Etaamb.openjustice.be
Wet van 10 juli 2012
gepubliceerd op 25 juli 2012

Wet houdende diverse bepalingen inzake elektronische communicatie

bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
numac
2012011280
pub.
25/07/2012
prom.
10/07/2012
ELI
eli/wet/2012/07/10/2012011280/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)Kamer (parl. doc.)Senaat (fiche)
Document Qrcode

10 JULI 2012. - Wet houdende diverse bepalingen inzake elektronische communicatie (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : HOOFDSTUK 1. - Voorwerp

Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Deze wet vormt de omzetting in Belgisch recht van : 1° Richtlijn 2009/136/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 tot wijziging van Richtlijn 2002/22/EG inzake de universele dienst en gebruikersrechten met betrekking tot elektronische- communicatienetwerken en -diensten, Richtlijn 2002/58/EG betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie en Verordening (EG) nr.2006/2004 betreffende samenwerking tussen de nationale instanties die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming (Publicatieblad 18 december 2009, L 337/11); 2° Richtlijn 2009/140/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 tot wijziging van Richtlijn 2002/21/EG inzake een gemeenschappelijk regelgevingskader voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten, Richtlijn 2002/19/EG inzake de toegang tot en interconnectie van elektronische-communicatienetwerken en bijbehorende faciliteiten, en Richtlijn 2002/20/EG betreffende de machtiging voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten (Publicatieblad 18 december 2009, L 337/37). HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector

Art. 2.In de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector wordt een artikel 1/1 ingevoegd, luidende : «

Art. 1/1.Hoofdstukken III en V voorzien in een gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2009/136/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 tot wijziging van Richtlijn 2002/22/EG inzake de universele dienst en gebruikersrechten met betrekking tot elektronische-communicatienetwerken en -diensten, Richtlijn 2002/58/EG betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie en Verordening (EG) nr. 2006/2004 betreffende samenwerking tussen de nationale instanties die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming en van Richtlijn 2009/140/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 tot wijziging van Richtlijn 2002/21/EG inzake een gemeenschappelijk regelgevingskader voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten, Richtlijn 2002/19/EG inzake de toegang tot en interconnectie van elektronische-communicatienetwerken en bijbehorende faciliteiten, en Richtlijn 2002/20/EG betreffende de machtiging voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten. ».

Art. 3.In artikel 14 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 20 juli 2005 en gewijzigd bij de wetten van 16 maart 2007, 18 mei 2009, 13 december 2010 en 31 mei 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1 wordt de bepaling onder 1° aangevuld met de woorden « of van de Kamer van volksvertegenwoordigers »;2° in paragraaf 2 worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) de bepaling onder 1° wordt aangevuld met de woorden « ;het moet dergelijke openbare raadplegingen organiseren zodat het rekening houdt met de standpunten van de eindgebruikers, consumenten (met inbegrip van met name consumenten met een handicap), fabrikanten en ondernemingen die elektronische-communicatienetwerken en/of -diensten aanbieden over aangelegenheden die verband houden met alle eindgebruikers- en consumentenrechten met betrekking tot openbare elektronische-communicatiediensten, met name wanneer zij een belangrijke invloed hebben op de markt; deze raadplegingen waarborgen dat bij de besluitvorming van het Instituut inzake vraagstukken die verband houden met de rechten van eindgebruikers en consumenten wat openbare elektronische-communicatiediensten betreft het op passende wijze rekening houdt met de belangen van de consumenten op het gebied van elektronische communicatie »; b) de bepaling onder 3°, a) wordt aangevuld met de woorden « , ENISA, het Bureau en aan BEREC »;c) in de bepaling onder 3° wordt een bepaling onder g) ingevoegd, luidende : « g) de openbare diensten die bevoegd zijn op het stuk van openbare veiligheid, of civiele veiligheid en bescherming, of civiele verdediging, of crisisplanning, of veiligheid of bescherming van het economische en wetenschappelijke potentieel van het land;»; 3° paragraaf 3 wordt aangevuld met de woorden « , voor zover deze mededeling noodzakelijk is voor de uitvoering van de opdrachten van deze autoriteiten ».

Art. 4.In artikel 15 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1 worden de woorden « waarvan de Koning bij een in de Ministerraad overlegd besluit de lijst bepaalt en » vervangen door de woorden « uitgezonderd de besluiten betreffende marktregulering ex ante en geschillen tussen operatoren »;2° in paragraaf 2 worden de woorden « stelt de Koning de nadere regels vast voor de in dit artikel beschreven procedures » vervangen door de woorden « kan de Koning in andere uitzonderingen voorzien »;3° paragraaf 3 wordt opgeheven.

Art. 5.In artikel 16, eerste lid, van dezelfde wet, wordt een zin ingevoegd tussen de eerste zin die eindigt met de woorden « bevoegdheden van het Instituut » en de tweede zin die aanvangt met de woorden « Hij vertegenwoordigt », luidende : « Hij oefent zijn bevoegdheden uit op een onpartijdige en transparante manier en op het gepaste moment. ».

Art. 6.In artikel 17 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 18 mei 2009 30, december 2009 en 31 mei 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 2 wordt het derde lid vervangen als volgt : « De leden van de Raad worden benoemd in de hoedanigheid van lid of van voorzitter voor een termijn van zes jaar.Deze termijn kan hernieuwd worden met zes jaar zolang er geen drie opeenvolgende mandaten worden uitgeoefend, ongeacht hun aard »; 2° paragraaf 5 wordt aangevuld met een lid, luidende : « Het afzettingsbesluit wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.».

Art. 7.In artikel 20 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 18 mei 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) aan het begin van de eerste zin worden de woorden « In geval van hoogdringendheid, wanneer het risico op een moeilijk te herstellen, ernstig nadeel bestaat, neemt de Raad onmiddellijk » vervangen door de woorden « Bij schending van de artikelen 9, 11, 18, 51, 55, 56 of 64 van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie of de bijbehorende uitvoeringsmaatregelen, die een onmiddellijke en ernstige dreiging inhoudt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de volksgezondheid of die ernstige economische of operationele problemen met zich kan brengen voor andere aanbieders of gebruikers van elektronische-communicatienetwerken of -diensten, of andere gebruikers van het radiospectrum, kan de Raad »;b) op het einde van de eerste zin, wordt het woord « aannemen » ingevoegd tussen de woorden « voorlopige maatregelen » en de woorden « en bepaalt »;c) op het einde van de eerste zin, worden de woorden « twee maanden » vervangen door de woorden « drie maanden, verlengbaar met een nieuwe termijn van maximaal drie maanden indien de uitvoeringsprocedures nog niet voltooid zijn »;d) een zin wordt ingevoegd tussen de eerste zin die eindigt met de woorden « drie maanden mag overschrijden.» en de tweede zin die aanvangt met de woorden « De totale termijn », luidende : « Hij mag deze maatregelen nemen zelfs indien zij een impact hebben op de contractuele relaties van betrokken partijen. »; e) de voormalige tweede zin die de derde zin wordt, wordt opgeheven;f) de paragraaf wordt aangevuld met twee leden die als volgt luiden : « De betrokkene kan binnen drie werkdagen vragen om gehoord te worden om zijn standpunt uiteen te zetten en oplossingen voor te stellen. De Raad kan vervolgens, indien nodig, de voorlopige maatregelen opheffen, aanpassen of bekrachtigen. »; 2° in paragraaf 2, op het einde van de eerste zin, wordt het woord « Voorzitter » vervangen door het woord « voorzitter ».

Art. 8.In artikel 21 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 18 mei 2009 en gewijzigd bij de wet van 13 december 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt : « § 1.Indien de Raad over een reeks aanwijzingen beschikt die zouden kunnen wijzen op een overtreding van de wetgeving of reglementering waarvan de naleving door het Instituut wordt gecontroleerd of van de besluiten van het Instituut genomen ter uitvoering van die wetgeving of reglementering, deelt hij zijn grieven mee aan de betrokkene, alsook de beoogde maatregelen bedoeld in paragraaf 5 die toegepast zullen worden, indien de overtreding bevestigd wordt. »; 2° in paragraaf 2 worden de woorden « de overtreder » vervangen door de woorden « de betrokkene »;3° in paragraaf 3 worden de woorden « De overtreder » vervangen door de woorden « De betrokkene »;4° in paragraaf 4 worden de woorden « de overtreder » vervangen door de woorden « de betrokkene »;5° de paragrafen 5 en 6 worden vervangen als volgt en aangevuld met een paragraaf 7 : « § 5.Indien de Raad een overtreding constateert, beveelt hij de stopzetting ervan, hetzij onmiddellijk, hetzij binnen de redelijke termijn die hij bepaalt.

Het bevel tot stopzetting kan gepaard gaan met één of meerdere van de volgende maatregelen : 1° voorschriften in verband met de manier waarop de overtreding ongedaan moet worden gemaakt; 2° de betaling binnen de termijn bepaald door de Raad van een administratieve boete die aan de Schatkist toekomt ten bedrage van maximaal 5 % van de omzet van de overtreder gedurende het jongste volledige boekjaar in de sector voor elektronische communicatie of voor postdiensten in België of, indien de overtreder geen activiteiten ontwikkelt waarmee een omzet wordt behaald, ten bedrage van maximaal 5.000 euro; 3° het bevel om de levering van een dienst of dienstenpakket die bij voortzetting zou leiden tot een aanzienlijke verstoring van de mededinging, te staken of op te schorten zolang de toegangsverplichtingen die na een marktanalyse uitgevoerd overeenkomstig de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie zijn opgelegd, niet worden nageleefd op de wijze bepaald door de Raad. Bij gebrek aan gegevens over de in het tweede lid, 2°, bedoelde omzet, kan het Instituut een omzet bepalen op basis van gegevens verkregen van derden of op basis van de omzet van een vergelijkbare persoon. § 6. Indien de overeenkomstig paragraaf 5 genomen maatregelen niet hebben geleid tot de stopzetting van de overtreding, kan de Raad, na het volgen van de procedure bepaald in de paragrafen 1 tot 5, een administratieve boete opleggen waarvan het bedrag of het percentage maximaal het dubbele is van het bedrag of het percentage vermeld in paragraaf 5, tweede lid, 2°. § 7. Indien de maatregelen die overeenkomstig paragraaf 5 worden genomen, de overtreding niet hebben kunnen verhelpen en als het gaat om een ernstige of herhaalde overtreding kan de Raad bovendien : 1° de toegekende gebruiksrechten, waarvan de voorwaarden niet nageleefd werden, opschorten of intrekken of 2° de volledige of gedeeltelijke opschorting bevelen van de exploitatie van het netwerk of van de levering van de betrokken dienst, alsook van het te koop aanbieden of het gebruik van alle betreffende diensten of producten.»; 6° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 8, luidende : « § 8.Ieder besluit dat overeenkomstig dit artikel wordt genomen wordt onverwijld per aangetekende brief aan de betrokkene en aan de minister meegedeeld en bekendgemaakt op de website van het Instituut.

Het besluit vermeldt de redelijke termijn waarbinnen de betrokkene aan de opgelegde maatregel of maatregelen dient te voldoen. ».

Art. 9.Artikel 21/1 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 18 mei 2009, wordt opgeheven.

Art. 10.In artikel 23, § 3, van dezelfde wet, aangevuld door de wet van 18 mei 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in de Franse tekst wordt het eerste lid aangevuld met de woorden « relative à la publicité de l'administration »;2° een lid wordt ingevoegd tussen het eerste en het tweede lid, luidende : « Wanneer een onderneming een document overhandigt dat door haar als vertrouwelijk beschouwde gegevens bevat, overhandigt zij tegelijkertijd een niet-vertrouwelijke versie van dit document aan het Instituut.».

Art. 11.In artikel 34 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 31 mei 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt vervangen als volgt : « De minister bevoegd voor reglementering van elektronische communicatie en de minister bevoegd voor reglementering van postdiensten kunnen, elk voor wat hun domein betreft, aan de Raad hun prioritaire beleids- doelstellingen meedelen voor die sectoren.»; 2° een lid wordt ingevoegd tussen het eerste en het tweede lid, luidende : « De Raad stelt binnen twaalf weken na de indiensttreding van zijn leden, en om de drie jaar, een strategisch driejarenplan op.De Raad legt het ontwerp van strategisch plan ter goedkeuring voor aan de Ministerraad met uitzondering van de aspecten betreffende marktregulering ex ante en geschillen tussen operatoren waarvan de Ministerraad enkel akte neemt. Alle leden die de Raad uitmaken, stellen het aldus goedgekeurde strategisch plan voor aan de Kamer van volksvertegenwoordigers. »;

Art. 12.In artikel 35 van dezelfde wet, wordt paragraaf 1 aangevuld met de woorden « en openbaar gemaakt door het Instituut ». HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie

Art. 13.Artikel 1 van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie wordt aangevuld met een lid, luidende : « Deze wet voorziet in een gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2009/136/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 tot wijziging van Richtlijn 2002/22/EG inzake de universele dienst en gebruikersrechten met betrekking tot elektronische-communicatienetwerken en -diensten, Richtlijn 2002/58/EG betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie en Verordening (EG) nr. 2006/2004 betreffende samenwerking tussen de nationale instanties die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming en van Richtlijn 2009/140/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 tot wijziging van Richtlijn 2002/21/EG inzake een gemeenschappelijk regelgevingskader voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten, Richtlijn 2002/19/EG inzake de toegang tot en interconnectie van elektronische-communicatienetwerken en bijbehorende faciliteiten, en Richtlijn 2002/20/EG betreffende de machtiging voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten. ».

Art. 14.In artikel 2 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 20 juli 2006, 25 april 2007 en 18 mei 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in de bepaling onder 3° worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) de woorden « actieve of passieve » worden opgeheven;b) de woorden « , waaronder netwerkelementen die niet actief zijn, » worden ingevoegd tussen de woorden « andere middelen » en de woorden « die het mogelijk »;c) de woorden « waaronder satellietnetwerken, vaste (circuit- en pakketgeschakelde, met inbegrip van internet) en mobiele terrestrische netwerken, elektriciteitsnetten » worden ingevoegd tussen de woorden « elektromagnetische middelen » en de woorden « , voorzover zij »;2° in de bepaling onder 7° worden de woorden « of door een elektronische-communicatiedienst » ingevoegd tussen de woorden « een elektronische-communicatienetwerk » en de woorden « waarmee de geografische positie »;3° in de bepaling onder 10° worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) de woorden « toegankelijk te maken voor het publiek » worden opgeheven;b) de woorden « voor het publiek beschikbare » worden ingevoegd tussen de woorden « hoofdzakelijk wordt gebruikt om » en de woorden « elektronische-communicatiediensten »;c) de zin wordt aangevuld met de woorden « aan te bieden ter ondersteuning van de overdracht van informatie tussen netwerkaansluitpunten »;4° in de bepaling onder 15° worden de woorden « die houder is van een nummer dat toegekend is door een operator voor de levering van elektronische-communicatiediensten en » opgeheven;5° in de bepaling onder 16° worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in de Franse tekst worden de woorden « réseaux de communications électroniques public » vervangen door de woorden « réseau public de communications électroniques »;b) de zin wordt aangevuld met de woorden « dat met een abonneenummer of -naam kan zijn verbonden »;6° in de bepaling onder 17° worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) de woorden « behorende faciliteiten » worden vervangen door de woorden « bijbehorende, fysieke infrastructuren en andere faciliteiten of elementen »;b) de zin wordt aangevuld met de woorden « of het potentieel hiertoe bezitten en onder meer gebouwen of toegangen tot gebouwen, bekabeling van gebouwen, antennes, torens en andere onder-steunende constructies, kabelgoten, kabelbuizen, masten, mangaten en straatkasten omvatten »;7° een bepaling onder 17/1° wordt ingevoegd, luidende : « 17/1° « bijbehorende diensten » : de bij een elektronische-communicatienetwerk en/of een elektronische-communicatiedienst behorende diensten die het aanbieden van diensten via dat netwerk en/of die dienst mogelijk maken en/of ondersteunen of het potentieel hiertoe bezitten en onder meer nummervertaalsystemen of systemen met soortgelijke functies en voorwaardelijke-toegangssystemen alsmede andere diensten zoals identiteit-, locatie- en presentie-informatiediensten omvatten (met uitzondering van de diensten en systemen die uitsluitend voor radio-omroep en televisie worden gebruikt);»; 8° de bepaling onder 18° wordt vervangen als volgt : « 18° « toegang » : het beschikbaar stellen aan een operator van faciliteiten en/of diensten onder uitdrukkelijke voorwaarden, hetzij op exclusieve hetzij op niet-exclusieve basis, met het oog op het aanbieden van elektronische-communicatiediensten ook als ze gebruikt worden voor het aanbieden van diensten voor de informatiemaatschappij. Deze term bestrijkt onder meer toegang tot netwerkelementen en verwante faciliteiten waarbij eventueel apparatuur kan worden verbonden met vaste of niet-vaste middelen (dit houdt met name toegang in tot het aansluitnet en tot faciliteiten en diensten die noodzakelijk zijn om diensten te kunnen aanbieden via het aansluitnet); toegang tot materiële infrastructuur waaronder gebouwen, kabelgoten en masten; toegang tot relevante programmatuursystemen waaronder operationele ondersteuningssystemen; toegang tot informatiesystemen of databases voor reservering, levering, bestelling, onderhouds- en herstelverzoeken en facturering; toegang tot nummervertaling of systemen met vergelijkbare functionaliteit; toegang tot vaste en mobiele netwerken, met name voor roaming; toegang tot virtuele netwerkdiensten; »; 9° de bepaling onder 21° wordt opgeheven;10° in de bepaling onder 22° worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) de woorden « rechtstreeks of onrechtstreeks » worden ingevoegd tussen de woorden « beschikbaar is voor » en de woorden « uitgaande en »;b) het woord « nummerplan » wordt vervangen door het woord « telefoonnummerplan »;c) de woorden « en die eventueel een of meer van de volgende diensten kan omvatten : bijstand door een telefonist, telefooninlichtingendiensten of telefoongidsen, verstrekking van openbare telefoons, verlening van diensten tegen bijzondere voorwaarden, beschikbaarstelling van speciale faciliteiten voor klanten met een handicap of bijzondere sociale behoeften, en/of verlening van niet-geografische diensten;» worden opgeheven; 11° een bepaling onder 22/1° wordt ingevoegd, luidende : « 22/1° « oproep » : door middel van een openbaar beschikbare elektronische-communicatiedienst tot stand gebrachte verbinding die tweewegspraak-communicatie mogelijk maakt;»; 12° in de bepaling onder 23° worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) de woorden « met de hoofdverdeler » worden vervangen door de woorden « met een verdeler »;b) de woorden « openbare telefoonnetwerk op een vaste locatie » worden vervangen door de woorden « vaste openbare elektronische-communicatienetwerk »;13° de bepaling onder 24° wordt vervangen als volgt : « 24° « subnetwerk » : gedeelte van een aansluitnetwerk dat het netwerkaansluitpunt verbindt met een concentratiepunt of een ander bepaald tussenliggend aansluitpunt gelegen in het vaste openbare elektronische-communicatienetwerk;»; 14° in de bepaling onder 25° worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) de woorden « partieel aansluitnetwerk van een operator » worden vervangen door de woorden « subnetwerk van een operator met een sterke machtspositie op een relevante markt »;b) de woorden « het volledige frequentiespectrum » worden vervangen door de woorden « de volledige capaciteit van netwerkinfrastructuur »;15° in de bepaling onder 26° worden de woorden « digitale transmissiecapaciteit (bitsnelheid) » vervangen door de woorden « transportcapaciteit met de bijbehorende schakeling »;16° in de bepaling onder 27° worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) de woorden « partieel aansluitnetwerk van een operator » worden vervangen door de woorden « subnetwerk van een operator met een sterke machtspositie op een relevante markt »;b) de woorden « het buiten de spraakband liggende deel van het frequentiespectrum » worden vervangen door de woorden « een gespecificeerd deel van de capaciteit van de netwerkinfrastructuur, zoals een deel van de frequentie of iets gelijkwaardigs »;17° een bepaling onder 29/1° wordt ingevoegd, luidende : « 29/1° « kabelgoot » : omhulsel dat dient om glasvezel-, telefoon- en/of coaxkabels en/of netwerkfaciliteiten te laten passeren en te beschermen;»; 18° een bepaling onder 33/1° wordt ingevoegd, luidende : « 33/1° « spectrumtoewijzing » : de aanwijzing van een specifieke frequentieband voor gebruik door een of meer soorten radiocommunicatiediensten, waar passend onder duidelijk omschreven voorwaarden;»; 19° in de bepaling onder 39° worden de volgende wijzigingen aangebracht : a)de woorden « doet achteruitgaan » worden vervangen door het woord « verslechtert »;b) in de Franse tekst wordt het woord « utilisé » vervangen door het woord « opérant »;20° in de bepaling onder 46° wordt het woord « nummerplan » vervangen door het woord « telefoonnummerplan »;21° in de bepaling onder 47° wordt het woord « nummerplan » vervangen door het woord « telefoonnummerplan »;22° in de bepaling onder 48° worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) de woorden « van een voor het publiek beschikbare dienst » worden opgeheven;b) het woord « nummer » wordt vervangen door de woorden « nationale telefoonnummer »;c) de woorden « die de dienst levert, » worden ingevoegd tussen de woorden « ongeacht de operator » en de woorden « binnen een welbepaald »;23° een bepaling onder 48/1° wordt ingevoegd, luidende : « 48/1° « Internetdomeinnaamregistreerbureau » : een entiteit die een register van domeinnamen bijhoudt en die een systeem uitbaat zodat deze domeinnamen kunnen worden gebruikt om toegang te krijgen tot Internet- protocol-adressen of andere informatie via het Internet;»; 24° een bepaling onder 48/2° wordt ingevoegd, luidende : « 48/2° « universele dienst » : het minimumpakket van diensten als gedefinieerd in artikel 68 van een bepaalde kwaliteit dat voor alle gebruikers, ongeacht hun geografische locatie, beschikbaar is voor een in het licht van specifieke nationale omstandigheden betaalbare prijs; »; 25° het artikel wordt aangevuld met de bepaling onder 68°, luidende : « 68° « inbreuk in verband met persoonsgegevens » : een inbreuk op de beveiliging die resulteert in een accidentele of onwettige vernietiging, verlies, wijziging, niet-geautoriseerde vrijgave van of toegang tot persoonsgegevens die zijn verstuurd, opgeslagen of anderszins verwerkt in verband met de levering van een openbare elektronische-communicatiedienst in de Gemeenschap;»; 26° het artikel wordt aangevuld met de bepaling onder 69°, luidende : « 69° « ENISA » : Europees Agentschap voor netwerk- en informatiebeveiliging opgericht door Verordening (EG) nr.460/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2004 tot oprichting van het Europees Agentschap voor netwerk- en informatiebeveiliging; »; 27° het artikel wordt aangevuld met de bepaling onder 70°, luidende : « 70° « BEREC » : Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie opgericht door Verordening (EG) nr. 1211/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 tot oprichting van het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie (BEREC) en het Bureau; »; 28° het artikel wordt aangevuld met de bepaling onder 71°, luidende : « 71° « Bureau » : Bureau van BEREC opgericht door artikel 6 van Verordening (EG) nr.1211/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 tot oprichting van het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie (BEREC) en het Bureau; »; 29° het artikel wordt aangevuld met de bepaling onder 72°, luidende : « 72° « Prioritair gebruiker » : gebruiker van elektronische-communicatiediensten of -netwerken die door de taken die hij uitoefent of zijn activiteiten een door de overheden erkende belangrijke maatschappelijke functie heeft en die door een gebrek aan toegang tot elektronische-communicatiediensten of -netwerken niet meer in staat is zijn taken of activiteiten adequaat uit te voeren wat tot een toestand kan leiden die de openbare veiligheid, of de civiele veiligheid en de civiele bescherming, of de civiele verdediging, of de crisisplanning, of de veiligheid of de bescherming van het economische en wetenschappelijke potentieel van het land, kan schaden;». 30° het artikel wordt aangevuld met een bepaling onder 73°, luidende : « 73° « M2M » : een communicatietechnologie waarbij de gegevens automatisch worden overgezonden tussen de apparatuur en de toepassingen, al dan niet met weinig menselijke interactie.»

