Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 01 juni 2017
gepubliceerd op 20 juni 2017

Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot bepaling van de specifieke reglementaire uitrusting van sommige ambtenaren van de bosdienst van het Brussels Instituut voor Milieubeheer

bron
brussels hoofdstedelijk gewest
numac
2017012529
pub.
20/06/2017
prom.
01/06/2017
ELI
eli/besluit/2017/06/01/2017012529/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

1 JUNI 2017. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot bepaling van de specifieke reglementaire uitrusting van sommige ambtenaren van de bosdienst van het Brussels Instituut voor Milieubeheer


De Minister van Brussels Hoofdstedelijke Regering belast met Leefmilieu, Gelet op de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op bepaalde instellingen van openbaar nut, artikel 11, § 1;

Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende de hervorming van de instellingen, artikel 87;

Gelet op het koninklijk besluit van 8 maart 1989Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 08/03/1989 pub. 07/11/2014 numac 2014031896 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Koninklijk besluit tot oprichting van het Brussels Instituut voor Milieubeheer sluiten houdende de oprichting van het Brussels Instituut voor het Milieubeheer, artikel 2, § 2, 2de lid;

Overwegende het koninklijk besluit van 26 juni 2002Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 26/06/2002 pub. 29/06/2002 numac 2002009610 bron ministerie van binnenlandse zaken en ministerie van justitie Koninklijk besluit betreffende het voorhanden hebben en het dragen van wapens door de diensten van het openbaar gezag of van de openbare macht sluiten betreffende het voorhanden hebben en het dragen van wapens door de diensten van het openbaar gezag of van de openbare macht, artikelen 1, 11° en 2, leden 1 en 5;

Overwegende de wet van 8 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/06/2006 pub. 09/06/2006 numac 2006009449 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens sluiten houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens, artikel 27, § 1, leden 2 en 3;

Gelet op de "gendertest", zoals vereist door het Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 24 april 2014 houdende uitvoering van de ordonnantie van 29 maart 2012 houdende de integratie van de genderdimensie in de beleidslijnen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 31 juli 2015;

Gelet op het advies van de Federale minister van Justitie, gegeven op 9 september 2015;

Gelet op het advies van de Raad voor het Leefmilieu, gegeven op 18 september 2015;

Gelet op het advies van de staatssecretaris bevoegd voor openbaar ambt, gegeven op 3 november 2016;

Gelet op het akkoord van de minister van Begroting, gegeven op 5 november 2015;

Gelet op advies 59.360/1 en 60.587/1 van de Raad van State gegeven op 30 mei 2016 en 3 januari 2017 in toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Gelet op het onderhandelingsprotocol n° 2017/07 van het Sectorcomité n° XVI, afgesloten op 20 maart 2017; Besluit :

Artikel 1.Definities Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1° 'Instituut' : Brussels Instituut voor Milieubeheer, opgericht bij het koninklijk besluit van 8 maart 1989Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 08/03/1989 pub. 07/11/2014 numac 2014031896 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Koninklijk besluit tot oprichting van het Brussels Instituut voor Milieubeheer sluiten tot oprichting van het Brussels Instituut voor Milieubeheer;2° 'bosdienst' : de dienst(en) van het Instituut belast met het beheer van en het toezicht op de bossen en wouden onderworpen aan het bosregime op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;3° 'verantwoordelijk ingenieur van de bosdienst' : de ingenieur afdelingschef Bos van het Instituut;4° 'ingenieur' : iedere ingenieur van Water en Bos van de bosdienst van het Instituut;5° 'adjunct' : iedere boswachter zoals bedoeld in de artikelen 9 en 16 van het Wetboek van strafvordering, van de bosdienst van het Instituut;6° 'wapenkamer' : beveiligde opslagruimte waar de bewapening van de adjuncten en ingenieurs opgeborgen is;7° 'wapens' : alle individuele wapens waarmee de ingenieurs en adjuncten uitgerust zijn, alsmede hun munitie;8° "munitie" : alle soorten munitie waarvan het gebruik wettelijk toegelaten is;9° `toezichts- en politieopdrachten' : opdrachten omschreven door hoofdstuk III van het Wetboek van Strafvordering alsook de politieopdrachten die aan de ingenieurs en adjuncten van het Instituut door andere milieubepalingen toevertrouwd zouden worden.

Art. 2.Ontwerp Onderhavig besluit strekt ertoe de reglementaire uitrusting van de ingenieurs en adjuncten die individuele wapens en munitie omvat, alsook de speciale voorwaarden betreffende het voorhanden hebben, het bewaren en het dragen van wapens te bepalen.

Art. 3.Soorten wapens De reglementaire uitrusting van de ingenieurs en adjuncten omvat de volgende individuele wapens : a) een semi-automatisch pistool, kaliber 9 mm Parabellum;b) een geweer met een gladde loop met een kaliber van minimum 20 en maximum 12;c) een aërosol of een verstuiver met een kleine traangascapaciteit of elk ander uitschakelend product.

