Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 29 november 2001
gepubliceerd op 12 december 2001

Koninklijk besluit tot vaststelling van de toelage van de bijzondere rekenplichtige van de politiezone

bron
ministerie van binnenlandse zaken
numac
2001001254
pub.
12/12/2001
prom.
29/11/2001
ELI
eli/besluit/2001/11/29/2001001254/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

29 NOVEMBER 2001. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de toelage van de bijzondere rekenplichtige van de politiezone


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, inzonderheid op artikel 32, tweede lid, gewijzigd bij artikel 16 van de wet van 2 april 2001;

Overwegende dat het advies van de Adviesraad van burgemeesters niet binnen de gestelde termijn werd verstrekt en er om geen verlenging werd gevraagd; dat derhalve, er wordt voorbijgegaan aan;

Gelet op het protocol nr. 2001/09 van 14 november 2001 van het onderhandelingscomité C;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid, gemotiveerd door het feit dat de inplaatsstelling van de lokale politie in de loop van het jaar 2001 zal gebeuren en uiterlijk op 1 januari 2002, overeenkomstig artikel 248 van de wet van 7 december 1998; dat de politieraden reeds geïnstalleerd werden; dat de begroting van de politiezone voor 2002 in oktober 2001 moet worden gestemd door de gemeenteraad of de politieraad; dat de bijzondere rekenplichtige, gelet op de nieuw ingestelde zonepolitieboekhouding, de voorbereiding ervan vanaf heden moet aanvatten; dat de gemeente- en politieraden de bijzondere rekenplichtige nu reeds dienen aan te wijzen; dat de gemeente- of politieraad het bedrag van de toelage dient vast te stellen; dat deze toelage moet worden vastgesteld binnen de voorwaarden bepaald door de Koning;

Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 21 november 2001, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder : 1° "de wet" : de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus;2° "de bijzondere rekenplichtige" : de bijzondere rekenplichtige bedoeld in artikel 30, tweede en derde lid van de wet, met uitzondering van de gewestelijke ontvanger; 3° "de mandaattoelage voor de korpschef" : de toelage zoals bedoeld in artikel XI.II.17 en in de bijlage 3 van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten.

Art. 2.Door de gemeenteraad of de politieraad wordt aan de bijzondere rekenplichtige een toelage toegekend die niet hoger mag zijn dan : 1° in de politiezones waarvan het effectief minder bedraagt dan 150 voltijds tewerkgestelde personeelsleden : 100 procent van de mandaattoelage voor de korpschef;2° in de politiezones waarvan het effectief gelijk is aan of meer is dan 150 voltijds tewerkgestelde personeelsleden en minder dan 300 : 97,5 procent van de mandaattoelage voor de korpschef;3° in de politiezones waarvan het effectief gelijk is aan of meer is dan 300 voltijds tewerkgestelde personeelsleden en minder dan 600 : 95 procent van de mandaattoelage voor de korpschef;4° in de politiezones waarvan het effectief gelijk is aan of meer is dan 600 voltijds tewerkgestelde personeelsleden : 90 procent van de mandaattoelage voor de korpschef.

Art. 3.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 april 2001.

Art. 4.Onze Minister van Binnenlandse Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 29 november 2001.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Binnenlandse Zaken, A. DUQUESNE

^