Etaamb.openjustice.be
Wet van 12 april 2004
gepubliceerd op 17 juni 2004

Wet houdende instemming met het Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk België en de Regering van de Republiek Slovenië inzake politiesamenwerking, ondertekend te Brussel op 22 januari 2001 (2)

bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
numac
2004015082
pub.
17/06/2004
prom.
12/04/2004
ELI
eli/wet/2004/04/12/2004015082/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

12 APRIL 2004. Wet houdende instemming met het Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk België en de Regering van de Republiek Slovenië inzake politiesamenwerking, ondertekend te Brussel op 22 januari 2001 (1) (2)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.

Art. 2.Het Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk België en de Regering van de Republiek Slovenië inzake politiesamenwerking, ondertekend te Brussel op 22 januari 2001, zal volkomen gevolg hebben.

Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Gegeven te Châteauneuf-de-Grasse, 12 april 2004.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Buitenlandse Zaken, L. MICHEL De Minister van Justitie, Mevr. L. ONKELINX De Minister van Binnenlandse Zaken, P. DEWAEL Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, Mevr. L. ONKELINX _______ Nota's (1) Zitting 2003-2004. Senaat.

Documenten. - Ontwerp van wet ingediend op 4 november 2003, nr. 3-295/1. - Verslag, nr. 3-295/2.

Parlementaire Handelingen. - Bespreking en stemming. Vergadering van 8 januari 2004.

Kamer van volksvertegenwoordigers.

Documenten. - Ontwerp overgezonden door de Senaat, nr. 51-688/1. - Tekst aangenomen in plenaire vergadering en aan de Koning ter bekrachtiging voorgelegd, nr. 51-688/2.

Parlementaire Handelingen. - Bespreking en stemming. Vergadering van 5 februari 2004. (2) Dit Verdrag treedt in werking op 1 juli 2004. Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk België en de Regering van de Republiek Slovenië inzake politiesamenwerking DE REGERING VAN HET KONINKRIJK BELGI" EN DE REGERING VAN DE REPUBLIEK SLOVENI" hierna genoemd de Verdragsluitende Partijen, zich baserend op : De bezorgdheid om de vriendschappelijke betrekkingen en de samenwerking tussen de twee Staten te bevorderen, en in het bijzonder, op de gemeenschappelijke wens om een nauwere politiesamenwerking tot stand te brengen;

De wens om deze samenwerking te versterken in het kader van de internationale overeenkomsten die onderschreven zijn door de twee Staten inzake het respect voor de fundamentele rechten en vrijheden, inzonderheid het Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden van 4 november 1950 alsook het Verdrag nr. 108 van de Raad van Europa van 28 januari 1981 tot bescherming van personen ten opzichte van van de geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens;

Overwegende dat de internationale georganiseerde criminaliteit een bedreiging vormt voor de sociaal-economische ontwikkeling van de Verdragsluitende Staten en dat de recente ontwikkelingen van de internationale georganiseerde criminaliteit hun institutionele werking in gevaar brengen;

Overwegende dat de strijd tegen mensenhandel en de bestrijding van het illegaal verkeer van en naar het grondgebied van de Staten en van de illegale migratie, alsook de uitbanning van de georganiseerde netwerken die bij dergelijke illegale handelingen betrokken zijn, deel uitmaken van de bezorgdheden van de respectieve Regeringen en Parlementen van de Verdragsluitende Staten;

Overwegende dat de illegale productie en de sluikhandel in verdovende middelen en psychotrope stoffen een bedreiging vormen voor de gezondheid en de veiligheid van de burgers;

Overwegende dat het louter harmoniseren van de relevante wetgeving niet volstaat om het fenomeen van de illegale immigratie voldoende efficiënt te bestrijden;

Overwegende dat het noodzakelijk is om een efficiënte, internationale politiesamenwerking uit te bouwen op het vlak van de georganiseerde criminaliteit en de illegale immigratie, onder meer door middel van uitwisseling en verwerking van gegevens met het oog op de bestrijding van die criminele activiteiten;

Overwegende dat om dit te verwezenlijken een reeks maatregelen en een nauwe samenwerking tussen de Verdragsluitende Staten is vereist;

