gepubliceerd op 15 oktober 2026
Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 19 juni 2026 over het stelsel van loopbaankrediet
1 OKTOBER 2026. - Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 19 juni 2026 over het stelsel van loopbaankrediet
Rechtsgronden Dit besluit is gebaseerd op: - de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, artikel 20; - de herstelwet van 25 januari 1985 houdende diverse bepalingen, artikel 111, § 1, derde lid; - het
decreet van 19 december 2003Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
19/12/2003
pub.
31/12/2003
numac
2003036268
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2004
sluiten houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2004, artikel 102; - het
decreet van 29 maart 2019Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
29/03/2019
pub.
25/04/2019
numac
2019011811
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende de opleidingscheques voor werknemers, de invoering van een registratieverplichting voor sportmakelaars en tot wijziging van diverse andere bepalingen inzake het beleidsdomein Werk en Sociale Economie
type
decreet
prom.
29/03/2019
pub.
23/04/2019
numac
2019011877
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende het kwaliteits- en registratiemodel van dienstverleners in het beleidsdomein Werk en Sociale Economie
sluiten betreffende de opleidingscheques voor werknemers, de invoering van een registratieverplichting voor sportmakelaars en tot wijziging van diverse andere bepalingen inzake het beleidsdomein Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie, Landbouw en Sociale Economie, artikel 2, tweede lid; - het
decreet van 29 maart 2019Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
29/03/2019
pub.
25/04/2019
numac
2019011811
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende de opleidingscheques voor werknemers, de invoering van een registratieverplichting voor sportmakelaars en tot wijziging van diverse andere bepalingen inzake het beleidsdomein Werk en Sociale Economie
type
decreet
prom.
29/03/2019
pub.
23/04/2019
numac
2019011877
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende het kwaliteits- en registratiemodel van dienstverleners in het beleidsdomein Werk en Sociale Economie
sluiten betreffende het kwaliteits- en registratiemodel van dienstverleners in het beleidsdomein Werk en Sociale Economie, artikel 3, tweede lid; - het decreet van 19 juni 2026 over het stelsel van loopbaankrediet, artikel 4, derde lid, artikel 5, derde lid, artikel 6, artikel 7, § 1, tweede lid, § 3, tweede lid, artikel 8, tweede lid, artikel 9, tweede lid, artikel 10, tweede en derde lid, artikel 12, eerste, tweede, derde en vierde lid, artikel 14, tweede lid, artikel 15, vijfde lid, artikel 16, eerste, tweede en derde lid, artikel 17, derde lid, artikel 19, eerste, tweede en derde lid, artikel 32, artikel 33, artikel 38, artikel 45, artikel 46, artikel 47.
Vormvereisten De volgende vormvereisten zijn vervuld: - De Vlaamse minister, bevoegd voor het budgettair beleid, heeft zijn akkoord gegeven op 2 juli 2026. - De Vlaamse toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens heeft advies nr. 2026/069 gegeven op 14 juli 2026. - De SERV heeft advies gegeven op 27 juli 2026. - De Raad van State heeft advies 79.963/16 gegeven op 23 september 2026, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
Initiatiefnemer Dit besluit wordt voorgesteld door de Vlaamse minister van Onderwijs, Justitie en Werk.
Na beraadslaging, DE VLAAMSE REGERING BESLUIT:
HOOFDSTUK 1. - Definities
Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder: 1° decreet van 19 juni 2026 : decreet van 19 juni 2026 over het stelsel van loopbaankrediet;2° departement: het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie, vermeld in artikel 29/1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie;3° dienst: de dienst binnen het departement, bevoegd voor het loopbaankrediet; 4° e-loket ondernemers: het elektronisch loket voor ondernemers dat wordt beheerd door het Agentschap Innoveren en Ondernemen krachtens artikel 1, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 januari 2021Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/07/1991 pub. 18/12/2007 numac 2007001008 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. - Duitse vertaling sluiten3 tot uitvoering van artikel II.7 van het Bestuursdecreet en tot wijziging van artikel 4 van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 oktober 2005Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 07/10/2005 pub. 16/11/2005 numac 2005036383 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse Regering tot oprichting van het Agentschap Economie type besluit van de vlaamse regering prom. 07/10/2005 pub. 30/11/2005 numac 2005036448 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse Regering tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust type besluit van de vlaamse regering prom. 07/10/2005 pub. 01/12/2005 numac 2005036483 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse Regering tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Agentschap Infrastructuur sluiten aangaande het Agentschap Innoveren en Ondernemen; 5° kortgeschoold: de persoon zonder een diploma van secundair onderwijs;6° VDAB: de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding, opgericht bij het decreet van 7 mei 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 07/05/2004 pub. 07/06/2004 numac 2004035865 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap « Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding » sluiten tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding;7° Vlaamse minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor werk;8° voortgangsrapport: het voortgangsrapport, vermeld in artikel 7, § 2 en § 3, van het decreet van 19 juni 2026;9° werkdag: alle andere dagen dan wettelijke feestdagen, zaterdagen en zondagen. HOOFDSTUK 2. - Voorwaarden voor het loopbaankrediet
Art. 2.Onder werkervaring van minimaal zeven jaar als vermeld in artikel 4 van het decreet van 19 juni 2026 wordt verstaan dat de aanvrager ten minste 2555 dagen aan beroepsactiviteit of gelijkgestelde periodes aantoont.
De volgende periodes komen in aanmerking voor de berekening van de werkervaring: 1° periodes van tewerkstelling waarvoor de aanvrager onderworpen was aan het stelsel van de sociale zekerheid voor werknemers, geregeld bij de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/06/1969 pub. 24/01/2011 numac 2010000730 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, en periodes van statutaire tewerkstelling, aantoonbaar op basis van de gegevens uit de onmiddellijke aangifte van tewerkstelling;2° periodes van beroepsactiviteit waarvoor de aanvrager als zelfstandige of als helper onderworpen was aan het Koninklijk besluit nr.38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen. Deze periodes van beroepsactiviteit als zelfstandige of als helper worden enkel in aanmerking genomen wanneer ze zijn opgenomen in het algemeen repertorium van de zelfstandigen bedoeld in artikel 21, § 2, 2°, van het voormelde Koninklijk besluit nr. 38, bijgehouden door het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekering der Zelfstandigen opgericht bij artikel 21 van hetzelfde Koninklijk besluit nr. 38; 3° periodes van tewerkstelling die zijn verricht in een lidstaat van de Europese Unie of van de Europese Economische Ruimte, aantoonbaar via een attest van de betrokken werkgever of een gelijkwaardig officieel document.Deze periodes worden in aanmerking genomen voor zover zij overeenstemmen met een van de in punten 1° tot en met 2° bedoelde statuten.
