Etaamb.openjustice.be
Samenwerkingsakkoord van 13 juli 2021
gepubliceerd op 17 april 2023

Samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, betreffende de coördinatie van het beleid inzake grensoverschrijdende overbrenging van afvalstoffen

bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
numac
2023041479
pub.
17/04/2023
prom.
13/07/2021
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

13 JUILLET 2021. - Samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, betreffende de coördinatie van het beleid inzake grensoverschrijdende overbrenging van afvalstoffen


Gelet op het Verdrag inzake de beheersing van de grensoverschrijdende overbrenging van gevaarlijke afvalstoffen en de verwijdering ervan, ondertekend te Bazel op 22 maart 1989 en goedgekeurd bij Wet van 6 augustus 1993Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting type wet prom. 06/08/1993 pub. 04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten;

Gelet op de wijziging van het Verdrag van Bazel inzake de beheersing van de grensoverschrijdende overbrenging van gevaarlijke afvalstoffen en de verwijdering ervan, aangenomen op de derde vergadering van de Conferentie der Partijen, gehouden te Genève op 22 september 1995, instemming bij wet van 6 maart 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/03/2002 pub. 08/10/2019 numac 2019042099 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de wijziging van het Verdrag van Bazel inzake de beheersing van de grensoverschrijdende overbrenging van gevaarlijke afvalstoffen en de verwijdering ervan, aangenomen op de derde vergadering van de Conferentie der Partijen, gehouden te Genève op 22 september 1995. - Addendum type wet prom. 06/03/2002 pub. 23/09/2005 numac 2002015181 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Bijlage V en met het Aanhangsel 3 bij het Verdrag inzake de bescherming van het marien milieu van de Noord-Oostelijke Atlantische Oceaan , gedaan te Sintra op 23 juli 1998 (1) (2) sluiten, bij decreet van het Vlaams Gewest van 6 december 2002, decreet van het Waalse Gewest van 10 april 2003 en ordonnantie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 7 februari 2002;

Gelet op Verordening (EU) Nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie;

Gelet op Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 van de Commissie van 28 juli 2015 tot aanvulling van verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad met nadere regels ter verduidelijking van een aantal bepalingen van het douanewetboek van de Unie;

Gelet op Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie van 24 november 2015 houdende nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie;

Gelet op de Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen, hierna de "verordening" genoemd;

Gelet op het Besluit C(2001) 107 def. van de OESO-Raad inzake de herziening van Besluit C(1992) 39 def. van de OESO-raad betreffende het toezicht op de grensoverschrijdende overbrenging van afvalstoffen bestemd voor handelingen ter nuttige toepassing teneinde de afvalstoffenlijsten in overeenstemming te brengen met het Verdrag van Bazel en bepaalde andere voorschriften te herzien;

Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen, zoals laatst gewijzigd door de bijzondere wet van 6 januari 2014 met betrekking tot de Zesde Staatshervorming, artikelen 6, § 5 en 92 bis;

Gelet op de algemene wet inzake Douane en Accijnzen van 18 juli 1977;

Gelet op de wet op het politieambt van 5 augustus 1992;

Gelet op de wet van 7 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten ter organisatie van de geïntegreerde politie, gestructureerd op twee niveaus;

Gelet op het samenwerkingsakkoord van 4 november 2008Relevante gevonden documenten type samenwerkingsakkoord prom. 04/11/2008 pub. 29/12/2008 numac 2008036325 bron vlaamse overheid Samenwerkingsakkoord betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval sluiten betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval tussen het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;

Gelet op het decreet van de Waalse Gewestraad van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen en het decreet van 27 mei 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/05/2004 pub. 09/07/2004 numac 2004027101 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende Boek I van het Milieuwetboek type decreet prom. 27/05/2004 pub. 23/09/2004 numac 2004202818 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt sluiten betreffende Boek I van het Milieuwetboek (deel VIII);

Gelet op het decreet van het Vlaams Parlement van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen;

Gelet op de ordonnantie van het Brussels Hoofdstedelijk Parlement van 14 juni 2012 betreffende afvalstoffen;

Gelet op de wet van 9 juli 1984Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1984 pub. 10/05/2010 numac 2010000233 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de invoer, de uitvoer en de doorvoer van afvalstoffen. - Duitse vertaling van de federale versie sluiten betreffende doorvoer van afvalstoffen;

