Etaamb.openjustice.be
Beschikking van 17 maart 2023
gepubliceerd op 22 mei 2023

Ordonnantie tot mobilisatie van het burgerspaargeld ten behoeve van het herstel en de economische transitie

bron
brussels hoofdstedelijk gewest
numac
2023041246
pub.
22/05/2023
prom.
17/03/2023
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

17 MAART 2023. - Ordonnantie tot mobilisatie van het burgerspaargeld ten behoeve van het herstel en de economische transitie


Het Brusselse Hoofdstedelijke Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen, het geen volgt : HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen

Artikel 1.Deze ordonnantie regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 39 van de Grondwet.

Art. 2.In deze ordonnantie wordt verstaan onder: 1° kredietovereenkomst: een overeenkomst waarbij een kredietgever aan een kredietnemer krediet verleent of toezegt;hieronder wordt tevens verstaan een lening waarbij een kredietgever aan een kredietnemer geldmiddelen ter beschikking stelt onder de verbintenis van terugbetaling door de kredietnemer; 2° KMO: een kleine, middelgrote of micro-onderneming, als gedefinieerd in Bijlage I bij Verordening (EU) Nr.651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard, met inbegrip van alle latere wijzigingen daarvan; 3° Kruispuntbank van Ondernemingen: de Kruispuntbank van Ondernemingen gedefinieerd in artikel I.2, 1°, van het Wetboek van economisch recht; 4° vestigingseenheid: de vestigingseenheid gedefinieerd in artikel I.2, 16°, van het Wetboek van economisch recht; 5° Verordening 2020/1503: de verordening (EU) nr.2020/1503 van het Europees Parlement en de Raad van 7 oktober 2020 betreffende Europese crowdfundingdienst-verleners voor bedrijven en tot wijziging van verordening (EU) 2017/1129 en richtlijn (EU) 2019/1937; 6° financieringsvehikel: het special purpose vehicle gedefinieerd in artikel 2, lid 1, q), van de verordening 2020/1503;7° crowdfundingdienstverlener: de crowdfundingdienstverlener gedefinieerd in artikel 2, lid 1, e), van de verordening 2020/1503;8° FSMA: de FSMA bedoeld in de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten;9° bestaande schulden: de schulden die vaststaand en opeisbaar waren voor de datum waarop de Proxi-lening gesloten werd;10° wettelijke rentevoet: de rentevoet, gedefinieerd in artikel 2, § 1, van de wet van 5 mei 1865Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/05/1865 pub. 06/09/2011 numac 2011000565 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de lening tegen intrest sluiten betreffende de lening tegen intrest;11° Fonds: het Brussels Waarborgfonds, opgericht bij de ordonnantie van 22 april 1999 tot wijziging van de wet van 4 augustus 1978 tot economische heroriëntering en houdende oprichting van het Brussels Waarborgfonds of elke latere akte die ze vervangt;12° Bijzondere Financieringswet: de bijzondere wet van 16 januari 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/01/1989 pub. 06/11/2008 numac 2008000907 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten;13° BEW: Brussel Economie en Werkgelegenheid van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel;14° federale belastingadministratie: de administratie die instaat voor de dienst van de inkomstenbelastingen;15° kredietcoöperatie met sociaal oogmerk of coöperatie: een coöperatieve vennootschap die het verlenen van kredieten aan ondernemingen of het verwerven van deelnemingen in kapitaal van ondernemingen onder haar hoofdactiviteiten heeft en een sociaal doel nastreeft in de zin van artikel 5 van de ordonnantie van 23 juli 2018 met betrekking tot de erkenning en de ondersteuning van de sociale ondernemingen.

Art. 3.De uitgaven van de belastingplichtige die in aanmerking genomen zijn voor de toepassing van een federale belastingvermindering of een federaal belastingkrediet, komen niet in aanmerking voor de belastingkredieten bedoeld in deze ordonnantie. HOOFDSTUK II. - De Proxi-lening Sectie 1. - Algemene bepaling

Art. 4.Onder de voorwaarden bepaald in dit hoofdstuk, worden belastingvoordelen toegekend aan de kredietgever op basis van een kredietovereenkomst, "Proxi-lening" genoemd.

Sectie 2 - Voorwaarden betreffende de partijen bij de Proxi-lening

Art. 5.§ 1. De Proxi-lening wordt gesloten tussen een kredietgever en een kredietnemer, ofwel rechtstreeks, ofwel via een financieringsvehikel. § 2. Op de datum waarop de Proxi-lening wordt gesloten en gedurende de hele looptijd van de Proxi-lening vermeld in artikel 6, § 2, voldoet de kredietnemer aan de volgende voorwaarden: 1° de kredietnemer is een KMO, rechtspersoon of zelfstandige;2° de kredietnemer is als onderneming ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen;3° een actieve vestigingseenheid van de kredietnemer ligt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;4° de kredietnemer sluit de Proxi-lening in het kader van zijn bedrijfs- of beroepsactiviteiten;5° de kredietnemer is niet hoofdzakelijk actief in een van de in bijlage vermelde sectoren, noch in de sectoren van de exploratie, winning, verwerking, het vervoer en de opslag van steenkool, aardolie of andere fossiele brandstoffen;6° de kredietnemer voert geen van de volgende activiteiten uit: a) activiteit die opzettelijk de sociale, fiscale en milieuwetgeving en de fundamentele ethische normen schendt;b) activiteit die in strijd is met of een schending vormt van de fundamentele mensenrechten;c) activiteit met onmiskenbare nefaste gevolgen voor de volksgezondheid of het milieu, ongeacht of ze in overeenstemming is met de wet- en regelgeving;d) activiteit die betrokken is bij corruptie of omkoping;7° de kredietnemer maakt geen gebruik van een financiële of vermogensmaatschappij die is gevestigd in een belastingparadijs dat is opgenomen op de pan-Europese lijst van landen die hebben geweigerd een dialoog met de Europese Unie aan te gaan of tekortkomingen op het gebied van goed bestuur in belastingzaken te verhelpen. Voor de registratie van de Proxi-lening verklaart de begunstigde op eer te voldoen aan de voorwaarden bedoeld in het eerste lid.