De volgende periodes worden niet in aanmerking genomen voor de berekening van de werkervaring: 1° voor werknemers: a) periodes waarvoor geen arbeidsovereenkomst beschikbaar is;b) periodes gepresteerd in het kader van een instapstage;c) periodes als stagiair die niet onderworpen zijn aan de sociale zekerheid voor werknemers in het kader van een opleiding;d) periodes gepresteerd in het kader van een parlementair mandaat;e) periodes van tewerkstelling na het bereiken van de wettelijke pensioenleeftijd;2° voor zelfstandigen: a) periodes van zelfstandige activiteit na het bereiken van de wettelijke pensioenleeftijd; De werkervaring moet niet aansluitend zijn opgebouwd en kan betrekking hebben op periodes bij verschillende werkgevers of in verschillende statuten.
Voor uitzendkrachten die tewerkgesteld zijn via opeenvolgende arbeidsovereenkomsten voor uitzendarbeid, waarbij weekenddagen niet in de arbeidsovereenkomsten zijn opgenomen, wordt het aantal dagen waarvoor deze overeenkomsten zijn afgesloten, vermenigvuldigd met een correctiefactor van 1,586 voor de berekening van de 2555 dagen werkervaring, vermeld in het eerste lid.
HOOFDSTUK 3. - Aanvraag van het loopbaankrediet
Art. 3.Het departement stelt voor de aanvraag, vermeld in artikel 5 van het decreet van 19 juni 2026, een aanvraagformulier ter beschikking.
Het aanvraagformulier, vermeld in het eerste lid, bevat al de volgende gegevens: 1° de identificatiegegevens van de aanvrager;2° de contactgegevens van de aanvrager;3° de opleidingsgegevens van de aanvrager;4° de werkervaring van de aanvrager;5° de volgende gegevens van de door de aanvrager gekozen geregistreerde loopbaanbegeleider: a) de voor- en achternaam;b) de provincie en gemeente;c) de gehanteerde methodieken;d) de mogelijkheid tot online loopbaanbegeleiding;6° de loopbaanvraag zoals geformuleerd in de aanvraag. De aanvrager wordt schriftelijk op de hoogte gebracht van de ontvangst van de aanvraag.
Art. 4.Als de aanvraag niet volledig is, vraagt het departement de ontbrekende informatie bij de aanvrager op. Als de aanvrager de nodige informatie niet binnen drie maanden bezorgt aan het departement, wordt het volledige aanvraagdossier onontvankelijk verklaard. De aanvrager wordt daarvan schriftelijk op de hoogte gebracht.
De termijn, vermeld in het eerste lid, begint op de derde werkdag na de dag waarop het departement de vraag over de ontbrekende informatie heeft verzonden, behalve als de aanvrager bewijst dat hij die vraag later dan drie werkdagen na de verzending heeft ontvangen. De onontvankelijkheidsverklaring verhindert niet dat de aanvrager overeenkomstig de bepalingen van dit besluit een nieuwe aanvraag indient.
Art. 5.§ 1. Het departement onderzoekt of de aanvraag voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 4 van het decreet van 19 juni 2026.
Als uit het onderzoek, vermeld in het eerste lid, blijkt dat de aanvraag niet voldoet aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, brengt het departement de aanvrager daarvan schriftelijk op de hoogte, met vermelding van de redenen.
De aanvrager beschikt over zeven dagen vanaf de kennisgeving, vermeld in het tweede lid, om de nodige tegenbewijzen of aanvullende gegevens te bezorgen aan het departement.
Als de aanvrager niet reageert binnen de termijn, vermeld in het derde lid, of als de aanvrager niet aantoont dat voldaan is aan de voorwaarden, vermeld in artikel 4 van het decreet van 19 juni 2026, wordt de aanvraag geweigerd. Na de weigering kan de aanvrager een nieuwe aanvraag indienen conform dit besluit. § 2. Voor de toepassing van artikel 46 van het decreet van 19 juni 2026 wordt rekening gehouden met de loopbaancheques die in de periode van 1 juli 2013 tot en met 31 december 2026 effectief zijn gebruikt voor geleverde prestaties van loopbaanbegeleiding.
Loopbaancheques die conform artikel 41 vervallen of waarvoor de prestaties van loopbaanbegeleiding worden geannuleerd, worden geacht niet te zijn gebruikt. § 3. Het departement brengt de aanvrager uiterlijk binnen dertig dagen na de dag waarop het de volledige aanvraag heeft ontvangen, schriftelijk op de hoogte van de beslissing om het gevraagde loopbaankrediet al dan niet toe te kennen. De kennisgeving bevat al de volgende elementen: 1° de beslissing tot niet-toekenning van het loopbaankrediet of de beslissing tot toekenning van het loopbaankrediet en het aantal toegekende uren loopbaankrediet;2° in geval van toekenning, het bedrag van de vaste bijdrage, vermeld in artikel 17 van het decreet van 19 juni 2026, en de termijn;3° in geval van niet-toekenning, de beroepsmogelijkheid. Het departement brengt de geregistreerde loopbaanbegeleider in kwestie op de hoogte van een aanvraag waarbij loopbaankrediet wordt toegekend.
De kennisgeving bevat al de volgende elementen: 1° de contactgegevens van de aanvrager;2° het aantal uren loopbaankrediet die de aanvrager al heeft opgenomen;3° de vervolghandelingen die de geregistreerde loopbaanbegeleider moet verrichten, afhankelijk van diens keuze om zich wel of niet te engageren voor de loopbaanbegeleiding;4° de vaste bijdrage op basis van de scholingsgraad van de aanvrager;5° de loopbaanvraag zoals geformuleerd in de aanvraag. § 4. Als de registratie van de geregistreerde loopbaanbegeleider, die door de aanvrager werd opgegeven overeenkomstig artikel 3, tweede lid, 5°, wordt ingetrokken overeenkomstig artikel 21 of wordt gepauzeerd dan wel definitief stopgezet overeenkomstig artikel 22 voor de aanvang van de loopbaanbegeleiding, wordt de aanvraag geweigerd.
De aanvrager kan een nieuwe aanvraag indienen conform dit besluit, waarbij hij een andere geregistreerde loopbaanbegeleider opgeeft.
Art. 6.Een toegekende module van twee uur loopbaanbegeleiding wordt opgenomen binnen zes maanden vanaf de datum van de toekenning.
