Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 02 maart 2021
gepubliceerd op 01 april 2021

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 september 2019, gesloten in het Paritair Subcomité voor de edele metalen, tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2021020267
pub.
01/04/2021
prom.
02/03/2021
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

2 MAART 2021. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 september 2019, gesloten in het Paritair Subcomité voor de edele metalen, tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel (1)


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor de edele metalen;

Op de voordracht van de Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 19 september 2019, gesloten in het Paritair Subcomité voor de edele metalen, tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel.

Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 2 maart 2021.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Werk, P.-Y. DERMAGNE _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Subcomité voor de edele metalen Collectieve arbeidsovereenkomst van 19 september 2019 Wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel (Overeenkomst geregistreerd op 24 oktober 2019 onder het nummer 154765/CO/149.03) HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied

Artikel 1.§ 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en arbeiders van de ondernemingen welke ressorteren onder het Paritair Subcomité 149.03 voor de edele metalen. § 2. Worden uitgesloten van het toepassingsgebied van deze overeenkomst, de buiten België gevestigde werkgevers waarvan de werknemers in België gedetacheerd worden in de zin van de bepalingen van de verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad of de verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad. § 3. Onder "arbeiders" wordt verstaan : de mannelijke en vrouwelijke arbeiders. HOOFDSTUK II. - Voorwerp

Art. 2.§ 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft tot doel om vanaf 19 september 2019 de collectieve arbeidsovereenkomst van 18 september 2018 tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel en overgang van pensioeninstelling met collectieve overdracht van reserves, geregistreerd onder het nummer 149451/CO/149.03, aan te passen. § 2. De begrippen die in het vervolg van deze collectieve arbeidsovereenkomst opgenomen zijn, moeten worden opgevat in hun betekenis zoals bepaald in de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid (Belgisch Staatsblad van 15 mei 2003, editie 2, p. 26407, erratum Belgisch Staatsblad van 26 mei 2003) en haar uitvoeringsbesluiten. Deze wet zal in het vervolg van deze collectieve arbeidsovereenkomst "W.A.P." worden genoemd. HOOFDSTUK III. - Aanduiding van de inrichter

Art. 3.§ 1. Overeenkomstig artikel 3, § 1, 5° van de W.A.P. werd het fonds voor bestaanszekerheid, via de collectieve arbeidsovereenkomst van 22 mei 2014 (122030/CO/149.03), door de representatieve organisaties van het voormelde paritair subcomité aangeduid als inrichter van dit sociaal sectoraal pensioenstelsel. § 2. Deze aanduiding blijft uiteraard gelden in het kader van deze collectieve arbeidsovereenkomst van 19 september 2019 tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel. HOOFDSTUK IV. - Aansluitingsvoorwaarden

Art. 4.§ 1. Alle arbeiders die op of na 1 januari 2015 met de werkgevers zoals bedoeld in artikel 1, § 1 van deze overeenkomst verbonden zijn of waren via een arbeidsovereenkomst (ongeacht de aard van de arbeidsovereenkomst), worden ambtshalve aangesloten bij dit sociaal sectoraal pensioenplan. In de praktijk gaat het om de werklieden aangegeven onder de werknemerskengetallen 015, 024 en 027. § 2. Worden echter niet aangesloten bij dit pensioenplan : - de personen tewerkgesteld via een overeenkomst van studentenarbeid; - de personen tewerkgesteld via een overeenkomst voor uitzendarbeid, zoals geregeld door hoofdstuk II van de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van de werknemers ten behoeve van gebruikers; - de leerlingen; - de personen tewerkgesteld met een arbeidsovereenkomst gesloten in het kader van een speciaal met steun van de overheid gevoerd opleidings-, arbeidsinspannings-, en omscholingsprogramma; - de personen die effectief hun wettelijk (vervroegd) pensioen hebben opgenomen vanaf 1 januari 2016, maar vervolgens als gepensioneerde verder of opnieuw tewerkgesteld worden met een arbeidsovereenkomst afgesloten met hun werkgevers zoals bedoeld in artikel 1, § 1 van deze overeenkomst. HOOFDSTUK V. - Bijdrage

Art. 5.§ 1. In het voordeel van de in artikel 4 bedoelde personen zullen er maandelijks door de inrichter één of meerdere bijdragen gestort worden ter financiering van het sociaal sectoraal pensioenstelsel ter aanvulling van de wettelijke pensioenregeling. § 2. De totale jaarlijkse bruto bijdrage per aangeslotene bij het sociaal sectoraal pensioenstelsel bedraagt sinds 1 januari 2018 1,05 pct. van diens jaarlijks brutoloon waarop R.S.Z.-inhoudingen worden gedaan. § 3. De totale jaarlijkse bruto bijdrage per aangeslotene bij het sociaal sectoraal pensioenstelsel wordt verminderd met 4,5 pct. beheerskosten, aangerekend door de inrichter, wat resulteert in een totale jaarlijkse netto bijdrage per aangeslotene van 1,00 pct. van diens jaarlijks brutoloon waarop R.S.Z.-inhoudingen worden gedaan. § 4. Deze netto bijdrage wordt als volgt verdeeld : 0,96 pct. wordt aangewend ter financiering van individuele pensioenrechten in hoofde van de bij het sociaal sectoraal stelsel aangeslotenen en de overige 0,04 pct. wordt gebruikt ter financiering van een solidariteitstoezegging zoals bedoeld in titel II, hoofdstuk 9 van de W.A.P. § 5. Dit resulteert, na vermeerdering van de netto bijdrage met 0,09 pct. ter dekking van de verschuldigde, bijzondere bijdrage van 8,86 pct., in een globale bijdrage van 1,14 pct. § 6. Voor bepaalde aangeslotenen bij het sociaal sectoraal pensioenstelsel, stort de inrichter tijdens het derde kwartaal van 2019 vanuit haar reserves, opgebouwd door bijdragen die in het verleden werden geïnd in het kader van de aanvullende sociale voordelen die door de inrichter worden toegekend, een forfaitair bedrag van 300 EUR voor elke arbeider die actief was tijdens het eerste kwartaal van 2019 overeenkomstig artikel 2.23. van het pensioenreglement, én die op 1 oktober 2019 verworven reserves heeft op zijn individuele rekening bij de pensioeninstelling. Dit forfaitair bedrag wordt op datum van 1 oktober 2019 ingeschreven op de individuele rekening van de in aanmerking komende arbeider. § 7. De beheerskosten van 4,5 pct. evenals de bijzondere R.S.Z-bijdrage van 8,86 pct., verschuldigd door de inrichter ingevolge de toepassing van artikel 5, § 6, zullen door de inrichter worden voldaan ten aanzien van respectievelijk de pensioeninstelling en de Rijksdienst voor de Sociale Zekerheid. HOOFDSTUK VI. - Pensioentoezegging : overgang van pensioeninstelling met collectieve overdracht van verworven reserves

Art. 6.§ 1. Tot 31 december 2018 werd het financieel, boekhoudkundig, actuarieel en administratief beheer van de pensioentoezegging door de inrichter toevertrouwd aan Belfius Verzekeringen n.v., erkend door de Nationale Bank van België onder nummer 37, met maatschappelijke zetel te 1210 Brussel, Galileelaan 5, die 50 pct. van haar risico herverzekerde via K.B.C. Verzekeringen n.v., erkend door de Nationale Bank van België onder nummer 14, met maatschappelijke zetel te 3000 Leuven, Professor Roger Van Overstraetenplein 2.

Met ingang van 1 januari 2019 werd het financieel, boekhoudkundige, actuarieel en administratief beheer overgedragen aan SEFOPLUS OFP, de multi-sectorale instelling voor bedrijfspensioenvoorziening (IBP), toegelaten door de FSMA op 19 november 2018 met identificatienummer 50.624, met maatschappelijke zetel te 1200 Brussel, Woluwedal 46 bus 7.

De raad van bestuur van SEFOPLUS OFP is in overeenstemming met artikel 41, § 1, 1° van de W.A.P. paritair samengesteld. § 2. De overgang van pensioeninstelling van Belfius Verzekeringen n.v. naar SEFOPLUS OFP ging gepaard met een collectieve overdracht van de reserves in de zin van artikel 34 van de W.A.P. Deze collectieve overdracht werd geregeld in de overdrachtsovereenkomst tussen de deelnemende sectorale inrichters, SEFOPLUS OFP en Belfius Verzekeringen n.v. In het kader van deze collectieve overdracht werd geen enkele vergoeding of verlies van winstdelingen ten laste gelegd van de aangeslotenen, of van de op het ogenblik van de overdracht verworven reserves afgetrokken. § 3. De regels van de pensioentoezegging zijn vastgelegd in een pensioenreglement, dat wordt opgenomen als bijlage bij deze collectieve arbeidsovereenkomst waarvan het integraal deel uitmaakt.

Het pensioenreglement zal door SEFOPLUS OFP, via de v.z.w. SEFOCAM, aan de aangeslotenen ter beschikking worden gesteld op hun eenvoudig verzoek. § 4. Onder de naam "transparantieverslag" stelt SEFOPLUS OFP jaarlijks een verslag op over het door haar gevoerde beheer van de pensioentoezegging. HOOFDSTUK VII. - Uitbetaling van de voordelen

Art. 7.De procedure, de modaliteiten en de vorm van de uitbetaling van de voordelen worden beschreven in artikel 7 tot en met artikel 14 van het bijgevoegde pensioenreglement. HOOFDSTUK VIII. - Solidariteitstoezegging

Art. 8.§ 1. Vanaf 1 januari 2015 wordt een gedeelte van de globale netto bijdrage, zoals vastgelegd in artikel 5 van deze overeenkomst (in overeenstemming met artikel 43 van de W.A.P.), aangewend ter financiering van de solidariteitstoezegging die deel uitmaakt van het sociaal sectoraal pensioenstelsel. § 2. Deze bijdrage wordt aangewend ter financiering van de solidariteitsprestaties, waaronder in het bijzonder de financiering van de opbouw van de pensioentoezegging gedurende bepaalde periodes van inactiviteit en de vergoeding van inkomstenverlies in bepaalde gevallen. De exacte inhoud van deze solidariteitstoezegging, alsook de financieringswijze ervan, werd uitgewerkt in een solidariteitsreglement (zie hierna in artikel 9). § 3. Het beheer van de solidariteitstoezegging wordt door de inrichter toevertrouwd aan Belfius Verzekeringen n.v., afgekort "Belins n.v.", erkend door de Nationale Bank van België onder nummer 37, met maatschappelijke zetel te 1210 Brussel, Galileelaan 5 (hierna genoemd "de solidariteitsinstelling"). § 4. De solidariteitsinstelling zal een "transparantieverslag" opstellen, met betrekking tot het door haar gevoerde beheer van de solidariteitstoezegging. Na raadpleging van het toezichtcomité, zal de solidariteitsinstelling dit transparantieverslag ter beschikking stellen van de inrichter, die het op eenvoudig verzoek meedeelt aan de aangeslotenen. Het verslag betreft de elementen zoals beschreven in de W.A.P. HOOFDSTUK IX. - Solidariteitsreglement

Art. 9.§ 1. Het solidariteitsreglement expliciteert de modaliteiten van de solidariteitstoezegging en werd als bijlage opgenomen bij deze collectieve arbeidsovereenkomst, waarvan het integraal deel uitmaakt. § 2. Het solidariteitsreglement zal door de inrichter, via de v.z.w.