Gelet op de beslissingen van de Interministeriële Conferentie Leefmilieu verruimd tot Justitie, Binnenlandse Zaken en Financiën van 25 maart 2009, 14 december 2009, 19 maart 2014, 4 februari 2015, 6 juli 2016, 19 september 2016 en 28 september 2017;

Overwegende dat artikel 53 van de verordening bepaalt dat elke lidstaat slechts één enkele bevoegde overheid voor de doorvoer van afvalstoffen aanwijst;

Overwegende dat artikel 29 van de verordening bepaalt dat de passende administratieve kosten, verbonden aan de uitvoering van de kennisgevings- en toezichtsprocedure en de gangbare kosten van de passende analyses en inspecties aan de kennisgever kunnen worden aangerekend; dat in onderhavig akkoord de nodige regels en machtigingen ingevoerd moeten worden;

Overwegende dat de verordening bepalingen bevat met betrekking tot de regelingen voor samenwerking tussen de controlerende overheden;

Overwegende dat de Interregionale Verpakkingscommissie een aan de drie gewesten gemeenschappelijke instelling is in de zin van artikel 92bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten op de hervorming van de instellingen; dat een beperkte uitbreiding van de taken van de Interregionale Verpakkingscommissie, die beschreven worden in het samenwerkingsakkoord van 4 november 2008Relevante gevonden documenten type samenwerkingsakkoord prom. 04/11/2008 pub. 29/12/2008 numac 2008036325 bron vlaamse overheid Samenwerkingsakkoord betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval sluiten, wenselijk is;

Overwegende dat de Interregionale Verpakkingscommissie enkel belast wordt met de administratieve behandeling van de doorvoerdossiers en niet met inspectietaken inzake doorvoer;

Overwegende dat het van belang is dat het toezicht en de controle op de overbrenging van afvalstoffen georganiseerd en gereguleerd wordt op een wijze die rekening houdt met de noodzaak de kwaliteit van het milieu en de gezondheid van de mens in stand te houden, te beschermen en te verbeteren en die bevorderlijk is voor een uniformere toepassing van de verordening in de gehele Europese Gemeenschap, en dat hieruit volgt dat ook de betrokken overheden in België dienen te streven naar een uniforme toepassing van deze verordening;

Overwegende dat de lidstaten de Europese Commissie informatie moeten verstrekken over de uitvoering van de verordening door middel van de verslagen die bij het secretariaat van Bazel worden ingediend en op basis van een aparte vragenlijst;

Overwegende dat de wijziging van de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen door de bijzondere wet van 6 januari 2014 met betrekking tot de Zesde Staatshervorming impliceert dat het beleid en de controle op het grensoverschrijdende transport van afvalstoffen volledig geregionaliseerd worden;

Dat dit ook betekent dat de gewestelijke administraties bevoegd voor de handhaving van de materie waarover dit samenwerkingsakkoord handelt, hun toezichtsbevoegdheden kunnen uitoefenen op alle grensoverschrijdende afvaltransporten op hun grondgebied, ongeacht of deze transporten hun vertrek of bestemming hebben in een ander land of een ander Belgisch gewest en dat dit de bepalingen met betrekking tot geschillen over de indeling, zoals bepaald onder andere in artikel 28 van de Verordening, onverlet laat;

Overwegende dat een doeltreffende controle op de grensoverschrijdende overbrengingen van afvalstoffen vergemakkelijkt wordt wanneer de gegevensbestanden die de kennisgevingen, de transportdocumenten en de beslissingen van de bevoegde overheden bevatten betreffende de overbrengingen van afvalstoffen in het kader van de verordening, beschikbaar en toegankelijk zijn voor alle bevoegde overheden, hun eigen bevoegdheden gezamenlijk uitoefenend;

Overwegende dat een doeltreffende controle op de grensoverschrijdende overbrengingen van afvalstoffen vergemakkelijkt wordt wanneer relevante gegevensbestanden van de administratie van de Douane en Accijnzen en van de politie die informatie over de overbrenging van afvalstoffen bevatten toegankelijk zijn voor alle bevoegde overheden, hun eigen bevoegdheden gezamenlijk uitoefenend;

