Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Vlaamse Regering van 30 april 2009
gepubliceerd op 25 juni 2009

Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en tot wijziging van diverse andere besluiten

bron
vlaamse overheid
numac
2009035555
pub.
25/06/2009
prom.
30/04/2009
ELI
eli/besluit/2009/04/30/2009035555/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

30 APRIL 2009. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en tot wijziging van diverse andere besluiten


De Vlaamse Regering, Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, artikel 20 en 87, § 1;

Gelet op de wet op de riviervisserij van 1 juli 1954, artikelen 7 en 8, § 1;

Gelet op de wet van 28 december 1964 betreffende de bestrijding van luchtverontreiniging, artikel 6;

Gelet op de wet van 12 juli 1973 op het natuurbehoud, artikelen 5 en 47;

Gelet op de wet van 18 juli 1973 betreffende de bestrijding van de geluidshinder, artikel 9;

Gelet op het decreet van 24 januari 1984 houdende maatregelen inzake het grondwaterbeheer, artikel 29;

Gelet op het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, artikel 29;

Gelet op de wet van 12 juli 1985 betreffende de bescherming van de mens en van het leefmilieu tegen de schadelijke effecten en de hinder van de niet-ioniserende straling, infrasonen en ultrasonen;

Gelet op het jachtdecreet van 24 juli 1991, artikel 34;

Gelet op het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de artikelen 16.1.1, eerste lid, 10° en tweede lid, 16.1.2, 1°, f) en 5°, 16.3.1, § 1, 1°, 16.3.2, 16.3.8, 16.3.9, § 2, eerste lid, 16.3.10, tweede lid, 16.3.16, eerste lid, 16.3.24, derde lid, 16.4.10, § 5, 16.4.18, § 5, 16.4.20, 16.4.27, derde lid;

Gelet op het decreet betreffende de oppervlaktedelfstoffen van 4 april 2003, artikelen 24, 25, 27, § 2, 29 en 30;

Gelet op het decreet van 21 december 2007 tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake het milieubeleid met een titel XVI « Toezicht, handhaving en veiligheidsmaatregelen », artikelen 45, 3°, 75, 95, 3°, 103, 104, 4°, 123, 139, 140, 1° en 147;

Gelet op het koninklijk besluit van 9 september 1981 betreffende de bescherming van vogels in het Vlaams Gewest;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 28 oktober 1987 betreffende het gebruik van vuurwapens en munitie bij de jacht in het Vlaamse Gewest;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 1991 houdende de vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1991 betreffende de uitoefening van de door het Boswetboek van 19 december 1854 en door het Bosdecreet van 13 juni 1990 aan het Agentschap voor Natuur en Bos opgedragen bevoegdheden;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 2 oktober 1991 tot aanwijzing van ambtenaren van de Vlaamse Regering die overtredingen van de wet van 12 juli 1973 op het natuurbehoud en van de ter uitvoering ervan genomen besluiten vaststellen;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 20 mei 1992 tot uitvoering van de wet van 1 juli 1954 op de riviervisserij;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 1993 betreffende de introductie van niet-inheemse diersoorten;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 26 mei 2000 ter uitvoering van sommige artikelen van het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 16 februari 2001 tot vaststelling van de nadere regels inzake compensatie van ontbossing en ontheffing van het verbod op ontbossing;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 26 maart 2004 houdende regels tot uitvoering van het Oppervlaktedelfstoffendecreet;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 9 maart 2007 tot uitvoering van het decreet van 22 december 2006 houdende de bescherming van water tegen verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en tot wijziging van diverse besluiten;

Gelet op het akkoord van de minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 12 maart 2009;

Gelet op het advies 46.246/3 van de Raad van State, gegeven op 7 april 2009, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur;

Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK I. - Wijzigingen in het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid

Artikel 1.Artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid wordt vervangen door wat volgt : «

Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder : 1° Boswetboek : het Boswetboek van 19 december 1854;2° Jachtwet : de Jachtwet van 28 februari 1882;3° Riviervisserijwet : de wet van 1 juli 1954 op de riviervisserij;4° wet Luchtverontreiniging : de wet van 28 december 1964 betreffende de bestrijding van de luchtverontreiniging;5° wet Oppervlaktewateren : de wet van 26 maart 1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging;6° Natuurbehoudswet : de wet van 12 juli 1973 op het natuurbehoud;7° wet Geluidshinder : de wet van 18 juli 1973 betreffende de bestrijding van de geluidshinder;8° Afvalstoffendecreet : het decreet van 2 juli 1981 betreffende de voorkoming en het beheer van afvalstoffen;9° CITES-wet : de wet van 28 juli 1981 houdende goedkeuring van de overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten, en van de bijlagen, opgemaakt in Washington op 3 maart 1973;10° Grondwaterdecreet : het decreet van 24 januari 1984 houdende maatregelen inzake het grondwaterbeheer;11° Milieuvergunningendecreet : het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning;12° Bosdecreet : het Bosdecreet van 13 juni 1990;13° Jachtdecreet : het Jachtdecreet van 24 juli 1991;14° decreet van 5 april 1995 : het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid;15° Natuurdecreet : het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu;16° Oppervlaktedelfstoffendecreet : het decreet van 4 april 2003 betreffende de oppervlaktedelfstoffen;17° Bodemdecreet : het decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming;18° Mestdecreet : het decreet van 22 december 2006 houdende de bescherming van water tegen de verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen;19° Vlarea : het besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2003 tot vaststelling van het Vlaams reglement inzake afvalvoorkoming en -beheer;20° Vlarebo : het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de bodemsanering en de bodembescherming;21° het Departement : het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie van het Vlaams Ministerie van Leefmilieu, Natuur en Energie;22° de afdeling, bevoegd voor milieuvergunningen : de afdeling Milieuvergunningen van het Departement, vermeld in artikel 10 van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 oktober 2003 tot regeling van de delegatie van beslissingsbevoegdheden aan de hoofden van de departementen van de ministeries;23° de afdeling, bevoegd voor bestuurlijke handhaving : de afdeling Milieuhandhaving, Milieuschade en Crisisbeheer van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie;24° de afdeling, bevoegd voor milieuhandhaving : de afdeling Milieu-inspectie van het Departement, vermeld artikel 10 van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 oktober 2003 tot regeling van de delegatie van beslissingsbevoegdheden aan de hoofden van de departementen van de ministeries;25° de afdeling, bevoegd voor natuurlijke rijkdommen : de afdeling Land- en Bodembescherming, Ondergrond en Natuurlijke Rijkdommen van het Departement, vermeld in artikel 10 van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 oktober 2003 tot regeling van de delegatie van beslissingsbevoegdheden aan de hoofden van de departementen van de ministeries;26° de afdeling, bevoegd voor erkenningen : de afdeling Milieuvergunningen van het Departement, vermeld in artikel 10 van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 oktober 2003 tot regeling van de delegatie van beslissingsbevoegdheden aan de hoofden van de departementen van de ministeries; 27 ° de afdeling, bevoegd voor luchtverontreiniging : de afdeling Lucht, Hinder, Risicobeheer, Milieu & Gezondheid van het Departement, vermeld in artikel 10 van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 oktober 2003 tot regeling van de delegatie van beslissingsbevoegdheden aan de hoofden van de departementen van de ministeries; 28° de afdeling, bevoegd voor het toezicht volksgezondheid : de afdeling Toezicht Volksgezondheid van het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid;29° de afdeling, bevoegd voor het afvalstoffenbeheer : de afdeling Afvalstoffenbeheer van de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij;30° de afdeling, bevoegd voor het bodembeheer : de afdeling Bodembeheer van de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij;31° de afdeling bevoegd voor Interventie, verwijdering en sanering : de afdeling Interventie, Verwijdering en Sanering van de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij;32° de afdeling, bevoegd voor de handhaving van het milieubeheerrecht : de natuurinspectie van de afdeling Natuurinspectie, Administratie en Communicatie van het Agentschap voor Natuur en Bos, en de natuurinspecties van de provinciale diensten van het Agentschap voor Natuur en Bos;33° de afdeling, bevoegd voor het beheer van de bossen en de natuurgebieden van de overheid : de afdeling beheer van het Agentschap voor Natuur en Bos, en de cellen beheer van de provinciale diensten van het Agentschap voor Natuur en Bos;34° de afdeling, bevoegd voor het beleid inzake het milieubeheerrecht : de afdeling Beleid van het Agentschap voor Natuur en Bos, en de cellen Beleidsuitvoering van de provinciale diensten van het Agentschap voor Natuur en Bos;35° de afdeling, bevoegd voor operationeel waterbeheer : de afdeling Operationeel Waterbeheer van de Vlaamse Milieumaatschappij;36° de afdeling, bevoegd voor planning en coördinatie : de afdeling Planning en Coördinatie van het Agentschap Wegen en verkeer;37° de afdeling, bevoegd voor de Zeeschelde : de afdeling Zeeschelde van het agentschap Waterwegen en Zeekanaal;38° de afdeling, bevoegd voor de Boven- Schelde : de afdeling Boven- Schelde van het agentschap Waterwegen en Zeekanaal;39° de afdeling, bevoegd voor zeekanalen : de afdeling Zeekanaal van het agentschap Waterwegen en Zeekanaal;40° de Mestbank : de afdeling Mestbank van de Vlaamse Landmaatschappij, opgericht bij het decreet van 21 december 1988;41° de minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu en het waterbeleid, de landinrichting en het natuurbehoud, en de natuurlijke rijkdommen; 42° de Raad : de Vlaamse Hoge Raad voor de Milieuhandhaving, vermeld in artikel 16.2.2 van het decreet; 43° milieubeheerrecht : het geheel van rechtsregels die gericht zijn op het beheer van het leefmilieu en de natuur, enerzijds, en het natuurbehoud en de bevordering van de biologische en landschappelijke diversiteit, anderzijds, meer bepaald de regelgeving, vermeld in artikel 16.1.1, eerste lid, 2°, 3°, 4°, 7°, 14°, 15° en 16°, van het decreet; 44° referentiemeetmethode : geschreven en publiek toegankelijke werkwijze die voor een bepaalde meting moet worden toegepast.De volgende bepalingen en normen worden in elk geval beschouwd als referentiemeetmethode en worden in geval van onderlinge tegenstrijdigheden toegepast in de hierna vermelde volgorde : a) de toepasselijke bepalingen in de Belgische wetten, decreten en besluiten;b) de Belgische normen uitgegeven door het NBN;c) de normen, uitgevaardigd door het Comité Européen de Normalisation (CEN);d) de normen, uitgevaardigd door de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO);e) de normen, uitgevaardigd door de International Organization for Standardization (ISO).»

Art. 2.Artikel 2 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : «

Art. 2.De bepalingen van het decreet van 5 april 1995, met inbegrip van de uitvoeringsbesluiten ervan, zijn van toepassing op de volgende verordeningen van de Europese Unie, alsook op de door of krachtens die verordeningen uitgevaardigde verordeningen : 1° Verordening (EEG) nr.3626/82 van de Raad van 3 december 1982 betreffende de toepassing in de gemeenschap van de overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten; 2° Verordening (EEG) nr.3254/91 van de Raad van 4 november 1991 houdende een verbod op het gebruik van de wildklem in de gemeenschap en op het binnenbrengen in de gemeenschap van pelzen en producten die vervaardigd zijn van bepaalde in het wild levende diersoorten uit landen waar gebruik wordt gemaakt van de wildklem of andere vangmethoden die niet stroken met de internationale normen voor humane vangst met behulp van vallen; 3° Verordening (EG) nr.2037/2000 van het Europees Parlement en de Raad van 29 juni 2000 betreffende de ozonlaagafbrekende stoffen; 4° Verordening (EG) nr.1774/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 3 oktober 2002 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten; 5° Verordening (EG) nr.850/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de persistente organische verontreinigde stoffen en tot wijziging van Richtlijn 97/117/EEG; 6° Verordening (EG) nr.166/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 18 januari 2006 betreffende de instelling van een Europees register inzake de uitstoot en overbrenging van verontreinigende stoffen en tot wijziging van Richtlijn 91/689/EEG en 96/61/EG van de Raad; 7° Verordening (EG) nr.842/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 inzake bepaalde gefluoreerde broeikasgassen; 8° Verordening (EG) nr.1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen; 9 ° Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie, alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en Richtlijn 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie; 10° Verordening (EG) nr.1418/2007 van de Commissie van 29 november 2007 betreffende de uitvoer, met het oog op terugwinning, van bepaalde afvalstoffen, vermeld in bijlage III of III A bij Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad, naar bepaalde landen waarop het OESO-besluit betreffende het toezicht op de grensoverschrijdende overbrenging van afvalstoffen niet van toepassing is. »

Art. 3.In hetzelfde besluit wordt een hoofdstuk II/1, dat bestaat uit artikel 3/1, ingevoegd dat luidt als volgt : « Hoofdstuk II/1. Gemachtigd ambtenaar

Art. 3/1.De minister wijst de gemachtigde ambtenaren aan, vermeld in artikel 16.1.2,5°, van het decreet. »

Art. 3/1.In artikel 7, § 2, derde lid, van hetzelfde besluit worden de woorden « De leden, vermeld in artikel 16.2.7, § 2, vijfde lid » vervangen door de woorden « De leden en hun plaatsvervangers, vermeld in artikel 16.2.7, § 2, vijfde en zesde lid ».

Art. 3/2.In artikel 11 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden « De forfaitaire jaarlijkse vergoedingen, de presentievergoedingen en de reiskostenvergoedingen » worden vervangen door de woorden « De forfaitaire jaarlijkse vergoedingen en de presentievergoedingen »;2° de woorden « 24 december » worden vervangen door de woorden « 24 december 1993 ».

Art. 4.In artikel 12 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° punt 5 wordt vervangen door wat volgt : « 5° de door de minister aan te stellen personeelsleden van de afdeling, bevoegd voor de handhaving van het milieubeheerrecht;2° punt 5°/1 wordt ingevoegd, dat luidt als volgt : « 5°/1 de door de minister aan te stellen personeelsleden van de afdeling, bevoegd voor het beheer van de bossen en de natuurgebieden van de overheid;3° punt 5°/2 wordt ingevoegd dat luidt als volgt : « 5°/2 de door de minister aan te stellen personeelsleden van de afdeling, bevoegd voor het beleid inzake het milieubeheerrecht;

Art. 4/1.In hetzelfde besluit wordt een artikel 12/1 ingevoegd dat luidt als volgt : «

Art. 12/1.Contractuele personeelsleden die overeenkomstig artikel 16.3.1, § 1, van het decreet van 5 april 1995 worden aangewezen als toezichthouder, leggen, vooraleer ze hun toezichtopdracht kunnen vervullen, voor de vrederechter van het gerechtelijk kanton van hetzij hun woonplaats, hetzij hun standplaats eerst de volgende eed af : « Ik zweer getrouwheid aan de Koning, gehoorzaamheid aan de Grondwet en aan de wetten van het Belgische volk ».

Zij laten de akte van hun aanstelling en van hun beëdiging registreren door de griffie van het vredegerecht waarvoor hun eedaflegging is gebeurd. »

Art. 5.Aan artikel 13 van hetzelfde besluit, waarvan de bestaande tekst § 1 zal vormen, wordt een § 2 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 2. In afwijking van de bepalingen van § 1 kunnen provinciale toezichthouders, gemeentelijke toezichthouders, toezichthouders van intergemeentelijke verenigingen en toezichthouders van politiezones toezicht uitoefenen op de wet geluidshinder en zijn uitvoeringsbesluiten, op de voorwaarde dat zij in het bezit zijn of worden gesteld van het bekwaamheidsbewijs waaruit blijkt dat zij een opleiding hebben genoten of daarvan zijn vrijgesteld zoals bepaald in het besluit van de Vlaamse Regering van 7 november 1984 tot aanwijzing, voor het Vlaamse Gewest, van de ambtenaren die bevoegd zijn voor het opsporen en vaststellen van de inbreuken op de regelen ter bestrijding van de geluidshinder. Deze toezichthouders worden bij de toepassing van de bepalingen van de artikelen 16, 17, 18 en 19 buiten beschouwing gelaten. » Art. 5/1 In artikel 16 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 2 worden de woorden « vermeld in artikel 23 » vervangen door de woorden « vermeld in artikel 34 »;2° in § 3 worden de woorden « vermeld in artikel 23 » vervangen door de woorden « vermeld in artikel 34 ».

Art. 5/2.Artikel 18, § 2, van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. 18, § 2. Contractuele personeelsleden kunnen alleen toezichthouder zijn mits zij hiertoe speciaal zijn beëdigd overeenkomstig artikel 12/1. »

Art. 6.Artikel 20 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : «

Art. 20.De minister kan personeelsleden van de afdeling, bevoegd voor de handhaving van het milieubeheerrecht, aanwijzen als officier van gerechtelijke politie of als officier van gerechtelijke politie, hulpofficier van de procureur des Konings.

De minister kan aan personeelsleden van de afdeling, bevoegd voor milieuhandhaving, de hoedanigheid toekennen van officier van gerechtelijke politie, hulpofficier van de procureur des Konings, voor zover ze niet werden aangewezen als gewestelijke toezichthouders overeenkomstig artikel 12.

De minister kan ook bepalen voor welke wetten en decreten, vermeld in artikel 16.1.1 van het decreet van 5 april 1995, met inbegrip van hun respectieve uitvoeringsbesluiten, de gewestelijke milieuopsporingsambtenaren bevoegd zijn. »

Art. 7.Aan artikel 21 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° In punt 16° worden de woorden « niet van toepassing is.» vervangen door de woorden « niet van toepassing is; »; 2° punt 17° wordt toegevoegd dat luidt als volgt : « 17° het Mestdecreet en de uitvoeringsbesluiten ervan.» 3° punt 18° toegevoegd dat luidt als volgt : « 18° het Oppervlaktedelfstoffendecreet en de uitvoeringsbesluiten ervan.»

Art. 8.In artikel 23 van hetzelfde besluit worden de woorden « en de overige voorwaarden waaraan de erkenninghouder moet voldoen : » vervangen door de woorden « , de overige voorwaarden en verplichtingen waaraan de erkenninghouder moet voldoen : ».

Art. 9.Artikel 24 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : «

Art. 24.De toezichthouders, vermeld in artikel 12, 4°, oefenen het toezicht uit op de toepassing van : 1° het Milieuvergunningendecreet, wat betreft het gevaar voor grondverschuivingen of instortingen bij inrichtingen van klasse 1 en 2 waarvoor de afdeling, bevoegd voor natuurlijke rijkdommen, adviesbevoegdheid heeft volgens Vlarem I, artikel 20;2° het Oppervlaktedelfstoffendecreet en de uitvoeringsbesluiten ervan. »

Art. 10.Artikel 25 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : «

Art. 25.De toezichthouders, vermeld in artikel 12,5°, 12,5°/1, en 12,5°/2 oefenen het toezicht uit op de toepassing van : 1° titel XV van het decreet;2° het Boswetboek;3° de Riviervisserijwet;4° de Jachtwet;5° de Natuurbehoudswet;6° artikel 12 van het Afvalstoffendecreet voor wat betreft de ruimtelijk kwetsbare gebieden, vermeld in artikel 145bis, § 1, vierde lid, van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening;7° de CITES-wet;8° het Bosdecreet;9° het Jachtdecreet;10° het Natuurdecreet;11° de uitvoeringsbesluiten van de wetten en decreten, vermeld in punt 1° tot en met 10°;12° Verordening (EEG) nr.3626/82 van de Raad van 3 december 1982 betreffende de toepassing in de gemeenschap van de overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten; 13° Verordening (EEG) nr.3254/91 van de Raad van 4 november 1991 houdende een verbod op het gebruik van de wildklem in de gemeenschap en op het binnenbrengen in de gemeenschap van pelzen en producten die vervaardigd zijn van bepaalde in het wild levende diersoorten uit landen waar gebruik wordt gemaakt van de wildklem of andere vangmethoden die niet stroken met de internationale normen voor humane vangst met behulp van vallen. »

Art. 11.Artikel 29 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : «

Art. 29.De toezichthouders, vermeld in artikel 12, 10°, oefenen het toezicht uit op de toepassing van : 1° het Mestdecreet en de uitvoeringsbesluiten ervan;2° het Afvalstoffendecreet, wat de aanwending van afvalstoffen als secundaire grondstoffen, als meststof, als bodemverbeterend middel of als bodem betreft;3° Verordening (EG) nr.1774/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 3 oktober 2002 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten, voor meststoffen; 4° Verordening (EG) nr.1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen, voor de in-, door- en uitvoer van dierlijke mest. »

Art. 12.In artikel 34 van hetzelfde besluit wordt een punt 7°/1 ingevoegd, dat luidt als volgt : « 7°/1 het Mestdecreet en de uitvoeringsbesluiten ervan; »

Art. 13.In hetzelfde besluit wordt een artikel 36/1 ingevoegd, dat luidt als volgt : «

Art. 36/1.In afwijking van artikel 36 beschikken de toezichthouders, vermeld in artikel 12,5°/2, alleen over het recht op toegang, vermeld in artikel 16.3.10, eerste lid, 1°, van het decreet, met het oog op de controle van machtigings-, vergunnings- en subsidievoorwaarden en meldingen op grond van de verordeningen, wetten, decreten en besluiten, vermeld in artikel 25. »

Art. 14.Artikel 52 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : «

Art. 52.De toezichthouders overhandigen het deel van het monster dat bestemd is voor de eventuele tegenanalyse, ter plaatse en tegen ontvangstbewijs aan de persoon tegen wie het resultaat van de monsterneming kan worden ingeroepen, aan de exploitant of aan zijn vertegenwoordiger.

