Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 07 maart 2007
gepubliceerd op 15 maart 2007

Koninklijk besluit tot organisatie van de vergelijkende selectie en de indiensttreding in het federaal administratief openbaar ambt van sommige statutaire ambtenaren van de autonome overheidsbedrijven

bron
federale overheidsdienst personeel en organisatie
numac
2007002026
pub.
15/03/2007
prom.
07/03/2007
ELI
eli/besluit/2007/03/07/2007002026/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

7 MAART 2007. - Koninklijk besluit tot organisatie van de vergelijkende selectie en de indiensttreding in het federaal administratief openbaar ambt van sommige statutaire ambtenaren van de autonome overheidsbedrijven


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de artikelen 37 en 107, tweede lid, van de Grondwet;

Gelet op de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut, inzonderheid artikel 11, § 1, eerste lid, vervangen door de programmawet van 24 december 2002;

Gelet op de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, inzonderheid op artikel 29bis, ingevoegd bij de programmawet van 27 december 2006;

Gelet op het koninklijk besluit van 8 januari 1973 tot vaststelling van het statuut van het personeel van sommige instellingen van openbaar nut, inzonderheid op artikel 3, § 1, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 20 augustus 1973, 10 mei 1976, 13 september 1979, 16 november 1979, 26 januari 1984, 13 juli 1987, 25 november 1993, 14 september 1994, 17 maart 1995, 31 maart 1995, 10 april 1995, 6 februari 1997, 15 september 1997,19 november 1998, 26 april 1999, 5 september 2002, 14 oktober 2002, 4 augustus 2004, 10 augustus 2005, 6 oktober 2005, 16 maart 2006 en 12 juni 2006;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 16 november 2006;

Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 6 februari 2007;

Gelet op het protocol nr. 574 van 13 december 2006 van het Comité voor de federale, de gemeenschaps- en de gewestelijke overheidsdiensten;

Gelet op advies 42084/4 van de Raad van State, gegeven op 29 januari 2007, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op de voordracht van Onze Minister van Ambtenarenzaken en van Onze Minister van Begroting en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Onderhavig besluit is van toepassing op de vastbenoemde personeelsleden van de autonome overheidsbedrijven die bedoeld zijn in artikel 29bis, eerste lid, van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven en die als rijksambtenaar wensen aangeworven te worden.

Het personeelslid bedoeld in het eerste lid wordt hierna statutair ambtenaar genoemd.

Art. 2.Om als rijksambtenaar aangeworven te kunnen worden, moet de statutair ambtenaar de voorwaarden vervullen, die bepaald zijn in artikel 16 van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het Rijkspersoneel.

Evenwel kan door Ons, op voorstel van de minister die bevoegd is voor ambtenarenzaken, afgeweken worden van de diplomavereisten teneinde aan de ambtenaren toe te laten te worden aangeworven in een niveau dat door Ons erkend wordt als gelijkwaardig aan dit waarin ze benoemd waren in hun autonoom overheidsbedrijf.

Art. 3.De statutair ambtenaar dient zijn aanvraag in om deel te nemen aan de vergelijkende selecties die met zijn competentieprofiel overeenstemmen, bij het Selectiebureau van de federale overheid, hierna SELOR genoemd.

De ambtenaar dient zijn aanvraag in overeenkomstig de regels die door de afgevaardigd bestuurder van SELOR zijn bepaald. Er wordt hem ontvangst gemeld van zijn aanvraag.

Art. 4.SELOR slaat de gegevens van de aanvragen in een databank op.

De databank wordt volgens de regels die de afgevaardigd bestuurder van SELOR heeft vastgelegd, bijgewerkt.

Behoudens andersluidende, naar behoren gemotiveerde, beslissing van de afgevaardigd bestuurder van SELOR verliest een aanvraag om aan vergelijkende selecties deel te nemen haar geldigheid twee jaar nadat ontvangst hiervan is gemeld.

Art. 5.SELOR bezorgt aan de federale overheidsdiensten die hiervoor een aanvraag hebben gedaan en volgens de regels die de afgevaardigd bestuurder heeft vastgelegd, de anonieme kandidaturen die overeenstemmen met de graad of met de vakklasse alsook met de functiebeschrijving en met het competentieprofiel dat die federale overheidsdienst heeft opgesteld.

Art. 6.De federale overheidsdienst die overweegt een ambtenaar aan te werven in een vakklasse of een graad brengt hiervan SELOR op de hoogte dat de vergelijkende selectie organiseert overeenkomstig de artikelen 20, 21 en 23 van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het Rijkspersoneel.

Art. 7.Voor de toepassing van artikel 6bis van hetzelfde besluit, wordt de in artikel 6 bedoelde vergelijkende selectie beschouwd als een van de wijzen van benoeming voor wat betreft de toepassing van § 1, als een aanwervingsprocedure voor wat betreft de toepassing van § 2.

