Etaamb.openjustice.be
Arrest van 19 oktober 2026
gepubliceerd op 23 oktober 2026

Besluit van de Minister-President van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest tot vaststelling van een geïntegreerd kader van bestuurlijke politiemaatregelen om verstoringen van de openbare orde die verband houden met verdovende middelen te voorkomen en te doen ophouden

bron
brussels hoofdstedelijk gewest
numac
2026007833
pub.
23/10/2026
prom.
19/10/2026
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

19 OKTOBER 2026. - Besluit van de Minister-President van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest tot vaststelling van een geïntegreerd kader van bestuurlijke politiemaatregelen om verstoringen van de openbare orde die verband houden met verdovende middelen te voorkomen en te doen ophouden


De Minister-President van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, Gelet op de Grondwet, artikel 166, § 2;

Gelet op de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse Instellingen, artikel 48, gewijzigd door de bijzondere wet van 6 januari 2014;

Gelet op de wet van 6 maart 1818Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/03/1818 pub. 06/11/2012 numac 2012000631 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet omtrent de straffen tegen de overtreders van algemeene verordeningen uit te spreken of bij provinciale of plaatselijke reglementen vast te stellen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de straffen uit te spreken tegen de overtreders van algemene verordeningen of te stellen bij provinciale of plaatselijke reglementen;

Gelet op de provinciewet, artikel 128;

Gelet op de wet van 26 juli 1971 houdende organisatie van de agglomeraties en de federaties van gemeenten, artikel 4, § 2 quater, 1°, gewijzigd door de wet van 6 januari 2014;

Gelet op de wet van 5 augustus 1992Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/08/1992 pub. 21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten op het politieambt, de artikelen 11, 28, 30 en 34;

Gelet op de artikelen 5 en 12 van het koninklijk besluit van 20 oktober 2015Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 20/10/2015 pub. 30/10/2015 numac 2015011410 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit betreffende het op de markt aanbieden van pyrotechnische artikelen type koninklijk besluit prom. 20/10/2015 pub. 06/11/2015 numac 2015000642 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit betreffende de toekenning van een toelage voor een veiligheids- en samenlevingscontract voor gemeenten die vroeger een veiligheids- en samenlevingscontract hadden in het kader van de implementatie van een lokaal beleid voor veiligheid en preventie voor het jaar 2015 type koninklijk besluit prom. 20/10/2015 pub. 29/10/2015 numac 2015014233 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot wijziging van de Spoorcodex type koninklijk besluit prom. 20/10/2015 pub. 30/10/2015 numac 2015011415 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit houdende maatregelen tot blokkering van de prijzen van geneesmiddelen en gelijkgestelden met toepassing van artikel V.11 van het Wetboek van economisch recht type koninklijk besluit prom. 20/10/2015 pub. 05/11/2015 numac 2015203794 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 17 november 2014, gesloten in het Paritair Subcomité voor de luchtvaartmaatschappijen, betreffende de initiatieven voor het jaar 2015 ten gunste van de tewerkstelling en de opleiding van de risicogroepen sluiten betreffende het op de markt aanbieden van pyrotechnische artikelen, gewijzigd door het koninklijk besluit van 12 juni 2026;

Overwegende het besluit van de Minister-President van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 2 september 2026 tot invoering van een bepaald aantal bestuurlijke politiemaatregelen ter voorkoming van overlast en ter bevordering van het herstel van de openbare orde in de context van de geweldsuitbarstingen die in het gewest worden waargenomen en die verband houden met de trafiek, de verkoop en het gebruik van drugs, gewijzigd door het besluit van de Minister-President van 18 september 2026;

Overwegende artikel 3, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, dat bepaalt dat de ontwerpen van reglementen en besluiten van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering of van het Verenigd College die betrekking hebben op de bevoegdheden van de Brusselse agglomeratie niet aan het advies van de afdeling wetgeving van de Raad van State worden onderworpen;

Overwegende het gemeenschappelijk algemeen politiereglement voor alle negentien Brusselse gemeenten, aangenomen door hun gemeenteraden, overeenkomstig artikel 2, § 4, van de wet van 24 juni 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/06/2013 pub. 01/07/2013 numac 2013000441 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties type wet prom. 24/06/2013 pub. 09/12/2013 numac 2013000764 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties. - Duitse vertaling sluiten betreffende de gemeentelijke administratieve sancties; in het bijzonder artikel 43, punten 5 en 11;

Overwegende dat de strijd tegen de drugshandel en de toename van geweld en overlast die daaruit voortvloeit een gecoördineerd antwoord van de schakels van de Brusselse preventie- en veiligheidsactoren vergt;

Overwegende dat de Gewestelijke Veiligheidsraad (hierna de "GVR") is ingesteld bij artikel 37bis van de wet van 7 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus;

Dat de leden ervan de Minister-President van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, het parket van Brussel, de Hoge ambtenaar, de administratieve en gerechtelijke coördinerende directeurs van de federale politie van Brussel, de voorzitters van de colleges en de korpschefs van de Brusselse politiezones zijn;

Dat de GVR, uitgebreid met alle Brusselse burgemeesters (hierna de "uitgebreide GVR"), op 27 februari 2024 en 11 maart 2024 een Gewestelijke strategie ter bestrijding van de drugshandel en de daarmee gepaard gaande gevolgen voor de veiligheid in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (hierna de "Gewestelijke strategie") heeft goedgekeurd;

Dat de leden van de uitgebreide GVR, door deze Strategie gezamenlijk aan te nemen, een alomvattend en gecoördineerd antwoord willen bieden op deze problematische context, waarbij het mogelijk wordt om, op complementaire wijze en met inachtneming van ieders bevoegdheden, alle uitingen van criminaliteit die verband houden met de handel in, de verkoop en het gebruik van verdovende middelen te bestrijden;

Dat de Gewestelijke strategie ertoe strekt een gecoördineerd optreden te verzekeren van alle actoren die bij preventie en veiligheid betrokken zijn in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;

Dat deze actoren de leden van de uitgebreide GVR, de betrokken gewestelijke, gemeenschaps- en federale overheidsdiensten en het verenigingsleven omvatten;

Dat de Gewestelijke strategie de wil van haar opstellers weerspiegelt om deze problematiek op een globale en flexibele wijze te benaderen, rekening houdend met het daaraan inherente fenomeen van de verplaatsing van criminaliteit van de ene wijk naar de andere;

Dat zij aldus beoogt de verplaatsing van criminele fenomenen te voorkomen en de veiligheid op het gehele gewestelijke grondgebied te waarborgen;

Overwegende dat de opstellers van de Gewestelijke strategie, om deze nauwe samenwerking tot een goed einde te brengen, gezamenlijk een bestuursstructuur op drie niveaus hebben vastgelegd, die zowel een politieke als een strategische en operationele coördinatie mogelijk maakt; 1° Politiek niveau: de uitgebreide GVR, waarop eveneens de Brusselse ministers worden uitgenodigd wier bevoegdheden door de Gewestelijke strategie worden geraakt, met name inzake gezondheid, leefmilieu en mobiliteit, alsook de leidend ambtenaren van de gewestelijke overheidsdiensten die bij de uitvoering ervan betrokken zijn; 2° Strategisch niveau: de gewestelijke veiligheidscel, gecoördineerd door de directeur-generaal van Brussel Preventie & Veiligheid (hierna "safe.brussels"); 3° Operationeel niveau: de Lokale Taskforces die op initiatief van de betrokken burgemeesters op het niveau van hun gemeente worden opgericht; Dat het de bedoeling is de samenwerking tussen de betrokken actoren te vergemakkelijken teneinde de gezamenlijke aanpak te versterken, wat noodzakelijk is om het toenemende geweld en de overlast het hoofd te bieden;

Dat bepaalde acties op gewestelijk niveau zich opdringen om de samenhang van de maatregelen te waarborgen, waarvan de uitvoering een goede samenwerking van de politiediensten en tussen de politiezones vereist;

Overwegende dat, wat de methodologie ervan betreft, drie pijlers de acties structureren die in het kader van de Gewestelijke strategie worden ondernomen, namelijk: 1° De veiligheid;2° De preventie;en 3° Het buurtleven; Overwegende dat de aanneming van een politiebesluit door de minister-president deel uitmaakt van de gecoördineerde aanpak van de onveiligheidsproblematiek door de verschillende overheden die bevoegd zijn inzake bestuurlijke politie;

Dat het optreden van de minister-president derhalve een van de pijlers vormt van de Gewestelijke strategie die de leden van de GVR op 27 februari 2024 en 11 maart 2024 hebben goedgekeurd;

Overwegende de context waarin de noodzaak is ontstaan om gemeenschappelijke bestuurlijke politiemaatregelen vast te leggen op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;

Dat bepaalde van deze maatregelen van toepassing zijn op het gehele gewestelijke grondgebied, terwijl andere geografisch beperkt zijn tot bepaalde wijken die door de betrokken burgemeesters zijn geïdentificeerd en afgebakend (hierna de "hotspots");