Als binnen de termijn, vermeld in het eerste lid, de module, vermeld in het eerste lid, niet wordt gebruikt, vervalt de toekenning. De aanvrager kan opnieuw een aanvraag indienen als vermeld in artikel 3.
Een module waarvan de toekenning conform het tweede lid is vervallen, wordt opnieuw toegevoegd aan het resterende loopbaankrediet van de aanvrager.
HOOFDSTUK 4. - Loopbaanbegeleiding Afdeling 1. - Voorwaarden voor loopbaanbegeleiding
Art. 7.Het loopbaanbegeleidingsproces omvat minimaal de volgende stappen: 1° de diagnose, waarin competenties, motivaties en verwachtingen worden onderzocht om het loopbaandoel te bepalen;2° de persoonlijke begeleiding, waarin doelstellingen en acties worden vastgelegd en die modulair is opgebouwd;3° de afronding, met een eventuele indicatie voor nazorg.
Art. 8.De loopbaanbegeleiding vindt individueel plaats. Ze wordt georganiseerd als een rechtstreeks, persoonsgebonden begeleidingsproces dat berust op directe interactie en dat primair bestaat uit een-op-een-dialoog tussen de geregistreerde loopbaanbegeleider en de aanvrager.
Art. 9.De geregistreerde loopbaanbegeleider houdt het voortgangsrapport ter beschikking van de dienst en de Afdeling Vlaamse Sociale Inspectie van het departement, die dat rapport op elk moment kunnen opvragen.
Het voortgangsrapport bevat al de volgende elementen: 1° de naam van de aanvrager;2° de loopbaanvraag bij aanvang van de module loopbaanbegeleiding en, in voorkomend geval, de bijgestelde loopbaanvraag die tijdens de loopbaanbegeleiding is behandeld;3° een loopbaandoel;4° de data waarop loopbaanbegeleiding plaatsvond;5° een overzicht van de geleverde diensten, met inbegrip van de aangewende methodieken;6° de beoogde strategie die in het kader van de loopbaanbegeleiding is uitgewerkt en, in voorkomend geval, het geplande traject voor competentieontwikkeling;7° de loopbaanvraag bij afloop van de module loopbaanbegeleiding;8° de inzichten en de reflecties van de geregistreerde loopbaanbegeleider nadat de module loopbaanbegeleiding is afgelopen;9° de beslissing van de aanvrager om al dan niet verder begeleid te worden en, in voorkomend geval, de beslissing tot doorverwijzing van de geregistreerde loopbaanbegeleider.
Art. 10.Het gepersonaliseerde attest, vermeld in artikel 7, § 3, van het decreet van 19 juni 2026, bevat al de volgende elementen: 1° de voor- en achternaam van de aanvrager;2° het rijksregisternummer van de aanvrager;3° de naam van de geregistreerde loopbaanbegeleider;4° de naam van de beoogde opleiding of het loopbaandoel;5° de einddatum van de loopbaanbegeleiding;6° de handtekening van de geregistreerde loopbaanbegeleider. Het gepersonaliseerde attest, vermeld in artikel 7, § 3, van het decreet van 19 juni 2026, heeft een geldigheidsduur van drie jaar, vanaf de beëindiging van de loopbaanbegeleiding.
Art. 11.De volgende vormen van begeleiding, opleiding, outplacement of coaching komen niet in aanmerking als loopbaanbegeleiding in het kader van het loopbaankrediet: 1° loopbaanbegeleiding die de werkgever van de aanvrager initieert;2° een intern loopbaanoriënterend traject van de werkgever van de aanvrager;3° loopbaanbegeleiding die onderdeel is van een interne of externe opleiding van de werkgever van de aanvrager;4° het terug-naar-werktraject onder de coördinatie van de Terug-naar-werkcoördinator in de uitkeringsverzekering voor werknemers, vermeld in artikel 100, § 1/1, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994;5° de gespecialiseerde dienstverlening op maat, vermeld in artikel 110/2, § 2, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994;6° outplacement in de volgende gevallen: a) outplacement in het kader van de bijzondere regeling, vermeld in artikel 3 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr.82 van 10 juli 2002 betreffende outplacement voor werknemers van 45 jaar en ouder die worden ontslagen; b) outplacement in het kader van de algemene regeling, vermeld in Hoofdstuk V, Afdeling 1 van de wet van 5 september 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/09/2001 pub. 15/09/2001 numac 2001012802 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot de verbetering van de werkgelegenheidsgraad van de werknemers type wet prom. 05/09/2001 pub. 26/01/2017 numac 2017020055 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot de verbetering van de werkgelegenheidsgraad van de werknemers. - Officieuze coördinatie in het Duits van de federale versie sluiten tot de verbetering van de werkgelegenheidsgraad van de werknemers;c) outplacement in het kader van een tewerkstellingscel als vermeld in artikel 6 van het koninklijk besluit van 9 maart 2006Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 09/03/2006 pub. 31/03/2006 numac 2006200961 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit betreffende het activerend beleid bij herstructureringen sluiten betreffende het activerend beleid bij herstructureringen;d) vrijwillig outplacement, vermeld in artikel 1 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr.51 van 10 februari 1992 betreffende outplacement.
Art. 12.De schriftelijke overeenkomst, vermeld in artikel 9, eerste lid, van het decreet van 19 juni 2026, bevat, naast de elementen, vermeld in artikel 9, eerste lid, van het voormelde decreet, al de volgende elementen: 1° de korte omschrijving van de doelstelling van de loopbaanbegeleiding, met de vermelding dat er een voortgangsrapport wordt opgesteld waarvan de aanvrager recht op inzage heeft;2° de plaats en wijze waarop de loopbaanbegeleiding wordt verstrekt, in voorkomend geval de vermelding dat de loopbaanbegeleiding volledig of gedeeltelijk digitaal verloopt;3° de voorwaarden voor de stopzetting van de loopbaanbegeleiding, die al de volgende elementen omvatten: a) het recht van de aanvrager om de loopbaanbegeleiding op elk ogenblik te beëindigen;b) de voorwaarden waaronder de geregistreerde loopbaanbegeleider de begeleiding kan beëindigen;c) de procedure in geval van afwezigheid of annulering door de aanvrager;4° de financiële bepalingen, die al de volgende elementen omvatten: a) de vermelding van de vaste bijdrage die de aanvrager verschuldigd is, vermeld in artikel 27, en de wijze van betaling;b) de bepaling dat geen andere kosten aan de aanvrager worden aangerekend;c) de vergoeding die verschuldigd is in geval van afwezigheid zonder voorafgaande verwittiging;5° de bepalingen over privacy en gegevensbescherming, die al de volgende elementen omvatten: a) de bepaling dat de persoonsgegevens uitsluitend worden verwerkt voor de doeleinden van de loopbaanbegeleiding;b) de verwijzing naar de toepasselijke verwerkersovereenkomst en naar de bewaarplicht van de documenten die in het kader van de loopbaanbegeleiding worden opgesteld, met inbegrip van het voortgangsrapport.