SEFOCAM, op hun eenvoudig verzoek ter beschikking worden gesteld aan de bij dit pensioenstelsel aangesloten werknemers. HOOFDSTUK X. - Procedure ingeval van uittreding van een arbeider

Art. 10.De procedure van uittreding uit het sectoraal pensioenstelsel wordt geregeld door artikel 18 van het hierna bijgevoegde pensioenreglement. HOOFDSTUK XI. - Inningsmodaliteiten

Art. 11.§ 1. Teneinde de bijdrage zoals voorzien in artikel 5, § 2 van deze overeenkomst in te vorderen, zal door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, overeenkomstig artikel 7 van de wet van 7 januari 1958 betreffende de fondsen voor bestaanszekerheid, een voorlopige bijdrage worden geïnd. Deze voorlopige bijdrage zal, na de terbeschikkingstelling ervan aan de inrichter, door laatstgenoemde worden doorgestort aan : - de pensioeninstelling : het gedeelte van de netto bijdrage die wordt aangewend ter financiering van de individuele pensioenrechten, alsook een gedeelte van de ingehouden beheerskosten overeenkomstig artikel 5 van deze overeenkomst; en - de solidariteitsinstelling : het gedeelte van de netto bijdrage die wordt aangewend ter financiering van de solidariteitstoezegging, alsook een gedeelte van de ingehouden beheerskosten overeenkomstig artikel 5 van deze overeenkomst. § 2. Van zodra de inrichter, via de v.z.w. SEFOCAM, over definitieve loongegevens beschikt, zal de voorlopige bijdrage worden vergeleken met de effectief verschuldigde bijdrage. Jaarlijks wordt een vergelijking gemaakt van de voorlopige bijdragen en de definitieve bijdragen voor alle voorafgaande jaren. Indien het totaal van de voorlopige bijdragen groter is dan het totaal van de effectief verschuldigde, definitieve bijdragen, wordt dit verschil op het eind van het jaar overgemaakt aan de inrichter. In het omgekeerde geval, stort de inrichter het bijdragetekort aan SEFOPLUS OFP. § 3. Vanaf 1 januari 2016 wordt er gebruik gemaakt van de gedifferentieerde R.S.Z.-inningstechniek, waardoor de bijdrage voor het sociaal sectoraal aanvullend pensioenstelsel wordt afgescheiden van de basisbijdrage bestemd voor het fonds voor bestaanszekerheid. De bijzondere R.S.Z.-bijdrage van 8,86 pct., verschuldigd op de netto bijdrage zoals weergegeven in artikel 5, § 4, wordt voldaan ten aanzien van de Rijksdienst voor de Sociale Zekerheid bij wijze van verhoging van deze netto bijdrage voor de pensioentoezegging, zoals weergegeven in artikel 5, § 4, en wordt door de R.S.Z. afgehouden aan de bron. Bijgevolg dient de bijzondere bijdrage van 8,86 pct. niet apart te worden aangegeven, daar de globale bijdrage, zoals weergegeven in artikel 5, § 5, aangegeven moet worden onder bijdragecode 825 type "0". § 4. Het fortaitair bedrag in uitvoering van artikel 5, § 6, evenals de beheerskosten vermeld onder artikel 5, § 7, zal door de inrichter rechtstreeks overgemaakt worden aan de pensioeninstelling, zonder een beroep te doen op enig inningsmechanisme. Deze doorstorting geschiedt met valutadatum 1 oktober 2019. De bijzondere R.S.Z.-bijdrage van 8,86 pct., verschuldigd door de inrichter ingevolge de toepassing van artikel 5, § 7, zal door de inrichter rechtstreeks worden voldaan ten aanzien van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid.

Art. 12.Ondertekenende partijen vragen dat deze collectieve arbeidsovereenkomst, inclusief de bijlagen, zo vlug mogelijk bij koninklijk besluit algemeen verbindend wordt verklaard. HOOFDSTUK XII. - Inwerkingtreding en opzeggingsmogelijkheden

Art. 13.§ 1. De collectieve arbeidsovereenkomst van 18 september 2018 tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel en overgang van pensioeninstelling met collectieve overdracht van reserves en haar bijlagen, geregistreerd onder het nummer 149451/CO/149.03, wordt vervangen vanaf 19 september 2019. § 2. Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met ingang van 19 september 2019 en wordt gesloten voor onbepaalde duur. § 3. Zij kan worden beëindigd mits opzegging van zes maanden en wordt betekend per ter post aangetekend schrijven, gericht aan de voorzitter van het voormelde paritair subcomité. Voorafgaandelijk aan de opzegging van de collectieve arbeidsovereenkomst moet het paritair subcomité de beslissing nemen om het sectoraal pensioenstelsel op te heffen. Deze beslissing tot opheffing is enkel geldig wanneer zij wordt genomen in overeenstemming met de bepalingen in artikel 10, § 1, 3° van de W.A.P. Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 2 maart 2021.

De Minister van Werk, P.-Y. DERMAGNE

Bijlage 1 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 september 2019, gesloten in het Paritair Subcomité voor de edele metalen, tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel Aanvullend pensioenplan ten gunste van de arbeiders van het Paritair Subcomité voor de edele metalen Sectoraal pensioenreglement afgesloten in uitvoering van artikel 6 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 september 2019. HOOFDSTUK I. - Voorwerp

Artikel 1.§ 1. Dit sectoraal pensioenreglement wordt opgemaakt in uitvoering van artikel 6 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 september 2019 tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel. § 2. Dit pensioenreglement beoogt het pensioenreglement, dat als bijlage opgenomen was bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 18 september 2018, aan te passen naar aanleiding van het akkoord van de sociale partners omtrent de eenmalige storting van een forfaitair bedrag vanuit het overschot van de reserves van de inrichter, opgebouwd door bijdragen die in het verleden werden geïnd in het kader van de aanvullende sociale voordelen die door de inrichter worden toegekend. § 3. Dit pensioenreglement bepaalt de rechten en de plichten van de inrichter, de pensioeninstelling, de werkgevers die behoren tot het ressort van het voormelde paritair subcomité, de aangeslotenen en hun begunstigde(n). Tevens worden de aansluitingsvoorwaarden alsook de regels betreffende de uitvoering van de pensioentoezegging erin vastgelegd. De rechten van de aangeslotenen die gewezen werknemers zijn die na hun uittreding nog steeds actuele of uitgestelde rechten genieten, worden in de regel bepaald door het pensioenreglement zoals van toepassing op het ogenblik van hun uittreding, behoudens ingeval van andersluidende wettelijke bepalingen. HOOFDSTUK II. - Begripsomschrijvingen

Art. 2.1. Het aanvullend pensioen De kapitaalswaarde van het rust- en/of overlevingspensioen bij overlijden van de aangeslotene (vóór of na de pensionering), of de omzetting van deze in een levenslange lijfrente, toegekend op basis van de in dit pensioenreglement bepaalde verplichte stortingen, ter aanvulling van een krachtens een wettelijke sociale zekerheidsregeling vastgesteld pensioen. Deze zal niet lager zijn dan de verworven reserves per 31 december 2018, op het moment van overgang van pensioeninstelling. 2. De pensioentoezegging De toezegging van een aanvullend pensioen gedaan door de inrichter aan de aangeslotenen en/of hun begunstigde(n), in uitvoering van de collectieve arbeidsovereenkomst van 22 mei 2014, alsook van de collectieve arbeidsovereenkomsten tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel. De toezegging die de inrichter hier doet, betreft een pensioentoezegging van het type vaste bijdragen zonder gewaarborgd rendement. De inrichter garandeert dus enkel de betaling van de vaste bijdrage, maar doet geen enkele belofte op het gebied van de kapitalisatie van de bijdragen. De inrichter zal weliswaar voldoen aan de verplichtingen inzake de minimum rendementsgarantie conform de bepalingen van artikel 24 van de W.A.P. SEFOPLUS OFP gaat op haar beurt, als pensioeninstelling, een middelenverbintenis aan. Dit houdt in dat SEFOPLUS OFP er zich toe verbindt om de vaste bijdragen, die door de inrichter worden gestort zo goed en zo zorgvuldig mogelijk te beheren (als een goede huisvader) met het oog op de verwezenlijking van haar doel, zonder dat zij zich verbindt tot een resultaat. De bijdragen gestort door de inrichter zullen worden gekapitaliseerd aan het netto financieel rendement zoals gedefinieerd in artikel 2.4. van dit pensioenreglement. 3. Het pensioenstelsel Een collectieve pensioentoezegging.4. Het netto financieel rendement (NFR) Het netto financieel rendement (afgekort als "NFR") van het afzonderlijk vermogen wordt voor het afgelopen boekjaar berekend per 31 december van het boekjaar.Hiertoe worden de investeringskosten in mindering gebracht van het financieel rendement van het afzonderlijk vermogen.

Vervolgens wordt, voor de vaststelling van het netto financieel rendement dat wordt ingeschreven op de individuele rekeningen van de aangeslotenen, rekening gehouden met de beschikbare vrije reserve die dient als buffer. Deze vrije reserve of buffer is gelijk aan het bedrag van de activa van het afzonderlijk vermogen die volgend bedrag overstijgen : - de reserves ingeschreven op de individuele rekeningen van de aangeslotenen, in overeenstemming met dit pensioenreglement; hierbij wordt voor de berekening van deze reserves voor de periode gelegen tussen 1 januari en 31 december van het berekeningsjaar uitgegaan van een netto financieel rendement dat gelijk is aan de rentevoet van toepassing voor de berekening van de minimum rendementsgarantie conform artikel 24 van de W.A.P.; - desgevallend verhoogd met de minimum rendementsgarantie conform artikel 24 van de W.A.P. Bij de toekenning van het netto financieel rendement geldt als basisprincipe dat de inrichter ernaar streeft, vanuit de doelstelling van een veilig en prudent beheer van het sociaal sectoraal pensioenstelsel, om steeds een buffer te hebben die gelijk is aan 10 pct. teneinde eventuele, toekomstige negatieve schommelingen in de beleggingen te kunnen opvangen. Echter, zelfs indien de buffer lager is dan 10 pct. en er een positief netto financieel rendement is, dan zal dit tot aan de minimum rendementsgarantie conform artikel 24 van de W.A.P. toch worden toegekend, zoals hierna bepaald.

Indien deze vrije reserve of buffer hoger is dan of gelijk aan 10 pct. : - in geval van een positief netto financieel rendement, wordt dit volledig netto financieel rendement evenwel verminderd met het bedrag nodig om ervoor te zorgen dat ook na de toekenning van het netto financieel rendement de vrije reserve of buffer gelijk is aan 10 pct., ingeschreven op de individuele rekeningen van de aangeslotenen; - in geval van een negatief netto financieel rendement wordt dit volledig netto financieel rendement ingeschreven op de individuele rekeningen van de aangeslotenen.

Indien deze vrije reserve of buffer lager is dan 10 pct., dan wordt het volledig negatief netto financieel rendement ingeschreven op de individuele rekeningen van de aangeslotenen. Het positief netto financieel rendement dat wordt ingeschreven op de individuele rekeningen van de aangeslotenen, wordt dan beperkt tot de rentevoet van toepassing voor de berekening van de minimum rendementsgarantie conform artikel 24 van de W.A.P. (per 31 december 2018 gelijk aan 1,75 pct.). Het overstijgend gedeelte wordt toegekend aan de vrije reserve ter verhoging van de buffer. Schematisch kan dit als volgt worden voorgesteld :

Réserve libre (tampon)

RFN inscrit sur les comptes individuels

Vrije reserve (buffer)

NFR ingeschreven op de individuele rekeningen

Négatif

Positif

Negatief

Positief

< 10 pct.

RFN

RFN (maximum 1,75 pct.*)

< 10 p.c.

NFR

NFR (maximum 1,75 p.c.*)

? 10 pct.