Als de persoon tegen wie het resultaat van de monsterneming kan worden ingeroepen, de exploitant of zijn vertegenwoordiger het deel van het monster dat bestemd is voor de eventuele tegenanalyse, niet in ontvangst kan nemen, wordt het gedurende tien werkdagen voor hen ter beschikking gehouden.

Die termijn gaat in op de dag na de datum van de monsterneming.

De toezichthouders die het monster hebben genomen of hebben laten nemen, stellen de persoon tegen wie het resultaat van de monsterneming kan worden ingeroepen, de exploitant of zijn vertegenwoordiger daarvan zo snel mogelijk na de monsterneming in kennis. »

Art. 15.In artikel 53 van hetzelfde besluit wordt het derde lid vervangen door wat volgt : « Een eventuele tegenanalyse wordt uitgevoerd op kosten van de persoon tegen wie het resultaat van de monsterneming kan worden ingeroepen, of op kosten van de exploitant, door een daartoe erkend laboratorium. »

Art. 16.In artikel 58, § 2, derde lid, van hetzelfde besluit worden de woorden « vaststelling van het milieumisdrijf » vervangen door de woorden « opstelling van het proces-verbaal ».

Art. 17.Artikel 61 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : «

Art. 61.De toezichthouders, vermeld in artikel 12,5°, en in artikel 12, 5°/1 melden aan de afdeling, bevoegd voor de handhaving van het milieubeheerrecht, en aan de burgemeester dat er een besluit houdende bestuurlijke maatregelen werd genomen.

De andere toezichthouders dan de toezichthouders, vermeld in het eerste lid, melden schriftelijk aan de provinciegouverneur, aan de burgemeester en aan de afdeling, bevoegd voor milieuhandhaving, dat er een besluit houdende bestuurlijke maatregelen werd genomen.

De provinciegouverneur of zijn plaatsvervanger meldt schriftelijk aan de burgemeester en aan de afdeling, bevoegd voor milieuhandhaving, dat er een besluit houdende bestuurlijke maatregelen werd genomen.

De burgemeester of zijn plaatsvervanger meldt schriftelijk aan de provinciegouverneur en aan de afdeling, bevoegd voor milieuhandhaving, dat er een besluit houdende bestuurlijke maatregelen werd genomen. »

Art. 18.In artikel 63, § 4, van hetzelfde besluit wordt het derde lid vervangen door wat volgt : « De toezichthouders, vermeld in artikel 12,5° en in artikel 12,5°/1 melden aan de afdeling bevoegd voor de handhaving van het milieubeheerrecht, en aan het college van burgemeester en schepenen dat er een beslissing werd genomen. »

Art. 19.Aan artikel 63, § 4, van hetzelfde besluit wordt een vierde en een vijfde lid toegevoegd, die luiden als volgt : « De andere toezichthouders dan de toezichthouders, vermeld in het vorige lid melden schriftelijk aan de deputatie, aan het college van burgemeester en schepenen en aan de afdeling bevoegd voor milieuhandhaving, dat er een beslissing werd genomen.

De toezichthouders bezorgen per aangetekende brief een kopie van de genomen beslissing aan de vermoedelijke overtreder. »

Art. 20.In artikel 68 van hetzelfde besluit worden de woorden « bij het Vlaams ministerie van Leefmilieu, Natuur en Energie » geschrapt.

Art. 21.Aan hetzelfde besluit worden een bijlage XIII, een bijlage XIV, een bijlage XV, een bijlage XVI, een bijlage XVII en een bijlage XVIII toegevoegd, die bij dit besluit zijn gevoegd.

Art. 22.In hetzelfde besluit wordt de bijlage VII vervangen door de bijlage die als bijlage VII bij dit besluit is gevoegd.

Art. 23.In hetzelfde besluit wordt de bijlage VIII vervangen door de bijlage die als bijlage VIII bij dit besluit is gevoegd. HOOFDSTUK II. - Wijzigingen van diverse bepalingen Afdeling I. - Wijzigingen in het koninklijk besluit van 9 september

1981 betreffende de bescherming van vogels in het Vlaamse Gewest

Art. 24.Artikel 10 van het koninklijk besluit van 9 september 1981 betreffende de bescherming van vogels in het Vlaamse Gewest, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 24 mei 1995 en 4 juni 2004, wordt vervangen door wat volgt : «

Art. 10.De minister kan een lijst van deskundigen opstellen waarop de toezichthouders van dit besluit een beroep kunnen doen bij de uitoefening van hun toezichtopdrachten. »

Art. 25.Artikel 12 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 1998, wordt opgeheven. Afdeling II. - Wijziging in het besluit van de Vlaamse Regering van 28

oktober 1987 betreffende het gebruik van vuurwapens en munitie bij de jacht in het Vlaamse Gewest

Art. 26.Artikel 4 van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 oktober 1987 betreffende het gebruik van vuurwapens en munitie bij de jacht in het Vlaamse Gewest wordt opgeheven. Afdeling III. - Wijzigingen in het besluit van de Vlaamse Regering van

6 februari 1991 houdende de vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning

Art. 27.In artikel 40, § 2, 1°, a) van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 1991 houdende de vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning worden de woorden « artikel 58 » vervangen door de woorden « artikel 21 van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid ».

Art. 28.In artikel 47, § 2, van hetzelfde besluit worden de woorden « artikel 58 » vervangen door de woorden « artikel 21 of artikel 34 van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid ».

Art. 29.In artikel 53bis, § 2, 1°, a) van hetzelfde besluit worden de woorden « artikel 58 » vervangen door de woorden « artikel 21 van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid ».

Art. 30.In artikel 53bis, § 2, 2°, a) van hetzelfde besluit worden de woorden « artikel 58 » vervangen door de woorden « artikel 34 van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid ».

Art. 31.In artikel 73 van hetzelfde besluit worden de woorden « artikel 58 » vervangen door de woorden « titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid ». Afdeling IV. - Wijziging in het besluit van de Vlaamse Regering van 31

juli 1991 betreffende de uitoefening van de door het Boswetboek van 19 december 1854 en door het Bosdecreet van 13 juni 1990 aan het Agentschap voor Natuur en Bos opgedragen bevoegdheden

Art. 32.Het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1991 betreffende de uitoefening van de door het Boswetboek van 19 december 1854 en door het Bosdecreet van 13 juni 1990 aan het Agentschap voor Natuur en Bos opgedragen bevoegdheden, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 maart 2008, wordt opgeheven. Afdeling V. - Wijziging in het besluit van de Vlaamse Regering van 2

oktober 1991 tot aanwijzing van ambtenaren van de Vlaamse Regering die overtredingen van de wet van 12 juli 1973 op het natuurbehoud en van de ter uitvoering ervan genomen besluiten opsporen en vaststellen

Art. 33.Het besluit van de Vlaamse Regering van 2 oktober 1991 tot aanwijzing van ambtenaren van de Vlaamse Regering die overtredingen van de wet van 12 juli 1973 op het natuurbehoud en van de ter uitvoering ervan genomen besluiten opsporen en vaststellen, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 maart 2008, wordt opgeheven. Afdeling VI. - Wijzigingen aan het besluit van de Vlaamse Regering van

20 mei 1992 tot uitvoering van de wet van 1 juli 1954 op de riviervisserij

Art. 34.In artikel 8, derde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 mei 1992 tot uitvoering van de wet van 1 juli 1954 op de riviervisserij worden de woorden « en wordt overeenkomstig artikel 7 van de wet van 1 juli 1954 op de riviervisserij bestraft » geschrapt.

Art. 35.In artikel 9, eerste lid, 2°, van hetzelfde besluit worden de woorden « bij toepassing van artikel 13, § 2 » vervangen door de woorden « wegens overtreding van artikel 12, 2° en 3° ». Afdeling VII. - Wijziging in het besluit van de Vlaamse Regering van

21 april 1993 betreffende de introductie in de natuur van niet-inheemse diersoorten

Art. 36.Artikel 5 van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 1993 betreffende de introductie van niet-inheemse diersoorten wordt opgeheven. Afdeling VIII. - Wijzigingen in het besluit van de Vlaamse Regering

van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 januari 2009

Art. 37.In artikel 1.1.2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne worden onder « Definities algemeen » de woorden « toezichthoudende overheid : de overheid en/of de ambtenaar die krachtens dit besluit of krachtens art. 58 van Titel I van het VLAREM bevoegd zijn om toezicht uit te oefenen » vervangen door de woorden : « toezichthoudende overheid : de overheid en/of de ambtenaar die krachtens dit besluit of krachtens titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid bevoegd zijn om toezicht uit te oefenen ».

Art. 38.In artikel 6.1.0.3 van hetzelfde besluit wordt § 2 opgeheven. Afdeling IX. - Wijziging in het besluit van de Vlaamse Regering van 26

mei 2000 ter uitvoering van sommige artikelen van het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen

Art. 39.In het besluit van de Vlaamse Regering van 26 mei 2000 ter uitvoering van sommige artikelen van het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen, worden artikel 53, 54, 55, 56, 57, 58 en 59 opgeheven. Afdeling X. - Wijziging in het besluit van de Vlaamse Regering van 16

februari 2001 tot vaststelling van nadere regels inzake compensatie van ontbossing en ontheffing van het verbod op ontbossing

Art. 40.Artikel 18 van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 februari 2001 tot vaststelling van nadere regels inzake compensatie van ontbossing en ontheffing van het verbod op ontbossing wordt opgeheven. Afdeling XI. - Wijzigingen in het besluit van de Vlaamse Regering van

26 maart 2004 houdende regels tot uitvoering van het Oppervlaktedelfstoffendecreet

Art. 41.In artikel 8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 maart 2004 houdende regels tot uitvoering van het Oppervlaktedelfstoffendecreet worden het tweede en derde lid, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 16 juni 2006 en 7 maart 2008, opgeheven.

Art. 42.In hetzelfde besluit wordt een artikel 10bis ingevoegd, dat luidt als volgt : «

Art. 10bis.Als de vergunninghouder van oordeel is dat voor een bepaald onderzoeksareaal geen certificaat van herkomst moet worden aangevraagd omdat de desbetreffende oppervlaktedelfstoffen onder de toepassing vallen van artikel 27, § 1, tweede lid, van het decreet, moet hij bij de afdeling, bevoegd voor natuurlijke rijkdommen, aantonen dat aan de voorwaarden daarvoor is voldaan.

De vergunninghouder bezorgt de volgende gegevens aan de afdeling, bevoegd voor natuurlijke rijkdommen : 1° de naam van het bedrijf, het ondernemingsnummer, het adres van de maatschappelijke zetel, het adres van de ontginningsplaats, de nummers van de kadastrale percelen in kwestie en de identiteit van de contactpersoon;2° in voorkomend geval, een beschrijving van de behandelingen die de oppervlaktedelfstoffen ondergaan na hun ontginning;3° in voorkomend geval, de methode van transport van de oppervlaktedelfstoffen van de plaats van ontginning naar de plaats van het productieproces, en een lijst van de transporteurs;4° de plaats van het productieproces waarbij de oppervlaktedelfstoffen als grondstof ingezet worden, en een beschrijving van het productieproces.»

Art. 43.In titel III, hoofdstuk II van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 maart 2008, wordt afdeling 6 bestaande uit de artikelen 16, 17 en 18, wordt opgeheven.

Art. 44.Artikel 19 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 maart 2008, wordt opgeheven.

Art. 45.Artikel 20 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 maart 2008, wordt vervangen door wat volgt : «

Art. 20.De afdeling, bevoegd voor natuurlijke rijkdommen, kan in de volgende gevallen tot gedeeltelijke of gehele schorsing of intrekking van het certificaat van herkomst overgaan : 1° als blijkt dat de oppervlaktedelfstoffen niet of niet meer voldoen aan de natuurlijke samenstelling;2° als blijkt dat de aanvrager verkeerde inlichtingen heeft verstrekt in het aanvraagdossier;3° als er onrechtmatig gebruik wordt gemaakt van het certificaat van herkomst.»

Art. 46.In artikel 36, § 1 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 maart 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het tweede lid worden de woorden « met een verklaring van vaststelling » geschrapt;2° in het derde lid worden de woorden « de verklaring van vaststelling » vervangen door de woorden « dit bericht ».

Art. 47.In artikel 39 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juni 2006, worden de woorden « overeenkomstig hoofdstuk II van titel III van dit besluit » geschrapt.

Art. 48.In artikel 41, § 5, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 maart 2008, worden de woorden « en hem wijzen op de sancties zoals voorzien in artikel 29, § 1, 1°, van het decreet » geschrapt. Afdeling XII. - Wijziging in het besluit van de Vlaamse Regering van 9

maart 2007 tot uitvoering van het decreet van 22 december 2006 houdende de bescherming van water tegen verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen

Art. 49.Artikel 15 van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 maart 2007 tot uitvoering van het decreet van 22 december 2006 houdende de bescherming van water tegen de verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen wordt opgeheven. HOOFDSTUK III. - Slotbepalingen

Art. 50.De hoofdstukken III, IV, V, Vbis, VI en VII van titel XVI van het decreet zijn, vanaf de datum van inwerkingtreding van dit besluit, van toepassing op de wetten en decreten, met inbegrip van hun respectievelijke uitvoeringsbesluiten, vermeld in artikel 16.1.1, eerste lid, sub 2°, 3°, 4°, 7°, 11°, 14°, 15°,16°, 17° en 19° van het decreet.

Art. 51.De volgende regelingen treden in werking op datum van publicatie in het Belgisch Staatsblad : 1° het decreet van 30 april 2009 tot wijziging van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en tot wijziging van diverse bepalingen inzake de milieuhandhaving;2° dit besluit. In afwijking van wat in het vorige lid is bepaald, treedt bijlage VIII bij dit besluit in werking op 1 mei 2009.

Art. 52.De Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu en het waterbeleid, de landinrichting en het natuurbehoud, en de natuurlijke rijkdommen is belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 30 april 2009.

De minister-president van de Vlaamse Regering, K. PEETERS De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur, H. CREVITS

Bijlage VII Lijst van de milieu-inbreuken, in uitvoering van de artikelen 16.1.2, 1°, f), en 16.4.27, derde lid, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid

Art. 1.Het niet voldoen aan de hiernavolgende wettelijke verplichtingen als vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, het laatst gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 2008, wordt beschouwd als een milieu-inbreuk :

Artikel

Wettelijke verplichting

1.2.4.1, tweede lid

Deze besluiten dienen door de exploitant ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaren.

1.3.3.1, 3°

De erkende milieudeskundige moet verder over een kwaliteitshandboek beschikken

4.1.4.2

De exploitant houdt de gegevens met betrekking tot de door dit reglement of de milieuvergunning opgelegde meet- en registratieverplichtingen, met inbegrip van de registers en balansen, ter beschikking van de toezichthoudende ambtenaar en bewaart ze gedurende ten minste 5 jaar.

4.1.5.2

Alle documenten en gegevens die in toepassing van dit besluit moeten bezorgd worden aan de overheid moeten tevens ter beschikking worden gesteld van de werknemersvertegenwoordiging in de ondernemingsraad en in het comité voor veiligheid, gezondheid en verfraaiing der werkplaatsen. Bij ontstentenis van deze beide organen worden de documenten en gegevens ter beschikking gesteld van de syndicale delegatie van de onderneming.

4.1.8.1, § 4

Bij de opmaak van het deelformulier « Luchtemissies » en het deelformulier « Wateremissies » van het milieujaarverslag moet er optimaal gebruik worden gemaakt van de resultaten van emissiemetingen die aan de exploitant zijn opgelegd door dit reglement, door de milieuvergunning en/of in het kader van de afvalwaterheffingen.

4.1.8.1, § 5

Het milieujaarverslag wordt ingediend door middel van de volgende deelformulieren van het integrale milieujaarverslag waarvan het model als bijlage I bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 2004 tot invoering van het integrale milieujaarverslag, is gevoegd : 1° inrichtingen als vermeld in § 1, 1°, 2° en 4° het deelformulier « Identificatiegegevens », het deelformulier « Luchtemissies », het relevante gedeelte van het deelformulier « Energiegegevens », deelformulier « Wateremissies », deelformulier « Afvalstoffenmelding voor producenten » en deelformulier « Bodememissies, verontreinigende stoffen uit afval; 2° inrichtingen als vermeld in artikel 4.1.8.1, § 1, 3° : het deelformulier « Identificatiegegevens » en het relevante gedeelte van het deelformulier « Energiegegevens »; 3° afvalwater afgevoerd voor zuivering in een externe afvalwaterzuiveringsinstallatie : het deelformulier « Identificatiegegevens » en het deelformulier « Wateremissies »; 4.1.8.2, § 1

De exploitanten van de categorieën van inrichtingen, bedoeld in artikel 4.1.8.1, zijn gehouden jaarlijks in het jaar dat volgt op het kalenderjaar waarop het jaarverslag betrekking heeft, het milieujaarverslag te sturen naar de administratie, overeenkomstig artikel 2 en 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 2004 tot invoering van het integrale milieujaarverslag en voor de datum die daarin wordt bepaald. De bijlagen bij dat jaarverslag, bedoeld in § 2 van artikel 4.1.8.3, hoeven niet te worden bijgevoegd.

4.1.8.2, § 3

Inrichtingen die nieuw in bedrijf worden genomen, dienen het eerste jaarverslag in in het jaar dat volgt op het eerste volledige kalenderjaar van bedrijvigheid

4.1.8.3, § 1

Het milieujaarverslag vermeld in artikel 4.1.8.2., § 1, bevat de volgende deelformulieren voor zover de inrichting daartoe verplicht wordt volgens de desbetreffende bepalingen van dit besluit : 1° het deelformulier « Identificatiegegevens »;2° het deelformulier « Luchtemissies » en het deelformulier « Wateremissies » : deze deelformulieren bevatten de gegevens weergegeven in het model van het deelformulier « Luchtemissies » en het deelformulier « Wateremissies » van het integrale milieujaarverslag waarvan het model is gevoegd als bijlage I bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 2004 tot invoering van het integrale milieujaarverslag;3° het deelformulier « Energiegegevens » : dit deelformulier bevat gegevens weergegeven in deelformulier « Energiegegevens » van het integrale milieujaarverslag waarvan het model is gevoegd als bijlage I bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 2004 tot invoering van het integrale milieujaarverslag. 4.1.8.3, § 2

Voor zover van toepassing op de inrichting worden de in de vergunningsbesluiten in bijzondere voorwaarden opgelegde rapporten niet gevoegd als bijlage bij het integrale milieujaarverslag, maar wel afzonderlijk verstuurd naar de afdeling, bevoegd voor milieuvergunningen en de andere in de bijzondere voorwaarden genoemde diensten.

4.1.8.3, § 4

Het milieujaarverslag en de bijlagen worden door de exploitant gedurende ten minste 5 jaar bewaard en ter beschikking gehouden van de toezichthoudende ambtenaren.

4.1.9.1.3, § 3

De milieucoördinator stelt ten behoeve van de bedrijfsleiding en, in voorkomend geval, ten behoeve van de ondernemingsraad en het comité voor preventie en bescherming op het werk, of bij ontstentenis van deze organen, van de vakbondsafvaardiging jaarlijks een verslag op over de wijze waarop hij zijn opdracht heeft vervuld. Dit verslag bevat onder meer een overzicht van de door hem uitgebrachte adviezen en het gevolg dat eraan werd gegeven. Het verslag wordt ten minste gedurende vijf kalenderjaren volgend op het kalenderjaar waarop de gegevens betrekking hebben ter inzage gehouden van de afdeling Milieuvergunningen alsook van de toezichthoudende overheid.