De Regering bepaalt wat men verstaat onder "actieve vestigingseenheid". § 3. Op de datum waarop de Proxi-lening gesloten wordt, voldoet de kredietgever aan de volgende voorwaarden: 1° de kredietgever is een natuurlijk persoon;2° de kredietgever sluit de Proxi-lening buiten het kader van zijn bedrijfs- of beroepsactiviteiten;3° de kredietgever is geen werknemer van de kredietnemer;4° als de kredietnemer een zelfstandige is, dan kan de kredietgever niet de echtgenoot of de wettelijk samenwonende partner van de kredietnemer zijn;5° als de kredietnemer een rechtspersoon is, kan de kredietgever, samen met zijn echtgenoot of wettelijk samenwonende partner, niet rechtstreeks of onrechtstreeks meer dan 10% van de aandelen van die rechtspersoon houden;6° als de kredietnemer een rechtspersoon is, kunnen noch de kredietgever, noch zijn echtgenoot of wettelijke samenwonende partner benoemd zijn of optreden als bestuurder, zaakvoerder of een vergelijkbaar mandaat binnen die rechtspersoon. § 4. Gedurende de hele looptijd van de Proxi-lening, vermeld in artikel 6, § 2, kan de kredietgever geen kredietnemer zijn bij een andere Proxi-lening. § 5. Om de tussenpersoon te zijn van Proxi-leningen, voldoet een financieringsvehikel aan de volgende voorwaarden: 1° het wordt gecontroleerd of beheerd door een door de FSMA vergund crowdfundingdienstverlener overeenkomstig artikel 12 van de Verordening 2020/1503;2° het financieringsvehikel of de crowdfundingdienstverlener die het controleert of beheert, toont aan dat die twee jaar actief is als facilitator van leningen van particulieren aan ondernemingen;3° het sluit voorafgaand een kaderovereenkomst met het Fonds, waarvan de inhoud wordt vastgesteld door de Regering. Sectie 3. - Voorschriften betreffende de Proxi-lening

Art. 6.§ 1. De Proxi-lening is achtergesteld zowel ten aanzien van de bestaande als van de toekomstige schulden van de kredietnemer. § 2. De Proxi-lening heeft een looptijd van vijf of acht jaar. Ze kan in één keer na deze vijf of acht jaar terugbetaald worden of volgens een maandelijkse, driemaandelijkse, zesmaandelijkse of jaarlijkse aflossingstabel.

De partijen kunnen een periode van kapitaaluitstel overeenkomen die de eerste terugbetaling voorafgaat.

De Proxi-lening kan bovendien bepalen dat de kredietnemer een Proxi-lening vervroegd kan aflossen door een eenmalige betaling van het openstaande saldo in hoofdsom en in interest.

De duur van de Proxi-lening die wordt gewijzigd in het kader van een gerechtelijke reorganisatieprocedure kan afwijken van het eerste lid. § 3. Het totale bedrag, in hoofdsom, dat door een kredietgever in het kader van een of meer Proxi-leningen uitgeleend wordt, overstijgt op geen enkel moment 200.000 euro, alle lopende Proxi-leningen samen.

Het totale bedrag, in hoofdsom, dat door een kredietgever in het kader van een of meer Proxi-leningen afgesloten in de loop van hetzelfde kalenderjaar uitgeleend wordt, overstijgt niet 50.000 euro.

Het totale bedrag, in hoofdsom, dat in het kader van een of meer Proxi-leningen aan een kredietnemer uitgeleend wordt, overstijgt op geen enkel moment 250.000 euro per kredietnemer, alle lopende Proxi-leningen samen. § 4. De interesten die de kredietnemer verschuldigd is, worden betaald op de overeengekomen vervaldagen.

Ze worden berekend aan de hand van een door de Regering vastgelegde formule en op basis van een in de akte van de Proxi-lening vastgelegde rentevoet.

Die rentevoet mag niet hoger zijn dan de wettelijke rentevoet die van kracht is op de datum waarop de Proxi-lening gesloten wordt, en mag niet lager zijn dan de helft van dezelfde wettelijke rentevoet.

De Proxi-lening die wordt gewijzigd in het kader van een gerechtelijke reorganisatieprocedure kan afwijken van deze paragraaf.

Art. 7.De kredietgever kan, op eerste verzoek gericht aan de kredietnemer, de Proxi-lening vervroegd opeisbaar stellen bij de kredietnemer in de volgende gevallen: 1° in geval van faillissement, kennelijk onvermogen, of vrijwillige of gedwongen ontbinding of vereffening van de kredietnemer;2° als de kredietnemer een zelfstandige is, in geval hij zijn activiteit vrijwillig stopzet of overdraagt;3° als de kredietnemer een rechtspersoon is, ingeval die rechtspersoon onder voorlopig bewindvoerder geplaatst wordt;4° in geval van een achterstand van meer dan drie maanden in de betaling van de aflossingen van de hoofdsom of de interesten van de Proxi-lening;of 5° in geval van schrapping van ambtswege van de Proxi-lening, wegens het niet naleven door de kredietnemer van de voorwaarden van deze ordonnantie en de ter uitvoering ervan genomen besluiten. Als de kredietnemer een zelfstandige is, kan de kredietgever, in geval van overlijden van de kredietnemer, de Proxi-lening op eerste verzoek vervroegd opeisbaar stellen bij de wettelijke erfgenamen van de kredietnemer.

Het verzoek bedoeld in het eerste of het tweede lid wordt verzonden bij aangetekende brief of via elk ander middel dat een vaste datum verleent aan de verzending.

Sectie 4. - Bestemming van het kapitaal dat in het kader van de Proxi-lening wordt geleend en leningen aan voorbeeldige ondernemingen

Art. 8.De kredietnemer gebruikt de in het kader van de Proxi-lening geleende middelen uitsluitend om de activiteit van de onderneming uit te voeren.

De in het kader van de Proxi-lening geleende middelen kunnen niet gebruikt worden om dividenden uit te keren of aandelen te verwerven.

De Regering kan de voorwaarden bedoeld in het eerste en het tweede lid nader bepalen.

Art. 9.§ 1. Voor Proxi-leningen die zijn gesloten door een kredietnemer die op sociaal of milieuvlak voorbeeldig is zoals bepaald in de paragrafen 2 en 3, wordt een verhoogd fiscaal voordeel toegekend.

Om als voorbeeldig beschouwd te worden, mag de kredietnemer geen significante schade toebrengen aan een van de doelstellingen opgenomen in de paragrafen 2 en 3.

