Etaamb.openjustice.be
Decreet van 11 maart 2004
gepubliceerd op 03 mei 2004

Decreet betreffende de erkenning en de subsidiëring van de gewestelijke zendingen voor arbeidsbemiddeling

bron
ministerie van het waalse gewest
numac
2004201173
pub.
03/05/2004
prom.
11/03/2004
ELI
eli/decreet/2004/03/11/2004201173/staatsblad
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

11 MAART 2004. - Decreet betreffende de erkenning en de subsidiëring van de gewestelijke zendingen voor arbeidsbemiddeling (1)


De Waalse Gewestraad heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied

Artikel 1.De Regering kan de gewestelijke zendingen voor arbeidsbemiddeling, hierna « Mire » genoemd, erkennen en subsidiëren onder de voorwaarden van dit decreet en binnen de perken van de begrotingskredieten.

Art. 2.Elke « Mire » heeft als hoofdopdracht met inachtneming van de door de Regering bepaalde modaliteiten acties uit te voeren met het oog op de inschakeling in het arbeidsproces en de begeleiding van de in artikel 3 bedoelde gerechtigden op zoek naar een duurzame betrekking. Die acties worden uitgevoerd in het kader van het geïntegreerd stelsel inzake maatschappelijke integratie en inschakeling in het arbeidsproces, hierna het « Stelsel » genoemd, zoals ingevoerd bij het decreet betreffende het geïntegreerd « stelsel » inzake maatschappelijke integratie en inschakeling in het arbeidsproces. De inschakelingsacties bestaan met name in de organisatie van begeleidingsmaatregelen en, in voorkomend geval, in aanpassings- en vormingssequenties om de werkaanbiedingen met het profiel van de gerechtigden te laten overeenstemmen. De acties betreffen ook de begeleidingsperiodes met het oog op de vlotte integratie en de stabiliteit van de gerechtigden.

Art. 3.§ 1. De acties van een « Mire » betreffen elke persoon die in één van de volgende gevallen verkeert : 1° een niet-werkende werkzoekende zijn die niet meer aan de leerplicht onderworpen is en niet houder is van het getuigschrift van het hoger secundair onderwijs of van een gelijkwaardige titel;2° een niet-werkende werkzoekende zijn die werkloosheids- en wachtuitkeringen ontvangt gedurende 24 van de 36 maanden vóór de datum van de overeenkomst bedoeld in artikel 4, § 1, eerste lid, 5°;3° een werkzoekende zijn die weer ingeschakeld wordt op de arbeidsmarkt;4° in aanmerking komen voor het leefloon of de sociale bijstand;5° een in België erkende vluchteling zijn overeenkomstig de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen;6° een buitenlandse onderdaan met een verblijfsvergunning zijn overeenkomstig de wet van 22 december 1999 betreffende de regularisatie van het verblijf van bepaalde categorieën van vreemdelingen verblijvend op het grondgebied van het Rijk of overeenkomstig artikel 9, derde lid, van bovenbedoelde wet van 15 december 1980;7° het voorwerp zijn van een beslissing van het « Agence wallonne pour l'intégration des personnes handicapées » (Waals agentschap voor de integratie van gehandicapte personen) waarbij het recht op tussenkomsten wordt verleend met het oog op tewerkstelling. Na voorafgaand advies van de in artikel 7 bedoelde commissie kan de Regering een « Mire » ook machtigen tot de jaarlijkse opvang van niet-werkende werkzoekenden die niet voldoen aan de voorwaarden bedoeld in 1° en 2° van het eerste lid, naar rato van twintig procent van het totaalaantal gerechtigden bedoeld in 1° tot 7° van hetzelfde lid. § 2. De Regering is bevoegd om de in vorige paragraaf bedoelde voorwaarden nader te bepalen na advies van de commissie bedoeld in artikel 7. § 3. De toestand van de gerechtigden bedoeld in § 1, wordt geëvalueerd op de datum waarop de in artikel 4, § 1, 5°, bedoelde overeenkomst wordt gesloten.

