Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 11 oktober 2026
gepubliceerd op 28 oktober 2026

Koninklijk besluit tot wijziging van het RPPol betreffende de ernstige en zware arbeidsongevallen

bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken en federale overheidsdienst justitie
numac
2026006764
pub.
28/10/2026
prom.
11/10/2026
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

11 OKTOBER 2026. - Koninklijk besluit tot wijziging van het RPPol betreffende de ernstige en zware arbeidsongevallen


VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het ontwerp van koninklijk besluit dat wij de eer hebben te Uwer ondertekening voor te leggen, geeft uitvoering aan punt 11 van het sectoraal akkoord - kwalitatief luik (2022).

In het raam van de voorwaardelijke akkoordbevinding van de minister van Ambtenarenzaken, gegeven op 28 mei 2024, werden een aantal opmerkingen gemaakt. Er werd gevolg gegeven aan de technische opmerkingen. Voor wat de overige opmerkingen betreft, kan volgende duiding gegeven worden.

Met betrekking tot de definitie van een ernstig en zwaar arbeidsongeval dient opgemerkt te worden dat een ernstig en zwaar arbeidsongeval in de zin van het ontwerp van koninklijk besluit gedefinieerd wordt als een arbeidsongeval dat zware financiële gevolgen met zich meebrengt. Het ontwerp van koninklijk besluit voorziet onder bepaalde voorwaarden in de vergoeding in hoofde van het slachtoffer van een ernstig en zwaar arbeidsongeval, dat als zodanig wordt erkend door de daartoe opgerichte commissie voor de erkenning van ernstige en zware arbeidsongevallen, van bepaalde kosten.

Hoewel de in het ontwerp van koninklijk besluit opgenomen bepalingen tot invoering van artikel X.III.6quater RPPol en artikel X.III.6quinquies RPPol bepaalde gelijkenissen vertonen met de artikelen X.III.6bis en X.III.6ter RPPol, betreffen het onderscheiden procedures met een verschillende finaliteit. De eerste procedure betreft de vergoeding, onder bepaalde voorwaarden, van een slachtoffer van een ernstig en zwaar arbeidsongeval, daartoe erkend door de commissie voor de erkenning van ernstige en zware arbeidsongevallen.

De tweede procedure heeft betrekking op de vergoeding, onder bepaalde voorwaarden, van een slachtoffer van een ernstige gewelddaad, daartoe erkend door de commissie voor de erkenning van ernstige gewelddaden.

Gelet op deze verschillende doelstellingen dienen beide procedures duidelijk van elkaar onderscheiden te worden. De verschillen tussen beide commissies en de respectieve regelgevingen inzake de tenlasteneming van de kosten zijn dan ook objectief en redelijk verantwoord.

Het slachtoffer heeft het recht om, in geval van weigering van een erkenning van het arbeidsongeval als ernstig en zwaar arbeidsongeval, gehoord te worden door de commissie voor de erkenning van ernstige en zware arbeidsongevallen. Dit betreft een vorm van willig beroep. De commissie zal in dat geval binnen een redelijke termijn een nieuwe beslissing treffen.

In het raam van het advies nr. DA260016 van het Controleorgaan op de Politionele Informatie, gegeven op 15 juni 2026, werden eveneens een aantal opmerkingen gemaakt. Dienaangaande kan de volgende duiding gegeven worden.

Om tegemoet te komen aan de voorafgaande algemene opmerking inzake het legaliteits- en voorzienbaarheidsbeginsel, werd een voorontwerp van wet opgesteld, dat zich thans in het ratificatieproces bevindt en dat in de wet van 26 april 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/04/2002 pub. 30/04/2002 numac 2002000334 bron ministerie van binnenlandse zaken en ministerie van justitie Wet houdende de essentiële elementen van het statuut van de personeelsleden van de politiediensten en houdende diverse andere bepalingen met betrekking tot de politiediensten sluiten houdende de essentiële elementen van het statuut van de personeelsleden van de politiediensten en houdende diverse andere bepalingen met betrekking tot de politiediensten, de essentiële elementen van de verwerking van persoonsgegevens in verband met de toepassing van het statuut van de personeelsleden van de geïntegreerde politie vastlegt.