RFN

RFN**

? 10 p.c.

NFR

NFR**


* per 31 december 2018 ** met behoud van vrije reserve (buffer) van 10 pct. na toekenning NFR Wanneer prestaties verschuldigd zijn alvorens het netto financieel rendement is berekend voor een gegeven jaar, dan zal het netto financieel rendement dat wordt ingeschreven voor het betrokken jaar gelijk zijn aan de rentevoet die wordt gebruikt voor de vaststelling van de minimum rendementsgarantie conform artikel 24 van de W.A.P. 5. W.A.P. Wet van 28 april 2003 (betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid, aangevuld met haar uitvoeringsbesluiten zoals gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 15 mei 2003, erratum Belgisch Staatsblad van 26 mei 2003). De begrippen die in het vervolg van dit reglement opgenomen zijn, moeten worden opgevat in hun betekenis zoals verduidelijkt in artikel 3 (definities) van de voormelde wet. Deze wet zal in het vervolg van dit pensioenreglement "W.A.P." worden genoemd. 6. De inrichter Conform artikel 3, § 1, 5° van de W.A.P. werd door de representatieve organisaties vertegenwoordigd in het Paritair Subcomité voor de edele metalen 149.03, het fonds voor bestaanszekerheid van de edele metalen aangeduid als inrichter van het sectoraal aanvullende pensioenstelsel en dit via de collectieve arbeidsovereenkomst van 22 mei 2014. 7. De werkgevers De werkgevers zoals bedoeld in artikel 1 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 22 mei 2014, alsook van de collectieve arbeidsovereenkomsten tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel. 8. De arbeider De persoon die in uitvoering van een arbeidsovereenkomst tot het hoofdzakelijk verrichten van handenarbeid is tewerkgesteld door een werkgever als bedoeld in artikel 2.7. 9. De aangeslotene De werknemer die behoort tot de categorie van personeel waarvoor de inrichter dit pensioenstelsel heeft ingevoerd en die aan de aansluitingsvoorwaarden van het pensioenreglement voldoet en de gewezen werknemer die nog steeds actuele of uitgestelde rechten geniet overeenkomstig dit pensioenreglement.In de praktijk gaat het meer bepaald om de werklieden aangegeven onder werknemerskengetallen 015, 024 en 027. 10. De uittreding Onder "uittreding" moet worden begrepen : - hetzij de beëindiging van een arbeidsovereenkomst (anders dan door overlijden of pensionering), voor zover die niet wordt gevolgd door het sluiten van een arbeidsovereenkomst met een andere werkgever die eveneens behoort tot het ressort van het Paritair Subcomité voor de edele metalen; - hetzij het einde van de aansluiting vanwege het feit dat de werknemer niet langer de aansluitingsvoorwaarden van het pensioenstelsel vervult, zonder dat dit samenvalt met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, anders dan door overlijden of pensionering; - hetzij het einde van de aansluiting vanwege het feit dat de werkgever of, ingeval van de overgang van de arbeidsovereenkomst, de nieuwe werkgever niet langer valt onder het ressort van het Paritair Sub-comité voor de edele metalen. 11. SEFOPLUS OFP : de pensioeninstelling SEFOPLUS OFP is de multi-sectorale instelling voor bedrijfspensioenvoorziening (IBP), toegelaten door de FSMA op 19 november 2018 met identificatienummer 50.624, met maatschappelijke zetel te 1200 Brussel, Woluwedal 46 bus 7, die is opgericht door de volgende sectorale inrichters voor het beheer en de uitvoering van hun respectievelijke sectorale pensioentoezeggingen : - het "Fonds voor bestaanszekerheid van de metaalhandel"; - het "Sociaal Fonds voor het garagebedrijf"; - het "Sociaal Fonds voor de koetswerkondernemingen"; - het "Fonds voor bestaanszekerheid - Edele metalen" (de inrichter); en - het "Sociaal Fonds voor de ondernemingen voor de terugwinning van metalen".

Volgens de regels vastgelegd in de statuten van SEFOPLUS OFP kunnen ook andere sectorale inrichters het beheer en de uitvoering van hun sectorale pensioentoezegging toevertrouwen aan SEFOPLUS OFP. 12. De verworven prestaties Wanneer de aangeslotene ingeval van uittreding ervoor kiest om zijn verworven reserves bij de pensioeninstelling te laten, dan is de verworven prestatie de prestatie waarop de aangeslotene aanspraak kan maken op het moment van pensionering.13. De verworven reserves De reserves waarop de aangeslotene op een bepaald ogenblik recht heeft overeenkomstig dit pensioenreglement.Deze reserves zijn gelijk aan : 1. de individuele rekening (nettobijdragen gestort door de inrichter, desgevallend verhoogd met de reserves die door de betrokken aangeslotene werden overgedragen vanuit een andere pensioeninstelling, overeenkomstig artikel 18);plus 2. de prestaties inzake de financiering van het pensioenluik toegewezen in het kader van de solidariteitstoezegging;3. in voorkomend geval, de deelname in de winst; 4. gekapitaliseerd aan het netto financieel rendement van SEFOPLUS OFP, zoals gedefinieerd in artikel 2.4.

De verworven reserves worden desgevallend verhoogd ter waarborging van de minimum rendementsgarantie, zoals bepaald in artikel 24 van de W.A.P. In geval van een wijziging van de rentevoet voor de berekening van de minimum rendementsgarantie conform artikel 24 van de W.A.P., wordt de verticale methode toegepast. Dit betekent dat de oude rentevoet(en) van toepassing was (waren) tot op het moment van de wijziging, op de bijdragen verschuldigd op basis van het pensioenreglement vóór de wijziging, en de nieuwe rentevoet wordt toegepast op de bijdragen verschuldigd op basis van het pensioenreglement vanaf de wijziging en op het bedrag resulterend uit de kapitalisatie tegen de oude rentevoet(en) van de bijdragen verschuldigd op basis van het pensioenreglement tot op het moment van de wijziging. 14. De jaarbezoldiging Het jaarlijkse brutoloon waarop de inhoudingen voor de sociale zekerheid worden gedaan (dus verhoogd met 8 pct.). 15. De pensioenleeftijd Met de "pensioenleeftijd" wordt de wettelijke pensioenleeftijd bedoeld, volgens artikel 2, § 1, van het koninklijk besluit van 23 december 1996 tot uitvoering van de artikelen 15, 16 en 17 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenen.Deze pensioenleeftijd bedraagt in principe 65 jaar tot 31 januari 2025, 66 jaar vanaf 1 februari 2025 tot 31 januari 2030 en 67 jaar vanaf 1 februari 2030. 16. Pensionering De effectieve ingang van het vervroegd rustpensioen of van het rustpensioen op de wettelijke pensioenleeftijd met betrekking tot de beroepsactiviteit die aanleiding gaf tot de opbouw van de prestaties, zijnde in dit geval het wettelijk rustpensioen als werknemer. Voor de doeleinden van dit pensioenreglement, wordt de opname van het aanvullend pensioen onder de volgende wettelijke overgangsmaatregelen gelijkgesteld met pensionering : - De aangeslotenen die op werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT) zijn gesteld, kunnen overeenkomstig de overgangsmaatregel voorzien in artikel 63/3 van de W.A.P., het aanvullend pensioen opnemen vanaf de leeftijd van 60 jaar indien hun arbeidsovereenkomst ten vroegste op de leeftijd van 55 jaar werd beëindigd met het oog op de aanvang van de werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT) in het kader van een herstructureringsplan opgemaakt en gecommuniceerd aan de regionale en federale minister van werk vóór 1 oktober 2015; - Indien de aangeslotenen die op werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT) zijn gesteld, niet voldoen aan de voorwaarden van de overgangsmaatregel voorzien in artikel 63/3 van de W.A.P. zoals hierboven omschreven, kunnen zij overeenkomstig de overgangsmaatregel voorzien in artikel 63/2 van de W.A.P., het aanvullend pensioen opnemen : - vanaf de leeftijd van 60 jaar indien zij geboren zijn vóór 1 januari 1959; - vanaf de leeftijd van 61 jaar indien zij geboren zijn vóór 1 januari 1960; - vanaf de leeftijd van 62 jaar indien zij geboren zijn vóór 1 januari 1961; - vanaf de leeftijd van 63 jaar indien zij geboren zijn vóór 1 januari 1962. 17. De herberekeningsdatum De herberekeningsdatum voor dit pensioenreglement wordt vastgesteld op 1 januari. 18. De vrije reserve Overeenkomstig artikel 4-8 van het koninklijk besluit van 14 november 2003 tot uitvoering van de W.A.P. wordt een vrije reserve aangelegd in het afzonderlijk vermogen.

Deze vrije reserve wordt gefinancierd met : - het gedeelte van het netto financieel rendement dat desgevallend, overeenkomstig artikel 2.4., niet onmiddellijk wordt ingeschreven op de individuele rekeningen van de aangeslotenen; - de prestaties die - om redenen die niet aan SEFOPLUS OFP te wijten zijn - niet kunnen worden uitbetaald door SEFOPLUS OFP; - en, desgevallend, een bijkomende bijdrage gestort door de inrichter in de vrije reserve.

Deze vrije reserve dient als buffer en wordt aangewend om een tekort ten aanzien van de minimum rendementsgarantie conform artikel 24 van de W.A.P. aan te zuiveren op de individuele rekeningen, indien noodzakelijk, en desgevallend om bijkomende rendementen of bijdragen toe te kennen.

De raad van bestuur van SEFOPLUS OFP kan, na overleg met de sectorale inrichter, besluiten tot de toekenning van een bijkomend rendement of een bijkomende bijdrage - die wordt ingeschreven op de individuele rekeningen van de aangeslotenen - in geval de vrije reserve die dient als buffer hoger is dan 20 pct. Deze toekenning wordt bekrachtigd door een collectieve arbeidsovereenkomst. 19. Het kind Elk wettig geboren of verwekt kind van de aangeslotene, alsook elk erkend natuurlijk kind of elk geadopteerd kind van de aangeslotene, evenals elk kind van de echtgeno(o)t(e) of partner van de gehuwde, respectievelijk wettelijk samenwonende aangeslotene, dat gedomicilieerd is op het adres van de aangeslotene.20. De wettelijk samenwonende De persoon die samen met zijn of haar samenwonende partner een verklaring heeft afgelegd overeenkomstig artikel 1476 van het Burgerlijk Wetboek. 21. De v.z.w. SEFOCAM Het administratief en logistiek coördinatiecentrum van de sociale sectorale pensioenstelsels voor de arbeiders uit het garagebedrijf, het koetswerk, de metaalhandel, de terugwinning van metalen en de edele metalen.

De maatschappelijke zetel van de v.z.w. SEFOCAM, is gevestigd op het Woluwedal 46, bus 7 te 1200 Brussel.

De v.z.w. SEFOCAM is telefonisch bereikbaar op het nummer 00.32.2.761.00.70. en per mail op het adres helpdesk@sefocam.be.

De v.z.w. SEFOCAM beschikt evenzeer over een website met name: www.sefocam.be. 22. Afzonderlijk vermogen Binnen SEFOPLUS OFP worden afzonderlijke vermogens ingericht in de zin van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening.De sectorale pensioentoezegging wordt beheerd in een eigen afzonderlijk vermogen.