Art. 15.In titel I, hoofdstuk I van dezelfde wet wordt een artikel 4/1 ingevoegd, luidende : «

Art. 4/1.§ 1. De operatoren verlenen voorrang voor toegang, in de opgegeven volgorde, tot hun netwerken en diensten aan : 1° de nooddiensten;2° de prioritaire gebruikers waarvan de lijst na advies van het Instituut door de Koning wordt bepaald. De Koning bepaalt de voorrang van toegang tussen de prioritaire gebruikers, in voorkomend geval per groep van gebruikers.

De Koning bepaalt de termijn waarbinnen de operatoren de overeenkomstig dit artikel genomen maatregelen ten uitvoer moeten brengen. § 2. De Koning bepaalt de elektronische-communicatiediensten die de operatoren bij voorrang leveren in geval van verzadiging of overbelasting van hun netwerken. Te dien einde kan de Koning de door de operatoren te volgen regels of de uit te voeren maatregelen, of beide, opleggen. ».

Art. 16.In artikel 6 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in de bepaling onder 1° worden de woorden « , inbegrepen personen met een handicap, bejaarden en personen die specifieke sociale noden hebben, » ingevoegd tussen het woord « gebruikers » en het woord « maximaal »;2° de bepaling onder 3° wordt opgeheven.

Art. 17.In artikel 7 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de bepaling onder 3° wordt opgeheven;2° in de bepaling onder 4° worden de woorden « en BEREC » ingevoegd tussen de woorden « de Europese Commissie » en de woorden « op transparante wijze »;3° een bepaling onder 5° wordt ingevoegd, luidende : « 5° het ondersteunt de harmonisatie van specifieke nummers of nummerreeksen binnen de Gemeenschap wanneer dat de werking van de interne markt en de ontwikkeling van de pan-Europese diensten bevordert.».

Art. 18.In artikel 8 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in de bepaling onder 5° worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) het woord « gehandicapte » wordt opgeheven;b) de zin wordt aangevuld met de woorden « met een handicap, bejaarde eindgebruikers en eindgebruikers met speciale sociale behoeften, met name om deze gebruikers toegang te verlenen tot de diensten bedoeld in artikel 74 »;2° in de bepaling onder 6° wordt de zin aangevuld met de woorden « en de veiligheid van de openbare elektronische-communicatiediensten;»; 3° een bepaling onder 7° wordt ingevoegd, luidende : « 7° het bevordert het vermogen van de eindgebruikers om toegang te krijgen tot informatie en deze te verspreiden of om gebruik te maken van toepassingen en diensten van hun keuze.».

Art. 19.In titel I, hoofdstuk II van dezelfde wet wordt een artikel 8/1 ingevoegd, luidende : «

Art. 8/1.§ 1. Bij de uitvoering van de taken die krachtens deze wet op het Instituut rusten, ziet het Instituut erop toe dat objectieve, transparante, niet-discriminerende en proportionele regelgevingsbeginselen worden toegepast, onder meer op de volgende wijze : a) het bevordert de voorspelbaarheid van de regelgeving door te zorgen voor een consistente aanpak in de regelgeving tijdens geschikte herzieningsperioden;b) het waarborgt dat er bij gelijke omstandigheden geen discriminatie plaatsvindt bij de behandeling van ondernemingen die elektronische-communicatienetwerken en -diensten leveren;c) het beschermt de concurrentie in het belang van de consument, en bevordert waar nodig een op infrastructuur gebaseerde concurrentie;d) het bevordert efficiënte investeringen en innovatie in nieuwe en betere infrastructuur, onder meer door te zorgen dat er in de toegangsver-plichtingen voldoende rekening wordt gehouden met het door de investering genomen risico en door verschillende samenwerkingsafspraken tussen investeerders en partijen die toegang willen hebben, toe te staan om het investeringsrisico te spreiden, waarbij ervoor wordt gezorgd dat de concurrentie op de markt en het non-discriminatiebeginsel worden gevrijwaard;e) het houdt naar behoren rekening met de uiteenlopende omstandigheden wat betreft concurrentie en consumenten in de verschillende geografische gebieden;f) het legt regelgevende verplichtingen ex ante uitsluitend daar op waar geen effectieve en duurzame concurrentie is en het verlicht de verplichtingen of heft deze op zodra er wel aan die voorwaarde is voldaan. § 2. Bij de uitvoering van de taken die krachtens deze wet op het Instituut rusten, houdt het Instituut zoveel mogelijk rekening met de aanbevelingen die de Europese Commissie formuleert overeenkomstig artikel 19 van Richtlijn 2002/21/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 inzake een gemeenschappelijk regelgevingskader voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten. Wanneer het Instituut besluit om een van deze aanbevelingen niet op te volgen, brengt het de Europese Commissie daarvan op de hoogte met vermelding van de motivering van zijn standpunt. ».

Art. 20.In artikel 9, § 5, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 20 juli 2006 en 25 april 2007, worden de woorden « of diensten » ingevoegd tussen de woorden « van elektronische communicatienetwerken » en de woorden « die het openbaar domein ».

Art. 21.In artikel 11 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 25 april 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 1 worden de woorden « Onverminderd de bevoegdheden van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie, » ingevoegd tussen de woorden « Overeenkomstig de nadere regels vastgesteld door de Koning na advies van het Instituut is het Instituut » en de woorden « belast met »;2° in paragraaf 7 wordt vervangen als volgt : « § 7.De operatoren aan wie telefoonnummers uit het nationale nummerplan werden toegewezen, bieden de faciliteit nummeroverdraagbaarheid aan.

De Koning bepaalt na, advies van het Instituut : 1° de nadere regels inzake nummeroverdraagbaarheid, waaronder de verdeling van de taken tussen de bij de overdracht betrokken partijen waarbij de uitvoeringstermijn voor activering van de nummeroverdracht niet langer mag zijn dan één werkdag;deze termijn kan geïntegreerd worden in ruimere voorschriften in verband met het totaalproces voor het overdragen van nummers, die rekening houden met de wettelijke bepalingen inzake contracten, de technische haalbaarheid en de gewaarborgde continuïteit van de dienst voor de abonnee die zijn nummer wenst over te dragen, zonder dat de dienst geleverd aan de abonnee tijdens het overdrachtsproces langer dan één werkdag wordt onderbroken; 2° de verplichtingen van de operatoren om informatie te verschaffen aan de eindgebruikers over de nummeroverdraagbaarheid;3° de methode voor de vaststelling van de kosten voor de toepassing van deze faciliteit en de verdeling van die kosten tussen de betrokken partijen;deze methodes en kostenverdelingsregels mogen niet leiden tot tarieven voor de abonnees in verband met de nummeroverdraagbaarheid die de concurrentie zouden kunnen verstoren of die de verandering van operator ontmoedigen; de prijsstelling tussen operatoren met betrekking tot het aanbieden van nummeroverdraagbaarheid is bovendien op de kosten gebaseerd; 4° de vergoedingen die aan de abonnees toekomen in geval van vertraging bij de uitvoering van de overdracht.».

Art. 22.In artikel 12 van dezelfde wet wordt het getal « 24 » vervangen door het getal « 24/1 ».

Art. 23.In artikel 13 van dezelfde wet wordt het tweede lid vervangen als volgt : « Het Instituut werkt samen met de Gemeenschappen, met de bevoegde instanties bij de overige lidstaten en met de Europese Commissie bij de strategische planning, coördinatie en harmonisatie van het gebruik van het radiospectrum. Daartoe wordt rekening gehouden met economische, veiligheids-, gezondheids-, maatschappelijke, vrijemeningsuitings-, culturele, wetenschappelijke, sociale en technische aspecten van het beleid van de Europese Unie, alsmede met de uiteenlopende belangen van de kringen van radiospectrumgebruikers met het oog op de optimalisatie van het gebruik van het radiospectrum en het vermijden van schadelijke storing. Het Instituut beoogt hierbij het bevorderen van de coördinatie van de radiospectrumbeleidsaanpak in de Europese Gemeenschap en, in voorkomend geval, de harmonisatie van de voorwaarden inzake beschikbaarheid en efficiënt en daadwerkelijk gebruik van het radiospectrum met het oog op : 1° het tot stand brengen en het functioneren van de interne markt op het gebied van elektronische communicatie;2° het creëren van voordelen voor de consumenten, zoals schaalvoordelen en interoperabiliteit van diensten. Het Instituut draagt er zorg voor dat de spectrumtoewijzing gebaseerd is op objectieve, transparante, niet-discriminerende en proportionele criteria.

Bij het beheer, de toewijzing en de coördinatie van radiofrequenties houdt het Instituut rekening met de desbetreffende internationale akkoorden, met inbegrip van de radioregelgeving van de ITU. Het mag tevens overwegingen van openbaar belang in aanmerking nemen. ».

Art. 24.In artikel 18 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in de bepaling onder 1° worden de woorden « , het netwerk » opgeheven;b) in de bepaling onder 1° worden de woorden « het exclusieve gebruik van een radiofrequentie voor de doorgifte van specifieke inhoud of specifieke diensten » vervangen door de woorden « de dekkingsvereisten en kwaliteitseisen »;c) een bepaling onder 9° wordt ingevoegd, luidende : « 9° specifieke verplichtingen voor experimenteel gebruik van radiofrequenties.»; 2° de paragrafen 1/1 tot 1/5 worden ingevoegd, luidende : « § 1/1.Alle soorten voor elektronische-communicatiediensten gebruikte technologie kunnen worden gebruikt op de radiofrequentiebanden die geheel of gedeeltelijk gebruikt worden voor elektronische-communicatiediensten die aan het publiek worden aangeboden.

De Koning kan op advies van het Instituut evenwel proportionele en niet-discriminerende beperkingen opleggen met betrekking tot de soorten voor elektronische-communicatiediensten gebruikte draadloze technologie, indien dat nodig is om : 1° schadelijke storing te vermijden;2° de technische kwaliteit van de dienst te garanderen;3° te zorgen voor zoveel mogelijk gedeeld gebruik van de radiofrequenties;4° een efficiënt spectrumgebruik te waarborgen;of 5° een doelstelling van algemeen belang te verwezenlijken. § 1/2. Alle soorten elektronische-communicatie-diensten kunnen worden aangeboden op de radiofrequentiebanden die geheel of gedeeltelijk gebruikt worden voor elektronische-communicatiediensten die aan het publiek worden aangeboden.

De Koning kan op advies van het Instituut evenwel proportionele en niet-discriminerende beperkingen opleggen met betrekking tot de soorten elektronische-communicatiediensten die worden aangeboden, ook, waar nodig, om te voldoen aan vereisten van de radioregelgeving van de ITU. Maatregelen die vereisen dat een elektronische-communicatiedienst in een specifieke radiofrequentieband wordt aangeboden, worden gerechtvaardigd door de verwezenlijking van een doelstelling van algemeen belang zoals, maar niet beperkt tot : 1° de veiligheid van het menselijk leven;2° het bevorderen van de sociale, regionale of territoriale samenhang;3° het vermijden van een ondoelmatig gebruik van radiofrequenties. Een maatregel die het verlenen van iedere andere elektronische-communicatiedienst in een specifieke frequentieband verbiedt, mag alleen worden opgelegd wanneer hij gerechtvaardigd is op grond van de noodzaak de veiligheid van het menselijk leven te beschermen of, uitzonderlijk, voor de verwezenlijking van andere doelstellingen van algemeen belang zoals het bevorderen van de sociale, regionale of territoriale samenhang en het vermijden van een ondoelmatig gebruik van radiofrequenties. § 1/3. Het Instituut heronderzoekt geregeld de noodzaak van de maatregelen vermeld in de paragrafen 1/1 en 1/2, en maakt de resultaten van dit onderzoek bekend. § 1/4. Tot 24 mei 2016 kunnen houders van rechten op het gebruik van radiofrequenties die toegekend zijn vóór 25 mei 2011 en die voor een periode van ten minste vijf jaar na 25 mei 2011 geldig zullen blijven, een aanvraag indienen bij het Instituut tot heronderzoek van de beperkingen die door de Koning zijn opgelegd, op basis van paragrafen 1/1 en 1/2.

Alvorens het Instituut een besluit neemt, stelt het de houder van het recht in kennis van de hernieuwde toetsing van de beperkingen en van de bevindingen aangaande de omvang van dit recht. Hierbij wordt de houder een termijn van een maand toegekend om zijn verzoek in te trekken. Wanneer de houder zijn verzoek intrekt, blijft het recht ongewijzigd tot de vervaldatum of uiterlijk tot de in het eerste lid genoemde datum, waarbij de eerstvolgende datum wordt gekozen.

Na de datum zoals bedoeld in het eerste lid neemt het Instituut alle passende maatregelen om ervoor te zorgen dat alle resterende gebruiksrechten en spectrumtoewijzingen voor elektronische-communicatiediensten die op de dag van de inwerkingtreding van deze wet bestonden, voldoen aan de paragrafen 1/1 en 1/2. § 1/5. Ten behoeve van paragraaf 1/4 genomen maatregelen zijn niet als verlening van nieuwe gebruiksrechten aan te merken. »; 3° paragraaf 2 wordt aangevuld met de woorden « , gelet op het nagestreefde doel, naar behoren rekening houdend met het feit dat een passende periode voor de afschrijving van investeringen nodig is ».

Art. 25.In artikel 19 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de bestaande tekst zal paragraaf 1 vormen;2° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in het eerste lid worden de woorden « of te verhuren » ingevoegd tussen de woorden « over te dragen » en de woorden « voor radiofrequenties »;b) in het eerste lid, wordt de tweede zin, die aanvangt met de woorden « Het Instituut stemt » en eindigt met de woorden « van het radiofrequentiespectrum.», vervangen als volgt : « Het Instituut stemt met de overdracht of verhuur in indien zij in overeenstemming is met de vereisten van een daadwerkelijk en efficiënt beheer van het radiofrequentiespectrum. »; c) een lid wordt ingevoegd tussen het eerste en het tweede lid, luidende : « Het Instituut kan de overdracht of verhuur echter weigeren indien het betrokken gebruiksrecht oorspronkelijk zonder kosten is verkregen door de operator.»; d) het vroegere tweede lid, dat het derde lid wordt, wordt vervangen als volgt : « Behoudens een andersluidend besluit van het Instituut, leidt de overdracht of de verhuur van een frequentie waarvan het gebruik is geharmoniseerd, in geen geval tot een verandering van het gebruik van die radiofrequentie of de voorwaarden van dit gebruik.»; e) in het vroegere derde lid, dat het vierde lid wordt, worden de woorden « of de verhuur » ingevoegd tussen de woorden « de overdracht » en de woorden « van gebruiksrechten »;f) de paragraaf wordt aangevuld met een lid, luidende : « Het Instituut waakt erover zowel de informatie die het ontvangen heeft overeenkomstig het eerste lid als de beslissingen genomen overeenkomstig deze paragraaf openbaar te maken.»; 3° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende : « § 2.Wanneer individuele rechten om radiofrequenties te mogen gebruiken worden verleend voor een periode van tien jaar of meer en zulke rechten niet kunnen worden overgedragen of verhuurd tussen operatoren zorgt het Instituut ervoor dat de criteria om individuele gebruiksrechten te verlenen van toepassing blijven en in acht worden genomen voor de duur van de vergunning, met name op gerechtvaardigd verzoek van de houder van het recht. Wanneer deze criteria niet langer van toepassing zijn, stelt de Koning, overeenkomstig artikel 18, § 1, het gebruiksrecht vast, mits dit vooraf wordt aangemeld en na een redelijke periode, of kan het recht overeenkomstig paragraaf 1 worden overgedragen of verhuurd tussen operatoren. ».

Art. 26.In dezelfde wet wordt een artikel 19/1 ingevoegd, luidende : «

Art. 19/1.Het Instituut legt de regels vast om het hamsteren van spectrum te voorkomen, met name door strikte termijnen te bepalen waarbinnen de gebruiksrechten door de houder van de rechten daadwerkelijk moeten worden geëxploiteerd. Daartoe kan het Instituut alle passende maatregelen opleggen, met inbegrip van een vermindering, intrekking of gedwongen verkoop van een recht om radiofrequenties te mogen gebruiken. ».

Art. 27.In artikel 20, § 2, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden « of waarbij de duur van bestaande rechten wordt verlengd op een andere wijze dan in overeenstemming met de in dergelijke rechten gespecificeerde voorwaarden, » worden ingevoegd tussen de woorden « publiek worden aangeboden » en de woorden « zorgt het Instituut »;2° in de bepaling onder 2° worden de woorden « of het verlengen van gebruiksrechten » ingevoegd tussen de woorden « van gebruiksrechten » en de woorden « met opgave van ».

Art. 28.In titel II, hoofdstuk II, afdeling 2, onderafdeling 2 van dezelfde wet wordt een artikel 24/1 ingevoegd, luidende : «

Art. 24/1.Het Instituut beperkt gebruiksrechten voor radiofrequenties niet of trekt ze niet in vóór het verstrijken van de periode waarvoor zij verleend zijn, behalve in met redenen omklede gevallen. ».

Art. 29.In dezelfde wet wordt het opschrift van hoofdstuk 3 van titel 2 vervangen als volgt : « HOOFDSTUK III. - Het gedeeld gebruik van sites, infrastructuur en andere netwerkelementen ».

Art. 30.In artikel 25, § 1, van dezelfde wet worden de woorden « De operator stelt » vervangen door de woorden « Teneinde het milieu, de volksgezondheid, en de openbare veiligheid te beschermen of om stedenbouwkundige of planologische redenen stelt de operator ».

Art. 31.In artikel 27, § 1, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden « bij het Instituut » invoegen tussen de woorden « Er wordt » en de woorden « een databank »;2° het woord « maximaal » invoegen tussen de woorden « met het oog op het » en de woorden « gedeeld gebruik ».

Art. 32.In dezelfde wet wordt het opschrift van afdeling 2 van hoofdstuk 3 van titel 2 vervangen als volgt : « Afdeling 2. - Het gedeeld gebruik van andere sites, infrastructuur en andere netwerkelementen ».

Art. 33.In artikel 28 van dezelfde wet worden de woorden « andere sites dan die vermeld in Afdeling 1 » vervangen door de woorden : « 1° andere sites dan die vermeld in Afdeling 1, met name van gebouwen die geen antennesites zijn in de zin van Afdeling 1, evenals van hun toegang, bekabeling, ondersteuningsgebouwen, kabelgoten, leidingen, mangaten en straatkasten; 2° bekabeling in gebouwen of tot aan het eerste punt van samenkomst of distributie indien dit zich buiten het gebouw bevindt en indien dit gerechtvaardigd is wegens het feit dat duplicatie van dergelijke infrastructuur economisch inefficiënt of fysiek onuitvoerbaar zou zijn.».

Art. 34.In artikel 51 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 18 mei 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) de woorden « Indien tijdens onderhandelingen met betrekking tot toegang er geen overeenstemming kan worden bereikt tussen de partijen, kan het Instituut » worden vervangen door de woorden « Het Instituut kan »;b) de woorden « en, waar nodig, ter waarborging, » worden ingevoegd tussen de woorden « ingrijpen ter bevordering » en de woorden « van een passende toegang »;c) de woorden « of interoperabiliteit van diensten » worden ingevoegd tussen de woorden « van een passende toegang » en de woorden « overeenkomstig het »;d) de paragraaf wordt aangevuld met een lid, luidende : « Wanneer het Instituut overeenkomstig het eerste lid ingrijpt, kan het onder meer : 1° termijnen opleggen waarbinnen onderhandelingen inzake toegang of het realiseren van interoperabiliteit van diensten afgerond moeten worden;2° de richtinggevende principes inzake toegang of interoperabiliteit van diensten bepalen, waarover overeenstemming moet worden bereikt;3° indien er geen overeenstemming kan worden bereikt tussen de partijen, de voorwaarden inzake de te verstrekken toegang of te realiseren interoperabiliteit bepalen, die het passend acht.»; 2° in paragraaf 2, eerste zin, worden de woorden « of interoperabiliteit van diensten » ingevoegd tussen de woorden « eind-tot-eindverbindingen » en de woorden « te verzekeren »;3° het artikel wordt aangevuld met de paragrafen 3 tot 5, luidende : « § 3.Het Instituut kan steeds en op eigen initiatief aan operatoren verplichtingen opleggen om nummers van het nationale nummerplan en de eventueel op die nummers aangeboden diensten toegankelijk te maken voor eindgebruikers. § 4. Voor zover technisch en economisch haalbaar en tenzij een opgeroepen abonnee om commerciële redenen heeft besloten de toegang van oproepende gebruikers die zich in specifieke geografische gebieden bevinden, te beperken, kan het Instituut steeds en op eigen initiatief aan operatoren verplichtingen opleggen om : 1° diensten die gebruik maken van niet-geografische nummers binnen de Europese Gemeenschap toegankelijk te maken voor eindgebruikers;2° telefooninlichtingendiensten uit andere lidstaten toegankelijk te maken voor eindgebruikers;3° alle in de Europese Gemeenschap toegekende nummers toegankelijk te maken, ongeacht de door de houder van dat nummer gebruikte technologie en apparatuur, met inbegrip van nummers uit de nationale nummerplannen van de lidstaten, nummers van de Europese Telefoonnummeringsruimte en internationale universele gratis nummers. § 5. Het Instituut kan steeds en op eigen initiatief doch geval per geval eisen dat operatoren de toegang tot nummers en diensten blokkeren wanneer dit gerechtvaardigd is om redenen van fraude of misbruik, en dat operatoren in die gevallen de overeenkomstige inkomsten uit interconnectie of andere diensten inhouden. ».