Voor wat betreft de inhoudelijke opmerkingen van het Controleorgaan op de Politionele Informatie inzake het ontwerpartikel 4 kan vooreerst geduid worden dat de verwerkingsverantwoordelijke van de persoonsgegevens in het raam van het ontwerp van koninklijk besluit de directeur van de directie van het personeel van de federale politie is.

Wat de verwijzing naar "enige andere belanghebbende" betreft, dient aangestipt te worden dat het ontwerp van koninklijk besluit voorziet dat het slachtoffer van een ernstig en zwaar arbeidsongeval of enige andere belanghebbende een aanvraag tot vergoeding van de door het ontwerp van koninklijk besluit bepaalde kosten kan indienen. Deze mogelijkheid heeft uitsluitend betrekking op de aanvraag voor de terugbetaling van de in het door het ontwerp van koninklijk besluit ingevoerde artikel X.III.6quater, § 1, RPPol bedoelde kosten. Er werd bewust geopteerd voor een ruime formulering teneinde het slachtoffer de mogelijkheden te bieden zich bij de indiening van de aanvraag te laten bijstaan. Het kan bijvoorbeeld gaan om een familielid, een sociaal werker, enz.

Voor wat betreft de noodzakelijkheid en evenredigheid van de verwerkte persoonsgegevens dient vooreerst opgemerkt te worden dat het doel van de gegevensverwerking erin bestaat om de in het ontwerp van koninklijk besluit opgerichte commissie voor de erkenning van ernstige en zware arbeidsongevallen in staat te stellen om het arbeidsongeval al dan niet te erkennen als een ernstig en zwaar arbeidsongeval, waarna het slachtoffer, in voorkomend geval, recht heeft op de vergoeding van de in het door het ontwerp van koninklijk besluit ingevoerde artikel X.III.6quater, § 1, RPPol bedoelde kosten, onder de aldaar bepaalde voorwaarden.

Opdat de voormelde commissie haar opdracht kan vervullen, is het derhalve noodzakelijk en evenredig dat zij kennisneemt van de in het ontwerp van koninklijk besluit bedoelde persoonsgegevens. Zonder toegang tot deze gegevens zou de commissie haar beoordelingsopdracht niet op gedegen wijze kunnen vervullen.

Wat de bewaartermijn van de geregistreerde persoonsgegevens betreft in het raam van het door het ontwerp van koninklijk besluit ingevoerde artikel X.III.6quater RPPol en artikel X.III.6quinquies RPPol is het strikt noodzakelijk en evenredig alsook gerechtvaardigd dat deze persoonsgegevens worden gewist na het verstrijken van een termijn van tien jaar na het overlijden van de persoon op wie ze betrekking hebben. Het is eveneens strikt noodzakelijk en evenredig alsook gerechtvaardigd dat, indien een rechtsvordering is ingesteld, deze termijn wordt verlengd tot op het ogenblik waarop een beslissing in kracht van gewijsde omtrent deze vordering werd getroffen. Zo kan een personeelslid, ook nog na zijn pensioen, aanspraak maken op vergoedingen in het raam van een arbeidsongeval dat hem overkomen is vóór zijn pensioen.

Deze bewaartermijn stemt bovendien overeen met de bewaartermijn bepaald in artikel XV.I.1, § 5, RPPol.

Daarenboven is deze termijn analoog aan de verjaringstermijn van tien jaar bepaald in artikel 2262bis van het oud Burgerlijk Wetboek en dit om zowel de belangen van betrokkenen te beschermen als om de geïntegreerde politie in staat te stellen haar prerogatieven uit te oefenen.