Art. 13.Loopbaanbegeleiding is alleen doelmatig als al de volgende voorwaarden zijn vervuld: 1° de loopbaanbegeleiding wordt ingezet met het oog op de verbetering van het loopbaanperspectief van de aanvrager;2° de loopbaanbegeleiding gaat verder dan tips en tricks aanbieden en is gericht op de ontwikkeling van loopbaancompetenties;3° de loopbaanbegeleiding biedt inzicht in de manier waarop loopbaankeuzes gemaakt worden.Er wordt uitgelegd op welke wijze loopbaanbeslissingen tot stand komen, op welke wijze informatie wordt verzameld en vergeleken en welke cognitieve vertekeningen daarbij een rol kunnen spelen, met als doel dat de aanvrager dat proces begrijpt en actief kan sturen; 4° de loopbaanbegeleiding ondersteunt de aanvrager bij de herkenning en herformulering van overtuigingen die loopbaankeuzes bemoeilijken zoals praktische, psychologische en sociale drempels.De loopbaanbegeleiding ondersteunt de aanvrager bij de ontwikkeling van strategieën om die te overwinnen; 5° de loopbaanbegeleiding omvat oefeningen en analyse, waarbij de aanvrager actief reflecteert over interesses, waarden en vaardigheden en loopbaanopties met elkaar vergelijkt of loopbaanscenario's uitwerkt;6° de loopbaanbegeleiding voorziet in individuele, op maat gemaakte feedback op keuzes, interesses, talenten en mogelijke loopbaanopties, op basis van oefeningen of testresultaten.
Art. 14.De geregistreerde loopbaanbegeleider gebruikt een wetenschappelijk onderbouwde methodiek als vermeld in artikel 10 van het decreet van 19 juni 2026 die voldoet aan al de volgende voorwaarden: 1° de methodiek draagt bij tot de versterking of ontwikkeling van loopbaancompetenties van de aanvrager.De methodiek wordt ingezet met het oog op de verbetering van het loopbaanperspectief van de aanvrager; 2° de methodiek houdt rekening met de arbeidsmarktcontext, de levensfase, en kwetsbaarheid van de aanvrager;3° de methodiek vereist een actieve inbreng en reflectie door de aanvrager, laat de betekenisgeving en interpretatie van de verkregen inzichten primair bij de aanvrager, en respecteert altijd de cognitieve en gedragsmatige autonomie van de aanvrager;4° de methodiek wordt op een ondergeschikte en ondersteunende wijze geïntegreerd binnen het bredere proces van loopbaanbegeleiding en omvat niet de volledige loopbaanbegeleiding of neemt het grootste deel van de begeleidingstijd niet in;5° de methodiek is begrijpelijk en toegankelijk, gedocumenteerd en reproduceerbaar, zodat derden ze kunnen begrijpen, ze kunnen toepassen, evalueren en controleren;6° de toepassing van de methodiek wordt gemonitord;7° de keuze en de toepassing van de methodiek zijn gebaseerd op de integratie van onderzoek, praktijk en context;8° de methodiek is niet uitsluitend gericht op het domein van welzijn, gezondheid of therapeutische hulpverlening;9° De methodiek steunt niet op persoonlijke ervaring, intuïtie, niet-gevalideerde typologieën of commercieel ontwikkelde instrumenten zonder empirische onderbouwing.
Art. 15.Ter uitvoering van artikel 10, derde lid, van het decreet van 19 juni 2026, kan de Vlaamse minister methodieken of technieken uitsluiten als ze niet voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 14 van dit besluit.
Voor de mogelijke uitsluiting van een methodiek of techniek wordt de volgende procedure gevolgd, waarbij de opeenvolgende stappen in de volgende volgorde worden toegepast: 1° de procedure wordt opgestart op initiatief van het departement, op basis van een voornemen tot uitsluiting;2° het departement onderzoekt de methodiek of techniek in kwestie en kan daartoe externe expertise raadplegen;3° het departement stelt een gemotiveerd verslag op;4° de geregistreerde loopbaanbegeleiders in kwestie worden voorafgaandelijk schriftelijk op de hoogte gebracht van het voornemen tot uitsluiting en van de motieven die daaraan ten grondslag liggen. De geregistreerde loopbaanbegeleiders in kwestie krijgen de mogelijkheid om binnen dertig dagen na kennisgeving schriftelijke opmerkingen te formuleren. De ontvangen opmerkingen worden toegevoegd aan het verslag; 5° de Vlaamse minister neemt een beslissing over de uitsluiting van de methodiek en bepaalt de datum van inwerkingtreding van die uitsluiting;6° in voorkomend geval stelt de loopbaanbegeleider beroep in tegen de beslissing, vermeld in artikel 5°
Art.16. De gedragscode, vermeld in artikel 12, eerste lid, 4°, van het decreet van 19 juni 2026, is opgenomen in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd. Afdeling 2. - Loopbaanbegeleider
Art. 17.De Vlaamse minister bepaalt, na advies van de Vlaamse Interuniversitaire Raad, vermeld in artikel II.40 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013 en de Vlaamse Hogescholenraad, vermeld in artikel II.48 van dezelfde codex, welke diploma's in aanmerking komen voor de voorwaarde, vermeld in artikel 12, eerste lid, 1°, van het decreet van 19 juni 2026.
De Vlaamse minister kan gelijkstellingen voor de beroepskwalificatie, vermeld in artikel 12, eerste lid, 2°, van het decreet van 19 juni 2026 bepalen na advies van de Vlaamse Interuniversitaire Raad en de Vlaamse Hogescholenraad, vermeld in het eerste lid.
Art. 18.De loopbaanbegeleider toont de beroepservaring aan via de registratie, vermeld in artikel 19. De loopbaanbegeleider vermeldt al de volgende gegevens: 1° de begin- en einddatum van de periode waarop de beroepservaring betrekking heeft;2° de functietitel;3° een beknopte omschrijving van de uitgeoefende taken en verantwoordelijkheden die relevant zijn voor de domeinen, vermeld in het eerste lid. De dienst kan bijkomende bewijsstukken opvragen als de verstrekte informatie onvoldoende is om de beroepservaring te beoordelen. De loopbaanbegeleider bezorgt de gevraagde bewijsstukken binnen de termijn die de dienst vaststelt.
