Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 29 juli 1997
gepubliceerd op 20 augustus 1997

Koninklijk besluit betreffende de procedure van in disponibiliteit stellen van bepaalde militairen van het actief kader van de krijgsmacht

bron
ministerie van landsverdediging
numac
1997007161
pub.
20/08/1997
prom.
29/07/1997
ELI
eli/besluit/1997/07/29/1997007161/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

29 JULI 1997. Koninklijk besluit betreffende de procedure van in disponibiliteit stellen van bepaalde militairen van het actief kader van de krijgsmacht


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 14 januari 1975 houdende het tuchtreglement van de krijgsmacht, inzonderheid op de artikelen 18, gewijzigd bij de wet van 22 december 1989, 19 en 20;

Gelet op het koninklijk besluit van 24 juli 1997 betreffende het in disponibiliteit stellen van bepaalde militairen van het actief kader van de krijgsmacht, met toepassing van artikel 3, 1, 1°, van de wet van 26 juli 1996 strekkende tot realisatie van de budgettaire voorwaarden tot deelname van België aan de Europese Economische en Monetaire Unie, inzonderheid op de artikelen 1, 3, tweede en derde lid, 15, 18 en 19;

Gelet op het protocol van het onderhandelingscomité, afgesloten op 23 april 1997;

Gelet op het advies van de inspecteur van Financiën, gegeven op 5 mei 1997;

Gelet op het akkoord van Onze Minister van Ambtenarenzaken, gegeven op 22 mei 1997;

Gelet op het akkoord van Onze Minister van Begroting, gegeven op 23 mei 1997;

Gelet op de beraadslaging van de Ministerraad op 16 mei 1997 over de vraag van advies binnen een termijn van één maand;

Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 30 juni 1997, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op de voordracht van Onze Minister van Landsverdediging;

Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Elke militair die voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 1 van het koninklijk besluit van 24 juli 1997 betreffende het in disponibiliteit stellen van bepaalde militairen van het actief kader van de krijgsmacht, met toepassing van artikel 3, 1, 1°, van de wet van 26 juli 1996 strekkende tot realisatie van de budgettaire voorwaarden tot deelname van België aan de Europese Economische en Monetaire Unie, mag vragen om te genieten van een in disponibiliteit stelling te bekomen onder de voorwaarden bepaald in voornoemd koninklijk besluit.

Art. 2.1. De officieren richten hun aanvraag tot in disponibiliteit stelling per bij post aangetekend schrijven met ontvangstmelding rechtstreeks aan de minister van Landsverdediging, Lambermontstraat 8, te 1000 Brussel;

De militairen beneden de rang van officier richten hun aanvraag tot in disponibiliteit stelling met een formulier « model B » rechtstreeks tot de chef van de Divisie Personeel van de Generale Staf.

De hiërarchische meerderen van de aanvrager mogens diens aanvraag noch inhouden, noch vertragen, noch er enig advies met betrekking tot de opportuniteit over uitbrengen. 2. De aanvraag moet ondertekend zijn en het volgende vermelden : 1° de naam, de voornamen, de graad, het stamnummer en de eenheid van de aanvrager;2° de normaal voorziene datum van oppensioenstelling wegens het bereiken van de leeftijdsgrens;3° het voorwerp van de aanvraag en de gewenste aanvangsdatum van het in disponibiliteit stellen;4° voor de officieren, de eventuele aanvraag om de toelating te bekomen om een beroepsactiviteit uit te oefenen in cumul tijdens de periode van in disponibiliteit stelling;5° een verklaring van verzaking aan de bevordering in het actief kader voor zover de aanvraag ingewilligd wordt;6° een verklaring dat de aanvraag onherroepelijk is. Voor de militairen beneden de rang van officier moet het enventuele aanvraagdossier betreffende het uitoefenen van een beroepsactiviteit in cumul in bijlage worden gevoegd.

De aanvraag die niet ondertekend is, of die de naam, de graad, het stamnummer, de juiste eenheid van de aanvrager, het voorwerp van de aanvraag, of de gewenste aanvangsdatum niet vermeldt, kan niet in aanmerking worden genomen. 3. Indien de aanvraag de vereiste vermeldingen bedoeld in 2, eerste lid niet bevat zal de aanvrager onmiddellijk verzocht worden deze mede te delen.

Art. 3.1. De aanvraag van de militair die in de periode van 1 oktober 1997 tot en met 1 januari 1999 aan de voorwaarde voldoet bedoeld in artikel 1, eerste lid, 3°, van voormeld besluit, om een in disponibiliteit stelling te bekomen, en die niet meer deelneemt aan de bevordering, moet ten laatste op 1 oktober 1997 ingediend zijn.

In afwijking van het eerste lid, moet de aanvraag van de militair wiens kandidatuur voor de bevordering voor de laatste maal in 1997 onderzocht wordt door een bevorderingscomité, vóór 1 december 1997 ingediend worden.