Art. 35.In artikel 52 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 18 mei 2009, worden de woorden « verplichtingen inzake interconnectie oplegt, kan het daarbij de voorwaarden inzake de te verstrekken interconnectie bepalen die het passend acht » vervangen door de woorden « vaststelt dat de in het eerste lid bedoelde verplichting niet nagekomen is, kan het, onverminderd de toepassing van artikel 20 of 21 van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector, de redelijke voorwaarden inzake interconnectie voorschrijven die het passend acht, waarover partijen te goeder trouw moeten onderhandelen ».

Art. 36.In artikel 55 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 18 mei 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) de woorden « minstens zo spoedig mogelijk na de aanneming van de Aanbeveling of een bijwerking daarvan » worden opgeheven;b) de woorden « van die relevante markten » worden vervangen door de woorden « van de relevante markten, rekening houdend met de markten opgelijst in de Aanbeveling »;c) een zin wordt ingevoegd tussen de eerste zin die eindigt met de woorden « daadwerkelijk concurrentieel zijn.» en de tweede zin die aanvangt met de woorden « De informatie uitwisseling », luidende : « Het houdt daarbij zoveel mogelijk rekening met de door de Europese Commissie gepubliceerde richtsnoeren. »; d) de paragraaf wordt aangevuld met twee leden, luidende : « Het Instituut voert deze marktanalyse uit overeenkomstig de artikelen 140 tot 143/1 : a) binnen drie jaar volgend op de aanneming van een voorafgaand besluit van het Instituut betreffende die markt.Die termijn kan evenwel uitzonderlijk worden verlengd met maximaal drie bijkomende jaren wanneer het Instituut aan de Europese Commissie een met redenen omkleed voorstel tot verlenging heeft gedaan en zij geen bezwaar heeft gemaakt in de maand die volgt op deze kennisgeving; b) binnen twee jaar volgend op de aanneming door de Europese Commissie van een herziene aanbeveling inzake relevante markten, voor markten die nog niet werden genotificeerd aan de Europese Commissie. Wanneer het Instituut zijn marktanalyse niet binnen de in het tweede lid vastgestelde termijn heeft uitgevoerd, kan het aan BEREC assistentie vragen om de analyse van de relevante markt af te werken en specifieke verplichtingen op te leggen. In dit geval raadpleegt het Instituut de Europese Commissie, BEREC en de nationale regelgevende instanties van de lidstaten binnen de zes maanden, conform artikel 141. »;2° in paragraaf 2 wordt het getal « 65 » vervangen door het getal « 65/1 »;3° in paragraaf 3 worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) de woorden « afzonderlijk of gezamenlijk met één of meer andere operatoren » worden ingevoegd tussen de woorden « op die markt » en de woorden « over een sterke machtspositie »;b) de woorden « legt hem » worden vervangen door de woorden « beslist het tot de oplegging, handhaving of wijziging »;c) het getal « 65 » wordt vervangen door het getal « 65/1 »;d) de woorden « diegene op » worden opgeheven;e) het derde en het vierde lid worden vervangen als volgt : « Als een operator wordt geacht een sterke machtspositie op een relevante markt (de eerste markt) te hebben, kan hij ook worden geacht een sterke machtspositie op een nauw verwante markt (de tweede markt) te hebben.Dit kan het geval zijn als de koppelingen tussen beide markten van die aard zijn dat zij de operator met een sterke machtspositie in staat stellen om de machtspositie die hij heeft op de eerste markt op de tweede markt te gebruiken zodat zijn machtpositie op de markt wordt vergroot.

In dat geval beslist het Instituut, onverminderd de toepassing van het eerste lid, tot de oplegging, handhaving of wijziging op de tweede markt van de verplichtingen als beschreven in de artikelen 58 tot 60 en 62 en wanneer die verplichtingen ontoereikend blijken, verplichtingen zoals bedoeld in artikel 64, die het gepast acht om dit hefboomeffect te voorkomen. »; f) in het vijfde lid worden de woorden « in het Belgisch Staatsblad en » opgeheven;4° in de paragrafen 4 en 4/1 worden de woorden « geldt het stilzwijgen van de Raad voor de Mededinging als goedkeuring van de voormelde ontwerpbeslissing » telkens vervangen door de woorden « is geen advies van de Raad voor de Mededinging meer vereist »;5° paragraaf 5 wordt vervangen als volgt : « In het geval van transnationale markten die worden omschreven in een beschikking van de Europese Commissie, analyseert het Instituut deze markten, samen met de nationale regelgevende instanties van andere betrokken lidstaten, waarbij zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met de richtsnoeren.Het Instituut spreekt zich samen met diezelfde instanties, op gecoördineerde wijze uit over het opleggen, handhaven, wijzigen of opheffen van wettelijke sectorverplichtingen zoals bedoeld in paragraaf 3. ».

Art. 37.In artikel 56 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 18 mei 2009 en van 31 mei 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) de woorden « Onverminderd de noodzaak » worden vervangen door de woorden « Het Instituut legt geen van de in de artikelen 58 tot 62 vermelde verplichtingen op aan de operatoren die niet aangewezen zijn als beschikkende over een sterke machtspositie op een relevante markt, onverminderd de noodzaak »;b) in de Franse tekst in de bepaling onder 3° worden de woorden « de numérotation » ingevoegd tussen de woorden « à l'espace » en de woorden « téléphonique européen »;c) de bepaling onder 5° wordt vervangen als volgt : « 5° de eind-tot-eindverbindingen of, in gevallen waarin zulks gerechtvaardigd is en voor zover noodzakelijk, de interoperabiliteit van diensten te verzekeren of een passende toegang te bevorderen of, waar nodig, te waarborgen;»; d) in de bepaling onder 7° worden de woorden « , legt het Instituut geen enkele van de in de artikelen 58 tot 62 vermelde verplichtingen op aan operatoren die niet aangewezen zijn als beschikkende over een sterke machtspositie op een relevante markt » opgeheven;2° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt : « § 2.In uitzonderlijke omstandigheden, wanneer het Instituut operatoren met een aanmerkelijke marktmacht op een relevante markt andere verplichtingen inzake toegang dan diegene waarvan sprake in de artikelen 58 tot 62 wil opleggen, legt het dat verzoek voor toestemming voor aan de Europese Commissie. ».

Art. 38.Artikel 58 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 18 mei 2009, wordt aangevuld met een lid, luidende : « Verplichtingen inzake non-discriminatie moeten er in het bijzonder voor zorgen dat de operatoren ten aanzien van andere ondernemingen die gelijkwaardige diensten aanbieden onder gelijkwaardige omstandigheden gelijkwaardige voorwaarden toepassen, en aan anderen diensten en informatie aanbieden onder dezelfde voorwaarden en van dezelfde kwaliteit als die welke zij hun eigen diensten of diensten van hun dochterondernemingen of partners bieden. ».

Art. 39.In artikel 59 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 18 mei 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1 worden de woorden « , zoals boekhoudkundige informatie, technische specificaties, netwerkkenmerken, eisen en voorwaarden voor levering en gebruik alsmede tarieven, » ingevoegd tussen de woorden « bepaalde informatie » en de woorden « openbaar moeten »;2° in paragraaf 3 worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in het eerste lid wordt het woord « Onverminderd » vervangen door het woord « Niettegenstaande »;b) in het eerste lid worden de woorden « lid 2, 1° » vervangen door de woorden « aangaande groothandelstoegang tot netwerkinfrastructuur »;c) in het tweede lid worden de woorden « volledig ontbundelde of gedeelde toegang tot het aansluitnetwerk of het partiële aansluitnetwerk » vervangen door de woorden « groothandelstoegang tot netwerkinfrastructuur »;d) in het tweede lid worden de woorden « de Koning, na advies van » opgeheven;3° in paragraaf 5 wordt het eerste lid vervangen als volgt : « Elk referentieaanbod wordt, voordat het gepubliceerd wordt, door het Instituut goedgekeurd. Wanneer de auteur van het referentieaanbod dit wenst te wijzigen, brengt hij het Instituut hiervan voorafgaandelijk op de hoogte. Dit laatste aanvaardt of weigert de gewenste wijziging. Het mag tevens de aanpassingen opleggen die het nodig acht.

Het referentieaanbod is gratis elektronisch beschikbaar op een vrij toegankelijke website. »; 4° paragraaf 6 wordt opgeheven.

Art. 40.In artikel 61 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 18 mei 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) de bepaling onder 1° wordt vervangen als volgt : « 1° derden toegang verlenen tot specifieke netwerkelementen en/of -faciliteiten, met inbegrip van toegang tot netwerkelementen die niet actief zijn en/of ontbundelde toegang tot het aansluitnetwerk, onder meer om carrierkeuze en/of carriervoorkeuze en/of het aanbod inzake doorverkoop van abonneelijnen mogelijk te maken;»; b) in de bepaling onder 6° worden de woorden « van faciliteiten aanbieden, inclusief gedeeld gebruik van kabelgoten, gebouwen of masten » vervangen door de woorden « van bijbehorende faciliteiten aanbieden »;c) een bepaling onder 10° wordt ingevoegd, luidende : « 10° toegang verlenen tot bijbehorende diensten zoals identiteit-, locatie- en presentie-informatiediensten van de abonnee.»; 2° in paragraaf 2 worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in de bepaling onder 1° worden de woorden « en toegang » vervangen door de woorden « en/of toegang, met inbegrip van de levensvatbaarheid van andere toeleveringsproducten zoals de toegang tot kabelgoten »;b) in de bepaling onder 3° worden de woorden « rekening houdende met de aan de investering » vervangen door de woorden « rekening houdende met de verrichte overheidsinvesteringen en met de aan de investering »;c) de bepaling onder 4° wordt aangevuld met de woorden « , door bijzondere aandacht te besteden aan de economisch efficiënte concurrentie die gebaseerd is op de infrastructuur »;3° een paragraaf 2/1 wordt ingevoegd, luidende : « § 2/1.Wanneer het Instituut aan een operator de verplichting oplegt om in overeenstemming met de bepalingen van dit artikel toegang te verlenen, kan het technische of operationele voorwaarden opleggen waaraan de aanbieder en/of de gebruikers van die toegang moeten voldoen, wanneer dat nodig is om de normale werking van het netwerk te garanderen.

De verplichting om specifieke technische normen of specificaties te volgen, moet in overeenstemming zijn met de normen en specificaties die vastgesteld zijn overeenkomstig artikel 17 van Richtlijn 2002/21/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 inzake een gemeenschappelijk regelgevingskader voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten. »; 4° in paragraaf 3, tweede lid, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) de woorden « Indien tijdens onderhandelingen met betrekking tot de toegang er geen overeenstemming kan worden bereikt tussen de partijen, bepaalt het Instituut, » worden vervangen door de woorden « Het Instituut bepaalt, »;b) de woorden « indien gerechtvaardigd » worden ingevoegd tussen de woorden « hetzij op eigen initiatief » en de woorden « , hetzij op verzoek ».

Art. 41.In artikel 62 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) het eerste lid wordt vervangen als volgt : « Het Instituut kan overeenkomstig artikel 55, paragrafen 3 en 4/1, verplichtingen inzake het terugverdienen van kosten en prijscontrole opleggen, inclusief verplichtingen inzake kostenoriëntering van prijzen en kostentoerekeningssystemen, voor het verlenen van specifieke interconnectie- en/of toegangtypes, wanneer uit een marktanalyse blijkt dat de betrokken operator de prijzen door het ontbreken van werkelijke concurrentie op een buitensporig hoog peil kan handhaven of de marges kan uithollen, ten nadele van de eindgebruikers.»; b) het tweede lid wordt vervangen als volgt : « Wanneer het Instituut een van deze verplichtingen aan een operator oplegt, wordt rekening gehouden met de kosten verbonden aan efficiënte dienstverlening.»; c) de paragraaf wordt aangevuld met een lid, luidende : « Om investeringen door de operator in nieuwegeneratienetwerken aan te moedigen, houdt het Instituut rekening met de door de operator gedane investeringen, en staat het toe dat hij een redelijke opbrengst krijgt uit zijn gepaste kapitaalinbreng, waarbij alle risico's die specifiek verband houden met een bepaald nieuw netwerkproject in beschouwing worden genomen.»; 2° in paragraaf 2 wordt het tweede lid vervangen als volgt : « Het Instituut kan van een operator verlangen dat deze volledige verantwoording aflegt.Indien nodig kan het Instituut de aanpassing van de tarieven verlangen. ».

Art. 42.Artikel 63 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 18 mei 2009, wordt opgeheven.

Art. 43.In artikel 64, § 1, eerste lid, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het getal « 63 » wordt vervangen door het getal « 62 »;2° het getal « 5 » wordt vervangen door het getal « 4/1 ».

Art. 44.Artikel 65 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 18 mei 2009, wordt opgeheven.

Art. 45.In titel III, hoofdstuk III van dezelfde wet wordt een artikel 65/1 ingevoegd, luidende : «

Art. 65/1.§ 1. Wanneer het Instituut besluit dat de passende verplichtingen die zijn opgelegd krachtens de artikelen 58 tot 62 er niet in geslaagd zijn daadwerkelijke concurrentie tot stand te brengen en dat er belangrijke en blijvende concurrentieproblemen en/of markttekortkomingen zijn vastgesteld met betrekking tot het aanbod op groothandelsniveau van bepaalde toegangsproducten, kan het bij wijze van uitzonderlijke maatregel en in overeenstemming met de bepalingen van artikel 56, § 2, een verplichting opleggen aan een verticaal geïntegreerde operator om zijn activiteiten die verband houden met het aanbieden van de desbetreffende toegangsproducten op groothandelsniveau in een functioneel onafhankelijke bedrijfseenheid te plaatsen.

Die bedrijfseenheid moet toegangsproducten en -diensten leveren aan alle operatoren, met inbegrip van andere bedrijfseenheden binnen de moedermaatschappij, binnen dezelfde tijdspanne en tegen dezelfde voorwaarden, met inbegrip van de prijs en kwaliteit van dienstverlening, en door middel van dezelfde systemen en processen. § 2. Wanneer het Instituut voornemens is functionele scheiding verplicht te stellen, dient het hiertoe een voorstel in bij de Europese Commissie met : 1° elementen die het in paragraaf 1 bedoelde besluit van het Instituut rechtvaardigen;2° een met redenen omklede evaluatie die stelt dat er binnen een redelijke termijn weinig of geen kans is op daadwerkelijke en duurzame op infrastructuur gegronde concurrentie;3° een analyse van de verwachte impact op het Instituut, op de operator, met name op de werknemers van de gescheiden bedrijfseenheid, op de elektronische-communicatiesector als geheel, op de stimuli om in deze sector als een geheel te investeren, met name in verband met de noodzaak te zorgen voor sociale en territoriale cohesie en op andere belanghebbenden, met name de verwachte impact op de mededinging en eventuele gevolgen voor de consument;4° een analyse van de redenen waarom deze verplichting het efficiëntste middel zou zijn om de geïdentificeerde mededingingsproblemen of markttekortkomingen op te lossen. § 3. De ontwerpmaatregel omvat de volgende elementen : 1° de exacte aard en het niveau van scheiding, waarbij met name de rechtsstatus van de afzonderlijke bedrijfs-eenheid wordt vermeld;2° de lijst van de activa van de afzonderlijke bedrijfseenheid alsook van de producten of diensten die door deze eenheid moeten worden geleverd;3° de bestuursregelingen om te zorgen voor de onafhankelijkheid van het personeel dat in dienst is bij de afzonderlijke bedrijfseenheid, en de overeenkomstige stimulerende maatregelen;4° voorschriften om te zorgen voor de naleving van de verplichtingen;5° voorschriften om te zorgen voor transparantie van de operationele procedures, met name ten behoeve van de overige belanghebbenden;6° een toezichtprogramma om te zorgen voor naleving, met inbegrip van de publicatie van een jaarverslag. § 4. Naar aanleiding van het besluit van de Europese Commissie inzake de ontwerpmaatregel, voert het Instituut een gecoördineerde analyse uit van de verschillende markten die verbonden zijn aan het toegangsnetwerk overeenkomstig de in de artikelen 54 en 55 bedoelde procedure. Op basis van zijn beoordeling moet het Instituut overeenkomstig de artikelen 140, 141 en 143 verplichtingen opleggen, handhaven, wijzigen of intrekken. § 5. Een bedrijfseenheid die functioneel onafhankelijk is van de operator die functionele scheiding kreeg opgelegd, kan worden onderworpen aan alle in de artikelen 58 tot 62 vermelde verplichtingen op elke relevante markt wanneer is vastgesteld dat het een operator betreft die overeenkomstig artikel 55, § 3, over een sterke machtspositie beschikt, of aan andere verplichtingen die overeenkomstig artikel 56, § 2, zijn opgelegd na goedkeuring vanwege de Europese Commissie. ».

Art. 46.In titel III, hoofdstuk III van dezelfde wet wordt een artikel 65/2 ingevoegd, luidende : «

Art. 65/2.§ 1. De operator waarvan is vastgesteld dat hij over een sterke machtspositie beschikt in een of verschillende relevante markten in overeenstemming met artikel 55, § 3, brengt het Instituut zes maanden op voorhand, zodat het Instituut het effect van de voorgenomen transactie kan beoordelen, op de hoogte wanneer hij voornemens is zijn plaatselijke toegangsnetwerkactiva over te dragen of een belangrijk deel ervan aan een afzonderlijke rechtseenheid met een andere eigenaar, of een afzonderlijke bedrijfseenheid op te richten om alle kleinhandelaren, met inbegrip van de eigen « kleinhandelsafdelingen », volledig gelijkwaardige toegangsproducten aan te bieden.

De operator in kwestie stelt het Instituut tevens in kennis van eventuele veranderingen van dat voornemen, alsmede van het eindresultaat van het scheidingsproces. § 2. Het Instituut onderzoekt welk effect de voorgenomen transactie zal hebben op de bestaande verplichtingen die worden opgelegd krachtens deze wet of krachtens artikel 20 van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector.

Hiertoe voert het Instituut een gecoördineerde analyse uit van de verschillende markten die verbonden zijn aan het toegangsnetwerk in overeenstemming met de in de artikelen 54 en 55 beschreven procedure.

Op basis van dit onderzoek legt het Instituut, overeenkomstig de artikelen 140, 141 en 143, verplichtingen op, handhaaft ze, wijzigt ze of trekt ze in. § 3. De juridisch en/of functioneel gescheiden bedrijfseenheid kan worden onderworpen aan alle in de artikelen 58 tot 62 vermelde verplichtingen op alle relevante markten waar is vastgesteld dat zij of de operator die de kennisgeving overeenkomstig dit artikel heeft gedaan, over een sterke machtspositie beschikt overeenkomstig artikel 55, § 3, of andere verplichtingen die de Commissie op grond van artikel 56, § 2, heeft goedgekeurd. ».

Art. 47.In artikel 70 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) de woorden « erom verzoekt » worden vervangen door de woorden « daartoe een redelijk verzoek indient »;b) in de bepaling onder 2° wordt het woord « telefoonnetwerk » vervangen door het woord « communicatienetwerk »;2° in paragraaf 2 worden de woorden « en over een functionele internettoegang tegen soortgelijke prijs » ingevoegd tussen de woorden « vaste basistelefoondienst » en de woorden « via een aansluiting ».

Art. 48.In titel IV, hoofdstuk 1, afdeling 2 van dezelfde wet wordt een onderafdeling 2/1 ingevoegd die artikel 72/1 bevat, luidende : « Onderafdeling 2/1. Overdracht van activa

Art. 72/1.Wanneer een overeenkomstig artikel 71 of 163 aangewezen aanbieder voornemens is een belangrijk deel of het geheel van zijn netwerkactiva voor plaatselijke toegang onder te brengen in een afzonderlijke juridische entiteit met een andere eigenaar, stelt hij het Instituut daarvan voorafgaandelijk en tijdig op de hoogte zodat het Instituut het effect van de geplande transactie op de levering van het vaste geografische element van de universele dienst kan nagaan.

In dat geval kan het Instituut de bijzondere verplichtingen die krachtens artikel 71 van de wet worden opgelegd, opleggen, wijzigen of opheffen. ».

Art. 49.Artikel 73 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : «

Art. 73.De dienstverlening wordt vergoed volgens de voorwaarden en de procedure die zijn vastgelegd in de artikelen 100 tot 102 voor elke aanbieder die overeenkomstig artikel 71 aangewezen is. ».

Art. 50.Artikel 74 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 25 april 2007 en gedeeltelijk vernietigd bij arrest nr. 7/2011 van het Grondwettelijk Hof, wordt vervangen als volgt : «

Art. 74.§ 1. Het sociale element van de universele dienst bestaat uit de levering aan sommige categorieën van begunstigden van bijzondere tariefvoorwaarden door de operatoren vermeld in de paragrafen 2 en 3 die een openbare elektronische-communicatiedienst aanbieden aan consumenten.

