Etaamb.openjustice.be
Omzendbrief
gepubliceerd op 12 oktober 2017

Omzendbrief houdende het opmaken van de begroting voor het dienstjaar 2018 van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

bron
brussels hoofdstedelijk gewest
numac
2017031272
pub.
12/10/2017
prom.
--
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST


1 SEPTEMBER 2017. - Omzendbrief houdende het opmaken van de begroting voor het dienstjaar 2018 van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest


Aan de dames en heren Voorzitters en leden van de raden voor maatschappelijk welzijn van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, Ter informatie : Aan de dames en heren, leden van de Colleges van Burgemeester en Schepenen, Aan de dames en heren, Secretarissen en Ontvangers, Aan de dames en heren Gewestelijk Inspecteurs, Dames en Heren Voorzitters, Dames en Heren Leden, 1. Algemeen De huidige omzendbrief heeft als onderwerp het opmaken van de begroting voor het dienstjaar 2018 van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. 1.1. Termijnen ?Krachtens artikel 88 van de organieke wet van 8 juli 1976Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/07/1976 pub. 18/04/2016 numac 2016000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, gewijzigd bij ordonnantie van 8 oktober 2015, moeten de raden voor maatschappelijk welzijn, vóór 1 november van het jaar dat aan het dienstjaar voorafgaat, hun begroting ter goedkeuring voorleggen aan de gemeenteraad samen met de documenten bedoeld in dat artikel en met die waarvan sprake in deze omzendbrief. Deze wordt tezelfdertijd toegezonden aan het Verenigd College. Deze termijn dient nauwgezet in acht te worden genomen. Om een zo realistisch mogelijke begroting te kunnen voorleggen is het absoluut noodzakelijk dat de laatste rekeningen goedgekeurd zijn op het ogenblik dat de begroting aangenomen wordt. Bijgevolg kunnen de begrotingen 2018 pas worden vastgesteld door de ocmwraad indien de jaarrekeningen 2016 definitief door de toezichthoudende overheid zijn vastgesteld. Geen enkele begrotingswijziging kan na 1 juli 2018 door de ocmwraad worden aangenomen indien de rekeningen 2017 nog niet aan de toezichthoudende overheden zijn overgemaakt. ? De begroting is de vertaling in cijfers van het sociale beleid dat het OCMW voert en van de middelen waar het over beschikt om dit uit te voeren. ? Eén exemplaar van de begroting dient samen met de bijlagen (zie hieronder) naar de Directie Financiën - Lokale Besturen van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel te worden gestuurd op het volgende adres: Gewestelijke Overheidsdienst Brussel Directie Financiën - Lokale Besturen Kruidtuinlaan 20 1035 Brussel ? Bij niet-goedkeuring of herziening van de begroting door de gemeenteraad, wordt het volledige dossier door het centrum binnen 40 dagen ter goedkeuring voorgelegd aan het Verenigd College. ? Binnen 15 dagen na ontvangst van de beslissing van de gemeenteraad tot goedkeuring van de begroting of na het verstrijken van de termijn van 40 dagen waardoor de goedkeuring stilzwijgend verleend wordt, dient het centrum het volledig dossier door te sturen aan het Verenigd College. ? Als gevolg van de zeer korte termijn waarover wij beschikken om het algemeen toezicht uit te oefenen op de begroting ( in het uiterste geval zou het kunnen dat de directie pas ingelicht worden over de aard van het toe te passen toezicht vijf dagen vóór het verstrijken van de termijn van 60 dagen), zal onze directie bij het verstrijken van de termijn van 40 dagen te rekenen vanaf de dag dat het document ons werd toegestuurd overeenkomstig het voornoemd artikel 88 § 1 tweede lid, contact opnemen met uw centrum. ? De datum van ontvangst van het volledige dossier is de ingangsdatum van de termijn bedoeld in de artikelen 88, 110 en 111 van de organieke wet. ? Indien de verplichte bijlagen bij de begroting niet systematisch worden toegezonden, zal het geheel of gedeeltelijk ontbreken van deze documenten kunnen leiden tot een dwingende maatregel van de toezichthoudende overheid. De Raad van State is immers van oordeel dat de termijn waarover de toezichthoudende overheid beschikt pas begint te lopen vanaf het ogenblik dat een beslissing die aan deze toezichthoudende overheid voor controle werd toegezonden, op correcte wijze is betekend, dit wil zeggen dat het dossier volledig dient te zijn. (rsv nr. 38894 van 3 maart 1992) 1.2. Verplichte documenten met betrekking tot de begroting :

BUDGET - Liste des documents obligatoires

BEGROTING - Lijst van de verplichte documenten

1

Le budget 2018, conforme au modèle, fixé par l'Arrêté du Collège réuni du 25 février 1999, modifié par l'Arrêté du Collège réuni du 31 mai 2007

1

De begroting 2018 conform aan het model vastgelegd bij besluit van het Verenigd College dd. 25 februari 1999, gewijzigd bij besluit van het Verenigd College dd. 31 mei 2007

2

La délibération in extenso du conseil de l'action sociale

2

De beraadslaging in extenso van de raad voor maatschappelijk welzijn

3

La note de politique générale telle que prescrite par l'article 88, § 1er de la loi organique - Elle reprend les axes politiques fondamentaux qui seront suivi au cours de l'année ; les mesures et projets principaux y seront explicités

3

De algemene beleidsnota zoals bedoeld in artikel 88 § 1 van de organieke wet - Zij bevat de hoofdbeleidskeuzes die tijdens het jaar zullen gevolgd worden ; de maatregelen alsook de belangrijkste projecten dienen erin te worden uiteengezet

4

Le rapport visé à l'article 26bis, § 5 de la loi organique

4

Het verslag zoals bedoeld in artikel 26bis, § 5 van de organieke wet

5

Le procès-verbal de la réunion du comité de concertation tel que prévu à l'article 26bis, § 4 de la loi organique

5

Het verslag van de vergadering van het overlegcomité, zoals bedoeld in artikel 26bis, § 4 van de organieke wet