Dat deze gemeenschappelijke basis werd vastgelegd in het besluit van 2 april 2024, aangenomen op grond van de bevoegdheden die aan de Minister-President zijn toegekend als gewestelijk orgaan belast met de uitoefening van bepaalde bevoegdheden van de Brusselse Agglomeratie, in het bijzonder die betreffende de handhaving van de openbare orde, en verlengd in het besluit van 2 september 2026;

Overwegende de regelmatige opvolging van de uitvoering van de Gewestelijke Strategie, die plaatsvindt binnen de drie niveaus van de bestuursstructuur;

Dat uit de voortdurende uitwisselingen tussen de minister-president en de betrokken burgemeesters blijkt dat aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn, naast de maatregelen die van toepassing zijn op het gehele gewestelijke grondgebied en de specifieke maatregelen die van toepassing zijn op de hotspots;

Dat alle actoren die bij de Gewestelijke strategie betrokken zijn, wensen dat de ondernomen acties worden voortgezet en dat de voormelde bestuursstructuur behouden blijft zolang op het terrein geen voldoende significante verbeteringen zijn vastgesteld om er de openbare orde te waarborgen;

Dat de problematiek van de drugshandel een duurzaam fenomeen is dat naar zijn aard een voortdurend optreden en een regelmatige aanpassing van de genomen maatregelen vereist;

Dat, hoewel de evaluatie van de uitvoering van de Gewestelijke strategie gebaseerd is op de individuele percepties van vertegenwoordigers van de actoren van de Gewestelijke strategie, de conclusies ervan het mogelijk maken om: 1° Enerzijds, de vaststelling te versterken dat, ondanks de reeds genomen noodzakelijke maatregelen, de problematiek van de drugshandel in Brussel zich verder blijft ontwikkelen, zoals met name blijkt uit de toename van het aantal problematische gebruikers, de heropleving van gewelddadige feiten, in het bijzonder die welke met vuurwapens worden gepleegd, ook tegen de politie- en hulpdiensten, het aanpassingsvermogen van de criminele organisaties en hun vermogen om over een onbeperkt vernieuwbare pool van arbeidskrachten te beschikken;2° Anderzijds, de behoeften van de actoren op het terrein in kaart te brengen, waaronder met name de noodzaak om de bestuurlijke aanpak van deze problematiek verder uit te bouwen, hetgeen op zijn minst inhoudt dat de momenteel voorgeschreven bestuurlijke politiemaatregelen worden gehandhaafd en, desgevallend, worden aangevuld, teneinde de bevoegde burgemeesters als bestuurlijke actoren te versterken en hun een duidelijk en coherent kader te bieden voor de toepassing ervan, afgestemd op de concrete situatie op het terrein; Overwegende dat de benoemde vaststellingen worden gestaafd door gegevens die in het bezit zijn van de betrokken actoren van het terrein;

Dat de vaststellingen die voortvloeien uit zowel de meldingen van de politiezones bevestigen dat het vuurwapengeweld zich in 2026 op een bijzonder hoog niveau blijft handhaven op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;

Dat deze recente gegevens, die betrekking hebben op de periode van 1 januari tot en met 30 september 2026, melding maken van vier-en-zeventig schietincidenten in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, waarbij dertig personen het slachtoffer werden, van wie twee dodelijk werden getroffen en acht-en-twintig gewond raakten;

Dat de overgrote meerderheid van deze schietincidenten, namelijk minstens vier-en-vijftig ervan (ongeveer 73 %), verband houdt met de drugshandel;

Dat deze vaststellingen worden bevestigd door de sinds 2022 vastgestelde evolutie, waarbij het aantal geregistreerde schietincidenten is gestegen van zes-en-vijftig in 2022 tot twee-en-zestig in 2023, vervolgens tot twee-en-negentig in 2024 en honderdeen in 2025, terwijl het aandeel van de feiten die verband houden met de drugshandel zich naargelang het jaar heeft gehandhaafd tussen 64 % en 76 %;

Dat de drugshandel toeneemt in de vorm van ernstige verstoringen van de openbare orde;

Dat uit de hierboven uiteengezette gegevens blijkt dat deze verstoringen zich in 2026 op een bijzonder hoog niveau handhaven;

Dat deze verstoringen bijgevolg niet kunnen worden beschouwd als voorbije of voorbijgaande fenomenen;

Dat de actualiteit, de persistentie en de ernst van het gevaar het behoud en de versterking van de bestuurlijke politiemaatregelen verantwoorden;

Overwegende derhalve dat zowel de regelmatige opvolging van de Gewestelijke strategie en de evaluatie ervan als de voormelde cijfergegevens de noodzaak aantonen om de bestuurlijke politiemaatregelen te handhaven en, in voorkomend geval, aan te vullen;

Overwegende dat uit het voorgaande blijkt dat de eerder genomen maatregelen, en met name die van 2 september 2026, moeten worden gehandhaafd;

Dat deze evenwel niet volstaan om de openbare orde op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest te herstellen;

Dat het nemen van aanvullende maatregelen op lokaal niveau zich opdringt;

Dat de situatie immers aanzienlijk verschilt van gemeente tot gemeente, maar ook van hotspot tot hotspot, zodat een uniforme aanpak niet geschikt is;

Dat het subsidiariteitsbeginsel de grondslag vormt van de bevoegdheidsverdeling tussen de overheden van bestuurlijke politie;

Dat de burgemeesters, gelet op hun kennis van de lokale realiteit en van de omstandigheden eigen aan hun gemeenten, a priori het best geplaatst blijven om te beoordelen welke maatregelen moeten worden genomen ter bescherming van de openbare orde;

Dat het voormelde subsidiariteitsbeginsel vereist dat de Minister-President slechts maatregelen neemt voor zover de verstoringen van de openbare orde zich uitstrekken over het grondgebied van meerdere gemeenten, of wanneer, hoewel de gebeurtenis of de situatie in één enkele gemeente gelokaliseerd is, het algemeen belang dit vereist;

Dat dit besluit drie niveaus van bestuurlijke politiemaatregelen onderscheidt: - Eerste niveau dat van rechtswege van toepassing is op het gehele gewestelijke grondgebied (hoofdstuk I); - Tweede niveau dat van rechtswege van toepassing is in alle hotspots (hoofdstuk II); - Derde niveau dat aanvullend van toepassing kan zijn in een hotspot of een deel daarvan (hoofdstuk III);

Overwegende dat bepaalde fenomenen die verband houden met de drugshandel zich uitstrekken over het grondgebied van meerdere gemeenten;

Dat de op gewestelijk niveau beschikbare cijfergegevens -met name die betreffende de schietincidenten, hun verband met de drugshandel en de gebruikte vluchtmiddelen- de noodzaak bevestigen om bepaalde maatregelen te nemen die nu eens van toepassing zijn op het gehele gewestelijke grondgebied, dan weer op alle hotspots;

Dat deze maatregelen op gewestelijk niveau worden genomen teneinde de samenhang van het overheidsoptreden te waarborgen en te vermijden dat verschillen tussen gemeenten afbreuk doen aan de doeltreffendheid ervan;

Overwegende dat bepaalde wijken van het gewestelijke grondgebied in het bijzonder worden getroffen door de drugshandel, door het daarmee verbonden geweld of door de daaruit voortvloeiende verstoringen van de openbare orde;

Dat het bijgevolg aangewezen is voor deze wijken een gemeenschappelijke basis van bestuurlijke politiemaatregelen vast te stellen die van rechtswege van toepassing is zodra een dergelijke wijk in het kader van de Gewestelijke Strategie als hotspot wordt aangeduid;

Dat deze gemeenschappelijke basis ertoe strekt een minimaal en coherent beschermingsniveau te waarborgen in alle hotspots;

Overwegende dat het nemen van maatregelen die de individuele vrijheden ingrijpender beperken slechts kan worden verantwoord in het licht van de omstandigheden eigen aan elke hotspot, die aanzienlijk kunnen verschillen van wijk tot wijk;

Dat de verantwoording van dergelijke maatregelen een nauwkeurige analyse van de lokale situatie vereist, waarbij met name rekening wordt gehouden met de aard van de vastgestelde feiten, hun frequentie, de tijdstippen waarop zij zich voordoen, de configuratie van de betrokken plaatsen, de concentratie van de bevolking en de impact van de beoogde maatregelen op de legitieme economische activiteiten;

Dat de bevoegde lokale overheden van bestuurlijke politie a priori het best geplaatst zijn om over deze informatie te beschikken, deze te beoordelen en te bepalen welke maatregelen zich opdringen;

Dat elke hotspot bovendien eigen kenmerken vertoont die niet toelaten om maatregelen die verder gaan dan de gemeenschappelijke basis op uniforme wijze aan alle hotspots op te leggen;

Dat artikel 11 van de wet van 5 augustus 1992Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/08/1992 pub. 21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten op het politieambt voorziet in een subsidiair optreden van de hogere overheid wanneer de gemeentelijke overheden nalaten de maatregelen te nemen die noodzakelijk zijn voor de handhaving of het herstel van de openbare orde, wanneer de verstoringen van de openbare orde zich uitstrekken over het grondgebied van meerdere gemeenten of wanneer het algemeen belang dit vereist;