Art. 19.De loopbaanbegeleider registreert zich via het e-loket ondernemers.
Bij de registratie, vermeld in het eerste lid, vermeldt de loopbaanbegeleider de volgende gegevens: 1° de identificatiegegevens, waaronder INSZ-nummer;2° een e-mailadres en, in voorkomend geval, het telefoonnummer;3° het rekeningnummer voor de uitbetaling van de vergoeding;4° het geografisch werkingsgebied waarin de loopbaanbegeleider actief is;5° het werkadres van waaruit de loopbaanbegeleider de loopbaanbegeleiding aanbiedt;6° in voorkomend geval, het bewijs van de gelijkgestelde beroepskwalificatie;7° het hoogst behaalde diploma;8° de gehanteerde wetenschappelijk onderbouwde methodiek en de motivatie voor de keuze ervan;9° de kosten voor het niet-opdagen, vermeld in artikel 18, eerste lid, van het decreet van 19 juni 2026;10° de expliciete instemming met de gedragscode, vermeld in artikel 16 van dit besluit, en de verbintenis om die na te leven;11° ondernemingsnummer waaraan de aanvraag is gekoppeld.
Art. 20.De dienst beslist over de registratie van de loopbaanbegeleider en brengt de loopbaanbegeleider binnen dertig dagen na de datum van ontvangst van een volledige aanvraag op de hoogte van de beslissing over de registratie.
De kennisgeving, vermeld in het eerste lid, bevat al de volgende elementen: 1° de beslissing om de loopbaanbegeleider al dan niet te registreren;2° de motivering van de beslissing overeenkomstig artikel 2 van de wet van 29 juli 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/07/1991 pub. 18/12/2007 numac 2007001008 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. - Duitse vertaling sluiten betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen;3° de gevolgen van de beslissing;4° de beroepsmogelijkheid.
Art. 21.De dienst deelt een beslissing tot intrekking van registratie, als vermeld in artikel 21 van het decreet van 19 juni 2026, mee aan de loopbaanbegeleider met een aangetekende brief.
De kennisgeving, vermeld in het eerste lid, bevat al de volgende elementen: 1° de beslissing;2° de motivering van de beslissing overeenkomstig artikel 2 van de wet van 29 juli 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/07/1991 pub. 18/12/2007 numac 2007001008 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. - Duitse vertaling sluiten betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen;3° de gevolgen van de beslissing;4° de periode van intrekking;5° de beroepsmogelijkheid. De geregistreerde loopbaanbegeleiders worden opgenomen op de lijst die daarvoor bestemd is. De lijst wordt bekendgemaakt op de website van het departement en wordt beschikbaar gesteld via Mijn Burgerprofiel, vermeld in artikel 5 van het decreet van 19 juni 2026, met het oog op de keuze van een loopbaanbegeleider door de aanvrager.
Art. 22.De geregistreerde loopbaanbegeleider kan diens registratie tijdelijk pauzeren voor een periode van minimaal drie maanden en maximaal twaalf maanden.
Tijdens de pauzeperiode, vermeld in het eerste lid, kan de registratie opnieuw worden geactiveerd via hetzelfde registratiedossier. Als de loopbaanbegeleider de registratie niet heractiveert binnen de termijn, vermeld in het eerste lid, wordt de registratie van rechtswege ingetrokken.
De geregistreerde loopbaanbegeleider kan diens registratie definitief stopzetten. In dat geval is hernieuwde registratie alleen mogelijk als de loopbaanbegeleider een nieuw registratiedossier indient.
HOOFDSTUK 5. - Vergoeding loopbaankrediet
Art. 23.De geregistreerde loopbaanbegeleider ontvangt een vergoeding van de Vlaamse overheid om de loopbaanbegeleiding in het kader van het decreet van 19 juni 2026 uit te voeren.
De vergoeding, vermeld in het eerste lid, bedraagt 83,9 euro per uur loopbaanbegeleiding inclusief btw.
In afwijking van het tweede lid bedraagt de vergoeding, vermeld in het eerste lid, 93,9 euro per uur loopbaanbegeleiding inclusief btw als de aanvrager kortgeschoold is.
De vergoeding, vermeld in het eerste lid, kan niet worden gecumuleerd met andere subsidies of financiering voor dezelfde kosten of voor kosten die volledig of gedeeltelijk overlappen.
Art. 24.De geregistreerde loopbaanbegeleider vraagt uiterlijk dertig dagen na de laatste dag van de loopbaanbegeleiding de vergoeding, vermeld in artikel 23, aan bij de dienst via het e-loket ondernemers.
De aanvraag voor een vergoeding, vermeld in het eerste lid, bevat al de volgende elementen: 1° de bevestiging dat de loopbaanbegeleiding heeft plaatsgevonden;2° de einddatum van de module in kwestie van de loopbaanbegeleiding.
Art. 25.De aanvrager bevestigt via Mijn Burgerprofiel, vermeld in artikel 5 van het decreet van 19 juni 2026, dat de loopbaanbegeleiding heeft plaatsgevonden, uiterlijk binnen zeven dagen nadat de loopbaanbegeleiding is afgelopen.
Als de aanvrager niet bevestigt conform het eerste lid, wordt de loopbaanbegeleiding geacht te hebben plaatsgevonden.
Art. 26.Als de aanvrager bevestigt conform artikel 25, eerste lid, of als de loopbaanbegeleiding geacht wordt te hebben plaatsgevonden conform artikel 25, tweede lid, betaalt de dienst uiterlijk binnen zeven werkdagen de vergoeding, vermeld in artikel 23, uit aan de geregistreerde loopbaanbegeleider.
De vergoeding, vermeld in artikel 23, wordt uitbetaald op het rekeningnummer dat conform artikel 19 is geregistreerd.
Als de geregistreerde loopbaanbegeleider de aanvraag tot vergoeding, vermeld in artikel 24, niet indient binnen dertig dagen nadat de module loopbaanbegeleiding is afgelopen, vervalt het recht op vergoeding.
In geval van betwisting over het plaatsvinden van de loopbaanbegeleiding, neemt de geregistreerde loopbaanbegeleider initiatief om de betwisting onderling met de aanvrager te regelen. Als er geen overeenstemming is, oordeelt de dienst over het recht op vergoeding. De dienst kan daarvoor het voortgangsrapport opvragen en de partijen in kwestie uitnodigen om hun standpunt toe te lichten.