6

Le cas échéant, le budget 2018 des éventuels services et établissements à gestion distincte

6

In voorkomend geval, de begroting 2018 van de diensten en instellingen met apart beheer

7

l'Avis du groupe technique prévu à l'article 11 du règlement général de la comptabilité des CPAS. de la Région de Bruxelles-Capitale. Cet avis doit être signé par le président, le secrétaire et le receveur (cf. point 2.2 concernant le contenu)

7

Het advies van de technische groep zoals bedoeld in artikel 11 van het algemeen reglement op de OCMW-comptabiliteit van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (cf. punt 2.2 met betrekking tot de inhoud)

8

Un tableau détaillé des investissements et de leur mode de financement

8

Een gedetailleerde tabel van de investeringen en hun financieringswijze

9

Le tableau détaillé du personnel tel qu'annexé à l'Arrêté du Collège réuni du 31 mai 2007 modifiant l'Arrêté du 25 février 1999 fixant le modèle de budget des centres publics d'action sociale de la Région de Bruxelles-Capitale, avec les données au 30 juin 2017 (voir annexe 2)

9

Een gedetailleerde tabel van het personeel zoals bijgevoegd aan het besluit van het Verenigd College dd. 31 mei 2007 houdende wijziging van het besluit dd. 25 februari 1999 tot vaststelling van het model voor de begroting van de OCMW's van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest met de gegevens op 30 juni 2017 (cf. bijlage 2)

10

Les tableaux ci-joints des fonds de pensions à compléter en fonction du mode de gestion des pensions pour lequel votre cpas a opté. (cf. annexe 3 (A, B ou C))

10

De hierbij gevoegde tabellen van de pensioenfondsen, te gebruiken in functie van de beheerswijze van de pensioenen waarvoor uw ocmw heeft gekozen (zie bijlage 3 (tabel A, B of C)).

11

Un tableau détaillé de l'ensemble des emprunts contractés et à contracter durant l'exercice, y compris les ouvertures de crédit

11

Een gedetailleerde tabel van het geheel der aangegane en de aan te gane leningen gedurende het dienstjaar, inbegrepen de kredietopeningen


Teneinde het toezicht efficiënter te laten verlopen, wordt u verzocht een inhoudstafel bij te voegen van de toegevoegde bijlagen bij de begroting.

Toelichting bij de verplichte documenten: Personeelstabellen (punt 9) De tabellen in bijlage 2 met betrekking tot het statutair en contractueel personeel dienen ingevuld te worden in elektronische vorm met de gegevens per 30 juni 2017. Voortaan dient geteld te worden in voltijdse equivalenten EN in aantal personen. Op deze wijze wordt vermeden dat er nog enige verwarring kan bestaan over de wijze waarop sommige kolommen moeten worden ingevuld. Ik verzoek u de grootst mogelijke zorgvuldigheid in acht te nemen bij het opstellen van deze tabellen. In disponibiliteit gestelde personen, hetzij op vrijwillige basis voorafgaand aan het pensioen, hetzij wegens langdurige ziekte, dienen meegeteld te worden. Hun totaal aantal moet evenwel in de tabellen meegedeeld worden, als aanvullende informatie.

Verslag mbt schaalvoordelen (punt 4) Wij herinneren u aan artikel 26bis § 5, van de organieke wet van 8 juli 1976Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/07/1976 pub. 18/04/2016 numac 2016000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn dat bepaalt dat het overlegcomité erop toeziet dat jaarlijks een verslag wordt opgesteld met betrekking tot de schaalvoordelen en het opheffen van overlappingen of het dooreen lopen van activiteiten van het OCMW en van de gemeente.

Het is in het bijzonder van belang dat dit overleg werkelijk plaatsvindt en men er in slaagt te voorkomen dat de gemeente en het OCMW tegelijk analoge diensten met een sociale opdracht beheren die bovendien elkaar concurrentie aandoen.

De eventueel door die gemeentediensten of OCMW-diensten uitgevoerde dienstverlening moet worden aangerekend door de dienstverlener aan de begunstigde. Het is van belang dat de lasten en de producten van elkeen duidelijk worden vastgesteld en in hun boekhouding worden opgenomen.

Die samenwerking mag er echter niet toe leiden dat binnen het OCMW diensten worden afgeschaft die de wet of de reglementaire bepalingen voorschrijven. 1.3. Wet van 26 mei 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/05/2002 pub. 31/07/2002 numac 2002022559 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende het recht op maatschappelijke integratie type wet prom. 26/05/2002 pub. 26/11/2003 numac 2002015108 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Staat Koeweit inzake de wederzijdse bescherming en bevordering van investeringen, gedaan te Brussel op 28 september 2000 sluiten inzake het recht op maatschappelijke integratie gewijzigd bij wet van 15 mei 2014 en 21 juli 2016 houdende diverse bepalingen , én de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de OCMW's De overeenstemming tussen de ontvangst- en uitgavenkredieten voor het leefloon moet worden aangepast aan het type tegemoetkomingen dat daarvoor wordt toegekend.

In het algemeen moeten de centra erop toezien dat de verschillende inschrijvingen op de begroting met tegemoetkoming van de federale overheid, overeenstemmen met het percentage van de tegemoetkoming voorzien inzake bijstand en sociale integratie, in het bijzonder voor wat betreft de tegemoetkoming die de Staat toekent krachtens de wet van 26 mei 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/05/2002 pub. 31/07/2002 numac 2002022559 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende het recht op maatschappelijke integratie type wet prom. 26/05/2002 pub. 26/11/2003 numac 2002015108 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Staat Koeweit inzake de wederzijdse bescherming en bevordering van investeringen, gedaan te Brussel op 28 september 2000 sluiten inzake het recht op maatschappelijke integratie en de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de OCMW's Hieromtrent herinner ik u eraan dat overeenkomstig de wet van 15 mei 2014 houdende diverse bepalingen, de toelagen van de centrale overheid hernomen in de artikelen 32 en 33 van de bovenvermelde wet van 26 mei 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/05/2002 pub. 31/07/2002 numac 2002022559 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende het recht op maatschappelijke integratie type wet prom. 26/05/2002 pub. 26/11/2003 numac 2002015108 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Staat Koeweit inzake de wederzijdse bescherming en bevordering van investeringen, gedaan te Brussel op 28 september 2000 sluiten werden verhoogd met 5 %. Deze bepalingen zijn in werking getreden op datum van 1 juli 2014.