Dat overleg en samenwerking met de betrokken burgemeesters daarbij de regel blijven, waarbij het doel erin bestaat om, in de mate van het mogelijke, de voorkeur te geven aan overlegde en gecoördineerde antwoorden op de verstoringen van de openbare orde;

Overwegende dat de algemene bestuurlijke politie erop gericht is verstoringen van de openbare orde te voorkomen en te beëindigen;

Overwegende dat de Raad van State in zijn arrest nr. 241.671 van 30 mei 2018 benadrukt dat: "toute loi de police administrative habilite les autorités compétentes à prendre des mesures préventives tendant à éviter des troubles à l'ordre public avant qu'ils ne surviennent" en dat "l'autorité dispose à cet égard d'un large pouvoir d'appréciation et peut prendre en compte toute situation potentiellement dangereuse et tout risque, même faible, pour la sécurité publique";

Overwegende dat elke bestuurlijke politiemaatregel die afbreuk kan doen aan de fundamentele rechten en vrijheden het evenredigheidsbeginsel moet eerbiedigen, hetgeen inhoudt dat de doelstelling van handhaving of herstel van de openbare orde, met inbegrip van de openbare veiligheid en de fysieke integriteit van personen, moet worden afgewogen tegen de fundamentele rechten en vrijheden die kunnen worden geraakt, met name de vrijheid van handel, de vrijheid van verkeer en het recht op eerbiediging van het privéleven;

Dat de maatregel een duidelijk omschreven en legitiem doel moet nastreven, noodzakelijk moet zijn voor de verwezenlijking ervan en geschikt moet zijn om dat doel te bereiken;

Dat er geen maatregel mag bestaan die de fundamentele rechten en vrijheden minder aantast en waarmee het nagestreefde doel met een vergelijkbare doeltreffendheid kan worden bereikt;

Dat elk van de bij dit besluit bepaalde maatregelen aan een dergelijk onderzoek wordt onderworpen;

Overwegende dat steeds vaker wordt waargenomen dat pyrotechnische artikelen op oneigenlijke en gevaarlijke wijze worden gebruikt voor doeleinden van stedelijk geweld, waarbij met name politiediensten en noodhulpdiensten, maar ook gebouwen, voertuigen en burgers tot doelwit worden genomen;

Dat het gebruik van pyrotechnische artikelen een ernstige aantasting van de openbare veiligheid vormt;

Dat dit zich in het bijzonder voordoet tijdens de eindejaarsfeesten, met inbegrip van oudejaarsnacht, tijdens welke het gebruik van pyrotechnische artikelen de hulpdiensten ertoe dwingt zich bij interventies te laten begeleiden door politiediensten;

Overwegende dat het verbod op het bezit en het vervoer van pyrotechnische artikelen een van de weinige doeltreffende middelen is om de agressie tegen de veiligheids- en hulpdiensten te beperken die wordt gepleegd met dergelijke artikelen die van hun normale gebruik zijn afgewend;

Dat deze feiten niet alleen de fysieke en morele integriteit van de personeelsleden ernstig kunnen schaden, maar ook de interventietermijnen aanzienlijk kunnen vertragen, waardoor anderen in gevaar worden gebracht;

Dat, in de context van de verkoop van en de handel in verdovende middelen, gelet op de ervaring van de politie op het terrein, deze gedragingen een uiting vormen van de betwisting van het openbaar gezag, of erger nog, van de wil om parallel een andere vorm van gezag te vestigen;

Dat het daarom aangewezen is bestuurlijke politiemaatregelen te nemen die ertoe strekken elke handeling ter voorbereiding van het aansteken, het bezit, het vervoer, het tentoonstellen en de verkoop van bepaalde categorieën van pyrotechnische artikelen te verbieden;

Overwegende dat het koninklijk besluit van 12 juni 2026 tot wijziging van het koninklijk besluit van 23 september 1958 houdende algemeen reglement betreffende het fabriceren, opslaan, onder zich houden, verkopen, vervoeren en gebruiken van springstoffen en van het koninklijk besluit van 20 oktober 2015Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 20/10/2015 pub. 30/10/2015 numac 2015011410 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit betreffende het op de markt aanbieden van pyrotechnische artikelen type koninklijk besluit prom. 20/10/2015 pub. 06/11/2015 numac 2015000642 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit betreffende de toekenning van een toelage voor een veiligheids- en samenlevingscontract voor gemeenten die vroeger een veiligheids- en samenlevingscontract hadden in het kader van de implementatie van een lokaal beleid voor veiligheid en preventie voor het jaar 2015 type koninklijk besluit prom. 20/10/2015 pub. 29/10/2015 numac 2015014233 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot wijziging van de Spoorcodex type koninklijk besluit prom. 20/10/2015 pub. 30/10/2015 numac 2015011415 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit houdende maatregelen tot blokkering van de prijzen van geneesmiddelen en gelijkgestelden met toepassing van artikel V.11 van het Wetboek van economisch recht type koninklijk besluit prom. 20/10/2015 pub. 05/11/2015 numac 2015203794 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 17 november 2014, gesloten in het Paritair Subcomité voor de luchtvaartmaatschappijen, betreffende de initiatieven voor het jaar 2015 ten gunste van de tewerkstelling en de opleiding van de risicogroepen sluiten betreffende het op de markt aanbieden van pyrotechnische artikelen een verbod invoert op de verkoop en het bezit van bepaalde categorieën pyrotechnisch materiaal die in het politiebesluit van 2 maart 2026 waren opgenomen, namelijk categorie T1 en bepaalde subcategorieën van categorie P1;

Dat aldus, indien "de verkoop en het bezit van artikelen van categorie F3 in België reeds verboden waren voor het grote publiek", voortaan ook de verkoop en het bezit van "categorie T1 en bepaalde subcategorieën van categorie P1 voor het grote publiek" verboden zijn (cf. het verslag aan de Koning bij voornoemd koninklijk besluit van 12 juni 2026);

Dat deze nieuwe verbodsbepalingen tot doel hebben "artikelen aan te pakken die vaak oneigenlijk worden gebruikt tijdens rellen, met name voor vandalisme, brandstichting en aanvallen op de ordediensten. Het gaat in het bijzonder om fakkels, Bengaals vuur, pyrotechnische rookgeneratoren en voetzoekers waarvan de explosieve lading groter is dan wat redelijkerwijs aanvaardbaar is voor privégebruik. Gelet op het voorgaande zijn deze verbodsbepalingen evenredig aan de doelstelling van de openbare veiligheid en de veiligheid van de gebruikers" (idem);

Dat wat betreft de categorieën die niet onder de federale wetgeving vallen en betrekking hebben op het grote publiek (F2 en de desbetreffende subcategorieën van categorie P1), met uitzondering van categorie F1 (namelijk "vuurwerk dat zeer weinig gevaar en een te verwaarlozen geluidsniveau oplevert en bestemd is voor gebruik in een besloten ruimte, inclusief vuurwerk dat bestemd is voor gebruik binnenshuis waar de veiligheidsrisico's zeer gering zijn", zie artikel 5 van het voornoemde koninklijk besluit van 20 oktober 2015Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 20/10/2015 pub. 30/10/2015 numac 2015011410 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit betreffende het op de markt aanbieden van pyrotechnische artikelen type koninklijk besluit prom. 20/10/2015 pub. 06/11/2015 numac 2015000642 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit betreffende de toekenning van een toelage voor een veiligheids- en samenlevingscontract voor gemeenten die vroeger een veiligheids- en samenlevingscontract hadden in het kader van de implementatie van een lokaal beleid voor veiligheid en preventie voor het jaar 2015 type koninklijk besluit prom. 20/10/2015 pub. 29/10/2015 numac 2015014233 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot wijziging van de Spoorcodex type koninklijk besluit prom. 20/10/2015 pub. 30/10/2015 numac 2015011415 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit houdende maatregelen tot blokkering van de prijzen van geneesmiddelen en gelijkgestelden met toepassing van artikel V.11 van het Wetboek van economisch recht type koninklijk besluit prom. 20/10/2015 pub. 05/11/2015 numac 2015203794 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 17 november 2014, gesloten in het Paritair Subcomité voor de luchtvaartmaatschappijen, betreffende de initiatieven voor het jaar 2015 ten gunste van de tewerkstelling en de opleiding van de risicogroepen sluiten), het evenwel aangewezen is om met name de verbodsbepalingen inzake verkoop en bezit te handhaven;

Dat de redenen die aan de vaststelling van de federale wetgeving ten grondslag liggen, weliswaar gerechtvaardigd zijn in het kader van blijvende bepalingen, maar dat de specifieke context van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, gelet op de hierboven uiteengezette elementen, aanleiding geeft tot het nemen van strengere maatregelen met het oog op de handhaving van de openbare veiligheid;

Dat de door de federale wetgeving voorgeschreven bijzondere bestuurlijke politiemaatregelen in casu niet volstaan om het risico op aantasting van de algemene openbare orde voldoende het hoofd te bieden;