Voor de toepassing van de punten 1° en 2° van § 1, worden de volgende periodes gelijkgesteld met inactiviteitsperiodes : 1° de periodes waarvoor een vergoeding wordt betaald krachtens de wettelijke of reglementaire bepalingen betreffende de verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering;2° de gevangenisstrafperiodes;3° de inactiviteitsperiodes waarvoor verlofgeld wordt uitgekeerd;4° de werkperiodes gecumuleerd tot maximum drie maanden voltijdse activiteit. Voor de toepassing van punt 3° van § 1, wordt beschouwd als werkzoekende die weer op de arbeidsmarkt wordt ingeschakeld elke persoon die geen beroepsactiviteit heeft uitgeoefend gedurende drie jaar vóór zijn inschrijving bij een « Mire » en die geen werkloosheids,- wacht- of onderbrekingsuitkering heeft ontvangen gedurende een periode van drie jaar vóór zijn inschrijving als werkzoekende. § 4. In het kader van dit decreet wordt verstaan onder niet-werkende werkzoekende elke persoon die als dusdanig bij de « FOREm » (Waalse Dienst voor Beroepsopleiding en Arbeidsbemiddeling) ingeschreven is.

De « FOREm » moet binnen vijf werkdagen aan elke « Mire » die erom verzoekt een document overmaken waaruit blijkt dat de onder 1° en 2° van § 1, bedoelde persoon ingeschreven is als niet-werkende of daarmee gelijkgestelde werkzoekende. HOOFDSTUK II. - Erkenning

Art. 4.§ 1. Na advies van de in artikel 7 bedoelde commissie erkent de Regering als « Mire » de organen die de volgende voorwaarden vervullen : 1° opgericht zijn in de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk of van een instelling van openbaar nut geregeld bij de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen;2° erkende inschakelingsdiensten verlenen, overeenkomstig het decreet van 13 maart 2003 betreffende de erkenning van arbeidsbemiddelingsbureaus;3° met de « FOREm » een partnerschapsovereenkomst in het kader van het stelsel hebben gesloten;4° statuten aannemen die bepalen dat de vereniging onder de leden van de raad van bestuur hoe dan ook de volgende leden telt : a.de voorzitter van het territoriaal bevoegde subregionaal comité voor arbeidsbemiddeling en vorming, hierna subregionaal comité genoemd; b. een vertegenwoordiger van de « FOREm » als regisseur-ensemblier;c. een vertegenwoordiger van het « Agence wallonne pour l'intégration des personnes handicapées »;d. vier vertegenwoordigers van de representatieve werknemersorganisaties die binnen het territoriaal bevoegde subregionaal comité zitting hebben;e. vier vertegenwoordigers van de representatieve werkgeversorganisaties die binnen het territoriaal bevoegde subregionaal comité zitting hebben; f. een vertegenwoordiger van de « Union des villes et communes de Wallonie » (Unie van de Waalse steden en gemeenten), verbond van de O.C.M.W.'s; 5° zich ertoe verbinden met de gerechtigde een overeenkomst te sluiten waarvan de modaliteiten door de Regering worden bepaald en waarbij de instelling de volgende garanties geeft aan de Regering : a.een onthaal, een psychosociale begeleiding en een geïndividualiseerde evaluatie op grond van in onderlinge overeenstemming bepaalde individuele doelstellingen; b. een continue, formatieve en participatieve evaluatie;c. een onderzoek naar de verworvenheden inzake bevoegdheden;6° zich ertoe verbinden met de werkgever een tewerkstellingsovereenkomst te sluiten waarbij hij zich ertoe verbindt alles in het werk te stellen opdat de instelling de in 5° van het vorige lid bedoelde opdrachten kan vervullen;7° zich verbinden tot een begeleiding van de gerechtigden na hun inschakeling in het arbeidsproces met het oog op een duurzame integratie;8° zich ertoe verbinden jaarlijks aan de in artikel 7 bedoelde commissie en aan het betrokken subregionaal comité een actieplan, dat met name de inschakelingsdoelstellingen bevat, alsmede een activiteitenverslag over te maken. § 2. De Regering is bevoegd om de in § 1 bedoelde voorwaarden nader te bepalen.

Art. 5.§ 1. Na advies van de in artikel 7 bedoelde commissie wordt de erkenning door de Regering verleend voor een aanvangsduur van 1 jaar.

De aanvankelijk verleende erkenning kan vervolgens toegekend worden voor een verlengbare duur van maximum drie jaar, na advies van de commissie bedoeld in artikel 7. § 2. De Regering mag niet meer dan twee « Mire » erkennen op het grondgebied van hetzelfde subregionaal comité. In geval van veelvuldige aanvragen wordt het subregionaal comité voor arbeidsbemiddeling en vorming om advies verzocht opdat de commissie de te erkennen operateur zou kunnen kiezen. De operateur vervult alle voorwaarden bedoeld in artikel 4, § 1. § 3. De Regering beslist over de toekenning, verlenging, opschorting of intrekking van de erkenning met inachtneming van de door haar bepaalde modaliteiten.