De wet van 21 juli 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/07/2016 pub. 02/08/2016 numac 2016011330 bron programmatorische federale overheidsdienst maatschappelijke integratie, armoedebestrijding en sociale economie Wet houdende wijziging van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie type wet prom. 21/07/2016 pub. 14/02/2017 numac 2017010451 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende wijziging van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie. - Duitse vertaling sluiten heeft wijzigingen aangebracht aan de wet van 26 mei 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/05/2002 pub. 31/07/2002 numac 2002022559 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende het recht op maatschappelijke integratie type wet prom. 26/05/2002 pub. 26/11/2003 numac 2002015108 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Staat Koeweit inzake de wederzijdse bescherming en bevordering van investeringen, gedaan te Brussel op 28 september 2000 sluiten betreffende het recht op maatschappelijke integratie, net als het koninklijk besluit van 3 oktober 2016 wijzigingen heeft aangebracht aan het koninklijk besluit van 11 juli 2002 houdende het algemeen reglement betreffende het recht op maatschappelijke integratie.

Deze hervorming van de wet van 26 mei 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/05/2002 pub. 31/07/2002 numac 2002022559 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende het recht op maatschappelijke integratie type wet prom. 26/05/2002 pub. 26/11/2003 numac 2002015108 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Staat Koeweit inzake de wederzijdse bescherming en bevordering van investeringen, gedaan te Brussel op 28 september 2000 sluiten vereiste dat u een nieuw boekhoudkundig model diende toe te passen. (cfr. Technische fiche dd. 21/11/2016 met referentie 2979122526). Gelieve ook voor de begroting 2018 de instructies van deze technische fiche toe te passen.

Op het ogenblik van de definitieve vastlegging van die uitgaven, zullen de centra gelijktijdig de overeenstemmende rechten vaststellen in overeenstemming met de percentages van de staatstussenkomst in die uitgaven, zoals voorgeschreven in artikel 45 van het algemeen reglement op de OCMW-comptabiliteit.

Via de programmawet van 26 december 2013Relevante gevonden documenten type programmawet prom. 26/12/2013 pub. 31/12/2013 numac 2013021136 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Programmawet (1) type programmawet prom. 26/12/2013 pub. 31/12/2013 numac 2013021137 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Programmawet (1) sluiten werd een afdeling 4/1 "Bijzondere toelagen", met als enig artikel 43/1, toegevoegd aan de wet van 26 mei 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/05/2002 pub. 31/07/2002 numac 2002022559 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende het recht op maatschappelijke integratie type wet prom. 26/05/2002 pub. 26/11/2003 numac 2002015108 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Staat Koeweit inzake de wederzijdse bescherming en bevordering van investeringen, gedaan te Brussel op 28 september 2000 sluiten betreffende het recht op maatschappelijke integratie. Het doel is om te kunnen voorzien in een compensatie voor de OCMW's, en dit voor de personen die omwille van de gewijzigde werkloosheidsreglementering bij het OCMW zullen aankloppen. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het bedrag van deze toelage voor de volgende jaren evenals het referentiejaar dat in aanmerking wordt genomen. Het is aangewezen deze bijzondere toelage desgevallend te boeken op het artikel 8320/46560/05. 2. Richtlijnen bij de opmaak van de begroting 2.1. Algemene bepalingen ? De begroting dient te worden opgemaakt overeenkomstig het begrotingsmodel opgenomen in het desbetreffend besluit van het Verenigd college van 25 februari 1999 zoals gewijzigd bij het besluit van het Verenigd College van 31 mei 2007. Tevens dient de kolom "rekening 2016", te worden ingevuld. ? De OCMW's moeten strikt de bepalingen toepassen betreffende de nieuwe boekhouding opgenomen in het algemeen reglement op de OCMW comptabiliteit van 26 oktober 1995, gewijzigd op 11 december 2003 (B.S. van 23.02.2004) en in de conceptuele analyse, goedgekeurd door het Verenigd College op 12 februari 1998, gewijzigd op 3 juni 1999. De boekhoudkundige plannen zijn ook aangevuld met het Besluit van het Verenigd College van 7 november 2002 zodat rekening kan worden gehouden met de nieuwe wetgeving betreffende sociale integratie. Er werd vastgesteld dat de specifieke functionele codes van het boekhoudkundig plan niet altijd worden benut, terwijl de diensten die hierop betrekking hebben wel degelijk worden verleend. ? De centra die de kosten van een of meerdere functies aan een of meer andere functies willen factureren, moeten de techniek van de interne facturering gebruiken en de voorziene ontvangsten van de interne facturering moeten overeenkomen met de voorziene uitgaven van dezelfde aard. ? Overeenkomstig de bepalingen van artikel 6 van het besluit van het Verenigd College houdende algemeen reglement op de ocmw-comptabiliteit, moeten de inkomsten en uitgaven nauwkeurig worden geraamd. Bij gebrek aan reglementaire evaluatie-elementen of administratieve richtlijnen, moet de raming uitgaan van de werkelijke ontvangsten en uitgaven van het laatst gekende dienstjaar. Zijn er niet voldoende recente definitieve cijfers bekend, dan dienen de cijfers van de laatst goedgekeurde begroting als basis van de berekening. ? Om hun activiteiten en investeringen te financieren moeten de centra ervoor zorgen alle subsidies (federale, gewestelijke, van de gemeenschappen, en andere) aan te vragen, voorzien door de verschillende wettelijke en reglementaire bepalingen. De OCMW's zullen er ook voor zorgen dat de dossiers waarvoor invorderingsstaten worden opgesteld regelmatig ingediend worden bij de betrokken overheden en dat ze dan ook regelmatig opgevolgd worden, o.m. voor de terugvordering van de steunverlening. ? We herinneren er aan dat krachtens het universaliteitsprincipe van de begroting, de boekhouding alle ontvangsten en uitgaven moet hernemen en niet het verschil tussen beide. Dat betekent dat elke begrotingscompensatie verboden is. ? De werkingssubsidies i.v.m. het leefloon, de energietoelevering en dergelijke moeten in de begroting worden ingeschreven. Als de uitgave tijdens het begrotingsjaar niet kan worden vastgelegd, dan wordt het bedrag van de subsidie gestort in een exploitatiereservefonds via een begrotingswijziging met een artikel van de overboekingen, zodat ze in het volgende begrotingsjaar kan gebruikt worden. We wijzen er ter herinnering op dat krachtens de boekhoudkundige regels van de rijkscomptabiliteit de subsidiërende overheid de plicht heeft na te gaan of de subsidie wel is gebruikt voor de doelstellingen waarvoor ze toegekend is en dat in principe elke toelageontvanger het gebruik van de ontvangen bedragen moet rechtvaardigen; alleen al door de subsidie te aanvaarden, kent de begunstigde ervan het recht toe aan de subsidiërende overheden om ter plaatse controle uit te voeren over het gebruik van de toegekende fondsen. In dit verband verwijzen wij u naar de toepassing van het Uniek Jaarverslag, die toelaat de rechtvaardiging van de toelagen met betrekking tot de huurwaarborgen, de personeelskosten in het kader van artikel 40 van de wet van 26 mei 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/05/2002 pub. 31/07/2002 numac 2002022559 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende het recht op maatschappelijke integratie type wet prom. 26/05/2002 pub. 26/11/2003 numac 2002015108 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Staat Koeweit inzake de wederzijdse bescherming en bevordering van investeringen, gedaan te Brussel op 28 september 2000 sluiten, het gas- en elektriciteitsfonds, de verhoogde staatstoelagen, de clusters en de sociaal-culturele participatie in te brengen. ? Voorlopige twaalfden In overeenstemming met artikel 13 van het algemeen reglement op de OCMW-comptabiliteit worden de voorlopige kredieten vastgesteld door de raad voor maatschappelijk welzijn indien de begroting nog niet aangenomen is. Indien de begroting reeds vastgesteld werd maar nog niet goedgekeurd is, zijn deze kredieten impliciet beschikbaar zonder dat de raad zich hierover dient uit te spreken. De voorlopige kredieten hebben alleen betrekking op de uitgaven van de exploitatiedienst. ? Voor de OCMW's die beschikken over een schuldbemiddelingsdienst zullen de bedragen, bedoeld in art. 4, § 1 van de wet van 4 september 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/09/2002 pub. 28/09/2002 numac 2002022772 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende toewijzing van een opdracht aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn inzake de begeleiding en de financiële maatschappelijke steunverlening aan de meest hulpbehoevenden inzake energielevering sluiten (1), worden ingeschreven op de hiervoor bestemde functie van het boekhoudkundig plan. ? Wij herinneren eraan dat artikel 60, § 6 van de organieke wet bepaalt dat het besluit om een instelling of een dienst op te richten of uit te breiden voor goedkeuring voorgelegd dient te worden aan de gemeenteraad, zodra het besluit van aard is dat het een tegemoetkoming uit de gemeentebegroting zou meebrengen of deze zal verhogen. Het dossier moet de elementen bevatten bedoeld in het genoemde artikel.

