

Art. 20.Voor elk aanwezig kind is er een veilig bed.

Voor een kind jonger dan achttien maanden wordt onder veilig bed verstaan : een bed of wieg met minstens twee spijlenwanden, een ventilerende bodem en een stevige passende matras, en dat voldoet aan de voorschriften die door de minister worden vastgesteld.".

Art. 13.Artikel 21 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : "

Art. 21.In de kinderopvanglocatie is er : 1° voldoende natuurlijk daglicht in de leefruimte;2° voldoende ventilatie in de leef- en rustruimtes;3° een goed evenwicht tussen de omgevingstemperatuur, het bedmateriaal en de kleding van de kinderen; 4° een zodanige plaatsing van de bedden dat er vrije circulatie mogelijk is aan minstens één lange kant van het bed.".

Art. 14.In artikel 23 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid wordt de zinsnede "bijlage 2" vervangen door de zinsnede "bijlage 1";2° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt : "De mate van naleving van de specifieke brandveiligheidsvoorschriften wordt vastgesteld aan de hand van een brandveiligheidsattest A, B of C, volgens de modellen die door de minister worden vastgesteld.Het voldoen aan de specifieke brandveiligheidsvoorschriften, vermeld in het eerste lid, blijkt uit een brandveiligheidsattest A of B."; 3° in het derde en vierde lid wordt het woord "veiligheid" telkens vervangen door het woord "brandveiligheid".

Art. 15.In artikel 24 van hetzelfde besluit wordt paragraaf 2 vervangen door wat volgt : " § 2. Een kind dat jonger is dan één jaar, wordt op de rug te slapen gelegd. De organisator kan een uitzondering daarop toestaan op basis van een attest van een arts vanwege medische tegenindicatie of op basis van een attest van de contracthouder volgens het model dat door de minister wordt vastgesteld. Een kind dat jonger is dan één jaar, krijgt in bed geen kussens of dekbed.".

Art. 16.In hoofdstuk 3, afdeling 2, van hetzelfde besluit wordt onderafdeling 4, die bestaat uit artikel 26, opgeheven.

Art. 17.In artikel 33 van hetzelfde besluit wordt punt 3° vervangen door wat volgt : "3° de vergunningsbeslissing, en op verzoek van Kind en Gezin, de eventuele schriftelijke aanmaningen, en een beslissing tot schorsing of opheffing van de vergunning, kenbaar te maken aan het gezin aansluitend op de ontvangst ervan;".

Art. 18.In artikel 34, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt de zinsnede ", waaronder een wijziging in het beleid over de prijs voor de kinderopvang of de waarborg," opgeheven.

Art. 19.In artikel 39 van hetzelfde besluit wordt het derde lid vervangen door wat volgt : "Als de verantwoordelijke wijzigt, deelt de organisator dat onmiddellijk elektronisch of met de post mee aan Kind en Gezin en bezorgt hij het document, vermeld in artikel 40, § 2, eerste lid, 1°, van dit besluit.".

Art. 20.Artikel 40 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 april 2014Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 04/04/2014 pub. 28/08/2014 numac 2014036520 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 november 2013 houdende de vergunningsvoorwaarden en het kwaliteitsbeleid voor gezinsopvang en groepsopvang van baby's en peuters en het besluit van de Vlaamse Regering van 22 november 2013 houdende de subsidies en de eraan gekoppelde voorwaarden voor de realisatie van specifieke dienstverlening door gezinsopvang en groepsopvang van baby's en peuters sluiten, wordt vervangen door wat volgt : "

Art. 40.§ 1. De verantwoordelijke is minstens 21 jaar oud. § 2. De organisator heeft de volgende documenten over de verantwoordelijke : 1° een uittreksel uit het strafregister overeenkomstig artikel 6, § 4, eerste lid, van het decreet van 20 april 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/04/2012 pub. 15/06/2012 numac 2012035637 bron vlaamse overheid Decreet houdende de organisatie van kinderopvang van baby's en peuters sluiten;2° een attest van medische geschiktheid overeenkomstig artikel 6, § 4, tweede lid, van het decreet van 20 april 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/04/2012 pub. 15/06/2012 numac 2012035637 bron vlaamse overheid Decreet houdende de organisatie van kinderopvang van baby's en peuters sluiten.Uit dat attest blijkt dat de persoon geen fysieke en psychische beperking of aandoening heeft die de opgevangen kinderen in gevaar kan brengen, meer bepaald : a) een attest A van medische geschiktheid, opgemaakt door de verantwoordelijke, volgens het model dat door de minister wordt vastgesteld;b) een attest B van medische geschiktheid, opgemaakt door een huisarts, volgens het model dat door de minister wordt vastgesteld, als blijkt uit het attest, vermeld in punt a), dat de betrokkene in onderzoek of behandeling is voor een bepaalde fysieke of psychische beperking of aandoening, of als er een gegronde indicatie is en Kind en Gezin gemotiveerd erom verzoekt;c) een attest, opgemaakt door een arbeidsgeneesheer.Dat attest kan het attest, vermeld in punt a) en b), vervangen; 3° een attest van actieve kennis van het Nederlands, waaruit blijkt dat het behaalde taalvaardigheidsniveau voor luisteren en gesprekken voeren het ERK-niveau B2 is, en voor lezen en schrijven het ERK-niveau B1 is, dat door de minister wordt vastgesteld, die bepaalt wie de uitreikende instanties zijn;4° een attest van kennis van levensreddend handelen bij kinderen dat door de minister wordt vastgesteld, die bepaalt wie de uitreikende instanties zijn en wat de leerinhouden zijn;5° een kwalificatiebewijs dat door de minister wordt vastgesteld. Het document, vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, is bij de aanvraag van de vergunning of bij de start van de tewerkstelling maximaal drie maanden oud, tenzij de verantwoordelijke al werkt als verantwoordelijke in een andere kinderopvanglocatie van de organisator. Het document, vermeld in het eerste lid, 4°, wordt om de drie jaar hernieuwd.