De Regering bepaalt de procedure voor het onderzoek en de evaluatie van de aanvragen door de diensten die ze aanwijst.

Art. 6.Als een « Mire » niet meer voldoet aan één van de voorwaarden bedoeld in dit decreet, kan de Regering de erkenning volgens de door haar bepaalde procedure opschorten of intrekken na advies van de commissie bedoeld in artikel 7. HOOFDSTUK III. - Adviescommissie inzake erkenning

Art. 7.Er wordt binnen de door de Regering aangewezen diensten een adviescommissie opgericht voor de erkenning van de « Mire », hierna de « Commissie » genoemd. Ze heeft de volgende opdrachten : 1° de Regering advies geven over de toekenning, verlenging, opschorting of intrekking van de erkenning van de « Mire »;2° de Regering op basis van het door de administratie verrichte onderzoek advies geven over de jaarlijkse actieplannen, over de verwezenlijking van de inschakelingsdoelstellingen, alsmede over de jaarlijkse activiteitenverslagen; 3° de verantwoordelijken van de « Mire » minstens één keer per jaar bijeenroepen om o.a. een gemeenschappelijke demarche te bevorderen, praktijken en ervaringen uit te wisselen en samenwerkingsverbanden tot stand te brengen; 4° zich vergewissen van de tenuitvoerlegging van de partnerschapsovereenkomsten met de « FOREm » in het kader van het Stelsel;5° op verzoek van de Regering of van de administratie advies geven over de uitvoering van het decreet of over elk vraagstuk betreffende de « Mire »;6° een jaarverslag opstellen over de complementariteit van de gewestelijke zendingen wat betreft de diensten van de « FOREm » in het Waalse Gewest. (De commissie brengt de overeenkomstig het eerste lid, 1°, 2° en 5°, of artikel 3, § 2, vereiste adviezen uit binnen zestig dagen na de datum waarop ze erom verzocht werd. Een advies wordt niet meer vereist als het niet binnen de voorgeschreven termijn wordt uitgebracht.)

Art. 8.De commissie bestaat uit : 1° een vertegenwoordiger van de Minister van Tewerkstelling, die het voorzitterschap waarneemt;2° een vertegenwoordiger van de Minister van Vorming;3° een vertegenwoordiger van de Minister van Sociale Actie;4° twee vertegenwoordigers van de representatieve werkgeversorganisaties;5° twee vertegenwoordigers van de representatieve werknemersorganisaties;6° een vertegenwoordiger van de « FOREm » als « regisseur-ensemblier »;7° een vertegenwoordiger van het « Agence wallonne d'intégration des personnes handicapées »; 8° een vertegenwoordiger van de « Union des villes et communes de Wallonie », verbond van de O.C.M.W.'s; 9° een vertegenwoordiger van het Agentschap Europees sociaal fonds;10° een vertegenwoordiger van de administratie, die het secretariaat waarneemt. De vergaderingen van de Commissie worden bovendien bijgewoond door twee vertegenwoordigers van de « Mire » die raadgevende stem hebben.

Art. 9.§ 1. De gewone leden bedoeld in artikel 8 en hun plaatsvervangers worden door de Regering benoemd voor een verlengbare periode van vier jaar.

De vertegenwoordigers bedoeld in artikel 8, eerste lid, 4° en 5°, worden door hun respectieve verenigingen uit dubbeltallen voorgedragen aan de Regering. (De vertegenwoordigers bedoeld in artikel 8, tweede lid, worden door hun respectieve vereniging uit dubbeltallen voorgedragen aan de Regering.) Het lid dat zijn mandaat vóór de vervaldatum neerlegt, wordt vervangen door zijn plaatsvervanger, die het mandaat voleindigt. § 2. De Commissie vergadert minstens vier keer per jaar na bijeenroeping door de voorzitter. § 3. De Commissie maakt haar huishoudelijk reglement op en legt het ter goedkeuring voor aan de Regering. HOOFDSTUK IV. - Evaluatie, controle en beroep

Art. 10.De evaluatie en de controle van de bepalingen van dit decreet en van de uitvoeringsbesluiten ervan worden uitgevoerd door de diensten die de Regering overeenkomstig artikel 11 aanwijst.