Als de lening bestemd is om een specifiek project te financieren, mag dit project bovendien niet tot gevolg hebben dat het werkgelegenheidspeil in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest afneemt. § 2. Een kredietnemer is voorbeeldig op sociaal vlak wanneer hij in aanzienlijke mate bijdraagt tot een van de volgende doelstellingen: 1° een voldoende hoge levensstandaard voor de categorieën van personen die kwetsbaarder zijn of bijzondere behoeften hebben, met inbegrip van: a) de verbetering van de toegang tot producten en diensten die beantwoorden aan de fundamentele menselijke behoeften, zoals water, met inbegrip van afvalwaterbeheer, voeding, huisvesting, gezondheidszorg, met inbegrip van zorgverlening in het kader van het werk, onderwijs, met inbegrip van beroepsopleiding;b) de verbetering van de toegang tot economische basisinfrastructuren, met inbegrip van duurzaam vervoer, telecommunicatie en internet, elektriciteit en financiële inclusie;2° de ontwikkeling van kwaliteitsvolle tewerkstelling, rekening houdend met al zijn waardeketens binnen en buiten België;3° de ontwikkeling van sociaal en democratisch ondernemerschap;4° de ontwikkeling van een meer inclusieve samenleving. § 3. Een kredietnemer is voorbeeldig op milieuvlak wanneer hij in aanzienlijke mate bijdraagt tot een van de volgende doelstellingen: 1° een rationeler gebruik van hulpbronnen, met name door recyclage, de praktijk van de circulaire economie of de verbetering van de energieprestaties, met inbegrip van koolstofneutraliteit;2° de verbetering van de milieu-impact, met name wat betreft de verontreinigende emissies, de mobiliteit, de biodiversiteit en de ecosystemen;3° de aanpassing aan de klimaatverandering. § 4. De Regering kan de criteria voor de voorbeeldigheid op milieu- en sociaal vlak nader bepalen.

Zij kan de paragrafen 2 en 3 wijzigen om de omzetting te verzekeren van de bepalingen die voortvloeien uit het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, met inbegrip van de Europese taxonomie van duurzame economische activiteiten. Deze wijzigingen zijn onderhevig aan een wettelijke bevestiging binnen één jaar na hun inwerkingtreding. § 5. De Regering bepaalt de modaliteiten en de voorwaarden van de evaluatie van het voorbeeldige karakter op sociaal of milieuvlak.

Daartoe kan de Regering: 1° een systeem inrichten voor de erkenning van labels, certificeringen, erkenningen en andere hypothesen die getuigen van een aanzet naar de voorbeeldigheid op sociaal of milieuvlak en die aldus worden geacht het voorbeeldig karakter op sociaal of milieuvlak van een onderneming, een vestigingseenheid of een project aan te tonen;2° een systeem inrichten voor de erkenning van het voorbeeldige karakter op sociaal of milieuvlak van een onderneming, een vestigingseenheid of een project;3° de criteria en bewijsmiddelen bepalen die toelaten vast te stellen dat van een onderneming, een vestigingseenheid of een project voorbeeldig is op sociaal of milieuvlak;4° een comité oprichten dat: a) de werking van de bepalingen onder 1°, 2° en 3°, opvolgt en evalueert;b) richtlijnen uitwerkt voor de beoordeling van het van het voorbeeldige karakter op sociaal of milieuvlak;c) desgevallend beslist over de erkenningen bedoeld in de bepalingen onder 1° en 2° of een advies geeft ter voorbereiding van die beslissingen;5° een databank oprichten waarin de gegevens worden opgenomen betreffende de ondernemingen, vestigingseenheden en projecten waarvoor een beslissing betreffende hun voorbeeldig karakter op sociaal of milieuvlak is genomen. Ter uitvoering van het eerste lid bepaalt de Regering: 1° de werking van de erkenningssystemen;2° de voorwaarden voor de erkenning en de intrekking ervan;3° de bijzondere voorwaarden verbonden aan de erkende labels, certificeringen, erkenningen en andere hypothesen;4° de werking, samenstelling en vergoeding van het comité;5° een voorlopige lijst van labels, certificeringen, erkenningen en andere hypothesen die worden erkend in afwachting van de uitvoering van het erkenningssysteem. § 6. Wordt voor de uitvoering van dit hoofdstuk als voorbeeldig beschouwd: 1° de kredietnemer met een vestigingseenheid in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest die met toepassing van paragraaf 5 als voorbeeldig is erkend;2° de kredietnemer waarvan met toepassing van paragraaf 5 een project als voorbeeldig is erkend. Sectie 5. - Registratie van de Proxi-leningen

Art. 10.§ 1. Elke Proxi-lening wordt geregistreerd.

De registratie van de Proxi-leningen wordt toevertrouwd aan het Fonds, met inbegrip van: 1° de controle op de naleving van de voorwaarden van de reglementering van de Proxi-lening;2° de schrapping van de registraties, met inbegrip van de ambtshalve schrapping indien de kredietnemer niet langer voldoet aan een voorwaarde van deze ordonnantie of van een van haar uitvoeringbesluiten;3° de uitwisseling van informatie met de federale belastingadministratie met het oog op de vaststelling van de belastingkredieten. Daartoe wordt bij het Fonds een "Proxi-leningenregister" opgericht, dat het Fonds beheert.

De Regering bepaalt de vormvoorwaarden waaraan de akten van de Proxi-leningen onderworpen zijn en de procedure van registratie en schrapping van de Proxi-leningen. § 2. De kosten verbonden aan de opdracht vermeld in paragraaf 1, tweede lid, komen ten laste van de regionale begroting en zijn onderworpen aan een afzonderlijke boekhouding.

Het Fonds brengt jaarlijks aan de Regering verslag uit over deze opdracht. Dit verslag wordt voorgelegd door de Regering aan het Parlement, dat het openbaar maakt.

Er wordt een overeenkomst gesloten tussen de Regering en het Fonds om deze opdracht te kaderen en de financiering ervan en de periodieke rapportering te organiseren. § 3. Als de voorwaarden van een Proxi-lening worden gewijzigd in het kader van een gerechtelijke reorganisatieprocedure, wordt het Fonds daarvan in kennis gesteld.

Het Fonds registreert de wijzigingen aan de lening.

De Regering bepaalt de nadere regels van de kennisgeving bedoeld in het eerste lid en de registratie bedoeld in het tweede lid.

Sectie 6. - Jaarlijkse bewijslevering

Art. 11.Te rekenen vanaf het jaar dat volgt op het jaar waarin een Proxi-lening is gesloten, houdt de kredietgever het bewijs, dat hij in het belastbare tijdperk een of meer Proxi-leningen heeft uitstaan, ter beschikking van de federale belastingadministratie.

