Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 18 september 2016
gepubliceerd op 30 september 2016

Koninklijk besluit tot bepaling van de voorwaarden tot erkenning als organisatie bedoeld in artikel 383bis/1 van het Strafwetboek

bron
federale overheidsdienst justitie
numac
2016009455
pub.
30/09/2016
prom.
18/09/2016
ELI
eli/besluit/2016/09/18/2016009455/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

18 SEPTEMBER 2016. - Koninklijk besluit tot bepaling van de voorwaarden tot erkenning als organisatie bedoeld in artikel 383bis/1 van het Strafwetboek


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op artikel 108 van de Grondwet;

Gelet op artikel 383bis/1 van het Strafwetboek, ingevoegd bij de wet van 31 mei 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 31/05/2016 pub. 08/06/2016 numac 2016009219 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot verdere uitvoering van de Europese verplichtingen op het vlak van seksuele uitbuiting van kinderen, kinderpornografie, mensenhandel en hulpverlening bij illegale binnenkomst, illegale doortocht en illegaal verblijf sluiten tot verdere uitvoering van de Europese verplichtingen op het vlak van seksuele uitbuiting van kinderen, kinderpornografie, mensenhandel en hulpverlening bij illegale binnenkomst, illegale doortocht en illegaal verblijf;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 13 mei 2016;

Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting van 16 juni 2016;

Gelet op het advies 59.683/1/V van de Raad van State, gegeven op 29 juli 2016, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op de voordracht van Onze Minister van Justitie, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : HOOFDSTUK I. - Algemene bepaling

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder "de minister": de Minister van Justitie. HOOFDSTUK II. - Erkenningscriteria

Art. 2.Om een erkenning te verkrijgen en te behouden, moet de organisatie, bedoeld in artikel 383bis/1 van het Strafwetboek, aan de volgende voorwaarden voldoen: 1° rechtspersoonlijkheid hebben;2° op het Belgisch grondgebied zijn gevestigd;3° de strijd tegen kinderpornografie op internet als een van de belangrijkste maatschappelijke doelen in haar statuut omschrijven;4° lid zijn van de internationale vereniging van internet hotlines ter bestrijding van kinderpornografie, met name INHOPE;5° in staat zijn daadwerkelijk en gewoonlijk te zorgen voor de ontvangst, het analyseren naar inhoud en herkomst van de meldingen die betrekking zouden kunnen hebben op beelden zoals voorzien in artikel 383bis van het Strafwetboek, en de overzending ervan, op het Belgisch grondgebied;6° in staat zijn alle voormelde meldingen, over te zenden aan de politiediensten en gerechtelijke overheden, zulks zonder uitzondering, binnen een termijn van vierentwintig uur of uiterlijk de eerste werkdag die volgt op die van de ontvangst ervan;7° in staat zijn de voormelde meldingen met betrekking tot in het buitenland gehoste beelden over te zenden aan de internationale vereniging van internet hotlines ter bestrijding van kinderpornografie, binnen een termijn van vierentwintig uur of uiterlijk de eerste werkdag die volgt op die van de ontvangst ervan;8° zich ervan vergewissen dat de personen belast met de ontvangst, de analyse en de overzending van de meldingen, alsmede de personen belast met de controle van die taken, het voorwerp hebben uitgemaakt van een positief veiligheidsadvies overeenkomstig artikel 22quinquies van de wet van 11 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/12/1998 pub. 07/05/1999 numac 1999007004 bron ministerie van landsverdediging Wet betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen type wet prom. 11/12/1998 pub. 03/02/1999 numac 1999009051 bron ministerie van justitie Wet tot omzetting van de richtlijn 95/46/EG van 24 oktober 1995 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrij verkeer van die gegevens sluiten betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen, om die taken uit te voeren.9° zich ervan vergewissen dat de personen belast met de ontvangst, de analyse en de overzending van de meldingen over de vereiste kennis en vaardigheden beschikken en dat zij de gepaste opleidingen krijgen;10° zich ervan vergewissen dat die personen een regelmatige en gepaste interne supervisie genieten;11° beschikken over beveiligde lokalen die uitsluitend bestemd zijn voor de uitvoering van de taken, alsmede over gepast computermateriaal waarvan de toegang beveiligd is, teneinde de vertrouwelijkheid van de meldingen te waarborgen. HOOFDSTUK III. - Erkenningsprocedure

Art. 3.§ 1. Het verzoek tot erkenning wordt bij aangetekend schrijven gericht aan de Minister.