Tot slot werden in het raam van het advies van de Raad van State 79.833/2/V van 2 september 2026 tevens een aantal opmerkingen gemaakt.

Dienaangaande kan de volgende duiding gegeven worden.

Voor wat betreft de verwijzing naar artikel 87 van de wet van 26 april 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/04/2002 pub. 30/04/2002 numac 2002000334 bron ministerie van binnenlandse zaken en ministerie van justitie Wet houdende de essentiële elementen van het statuut van de personeelsleden van de politiediensten en houdende diverse andere bepalingen met betrekking tot de politiediensten sluiten houdende de essentiële elementen van het statuut van de personeelsleden van de politiediensten en houdende diverse andere bepalingen met betrekking tot de politiediensten, dient vooreerst opgemerkt te worden dat de gezondheidszorgen, zoals bedoeld in het voormelde artikel 87, de kosteloze gezondheidszorgen betreffen (artikelen X.I.1 en volgende RPPol) en niet de vergoeding van een ernstig en zwaar arbeidsongeval, waarop dit ontwerp van koninklijk besluit betrekking heeft.

Daarnaast delegeert het voormelde artikel 87 aan de Koning de bevoegdheid om in een tussenkomst van de federale overheid te voorzien voor dergelijke gezondheidszorgen. Het ontwerp van koninklijk besluit voorziet daarentegen, ingevolge artikel 121 WGP, in een tussenkomst van de beoogde kosten door enerzijds de dienst belast met de opdrachten bedoeld in artikel 6, 1°, j), van het koninklijk besluit van 14 november 2006Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 14/11/2006 pub. 23/11/2006 numac 2006000888 bron federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit betreffende de organisatie en de bevoegdheden van de federale politie sluiten betreffende de organisatie en de bevoegdheden van de federale politie voor wat betreft de personeelsleden van de federale politie en anderzijds de overheid voor wat betreft de personeelsleden van de lokale politie.

Vervolgens dient opgemerkt te worden dat het ontwerp van koninklijk besluit in ontwerpartikel 1 het begrip "ernstig en zwaar arbeidsongeval" wel definieert. Voor wat betreft deze definitie, dient verwezen te worden naar de hierboven aangehaalde toelichting.

Voor wat betreft de appreciatiemarge die aan de commissie voor de erkenning van ernstige en zware arbeidsongevallen wordt gegeven, kan medegedeeld worden dat de commissie de vigerende regelgeving dient na te leven, waardoor zij er aldus op moet toezien dat haar beslissingen geen discriminatoir karakter hebben. De commissie zal haar eigen "rechtspraak" dienen te ontwikkelen.

Tot slot wordt gevolg gegeven aan de opmerking van de Raad van State met betrekking tot ontwerpartikel 2, door een aanvulling in het ontworpen artikel X.III.6quater, § 4, derde lid.

Wij hebben de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaars, De Minister van Binnenlandse Zaken, B. QUINTIN De Minister van Justitie, A. VERLINDEN


Advies 79.833/2/v van 2 september 2026 van de raad van state, afdeling wetgeving, over een ontwerp van koninklijk besluit `tot wijziging van het RPPol betreffende de ernstige en zware arbeidsongevallen' Op 17 juli 2026 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met Beliris verzocht binnen een termijn van dertig dagen van rechtswege* verlengd tot 4 september 2026 een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit `tot wijziging van het RPPol betreffende de ernstige en zware arbeidsongevallen'.

Het ontwerp is door de tweede vakantiekamer onderzocht op 2 september 2026. De kamer was samengesteld uit Bernard BLERO, kamervoorzitter, Géraldine ROSOUX en Dimitri YERNAULT, staatsraden, Jacques ENGLEBERT, assessor, en Béatrice DRAPIER FACCO, griffier. Het verslag is uitgebracht door Arnaud PICQUE, adjunct auditeur.