De Regering bepaalt de vormgeving van het bewijs bedoeld in het eerste lid.

Sectie 7. - Fiscale voordelen

Art. 12.§ 1. Als de kredietgever onderworpen is aan de personenbelasting, zoals gelokaliseerd in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest overeenkomstig artikel 5/1, § 2, van de Bijzondere Financieringswet wordt in zijn voordeel een belastingkrediet toegekend. § 2. Het belastingkrediet wordt berekend op basis van de bedragen die de kredietgever uitgeleend heeft in het kader van een of meer Proxi-leningen. § 3. Het belastingkrediet heeft betrekking op twee berekeningsgrondslagen: 1° een grondslag bestaande uit het rekenkundig gemiddelde van de som van de uitgeleende bedragen op 1 januari en op 31 december van het belastbare tijdperk, enkel rekening houdend met de leningen die tijdens hetzelfde belastbare tijdperk of een van de twee vorige zijn begonnen;2° een grondslag bestaande uit het rekenkundig gemiddelde van de som van de uitgeleende bedragen op 1 januari en op 31 december van het belastbare tijdperk, enkel rekening houdend met de andere leningen. De bedragen in overweging genomen in het eerste lid, zijn die na aftrek van de afschrijvingen die reeds effectief zijn terugbetaald op de referentiedata.

Indien de som van de berekeningsgrondslagen 200.000 euro overschrijdt, wordt deze automatisch tot dat bedrag verlaagd door een verlaging van de grondslag bedoeld in het eerste lid, 2°. § 4. Het belastingkrediet bedraagt 4 percent van de grondslag bedoeld in paragraaf 3, eerste lid, 1°, vermeerderd met 2,5 percent van de grondslag bedoeld in paragraaf 3, eerste lid, 2°, desgevallend verlaagd met toepassing van paragraaf 3, derde lid. § 5. Het belastingkrediet wordt toegestaan voor de looptijd van de Proxi-lening, te beginnen met het aanslagjaar dat verbonden is aan het belastbare tijdperk waarin de Proxi-lening van kracht werd.

Het belastingkrediet wordt alleen verleend, als de kredietgever per aanslagjaar het bewijs bedoeld in artikel 11 ter beschikking houdt van de federale belastingadministratie.

Het fiscale voordeel wordt ontzegd voor het aanslagjaar waarvoor de bewijslevering ontbreekt, niet correct is, of onvolledig is.

Bij overlijden van de kredietgever wordt het belastingkrediet voor de laatste keer verleend voor het aanslagjaar dat overeenkomt met het belastbare tijdperk waarin de kredietgever is overleden.

Het fiscale voordeel vervalt vanaf het aanslagjaar dat verbonden is met het belastbare tijdperk waarin de kredietgever de Proxi-lening vervroegd opeisbaar heeft gesteld, overeenkomstig de bepalingen van artikel 7.

Het fiscale voordeel vervalt vanaf het aanslagjaar dat verbonden is met het belastbare tijdperk waarin de ambtshalve schrapping van de Proxi-lening heeft plaatsgevonden. § 6. Na een wijziging van de voorwaarden van de Proxi-lening in het kader van een gerechtelijke reorganisatieprocedure wordt het belastingkrediet toegekend onder de voorwaarden bepaald in deze paragraaf.

Als de looptijd van de Proxi-lening wordt gewijzigd, wordt het belastingkrediet toegekend voor de herziene looptijd van de lening, die evenwel tot acht jaar wordt teruggebracht als zij die looptijd overschrijdt.

Voor de vaststelling van de berekeningsgrondslagen bedoeld in paragraaf 3 is het in aanmerking genomen bedrag het oorspronkelijke bedrag van de lening, na aftrek van de afschrijvingen die reeds effectief zijn terugbetaald op de referentiedata.

Art. 13.§ 1. Onverminderd het belastingvoordeel dat al werd toegekend aan de kredietgever met toepassing van artikel 12 voor de voorafgaande belastbare tijdperken, wordt aan de kredietgever een eenmalig belastingkrediet onder de volgende cumulatieve voorwaarden toegekend: 1° tijdens de kredietovereenkomst of binnen maximaal zes maanden na het einde van de looptijd van de kredietovereenkomst doet zich een van de gevallen, vermeld in artikel 7, eerste lid, 1°, voor;2° de kredietnemer kan een deel of het geheel van de Proxi-lening niet terugbetalen;3° de kredietgever heeft de Proxi-lening opeisbaar gesteld;4° de kredietgever is onderworpen aan de personenbelasting, zoals gelokaliseerd in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest overeenkomstig artikel 5/1, § 2, van de Bijzondere Financieringswet. § 2. Het bedrag van de hoofdsom dat tijdens het belastbaar tijdperk definitief verloren is gegaan, wordt genomen als berekeningsgrondslag van het eenmalig belastingkrediet. § 3. Het eenmalig belastingkrediet bedraagt 30 percent van de grondslag bedoeld in paragraaf 2.

Voor de Proxi-leningen bedoeld in artikel 9, § 1, bedraagt het eenmalig belastingkrediet 50 percent van de grondslag bedoeld in paragraaf 2. § 4. Het eenmalig belastingkrediet wordt toegekend voor het aanslagjaar dat verbonden is met het belastbare tijdperk waarin vaststaat dat een gedeelte of het geheel van de hoofdsom van de Proxi-lening definitief verloren is.

De Regering bepaalt de wijze waarop wordt bewezen dat wegens faillissement, kennelijk onvermogen of vrijwillige of gedwongen ontbinding of vereffening een gedeelte of het geheel van de hoofdsom van de Proxi-lening definitief verloren is.

Het recht op het eenmalig belastingkrediet wordt bij overlijden van de kredietgever overgedragen aan zijn rechtverkrijgenden. In dat geval zijn de bepalingen van dit artikel van toepassing op de rechtverkrijgenden in de verhouding dat zij de Proxi-lening hebben verkregen.

Het eenmalig belastingkrediet wordt niet toegekend voor het aanslagjaar dat verbonden is met het belastbare tijdperk waarin de ambtshalve schrapping heeft plaatsgevonden. § 5. Na een kwijtschelding van de schuldvordering op een Proxi-lening in het kader van een gerechtelijke reorganisatieprocedure wordt het eenmalig belastingkrediet toegekend onder de voorwaarden bepaald in deze paragraaf.