4.1.9.2.6, § 1

De volgende elementen van de in artikel 4.1.9.2.4. bedoelde milieuaudit moeten, binnen een termijn van 30 kalenderdagen na de validatie van de milieuaudit, worden meegedeeld : 1° aan de afdeling, bevoegd voor milieuvergunningen : de elementen bedoeld sub 1° tot en met sub 8° van § 2; 2° aan de Vlaamse Milieumaatschappij : de elementen bedoeld sub 1° tot en met sub 4° van § 2.

4.1.9.2.6, § 2

De gevalideerde milieuaudit moet door de exploitant gedurende ten minste 5 jaar bewaard worden en ter beschikking gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.

4.1.9.3.1, § 1

1° De exploitant moet aan de leden van het comité voor preventie en bescherming op het werk bezorgen : a) vóór 1 april van het jaar volgend op het kalenderjaar waarop het betrekking heeft, afschrift van het milieujaarverslag bedoeld in artikel 4.1.8.2. van dit reglement; b) in voorkomend geval, een afschrift van de gevalideerde milieuverklaring als bedoeld in artikel 4.1.9.2.3. van dit reglement; c) in voorkomend geval, een afschrift van de gevalideerde milieuaudit als bedoeld in artikel 4.1.9.2.5. van dit reglement; 2° De exploitant moet ter beschikking stellen van het comité voor preventie en bescherming op het werk : a) vóór 1 april van het jaar volgend op het kalenderjaar waarop het betrekking heeft, het afschrift van de bijlagen bij het milieujaarverslag bedoeld in artikel 4.1.8.2. van dit reglement; b) alle al dan niet door de milieureglementering opgelegde inlichtingen, verslagen, adviezen en documenten die verband houden met het milieu en/of de externe veiligheid; inzonderheid geldt dit voor de inlichtingen, verslagen, adviezen en documenten die de eigen onderneming met toepassing van de milieureglementering aan de overheid dient te verschaffen of ter inzage dient te houden;

4.1.9.3.1, § 2

De milieucoördinator bezorgt aan het comité voor preventie en bescherming op het werk : 1° voor 1 april van het jaar volgend op het kalenderjaar waarop het betrekking heeft, het jaarverslag over de wijze waarop hij zijn opdracht heeft vervuld, dit overeenkomstig artikel 4.1.9.1.3., § 3 van dit reglement; 2° een afschrift van zijn adviezen bedoeld in § 2 van artikel 4.1.9.1.3. van dit reglement.

4.2.5.2.1, § 4

De exploitant moet de resultaten van de uitgevoerde metingen bijhouden in een meetdossier dat steeds ter inzage van de toezichthoudende ambtenaren ligt.

4.2.5.3.1, § 4

De exploitant moet de resultaten van de uitgevoerde metingen bijhouden in een meetdossier dat steeds ter inzage van de toezichthoudende ambtenaren ligt.

4.2.5.4.2, § 2

De exploitant moet de resultaten van de uitgevoerde metingen bijhouden in een meetdossier dat steeds ter inzage van de toezichthoudende ambtenaren ligt.

4.3.2.2, § 3, derde lid, eerste zin

De afdeling, bevoegd voor milieuhandhaving dient tenminste 10 dagen vóór de aanvang van de werken in kennis gesteld van de aanleg van de in het eerste lid bedoelde meetputten.

4.3.2.2, § 3, derde lid, laatste zin

De exploitant moet een technische steekkaart, opgemaakt of geattesteerd door de aannemer die de meetputten heeft aangelegd, en die alle technische gegevens in verband met de constructie en de uitgevoerde testpomping bevat, ter beschikking houden van de toezichthoudende ambtenaar.

4.3.2.3, § 3

In het in § 1 bedoelde geval dient de exploitant de resultaten van de uitgevoerde metingen bij te houden in een meetdossier dat steeds ter inzage dient gehouden van de toezichthoudende ambtenaren.

4.4.2.4

en deze ter beschikking te houden van de toezichthoudende ambtenaar.

4.4.2.5

en deze ter beschikking te houden van de toezichthoudende ambtenaar

4.9.2, § 1

Dit plan wordt op de inrichting ter inzage gehouden van de toezichthoudende diensten

4.10.1.4., § 1

De exploitant van een BKG-inrichting zorgt voor de bewaking van de CO2-emissies van de BKG-inrichting in kwestie. De bewaking van CO2-emissies wordt uitgevoerd volgens een door het bedrijf opgesteld monitoringplan. De exploitant van een BKG-inrichting moet in bezit zijn van een door het verificatiebureau voor deze BKG-inrichting geverifieerd en door de afdeling bevoegd voor luchtverontreiniging goedgekeurd monitoringplan.

4.10.1.4., § 2

Als startend monitoringplan geldt het monitoringplan dat bij de milieuvergunningsaanvraag of de mededeling kleine verandering is gevoegd. Elke latere actualisering of wijziging van het voormelde monitoringplan moet geverifieerd worden door het verificatiebureau, en moet door de afdeling bevoegd voor luchtverontreiniging worden goedgekeurd. Om de verificatie en goedkeuring te verkrijgen, moet de exploitant de actualisering of wijziging indienen bij het verificatiebureau.

4.10.1.5, § 1

Met ingang van 1 januari 2006 stelt de exploitant van een BKG-inrichting jaarlijks een CO2-emissiejaarrapport op over de CO2-emissies van de BKG-inrichting in het voorgaande kalenderjaar. Het CO2-emissiejaarrapport bevat een verslag van de totale CO2-emissies van de betreffende BKG-inrichting

4.10.1.5, § 2

Elk CO2-emissiejaarrapport dient ten minste het volgende te bevatten : 1°gegevens ter identificatie van de BKG-inrichting, waaronder : a) de naam van de BKG-inrichting; b) adres van de BKG-inrichting, met postcode en land; c) het nummer van de rubriek in Bijlage I van Titel I van het VLAREM waaronder de BKG-inrichting werd ingedeeld; d) adres, telefoon-, fax- en e-mailgegevens van een contactpersoon e) de naam van de exploitant van de BKG-inrichting en van een eventuele moedermaatschappij. 2° voor elke BKG-inrichting waarvoor de emissies worden berekend : a) activiteitsgegevens (gebruikte brandstof, gebruikte grondstof, enz.); b) emissiefactoren; c) oxidatiefactoren; d) totale emissies;e) onzekerheid. 3°Voor elke BKG-inrichting waarvoor de emissies worden gemeten : a) de totale emissies; b) informatie over de betrouwbaarheid van de meetmethoden; c) onzekerheid. 4°Voor de emissies als gevolg van verbranding ten behoeve van energieproductie wordt in het verslag ook de oxidatiefactor vermeld, tenzij bij de uitwerking van een voor de activiteit specifieke emissiefactor al met de oxidatie rekening werd gehouden.

4.10.1.5, § 3

Het CO2-emissierapport wordt opgesteld volgens methode en de bepalingen beschreven in het voor de BKG-inrichting gevalideerde monitoring protocol.

4.10.1.5, § 4

De exploitant van een BKG-inrichting bezorgt het CO2-emissiejaarrapport, bij wijze van een aangetekend schrijven of bij wijze van een levering met ontvangstbewijs, uiterlijk op 1 februari van het lopende jaar aan het verificatiebureau.

5.4.1.4, § 1

De exploitant van een inrichting waarin de pigmenten, verven of andere bedekkingsmiddelen zoals bedoeld in artikel 5.4.1.3., § 2 worden geproduceerd, gebruikt en/of opgeslagen, dient een register bij te houden waarin tenminste de volgende gegevens zijn vermeld : 1° gegevens omtrent de vervaardigde, respectievelijk in de inrichting binnengekomen produkten : per soort van de pigmenten, verven of andere bedekkingsmiddelen zoals bedoeld in artikel 5.4.1.3., § 2, de hoeveelheid, uitgedrukt in kg of ton, die in de inrichting wordt geproduceerd, respectievelijk binnengebracht; 2° gegevens omtrent de opslag : per soort van de pigmenten, verven of andere bedekkingsmiddelen zoals bedoeld in artikel 5.4.1.3., § 2, de aanduiding van de plaats samen met de hoeveelheid, uitgedrukt in kg of ton, waar deze produkten in de inrichting zijn opgeslagen; 3° gegevens omtrent de afvoer uit de inrichting : per soort van de pigmenten, verven of andere bedekkingsmiddelen zoals bedoeld in artikel 5.4.1.3., § 2 : a) de in de inrichting zelf verwerkte hoeveelheid; b) de naam van degene aan wie het produkt werd geleverd, de leveringsdatum, het nummer van de factuur en de geleverde hoeveelheid.

5.4.1.4, § 2

Het in § 1 bedoelde register wordt ter plaatse ter beschikking gehouden van de toezichthoudende ambtenaar en dit gedurende een periode van tenminste 3 jaar.

5.4.3.2.3, § 4

Voor elke spuitcabine houdt de exploitant een verslag ter beschikking van de toezichthoudende overheid,

5.4.3.2.3, § 4, tweede lid

De exploitant bezorgt een afschrift van dit verslag aan de toezichthoudende overheid als die daarom verzoekt.

5.9.2.1.bis § 2

Dit attest wordt ter inzage gehouden van de toezichthoudende overheid.

5.9.2.3, § 6

Deze studie wordt ter beschikking gehouden van de toezichthoudende overheid.

5.9.7.1, § 3

De uitvoeringsplannen en de boorverslagen van de onder vorige §§ 1 en 2 bedoelde waarnemingsbuizen of controle-inrichtingen worden ter beschikking gesteld van de Afdeling, bevoegd voor milieuvergunningen..

5.9.11.1

De exploitant houdt een register bij zoals bedoeld in artikel 10 (Register van dierlijke mestproductie) en 11 (Register van afzet van de nutriënten P2O5 en N uit meststoffen) van het besluit van 26 mei 2000 ter uitvoering van sommige artikelen van het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen.

5.16.3.3, § 2, 1°

De exploitant houdt een attest ter beschikking van de toezichthoudende ambtenaar dat is opgesteld door de constructeur of een milieudeskundige, erkend in de discipline toestellen en installaties onder druk en/of in de discipline houders voor gassen of gevaarlijke stoffen,

5.16.3.3, § 3, 2°

De resultaten van deze onderzoeken worden ingeschreven in een register dat ter inzage is van de toezichthoudende ambtenaar.

5.16.3.3, § 7, 3°

Zowel een gedetailleerde beschrijving als de resultaten en bevindingen van die controles moeten onder vermelding van datum in het logboek worden geregistreerd.

5.16.3.3, § 8, 2°

De beheerder van een koelinstallatie moet een installatiegebonden logboek bijhouden dat zich in de nabijheid van de koelinstallatie bevindt. Dat logboek kan ook geheel of gedeeltelijk uit een computerbestand bestaan. In dat logboek wordt, onder vermelding van datum, ten minste bijgehouden : a) de datum van ingebruikname van de koelinstallatie met vermelding van type koelmiddel en de nominale koelmiddelinhoud; b) de aard van controle-, onderhouds-, herstel- en installatiewerkzaamheden die aan een koelinstallatie worden verricht; c) alle storingen en alarmeringen met betrekking tot de koelinstallatie die mogelijk aanleiding kunnen geven tot lekverliezen;d) de hoeveelheid en het soort (nieuw, hergebruikt, gerecycleerd of geregenereerd) koelmiddel dat aan een koelinstallatie wordt toegevoegd;e) de hoeveelheid koelmiddel die uit een koelinstallatie wordt afgetapt en de hoeveelheid koelmiddel die is afgevoerd, met vermelding van datum, vervoerder en bestemming; f) een beschrijving en de resultaten van de lekdichtheidscontroles; g) de persoon die werkzaamheden en waarnemingen heeft verricht als genoemd onder a) tot en met f) en, indien van toepassing, de naam van de onderneming waarbij de persoon in dienst is; h) indien van toepassing, een attest dat is afgegeven door de onder g) bedoelde persoon met betrekking tot de door hem verrichte handelingen; i) significante periodes van buitenbedrijfstelling.

5.16.3.3, § 8, 3°

Om controle over de toegevoegde en afgetapte koelmiddelen mogelijk te maken, moet de exploitant de volgende documenten ter beschikking van de toezichthoudende ambtenaar houden : a) de facturen met betrekking tot de aangekochte hoeveelheden koelmiddelen; b) het in sub 2° bedoelde logboek.

5.16.4.1.3, § 3, 1°

De testresultaten worden genoteerd in een notitieboek dat ter beschikking wordt gehouden van de toezichthoudende ambtenaar alsmede van de erkende milieudeskundige belast met de in sub 2° vermelde controles.

5.16.4.1.3, § 3, 2°, derde lid

Het voormelde controleverslag wordt ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.

5.16.4.3.6, § 3,

die ter inzage worden gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.

5.16.6.11, § 9

De exploitant houdt dit attest ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar.

5.16.6.16, tweede lid

De exploitant houdt het attest van goedkeuring van de houder en het verslag van onderzoek ter beschikking van de burgemeester en van de toezichthoudende ambtenaar.

5.16.6.17, 4°

De exploitant houdt het eventuele attest van goedkeuring van de houder en het verslag van onderzoek ter beschikking van de burgemeester en van de toezichthoudende ambtenaar.

5.16.7.8, § 1

De exploitant houdt de resultaten van de door dit reglement voorgeschreven metingen, keuringen en controles van de installatie ter inzage van de toezichthoudende overheid en dit ten minste tot de resultaten van de eerstvolgende meting, keuring of controle van de inrichting beschikbaar zijn.

5.17.1.4, § 2, tweede lid

Dit attest wordt ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar. Een kopie van het attest wordt door de exploitant bezorgd aan de afdeling, bevoegd voor milieuvergunningen.

5.17.1.11, § 1

Onverminderd de verplichtingen uit artikel 7 van Titel I van het Vlarem dient de exploitant van een in klasse 1 ingedeelde inrichting, een register of een alternatieve informatiedrager bij te houden waarin, per hoofdeigenschap, ten minste de aard en hoeveelheden van de opgeslagen gevaarlijke producten worden vermeld. Deze gegevens dienen zo opgeslagen te worden dat het mogelijk is om op elk ogenblik de in het bedrijf aanwezige hoeveelheden gevaarlijke producten te bepalen.

5.17.1.11, § 2

Het in § 1 bedoelde register of de alternatieve informatiedrager wordt ter plaatse ter beschikking gehouden van de toezichthoudende ambtenaar en dit gedurende een periode van ten minste 1 maand.

5.17.1.15, § 1

Vooraleer aan een houder die P1- en/of P2-producten heeft bevat herstellingen of inwendige onderzoeken uit te voeren, dient de inrichting te beschikken over een door de exploitant of het diensthoofd Preventie en Bescherming geviseerde procedure om dergelijke werkzaamheden uit te voeren. De procedure moet inhouden dat de houder moet worden gereinigd volgens een reinigingsmethode die zowel op gebied van brand- en explosiebeveiliging, als op gebied van milieubescherming voldoende waarborgen biedt.

5.17.1.20

Hij houdt de bedoelde attesten steeds ter beschikking van de toezichthoudende ambtenaar.

5.17.2.4, § 1, 4°,tweede lid

dit attest wordt ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar; een kopie van het attest wordt door de exploitant bezorgd aan de afdeling, bevoegd voor milieuvergunningen.

5.17.2.5, § 1, 4°, tweede lid

dit attest wordt ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar; een kopie van het attest wordt door de exploitant bezorgd aan de afdeling, bevoegd voor milieuvergunningen.

5.17.3.12, § 1, vijfde lid

De uitvoeringsplans en de boorverslagen dienen ter inzage te zijn van de toezichthoudende ambtenaar.

5.17.4.1.3, § 4

Dit verslag moet worden gestuurd naar de afdeling, bevoegd voor milieuvergunningen, de afdeling, bevoegd voor milieuhandhaving en de Vlaamse Milieumaatschappij.

5.17.4.1.5

De exploitant dient een register bij te houden waarin de doorzetgegevens worden vermeld. Dit register is ter beschikking van de toezichthoudende ambtenaren.

5.17.4.1.6

De exploitant van een dampterugwinningsinstallatie dient een register bij te houden waarin elke periode van buitengebruikstelling van deze installatie nauwkeurig wordt vermeld, alsmede de reden daarvan en de getroffen maatregelen. Dit register ligt ter inzage op de plaats van exploitatie.

5.17.4.2.1, § 2

Indien de benzinedoorzet 100 m3/jaar of minder bedraagt, houdt de exploitant een bewijs daarvan ter beschikking van de toezichthoudende ambtenaar.

5.17.4.2.5, § 1

Binnen 3 maand na de datum van de indienstname van het fase 2 damprecuperatiesysteem moeten de volgende gegevens doorgegeven worden aan de afdeling, bevoegd voor milieuvergunningen : 1° Naam en adres van de houder van de vergunning(en) (exploitant);2° Referentie(s) van de lopende vergunning(en);3° Aantal verdeelzuilen, pompen en vulpistolen voor benzine;4° Type fase 2 damprecuperatiesysteem;5° Datum van indienstname van het systeem;6° Kopie van certificaat van het systeem;7° Efficiëntie, gemeten tijdens de initiële controle bij de oplevering van het systeem;8° Orde van grootte van de doorzet (al dan niet groter dan 500 m3/jaar). 5.17.4.2.5, § 2

De exploitant moet een kopie van de in § 1 bepaalde gegevens en het bewijs van de melding ervan aan de afdeling, bevoegd voor milieuvergunningen ter inzage houden van de toezichthoudende ambtenaar. De exploitant moet vanaf 3 maanden na datum van de indienstname van het fase 2 damprecuperatiesysteem de nodige gegevens in verband met de gemeten doorzet en de orde van grootte van de verwachte doorzet ter inzage houden van de toezichthoudende ambtenaar.

5.18.1.1, § 4

De exploitant houdt een afschrift van de vergunningsbesluiten en de bijhorende plannen waarop de vergunde kadastrale percelen duidelijk zijn aangegeven, ter inzage van de toezichthoudende ambtenaren.

5.18.1.1, § 5

De naam van deze verantwoordelijke persoon wordt door de vergunninghouder aan de afdeling, bevoegd voor milieuhandhaving alsmede aan de afdeling, bevoegd voor natuurlijke rijkdommen schriftelijk meegedeeld.

5.18.1.2, § 4

De vergunninghouder is ertoe gehouden een voortgangsrapport op te stellen zoals bepaald in het besluit van de Vlaamse regering houdende regels tot uitvoering van het oppervlaktedelfstoffendecreet

5.18.2.1, § 1

De exploitant deelt datum en uur waarop tot deze afpaling wordt overgegaan uiterlijk zeven kalenderdagen vooraf mee aan de afdeling, bevoegd voor milieuhandhaving alsmede aan de afdeling, bevoegd voor natuurlijke rijkdommen.

5.19.2.3.3, 3°

de exploitant houdt ter beschikking van de toezichthoudende ambtenaren, een attest

5.19.2.3.4, § 3, derde lid

De exploitant houdt een controleprogramma ter beschikking van de met het toezicht belaste ambtenaar.

5.19.2.3.4, § 4

De data van de in § 3 bedoelde controles, de meetresultaten en andere vaststellingen alsmede de eventueel uitgevoerde herstellingen of wijzigingen aan de installaties, worden in een register ingeschreven dat, samen met de controleverslagen, ter beschikking gehouden wordt van de toezichthoudende ambtenaar.

5.20.2.8, § 3

Iedere verandering van brandstof, van het zwavelgehalte van de vloeibare brandstof, en van de uren van buitengebruikstelling worden ingeschreven in een register, dat de exploitant ter beschikking houdt van de toezichthoudende overheid.

5.20.3.9

In een bedrijfshandleiding moeten maatregelen tot emissievermindering bij het cokesovenbedrijf worden vastgelegd, met name voor : 1° het afdichten van de openingen;2° het waarborgen dat alleen geheel vercookst materiaal wordt uitgedrukt;3° het vermijden van het in de atmosfeer terechtkomen van onverbrande gassen. 5.28.2.3, § 7, tweede lid

De exploitant zendt een afschrift van de analyseresultaten aan de afdeling, bevoegd voor milieuhandhaving en in voorkomend geval aan de exploitant van de te beschermen waterwinning.