Overwegende dat het samenwerkingsakkoord tussen de Belgische Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, betreffende de coördinatie van het beleid inzake invoer, uitvoer en doorvoer van afvalstoffen van 26 oktober 1994 dient aangepast te worden aan de wijzigingen opgenomen in de verordening ten opzichte van de Verordening (EEG) nr. 259/93 van de Raad van 1 februari 1993 betreffende toezicht en controle op de overbrenging van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap en dat een duidelijke taakomschrijving van de coördinatiegroep een betere coördinatie van de controle toelaat;

De Federale Staat, vertegenwoordigd door de Federale Regering in de persoon van de minister van Financiën, de minister van Binnenlandse Zaken en de minister van Justitie, Het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering, in de persoon van haar minister-president en de Vlaamse minister bevoegd voor Leefmilieu, Het Waalse Gewest, vertegenwoordigd door de Waalse Regering, in de persoon van haar minister-president en de Waalse minister bevoegd voor Leefmilieu, Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, vertegenwoordigd door de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, in de persoon van haar minister-voorzitter en de Brusselse minister bevoegd voor Leefmilieu, KOMEN HET VOLGENDE OVEREEN: HOOFDSTUK 1. - Toepassingsgebied

Artikel 1.§ 1. Dit samenwerkingsakkoord heeft tot doel het beleid op het gebied van de grensoverschrijdende overbrenging van afvalstoffen in het algemeen, en in het bijzonder het toezicht en de controle op de afvaloverbrengingen op het Belgisch grondgebied zoals gedefinieerd in artikel 2.34 van de Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen, overeenkomstig artikel 6, § 5, van de bijzondere wet tot hervorming der instellingen te coördineren, rekening houdend met de respectieve bevoegdheden van de federale overheidsdiensten voor Financiën (douane en accijnzen) en Binnenlandse zaken (politie), en van de gewestelijke bevoegde overheden. § 2. Voor de toepassing van dit akkoord wordt verstaan onder: - "Bevoegde overheid": die entiteit die volgens artikel 53 van de verordening werd meegedeeld aan de Europese Commissie, alsook, in voorkomend geval, de entiteit die op het gewestelijke vlak instaat voor de handhaving van de materie die door dit Samenwerkingsakkoord gevat is; - "verordening": de Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen. HOOFDSTUK 2. - Rol van de douane

Art. 2.§ 1. De administratie der douane en accijnzen vult haar algemene controlebevoegdheid met betrekking tot de invoer, de uitvoer en de doorvoer over het douanegebied van de Europese gemeenschap en de haar door de verordening toegewezen taken op zulke wijze in dat de door haar uitgeoefende controles de kans verhogen op het ontdekken van illegale overbrengingen van afvalstoffen in de zin van de verordening. § 2. Ingeval de administratie der douane en accijnzen bij het uitoefenen van haar controlebevoegdheden een mogelijke illegale overbrenging van afvalstoffen en/of mogelijke andere inbreuken op de verordening ontdekt, deelt die administratie dat onmiddellijk mee aan de bevoegde overheid volgens een onderling afgesproken procedure zoals bepaald in artikel 12, § 1. HOOFDSTUK 3. - Rol van de politie

Art. 3.In het kader van haar algemene opdracht, kan de politie, over het geheel van het Belgisch grondgebied, controles verrichten op de overbrenging van afvalstoffen, met het oog op de opsporing en vaststelling van overtredingen van de Europese, federale en regionale wetgeving en reglementering. HOOFDSTUK 4. - Controles

Art. 4.Voor de toepassing van dit akkoord, moet onder controle worden verstaan: alle controles en inspecties op de overbrenging van afvalstoffen zoals vermeld in artikelen 2.35bis en 50 van de verordening. De partijen zijn het erover eens dat de prioriteiten met betrekking tot deze controles voorgesteld worden door de bevoegde overheden, rekening houdend met het Nationaal Veiligheidsplan. De prioriteiten worden in de coördinatiegroep besproken. HOOFDSTUK 5. - Opleiding en ondersteuning