In afwijking van het eerste en het tweede lid, kan de minister van Landsverdediging, in uitzonderlijke omstandigheden die hij beoordeelt, nog een aanvraag aanvaarden die voldoet aan de bedoelde voorwaarden en na voormelde data werd ingediend. 2. De aanvraag van de militair die in de periode van 2 januari 1999 tot en met 1 oktober 2000 aan de voorwaarde bepaald in artikel 1, eerste lid, 3°, van voormeld besluit voldoet om een in disponibiliteit stelling te bekomen, en die niet meer deelneemt aan de bevordering, kan ten vroegste ingediend worden zes maanden voor de datum waarop hij voldoet aan de voorwaarde bedoeld in artikel 1, eerste lid, 3° van voormeld besluit.3. De aanvraag van de militair die aan de voorwaarde bedoeld in artikel 1, eerste lid, 3°, van voormeld besluit voldoet om een in disponibiliteit stelling te bekomen en die na 1 oktober 1997 nog deelneemt aan de bevordering, kan op elk moment worden ingediend.In dit geval moet de in disponibiliteit stelling ten laatste zes maanden na het indienen van de aanvraag aanvangen.

Art. 4.De in disponibiliteit stelling vangt voor het eerst aan op 1 oktober 1997 en vervolgens steeds op 1 januari, 1 april, 1 juli of 1 oktober.

De in disponibiliteit stelling vangt aan ten minste drie maanden na het indienen van de aanvraag, behalve op uitdrukkelijk aanvraag van betrokkene en mits akkoord van zijn korpscommandant.

Voor de militair die op 1 oktober 1997 nog niet voldoet aan de voorwaarde bedoeld in artikel 1, eerste lid, 3°, van voormeld besluit, is de normale ingangsdatum voor de in disponibiliteit stelling mits andersluitend akkoord, de eerste dag van het trimester dat volgt op het trimester tijdens hetwelk betrokkene door zijn verjaring aan voormelde voorwaarde voldoet.

Onverminderd de bepalingen van artikel 3, 3, kan de militair een uitstel van maximum zes maanden bekomen van de datum van de in disponibiliteit stelling bedoeld in het voorgaande lid.

Het uitstel bedraagt maximum negen maanden voor de militair die op 1 oktober 1997 aan de voorwaarde voldoet bepaald in artikel 1, eerste lid, 3°, van voormeld besluit en die niet meer deelneemt aan de bevordering.

In het geval bedoeld in artikel 3, 1, derde lid, van dit besluit, vangt de in disponibiliteit stelling aan op de eerste dag van het trimester dat volgt op de datum van de beslissing tot toekenning van de in disponibiliteit stelling.

Art. 5.1. De militair die in disponibliteit gesteld is mag een beroepsactiviteit in cumul uitoefenen voor zover hij hiervoor de toelating heeft gekregen van de minister van Landsverdediging.

De toelating om een beroepsactiviteit in cumul uit te oefenen wordt steeds toegekend vanaf de eerste dag van de maand volgend op de datum waarop de toelating wordt verleend en loopt steeds tot de laatste dag van de maand tijdens dewelke betrokkene melding maakt van de stopzetting van elke beroepsactiviteit.

Een aanvraag tot in disponibiliteit stelling waarbij niet het inzicht kenbaar gemaakt wordt een beroepsactiviteit in cumul uit te oefenen impliceert dat de begunstigde van de maatregel er zich toe verbindt geen enkele beroepsactiviteit uit te oefenen zolang een later ingediende aanvraag tot cumul niet werd toegestaan. 2. De militair mag geen enkele beroepsactiviteit beginnen zonder de toelating van de minister van Landsverdediging.3. Elke aanvraag tot toelating om een beroepsactiviteit in cumul te mogen uitoefenen nadat de militair in disponibiliteit werd gesteld moet per bij post aangetekende brief met ontvangstmelding gericht worden aan de chef van de Divisie Personeel van de Generale Staf.4. De in disponibiliteit gestelde militair wordt geacht de toelating verkregen te hebben een beroepsactiviteit in cumul uit te oefenen, dertig dagen na het indienen van de aanvraag.5. De militair die tijdens zijn in disponibiliteit stelling een beroepsactiviteit stopzet, meldt dit per bij post aangetekende brief met ontvangstmelding aan de chef van de Divisie Personeel van de Generale Staf, na de stopzetting van elke beroepsactiviteit. Hij voegt er de relevante bewijsstukken bij van de volledige stopzetting van de activiteit en bij gebrek daaraan, een verklaring op eer waarin hij bevestigt dat hij definitief opgehouden heeft de beroepsactiviteiten uit te oefenen die hij voorheen uitoefende.

Art. 6.De in disponibiliteit gestelde militair is verplicht spontaan en zonder verwijl aan de chef van de Divisie Begroting van de Generale Staf elke gebeurtenis te melden die zijn geldelijke toestand zou kunnen beïnvloeden.

Art. 7.Het koninklijk besluit van 24 juli 1997 betreffende het in disponibiliteit stellen van bepaalde militairen van het actief kader van de krijgsmacht, met toepassing van artikel 3, 1, 1°, van de wet van 26 juli 1996 strekkende tot realisatie van de budgettaire voorwaarden tot deelname van België aan de Europese Economische en Monetaire Unie, treedt in werking op de datum van inwerkingtreding van dit besluit.

Art. 8.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 9.Onze Minister van Landsverdediging is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Châteauneuf-de-Grasse, 29 juli 1997.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Landsverdediging, J.-P. PONCELET

^