5.28.3.2.1, § 1

De exploitant deelt de naam van de bevoegde afgevaardigde schriftelijk mee aan de toezichthoudende overheid.

5.28.3.2.3, § 1

De exploitant houdt een register bij. Tenzij anders bepaald in de milieuvergunning noteert de exploitant in dit register ten minste : 1° gegevens over de aangevoerde dierlijke mest : a) het volgnummer, de datum en het uur van de aanvoer van de dierlijke mest; b) de aard van de dierlijke mest (diersoort, type(droge mest, stalmest, mengmest...), drogestofgehalte); c) de herkomst (producent) van de dierlijke mest;d) de vervoerder van de dierlijke mest en de wijze van vervoer met vermelding van het documentnummer van het mestafzetdocument of overdrachtsdocument dat het transport vergezelt;e) de hoeveelheid (massa en volume) van de dierlijke mest met vermelding van de referenties van de eventuele weegbon;f) de gehalten aan stikstof en P2O5;g) in voorkomend geval de opmerkingen over de dierlijke mest en de aanvoer.2° gegevens over de eventueel afgevoerde onbewerkte of onverwerkte dierlijke mest : a) het volgnummer, de datum en het uur van de afvoer van de dierlijke mest; b) de aard van de onverwerkte dierlijke mest (diersoort, type(droge mest, stalmest, mengmest...), drogestofgehalte,); c) de bestemming van de dierlijke mest;d) de vervoerder van de dierlijke mest en de wijze van vervoer met vermelding van het documentnummer van het mestafzetdocument of overdrachtsdocument dat het transport vergezelt;e) de hoeveelheid (massa en volume) van de dierlijke mest met vermelding van de referenties van de eventuele weegbon;f) de gehalten aan stikstof en P2O5;g) in voorkomend geval de opmerkingen over de dierlijke mest en de afvoer.3° gegevens over de afvoer van de afgewerkte producten (al of niet voor nuttige toepassing) : a) het volgnummer, de datum en het uur van de afvoer van afgewerkte producten;b) de aard van de afgewerkte producten;c) de bestemming van de afgewerkte producten;d) de vervoerder van de afgewerkte producten en de wijze van vervoer met vermelding van de referenties van het mestafzetdocument of overdrachtsdocument;e) de hoeveelheid (massa en volume) van de afgewerkte producten met vermelding van de referenties van de eventuele weegbon;f) de gehalten aan stikstof en P2O5;4° gegevens over de aangevoerde doch geweigerde dierlijke mest : a) het volgnummer, de datum en het uur van de aanvoer van de dierlijke mest; b) de aard van de dierlijke mest (diersoort, type(droge mest, stalmest, mengmest...), drogestofgehalte); c) de herkomst (producent) van de dierlijke mest;d) de vervoerder van de dierlijke mest en de wijze van vervoer met vermelding van het documentnummer van het mestafzetdocument of overdrachtsdocument dat het transport vergezelt;e) de hoeveelheid (massa en volume) van de dierlijke mest met vermelding van de referenties van de eventuele weegbon;f) de gehalten aan stikstof en P2O5;g) de reden van de weigering en opmerkingen over de dierlijke mest en de aanvoer;5° de ondervonden moeilijkheden en storingen, waarnemingen, metingen en andere inlichtingen betreffende de uitbating van de inrichting.6° gegevens over de aanvoer van andere (grond)stoffen : a.het volgnummer, de datum en het uur van de aanvoer van de andere (grond)stoffen; b) de aard van de andere (grond)stoffen;c) de herkomst van de andere (grond)stoffen;d) de hoeveelheid (massa en volume) van andere (grond)stoffen met vermelding van de referenties van de eventuele weegbon;e) de gehalten aan P2O5 en stikstof; 5.28.3.2.3, § 2

De luiken D (bewijs van ontvangst) van het mestafzetdocument of overdrachtsdocument die betrekking hebben op de aangevoerde dierlijke mest, moeten samen met het register bewaard worden. Hetzelfde geldt voor de luiken C (bewijs van afzet) van het mestafzetdocument of overdrachtsdocument die betrekking hebben de afgevoerde onbewerkte of onverwerkte dierlijke mest.

5.28.3.2.3, § 3

Het register, bedoeld in § 1, alsook de luiken, bedoeld in § 2, liggen ter inzage van de toezichthoudende ambtenaren alsook van de ambtenaren van de afdeling Mestbank van de Vlaamse Landmaatschappij.

5.28.3.2.4, § 1

De hoeveelheid aangevoerde, verwerkte en afgevoerde dierlijke mest en de hoeveelheid aangevoerde andere (grond)stoffen moeten in het register, bedoeld in artikel 5.28.3.2.3, worden getotaliseerd respectievelijk per dag, per maand en per kalenderjaar en dit voor wat betreft de dierlijke mest per type. Op eenvoudig verzoek worden deze gegevens meegedeeld aan de afdeling Mestbank van de Vlaamse Landmaatschappij. De hoeveelheid aangevoerde dierlijke mest wordt eveneens getotaliseerd per Mestbanknummer per kalenderjaar.

5.28.3.2.4, § 2, derde lid

De hierboven bedoelde nutriëntenbalansen dienen jaarlijks te worden doorgestuurd naar de afdeling Mestbank van de Vlaamse Landmaatschappij voor 15 maart van het jaar volgend op het jaar waarop de balans betrekking heeft.

5.29.0.6, § 1, 3°, derde lid

Het tijdstip en uitvoerder van de metingen worden uiterlijk 72 uur voor de aanvang van de metingen per faxbericht gemeld aan de toezichthoudende overheid.

5.31.1.4, § 3

De meet- of berekeningsresultaten moeten ter inzage gehouden worden van de toezichthoudende ambtenaren.

5.31.2.3

en die gegevens ter beschikking houden van de toezichthoudende overheid.

5.32.2.3, § 1, 4°, derde lid

De vergunningverlenende overheid en de toezichthoudende ambtenaar worden door de exploitant schriftelijk in kennis gesteld van de voorziene saneringsmaatregelen.

5.32.2.3, § 3

De in de §§ 1 en 2 van dit artikel bedoelde onderzoeksverslagen zijn aanwezig in de inrichting. Zij zijn ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar.

5.32.2.4, § 1, tweede lid

Een attest, afgeleverd door een deskundige, de leverancier of de installateur, dient door de exploitant bijgehouden in het veiligheidsdossier dat ter inzage wordt gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.

5.32.2.4, § 2

De desbetreffende keuringsattesten worden door de exploitant bijgehouden in het veiligheidsdossier dat ter inzage wordt gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.

5.32.2.5, § 4

De attesten met datum en uitslag van deze controle moeten bij het veiligheidsdossier gevoegd worden dat ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar dient gehouden.

5.32.3.4, § 1

De desbetreffende keuringsattesten worden door de exploitant bijgehouden in het veiligheidsdossier dat ter inzage wordt gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.

5.32.3.8, § 5, laatste lid

De data van deze onderzoekingen en de vaststellingen die tijdens deze onderzoekingen werden gedaan worden in een notitieboekje ingeschreven, dat ter beschikking van de burgemeester en van de bevoegde ambtenaar wordt gehouden.

5.32.4.2, § 6

die de hierbij gedane vaststellingen optekent in een bijzonder register dat te allen tijde ter beschikking van de toezichthoudende ambtenaar wordt gehouden.

5.32.7.2.4, § 2, tweede lid

Een attest, afgeleverd door een deskundige, de leverancier of de installateur, dient door de exploitant bijgehouden in het veiligheidsdossier dat ter inzage wordt gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.

5.32.7.2.4, § 5

De desbetreffende keuringsattesten worden door de exploitant bijgehouden in het veiligheidsdossier dat ter inzage wordt gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.

5.32.7.2.5, § 1, derde lid

Datum en aard van de onderhoudswerkzaamheden moeten genoteerd worden in een register dat deel uitmaakt van het door de exploitant bij te houden veiligheidsdossier dat ter inzage dient gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.

5.32.7.2.6, § 1, eerste lid

De attesten met datum en uitslag van deze controle moeten bij het veiligheidsdossier gevoegd worden dat ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar dient gehouden.

5.32.7.2.9, § 9, eerste lid

Een intern ordereglement wordt ter kennis gebracht van de plaatselijke politie of rijkswacht. Dit intern ordereglement bevat : de richtlijnen en verplichtingen in verband met de registratie van de schutters, de modaliteiten aangaande het laden en het ontladen van wapens, de modaliteiten van het schieten o.a. de schietdisciplines en de standplaatsen en aangaande het betreden en evacueren van de schietzone. Het reglement vermeldt uitdrukkelijk dat de schutters de bevelen in verband met de veiligheid van de verantwoordelijke persoon dienen na te leven.

5.32.7.2.12, § 1

De exploitant is ertoe gehouden een exploitatiedossier bij te houden, omvattende : 1° een veiligheidsdossier dat bevat : a) het liggingsplan minimum op schaal 1/200 van alle lokalen met aanduiding van hun verbindingen, toegangen en uitgangen, alsmede de aard en plaats van de blustoestellen en de plaats van het elektrisch schakelbord;b) het attest van het bevoegd brandweerkorps betreffende de aard, het aantal en de plaats van de blustoestellen, evenals met betrekking tot het in de schietruimte toegelaten aantal personen;c) de attesten met betrekking tot de brandweerstand of zelfdovendheid van gebruikte bouwmaterialen;d) de attesten betreffende de controles van de elektrische installatie en de blustoestellen;e) de naam van de persoon verantwoordelijk voor de veiligheid.2° het interne ordereglement;3° een werkregister met de lijst van de aard en datum van de uitgevoerde nazichts- en onderhoudsbeurten en herstellingswerken;4° de naam van de exploitant en de ledenlijst. 5.32.7.2.12, § 2

Het exploitatiedossier wordt te allen tijde ter beschikking gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.

5.32.7.5.3, § 3

De desbetreffende keuringsattesten worden door de exploitant bijgehouden in het veiligheidsdossier dat ter inzage wordt gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.

5.32.7.5.4, § 1

De attesten met datum en uitslag van deze controle moeten bij het veiligheidsdossier gevoegd worden dat ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar dient gehouden.

5.32.7.5.4, § 4

De attesten met datum en uitslag van deze controle moeten bij het in artikel 5.32.7.5.7., § 1, sub 1° bedoelde veiligheidsdossier gevoegd worden.

5.32.7.5.7, § 1

De exploitant is ertoe gehouden een exploitatiedossier bij te houden, omvattende : 1° een veiligheidsdossier dat bevat : a) het liggingsplan minimum op schaal 1/200 van alle lokalen met aanduiding van hun verbindingen, toegangen en uitgangen, alsmede de aard en plaats van de blustoestellen en de plaats van het elektrisch schakelbord; b) de attesten betreffende de controles van de elektrische installatie en de blustoestellen; c) de naam van de persoon verantwoordelijk voor de veiligheid. 2° het interne ordereglement; 3° een werkregister met de lijst van de aard en datum van de uitgevoerde nazichts- en onderhoudsbeurten en herstellingswerken;

5.32.7.5.7, § 2

Het exploitatiedossier wordt te allen tijde ter beschikking gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.

5.32.7.6.4, § 1, tweede lid

Een attest, afgeleverd door een deskundige, de leverancier of de installateur, dient door de exploitant bijgehouden in het veiligheidsdossier dat ter inzage wordt gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.

5.32.7.6.4, § 3

De desbetreffende keuringsattesten worden door de exploitant bijgehouden in het veiligheidsdossier dat ter inzage wordt gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.

5.32.8.2.1, § 1

Het bewijs van de eventuele huurovereenkomst dient ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.

5.32.8.2.6, § 1

De exploitant is er toe gehouden een exploitatiedossier bij te houden waarin voor elke schieting vermeld wordt : 1° de naam en leeftijd van de verantwoordelijke personen, de operatoren en de werpleiders; 2° de namen van de schutters; hiervoor mag ook worden verwezen naar een gedateerde deelnemerslijst; 3° de datum, het begin- en einduur en het nummer van de schieting; 4° het interne ordereglement.

5.32.8.2.6, § 3

Het in § 1 bedoelde exploitatiedossier wordt te allen tijde ter beschikking gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.

5.32.9.1.2, § 1, tweede lid

De attesten met datum en uitslag van deze controle worden ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.

5.32.9.1.3, § 1

De desbetreffende keuringsattesten worden door de exploitant ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.

5.32.9.1.4, § 1

De exploitant meldt aan de toezichthoudende ambtenaar van de Administratie Gezondheidszorg : 1° de datum van de eerste ingebruikname;2° de sluitingsperiode voor bv.onderhoud, aanpassingen, enz; 3° de wederingebruikname van het bad;4° alle bouwtechnische veranderingen ook indien deze intern worden doorgevoerd. 5.32.9.2.2, § 1, eerste lid, eerste zin

De exploitant beschikt over geschreven procedures waarin de werking onder normale en onder noodomstandigheden wordt beschreven. Voormelde procedures worden tevens ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.

5.32.9.2.2, § 1, eerste lid, voorlaatste zin

Voormelde procedures worden tevens ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.

5.32.9.2.2, § 2, 2°

Een attest van deze beproeving wordt ter beschikking gehouden van de met het toezicht belaste ambtenaar.

5.32.9.2.2, § 2, 7°

De exploitant houdt een register bij met gegevens die betrekking hebben op het beheer van de chemicaliën, met name hun benaming, hoeveelheid, leveringsdatum, eventuele incidenten, alle onderhoudswerken, controles, defecten, herstellingen en ongevallen.

5.32.9.2.2, § 3, 5°

Het afschrift van voormeld brevet of getuigschrift ligt ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar op de plaats van de exploitatie.

5.32.9.2.2, § 3, 6°

Het getuigschrift van de meest recente bijscholing ligt ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar op de plaats van de exploitatie.

5.32.9.2.2, § 3ter, tweede lid,

Dit toezichtsplan ligt ter inzage voor de toezichthoudende ambtenaren.

5.32.9.2.2, § 4, 3°, derde lid,

Een kopie van de analyseresultaten wordt door het laboratorium rechtstreeks gestuurd naar de gezondheidsinspecteur.

5.32.9.2.2, § 4, 4°

De exploitant houdt een register bij omvattende de volgende gegevens : a) de resultaten van de sub 2° bedoelde dagelijkse zwembadwateranalyses;b) de resultaten van de sub 3° bedoelde maandelijkse analyses; c) de data waarop de filters worden gespoeld en/of het filtreermateriaal wordt vervangen; d) de dagelijkse bezetting van het zwembad; e) elke bijzonderheid, incident of ongeval; f) de maandelijkse notering van het waterverbruik;g) elke vaststelling met betrekking tot het technisch nazicht bij de lediging van het zwembad en bij de aanvulling van de voorraad scheikundige stoffen. Dit register, wordt ten minste 5 jaar door de exploitant bewaard en ligt steeds ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar.

5.32.9.2.2, § 7, 1°

De exploitant voert een reglement van interne orde in om de goede exploitatie te verzekeren.

5.32.9.2.2, § 7, 2°

Het sub 1° bedoelde reglement omvat tenminste de volgende punten : a) de directie heeft het recht om elke persoon die een gevaar blijkt op te leveren voor de veiligheid en de gezondheid van de aanwezigen, de toegang tot de instelling te verbieden (dronkenschap, ordeverstoring, niet naleving van dit reglement, e.d.); b) dieren worden niet in de inrichting toegelaten; c) elke bader moet een stortbad nemen alvorens de zwemhal te betreden; d) kinderen van minder dan 6 jaar zijn steeds vergezeld van een toezichthoudende volwassene.

5.32.9.3.2, § 1, eerste lid, eerste zin

De exploitant beschikt over geschreven procedures waarin de werking onder normale en onder noodomstandigheden wordt beschreven.

5.32.9.3.2, § 1, eerste lid, voorlaatste zin

Voormelde procedures worden tevens ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.

5.32.9.3.2, § 2, 2°

Een attest van deze beproeving wordt ter beschikking gehouden van de met het toezicht belaste ambtenaar.

5.32.9.3.2, § 2, 7°

De exploitant houdt een register bij met gegevens die betrekking hebben op het beheer van de chemicaliën, met name hun benaming, hoeveelheid, leveringsdatum, eventuele incidenten, alle onderhoudswerken, controles, defecten, herstellingen en ongevallen.

5.32.9.3.2, § 3, 5°

Het afschrift van voormeld brevet of getuigschrift ligt ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar op de plaats van de exploitatie.

5.32.9.3.2, § 3, 6°

Het getuigschrift van de meest recente bijscholing ligt ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar op de plaats van de exploitatie.

5.32.9.3.2, § 3bis, tweede lid

Dit toezichtsplan ligt ter inzage voor de toezichthoudende ambtenaren.

5.32.9.3.2, § 4, 3°, derde lid

Een kopie van de analyseresultaten wordt door het laboratorium rechtstreeks gestuurd naar de gezondheidsinspecteur.

5.32.9.3.2, § 4, 4°

De exploitant houdt een register bij omvattende de volgende gegevens : a) de resultaten van de sub 2° bedoelde dagelijkse zwembadwateranalyses;b) de resultaten van de sub 3° bedoelde maandelijkse analyses; c) de data waarop de filters worden gespoeld en/of het filtreermateriaal wordt vervangen; d) de dagelijkse bezetting van het zwembad; e) elke bijzonderheid, incident of ongeval; f) de maandelijkse notering van het waterverbruik;g) elke vaststelling met betrekking tot het technisch nazicht bij de lediging van het zwembad en bij de aanvulling van de voorraad scheikundige stoffen. Dit register, wordt ten minste 5 jaar door de exploitant bewaard en ligt steeds ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar.

5.32.9.3.2, § 7, 1°

De exploitant voert een reglement van interne orde in om de goede exploitatie te verzekeren.

5.32.9.3.2, § 7, 2°

Het in § 1 bedoelde reglement omvat tenminste de volgende punten : a) de directie heeft het recht om elke persoon die een gevaar blijkt op te leveren voor de veiligheid en de gezondheid van de aanwezigen, de toegang tot de instelling te verbieden (dronkenschap, ordeverstoring, niet naleving van dit reglement, e.d.); b) dieren worden niet in de inrichting toegelaten; c) elke bader moet een stortbad nemen alvorens de kaden en het zwembad te betreden; d) kinderen van minder dan 6 jaar zijn steeds vergezeld van een toezichthoudende volwassene.

5.32.9.4.2, § 3, derde lid

Een kopie van de analyseresultaten wordt door het laboratorium rechtstreeks gestuurd naar de gezondheidsinspecteur.

5.32.9.4.2, § 6

De exploitant houdt een register bij omvattende de volgende gegevens : 1° de resultaten van de in § 2 bedoelde dagelijkse zwembadwateranalyses;2° de resultaten van de in § 3 bedoelde maandelijkse analyses;3° de data waarop de filters worden gespoeld en/of het filtreermateriaal wordt vervangen;4° de dagelijkse bezetting van het zwembad;5° elke bijzonderheid, incident of ongeval;6° de maandelijkse notering van het waterverbruik;7° elke vaststelling met betrekking tot het technisch nazicht bij de lediging van het zwembad en bij de aanvulling van de voorraad scheikundige stoffen. Dit register, wordt tenminste 5 jaar door de exploitant bewaard en ligt steeds ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar.

5.32.9.5.1, § 3, derde lid

Een kopie van de analyseresultaten wordt door het laboratorium rechtstreeks gestuurd naar de gezondheidsinspecteur.

5.32.9.5.2, § 1, tweede lid

Dit register, wordt tenminste 5 jaar door de exploitant bewaard en ligt steeds ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar

5.32.9.7.2, § 1, eerste lid

De exploitant beschikt over geschreven procedures waarin de werking onder normale en onder noodomstandigheden wordt beschreven.

5.32.9.7.2, § 1, tweede lid

Voormelde procedures worden tevens ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar

5.32.9.7.2, § 2, 2°

Een attest van deze beproeving wordt ter beschikking gehouden van de met het toezicht belaste ambtenaar.

5.32.9.7.2, § 2, 7°

De exploitant houdt een register bij met gegevens die betrekking hebben op het beheer van de chemicaliën, met name hun benaming, hoeveelheid, leveringsdatum, eventuele incidenten, alle onderhoudswerken, controles, defecten, herstellingen en ongevallen.

5.32.9.7.2, § 3, 4°

Het getuigschrift van de meest recente bijscholing ligt ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar op de plaats van de exploitatie.