Art. 5.§ 1. Voor opleidingen over aangelegenheden die tot de werkingssfeer van dit samenwerkingsakkoord behoren, kunnen de partijen een beroep doen op elkaars deskundigen. De partijen bij dit akkoord stellen gespecialiseerde opleidingen in de mate van het mogelijke voor deelname open aan elkaar. § 2. De bevoegde overheden onderzoeken in welke mate werk kan gemaakt worden van een permanentiesysteem voor vragen en meldingen over de materie waarover dit samenwerkingsakkoord handelt. § 3. De partijen kunnen elkaar ondersteunen met technische hulpmiddelen, in functie van ieders mogelijkheden. § 4. De partijen werken samen bij de ontwikkeling van ondersteunend materiaal, zoals interne procedures en brochures met betrekking tot de controle van grensoverschrijdende afvaloverbrengingen. § 5. Zolang de personele bezetting het toelaat, en na afweging van de noodzaak, kunnen de partijen elkaar verzoeken om fysiek te participeren in controles. § 6. De bevoegde overheden overleggen om geharmoniseerde praktische regelingen toe te passen met betrekking tot met name: - hoe vaststellingen dienen te gebeuren over de grensoverschrijdende overbrengingen afkomstig van of bestemd voor een ander gewest, - hoe deze vaststellingen worden overgemaakt aan de respectievelijke bevoegde overheden, - hoe de opvolging dient te gebeuren van illegale grensoverschrijdende overbrengingen afkomstig uit of bestemd voor een ander gewest. HOOFDSTUK 6. - Uitwisseling van informatie

Art. 6.§ 1. Om de uitwisseling van gegevens met het oog op een doeltreffende controle op de overbrengingen van afvalstoffen mogelijk te maken, zorgen de overheden die bevoegd zijn voor de overbrenging van afvalstoffen, ieder voor wat haar betreft en binnen haar eigen bevoegdheden, ervoor dat alle gegevens betreffende de kennisgevingen en afschriften van kennisgevingen die ze ontvangen en de toestemmingen die ze geven krachtens de titels II, IV, V en VI van de verordening, alsook betreffende de beslissingen die ze treffen in verband met die kennisgevingen, voor zover deze gegevens voorkomen op de kennisgevings- en vervoersdocumenten bedoeld in deze verordening, in een gegevensbank worden ingevoerd. § 2. De in § 1 bedoelde overheden zorgen ervoor dat alle gegevens die in de gegevensbanken worden ingevoerd toegankelijk zijn via het nummer van het kennisgevingsdocument en vrij kunnen worden geraadpleegd door alle bevoegde overheden, hun toezichthouders, de ambtenaren van de Administratie der douane en accijnzen van de Federale Overheidsdienst Financiën en de politieambtenaren van lokale en federale politie met het oog op het verrichten van de controles op de grensoverschrijdende overbrengingen van afvalstoffen zoals bedoeld in dit akkoord. § 3. Indien een bevoegde overheid besluit om, met betrekking tot kennisgevingen, over te gaan tot elektronische gegevensuitwisseling met buitenlandse bevoegde overheden, dan gebeurt dit in overleg met de andere bevoegde overheden in België. De bevoegde overheden in België streven naar hetzelfde elektronische systeem van gegevensuitwisseling. § 4. Wanneer de Interregionale Verpakkingscommissie kennis krijgt van een onregelmatigheid met betrekking tot de verordening in het kader van een overbrenging in doorvoer, dan brengt zij de betrokken inspectiedienst op de hoogte.

De betrokken inspectiedienst is in dit geval: - indien het transport zich op het Belgische grondgebied bevindt, de inspectiedienst van het gewest waar het transport zich fysiek bevindt; - indien het transport zich niet op het Belgische grondgebied bevindt, de inspectiedienst van het gewest waarlangs het transport België is binnengekomen of zal binnenkomen.

Art. 7.§ 1. De partijen bij dit akkoord wisselen alle informatie uit die nodig is voor een doeltreffende controle op de materie die door dit akkoord gevat is, verantwoordingsinformatie en informatie ten behoeve van risicoanalyse inbegrepen. Desalniettemin blijft de toegang van de bevoegde overheden tot gegevens die deel uitmaken van een strafdossier onderworpen aan de bepalingen van het Wetboek van Strafvordering en van artikel 125 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1950 houdende algemeen reglement op de gerechtskosten in strafzaken, totdat de toegang tot deze gegevens wettelijk geregeld wordt. § 2. De partijen streven naar een uniek systeem voor de vergaring en analyse van strategische informatie met betrekking tot de preventie en opsporing van illegale afvaloverbrengingen. De partijen kunnen de in dit systeem opgeslagen informatie bevragen. § 3. De partijen registreren de voor hen relevante informatie die nodig is voor de verplichte rapportering aan de Europese Commissie in het kader van de toepassing van de verordening. Deze informatie wordt op eenvoudige vraag ter beschikking gesteld van de coördinatiegroep bedoeld in artikel 12. § 4. De wijze waarop de informatie-uitwisseling plaats vindt zal concreet uitgewerkt worden door de coördinatiegroep bedoeld in artikel 12.