De in het eerste lid bedoelde categorieën van begunstigden en tariefvoorwaarden, alsook de werkwijzen om de voormelde tariefvoorwaarden te krijgen, worden bepaald in de bijlage. § 2. Elke operator die aan de consumenten een openbare elektronische-communicatiedienst aanbiedt en van wie de omzet met betrekking tot de openbare elektronische-communicatiediensten hoger is dan vijftig miljoen euro, verstrekt het in paragraaf 1 vermelde sociale element van de universele dienst.

De Koning legt de nadere regels vast voor overdracht van de begunstigden van een operator die niet volgens de in het eerste lid beoogde procedure werd aangewezen naar een operator die werd aangewezen of die het voorwerp heeft uitgemaakt van de verklaring vermeld in paragraaf 3. § 3. Elke operator die aan de consumenten een openbare elektronische-communicatiedienst aanbiedt en van wie de omzet met betrekking tot de openbare elektronische-communicatiediensten lager is dan of gelijk aan vijftig miljoen euro, en die aan het Instituut zijn voornemen heeft verklaard om het in paragraaf 1 vermelde sociale element van de universele dienst te verstrekken op een vast of mobiel terrestrisch netwerk of op beide, verstrekt dit element voor een duur van vijf jaar.

De Koning, op voorstel van het Instituut, bepaalt de nauwkeurige inhoud alsook de in het eerste lid bedoelde nadere regels inzake aangifte.

De Koning legt de nadere regels vast voor de overdracht van de begunstigden van een operator die de in het eerste lid beoogde verklaring niet heeft afgelegd naar een operator die deze verklaring wel heeft afgelegd of naar een operator die is aangewezen volgens de procedure bedoeld in paragraaf 2, eerste lid. ».

Art. 51.In dezelfde wet wordt een artikel 74/1 ingevoegd, luidende : «

Art. 74/1.§ 1. Wanneer het Instituut meent dat de levering van het sociale element een onredelijke last kan vertegenwoordigen voor een aanbieder, vraagt het aan elke aanbieder van sociale tarieven om de in paragraaf 2 bedoelde informatie te verstrekken en stelt het de berekening van de nettokosten op. § 2. Elke aanbieder van sociale tarieven deelt aan het Instituut, volgens de nadere regels vastgesteld overeenkomstig artikel 137, § 2, uiterlijk op 1 augustus van het kalenderjaar dat op het beschouwde jaar volgt, het geïndexeerde bedrag mee van de kostenraming voor het beschouwde jaar, berekend volgens de in de bijlage vastgelegde berekeningsmethode.

Uiterlijk op 1 december van het kalenderjaar dat op het beschouwde jaar volgt, berekent het Instituut de nettokosten van elke betrokken aanbieder overeenkomstig de in de bijlage vastgelegde berekeningsmethode.

Voor elk van die aanbieders publiceert het Instituut de opsomming van de nettokosten met betrekking tot het sociale element, zoals het die heeft goedgekeurd. Als index wordt daarvoor de gezondheidsindex gebruikt. § 3. Het Instituut stelt voor elke betrokken aanbieder het bestaan van een onredelijke last vast indien de levering van het sociale element van de universele dienst een buitengewoon karakter vormt in verhouding tot de draagkracht rekening houdend met het geheel van zijn eigen kenmerken, met name het niveau van zijn uitrusting, zijn economische en financiële situatie alsook zijn marktaandeel op de markt voor openbare elektronische-communicatiediensten. § 4. Er wordt een fonds voor de universele dienstverlening inzake sociale tarieven opgericht, bestemd om elke aanbieder van sociale tarieven voor wie de levering van het sociale element van de universele dienst een onredelijke last vormt en die daartoe bij het Instituut een verzoek heeft ingediend, te vergoeden. De vergoeding stemt overeen met de nettokosten gedragen door de operator voor wie de verstrekking van het sociale element van de universele dienst een onredelijke last vertegenwoordigt. Aan dit fonds wordt rechtspersoonlijkheid toegekend en het wordt beheerd door het Instituut.

Het fonds wordt gestijfd met bijdragen die worden gestort door de operatoren die het sociale element van de universele dienst aanbieden.

De bijdragen worden vastgesteld naar rato van hun omzet met betrekking tot openbare elektronische-communicatiediensten.

De in aanmerking genomen omzet stemt overeen met de omzet die is gerealiseerd voor belastingen met betrekking tot de levering van openbare elektronische-communicatiediensten op het nationale grondgebied, overeenkomstig artikel 95, § 2.

De beheerskosten van het fonds bestaan uit alle kosten die verband houden met de werking van het fonds, waaronder de kosten die inherent zijn aan de definitie van een kostenmodel dat gebaseerd is op een efficiënte theoretische operator volgens het soort van elektronische-communicatienetwerk via hetwelk het sociale element van de universele dienst wordt verstrekt. De Koning bepaalt het maximumbedrag van de beheerskosten van het fonds bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.

De kosten voor het beheer van het fonds worden gefinancierd door de operatoren bedoeld in het tweede lid, naar rato van hun omzet bedoeld in het derde lid. § 5. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, na advies van het Instituut, de nadere regels van de werking van dit mechanisme. ».

Art. 52.In dezelfde wet wordt het opschrift van afdeling 4 van hoofdstuk 1 van titel 4 vervangen als volgt : « Afdeling 4. Beschikbaarstelling van openbare betaaltelefoons en andere toegangspunten voor openbare spraaktelefoniediensten ».

Art. 53.In artikel 75 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de bestaande tekst zal paragraaf 1 vormen;2° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) de woorden « openbare telefoons » worden telkens vervangen door de woorden « openbare betaaltelefoons of andere toegangspunten voor openbare spraaktelefoniediensten »;b) de zin wordt aangevuld met de woorden « om te voorzien in de redelijke behoeften van de eindgebruikers, wat betreft de geografische spreiding, het aantal openbare telefoons of andere toegangspunten, toegankelijkheid voor eindgebruikers met een handicap en de kwaliteit van de diensten »;3° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende : « § 2.Het Instituut kan besluiten dat de in de eerste paragraaf bedoelde verplichtingen die aan een operator worden opgelegd geheel of gedeeltelijk worden opgeheven indien het de zekerheid heeft dat deze diensten of vergelijkbare diensten op ruime schaal beschikbaar zijn.

Alvorens zijn besluit te nemen houdt het Instituut een raadpleging volgens de nadere regels van artikel 139. ».

Art. 54.In artikel 76, § 1, van dezelfde wet worden de woorden « De Koning bepaalt » vervangen door de woorden « Indien het Instituut besluit aan een operator de beschikbaarstelling van openbare betaaltelefoons op te leggen, bepaalt de Koning ».

Art. 55.Artikel 78 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : «

Art. 78.De dienstverlening wordt vergoed volgens de voorwaarden en de procedure die zijn vastgesteld in de artikelen 100 tot 102 voor elke aanbieder die overeenkomstig artikel 76, § 2 of 3 is aangewezen. ».

Art. 56.In artikel 79 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de bestaande tekst zal paragraaf 1 vormen;2° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende : « § 2.De Koning kan bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op advies van het Instituut, besluiten ervan af te zien verplichtingen uit hoofde van paragraaf 1 aan een operator op te leggen indien het de zekerheid heeft dat deze diensten of vergelijkbare diensten op ruime schaal beschikbaar zijn. Alvorens zijn advies te verstrekken houdt het Instituut een raadpleging volgens de nadere regels van artikel 139. ».

Art. 57.Artikel 85 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : «

Art. 85.De dienstverlening wordt vergoed volgens de voorwaarden en de procedure die zijn vastgesteld in de artikelen 100 tot 102 voor elke aanbieder die overeenkomstig artikel 80, § 2 of 3 is aangewezen. ».

Art. 58.In artikel 86 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de bestaande tekst zal paragraaf 1 vormen;2° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende : « § 2.De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op advies van het Instituut, besluiten ervan af te zien de verplichtingen in paragraaf 1 op te leggen aan een operator indien Hij de zekerheid heeft dat deze diensten of vergelijkbare diensten op ruime schaal beschikbaar zijn. Alvorens zijn advies te geven houdt het Instituut een raadpleging volgens de nadere regels van artikel 139. ».

Art. 59.Artikel 91 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : «

Art. 91.De dienstverlening wordt vergoed volgens de voorwaarden en de procedure die zijn vastgesteld in de artikelen 100 tot 102 voor elke aanbieder die overeenkomstig artikel 87, § 2 of 3 is aangewezen. ».

Art. 60.In artikel 100 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 25 april 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid wordt het woord « september » vervangen door het woord « augustus »;2° in het tweede lid wordt het woord « november » vervangen door het woord « december »;3° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende : « Het Instituut stelt voor elke betrokken aanbieder het bestaan van een onredelijke last vast indien de levering van de universele dienst een buitengewoon karakter vormt in verhouding tot de draagkracht rekening houdend met het geheel van zijn eigen kenmerken, met name het niveau van zijn uitrusting, zijn economische en financiële situatie alsook zijn marktaandeel op de voor het publiek toegankelijke telefoniemarkt.».

Art. 61.In artikel 101, eerste lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 25 april 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden « behoudens het sociale element » worden opgeheven;2° het lid wordt aangevuld met de woorden « op voorwaarde dat het Instituut voor de betrokken aanbieder het bestaan van een onredelijke last heeft vastgesteld ».

Art. 62.Artikel 103 van dezelfde wet wordt aangevuld met een lid, luidende : « Het Instituut stelt de Europese Commissie onverwijld in kennis van de universele-dienstverplichtingen die aan de aanbieders worden opgelegd, alsook van de desbetreffende wijzigingen. ».

Art. 63.In dezelfde wet wordt het opschrift van hoofdstuk 2 van titel 4 vervangen als volgt : « HOOFDSTUK II. - Diensten van algemeen belang ».

Art. 64.In artikel 106, § 1, eerste lid, van dezelfde wet wordt het woord « bescherming » vervangen door het woord « verdediging ».

Art. 65.In artikel 107 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 20 juli 2005, 20 juli 2006, 25 april 2007, 18 mei 2009 en 31 mei 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° een paragraaf 1/1 wordt ingevoegd, luidende : « § 1/1.De ondernemingen die openbare telefoondiensten aanbieden, nemen, in voorkomend geval, in samenspraak met de ondernemingen die de onderliggende openbare elektronische-communicatienetwerken aanbieden, alle nodige, ook preventieve, maatregelen om een ononderbroken toegang tot de nooddiensten te waarborgen.

De Koning kan, na advies van het Instituut, de voorwaarden en de nadere regels voor de maatregelen uit het eerste lid vaststellen.

De Koning kan de ondernemingen die openbare elektronische-communicatienetwerken aanbieden, alsook ondernemingen die openbare elektronische-communicatiediensten verstrekken, onder meer verplichten om abonnees te informeren over eventuele wijzigin-gen betreffende de toegang tot nooddiensten of informatie over de locatie van de oproeper in de dienst waarop zij geabonneerd zijn.

Voordat enige verplichting wordt opgelegd, kan de Koning, indien Hij dat gepast acht, zelfregulerende of mederegulerende maatregelen bevorderen.

De ondernemingen die eindgebruikers een elektronische-communicatiedienst aanbieden voor uitgaande nationale gesprekken naar een nummer of een aantal nummers in een nationaal telefoonnummerplan, nemen, in voorkomend geval, in samenspraak met de ondernemingen die de onderliggende openbare elektronische communicatienetwerken aanbieden, alle redelijke en nodige, ook preventieve, maatregelen om een ononderbroken toegang tot de nooddiensten te bevorderen.

De betrokken operatoren leveren in samenspraak met de ondernemingen die de onderliggende openbare elektronische-communicatienetwerken leveren de locatiegegevens over de oproeper aan de beheers-centrales van de nooddiensten die ter plaatse hulp bieden, zodra deze de oproep ontvangen. Het Instituut stelt in overleg met de betrokken nooddiensten de criteria vast voor de nauwkeurigheid en betrouwbaarheid van de verstrekte locatiegegevens over de oproeper.

Na overleg met de nooddiensten en de aanbieders, bepaalt het Instituut de wijze waarop de ondernemingen die eindgebruikers een elektronische-communicatiedienst aanbieden voor uitgaande nationale gesprekken naar een nummer of een aantal nummers in een nationaal telefoonnummerplan, toegang verschaffen tot nooddiensten alsmede de voorwaarden waaraan deze zijn onderworpen om deze toegang aan te bieden. »; 2° in paragraaf 2 worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in het eerste lid worden de woorden « , voorzover dat technisch haalbaar is, » opgeheven;b) tussen het tweede en het derde lid, worden twee leden ingevoegd, luidende : « De investerings- en exploitatiekosten met betrekking tot de databanken met de identificatiegegevens van de oproeper en met betrekking tot de toegangslijnen die door de nooddiensten gebruikt worden om deze databanken te raadplegen, komen ten laste van de operatoren. Indien een operator zijn eigen commerciële diensten aanbiedt voor het aanleveren van locatiegegevens aan abonnees, moeten de nauwkeurigheid van de locatiegegevens die deel uitmaken van de identificatie van de oproeper bij een noodoproep en welke overeenkomstig deze paragraaf geleverd dienen te worden aan de nooddiensten die ter plaatse hulp bieden, alsook de snelheid waarmee deze overgezonden worden aan de betrokken nooddienst, ten minste gelijk zijn aan de beste kwaliteit die door die operator commercieel wordt aangeboden »; 3° de paragrafen 4 en 5 worden opgeheven.

Art. 66.In dezelfde wet wordt een artikel 107/1 ingevoegd, luidende : « § 1. Er wordt een fonds opgericht voor de nooddiensten die ter plaatse hulp bieden, bestemd om deze diensten alsook de organisatie die door de overheid wordt belast om de beheerscentrales ervan te exploiteren, de in paragraaf 2 bedoelde kosten terug te betalen. Aan dit fonds wordt rechtspersoonlijkheid toegekend en het wordt beheerd door het Instituut.

De verplichtingen vervat in dit artikel zijn eveneens van toepassing wanneer de beheerscentrales van de nooddiensten die ter plaatse hulp bieden, geëxploiteerd worden door een organisatie die vanwege de overheid met deze opdracht is belast of wanneer de kosten door deze organisatie worden gedragen. § 2. Wanneer na de toepassing door een operator van een techniek of technologie op zijn netwerk, zijn dienst of op een in artikel 107, § 2 bedoelde databank, de beheerscentrales van de nooddiensten die ter plaatse hulp bieden, niet langer in staat zijn om de in artikel 107, § 2, eerste lid, bedoelde gegevens of de in artikel 107, § 2/1, bedoelde berichten te behandelen, draagt deze operator de kosten van de aanpassingen aan de centrale interfaces van deze centrales die nodig zijn opdat deze laatste opnieuw deze gegevens of berichten kunnen behandelen, alsook de kosten om deze aanpassingen in stand te houden.

Wanneer krachtens een nieuwe regelgevende bepaling de operatoren die een bepaalde dienst voor elektronische communicatie aanbieden, voor de eerste keer verplicht worden om de in artikel 107, § 2, eerste lid, bedoelde gegevens te verstrekken aan de beheerscentrales van de nooddiensten die ter plaatse hulp bieden, of verplicht worden om deze op een andere manier te verstrekken, dragen deze operatoren de kosten van de aanpassingen aan de centrale interfaces van deze centrales die nodig zijn, opdat deze laatste deze gegevens kunnen behandelen, alsook de kosten om deze aanpassingen in stand te houden.

De operatoren die onder de toepassing van artikel 107, § 2/1, vallen, dragen de kosten van de aanpassingen aan de centrale interfaces van de beheerscentrales die nodig zijn opdat deze laatste de in dat artikel bedoelde berichten kunnen behandelen, alsook de kosten om deze aanpassingen in stand te houden.

Voor de toepassing van het eerste tot derde lid van deze paragraaf, hebben de door de operatoren te dragen kosten, behalve de kosten voor aanpassingen binnen hun eigen netwerk, enkel betrekking op de investeringskosten die rechtstreeks kunnen worden toegewezen aan de aanpassingen aan deze centrale interfaces en op de exploitatiekosten die rechtstreeks kunnen worden toegewezen aan de instandhouding van deze aanpassingen.

In dit artikel worden onder investeringskosten begrepen alle kosten die door de nooddiensten worden gedragen, door menselijke of materiële middelen te besteden en die nodig zijn voor het plannen, implementeren en testen van de aanpassing van de centrale interface. Onder exploitatiekosten worden alle operationele kosten, inclusief onderhoudskosten, begrepen die door de nooddiensten worden gedragen en die nodig zijn om de werking van de aanpassing van de centrale interface blijvend te garanderen.

Het totale bedrag van de bijdragen van de operatoren aan het fonds mag nooit hoger zijn dan de door het Instituut goedgekeurde kosten. § 3. Voor elke aanpassing aan de centrale interfaces van de beheerscentrales die aanleiding geeft tot een terugbetaling door het fonds, worden de kosten voor deze aanpassing of instandhouding van deze aanpassing verdeeld onder de operatoren die betrokken zijn bij de aanpassing in kwestie in verhouding tot het aantal actieve eindgebruikers aan wie elk van hen de elektronische-communicatiedienst waarop de aanpassing slaat heeft aangeboden op 1 september van het jaar waarin deze kosten door de nooddiensten zijn gemaakt.

Wanneer de betrokken elektronische-communicatiedienst door geen enkele betrokken operator werd aangeboden op die datum, wordt het aantal actieve eindgebruikers berekend op 1 september van het volgende jaar.

Onder actieve eindgebruikers wordt verstaan alle eindgebruikers die gedurende de zes maanden die voorafgingen aan een bepaalde datum, of gedurende een deel van die zes maanden, gebruik konden maken van de betreffende dienst. § 4. De beheerskosten van het fonds worden gedragen door de operatoren die bijdragen aan het fonds, in verhouding tot hun bijdrage bepaald in paragraaf 3. Deze kosten worden door het fonds terugbetaald aan het Instituut.

Onder beheerskosten worden alle kosten verstaan die het Instituut maakt door aan het fonds de menselijke, financiële en materiële middelen te besteden, met inbegrip van de kosten voor het Instituut die voortvloeien uit het beroep op externe deskundigen. § 5. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de minister bevoegd voor de nooddiensten die ter plaatse hulp bieden en de minister bevoegd voor de elektronische communicatie, na advies van het Instituut, de nadere regels van de werking van dit fonds.

De Koning bepaalt vooraf bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op objectieve en transparante wijze, de parameters op basis waarvan de kosten worden berekend. De berekening en het bedrag van de kosten worden geverifieerd en goedgekeurd door het Instituut volgens de principes vastgelegd door de Koning. De Koning legt bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad de regels vast voor de terugbetaling van een eventuele overcompensatie. »

Art. 67.In artikel 108 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) de woorden « om een aansluiting en/of toegang tot het openbaar telefoonnetwerk te leveren wordt materieel ter beschikking gesteld van de abonnee, en » worden vervangen door de woorden « tot het leveren van een aansluiting tot het openbare elektronische-communicatienetwerk of tot het leveren van openbare elektronische-communicatiediensten »;b) de woorden « in een heldere, gedetailleerde en gemakkelijk toegankelijke vorm » worden ingevoegd na de woorden « de volgende inlichtingen »;c) de bepalingen onder b) en c) worden vervangen als volgt : « b) de verstrekte diensten met name : - het al dan niet bieden van toegang tot nooddiensten en gegevens over de plaats waar de oproeper zich bevindt, en eventuele beperkingen van de geboden nooddiensten via het Europese alarmnummer; - informatie over eventuele beperkingen inzake toegang tot en/of gebruik van diensten en toepassingen, indien zulks volgens de wettelijke en reglementaire bepalingen toegestaan is en informatie in verband met de snelheid en het downloadvolume van een breedbandaansluiting die overeenkomstig de door het Instituut vastgelegde methodologie wordt gemeten; - de minimumkwaliteitsniveaus van de geboden diensten, te weten de wachttijd bij eerste aansluiting en, in voorkomend geval, andere parameters voor de kwaliteit van de dienst, zoals gedefinieerd door het Instituut; - informatie over door de onderneming ingestelde procedures om het verkeer te meten en te sturen, om te voorkomen dat een netwerkaansluiting wordt verzadigd of oververzadigd, en over de wijze waarop deze procedures gevolgen kunnen hebben voor de kwaliteit van de dienstverlening; - het type van de aangeboden onderhoudsdiensten en de verstrekte klantondersteuningsdiensten alsmede de wijzen waarop met deze diensten contact kan worden opgenomen; - alle beperkingen die de leverancier heeft opgelegd met betrekking tot het gebruik van geleverde eindapparatuur; c) in geval van een verplichting krachtens artikel 133, de keuzemogelijkheden van de abonnee met betrekking tot de vraag of zijn persoonsgegevens al dan niet in een telefoongids of een telefooninlichtingendienst zullen worden opgenomen, en de gegevens in kwestie;»; d) in de bepaling onder d) worden de woorden « bijzonderheden van » vervangen door de woorden « het detail van de toegepaste »;e) de bepaling onder d) wordt aangevuld met de woorden « , aangeboden betalingsmethoden en eventuele verschillen qua kosten als gevolg van de betalingsmethode »;f) de bepaling onder e) wordt aangevuld met de woorden « inclusief : - het minimale gebruik of de minimale gebruiksperiode die vereist is om speciale aanbiedingen te kunnen genieten; - in voorkomend geval, alle kosten in verband met de overdraagbaarheid van nummers en andere identificatoren; - in voorkomend geval, alle kosten die bij de beëindiging van het contract verschuldigd zijn, inclusief elke terugvordering van kosten met betrekking tot eindapparatuur; indien de verkrijging van eindapparatuur gebonden is aan het inschrijven op een abonnement van bepaalde duur, wordt er een aflossingstabel toegevoegd, waarin de restwaarde van het eindapparaat gedurende elke maand van de looptijd van het contract van bepaalde duur wordt gepreciseerd. Voor het berekenen van de maandelijkse waardevermindering van de eindapparatuur wordt een lineaire afschrijvingsmethode gebruikt; de aflossingstabel met de restwaarde van het eindapparaat kan een maximale afschrijvingslooptijd van vierentwintig maanden niet overschrijden; g) in de bepaling onder f) worden de woorden « contractueel overeengekomen kwaliteitsniveaus van de dienst » vervangen door de woorden « de elementen vermeld in b) »;h) een bepaling onder h) en een bepaling onder i) worden ingevoegd, luidende : « h) het type actie dat door de onderneming kan worden ondernomen in reactie op beveiligings- en integriteitsincidenten of bedreigingen en kwetsbaarheden.»; « i) de globale prijs voor het gezamenlijk aanbod van verschillende elektronische-communicatiediensten; »; i) de paragraaf wordt aangevuld met een lid, luidende : « Onverminderd de toepassing van paragraaf 2, wordt het in deze paragraaf bedoelde contract bijgewerkt, telkens wanneer er wijzigingen aangebracht worden aan de in het eerste lid vermelde inlichtingen.»; 2° een paragraaf 1/1 wordt ingevoegd, luidende : « § 1/1.Onverminderd artikel 111/3, kan het vervangen door dezelfde operator van een contract van bepaalde duur of van onbepaalde duur afgesloten met een consument of een abonnee die over niet meer dan vijf nummers beschikt, met uitzondering van de nummers voor de M2M-diensten, door een nieuw contract gesloten voor een bepaalde duur slechts op voorwaarde dat de operator : 1° voorafgaandelijk de betrokken consument of abonnee schriftelijk ervan op de hoogte heeft gebracht dat : - door de vervanging niet te aanvaarden, zijn lopende contract van bepaalde duur in toepassing van artikel 82 van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming op de vervaldatum omgezet wordt in een contract van onbepaalde duur onder dezelfde voorwaarden en dat te allen tijde kosteloos opzegbaar is mits inachtneming van de toepasselijke opzegtermijn die ten hoogste twee maanden mag bedragen en - door de vervanging te aanvaarden, zijn lopende contract vervangen zal worden door een nieuw contract van bepaalde duur, dat vóór de vervaldatum slechts opzegbaar is mits het betalen van een verbrekingsvergoeding, waarvan het bedrag eveneens aan de betrokken consument of abonnee wordt meegedeeld, en 2° daartoe de uitdrukkelijke en schriftelijke toestemming van de betrokken consument of abonnee heeft bekomen.»; 3° in paragraaf 2 worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in het eerste lid worden de woorden « van hoofdstuk V, Afdeling 2 van de wet van 14 juni 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument » vervangen door de woorden « van hoofdstuk 3, afdeling 6 van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming »;b) in het eerste lid worden de woorden « in de contractuele voorwaarden » vervangen door de woorden « aan een beding van het afgesloten contract »;c) in het tweede lid worden de woorden « , behalve indien de algemene voorwaarden voorzien in een aan de index van de consumptieprijzen gerelateerde stijging » opgeheven;d) de paragraaf wordt aangevuld met een lid, luidende : « Het Instituut kan de gevallen bepalen waarin de in deze paragraaf bedoelde kennisgevingen moeten worden gedaan, alsook het formaat ervan »;4° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt : « § 3.Wanneer het in paragraaf 1 bedoelde contract afgesloten wordt met een consument mag de initiële duurtijd van het contract niet meer dan vierentwintig maanden bedragen.