Als aan de voorwaarden van paragraaf 1 is voldaan, zijn de paragrafen 1 tot en met 4 van toepassing, waarbij het bedrag van kwijtschelding wordt toegevoegd aan de berekeningsgrondslag bedoeld in paragraaf 2.

Als aan ten minste een van de voorwaarden bedoeld in paragraaf 1, 1° tot en met 3°, niet is voldaan en aan de voorwaarde van paragraaf 1, 4°, wel is voldaan, wordt het eenmalig belastingkrediet toegekend met toepassing van de paragrafen 3 en 4, derde lid. De berekeningsgrondslag is het bedrag van de kwijtschelding. Het eenmalig belastingkrediet wordt, naar gelang het geval, toegekend voor het belastingjaar dat overeenstemt met het belastbaar tijdperk: 1° waarin de terugbetaling van de Proxi-lening definitief werd onderbroken, of;2° waarin de Proxi-lening eindigt, of;3° waarin de termijn van een clausule inzake terugkeer tot beter fortuin, vervat in de beslissing die voortvloeit uit de gerechtelijke reorganisatieprocedure, is verstreken zonder dat de voorwaarde van terugkeer tot beter fortuin is vervuld. Sectie 8. - Verwerkingen van persoonsgegevens

Art. 14.§ 1. De in dit hoofdstuk bedoelde verwerkingen van persoonsgegevens hebben tot doel het Proxi-leningprogramma te organiseren om ondernemingen te ondersteunen door leningen van particulieren fiscaal aan te moedigen om zo de liquiditeit of het eigen vermogen van deze ondernemingen te verhogen.

Zij zullen in het bijzonder tot doel hebben het volgende mogelijk te maken: 1° de registratie van akten tot opening van de Proxi-leningen in het Proxi-leningenregister, overeenkomstig artikel 10, §§ 1 en 3;2° de communicaties met de partijen bij de akten tot opening van de Proxi-leningen;3° de controle op de juistheid van de essentiële elementen van deze akten;4° de controle op de naleving van de wettelijke of de door deze ordonnantie en haar uitvoeringsbesluiten vastgestelde voorwaarden;5° de schrapping van registraties, ambtshalve of na mededeling door een partij, uit het Proxi-leningenregister, overeenkomstig artikel 10, § 1;6° de uitwisseling van informatie met de federale belastingadministratie met het oog op de vaststelling van de belastingkredieten voor de kredietgevers;7° de opstelling door het Fonds van anonieme statistieken;8° de beoordeling door BEW of een comité van het voorbeeldig karakter op sociaal of milieuvlak van een kredietnemer, overeenkomstig artikel 9, § 5. De in dit hoofdstuk bedoelde verwerkingen van persoonsgegevens hebben tevens tot doel het economische transitiebeleid van de Regering uit te voeren. § 2. Het beheer van de registratie van Proxi-leningen kan aanleiding geven tot de verwerking van de volgende categorieën persoonsgegevens: 1° de identificatiegegevens, het rijksregisternummer, de adresgegevens, de contactgegevens en het bankrekeningnummer van de kredietgevers;2° de identificatiegegevens, het rijksregisternummer, de adresgegevens, de contactgegevens, het bankrekeningnummer, de gegevens over de economische situatie en de gegevens uit de Kruispuntbank van Ondernemingen van de kredietnemers die zelfstandige ondernemingen natuurlijke personen zijn;3° de identificatiegegevens, het rijksregisternummer, de adresgegevens en de contactgegevens van de vertegenwoordigers van de kredietnemers die rechtspersonen zijn in het kader van een Proxi-lening;4° andere persoonsgegevens die voorkomen in de akten tot opening van de Proxi-leningen en die nodig zijn voor de controle op de naleving van de in de artikelen 4 tot 8 van deze ordonnantie en haar uitvoeringsbesluiten voorziene voorwaarden. De in artikel 9, § 5, bedoelde handelingen, met inbegrip van het beheer van de databank, kunnen aanleiding geven tot de verwerking van de volgende categorieën persoonsgegevens: 1° de identificatiegegevens, het rijksregisternummer, de adresgegevens, de contactgegevens en de gegevens uit de Kruispuntbank van Ondernemingen van de betrokken zelfstandigen die een onderneming als natuurlijk persoon zijn;2° de identificatiegegevens, het rijksregisternummer, de adresgegevens en de contactgegevens van de vertegenwoordigers van de betrokken ondernemingen die een rechtspersoon zijn;3° de identificatiegegevens en de contactgegevens van de vertegenwoordigers van de labels, certificeringen en erkenningen. § 3. Het Fonds en de N.V. Gewestelijke Investeringsmaatschappij voor Brussel zijn samen verantwoordelijk voor de in paragraaf 1, eerste en tweede leden, bedoelde verwerkingen van de in paragraaf 2, eerste lid, bedoelde persoonsgegevens.

Het Fonds kan persoonsgegevens verkrijgen van de partijen bij de akten tot opening van de Proxi-leningen en via de raadpleging van de bijlagen van het Belgisch Staatsblad, de Kruispuntbank van Ondernemingen en andere publieke databanken die toegankelijk zijn voor het publiek.

BEW en het comité zijn verantwoordelijk voor de verwerkingen die hen zijn toegekend door of krachtens artikel 9, § 5. § 4. In het door deze bepaling afgebakende kader, zijn het Fonds en BEW gemachtigd om rijksregisternummers op te vragen en te gebruiken, overeenkomstig artikel 8, § 1, derde lid van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen. § 5. De bewaartermijn voor persoonsgegevens die door het Fonds worden verwerkt in het kader van het Proxi-leningprogramma bedraagt drie jaar, te rekenen vanaf het einde van de betrokken kredietovereenkomst, met inbegrip van de geschrapte Proxi-lening.

Indien de registratie van een akte werd geweigerd, worden de desbetreffende gegevens bewaard gedurende één jaar, te rekenen vanaf de kennisgeving van de weigeringsbeslissing.

Persoonsgegevens die nodig zijn voor de behandeling van een geschil in het kader van het Proxi-leningprogramma worden echter bewaard gedurende de tijd die nodig is om een dergelijk geschil te behandelen en eventuele daaropvolgende rechterlijke beslissingen uit te voeren. HOOFDSTUK III. - De burgerspaarregeling bij kredietcoöperaties met sociaal oogmerk Sectie 1. - Algemene bepaling

Art. 15.Onder de voorwaarden bedoeld in dit hoofdstuk, wordt een belastingvoordeel toegekend aan de coöperant die een of meer aandelen verwerft in een kredietcoöperatie met sociaal oogmerk.

