Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 18 juli 2005
gepubliceerd op 04 augustus 2005

Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 18 juli 2002 houdende maatregelen met het oog op de bevordering van de tewerkstelling in de non-profit sector en houdende diverse bepalingen

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociale overleg, federale overheidsdienst sociale zekerheid en federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu
numac
2005012350
pub.
04/08/2005
prom.
18/07/2005
ELI
eli/besluit/2005/07/18/2005012350/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

18 JULI 2005. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 18 juli 2002 houdende maatregelen met het oog op de bevordering van de tewerkstelling in de non-profit sector en houdende diverse bepalingen


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers inzonderheid op artikel 35, § 5, ingevoegd bij de wet van 30 december 1988 en gewijzigd bij de wetten van 22 december 1995, 26 juli 1996, 6 december 1996, 13 februari 1998, 15 januari 1999, 26 maart 1999, 24 december 1999, 30 december 2001, 2 augustus 2002, 24 december 2002, 19 december 2003 en 27 december 2004;

Gelet op het koninklijk besluit van 18 juli 2002 houdende maatregelen met het oog op de bevordering van de tewerkstelling in de non-profit sector, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 10 december 2002, 31 december 2003, 13 september 2004, 21 september 2004 en 19 januari 2005;

Gelet op het koninklijk besluit van 11 juli 2003 houdende de besteding van de bedragen gestort bij het terugvorderingsfonds bedoeld in artikel 71, 3°, van de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen;

Gelet op de aanvraag die op 31 maart 2005 bij de Nationale Arbeidsraad is ingediend en gelet op het feit dat geen advies is verstrekt binnen de termijn voorgeschreven in artikel 8 van de wet van 29 mei 1952 tot inrichting van de Nationale Arbeidsraad;

Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 17 januari 2005;

Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 17 maart 2005;

Gelet op het advies nr. 38.521/1 van de Raad van State, gegeven op 16 juni 2005 met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid en Onze Minister van Werk en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : HOOFDSTUK I. - Wijziging van het koninklijk besluit van 18 juli 2002 houdende maatregelen met het oog op de bevordering van de tewerkstelling in de non-profit sector

Artikel 1.In artikel 1 van het koninklijk besluit van 18 juli 2002 houdende maatregelen met het oog op de bevordering van de tewerkstelling in de non-profit sector, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 10 december 2002 en 31 december 2003, worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid, 1°, a) wordt vervangen als volgt : « a) Paritair comité voor de gezondheidsinrichtingen en -diensten »;2° het eerste lid, 1°, b) wordt vervangen als volgt : « b) Paritair comité voor de Vlaamse welzijns- en gezondheidssector »;3° in het eerste lid, 1°, wordt een bbis ) ingevoegd, luidend als volgt : « bbis ) Paritair comité voor de Franstalige, Duitstalige en bicommunautaire welzijns- en gezondheidssector »;4° in het eerste lid, 1°, i) wordt aangevuld als volgt : «, met uitzondering van de sociale werkplaatsen »;5° het eerste lid, 1°, j) wordt vervangen als volgt : « j) Paritair subcomité voor de federale en bicommunautaire socio-culturele organisaties »;6° het eerste lid, 1°, l) wordt vervangen als volgt : « l) Paritair subcomité voor de socio-culturele sector van de Franstalige en Duitstalige Gemeenschap en het Waals Gewest »;7° het eerste lid, 3°, b) wordt opgeheven.

Art. 2.In artikel 2bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij koninklijk besluit van 13 september 2004, wordt volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1, tweede lid wordt vervangen door volgende bepaling : « Artikel 2, § 1, tweede lid, met uitzondering van 1°, laatste lid, is van toepassing met dien verstande dat '50 pct.' telkens vervangen wordt door '33 pct.' en dat '0,49' wordt vervangen door '0,33'. »; 2° § 3, tweede lid, 2°, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 21 september 2004, wordt vervangen door volgende bepaling : « 2° het bedrag aan patronale socialezekerheidsbijdragen dat elke beschutte werkplaats nog verschuldigd is na toepassing van elke andere bijdragevermindering sociale zekerheid bedoeld in het eerste lid en dat nog in aanmerking komt voor bijdragevermindering sociale zekerheid, en dit voor de twee kwartalen van het semester zoals bepaald in artikel 6, §§ 2 en 3.»; 3° § 3, derde lid, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 21 september 2004, wordt vervangen als volgt : « De in § 2 bedoelde vermindering kan per werkgever voor al zijn werknemers samen niet meer bedragen dan het bedrag bedoeld in het vorig lid, 2°.»