Als daar een gegronde indicatie voor is, kan Kind en Gezin gemotiveerd verzoeken om op een bepaald tijdstip een document te vernieuwen.

De organisator zorgt ervoor dat een aanvulling op het uittreksel, vermeld in het eerste lid, 1°, onmiddellijk doorgegeven wordt door de verantwoordelijke aan de organisator. § 3. De organisator heeft voor de persoon, vermeld in artikel 39, eerste lid, 2°, het document, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, 3°. ".

Art. 21.Artikel 43 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 april 2014Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 04/04/2014 pub. 28/08/2014 numac 2014036520 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 november 2013 houdende de vergunningsvoorwaarden en het kwaliteitsbeleid voor gezinsopvang en groepsopvang van baby's en peuters en het besluit van de Vlaamse Regering van 22 november 2013 houdende de subsidies en de eraan gekoppelde voorwaarden voor de realisatie van specifieke dienstverlening door gezinsopvang en groepsopvang van baby's en peuters sluiten, wordt vervangen door wat volgt : "

Art. 43.§ 1. De kinderbegeleider is minstens 18 jaar oud. § 2. De organisator heeft de volgende documenten over de kinderbegeleider : 1° een uittreksel uit het strafregister overeenkomstig artikel 6, § 4, eerste lid, van het decreet van 20 april 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/04/2012 pub. 15/06/2012 numac 2012035637 bron vlaamse overheid Decreet houdende de organisatie van kinderopvang van baby's en peuters sluiten;2° een attest van medische geschiktheid overeenkomstig artikel 6, § 4, tweede lid, van het decreet van 20 april 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/04/2012 pub. 15/06/2012 numac 2012035637 bron vlaamse overheid Decreet houdende de organisatie van kinderopvang van baby's en peuters sluiten.Uit dat attest blijkt dat de persoon geen fysieke en psychische beperking of aandoening heeft die de opgevangen kinderen in gevaar kan brengen, meer bepaald : a) een attest A van medische geschiktheid, opgemaakt door de kinderbegeleider, volgens het model dat door de minister wordt vastgesteld;b) een attest B van medische geschiktheid, opgemaakt door een huisarts, volgens het model dat door de minister wordt vastgesteld, als blijkt uit het attest, vermeld in punt a), dat de betrokkene in onderzoek of behandeling is voor een bepaalde fysieke of psychische beperking of aandoening, of als er een gegronde indicatie is en Kind en Gezin gemotiveerd erom verzoekt;c) een attest, opgemaakt door een arbeidsgeneesheer.Dat attest kan het attest, vermeld in punt a) en b), vervangen; 3° een attest van kennis van levensreddend handelen bij kinderen dat door de minister wordt vastgesteld, die bepaalt wie de uitreikende instanties zijn en wat de leerinhouden zijn;4° een van de volgende bewijzen van kwalificatie : a) een kwalificatiebewijs dat door de minister wordt vastgesteld.b) voor groepsopvang een bewijs van een kwalificerend traject dat door de minister wordt vastgesteld, als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden : 1) per kinderbegeleider in een kwalificerend traject werken er drie voltijds equivalenten kinderbegeleiders met een kwalificatiebewijs als vermeld in punt a), op het niveau van de organisator;2) per kinderbegeleider in een kwalificerend traject is er altijd een kinderbegeleider met een kwalificatiebewijs als vermeld in punt a), aanwezig in de kinderopvanglocatie;3) de kinderbegeleider in een kwalificerend traject behaalt een kwalificatiebewijs als vermeld in punt a), maximaal zes jaar na het starten met werken als kinderbegeleider bij de organisator. Het document, vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, is bij de aanvraag van de vergunning of bij de start van de tewerkstelling maximaal drie maanden oud. Als de kinderbegeleider stage loopt, moet het document dateren uit het lopende schooljaar. Het document, vermeld in het eerste lid, 3°, wordt om de drie jaar hernieuwd.

Als daar een gegronde indicatie voor is, kan Kind en Gezin gemotiveerd verzoeken om op een bepaald tijdstip een document te vernieuwen.