Dat een cumulatie van algemene en bijzondere bestuurlijke politie is toegestaan wanneer het beroep op de algemene bestuurlijke politie, aanvullend, gerechtvaardigd is "par la nécessité de sauvegarder un aspect de l'ordre public général que la police spéciale en question ne permet pas de garantir" (zie arrest nr. 215.982 van de Raad van State van 25 oktober 2011);

Dat het bijgevolg aangewezen is om op het gewestelijk grondgebied opnieuw verbodsbepalingen op te leggen die gericht zijn op bepaalde categorieën pyrotechnisch materiaal (cf. supra), met uitzondering van categorie F1, die een zeer gering risico voor de veiligheid vormt en waarvoor geen verbod op verkoop of bezit kan worden opgelegd krachtens artikel 4.2 van Richtlijn 2013/29/EU;

Overwegende voorts artikel 43, punt 5, van het algemeen politiereglement, gemeenschappelijk voor de negentien Brusselse gemeenten, dat reeds verbiedt om, behoudens toestemming van de bevoegde overheid, "vuurwerk en voetzoekers te gebruiken" in de openbare ruimte, op voor het publiek toegankelijke plaatsen en op privéterreinen;

Overwegende dat de maatregelen inzake pyrotechnische artikelen aldus voldoen aan de voorwaarden van legitimiteit, noodzakelijkheid en evenredigheid, aangezien zij een legitiem doel nastreven, namelijk de handhaving van de openbare orde en de openbare veiligheid, in het bijzonder het voorkomen van geweld gepleegd met pyrotechnische artikelen en de bescherming van de veiligheids- en hulpdiensten en van de bevolking;

Dat de voormelde federale voorschriften niet volstaan om dat doel te bereiken;

Dat het verbod beperkt blijft tot de categorieën pyrotechnische artikelen die aanleiding geven tot de vastgestelde risico's, waarbij de artikelen van categorie F1 ervan zijn uitgesloten;

Dat er geen maatregelen bestaan die de fundamentele vrijheden minder aantasten om dat doel te bereiken;

Overwegende artikel 6, § 7, van de wet van 24 januari 1977Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/01/1977 pub. 28/03/2023 numac 2023040887 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van de gezondheid van de verbruikers op het stuk van de voedingsmiddelen en andere produkten. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de bescherming van de gezondheid van de gebruikers op het stuk van de voedingsmiddelen en andere produkten, dat de verkoop van distikstofmonoxidepatronen aan minderjarigen verbiedt en de verkoper verplicht de leeftijd te verifiëren van kopers die jonger dan vijfentwintig jaar lijken;

Overwegende artikel 1 van het koninklijk besluit van 11 maart 2024Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 11/03/2024 pub. 29/03/2024 numac 2024002967 bron federale overheidsdienst financien, federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit betreffende het oneigenlijk gebruik van distikstofmonoxide sluiten betreffende het oneigenlijke gebruik van distikstofmonoxide, dat het oneigenlijke gebruik van distikstofmonoxide verbiedt, behalve wanneer het plaatsvindt voor legitieme medische, technische of voedingsdoeleinden;

Dat de federale voorschriften hoofdzakelijk de bescherming van de volksgezondheid beogen;

Overwegende artikel 43, punt 11, van het algemeen politiereglement, gemeenschappelijk voor de negentien Brusselse gemeenten, dat in de openbare ruimte, op voor het publiek toegankelijke plaatsen en op privéterreinen verbiedt om "bepaalde gevaarlijke stoffen zoals lachgas voor recreatieve doeleinden [te] gebruiken", behoudens toestemming van de bevoegde overheid;

Dat de actoren op het terrein, en in het bijzonder Net Brussel en de lokale overheden, aandringen op een striktere controle van het op de markt brengen van distikstofmonoxide, ongeacht de verpakking ervan, met name in de vorm van patronen, flessen of capsules;

Overwegende dat het recreatieve gebruik van distikstofmonoxide velerlei overlast voor de openbare orde veroorzaakt : Dat achtergelaten verpakkingen afbreuk doen aan de netheid van de openbare ruimte en dat de inzameling en verwerking ervan risico's inhouden voor de personeelsleden en voor de afvalverwerkingsinstallaties;

Dat het gebruik ervan, met name in combinatie met alcohol, storend of gevaarlijk gedrag kan uitlokken dat de openbare rust en veiligheid aantast;

Overwegende dat de maatregelen inzake distikstofmonoxide voldoen aan de voorwaarden van legitimiteit, noodzakelijkheid en evenredigheid, aangezien zij een legitiem doel nastreven, namelijk de handhaving van de openbare orde, in het bijzonder het voorkomen van aantastingen van de openbare netheid, rust, veiligheid en gezondheid die voortvloeien uit het oneigenlijke gebruik ervan;

Dat de voormelde federale en gemeentelijke voorschriften niet volstaan om dat doel te bereiken, aangezien zij niet toelaten alle overlast te voorkomen die verband houdt met het ter beschikking stellen en het oneigenlijke gebruik van distikstofmonoxide;

Dat het verbod beperkt blijft tot het ter beschikking stellen van distikstofmonoxide dat een oneigenlijk gebruik ervan mogelijk kan maken, waarbij legitiem medisch, technisch en voedingsgebruik ervan is uitgesloten;

Dat er geen maatregelen bestaan die de fundamentele rechten en vrijheden minder aantasten en waarmee dat doel met een vergelijkbare doeltreffendheid kan worden bereikt;

Overwegende dat dit besluit voorziet in een gemeenschappelijke basis van bestuurlijke politiemaatregelen die van toepassing is in bepaalde wijken, hotspots genoemd, waarin de bedreigingen voor en de verstoringen van de openbare orde bijzonder geconcentreerd zijn;

Dat deze wijken door de betrokken burgemeesters worden aangeduid op basis van objectieve vaststellingen van de politiediensten die toelaten te besluiten tot de noodzaak van een versterkte bestuurlijke aanpak om er de openbare veiligheid te herstellen;

Dat de bevoegde gemeentelijke overheden het best geplaatst zijn om de precieze perimeter van deze hotspots vast te stellen;

Overwegende dat de betrokken burgemeester, volgens de procedure bepaald in artikel 4 van dit besluit, kan verzoeken om een wijk aan de lijst van hotspots toe te voegen, te behouden of eruit te schrappen;

Dat een dergelijk verzoek steunt op een periodieke analyse van de objectieve gegevens waarover de bevoegde gemeentelijke overheden beschikken, waaruit, naargelang het gaat om een verzoek tot toevoeging of tot schrapping, al dan niet de noodzaak blijkt van passende bestuurlijke politiemaatregelen om manifeste en ernstige verstoringen van de openbare orde te voorkomen of te doen ophouden;

Dat, om de voorzienbaarheid van de maatregelen voor de burgers, de politiediensten en de operatoren te waarborgen, het besluit de wijze van bekendmaking van de namen van de hotspots vastlegt en voorziet in een gecentraliseerde bekendmaking;

Dat de kennis van de perimeter van de hotspots door de burgers, de operatoren en de diensten belast met de toepassing van dit besluit een noodzakelijke voorwaarde vormt voor de tegenwerpelijkheid van de maatregelen die eraan verbonden zijn;

Overwegende dat de gemeenschappelijke basis van maatregelen die van toepassing is in de hotspots een legitiem doel nastreeft, namelijk het herstel van de openbare orde in de wijken waar de verstoringen het sterkst geconcentreerd zijn;

Dat de maatregelen die reeds van toepassing zijn op het gehele gewestelijke grondgebied niet volstaan om deze geconcentreerde verstoringen het hoofd te bieden;

Dat de maatregelen van de gemeenschappelijke basis geschikt zijn om bij te dragen tot de verwezenlijking van dat doel, aangezien zij gericht zijn op de gedragingen en de middelen die de drugshandel in deze wijken in stand houden;

Dat de beperkingen die zij meebrengen niet onevenredig zijn ten aanzien van dat doel, aangezien zij beperkt blijven tot de hotspots, aan een periodieke herevaluatie worden onderworpen en bijgevolg in de tijd beperkt zijn;

Overwegende dat steps een vaak gebruikte modus operandi zijn geworden bij de verkoop van en de handel in verdovende middelen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;

Dat deze vaststelling wordt gedeeld door de leden van de GVR, met inbegrip van de procureur des Konings van Brussel in een brief van 4 november 2025 aan de leden ervan;

Dat hij daarin preciseert dat "il s'agit d'un moyen rapide pour se déplacer et d'échapper aux forces de l'ordre avec aisance. Pour mon parquet, l'usage de ces engins rend plus complexe la résolution des faits dans la mesure où il est beaucoup plus facile de faire disparaître une trottinette qu'un véhicule immatriculé. Il est également plus aisé pour l'auteur lui-même de disparaître, de dissimuler l'engin ce qui nous prive de traces exploitables. Il n'est donc pas étonnant que le crime organisé y ait recours par priorité.";