De stukken waaruit blijkt dat de voorwaarden bepaald in artikel 2 zijn vervuld, worden bij het verzoek gevoegd. § 2. De Minister of zijn gemachtigde kan aanvullende inlichtingen vragen waarop de organisatie schriftelijk dient te antwoorden. § 3. De Minister of zijn gemachtigde kan ter plaatse controleren of de erkenningsvoorwaarden in acht worden genomen.

Art. 4.De erkenning wordt verleend door Ons, op voorstel van de minister binnen vier maanden na de ontvangst van de documenten bedoeld in artikel 3. Zij wordt verleend voor een duur van vijf jaar en kan op verzoek worden verlengd.

De erkenning begint te lopen op de dag waarop het erkenningsbesluit ter kennis wordt gebracht van de organisatie.

Art. 5.De erkenning houdt geen recht op het verkrijgen van subsidies in. HOOFDSTUK IV. - Plichten van de erkende organisatie

Art. 6.De organisatie voert haar opdracht uit met inachtneming van de procedures waarin is voorzien in het samenwerkingsprotocol afgesloten tussen haar, de politiediensten en de gerechtelijke overheden.

De organisatie mag geen gegevensbank oprichten op grond van de beelden die haar werden gemeld.

Art. 7.De organisatie deelt de identiteit mee van de personen belast met de ontvangst, de analyse en de doormelding van de meldingen, alsmede die van de personen belast met de controle van die taken in de organisatie, aan de politiediensten en gerechtelijke overheden, voor advies, vóór de uitvoering van de opdracht en voor elke verandering van personen.

De Minister vraagt het veiligheidsadvies aan de veiligheidsoverheid bedoeld in artikel 22quinquies van de wet van 11 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/12/1998 pub. 07/05/1999 numac 1999007004 bron ministerie van landsverdediging Wet betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen type wet prom. 11/12/1998 pub. 03/02/1999 numac 1999009051 bron ministerie van justitie Wet tot omzetting van de richtlijn 95/46/EG van 24 oktober 1995 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrij verkeer van die gegevens sluiten betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen. Dit veiligheidsadvies moet positief zijn en om de vijf jaar vernieuwd worden.

De Minister heeft het recht om, bij gemotiveerde beslissing, voorgestelde personen voor de uitvoering van de opdracht te weigeren.

Art. 8.Indien de organisatie de intentie heeft haar statuten de wijzigen, haar activiteiten stop te zetten of indien er zich een wijziging voordoet die een impact heeft op de inachtneming van de in artikel 2 bedoelde voorwaarden, deelt ze dit mee aan de Minister bij aangetekend schrijven, ten laatste dertig dagen voor de wijziging of de stopzetting van de activiteiten.

Art. 9.De organisatie moet jaarlijks, uiterlijk eind maart, een activiteitenverslag overzenden aan de Minister dat minstens handelt over het aantal meldingen, de herkomst van de meldingen, het aantal meldingen dat werd overgezonden aan de internationale vereniging van internet hotlines ter bestrijding van kinderpornografie en het aantal meldingen dat werd overgezonden aan de politiediensten.

Art. 10.De Minister of zijn gemachtigde controleert de inachtneming van de bepalingen van dit hoofdstuk. HOOFDSTUK V. - Intrekking van de erkenning

Art. 11.De erkenning kan door Ons, op voorstel van de Minister, worden ingetrokken wanneer de vereniging niet langer voldoet aan alle voorwaarden bedoeld in artikel 2.

Voorafgaand aan voornoemde intrekking wordt de vereniging uitgenodigd om haar standpunt schriftelijk te doen gelden.

De intrekking van de erkenning wordt ter kennis gebracht van de organisatie. HOOFDSTUK VI. - Uitvoering

Art. 12.De minister bevoegd voor Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 18 september 2016.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Justitie, K. GEENS

^