Hebben besloten dit Verdrag te sluiten Definities Artikel 1 In dit Verdrag wordt verstaan onder : 1. Internationale mensenhandel, elk opzettelijk gedrag zoals hierna beschreven : a) het betreden van het grondgebied van een Verdragsluitende Partij vereenvoudigen, de doorreis, het verblijf op of het verlaten van het grondgebied indien er gebruik wordt gemaakt van dwang, meer bepaald geweld of bedreiging, of wanneer er gebruik wordt gemaakt van bedrog, misbruik van gezag of andere vormen van onder druk zetten van een persoon, in die mate dat de persoon geen andere reële of aanvaardbare keuze heeft dan zich te onderwerpen aan die druk;b) uitbuiten op eender welke wijze van een persoon, wetende dat hij het grondgebied van een Verdragsluitende Partij is binnengekomen, er doorreist of er verblijft in omstandigheden die vermeld werden onder punt a).2. Seksueel misbruik van kinderen Elke vorm van seksueel misbruik of van seksueel geweld bedoeld in artikel 34 van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de Rechten van het Kind van 20 november 1989 met inbegrip van de productie, de verkoop, het verdelen of andere vormen van handel in pornografisch materiaal waarbij kinderen betrokken zijn, en het persoonlijk bezit van dit materiaal. 3.Technische ondersteuning De bijstand die wordt verleend aan de politie- en immigratiediensten onder de vorm van logistieke steun. 4. Criminaliteit in verband met nucleair en radioactief materiaal De inbreuken opgesomd in artikel 7 § 1 van het Verdrag inzake de fysieke bescherming van nucleair materiaal van 3 maart 1980.5. Witwassen van geld De inbreuken zoals opgesomd in artikel 6, paragrafen 1 tot 3, van het Verdrag van de Raad van Europa inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagname en de verbeurdverklaring van de opbrengsten van misdrijven, van 8 november 1990.6. Georganiseerde criminaliteit Elke inbreuk gepleegd door een « criminele organisatie » omschreven als een gestructureerde vereniging, van meer dan twee personen die duurt in de tijd, en die in overleg optreedt teneinde inbreuken te plegen die worden gestraft met een vrijheidsstraf of met een vrijheidsberovende veiligheidsmaatregel met een maximum van ten minste vier jaar of met een zwaardere straf, waarbij bedoelde inbreuken een doel op zichzelf zijn, dan wel een middel om een vermogensvoordeel te verkrijgen en, in voorkomend geval, de werking van de openbare overheden op onrechtmatige wijze te beïnvloeden.7. Verwerking van persoonsgegevens Onder "persoonsgegevens" wordt verstaan, elke informatie betreffende een natuurlijke persoon die is of kan worden geïdentificeerd (betrokken persoon);wordt geacht een persoon te zijn die kan worden geïdentificeerd, de persoon die direct of indirect te identificeren is, meer bepaald door verwijzing naar een identificatienummer of naar één of meerdere specifieke kenmerken die eigen zijn aan zijn fysische, fysiologische, psychische, economische, culturele of sociale identiteit.