Dat werd vastgesteld dat een bijzonder aanzienlijk aandeel van de schietpartijen op het grondgebied van de agglomeratie het gebruik van een elektrische step omvat;

Dat voor de periode van 1 januari 2025 tot en met 30 september 2026 in totaal 175 schietpartijen werden geregistreerd op het grondgebied van de agglomeratie, waarvan 125 verband hielden met de handel in verdovende middelen, en dat bij 56 van deze feiten (waarvan 27 sinds 2026) een elektrische step werd gebruikt, zijnde ongeveer 45 % van de schietpartijen die verband hielden met verdovende middelen, hetgeen wijst op een recurrent gebruik van dit vervoermiddel voor criminele doeleinden, met name voor het plegen van de feiten of de vlucht van de daders ervan; Dat uit de op het terrein ingewonnen informatie blijkt dat de configuratie en de wendbaarheid van elektrische steps hun bestuurder toelaten zich te verplaatsen en tegelijk een automatisch vuurwapen, in casu een machinegeweer, te gebruiken;

Dat het, gelet op het recurrente gebruik van elektrische steps in het kader van het geweld dat verband houdt met de drugshandel, aangewezen is het rijden met en het stallen van alle elektrische steps, zowel deelsteps als privésteps, op het grondgebied van de hotspots te verbieden;

Overwegende dat de maatregelen inzake elektrische steps een legitiem doel van handhaving van de openbare orde nastreven, in het bijzonder het voorkomen van geweld dat verband houdt met de drugshandel;

Dat, gelet op de hierboven uiteengezette elementen, de bestaande maatregelen niet volstaan om het recurrente gebruik van elektrische steps in het kader van dit geweld te voorkomen;

Dat het voorziene verbod noodzakelijk en geschikt is in het licht van dit doel, aangezien het gericht is op een verplaatsingsmiddel dat regelmatig wordt gebruikt voor het plegen van deze feiten en voor de vlucht van de daders;

Dat er geen minder ingrijpende maatregel bestaat waarmee dit doel met een vergelijkbare doeltreffendheid kan worden bereikt, aangezien de maatregel beperkt blijft tot de hotspots, aan een periodieke herevaluatie wordt onderworpen en bijgevolg in de tijd beperkt is;

Overwegende vervolgens, wat de verbodsbepalingen inzake de verkoop en de consumptie van alcoholische dranken betreft, dat er een verband bestaat tussen de consumptie van alcohol en, enerzijds, die van verdovende middelen en, anderzijds, het overgaan tot gewelddadige handelingen en overlast;

Dat dit verband wordt geobjectiveerd, enerzijds door gegevens afkomstig van de politiediensten en anderzijds door studies en statistische gegevens, met name het "Europees Drugsrapport 2025" van het Drugsagentschap van de Europese Unie, alsook het onderzoeksrapport "Crackgebruik in de openbare ruimte van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest", mede opgesteld door safe.brussels, de Universiteit Gent en het Instituut voor Sociaal Drugsonderzoek;

Dat alcoholconsumptie in de openbare ruimte, in voorkomend geval in combinatie met het gebruik van verdovende middelen, bijdraagt tot het versterken van het onveiligheidsgevoel bij de bevolking, en dit in het bijzonder in de wijken waar feiten worden gepleegd die verband houden met de drugshandel;

Dat alcoholconsumptie in de openbare ruimte bijgevolg een aanzienlijke verstoring van de openbare orde kan veroorzaken;

Dat het onveiligheidsgevoel bij de bevolking wordt geobjectiveerd, met name door het jaarverslag van de directie Observatory van safe.brussels, waarin te lezen staat dat "overlast door alcohol- en/of druggebruik een probleem is voor 41% van de Brusselaars";

Overwegende dat de maatregelen inzake de verkoop en de consumptie van alcoholische dranken een legitiem doel van handhaving van de openbare orde nastreven, in het bijzonder het voorkomen van het geweld, de overlast en de verstoringen van de openbare orde die in de hotspots worden vastgesteld;

Dat, gelet op de hierboven uiteengezette elementen, de reeds genomen maatregelen niet volstaan om deze verstoringen op afdoende wijze te voorkomen;

Dat de voorziene verbodsbepalingen noodzakelijk en geschikt zijn in het licht van dit doel, aangezien zij ertoe strekken een factor te beperken die tot deze verstoringen bijdraagt;

Dat er geen minder ingrijpende maatregelen bestaan waarmee dit doel met een vergelijkbare doeltreffendheid kan worden bereikt, aangezien de maatregelen beperkt blijven tot de hotspots, aan een periodieke herevaluatie worden onderworpen en bijgevolg in de tijd beperkt zijn, en de bevoegde gemeentelijke overheden afwijkingen kunnen toestaan wanneer de omstandigheden dit verantwoorden;

Overwegende dat het gedrag van personen die op zoek zijn naar drugs eveneens problematisch is en op bepaalde plaatsen bijdraagt tot het in stand houden van de aanwezigheid van drugsverkopers, hetgeen de vorming van samenscholingen bevordert en voorwaarden creëert die bevorderlijk zijn voor het ontstaan van geweld en verstoringen van de openbare orde;

Dat dit soort gedrag zich met name manifesteert via het zogenaamde "drive-infenomeen", waarbij kopers van drugs zich naar de hotspots begeven op zoek naar verkopers, zonder er evenwel te blijven, hetgeen uiteindelijk bijdraagt aan het in stand houden van een drugshandel in deze wijken die, zoals hierboven uiteengezet, aanleiding geeft tot verstoringen van de openbare orde;

Dat de maatregel ertoe strekt bepaalde verdachte gedragingen in verband met het zoeken naar drugs te verbieden, namelijk het zich bevinden in de openbare ruimte of in de onmiddellijke omgeving ervan met als enig doel drugs te kopen, het veroorzaken van overlast in het kader van het zoeken naar drugs, en het uitwisselen van geld op straat met als enig doel drugs te kopen;

Overwegende dat de maatregelen betreffende het verbod op bepaalde verdachte gedragingen een legitiem doel nastreven van handhaving van de openbare orde, in het bijzonder de voorkoming van geweld, overlast en verstoringen van de openbare orde die verband houden met de handel in verdovende middelen in de hotspots;

Dat, gelet op de supra uiteengezette elementen, de reeds genomen maatregelen niet volstaan om deze verstoringen op afdoende wijze te voorkomen;

Dat de voorziene verbodsbepalingen noodzakelijk zijn en aangepast zijn aan deze doelstelling, aangezien zij ertoe strekken de vraag naar illegale verdovende middelen in de betrokken wijken te beperken en daardoor de omstandigheden te verminderen die bijdragen tot het in stand houden van de drugshandel en tot het ontstaan van geweld en bedreigingen voor de openbare orde;

Dat er geen minder ingrijpende maatregelen bestaan waarmee deze doelstelling met vergelijkbare doeltreffendheid kan worden bereikt, aangezien de maatregel beperkt is tot de hotspots, onderworpen is aan een periodieke herevaluatie en bijgevolg in de tijd beperkt is;

Overwegende bovendien dat de machtigingen die aan de politiediensten werden verleend om, in het kader van de uitoefening van hun opdrachten, de maatregelen toe te passen waarin de wet van 5 augustus 1992Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/08/1992 pub. 21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten op het politieambt voorziet, met name identiteitscontroles, bestuurlijke inbeslagnemingen en veiligheidsfouilleringen, dienen te worden behouden;

Dat de hotspots plaatsen zijn waar de openbare orde wordt bedreigd in de zin van artikel 28, § 1, 4°, van de voormelde wet van 5 augustus 1992Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/08/1992 pub. 21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten op het politieambt;

Dat volgens de politiediensten deze maatregelen enerzijds hun handelingsvermogen versterken om de openbare orde in de betrokken wijken te handhaven, in het bijzonder in de context van de handel in verdovende middelen, en anderzijds toelaten de toe-eigening van de openbare ruimte door personen die deelnemen aan de handel in verdovende middelen, ongeacht of zij verkopers dan wel kopers zijn, tegen te gaan;

Overwegende dat uit de voortdurende uitwisselingen in het kader van de Gewestelijke Strategie blijkt dat bepaalde hotspots maatregelen vereisen die verder gaan dan de gemeenschappelijke basis;

Overwegende dat de burgemeesters reeds beschikken over ruime bevoegdheden inzake bestuurlijke politie, inzonderheid krachtens de artikelen 119, 133, 134, 134quater, 134sexies en 135, § 2, van de Nieuwe Gemeentewet;

Dat zij krachtens deze bepalingen belast zijn met de handhaving van de openbare orde, met inbegrip van de openbare veiligheid, rust en gezondheid, en bevoegd zijn om de noodzakelijke maatregelen te nemen om verstoringen van de openbare orde te voorkomen, te doen ophouden of de gevolgen ervan te beperken;