De organisator zorgt ervoor dat een aanvulling op het uittreksel, vermeld in het eerste lid, 1°, onmiddellijk doorgegeven wordt door de kinderbegeleider aan de organisator. § 3. De organisator heeft voor minstens één kinderbegeleider een attest van actieve kennis van het Nederlands dat door de minister wordt vastgesteld, die bepaalt wie de uitreikende instanties zijn, waaruit blijkt dat het behaalde taalvaardigheidsniveau voor luisteren en gesprekken voeren het ERK-niveau B1 is, en voor lezen en schrijven het ERK-niveau A2 is. § 4. Uit het kwalificatiebewijs, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, 4°, a), blijkt dat de kinderbegeleider de competenties, vermeld in bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd, heeft. Die competenties zijn gebundeld onder de volgende clusters : 1° kunnen opvoeden en verzorgen van kinderen, zowel individuele kinderen als een groep kinderen, en hun ontwikkeling kunnen ondersteunen;2° kunnen samenwerken met het gezin als partner in de opvoeding;3° kunnen samenwerken met externen voor de kinderopvang van het kind;4° kunnen samenwerken met collega's en de pedagogische ondersteuner;5° kunnen reflecteren over het pedagogische handelen en op basis van die reflectie het handelen kunnen verbeteren; 6° kunnen omgaan met diversiteit van kinderen, gezinnen, externen en collega's.".

Art. 22.Artikel 45 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : "

Art. 45.De organisator heeft de volgende documenten over de andere personen die in de kinderopvanglocatie direct contact hebben met de opgevangen kinderen : 1° een uittreksel uit het strafregister overeenkomstig artikel 6, § 4, eerste lid, van het decreet van 20 april 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/04/2012 pub. 15/06/2012 numac 2012035637 bron vlaamse overheid Decreet houdende de organisatie van kinderopvang van baby's en peuters sluiten;2° een attest van medische geschiktheid overeenkomstig artikel 6, § 4, tweede lid, van het decreet van 20 april 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/04/2012 pub. 15/06/2012 numac 2012035637 bron vlaamse overheid Decreet houdende de organisatie van kinderopvang van baby's en peuters sluiten.Uit dat attest blijkt dat de meerderjarige persoon met regelmatig direct contact en de minderjarige persoon die werkt in de kinderopvang of er stage loopt, geen fysieke en psychische beperking of aandoening heeft die de opgevangen kinderen in gevaar kan brengen, meer bepaald : a) een attest A van medische geschiktheid, opgemaakt door de betrokken persoon, volgens het model dat door de minister wordt vastgesteld;b) een attest B van medische geschiktheid, opgemaakt door een huisarts, volgens het model dat door de minister wordt vastgesteld, als blijkt uit het attest, vermeld in punt a), dat de betrokkene in onderzoek of behandeling is voor een bepaalde fysieke of psychische beperking of aandoening, of als er een gegronde indicatie is en Kind en Gezin gemotiveerd erom verzoekt;c) een attest, opgemaakt door een arbeidsgeneesheer.Dat attest kan het attest, vermeld in punt a) en b), vervangen.

Het document, vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, is bij de aanvraag van de vergunning of bij de start van de tewerkstelling maximaal drie maanden oud. Als de persoon stage loopt, moet het document dateren uit het lopende schooljaar.

Als daar een gegronde indicatie voor is, kan Kind en Gezin gemotiveerd verzoeken om op een bepaald tijdstip een document te vernieuwen.

De organisator zorgt ervoor dat een aanvulling op het uittreksel, vermeld in het eerste lid, 1°, onmiddellijk doorgegeven wordt door de persoon aan de organisator.".

Art. 23.Artikel 48 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.

Art. 24.Artikel 49 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : "

Art. 49.§ 1. De organisator, hetzij de natuurlijke persoon, hetzij een of meer personen die handelingsbekwaam zijn om de rechtspersoon te vertegenwoordigen, is minstens 21 jaar oud. § 2. De organisator heeft het volgende uittreksel : 1° voor de organisator die een natuurlijke persoon is, met inbegrip van de persoon of personen, vermeld in artikel 53, 2° : een uittreksel uit het strafregister overeenkomstig artikel 6, § 4, eerste lid, van het decreet van 20 april 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/04/2012 pub. 15/06/2012 numac 2012035637 bron vlaamse overheid Decreet houdende de organisatie van kinderopvang van baby's en peuters sluiten, waaronder voor de organisator ook verstaan wordt dat hij in staat is om een kinderopvanglocatie organisatorisch te beheren;2° voor de organisator die een rechtspersoon is : een uittreksel uit het centraal strafregister op naam van de rechtspersoon, of een gelijkwaardig attest, uitgereikt door een bevoegde buitenlandse instantie, voor wie niet in België gedomicilieerd is, waaruit blijkt dat de organisator van onberispelijk gedrag is om met kinderen om te gaan, waaronder voor de organisator ook verstaan wordt dat hij in staat is om een kinderopvanglocatie organisatorisch te beheren. Het uittreksel, vermeld in het eerste lid, is bij de aanvraag van de vergunning maximaal drie maanden oud, tenzij de organisator al een vergunning heeft.

Als daar een gegronde indicatie voor is, kan Kind en Gezin gemotiveerd verzoeken om op een bepaald tijdstip dat uittreksel te vernieuwen.

De organisator zorgt ervoor dat een aanvulling op het uittreksel, vermeld in het eerste lid, 1°, onmiddellijk doorgegeven wordt aan Kind en Gezin.".

Art. 25.Artikel 59 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.