Art. 3.In artikel 6, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 31 december 2003 en 13 september 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1 worden de woorden « per semester » vervangen door « jaarlijks »;2° in § 2, eerste lid, worden de woorden « gelijk aan het dubbele van » vervangen door « vier maal »;3° in § 2, tweede lid, worden de woorden « van het semester bedoeld in het eerste lid » vervangen door « van het kalenderjaar waarop § 1 wordt toegepast, » 4° in § 2, derde lid, worden de woorden « van het vorig semester meegedeeld door de RSZ-PPO ten laatste op 10 oktober en 10 april van elk jaar, » vervangen door « van het eerste semester van het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarop § 1 wordt toegepast, dat door de RSZ-PPO wordt medegedeeld »;5° in § 3, eerste lid, worden de woorden « twee kwartalen van de semester » vervangen door de woorden « vier kwartalen »;6° § 3, tweede lid, wordt vervangen als volgt : « Het wordt als correctie op het voorlopige bedrag aangerekend bij de vaststelling van de dotaties voor het derde kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarvoor het definitief bedrag wordt vastgesteld.»

Art. 4.Artikel 7 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : «

Art. 7.De dotaties worden op de vijftiende van elke maand gestort.

Als die dag geen werkdag is, gebeurt de storting de eerste werkdag die volgt op de vijftiende. »

Art. 5.Titel VII van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 31 december 2003, bestaande uit de artikelen 57 tot en met 59, wordt opgeheven.

Art. 6.In de Titel X, « Overgangs- en slotbepalingen », van hetzelfde besluit wordt een artikel 60bis /1 ingevoegd, luidend als volgt : « Art. 60bis /1. De vermindering van de werkgeversbijdragen bepaald in artikel 2, § 2, eerste lid, wordt, voor de werknemers tewerkgesteld in de diensten van de thuisverpleging bij de werkgevers die onder de toepassing vallen van artikel 1, eerste lid, 2°, verhoogd met : 1° 649,60 EUR met ingang van 1 januari 2003;2° 662,61 EUR met ingang van 1 juli 2003;3° 755,41 EUR met ingang van 1 januari 2004. Artikel 49 van dit besluit is niet van toepassing. »

Art. 7.In artikel 61 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 13 september 2004, worden de woorden « het eerste en het tweede semester 2003 en voor het eerste semester en het tweede semester 2004 » vervangen door de woorden « de eerste en tweede semesters van de jaren 2003, 2004 en 2005 ».

Art. 8.In hetzelfde besluit wordt een artikel 61/1 ingevoegd, luidend als volgt : «

Art. 61/1.Artikel 6, § 2, vijfde en zesde lid, is niet van toepassing op de verhogingen die op 1 juli 2004 en 1 januari 2005 werden doorgevoerd. »

Art. 9.Artikel 61bis van hetzelfde besluit,vervangen door het koninklijk besluit van 31 december 2003 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 13 september 2004, wordt vervangen als volgt : « In afwijking van artikel 6, § 2, wordt de voorlopige dotatie van het Fonds Sociale Maribel voor de privé-ziekenhuizen, voor het eerste en tweede semester 2005 en voor het jaar 2006, verhoogd naar rato van 1 641 werknemers. »

Art. 10.In hetzelfde besluit wordt een artikel 61bis /2 ingevoegd, luidend als volgt : « Art. 61bis /2. In afwijking van artikel 7 worden voor de periode van 1 juli 2005 tot 31 december 2005 de dotaties gestort naar rato van 80 % en met ingang van het jaar 2006 naar rato van 90 %. Het gedeelte van de dotaties dat niet in de loop van het jaar waarop ze betrekking hebben, wordt betaald, wordt gestort in de maand april van het daaropvolgende jaar.