Dat de bestrijding van de verstoringen van de openbare orde die verband houden met de drugshandel en het daarmee gepaard gaande geweld bijgevolg in de eerste plaats onder de verantwoordelijkheid van de bevoegde burgemeester valt, voor zover deze verstoringen zich voordoen op het grondgebied van zijn gemeente, onverminderd de dimensie van bepaalde fenomenen die het gemeentelijk niveau overstijgen en die, zoals hierboven uiteengezet, een optreden van de Minister-President verantwoorden ;

Dat dit besluit ertoe strekt de contouren van het subsidiariteitsbeginsel te verduidelijken met betrekking tot de aanvullende maatregelen die zij kunnen nemen;

Dat deze maatregelen het voorwerp moeten uitmaken van een afzonderlijke en uitdrukkelijk gemotiveerde politieverordening die steunt op objectieve en actuele feitelijke gegevens;

Overwegende dat de gemeentelijke overheden, gelet op hun kennis van de lokale realiteit en van de eigen kenmerken van elke hotspot, het best geplaatst zijn om te bepalen welke aanvullende maatregelen bovenop de gemeenschappelijke basis noodzakelijk zijn voor het geheel of een deel van het grondgebied van een hotspot die op het grondgebied van hun gemeente is geïdentificeerd;

Overwegende dat dit besluit het kader vastlegt voor situaties die een versterkte respons vereisen, bovenop de maatregelen die van rechtswege van toepassing zijn op de hotspots;

Dat deze beoordeling gebeurt op grond van objectieve, actuele en lokale gegevens, waarbij onder meer de volgende factoren in aanmerking worden genomen: 1° de aard, de frequentie, de persistentie of de evolutie van de vastgestelde feiten;2° hun geografische concentratie;3° het geweld, de intimidatie of andere aantastingen van personen die ermee gepaard gaan;4° het bestaan van aanwijzingen van georganiseerde criminele activiteiten of van fenomenen van territoriale controle;5° de recurrente bezetting van de openbare ruimte of het bestaan van dealpunten;6° de impact van de feiten op de bewoners, de handelaars, de onderwijsinstellingen, de openbare diensten of andere legitieme activiteiten;7° de risico's die de situatie inhoudt voor de openbare veiligheid, de openbare rust, de openbare gezondheid of de volksgezondheid;8° het bestaan van plaatsen en infrastructuur die als doelwit kunnen worden genomen;9° de materiële, menselijke en financiële capaciteiten van de criminele organisaties die bij de drugshandel betrokken zijn;10° elk ander relevant objectief element. Besluit :

HOOFDSTUK I. - Bestuurlijke politiemaatregelen van toepassing op het gehele grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest 1. Bestuurlijke politiemaatregelen gericht op het gebruik van pyrotechnisch materiaal

Artikel 1.§ 1. Op het gehele grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is het verboden handelingen te stellen ter voorbereiding van de ontsteking van de volgende categorieën van pyrotechnische artikelen, zoals omschreven in artikel 5 van het koninklijk besluit van 20 oktober 2015Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 20/10/2015 pub. 30/10/2015 numac 2015011410 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit betreffende het op de markt aanbieden van pyrotechnische artikelen type koninklijk besluit prom. 20/10/2015 pub. 06/11/2015 numac 2015000642 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit betreffende de toekenning van een toelage voor een veiligheids- en samenlevingscontract voor gemeenten die vroeger een veiligheids- en samenlevingscontract hadden in het kader van de implementatie van een lokaal beleid voor veiligheid en preventie voor het jaar 2015 type koninklijk besluit prom. 20/10/2015 pub. 29/10/2015 numac 2015014233 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot wijziging van de Spoorcodex type koninklijk besluit prom. 20/10/2015 pub. 30/10/2015 numac 2015011415 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit houdende maatregelen tot blokkering van de prijzen van geneesmiddelen en gelijkgestelden met toepassing van artikel V.11 van het Wetboek van economisch recht type koninklijk besluit prom. 20/10/2015 pub. 05/11/2015 numac 2015203794 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 17 november 2014, gesloten in het Paritair Subcomité voor de luchtvaartmaatschappijen, betreffende de initiatieven voor het jaar 2015 ten gunste van de tewerkstelling en de opleiding van de risicogroepen sluiten betreffende het op de markt aanbieden van pyrotechnische artikelen, of deze in bezit te hebben, te vervoeren, tentoon te stellen of te verkopen: 1° vuurwerk van categorie F2, waarvan de verkoop in beginsel is toegelaten krachtens artikel 12, 2°, van voormeld koninklijk besluit van 20 oktober 2015Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 20/10/2015 pub. 30/10/2015 numac 2015011410 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit betreffende het op de markt aanbieden van pyrotechnische artikelen type koninklijk besluit prom. 20/10/2015 pub. 06/11/2015 numac 2015000642 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit betreffende de toekenning van een toelage voor een veiligheids- en samenlevingscontract voor gemeenten die vroeger een veiligheids- en samenlevingscontract hadden in het kader van de implementatie van een lokaal beleid voor veiligheid en preventie voor het jaar 2015 type koninklijk besluit prom. 20/10/2015 pub. 29/10/2015 numac 2015014233 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot wijziging van de Spoorcodex type koninklijk besluit prom. 20/10/2015 pub. 30/10/2015 numac 2015011415 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit houdende maatregelen tot blokkering van de prijzen van geneesmiddelen en gelijkgestelden met toepassing van artikel V.11 van het Wetboek van economisch recht type koninklijk besluit prom. 20/10/2015 pub. 05/11/2015 numac 2015203794 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 17 november 2014, gesloten in het Paritair Subcomité voor de luchtvaartmaatschappijen, betreffende de initiatieven voor het jaar 2015 ten gunste van de tewerkstelling en de opleiding van de risicogroepen sluiten;2° pyrotechnische artikelen van categorie P1, waarvan de verkoop in beginsel is toegelaten krachtens artikel 12, 4°, van voormeld koninklijk besluit van 20 oktober 2015Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 20/10/2015 pub. 30/10/2015 numac 2015011410 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit betreffende het op de markt aanbieden van pyrotechnische artikelen type koninklijk besluit prom. 20/10/2015 pub. 06/11/2015 numac 2015000642 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit betreffende de toekenning van een toelage voor een veiligheids- en samenlevingscontract voor gemeenten die vroeger een veiligheids- en samenlevingscontract hadden in het kader van de implementatie van een lokaal beleid voor veiligheid en preventie voor het jaar 2015 type koninklijk besluit prom. 20/10/2015 pub. 29/10/2015 numac 2015014233 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot wijziging van de Spoorcodex type koninklijk besluit prom. 20/10/2015 pub. 30/10/2015 numac 2015011415 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit houdende maatregelen tot blokkering van de prijzen van geneesmiddelen en gelijkgestelden met toepassing van artikel V.11 van het Wetboek van economisch recht type koninklijk besluit prom. 20/10/2015 pub. 05/11/2015 numac 2015203794 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 17 november 2014, gesloten in het Paritair Subcomité voor de luchtvaartmaatschappijen, betreffende de initiatieven voor het jaar 2015 ten gunste van de tewerkstelling en de opleiding van de risicogroepen sluiten. § 2. Op het volledige grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is het verboden handelingen te stellen ter voorbereiding van de ontsteking, pyrotechnische artikelen tentoon te stellen of te vervoeren wat betreft de categorieën F3, F4, T1, T2 en P2, zoals omschreven in artikel 5 van voormeld koninklijk besluit van 20 oktober 2015Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 20/10/2015 pub. 30/10/2015 numac 2015011410 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit betreffende het op de markt aanbieden van pyrotechnische artikelen type koninklijk besluit prom. 20/10/2015 pub. 06/11/2015 numac 2015000642 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit betreffende de toekenning van een toelage voor een veiligheids- en samenlevingscontract voor gemeenten die vroeger een veiligheids- en samenlevingscontract hadden in het kader van de implementatie van een lokaal beleid voor veiligheid en preventie voor het jaar 2015 type koninklijk besluit prom. 20/10/2015 pub. 29/10/2015 numac 2015014233 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot wijziging van de Spoorcodex type koninklijk besluit prom. 20/10/2015 pub. 30/10/2015 numac 2015011415 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit houdende maatregelen tot blokkering van de prijzen van geneesmiddelen en gelijkgestelden met toepassing van artikel V.11 van het Wetboek van economisch recht type koninklijk besluit prom. 20/10/2015 pub. 05/11/2015 numac 2015203794 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 17 november 2014, gesloten in het Paritair Subcomité voor de luchtvaartmaatschappijen, betreffende de initiatieven voor het jaar 2015 ten gunste van de tewerkstelling en de opleiding van de risicogroepen sluiten. § 3. De in dit artikel bedoelde verboden doen geen afbreuk aan de regels die krachtens het voormelde koninklijk besluit van 20 oktober 2015Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 20/10/2015 pub. 30/10/2015 numac 2015011410 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit betreffende het op de markt aanbieden van pyrotechnische artikelen type koninklijk besluit prom. 20/10/2015 pub. 06/11/2015 numac 2015000642 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit betreffende de toekenning van een toelage voor een veiligheids- en samenlevingscontract voor gemeenten die vroeger een veiligheids- en samenlevingscontract hadden in het kader van de implementatie van een lokaal beleid voor veiligheid en preventie voor het jaar 2015 type koninklijk besluit prom. 20/10/2015 pub. 29/10/2015 numac 2015014233 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot wijziging van de Spoorcodex type koninklijk besluit prom. 20/10/2015 pub. 30/10/2015 numac 2015011415 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit houdende maatregelen tot blokkering van de prijzen van geneesmiddelen en gelijkgestelden met toepassing van artikel V.11 van het Wetboek van economisch recht type koninklijk besluit prom. 20/10/2015 pub. 05/11/2015 numac 2015203794 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 17 november 2014, gesloten in het Paritair Subcomité voor de luchtvaartmaatschappijen, betreffende de initiatieven voor het jaar 2015 ten gunste van de tewerkstelling en de opleiding van de risicogroepen sluiten van toepassing zijn op personen die beschikken over de in dat besluit bedoelde vakkennis, noch aan de regels die krachtens het koninklijk besluit van 23 september 1958 houdende algemeen reglement betreffende de vervaardiging, de opslag, het bezit, de verkoop, het vervoer en het gebruik van springstoffen van toepassing zijn op personen die houder zijn van de vergunningen geregeld bij dat besluit. 2. Bestuurlijke politiemaatregelen gericht op het gebruik van distikstofmonoxide