Art. 26.In artikel 60 van hetzelfde besluit wordt het eerste lid vervangen door wat volgt : "De organisator bezorgt de volgende gegevens elektronisch aan Kind en Gezin volgens de administratieve richtlijnen van Kind en Gezin : 1° één keer per jaar gedurende een maand die Kind en Gezin bepaalt, de gegevens over het aantal unieke kinderen die dagelijks gebruikmaken van de kinderopvang per kinderopvanglocatie;2° jaarlijks de volgende gegevens over de verantwoordelijken, de kinderbegeleiders groepsopvang, met uitzondering van de kinderbegeleiders die werken in het specifieke sociaal statuut voor onthaalouders, en de medewerkers die in de kinderopvanglocatie instaan voor de systematische ondersteuning van de verantwoordelijke : a) het aantal kinderbegeleiders, op basis van het rijksregisternummer of het vreemdelingennummer van de kinderbegeleiders;b) het aantal verantwoordelijken die voor de organisator werken, op basis van het rijksregisternummer of het vreemdelingennummer van de verantwoordelijken;c) de medewerkers die in de kinderopvanglocatie instaan voor de systematische ondersteuning van de verantwoordelijke die voor de organisator werkt, op basis van het rijksregisternummer of het vreemdelingennummer van de medewerkers;d) de geboortedatum, het geslacht, de functie, de werkregeling, de kennis van de Nederlandse taal, het tewerkstellingsstatuut en de kwalificaties van elke persoon, vermeld in punt a), b) en c); 3° de gegevens in het kader van ad-hocbevragingen door Kind en Gezin over de werking, de personen die in de kinderopvanglocatie werken, het gebruik van de kinderopvang, het aanbod van en de vraag naar kinderopvang en de ontvangen subsidies.".

Art. 27.Artikel 63 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 april 2014Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 04/04/2014 pub. 28/08/2014 numac 2014036520 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 november 2013 houdende de vergunningsvoorwaarden en het kwaliteitsbeleid voor gezinsopvang en groepsopvang van baby's en peuters en het besluit van de Vlaamse Regering van 22 november 2013 houdende de subsidies en de eraan gekoppelde voorwaarden voor de realisatie van specifieke dienstverlening door gezinsopvang en groepsopvang van baby's en peuters sluiten, wordt vervangen door wat volgt : "

Art. 63.Op aanvraag van een organisator kan Kind en Gezin de volgende afwijkingen toekennen : 1° een afwijking van de voorwaarden over de infrastructuur, vermeld in artikel 14, eerste lid, 3°, en artikel 16 van dit besluit, en van de voorwaarde over de leefgroepindeling, vermeld in artikel 55 van dit besluit, voor de kinderopvanglocaties die op de datum van de inwerkingtreding van het decreet van 20 april 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/04/2012 pub. 15/06/2012 numac 2012035637 bron vlaamse overheid Decreet houdende de organisatie van kinderopvang van baby's en peuters sluiten een erkenning, een toestemming of een attest van toezicht hebben van Kind en Gezin;2° een tijdelijke afwijking van de voorwaarden over de infrastructuur, vermeld in artikel 14, eerste lid, 1° en 3°, en artikel 16 van dit besluit, en van de voorwaarde over de leefgroepindeling, vermeld in artikel 55 van dit besluit;3° een afwijking van de voorwaarde over de infrastructuur, vermeld in artikel 14, tweede lid, van dit besluit, voor de kinderopvanglocaties waarin een door Kind en Gezin erkend consultatiebureau als vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 maart 2002Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 01/03/2002 pub. 15/05/2002 numac 2002035566 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot bepaling van de voorwaarden en de procedureregels inzake erkenning en subsidiëring van de consultatiebureaus voor het jonge kind sluiten tot bepaling van de voorwaarden en de procedureregels inzake erkenning en subsidiëring van de consultatiebureaus voor het jonge kind of een erkend Huis van het Kind als vermeld in het decreet van 29 november 2013 houdende de organisatie van de preventieve gezinsondersteuning, aanwezig is;4° een afwijking van de brandveiligheidsvoorschriften, vermeld in artikel 23 van dit besluit.Kind en Gezin neemt een beslissing na het advies van de technische commissie voor de brandveiligheid, vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 05/06/2009 pub. 22/09/2009 numac 2009035877 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot oprichting van een technische commissie voor de brandveiligheid in de voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin sluiten tot oprichting van een technische commissie voor de brandveiligheid in de voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin.

Voor de beoordeling van de afwijkingen, vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, houdt Kind en Gezin rekening met de context, met de maatregelen die de organisator neemt, en met de volgende elementen : 1° er worden bijkomende kinderbegeleiders ingezet;2° er wordt in bijkomende pedagogische ondersteuning voorzien;3° er wordt in bijkomende ruimte voorzien;4° er is bijkomende aandacht voor de inrichting van de ruimtes;5° er is bijkomende aandacht voor beweging of voor veilig slapen. De afwijking, vermeld in het eerste lid, 1°, vervalt definitief als een organisator een verhoging aanvraagt en krijgt van het aantal vergunde kinderopvangplaatsen in die kinderopvanglocatie.

De tijdelijke afwijking, vermeld in het eerste lid, 2°, wordt alleen toegekend naar aanleiding van een overmachtsituatie of in het kader van geplande verbouwingen, en geldt alleen voor de duur die noodzakelijk is voor het herstel van de schade of voor de verbouwing.