Art. 4.Bezit, bewaking, dragen en transport § 1. Het wapentuig wordt door de leidende ambtenaren van het Instituut aan de ingenieurs en adjuncten die de voorwaarden vastgesteld in artikel 8 van dit besluit vervullen toegewezen.

De toewijzing van de wapens brengt de toelating met zich om ze volgens de door dit besluit vastgestelde voorwaarden en binnen de perken van de toezichts- en politieopdrachten te gebruiken. § 2. De ingenieurs en adjuncten bewaken permanent de wapens die zij in bezit hebben en ze mogen ze, zelfs niet tijdelijk, aan derden toevertrouwen. § 3. Het is verboden om de wapens buiten het dienstkader te dragen, te vervoeren of te gebruiken. § 4. De ingenieurs bewaren hun wapens wanneer ze die niet dragen noch vervoeren, buiten bereik van derden, in de wapenkamer die speciaal op de centrale zetel van het Instituut ingericht is. De wapens die niet aan een personeelslid toegewezen zijn, zijn eveneens in deze wapenkamer opgeborgen. De ingenieurs zorgen voor het regelmatige onderhoud van deze wapens en nemen alle maatregelen om er de goede staat en de goede werking van te garanderen.

De adjuncten bewaren hun wapens wanneer ze die niet dragen noch vervoeren, buiten het bereik van derden in de wapenkast die speciaal hiervoor voorzien en geleverd is door de bosdienst. De adjuncten zorgen voor het regelmatige onderhoud van hun wapens en nemen alle maatregelen om er de goede staat en de goede werking van te garanderen. § 5. Elke drie maanden moeten de individuele wapens door de verantwoordelijke ingenieur van de bosdienst of zijn gemachtigde gecontroleerd worden.

De ingenieurs en adjuncten zijn ertoe gehouden om het wapen op vraag van de verantwoordelijke ingenieur van de bosdienst onmiddellijk te tonen. § 6. Elk schietincident, alsook elke diefstal, elk verlies van of elke schade aan de wapens moet het voorwerp uitmaken van een omstandig schriftelijk verslag dat, door bemiddeling van de verantwoordelijke ingenieur van de bosdienst, aan de leidende ambtenaar en aan de adjunct-leidend ambtenaar van het Instituut overgemaakt wordt. § 7. De ingenieurs en adjuncten zijn eveneens ertoe gehouden de wapens onmiddellijk terug te geven bij iedere behoorlijk gemotiveerde vraag hiertoe van de leidende ambtenaar of van de adjunct-leidend ambtenaar van het Instituut of van hun gemachtigde, onverminderd de toepassing van artikel 8.

Art. 5.Gebruik § 1. De ingenieurs en adjuncten dragen, vervoeren en gebruiken een semi-automatisch pistool als bedoeld in artikel 3, a), en een aërosol of verstuiver, als bedoeld in artikel 3, c), bij de uitoefening van hun functies, enkel in een of meerdere van de volgende omstandigheden en doelstellingen als bedoeld in artikel 1, 9° van dit besluit : a) bij de toezichtsopdrachten in de bossen, wouden en natuurreservaten (met inbegrip van de doortocht van de ene naar de andere site);b) bij politieopdrachten;c) wanneer ze door de politie opgevorderd worden om hen bij interventies bij te staan. § 2. De ingenieurs en adjuncten dragen, vervoeren en gebruiken enkel een semi-automatisch geweer met gladde loop als bedoeld in artikel 3, b), bij de uitoefening van hun functies, in een van de volgende omstandigheden : 1° voor het ter dood brengen van gewonde wilde dieren die in een doodstrijd verwikkeld zijn of onomkeerbare pijnen ondergaan waardoor een onmiddellijke interventie noodzakelijk is om aan het leed een einde te stellen;2° voor de volgende bijzondere opdrachten georganiseerd door de verantwoordelijke ingenieur van de bosdienst : a) het ter dood brengen van gevaarlijke dieren of die gevaarlijk kunnen zijn voor de mens of voor andere dieren ;b) in voorkomend geval, de vernietiging van invasieve diersoorten in de zin van de ordonnantie van 1 maart 2012 betreffende het natuurbehoud. § 3. De ingenieurs en adjuncten dragen, vervoeren en gebruiken de wapens als bedoeld in artikel 3, in het kader van training sessies die door of voor rekening van de bosdienst georganiseerd worden.

Art. 6.Uitzonderlijk gebruik tegen personen § 1. Zowel bij de uitoefening van hun functies als in het geval van betrapping op heterdaad van een misdrijf van gemeen recht, mogen de ingenieurs en adjuncten slechts gebruikmaken van hun wapens tegen personen in een situatie van wettige verdediging van zichzelf of van anderen, in de zin van artikelen 416 en 417 van het Strafwetboek. § 2. De ingenieurs en adjuncten van het Instituut kunnen bovendien, onder dezelfde proportionaliteitsvereiste die door de omstandigheden van wettige verdediging ingegeven zijn, in geval van absolute noodzaak van hun wapen gebruikmaken wanneer ze de personen en goederen op geen andere wijze kunnen verdedigen.