Het sectoraal fonds Sociale maribel kan bij de Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, de Minister van Werk en de Minister van Begroting een dossier indienen waaruit blijkt dat het fonds zich engageert om de totaliteit van zijn jaarlijkse dotatie aan te wenden in het jaar waarop zij betrekking heeft voor het vervullen van zijn opdrachten en waaruit blijkt dat voor het jaar waarop de dotatie betrekking heeft eenzelfde effect op de thesaurie van het globaal beheer van de sociale zekerheid bereikt wordt als het effect dat met toepassing van het eerste lid wordt bekomen, en dit onverminderd de toepassing van artikel 168 van de programmawet van 27 december 2004.

In geval van een gunstige beslissing van de voormelde Ministers, wordt de maandelijkse storting bedoeld in artikel 7 aan 100 % verricht voor het betrokken jaar.

De beslissing die voormelde Ministers treffen op grond van het vorige lid, wordt vanaf het tijdstip van de ingangsdatum van de beslissing maandelijks geëvalueerd door voormelde Ministers. Indien het fonds zijn engagementen niet nakomt, kunnen de Ministers de beslissing bedoeld in het vorig lid, intrekken. In dat geval bepalen zij het percentage van de stortingen met ingang van de intrekkingsbeslissing.

Uiterlijk bij de begrotingsopmaak van elk jaar en voor het eerst bij de begrotingsopmaak 2006 worden de beslissingen bedoeld in het tweede lid en de opvolging daarvan, geëvalueerd door de Eerste Minister, de Vice-Eerste Ministers, de Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid en de Minister van Werk. » Dit artikel is niet van toepassing op de beschutte werkplaatsen.

Art. 11.In artikel 62bis van hetzelfde besluit, ingevoegd door het koninklijk besluit van 10 december 2002, worden de woorden « 69,33 % », « 24,24 % » en « 6,43 % » respectievelijk vervangen door « 64,8 % », « 27,88 % » en « 7,32 % ».

Art. 12.In artikel 62ter, derde lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd door het koninklijk besluit van 10 december 2002, worden de woorden « Het Fonds Sociale Maribel voor de socio-culturele sector » vervangen door de woorden « Het Fonds Sociale Maribel voor de federale en bicommunautaire socio-culturele organisaties. »

Art. 13.In hetzelfde besluit wordt een artikel 62quinquies ingevoegd, luidend als volgt : «

Art. 62quinquies.In afwijking van artikel 15 blijft het Fonds Sociale Maribel voor de privé-ziekenhuizen en het Fonds Sociale Maribel voor de gezondheidsinrichtingen en -diensten bestaan tot de eerste dag van de maand waarin de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid een bedrag aan voorlopige dotatie kan uitbetalen, waarbij de voorlopige dotatie met toepassing van artikel 6, § 2, is vastgesteld voor de paritaire comités bedoeld in artikel 1, eerste lid, 1°, a), b) en bbis ), zoals het werd gewijzigd bij koninklijk besluit van... » HOOFDSTUK II. - Opheffing van het koninklijk besluit van 11 juli 2003 houdende de besteding van de bedragen gestort bij het terugvorderingsfonds bedoeld in artikel 71, 3°, van de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen

Art. 14.Het koninklijk besluit van 11 juli 2003 houdende de besteding van de bedragen gestort bij het terugvorderingsfonds bedoeld in artikel 71, 3°, van de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen, wordt opgeheven. HOOFDSTUK III. - Slotbepalingen

Art. 15.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 juli 2005 met uitzondering van : 1° artikel 1, 1°, 2°, 3°, 5° en 6°, dat in werking treedt op een datum bepaald door de Koning;2° artikel 1, 4° et 7°, artikel 7, artikel 8, artikel 9 en artikel 11, die uitwerking hebben met ingang van 1 januari 2005;3° artikel 2 dat uitwerking heeft met ingang van 1 juli 2004;4° artikel 3 dat in werking treedt op 1 september 2005;5° artikel 6 dat uitwerking heeft met ingang van 1 januari 2003 en ophoudt uitwerking te hebben met ingang van 1 januari 2005.

Art. 16.Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid en Onze Minister van Werk zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 18 juli 2005.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, R. DEMOTTE De Minister van Werk afwezig, De Minister van begroting en Overheidsbedrijven, J. VANDE LANOTTE

^