De afwijking, vermeld in het eerste lid, 3°, geldt alleen zolang er een erkend consultatiebureau of Huis van het Kind aanwezig is.".

Art. 28.Artikel 64 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 april 2014Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 04/04/2014 pub. 28/08/2014 numac 2014036520 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 november 2013 houdende de vergunningsvoorwaarden en het kwaliteitsbeleid voor gezinsopvang en groepsopvang van baby's en peuters en het besluit van de Vlaamse Regering van 22 november 2013 houdende de subsidies en de eraan gekoppelde voorwaarden voor de realisatie van specifieke dienstverlening door gezinsopvang en groepsopvang van baby's en peuters sluiten, wordt vervangen door wat volgt : "

Art. 64.De personen die werkten als verantwoordelijke in een kinderopvanglocatie die een erkenning, een toestemming of een attest van toezicht van Kind en Gezin had, kunnen afwijken van de voorwaarden over de kwalificatie, vermeld in artikel 40, § 2, eerste lid, 5°, en in artikel 43, § 2, eerste lid, 4°, als een van de volgende voorwaarden vervuld is : 1° het gaat om een tewerkstelling van minstens drie jaar, binnen vijf jaar die voorafgaan aan 1 april 2014;2° het gaat om een tewerkstelling waarbij ervaring binnen een kwaliteitsvolle werking waarvoor de persoon de verantwoordelijke was, aangetoond kan worden. De personen die werkten als kinderbegeleider in een kinderopvanglocatie die een erkenning, een toestemming of een attest van toezicht van Kind en Gezin had, kunnen afwijken van de voorwaarden over de kwalificatie, vermeld in artikel 43, § 2, eerste lid, 4°, als een van de volgende voorwaarden vervuld is : 1° het gaat om een tewerkstelling van minstens drie jaar, binnen vijf jaar die voorafgaan aan 1 april 2014;2° het gaat om een tewerkstelling waarbij ervaring binnen een kwaliteitsvolle werking waar de persoon kinderbegeleider was, aangetoond kan worden. Kind en Gezin geeft een attest op aanvraag.".

Art. 29.Artikel 65 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : "

Art. 65.De kinderbegeleiders die vóór de datum van de inwerkingtreding van het decreet van 20 april 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/04/2012 pub. 15/06/2012 numac 2012035637 bron vlaamse overheid Decreet houdende de organisatie van kinderopvang van baby's en peuters sluiten al gewerkt hebben binnen de gezinsopvang als gemelde onthaalouder, als onthaalouder met een attest van toezicht of als aangesloten onthaalouder, en de kinderbegeleiders die gewerkt hebben in een vergunde kinderopvanglocatie gezinsopvang, kunnen afwijken van de voorwaarde over de module "kennismaken met de gezinsopvang", vermeld in artikel 11 van dit besluit, en van de voorwaarde over de module "werken in de kinderopvang", vermeld in artikel 73, tweede lid, van dit besluit.

Kind en Gezin geeft daarvoor een attest op aanvraag.".

Art. 30.In artikel 66/1 van hetzelfde besluit worden de zinsnede "vermeld in artikel 40, § 1, eerste lid, 4°, en § 2" vervangen door de zinsnede "vermeld in artikel 40, § 2, eerste lid, 3°, en § 3".

Art. 31.In artikel 70 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid, 3°, wordt punt a) tot en met c) vervangen door wat volgt : "a) de circulatieruimte, vermeld in artikel 14, eerste lid, 3° ;b) de minimaal te behalen nettovloeroppervlakte van 3 m² in de leefruimte, vermeld in artikel 16; c) voldoende daglicht als vermeld in artikel 21, 1° ;"; 2° in het eerste lid, 4°, wordt de zinsnede "vermeld in artikel 43, § 2" vervangen door de zinsnede "vermeld in artikel 43, § 3";3° in het eerste lid, 5°, wordt de zinsnede "vermeld in artikel 40, § 1, eerste lid, 6° " vervangen door de zinsnede "vermeld in artikel 40, § 2, eerste lid, 5° ";4° in het eerste lid, 7°, wordt de zinsnede "vermeld in artikel 43, § 1, eerste lid, 5° " vervangen door de zinsnede "vermeld in artikel 43, § 2, eerste lid, 4° ";5° in het zesde lid wordt de zinsnede "vermeld in artikel 40, § 2" vervangen door de zinsnede "vermeld in artikel 40, § 3";6° in het zevende lid wordt de zinsnede "opgenomen in bijlage 7 en 8, die bij dit besluit zijn gevoegd" vervangen door de zinsnede "vermeld in artikel 40, § 2, eerste lid, 2°, of artikel 43, § 2, eerste lid, 2° ".

Art. 32.Artikel 72 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : "

Art. 72.Voor de kinderopvanglocaties, vermeld in artikel 68 en 69 van dit besluit, geldt dat voor de kinderen die al ingeschreven zijn op de datum van de inwerkingtreding van het decreet van 20 april 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/04/2012 pub. 15/06/2012 numac 2012035637 bron vlaamse overheid Decreet houdende de organisatie van kinderopvang van baby's en peuters sluiten, de organisator niet hoeft te voldoen aan de voorwaarde over de schriftelijke overeenkomst, vermeld in artikel 36 van dit besluit.".