Sectie 2 - Voorwaarden betreffende de coöperanten en de coöperaties

Art. 16.Op de datum waarop de coöperant het aandeel volstort, voldoet hij aan de volgende voorwaarden: 1° hij is een natuurlijke persoon;2° hij verwerft een aandeel buiten het kader van zijn handels- of beroepsactiviteiten;3° hij mag, samen met zijn eventuele echtgenoot of wettelijk samenwonende partner, niet rechtstreeks of onrechtstreeks houden: a) meer dan 10% van de aandelen of de stemrechten van de coöperatie;b) rechten of effecten waarvan de uitoefening, omwisseling of conversie de overschrijding van de drempel, vermeld in punt a), tot gevolg heeft.

Art. 17.Op de datum waarop de coöperant het aandeel volstort is de coöperatie erkend om aan deze regeling deel te nemen.

De erkenning beoogt met name ervoor te zorgen: 1° dat de deelnemende coöperatie een coöperatieve vennootschap met sociaal ogmerk is die kredieten verleent aan ondernemingen of deelnemingen in ondernemingen verwerft;2° dat de activiteiten bedoeld in 1° deel uitmaken van de hoofdactiviteiten van de coöperatie;3° dat de coöperatie een waarborg geniet die het risico op haar activiteiten bedoeld in 1° beperkt;4° dat er een voldoende verhouding bestaat tussen, enerzijds, de totale waarde van de kredieten een deelnemingen van deze coöperatie ten aanzien van ondernemingen met een vestigingseenheid in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en, anderzijds, de totale waarde van de aandelen van de coöperatie waarvoor de houders het belastingkrediet bedoeld in dit hoofdstuk kunnen genieten. De Regering bepaalt de voorwaarden en de nadere regels voor de voorafgaande erkenning van de coöperatie en voor de schorsing en intrekking van de erkenning.

Sectie 3. - Voorwaarden betreffende de plaatsing van de aandelen

Art. 18.Het aandeel is een aandeel op naam en vertegenwoordigt een fractie van het kapitaal of het eigen vermogen van de coöperatie.

Het aandeel kan alleen verworven worden door een inbreng in geld en moet volledig gestort worden. Leningen of converteerbare effecten kunnen niet omgezet worden in aandelen die recht geven op het belastingkrediet.

Art. 19.De coöperant kan één of meer aandelen in één of meer coöperaties verwerven.

Het totale volgestorte bedrag van één of meerdere aandelen bedraagt minimaal 100 euro per belastingplichtige voor elke coöperatie.

Sectie 4. - Controle op de naleving van de voorwaarden en coördinatie

Art. 20.§ 1. Onverminderd artikel 21, tweede lid, is BEW belast met de controle op de naleving van de voorwaarden die betrekking hebben op de coöperatie, de coöperant, de betrokken aandelen en hun plaatsing en volstorting.

BEW beheert de erkenning van de coöperaties bepaald in artikel 17 en houdt op haar website een lijst van de erkende coöperaties bij.

BEW brengt jaarlijks aan de Regering verslag uit over de in de eerste en tweede leden vermelde opdrachten. Dit verslag wordt voorgelegd door de Regering aan het Parlement, dat het openbaar maakt. § 2. Elk jaar waarin zij betalingsattesten in de zin van artikel 21 uitreikt, verzendt de coöperatie aan BEW een verslag dat haar deelname aan de regeling beschrijft.

De Regering kan de lijst bepalen van de informatie die dit verslag ten minste bevat.

Sectie 5. - Belastingsattest

Art. 21.De deelnemende coöperatie stelt jaarlijks een betalingsattest op dat vermeldt dat de coöperant een of meerdere aandelen in het afgesloten belastbaar tijdperk heeft volgestort of bewaard die in aanmerking komen voor een belastingkrediet en die de coöperant nog altijd in zijn bezit had op 31 december van dat belastbaar tijdperk, tenzij hij zou zijn overleden tijdens datzelfde belastbaar tijdperk.

De coöperatie stelt dit attest slechts op indien: 1° ze voldoet aan de voorwaarde bepaald in artikel 17;2° ze vaststelt dat de coöperant voldeed aan de voorwaarden bepaald in artikel 16, 1° en 3° ;3° ze niet door BEW op de hoogte wordt gebracht dat de coöperant de voorwaarde bepaald in artikel 16, 2°, niet naleeft;4° ze vaststelt of op de hoogte wordt gebracht door de coöperant dat hij onderworpen is aan de personenbelasting, zoals gelokaliseerd in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest overeenkomstig artikel 5/1, § 2, van de Bijzondere Financieringswet. De minimaal te vermelden gegevens op dit betalingsattest zijn: 1° de naam, het rijksregisternummer en het adres van de coöperant;2° de datum van volstorting van de aandelen die recht geven op een belastingkrediet voor het afgesloten belastbaar tijdperk;3° het gestorte bedrag dat in aanmerking komt voor een belastingkrediet onder voorbehoud van het plafond bepaald in artikel 22, § 3, derde lid;4° het bedrag van het belastingkrediet onder voorbehoud van het plafond bepaald in artikel 22, § 3, derde lid. De coöperatie deelt jaarlijks het betalingsattest mee aan de betrokken coöperant en, op elektronische wijze, aan de federale belastingadministratie.

De Regering kan nadere regels bepalen met betrekking tot het attest en een modelattest vastleggen. In dat geval is het gebruik van dat model verplicht.

Het attest vermeld in dit artikel is een noodzakelijke voorwaarde om het belastingkrediet, vermeld in artikel 22, te kunnen verkrijgen.

Sectie 6. - Fiscaal voordeel

Art. 22.§ 1. Indien wordt voldaan aan de voorwaarden bepaald in dit hoofdstuk, wordt aan de coöperant die onderworpen is aan de personenbelasting, zoals gelokaliseerd in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest overeenkomstig artikel 5/1, § 2, van de Bijzondere Financieringswet, een belastingkrediet toegekend. § 2. Voor elk aandeel wordt het belastingkrediet toegekend gedurende maximaal vijf opeenvolgende belastbare tijdperken, te beginnen met de periode waarin het aandeel werd verworven. § 3. Het belastingkrediet heeft betrekking op één berekeningsgrondslag die gelijk is aan de som van de waarden van de aandelen die tijdens het belastbare tijdperk en de vier voorgaande belastbare tijdperken door de coöperant zijn volgestort.