Bovendien kan het OCMW over deze aangelegenheid slechts beslissen indien zij vooraf werd voorgelegd aan het overlegcomité in toepassing van artikel 26bis, § 1 5° van voornoemde organieke wet. ? De interne kredietaanpassingen In overeenstemming met artikel 91 § 1 van de organieke wet van 8 juli 1976Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/07/1976 pub. 18/04/2016 numac 2016000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten mag de raad voor maatschappelijk welzijn in de loop van het ganse begrotingsjaar interne aanpassingen van kredieten uitvoeren binnen eenzelfde begrotingsenveloppe zonder het oorspronkelijke totale bedrag van de enveloppe te overschrijden. Deze kunnen worden genomen tot ten laatste op 31 januari volgend op het betrokken jaar in toepassing van artikel 16 van het algemeen reglement op de comptabiliteit van de OCMW's van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Deze interne kredietaanpassingen dienen conform te zijn aan het model zoals gevoegd bij het besluit van het Verenigd College dd. 12 februari 1998 houdende conceptuele analyse van de nieuwe comptabiliteit van de OCMW's van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, gewijzigd bij besluit van het Verenigd College dd. 3 juni 1999. 2.2. Technische groep Het artikel 11 van het algemeen reglement op de comptabiliteit van de OCMW's van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bepaalt dat het voorontwerp van de begroting voor advies dient voorgelegd te worden aan een technische groep die verplicht bestaat uit de voorzitter, de secretaris en de ontvanger van het centrum. Zij kan op haar vergadering andere personen uitnodigen omwille van hun deskundigheid, om er gehoord te worden in de hoedanigheid van expert op het gebied van begrotings- en financiële aangelegenheden. Die personen mogen echter niet deelnemen aan de beraadslaging van de technische groep wanneer die haar advies uitbrengt. Het advies slaat uitsluitend op de naleving van de wettelijkheid (inbegrepen het voorschrift van de reglementaire bepalingen met betrekking tot de begrotingsvoorzieningen van zowel de ontvangsten als de uitgaven) en op de te verwachten financiële weerslag. In dit opzicht dient dit rapport een voorstelling weer te geven van de door het OCMW te verwachten toelagen alsook een verantwoording van het deficit van de rust- en verzorgingstehuizen.

Dit advies dient te worden ondertekend door de voorzitter, de secretaris en de ontvanger.