Art. 33.In artikel 73, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in punt 3° wordt de zinsnede "en 40, § 1, eerste lid, 6° " vervangen door de zinsnede "en 40, § 2, eerste lid, 5° ";2° in punt 4° wordt de zinsnede "en 43, § 1, eerste lid, 5° " vervangen door de zinsnede "en 43, § 2, eerste lid, 4° ".

Art. 34.Artikel 74 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.

Art. 35.Bijlage 1 bij hetzelfde besluit wordt opgeheven.

Art. 36.In bijlage 2 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het opschrift van bijlage 2 wordt vervangen door wat volgt : "Bijlage 1.Specifieke brandveiligheidsvoorschriften voor groepsopvang als vermeld in artikel 23"; 2° in punt 8.2 worden de woorden "De volgende installaties zijn te controleren" vervangen door de zinsnede "De volgende installaties, als ze in de kinderopvanglocatie aanwezig zijn, zijn te controleren".

Art. 37.Bijlage 3, 4, 5, 6, 7 en 8 bij hetzelfde besluit worden opgeheven.

Art. 38.In hetzelfde besluit wordt het opschrift van bijlage 9 vervangen door wat volgt : "Bijlage 2. Competenties kinderbegeleider baby's en peuters, uitgewerkt per cluster als vermeld in artikel 43". HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Subsidiebesluit van 22 november 2013

Art. 39.In artikel 13 van het Subsidiebesluit van 22 november 2013 wordt het eerste lid vervangen door wat volgt : "Het bedrag, vermeld in artikel 11 en 12, wordt verhoudingsgewijs verminderd voor een gesubsidieerde kinderopvangplaats die geen volledig kalenderjaar toegekend wordt.".

Art. 40.Artikel 16 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : "

Art. 16.De organisator zorgt ervoor dat er minstens evenveel verschillende kinderen opgevangen worden op jaarbasis als het aantal gesubsidieerde plaatsen op het niveau van de subsidiegroep.".

Art. 41.In artikel 17, tweede lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 4 april 2014 en 24 april 2015, wordt punt 2° vervangen door wat volgt : "2° alle kinderopvangprestaties van elke kinderopvanglocatie gezinsopvang uit de subsidiegroep die voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 20 tot en met 36, tellen mee, met uitzondering van de volgende kinderopvangprestaties : a) de kinderopvangprestaties 's nachts;b) de kinderopvangprestaties voor de kinderen die tot het thuismilieu van de kinderbegeleider gezinsopvang behoren, en voor wie de kinderbegeleider de verantwoordelijkheid draagt; c) de kinderopvangprestaties waarvoor de organisator ervoor kiest om niet met het systeem inkomenstarief te werken als vermeld in artikel 27, tweede lid;".

Art. 42.Artikel 27 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 april 2014Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 04/04/2014 pub. 28/08/2014 numac 2014036520 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 november 2013 houdende de vergunningsvoorwaarden en het kwaliteitsbeleid voor gezinsopvang en groepsopvang van baby's en peuters en het besluit van de Vlaamse Regering van 22 november 2013 houdende de subsidies en de eraan gekoppelde voorwaarden voor de realisatie van specifieke dienstverlening door gezinsopvang en groepsopvang van baby's en peuters sluiten, wordt vervangen door wat volgt : "

Art. 27.De organisator werkt met het systeem inkomenstarief, vermeld in artikel 28 tot en met 36, voor alle kinderopvangplaatsen van de kinderopvanglocatie, uitgezonderd voor de kinderen die tot het thuismilieu van de kinderbegeleider gezinsopvang behoren, en voor wie de kinderbegeleider de verantwoordelijkheid draagt.

De organisator kan ervoor kiezen om niet met het systeem inkomenstarief te werken voor : 1° de kinderen die met de kinderbegeleider gezinsopvang of met de partner van de kinderbegeleider gezinsopvang verwant zijn tot en met de vierde graad; 2° de gereserveerde kinderopvangdagen binnen het recht van het gezin op wennen met toepassing van artikel 29/1.".

Art. 43.In titel 3, hoofdstuk 2, afdeling 4, onderafdeling 2, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 4 april 2014 en 24 april 2015, wordt een artikel 29/1 ingevoegd, dat luidt als volgt : "

Art. 29/1.In afwijking van artikel 28 kan de organisator ervoor kiezen dat er niet betaald hoeft te worden voor de gereserveerde kinderopvangdagen binnen het recht van de gezinnen op wennen. De organisator vermeldt die afwijking expliciet in het huishoudelijk reglement en in de schriftelijke overeenkomst.".