Concreet betekent dit dat de reserves en activa die verbonden zijn aan deze sectorale pensioentoezegging afgescheiden zijn van de overige activa en de overige afzonderlijke vermogens binnen SEFOPLUS OFP, en dus niet kunnen aangewend worden in het kader van andere sectorale pensioentoezeggingen ingericht door andere sectorale inrichters, die beheerd worden door SEFOPLUS OFP. 23. Actief tijdens het eerste kwartaal van 2019 Een aangeslotene is actief tijdens het eerste kwartaal van 2019 indien hij, op basis van de beschikbare DMFA-gegevensstroom, gedurende het eerste kwartaal van 2019 bezoldigde prestaties gekend heeft of te wel een inactiviteit of verminderde activiteit welke binnen het stelsel gelijkgesteld wordt met activiteiten.Dit is het geval bij : halftijds brugpensioen, "deeltijdse" arbeidsregeling, volledige schorsing van voltijdse of deeltijdse arbeidsregeling in het kader van het volledig tijdskrediet (conform artikel 1, 1ste streepje en 3 tot 5 van collectieve arbeidsovereenkomst nr. 77bis), 1/5de loopbaanvermindering (conform artikel 1, 2ste streepje en 6 tot 8 van collectieve arbeidsovereenkomst 77bis), vermindering van arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking (artikel 1, 3de streepje en 9 tot 10 van collectieve arbeidsovereenkomst 77bis), wettelijk verlof of wettelijk voorziene inhaalrust, een periode van wettelijke ziekte of invaliditeit voor zover de arbeidsongeschiktheid een gevolg is van een (beroeps)ziekte of een (arbeids)ongeval en voor zover tussen 1 januari 2019 en 31 maart 2019 enig brutoloon werd toegekend waarop R.S.Z.-inhoudingen verschuldigd zijn (code DMFA type 10, 11, 50, 60, 61), tijdelijk werkloos in de zin van artikel 51 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten (code DMFA type 71 in de gegevensstroom van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid), pleegzorg (code DMFA type 75), tijdelijke werkloosheid (code DMFA type 70), andere dan code DMFA types 71 en 72, geboorte- of adoptieverlof (code DMFA type 52), moederschapsbescherming (code DMFA type 51), dag van onbezoldigde volledige afwezigheid, gelijkgesteld met dienstactiviteit, eventueel opsplitsbaar (code DMFA type 31), syndicale opdracht (code DMFA type 22), dag van staking en lock-out (code DMFA type 21), sociale promotie (code DMFA type 13) en betaald educatief verlof (code DMFA type 5).

Een aangeslotene zal evenwel enkel worden beschouwd als actief tijdens het eerste kwartaal van 2019 indien hij op het moment van inschrijving van het forfaitair bedrag bedoeld in artikel 5, § 6 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 september 2019 tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel op zijn individuele rekening (op 1 oktober 2019) (i) beschikt over verworven reserves op zijn individuele rekening bij de pensioeninstelling; én (ii) het moment van pensionering nog niet heeft bereikt, nog geen voorschot op het aanvullend pensioen heeft ontvangen, niet is overleden naar aanleiding waarvan zijn begunstigden desgevallend recht hebben op een overlijdenskapitaal en niet uitgetreden is. HOOFDSTUK III. - Aansluiting

Art. 3.§ 1. Het pensioenreglement is verplicht van toepassing op alle arbeiders aangegeven onder de werknemerskengetallen 015, 024 en 027, die op of na 1 januari 2015 met de werkgevers, zoals bepaald in artikel 2.7., verbonden zijn of waren via een arbeidsovereenkomst, ongeacht de aard van deze arbeidsovereenkomst en met uitzondering van deze vermeld onder artikel 4, § 2 van de collectieve arbeidsovereenkomst ter wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel van 19 september 2019. § 2. Voormelde personen worden onmiddellijk aangesloten bij deze pensioentoezegging, dit wil zeggen vanaf de datum dat zij voldoen aan de hiervoor vermelde aansluitingsvoorwaarden. Zij blijven aangesloten zolang zij in dienst zijn. Hierop bestaat evenwel een uitzondering: de personen die effectief hun wettelijk (vervroegd) pensioen hebben opgenomen vanaf 1 januari 2016 maar vervolgens verder of opnieuw tewerkgesteld worden met een arbeidsovereenkomst afgesloten met een werkgever zoals bepaald in artikel 2.7., blijven of worden niet aangesloten bij deze pensioentoezegging. De personen die effectief hun wettelijk (vervroegd) pensioen hebben opgenomen vóór 2016 maar vervolgens verder of opnieuw tewerkgesteld worden met een arbeidsovereenkomst afgesloten met een werkgever zoals bepaald in artikel 2.7., blijven aangesloten bij deze toezegging zo deze beroepsactiviteit aanvang nam vóór 1 januari 2016 en ononderbroken voortduurt. § 3. Mochten - in voorkomend geval - voormelde personen reeds beschikken over een aanvullende pensioenreserve vanuit een eerdere dienstbetrekking én zouden zij ervoor opteren om - overeenkomstig artikel 32, § 1, 1°, b) van de W.A.P. - deze bewuste reserve over te dragen naar de pensioeninstelling, dan zal deze worden geïntegreerd in dit pensioenstelsel. Dit pensioenstelsel voorziet aldus niet in een zogenaamde "onthaalstructuur" zoals beschreven in artikel 32, § 2, 2de lid van de W.A.P. HOOFDSTUK IV. - Rechten en plichten van de inrichter

Art. 4.§ 1. De inrichter gaat tegenover alle aangeslotenen de verbintenis aan alles te doen wat voor de goede uitvoering van de collectieve arbeidsovereenkomst van 22 mei 2014, alsook van de collectieve arbeidsovereenkomsten tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel, vereist is. § 2. De bijdrage die de inrichter verschuldigd is ter financiering van de pensioentoezegging wordt door de inrichter zonder verwijl aan SEFOPLUS OFP overgemaakt. Dit geschiedt minstens 1 maal per maand. § 3. De inrichter zal via de v.z.w. SEFOCAM op regelmatige tijdstippen alle nodige gegevens overmaken aan SEFOPLUS OFP. § 4. SEFOPLUS OFP is slechts tot uitvoering van zijn verplichtingen gehouden voor zover dat, tijdens de duur van dit pensioenreglement, volgende gegevens meegedeeld werden : 1. de na(a)m(en), de voorna(a)m(en) en de geboortedatum van de aangeslotene alsook geslacht, taalstelsel, burgerlijke staat en identificatienummer in de sociale zekerheid;2. het adres van de aangeslotene; 3. de benaming, de maatschappelijke zetel en het K.B.O.-nummer van de werkgever, waarmee de aangeslotene via een arbeidsovereenkomst verbonden is, bij de Kruispuntbank van Ondernemingen; 4. het bruto kwartaalloon van aangeslotene;5. in voorkomend geval, het forfaitaire bedrag gestort in uitvoering van artikel 5, § 6 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 september 2019 tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel;6. enige andere ter zake doende gegevens, zoals gevraagd door de pensioeninstelling. Naderhand : de wijzigingen welke, tijdens de duur van de aansluiting, in voormelde gegevens voorkomen. § 5. De inrichter organiseert ten voordele van de aangeslotenen een "helpdesk" waarvan de coördinatie is toevertrouwd aan de v.z.w.

SEFOCAM. HOOFDSTUK V. - Rechten en plichten van de aangeslotenen

Art. 5.§ 1. De aangeslotene onderwerpt zich aan de bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst ter invoering van het sectoraal pensioenstelsel afgesloten op 22 mei 2014 evenals van de collectieve arbeidsovereenkomsten tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel en van dit pensioenreglement. Deze documenten maken een geheel uit met dit pensioenreglement. § 2. De aangeslotene maakt in voorkomend geval de ontbrekende inlichtingen over aan SEFOPLUS OFP, via de v.z.w. SEFOCAM, zodat SEFOPLUS OFP, zijn verplichtingen tegenover de aangeslotene of tegenover zijn begunstigde(n) kan nakomen. § 3. Mocht de aangeslotene een hem door dit pensioenreglement of door de collectieve arbeidsovereenkomst van 22 mei 2014, van de collectieve arbeidsovereenkomsten tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel, opgelegde voorwaarde niet nakomen, en mocht daardoor voor hem enig verlies van recht ontstaan, dan zullen de inrichter en de pensioeninstelling in dezelfde mate ontslagen zijn van hun verplichtingen tegenover de aangeslotene in verband met het bij dit pensioenreglement geregeld aanvullend pensioen. HOOFDSTUK VI. - Rechten en plichten van de pensioeninstelling

Art. 6.§ 1. SEFOPLUS OFP is belast met het beheer en de uitvoering van de sectorale pensioentoezegging. § 2. SEFOPLUS OFP heeft in dit verband een middelenverbintenis. § 3. SEFOPLUS OFP beheert de activa op pruden-tiële wijze, in het belang van de aangeslotenen en de begunstigden. SEFOPLUS OFP werkt een beleggingsbeleid uit en legt dit vast in een verklaring inzake de beleggingsbeginselen of "statement of investment principles" (SIP). HOOFDSTUK VII. - Gewaarborgde prestaties

Art. 7.§ 1. De pensioentoezegging heeft, ter aanvulling van een krachtens een wettelijke sociale zekerheidsregeling vastgesteld pensioen, tot doel : - een kapitaal (of een hiermee overeenstemmende rente) samen te stellen dat op het moment van pensionering aan de "aangeslotene" wordt uitgekeerd indien hij in leven is; - een overlijdenskapitaal uit te keren aan de begunstigde(n) indien de "aangeslotene" overlijdt vóór of na pensionering, in dit laatste geval zo het aanvullend pensioen nog niet werd uitbetaald aan de aangeslotene zelf. § 2. De inrichter garandeert enkel de betaling van de vaste bijdrage maar doet geen enkele belofte op het gebied van de kapitalisatie van de bijdragen. De Inrichter zal weliswaar voldoen aan de verplichtingen inzake de minimum rendementsgarantie conform de bepalingen van artikel 24 van de W.A.P. SEFOPLUS OFP gaat een middelenverbintenis aan en garandeert geen rendement. De bijdragen gestort door de Inrichter worden gekapitaliseerd op basis van het netto financieel rendement, overeenkomstig artikel 2.4. § 3. De kapitalisatie loopt maximaal tot drie maanden na de pensionering of de datum van overlijden (indien SEFOPLUS OFP op dat moment nog niet kon overgaan tot betaling van het voorschot). HOOFDSTUK VIII. - Uitbetaling van de aanvullende pensioenen en de prestatie bij overlijden

Art. 8.Al de in dit hoofdstuk vermelde formulieren kunnen bekomen worden via de helpdesk van de v.z.w. SEFOCAM, Woluwedal 46 bus 7 te 1200 Brussel, telefoonnummer 00.32.2.761.00.70. of kunnen worden gedownload via de website van SEFOPLUS OFP (www.sefoplus.be) of de website van de v.z.w. SEFOCAM (www.sefocam.be). Afdeling 1. - Uitbetaling bij pensionering op de wettelijke