Het gebruik van wapens tegen personen gebeurt enkel na waarschuwing gegeven met verheven stem of door middel van elk ander beschikbaar middel, met inbegrip van een waarschuwingsschot, tenzij dit het gebruik ondoeltreffend maakt. § 3. Ieder in verweer komen tegen een persoon met behulp van een wapen of het gebruik tegen een persoon van een of meerdere individuele wapens als bedoeld in de artikelen 3 maakt het voorwerp uit van onmiddellijke informatieverstrekking aan de procureur des konings, bekrachtigd door het verzenden binnen de tien werkdagen vanaf het evenement van een proces-verbaal dat een relaas van de feiten geeft. § 4. Ieder niet in § 3 beoogd gebruik, voltrokken buiten de training sessies, maakt het voorwerp uit van een omstandig schriftelijk verslag dat, door bemiddeling van de verantwoordelijke ingenieur van de bosdienst, aan de leidende ambtenaar en aan de adjunct-leidend ambtenaar van het Instituut overgemaakt wordt. § 5. Ieder niet conform gebruik maakt, in voorkomend geval, het voorwerp uit van disciplinaire sancties voorgeschreven in Titel X van Boek I van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 27 maart 2014Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 27/03/2014 pub. 05/06/2014 numac 2014031406 bron brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 27/03/2014 pub. 05/06/2014 numac 2014031405 bron brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van het ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest sluiten houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, volgens de procedure in dezelfde titel bepaald.

Art. 7.Munitie § 1. De verantwoordelijke ingenieur van de bosdienst of zijn gemachtigde voert het bevel over de verdeling van de voorgeschreven munitie die noodzakelijk is voor de voltooiing van de toezichts- en politieopdrachten van de ingenieurs en adjuncten alsook die noodzakelijk voor de volbrenging van de schietoefeningen is. § 2. De individuele wapens mogen enkel, met uitsluiting van iedere andere munitie, met de munitie geladen worden die door de verantwoordelijke ingenieur van de bosdienst geleverd is. Deze behoort tot de twee volgende types : a) pistool : volmantel- en halfgemantelde patronen, patronen met een holle punt ;b) geweer met gladde loop: hagelpatronen en scherpe patronen.

Art. 8.Voorwaarden voor bezit De wapens mogen slechts voorhanden zijn, gedragen, vervoerd en gebruikt worden door de ingenieurs en adjuncten die : a) met vrucht een voorafgaandelijke en voortgezette opleiding voor het hanteren van de toevertrouwde wapens hebben gevolgd, met inbegrip van schietoefeningen die door of voor rekening van de bosdienst georganiseerd zijn zoals bepaald in artikel 9 ;b) over voldoende praktische kennis beschikken over de richtlijnen met betrekking tot het gebruik van een wapen voor dienstredenen, met name op het gebied van wettige verdediging ;c) door de verantwoordelijke ingenieur van de bosdienst geschikt verklaard zijn om een dergelijk wapen voorhanden te hebben, het te dragen en het in voorkomend geval te gebruiken ;d) voorafgaandelijk en permanent fysisch en psychologisch door de arbeidsgeneeskunde geschikt verklaard zijn om op adequate en proportionele wijze wapens te dragen en ervan gebruik te maken na het jaarlijks medisch onderzoek in het kader van het toezicht op de gezondheid van de werknemers.

Art. 9.Opleiding § 1. Het Instituut organiseert regelmatig theoretische en praktische opleidingen betreffende het schieten en de toezichts- en politieopdrachten. § 2. De theorieopleiding omvat minstens voldoende en geschikte informatie over de bevoegdheden van de adjuncten inzake toezichts- en politieopdrachten alsook over de misdrijven van gemeen recht.

Art. 10.Eigendom en telling § 1. De wapens als bedoeld in artikel 3 blijven de eigendom van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. § 2. Ze zijn ingeschreven in een register dat vermeldt: a) de aard, het merk, het model, het type, het kaliber en het serienummer van elk wapen;b) de identiteit van de houder. § 3. Het register wordt opgesteld en bijgehouden door de verantwoordelijke ingenieur van de bosdienst. Hij houdt ook een register bij dat de inkomende, uitgaande en verbruikte munitie optekent.

Elke actualisering van deze registers wordt ter informatie meegedeeld aan de minister bevoegd voor Leefmilieu. § 4. De gedegradeerde wapens worden ter vernietiging naar de Proefbank voor vuurwapens gestuurd.

Brussel, 1 juni 2017.

De minister-president van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering R. VERVOORT De Minister van Huisvesting, Levenskwaliteit, Leefmilieu en Energie C. FREMAULT

^