Art.2. Onverminderd de toepassing van artikel 6, § 7, van de wet van 24 januari 1977Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/01/1977 pub. 28/03/2023 numac 2023040887 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van de gezondheid van de verbruikers op het stuk van de voedingsmiddelen en andere produkten. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de bescherming van de gezondheid van de gebruikers op het stuk van de voedingsmiddelen en andere produkten, is het verboden om distikstofmonoxide te verkopen op het gehele grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Dit verbod is niet van toepassing op de verkoop aan beroepsbeoefenaars die hun hoedanigheid als dusdanig aantonen.

HOOFDSTUK II. - Bestuurlijke politie- maatregelen van toepassing in alle hotspots 1. Kwalificatie, wijziging en bekendmaking van de hotspots

Art.3. § 1. De burgemeester kan een wijk die op het grondgebied van zijn gemeente gelegen is als hotspot kwalificeren wanneer uit een analyse van de objectieve gegevens blijkt dat er in die wijk een ernstige bedreiging voor de openbare orde bestaat die verband houdt met de handel in, de verkoop of het gebruik van verdovende middelen. § 2. Om het bestaan van de in paragraaf 1 bedoelde bedreiging te beoordelen, houdt de burgemeester rekening met alle relevante omstandigheden en met de objectieve gegevens waarover de bevoegde overheden beschikken.

Hij kan met name in aanmerking nemen: 1° de aard, de frequentie, de persistentie of de evolutie van de vastgestelde feiten;2° hun geografische concentratie;3° het geweld, de intimidatie of andere aantastingen van personen die ermee gepaard gaan;4° het bestaan van aanwijzingen van georganiseerde criminele activiteiten of van fenomenen van territoriale controle;5° de recurrente bezetting van de openbare ruimte of het bestaan van dealpunten;6° de impact van de feiten op de bewoners, de handelaars, de onderwijsinstellingen, de openbare diensten of andere legitieme activiteiten;7° de risico's die de situatie inhoudt voor de openbare veiligheid, de openbare rust, de openbare gezondheid of de volksgezondheid;8° het bestaan van plaatsen en infrastructuur die als doelwit kunnen worden genomen;9° de materiële, menselijke en financiële capaciteiten van de criminele organisaties die bij de drugshandel betrokken zijn;10° elk ander relevant objectief element. § 3. De exacte perimeter van de hotspot wordt vastgesteld bij politieverordening van de bevoegde burgemeester. § 4. De kwalificatie van een wijk als hotspot heeft tot gevolg dat de in dit hoofdstuk bepaalde maatregelen van toepassing worden. § 5. De lijst van de als hotspot gekwalificeerde wijken is opgenomen in de bijlage bij dit besluit.

Art. 4.§ 1. De bevoegde burgemeester richt een schriftelijk verzoek tot de Minister-President tot toevoeging van een wijk aan de lijst van hotspots bedoeld in artikel 3, § 5, van dit besluit.

Het verzoek gaat vergezeld van een analyse op grond van objectieve en actuele gegevens die de gevraagde toevoeging verantwoordt. § 2. De burgemeester evalueert ten minste eenmaal per kwartaal elke hotspot die op het grondgebied van zijn gemeente gelegen is, in het licht van de criteria bedoeld in artikel 3, § 2.

Na afloop van deze evaluatie maakt de burgemeester aan de Minister-President over: 1° hetzij een met redenen omkleed verzoek tot behoud van de hotspot op de lijst bedoeld in artikel 3, § 5, wanneer hij van oordeel is dat de voorwaarden bepaald in artikel 3, § 2, vervuld blijven;2° hetzij een met redenen omkleed verzoek tot schrapping van de hotspot van deze lijst wanneer hij van oordeel is dat deze voorwaarden niet langer vervuld zijn. Het in paragraaf 2, tweede lid van dit artikel bedoelde verzoek vermeldt de objectieve elementen waarop de door de burgemeester uitgevoerde evaluatie steunt.

Art. 5.De politieverordening die de exacte perimeter van de hotspot vaststelt, wordt bekendgemaakt door aanplakking en door plaatsing op de website van de gemeente.

Safe.brussels zorgt voor een gecentraliseerde bekendmaking door op haar website een openbaar register bij te houden van de politieverordeningen en de perimeters van de hotspots. 2. Bestuurlijke politiemaatregelen gericht op elektrische steps

Art.6. § 1. In de wijken bedoeld in artikel 3, zijn het rijden met en het stallen van elektrische steps, zowel deelsteps als privésteps, in de openbare ruimte verboden. § 2. Gebruikers van elektrische steps mogen zich, als voetganger, met hun step te voet verplaatsen door deze met de hand voort te duwen, om de in artikel 3 bedoelde wijk binnen te gaan of te verlaten. § 3. Exploitanten die beschikken over een vergunning opgelegd krachtens de ordonnantie van 29 november 2018 betreffende het delen van vrije vloot vervoersmodi die een alternatief zijn voor de auto, zijn ertoe gehouden ervoor te zorgen dat geen enkele gedeelde step kan rijden of worden gestald in de wijken bedoeld in artikel 3. § 4. Artikel 30, § 1, van de wet van 5 augustus 1992Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/08/1992 pub. 21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten op het politieambt is van toepassing op elke elektrische step, zowel deelstep als privéstep, die rijdt of gestald staat in de in artikel 3 bedoelde wijken. 3. Bestuurlijke politiemaatregelen gericht op gedragingen die verband houden met de aankoop van verdovende middelen

Art.7. Onverminderd de toepassing van de bepalingen van de wet van 24 februari 1921Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/02/1921 pub. 17/12/2004 numac 2004000617 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen, verdovende middelen, ontsmettingsstoffen of antiseptica. - Duitse vertaling sluiten betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen, is het in de in artikel 3 bedoelde wijken verboden: 1° overlast veroorzaken door te zoeken naar verkopers of tussenpersonen voor de aankoop van illegale drugs;2° zich in de openbare ruimte of in daaraan grenzende ruimtes bevinden, zoals de ingangen van winkels en woningen, met als enig doel illegale drugs te kopen of te zoeken;3° op straat geld wisselen met het oog op de aankoop van illegale drugs.4. Bestuurlijke politiemaatregelen gericht op de verkoop en de consumptie van alcoholische dranken

Art.8. § 1. In de wijken bedoeld in artikel 3, is het, met uitzondering van drinkgelegenheden, restaurants en bezorgdiensten, verboden alcoholische dranken om mee te nemen te verkopen van tweeëntwintig uur tot zes uur 's morgens, zeven dagen per week.

Verkoopautomaten voor alcoholische dranken zijn verboden op openbare plaatsen. § 2. In de wijken bedoeld in artikel 3, is het verboden alcoholische dranken te nuttigen op de openbare weg, vierentwintig uur per dag, zeven dagen per week. § 3. De burgemeester kan afwijkingen toestaan op de in dit artikel bepaalde verbodsbepalingen voor activiteiten die slechts een zeer beperkte en/of eenmalige impact hebben op de openbare orde en de openbare rust van de gemeente, en die niet tot gevolg hebben dat zij bijdragen tot de verstoringen van de openbare orde zoals vastgesteld in de wijken bedoeld in artikel 3, of deze verergeren.

Burgemeester kan aan deze afwijkingen alle voorwaarden verbinden die hij, gelet op de omstandigheden, relevant acht om op te leggen.