De technische groep dient er in het bijzonder op toe te zien dat bijvoorbeeld : - inzake de werkingskosten : ? Indien de groeibeperking wordt overschreden, rekening houdend met het bepaalde onder punt 2.3.2.2., het OCMW de noodzaak ervan zal moeten aantonen. - inzake sociale bijstand: ? de onder de subfunctie 8290 `Voorschotten' ingeschreven ontvangstkredieten tot op de cent overeenstemmen met de voorziene uitgavenkredieten. ? de ontvangstkredieten voorzien inzake tegemoetkomingen van de centrale overheid in de uitgaven van het leefloon en van het equivalent leefloon degelijk overeenstemmen met de vastgestelde percentages in de tegemoetkoming. ? er tegenover de voorziene ontvangstkredieten inzake terugbetaling door de rechthebbenden van de uitgaven van het leefloon en van het equivalent leefloon, de uitgavenkredieten staan die aan de genoemde centrale overheid moeten worden terugbetaald, ten belope van de vastgestelde percentages van de tegemoetkomingen van de centrale overheid. ? de ontvangstkredieten voorzien als tegemoetkoming voor behoeftige personen in de betaling van de kosten voor huisvesting of van diverse uitkeringen (thuisbezorgde maaltijden, schoonmaakdienst, diensten voor gezinshulp, enz.) gecompenseerd worden door de gelijkwaardige uitgavenkredieten ingeschreven onder de subfunctie 8320 `Sociale Bijstand'. - inzake de kredieten voor andere investeringsuitgaven dan die welke voorzien werden voor de periodieke terugbetaling van financieringsschulden (leningen, huurfinanciering, enz.): ? De overeenstemmende kredieten m.b.t. de investeringsmiddelen degelijk zijn voorzien (leningen, subsidies, immateriële, materiële of financiële vervreemdingen, opneming uit een reservefonds ten voordele van de investeringsdienst).

In dat verband dient vermeld dat voornoemde overeenstemming tussen de investeringsontvangsten en investeringsuitgaven voor het geheel van de subfuncties en niet per subfunctie gelden.

Met betrekking tot de financiële weerslag van sommige budgettaire vooruitzichten is het belangrijk dat de technische groep in zijn advies niet alleen de nadruk legt op de financiële weerslag op de begroting, maar ook op de gevolgen voor en de impact op de volgende jaren. 2.3. Exploitatiedienst 2.3.1. Ontvangsten 2.3.1.1. Het Bijzonder Fonds voor Maatschappelijk Welzijn De diensten van Brussel Plaatselijke Besturen staan ter beschikking van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn om het bedrag dat de OCMW's zouden bekomen in het aandeel van elk OCMW van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in het Fonds voor Maatschappelijk Welzijn als gevolg van de nieuwe Ordonnantie tot vaststelling van de regels voor de verdeling van de algemene dotatie aan de gemeenten en OCMW's, in te schatten. Dit bedrag zal kunnen gebruikt worden als basis bij de opmaak van de begroting, en zal bevestigd worden aan de OCMW overheden naar aanleiding van een beslissing van het Verenigd College ten laatste op 30 september 2017. 2.3.1.2. De gemeentelijke dotatie Artikel 106, § 1 van de organieke wet van 8 juli 1976Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/07/1976 pub. 18/04/2016 numac 2016000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten en artikel 7 van de Wet van 2 april 1965 (2) moeten strikt geïnterpreteerd worden: de gemeente is verplicht, na overleg met uw centrum in toepassing van artikel 26bis, § 1 van de organieke wet, de ontoereikendheid aan middelen van het OCMW, die is vastgesteld bij de opmaak van de begroting, bij te passen. Het is echter niet toegestaan een forfaitair vooraf bepaald bedrag te voorzien met betrekking tot de gemeentelijke dotatie. Dit zou tot gevolg hebben dat de begroting een onbetrouwbaar beeld weergeeft van de inkomsten en de noden van het centrum.

Artikel 106, § 2 schrijft voor dat: 1° « De voorzieningen betreffende de exploitatie- en investeringsdiensten worden in acht genomen » om het gebrek aan middelen te berekenen van het OCMW.2° « Bij het begin van elke maand wordt de dotatie aan het centrum betaald in twaalfden.Nochtans kan ze met instemming van het centrum, volgens andere modaliteiten betaald worden. » 3° « De definitieve goedkeuring, stilzwijgend of uitdrukkelijk, van de begrotingsrekening van het vorige dienstjaar brengt de vermindering of de vermeerdering met zich mee van de gemeentelijke dotatie opgenomen in de begroting van het centrum van het lopende dienstjaar in functie van het eindresultaat van de begrotingsrekening.» De verbeterende tabel van de rekening 2017 zal dus automatisch de in de begroting 2018 voorziene gemeentelijke dotatie aanpassen binnen de 40 dagen nadat de gemeenteraad de jaarrekeningen heeft ontvangen, behalve als hij die niet goedkeurt (zie artikel 89, § 2 van de organieke wet).

In dat verband willen we benadrukken dat het in geen geval toegestaan is rekening te houden met het resultaat van de rekening voorafgaand aan het dienstjaar 2017 voor de verbetering van de gemeentelijke dotatie. Het is dus voor de OCMW's van het grootste belang indien ze laattijdig hun rekeningen hebben opgemaakt, die vertraging in te halen om tot een financieel beheer te komen dat zo dicht mogelijk de objectieve situatie benadert en dat zowel voor de administratie van het OCMW als voor de gemeentelijke administratie.

Rekening houdend met artikel 1 en 106 van de organieke wet en met artikel 255,16° van de nieuwe gemeentewet is het van belang de noodzaak te benadrukken voor de OCMW's onder financieel plan die een overeenkomst hebben afgesloten met het Brussels Gewestelijk Fonds tot Herfinanciering van de Gemeentelijke Thesaurieën, om solidair te zijn met de gemeente waarvan zij afhangen voor wat de saneringsinspanningen betreft. Dat veronderstelt dat zelfs indien het bedrag betreffende de gemeentelijke dotatie, wettelijk ingeschreven in het financieel plan van de gemeenten en van de OCMW's, slechts een informatieve betekenis heeft of als streefdoel dient, de betrokken OCMW's er, als belanghebbende partij van de overeenkomst tot herfinanciering, er zo veel mogelijk voor moeten zorgen dat doel te benaderen. 2.3.2. Uitgaven Zoals eerder benadrukt, moet gewaakt worden over een beheersing van de personeels- en werkingsuitgaven en dat in het bijzonder voor de OCMW's gebonden aan een herfinancieringsovereenkomst.