De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Bernard BLERO. Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 2 september 2026.

Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten `op de Raad van State', gecoördineerd op 12 januari 1973, beperkt de afdeling Wetgeving zich, overeenkomstig artikel 84, § 3, van de gecoördineerde wetten, voornamelijk tot het onderzoek van de bevoegdheid van de steller van de handeling, de rechtsgrond en de vraag of de voorgeschreven vormvereisten zijn vervuld.

VOORAFGAANDE VORMVEREISTEN De inspecteur van Financiën heeft zijn advies op 24 januari 2024 gegeven. De staatssecretaris voor Begroting en de minister van Ambtenarenzaken hebben het ontwerp akkoord bevonden op respectievelijk 22 mei en 28 mei 2024. Het advies van de Raad van burgemeesters dateert van 12 juni 2024 en het onderhandelingsprotocol van het onderhandelingscomité voor de politiediensten is gesloten op 23 oktober 2024.

Er wordt aan herinnerd dat de periode tussen het vervullen van vormvoorschriften alvorens een beslissing wordt genomen en de beslissing zelf, in beginsel kort moet zijn. In het andere geval mag de overheid zich op de vervulde vormvereisten baseren als aangetoond wordt dat de in aanmerking te nemen feitelijke en juridische omstandigheden niet dermate gewijzigd zijn dat men de gevolgde procedure zou moeten beschouwen als niet meer relevant.

De steller van het ontwerp dient zich ervan te vergewissen dat de gevolgde procedures nog relevant zijn. Als dat niet het geval is, moeten de vormvereisten opnieuw worden vervuld. (1) Indien de aan de Raad van State voorgelegde tekst naar aanleiding van het vervullen van die vormvereisten nog wijzigingen zou ondergaan, moeten de gewijzigde of toegevoegde bepalingen die niet louter vormelijk zijn en evenmin het resultaat zijn van het gevolg dat aan dit advies gegeven wordt, op hun beurt om advies aan de afdeling Wetgeving worden voorgelegd, overeenkomstig artikel 3, § 1, eerste lid, van de gecoördineerde wetten `op de Raad van State'.

RECHTSGROND Aan de aanhef moet een nieuw tweede lid worden toegevoegd waarin wordt verwezen naar artikel 87 van de wet van 26 april 2022Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/04/2022 pub. 06/05/2022 numac 2022031910 bron federale overheidsdienst financien Wet tot regeling van het fiscaal stelsel van de beloningen voor verenigingsactiviteiten zoals bedoeld in artikel 17 van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders type wet prom. 26/04/2022 pub. 28/12/2023 numac 2023048123 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot regeling van het fiscaal stelsel van de beloningen voor verenigingsactiviteiten zoals bedoeld in artikel 17 van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. - Duitse vertaling sluiten `houdende de essentiële elementen van het statuut van de personeelsleden van de politiediensten en houdende diverse andere bepalingen met betrekking tot de politiediensten', dat het ontwerp eveneens van een rechtsgrond voorziet.

ONDERZOEK VAN HET ONTWERP DISPOSITIEF

Artikel 1 In het voorliggende besluit wordt niet gedefinieerd wat dient te worden verstaan onder een "ernstig en zwaar arbeidsongeval". In het verslag aan de Koning beperkt men zich tot een parafrase van het dispositief, namelijk dat het gaat om ongevallen met "zware financiële gevolgen". Op zijn beurt heeft de gemachtigde gesteld dat een "ernstig en zwaar" arbeidsongeval in het kader van de ontworpen regeling anders diende te worden geïnterpreteerd dan een "ernstig arbeidsongeval" in de zin van de Codex over het welzijn op het werk (artikelen I.6-1 en volgende).

De commissie die bij het ontworpen artikel X.III.6quater wordt opgericht, wordt op die manier veel vrijheid gelaten bij het hanteren van het begrip "ernstig en zwaar arbeidsongeval".