Onder "verwerking van persoonsgegevens" wordt verstaan : elke bewerking of geheel van bewerkingen, die al dan niet met behulp van geautomatiseerde procédés uitgevoerd en toegepast worden op persoonsgegevens, zoals het verzamelen, de registratie, het organiseren, de bewaring, de aanpassing of wijziging, het maken van een uittreksel, de raadpleging, het gebruik, het meedelen door overbrenging, de verspreiding of andere vormen van het ter beschikking stellen, het bijeenbrengen, het verbinden, alsook het beveiligen, het wissen of het vernietigen. 8. Verdovende middelen De term « verdovende middelen » omvat alle stoffen, zowel van natuurlijke als synthetische oorpsrong, die voorkomen in Tabel I of Tabel II van het Enkelvoudig Verdrag inzake verdovende middelen van 30 maart 1961 zoals gewijzigd door het Protocol van 25 maart 1972 houdende wijziging van het enkelvoudig verdrag inzake verdovende middelen van 1961.9. Psychotrope stoffen De uitdrukking « psychotrope stoffen » omvat elke stof van natuurlijke of synthetische aard, of elk natuurlijk product vermeld in Tabel I, II, III of IV van het Verdrag van 21 februari 1971 inzake psychotrope stoffen.10. Sluikhandel in verdovende middelen of psychotrope stoffen De term « sluikhandel » omvat de teelt, de vervaardiging of handel in verdovende middelen of psychotrope stoffen die strijdig zijn met de doelstellingen van het Verdrag van 30 maart 1961 inzake verdovende middelen, het Verdrag van 21 februari 1971 inzake psychotrope stoffen of het Verdrag van de Verenigde Naties van 20 december 1988 tegen de sluikhandel in verdovende middelen en psychotrope stoffen.11. Dringend verzoek Een verzoek is dringend indien de naleving van de formele administratieve procedure, via de overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag vastgestelde centrale organen, de preventieve actie of opsporingsactie kan hinderen of schaden. Gebieden van samenwerking Artikel 2 1. Iedere Verdragsluitende Partij verbindt er zich toe om aan de andere Partij de meest ruime samenwerking te bieden op het terrein van de politiesamenwerking, overeenkomstig de regels en voorwaarden vastgelegd in dit Verdrag.2. De Verdragsluitende Partijen zullen samenwerken op het vlak van de bestrijding en de vervolging van zware misdrijven met betrekking tot de georganiseerde criminaliteit, en in het bijzonder : - inbreuken tegen het leven en de fysieke integriteit van personen; - inbreuken in verband met de illegale productie, het verwerken en de sluikhandel van verdovende middelen, psychotrope stoffen en precursoren; - inbreuken in verband met de productie, de handel, het voorschrift en de toediening aan landbouwdieren van stoffen met hormonale, anti-hormonale, beta-adrenergische of productie-stimulerende werking, alsook van inbreuken in verband met de handel in landbouwdieren en in vlees van deze landbouwdieren waaraan deze stoffen zijn toegediend en tenslotte de inbreuken in verband met het verwerken van dergelijk vlees; - illegale immigratie; - proxenetisme, mensenhandel en seksueel misbruik van kinderen; - afpersing; - diefstal en illegale handel in wapens, munitie, explosieven, radioactieve, nucleaire en andere gevaarlijke stoffen; - vervalsingen (vervaardiging, namaak, verandering en verdeling) van betaalmiddelen, cheques en waardepapieren; - vervalsing en gebruik van elk officieel vervalst document; - economische en financiële criminaliteit; - inbreuken tegen goederen, onder meer diefstal, illegale handel in kunstwerken en historische voorwerpen; - diefstal en illegale handel in motorvoertuigen; - witwassen van geld. 3. De zware misdrijven met betrekking tot de georganiseerde criminaliteit en die niet worden opgesomd in artikel 1, worden beoordeeld door de bevoegde overheden van de Verdragsluitende Partijen volgens het nationale recht van de Staten waartoe zij behoren. Artikel 3 De samenwerking tussen de Verdragsluitende Partijen zal eveneens betrekking hebben op : - de opsporing van verdwenen personen en hulp bij identificatie van lijken; - de opsporing op het grondgebied van de Staat van een Verdragsluitende Partij van gestolen, verdwenen, verduisterde of verloren voorwerpen op het grondgebied van de andere Staat.

Middelen van samenwerking Artikel 4 De Verdragsluitende Partijen zullen samenwerken op de onder de artikelen 2 en 3 vermelde gebieden via : - uitwisseling van informatie met betrekking tot materies die tot de bevoegdheid van de politie- en immigratieoverheden behoren; - uitwisseling van materiaal; - technische en wetenschappelijke ondersteuning, expertises en de levering van gespecialiseerd technisch materiaal; - uitwisseling van ervaringen; - samenwerking op het vlak van de beroepsopleiding; - hulp bij de voorbereiding ter uitvoering van verzoeken tot rechtshulp in strafzaken; - met inachtneming van de hieronder vermelde bepalingen.

Informatie-uitwisseling Artikel 5 De Verdragsluitende Partijen zullen elkaar bijstaan en instaan voor een nauwe en permanente samenwerking. Zij zullen onder meer alle pertinente en belangrijke gegevens uitwisselen.

Deze samenwerking kan de vorm aannemen van een permanent contact via aan te duiden verbindingsofficieren.

