Etaamb.openjustice.be
Omzendbrief
gepubliceerd op 14 mei 2003

Omzendbrief betreffende de opheffing, ten gevolge van de invoering van de arbeidskaart ****, van bestaande omzendbrieven waarbij in een voorlopige arbeidsvergunning werd voorzien 1. Invloed van het invoeren van de arbeidskaart **** op de bestaande **** **** invoering in de reglementering met betrekking tot de tewerkstelling van buitenlandse werknemers (...)

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2003012175
pub.
14/05/2003
prom.
--
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG


**** betreffende de opheffing, ten gevolge van de invoering van de arbeidskaart ****, van bestaande omzendbrieven waarbij in een voorlopige arbeidsvergunning werd voorzien 1. Invloed van het invoeren van de arbeidskaart **** op de bestaande omzendbrieven waarbij in een voorlopige arbeidsvergunning werd voorzien. De invoering in de reglementering met betrekking tot de tewerkstelling van buitenlandse werknemers van de arbeidskaart **** (koninklijk besluit van 6 februari 2003, Belgisch Staatsblad van 27 februari 2003), heeft vooral tot gevolg dat bepaalde bestaande omzendbrieven, die in een voorlopige arbeidsvergunning voorzien voor personen die voortaan aanspraak zullen kunnen maken op de arbeidskaart ****, hun reden van bestaan verliezen.

**** betreft volgende omzendbrieven : - omzendbrief van 26 april 1994 betreffende de voorlopige toelatingen tot tewerkstelling voor kandidaat-vluchtelingen (****) verschenen in het Belgisch Staatsblad van 30 april 1994; - omzendbrief van 1 juli 1994 tot wijziging van de omzendbrief van 26 april 1994 betreffende de voorlopige toelatingen tot tewerkstelling voor kandidaat-vluchtelingen (****), verschenen in het Belgisch Staatsblad van 14 juli 1994; - gemeenschappelijke omzendbrief van de Ministers van Binnenlandse Zaken en Ambtenarenzaken en van Tewerkstelling en **** betreffende de afgifte van ****-en **** (****) aan vreemdelingen, slachtoffers van ****, verschenen in het Belgisch Staatsblad van 7 juli 1994, uitsluitend voor de materies die tot de bevoegdheid behoren van het Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid; - omzendbrief van 6 april 2000 betreffende de voorlopige **** voor de buitenlandse onderdanen die een aanvraag tot regularisatie van het verblijf hebben ingediend, verschenen in het Belgisch Staatsblad van 15 april 2000; - omzendbrief van 6 februari 2001 tot wijziging van de omzendbrief van 6 april 2000 betreffende de voorlopige **** voor de buitenlandse onderdanen die een aanvraag tot regularisatie van het verblijf hebben ingediend, verschenen in het Belgisch Staatsblad van 24 februari 2001.

Als overgangsmaatregel blijven de **** en **** afgeleverd voor 1 april 2003 met toepassing van voormelde omzendbrieven geldig tot de vervaldatum vermeld op die documenten en aan de voorwaarden bepaald door die omzendbrieven.

**** lid is niet van toepassing op de personen **** op basis van voormelde omzendbrief van 6 februari 2001 zonder dat er daadwerkelijk een voorlopige arbeidsvergunning werd afgeleverd. 2. **** **** voor de buitenlandse onderdanen voor wie op 1 april 2003 nog geen beslissing was genomen aangaande hun aanvraag tot regularisatie van het verblijf. De opheffing van de onder punt 1 voormelde omzendbrieven geldt eveneens voor de personen die onder bedoelde omzendbrieven vallen en die geen aanspraak zouden kunnen maken op de arbeidskaart ****. **** aandacht dient echter besteed aan de volgende categorieën van personen : - de buitenlandse onderdanen die een aanvraag tot regularisatie van het verblijf hebben ingediend op grond van de wet van 22 december 1999 (Belgisch Staatsblad 10 januari 2000) betreffende de regularisatie van het verblijf van bepaalde categorieën van vreemdelingen verblijvend op het grondgebied van het Rijk, voor zover op 1 april 2003 nog geen beslissing was genomen aangaande die aanvraag; - de buitenlandse onderdanen die, vóór 10 januari 2000, een aanvraag tot regularisatie hebben ingediend gebaseerd op artikel 9, derde lid, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen en waarin nog geen beslissing is genomen in toepassing van de omzendbrief van 15 december 1988 over de toepassing van artikel 9, derde lid, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen en de regularisatie van bijzondere situaties, voor zover op 1 april 2003 nog geen beslissing was genomen aangaande die aanvraag.

**** ****, met andere woorden, om de ongeveer 1.000 dossiers van **** (van de uitzonderlijke ****) waarvoor op 1 april 2003 nog geen beslissing was genomen. **** buitenlandse onderdanen komen, in afwachting van de beslissing, niet in aanmerking voor aan arbeidskaart ****. Wanneer een werkgever een aanvraag om arbeidsvergunning indient voor een buitenlandse onderdaan die zich in die situatie bevindt, zijn de volgende regels van toepassing.

Een voorlopige arbeidsvergunning kan worden afgeleverd aan de werkgever. **** aflevering **** niet gepaard met de aflevering van een arbeidskaart aan de werknemer, maar de werkgever moet een afschrift van de voorlopige arbeidsvergunning aan de werknemer overhandigen.

De toekenning van de voorlopige arbeidsvergunning is niet onderworpen aan de voorwaarden bepaald in **** ****, **** 1, van het koninklijk besluit van 9 juni 1999 (Belgisch Staatsblad 26 juni 1999) houdende uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers.

Evenmin is er sprake van de toepassing van artikel 4, § 2 van bovengenoemde wet van 30 april 1999.

Om evenwel een voorlopige arbeidsvergunning te kunnen bekomen, moet het **** minstens de volgende documenten bevatten : ****) een afschrift van de geschreven arbeidsovereenkomst, conform de bepalingen van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.In geval van tewerkstelling in de **** als seizoenarbeider moet die arbeidsovereenkomst de bepalingen bevatten vermeld in de bijlage bij de omzendbrief van 26 april 1994 betreffende de voorlopige toelatingen tot tewerkstelling voor kandidaat-vluchtelingen (****), zoals hij van toepassing was op 31 maart 2003; ****) een afschrift van het ontvangstbewijs van de indiening van de aanvraag tot regularisatie van het verblijf of, bij gebrek daaraan, een getuigschrift **** dat een dergelijke aanvraag ingediend werd;****) het origineel van een recent attest waarin de bevoegde dienst attesteert dat er nog geen beslissing is genomen aangaande de aanvraag tot regularisatie.Onder recent attest dient te worden verstaan een attest dat hoogstens twee maanden vóór de aanvang van de arbeidsovereenkomst werd afgeleverd; ****) het aanvraagformulier om arbeidsvergunning voor de tewerkstelling van een buitenlandse werknemer. De voorlopige arbeidsvergunning wordt afgeleverd voor een periode van maximum drie maanden, en zij kan worden hernieuwd. **** de aanvragen voor hernieuwing moet opnieuw voldaan worden aan het vorige lid. De voorlopige arbeidsvergunning verliest alle geldigheid zodra inzake de aanvraag tot regularisatie een beslissing wordt genomen. 3. **** Deze omzendbrief treedt in werking op 1 april 2003. De Minister van Werkgelegenheid, ****. ****. ****

^