Operatoren bieden hun klanten steeds de mogelijkheid om een contract met een initiële maximumlooptijd van twaalf maanden af te sluiten. ».

Art. 68.In artikel 109 van dezelfde wet worden de woorden « van de openbare telefoniedienst » vervangen door de woorden « aangerekend door een operator, inclusief eventuele in rekening gebrachte kosten bij beëindiging van een overeenkomst ».

Art. 69.In artikel 110 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 27 december 2005, 18 mei 2009 en 31 mei 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) de woorden « met uitzondering van de nummers voor de M2M-diensten » worden tussen de woorden « met een maximum van vijf nummers » en de woorden « gratis een gespecifieerde basisfactuur » ingevoegd;b) paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid, luidende : « Dit artikel laat de rechten van de betrokkene(n) bij de verwerking, toegekend door artikel 10 van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, onverlet.»; 2° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt : « § 2.De abonnees kunnen, op éénvoudig verzoek, gratis een meer gespecificeerde versie ontvangen van de basisfactuur die zij gekregen hebben. »

Art. 70.In dezelfde wet wordt een artikel 110/1 ingevoegd, luidende : «

Art. 110/1.Onverminderd de toepassing van artikel 110, § 4, kan de abonnee steeds van zijn operator verlangen dat deze hem, op zijn verzoek, kosteloos informeert over alternatieve gunstigere tariefplannen van de operator rekening houdende met het gebruikspatroon van de abonnee. De aanvraag van de abonnee moet op een eenvoudige wijze ingediend kunnen worden en de operator antwoordt hierop binnen een termijn van maximaal twee weken. ».

Art. 71.Artikel 111 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : «

Art. 111.§ 1. De operatoren publiceren en/of verspreiden voor de consumenten en de eindgebruikers, per tariefplan, vergelijkbare, geschikte en bijgewerkte transparante informatie met betrekking tot : 1° de toegang tot hun netwerken en hun diensten;2° het gebruik van die netwerken en die diensten;3° de prijzen en de toegepaste tarieven;4° de kosten die eventueel verschuldigd zijn bij de verbreking van het contract. Deze inlichtingen worden gepubliceerd in een duidelijke, gedetailleerde en gemakkelijk toegankelijke vorm. Het Instituut stelt de nauwkeurige inhoud vast van de te publiceren en/of te verspreiden inlichtingen alsook de nadere regels voor hun publicatie en/of verspreiding.

De operatoren delen aan het Instituut de informatie mee die zij zullen publiceren of verspreiden alsook de wijzigingen in die informatie uiterlijk vijftien werkdagen vóór hun publicatie. § 2. De operatoren maken voor elke dienst die ze aan de consumenten en de eindgebruikers te koop aanbieden een informatiefiche op waarvan de inhoud wordt bepaald door de Koning, na advies van het Instituut.

De informatiefiche wordt aan de consument en de eindgebruiker ter beschikking gesteld op elke plaats waar de operator zijn diensten te koop aanbiedt. De informatiefiche wordt uiterlijk op het ogenblik van het formuleren van het contractueel aanbod aan de consument en eindgebruiker voorgelegd en nadien toegevoegd aan het contract.

De consument en de eindgebruiker mogen op elk moment vragen dat de informatiefiche hem wordt opgestuurd. § 3. Het Instituut bevordert het verstrekken van vergelijkbare informatie om consumenten en de eindgebruikers in staat te stellen een onafhankelijk oordeel te kunnen vormen over de kosten van alternatieve gebruikspatronen, bijvoorbeeld met behulp van interactieve gidsen of soortgelijke technieken.

Bovendien maakt het Instituut, overeenkomstig de nadere regels vastgesteld bij ministerieel besluit na advies van het Instituut, via zijn website actuele informatie beschikbaar die de consument en de eindgebruiker in staat stelt een oordeel te vormen over het voor hem meest voordelige aanbod in het licht van zijn gebruikspatroon.

Daartoe voert iedere operator zijn tariefplannen, dit wil zeggen het geheel van tarieven, contractuele en technische aspecten die samen een commercieel aanbod uitmaken, alsook de wijzigingen ervan in de elektronische toepassing voor tariefvergelijking op de website van het Instituut en dit ten laatste vijftien werkdagen voor de publicatie ervan. Terzelfder tijd bezorgt de operator het Instituut een volledige beschrijving van het nieuwe tariefplan of wijziging ervan en een elektronische verwijzing naar de bestaande of in ontwikkeling zijnde internetpagina waar het betrokken tariefplan wordt beschreven.

Derden hebben het recht om teneinde de in het eerste lid bedoelde interactieve gidsen of soortgelijke technieken te verkopen of beschikbaar te maken, kosteloos de informatie te gebruiken die wordt bekendgemaakt door de aanbieders van elektronische-communicatienetwerken en/of openbare elektronische-communicatiediensten. ».

Art. 72.In dezelfde wet wordt een artikel 111/1 ingevoegd, luidende : «

Art. 111/1.Het Instituut kan de aanbieders van openbare elektronische-communicatienetwerken en/of openbare elektronische-communicatiediensten verplichten om, onder andere : 1° abonnees te informeren over de geldende tarieven voor elk nummer en elke dienst waarvoor bijzondere tariefvoorwaarden gelden;voor afzonderlijke categorieën van diensten kan het Instituut eisen dat deze informatie wordt verstrekt onmiddellijk voor de doorschakeling van het gesprek; 2° abonnees te informeren over eventuele wijzigingen in de wettelijk toegestane voorwaarden voor beperking van de toegang tot en/of het gebruik van diensten en toepassingen;3° abonnees te informeren over hun recht om te bepalen of, en zo ja welke, persoonsgegevens in een abonneelijst worden opgenomen, overeenkomstig artikel 133;en 4° abonnees met een handicap geregeld en gedetailleerd te informeren over producten en diensten die voor hen zijn bedoeld.».

Art. 73.In dezelfde wet wordt een artikel 111/2 ingevoegd, luidende : «

Art. 111/2.§ 1. De Koning bepaalt, na advies van het Instituut, de technische methodes, de uitvoeringstermijnen en de verplichtingen tot het verschaffen van informatie die de betrokken operatoren toepassen wanneer een eindgebruiker afziet van een elektronische-communicatiedienst bij een operator om een elektronische-communicatiedienst bij een andere operator te verkrijgen.

Deze regels hebben onder meer betrekking op de verdeling van de taken voor de overstap tussen de betrokken partijen, de vergoedingen die aan de abonnees toekomen in geval van vertraging bij de uitvoering van de overstap alsook de verplichtingen van de operatoren om informatie te verschaffen aan de eindgebruikers. § 2. Het activeren van een preselectiedienst of een dienst met een gelijke werking, de overdracht van een internettoegangsdienst of een nummer door een operator zonder uitdrukkelijke voorafgaande, schriftelijk gegeven toestemming van de eindgebruiker, en zonder duidelijke informatieverstrekking over de preselectiedienst, de dienst met een gelijke werking, de internettoegangsdienst of de overdracht van het nummer zelf, is verboden.

Het deactiveren van een preselectiedienst of een dienst met een gelijke werking door de aanbieder ervan is mogelijk : 1° met uitdrukkelijke en voorafgaande toestemming van de eindgebruiker;2° wanneer de eindgebruiker de materiële verplichtingen van de overeenkomst gesloten met de aanbieder van de preselectiedienst of van een dienst met een gelijke werking niet respecteert en nadat deze laatste de eindgebruiker duidelijke informatie heeft gegeven over de gevolgen van de deactivering van zijn preselectiedienst of van een dienst met een gelijke werking. Het deactiveren van een preselectie of van een mechanisme dat een gelijke werking heeft door de toegangsoperator is mogelijk : 1° na voorafgaand verzoek door de aanbieder van de preselectiedienst of van de dienst met een gelijke werking voor de gevallen opgesomd in het tweede lid, 1° ;2° met uitdrukkelijke, voorafgaande en schriftelijke toestemming van de eindgebruiker, en na het geven van duidelijke informatie over de gevolgen van de deactivering van de preselectie of van het mechanisme dat een gelijke werking heeft;3° wegens het bestaan van technische beperkingen, omschreven en erkend door het Instituut, na voorafgaande machtiging van de minister. De persoon die ten onrechte aan een operator vraagt een nummer of een internettoegangsdienst over te dragen of een preselectie of een mechanisme met een gelijke werking of een preselectiedienst van de operator of een dienst met een gelijke werking te activeren of te deactiveren of de persoon die een terecht geactiveerde preselectie van een operator of een mechanisme met een gelijke werking ten onrechte deactiveert, kan van de benadeelde eindgebruiker niet eisen dat hij deze kosten betaalt. In voorkomend geval betaalt de persoon hem de reeds ontvangen bedragen terug. Bovendien betaalt hij een forfaitaire tegemoetkoming van 750 euro aan de onderneming die de eindgebruiker hierdoor tijdelijk als klant verliest.

Een klacht betreffende de toepassing van dit artikel kan worden ingediend bij de Ombudsdienst voor telecommunicatie.

De Ombudsdienst voor telecommunicatie mag weigeren een klacht te behandelen, indien blijkt dat de feiten die aanleiding hebben gegeven tot de klacht meer dan één jaar vóór het indienen van de klacht hebben plaatsgevonden. ».

Art. 74.In dezelfde wet wordt een artikel 111/3 ingevoegd, luidende : «

Art. 111/3.§ 1. De opzeg van het in artikel 108, § 1 bedoelde contract door de abonnee kan door alle schriftelijke middelen en zonder opgaaf van redenen gebeuren. Het contract wordt beëindigd op het moment gekozen door de abonnee, zelfs onmiddellijk. De operator sluit zo spoedig als technisch mogelijk de betrokken dienst af en stuurt een schriftelijke bevestiging ervan naar de abonnee. § 2. Zijn, onverminderd de toepassing van hoofdstuk III, Afdeling 6 van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming, van rechtswege nietig, de bedingen en voorwaarden of de combinaties van bedingen en voorwaarden in verband met de contractbeëindiging in de overeenkomsten gesloten tussen een operator en een abonnee, die ertoe strekken de verandering van operator of het gebruik van de faciliteit bedoeld in artikel 11, § 7, onmogelijk te maken of te ontmoedigen.

De overeenkomst blijft bindend voor de partijen indien ze zonder de nietige bedingen of voorwaarden kan voortbestaan. § 3. De operator kan, onverminderd het bepaalde in het tweede lid, van een consument of een abonnee die over niet meer dan vijf oproepnummers, met uitzondering van de nummers voor de M2M-diensten, beschikt geen schadevergoeding vorderen voor de beëindiging van een contract van onbepaalde duur of voor de vroegtijdige beëindiging van een contract van bepaalde duur na afloop van de zesde maand volgend op de inwerkingtreding van het contract.

De schadevergoeding die een operator bij de vroegtijdige beëindiging van een contract van bepaalde duur door een consument of een abonnee die over niet meer dan vijf oproepnummers beschikt, gedurende de eerste zes maanden kan vorderen, mag, onverminderd het bepaalde in het derde lid, niet hoger zijn dan het abonnementsgeld dat nog verschuldigd zou zijn tot aan de afloop van de zesde maand volgend op de inwerkingtreding van het contract indien dat contract niet vroegtijdig beëindigd was.

Van de consument of een abonnee die over niet meer dan vijf oproepnummers beschikt en die kosteloos of tegen een lagere prijs een product heeft verkregen waarvan de verkrijging gebonden was aan het inschrijven op een abonnement van bepaalde duur, mag bij de vroegtijdige beëindiging van het contract een bijkomende schadevergoeding gevorderd worden, die echter niet hoger mag zijn dan de restwaarde van het product op het ogenblik van de beëindiging van het contract, bepaald overeenkomstig artikel 108, § 1, e), laatste streepje. ».

Art. 75.Artikel 112 van dezelfde wet, opgeheven bij wet van 6 april 2010, wordt hersteld als volgt : «

Art. 112.De Koning bepaalt, na advies van het Instituut, de faciliteiten die de operatoren aanbieden om de kosten van de openbare elektronische-communicatiediensten te beheersen, waaronder kosteloze waarschuwingen aan de consumenten in geval van abnormale of excessieve consumptiepatronen. De operatoren geven hun klanten kosteloos de mogelijkheid om een financiële bovengrens of een bovengrens uitgedrukt in volume vast te stellen, te kiezen uit een lijst vastgesteld door het Instituut. Standaard wordt door het Instituut een bovengrens bepaald ».

Art. 76.Artikel 113 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 25 april 2007, wordt vervangen als volgt : «

Art. 113.§ 1. Het Instituut coördineert de initiatieven betreffende de kwaliteit van de openbare elektronische-communicatienetwerken en openbare elektronische-communicatiediensten. § 2. Ondernemingen die openbare elektronische-communicatienetwerken aanbieden, alsook ondernemingen die openbare elektronische-communicatiediensten verstrekken, moeten op hun website ten behoeve van de eindgebruikers vergelijkbare, toereikende en actuele informatie publiceren over de kwaliteit van het netwerk en van de dienst en over de maatregelen die zijn genomen om gelijkwaardige toegang voor eindgebruikers met een handicap te waarborgen. De informatie wordt voor publicatie eveneens aan het Instituut verstrekt. § 3. Het Instituut kan onder andere de te hanteren parameters voor de kwaliteit van het netwerk en van de dienst, alsook de inhoud, vorm en wijze van bekendmaking van de te publiceren informatie, met inbegrip van mogelijke kwaliteitscertificeringsregelingen, bepalen teneinde ervoor te zorgen dat de eindgebruikers, inclusief eindgebruikers met een handicap, toegang hebben tot volledige, vergelijkbare en gebruikersvriendelijke informatie. § 4. Teneinde een achteruitgang van de dienstverlening en een belemmering of vertraging van het verkeer over de netwerken te voorkomen, kan het Instituut minimumvoorschriften inzake de kwaliteit van de diensten opleggen aan de aanbieders van openbare elektronische-communicatienetwerken.

Het Instituut bezorgt de Europese Commissie ruime tijd voor de vaststelling van deze eisen een samenvatting van de redenen voor optreden, de geplande eisen en de voorgestelde aanpak. Deze informatie wordt ook aan BEREC ter beschikking gesteld. Het Instituut houdt zoveel mogelijk rekening met de opmerkingen en aanbevelingen van de Europese Commissie. § 5. Ondernemingen die openbare elektronische-communicatienetwerken aanbieden, alsook ondernemingen die openbare elektronische-communicatiediensten verstrekken leveren het Instituut informatie over door de aanbieder ingestelde procedures om het verkeer te meten en vorm te geven, om te voorkomen dat een netwerkaansluiting verzadigd of overbelast wordt.

Diezelfde ondernemingen publiceren op hun website informatie ten behoeve van de eindgebruikers over de wijze waarop deze procedures gevolgen kunnen hebben voor de kwaliteit van de dienstverlening. De informatie wordt voor publicatie eveneens aan het Instituut verstrekt.

Het Instituut beschikt over een termijn van een maand om zijn eventuele opmerkingen te formuleren. De ondernemingen mogen de informatie pas publiceren nadat rekening is gehouden met deze opmerkingen. § 6. Ondernemingen die openbare elektronische-communicatienetwerken aanbieden, alsook ondernemingen die openbare elektronische-communicatiediensten verstrekken, publiceren kosteloos informatie van algemeen belang op verzoek van het Instituut met dezelfde middelen waarmee zij doorgaans met bestaande of nieuwe abonnees communiceren. Dergelijke informatie wordt door het Instituut, na advies van de Commissie voor de beschermig van de persoonlijke levenssfeer, in een gestandaardiseerde vorm aangeleverd en heeft onder meer betrekking op de volgende punten : 1° de meest voorkomende vormen van gebruik van elektronische-communicatiediensten voor onwettige activiteiten of de verspreiding van schadelijke inhoud, met name waar dit de eerbiediging van de rechten en vrijheden van derden kan aantasten, inclusief schendingen van het auteursrecht en hiermee samenhangende rechten, en de juridische gevolgen hiervan, en 2° beschermingsmaatregelen tegen gevaren voor de persoonlijke veiligheid, de persoonlijke levenssfeer en persoonsgegevens bij het gebruik van elektronische-communicatiediensten.».

Art. 77.In dezelfde wet wordt een artikel 113/1 ingevoegd, luidende : «

Art. 113/1.Het Instituut coördineert de initiatieven betreffende de veiligheid van de openbare elektronische-communicatienetwerken en openbare elektronische-communicatiediensten.

Het houdt toezicht op het opsporen, het observeren en het analyseren van de veiligheidsproblemen en kan informatie daarover aan de gebruikers verstrekken.

Ondernemingen die openbare elektronische-communicatiediensten aanbieden, moeten vergelijkbare, toereikende en actuele informatie over de veilige toegang tot hun diensten ten behoeve van de eindgebruikers publiceren op hun website. De informatie wordt vóór de publicatie ervan eveneens aan het Instituut verstrekt. ».

Art. 78.In dezelfde wet wordt een artikel 113/2 ingevoegd, luidende : «

Art. 113/2.De Koning kan, op voorstel van het Instituut, de voorwaarden en de nadere regels bepalen met betrekking tot de vergoedingen die de operatoren in geval van een onderbreking van de dienst aan hun abonnees moeten betalen. ».

Art. 79.Artikel 114 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 25 april 2007, wordt vervangen als volgt : « Art. 114 § 1. Ondernemingen die openbare elektronische-communicatienetwerken of openbare elektronische-communicatiediensten aanbieden, treffen de passende technische en organisatorische maatregelen om de risico's voor de veiligheid van hun netwerken of diensten goed te beheersen, eventueel samen wat de veiligheid van het netwerk betreft. Deze maatregelen zorgen, gezien de stand van de techniek, voor een veiligheidsniveau dat is afgestemd op de risico's die zich voordoen. Er worden met name maatregelen genomen om de impact van veiligheidsincidenten op gebruikers en onderling verbonden netwerken zo laag mogelijk te houden.

Ook de aanbieder van software ten behoeve van de elektronische communicatie treft deze maatregelen. § 2. Onverminderd de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levensfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, zorgen de in de eerste paragraaf bedoelde maatregelen die genomen worden door de ondernemingen die openbare elektronische-communicatiediensten aanbieden wanneer het persoonsgegevens betreft, ervoor dat in ieder geval : - wordt gewaarborgd dat alleen gemachtigd personeel voor wettelijk toegestane doeleinden toegang heeft tot de persoonsgegevens; - opgeslagen of verzonden persoonsgegevens worden beschermd tegen onbedoelde of onwettige vernietiging, onbedoeld verlies of wijziging, en niet-toegestane of onwettige opslag, verwerking, toegang of vrijgave; en - een beveiligingsbeleid wordt ingevoerd met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens.

Het Instituut kan de door de aanbieders van openbare elektronische-communicatiediensten genomen maatregelen controleren en aanbevelingen formuleren over de beste praktijken betreffende het beveiligingspeil dat met deze maatregelen moet worden gehaald. § 3. Ondernemingen die openbare elektronische-communicatienetwerken aanbieden nemen alle nodige, ook preventieve, maatregelen om : 1° de integriteit van hun netwerk te verzekeren zodat kan worden gezorgd voor de continuïteit van de diensten die via deze netwerken worden geleverd;2° de beschikbaarheid van openbare telefoondiensten verstrekt over hun netwerk zo volledig mogelijk te waarborgen in geval het netwerk uitvalt of ingeval van overmacht. De Koning kan, na advies van het Instituut, de voorwaarden en de nadere regels voor de maatregelen uit het eerste lid vaststellen. § 4. De ondernemingen die openbare elektronische-communicatienetwerken of openbare elektronische-communicatiediensten aanbieden, bieden hun abonnees kosteloos, rekening houdend met de stand van de techniek, de gepaste veilige diensten aan die de eindgebruikers in staat stellen ongewenste elektronische communicatie in alle vormen te verhinderen.