5.32.9.7.2, § 4, 3°, derde lid

Een kopie van de analyseresultaten wordt door het laboratorium rechtstreeks gestuurd naar de gezondheidsinspecteur.

5.32.9.7.2, § 4, 4°

De exploitant houdt een register bij omvattende de volgende gegevens : a) de resultaten van de sub 2° bedoelde dagelijkse zwembadwateranalyses;b) de resultaten van de sub 3° bedoelde maandelijkse analyses; c) de data waarop de filters worden gespoeld en/of het filtreermateriaal wordt vervangen; d) de dagelijkse bezetting van het zwembad; e) elke bijzonderheid, incident of ongeval; f) de maandelijkse notering van het waterverbruik;g) elke vaststelling met betrekking tot het technisch nazicht bij de lediging van het zwembad en bij de aanvulling van de voorraad scheikundige stoffen. Dit register, wordt ten minste 5 jaar door de exploitant bewaard en ligt steeds ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar.

5.32.9.8.1, § 2

Door de exploitant wordt een reglement van inwendige orde vastgelegd dat tenminste de volgende bepalingen omvat : 1° de toegang tot de zwemgelegenheid wordt verboden voor dronken personen;2° personen aangetast door of verdacht van besmettelijke ziekten worden niet tot het zwemwater toegelaten;3° het is verboden zeep te gebruiken op andere plaatsen dan onder het stortbad;4° honden of andere huisdieren worden niet toegelaten in het water of op het strand;5° kinderen van minder dan 6 jaar staan steeds onder het toezicht van een volwassene. 5.32.9.8.2, § 3

Een dubbel van deze analyseresultaten wordt door het laboratorium rechtstreeks naar de gezondheidsinspecteur gezonden.

5.32.9.8.5, § 6bis, tweede lid

Dit toezichtsplan wordt ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaren.

5.32.9.8.5, § 7

Het afschrift van voormeld brevet of getuigschrift ligt ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar op de plaats van de exploitatie.

5.32.9.8.5, § 8

Het getuigschrift van de meest recente bijscholing ligt ter inzage van de toezichthoudende ambtenaar op de plaats van de exploitatie.

5.32.10.1, § 3, tweede lid

Ook de controle en de wijze van controle op de maatregelen wordt in het register vermeld.

5.33.0.2, § 1, tweede lid

Een attest, afgeleverd door een deskundige, de leverancier of de installateur, dient door de exploitant ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.

5.33.0.2, § 2

De desbetreffende keuringsattesten worden door de exploitant ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.

5.33.0.3, § 4

De attesten met datum en uitslag van deze controle moeten ter inzage worden gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.

5.36.0.2, § 1, tweede lid

Een attest, afgeleverd door een deskundige, de leverancier of de installateur, dient door de exploitant ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.

5.36.0.2, § 2

De desbetreffende keuringsattesten worden door de exploitant ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.

5.36.0.3, § 4

De attesten met datum en uitslag van deze controle worden ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.

5.38.0.2, § 2, tweede lid

Een attest, afgeleverd door een deskundige, de leverancier of de installateur, dient door de exploitant ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.

5.38.0.2, § 4

De desbetreffende keuringsattesten worden door de exploitant ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.

5.38.0.3, § 5

De attesten met datum en uitslag van deze controle worden ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.

5.41.1.3, § 1

De desbetreffende keuringsattesten worden door de exploitant ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar

5.41.1.3, § 4

De attesten met datum en uitslag van deze controle moeten ter inzage worden gehouden van de toezichthoudende ambtenaar.

5.41.2.2, § 4, eerste lid

Voor elke machine houdt de exploitant een verslag ter beschikking van de toezichthoudende overheid, waarin aangetoond wordt dat aan de voorwaarden van § 2 of § 3 voldaan is.

5.41.2.2, § 4, derde lid

De exploitant bezorgt een afschrift van dit verslag aan de toezichthoudende overheid als die daarom verzoekt.

5.41.2.3, § 3

Dat logboek wordt voor een periode van minstens 5 jaar na de laatste registratie bewaard en ter inzage van de toezichthoudende overheid gehouden.

5.43.2.1.2, § 3

De exploitant moet de afdeling, bevoegd voor milieuhandhaving van elk afzonderlijk geval op de hoogte brengen zodra het zich voordoet.

5.43.2.1.3, § 7

De meet- of berekeningsresultaten moeten ter inzage van de toezichthoudende ambtenaren worden gehouden.

5.43.2.1.5

en die gegevens ter beschikking van de toezichthoudende overheid houden

5.43.2.2.2, § 2

De exploitant moet de afdeling, bevoegd voor milieuhandhaving van elk afzonderlijk geval op de hoogte brengen zodra het zich voordoet.

5.43.2.2.3, § 4.

De meet- of berekeningsresultaten moeten ter inzage van de toezichthoudende ambtenaren worden gehouden.

5.43.2.2.5

en die gegevens ter beschikking van de toezichthoudende overheid houden.

5.43.2.3.3, § 4.

De resultaten van de bovengenoemde emissiemetingen moeten ter inzage van de toezichthoudende ambtenaren worden gehouden

5.43.3.2, § 3

De exploitant moet de afdeling, bevoegd voor de milieuhandhaving van elk afzonderlijk geval op de hoogte brengen zodra het zich voordoet

5.43.3.3, § 6.

De meet- of berekeningsresultaten moeten ter inzage van de toezichthoudende ambtenaren worden gehouden.

5.43.3.6

en die gegevens ter beschikking van de toezichthoudende overheid houden.

5.43.4.2

Iedere verandering van brandstof, van het zwavelgehalte van de vloeibare brandstof, en van de uren van buitengebruikstelling worden ingeschreven in een register, dat de exploitant ter beschikking houdt van de toezichthoudende overheid.

5.51.4.1

De gebruiker houdt het verslag van de risicoanalyse en een register met GGO's en pathogene organismen, aangewend in het kader van ingeperkt gebruik, ter beschikking van de toezichthoudende ambtenaren en de bevoegde instantie.

5.51.4.2, § 2, tweede lid

Dat controleprogramma moet ter beschikking gehouden worden van de toezichthoudende overheid.

5.53.3.3, § 5.

dat op eenvoudig verzoek aan de met toezicht belaste ambtenaren wordt voorgelegd.

5.53.3.3, § 6

De stand van de meter wordt bij het wegnemen en het terugplaatsen genoteerd in een register.

5.53.3.3, § 9.

De stand van iedere debietmeter wordt genoteerd in een register op de laatste kalenderdag van elk jaar waarin grondwater werd opgepompt en telkens wanneer, om welke reden ook, de debietmeter verwijderd of herplaatst wordt.

5.53.4.6, § 2.

De gegevens, bedoeld in artikel 5.53.4.5 en § 1, worden door de exploitant bijgehouden in een register, dat ter plaatse of in een gecentraliseerde databank van het bedrijf ter inzage wordt gehouden van de toezichthoudende ambtenaren.

5.53.4.7

De exploitant van een grondwaterwinning, waarvan het vergunde volume meer dan 30.000 m3 per jaar bedraagt, deelt elk jaar de resultaten van het voorgaande kalenderjaar mee van de gewonnen volumes grondwater per watervoerende laag, de analyses van het grondwater en de peilmetingen.

Hij doet dit overeenkomstig de artikelen 2 en 3 van het besluit van de Vlaamse Regering tot invoering van het integrale milieujaarverslag, voor de datum die daarin wordt bepaald, en door middel van de deel IA en IV van het integrale milieujaarverslag waarvan het model is gevoegd als bijlage I bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 januari 2005 tot wijziging van de besluiten van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, 18 maart 1997 houdende vaststelling van de modaliteiten voor aangifte van de opgepompte of gewonnen hoeveelheden grondwater door de maatschappijen die instaan voor de openbare drinkwatervoorziening ten behoeve van de bepaling van de heffing, 28 juni 2002 tot uitvoering van het Hoofdstuk IIIbis van de wet van 26 maart 1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging en Hoofdstuk IVbis van het decreet van 24 januari 1984 houdende maatregelen inzake het grondwaterbeheer, 5 december 2003 tot vaststelling van het Vlaams reglement inzake afvalvoorkoming en -beheer, en 2 april 2004 tot invoering van het integrale milieujaarverslag.

5.53.4.8

Ten laatste negentig dagen na het boren respectievelijk het herboren of de aanleg, wijziging of verbouwing van een grondwaterwinning of grondwaterwinningseenheid, waarvan het vergunde volume meer dan 30.000 m3 per jaar bedraagt, bezorgt de exploitant de volgende gegevens aan de afdeling, bevoegd voor grondwater : 1° het doel van de boring;2° het boorverslag met een beschrijving van de aard van de aangeboorde lagen;3° de geologische beschrijving van de lagen, voor zover deze gekend zijn;4° de technische beschrijving van de uitrusting van het boorgat, de uitvoering of wijziging van de put en/of andere inrichting;5° de watervoerende laag waaruit grondwater wordt opgepompt;6° het specifieke debiet van de put; 7° de kwaliteit van het opgepompte grondwater aan de hand van de analyseresultaten bedoeld in artikel 5.53.4.5. § 1; 8° de diepte van het grondwater in rust na de putontwikkeling ten opzichte van het maaiveld;9° de maatregelen die werden getroffen ter voorkoming van verontreiniging van het leefmilieu in het algemeen en van het grondwater in het bijzonder; 10° vanaf een vergund debiet van 1.000.000 m3 per jaar, het verslag van een deskundig uitgevoerde pompproef; 11° de ligging op een kaart op schaal 1/250 met aanduiding van op het terrein waarneembare referenties. 5.53.5.1, § 1, tweede lid

De exploitant deelt deze buitendienststelling mee aan de afdeling, bevoegd voor grondwater..

5.53.6.3.1, § 4

De gegevens, bedoeld in § 1 en § 2, worden bijgehouden in een register, dat ter plaatse of in een gecentraliseerde databank van het bedrijf ter inzage wordt gehouden van de toezichthoudende ambtenaren.

5.53.6.3.2

De exploitant van een grondwaterwinning, bedoeld in subrubriek 53.7 van de indelingslijst, maakt per periode van vijf jaren een rapport op met de volgende inhoud : 1° de beschrijving van de evolutie van de opgepompte debieten en overeenkomstige peilen in de productieputten en de peilputten over de afgelopen periode (ev.weergegeven in tijdsreeksen) alsook een evaluatie hiervan; 2° de beschrijving van de eventuele mogelijke vastgestelde invloeden op de bovengrondse eigendommen, zowel wat betreft stabiliteit van de grond als de mogelijke invloed op gewassen en het natuurlijk milieu;3° bij grondwaterwinningen met vijf peilputten en meer, twee stijghoogtekaarten respectievelijk in de aangepompte watervoerende laag en de freatische watervoerende laag van de omgeving, opgemaakt op basis van de reële metingen, één met de hoogste en één met de laagste gemeten grondwaterstand. De exploitant bezorgt een kopie van dit rapport aan de vergunningverlenende overheid alsook aan de afdeling, bevoegd voor grondwater..

5.54.3, § 2

De exploitant houdt met betrekking tot de exploitatie van een inrichting voor het kunstmatig aanvullen van grondwater een register bij waarin worden ingeschreven : 1° de resultaten van de peilmetingen, bedoeld in § 1, samen met het peil in het infiltratiepand;2° gedurende het eerste jaar van het kunstmatig aanvullen, de hoeveelheid water die tijdens de 24 uren voorafgaand aan de wekelijkse peilmetingen kunstmatig werd aangevuld;3° de hoeveelheid water die maandelijks kunstmatig werd aangevuld. Het register wordt door de exploitant ter inzage gehouden van de toezichthoudende overheid.

5.54.3, § 3

Wanneer het jaarlijkse volume aangevuld water meer dan 30.000 m3 bedraagt, moet de exploitant de gegevens, bedoeld in § 2, op uiterlijk 15 maart van elk jaar volgend op het jaar waarop de gegevens betrekking hebben, tevens schriftelijk meedelen aan de afdeling, bevoegd voor grondwater.

5.54.4, § 2, derde lid

De verslagen van de bemonsteringen en analyses, bedoeld in het eerste lid, worden door de exploitant ter inzage gehouden van de toezichthoudende overheid.

5.54.5, § 2.

De verslagen van de bemonsteringen en analyses, bedoeld in § 1, worden door de exploitant ter inzage gehouden van de toezichthoudende overheid.

5.54.5, § 3

Wanneer het jaarlijkse volume aangevuld water meer dan 30.000 m3 bedraagt, moet de exploitant de gegevens, bedoeld in § 1, op uiterlijk 15 maart van elk jaar volgend op het jaar waarop de gegevens betrekking hebben, tevens schriftelijk meedelen aan de afdeling, bevoegd voor grondwater.

5.55.2, § 4

Wanneer het gaat om een boring met een diepte van meer dan 50 m ten opzichte van het maaiveld, bezorgt de exploitant, uiterlijk negentig dagen na het boren, de volgende gegevens aan de afdeling, bevoegd voor grondwater : 1° het doel van de boring;2° het boorverslag met een beschrijving van de aard van de aangeboorde lagen;3° de geologische beschrijving van de lagen, voorzover deze bekend zijn;4° de technische beschrijving van de uitrusting van het boorgat;5° de diepte van het grondwater in rust na de putontwikkeling ten opzichte van het maaiveld;6° de maatregelen die werden getroffen ter voorkoming van verontreiniging van het leefmilieu in het algemeen en van het grondwater in het bijzonder;7° de ligging op een kaart op schaal 1/250 met aanduiding van op het terrein waarneembare referenties. 5.55.3, § 1, tweede lid

Wanneer het gaat om een boring met een diepte van meer dan 50 m ten opzichte van het maaiveld, deelt de exploitant deze buiten dienststelling mee aan de afdeling, bevoegd voor grondwater.

5.57.2.2, § 2, tweede lid

De exploitant bezorgt een exemplaar van dit plan : 1° aan de afdeling, bevoegd voor milieuvergunningen;2° aan de afdeling, bevoegd voor milieuhandhaving;3° aan de afdeling, bevoegd voor geluidshinder 4° aan de Bestendige Deputatie van de provincie(s) waarover de geluidscontouren zich uitstrekken;5° aan het college van burgemeester en schepenen van de gemeente(n) waarover de geluidscontouren zich uitstrekken. 5.57.2.2, § 3

Tenzij anders vermeld in de milieuvergunning, worden het plan, bedoeld in § 2, en de gegevens, bedoeld in artikel 5.57.1.2, § 5, uiterlijk tegen 30 april van het jaar dat volgt op het jaar waarover de berekening gaat, bezorgd aan de in § 2 vermelde instanties.

5.59.1.2, § 2, eerste en tweede lid

Als de exploitant voor installaties gebruik wenst te maken van het reductieprogramma van bijlage 5.59.2 moet hij dat per aangetekend schrijven, melden aan de vergunningverlenende overheid en aan de afdeling, bevoegd voor milieuvergunningen op volgende data : 1° uiterlijk op 31 oktober 2005 in het geval van bestaande installaties;2° bij de vergunningsaanvraag of melding in het geval van nieuwe installaties waarvoor voor 1 april 2001 nog geen vergunningsaanvraag of melding is ingediend;3° voor de ingebruikname in het geval van nieuwe installaties waarvoor voor 1 april 2001 reeds een vergunningsaanvraag of melding is ingediend. 5.60.3, § 1

De exploitant deelt de naam van die bevoegde afgevaardigde schriftelijk mee aan de toezichthoudende overheid.

5.60.3, § 4

Tenzij het anders vermeld is in de milieuvergunning, houdt de exploitant een register bij waarin tenminste de volgende gegevens zijn genoteerd : 1° het volgnummer, de datum en het uur van de aanvoer van de niet-verontreinigde uitgegraven bodem en/of bagger- en ruimingsspecie;2° de herkomst en oorsprong van de niet-verontreinigde uitgegraven bodem en/of bagger- en ruimingsspecie;3° de vervoerder van de niet-verontreinigde uitgegraven bodem en/of bagger- en ruimingsspecie;4° de hoeveelheid aangevoerde niet-verontreinigde uitgegraven bodem en/of bagger- en ruimingsspecie;5° opmerkingen over de uitgegraven bodem en/of bagger- en ruimingsspecie en aanvoer, met inbegrip van de geweigerde aangevoerde uitgegraven bodems en/of bagger- en ruimingsspecie. 5.61.2, § 4

Tenzij anders vermeld in de milieuvergunning, houdt de exploitant een register bij waarin ten minste de volgende gegevens zijn genoteerd : 1° voor wat betreft de aanvoer : a) het volgnummer, de datum en het uur van de aanvoer van de uitgegraven bodem;b) de herkomst en oorsprong van de uitgegraven bodem;c) de vervoerder van de uitgegraven bodem;d) de hoeveelheid aangevoerde uitgegraven bodem;e) opmerkingen omtrent de uitgegraven bodem en aanvoer, met inbegrip van de geweigerde aangevoerde uitgegraven bodem.2° voor wat betreft de opslag : de plaats waar de geleverde partij opgeslagen ligt.3° voor wat betreft de afvoer : a) de bestemming van de uitgegraven bodem;b) de vervoerder van de uitgegraven bodem;c) de hoeveelheid aangevoerde uitgegraven bodem; 6.5.3.1, § 1, 5°

dit attest wordt ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar

6.5.4.3, § 1, eerste zin

Binnen de maand na de aanleg van een opslaginstallatie maakt de exploitant, of op zijn verzoek de installateur of de erkende technicus die toezicht gehouden heeft bij de plaatsing, hiervan melding bij de Afdeling van de Vlaamse Milieumaatschappij, bevoegd voor grondwater.


6.5.4.3, § 2

Deze melding bevat volgende inlichtingen : ? de identificatie van de installateur of de erkende technicus; ? een eenduidige plaatsbepaling van de opslaginstallatie; ? een kopie van het afgeleverde certificaat;

6.5.4.4

Bij de oplevering van de opslaginstallatie bezorgt de gemachtigde installateur of de erkende technicus aan de eigenaar het certificaat van de installatie samen met de certificaten of de beproevingsverslagen van de onderdelen ervan. De eigenaar van de opslaginstallatie draagt er zorg voor dat de exploitant(en) in het bezit is (zijn) van een kopie van het certificaat van de installatie.


Art. 2.Het niet voldoen aan de hiernavolgende wettelijke verplichtingen als vermeld in de bijlagen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, het laatst gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 2008, wordt beschouwd als een milieu-inbreuk

Bijlage

Wettelijke verplichting

4.2.5.1, C) CONTROLE-INRICHTING BIJ GESLOTEN AFVOER, 1.

Debietmeetsysteem, a)

de desbetreffende ijkingsattesten dienen door de exploitant ter inzage gehouden van de toezichthoudende ambtenaar

4.5.2,

Art. 2.Uitvoering, tweede lid

Het volledige akoestische onderzoek wordt door de exploitant in drie exemplaren toegestuurd aan de vergunningverlenende overheid,

4.5.3,

Art. 2.Redactie, tweede lid

Het saneringsplan wordt door de exploitant in drie exemplaren toegestuurd aan de vergunningverlenende overheid,

5.30.1, 1. Hoofdgrondstof, 1.1. Monsterneming, § 3

De opgave van alle klei- en of leemsoorten die deel uitmaken van de hoofdgrondstof, evenals de motivatie hiervoor, moet worden meegedeeld aan de toezichthoudende ambtenaren van de afdeling, bevoegd voor milieuhandhaving en de afdeling, bevoegd voor natuurlijke rijkdommen.

Dit gebeurt een eerste maal voorafgaand aan de vanaf 1 januari 2003 voor nieuwe inrichtingen en de vanaf 1 januari 2004 voor bestaande inrichtingen verplichte emissiemetingen en nadien bij elke wijziging van de situatie.

5.30.1, 1. Hoofdgrondstof, 1.2. Analyse, § 2

De resultaten van voormelde analyse van de hoofdgrondstof dienen ter inzage gehouden van de met het toezicht gelaste ambtenaar.