Art. 27.De vaste bijdrage van de aanvrager, vermeld in artikel 17, eerste lid, van het decreet van 19 juni 2026, bedraagt 25 euro per uur loopbaanbegeleiding die wordt aangeboden in het kader van de toepassing van het decreet van 19 juni 2026.
Als de aanvrager kortgeschoold is, bedraagt de vaste bijdrage 15 euro per uur loopbaanbegeleiding.
HOOFDSTUK 6. - Beroepsprocedure
Art. 28.De beroepscommissie, vermeld in artikel 19, eerste lid, van het decreet van 19 juni 2026, wordt opgericht binnen het departement.
De beroepscommissie, vermeld in het eerste lid, oefent haar bevoegdheden onafhankelijk uit van de dienst die bevoegd is voor de registratie van loopbaanbegeleiders.
Art. 29.Als de loopbaanbegeleider een beslissing van de dienst betwist, kan de loopbaanbegeleider, conform artikel 20 van het decreet van 19 juni 2026, op gemotiveerde wijze schriftelijk beroep instellen bij de beroepscommissie, vermeld in artikel 28, binnen dertig dagen na de betekening van de beslissing van de dienst.
Art. 30.De beroepscommissie, vermeld in artikel 28, stelt een huishoudelijk reglement op dat al de volgende aspecten regelt: 1° de wijze van bijeenroeping en beraadslaging;2° de werking en taken van het secretariaat en de voorzitter.
Art. 31.De beroepscommissie, vermeld in artikel 28, is samengesteld uit een voorzitter, een secretaris en minstens twee personeelsleden vanuit het departement die niet betrokken zijn geweest bij de voorbereiding of het nemen van de bestreden beslissing.
Art. 32.Het departement roept de beroepscommissie, vermeld in artikel 28, bijeen als een ontvankelijk beroep is ingediend.
De beroepscommissie neemt een beslissing binnen zestig dagen na de dag waarop ze het beroep heeft ontvangen.
De loopbaanbegeleider dient een verweerdossier in bij de beroepscommissie.
De loopbaanbegeleider kan verzoeken om door de beroepscommissie gehoord te worden alvorens die een beslissing neemt.
De beroepscommissie kan slechts geldig beraadslagen wanneer de voorzitter en de meerderheid van de stemgerechtigde leden aanwezig zijn.
De beroepscommissie beslist bij gewone meerderheid. De voorzitter en secretaris hebben geen stemrecht. Bij staking van de stemmen beslist de voorzitter.
De beslissing wordt binnen zeven dagen vanaf de dag dat de beslissing is genomen, ter kennisgeving naar de loopbaanbegeleider gestuurd. De kennisgeving bevat al de volgende informatie: 1° de beslissing;2° de motivering;3° de gevolgen van de beslissing;4° de datum waarop de beslissing uitwerking zal hebben, namelijk de datum waarop de beslissing is genomen;5° de beroepsmogelijkheid. HOOFDSTUK 7. - Evaluatie
Art. 33.Het departement evalueert de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het stelsel van loopbaankrediet minstens op basis van de volgende indicatoren: 1° het aantal geweigerde, toegekende en opgenomen modules loopbaankrediet;2° het aantal gevolgde uren loopbaanbegeleiding per aanvrager;3° het aantal afgeronde begeleidingstrajecten;4° de doorlooptijd van begeleidingstrajecten;5° het aantal geregistreerde loopbaanbegeleiders dat effectief begeleiding aanbiedt;6° het aantal uitgesloten methodieken als vermeld in artikel 15;7° de evaluatie, die de aanvrager kan invullen na afloop van het loopbaanbegeleidingsproces. HOOFDSTUK 8. - Verwerking van persoonsgegevens
Art. 34.Het departement is de verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in artikel 4, 7), van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), voor de persoonsgegevens, vermeld in artikel 34 van het decreet van 19 juni 2026.
HOOFDSTUK 9. - Wijzigingsbepalingen
Art. 35.In artikel 32, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 december 2018 tot uitvoering van afdeling 6 - toekenning van betaald educatief verlof in het kader van voortdurende vorming van de werknemers - van hoofdstuk IV van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen en tot wijziging van artikel 4 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 mei 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/07/1991 pub. 18/12/2007 numac 2007001008 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. - Duitse vertaling sluiten0 betreffende de loopbaanbegeleiding, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 januari 2025, worden de woorden "een attest van de loopbaanbegeleider met zijn persoonlijke ontwikkelingsplan" vervangen door de zinsnede "het gepersonaliseerd attest, vermeld in artikel 7, § 3, van het decreet van 19 juni 2026 over het stelsel van loopbaankrediet".
Art. 36.In artikel 6, § 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 mei 2019Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/07/1991 pub. 18/12/2007 numac 2007001008 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. - Duitse vertaling sluiten1 betreffende de opleidingscheques voor werknemers, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 26 april 2024, wordt de zinsnede "als vermeld in artikel 4, § 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 mei 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/07/1991 pub. 18/12/2007 numac 2007001008 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. - Duitse vertaling sluiten0 betreffende de loopbaanbegeleiding" vervangen door de zinsnede "als vermeld in artikel 7, § 3, van het decreet van 19 juni 2026 over het stelsel van loopbaankrediet".
Art. 37.In artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 mei 2019Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/07/1991 pub. 18/12/2007 numac 2007001008 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. - Duitse vertaling sluiten2 tot uitvoering van het decreet van 29 maart 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom. 29/03/2019 pub. 25/04/2019 numac 2019011811 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de opleidingscheques voor werknemers, de invoering van een registratieverplichting voor sportmakelaars en tot wijziging van diverse andere bepalingen inzake het beleidsdomein Werk en Sociale Economie type decreet prom. 29/03/2019 pub. 23/04/2019 numac 2019011877 bron vlaamse overheid Decreet betreffende het kwaliteits- en registratiemodel van dienstverleners in het beleidsdomein Werk en Sociale Economie sluiten betreffende het kwaliteits- en registratiemodel van dienstverleners in het beleidsdomein Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie, Landbouw en Sociale Economie wordt punt 14° opgeheven.
HOOFDSTUK 1 0. - Slotbepalingen
Art. 38.artikel 3, § 1, tweede lid, § 2, artikel 5, § 1, eerste lid, tweede lid, 1° tot en met 4°, 7° tot en met 9°, derde lid en vierde lid, § 2, § 3, eerste lid, 1° tot en met 6°, tweede lid, artikel 7 tot en met 9, artikel 18, artikel 20, tweede lid, artikel 32, artikel 33 en artikel 34 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 mei 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/07/1991 pub. 18/12/2007 numac 2007001008 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. - Duitse vertaling sluiten0 betreffende de loopbaanbegeleiding worden opgeheven op 1 januari 2027.