Ook de aanbieders van software ten behoeve van de elektronische communicatie zijn hier jegens hun klanten toe verplicht. ».

Art. 80.In dezelfde wet wordt een artikel 114/1 ingevoegd, luidende : «

Art. 114/1.§ 1. Indien een bijzonder risico bestaat van inbreuken op de beveiliging van het netwerk, stellen de ondernemingen die een openbare elektronische-communicatiedienst aanbieden de abon-nees en het Instituut in kennis van dat risico en, indien het risico tot andere maatregelen noopt dan deze die de ondernemingen die de dienst aanbieden kunnen nemen, van de eventuele middelen om dat risico tegen te gaan, met inbegrip van een indicatie van de verwachte kosten. § 2. De ondernemingen die openbare elektronische-communicatienetwerken of openbare elektronische-communicatiediensten aanbieden, stellen het Instituut onverwijld in kennis van elke inbreuk op de veiligheid of elk verlies van integriteit die een belangrijke impact heeft op de exploitatie van netwerken of diensten. Na voorafgaande machtiging van de minister, preciseert het Instituut in welke hypothetische gevallen de inbreuk op de veiligheid of het verlies van integriteit een belangrijke impact heeft in de zin van dit lid.

In voorkomend geval brengt het Instituut de regelgevende gemeenschapsinstanties die bevoegd zijn op het stuk van elektronische-communicatienetwerken, de nationale regelgevende instanties in andere lidstaten en het ENISA hiervan op de hoogte. Het Instituut kan het publiek hiervan op de hoogte brengen of eisen dat de ondernemingen dit doen, indien het de bekendmaking van de schending van openbaar nut acht.

Eenmaal per jaar dient het Instituut bij de Europese Commissie en ENISA een beknopt verslag in over de kennisgevingen die het heeft ontvangen en de maatregelen die overeenkomstig de bepalingen in deze paragraaf zijn genomen. § 3. In geval van een inbreuk op de veiligheid van een openbaar elektronische-communicatiedienst in verband met persoonsgegevens stelt de onderneming die openbare elektronische-communicatiediensten aanbiedt het Instituut onverwijld in kennis van de inbreuk in verband met persoonsgegevens. Indien de inbreuk in verband met persoonsgegevens waarschijnlijk ongunstige gevolgen zal hebben voor de persoonsgegevens en persoonlijke levenssfeer van een abonnee of een individueel persoon stelt de onderneming die openbare elektronische-communicatiediensten aanbiedt ook de abonnee of de individuele persoon in kwestie onverwijld van de inbreuk in kennis.

Kennisgeving van een betrokken abonnee of individuele persoon van een inbreuk in verband met persoonsgegevens is niet vereist wanneer de onderneming die openbare elektronische-communicatiediensten aanbiedt tot voldoening van het Instituut heeft aangetoond dat zij de gepaste technologische beschermingsmaatregelen heeft genomen en dat deze maatregelen werden toegepast op de data die bij de beveiligingsinbreuk betrokken waren. Dergelijke technologische beschermingsmaatregelen maken de gegevens onbegrijpelijk voor eenieder die geen recht op toegang daartoe heeft.

Onverminderd de verplichting van de onderneming die openbare elektronische-communicatiediensten aanbiedt om de betrokken abonnees en de individuele personen in kwestie in kennis te stellen, indien de onderneming die openbare elektronische-communicatiediensten aanbiedt de abonnee of individuele persoon niet reeds in kennis heeft gesteld van de inbreuk in verband met persoonsgegevens, kan het Instituut haar, na te hebben onderzocht of en welke ongunstige gevolgen uit de inbreuk voortvloeien, verzoeken dat te doen.

In de kennisgeving aan de abonnee of de individuele persoon worden ten minste de aard van de inbreuk in verband met persoonsgegevens, alsmede de contactpunten voor meer informatie ver-meld, en worden er maatregelen aanbevolen om mogelijke negatieve gevolgen van de inbreuk in verband met persoonsgegevens te verlichten. De kennisgeving aan het Instituut bevat bovendien een omschrijving van de gevolgen van de inbreuk en van de door de onderneming die openbare elektronische-communicatiediensten aanbiedt voorgestelde of getroffen maatregelen om de inbreuk in verband met persoonsgegevens aan te pakken. § 4. Afhankelijk van eventuele technische uitvoeringsmaatregelen afkomstig van de Europese Commissie overeenkomstig artikel 4, punt 5 van Richtlijn 2002/58/EG en na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, kan het Instituut richtsnoeren aannemen en, waar nodig, instructies uitvaardigen betreffende de omstandigheden waarin de kennisgeving van de inbreuk in verband met persoonsgegevens door ondernemingen die openbare elektronische-communicatiediensten aanbieden noodzakelijk is, het voor deze kennisgeving toepasselijke formaat, alsmede de manier waarop de kennisgeving geschiedt.

De ondernemingen die openbare elektronische-communicatiediensten aanbieden houden een inventaris bij van inbreuken op persoonsgegevens, onder meer met de feiten in verband met deze inbreuken, de gevolgen ervan en de herstelmaatregelen die zijn genomen, zodat het Instituut kan nagaan of de bepalingen van deze paragraaf werden nageleefd. Deze inventaris bevat uitsluitend de voor dit doel noodzakelijke gegevens. ».

Art. 81.In dezelfde wet wordt een artikel 114/2 ingevoegd, luidende : «

Art. 114/2.§ 1. Het Instituut kan de ondernemingen die openbare elektronische-communicatienetwerken of openbare elektronische-communicatiediensten aanbieden bindende instructies, ook met betrekking tot de termijnen voor de uitvoering, geven met het oog op de uitvoering van de artikelen 114 en 114/1. § 2. De ondernemingen die openbare communicatienetwerken of openbare elektronische-communicatiediensten aanbieden leveren het Instituut, op zijn verzoek, alle informatie die nodig is om de veiligheid of de integriteit of beide, van hun diensten en netwerken te beoordelen, met inbegrip van de stukken met betrekking tot hun veiligheidsbeleid.

Op verzoek van het Instituut laten de ondernemingen die openbare communicatienetwerken of openbare elektronische-communicatiediensten aanbieden een veiligheidscontrole uitvoeren door een gekwalificeerde onafhankelijke instantie of het Instituut zelf. De Koning bepaalt, na advies van het Instituut, de voorwaarden waaraan de gekwalificeerde onafhankelijke instanties moeten voldoen, alsook de nadere regels met betrekking tot de veiligheidscontrole. Het rapport en de resultaten van deze veiligheidscontrole worden bezorgd aan het Instituut. De kosten van de controle worden door de onderneming gedragen.

De bepalingen in deze paragraaf zijn eveneens van toepassing op artikel 106, § 2. ».

Art. 82.In artikel 115 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 20 juli 2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in de bepaling onder 1° worden de woorden « en prioritaire diensten die na advies van het Instituut door de Koning worden bepaald » opgeheven;b) een bepaling onder 1° /1 wordt ingevoegd, luidende : « 1° /1 prioritaire gebruikers waarvan de lijst na advies van het Instituut door de Koning wordt bepaald;»; 2° het artikel wordt aangevuld met drie leden, luidende : « De operatoren garanderen dat de storingshersteltijd niet meer mag bedragen dan 24 uur voor de personen vermeld in het eerste lid, 1°, 1° /1 en 2°, ook op zaterdag, zondag en feestdagen. Die specifieke eisen worden nageleefd zonder prijstoeslag voor de begunstigden.

De nadere regels inzake specifieke levering die van toepassing zijn op de in het eerste lid, 1°, 1° /1 en 2° vermelde personen maken eveneens het voorwerp uit van de evaluatie door en het advies van het Instituut, bedoeld in artikel 103. ».

Art. 83.In artikel 117 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) de woorden « De minister » worden vervangen door de woorden « Het Instituut »;b) de woorden « na advies van het Instituut » worden opgeheven;c) het woord « eindgebruikers » wordt vervangen door het woord « consumenten »;d) de woorden « openbare telefoonnetwerken » worden vervangen door de woorden « openbare elektronische-communicatienetwerken »;2° in het tweede lid wordt het woord « minister » vervangen door het woord « Koning ».

Art. 84.In artikel 118 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden « De minister » worden vervangen door de woorden « Het Instituut »;2° de woorden « na advies van het Instituut » worden opgeheven;3° het woord « abonnees » wordt vervangen door het woord « consumenten »;4° de woorden « openbaar telefoonnetwerk » worden vervangen door de woorden « openbaar elektronische-communicatienetwerk ».

Art. 85.Artikel 120 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 25 april 2007, wordt vervangen als volgt : «

Art. 120.Op verzoek van de abonnee blokkeren de operatoren die een elektronische-communicatiedienst aanbieden kosteloos inkomende of uitgaande berichten of communicatie, alsook uitgaande oproepen naar en, in voorkomend geval, van bepaalde categorieën nummers, die door de minister, na advies van het Instituut en van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie, worden vastgesteld. ».

Art. 86.In artikel 121 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) de woorden « , na advies van het Raadgevend Comité voor de telecommunicatie en het Instituut, » worden ingevoegd tussen de woorden « De Koning stelt » en de woorden « de voorwaarden vast »;b) de woorden « openbare telefoonnetwerken » worden vervangen door de woorden « openbare elektronische-communicatienetwerken of openbare telefoondiensten »;2° in paragraaf 2 worden de woorden « op het gehele grondgebied of een deel ervan » vervangen door de woorden « op een deel van het grondgebied »;3° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidende : « § 3.De operatoren stellen de gegevens en signalen beschikbaar om het aanbieden van de in paragraaf 1 bedoelde faciliteiten op het grondgebied of een deel ervan mogelijk te maken en, voor zover technisch haalbaar, om het aanbod van deze faciliteiten over de grenzen van de lidstaten te vergemakkelijken. ».

Art. 87.In titel IV, hoofdstuk III, afdeling 1 van dezelfde wet wordt een onderafdeling 5 ingevoegd die artikel 121/4 bevat, luidende : « Onderafdeling 5. Maatregelen voor eindgebruikers met een handicap.

Art. 121/4.§ 1. Het Instituut kan maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat eindgebruikers met een handicap : 1° een toegang kunnen hebben tot openbare elektronische-communicatiediensten die gelijkwaardig zijn aan die van de meerderheid van de eindgebruikers, dit wil zeggen aangepast aan hun handicap;2° profiteren van de keuze tussen operatoren en diensten die ter beschikking staan van de meerderheid van de eindgebruikers. § 2. Het Instituut neemt alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de toegang voor eindgebruikers met een handicap tot nooddiensten gelijkwaardig is aan die van andere eindgebruikers dankzij aan hun handicap aangepaste technische middelen. ».

Art. 88.In artikel 125, § 1, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in de bepaling onder 4° worden de woorden « op bevel van de onderzoeksrechter en/of » ingevoegd tussen de woorden « door het Instituut worden gesteld » en de woorden « in het kader van »;2° de bepaling onder 5° wordt aangevuld met de woorden « en niet het afluisteren van communicaties betreffen »;3° de bepalingen onder 5° /1 en 5° /2 ingevoegd, luidende : « 5° /1 : wanneer de handelingen worden uitgevoerd door de ambtenaren die zijn gemachtigd door de minister die de economie onder zijn bevoegdheden heeft, in het kader van hun wettelijke bevoegdheden tot opsporing en niet het afluisteren van communicaties betreffen;5° /2 wanneer de handelingen door de Ethische Commissie voor de telecommunicatie of zijn secretariaat of op verzoek van één van hen worden gesteld in het kader van hun wettelijke onderzoeksopdrachten en niet het afluisteren van communicaties betreffen;».

Art. 89.Artikel 127 van dezelfde wet wordt aangevuld met een paragraaf 6, luidende : « § 6. Elke operator zet een interne procedure op voor de afhandeling van verzoeken om toegang tot persoonsgegevens van gebruikers op grond van paragraaf 1. Hij verstrekt op verzoek aan het Instituut gegevens over deze procedures, het aantal ontvangen verzoeken, de aangevoerde wettelijke motivering en zijn antwoord. ».

Art. 90.In artikel 129 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) de woorden « Het gebruik van elektronische communicatienetwerken voor de opslag van informatie of voor het verkrijgen van toegang tot informatie die » worden vervangen door de woorden « De opslag van informatie of het verkrijgen van toegang tot informatie die reeds »;b) het woord « eindgebruiker » wordt telkens vervangen door het woord « gebruiker »;c) de bepaling onder 2° wordt vervangen als volgt : « 2° de abonnee of eindgebruiker zijn toestemming heeft gegeven na ingelicht te zijn overeenkomstig de bepalingen in 1°.»; 2° het tweede lid wordt vervangen als volgt : « Het eerste lid is niet van toepassing voor de technische opslag van informatie of de toegang tot informatie opgeslagen in de eindapparatuur van een abonnee of een eindgebruiker met als uitsluitend doel de verzending van een communicatie via een elektronische-communicatienetwerk uit te voeren of een uitdrukkelijk door de abonnee of eindgebruiker gevraagde dienst te leveren wanneer dit hiervoor strikt noodzakelijk is.»; 3° in het derde lid worden de woorden « Een gebrek aan weigering » vervangen door de woorden « De toestemming »;4° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende : « De verantwoordelijke voor de verwerking biedt de abonnees of eindgebruikers gratis de mogelijkheid om op eenvoudige wijze de gegeven toestemming in te trekken.».

Art. 91.In artikel 131 van dezelfde wet worden de woorden « voor zover dit technisch en operationeel mogelijk is voor de operator » opgeheven.

Art. 92.In titel IV, hoofdstuk III, afdeling 2 van dezelfde wet wordt een artikel 133/1 ingevoegd, luidende : «

Art. 133/1.Het Instituut kan maatregelen aannemen om een doeltreffende grensoverschrijdende samenwerking te waarborgen bij de naleving van de artikelen 113 tot 114/2 en 122 tot 133, en om geharmoniseerde voorwaarden te creëren voor het aanbieden van diensten waarbij grensoverschrijdende gegevensstromen betrokken zijn.

Het Instituut bezorgt de Europese Commissie twee maanden voor het aannemen van deze maatregelen een samenvatting van de redenen voor het optreden, de geplande maatregelen en de voorgestelde aanpak. Het Instituut houdt bij het aannemen van het besluit over de maatregelen zoveel mogelijk rekening met de opmerkingen en aanbevelingen van de Europese Commissie. ».

Art. 93.In artikel 134, van dezelfde wet, gewijzigd door de wetten van 18 mei 2009 en 31 mei 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid, luidende : « De minister legt, op voorstel van het Instituut, de kosten vast die verbonden zijn aan de behandeling van een individueel dossier.De kosten worden gedragen door de dienstenaanbieder, indien hij gesanctioneerd wordt. In de overige gevallen worden de kosten gedragen door het Instituut. »; 2° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 4, luidende : « § 4.Indien de overtreder nalaat de door de Ethische Commissie voor de telecommunicatie opgelegde administratieve geldboete en/of de verschuldigde dossierkosten te betalen binnen de door de Ethische Commissie vastgestelde termijn, zendt het secretariaat de beslissing van de Ethische Commissie voor de telecommunicatie door aan de Administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen, met het oog op invordering. Deze Administratie kan optreden bij dwangbevel, overeenkomstig artikel 3 van de domaniale wet van 22 december 1949.

Alle sommen betaald of ingevorderd ten titel van administratieve geldboete opgelegd door de Ethische Commissie voor de telecommunicatie worden in de Schatkist gestort. De ingevorderde dossierkosten worden gestort aan het Instituut. ».

Art. 94.In artikel 134/1, § 1, van dezelfde wet, ingesteld bij de wet van 31 mei 2011, worden de woorden « of diens plaatsvervanger » telkens ingevoegd na de woorden « de voorzitter ».

Art. 95.Artikel 135 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 20 juli 2006 en 25 april 2007, wordt opgeheven.

Art. 96.In titel IV, hoofdstuk III, afdeling 2 van dezelfde wet wordt een artikel 135/1 ingevoegd, luidende : «

Art. 135/1.Operatoren die openbare telefoondiensten verstrekken waarmee internationale oproepen mogelijk zijn, behandelen alle oproepen naar en van nummers behorende tot de Europese Telefoonnummeringsruimte (ETNS) tegen tarieven die vergelijkbaar zijn met de tarieven voor oproepen naar en van geografische of mobiele nummers uit de nummerplannen van andere lidstaten. ».

Art. 97.In artikel 137 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1 wordt het tweede lid opgeheven;2° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidende : « § 3.In het kader van de controle op de naleving van deze wet, behoudens wat betreft de artikelen 12 tot 17 en 32 tot 44, kan het Instituut enkel verzoeken om informatie doen die passend en objectief gerechtvaardigd zijn voor : 1° de controle, hetzij systematisch, hetzij per geval, op de naleving van : a) artikel 29;b) de financiële bijdrage voor de universele dienst;c) artikel 30;d) het efficiënte en daadwerkelijke gebruik van de frequenties;e) het efficiënte en doelmatige gebruik van de nummers;2° de controle per geval wanneer een klacht is ontvangen, wanneer het Instituut redenen heeft om aan te nemen dat aan een voorwaarde niet wordt voldaan, of wanneer het Instituut op eigen initiatief een onderzoek verricht;3° procedures voor en evaluatie van aanvragen om verlening van gebruiksrechten;4° de publicatie van vergelijkende overzichten van kwaliteit en prijs van diensten ten behoeve van de consumenten;5° duidelijk omschreven statistische doeleinden;6° marktonderzoek;7° het waarborgen van efficiënt gebruik en efficiënt beheer van radiofrequenties;8° het evalueren van ontwikkelingen van de netwerken of de diensten die gevolgen zouden kunnen hebben voor de groothandelsdiensten die beschikbaar zijn gesteld aan concurrenten. De in de punten 1°, 2°, 4°, 5°, 6°, 7° en 8° van het eerste lid bedoelde informatie is niet vereist vóór of als voorwaarde voor de toegang tot de markt. ».

Art. 98.In artikel 141 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 25 april 2007 en 18 mei 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt paragraaf 1;2° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in de bepaling onder 7° wordt het woord « onverwijld » opgeheven;b) in de bepaling onder 7° wordt het woord « , BEREC » ingevoegd tussen de woorden « de Europese Commissie » en de woorden « en de nationale regelgevende instanties »;c) het tweede tot vierde lid worden opgeheven;3° het artikel wordt aangevuld met de paragrafen 2 tot 4, luidende : « § 2.Het Instituut houdt zoveel als mogelijk rekening met de opmerkingen die het binnen de maand van de kennisgeving van de ontwerpbeslissing zijn toegezonden door de Europese Commissie, BEREC en de nationale regelgevende instanties van de lidstaten. § 3. Wanneer overeenkomstig artikel 143, § 2 of artikel 143/1, § 4, de ontwerpbeslissing is gewijzigd, start het Instituut een openbare raadpleging overeenkomstig artikel 140 en stelt het opnieuw de Europese Commissie in kennis van het gewijzigde ontwerp overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 1. § 4. De definitieve beslissingen, waarvan de ontwerpen bedoeld worden in paragraaf 1, worden ter kennis gebracht van de Europese Commissie en van BEREC. ».

Art. 99.In artikel 142 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden « , van BEREC » worden ingevoegd tussen de woorden « Europese Commissie » en de woorden « en van de nationale regelgevende instanties »;2° het artikel wordt aangevuld met de volgende zin : « Elke verlenging van voorlopige maatregelen is onderworpen aan de bepalingen van de artikelen 140 en 141.».

Art. 100.Artikel 143 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : «

Art. 143.§ 1. Wanneer de ontwerpbeslissing van het Instituut zoals bedoeld in artikel 141, paragraaf 1 : a) invloed kan hebben op de handel tussen de lidstaten en gericht is op : 1° het definiëren van een relevante markt die verschilt van de door de Europese Commissie gedefinieerde markten, of 2° het al dan niet aanwijzen van een onderneming die, hetzij individueel of gezamenlijk met anderen, een sterke machtspositie op een relevante markt bezit;b) en de Europese Commissie het Instituut binnen een termijn van een maand te rekenen vanaf zijn kennisgeving overeenkomstig artikel 141, heeft meegedeeld dat de ontwerpbeslissing een belemmering voor de interne markt opwerpt of indien zij ernstige twijfels heeft omtrent de verenigbaarheid van de ontwerpbeslissing met het Gemeenschapsrecht, stelt het Instituut de definitieve aanneming van de beslissing met nog eens twee maanden uit. § 2. Wanneer de Europese Commissie, binnen de termijn van twee maanden waarvan sprake in paragraaf 1, een besluit aanneemt dat de intrekking van de ontwerpbeslissing eist en precieze voorstellen formuleert met betrekking tot de wijzigingen aan te brengen in de ontwerpbeslissing, wijzigt of trekt het Instituut zijn ontwerpbeslissing in binnen zes maanden volgend op de datum van het besluit van de Europese Commissie. ».