(vervroegde) pensioenleeftijd

Art. 9.§ 1. Het kapitaal (of de hiermee overeenstemmende rente) wordt uitbetaald naar aanleiding van de effectieve opname door de aangeslotene van zijn (vervroegd) wettelijk rustpensioen, conform de wettelijke bepalingen ter zake, of zijn wettelijk rustpensioen ten vroegste bij het bereiken van de wettelijke pensioenleeftijd. § 2. Het kapitaal bij pensionering is gelijk aan het bedrag op de individuele rekening van de aangeslotene bij SEFOPLUS OFP op dat moment. Desgevallend wordt dit bedrag verhoogd ter waarborging van de minimum rendementsgarantie, conform artikel 24 van de W.A.P. § 3. Uiterlijk drie maanden vóór de wettelijke pensionering en wanneer SEFOPLUS OFP in kennis gesteld wordt van de datum van pensionering via Sigedis, ontvangt de aangeslotene een schrijven van de inrichter, via de v.z.w. SEFOCAM, waarin het bedrag van zijn op dat moment verworven reserves binnen het sociaal sectoraal pensioenstelsel worden meegedeeld en de te vervullen formaliteiten in het kader van de uitbetaling van het aanvullend pensioen. § 4. Om tot de uitbetaling van het aanvullend pensioen over te gaan dient de aangeslotene : - in geval van opname van het wettelijk rustpensioen ten vroegste op de wettelijke pensioenleeftijd het aanmeldingsformulier S1 A (wettelijk pensioen); of - in geval van opname van het vervroegd wettelijk pensioen het aanmeldingsformulier S1 B (vervroegd pensioen), volledig en correct ingevuld over te maken aan de v.z.w. SEFOCAM, alsook de daarin vermelde bijlagen en attesten of bewijsstukken. § 5. Desgevallend vervalt het recht tot opvragen van het aanvullend pensioen, conform artikel 55 van de W.A.P., na 5 jaar voor vorderingen die voortvloeien uit of verband houden met het aanvullend pensioen of het beheer ervan. De termijn van 5 jaar begint te lopen de dag nadat de aangeslotene kennis krijgt of redelijkerwijze kennis had moeten krijgen van het voorval dat de vordering doet ontstaan. In geval van overmacht om binnen deze termijn op te treden, wordt ze geschorst. Bij ontstentenis van enige aanvraag binnen de voormelde termijn wordt het voordeel gestort in de vrije reserve. In geval het aanvullend pensioen niet kan worden uitbetaald binnen de voormelde termijn om redenen die vreemd zijn aan SEFOPLUS OFP, de inrichter en de v.z.w. SEFOCAM, wordt dit gestort in de vrije reserve. Afdeling 2. - Uitbetaling bij stopzetting van elke vorm van toegelaten

arbeid in de sector in aanvulling op het pension

Art. 10.§ 1. Deze procedure is, conform de overgangsmaatregel voorzien in artikel 63/6 van de W.A.P., enkel nog van toepassing op de aangeslotene die vóór 2016 met (vervroegd) wettelijk rustpensioen ging en sedertdien ononderbroken arbeidsprestaties weet te leveren bij een werkgever zoals bepaald in artikel 2.7. Deze toegelaten arbeidsprestaties in aanvulling op het (vervroegd) wettelijk rustpensioen moeten een aanvang kennen van vóór 2016. Het aanvullend pensioen wordt in dit geval pas uitbetaald op het moment van stopzetting van deze toegelaten arbeid. § 2. Vanaf het ogenblik dat de stopzetting van toegelaten arbeid wordt vastgesteld via de DMFA stromen ontvangt de aangeslotene van SEFOPLUS OFP, via de v.z.w. SEFOCAM, een schrijven waarin het bedrag van zijn thans verworven reserves binnen het sociaal sectoraal pensioenstelsel worden meegedeeld en de te vervullen formaliteiten in het kader van de uitbetaling van het aanvullend pensioen. § 3. Het kapitaal bij de stopzetting van de toegelaten arbeid zoals hiervoor gemeld is gelijk aan het bedrag op de individuele rekening van de aangeslotene bij SEFOPLUS OFP op dat moment. Desgevallend wordt dit bedrag verhoogd ter waarborging van de minimum rendementsgarantie, conform artikel 24 van de W.A.P. § 4. Om tot de uitbetaling van het aanvullend pensioen over te gaan dient de aangeslotene het aanmeldingsformulier S1 C volledig en correct ingevuld over te maken aan de v.z.w. SEFOCAM, alsook de daarin vermelde bijlagen en attesten of bewijsstukken. § 5. Desgevallend vervalt het recht tot opvragen van het aanvullend pensioen, conform artikel 55 van de W.A.P., na 5 jaar voor vorderingen die voortvloeien uit of verband houden met het aanvullend pensioen of het beheer ervan. De termijn van 5 jaar begint te lopen de dag nadat de aangeslotene kennis krijgt of redelijkerwijze kennis had moeten krijgen van het voorval dat de vordering doet ontstaan. In geval van overmacht om binnen deze termijn op te treden, wordt ze geschorst. Bij ontstentenis van enige aanvraag binnen de voormelde termijn wordt het voordeel gestort in de vrije reserve. In geval het aanvullend pensioen niet kan worden uitbetaald binnen de voormelde termijn om redenen die vreemd zijn aan SEFOPLUS OFP, de inrichter en v.z.w. SEFOCAM wordt dit gestort in de vrije reserve. Afdeling 3. - Uitbetaling bij werkloosheid met bedrijfstoeslag

Art. 11.§ 1. Indien de aangeslotene op werkloosheid met bedrijfstoeslag wordt gesteld, kan hij (in voorkomend geval na verloop van de periode gedekt door de ontslagcompensatievergoeding) zijn aanvullend pensioen nog vervroegd opvragen (namelijk voor het bereiken van de wettelijke pensioenleeftijd) indien hij voldoet aan de overgangsmaatregelen voorzien in artikel 63/3 van de W.A.P. of artikel 63/2 van de W.A.P., zoals omschreven in artikel 2.15. van dit pensioenreglement : - Vanaf de leeftijd van 60 jaar : - indien zijn arbeidsovereenkomst ten vroegste op de leeftijd van 55 jaar werd beëindigd met het oog op de aanvang van de werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT) in het kader van een herstructureringsplan opgemaakt en gecommuniceerd aan de regionale en federale minister van werk vóór 1 oktober 2015; of - indien hij geboren is vóór 1 januari 1959; - Vanaf de leeftijd van 61 jaar indien hij geboren is vóór 1januari 1960; - Vanaf de leeftijd van 62 jaar indien hij geboren is vóór 1januari 1961; - Vanaf de leeftijd van 63 jaar indien hij geboren is vóór 1 januari 1962. § 2. Indien de aangeslotene dewelke op werkloosheid met bedrijfstoeslag werd gesteld, zijn aanvullend pensioen niet vervroegd opvraagt volgens bovengaande § 1, dan wordt zijn aanvullend pensioen uitbetaald op het moment van de effectieve opname van zijn wettelijk pensioen nadat SEFOPLUS OFP hiervan in kennis werd gesteld via Sigedis. § 3. Het kapitaal bij de vervroegde opname conform § 1 van dit artikel is gelijk aan het bedrag op de individuele rekening van de aangeslotene bij SEFOPLUS OFP op dat moment. Desgevallend wordt dit bedrag verhoogd ter waarborging van de minimum rendementsgarantie, conform artikel 24 van de W.A.P. § 4. De inrichter informeert maandelijks SEFOPLUS OFP (via de v.z.w.

SEFOCAM) over de nieuwe dossiers werkloosheid met bedrijfstoeslag in haar sector. SEFOPLUS OFP (via de v.z.w. SEFOCAM) schrijft desgevallend de betrokken aangeslotenen aan met vermelding van de mogelijkheid tot opvraging van het aanvullend pensioen in het kader van de werkloosheid met bedrijfstoeslag. § 5. Om de uitbetaling van het aanvullend pensioen te genieten in het kader van werkloosheid met bedrijfstoeslag dient de aangeslotene het aanmeldingsformulier S2 volledig en correct ingevuld over te maken aan de v.z.w. SEFOCAM, alsook de daarin vermelde bijlagen en attesten of bewijsstukken. § 6. Desgevallend vervalt het recht tot opvragen van het aanvullend pensioen, conform artikel 55 van de W.A.P., na 5 jaar voor vorderingen die voortvloeien uit of verband houden met het aanvullend pensioen of het beheer ervan. De termijn van 5 jaar begint te lopen de dag nadat de aangeslotene kennis krijgt of redelijkerwijze kennis had moeten krijgen van het voorval dat de vordering doet ontstaan. In geval van overmacht om binnen deze termijn op te treden, wordt ze geschorst. Bij ontstentenis van enige aanvraag binnen de voormelde termijn wordt het voordeel gestort in de vrije reserve. In geval het aanvullend pensioen niet kan worden uitbetaald binnen de voormelde termijn om redenen die vreemd zijn aan SEFOPLUS OFP, de inrichter en de v.z.w. SEFOCAM, wordt het voordeel gestort in de vrije reserve. Afdeling 4. - Prestatie bij overlijden

Art. 12.§ 1. Indien de aangeslotene overlijdt en mocht het aanvullend pensioen nog niet of onvolledig zijn uitgekeerd, wordt een prestatie bij overlijden uitgekeerd gelijk aan de verworven reserves van de aangeslotene op het moment van overlijden. Deze wordt uitgekeerd aan zijn begunstigde(n), volgens onderstaande volgorde : 1. Ten bate van (een) natuurlijke perso(o)n(en) die door de aangeslotene door middel van een aangetekend schrijven kenbaar werd gemaakt aan SEFOPLUS OFP, via de v.z.w. SEFOCAM. Het bewuste aangetekend schrijven dient zowel voor SEFOPLUS OFP als voor de aangeslotene als bewijs van de aanduiding. De aangeslotene kan te allen tijde deze aanduiding herroepen door middel van een nieuw aangetekend schrijven; 2. Bij ontstentenis, ten bate van zijn of haar echtgeno(o)t(e) op voorwaarde dat de betrokkenen : - niet uit de echt gescheiden zijn (alsook niet in aanleg tot echtscheiding); - niet gerechtelijk gescheiden van tafel en bed (alsook niet in aanleg tot gerechtelijke scheiding van tafel en bed); 3. Bij ontstentenis, ten bate van de wettelijk samenwonende partner (in de zin van artikels 1475 tot 1479 van het Burgerlijk Wetboek);4. Bij ontstentenis, ten bate van zijn kinderen of van hun rechtverkrijgenden, bij plaatsvervulling, voor gelijke delen;5. Bij ontstentenis, ten bate van zijn ouders, voor gelijke delen;6. Bij ontstentenis van de hiervoor vermelde begunstigden worden de verworven reserves niet uitgekeerd, maar worden deze gestort in de vrije reserve. § 2. Wanneer het overlijden van de aangeslotene het gevolg zou zijn van opzettelijke doding vanwege de begunstigde, kan de begunstigde geen aanspraak maken op een prestatie bij overlijden. In dat geval hebben eventuele andere begunstigden van hetzelfde niveau of de eerstvolgende begunstigde wel recht op een prestatie bij overlijden. § 3. SEFOPLUS OFP zal in ieder geval de prestatie bij overlijden maar éénmaal uitbetalen. SEFOPLUS OFP, de inrichter of de v.z.w. SEFOCAM kunnen nooit aansprakelijk gesteld worden voor eventuele fiscale, burgerrechtelijke, huwelijksvermogensrechtelijke of andere gevolgen van de begunstigingsvolgorde. § 4. Het recht tot opvragen van deze prestatie bij overlijden vervalt, conform artikel 55 van de W.A.P., na 5 jaar voor vorderingen die voortvloeien uit of verband houden met het aanvullend pensioen of het beheer ervan. De termijn van 5 jaar begint te lopen de dag nadat de begunstigde kennis krijgt of redelijkerwijze kennis had moeten krijgen van het bestaan van de prestatie bij overlijden, zijn hoedanigheid van begunstigde en het voorval dat de vordering doet ontstaan. In geval van overmacht om binnen deze termijn op te treden, wordt ze geschorst.