Artikel 6 1. De Verdragsluitende Partijen verbinden zich ertoe dat hun politieoverheden, overeenkomstig het nationaal recht en binnen de perken van hun bevoegdheden, elkaar bijstand verlenen met het oog op de voorkoming en de opsporing van strafbare feiten, op voorwaarde dat het nationaal recht van de aangezochte Verdragsluitende Partij het verzoek of de uitvoering ervan niet voorbehoudt aan de gerechtelijke overheden.2. Elke Verdragsluitende Partij kan, overeenkomstig het nationaal recht in bijzondere gevallen, en zonder een daartoe strekkend verzoek, aan de betrokken Verdragsluitende Partij gegevens meedelen die voor laatstgenoemde belangrijk kunnen zijn met het oog op het verlenen van bijstand inzake de voorkoming en de bestrijding van misdrijven bedoeld in artikel 2, paragrafen twee en drie van dit Verdrag of ter voorkoming van bedreigingen voor de openbare orde en veiligheid. Artikel 7 Elke informatie die door de aangezochte Verdragsluitende Partij wordt verstrekt, kan door de verzoekende Verdragsluitende Partij slechts als bewijsmiddel voor ten laste gelegde feiten worden aangewend, na een verzoek om rechtshulp krachtens de toepasselijke internationale regels.