Art. 101.In dezelfde wet wordt een artikel 143/1 ingevoegd, luidende : «

Art. 143/1.§ 1. Wanneer de Europese Commissie, binnen de termijn van een maand te rekenen vanaf de kennisgeving van de ontwerpbeslissing overeenkomstig artikel 141, meedeelt aan het Instituut dat zijn ontwerpbeslissing, dat erop gericht is een verplichting aan een operator met een sterke machtspositie op te leggen, te wijzigen of in te trekken, een belemmering inhoudt van de interne markt of ernstige twijfels opwerpt wat betreft de verenigbaarheid met het Gemeenschapsrecht, stelt het Instituut zijn beslissing uit met drie bijkomende maanden. § 2. Binnen de termijn van drie maanden waarvan sprake in paragraaf 1, werken de Europese Commissie, BEREC en het Instituut nauw samen om de meest doeltreffende en gepaste maatregel te identificeren gelet op de doelstellingen zoals bedoeld in de artikelen 5 tot 8 en zij nemen bij dit alles de adviezen van de economische spelers en de noodzaak te waken over de installatie van coherente regelgevende praktijken naar behoren in overweging. § 3. Wanneer, binnen een termijn van zes weken die start bij het begin van de periode van drie maanden waarvan sprake in paragraaf 1, BEREC een advies uitbrengt over de kennisgeving van de Europese Commissie zoals bedoeld in paragraaf 1 waarin het aangeeft de ernstige twijfels van de Europese Commissie te delen, dan kan het Instituut, voor het einde van de periode van drie maanden waarvan sprake in paragraaf 1 : 1° zijn ontwerpbeslissing wijzigen of intrekken door zoveel mogelijk rekening te houden met de kennisgeving van de Commissie zoals bedoeld in paragraaf 1 en het advies en de raadgevingen van BEREC;2° zijn ontwerpbeslissing handhaven. § 4. Wanneer BEREC de ernstige twijfels van de Europese Commissie niet deelt of geen advies uitbrengt of wanneer het Instituut zijn ontwerpbeslissing wijzigt of handhaaft overeenkomstig paragraaf 3, kan de Europese Commissie, binnen een termijn van een maand na de periode van drie maanden waarvan sprake in paragraaf 1 : 1° een met redenen omklede aanbeveling uitbrengen waarin zij het Instituut vraagt de ontwerpbeslissing te wijzigen of in te trekken;2° beslissen haar voorbehoud gemaakt overeenkomstig paragraaf 1 op te heffen. Binnen een termijn van een maand te rekenen vanaf de uitvaardiging van de aanbeveling van de Europese Commissie overeenkomstig paragraaf 4, 1°, of de opheffing van het voorbehoud overeenkomstig paragraaf 4, 2°, deelt het Instituut aan de Europese Commissie en BEREC de definitieve aangenomen beslissing mee. Deze periode kan verlengd worden om het Instituut de mogelijkheid te bieden een openbare raadpleging over het gewijzigde ontwerp te organiseren.

Wanneer het Instituut beslist de ontwerpbeslissing te wijzigen noch in te trekken op grond van de aanbeveling waarvan sprake in paragraaf 4, a), verstrekt het daartoe een met redenen omklede rechtvaardiging. § 5. Het Instituut kan het ontwerpbesluit op elk ogenblik tijdens de procedure intrekken. ».

Art. 102.In dezelfde wet wordt een artikel 161/1 ingevoegd, luidende : «

Art. 161/1.Het Instituut brengt ten laatste op 19 december 2011 de gebruiksrechten voor frequenties en nummers die op 31 december 2009 reeds bestonden, in overeenstemming met de artikelen 11 en 18 tot 24/1.

Wanneer de toepassing van het eerste lid leidt tot een beperking van de rechten of een verzwaring van de verplichtingen in het kader van reeds bestaande algemene machtigingen of individuele gebruiksrechten, kan het Instituut de geldigheid van die rechten of verplichtingen verlengen tot uiterlijk 30 september 2012, mits dit geen afbreuk doet aan de rechten van andere operatoren. Het Instituut stelt de Europese Commissie in kennis van deze verlenging en van de redenen daarvoor. ».

Art. 103.Artikel 163 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 20 juli 2006 en gewijzigd bij de wet van 31 mei 2011, wordt opgeheven.

Art. 104.In titel VI, hoofdstuk III van dezelfde wet wordt een artikel 164/1 ingevoegd, luidende : «

Art. 164/1.Het Internetdomeinnaamregistreerbureau van het topniveaudomein « .be » : 1° heeft een permanente vestigingsplaats en exploitatiezetel in België, onverminderd de mogelijkheid voor de betrokkene om een gedeelte van zijn technische infrastructuur in het buitenland onder te brengen, met als enig doel de betrouwbaarheid van de dienstverlening te verhogen;2° heeft de vorm van een instelling zonder winstoogmerk;3° brengt voor zijn prestaties een vergoeding in rekening die direct gerelateerd is aan de daadwerkelijk gemaakte kosten;4° stelt, volgens de nadere regels bepaald door het Instituut, kosteloos de voorzieningen zoals vastgelegd door het Instituut beschikbaar aan het Instituut zodat zonder ernstige onderbreking van de dienstverlening de overgang naar een nieuw domeinnaamregistreerbureau op een efficiënte en doelmatige wijze kan plaatsvinden.Deze voorzieningen bevatten minimaal een geactualiseerd register van domeinnamen en alle bijbehorende informatie van de houders van domeinnamen volgens de periodiciteit en de nadere regels bepaald door het Instituut in een vorm die onmiddellijk kan worden gebruikt om in geval van ernstig falen van het Internetdomeinnaamregistreerbureau de continuïteit en de stabiliteit van het Belgische Internet te vrijwaren; en 5° organiseert, bestuurt en beheert het topniveaudomein « .be » in het algemeen belang en op basis van de beginselen van kwaliteit, efficiëntie, betrouwbaarheid en toegankelijkheid. »

Art. 105.In titel VI, hoofdstuk III van dezelfde wet wordt een artikel 164/2 ingevoegd, luidende : «

Art. 164/2.In geval van ernstig falen van het Internetdomeinnaamregistreerbureau van het topniveaudomein « .be » neemt het Instituut in het belang van de eindgebruiker en de Belgische economie de nodige maatregelen om de continuïteit en de stabiliteit van het Belgische Internet te vrijwaren.

Onder ernstig falen van het Internetdomeinnaamregistreerbureau wordt verstaan : 1° het hanteren van praktijken die illegaal of oneerlijk zijn en die de goede reputatie van het aan België gerelateerde topniveaudomein « .be » in het gedrang brengen, of 2° het onvermogen om de bereikbaarheid van een aanzienlijk aantal actieve domeinnamen van het topniveaudomein « .be » te verzekeren, of 3° het onvermogen om de taken van een Internet domeinnaamregistreerbureau, overeenkomstig de definitie van artikel 2, 48/1°, uit te voeren, of 4° het nalaten te voldoen aan de voorwaarden van artikel 164/1. In geval van hoogdringendheid kan het Instituut onmiddellijk op voorlopige basis een nieuw Internetdomeinnaamregistreerbureau van het topniveaudomein « .be » aanwijzen. De kosten die dit tijdelijke Internetdomeinnaamregistreerbureau draagt in het kader van de door het Instituut opgedragen taken komen ten laste van het Instituut en worden achteraf gerecupereerd van het uiteindelijk aangewezen Internet domeinnaamregistreerbureau.

Onmiddellijk na het aanwijzen van het tijdelijke Internetdomeinnaamregistreerbureau of als een dergelijke aanwijzing niet nodig is, lanceert het Instituut een oproep tot kandidaten in het Belgisch Staatsblad en publiceert het een bestek, dat de minimale voorwaarden voor het uitvoeren van de activiteit van het Internetdomeinnaam-registreerbureau van het topniveaudomein « .be » bevat. De aanwijzing van het nieuwe Internetdomeinnaamregistreerbureau gebeurt op basis van een objectieve, transparante en niet-discriminerende procedure en objectieve, transparante en niet-discriminerende criteria.

De entiteit die aangewezen wordt als Internetdomeinnaamregistreerbureau van het topniveaudomein « .be » is gehouden tot het naleven van de minimale voorwaarden van het bestek en tot het naleven van alle verbintenissen die in de loop van de selectieprocedure zijn aangegaan. ».

Art. 106.In de Franse tekst in de artikelen 1, 28, 30, 34, 35, 36 en 46 van de bijlage bij dezelfde wet worden de woorden « accessible au » telkens ingevoegd tussen de woorden « service téléphonique » en het woord « public ».

Art. 107.In artikel 1 van de bijlage bij dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden « openbare telefoons » worden telkens vervangen door de woorden « openbare betaaltelefoons of van andere toegangspunten voor openbare spraaktelefoniediensten »;2° de bepaling onder 3° wordt opgeheven.

Art. 108.Artikel 8 van de bijlage bij dezelfde wet wordt opgeheven.

Art. 109.In artikel 15 van de bijlage bij dezelfde wet wordt het tweede lid vervangen als volgt : « De aansluiting bedoeld in artikel 70, § 1, 2°, b, moet in staat zijn de berichten via datatransmissie te ondersteunen met in artikel 16 van deze bijlage bepaalde snelheden van de functionele internettoegang. ».

Art. 110.Artikel 16 van de bijlage bij dezelfde wet wordt vervangen als volgt : «

Art. 16.De aansluiting bedoeld in artikel 70, § 1, 2°, c), moet de eindgebruikers in staat stellen te beschikken over een functionele internettoegang door middel van een specifiek contract met een internetserviceprovider.

De Koning bepaalt op voorstel van het Instituut de snelheid van deze functionele toegang, naar behoren rekening houdende met de specifieke marktomstandigheden, met name de door de meerderheid van de abonnees gebruikte bandbreedte en de technische haalbaarheid. De aanduiding van de snelheid is opgenomen in het in artikel 103 bedoelde rapport. ».

Art. 111.In artikel 22 van de bijlage bij dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in het eerste lid worden de woorden « tariefverminderingen » vervangen door de woorden « sociale tarieven »; b) in de bepalingen onder 1.1, worden de woorden « sociaal tarief » vervangen door de woorden « sociaal telefoontarief »; c) in de bepaling onder 1.2 wordt het woord « bruto-inkomen » telkens vervangen door de woorden « globaal belastbaar inkomen »; d) in de bepalingen onder 2.1, worden de woorden « sociaal tarief » vervangen door de woorden « sociaal telefoontarief »; e) een bepaling onder 4 wordt ingevoegd, luidende : « 4.Sociaal internettarief. 4.1 De begunstigde van het sociale internettarief mag slechts over één sociaal internettarief beschikken en er mag maar één begunstigde zijn per huishouden. 4.2. Het voordeel van het sociale internettarief kan op zijn verzoek worden genoten door iedere persoon die voldoet aan de criteria die zijn vastgesteld in de punten 1.2, 2.3 en 3. 4.3. Wonen in een hotel, een rusthuis of een andere vorm van gemeenschapsleven verleent geen recht op het voordeel van het sociale internettarief, behalve indien de begunstigde over een abonnement beschikt op zijn eigen naam dat uitsluitend door hem kan worden gebruikt. 4.4. De reeds op het internet aangesloten personen die aan de gestelde voorwaarden voldoen, genieten het voordeel van het sociale internettarief na het verstrijken van de eerste vervaldag van hun abonnement die volgt op het indienen van hun verzoek. 4.5. De begunstigde van het sociale internettarief : 1° geeft de operator dadelijk kennis van het feit dat hij niet langer voldoet aan een van de gestelde voorwaarden om dat tarief te genieten;2° past onmiddellijk de bedragen bij die hij door het ten onrechte genieten van het sociale internettarief heeft ontdoken ten gevolge van onder andere een onvolledige of valse verklaring omtrent die voorwaarden. 4.6. Het genot van het sociale internettarief wordt ingetrokken vanaf de eerste vervaldag van het abonnement die volgt op de datum waarop niet meer wordt voldaan aan de gestelde voorwaarden. »; 2° in paragraaf 2 worden de woorden « sociale telefoontarief » telkens vervangen door de woorden « sociale tarief »;

Art. 112.In de bijlage bij dezelfde wet wordt het opschrift van afdeling 4 van hoofdstuk 2 vervangen als volgt : « Afdeling 4. Beschikbaarstelling van openbare betaaltelefoons en andere toegangspunten voor openbare spraaktelefoniediensten ».

Art. 113.Artikelen 23 tot 27 van de bijlage bij dezelfde wet worden opgeheven en vervangen door een nieuw artikel 23, luidende : «

Art. 23.Het instituut bepaalt de nadere regels inzake het behoud en de afschaffing van publieke betaaltelefoontoestellen of via andere toegangspunten voor openbare spraaktelefoniediensten. »

Art. 114.In artikel 30, eerste lid, van de bijlage bij dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden « Behalve afwijking die op voorstel van het Instituut door de minister wordt toegestaan, deelt de aanbieder » worden vervangen door de woorden « De aanbieder deelt »;2° het woord « jaarlijks » wordt vervangen door de woorden « ten minste om de twee jaar »;3° de woorden « zonder dat die abonnee het moet vragen » worden vervangen door de woorden « op uitdrukkelijk verzoek van de abonnee »;4° het lid wordt aangevuld met de volgende zinnen : « Het verzoek mag schriftelijk, per e-mail of telefonisch worden gedaan.De minister legt de nadere regels van de indiening van het verzoek vast. ».

Art. 115.In artikel 31 van de bijlage bij dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 25 april 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) het tweede tot het vierde streepje wordt opgeheven;b) het zesde streepje wordt opgeheven;c) het achtste streepje wordt opgeheven;d) het tiende streepje wordt opgeheven;2° paragraaf 2 wordt opgeheven.

Art. 116.In artikel 32 van de bijlage bij dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het tweede lid worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) de woorden « niet-betalende functionele website » worden vervangen door de woorden « niet-betalende functionele neutrale website, die regelmatig wordt gemoderniseerd en toegankelijk is voor personen met een handicap »;b) het lid wordt aangevuld met de volgende zinnen : « De abonneegegevens worden maandelijks bijgewerkt.Aan de hand van deze website kunnen ten minste opzoekingen worden gedaan op basis van de naam binnen een gemeente en op basis van het telefoonnummer. Het Instituut kan bijkomende kwaliteitscriteria vastleggen waaraan de aanbieder zal worden onderworpen in het kader van de terbeschikkingstelling van de informatie in de universele telefoongids via deze website. »; 2° het derde lid wordt opgeheven 3° in het vroegere vierde lid, dat het derde lid wordt, wordt het woord « vijfenzeventig » vervangen door het woord « vijfendertig »;4° het vroegere zesde lid, dat het vijfde lid wordt, wordt vervangen als volgt : « De aanbieder die de taak heeft de universele telefoongids te leveren, bezorgt uiterlijk tegen 31 maart van elk jaar een verslag aan het Instituut over de manier waarop hij de verplichtingen die voortvloeien uit dit artikel heeft vervuld.».

Art. 117.In hoofdstuk III van de bijlage bij dezelfde wet wordt een artikel 33/1 ingevoegd, luidende : «

Art. 33/1.Indien geen enkele operator is aangewezen om een of meer van de in artikel 68 vermelde universele dienstverrichtingen te verstrekken, dan houdt het Instituut toezicht op de ontwikkeling en het niveau van de tarieven voor de eindgebruiker van elke betrokken dienst, met name met betrekking tot de nationale consumentenprijzen en inkomens. ».

Art. 118.In artikel 35 van de bijlage bij dezelfde wet worden de woorden « openbare telefoons » telkens vervangen door de woorden « openbare betaaltelefoons of van andere toegangspunten voor openbare spraaktelefoniediensten ».

Art. 119.Artikel 38, van de bijlage bij dezelfde wet wordt vervangen als volgt : «

Art. 38.§ 1. De aanbieders als bedoeld in artikel 74 van de wet, passen ten minste de volgende tariefverminderingen toe op al hun tarieven en gebundelde aanbiedingen met inbegrip van een openbare telefoondienst voor de personen bedoeld in artikel 22, § 1, 1.2, 1° en 2°, 2.3 en 3 van de bijlage : 1° vergoeding voor de beschikbaarstelling van de aansluiting op een openbaar elektronische-communicatienetwerk op een vaste locatie : 50 % van het tarief;2° ingeval door de consument aan eenzelfde aanbieder abonnementsgeld en gesprekskosten, of enkel gesprekskosten verschuldigd zijn : - een korting ten belope van 40 % met als maximum 8,40 euro per tijdvak van één maand op het betreffende abonnementsgeld voor zover abonnementsgeld verschuldigd is; - een korting ten belope van 3,10 euro per tijdvak van één maand op de gesprekskosten; 3° ingeval abonnementsgeld en gesprekskosten verschuldigd zijn door de consument aan verschillende aanbieders : een korting ten belope van 11,50 euro per tijdvak van één maand op de gesprekskosten, aan te bieden door de aanbieder die de gesprekskosten factureert. § 2. De aanbieders als bedoeld in artikel 74 van de wet, passen ten minste de volgende tariefverminderingen toe op al hun tarieven voor de personen bedoeld in artikel 22, § 1, 1.2, 3° van de bijlage : - een korting ten belope van 3,10 euro per tijdvak van één maand op de gesprekskosten. § 3. De aanbieders als bedoeld in artikel 74 van de wet, passen ten minste de volgende tariefverminderingen toe op al hun tarieven voor internettoegang en gebundelde aanbiedingen met inbegrip van internettoegang voor de personen bedoeld in artikel 22, § 1, 4.2, van de bijage, als ze, in voorkomend geval, hebben afgezien van de korting op het abonnementsgeld vermeld in paragraaf 1, 2°, eerste streepje en van de korting vermeld in paragraaf 1, 3° : - een korting van 40 % op het tarief, met een maximum van 8,40 euro per tijdvak van één maand. ».

Art. 120.In de bijlage bij dezelfde wet wordt in plaats van artikel 45bis, ingevoegd bij de wet van 25 april 2007 en vernietigd bij arrest nr. 7/2011 van het Grondwettelijk Hof, een artikel 45/1 ingevoegd, luidende : «

Art. 45/1.De nettokosten van het sociale element van de universele dienst voor een geografisch gebied bestaan uit het verschil tussen alle kosten die in het tweede lid worden gedefinieerd en alle inkomsten die in het derde lid worden gedefinieerd, waarbij de marktvoordelen worden opgeteld die uit de betrokken verrichting voortvloeien, met inbegrip van de immateriële voordelen.

De kosten waarmee rekening moet worden gehouden in de in het eerste lid bedoelde berekening zijn de kosten die de aanbieder op lange termijn zou kunnen vermijden indien hij niet verplicht was de in artikel 74 van de wet vermelde dienst te verstrekken.

De inkomsten waarmee rekening moet worden gehouden voor de in het eerste lid bedoelde berekening zijn de inkomsten die de aanbieder op lange termijn niet zou krijgen indien hij niet verplicht was de in artikel 74 van de wet vermelde dienst te verstrekken. Die inkomsten omvatten met name : - de inkomsten uit de installatiekosten; - de inkomsten uit de abonnementen; - de inkomsten uit de binnenkomende oproepen; - de inkomsten uit de uitgaande oproepen.

De kosten worden berekend volgens de methode van de reële-kostenboekhouding (« CCA »).

Bij de evaluatie van de in het eerste lid bedoelde nettokosten wordt ook rekening gehouden met de vergoeding van het kapitaal dat ingezet is voor de levering van het sociale element van de universele dienst, en dat berekend wordt volgens de methode die door de Koning, op voorstel van het Instituut, wordt vastgesteld. ».

Art. 121.In artikel 46, § 1, 6, vierde streepje, van de bijlage bij dezelfde wet worden de woorden « vaste openbare basistelefoonnet » vervangen door de woorden « vaste openbare basis-elektronische-communicatienetwerk ». HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van de wet van 11 maart 2003 betreffende bepaalde juridische aspecten van de informatiemaatschappij

Art. 122.Artikel 1 van de wet van 11 maart 2003 betreffende bepaalde juridische aspecten van de informatiemaatschappij wordt aangevuld met een lid, luidende : « Hoofdstuk IV voorziet in een gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2009/136/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 tot wijziging van Richtlijn 2002/22/EG inzake de universele dienst en gebruikersrechten met betrekking tot elektronische-communicatienetwerken en -diensten, Richtlijn 2002/58/EG betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie en Verordening (EG) nr. 2006/2004 betreffende samenwerking tussen de nationale instanties die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming. ».

Art. 123.Artikel 14, § 3, van dezelfde wet wordt aangevuld met een bepaling onder 3°, luidende : « 3° de bestemmeling van de boodschappen aan te moedigen om websites te bezoeken die artikel 13 van deze wet overtreden. ». HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming

Art. 124.In de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming wordt een artikel 1/1 ingevoegd, luidende : «

Art. 1/1.Hoofdstuk 4, afdeling 3, voorziet in een gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2009/136/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 tot wijziging van Richtlijn 2002/22/EG inzake de universele dienst en gebruikersrechten met betrekking tot elektronische-communicatienetwerken en -diensten, Richtlijn 2002/58/EG betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie en Verordening (EG) nr. 2006/2004 betreffende samenwerking tussen de nationale instanties die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming. ».

Art. 125.Artikel 100 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : «

Art. 100.§ 1. Het gebruik van geautomatiseerde oproepsystemen zonder menselijke tussenkomst en het gebruik van faxen met het oog op direct marketing, zijn verboden zonder de voorafgaande, vrije, specifieke en geïnformeerde toestemming van de geadresseerde van de boodschap.

De persoon die zijn toestemming heeft gegeven kan deze te allen tijde terugtrekken, zonder daarvoor een reden op te geven en zonder dat hem daarvoor enige kosten kunnen worden ten laste gelegd.

De bewijslast dat om de overgebrachte communicatie werd verzocht via een techniek vermeld in of vastgesteld met toepassing van deze paragraaf, berust op de afzender.

Bij een besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, kan de Koning het verbod bedoeld in het eerste lid uitbreiden tot andere dan de aldaar vermelde communicatietechnieken, rekening houdend met de evolutie ervan. § 2. Onverminderd artikel 14 van de wet van 11 maart 2003 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij is het gebruik van andere dan de in paragraaf 1 bedoelde middelen voor het overbrengen van ongevraagde communicatie met het oog op direct marketing aan abonnees toegestaan met inachtneming van de bepalingen opgenomen in artikelen 100/1 tot 100/7.

Art. 126.In dezelfde wet wordt een artikel 100/1 ingevoegd, luidende : «

Art. 100/1.§ 1. De operator biedt aan zijn abonnee de mogelijkheid om op elk ogenblik mede te delen dat hij zich verzet tegen het gebruik van het telefoonnummer of de telefoonnummers die hem zijn toegekend voor redenen van direct marketing.

De abonnee oefent dit recht van verzet gratis uit en kan dit minstens telefonisch, per brief of per e-mail mededelen.

Bij het aangaan van de overeenkomst vestigt de operator de aandacht van de abonnee op een uitdrukkelijke en opvallende wijze op dit recht. § 2. De operator registreert elk verzet van een abonnee zoals bedoeld in § 1, binnen vijf werkdagen in een daartoe bestemd gegevensbestand en deelt de datum van registratie mee aan de abonnee.