5.30.1, 2. Rookgassen, § 5

De afdeling, bevoegd voor milieuhandhaving wordt vooraf schriftelijk op de hoogte gebracht van de datum en uitvoerder van de emissiemetingen. De resultaten van de emissiemetingen worden ter inzage gehouden van de toezichthoudende overheid

5.51.4, 4. Algemene maatregelen, 10°

bijhouden van adequate registers

5.51.4, 4. Algemene maatregelen, 13°

voorzien in schriftelijke gestandaardiseerde werkprocedures om de veiligheid te waarborgen


5.51.4, 4 Algemene maatregelen, Tabel 4.1 : Technische karakteristieken, veiligheidsuitrusting en werkpraktijken in laboratoria, 4.1.3 Werkpraktijken en afvalbeheer

Maatregelen

Inperkingsniveau

L1

L2

L2-Q

L3

L4

44

beschikken over geschikte registers

vereist

vereist

vereist

vereist

vereist

46

nota voor gebruiksaanwijzing van doeltreffende ontsmettings-middelen

vereist

vereist

vereist

vereist

vereist

49

schriftelijke instructies inzake procedures met betrekking tot bioveiligheid

vereist

vereist

vereist

vereist

vereist

5.51.4., 4 Algemene maatregelen, Tabel 4.2 : Technische karakteristieken, veiligheidsuitrusting en werkpraktijken in animalaria, 4.2.3 Werkpraktijken en afvalbeheer

Maatregelen

Inperkingsniveau

A1

A2

A3

A4

46

register(s) waarop alle handelingen vermeld worden (binnenbrengen en buitenbrengen van proefdieren, inoculatie van GGM's enz.)

vereist

vereist

vereist

vereist

48

nota met gebruiksaanwijzing voor doeltreffende ontsmettingsmiddelen

vereist

vereist

vereist

vereist

51

schriftelijke instructies van procedures voor bioveiligheid

vereist

vereist

vereist

vereist

5.51.4., 4 Algemene maatregelen, Tabel 4.3 : Technische karakteristieken, veiligheidsuitrusting en werkpraktijken in serres en kweekkamers, 4.3.3 Werkpraktijken en afvalbeheer

Maatregelen

Inperkingsniveau

G1

G2

G2-Q

G3

39

register(s) waarop alle handelingen vermeld worden (binnenbrengen en buitenbrengen van planten, inoculatie van GGM's enz.)

vereist

vereist

vereist

vereist

41

nota met gebruiksaanwijzing voor doeltreffende ontsmettingsmiddelen

vereist

vereist

vereist

vereist

43

schriftelijke instructies van procedures voor bioveiligheid

vereist

vereist

vereist

vereist

5.51.4, 4 Algemene maatregelen, Tabel 4.5 : Technische karakteristieken, veiligheidsuitrusting en werkpraktijken in inrichtingen voor grootschalige activiteiten, 4.5.3 Werkpraktijken en afvalbeheer

Maatregelen

Inperkingsniveau

LS1

LS2

LS3

LS4

57

beschikken over geschikte registers

vereist

vereist

vereist

vereist

59

nota met gebruiksaanwijzing voor doeltreffende ontsmettingsmiddelen

vereist

vereist

vereist

vereist

62

schriftelijke instructies van procedures voor bioveiligheid

vereist

vereist

vereist

vereist


Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 april 2009 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.

De minister-president van de Vlaamse Regering, K. PEETERS De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur, H. CREVITS

Bijlage VIII Lijst van de milieu-inbreuken, in uitvoering van de artikelen 16.1.2, 1°, f), en 16.4.27, derde lid, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid Enig artikel. Het niet voldoen aan of het geen gevolg geven aan de hiernavolgende wettelijke verplichtingen als vermeld in het Besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2003 tot vaststelling van het Vlaams reglement inzake afvalvoorkoming en Bbeheer, wordt beschouwd als een milieu-inbreuk :

Artikel

Wettelijke verplichting

2.4.2, § 6

Elke wijziging van de administratieve gegevens van de houder van de afvalstof wordt aan de OVAM meegedeeld.

3.1.1.2, § 6

De eindverkoper van producten waarvoor de aanvaardingsplicht geldt, moet op een duidelijk zichtbare plaats in elk van zijn verkooppunten een bericht aanbrengen waarop onder de titel « AANVAARDINGSPLICHT » is aangegeven op welke wijze hij voldoet aan de bepalingen van dit besluit en op welke wijze de koper zich kan ontdoen van zijn afgedankt product. Ook bij verkoop buiten een verkoopsruimte moet de consument hierover geïnformeerd worden.

3.1.1.3

Het gedeelte van de kostprijs van een product dat wordt doorgerekend om de kosten te dekken die verbonden zijn aan de uitvoering van de aanvaardingsplicht, moet zichtbaar worden vermeld op de factuur, tenzij anders is bepaald in de milieubeleidsovereenkomst of het individueel afvalpreventie- en afvalbeheerplan.

3.1.1.4, § 1 en 2

§ 1. De wijze waarop aan de aanvaardingsplicht, vermeld in artikel 3.1.1.1 en 3.1.1.2, wordt voldaan, wordt overeenkomstig artikel 10, § 6, van het Afvalstoffendecreet vastgelegd in : 1° ofwel een individueel afvalpreventie- en afvalbeheerplan dat door de producenten ter goedkeuring aan de OVAM wordt voorgelegd volgens de voorwaarden van artikel 3.1.1.4, § 2; 2° ofwel een milieubeleidsovereenkomst als vermeld in het decreet van 15 juni 1994 betreffende de milieubeleidsovereenkomsten volgens de voorwaarden van artikel 3.1.1.4, § 2 en § 3. § 2. Het individueel afvalpreventie- en afvalbeheerplan of de milieubeleidsovereenkomst, vermeld in § 1, vermeldt in het bijzonder : 1° maatregelen voor de kwalitatieve en kwantitatieve preventie en het hergebruik;2° maatregelen voor de selectieve inzameling van de afvalstoffen;3° maatregelen voor de optimale verwerking van de afvalstoffen; 4° maatregelen voor een goede registratie van de afvalstoffenstromen en onderbouwing van het behalen van de doelstellingen;5° maatregelen voor de vergoeding van de rechtspersonen van publiek recht, van de kringloopcentra of van andere inzamelplaatsen;6° maatregelen voor de sensibilisering van de diverse doelgroepen; 7° maatregelen voor eigen controlesystemen op de bovengenoemde maatregelen;8° bepalingen over de rapportering aan de OVAM met betrekking tot alle bovengenoemde maatregelen;9° maatregelen voor de financiering van de inzameling en de verwerking;10° voor huishoudelijke afvalstoffen : een financiële zekerheid die overeenstemt met de geschatte kosten voor het overnemen door het Vlaamse Gewest van de aanvaardingsplicht gedurende zes maanden.In een milieubeleidsovereenkomst kunnen andere zekerheden overeengekomen worden om de voortgang van de verbintenissen uit de overeenkomst te garanderen.

3.1.1.4, § 3

Een milieubeleidsovereenkomst kan onder de volgende voorwaarden : 1° de milieubeleidsovereenkomst, als vermeld in het decreet van 15 juni 1994 betreffende de milieubeleidsovereenkomsten, wordt afgesloten door de overkoepelende representatieve organisaties van ondernemingen waarvan de producent, de eindverkoper en de tussenhandelaar lid is. Hierbij tekent elke betrokken overkoepelende representatieve organisatie van ondernemingen voor de engagementen die voortvloeien uit de wettelijke verplichtingen van hun leden; 2° er wordt een beheersorganisme opgericht dat de taken uitoefent in naam van de representatieve organisatie(s).Van de verplichting tot de oprichting van een beheersorganisme kan alleen afgeweken worden als de overkoepelende representatieve organisaties van alle actoren als vermeld in 1°, aantonen dat ze via een ander gezamenlijk orgaan dezelfde resultaten kunnen behalen. Dat orgaan moet aan dezelfde verplichtingen als een beheersorganisme voldoen; 3° het beheersorganisme legt uiterlijk zes maanden na de ondertekening van de milieubeleidsovereenkomst een beheersplan voor de looptijd van de milieubeleidsovereenkomst ter goedkeuring voor aan de OVAM waarin het aangeeft hoe het de bepalingen van de overeenkomst zal uitvoeren. Het beheersplan bevat minimaal uitvoeringsvoorwaarden van de bepalingen in de milieubeleidsovereenkomst conform artikel 3.1.1.4, § 2. Het beheersorganisme legt jaarlijks voor 1 oktober een actualisatie voor het volgende kalenderjaar ter goedkeuring voor;4° het beheersorganisme legt uiterlijk zes maanden na de ondertekening van de milieubeleidsovereenkomst een financieel plan, inclusief de berekening van eventuele bijdragen voor de looptijd van de milieubeleidsovereenkomst, voor advies voor aan de OVAM.Het beheersorganisme legt jaarlijks voor 1 oktober een actualisatie voor het volgende kalenderjaar ter advies voor; 5° als het beheersorganisme de inzameling en verwerking organiseert moet het de lastenboeken voor inzameling en verwerkinguiterlijk zes maanden na de ondertekening van de milieubeleidsovereenkomst door de OVAM laten goedkeuren.Elke wijziging in lastenboeken moet vooraf goedgekeurd worden; 6° de OVAM zal namens het gewest de rol van waarnemer vervullen in de raad van bestuur en de algemene vergadering van het beheersorganisme. Daartoe ontvangt de OVAM tijdig de uitnodigingen en verslagen; 7° het beheersorganisme mag de toetreding van geen enkele onderneming weigeren waarop de aanvaardingsplicht, vermeld in de milieubeleidsovereenkomst van toepassing zou kunnen zijn. Het beheersorganisme kan van die verplichting afwijken als er ernstige redenen zijn en na goedkeuring van de OVAM; 8° op verzoek van de OVAM organiseert het beheersorganisme overleg met de representatieve organisaties van alle actoren die bij de uitvoering van de aanvaardingsplicht betrokken zijn.

In het eerste lid, punt 3°, 4° en 5°, wordt een onderscheid gemaakt tussen huishoudelijke afvalstoffen en met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen enerzijds, en bedrijfsafvalstoffen anderzijds. »

3.1.1.5

§ 1. Alle documenten in het kader van de aanvaardingsplicht die van strategisch belang zijn, worden ter goedkeuring voorgelegd aan de OVAM. Dat zijn ten minste het beheersplan, de lastenboeken en het communicatieplan. De OVAM heeft één maand de tijd om die documenten al dan niet goed te keuren. Als de OVAM om aanvullende informatie verzoekt, kan de termijn maximaal met één maand worden verlengd. Die termijn gaat in vanaf de datum van ontvangst van alle opgevraagde informatie. Als de OVAM de documenten afkeurt, moet een aangepast voorstel opnieuw voorgelegd worden voor goedkeuring. Een voorstel kan niet worden uitgevoerd zonder goedkeuring van de OVAM. § 2. In afwijking van paragraaf 1 worden het financieel plan en de toetredingsovereenkomst voor advies voorgelegd. § 3. Voor de rapportering geldt : 1° de cijfergegevens die in het kader van de aanvaardingsplicht aan de OVAM worden verstrekt, worden gecertificeerd door een onafhankelijk controleorganisme; 2° de cijfergegevens van overbrengers en verwerkers die in het kader van de aanvaardingsplicht aan het beheersorganisme of de producent worden geleverd, worden gecertificeerd door een onafhankelijk controleorganisme;3° de cijfergegevens die in het kader van de aanvaardingsplicht door de producenten aan het beheersorganisme worden verstrekt, worden gecertificeerd door een onafhankelijk controleorganisme.Het beheersorganisme of een door dat organisme aangestelde derde kan die taak overnemen, op voorwaarde dat alle leden minstens eenmaal om de drie jaar gecontroleerd worden en het beheersorganisme over die actie en de resultaten jaarlijks aan de OVAM rapporteert; 4° van die verplichtingen kan worden afgeweken in een milieubeleidsovereenkomst of een individueel afvalpreventie- en afvalbeheerplan als de kwaliteit van de cijfergegevens op een andere manier gegarandeerd kan worden. § 4. De producenten, eindverkopers, tussenhandelaars en beheersorganismen verstrekken aan de OVAM alle informatie die de OVAM nuttig acht voor de evaluatie van de doelstellingen en controle van het Afvalstoffendecreet en de uitvoeringsbesluiten ervan. Indien de partijen dit nodig achten wordt een systeem uitgewerkt dat confidentialiteit garandeert. »

3.1.2.4

De houder van de in artikel 3.1.2.2, 3° bedoelde goedkeuring is verplicht om, zonder verwijl en per aangetekend schrijven, een wijziging met betrekking tot de volgende gegevens in zijn dossier mee te delen aan de OVAM : 1° naam, rechtsvorm, zetel en nummer van het handelsregister of een overeenstemmende registratie en btw-nummer van de houder;2° woonplaats, adres of fax- en telefoonnummer van de houder en in voorkomend geval van de maatschappelijke zetels, de administratieve zetels en de exploitatiezetels of van de standplaats binnen het Vlaamse Gewest;3° het voorwerp van het goedgekeurde individuele afvalpreventie- en afvalbeheerplan;4° de verbintenissen in het goedgekeurde afvalpreventie- en afvalbeheerplan. 3.2.1, § 3

De uitgever legt op verzoek van de OVAM de bescheiden voor waaruit blijkt dat het drukwerk dat hij in het verbruik heeft gebracht, niet onder de toepassing valt van deze afdeling 3.2.

3.2.4

De producent van drukwerk stellen vóór 1 juli van elk jaar de volgende gegevens over het voorgaande kalenderjaar ter beschikking van de OVAM, voor zover deze gegevensverstrekking niet in een milieubeleidsovereenkomst is geregeld : 1° de totale hoeveelheid en het totale gewicht van het in het Vlaamse Gewest in verbruik gebrachte drukwerk, onderverdeeld in de categorieiën, genoemd in artikel 1.1.1, 2, 17°; 2° een overzicht van de totale hoeveelheid en het totale gewicht van de in het kader van de uitoefening van de aanvaardingsplicht ingezamelde drukwerkafvalstoffen; 3° een overzicht van het totale gewicht van de met toepassing van de aanvaardingsplicht gerecycleerde, anderszins nuttig toegepaste en verwijderde drukwerkafvalstoffen; 4° een overzicht van de preventieve acties onderverdeeld in de categorieiën, genoemd in artikel 1.1.1, 2, 17°.

3.3.4, § 1

De eindverkoper van voertuigen stelt vóór 1 juli van elk jaar de volgende gegevens over het voorgaande kalenderjaar ter beschikking van de OVAM : de totale hoeveelheid afgedankte voertuigen, uitgedrukt in kilogram, soorten en aantallen, die in het kader van de uitoefening van de aanvaardingsplicht in ontvangst werd genomen.

3.3.4, § 2

De tussenhandelaar in voertuigen stelt vóór 1 juli van elk jaar de volgende gegevens over het voorgaande kalenderjaar ter beschikking van de OVAM : de totale hoeveelheid afgedankte voertuigen, uitgedrukt in kilogram, soorten en aantallen, die in het kader van de uitoefening van de aanvaardingsplicht in ontvangst werd genomen.

3.3.4, § 3

De producent van voertuigen stelt vóór 1 juli van elk jaar de volgende gegevens over het voorgaande kalenderjaar ter beschikking van de OVAM : 1° de totale hoeveelheid voertuigen in het Vlaamse Gewest, uitgedrukt in kg en aantallen : a) die op de markt werden gebracht;b) waarvoor een « certificaat van vernietiging » is afgeleverd;2° de totale hoeveelheid afgedankte voertuigen, uitgedrukt in kilogram, categorieiën M1 of N1, en aantallen, die in het Vlaamse Gewest werden aanvaard door de erkende centra en de eindverkopers;3° het gewicht van de onderdelen, materialen en afvalstoffen afkomstig van afgedankte voertuigen in kilogram, die gedurende het voorafgaande kalenderjaar : a) werden hergebruikt en gerecycleerd;b) werden verwerkt in vergunde installaties met terugwinning van energie;c) werden verwijderd in vergunde installaties voor de verbranding van afvalstoffen;d) werden verwijderd in of op stortplaatsen;4° de locatie van de verschillende erkende centra en/of vergunde verwerkingsinstallaties voor afgedankte voertuigen en de wijze waarop de aanvaarde afgedankte voertuigen in het Vlaamse Gewest werden verwerkt. 3.3.4, § 4

De eindverkoper, tussenhandelaar, producent van voertuigen houden een register bij van de afgedankte voertuigen, met vermelding van het chassisnummer, datum van aan- en afvoer, en naam en adres van bestemmeling. Ze verschaffen aan de OVAM alle andere informatie die de OVAM nuttig acht voor de beoordeling van de overeenkomstig het artikel 3.3.1 te bereiken doelstellingen.

3.3.5, § 1

De voertuigproducenten verschaffen aan de erkende of vergunde verwerkingsinrichtingen van afgedankte voertuigen binnen zes maanden nadat een nieuw voertuigtype in de handel is gebracht, alle demontage-informatie. In die informatie worden de verschillende voertuigonderdelen en -materialen en de plaats van alle gevaarlijke stoffen in de voertuigen aangegeven.

3.3.5, § 2

De producenten van voertuigonderdelen verschaffen op verzoek van de erkende verwerkingsinrichtingen, rekening houdend met de vertrouwelijkheid van commerciële en industriële gegevens, eveneens informatie omtrent demontage, opslag en het testen van onderdelen die opnieuw kunnen worden gebruikt.

3.4.4, § 1

De eindverkoper van banden stelt vóór 1 juli van elk jaar de volgende gegevens over het voorgaande kalenderjaar ter beschikking van de OVAM : 1° de totale hoeveelheid afvalbanden, inclusief die welke in aanmerking komen voor hergebruik, uitgedrukt in kilogram;2° de soorten en aantallen afvalbanden, die in het kader van de uitoefening van de aanvaardingsplicht in ontvangst werden genomen. 3.4.4, § 2

De tussenhandelaar in banden stelt vóór 1 juli van elk jaar de volgende gegevens over het voorgaande kalenderjaar ter beschikking van de OVAM : 1° de totale hoeveelheid afvalbanden, inclusief die welke in aanmerking komen voor hergebruik, uitgedrukt in kilogram;2° de soorten en aantallen afvalbanden, die in het kader van de uitoefening van de aanvaardingsplicht in ontvangst werd genomen. 3.4.4, § 3

De producent van banden stelt vóór 1 juli van elk jaar de volgende gegevens over het voorgaande kalenderjaar ter beschikking van de OVAM : 1° de totale hoeveelheid banden, uitgedrukt in kilogram en soorten, die in het Vlaamse Gewest in omloop werd gebracht;2° de totale hoeveelheid afvalbanden, inclusief die welke in aanmerking komen voor hergebruik, uitgedrukt in kilogram, soorten en aantallen, die in het kader van de uitoefening van de aanvaardingsplicht werd ingezameld;3° de inrichting(en) waar en de wijze waarop de ingezamelde afvalbanden werden verwerkt;4° de totale hoeveelheid afvalbanden, uitgedrukt in kilogram, die : a) werd uitgesorteerd voor hergebruik;b) een nieuw loopvlak kreeg;c) werd gebruikt voor materiaalrecyclage d) energetisch werd gevaloriseerd. Art. 3.5.1bis, § 1, c)

De producenten moeten, als ze een product op de markt brengen, een waarborg stellen waaruit blijkt dat het beheer van de afgedankte elektrische en elektronische apparaten zal worden gefinancierd. De waarborg heeft betrekking op de financiering van de inzameling en de milieuhygiënisch verantwoorde verwerking van dat product. Hij kan de vorm hebben van een recyclingverzekering, geblokkeerde bankrekening of deelneming van de producent aan passende financiële regelingen voor de financiering van het beheer van afgedankte elektrische apparatuur.

Art. 3.5.1bis, § 2 en § 3

§ 2. In afwijking van artikel 3.1.1.3 geldt voor de zichtbaarheid van de milieubijdragen : 1° voor elektrische en elektronische apparaten van huishoudelijke of vergelijkbare aard worden bij verkoop van nieuwe producten, de kosten van inzameling en milieuhygiënisch verantwoorde verwerking ten aanzien van de consumenten niet afzonderlijk aangetoond.De producenten mogen gedurende een overgangsperiode tot 13 februari 2013 voor de grote huishoudelijke apparaten en tot 13 februari 2011 voor de andere apparaten, bij de verkoop van nieuwe producten de kosten van inzameling en milieuvriendelijke verwerking ten aanzien van de consumenten aantonen. De aangegeven kosten mogen niet hoger liggen dan de reële kosten; 2° voor elektrische en elektronische apparaten van andere gebruikers dan huishoudens of vergelijkbare gebruikers mogen de producenten tijdens een overgangsperiode bij verkoop van nieuwe producten, op vrijwillige basis, ten aanzien van de consumenten de kosten van inzameling, verwerking en milieuvriendelijke verwijdering van de historische voorraad aantonen.Producenten die van deze regeling gebruik maken, moeten garanderen dat de aangegeven kosten niet hoger liggen dan de reële kosten § 3. De natuurlijke personen of rechtspersonen die elektrische of elektronische apparatuur verkopen op afstand, moeten de voorwaarden van dit artikel ook in acht nemen voor apparatuur die wordt geleverd aan een koper buiten het Vlaamse Gewest.