Artikel 8 1. Verzoeken om bijstand en de antwoorden daarop moeten worden uitgewisseld tussen de centrale organen die door iedere Verdragsluitende Partij worden belast met de internationale politiesamenwerking en immigratie. Indien het onmogelijk is om het verzoek via de voornoemde weg tijdig te stellen, kan bij wijze van uitzondering en slechts in dringende gevallen de bevoegde overheid van de verzoekende Partij de vraag rechtstreeks aan de bevoegde overheid van de aangezochte Partij stellen. Deze laatste kan dan onmiddellijk antwoorden. In deze uitzonderlijke gevallen dient de verzoekende overheid zo vlug mogelijk het centrale orgaan belast met de internationale politiesamenwerking en immigratie van de aangezochte Verdragsluitende Partij op de hoogte te brengen van het rechtstreekse verzoek waarbij het dringend karakter wordt gemotiveerd. 2. De aanduiding van de centrale organen die met de internationale samenwerking en immigratie zijn belast en de modaliteiten van de wederzijdse bijstand worden geregeld door overeenkomsten gesloten tussen de bevoegde overheden aangewezen door de Verdragsluitende Partijen. Artikel 9 De Verdragsluitende Partij die de informatie heeft ontvangen moet de graad van vertrouwelijkheid waarborgen die de verstrekkende Verdragsluitende Partij aan de informatie heeft toegekend. De veiligheidsgraden zijn dezelfde als deze gebruikt door INTERPOL. Artikel 10 1. De Verdragsluitende Partijen kunnen verbindingsofficieren van de ene Verdragsluitende Partij voor bepaalde of onbepaalde tijd bij de andere Verdragsluitende Partij detacheren.2. Het detacheren van verbindingsofficieren voor bepaalde of onbepaalde tijd heeft als doel de samenwerking tussen de Verdragsluitende Partijen te bevorderen en te versnellen, onder meer door toe te stemmen in de ondersteuning a) in de vorm van informatie-uitwisseling, zowel ter voorkoming als ter bestrijding van de criminaliteit;b) bij de uitvoering van verzoeken om rechtshulp in strafzaken;c) voor de noden van de uitvoering van de opdrachten van de overheden die belast zijn met het toezicht op de buitengrenzen en de immigratie;d) voor de noden van de uitvoering van de opdrachten van de overheden die belast zijn met de voorkoming van de inbreuken op de openbare orde.3. De verbindingsofficieren hebben een adviserende en ondersteunende taak.Zij zijn niet bevoegd om autonoom politiemaatregelen uit te voeren. Ze verstrekken informatie en voeren hun taken uit binnen het geheel van instructies die hun werden gegeven door de Verdragsluitende Partij waarvan ze afkomstig zijn en door de Verdragsluitende Partij waarbij ze gedetacheerd zijn. Ze brengen regelmatig verslag uit bij het centraal orgaan dat belast is met de politiesamenwerking en immigratie van de Verdragsluitende Partij waarbij ze gedetacheerd zijn. 4. De Verdragsluitende Partijen kunnen overeenkomen dat de verbindingsofficieren van een Verdragsluitende Partij, gedetacheerd bij derde landen, eveneens de belangen van de andere Verdragsluitende Partij vertegenwoordigen. Bescherming van persoonsgegevens Artikel 11 1. In toepassing van dit Verdrag, is de verwerking van persoonsgegevens onderworpen aan het respectieve nationale recht van elke Verdragsluitende Partij.2. Wat de verwerking van persoonsgegevens in toepassing van dit Verdrag betreft, verbinden de Verdragsluitende Partijen er zich toe de persoonsgegevens te beschermen volgens de bepalingen van het Verdrag van de Raad van Europa van 28 januari 1981 tot bescherming van personen ten opzichte van de geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens en van de Aanbeveling A(87) 15 van 17 september 1987 van het Comité van Ministers van de Raad van Europa dat het gebruik van persoonsgegevens voor politiedoeleinden regelt.3. Wat de verwerking van de overgebrachte persoonsgegevens in toepassing van dit Verdrag betreft, zijn de volgende bepalingen van toepassing : a) de ontvangende Verdragsluitende Partij mag de gegevens enkel gebruiken voor de doeleinden bepaald in dit Verdrag;b) de gegevens mogen alleen gebruikt worden door de gerechtelijke overheden en de andere bevoegde overheden die een taak of functie uitvoeren binnen het geheel van de doeleinden bepaald in dit Verdrag, meer bepaald in de artikelen 2 en 3.De Verdragsluitende Partijen dienen de lijst van de gebruikers mee te delen; c) de Verdragsluitende Partij die de gegevens overbrengt, dient erop toe te zien dat ze juist en volledig zijn.Zij moet er eveneens op toezien dat deze gegevens niet langer dan nodig worden bewaard. Indien zij op eigen initiatief of als gevolg van een vraag van de betrokken persoon vaststelt dat de verstrekte gegevens onjuist zijn of niet overgebracht dienden te worden, moet de ontvangende Verdragsluitende Partij daarvan onmiddellijk op de hoogte gebracht worden; deze Verdragsluitende Partij dient de gegevens te corrigeren of te vernietigen; d) een Verdragsluitende Partij mag zich niet beroepen op het feit dat de andere Verdragsluitende Partij onjuiste gegevens zou hebben overgebracht om zich jegens een benadeeld persoon te ontlasten van haar aansprakelijkheid naar nationaal recht;e) de overbrenging en ontvangst van gegevens dienen geregistreerd te worden.De Verdragsluitende Partijen dienen de lijst uit te wisselen van de overheden die de toestemming hebben om de registraties te raadplegen; f) de toegang tot de gegevens wordt beheerst door het nationale recht van de Verdragsluitende Partij waaraan de betrokken persoon zijn vraag richt.De gegevens worden slechts verstrekt nadat daartoe toestemming werd gegeven door de Verdragsluitende Partij waarvan de gegevens afkomstig zijn; g) de ontvangende Verdragsluitende Partij mag de gegevens enkel gebruiken voor de doeleinden bepaald door de Verdragsluitende Partij die de gegevens verstrekt en overeenkomstig de voorwaarden die deze Verdragsluitende Partij oplegt;4. Bovendien zijn wat de overbrenging betreft, de hiernavolgende bepalingen van toepassing : a) de gegevens mogen enkel worden overgebracht aan politie- en immigratieoverheden;de mededeling ervan aan andere overheden, die dezelfde doeleinden beogen als deze overheden en die handelen binnen hetzelfde kader, kan enkel geschieden met de voorafgaande schriftelijke toestemming vanwege de Verdragsluitende Partij die de persoonsgegevens heeft verstrekt; b) de ontvangende Verdragsluitende Partij deelt, indien gevraagd, aan de verstrekkende Verdragsluitende Partij mee waarvoor de gegevens werden gebruikt en welke resultaten de overgebrachte gegevens opleverden.5. Elke Verdragsluitende Partij duidt een controleautoriteit aan die, overeenkomstig het nationale recht, belast is met de uitoefening, op haar grondgebied, van een onafhankelijke controle op de verwerking van persoonsgegevens uitgevoerd op basis van dit Verdrag en die moet bevestigen of de bovengenoemde verwerking de rechten van de betrokken persoon niet schendt.De controleautoriteiten zijn eveneens bevoegd om de problemen omtrent de toepassing en interpretatie van dit Verdrag in verband met de verwerking van persoonsgegevens te onderzoeken. Deze controleautoriteiten kunnen overeenkomen samen te werken in het kader van de opdrachten die hen door dit Verdrag worden toegekend.

Artikel 12 Wanneer de persoonsgegevens worden overgebracht via een verbindingsofficier, zoals bedoeld in artikel 10, zijn de bepalingen van dit Verdrag eveneens van toepassing.