Deze afwijkingen zijn met name van toepassing: 1° op drinkgelegenheden die op regelmatige en voorafgaande wijze zijn toegelaten op de openbare weg;2° ter gelegenheid van speciale feestelijke gebeurtenissen. § 4. De burgemeester kan elke aanvullende bestuurlijke politiemaatregel nemen om de in dit artikel geformuleerde verbodsbepalingen te doen naleven. § 5. Onder "alcoholische drank" wordt verstaan elke drank die ethylalcohol of ethanol bevat, ongeacht of deze gegist, geweekt, gedistilleerd of anderszins is. 5. Bestuurlijke politiemaatregelen gericht op de controles en veiligheidsmaatregelen in de hotspots

Art.9. § 1. Om een bijzonder verslechterde veiligheidssituatie te verhelpen, zijn de politiediensten, overeenkomstig artikel 34, § 3, van voornoemde wet van 5 augustus 1992Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/08/1992 pub. 21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten op het politieambt, in de in artikel 3 bedoelde wijken 24 uur per dag, 7 dagen per week, gemachtigd om toezicht te houden en personen op de openbare weg aan identiteitscontroles te onderwerpen. § 2. In de in artikel 3 bedoelde wijken zijn de politiediensten, overeenkomstig artikel 30, § 1, van voornoemde wet van 5 augustus 1992Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/08/1992 pub. 21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten op het politieambt, 24 uur per dag, 7 dagen per week, gemachtigd om voorwerpen die een gevaar vormen voor het leven of de fysieke integriteit van personen, of voor de veiligheid van goederen, uit de vrije beschikking van de eigenaar, bezitter of houder te nemen, zolang als nodig is voor de openbare veiligheid of de openbare rust. § 3. In de in artikel 3 bedoelde wijken zijn de politiediensten, overeenkomstig artikel 28 van voornoemde wet van 5 augustus 1992Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/08/1992 pub. 21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten op het politieambt, 24 uur per dag, 7 dagen per week, gemachtigd om een veiligheidsfouillering uit te voeren wanneer personen die deelnemen aan openbare bijeenkomsten een reële bedreiging vormen voor de openbare orde en/of wanneer personen zich toegang verschaffen tot plaatsen waar de openbare orde wordt bedreigd.

HOOFDSTUK III. - Bijkomende maatregelen die kunnen worden genomen wanneer er een zeer ernstige dreiging voor de openbare orde bestaat

Art. 10.§ 1. In een hotspot bedoeld in artikel 3, neemt de burgemeester bij politieverordening een of meer van de in artikel 11 bepaalde aanvullende maatregelen wanneer de maatregelen die van rechtswege van toepassing zijn in de hotspots op zichzelf niet toelaten de vastgestelde verstoringen van de openbare orde op afdoende wijze te voorkomen, in te dammen of te doen ophouden. § 2. Bij de uitoefening van deze bevoegdheid beoordeelt de burgemeester, in het licht van de lokale omstandigheden en van de objectieve gegevens waarover de bevoegde overheden beschikken, de aard en de omvang van de maatregelen die noodzakelijk zijn om het hoofd te bieden aan de overeenkomstig artikel 3 vastgestelde bedreiging voor de openbare orde. § 3. De aanvullende maatregelen moeten aangepast zijn aan de situatie, beperkt blijven tot wat noodzakelijk is om het nagestreefde doel van openbare orde te bereiken en evenredig zijn met de aard en de intensiteit van de bedreiging voor de openbare orde die de toevoeging van de wijk aan de in artikel 3, § 5, bedoelde lijst heeft gerechtvaardigd. § 4. De politieverordening vermeldt de feitelijke en juridische elementen die het nemen van de aanvullende maatregelen verantwoorden. § 5. De politieverordening wordt onverwijld meegedeeld aan de Minister-President.

Art. 11.De aanvullende maatregelen bedoeld in artikel 10 van dit besluit kunnen onder meer bestaan in: a) het instellen van een zone voor plaatselijk verkeer waarbij de toegang voor motorvoertuigen wordt beperkt tot de bewoners, hun bezoekers, leveringen, het openbaar vervoer en bepaalde diensten, gedurende de nacht of de volledige dag;b) het instellen van een zone voor plaatselijk verkeer waarbij de toegang voor voetgangers wordt beperkt tot de bewoners, hun bezoekers, leveringen en bepaalde diensten, gedurende de nacht of de volledige dag;c) het verbieden van samenscholingen, gedurende de nacht of de volledige dag;d) het opleggen van een plaatsverbod;e) het opleggen van de sluiting van inrichtingen gedurende de nacht;f) het instellen van een avondklok;g) het opleggen van een snelheidsbeperking voor alle motorvoertuigen;h) het instellen van een zone met dynamisch éénrichtingsverkeer, waarbij de rijrichting naargelang de omstandigheden kan worden gewijzigd;i) het nemen van andere maatregelen die noodzakelijk zijn om de openbare orde, de openbare veiligheid of de openbare rust in de hotspot te handhaven of te herstellen. HOOFDSTUK IV. - Sancties

Art. 12.De inbreuken op de in de artikelen 1 en 2 voorgeschreven verbodsbepalingen worden bestraft met de straffen bepaald in artikel 1 van de wet van 6 maart 1818Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/03/1818 pub. 06/11/2012 numac 2012000631 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet omtrent de straffen tegen de overtreders van algemeene verordeningen uit te spreken of bij provinciale of plaatselijke reglementen vast te stellen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de straffen uit te spreken tegen de overtreders van algemene verordeningen of te stellen bij provinciale of plaatselijke reglementen, zoals gewijzigd door de wet van 5 juni 1934 en de wet van 14 juni 1963 betreffende de overtredingen van administratieve reglementen.

HOOFDSTUK V. - Opheffingsbepaling

Art. 13.Dit besluit heft het besluit van de Minister-President van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 2 september 2026 tot invoering van enkele bestuurlijke politiemaatregelen die bedoeld zijn om overlast als gevolg van de in het gewest vastgestelde geweldplegingen die te maken hebben met drugshandel, -verkoop en -gebruik, te voorkomen en het herstel van de openbare orde te bevorderen, op en vervangt het.

HOOFDSTUK VI. - Toepassingsduur

Art. 14.De maatregelen vervat in Hoofdstuk I van dit besluit zijn van toepassing tot 15 november 2027.

HOOFDSTUK VII. - Uitvoeringsverantwoordelijkheid

Art. 15.De bevoegde bestuurlijke overheden in de Brusselse agglomeratie zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van dit besluit.

Het is de verantwoordelijkheid van de politie om ervoor te zorgen dat dit besluit wordt nageleefd, indien nodig met dwang en/of geweld.

HOOFDSTUK VIII. - Bekendmaking

Art. 16.Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

Het wordt per e-mail ter kennis gebracht aan alle burgemeesters van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, die ermee belast worden het de dag na hun kennisgeving aan te plakken en te publiceren op de website van hun gemeente.

Safe.brussels zal tevens zorgen voor een zo breed mogelijke verspreiding.

Dit besluit wordt tevens meegedeeld aan het Nationaal Crisiscentrum (NCCN).

HOOFDSTUK IX. - Beroep

Art. 17.In overeenstemming met artikel 14 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan een beroep tot nietigverklaring van dit besluit worden ingediend bij de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, wegens overtreding van hetzij substantiële, hetzij op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen, overschrijding of afwending van macht. Een verzoek tot nietigverklaring moet binnen 60 dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad worden ingediend, op straffe van onontvankelijkheid. Het verzoekschrift wordt gestuurd naar de griffie van de Raad van State, Wetenschapsstraat 33, 1040 Brussel, hetzij per aangetekende post, hetzij via de elektronische procedure met de identiteitskaart op de beveiligde website van de Raad van State: http://eproadmin.raadvst-consetat.be. Er kan ook een vordering tot schorsing van het besluit worden ingediend overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 5 december 1991Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 05/12/1991 pub. 17/03/2011 numac 2011000143 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State.

Brussel, 19 oktober 2026 De Minister-President van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bevoegd voor het preventie- en veiligheidsbeleid B. DILLIES


Bijlage bij het besluit van de Minister-President van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 19 oktober 2026 tot vaststelling van een geïntegreerd kader van bestuurlijke politiemaatregelen om verstoringen van de openbare orde die verband houden met verdovende middelen te voorkomen en te doen ophouden Lijst van de wijken gekwalificeerd als "hotspots" bedoeld in artikel 3, § 5 1° wijk "Antwerpsesteenweg";2° wijk "Matonge";3° wijk "IJzer";4° wijk "Krakeel";5° wijk "Versailles";6° wijk "Hallepoort";7° wijk "Clemenceau";8° wijk "Peterbos";9° wijk "Sint-Antonius";10° wijk "Zuidstation";11° wijk "Noordstation";12° wijk "Zwarte Vijvers";13° wijk "Ribaucourt";14° wijk "Bonnevie";15° wijk "Paal/Kolom";16° wijk "Aumale";17° wijk "Elisabethpark";18° wijk "Marbotin";19° wijk "Gray". Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Minister-President van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 19 oktober 2026 tot vaststelling van een geïntegreerd kader van bestuurlijke politiemaatregelen om verstoringen van de openbare orde die verband houden met verdovende middelen te voorkomen en te doen ophouden.

Brussel, 19 oktober 2026 De Minister-President van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bevoegd voor het preventie- en veiligheidsbeleid B. DILLIES


^