Elke afwijking van de bij deze omzendbrief toegelaten lineaire normen dient te worden verantwoord. (cf. punt 2.2 met betrekking tot de inhoud van het rapport van de technische groep) 2.3.2.1. Personeel We herinneren u eraan dat het annaliteitsprincipe strikt moet worden gerespecteerd, wat betekent dat de lonen van het statutair personeel die vooraf betaald worden en de sociale bijstand voor januari 2018, niet in december 2017 mogen worden betaald.

De ramingen per economische code (3) worden als volgt opgemaakt: - code 11100: de formule voor de berekening van de wedden van het personeel is als volgt: de wedde van juli 2017 x 12.42 (jaarwedde + sociale programmatie) x 1.013 (impact van de baremaverhogingen ) x Y zonder indexatie.

In mei 2017 werd de spilindex voor de overheidswedden en sociale uitkeringen laatst overschreden. Als gevolg daarvan zullen de sociale uitkeringen in juni 2017 en de wedden van het overheidspersoneel in juli 2017 met 2 % aangepast worden aan de gestegen levensduurte.

Overeenkomstig de maandvooruitzichten voor de gezondheidsindex zou de volgende overschrijding van de spilindex niet plaatsvinden in 2017 of in 2018 (Federaal Planbureau op datum van 5 juli 2017).

Ik nodig u tevens uit om regelmatig de website van het Federaal Planbureau te consulteren (www.plan.be) en uw voorzieningen aan te passen indien een overschrijding van de spilindex in 2018 zou plaatsvinden. - code 11200: op basis van de code 11100: toepassing van de geldende regelgeving; - code 11300: op basis van de code 11100, met constant percentage;

De syndicale premies worden aangerekend op deze economische natuur 11300; - code 11400: op basis van de code 11100: deze code omvat de patronale bijdrage voor het pensioen gestort aan andere kassen dan de RSZPPO, met inbegrip van de eigen pensioenkas van het centrum; - code 11401: op basis van de code 11100: deze code omvat de patronale bijdrage voor het pensioen van de statutaire ambtenaren aan de RSZPPO. Onder voorbehoud bedraagt het verminderd percentage van de werkgeversbijdrage 34 % + 7,5 % werknemersbijdrage voor de OCMW's en instellingen die deel uitmaken van ex-pool I; voor deze die deel uitmaken van ex-pool II bedragen de te voorziene bijdragen respectievelijk 34,00 % en 7,5 % voor het jaar 2018.

2018

Admin. ex-pool I

Admin. ex-pool II

2018

Bestuur ex-pool I

Bestuur ex-pool II

Taux de cotisations de pension de base réduit

41,5 %

41,5 %

Verminderde basispensioenbijdragevoet

41,5 %

41,5 %


In functie van de raming, meegedeeld door de DIBISS, zal elk centrum het bedrag van de responsabilisering in de begroting 2018 dienen te voorzien op de economische natuur 11300. - code 11500: de vervoerkosten te berekenen volgens de vigerende regelgeving; de andere uitgaven moeten op het niveau van de initiële begroting 2017 behouden blijven; - code 11600: de ramingen moeten samenhangend zijn en overeenstemmen met het geldend pensioenstelsel. Het pensioenfonds moet zonder onderscheid de rustpensioenen en de overlevingspensioenen omvatten; - code 11700: volgens de loonmassa en contractuele clausules; - code 11800: raming volgens contracten. 2.3.2.2. Werkingsuitgaven Met uitzondering van de kosten verbonden aan de verzorging van personen verblijvend in de instellingen van het OCMW en afgezien van nieuwe gesubsidieerde diensten en wijzigingen door de Europese, Federale, gewestelijke overheden en gemeenschappen, geldt het principe van een groeibeperking van 3,2 % ten opzichte van de uitgaven vastgelegd in de rekening 2016. Dit geldt uiteraard ook voor de eventuele begrotingswijzigingen. Indien de totale verhoging de overschrijdt, zal het OCMW de noodzaak ervan moeten aantonen in het rapport van de technische groep (cf. punt 2.2. met betrekking tot de inhoud van het technisch rapport). Het Federaal Planbureau verwacht immers een inflatie van 2,0 % in 2017 en van 1,2 % in 2018.

De OCMW's moeten een begrotingskrediet voorzien dat minstens gelijk is aan 0,5 % van het totale bedrag van de personeelslasten (codes 11100 + 11300) om een kwaliteitsvolle voortgezette en beroepsopleiding te verzekeren. 2.3.2.3. Herverdelingsuitgaven De begrotingsvoorzieningen betreffende de bedragen van het leefloon, moeten worden opgesteld op basis van het maandgemiddelde van de uitkeringen uitbetaald van 1 januari tot en met 30 juni 2017. De centra worden verzocht regelmatig de website van het Federaal Planbureau te consulteren.

Wat de andere herverdelingsuitgaven betreft, herinneren wij de OCMW's eraan dat gestreefd dient te worden naar een financieel evenwichtig beheer van hun rusthuizen evenals van de andere diensten die ze organiseren (kinderopvangdienst, thuisbezorgde maaltijden, klusjesdienst..). 2.4. Investeringsdienst Wij bevelen u aan om bijzonder waakzaam te zijn bij het opstellen van de budgettaire vooruitzichten met het oog op maximale geloofwaardigheid en verwezenlijking.

De investeringsdienst moet in de uitgaven de nodige kredieten voorzien voor de terugbetaling van de geleende kapitalen en voor de geplande investeringen en in ontvangsten voor de financiering van deze investeringen. Een deel van die ontvangsten mag afkomstig zijn van een eigen investeringsfonds van het centrum.