Bij ontstentenis van enige aanvraag binnen de voormelde termijn wordt dit voordeel gestort in de vrije reserve. § 5. SEFOPLUS OFP zal, nadat het op de hoogte is van een overlijdensdatum, via de v.z.w. SEFOCAM een schrijven richten op het domicilie van de overleden aangeslotene waarbij hij de begunstigde(n) oproept tot het vervullen van de nodige formaliteiten met het oog op de uitbetaling van deze prestatie bij overlijden, gelijk aan de verworven reserves. § 6. Om de prestatie bij overlijden te kunnen ontvangen dient de weduw(e)naar of de wettelijk samenwonende partner het aanmeldingsformulier S3 A volledig en correct ingevuld over te maken aan de v.z.w. SEFOCAM, alsook de daarin vermelde bijlagen en attesten of bewijsstukken. § 7. Om de prestatie bij overlijden te kunnen ontvangen dient/dienen de begunstigde(n) - andere dan de weduw(e) (naar) of de wettelijk samenwonende partner - het aanmeldingsformulier S3 B volledig en correct ingevuld over te maken aan de v.z.w. SEFOCAM, alsook de daarin vermelde bijlagen en attesten of bewijsstukken. HOOFDSTUK IX. - Modaliteiten van de uitbetaling

Art. 13.§ 1. Opdat SEFOPLUS OFP tot de effectieve betaling van het aanvullend pensioen of de prestatie bij overlijden kan overgaan, dient ze te beschikken over de loongegevens van de ganse aansluitingsduur bij het sectoraal pensioenstelsel. § 2. De aangeslotene, respectievelijk de begunstigde, zal een voorschot ontvangen binnen de 5 werkdagen nadat SEFOPLUS OFP, via v.z.w. SEFOCAM, de nodige stukken en de keuze-modaliteit van opname, zoals bepaald in respectievelijk artikels 9 tot en met 12 en artikels 14 tot en met 15, heeft ontvangen, zij het niet vroeger dan de datum van pensionering, en dit op basis van de beschikbare loongegevens op het ogenblik van de aanvraag. § 3. Het eventueel resterende saldo - met een minimum van 15 EUR - van het aanvullend pensioen of de prestatie bij overlijden zal ten laatste uitbetaald worden in de maand september van het jaar volgend op de datum waarop de aanmelding gebeurde. HOOFDSTUK X. - Uitbetalingsvorm

Art. 14.De aangeslotene of in voorkomend geval diens begunstigde(n) kan/kunnen kiezen voor : 1. hetzij een éénmalige uitbetaling in kapitaal;2. hetzij een omzetting in een jaarlijks levenslange rente.

Art. 15.§ 1. Een omvorming is echter niet mogelijk wanneer het jaarlijks bedrag van de rente bij de aanvang ervan niet meer bedraagt dan 500 EUR bruto. Dit bedrag wordt geïndexeerd volgens de bepalingen van de wet van 2 augustus 1971 houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, bijdragen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, evenals de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld. § 2. Het recht op omvorming van kapitaal naar rente wordt, rekening houdend met § 1 van dit artikel, opgenomen binnen het schrijven dat de aangeslotene of in voorkomend geval diens begunstigde(n) bij vooroverlijden ontvangen via de v.z.w. SEFOCAM zoals vermeld onder hoofdstuk VIII. § 3. Indien binnen de maand te rekenen vanaf de hiervoor vermelde kennisgeving, geen aanvraag in deze zin door de aangeslotene aan SEFOPLUS OFP wordt betekend, wordt verondersteld dat hij geopteerd heeft voor de éénmalige kapitaalsuitkering. De begunstigde(n) van de prestatie bij overlijden zullen, in voorkomend geval, hun keuze voor een rente uitkering kenbaar maken op de aanvraag tot uitbetaling van het voordeel, zo niet wordt (worden) hij/zij geacht te hebben geopteerd voor de éénmalige kapitaaluitkering. HOOFDSTUK XI. - Bijdragen

Art. 16.§ 1. Alle vereiste uitgaven tot het waarborgen van de voordelen vermeld in artikel 7 hiervoor vallen geheel ten laste van de inrichter. Deze netto bijdrage bedraagt per actieve aangeslotene 0,96 pct. van diens bruto jaarbezoldiging. § 2. Deze bijdrage wordt bepaald door artikel 5 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 september 2019 tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel. § 3. In uitvoering van artikel 5, § 6 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 september 2019 tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel, wordt de storting van een forfaitaire bedrag van 300 EUR voor elke arbeider die actief was gedurende het eerste kwartaal van 2019 overeenkomstig in artikel 2.23. voorzien. § 4. De inrichter zal de netto bijdrage minstens maandelijks aan SEFOPLUS OFP storten. § 5. De beheerkost van 4,5 pct. verschuldigd in uitvoering van artikel 5, § 3 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 september 2019 tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel wordt betaald door de inrichter samen met de verschuldigde bijdrage weergegeven in artikel 16, § 1. § 6. De bijzondere R.S.Z.-bijdrage van 8,86 pct. verschuldigd op de netto bijdrage van 0,96 pct. weergegeven in artikel 5, § 4 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 september 2019 tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel afgesloten in het Paritair Subcomité voor de edele metalen, wordt voldaan ten aanzien van de Rijksdienst voor de Sociale Zekerheid bij wijze van verhoging van de bijdrage met 0,09 procent en wordt door de R.S.Z. afgehouden aan de bron. Bijgevolg dient de bijzondere bijdrage van 8,86 pct. niet apart te worden aangegeven daar de globale bijdrage van 1,14 pct. aangegeven moet worden onder bijdrage-code 825 type "0". HOOFDSTUK XII. - Verworven reserves en verworven prestaties

Art. 17.§ 1. Met ingang van 1 januari 2019 maakt een aangeslotene, overeenkomstig artikel 17 van de W.A.P., onmiddellijk vanaf het moment van aansluiting aanspraak op verworven reserves en prestaties. § 2. Indien de aangeslotene op basis van vorige aansluiting(en) bij dit sociaal sectoraal pensioenstelsel, en bij : - het sociaal sectoraal pensioenstelsel van het Paritair Comité voor het garagebedrijf (P.C. 112); - het sociaal sectoraal pensioenstelsel van het Paritair Subcomité voor het koetswerk (P.S.C. 149.02); - het sociaal sectoraal pensioenstelsel van het Paritair Subcomité voor de terugwinning van metalen (P.S.C. 142.01); - het sociaal sectoraal pensioenstelsel van het Paritair Subcomité voor de metaalhandel (P.S.C. 149.04), per 31 december 2018 latente rechten had overeenkomstig de bepalingen van de voorgaande collectieve arbeidsovereenkomsten omdat er nog geen sprake was van een totale (al dan niet onderbroken) aansluitingstermijn van minimaal 12 maanden, dan zullen deze op datum van de herintreding in dit sociaal sectoraal pensioenstelsel onmiddellijk verworven zijn en op zijn individuele rekening worden ingeschreven. § 3. Indien de aangeslotene naar aanleiding van de uittreding beschikt over zijn verworven reserves in het kader van dit sectoraal pensioenstelsel (overdracht naar een andere pensioeninstelling overeenkomstig artikel 32, § 1 van de W.A.P.), is de inrichter er op dit tijdstip toe gehouden om de tekorten ten aanzien van de minimum rendementsgarantie zoals bedoeld in artikel 24 van de W.A.P. aan te zuiveren. HOOFDSTUK XIII. - Procedure ingeval van uittreding

Art. 18.§ 1. Ingeval van uittreding van een aangeslotene, stelt de inrichter SEFOPLUS OFP, via de v.z.w. SEFOCAM, hiervan elektronisch in kennis. Deze kennisgeving zal minimaal tweemaal per jaar gebeuren. De uittredende aangeslotene wiens verworven reserve echter lager zijn dan 150 EUR overeenkomstig artikel 31, § 1 van de W.A.P. en § 4 van dit artikel, zal deze kennisgeving niet ontvangen. § 2. SEFOPLUS OFP zal, via de v.z.w. SEFOCAM uiterlijk binnen de 30 dagen na deze kennisgeving het bedrag van de verworven reserves en prestaties, het behoud van de overlijdensdekking en het type ervan en de hierna opgesomde keuzemogelijkheden schriftelijk meedelen aan de uittredende aangeslotene. § 3. De uittredende aangeslotene heeft op zijn beurt 30 dagen de tijd (te rekenen vanaf de kennisgeving door SEFOPLUS OFP) om zijn keuze te bepalen uit de hierna volgende mogelijkheden betreffende de aanwending van diens verworven reserves, desgevallend aangevuld tot de minimumbedragen gewaarborgd in toepassing van artikel 24 van de W.A.P. : 1. De verworven reserves overdragen naar de pensioeninstelling van : - ofwel de nieuwe werkgever met wie hij een arbeidsovereenkomst gesloten heeft, zo hij aangesloten wordt bij de pensioentoezegging van die werkgever; - ofwel de nieuwe inrichter van een sectoraal pensioenstelsel waaronder de werkgever ressorteert met wie hij een arbeidsovereenkomst gesloten heeft, zo hij aangesloten wordt bij de pensioentoezegging van die inrichter; 2. De verworven reserves overdragen naar een pensioeninstelling die de totale winst onder de aangeslotenen in verhouding tot hun reserves verdeelt en de kosten beperkt volgens de regels vastgesteld door de Koning;3. De verworven reserves bij de pensioeninstelling laten en behouden zonder wijziging van de pensioentoezegging, (vanzelfsprekend zonder verdere premiebetaling) en met behoud van de overlijdensdekking gelijk aan de verworven reserves. § 4. De uittredende aangeslotene beschikt niet over de keuzes vermeld in § 3 van dit artikel indien de verworven reserves op het moment van uittreding minder bedragen dan 150 EUR overeenkomstig artikel 32, § 1 van de W.A.P. Dit bedrag wordt geïndexeerd volgens de bepalingen van de wet van 2 augustus 1971 houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, bijdragen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld. Het bedrag van de verworven reserves blijft bij SEFOPLUS OFP zonder wijziging van de pensioentoezegging. § 5. Wanneer de aangeslotene de voormelde termijn van 30 dagen laat verstrijken, wordt hij verondersteld te hebben gekozen voor de mogelijkheid bedoeld in artikel 18, § 3, 3. Na het verstrijken van deze termijn kan de aangeslotene evenwel ten alle tijde vragen om zijn reserves over te dragen naar een pensioeninstelling bedoeld in artikel 18, § 3, 1. of 2. hiervoor. § 6. SEFOPLUS OFP zal er voor zorgen dat de door de aangeslotene gemaakte keuze binnen de 30 daaropvolgende dagen uitgevoerd wordt. De over te dragen verworven reserve van de keuze bedoeld in artikel 18, § 3, 1. en 2. zal geactualiseerd worden tot op de datum van de effectieve overdracht. § 7. Wanneer een gewezen aangeslotene heeft geopteerd voor één van de keuzes vermeld onder artikel 18, § 3, 1. of 2. en nadien herintreedt tot het sectorplan, wordt hij als een nieuwe aangeslotene beschouwd. HOOFDSTUK XIV. - Beëindiging van het pensioenstelsel

Art. 19.Ingeval van stopzetting van het pensioenstelsel of bij liquidatie van een werkgever, verwerven de betrokken aangeslotenen de verworven reserves, desgevallend aangevuld tot de minimumbedragen gewaarborgd in toepassing van artikel 24 van de W.A.P. HOOFDSTUK XV. - Vrije reserve

Art. 20.§ 1. Zoals bepaald in artikel 2.18. wordt per afzonderlijk vermogen een vrije reserve ingericht. § 2. Ingeval van stopzetting van dit pensioenstelsel, zullen de gelden van de vrije reserve in geen geval noch volledig noch gedeeltelijk worden teruggestort aan de inrichter. De vrije reserve zal daarentegen onder alle aangeslotenen worden verdeeld in verhouding met hun verworven reserves, desgevallend aangevuld tot de minimumbedragen gewaarborgd in toepassing van artikel 24 van de W.A.P. HOOFDSTUK XVI. - Transparantieverslag