Art. 44.Aan artikel 40/7 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 april 2014Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 04/04/2014 pub. 28/08/2014 numac 2014036520 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 november 2013 houdende de vergunningsvoorwaarden en het kwaliteitsbeleid voor gezinsopvang en groepsopvang van baby's en peuters en het besluit van de Vlaamse Regering van 22 november 2013 houdende de subsidies en de eraan gekoppelde voorwaarden voor de realisatie van specifieke dienstverlening door gezinsopvang en groepsopvang van baby's en peuters sluiten, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt : "In afwijking van artikel 17, tweede lid, 2°, tellen alle kinderopvangprestaties mee, met inbegrip van de kinderopvangprestaties 's nachts.". HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het Procedurebesluit van 9 mei 2014

Art. 45.Artikel 4 van het Procedurebesluit van 9 mei 2014 wordt vervangen door wat volgt : "

Art. 4.Kind en Gezin kan bij de beoordeling van de vraag of voldaan is aan de voorwaarden om een vergunning te krijgen, rekening houden met de gegevens die blijken uit het dossier en uit inspectie ter plaatse, alsook met andere elementen die een gegronde indicatie vormen van het gegeven dat de organisator niet aan de voorwaarden voldoet of zal kunnen voldoen.

Als Kind en Gezin het voornemen heeft om de vergunning te weigeren op basis van een gegronde indicatie als vermeld in het eerste lid, wordt de organisator gehoord. De termijn, vermeld in artikel 20, wordt geschorst.".

Art. 46.In artikel 9, 3°, a), van hetzelfde besluit worden de woorden "een positief advies" vervangen door de woorden "een advies infrastructuur".

Art. 47.In titel 2, hoofdstuk 2, van hetzelfde besluit wordt een afdeling 2/1, die bestaat uit een artikel 13/1 en 13/2, ingevoegd, die luidt als volgt : "Afdeling 2/1. - Aanvraag van een vergunning bij wijziging van de organisator Art.13/1. De organisator die op het moment van de aanvraag gelijktijdig een aanvraag indient voor verschillende vergunningen voor dezelfde opvangvorm die overgenomen worden van een andere organisator die de vergunningen wil stopzetten en die in feite niets wijzigt aan de organisatie en aan de personen die instaan voor de organisatie : 1° hoeft de documenten, vermeld in artikel 9 van dit besluit, niet te bezorgen;2° hoeft de reeds toegekende afwijkingen infrastructuur of brandveiligheid niet opnieuw aan te vragen op voorwaarde dat hij de beslissing over de afwijking naleeft;3° hoeft niet te voldoen aan de startvoorwaarde, vermeld in artikel 3 van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013.

Art. 13/2.De organisator die wijzigt van rechtsvorm, maar in feite niets wijzigt aan de organisatie en aan de personen die instaan voor de organisatie : 1° hoeft de documenten, vermeld in artikel 9 van dit besluit, niet te bezorgen;2° hoeft de reeds toegekende afwijkingen infrastructuur, brandveiligheid, of organisatorisch beheer niet opnieuw aan te vragen op voorwaarde dat hij de beslissing over de afwijking naleeft; 3° hoeft niet te voldoen aan de startvoorwaarde, vermeld in artikel 3 van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013.".

Art. 48.In artikel 26 van hetzelfde besluit wordt voor het eerste lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt : "De organisator meldt de exacte startdatum van de kinderopvanglocatie aan Kind en Gezin.".

Art. 49.In artikel 29, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "in een bepaalde kinderopvanglocatie" vervangen door de woorden "in een bepaalde kinderopvanglocatie groepsopvang".

Art. 50.In artikel 30 van hetzelfde besluit wordt een punt 5° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt : "5° /1 als het een volledige stopzetting betreft : de reden van stopzetting en in geval van overname door een andere organisator, de gegevens van de nieuwe organisator;".

Art. 51.In artikel 32 van hetzelfde besluit worden de woorden "de organisator" vervangen door de woorden "de organisator van groepsopvang".

Art. 52.In artikel 33, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt het woord "dagen" vervangen door het woord "kalenderdagen".

Art. 53.In artikel 41 van hetzelfde besluit wordt het derde lid vervangen door wat volgt : "Naast het aanvraagformulier, vermeld in het tweede lid, bezorgt de organisator de volgende documenten : 1° een duidelijk grondplan van de kinderopvanglocatie op schaal 1/50 of 1/100 met minstens de volgende aanduidingen : a) de leefruimtes met alle binnenafmetingen en het aantal kinderen dat er opgevangen zal worden;b) de rustruimtes met alle binnenafmetingen en het aantal kinderen dat er opgevangen zal worden;c) de eventuele andere aanwezige lokalen met vermelding van de functie ervan; 2° een berekening van de nettovloeroppervlakte van de leefruimtes en de rustruimtes, vermeld in artikel 16 van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013.".

Art. 54.In artikel 44 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt : "Naast het aanvraagformulier, vermeld in het eerste lid, bezorgt de organisator de volgende documenten, met de post of elektronisch, die de gegevens, vermeld in het eerste lid, aantonen : 1° een duidelijk grondplan van de kinderopvanglocatie op schaal 1/50 of 1/100 met minstens de volgende aanduidingen : a) de leefruimtes met alle binnenafmetingen en het aantal kinderen dat er opgevangen zal worden;b) de rustruimtes met alle binnenafmetingen en het aantal kinderen dat er opgevangen zal worden;c) de eventuele andere aanwezige lokalen met vermelding van de functie ervan; 2° een berekening van de nettovloeroppervlakte van de leefruimtes en de rustruimtes, vermeld in artikel 16 van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013."; 2° in paragraaf 2 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt : "Naast het aanvraagformulier, vermeld in het eerste lid, bezorgt de organisator minstens de volgende documenten, met de post of elektronisch, die de gegevens, vermeld in het eerste lid, aantonen : 1° een duidelijk grondplan van de kinderopvanglocatie op schaal 1/50 of 1/100 met minstens de volgende aanduidingen : a) de leefruimtes met alle binnenafmetingen en het aantal kinderen dat er opgevangen zal worden;b) de rustruimtes met alle binnenafmetingen en het aantal kinderen dat er opgevangen zal worden;c) de eventuele andere aanwezige lokalen met vermelding van de functie ervan; 2° het verslag van de bevoegde brandweerdienst en, in voorkomend geval, het brandveiligheidsattest, het stappenplan en het advies van de brandweer over dat stappenplan.".