Om elk risico op discriminatie tussen rechthebbenden te voorkomen en met het oog op de rechtszekerheid bij de toepassing van de tekst, zou men in het ontwerp expliciet de criteria moeten opnemen aan de hand waarvan kan worden vastgesteld of een ongeval een "ernstig en zwaar" ongeval is dat recht geeft op de voorziene vergoeding. In het verslag aan de Koning zou men het best ook voorbeelden geven van situaties die onder de regeling vallen, zodat duidelijk is binnen welke krijtlijnen de commissie haar bevoegdheid uitoefent.

Artikel 2 Het ontworpen artikel X.III.6quater, § 4, moet worden aangevuld zodat duidelijk is welke gevolgen voortvloeien uit het gehoor van de betrokkene door de commissie, voorzien in het derde lid van de bepaling.

Artikel 5

Artikel 5, dat zich aandient als een overgangsbepaling, luidt als volgt: "De artikelen X.IIL.6quater en X.III.6quinquies RPPol zijn van toepassing op de kosten die door het slachtoffer zijn gemaakt na de inwerkingtreding van dit besluit." Op de vraag waarom die bepaling in het ontwerp staat, heeft de gemachtigde het volgende geantwoord: "Omwille van de rechtszekerheid werd opgenomen dat de commissie ook gevat kan worden voor arbeidsongevallen die overkomen zijn voor de inwerkingtreding van het ontwerp van koninklijk besluit en waarbij een slachtoffer nog kosten heeft gemaakt na de inwerkingtreding van dit ontwerpbesluit. Dit werd ingevoegd geheel naar analogie met de commissie voor de erkenning van ernstige gewelddaden (cf. artikelen X.III.6bis en X.III.6ter RPPol)." DE GRIFFIER DE VOORZITTER Béatrice DRAPIER FACCO Bernard BLERO Nota's * Deze verlenging vloeit voort uit artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, in fine, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, waarin wordt bepaald dat deze termijn van rechtswege verlengd wordt met vijftien dagen wanneer hij begint te lopen tussen 15 juni en 15 augustus. (1) Zie voor een gelijkaardige opmerking advies 78.721/17 van 19 januari 2026 over een ontwerp dat heeft geleid tot het koninklijk besluit van 9 februari 2026 `tot wijziging van diverse bepalingen betreffende het statuut van de militairen'. 11 OKTOBER 2026. - Koninklijk besluit tot wijziging van het RPPol betreffende de ernstige en zware arbeidsongevallen FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 7 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, artikel 121, vervangen bij de wet van 26 april 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/04/2002 pub. 30/04/2002 numac 2002000334 bron ministerie van binnenlandse zaken en ministerie van justitie Wet houdende de essentiële elementen van het statuut van de personeelsleden van de politiediensten en houdende diverse andere bepalingen met betrekking tot de politiediensten sluiten;

Gelet op het koninklijk besluit van 30 maart 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/03/2001 pub. 31/03/2001 numac 2001000327 bron ministerie van binnenlandse zaken en ministerie van justitie Koninklijk besluit tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten sluiten tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten (RPPol);

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 24 januari 2024;

Gelet op de akkoordbevinding van de Staatssecretaris voor Begroting, d.d. 22 mei 2024;

Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Ambtenarenzaken, d.d. 28 mei 2024;

Gelet op het advies van de Raad van Burgemeesters, gegeven op 12 juni 2024;

Gelet op het protocol van onderhandeling nr. 593/11 van het onderhandelingscomité voor de politiediensten, gesloten op 23 oktober 2024;

Gelet op het advies DA260016 van het Controleorgaan op de Politionele Informatie, gegeven op 15 juni 2026;

Gelet op het advies 79.833/2/V van de Raad van State, gegeven op 2 september 2026, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op de voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en de Minister van Justitie,

Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Artikel I.I.1 RPPol, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 20 december 2005, van 3 april 2013, van 3 februari 2014, van 4 maart 2018, van 25 oktober 2018 en van 11 januari 2019 en bij de wet van 21 april 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/04/2016 pub. 29/04/2016 numac 2016000181 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken, federale overheidsdienst justitie, ministerie van landsverdediging en federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Wet houdende diverse bepalingen Binnenlandse Zaken. - Geïntegreerde politie sluiten, wordt aangevuld met de bepaling onder 30°, luidende: "30° "een ernstig en zwaar arbeidsongeval": een arbeidsongeval dat zware financiële gevolgen met zich meebrengt.".

Art. 2.In deel X, titel III, hoofdstuk II, RPPol wordt een afdeling 3 ingevoegd die de artikelen X.III.6quater en X.III.6quinquies bevat, luidende: "AFDELING 3. BIJZONDERE BEPALINGEN EIGEN AAN ERNSTIGE EN ZWARE ARBEIDSONGEVALLEN

Art. X.III.6quater. § 1. Het slachtoffer van een arbeidsongeval dat door de in § 3, eerste lid, bedoelde commissie is erkend als ernstig en zwaar, heeft recht op de vergoeding van de hiernavolgende kosten op voorwaarde dat die kosten niet binnen een redelijke termijn kunnen worden vergoed op grond van een andere wettelijke of reglementaire bepaling of op de vergoeding van het deel van de hiernavolgende kosten dat de vergoeding op grond van een andere wettelijke of reglementaire bepaling overschrijdt: 1° de kosten voor dokter, chirurg, apotheker, paramedicus en verpleging;2° de kosten voor prothesen en orthopedische toestellen waarvan het gebruik op geneeskundig gebied als noodzakelijk is erkend;3° de kosten voor herstelling en vervanging van de bij 2° bedoelde prothesen en orthopedische toestellen;4° de verplaatsings- en overnachtingskosten van het slachtoffer, zijn kinderen, zijn ouders en de persoon waarmee het slachtoffer samenleeft als koppel die het gevolg zijn van het ernstig en zwaar arbeidsongeval. De kosten voor de aanpassingen aan de wagen en de kosten voor de inrichting van de woning die het gevolg zijn van het arbeidsongeval worden gelijkgesteld met de kosten voor prothesen bedoeld in het eerste lid, 2° en 3°.

Op voorwaarde dat ze noodzakelijk zijn, worden de in het eerste en het tweede lid bedoelde kosten terugbetaald ten belope van hun reële kost voor zover deze kost redelijk is.

De kosten bedoeld in het eerste en het tweede lid zijn ten laste van en worden betaald door: - de dienst belast met de opdrachten bedoeld in artikel 6, 1°, j), van het koninklijk besluit van 14 november 2006Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 14/11/2006 pub. 23/11/2006 numac 2006000888 bron federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit betreffende de organisatie en de bevoegdheden van de federale politie sluiten betreffende de organisatie en de bevoegdheden van de federale politie voor wat betreft de personeelsleden van de federale politie; - de overheid voor wat betreft de personeelsleden van de lokale politie. § 2. De Staat voor de federale politie of de politiezone voor de lokale politie treedt in de rechten en vorderingen van het slachtoffer ten belope van het betaalde bedrag. § 3. De commissie voor de erkenning van ernstige en zware arbeidsongevallen is samengesteld als volgt: 1° een personeelslid van de federale politie, aangewezen door de commissaris-generaal, voorzitter;2° een personeelslid van de lokale politie, aangewezen door de vaste commissie van de lokale politie, bijzitter;3° een arts van de medische dienst bedoeld in § 1, vierde lid, aangewezen door de persoon die deze dienst leidt, bijzitter. Ten minste één van de in het eerste lid, 1° en 2°, bedoelde commissieleden behoort tot het operationeel kader van de politiediensten en geeft blijk van een operationele ervaring op het terrein van ten minste vijf jaar.