Art. 8.De partijen bij dit akkoord verbinden zich ertoe deze gegevens niet voor andere doeleinden te gebruiken dan voor de finaliteit waarvoor ze verstrekt werden. Alle gegevens van commerciële of industriële aard zullen als vertrouwelijk worden behandeld. HOOFDSTUK 7. - Bevoegde autoriteit van doorvoer

Art. 9.§ 1. De Interregionale Verpakkingscommissie wordt met ingang van 1 januari 2015 aangewezen als de bevoegde autoriteit van doorvoer volgens de bepalingen van artikel 53 van de verordening. Haar taken, zoals beschreven in het Samenwerkingsakkoord van 4 november 2008Relevante gevonden documenten type samenwerkingsakkoord prom. 04/11/2008 pub. 29/12/2008 numac 2008036325 bron vlaamse overheid Samenwerkingsakkoord betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval sluiten betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval, worden dienovereenkomstig uitgebreid. § 2. De werkingskosten die de Interregionale Verpakkingscommissie heeft vanuit haar rol als doorvoerautoriteit, worden opgenomen in haar jaarlijkse begroting en verdeeld tussen de gewesten, zoals voorzien in artikel 25 van voornoemd Samenwerkingsakkoord van 4 november 2008Relevante gevonden documenten type samenwerkingsakkoord prom. 04/11/2008 pub. 29/12/2008 numac 2008036325 bron vlaamse overheid Samenwerkingsakkoord betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval sluiten. § 3. Bij het opnemen van de bevoegdheid door de Interregionale Verpakkingscommissie worden haar taken opgesomd in de Bijlage, die deel uitmaakt van dit akkoord. De gewesten stellen het nodige personeel en de middelen ter beschikking van de Interregionale Verpakkingscommissie, zodat deze haar rol als doorvoerautoriteit naar behoren kan uitvoeren. Deze personeelsleden worden opgenomen in het organogram van de Interregionale Verpakkingscommissie.

Artikel 23 van het samenwerkingsakkoord van 4 november 2008Relevante gevonden documenten type samenwerkingsakkoord prom. 04/11/2008 pub. 29/12/2008 numac 2008036325 bron vlaamse overheid Samenwerkingsakkoord betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval sluiten betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval is van toepassing op het in deze paragraaf bedoelde personeel. § 4. De coördinatiegroep bedoeld in artikel 12 formuleert de richtlijnen betreffende de taken opgenomen in de Bijlage. Deze richtlijnen zijn van toepassing na bekrachtiging door het beslissingsorgaan van de Interregionale Verpakkingscommissie. § 5. De Interregionale Verpakkings-commissie, in samenwerking met de gewesten, voert binnen het jaar na de ondertekening van dit akkoord een meting uit van de effectiviteit en de efficiëntie van de behandeling van de doorvoerdossiers.

De meting zal betrekking hebben op: - de bruikbaarheid van de gegevens voor controledoeleinden; - de informatie die wordt ingebracht in het datatechnisch systeem; - de beoordeling van de kennisgevingen; - het opvolgen van de dossierkosten; - de administratieve verwerking van de transportmeldingen.

De resultaten van de meting zullen gebruikt worden voor het realiseren van een administratieve vereenvoudiging en voor het actualiseren van het datatechnisch systeem.

Het datatechnisch systeem zal de mogelijkheid voorzien om: - automatisch brieven of digitale boodschappen te genereren aan alle betrokken actoren; - digitale gegevensinvoer toe te laten door de kennisgevers; - af te stemmen op de standaarden die de Europese Commissie eventueel zal vastleggen; - toe te laten dat gegevens uit de doorvoerkennisgevingen geverifieerd worden met data die beheerd worden door de gewesten.