Art. 55.In artikel 48 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid wordt punt 1° vervangen door wat volgt : "1° de identificatiegegevens en de contactgegevens van de persoon voor wie de afwijking aangevraagd wordt;"; 2° in het tweede lid wordt punt 1° vervangen door wat volgt : "1° voor het attest, vermeld in artikel 64, derde lid, van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013 : de documenten die aantonen dat de persoon voor wie het attest geldt, hetzij gedurende de vijf jaar die voorafgaan aan 1 april 2014, drie jaar tewerkgesteld was als kinderbegeleider of verantwoordelijke, hetzij een tewerkstelling kan aantonen met ervaring binnen een kwaliteitsvolle werking;".

Art. 56.In artikel 51 van hetzelfde besluit worden de woorden "aan de persoon voor wie het attest geldt" vervangen door de woorden "aan de organisator of aan de persoon voor wie het attest geldt".

Art. 57.Artikel 52 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : "

Art. 52.Als Kind en Gezin geen beslissing heeft genomen of de aanvrager daarvan niet op de hoogte heeft gebracht binnen de termijnen die van toepassing zijn, wordt het attest van afwijking geacht toegekend te zijn, op voorwaarde dat de aanvrager een ontvangstmelding van Kind en Gezin heeft ontvangen.".

Art. 58.Artikel 54 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : "

Art. 54.Kind en Gezin kan bij de beoordeling van de vraag of voldaan is aan de voorwaarden om een subsidie te krijgen, rekening houden met de gegevens die blijken uit het dossier en uit inspectie ter plaatse, alsook met andere elementen die een gegronde indicatie vormen van het gegeven dat de organisator niet aan de voorwaarden voldoet of zal kunnen voldoen.

Als Kind en Gezin het voornemen heeft om de subsidie te weigeren op basis van een gegronde indicatie als vermeld in het eerste lid, wordt de organisator gehoord. Dat heeft geen schorsing van de termijnen, vermeld in artikel 70, 78 en 101, als gevolg.".

Art. 59.In titel 3, hoofdstuk 3, van hetzelfde besluit wordt een afdeling 1/1, die bestaat uit artikel 62/1, ingevoegd, die luidt als volgt : "Afdeling 1/1. - Subsidiebelofte bij wijziging van de organisator

Art. 62/1.Als de organisator van een kinderopvanglocatie die recht heeft op een subsidiebelofte, stopt, vervalt van rechtswege het recht op die subsidiebelofte. Het recht op een subsidiebelofte kan niet worden verhandeld.".

Art. 60.In artikel 80, tweede lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "op de eerste dag van de maand die volgt op de beslissing van Kind en Gezin" vervangen door de woorden "vanaf de dag van de beslissing van Kind en Gezin, tenzij de subsidiebelofte anders bepaalt".

Art. 61.In artikel 88 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° aan punt 1° wordt een zin toegevoegd, die luidt als volgt : "Dat kan zolang er geen saldoafrekening is, eventueel met terugwerkende kracht voor het afgelopen subsidiejaar;"; 2° in punt 3°, c), worden de woorden "lokaal overleg" telkens vervangen door de woorden "lokaal bestuur".

Art. 62.In artikel 92 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid wordt punt 5° vervangen door wat volgt : "5° de identiteitsgegevens van het kind voor wie de subsidie wordt aangevraagd, waaronder de voor- en achternaam, de geboortedatum en de datum waarop de kinderopvang start.Als er al een kindcode is toegekend voor het kind : de kindcode;"; 2° in het eerste lid wordt punt 6° opgeheven; 3° in het eerste lid wordt punt 7° vervangen door wat volgt : "7° de omschrijving van de specifieke zorg die het kind nodig heeft, met een verwijzing naar artikel 42 van het Subsidiebesluit van 22 november 2013;"; 4° in het tweede lid worden de woorden "over de specifieke zorgbehoefte van het kind" vervangen door de woorden "over de problematiek van het kind".

Art. 63.Artikel 96 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : "

Art. 96.Als de aanvraag onvolledig is, meldt Kind en Gezin dat zo snel mogelijk elektronisch aan de organisator. Vanaf die melding wordt de termijn, vermeld in artikel 95, geschorst voor maximaal dertig kalenderdagen zodat de organisator de aanvraag binnen die termijn kan vervolledigen.". HOOFDSTUK 4. - Slotbepalingen

Art. 64.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 september 2015.

Art. 65.De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 9 oktober 2015.

De minister-president van de Vlaamse Regering, G. BOURGEOIS De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, J. VANDEURZEN

^