Het in het eerste lid, 1°, bedoelde commissielid mag geen deel uitmaken van dezelfde algemene directie als het slachtoffer dat behoort tot de federale politie.

Het in het eerste lid, 2°, bedoelde commissielid mag geen deel uitmaken van hetzelfde korps van de lokale politie als het slachtoffer dat behoort tot de lokale politie.

Het in het eerste lid, 3°, bedoelde commissielid mag in hetzelfde dossier niet reeds in een andere hoedanigheid zijn tussengekomen.

De voorzitter en de bijzitters hebben elk een plaatsvervanger die aan dezelfde voorwaarden moet voldoen.

Het mandaat van de voorzitter, de bijzitters en de plaatsvervangers bedraagt 2 jaar en is hernieuwbaar.

De commissie kan enkel geldig zitting houden, beraadslagen en beslissen indien ze zodanig is samengesteld dat elk geslacht door minstens één persoon is vertegenwoordigd.

De commissaris-generaal wijst onder de leden van de federale politie een secretaris aan die de commissie bijstaat.

De commissie beslist of aan alle voorwaarden die zijn opgelegd in § 1 voldaan is. § 4. Onverminderd § 3, achtste lid, kan de commissie enkel geldig zitting houden, beraadslagen en beslissen indien alle leden aanwezig of vertegenwoordigd zijn.

De commissie doet uitspraak bij gewone meerderheid van stemmen.

In geval van weigering van erkenning van het arbeidsongeval als ernstig en zwaar arbeidsongeval heeft het slachtoffer het recht om gehoord te worden door de commissie, waarna de commissie een nieuwe beslissing neemt.

Art. X.III.6quinquies. § 1. Het slachtoffer van een ernstig en zwaar arbeidsongeval of enige andere belanghebbende dient de aanvraag tot vergoeding van de kosten, bij aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs, in bij de in artikel X.III.7 bedoelde dienst. Bij de aanvraag wordt elke nuttig document voor de in artikel X.III.6quater, § 3, eerste lid, bedoelde commissie gevoegd.

De dienst bedoeld in artikel X.III.7 maakt de aanvraag onverwijld over aan de commissie. § 2. De commissie kan, indien zij dit nodig acht of op vraag van het slachtoffer, het slachtoffer oproepen om voor haar te verschijnen. Het slachtoffer kan zich door een andere persoon laten bijstaan of vertegenwoordigen.

De commissie beoordeelt de gegrondheid van de redenen van het slachtoffer om niet te verschijnen.

Indien het slachtoffer zich zonder geldige reden en na twee opeenvolgende oproepingen waarvan de tweede bij aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs wordt verstuurd, niet aanmeldt bij de commissie noch laat vertegenwoordigen, doet de commissie uitspraak op grond van de documenten waarover zij beschikt. § 3. De commissie maakt haar gemotiveerde beslissing over aan de diensten bedoeld in artikel X.III.6quater, § 1, vierde lid, en in artikel X.III.7 en, bij aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs aan het slachtoffer of enige andere belanghebbende.".

Art. 3.In artikel X.III.36 RPPol, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 3 februari 2014 en van 22 april 2019, worden het tweede en het derde lid vervangen als volgt: "Onder administratieve procedurekosten moet onder meer worden verstaan de kosten van alle ter post aangetekende zendingen, de administratieve kosten die verbonden zijn aan het opstellen en afleveren van medische verslagen, het drukken van de formulieren voor aangifte van ongeval alsmede de erelonen van de arts die het slachtoffer bijstaat bij het verschijnen voor de gerechtelijk geneeskundige dienst, voor de in artikel X.III.6bis, § 3, eerste lid, bedoelde commissie voor de erkenning van ernstige gewelddaden of voor de in artikel X.III.6quater, § 3, eerste lid, bedoelde commissie voor de erkenning van ernstige en zware arbeidsongevallen.