Weigeren van bijstand Artikel 13 1. Elk van de Verdragsluitende Partijen weigert bijstand wanneer het gaat om politieke of militaire misdrijven.Elke Partij kan bijstand weigeren of aan voorwaarden onderwerpen wanneer het gaat om met politieke of militaire samenhangende misdrijven. 2. Elk van de Verdragsluitende Partijen kan bijstand weigeren wanneer die strijdig blijkt te zijn met de wettelijke bepalingen die van kracht zijn op haar grondgebied.3. Elke Partij kan bijstand weigeren of aan voorwaarden onderwerpen wanneer de bijstandsverlening de soevereiniteit, de veiligheid, de openbare orde of andere essentiële belangen van de Staat zou kunnen in gevaar brengen. Andere vormen van samenwerking Artikel 14 1. De Verdragsluitende Partijen komen overeen om elkaar wederzijds bijstand te verlenen op het vlak van beroepsopleiding en technische bijstand met betrekking tot het functioneren van de politiediensten.2. De Verdragsluitende Partijen komen overeen om hun praktische ervaringen uit te wisselen omtrent alle domeinen bedoeld in dit Verdrag.3. De wijze waarop de wederzijdse bijstand zal worden verleend, wordt geregeld door overeenkomsten tussen de Verdragsluitende Partijen. Artikel 15 1. De Verdragsluitende Partijen kunnen permanente of tijdelijke werkgroepen oprichten die belast zijn met het onderzoek van de gemeenschappelijke problemen met betrekking tot de preventie en de bestrijding van de criminaliteit zoals bepaald in artikel 2, paragrafen twee en drie, en de gebieden van samenwerking zoals bepaald in artikel 3 en, in voorkomend geval, met de uitwerking van voorstellen om, indien nodig, de praktische en technische aspecten van de samenwerking tussen de Verdragsluitende Partijen te verbeteren.2. De onkosten die worden gemaakt in het kader van de samenwerking, zullen respectievelijk door elke Verdragsluitende Partij worden gedragen, behoudens andersluidende bepaling tussen de vertegenwoordigers van de Verdragsluitende Partijen.3. De Verdragsluitende Partijen richten een gemengde evaluatiegroep op die om de drie jaar een rapport zal voorleggen aan de bevoegde overheden aangewezen door de Verdragsluitende Partijen. Geschillenregeling Artikel 16 1. Alle geschillen betreffende de interpretatie of de toepassing van dit Verdrag zullen worden beslecht door een daartoe opgerichte gemengde adviescommissie.2. Deze commissie zal worden samengesteld uit vertegenwoordigers van de twee Verdragsluitende Partijen.Zij zal samenkomen op verzoek van de ene of andere Verdragsluitende Partij of elke keer indien nodig, om de regeling van problemen inzake de interpretatie of de toepassing van dit Verdrag te vergemakkelijken. 3. Alle geschillen die niet door de gemengde adviescommissie werden beslecht, zullen langs diplomatieke weg worden geregeld. Slotbepalingen Artikel 17 Dit Verdrag doet geen afbreuk aan de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit strengere internationale, bi- of multilaterale verbintenissen, reeds gesloten of te sluiten in de toekomst, tussen of door de Verdragsluitende Partijen.

Artikel 18 1. De Verdragsluitende Partijen zullen elkaar schriftelijk en langs diplomatieke weg kennis geven van de vervulling van de wettelijke vormvoorschriften, vereist voor de inwerkingtreding van dit Verdrag.2. Het Verdrag zal in werking treden op de eerste dag van de tweede maand die volgt op de datum waarop de laatste kennisgeving wordt ontvangen.3. Dit verdrag wordt gesloten voor onbeperkte tijd.Elke Verdragsluitende Partij kan het Verdrag opzeggen door middel van een schriftelijke kennisgeving die langs diplomatieke weg aan de andere Verdragsluitende Partij wordt gericht. De opzegging heeft uitwerking zes maanden na datum van ontvangst.

Artikel 19 Elke Verdragsluitende Partij kan aan de andere Verdragsluitende Partij voorstellen doen toekomen die een wijziging van dit Verdrag beogen. De wijzigingen van dit Verdrag worden door de Verdragsluitende Partijen in onderlinge overeenstemming besloten.

Ten blijke waarvan de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gemachtigd, dit Verdrag hebben ondertekend.

Gedaan te Brussel op 22 januari 2001 in twee oorspronkelijke exemplaren, elk in de Sloveense, de Franse en de Nederlandse taal, de drie teksten zijnde gelijkelijk authentiek.

^