3.5.6, § 1

De eindverkoper van elektrische en elektronische apparatuur stelt vóór 1 juli van elk jaar de volgende gegevens over het voorgaande kalenderjaar ter beschikking van de OVAM : 1° de totale hoeveelheid afgedankte elektrische en elektronische apparatuur, uitgedrukt in kilogram;2° de soorten en aantallen afgedankte elektrische en elektronische apparaten, die in het kader van de aanvaardingsplicht in ontvangst werden genomen, met minstens de aparte vermelding van de hoeveelheden die : ? voor hergebruik geselecteerd werden, inclusief de overbrenger en de bestemming; ? aan de tussenhandelaars, respectievelijk producent/[..] werden overhandigd; ? een andere bestemming kregen.

3.5.6, § 2

De tussenhandelaar in elektrische en elektronische apparatuur stelt vóór 1 juli van elk jaar de volgende gegevens over het voorgaande kalenderjaar ter beschikking van de OVAM : 1° de totale hoeveelheid afgedankte elektrische en elektronische apparatuur, uitgedrukt in kilogram;2° de soorten en aantallen afgedankte elektrische en elektronische apparaten, die in het kader van de aanvaardingsplicht in ontvangst werden genomen, met minstens de aparte vermelding van de hoeveelheden die : ? voor hergebruik geselecteerd werden, inclusief de overbrenger en de bestemming; ? aan de producent werden overhandigd; ? een andere bestemming kregen.

3.5.6, § 3

De producent van elektrische of elektronische apparatuur stelt vóór 1 juli van elk jaar de volgende gegevens over het voorgaande kalenderjaar ter beschikking van de OVAM : 1° de totale hoeveelheid elektrische en elektronische apparatuur, uitgedrukt in kilogram, soorten en aantallen, die in Vlaanderen op de markt werd gebracht;2° de totale hoeveelheid afgedankte elektrische en elektronische apparatuur, uitgedrukt in kilogram, soorten en aantallen, die in het kader van de uitoefening van de aanvaardingsplicht werd ingezameld;3° de inrichting(en) waar en de wijze waarop de ingezamelde afgedankte elektrische en elektronische apparatuur werd verwerkt;4° de inrichting(en) waar en de hoeveelheid ingezamelde afgedankte elektrische en elektronische apparatuur die in hergebruik werd gebracht; 5° de totale hoeveelheden afvalstoffen die voortkomen uit de verwerking van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur, uitgedrukt in kilogram en opgesplitst per groep van afvalstof als bedoeld in artikel 3.5.3 en per categorie, vermeld in 3.5.1, die : a) werden gerecycleerd;b) op een andere wijze nuttig werden toegepast;c) werden verwijderd in installaties voor de verbranding van afvalstoffen;d) werden verwijderd door storten. 3.5.7

De producenten verstrekken informatie over hergebruik en verwerking voor elk op de markt gebracht nieuw type elektrische en elektronische apparatuur, en wel binnen het jaar nadat zij die op de markt hebben gebracht. Die informatie bevat aanwijzingen over de verschillende onderdelen en materialen van de apparatuur, alsook over de plaatsen in de apparatuur waar zich gevaarlijke stoffen en preparaten bevinden. De informatie wordt door de producenten van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur aan de hergebruikscentra en de verwerkings- en recyclinginrichtingen verstrekt in de vorm van handboeken of via elektronische media.

3.6.5

De producenten van batterijen en accu's worden geregistreerd en stellen voor 1 april van elk jaar de volgende gegevens over het voorgaande kalenderjaar ter beschikking van de OVAM : 1° de totale hoeveelheid batterijen en accu's, uitgedrukt in kilogram, die in het Vlaamse Gewest werd verbruikt, opgesplitst naar elk van de volgende soorten : a) zink-bruinsteenbatterijen;b) alkali-mangaanbatterijen;c) kwikoxidebatterijen;d) zilveroxidebatterijen;e) zink-luchtbatterijen;f) nikkel-cadmiumbatterijen;g) loodhoudende batterijen;h) nikkelmetaalhydride batterijen;i) herlaadbare lithiumbatterijen;j) overige batterijen;2° de totale hoeveelheid afgedankte batterijen en accu's, uitgedrukt in kilogram, die in het kader van de uitoefening van de aanvaardingsplicht werd ingezameld, opgesplitst naar de soorten, vermeld in punt 1°;3° de inrichting(en) waar en de wijze waarop de ingezamelde afgedankte batterijen en accu's werden verwerkt;4° de hoeveelheid gerecycleerde afvalstoffen;5° een overzicht van de preventieve acties.»

3.7.4, § 1

De eindverkoper en de tussenhandelaar van olie stellen vóór 1 juli van elk jaar de volgende gegevens over het voorgaande kalenderjaar ter beschikking van de OVAM : de totale hoeveelheid afgewerkte olie, uitgedrukt in liter, die in het kader van de uitoefening van de aanvaardingsplicht in ontvangst werd genomen.

3.7.4, § 2

De producent van olie stelt vóór 1 juli van elk jaar de volgende gegevens over het voorgaande kalenderjaar ter beschikking van de OVAM : 1° de totale hoeveelheid olie, uitgedrukt in liter, die in het Vlaamse Gewest werd verbruikt;2° de totale hoeveelheid afgewerkte olie, uitgedrukt in liter, die in het kader van de uitoefening van de aanvaardingsplicht werd ingezameld.Hij geeft daarbij op een gemotiveerde wijze aan wat de verliezen zijn die ontstaan door de consumptie; 3° de inrichting(en) waar en de wijze waarop de ingezamelde afgewerkte olie werd verwerkt;4° de totale hoeveelheden aan stoffen, die voortkomen uit de verwerking van afgewerkte olie, uitgedrukt in liter, die : a) opnieuw werden gebruikt als olie;b) opnieuw geraffineerd werden;c) op een andere wijze nuttig werden toegepast;d) werden verwijderd. 4.1.2, § 1

Onverminderd de geldende bepalingen inzake productverantwoordelijkheid is de houder van afvalstoffen die ze als secundaire grondstoffen in de handel brengt, verantwoordelijk voor de kwaliteit zoals bepaald in artikel 4.1.1 en stelt hij de OVAM onverwijld in kennis indien hij over informatie beschikt waaruit kan worden besloten dat een partij potentiële secundaire grondstoffen niet meer in aanmerking komt voor het beoogde gebruik als secundaire grondstof.

4.1.2, § 3

De analysegegevens worden bij de houder van afvalstoffen die als secundaire grondstof mogen worden gebruikt gedurende 5 jaar ter beschikking gehouden van de toezichthoudende ambtenaren.

4.2.1.2, § 1

De producenten van behandeld zuiveringsslib verstrekken aan de gebruikers alle informatie over de zuiveringsslibanalyse, bepaald in bijlage 4.2.1.C.

4.3.5, § 1

Een kopie van het gebruikscertificaat begeleidt altijd de secundaire grondstof.

4.3.5, § 2

Voor niet-verpakte secundaire grondstoffen legt de gebruiker, op verzoek, een kopie van het gebruikscertificaat voor aan de toezichthoudende ambtenaren.

4.3.5, § 3

Voor verpakte secundaire grondstoffen staan de gegevens van het gebruikscertificaat op de verpakking.

5.1.1.3, § 1

Voor het vervoer van gevaarlijke afvalstoffen en KGA moet de opdrachtgever in het bezit zijn van een geldig verzekeringscontract.

5.1.1.3, § 7

De verzekeraar brengt de OVAM binnen 7 dagen op de hoogte van iedere beslissing van de verzekeraar tot opzegging, schorsing, beiëindiging of enigerlei andere handeling, toestand of situatie, waarvan de verzekeraar kennis neemt en die de dekking uit de overeenkomst in het gedrang brengt. Iedere schorsing of beiëindiging heeft slechts uitwerking drie maanden na deze mededeling aan de OVAM.

5.1.1.4, § 4

Al die gegevens moeten ingevuld worden vóór het vervoer aanvangt en ze moeten worden ondertekend en gedateerd door de opdrachtgever en voor gevaarlijke afvalstoffen ook door de producent. Als de hoeveelheid niet kan bepaald worden vóór het vertrek, mag de hoeveelheid ingevuld worden op de plaats van de bestemming.

5.1.1.4, § 7

De producent ontvangt een kopie van het tot zover ingevulde identificatieformulier.

5.1.1.4, § 8

Op de plaats van bestemming wordt het identificatieformulier door de bestemmeling gedateerd, eventueel aangevuld met de hoeveelheid, en voor ontvangst ondertekend. Hij ontvangt ter plaatse een kopie van het volledig ingevulde identificatieformulier.

5.1.1.4, § 9

De opdrachtgever houdt de originele volledig ingevulde identificatieformulieren gedurende een periode van minimaal tien jaar bij. De producent en de bestemmeling houden de kopieën bij van de identificatieformulieren die zij hebben ontvangen.

5.1.2.7, § 2

Elke formele wijziging van de administratieve gegevens van de erkende overbrenger wordt aan de OVAM meegedeeld en wordt in het register aangepast.

5.1.3.5, § 2

Elke wijziging in de geregistreerde gegevens wordt aan de OVAM meegedeeld en wordt in het register aangepast.

5.5.3.1, § 6

Een lijst van medische afvalstoffen als bedoeld in 3, aangevuld met alle aanvullende risicohoudende en niet-risicohoudend medische afvalstoffen als bedoeld in 4 en 5, moet binnen elke instelling voor geneeskunde en elke geneeskundige praktijk ter beschikking worden gesteld van de toezichthoudend ambtenaar en van elke persoon die betrokken is bij de productie en de behandeling van medische afvalstoffen.

5.5.4.3, § 3

De erkende centra moeten het bewijs leveren van de bestemming van de materialen.

5.5.4.3, § 4, eerste zin

Het erkende centrum verleent alle informatie, die in het kader van de aanvaardingsplicht moet worden bijgehouden of verstrekt, aan de producenten, of aan degene die door hen is aangesteld.

5.5.4.3, § 4, voorlaatste en laatste zin

Het chassisnummer van een afgedankt voertuig dat het erkend centrum verlaat, wordt voorafgaandelijk meegedeeld aan het beheersorganisme.

Op elk moment moet op verzoek van de toezichthoudend ambtenaar een geactualiseerde lijst kunnen worden voorgelegd van de afgedankte voertuigen evenals van de afvalstoffen en materialen die aanvaard werden of van de hand gedaan werden, en die aanwezig zijn op de inrichting.

5.5.4.3, § 5

Het erkende centrum bezorgt aan de eigenaar een certificaat van vernietiging naar het voorbeeld, opgenomen in bijlage 5.5.4.1 van dit besluit. Het erkende centrum stuurt een afgestempelde verklaring van vernietiging op naar de dienst Wegverkeer bij het ministerie van Verkeer en Infrastructuur, met vermelding van de datum van vernietiging. Het erkende centrum deponeert een stempel, die aangebracht wordt op het certificaat van vernietiging, bij de OVAM.

5.5.4.3, § 6

Het erkende centrum bezorgt jaarlijks aan de OVAM een rapport van de doorlichting van de bedrijfsactiviteiten door een onafhankelijke keuringsinstelling, geaccrediteerd op basis van ISO 17020. Dit rapport geeft aan of het erkende centrum al dan niet voldoet aan de wettelijke bepalingen.

5.5.4.3, § 7

Het erkende centrum verleent op uitdrukkelijk verzoek van de OVAM de volgende overzichten in verband met de materialenstroom, waarbij het gewicht wordt uitgedrukt in kg : 1° een overzicht van de aangevoerde afgedankte voertuigen (aantal, totaalgewicht per categorie M1 of N1, lijsten van de chassisnummers);2° een overzicht van de afgevoerde afgedankte voertuigen (aantal, totaalgewicht per categorie M1 of N1, lijsten van de chassisnummers);3° een overzicht van de afgevoerde materialen (volgens hun gewicht, totaal per bestemming). 5.5.4.8, § 2

Elke wijziging van de administratieve gegevens van het erkende centrum wordt aan de OVAM meegedeeld. Elke andere wijziging wordt behandeld als een nieuwe erkenningsaanvraag.

5.5.8.3, § 1

Bedrijven die PCB's verwijderen, delen de hoeveelheid, de oorsprong en de aard van de aan hen geleverde PCB's, mee aan de OVAM.

5.5.8.3, § 2

De in 1 bedoelde gegevens worden door de bedrijven die PCB's verwijderen ter inzage gehouden van de plaatselijke overheid en de bevolking.

5.5.8.4, § 1, 1°, 2°, 3°en 4°

De houder van apparaten die PCB's bevatten, moet : 1° uiterlijk op 1 januari 1999 aan de OVAM ten minste kennis geven van : a) zijn naam en adres;b) plaats en omschrijving van de apparaten die PCB's bevatten en die hij in zijn bezit heeft, alsook de hoeveelheden PCB's in deze apparaten;c) de hoeveelheden PCB's die hij in zijn bezit heeft;d) de hoeveelheden gebruikte PCB's die hij in zijn bezit heeft;e) data en soorten behandeling of vervanging die worden uitgevoerd of overwogen.2° Als die kennisgeving eerder is gebeurd met toepassing van het koninklijk besluit van 9 juli 1986 tot reglementering van de stoffen en preparaten die polychloorbifenylen en polychloorterfenylen bevatten, worden daarbij de eventuele wijzigingen vermeld ten aanzien van deze vroegere kennisgeving;3° na 1 januari 1999 aan de OVAM kennis geven van elke wijziging in de onder 1° beschreven situatie;4° ervoor zorgen dat elk apparaat dat meer dan 1 liter PCB's bevat, wordt voorzien van een etiket.Voor sterkstroomcondensatoren geldt de drempel van 1 liter voor het totaal van de afzonderlijke onderdelen van een gecombineerd toestel.

Apparaten waarvan redelijkerwijze mag worden aangenomen dat de vloeistoffen daarin tussen 0,05 en 0,005 gewichtsprocenten PCB's bevatten, mogen worden voorzien van een etiket waarop staat « verontreinigd met PCB's < 0,05 % ».

Een soortgelijk etiket moet ook worden aangebracht op de deuren van lokalen waar dit apparaat zich bevindt;

5.5.8.4, § 2

Elke wijziging van de informatie, verstrekt overeenkomstig 1, 1° en 2°, moet binnen drie maanden schriftelijk aan de OVAM worden meegedeeld.

5.5.10

De producenten [..] van verpakte verbruiksgoederen die door de leidinggevende ambtenaar van de OVAM worden aangeduid als goederen die vaak terug te vinden zijn in het zwerfvuil, moeten tegen 1 januari 2005 een beheersplan opstellen en acties ondernemen om de aanwezigheid van hun verpakkingen in het zwerfvuil tegen te gaan. Het beheersplan handelt specifiek over mogelijke sensibiliseringsmaatregelen om een gedragsverandering te bekomen. Het beheersplan en een rapport van de acties worden ingediend bij de OVAM

5.5.14, § 1

De beheerder van een haven stelt een passend plan op voor ontvangst en verwerking van scheepsafval.

5.5.14, § 5

De beheerders van de havens moeten jaarlijks door een onafhankelijke bedrijfsrevisor een audit laten uitvoeren, waarbij wordt toegezien op de correcte uitvoering van het kostendekkingssysteem, zoals uitgewerkt in het plan voor ontvangst en verwerking van scheepsafval. De resultaten van de audit moeten jaarlijks bezorgd worden aan de OVAM uiterlijk op 1 maart van het volgende jaar.

5.5.15, § 3

In geval van significante veranderingen in de werking van de haven, moet de beheerder van de haven dit onverwijld en per aangetekend schrijven aan OVAM meedelen.

5.5.16

De beheerder van de haven zorgt ervoor dat aan elke havengebruiker de volgende informatie wordt verstrekt : 1° een korte verwijzing naar het fundamentele belang van een behoorlijke afgifte van scheepsafval en ladingresiduen;2° de locatie van de vaste havenontvangstvoorzieningen, met tekening/kaart;3° een lijst van gewoonlijk verwerkte soorten scheepsafval en ladingresiduen;4° een lijst van contactadressen, exploitanten en geboden diensten;5° een beschrijving van de aanmeldingsprocedure;6° een beschrijving van de afgifteprocedures;7° een beschrijving van het tariefsysteem;8° een beschrijving van de procedures voor het melden van vermeende tekortkomingen van havenontvangstvoorzieningen;9° een beschrijving van de procedure voor het aanvragen van vrijstelling van de afgifteplicht, aanmelding en financiële bijdrage. 5.5.17, § 5

De aanmeldingsformulieren die de aangewezen instanties in het kader van deze procedure ontvangen, moeten gedurende een termijn van drie jaar bijgehouden worden.

5.5.19, § 1

De beheerder van de haven zorgt ervoor dat de kosten voor het gebruik van de havenontvangstvoorzieningen verbonden aan de afgifte van scheepsafval, met inbegrip van de behandeling en verwijdering van het scheepsafval, worden betaald met bijdragen van de schepen via een kostendekkingsysteem dat niet mag aanzetten tot het lozen van afval op zee.

5.5.22

De producenten van vloerbedekkingen moeten tegen 1 januari 2006 een beheersplan opstellen om de inzameling en de verwerking van vloerbedekkingsafval te organiseren. Het beheersplan wordt ingediend bij de OVAM.

5.5.23.2

De producenten en gebruikers van landbouwfolies leggen een gemeenschappelijk afvalbeheersplan ter goedkeuring voor aan de OVAM. Het beheersplan geldt voor een periode van 3 jaar. Het eerste afvalbeheersplan wordt ingediend voor 1 juli 2007.

5.5.23.5

In uitvoering van het beheersplan leggen de producenten en gebruikers van landbouwfolies jaarlijks een actielijst ter goedkeuring voor aan de OVAM.

5.5.23.5

De actielijst bevat een opsomming van de geplande acties met een duidelijke timing, vooropgestelde resultaten en taakverdeling.

6.1.3

Tenzij het anders bepaald is in dit hoofdstuk, zijn de volgende actoren ertoe gehouden afvalstoffengegevens te verschaffen op eenvoudig verzoek van de OVAM : 1° de overbrengers van afvalstoffen;2° de inrichtingen voor het verwerken van afvalstoffen;3° de producenten van bedrijfsafvalstoffen;4° de gemeenten en de verenigingen van gemeenten, belast met het afvalstoffenbeheer. 6.3.1.2, § 1

De producenten van bedrijfsafvalstoffen die zijn opgenomen in de selectie, vermeld in artikel 6.3.1.1, § 1, alsook de producenten van bedrijfsafvalstoffen die in de lijst van hinderlijke inrichtingen als bijlage I van titel I van het VLAREM zijn opgenomen met de letter R in de zevende kolom, brengen verslag uit over de in het vorige kalenderjaar geproduceerde afvalstoffen.

6.3.1.3, § 1

De verslaggeving gebeurt overeenkomstig artikel 2 en 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 2004 tot invoering van het integrale milieujaarverslag, voor de datum die daarin wordt bepaald, en door middel van het deelformulier « Identificatiegegevens » en het deelformulier « Afvalstoffenmelding voor producenten » van het integrale milieujaarverslag, waarvan het model is gevoegd als bijlage I bij het voormelde besluit.

6.3.1.3, § 2

Onverminderd het bepaalde in § 1 moeten producenten van bedrijfsafvalstoffen die in de lijst van hinderlijke inrichtingen als bijlage I van titel I van het VLAREM zijn opgenomen met de letter R in de zevende kolom, en van wie afvalstoffen buiten Vlaanderen verwerkt worden door middel van de verwijderinghandelingen D2 (uitrijden) of D3 (injectie in de diepe ondergrond), voor die afvalstoffen een aparte rapportering doen. Die rapportering moet gebeuren overeenkomstig artikel 2 en 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 2004 tot invoering van het integrale milieujaarverslag, voor de datum die daarin wordt bepaald, en door middel van het deelformulier « Bodememissies, verontreinigende stoffen uit afval » van het integrale milieujaarverslag, waarvan het model is gevoegd als bijlage I bij dit besluit.