Art. 8.In afwijking van artikel 42 van hetzelfde besluit, kan de afgevaardigd bestuurder van SELOR, voor het geheel of een deel van de werkzaamheden van de vergelijkende selectie zoals bedoeld in artikel 6, het voorzitterschap van de selectiecommissie delegeren aan de betrokken federale overheidsdienst alsook aan een lid van de selectiecommissie.

De vergelijkende selectie wordt uitgevoerd volgens de methodologie die de afgevaardigd bestuurder van SELOR bepaalt.

De vergelijkende selectie wordt gecertificeerd voor wat betreft het naleven van deze methodologie en de afdoende motivatie van de resultaten.

Art. 9.Zij die geslaagd zijn voor de vergelijkende selectie worden geklasseerd en in dienst geroepen als stagiair in de volgorde van hun klassering.

Hun rangschikking blijft zes maanden geldig.

Art. 10.§ 1. In afwijking van de artikelen 30, § 3, en 34 § 2, van het besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het Rijkspersoneel, is de duur van de stage van de ambtenaren van de niveaus A, B en C zes maanden.

In afwijking van artikel 28quinquies, tweede lid, van hetzelfde besluit, wordt alle twee maanden en bij het einde van de stage een rapport opgesteld. § 2. In afwijking van artikel 31, § 1, tweede lid, van hetzelfde besluit, worden de opleidingsactiviteiten georganiseerd door het Opleidingsinstituut van de federale overheid op basis van de vragen van de directeur van de stafdienst Personeel en Organisatie of, daar waar deze niet bestaat, van de directeur van de Personeelsdienst.

Artikel 29 en artikel 31, § 2, van hetzelfde besluit, zijn niet van toepassing.

Art. 11.In afwijking van de artikelen 64 en 65, § 2, van hetzelfde besluit, komen voor de berekening van de niveauanciënniteit in aanmerking de werkelijke diensten gepresteerd in de hoedanigheid van vastbenoemd personeelslid van het betrokken autonoom overheidsbedrijf.

De bedoelde niveauanciënniteit wordt bepaald naar aanleiding van prestaties verricht als titularis van een betrekking in het vergelijkbare of hogere niveau in het betrokken autonoom overheidsbedrijf.

Het vergelijkbaar niveau wordt door Ons bepaald op voorstel van de minister die bevoegd is voor ambtenarenzaken.

Art. 12.In afwijking van artikel 76, § 1, van hetzelfde besluit, mogen de statutaire ambtenaren zich slechts inschrijven voor een competentiemeting of voor een gecertificeerde opleiding de zesde maand die volgt op het einde van hun stage voor de ambtenaren van de niveaus A, B en C, en de negende maand die volgt op het einde van hun stage voor de ambtenaren van niveau D.

Art. 13.In afwijking van artikel 14 van het koninklijk besluit van 29 juni 1973 houdende bezoldigingsregeling van het personeel van de federale overheidsdiensten, wordt de duur van de diensten, die in aanmerking komen als statutair ambtenaar, in het autonoom overheidsbedrijf berekend overeenkomstig de bepalingen getroffen in uitvoering van de artikelen 33 tot 35 van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven.

Art. 14.De ambtenaar behoudt het recht op de dagen jaarlijks vakantieverlof en op de dagen verlof wegens overmacht naar rato van het saldo dat hij genoot, uitsluitend voor het lopende jaar, in zijn autonoom overheidsbedrijf op de datum van zijn indiensttreding als stagiair.

Art. 15.Artikel 3, § 1, van het koninklijk besluit van 8 januari 1973 tot vaststelling van het statuut van het personeel van sommige instellingen van openbaar nut, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 20 augustus 1973, 10 mei 1976, 13 september 1979, 16 november 1979, 26 januari 1984, 13 juli 1987, 25 november 1993, 14 september 1994, 17 maart 1995, 31 maart 1995, 10 april 1995, 6 februari 1997, 15 september 1997,19 november 1998, 26 april 1999, 5 september 2002, 14 oktober 2002, 4 augustus 2004, 10 augustus 2005, 6 oktober 2005, 16 maart 2006 en 12 juni 2006 en wordt als volgt aangevuld : « 43° Koninklijk besluit van 7 maart 2007 tot organisatie van de vergelijkende selectie en de indiensttreding in het federaal administratief openbaar ambt van sommige statutaire ambtenaren van de autonome overheidsbedrijven. »

Art. 16.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 17.Onze Ministers en Onze Staatssecretarissen zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 7 maart 2007.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Begroting, Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE De Minister van Ambtenarenzaken, Ch. DUPONT

^