Art. 21.§ 1. Onder de naam "transparantieverslag" zal SEFOPLUS OFP jaarlijks een verslag opstellen over het beheer van de pensioentoezegging en dit ter beschikking stellen van de inrichter die het op eenvoudig verzoek meedeelt aan de aangeslotenen. § 2. Het verslag omvat de volgende elementen : - de financieringswijze van de pensioentoezegging en de structurele wijzigingen in die financiering; - de beleggingsstrategie op lange en korte termijn en de mate waarin daarbij rekening wordt gehouden met sociale, ethische en leefmilieuaspecten; - het rendement van de beleggingen; - de kostenstructuur; - in voorkomend geval, de winstdeling; - de technische grondslagen voor de tarifering alsook in welke mate en voor welke duur de technische grondslagen van de tarifering worden gewaarborgd; - de toepasselijke methode in geval van wijziging van de rentevoet voor de berekening van de minimum rendementsgarantie overeenkomstig artikel 24 van de W.A.P. (met name verticale of horizontale methode); - het huidige niveau van financiering van de minimum rendementsgarantie bedoeld in artikel 24 van de W.A.P. HOOFDSTUK XVII. - Jaarlijkse informatie aan de aangeslotenen : de pensioenfiche

Art. 22.§ 1. Elk jaar (uiterlijk in november of december) verstuurt SEFOPLUS OFP een pensioenfiche aan elke actieve aangeslotene, met uitzondering van de rentegenieters en de aangeslotenen die reeds een voorschot op hun aanvullend pensioen wisten te ontvangen zoals bedoeld in artikel 13, § 2. Aan elke passieve aangeslotene met verworven reserves wordt op hetzelfde moment een pensioenfiche ter beschikking gesteld overeenkomstig § 3. § 2. Deze pensioenfiche is opgesteld conform de bepalingen van artikel 26 van de W.A.P. § 3. De laatst beschikbare pensioenfiche wordt tevens online ter beschikking gesteld op de website van de v.z.w. SEFOCAM, aan de actieve en de passieve aangeslotenen en dit in een beveiligde omgeving met toegang via eID. HOOFDSTUK XVIII. - Wijzigingsrecht

Art. 23.§ 1. Dit pensioenreglement wordt afgesloten in uitvoering van artikel 6 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 september 2019 tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel. Het is dan ook onlosmakelijk verbonden met de voormelde collectieve arbeidsovereenkomst. § 2. Bijgevolg zal dit pensioenreglement worden gewijzigd en/of worden stopgezet indien en in de mate dat ook deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gewijzigd en/of stopgezet. HOOFDSTUK XIX. - Niet-betaling van de bijdragen

Art. 24.§ 1. Alle bijdragen die in uitvoering van dit pensioenreglement (met inbegrip van de beheersovereenkomst zoals afgesloten tussen SEFOPLUS OFP en de inrichter ter regeling van de beheers- en werkingsregels van de SEFOPLUS OFP) verschuldigd zijn of zullen worden, dienen door de inrichter maandelijks te worden voldaan. § 2. Bij niet-betaling van de bijdragen door de inrichter, zal deze door SEFOPLUS OFP door middel van een aangetekend schrijven in gebreke gesteld worden. § 3. Deze ingebrekestelling, die de inrichter aanmaant tot betaling en hem op de gevolgen van de niet-betaling wijst, wordt ten vroegste 30 dagen na de vervaldag van de onbetaalde bijdrage verzonden. Indien, om welke reden ook, deze ingebrekestelling niet zou zijn verzonden aan de inrichter, dan zal iedere aangeslotene uiterlijk drie maanden na de vervaldag van de bijdragen van de niet-betaling op de hoogte gebracht worden. HOOFDSTUK XX. - De bescherming en verwerking van persoonsgegevens

Art. 25.§ 1. Alle partijen betrokken bij het sociaal sectoraal pensioenstelsel alsook deze belast met het beheer en de uitvoering ervan verbinden zich ertoe de wetgeving tot bescherming van de persoonsgegevens te eerbiedigen. Zij zullen de persoonsgegevens waarvan zij in kennis gesteld worden in het kader van de huidige overeenkomst slechts mogen verwerken in overeenstemming met het voorwerp van deze overeenkomst. De partijen verbinden zich ertoe om de gegevens bij te werken, te verbeteren, alsook de onjuiste of overbodige gegevens te verwijderen. § 2. Zij zullen de gepaste technische en organisatorische maatregelen treffen die nodig zijn voor de bescherming van de persoonsgegevens tegen toevallige of ongeoorloofde vernietiging, het toevallig verlies, de wijziging van of de toegang tot, en iedere andere niet toegelaten verwerking van persoonsgegevens. § 3. Partijen zullen de nodige middelen aanwenden ter eerbiediging van de onder dit artikel aangegane verbintenissen derwijze dat ieder gebruik voor andere doeleinden of door andere personen dan deze die bevoegd zijn om de persoonsgegevens te verwerken, uitgesloten is. HOOFDSTUK XXI. - Aanvang

Art. 26.§ 1. Het pensioenreglement dat als bijlage bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 18 september 2018 was gevoegd, wordt opgeheven vanaf 19 september 2019. Dit pensioenreglement vangt aan op 19 september 2019 en wordt voor onbepaalde duur aangegaan. Het bestaan van dit pensioenreglement is gekoppeld aan het bestaan van de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 september 2019 tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel. § 2. Dit pensioenreglement kan enkel gewijzigd worden per sectorale collectieve arbeidsovereenkomst, waarbij rekening moet worden gehouden met de modaliteiten zoals voorzien in artikel 13 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 september 2019 tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 2 maart 2021.

De Minister van Werk, P.-Y. DERMAGNE

Bijlage 2 aan de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 september 2019, gesloten in het Paritair Subcomité voor de edele metalen, tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel Sectoraal solidariteitsreglement ter uitvoering van artikel 8 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 september 2019 tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel. HOOFDSTUK I. - Voorwerp

Artikel 1.§ 1. Dit sectoraal solidariteitsreglement wordt opgemaakt in uitvoering van artikel 8 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 september 2019 tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel. § 2. Dit reglement bepaalt de rechten en de verplichtingen van de inrichter, de solidariteitsinstelling, de werkgevers die behoren tot het ressort van het voormelde paritair subcomité, de aangeslotenen en hun begunstigde(n). Tevens worden de aansluitingsvoorwaarden alsook de regels betreffende de uitvoering van de solidariteitstoezegging vastgelegd. § 3. Dit solidariteitsreglement beoogt het solidariteitsreglement dat was opgenomen als bijlage bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 18 september 2018 aan te passen aan de wettelijke en reglementaire evoluties die sindsdien plaatsgrepen. § 4. In overeenstemming met artikel 10, § 1 van de W.A.P. (zie hierna artikel 2.15.), strekt deze solidariteitstoezegging er mede toe het sectoraal pensioenstelsel te doen genieten van het bijzonder statuut vastgesteld door artikel 1762, 4° bis van het wetboek van de met zegel gelijkgestelde taksen en door artikel 10 van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot vrijwaring van het concurrentievermogen. Deze solidariteitstoezegging maakt een integrerend onderdeel uit van het sociaal sectoraal pensioenstelsel. HOOFDSTUK II. - Begripsomschrijvingen

Art. 2.1. De solidariteitstoezegging De toezegging van de in dit solidariteitsreglement bepaalde prestaties door de inrichter (zie hierna 2.2.) aan de aangeslotenen (zie hierna 2.7.) en/of hun begunstigde(n). De solidariteitstoezegging dient beschouwd te worden als een aanvullende dekking of een bijkomend risico op de pensioentoezegging. 2. De inrichter Conform artikel 3, § 1, 5° van de W.A.P. (zie hierna 2.15.) werd door de representatieve organisaties vertegenwoordigd in het Paritair Subcomité voor de edele metalen 149.03, het fonds voor bestaanszekerheid aangeduid als inrichter van het sectoraal pensioenstelsel en van onderhavig solidariteitsstelsel en dit via de collectieve arbeidsovereenkomst van 22 mei 2014. 3. Het toezichtscomité Het comité opgericht binnen de solidariteitsinstelling (zie 2.9. hierna) dat voor de helft is samengesteld uit leden die het personeel vertegenwoordigen aan wie de onderhavige solidariteitstoezegging wordt gedaan en voor de andere helft uit werkgevers zoals bedoeld in 2.5. hierna. 4. Het transparantieverslag Het jaarlijks verslag opgesteld door de solidariteitsinstelling (zie 2.9. hierna) over het door haar gevoerde (deelaspect) van het beheer van de solidariteitstoezegging. 5. De werkgevers De werkgevers zoals bedoeld in artikel 1 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 22 mei 2014, alsook van de collectieve arbeidsovereenkomsten tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel. 6. De arbeider De persoon die in uitvoering van een arbeidsovereenkomst tot het hoofdzakelijk verrichten van handenarbeid is tewerkgesteld door een werkgever als bedoeld in artikel 2.5. 7. De aangeslotene De werknemer die behoort tot de categorie van personeel waarvoor de inrichter het sectoraal pensioenplan en dus onderhavige solidariteitstoezegging heeft ingevoerd en die aan de aansluitingsvoorwaarden van het solidariteitsreglement voldoet.In de praktijk gaat het meer bepaald om de werklieden aangegeven onder werknemerskengetallen 015, 024 en 027. 8. De uittreding Onder "uittreding" moet worden begrepen : - hetzij de beëindiging van een arbeidsovereenkomst (anders dan door overlijden of pensionering) voor zover die niet wordt gevolgd door het sluiten van een arbeidsovereenkomst met een andere werkgever die eveneens behoort tot het ressort van het Paritair Subcomité voor de edele metalen; - hetzij het einde van de aansluiting vanwege het feit dat de werknemer niet langer de aansluitingsvoorwaarden van het pensioenstelsel vervult, zonder dat dit samenvalt met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, anders dan door overlijden of pensionering; - hetzij het einde van de aansluiting vanwege het feit dat de werkgever of, ingeval van de overgang van de arbeidsovereenkomst, de nieuwe werkgever niet langer valt onder het ressort van het Paritair Subcomité voor de edele metalen. 9. De solidariteitsinstelling De rechtspersoon belast met de uitvoering van de solidariteitstoezegging, namelijk Belfius Verzekeringen n.v., afgekort Belins n.v., erkend door de Nationale Bank van België onder nummer 37, met maatschappelijke zetel te 1210 Brussel, Galileelaan 5 en met Sepia als merk- en handelsnaam. 10. De jaarbezoldiging Het jaarlijkse brutoloon waarop de inhoudingen voor de sociale zekerheid worden gedaan (dus verhoogd met 8 pct.). 11. Het solidariteitsfonds Het collectieve fonds dat bij de solidariteitsinstelling in het kader van onderhavige solidariteitstoezegging, alsook van de respectievelijke solidariteitstoezeggingen gedaan in het kader van de sociale sectorale pensioenstelsels van het Paritair Comité voor het garagebedrijf (P.C. 112), het Paritair Subcomité voor het koetswerk (P.S.C. 149.02), het Paritair Subcomité voor de metaalhandel (P.S.C. 149.04) en het Paritair Subcomité voor de terugwinning van metalen (P.S.C. 142.01), wordt gevormd en afgescheiden van haar overige activiteiten beheerd. 12. De herberekeningsdatum De herberekeningsdatum of vervaldag van dit solidariteitsreglement wordt vastgesteld op 1 januari.13. De collectieve arbeidsovereenkomst van 19 september 2019 De collectieve arbeidsovereenkomst van 19 september 2019 tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel.14. Het pensioenreglement Het pensioenreglement vastgesteld in uitvoering van artikel 6 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 september 2019 tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel. 15. W.A.P. Wet van 28 april 2003 (betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid, aangevuld met haar uitvoeringsbesluiten zoals gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 15 mei 2003, erratum Belgisch Staatsblad van 26 mei 2003). De begrippen die in het vervolg van dit reglement opgenomen zijn, moeten worden opgevat in hun betekenis zoals verduidelijkt in artikel 3 (definities) van de voormelde wet. Deze wet zal in het vervolg van dit solidariteitsreglement "W.A.P." worden genoemd. 16. Het solidariteitsbesluit Koninklijk besluit van 14 november 2003 tot vaststelling van de solidariteitsprestaties verbonden met de sociale aanvullende pensioenstelsels (Belgisch Staatsblad van 14 november 2003, editie 2, p.55.263). 17. Het financieringsbesluit Koninklijk besluit van 14 november 2003 tot vaststelling van de regels inzake de financiering en het beheer van de solidariteitstoezegging (Belgisch Staatsblad van 14 november 2003, editie 2, p.55.258). 18. De F.S.M.A. De Autoriteit voor Financiële Markten en Diensten 19. De v.z.w. SEFOCAM Het administratief en logistiek coördinatiecentrum van de sociale sectorale pensioenstelsels voor de arbeiders uit het garagebedrijf, het koetswerk, de metaalhandel, de terugwinning van metalen en de edele metalen.