6.3.2.1, § 1

De gemeentelijke overheden bezorgen jaarlijks vóór 1 april aan de OVAM een jaarrapport over de in het vorige kalenderjaar door hen of in hun opdracht ingezamelde afvalstoffen.

6.3.2.1, § 2

Het jaarrapport heeft betrekking op alle afvalstoffen, met inbegrip van de met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen die door of in opdracht van de gemeente werden ingezameld of opgehaald

6.3.2.2, § 1

Dit jaarrapport wordt schriftelijk of elektronisch bezorgd en bevat jaartotalen uit het afvalstoffenregister, vermeld in artikel 6.2.3, § 1.

6.3.2.2, § 2

Voor afvalstoffen die in aard, samenstelling of inzameling of verwerking verschillen, moeten afzonderlijke totalen worden ingevuld.

6.3.2.2, § 3

De OVAM bepaalt de vorm waarin het jaarrapport wordt opgemaakt en bezorgd, met inbegrip van de technische specificaties voor het elektronisch indienen van het rapport.

6.4.1

De overbrengers van afvalstoffen brengen verslag uit over de door hen in het vorige kalenderjaar overgebrachte afvalstoffen. De verslaggeving gebeurt overeenkomstig artikel 2 en 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 2004 tot invoering van het integrale milieujaarverslag, voor de datum die daarin wordt bepaald, en door middel van het deelformulier « Afvalstoffenmelding voor overbrengers » van het integrale milieujaarverslag, waarvan het model is gevoegd als bijlage I bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 2004 tot invoering van het integrale milieujaarverslag.

6.5.1

De verwerker van afvalstoffen die in Vlaanderen afvalstoffen invoert vanuit een ander land of gewest, brengt verslag uit over de in het vorige kalenderjaar door hem ingevoerde afvalstoffen. De verslaggeving gebeurt overeenkomstig artikel 2 en 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 2004 tot invoering van het integrale milieujaarverslag, voor de datum die daarin wordt bepaald en door middel van het deelformulier « Afvalstoffenmelding voor verwerkers » van het integrale milieujaarverslag, waarvan het model als bijlage I bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 2004 tot invoering van het integrale milieujaarverslag is gevoegd.

7.1.4.1, § 1

« § 1. Elke wijziging die wordt aangebracht aan de gegevens, vermeld in artikel 7.1.2.2, 1°, 7°, 8°, 9°, en elke wijziging van leidinggevende personeelsleden of in het adres van het laboratorium, worden onmiddellijk met een aangetekende brief meegedeeld aan de OVAM. »

7.1.4.2, 5°

5 °als het laboratorium analyses uitvoert waarvoor het niet erkend is, moet de niet-erkenning voor de analyses in kwestie expliciet in het analyseverslag vermeld worden; »

7.1.4.2. 6°

6° als het laboratorium analyses laat uitvoeren in een ander daartoe erkend laboratorium, moet de uitbesteding voor de analyses in kwestie expliciet in het analyseverslag vermeld worden.»


Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 april 2009 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en tot wijziging van diverse besluiten.

De minister-president van de Vlaamse Regering, K. PEETERS De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur, H. CREVITS

Bijlage XIII Lijst van milieu-inbreuken, in uitvoering van de artikelen 16.1.2, f), en 16.4.27, derde lid, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid Enig artikel. Het niet voldoen aan de hiernavolgende wettelijke verplichtingen als vermeld in het Bosdecreet van 13 juni 1990, wordt beschouwd als een milieu-inbreuk :

Artikel

Wettelijke verplichting

91, § 2, eerste lid

Bij een overdracht of een verdeling van onroerende goederen waarop dit decreet van toepassing is, brengt de overdrager of verdeler de verwerver vóór het sluiten van de overeenkomst op de hoogte van de verplichtingen die op dat goed rusten krachtens dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten.

91, § 2, tweede lid

Deze verplichting rust eveneens op degene die het eigendomsrecht van dergelijke onroerende goederen belast met zakelijke rechten in de mate dat daarbij het beheer van het bos wordt overgedragen, en op de persoon die op enige andere wijze het beheer van het bos gedeeltelijke of geheel overdraagt voor meer dan negen jaar.

91, § 3, eerste lid

De instrumenterende ambtenaar die een akte verlijdt van overdrachten of verdelingen bedoeld in § 1 neemt in de akte in een aparte rubriek « Bosdecreet » de verklaring op van de overdrager of verdeler dat hij zijn informatieplicht, bedoeld in § 2, heeft nageleefd en, in voorkomend geval, de nodige stukken heeft overgedragen.

91, § 3, tweede lid

Het voorhanden zijn van een bosbeheerplan en de referentiegegevens ervan worden in de akte vermeld.

91, § 4

Voormelde instrumenterende ambtenaar deelt binnen zestig dagen na de ondertekening van de akte de wijziging in het beheer van het bos mee aan het Agentschap met een attest waarin de identiteit van de oorspronkelijke en de nieuwe bosbeheerder en de omschrijving van het betreffende onroerend goed worden opgenomen.

Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 april 2009 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en tot wijziging van diverse besluiten.

De minister-president van de Vlaamse Regering, K. PEETERS De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur, H. CREVITS

Bijlage XIV Lijst van milieu-inbreuken, in uitvoering van de artikelen 16.1.2, f), en 16.4.27, derde lid, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid Enig artikel. Het niet voldoen aan de hiernavolgende wettelijke verplichtingen als vermeld in het Jachtdecreet van 24 juli 1991, wordt beschouwd als een milieu-inbreuk :

Artikel

Wettelijke verplichting

7, tweede lid

Elke houder van het jachtrecht die op welke wijze ook van zijn recht gebruik maakt is verplicht een door hem opgemaakt plan van zijn jachtterrein met aanduiding van de percelen waarbinnen hij geen jachtrecht heeft in te dienen bij de arrondissementscommissaris of de door de Vlaamse Regering aan te wijzen ambtenaar, in wiens ambtsgebied het jachtterrein of het grootste gedeelte ervan, is gelegen.

7, vierde lid, tweede zin

Elke houder van het jachtrecht die een plan heeft neergelegd dat de toestand van zijn jachtterrein niet juist weergeeft is verplicht op verzoek van de arrondissementscommissaris of van de door de Vlaamse Regering aan te wijzen ambtenaar, om binnen de gestelde termijn de juiste gegevens neer te leggen. »


Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 april 2009 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en tot wijziging van diverse besluiten.

De minister-president van de Vlaamse Regering, K. PEETERS De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur, H. CREVITS

Bijlage XV Lijst van de milieu-inbreuken, in uitvoering van de artikelen 16.1.2, 1°, f), en 16.4.27, derde lid, tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid Enig artikel. Het niet voldoen aan de hiernavolgende wettelijke verplichtingen als vermeld in Verordening (EG) Nr. 2037/2000 van het Europees Parlement en de Raad van 29 juni 2000 betreffende de ozonlaag afbrekende stoffen en dit in het licht van de Vlaamse bevoegdheden ter bescherming van het leefmilieu zoals bepaald in artikel 6, § 1, II, eerste lid, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen.

Artikel

Wettelijke verplichting

19, lid 1, sub a

1. Elke producent, importeur en exporteur van gereguleerde stoffen verstrekt de Commissie en, door middel van een afschrift, de bevoegde instantie van de betrokken lidstaat voor elke gereguleerde stof jaarlijks vóór 31 maart over de periode van 1 januari tot en met 31 december van het voorafgaande jaar de hieronder vermelde gegevens.De vorm van dat rapport wordt volgens de procedure van artikel 18, lid 2, vastgesteld. a) Iedere producent verstrekt de volgende gegevens : - zijn totale productie voor elke gereguleerde stof; - de in de Gemeenschap op de markt gebrachte of voor eigen rekening van de producent gebruikte geproduceerde hoeveelheden, gesplitst naar productie voor grondstof, technische hulpstof, quarantainedoeleinden, toepassingen voorafgaand aan het vervoer of andere toepassingen; - de productie om te voorzien in de behoeften voor essentiële toepassingen in de Gemeenschap waarvoor overeenkomstig artikel 3, lid 4, vergunning is verleend; - de productie om in de fundamentele binnenlandse behoeften van de partijen overeenkomstig artikel 5 van het protocol, waarvoor overeenkomstig artikel 3, lid 6, toestemming is verleend, te voorzien; - de productie om in de essentiële of kritische toepassingen van de partijen waarvoor overeenkomstig artikel 3, lid 7, toestemming is verleend, te voorzien; - een toename van de productie waarvoor in verband met industriële rationalisering krachtens artikel 3, leden 8, 9 en 10, toestemming is verleend; - de hoeveelheden die zijn gerecycleerd, geregenereerd of vernietigd; - de voorraden.

19, lid 1, sub b

[Indien het gaat om afvalstoffen] (...) Iedere importeur, met inbegrip van tevens invoerende producenten, verstrekt de volgende gegevens : (...) - de hoeveelheden gebruikte gereguleerde stoffen die voor recycling of voor regeneratie zijn ingevoerd; (...)

19, lid 1, sub c

1. Elke producent, importeur en exporteur van gereguleerde stoffen verstrekt de Commissie en, door middel van een afschrift, de bevoegde instantie van de betrokken lidstaat voor elke gereguleerde stof jaarlijks vóór 31 maart over de periode van 1 januari tot en met 31 december van het voorafgaande jaar de hieronder vermelde gegevens.De vorm van dat rapport wordt volgens de procedure van artikel 18, lid 2, vastgesteld. [...] b) Iedere exporteur, met inbegrip van tevens uitvoerende producenten, verstrekt de volgende gegevens : - de hoeveelheden uit de Gemeenschap uitgevoerde gereguleerde stoffen, met inbegrip van stoffen die onder de actieve veredelingsprocedure zijn ingevoerd, uitgesplitst naar uitvoer naar verschillende landen van bestemming, en naar uitvoer voor - gebruik als grondstof of als technische hulpstof, voor essentiële toepassingen, voor kritische toepassingen, voor quarantainedoeleinden en toepassingen voorafgaand aan het vervoer, om in de fundamentele binnenlandse behoeften van de partijen overeenkomstig artikel 5 van het Protocol te voorzien, en voor vernietiging; - de hoeveelheden gebruikte gereguleerde stoffen die voor recycling of voor regeneratie zijn uitgevoerd; - de voorrraden

19, lid 3

3. Elke gebruiker die volgens artikel 3, lid 1, toestemming heeft verkregen om van een vrijstelling voor essentiële toepassingen gebruik te maken, deelt de Commissie en, door middel van een afschrift, de bevoegde instantie van de betrokken lidstaat jaarlijks vóór 1 maart voor alle stoffen waarvoor hij toestemming heeft verkregen, mee waarvoor die zijn gebruikt, welke hoeveelheden hij het voorgaande jaar heeft gebruikt, welke hoeveelheden hij in voorraad heeft, gerecycleerd of vernietigd heeft en welke hoeveelheden die stoffen bevattende producten hij op de communautaire markt gebracht en/of uitgevoerd heeft. 19, lid 4

4. Elke onderneming die toestemming heeft verkregen om gereguleerde stoffen als technische hulpstof te gebruiken, deelt de Commissie jaarlijks vóór 1 maart de tijdens het voorgaande jaar gebruikte hoeveelheden en een raming van de emissies tijdens het gebruik mee.

Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 april 2009 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en tot wijziging van diverse besluiten.

De minister-president van de Vlaamse Regering, K. PEETERS De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur, H. CREVITS

Bijlage XVI Lijst van de milieu-inbreuken, in uitvoering van de artikelen 16.1.2, 1°, f), en 16.4.27, derde lid, tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid Enig artikel. Het niet voldoen aan de hiernavolgende wettelijke verplichtingen als vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 26 maart 2004 houdende regels tot uitvoering van het Oppervlaktedelfstoffendecreet, laatst gewijzigd bij dit besluit wordt beschouwd als een milieu-inbreuk :

Artikel

Wettelijke verplichting

14, § 2, tweede zin

De nieuwe vergunninghouder stelt de afdeling, bevoegd voor natuurlijke rijkdommen, bevoegd voor natuurlijke rijkdommen hiervan per aangetekende brief in kennis.

15, § 3, eerste lid

Indien de vergunninghouder een tijdelijke opslag van de uit zijn onderzoeksareaal gewonnen oppervlaktedelfstoffen voorziet op een perceel dat geen deel uitmaakt van de aanvraag, dient hij de afdeling, bevoegd voor natuurlijke rijkdommen, daarvan schriftelijk en voorafgaandelijk op de hoogte te brengen, met opgave van de referenties van dit perceel. Dit geldt zowel voor percelen gelegen binnen als buiten het ontginningsgebied.

24

Uiterlijk op 31 maart volgend op elk volledig kalenderjaar dat binnen de vergunningstermijn valt, bezorgt de vergunninghouder aan de afdeling, bevoegd voor natuurlijke rijkdommen een voortgangsrapport betreffende de exploitatie in het voorbije kalenderjaar. Na een eerste basisvoortgangsrapport kunnen de daaropvolgende jaarlijkse voortgangsrapporten zich beperken tot het aanleveren van de gegevens die wijzigingen inhouden ten opzichte van de vorige voortgangsrapporten. Ook ingeval er in het voorbije kalenderjaar geen enkele wijziging is opgetreden, wordt dit aan de afdeling, bevoegd voor natuurlijke rijkdommen gemeld. In elk geval wordt om de vijf jaar een geactualiseerd basisvoortgangsrapport aan de afdeling, bevoegd voor natuurlijke rijkdommen bezorgd. Het basisvoortgangsrapport bevat minstens de volgende gegevens : 1. de stand van zaken betreffende de ontginning bestaande uit een situeringsplan en opgave van de ontgonnen hoeveelheden, eventueel opgesplitst naar de verschillende soorten delfstoffen, en de gerealiseerde dieptes;2. een digitaal grafisch opmetingsbestand, gerefereerd in het Lambert BD72-stelsel en de Tweede Algemene Waterpassing (TAW). Volgende gegevens worden vermeld : a) kadastrale gegevens; b) grens vergunning; c) situering van alle gebouwen; d) situering van toegangswegen en uitbatingswegen; e) aanduiden van grachten, beken,...; f) aanduiden van de ontginningsfronten; g) voldoende hoogtepeilen vermelden langs taluds en ontginningsfronten; h) aanduiden van waterplassen, slibbekkens,..; i) aanduiden met behulp van inkleuring of arcering hetgeen afgedekt is, hetgeen opgevuld is, en hetgeen zijn eindafwerking heeft verkregen; j) aanduiden van de referentiepunten voor de opeenvolgende metingen : 3. een digitaal bestand voor de beschrijving van gematerialiseerde verdichtingspunten, opgemeten met behulp van FLEPOS (Flemish Positioning Service). Deze bestanden worden opgemaakt met behulp van de steekkaart-applicatie, beschikbaar op www.gisvlaanderen.be; 4. een tabel met een bondige beschrijving (piket, grenspaal, merkteken, hoek gebouw,...) van de referentiepunten, samen met de respectievelijke coördinaten in Lambert BD72/TAW; 5. de grondbalans met de geraamde hoeveelheden teelaarde en overige dekgronden; werkelijk gerealiseerde depots; hergebruikte teelaarde, dekgronden en tussenlagen in het kader van de eindafwerking of de nabestemming en nog te reserveren teelaarde, dekgronden en tussenlagen; 6. een plan met de zonering en fasering van de ontginning en vermelding van de oppervlakten van de verschillende zones.

Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 april 2009 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en tot wijziging van diverse besluiten.

De minister-president van de Vlaamse Regering, K. PEETERS De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur, H. CREVITS

Bijlage XVII Lijst van de milieu-inbreuken, in uitvoering van de artikelen 16.1.2, 1°, f), en 16.4.27, derde lid, tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid Enig artikel. Het niet voldoen aan de hiernavolgende wettelijke verplichtingen als vermeld in Verordening (EG) nr. 842/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 inzake bepaalde gefluoreerde broeikasgassen, en dit in het licht van de Vlaamse bevoegdheden ter bescherming van het leefmilieu zoals bepaald in artikel 6, § 1, II, eerste lid, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen.

Artikel

Wettelijke verplichting

6, lid 1,

1. Uiterlijk op 31 maart 2008 en nadien jaarlijks zendt elke producent, importeur en exporteur van gefluoreerde broeikasgassen met betrekking tot het voorafgaande kalenderjaar aan de Commissie in een verslag de volgende gegevens toe, waarvan zij aan de bevoegde instantie van de betrokken lidstaat een kopie doet toekomen : a) Elke producent die meer dan een ton gefluoreerde broeikasgassen per jaar produceert, verstrekt de volgende gegevens : - zijn totale productie van alle gefluoreerde broeikasgassen in de Gemeenschap, met opgave van de belangrijkste soorten toepassingen (bijv.klimaatregelingapparatuur in voertuigen, koeling, klimaatregeling, schuim, aërosolen, elektrische apparatuur, fabricage van halfgeleiders, oplosmiddelen en brandbeveiliging) waarin de stof naar verwachting zal worden gebruikt; - de hoeveelheden van elk gefluoreerd broeikasgas dat hij in de Gemeenschap op de markt heeft gebracht; - de gerecycleerde, geregenereerde of vernietigde hoeveelheden van elk type gefluoreerd broeikasgas. b) Elke importeur die meer dan een ton gefluoreerde broeikasgassen per jaar invoert, met inbegrip van producenten die tevens invoeren, verstrekt de volgende gegevens (1) : - (...); - de hoeveelheden gebruikte gefluoreerde broeikasgassen die hij met het oog op recycling, regeneratie of vernietiging heeft ingevoerd. c) Elke exporteur die meer dan een ton gefluoreerde broeikasgassen per jaar uitvoert, met inbegrip van producenten die tevens uitvoeren, verstrekt de volgende gegevens : - (...); - de hoeveelheden gebruikte gefluoreerde broeikasgassen die hij met het oog op recycling, regeneratie of vernietiging heeft uitgevoerd. » (2)


Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 april 2009 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en tot wijziging van diverse besluiten.

De minister-president van de Vlaamse Regering, K. PEETERS De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur, H. CREVITS Nota's (1) Indien het gaat om afvalstoffen.(2) Indien het gaat om afvalstoffen. Bijlage XVIII Lijst van de milieu-inbreuken, in uitvoering van de artikelen 16.1.2, 1°, f), en 16.4.27, derde lid, tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid Enig artikel. Het niet voldoen aan de hiernavolgende wettelijke verplichtingen als vermeld in Verordening (EG) Nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie, en dit in het licht van de Vlaamse bevoegdheden ter bescherming van het leefmilieu zoals bepaald in artikel 6, § 1, II, eerste lid, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen.

Artikel

Wettelijke verplichting

36, lid 1

Elke fabrikant, importeur, downstreamgebruiker of distributeur verzamelt alle informatie die hij nodig heeft om zijn verplichtingen krachtens deze verordening te vervullen en houdt die informatie beschikbaar gedurende ten minste tien jaar nadat hij de stof of het preparaat voor het laatst heeft vervaardigd, ingevoerd, geleverd of gebruikt.

Deze informatie wordt, onverminderd de titels II en VI, door de bedoelde fabrikant, importeur, downstreamgebruiker of distributeur op verzoek onverwijld verstrekt of beschikbaar gesteld aan een bevoegde instantie van de lidstaat waar hij is gevestigd of aan het Agentschap.

36, lid 2

Indien een registrant, downstreamgebruiker of distributeur zijn activiteiten beëindigt, of zijn activiteiten geheel of gedeeltelijk overdraagt aan een derde, is degene die verantwoordelijk is voor de liquidatie van de onderneming van de registrant, downstreamgebruiker of distributeur of die de verantwoordelijkheid op zich neemt om de stof of het preparaat in kwestie in de handel te brengen, gehouden aan de verplichting van lid 1 in plaats van de registrant, downstreamgebruiker of distributeur.

41, lid 4

De registrant verstrekt de vereiste informatie binnen de vastgestelde termijn aan het Agentschap.

46, lid 2

De registrant verstrekt de vereiste informatie binnen de vastgestelde termijn aan het Agentschap.

63, lid 3

Alvorens te verwijzen naar een eerdere aanvraag overeenkomstig de leden 1 en 2 actualiseert de latere aanvrager zo nodig de informatie van de oorspronkelijke aanvraag.

Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 april 2009 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en tot wijziging van diverse besluiten.

De minister-president van de Vlaamse Regering, K. PEETERS De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur, H. CREVITS

^