Onverminderd de andere bepalingen van dit Samenwerkingsakkoord, inclusief de bijlage, zal het te implementeren datatechnisch systeem van de Interregionale Verpakkingscommissie compatibel zijn, in de mate van het mogelijke, met de systemen van de gewesten en zoveel mogelijk software die in gebruik of in ontwikkeling is bij de gewesten overnemen. HOOFDSTUK 8. - Financiële waarborg en administratieve kosten voor kennisgevingsdossiers

Art. 10.§ 1. De partijen bij dit akkoord informeren de coördinatiegroep bedoeld in artikel 12 over de wijzigingen van hun regelgeving, meer bepaald met betrekking tot de berekening van de financiële waarborg en de administratieve kosten zoals bedoeld in artikelen 6 en 29 van de verordening. § 2. Inzake de doorvoer van afvalstoffen wordt er aan elke kennisgever door de Interregionale Verpakkingscommissie een retributie aangerekend, in het kader van de procedures voor de kennisgeving en voor de opvolging van de transporten. § 3 De retributie bedoeld in paragraaf 2 wordt vastgelegd op 400 euro per kennisgeving van overbrenging van afvalstoffen.

De retributie is echter beperkt tot 200 euro per kennisgeving van overbrenging van afvalstoffen, indien aan de volgende voorwaarden cumulatief voldaan is: - een elektronisch systeem voor geautomatiseerde datacommunicatie wordt ter beschikking gesteld van de kennisgevers en van de verwerkingsinstallaties, door de Interregionale Verpakkingscommissie, met inachtneming van de richtlijnen bedoeld in artikel 9 § 4, voor de opvolging van de transporten bepaald in artikel 15, onder c en d, en in artikel 16, onder b, d en e, van de verordening, en voor de andere procedures die bepaald kunnen worden door richtlijnen bedoeld in artikel 9 § 4; - de kennisgever en de verwerkingsinstallatie, evenals in voorkomend geval de bestemmeling, verbinden er zich allen schriftelijk toe om, op het ogenblik van kennisgeving, dit systeem uitsluitend te gebruiken in het kader van de betrokken kennisgeving; - de kennisgever en de verwerkingsinstallatie, evenals in voorkomend geval de bestemmeling, komen allemaal dit engagement na, voor alle transporten bedoeld in de betrokken kennisgeving.

In afwijking van de voorgaande leden, wordt de retributie vastgelegd op 0 euro voor de kennisgevingen van overbrenging van afvalstoffen die uitsluitend betrekking hebben op de zeehavengebieden.

Wanneer de Interregionale Verpakkingscommissie overeenkomstig paragraaf 4 of andere toepasselijke bepalingen overgaat tot de schorsing of de intrekking van een instemming die ze afgeleverd heeft voor een kennisgeving, wordt er ambtshalve aan de kennisgever een aanvullende retributie van 200 euro per betrokken kennisgeving aangerekend.

De bedragen bedoeld in deze paragraaf worden aangepast in functie van de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen in België. De basisbedragen worden vermenigvuldigd met het gemiddelde van de indexen van de vier eerste maanden van het vorige jaar, gedeeld door het gemiddelde van de indexen van de vier eerste maanden van 2015 en vervolgens afgerond naar het dichtstbijzijnde veelvoud van 25 euro.

Indien de afstand tussen twee veelvouden van 25 gelijk is, krijgt het hoogste veelvoud van 25 de voorkeur.

De bedragen van de in deze paragraaf bedoelde retributie kunnen worden verlaagd in de gevallen en onder de voorwaarden die worden vastgesteld in een uitvoerend samenwerkingsakkoord tussen de gewestelijke overheden.

De retributies zijn van toepassing op de kennisgevingen die ontvangen worden door de Interregionale Verpakkingscommissie vanaf de eerste dag van de derde maand van inwerkingtreding van dit Samenwerkingsakkoord. § 4. De volledige betaling van het totaalbedrag van de retributies die verschuldigd zijn krachtens onderhavig Akkoord is een belangrijk element van de kennisgeving van overbrenging van afvalstoffen. Indien deze volledige betaling niet ontvangen is of in geval van achterstallige betalingen op het ogenblik dat de Interregionale Verpakkingscommissie zich uitspreekt over een kennisgeving, moet zij haar instemming voor deze kennisgeving koppelen aan een voorwaarde betreffende de volledige betaling van deze retributies, binnen een bepaalde termijn, of een bezwaar opperen. Een richtlijn bedoeld in artikel 9 § 4 kan deze modaliteiten nader bepalen en met name herinneringskosten berekenen op basis van de kosten en ongemakken die de betalingsachterstand met zich meebrengt. Deze herinneringskosten kunnen een bedrag als laattijdigheidsboete omvatten. Het maximum van deze laattijdigheidsboete bedraagt 50 euro en wordt aangepast aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen zoals bepaald in paragraaf 3. De Interregionale Verpakkingscommissie trekt haar instemming in wanneer de kennisgever in gebreke blijft na verloop van de vastgelegde termijn om het totaalbedrag van de retributies verschuldigd krachtens onderhavig Akkoord.