Enkel de aandelen die de coöperant nog altijd in zijn bezit heeft op het einde van het belastbare tijdperk waarop het belastingkrediet betrekking heeft, worden in deze berekening in aanmerking genomen.

Indien de berekeningsgrondslag 100.000 euro per belastingplichtige overschrijdt, wordt deze automatisch tot dat bedrag verlaagd. § 4. Het belastingkrediet bedraagt 3,5 percent van de berekeningsgrondslag bepaald in paragraaf 3, eerste lid, desgevallend verminderd met toepassing van paragraaf 3, derde lid.

Het belastingkrediet wordt geweigerd voor het aanslagjaar waarvoor het belastingsattest ontbreekt, niet correct is of onvolledig is.

Art. 23.§ 1. Bij terugbetaling van een aandeel door de uitgevende coöperatie, geeft het aandeel geen recht meer op een belastingkrediet vanaf het aanslagjaar dat overeenstemt met het belastbare tijdperk waarin de verkoop plaatsvond. § 2. Bij overdracht, ten bezwarende titel of gratis, van een aandeel aan een derde, heeft de overdrager geen recht meer op het belastingkrediet vanaf het aanslagjaar dat overeenstemt met het belastbare tijdperk waarin de overdracht plaatsvond en heeft zijn nieuwe houder geen recht op het belastingkrediet. § 3. Bij overlijden van de coöperant, wordt het belastingkrediet voor de laatste keer verleend voor het aanslagjaar dat overeenkomt met het belastbare tijdperk waarin de coöperant is overleden. § 4. Bij aanzienlijke en aanhoudende niet-naleving door de coöperatie van de voorwaarden van deze ordonnantie en haar uitvoeringsbesluiten, vervalt het belastingkrediet. Het belastingkrediet wordt dan voor de laatste keer toegekend voor het aanslagjaar dat overeenkomt met het belastbare tijdperk gedurende hetwelk de niet-naleving van de toepasselijke voorwaarden is gebeurd.

De Regering kan bepalen wat men verstaat onder "aanzienlijke en aanhoudende niet-naleving". § 5. Bij faillissement of ontbinding van de coöperatie, vervalt het belastingkrediet. Het belastingkrediet wordt dan voor de laatste keer toegekend voor het aanslagjaar dat overeenkomt met het belastbare tijdperk waarin het faillissement of de ontbinding plaatsvond, op voorwaarde dat het attest bedoeld in artikel 21 werd opgesteld.

Sectie 7 - Verwerkingen van persoonsgegevens

Art. 24.§ 1. De in dit hoofdstuk bedoelde verwerkingen van persoonsgegevens hebben tot doel particulieren fiscaal aan te moedigen om aandelen te verwerven in kredietcoöperaties met sociaal oogmerk, ten einde krediet aan kleine ondernemingen en ondernemingen met een maatschappelijke meerwaarde of deelnames in die ondernemingen te bevorderen.

Zij zullen in het bijzonder tot doel hebben het volgende mogelijk te maken: 1° de controle op de naleving van de wettelijke of de door deze ordonnantie en haar uitvoeringsbesluiten vastgestelde voorwaarden;2° het financiële en administratieve beheer door de deelnemende coöperaties van de plaatsing en volstorting van aandelen die verwezenlijkt worden in het kader van dit hoofdstuk;3° de uitwisseling van informatie met de federale belastingadministratie met het oog op de vaststelling van de belastingkredieten aan de coöperanten;4° de opstelling door BEW van anonieme statistieken. Wat betreft de doelstelling bedoeld in het tweede lid, 3°, voor de deelnemende coöperaties neemt deze informatie-uitwisseling de vorm van het attest bepaald in artikel 21. § 2. Het beheer van de burgerspaarregeling bij de kredietcoöperaties met sociaal oogmerk kan aanleiding geven tot de verwerking van de volgende categorieën persoonsgegevens: 1° de identificatiegegevens, het rijksregisternummer, de gegevens betreffende de burgerlijke staat en de wettelijke samenwoning, de adresgegevens en de contactgegevens van de coöperant;2° de identificatiegegevens, de adresgegevens en de contactgegevens van de natuurlijke persoon-vertegenwoordigers van de coöperatie;3° andere persoonsgegevens die nodig zijn voor de controle op de naleving van de in deze ordonnantie, de artikelen 16 tot en met 19 en 21 tot en met 23, en haar uitvoeringsbesluiten voorziene voorwaarden. § 3. BEW en de deelnemende coöperaties zijn afzonderlijk verantwoordelijk voor de in paragraaf 1 bedoelde verwerkingen van de in paragraaf 2 bedoelde persoonsgegevens.

De verantwoordelijkheid voor de verschillende verwerkingen wordt verdeeld volgens de bepalingen van de artikelen 20 en 21. De Regering kan de respectievelijke verantwoordelijkheden nader bepalen.

BEW kan persoonsgegevens verkrijgen van de coöperant, de coöperatie en via de raadpleging van publieke databanken die toegankelijk zijn voor het publiek. § 4. In het door deze bepaling afgebakende kader, zijn BEW en de deelnemende coöperaties gemachtigd om rijksregisternummers van de coöperant op te vragen en te gebruiken, overeenkomstig artikel 8, § 1, derde lid van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen. § 5. De bewaartermijn voor persoonsgegevens in verband met de coöperant die worden verwerkt in het kader van deze regeling bij BEW of de deelnemende coöperaties bedraagt drie jaar, te rekenen vanaf het einde van het laatste belastbare tijdperk waarvoor de coöperant een belastingkrediet heeft ontvangen in het kader van dit hoofdstuk vanwege het bezit van aandelen in deze coöperatie.

De bewaartermijn bij BEW voor persoonsgegevens in verband met de natuurlijke persoon-vertegenwoordigers van een deelnemende coöperatie die worden verwerkt in het kader van deze regeling bedraagt een jaar, te rekenen vanaf het einde van de deelname van de coöperatie aan deze regeling.