Artikel 1, artikel 2, 4° en 9°, artikel 10, artikel 11 tot en met 13, artikel 15, artikel 22 van hetzelfde besluit worden opgeheven op 1 juli 2027.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 17 mei 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/07/1991 pub. 18/12/2007 numac 2007001008 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. - Duitse vertaling sluiten0 betreffende de loopbaanbegeleiding wordt opgeheven op 1 juli 2028.
Art. 39.De loopbaanbegeleider die in de periode vijf jaar voorafgaand aan 1 januari 2027 minstens 360 uren loopbaanbegeleiding heeft uitgevoerd met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 mei 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/07/1991 pub. 18/12/2007 numac 2007001008 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. - Duitse vertaling sluiten0 betreffende de loopbaanbegeleiding, zoals van kracht op 31 december 2026, en zich registreert vanaf 1 januari 2027 tot en met 31 december 2027, verkrijgt een tijdelijke registratie voor een periode van één jaar vanaf de datum van de registratie.
De tijdelijke registratie, vermeld in het eerste lid, kan jaarlijks worden verlengd tot maximaal vier jaar vanaf de datum van de registratie, als de loopbaanbegeleider aantoont dat die ingeschreven is in een opleiding die leidt tot een diploma als vermeld in artikel 17.
Art. 40.De loopbaanbegeleider die vóór 1 januari 2024 loopbaanbegeleiding heeft uitgevoerd met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 mei 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/07/1991 pub. 18/12/2007 numac 2007001008 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. - Duitse vertaling sluiten0 betreffende de loopbaanbegeleiding, zoals van kracht op 31 december 2026, en uiterlijk op 31 december 2026 een gelijkstelling met een beroepskwalificatie heeft verkregen van de VDAB, voldoet aan de voorwaarde, vermeld in artikel 12, eerste lid, 2°, van het decreet van 19 juni 2026 .
De VDAB aanvaardt de aanvragen tot gelijkstelling met een beroepskwalificatie tot en met 31 december 2026.
Art. 41.§ 1. De VDAB aanvaardt aanvragen voor loopbaancheques op grond van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 mei 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/07/1991 pub. 18/12/2007 numac 2007001008 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. - Duitse vertaling sluiten0 betreffende de loopbaanbegeleiding, zoals van kracht op 31 december 2026, tot en met 15 december 2026.
Voor loopbaancheques waarvoor de eigen bijdrage is betaald en die in 2026 zijn toegekend, neemt uiterlijk op 31 december 2026 een eerste begeleidingsgesprek plaats en heeft de gemandateerde onderneming, vermeld in artikel 2, 1°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 mei 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/07/1991 pub. 18/12/2007 numac 2007001008 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. - Duitse vertaling sluiten0 betreffende de loopbaanbegeleiding, dat gesprek geregistreerd.
Als niet is voldaan aan de voorwaarde, vermeld in het tweede lid, betaalt de VDAB de bijdrage terug die de professioneel actieve persoon heeft betaald.
Met behoud van toepassing van artikel 45, tweede lid, van het decreet van 19 juni 2026 over het stelsel van loopbaankrediet kunnen loopbaancheques waarvoor uiterlijk op 31 december 2026 een eerste begeleidingsgesprek en registratie hebben plaatsgevonden conform het tweede lid, verder gebruikt worden voor loopbaanbegeleiding tot en met 30 juni 2027.
De loopbaancheques, vermeld in het vierde lid, vervallen van rechtswege op 30 juni 2027.
Loopbaancheques die zijn aangevraagd voor 1 november 2025, vervallen van rechtswege op 30 juni 2027. § 2. Als een loopbaancheque die voor 1 januari 2027 is gebruikt, opnieuw beschikbaar wordt in de loop van 2027 door de annulering van de prestaties door de gemandateerde onderneming, betaalt de VDAB de bijdrage terug die de professioneel actieve persoon heeft betaald.
Art. 42.De VDAB blijft bevoegd tot en met 30 juni 2028 om klachten te behandelen over loopbaanbegeleiding die is verstrekt op grond van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 mei 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/07/1991 pub. 18/12/2007 numac 2007001008 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. - Duitse vertaling sluiten0 betreffende de loopbaanbegeleiding, zoals van kracht op 31 december 2026.
De VDAB kan de loopbaanvergoeding van de gemandateerde ondernemingen verminderen of terugvorderen, ook als hun mandaat inmiddels is beëindigd.
Art. 43.De VDAB bezorgt aan het departement de gegevens over het gebruik van loopbaancheques die noodzakelijk zijn om het recht op loopbaankrediet te bepalen conform het decreet van 19 juni 2026 en dit besluit.
Art. 44.Voor de loopbaanbegeleidingen die voor 1 januari 2027 zijn opgestart, blijven de mandaten van kracht tot en met 30 juni 2027.
Art. 45.De VDAB staat in voor de berekening en uitbetaling van de stimuleringsfinanciering waarop de gemandateerde ondernemingen aanspraak kunnen maken in het kader van loopbaanbegeleiding die in 2026 is uitgevoerd conform het besluit van de Vlaamse Regering van 17 mei 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/07/1991 pub. 18/12/2007 numac 2007001008 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. - Duitse vertaling sluiten0 betreffende de loopbaanbegeleiding, zoals van kracht op 31 december 2026.
Art. 46.Gepersonaliseerde attesten die zijn uitgereikt door de gemandateerde ondernemingen in het kader van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 mei 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/07/1991 pub. 18/12/2007 numac 2007001008 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. - Duitse vertaling sluiten0 betreffende de loopbaanbegeleiding, zoals van kracht op 31 december 2026, blijven geldig voor de duur van de opleiding waarvoor ze zijn uitgereikt, met een maximumduur van zes jaar vanaf de dag waarop het attest is bezorgd aan de professioneel actieve persoon.
De gepersonaliseerde attesten die werden uitgereikt overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 17 mei 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/07/1991 pub. 18/12/2007 numac 2007001008 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. - Duitse vertaling sluiten0 en die geldig zijn op de datum van inwerkingtreding van dit besluit, worden voor de toepassing van de regelgeving inzake opleidingscheques en Vlaams opleidingsverlof gelijkgesteld met de gepersonaliseerde attesten bedoeld in artikel 7, § 3, van het decreet van 19 juni 2026, gedurende hun resterende geldigheidsduur.
Art. 47.Het decreet van 19 juni 2026 en dit besluit treden in werking op 1 januari 2027, met uitzondering van artikel 41, § 1, eerste lid dat in werking treedt op 15 december 2026.