De Interregionale Verpakkingscommissie staat in voor de juiste inning van de retributies verbonden aan de overbrengingen van afvalstoffen en past de vooropgestelde sancties in voorkomend geval toe, met inachtneming van de regels die krachtens onderhavig Akkoord en door de gewesten zijn aangenomen. Zij staat in voor de publicatie in het Belgisch Staatsblad van het tarief van de geïndexeerde retributies die aan de kennisgevers worden aangerekend, evenals de beslissingen van haar Beslissingsorgaan en van de richtlijnen bedoeld in artikel 9 § 4, die betrekking hebben het huidige artikel.

De bedragen van de retributies inzake de overbrenging van afvalstoffen, evenals de herinneringskosten, worden opgenomen in een specifieke post van de jaarlijkse begroting van de Interregionale Verpakkingscommissie bedoeld in artikel 9 § 2. HOOFDSTUK 9. - Formele samenwerking met derde partijen

Art. 11.Wanneer partijen in het kader van de handhaving en binnen hun eigen bevoegdheden samenwerkingsovereenkomsten wensen af te sluiten met derden die een mogelijke impact (van financiële, personele of technische aard) hebben op de werking van de overige partijen m.b.t. de materie die door dit samenwerkingsakkoord gevat is, brengen zij deze hiervan op de hoogte en nodigen zij deze uit om deel te nemen aan de verdere uitwerking van de samenwerking. De partijen streven ernaar om de formele samenwerking met derden, in het kader van de handhaving van de verordening, gezamenlijk te formaliseren. Dit streven geldt minstens voor de partijen die rechtstreekse gevolgen van een dergelijke samenwerking kunnen ondervinden. HOOFDSTUK 1 0. - Coördinatiegroep

Art. 12.§ 1. Met het oog op een regelmatig overleg over de coördinatie van het handhavingsbeleid inzake grensoverschrijdende overbrengingen van afvalstoffen, wordt een coördinatiegroep opgericht.

De coördinatiegroep is belast met het volgende: - het afstemmen van werkprogramma's en van de controleplannen volgens artikel 50 paragraaf 2 bis van de verordening, en het formuleren van voorstellen i.v.m. controleacties op het terrein; - het samenwerken in het kader van de risicoanalyse zoals bedoeld in artikel 50 paragraaf 2 bis van de verordening; - het evalueren van de samenwerking zoals vermeld in artikel 50 paragraaf 2 bis van de verordening, alsook het valideren van de rapportering aan de Europese Commissie zoals bedoeld in Bijlage IX, het deel betreffende artikel 50 paragraaf 2 bis; - het overleg plegen over elektronische gegevensuitwisseling met betrekking tot kennisgevingen, bedoeld in artikel 6, § 2; - het overleg plegen over voorstellen tot wijzigingen van regelgevingen, alsook over interpretatievragen van Europese, gewestelijke of federale wetgeving voor zoverre deze regelgeving en deze vragen betrekking hebben op de handhaving van de verordening; - het geven van ondersteuning aan de CCIM werkgroep "Transfer van afvalstoffen" bij het bepalen van standpunten die moeten worden ingenomen met betrekking tot alle aangelegenheden in verband met het toezicht op en de controle van grensoverschrijdende overbrengingen van afvalstoffen; - het coördineren van de verplichte rapportering aan de Europese Commissie in het kader van de handhaving van de verordening, en deze rapportering voorbereiden voor de CCIM werkgroep Transfer van afvalstoffen; - het wederzijds informeren over alle formele vormen van samenwerking met betrekking tot de handhaving van de verordening die één of meerdere partijen wenst af te sluiten met derden; - het formuleren van richtlijnen ter attentie van de doorvoerautoriteit, zoals bepaald in artikel 9, § 4 en artikel 10 §§ 2 tot 4.