Persoonsgegevens die nodig zijn voor de behandeling van een geschil in het kader van deze regeling bij BEW of de deelnemende coöperaties worden echter bewaard gedurende de tijd die nodig is om een dergelijk geschil te behandelen en eventuele daaropvolgende rechterlijke beslissingen uit te voeren. HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen

Art. 25.Het - bijzondere machtenbesluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering nr. 2020/045 van 19 juni 2020 betreffende de Proxi-lening, bevestigd door de ordonnantie van 4 december 2020 houdende bekrachtiging van de besluiten van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot uitvoering van de ordonnantie van 19 maart 2020 om bijzondere machten toe te kennen aan de Brusselse Hoofdstedelijke Regering in het kader van de gezondheidscrisis COVID-19, wordt opgeheven.

De Proxi-leningen die geregistreerd zijn voor de inwerkingtreding van dit artikel blijven echter onderworpen aan de bepalingen van het besluit dat het eerste lid opheft. De bepalingen van artikel 12, § 6, en artikel 13, § 5, zijn niettemin van overeenkomstige toepassing op deze leningen.

De Proxi-leningen die geregistreerd zijn vanaf de inwerkingtreding van dit artikel zijn onderworpen aan de bepalingen van deze ordonnantie.

Voor de toepassing van de maximabedragen bedoeld in artikel 6, § 3, wordt rekening gehouden met de som van de bedragen geleend in het kader van Hoofdstuk II en de overeenkomstige bedragen in het kader van het bijzondere machtenbesluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering nr. 2020/045 van 19 juni 2020 betreffende de Proxi-lening. Er wordt bovendien rekening gehouden het tijdelijk maximum bepaald in artikel 8, tweede lid, van het bijzondere machtenbesluit.

De crowdfundingdienstverleners die, op 10 november 2021, een vergunning als alternatieve-financieringsplatform hebben, of die, conform artikel 6, § 2, van de wet van 18 december 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 18/12/2016 pub. 20/12/2016 numac 2016003460 bron federale overheidsdienst financien Wet tot regeling van de erkenning en de afbakening van crowdfunding en houdende diverse bepalingen inzake financiën type wet prom. 18/12/2016 pub. 27/12/2016 numac 2016024298 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Wet houdende diverse bepalingen inzake gezondheid sluiten tot regeling van de erkenning en de afbakening van crowdfunding en houdende diverse bepalingen inzake financiën, hun voornemen ter kennis van de FSMA hebben gebracht om de activiteit te verrichten als bedoeld in artikel 3 van die wet, mogen hun activiteiten in verband met de Proxi-lening evenwel blijven verrichten op basis van artikel 2, § 5, van het besluit dat het eerste lid opheft en zonder toepassing van artikel 2, 5° tot 7°, of artikel 5, §§ 1 en 5, van deze ordonnantie, tot op het moment waarop hun de vergunning wordt verleend als bedoeld in artikel 12 van de verordening 2020/1503, en uiterlijk tot 10 november 2022 of desgevallend tot de datum vermeld in de gedelegeerde handeling aangenomen door de Europese Commissie, op grond van de haar verleende machtiging bij artikel 48, lid 3, van de Verordening (EU) 2020/1503.

Art. 26.In artikel 7 van de ordonnantie van 22 april 1999 tot wijziging van de wet van 4 augustus 1978 tot economische heroriëntering en houdende oprichting van het Brussels Waarborgfonds, wordt paragraaf 2, ingevoegd bij het bijzondere machtenbesluit Nr. 2020/045 van 19 juni 2020, opgeheven.

Art. 27.Enkel aandelen in kredietcoöperaties met sociaal oogmerk die na de inwerkingtreding van hoofdstuk III zijn verkregen, komen in aanmerking voor het in artikel 22 bedoelde belastingkrediet.

Zolang de erkenning van de deelnemende coöperaties niet is georganiseerd overeenkomstig artikel 17, derde lid, om het aandeel in aanmerking te laten komen voor het belastingkrediet bedoeld in artikel 22 voldoet de coöperatie aan de volgende voorwaarden, op de datum waarop de coöperant het aandeel volstort: a) de coöperatie is een coöperatieve vennootschap met sociaal oogmerk die kredieten verstrekt aan ondernemingen of belangen neemt in ondernemingen;b) de coöperatie is erkend als "sociale onderneming" in de zin van de ordonnantie van 23 juli 2018 met betrekking tot de erkenning en de ondersteuning van de sociale ondernemingen;c) de coöperatie kan aantonen dat elk jaar gedurende minstens 6 maanden minstens 70 percent van haar eigen vermogen wordt gemobiliseerd in leningen aan ondernemingen of deelnames aan het kapitaal van ondernemingen;d) minstens 30 percent van het totale bedrag aan leningen en deelnames van de coöperatie zijn gedekt door een Europese, federale of gewestelijke publieke waarborg of een equivalente waarborg;e) de coöperatie kan aantonen dat de totale waarde van de aandelen die toelaten aan hun houders om, voor het lopende belastbaar tijdperk, het belastingkrediet bedoeld in dit hoofdstuk te genieten, niet de totale waarde overstijgt van de leningen en deelnames van deze coöperatie, lopende tijdens hetzelfde jaar, met betrekking tot ondernemingen die een vestigingseenheid hebben in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Art. 28.Deze ordonnantie treedt in werking 10 dagen na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van Hoofdstuk II en artikelen 25 en 26 die in werking treden op een datum bepaald door de Regering en ten laatste op 1 juli 2024.

Kondigen deze ordonnantie af, bevelen dat ze in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Brussel, 17 maart 2023.

De Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Territoriale Ontwikkeling en Stadsvernieuwing, Toerisme, de promotie van het Imago van Brussel en Biculturele zaken van gewestelijk belang, R. VERVOORT De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Mobiliteit, Openbare Werken en Verkeersveiligheid, E. VAN DEN BRANDT De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Klimaattransitie, Leefmilieu, Energie en Participatieve Democratie, A. MARON De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Financiën, Begroting, Openbaar Ambt, de Promotie van Meertaligheid en van het Imago van Brussel, S. GATZ De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Werk en Beroepsopleiding, Digitalisering en de Plaatselijke Besturen, B. CLERFAYT _______ Nota Documenten van het Parlement: Gewone zitting 2022-2023 A-662/1 Ontwerp van ordonnantie A-662/2 Verslag Integraal verslag: Bespreking en aanneming: vergadering van vrijdag 10 maart 2023

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om gevoegd te worden bij de ordonnantie van 17 maart 2023 tot mobilisatie van het burgerspaargeld ten behoeve van het herstel en de economische transitie.

De Minister-President, R. VERVOORT De Minister van Economie, A. MARON

^