De operator stelt het gegevensbestand dat de telefoonnummers bevat waarop de abonnees geen oproepen voor redenen van direct marketing wil ontvangen ter beschikking van personen die aan direct marketing via telefoon willen doen.

Een operator kan de uitvoering van de verplichtingen zoals bedoeld in paragraaf 1 delegeren aan een instelling zonder winstgevend doel met dewelke hij hieromtrent een overeenkomst afsluit. ».

Art. 127.In dezelfde wet wordt een artikel 100/2 ingevoegd, luidende : «

Art. 100/2.§ 1. Elke telefonisch oproep voor redenen van direct marketing naar een telefoonnummer dat is opgenomen in het gegevensbestand bedoeld in artikel 100/1, § 2, is verboden.

Voor elke telefoonoproep om redenen van direct marketing gaat de oproeper voorafgaandelijk na of het desbetreffende nummer niet is opgenomen in dit gegevensbestand. § 2. Het verbod bedoeld in § 1 geldt niet voor oproepen naar telefoonnummers van abonnees die aan de persoon die telefoonoproepen om redenen van direct marketing doet of namens wie dergelijke oproepen worden gedaan, zijn uitdrukkelijke toelating hebben verleend om zijn persoonsgegevens voor dergelijke doeleinden te gebruiken. ».

Art. 128.In dezelfde wet wordt een artikel 100/3 ingevoegd, luidende : «

Art. 100/3.De operatoren en de personen die aan direct marketing doen of voor wiens rekening dit gebeurt, dragen de bewijslast van de naleving van de bepalingen van deze afdeling. ».

Art. 129.In dezelfde wet wordt een artikel 100/4 ingevoegd, luidende : «

Art. 100/4.§ 1. De Koning kan, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, maatregelen nemen om : 1° de inhoud, de vorm en de werking van het gegevensbestand bedoeld in artikel 100/1, § 2, te bepalen;2° de toegangsvoorwaarden en -wijzen tot deze gegevensbestanden te bepalen voor personen die telefoonoproepen om redenen van direct marketing willen doen, met inbegrip van de identificatie van deze personen;3° de mededelingsvormen door de abonnee bedoeld in artikel 100/1, § 1, zo eenvoudig mogelijk te houden. § 2. De Koning kan, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, eveneens een vereniging of organisatie erkennen die de verplichtingen van alle operatoren bedoeld in artikel 100/1 op zich neemt.

Deze vereniging of organisatie kan enkel worden erkend op basis van de erkenningscriteria die de Koning bepaalt en die minstens de volgende waarborgen bieden : 1° het gebruiksgemak voor de abonnee;2° het uitsluitende gebruik van de gegevens uit het gegevensbestand met het oog op het naleven van de rechten van de abonnee overeenkomstig artikel 100/1, § 1;3° de afwezigheid van elk winstgevend doel van de vereniging of de organisatie;4° de continue en eenvoudige toegang tot de gegevens, tegen een beperkte prijs, voor de personen die telefoonoproepen om redenen van direct marketing willen doen;5° de naleving van de regels die krachtens paragraaf 1 worden opgelegd.».

Art. 130.In dezelfde wet wordt een artikel 100/5 ingevoegd, luidende : «

Art. 100/5.De overtredingen op deze afdeling worden opgespoord, vastgesteld en vervolgd door de agenten die zijn aangesteld door de minister die de economie in zijn bevoegdheden heeft, overeenkomstig de artikelen 123 en 130 tot 137. ».

Art. 131.In dezelfde wet wordt een artikel 100/6 ingevoegd, luidende : «

Art. 100/6.De bepalingen met betrekking tot de vordering tot staking bedoeld in de wet van 6 april 2010 met betrekking tot de regeling van bepaalde procedures in het kader van de wet van 6 april 2010 betreffende handelspraktijken en consumentenbescherming zijn van toepassing op deze afdeling. ».

Art. 132.In dezelfde wet wordt een artikel 100/7 ingevoegd, luidende : «

Art. 100/7.Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder « operator » en « abonnee », een operator en een abonnee zoals gedefinieerd in artikel 2, 11° en 15° van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie. ». HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven

Art. 133.In artikel 144ter, § 1, 1°, derde lid van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, ingevoegd bij koninklijk besluit van 9 juni 1999 en vervangen bij de wet van 13 december 2010, worden de woorden « vóór 31 december 2011 » opgeheven.

Art. 134.In artikel 144novies, vierde lid van dezelfde wet, ingevoegd bij koninklijk besluit van 9 juni 1999 en vervangen bij de wet van 13 december 2010, worden de woorden « vóór 31 december 2011 » opgeheven.

Art. 135.In artikel 144undecies, § 1, zevende lid van dezelfde wet, ingevoegd bij koninklijk besluit van 9 juni 1999 en vervangen bij de wet van 13 december 2010, worden de woorden « vóór 31 december 2011 » opgeheven.

Art. 136.In artikel 148bis, § 1, eerste streepje van dezelfde wet, ingevoegd bij koninklijk besluit van 9 juni 1999 en vervangen bij de wet van 13 december 2010, worden de woorden « vóór 31 december 2011 » opgeheven. HOOFDSTUK 7. - Wijzigingen van de wet van 15 mei 2007 betreffende de bescherming van de consumenten inzake omroeptransmissie- en omroepdistributiediensten

Art. 137.Artikel 2 van de wet van 15 mei 2007 betreffende de bescherming van de consumenten inzake omroeptransmissie- en omroepdistributiediensten wordt aangevuld met volgende bepaling : « 12° « eindapparatuur » : een product of een relevant onderdeel ervan dat elektronische communicatie mogelijk maakt en dat is bedoeld voor directe of indirecte aansluiting op de interfaces van een voor het publiek toegankelijk openbaar communicatienetwerk. ».

Art. 138.In artikel 4 van dezelfde wet worden de woorden « van de omroeptransmissie- en/of omroepdistributiediensten » vervangen door de woorden « aangerekend door een operator, inclusief eventuele in rekening gebrachte kosten bij beëindiging van een overeenkomst ».

Art. 139.Artikel 5 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : «

Art. 5.§ 1. De operatoren publiceren en/of verspreiden voor de consumenten en de eindgebruikers vergelijkbare, geschikte en bijgewerkte transparante informatie met betrekking tot : 1° de toegang tot hun netwerken en hun diensten;2° het gebruik van die netwerken en die diensten;3° de prijzen en de toegepaste tarieven;4° de kosten die eventueel verschuldigd zijn bij de verbreking van het contract. Deze inlichtingen worden gepubliceerd in een duidelijke, gedetailleerde en gemakkelijk toegankelijke vorm.

Het Instituut stelt de nauwkeurige inhoud vast van de te publiceren en/of te verspreiden inlichtingen alsook de nadere regels voor hun publicatie en/of verspreiding. De operatoren delen aan het Instituut de informatie per tariefplan mee die zij zullen publiceren of verspreiden alsook de wijzigingen in die informatie uiterlijk vijftien werkdagen vóór hun publicatie. § 2. De operatoren maken voor elke dienst die ze aan de consumenten en de eindgebruikers te koop aanbieden een informatiefiche op waarvan de inhoud wordt bepaald door de Koning, na advies van het Instituut.

De informatiefiche wordt aan de consument en de eindgebruiker ter beschikking gesteld op elke plaats waar de operator zijn diensten te koop aanbiedt.

De informatiefiche wordt uiterlijk op het ogenblik van het formuleren van het contractueel aanbod aan de consument en abonnee voorgelegd en nadien toegevoegd aan het contract. De consument en de eindgebruiker mogen op elk moment vragen dat de informatiefiche hem wordt opgestuurd. § 3. Het Instituut bevordert het verstrekken van vergelijkbare informatie om consumenten en de abonnees in staat te stellen een onafhankelijk oordeel te kunnen vormen over de kosten van alternatieve gebruikspatronen, bijvoorbeeld met behulp van interactieve gidsen of soortgelijke technieken.

Bovendien maakt het Instituut, overeenkomstig de nadere regels vastgesteld bij ministerieel besluit na advies van het Instituut, via zijn website actuele informatie beschikbaar die de consument en de abonnee in staat stelt een oordeel te vormen over het voor hem meest voordelige aanbod in het licht van zijn gebruikspatroon.

Derden hebben het recht om met het doel de in het eerste lid bedoelde interactieve gidsen of soortgelijke technieken te verkopen of beschikbaar te maken, kosteloos de informatie te gebruiken die wordt bekendgemaakt door de aanbieders van omroeptransmissie- en omroepdistributiediensten. ».

Art. 140.In dezelfde wet wordt een artikel 5/1 ingevoegd, luidende : «

Art. 5/1.Het Instituut kan de aanbieders van omroeptransmissie- en omroepdistributiediensten verplichten om abonnees met een handicap geregeld gedetailleerd te informeren over producten en diensten die voor hen zijn bestemd. ».

Art. 141.In dezelfde wet wordt een artikel 5/2 ingevoegd, luidende : «

Art. 5/2.§ 1. De Koning bepaalt, na advies van het Instituut, de technische methodes, de uitvoeringstermijnen en de verplichtingen tot het verschaffen van informatie die de betrokken operatoren toepassen wanneer een abonnee afziet van een omroeptransmissie- of omroepdistributiedienst bij een operator om een elektronische-communicatiedienst bij een andere operator te verkrijgen.

Deze regels hebben onder meer betrekking op de verdeling van de taken voor de overstap tussen de betrokken partijen, de vergoedingen die aan de abonnees toekomen in geval van vertraging bij de uitvoering van de overstap alsook de verplichtingen van de operatoren om informatie te verschaffen aan de abonnees. ».

Art. 142.In artikel 6 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1 worden volgende wijzingen aangebracht : a) de woorden « in een heldere, gedetailleerde en gemakkelijk toegankelijke vorm » worden ingevoegd na de woorden « de volgende inlichtingen »;b) de bepalingen onder b) worden vervangen door wat volgt : « b) de verstrekte omroeptransmissie- en/of omroepdistributiediensten, de minimum kwaliteitsniveau's van de geboden diensten, met name de wachttijd bij eerste aansluiting en, in voorkomend geval, andere parameters voor de kwaliteit van de dienst, zoals gedefinieerd door het Instituut »;c) de bepalingen onder c) worden vervangen door wat volgt : « c) het type van de aangeboden onderhoudsdiensten en de verstrekte klantenondersteuningsdiensten, met inbegrip van de wijze waarop het contact met deze diensten kan worden opgenomen, alsmede alle beperkingen die de leverancier heeft opgelegd met betrekking tot het gebruik van de geleverde eindapparatuur »;d) In de bepaling onder d) worden de woorden « bijzonderheden van » vervangen door de woorden « het detail van de toegepaste »;e) de bepaling onder d) wordt aangevuld met de woorden « , aangeboden betalingsmethoden en eventuele verschillen qua kosten als gevolg van de betalingsmethode »;f) de bepaling onder e) wordt aangevuld met de woorden « inclusief : - het minimale gebruik of de minimale gebruiksperiode die is vereist om speciale aanbiedingen te kunnen genieten; - in voorkomend geval, alle kosten die bij de beëindiging van het contract verschuldigd zijn, inclusief elke terugvordering van kosten met betrekking tot eindapparatuur, indien de verkrijging van eindapparatuur gebonden is aan het inschrijven op een abonnement van bepaalde duur, wordt er een aflossingstabel toegevoegd, waarin de restwaarde van het eindapparaat gedurende elke maand van de looptijd van het contract van bepaalde duur wordt gepreciseerd. Voor het berekenen van de maandelijkse waardevermindering van de eindapparatuur wordt een lineaire afschrijvingsmethode gebruikt. De aflossingstabel met de restwaarde van het eindapparaat kan een maximale afschrijvingslooptijd van 24 maanden niet overschrijden. »; g) in de bepaling onder f) worden de woorden « contractueel overeengekomen kwaliteitsniveau's van de dienst » vervangen door de woorden « de elementen vermeld in b) »;h) de paragraaf wordt aangevuld met een bepaling onder i), luidende : « i) de globale prijs voor het gezamenlijk aanbod van verschillende elektronische communicatiediensten »;i) de paragraaf wordt aangevuld met een lid, luidende : « Onverminderd de toepassing van paragraaf 2, wordt het in deze paragraaf bedoelde contract bijgewerkt, telkens wanneer er wijzigingen aangebracht worden aan de in het eerste lid vermelde inlichtingen.»; 2° een paragraaf 1/1 wordt ingevoegd, luidende : « § 1/1.Onverminderd artikel 6/1, het vervangen door dezelfde operator van een contract van bepaalde duur of van onbepaalde duur afgesloten met een abonnee door een nieuw contract gesloten voor een bepaalde duur kan slechts op voorwaarde dat de operator : 1° voorafgaandelijk de betrokken abonnee schriftelijk ervan op de hoogte heeft gebracht dat : - door de vervanging niet te aanvaarden, zijn lopende contract van bepaalde duur in toepassing van artikel 82 van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming op de vervaldatum omgezet wordt in een contract van onbepaalde duur onder dezelfde voorwaarden en dat te allen tijde kosteloos opzegbaar is mits inachtneming van de toepasselijke opzegtermijn die ten hoogste twee maanden mag bedragen en - door de vervanging te aanvaarden, zijn lopende contract vervangen zal worden door een nieuw contract van bepaalde duur, dat vóór de vervaldatum slechts opzegbaar is mits het betalen van een verbrekingsvergoeding, waarvan het bedrag eveneens aan de betrokken abonnee wordt meegedeeld, en 2° daartoe de uitdrukkelijke en schriftelijke toestemming van de betrokken abonnee heeft bekomen.»; 3° in de tweede paragraaf worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in het eerste lid worden de woorden « van hoofdstuk V, Afdeling 2 van de wet van 14 juni 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument, hebben de abonnees het recht om bij kennisgeving van voorgestelde wijzigingen in de contractuele voorwaarden » vervangen door de woorden « van hoofdstuk III, afdeling 6 van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming, hebben de abonnees het recht om bij kennisgeving van voorgestelde wijzigingen aan een beding van het afgesloten contract »;b) in het tweede lid worden de woorden « , behalve indien de algemene voorwaarden voorzien in een aan de index van de consumptieprijzen gerelateerde stijging » opgeheven;c) de paragraaf wordt aangevuld met een lid, luidende : « Het Instituut kan de gevallen bepalen waarin de in deze paragraaf bedoelde kennisgevingen moeten worden gedaan, alsook het formaat ervan.»; 4° hetzelfde artikel wordt aangevuld met een derde paragraaf, luidend als volgt : « § 3.Wanneer het in paragraaf 1 bedoelde contract afgesloten wordt met een consument mag de initiële duurtijd van het contract niet meer dan vierentwintig maanden bedragen. Operatoren bieden hun klanten steeds de mogelijkheid om een contract met een initiële maximumlooptijd van twaalf maanden af te sluiten. ».

Art. 143.In dezelfde wet wordt een artikel 6/1 ingevoegd luidend als volgt : «

Art. 6/1.§ 1. De opzeg van het in artikel 6, § 1, bedoelde contract door de abonnee kan door alle schriftelijke middelen en zonder opgaaf van redenen gebeuren. Het contract wordt beëindigd op het moment gekozen door de abonnee, zelfs onmiddellijk. De operator sluit zo spoedig als technisch mogelijk de betrokken dienst af en stuurt een schriftelijke bevestiging ervan naar de abonnee. § 2. Zijn, onverminderd de toepassing van hoofdstuk III, Afdeling 6 van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming, van rechtswege nietig, de bedingen en voorwaarden of de combinaties van bedingen en voorwaarden in verband met de contractbeëindiging in de overeenkomsten gesloten tussen een operator en een abonnee, die ertoe strekken de verandering van operator onmogelijk te maken of te ontmoedigen.

De overeenkomst blijft bindend voor de partijen indien ze zonder de nietige bedingen of voorwaarden kan voortbestaan. § 3. De operator kan, onverminderd het bepaalde in het tweede lid, van een consument of een abonnee geen schadevergoeding vorderen voor de beëindiging van een contract van onbepaalde duur of voor de vroegtijdige beëindiging van een contract van bepaalde duur na afloop van de zesde maand volgend op de inwerkingtreding van het contract.

De schadevergoeding die een operator bij de vroegtijdige beëindiging van een contract van bepaalde duur door een consument of een abonnee, gedurende de eerste zes maanden kan vorderen, mag, onverminderd het bepaalde in het derde lid, niet hoger zijn dan het abonnementsgeld dat nog verschuldigd zou zijn tot aan de afloop van de zesde maand volgend op de inwerkingtreding van het contract indien dat contract niet vroegtijdig beëindigd was.

Van de consument of een abonnee die kosteloos of tegen een lagere prijs een product heeft verkregen waarvan de verkrijging gebonden was aan het inschrijven op een abonnement van bepaalde duur, mag bij de vroegtijdige beëindiging van het contract een bijkomende schadevergoeding gevorderd worden, die echter niet hoger mag zijn dan de restwaarde van het product op het ogenblik van de beëindiging van het contract, bepaald overeenkomstig artikel 6, § 1, e), laatste streepje. ».

Art. 144.In dezelfde wet wordt een artikel 7/1 ingevoegd, luidende als volgt. «

Art. 7/1.§ 1. Ondernemingen die openbare omroeptransmissie- en omroepdistributiediensten verstrekken, moeten op hun website ten behoeve van de consumenten vergelijkbare, toereikende en actuele informatie publiceren over de kwaliteit van het netwerk en van de dienst en over de maatregelen die zijn genomen om gelijkwaardige toegang voor consumenten met een handicap te waarborgen. De informatie wordt voor publicatie eveneens aan het Instituut verstrekt. § 2. Het Instituut kan onder andere de te hanteren parameters voor de kwaliteit van het netwerk en van de dienst, alsook de inhoud, vorm en wijze van bekendmaking van de te publiceren informatie, met inbegrip van mogelijke kwaliteitscertificeringsregelingen, bepalen teneinde ervoor te zorgen dat de consumenten, inclusief consumenten met een handicap, toegang hebben tot volledige, vergelijkbare en gebruikersvriendelijke informatie. § 3. Teneinde een achteruitgang van de dienstverlening en een belemmering of vertraging van het verkeer over de netwerken te voorkomen, kan het Instituut minimumvoorschriften inzake de kwaliteit van de diensten opleggen aan de aanbieders van openbare elektronische-communicatienetwerken.

Het Instituut bezorgt de Europese Commissie ruime tijd voor de vaststelling van deze eisen een samenvatting van de redenen voor optreden, de geplande eisen en de voorgestelde aanpak. Deze informatie wordt ook aan BEREC ter beschikking gesteld. Het Instituut houdt zoveel mogelijk rekening met de opmerkingen en aanbevelingen van de Europese Commissie. ».

Art. 145.In artikel 16 van dezelfde wet worden de woorden « zij die de voorschriften van de artikelen 3 tot 6, 7, eerste lid, 8 tot 10 overtreden » vervangen door « zij die de voorschriften van de artikelen 3 tot 6/1, § 1, 6/1, § 3, 7, eerste lid, 7/1, § 1, 8 tot 10 overtreden ». HOOFDSTUK 8. - Slotbepalingen

Art. 146.Artikel 6 treedt in werking bij de eerstvolgende benoeming van de Raad van het Instituut.

De artikelen 51 en 120 hebben uitwerking met ingang van 30 juni 2005.

Art. 147.De wijzigingen aangebracht door artikel 67 aan artikel 108, § 1 en § 3, van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie zijn onmiddellijk van toepassing op de lopende overeenkomsten.

Art. 148.De artikelen 74 en 143 treden in werking op 1 oktober 2012 en zijn vanaf dat ogenblik onmiddellijk van toepassing op de lopende overeenkomsten.

Art. 149.Artikel 75 treedt in werking op 1 oktober 2012.

Art. 150.Bij gebrek aan aanwijzing door de Koning van een of meer aanbieders overeenkomstig de bepalingen van respectievelijk artikel 71 en artikel 105 van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie verstrekt Belgacom de universele dienst, zoals beschreven in artikel 68, 1°, alsook de diensten beschreven in artikel 105 van dezelfde wet.

Bij gebrek aan aanwijzing door de Koning van een of meer aanbieders overeenkomstig de bepalingen van respectievelijk de artikelen 76, 80 en 87 van dezelfde wet en bij gebrek aan een besluit om de betrokken verplichting(en) niet langer op te leggen overeenkomstig de artikelen 76, 79 en 86 van dezelfde wet, verstrekt Belgacom de universele dienst, zoals beschreven in artikel 68, 3°, 4° en 5° van dezelfde wet.

Dit artikel treedt buiten werking op de eerste dag van de dertiende maand te rekenen van de dag volgend op de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad.

Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Gegeven te Brussel, 10 juli 2012.

ALBERT Van Koningswege : De vice-eerste minister en minister van Economie, Consumenten en Noordzee, J. VANDE LANOTTE Met 's Lands zegel gezegeld : De minister van Justitie, Mevr. A. TURTELBOOM _______ Nota (1) Zitting 2011-2012. Kamer van volksvertegenwoordigers.

Stukken. - Wetsontwerp, 53-2143, nr. 1. - Amendementen, 53-2143, nrs. 2 tot 5. - Verslag, 53-2143, nr. 6. - Tekst aangenomen door de commissie, 53-2143, nr. 7. - Amendementen, 53-2143, nrs. 8 en 9. - Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat, 53-2143, nr. 10.

Integraal Verslag. - 21 juni 2012.

Senaat.

Stukken. - Ontwerp geëvoceerd door de Senaat, 5-1677, nr. 1. - Amendementen, 5-1677, nr. 2. - Verslag, 5-1677, nr. 3. - Beslissing om niet te amenderen, 5-1677, nr. 4.

Handelingen. - 28 juni 2012.

Zie ook : Zitting 2011-2012.

Senaat.

Stukken. - Ontwerp overgezonden door de Kamer van volksvertegenwoordigers, 5-1678, n° 1. - Verslag, 5-1678, nr. 2. - Tekst aangenomen in plenaire vergadering en aan de Koning ter bekrachtiging voorgelegd, 5-1678, nr. 3.

Handelingen. - 28 juni 2012.

^