Bovendien kan de coördinatiegroep initiatieven nemen in het kader van: - het afstemmen van werkprogramma's en het formuleren van voorstellen i.v.m. controleacties op het terrein; - het afstemmen van procedures voor de inspectie van afvaloverbrengingen; - het afstemmen van procedures voor de opsporing van frauduleuze afvaloverbrengingen; - het afstemmen van procedures voor de vervolging van vastgestelde overtredingen op de verordening; - het afstemmen van een indicatieve lijst van inbreuken en bijhorende afhandelingsprocedure voor individuele vaststellingen van illegale overbrengingen; - het optimaliseren van de uitwisseling van informatie, bijvoorbeeld door middel van een beveiligd netwerk. § 2. De coördinatiegroep is samengesteld uit: - voor Binnenlandse Zaken: één vertegenwoordiger van de Federale Politie, en een bijkomende vertegenwoordiger, beiden aan te duiden door de minister van Binnenlandse Zaken; - één vertegenwoordiger van Justitie, aan te duiden door de minister van Justitie; - één vertegenwoordiger van het College van procureurs-generaal, aan te duiden door dit College; - twee vertegenwoordigers van de douane, aan te duiden door de minister van Financiën; - voor de bevoegde overheden, behalve voor de Interregionale Verpakkings-commissie: elk maximaal twee vertegenwoordigers, afkomstig van de administraties bevoegd voor handhaving en beleid van de materie waarover dit samenwerkingsakkoord handelt, aan te duiden door de bevoegde ministers; - maximaal twee vertegenwoordigers van de Interregionale Verpakkingscommissie, aan te duiden door haar beslissingsorgaan.

Voor elke aangeduide persoon wordt eveneens een vervanger aangeduid. § 3. De coördinatiegroep komt geldig bijeen op voorwaarde dat de drie gewesten en de Federale Staat vertegenwoordigd zijn. Zij neemt haar besluiten bij consensus.

In een huishoudelijk reglement worden de bepalingen opgenomen die van toepassing zijn op de werking van de coördinatiegroep. Dit wordt aangenomen door een uitvoerend samenwerkingsakkoord. § 4. De coördinatiegroep overlegt minimaal vier maal per jaar en de leden verzekeren de organisatie en het voorzitterschap volgens een beurtrol. § 5. Op voordracht van een lid van de coördinatiegroep kunnen experten uitgenodigd worden om deel te nemen aan vergaderingen van de coördinatiegroep. HOOFDSTUK 1 1. - Slotbepalingen

Art. 13.Dit akkoord is afgesloten voor onbepaalde duur. Bij een éénzijdige opzegging van dit akkoord komen de partijen overeen dat zij een onderhandelingstermijn van zes maanden in acht nemen vanaf het ogenblik dat de opzeggende partij zijn intentie hiertoe heeft bekendgemaakt aan al de overige contracterende partijen.

Art. 14.§ 1. Het samenwerkingsakkoord van 26 oktober 1994 tussen de Belgische Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest, en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, betreffende de coördinatie van het beleid inzake invoer, uitvoer en doorvoer van afvalstoffen, wordt opgeheven. § 2. Dit akkoord treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na de publicatie in het Belgisch Staatsblad van de laatste instemmingsakte van de partijen. Het akkoord wordt gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad door de diensten van de eerste minister, op aanvraag van de partij waarvan de wetgever als laatste zijn instemming met het akkoord heeft gegeven.

Opgemaakt in 10 exemplaren te Brussel, op 13 juli 2021.

Voor de Federale Staat: De Vice-eersteminister en Minister van Justitie, belast met Noordzee, V. VAN QUICKENBORNE De Vice-eersteminister en Minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding, V. VAN PETEGHEM De Minister van Binnenlandse Zaken, Institutionele Hervormingen en Democratische Vernieuwing, A. VERLINDEN Voor het Vlaams Gewest: De Minister-President van de Vlaamse Regering en Vlaams minister van Buitenlandse Zaken, Cultuur, ICT en Facilitair Management, J. JAMBON De Vlaamse Minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme, Z. DEMIR Voor het Waals Gewest: De Minister-president van Wallonië, E. DI RUPO De Waalse Minister van Leefmilieu, Natuur, Dierenwelzijn en Plattelandsvernieuwing, C. TELLIER Voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest: De Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, R. VERVOORT De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Klimaattransitie, Leefmilieu, Energie en Participatieve Democratie, A. MARON

^