Indien het personeelslid voorafgaand aan het verschijnen voor de gerechtelijk geneeskundige dienst, voor de commissie voor de erkenning van ernstige gewelddaden of voor de commissie voor de erkenning van ernstige en zware arbeidsongevallen aan de in artikel X.III.7 bedoelde dienst kenbaar heeft gemaakt een beroep te zullen doen op een arts die hem zal bijstaan tijdens de procedure bij de gerechtelijk geneeskundige dienst, bij de commissie voor de erkenning van ernstige gewelddaden of bij de commissie voor de erkenning van ernstige en zware arbeidsongevallen, wordt het ereloon rechtstreeks betaald aan de betrokken arts door de overheid waaronder de in artikel X.III.7 bedoelde dienst ressorteert. Daartoe bezorgt het personeelslid of de arts aan de betrokken overheid de staat van erelonen.".

Art. 4.In deel XV RPPol wordt een artikel XV.I.2 ingevoegd, luidende: "Art. XV.I.2. § 1. De categorieën van gegevens die worden verwerkt in het raam van de artikelen X.III.6quater en X.III.6quinquies zijn de volgende: 1° Identificatiegegevens van het slachtoffer: a) naam en voornaam;b) domicilieadres of, in voorkomend geval, verblijfsadres;c) in voorkomend geval, telefoon- en/of gsm-nummer;2° Identificatiegegevens van enige andere belanghebbende: a) naam en voornaam;b) domicilieadres of, in voorkomend geval, verblijfsadres;c) in voorkomend geval, telefoon- en/of gsm-nummer;3° Erkenningsbeslissing van het ongeval als arbeidsongeval;4° Elk nuttig document waaruit de zware financiële gevolgen van het arbeidsongeval blijken. § 2. De categorieën van betrokken personen voor de verwerking van de persoonsgegevens in het raam van de artikelen X.III.6quater en X.III.6quinquies betreffen alle personeelsleden van de geïntegreerde politie of enige andere belanghebbende. § 3. Het doel van de gegevensverwerking is om de in artikel X.III.6quater, § 3, eerste lid, bedoelde commissie in staat te stellen om een arbeidsongeval al dan niet te erkennen als een ernstig en zwaar arbeidsongeval, waarna het slachtoffer, in voorkomend geval, recht heeft op de vergoeding van de in artikel X.III.6quater, § 1, bedoelde kosten onder de aldaar bepaalde voorwaarden. § 4. De verwerkingsverantwoordelijke van de persoonsgegevens in het raam van de artikelen X.III.6quater en X.III.6quinquies is de directeur van de directie van het personeel van de federale politie. § 5. De in artikel X.III.6quater, § 3, eerste lid, bedoelde commissie heeft, uitsluitend voor zover haar opdracht dit vereist en binnen de strikte grenzen van wat noodzakelijk is voor de uitoefening ervan, toegang tot de persoonsgegevens die geregistreerd zijn in het raam van de artikelen X.III.6quater en X.III.6quinquies. § 6. De persoonsgegevens die geregistreerd zijn in het raam van de artikelen X.III.6quater en X.III.6quinquies worden gewist na het verstrijken van een termijn van tien jaar na het overlijden van de persoon op wie ze betrekking hebben.

Indien een rechtsvordering is ingesteld, wordt deze termijn verlengd tot op het ogenblik waarop een beslissing in kracht van gewijsde omtrent deze vordering werd getroffen.".

Art. 5.De artikelen X.III.6quater en X.III.6quinquies RPPol zijn van toepassing op de kosten die door het slachtoffer zijn gemaakt na de inwerkingtreding van dit besluit.

Art. 6.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 7.De minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken en de minister bevoegd voor Justitie zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 11 oktober 2026.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Binnenlandse Zaken, B. QUINTIN De Minister van Justitie, A. VERLINDEN


^