De Regering bepaalt de evaluatiemodaliteiten. De evaluatie wordt uitgevoerd met inachtneming van o.a. : 1° de kwantitatieve en kwalitatieve doelstellingen die in het jaarlijkse actieplan vastliggen;2° factoren betreffende het sociaal-economische kader en de tot stand gebrachte processen om daarop in te spelen;3° tekens van bevrediging van de betrokken gerechtigden en werkgevers.

Art. 11.Artikel 1 van het decreet van 5 februari 1998 houdende toezicht en controle op de naleving van de wetgeving betreffende het tewerkstellingsbeleid, gewijzigd bij het decreet van 6 mei 1999, wordt aangevuld met een punt 13°, luidend als volgt : « 13° het decreet van 11 maart 2004 betreffende de erkenning en de subsidiëring van de gewestelijke zendingen voor arbeidsbemiddeling. »

Art. 12.De beroepscommissie opgericht krachtens artikel 12 van het decreet betreffende het geïntegreerd stelsel inzake maatschappelijke integratie en inschakeling in het arbeidsproces is bevoegd om advies te geven over de beroepen ingediend ofwel door elke instelling om de erkenning verzoekt, in geval van weigering, ofwel door een « Mire » in geval van opschorting of intrekking van de erkenning, ofwel door een gerechtigde om elke reden betreffende de uitvoering van dit decreet. HOOFDSTUK V. - Subsidies

Art. 13.Elke « Mire » kan in aanmerking komen voor de volgende subsidies : 1° een jaarlijkse werkingssubsidie ten laste van het Waalse Gewest, bestaande uit een vast bedrag en uit een variabel bedrag berekend op grond van : a.het aantal tewerkgestelde personen; b. het aantal gerechtigden die het voorwerp uitmaken van inschakelingsacties;c. het percentage gerechtigden ingeschakeld in duurzame werkgelegenheid;2° een subsidie zoals bepaald bij of krachtens het decreet van 25 april 2002 betreffende de tegemoetkomingen ter bevordering van de indienstneming van niet-werkende werkzoekenden door de plaatselijke, gewestelijke en gemeenschapsoverheden, door bepaalde werkgevers in de niet-commerciële sector, het onderwijs en de commerciële sector;3° een subsidie gestort door de « FOREm » op basis van de partnerschapsovereenkomst gesloten in het kader van het Stelsel. De Regering is bevoegd om de modaliteiten te bepalen voor de toekenning van de subsidies bedoeld in 1° en 2° van het vorige lid.

Het bedrag van de subsidies wordt jaarlijks op basis van de gezondheidsindex geïndexeerd tot het maximum van de indexering van de begroting van de primaire uitgaven van het Waalse Gewest. HOOFDSTUK VI. - Overgangs- en slotbepalingen

Art. 14.De instellingen erkend krachtens de bepalingen van het besluit van de Waalse Regering van 14 mei 1998 betreffende de gewestelijke zendingen voor arbeidsbemiddeling behouden hun erkenning tot ze de erkenning verkrijgen die in het kader van dit decreet toegekend wordt voor een termijn van hoogstens één jaar vanaf de datum van inwerkingtreding van dit decreet.

Art. 15.De Regering bezorgt de Waalse Gewestraad jaarlijks volgens de door haar bepaalde modaliteiten een verslag over de uitvoering van dit decreet.

Art. 16.De Regering bepaalt de datum van inwerkingtreding van dit decreet.

Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Namen, 11 maart 2004.

De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Economie, K.M.O.'s, Onderzoek en Nieuwe Technologieën, S. KUBLA De Minister van Vervoer, Mobiliteit en Energie, J. DARAS De Minister van Begroting, Huisvesting, Uitrusting en Openbare Werken, M. DAERDEN De Minister van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Leefmilieu, M. FORET De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART De Minister van Binnenlandse Aangelegenheden en Ambtenarenzaken, Ch. MICHEL De Minister van Sociale Aangelegenheden en Gezondheid, Th. DETIENNE Minister van Tewerkstelling en Vorming, Ph. COURARD _______ Nota (1) Zitting 2003-2004. Stukken van de Raad, 639 (2003-2004), nrs. 1 tot 5.

Volledig verslag, openbare vergadering van 3 maart 2004.

Bespreking. Stemming.

^