Aangezien de gemeentelijke dotatie het evenwicht verzekert van alle diensten van de begroting, mogen de middelen voor het dekken van de investeringsuitgaven dus ook afkomstig zijn van de exploitatiedienst.

Hier dient er een onderscheid gemaakt te worden tussen de gemeentetoelage die het evenwicht van beide begrotingsdiensten dient te verzekeren en een eventuele toelage in kapitaal vanwege de gemeentelijke overheid bedoeld om een specifieke investering van het OCMW te financieren, waarvan de ontvangst dient te worden voorzien in de investeringsdienst onder de economische code 68500/51 "Toelagen in kapitaal van publiekrechtelijke instellingen voor specifieke investeringen".

Een tabel van de voorziene investeringen, waarbij een voorstelling per project en per begrotingsartikel dient te worden gegeven, moet integrerend deel uitmaken van de begroting (cf. punt 1.2 met betrekking tot de verplichte bijlagen). 2.5. Schuld ? Debiteurintresten : volgens het stramien van de vermoedelijke vervaldagen van de thesaurie van het OCMW. ? Kosten van de leningen: deze dienen te beantwoorden aan de vervaldagen bepaald door de leningverschaffende instellingen en aan de bepalingen van de financiële opdracht gegund door het OCMW alsook aan deze van de opdracht m.b.t. de investeringen van het dienstjaar. ? De OCMW's worden ook verzocht hun investeringsschuld dynamischer te beheren, meer bepaald via nieuwe onderhandelingen of andere beheersinstrumenten. De OCMW's worden verzocht om toe te zien op de toepassing van de omzendbrief (4) in verband met sommige financiële diensten in het kader van de toepassing van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten van werken, leveringen en diensten. ? Wij informeren u over het feit dat de ordonnantie van 2 mei 2002 tot wijziging van de ordonnantie van 8 april 1993 houdende de oprichting van het Brussels Gewestelijk Herfinancieringsfonds van de Gemeentelijke Thesaurieën eveneens aan het Fonds toelaat leningen toe te kennen aan de OCMW's en hun schulden geheel of gedeeltelijk te beheren ( zie o.a. artikel 2 § 3 van de ordonnantie). Bovendien is het ten zeerste aan te raden het Fonds voorafgaandelijk aan elke overheidsopdracht van financiële aard te contacteren om zijn advies te vragen aangezien het één van zijn taken is de lokale besturen te adviseren in het beheer van de thesaurie en van de schuld. 2.6. Thesaurie Het wordt ten zeerste aangeraden en het is uiterst wenselijk dat er in het kader van het overlegcomité wordt onderhandeld over een eventuele oprichting van een kasgeldfonds, aan te leggen in één of meerdere fasen. Dit zou volgens een studie ongeveer een twaalfde van de exploitatie-uitgaven van het eigen dienstjaar moeten vertegenwoordigen, met uitsluiting van de interne facturering en de overboekingen, om de thesauriebehoeften van het centrum te dekken, ten einde het beroep op dure kredietopeningen te vermijden en om regelmatig te uitgaven te kunnen betalen.

Er wordt aan herinnerd dat het begrip "kasgeldfonds" de operatie inhoudt die tot doel heeft de onderneming een eigen financiële stroom ter beschikking te stellen waardoor deze onderneming nauwgezet aan haar verplichtingen kan voldoen zonder daarvoor externe financieringsmiddelen aan te spreken. Uiteraard mag het kasgeldfonds niet budgettair worden uitgegeven.

Het is bovendien de taak van de ontvanger om, in overeenstemming met artikel 35 § 4 van het Algemeen reglement op de comptabiliteit van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, aan het bevoegd orgaan elk voorstel te formuleren ten einde, enerzijds, de lasten van de schuld op korte en lange termijn te laten verminderen en, anderzijds, opdat de kasvoorraad voldoende middelen zou bevatten om, te allen tijde, de verbintenissen van het centrum te kunnen nakomen en de uitgaven te kunnen betalen. 2.7. Diversen 2.7.1. Dienstverlening Overeenkomstig artikel 60bis van de organieke wet dient het OCMW alle initiatieven te nemen met het oog op de bekendmaking van de verschillende door het centrum verstrekte vormen van dienstverlening en dient hieromtrent jaarlijks te rapporteren in de algemene beleidsnota. Wij vestigen er in het bijzonder uw aandacht op dat het ontbreken van deze rapportering tot een dwingende toezichtsmaatregel kan leiden. 2.7.2 ESR2010-normen Binnen de rijkscomptabiliteit en het Europees Systeem van Rekeningen - ESR 2010 worden de plaatselijke besturen ondergebracht in de sector van de Lagere overheid (sectoren 1313).

In het kader van de in 2009 ondertekende samenwerkingsakkoorden over de begrotingstrajecten hebben de gewesten en gemeenschappen, als respectieve toezichthoudende overheden van de plaatselijke besturen, zich ertoe verbonden om toe te zien op een strikte naleving van de ESR-normen voor de rekeningen van de plaatselijke besturen.

De integratie van de OCMW's in het ESR 2010-systeem vergt geen enkele aanpassing van de boekhouding van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, die een krachtige tool is waarmee de boekhoudkundige en begrotingsgegevens vlot omgerekend kunnen worden naar een ESR 2010-saldo.

Ter herinnering: de ESR-boekhouding (Europees Stelsel van Rekeningen) registreert stromen op basis van de netto vastgestelde rechten van het jaar aan de ontvangstenzijde en op basis van de aanrekeningen voor de uitgaven, ongeacht het dienstjaar waarin de uitgaven tot stand kwamen en zonder onderscheid tussen gewone of buitengewone dienst.

Financiering via leningen en de kapitaalaflossingen van die leningen worden niet in aanmerking genomen voor de berekening van het ESR-saldo. Hetzelfde geldt voor overboekingsverrichtingen.