Art. 48.De Vlaamse minister, bevoegd voor werk, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 1 oktober 2026.
De minister-president van de Vlaamse Regering, M. DIEPENDAELE De Vlaamse minister van Onderwijs, Justitie en Werk, Z. DEMIR
Bijlage. Gedragscode voor geregistreerde loopbaanbegeleiders als vermeld in artikel 16 1. Deze gedragscode bevat de deontologische en professionele normen die de geregistreerde loopbaanbegeleider naleeft bij het verlenen van loopbaanbegeleiding aan de aanvrager in het kader van het decreet van 19 juni 2026 .2. De geregistreerde loopbaanbegeleider leeft bij de uitvoering van de loopbaanbegeleiding alle toepasselijke regelgeving na, waaronder in het bijzonder: 1° de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming);2° de regelgeving over de gelijke behandeling van mannen en vrouwen ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden, de toegang tot het arbeidsproces, de beroepsopleiding en de promotiekansen voor de toegang tot een zelfstandig beroep;3° de
wet van 30 juli 1981Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
30/07/1981
pub.
20/05/2009
numac
2009000343
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden;4° de
wet van 10 mei 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
10/05/2007
pub.
30/05/2007
numac
2007002099
bron
programmatorische federale overheidsdienst maatschappelijke integratie, armoedebestrijding en sociale economie
Wet ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie
sluiten ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie.3. De geregistreerde loopbaanbegeleider zet zich actief in om een effectieve, doelmatige en kwaliteitsvolle loopbaanbegeleiding aan te bieden en draagt bij aan de versterking en ontwikkeling van de loopbaancompetenties van de aanvrager om diens eigen sociaal netwerk aan te spreken en te verruimen.De geregistreerde loopbaanbegeleider hanteert daarvoor een of meer wetenschappelijk onderbouwde methodieken. 4. De geregistreerde loopbaanbegeleider handelt met de vereiste beroepsbekwaamheid, integriteit en vakkennis en neemt bij de uitvoering van de dienstverlening de hoogste normen van professionele integriteit en ethiek in acht.5. De geregistreerde loopbaanbegeleider houdt diens professionele kennis en vaardigheden actueel en volgt daarvoor op regelmatige basis relevante bijscholing of permanente vorming.6. De geregistreerde loopbaanbegeleider eerbiedigt het beroepsgeheim en waarborgt de vertrouwelijkheid van de in het kader van de loopbaanbegeleiding meegedeelde persoonsgegevens, met inbegrip van de identiteit van de aanvrager.De loopbaanbegeleider maakt die persoonsgegevens niet bekend aan de werkgever van de aanvrager of derden, behalve voor controle en inspectie in het kader van dit decreet. Voor werknemers verstrekt de loopbaanbegeleider de loopbaanbegeleiding buiten de onderneming. 7. De geregistreerde loopbaanbegeleider verwerkt alleen persoonsgegevens als dat noodzakelijk is voor de uitvoering van de loopbaanbegeleiding en overeenkomstig de toepasselijke regelgeving over gegevensbescherming.8. De geregistreerde loopbaanbegeleider legt in het kader van de uitvoering van de loopbaanbegeleiding geen contacten met derden zonder de uitdrukkelijke toestemming van de aanvrager.De aanvrager kan die toestemming pas geven nadat het voor de aanvrager duidelijk is waarom dat contact met derden wordt gelegd en wat ervan wordt verwacht. 9. De geregistreerde loopbaanbegeleider bewaart een passende professionele afstand en vermijdt elke vermenging van professionele en niet-professionele relaties.10. De geregistreerde loopbaanbegeleider biedt geen loopbaanbegeleiding aan diens bloed- of aanverwant tot in de tweede graad, of aan een lid van diens gezin of een persoon die dezelfde verblijfplaats heeft.11. De geregistreerde loopbaanbegeleider oefent de opdracht onafhankelijk uit en voorkomt elke vorm van belangenconflict.De loopbaanbegeleider benadert de aanvrager met respect, empathie en zonder waardeoordeel over de aanvrager en diens loopbaanproject en past het neutraliteitsbeginsel toe. 12. De geregistreerde loopbaanbegeleider zorgt ervoor dat elke aanvrager die de loopbaanbegeleiding gebruikt, van bij de start een duidelijk beeld heeft van inhoud en afbakening of mogelijkheden en beperkingen van loopbaanbegeleiding.13. Bij de aanvang van de loopbaanbegeleiding informeert de geregistreerde loopbaanbegeleider de aanvrager minimaal over: 1° de doelstellingen en aanpak van de loopbaanbegeleiding;2° de verschillende stappen van de loopbaanbegeleiding en de planning;3° de aangeboden diensten en de gebruikte methodieken en technieken;4° de vaste bijdrage, de betalingswijze en het gebruik van loopbaankrediet;5° de rechten van de aanvrager;6° deze gedragscode;7° de klachtenprocedures.14. De geregistreerde loopbaanbegeleider kan naast loopbaanbegeleiding andere diensten of technieken aanbieden.Die worden aangeboden in een correcte context, en ondubbelzinnig en duidelijk onderscheiden en afgebakend van de loopbaanbegeleiding die wordt gefinancierd via het loopbaankrediet. 15. De geregistreerde loopbaanbegeleider onderhoudt met de aanvrager een professionele begeleidingsrelatie, gericht op de ondersteuning en de regulering van gedachten en emoties van de aanvrager met het oog op de begeleidingsdoelstellingen.De geregistreerde loopbaanbegeleider dringt niet verder door in de persoonlijke levenssfeer van de aanvrager dan noodzakelijk is voor de begeleiding. 16. De aanvrager staat centraal in het begeleidingsproces en maakt zelf keuzes over diens (levens)loopbaan.De geregistreerde loopbaanbegeleider communiceert correct naar de aanvrager over de eigen rol in de gehanteerde loopbaanmethodiek. 17. De geregistreerde loopbaanbegeleider beslist niet in de plaats van de aanvrager en dringt geen opties op.18. De geregistreerde loopbaanbegeleider waarborgt het vrijwillige karakter van de deelname aan de loopbaanbegeleiding.19. De geregistreerde loopbaanbegeleider stemt de intensiteit en duur van de begeleiding af op de behoeften van de aanvrager en laat de dienstverlening niet langer duren dan noodzakelijk. Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 19 juni 2026 over het stelsel van loopbaankrediet.
Brussel, 1 oktober 2026.
De minister-president van de Vlaamse Regering, M. DIEPENDAELE De Vlaamse minister van Onderwijs, Justitie en Werk, Z. DEMIR