Als ramingsinstrument moet de begroting ook het ESR 2010-saldo kunnen ramen dat de rekening te zien zal geven. Gelet op het grote belang van deze integratie voor het gewest, de gemeenschappen en OCMW's mogen we immers het overleggen van de jaarrekeningen niet afwachten om het financieringssaldo van de 19 OCMW's te beoordelen. Het is belangrijk te kunnen beschikken over een raming van dit saldo in het begin van het begrotingsjaar.

Daarom wordt u voortaan gevraagd een omzetting van uw begroting 2018 volgens de ESR-boekhouding in te dienen. Deze omzetting dient te worden voorgesteld volgens het in bijlage 6 bijgevoegd model dat een aanpassing is van de omzettingstabel van het Instituut voor de Nationale Rekeningen. Niettemin zal de notie « betalingen » in aanmerking genomen worden in de plaats van de notie « aanrekeningen » gelet op het feit dat deze niet in de boekhouding van de OCMW's bestaat.

Hiervoor nodig ik u uit om in eerste instantie bijlage 4 in te vullen, die u zal toelaten de realisatiegraad te kennen voor de 3 laatste beschikbare dienstjaren (2014-2015-2016).

De kolom met de begrotingskredieten moet deze van de laatste begrotingswijziging hernemen. Daarenboven registreert de ESR-boekhouding stromen en dienen alle betalingen van het dienstjaar in aanmerking worden genomen ongeacht het dienstjaar waarin de uitgaven tot stand kwamen. Wat de ontvangsten betreft, dienen enkel de netto vastgestelde rechten van het dienstjaar in aanmerking te worden genomen.

Vervolgens nodig ik u uit om bijlage 5 in te vullen die u zal toelaten om de betalingen inzake de investeringsuitgaven te ramen, betalingen met betrekking tot enerzijds overgedragen vastleggingen van de vorige dienstjaren en anderzijds nieuwe uitgaven voorzien in 2018.

De bijlagen 4 en 5 zullen u toelaten om bijlage 6 in te vullen die de omgezette begroting 2018 weergeeft.

De omzetting van het geheel van de exploitatie-ontvangsten, de exploitatie-uitgaven en de investeringsuitgaven inzake de bijdragen(90) moet worden gerealiseerd op basis van het gemiddelde van de realisatiegraad van de begrotingskredieten ingeschreven in de begroting 2018, vermenigvuldigd met het gemiddelde van de realisatiegraad (netto vastgestelde rechten/ontvangstkredieten, betalingen/ uitgaafkredieten) voor de laatst gekende rekeningen.

Telkens een realisatiegraad in aanmerking wordt genomen die verschilt van de gemiddelde graad, hoort dit verantwoord te worden. Voor wat de omzetting van de investeringsontvangsten inzake de vervreemdingen(81) en de tussenkomsten (80) betreft, is het aangewezen om de begrotingskredieten 2018 te hernemen.

Tenslotte dient de omzetting van de uitgaven inzake de investeringen te worden gerealiseerd op basis van het resultaat van de ramingstabel van de investeringen in bijlage 5 en wordt dit geïntegreerd onder totaalpost 91 van de omgezette begroting.

Het saldo van de exploitatiedienst in ESR-vorm zou normaal gezien niet substantieel moeten verschillen van het begrotingssaldo. Voor het saldo van de investeringsdienst liggen de zaken anders en wij vragen u daarom hier bijzondere aandacht aan te besteden.

Deze oefening zal aantonen dat het nodig is om een realistisch investeringsprogramma op de stellen en er de weerslag van na te gaan voor de toekomstige begrotingsjaren.

Er wordt aan herinnerd dat de medewerking van alle ocmw-diensten vereist is voor het opstellen van dit document en dat dit vereffeningsplan een beheerstool van uw centrum moet worden. 3. Overzending en informatiedrager De overzending van de begroting en haar bijlagen in "papieren" vorm, ondertekend door de bevoegde overheden, blijft altijd verplicht zelfs in geval van verzending via het elektronische platform "TXchange". De bijlagen 2 tot 6 dienen elektronisch én in Excel-formaat, via het generiek emailadres financeslocales@gob.brussels te worden overgezonden en dit voorafgaand aan de indiening van de papieren en/of "TXchange"-versie. Deze bijlagen zullen u elektronisch worden overgemaakt tegelijkertijd met de papieren versie van de huidige omzendbrief.

Elektronische overzending Voor de elektronische toezending van de begroting nodigen wij u uit de 2 generieke emailadressen financeslocales@gob.brussels en minerve@gob.brussels te gebruiken.

Deze overdracht van gegevens in XML-formaat dient absoluut vooraf te gaan aan de indiening van de papieren versie van de begroting en de eventuele verzending ervan via het elektronische platform « TXchange, zo niet zal de begroting geweigerd worden.

De Directie Financiën - Lokale Besturen staat steeds ter uwer beschikking voor verdere inlichtingen bij deze omzendbrief.

Met dank voor uw aandacht.

De Leden van het Verenigd College, bevoegd voor Bijstand aan Personen, Brussel, 1 september 2017.

P. SMET C. FREMAULT _______ Nota's (1) Wet houdende toewijzing van een opdracht aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, inzake de begeleiding en de financiële maatschappelijke steunverlening aan de meest hulpbehoevenden inzake energielevering.(2) Wet betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn (3) Verklaring van de vermelde codes: code 11100 : bezoldigingen, code 11200 : sociale toelagen, code 11300 : werkgeversbijdragen RSZPPO, code 11400 : werkgeversbijdragen voor andere pensioenkassen dan RSZPPO, code 11401 : werkgeversbijdragen voor het pensioen van de statutaire agenten aan de RSZPPO, code 11500 : geldelijke tussenkomsten in de sociale abonnementen, maaltijdcheques en andere voordelen, code 11600 : pensioenen en brugpensioenen, code 11700 : bijdragen verzekering arbeidsongevallen en beroepsziekten, code 11800 : bijdragen gemeenschappelijke sociale dienst. (4) Omzendbrief aan de OCMW's in verband met sommige financiële diensten in het kader van de toepassing van de wet 24.12.1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten van werken, leveringen en diensten, d.d. 1 september 2006.

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld

^