De maatschappelijke zetel van de v.z.w. SEFOCAM is gevestigd op het Woluwedal 46 bus 7 te 1200 Brussel.

De v.z.w. SEFOCAM is telefonisch bereikbaar op het nummer 00.32.2.761.00.70. en per mail op het adres helpdesk@sefocam.be.

De v.z.w. SEFOCAM beschikt evenzeer over een website met name www.sefocam.be. 20. SEFOPLUS OFP : de pensioeninstelling SEFOPLUS OFP is de multi-sectorale instelling voor bedrijfspensioenvoorziening (IBP), toegelaten door de F.S.M.A. op 19 november 2018 met identificatienummer 50.624, met maatschappelijke zetel te 1200 Brussel, Woluwedal 46 bus 7, die is opgericht door de volgende sectorale inrichters voor het beheer en de uitvoering van hun respectievelijke sectorale pensioentoezeggingen : - het "Fonds voor bestaanszekerheid van de metaalhandel"; - het "Sociaal Fonds voor het garagebedrijf"; - het "Sociaal Fonds voor de koetswerkondernemingen"; - het "Fonds voor bestaanszekerheid - Edele metalen" (de inrichter); en - het "Sociaal Fonds voor de ondernemingen voor de terugwinning van metalen".

Volgens de regels vastgelegd in de statuten van SEFOPLUS OFP kunnen ook andere sectorale inrichters het beheer en de uitvoering van hun sectorale pensioentoezegging toevertrouwen aan SEFOPLUS OFP. 21. De Databank 2de pijler De databank "aanvullende pensioenen" (DB2P) heeft als doel het verzamelen van de gegevens van de werknemers, zelfstandigen en ambtenaren met betrekking tot alle voordelen die zij in België en in het buitenland hebben opgebouwd in het kader van het aanvullend pensioen. Gezien deze solidariteitstoezegging een integrerend onderdeel uitmaakt van het sectoraal pensioenstelsel, dienen de hierna in het reglement gehanteerde termen die niet zouden opgenomen zijn in de hiervoor vermelde begrippenlijst te worden opgevat in hun betekenis in het licht van de W.A.P. of de in artikel 2 van het pensioenreglement opgenomen begrippenlijst. HOOFDSTUK III. - Aansluiting

Art. 3.§ 1. Het solidariteitsreglement is verplicht van toepassing op alle arbeiders aangegeven onder werknemerskengetallen 015, 024 en 027, die op of na 1 januari 2015 met de werkgevers, zoals vermeld in artikel 2.5. verbonden zijn of waren via een arbeidsovereenkomst, ongeacht de aard van deze overeenkomst, met uitzondering van deze vermeld onder artikel 4, § 2 van de collectieve arbeidsovereenkomst ter wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel van 19 september 2019. § 2. Voormelde personen worden onmiddellijk aangesloten bij onderhavige solidariteitstoezegging, dit wil zeggen vanaf de datum dat zij voldoen aan de hiervoor vermelde aansluitingsvoorwaarden. Zij blijven aangesloten zolang zij in dienst zijn. Hierop bestaat evenwel een uitzondering : de personen die effectief hun wettelijk (vervroegd) pensioen hebben opgenomen vanaf 1 januari 2016 maar vervolgens verder of opnieuw tewerkgesteld worden met een arbeidsovereenkomst afgesloten met een werkgever zoals bepaald in artikel 2.5., blijven of worden niet aangesloten bij de onderhavige solidariteitstoezegging. De personen die effectief hun wettelijk (vervroegd) pensioen hebben opgenomen vóór 2016 maar vervolgens verder of opnieuw tewerkgesteld worden met een arbeidsovereenkomst afgesloten met een werkgever zoals bepaald in artikel 2.5., blijven aangesloten bij onderhavige toezegging zo deze beroepsactiviteit aanvang nam vóór 1 januari 2016 en ononderbroken voortduurt. HOOFDSTUK IV. - Rechten en plichten van de inrichter

Art. 4.§ 1. De inrichter gaat tegenover alle aangeslotenen de verbintenis aan alles te doen wat voor de goede uitvoering van de collectieve arbeidsovereenkomst van 22 mei 2014, alsook van de collectieve arbeidsovereenkomsten tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel, vereist is. § 2. De bijdrage die de inrichter verschuldigd is ter financiering van de solidariteitstoezegging wordt door de inrichter zonder verwijl aan de solidariteitsinstelling overgemaakt. Dit geschiedt minstens 1 maal per maand. § 3. De Inrichter zal via de v.z.w. SEFOCAM op regelmatige tijdstippen alle nodige gegevens overmaken aan de solidariteitsinstelling. § 4. De solidariteitsinstelling is slechts tot uitvoering van haar verplichtingen gehouden voor zover haar, tijdens de duur van dit solidariteitsreglement, volgende gegevens meegedeeld werden : - per aangeslotene, het aantal dagen van economische werkloosheid zoals omschreven in artikel 7 hierna; - per aangeslotene, het aantal dagen van arbeidsongeschiktheid ten gevolge van (beroeps)ziekte en/of (arbeids)ongeval zoals omschreven in artikel 8 hierna; - enige andere terzake doende gegevens zoals gevraagd door de solidariteitsinstelling.

Naderhand : de wijzigingen welke, tijdens de duur van de aansluiting, in voormelde gegevens voorkomen. § 5. De inrichter organiseert ten voordele van de aangeslotenen een "helpdesk" waarvan de coördinatie is toevertrouwd aan de v.z.w.

SEFOCAM. HOOFDSTUK V. - Rechten en plichten van de aangeslotene

Art. 5.§ 1. De aangeslotene onderwerpt zich aan de bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst ter invoering van het sectoraal pensioenstelsel afgesloten op 22 mei 2014, van de collectieve arbeidsovereenkomsten tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel, van het pensioenreglement en van dit solidariteitsreglement. Deze documenten maken één geheel uit. § 2. De aangeslotene of de begunstigde maakt in voorkomend geval de ontbrekende inlichtingen en bewijsstukken over via de v.z.w. SEFOCAM aan de solidariteitsinstelling zodat deze haar verplichtingen tegenover de aangeslotene of tegenover zijn begunstigde(n) kan nakomen. § 3. Mocht de aangeslotene een hem door dit solidariteitsreglement of door de collectieve arbeidsovereenkomst van 22 mei 2014, alsook van de collectieve arbeidsovereenkomsten tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel, opgelegde voorwaarde niet nakomen, en mocht daardoor voor hem enig verlies van recht ontstaan, dan zullen de inrichter en de solidariteitsinstelling in dezelfde mate ontslagen zijn van hun verplichtingen tegenover de aangeslotene in verband met de bij dit solidariteitsreglement geregelde solidariteitsprestaties. HOOFDSTUK VI. - Gewaarborgde prestaties

Art. 6.§ 1. In overeenstemming met artikel 43, § 1 van de W.A.P., zoals uitgevoerd door het solidariteitsbesluit, heeft onderhavig solidariteitsreglement tot doel de hierna volgende solidariteitsprestaties te waarborgen. § 2. Voor de uitvoering van de solidariteitsprestaties zoals omschreven in de artikelen 7 en 8 hierna, worden enkel de gegevens in aanmerking genomen die de inrichter via de v.z.w. SEFOCAM verkrijgt vanuit het netwerk van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid.

Enige individuele aangiften van aangeslotenen zullen niet in aanmerking worden genomen. § 3. De aangeslotenen hebben slechts recht op de effectieve uitvoering van de solidariteitsprestaties op voorwaarde dat de solidariteitsinstelling in hun voordeel bijdragen ontvangen heeft ter financiering van deze solidariteitstoezegging. Afdeling 1. - Premievrijstelling gedurende periodes van economische

werkloosheid

Art. 7.§ 1. Gedurende de periodes waarin de aangeslotene tijdelijk werkloos zou zijn in de zin van artikel 51 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten (code type 71 in de gegevensstroom van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid), wordt de opbouw van het pensioenluik tijdens de voormelde periodes verder gefinancierd door de solidariteitsinstelling op forfaitaire basis. § 2. In dit kader zal per dag van economische werkloosheid zoals hiervoor beschreven in hoofde van de aangeslotene, een forfaitair bedrag van 0,50 EUR worden ingeschreven op de individuele pensioenrekening van de bewuste aangeslotene bij SEFOPLUS OFP (de pensioeninstelling). § 3. De toepassing van de premievrijstelling geldt ongeacht de arbeidsduur bepaald in de arbeidsovereenkomst. Afdeling 2. - Premievrijstelling gedurende periodes van

arbeidsongeschiktheid ten gevolge van (beroeps)ziekte en/of (arbeids)ongeval

Art. 8.§ 1. Gedurende de vergoede periodes van arbeidsongeschiktheid wegens ziekte of ongeval en de periodes die worden gedekt door een tijdelijke arbeidsongeschiktheid ten gevolge van een arbeidsongeval of een beroepsziekte, (code typen 10, 50, 60 of 61 in de gegevensstroom van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid) waarmee een aangeslotene zich geconfronteerd ziet, wordt de financiering van de opbouw van het pensioenluik tijdens de voormelde periodes verder gefinancierd door de solidariteitsinstelling op forfaitaire basis. § 2. In dit kader zal per dag dat de aangeslotene zich bevindt in één van de periodes zoals hiervoor beschreven, een forfaitair bedrag van 0,50 EUR worden ingeschreven op de individuele pensioenrekening van de bewuste aangeslotene bij SEFOPLUS OFP (de pensioeninstelling). § 3. De toepassing van de premievrijstelling geldt ongeacht de arbeidsduur bepaald in de arbeidsovereenkomst. Afdeling 3. - Rente-uitkering ingeval van overlijden

Art. 9.§ 1. Ingeval van overlijden van een aangeslotene wordt er door de solidariteitsinstelling aan de begunstigde(n) zoals aangeduid in het pensioenreglement een vergoeding toegekend onder de vorm van een rente-uitkering, evenwel op voorwaarde : - dat er in hoofde van de aangeslotene tijdens het verzekeringsjaar waarin het overlijden zich situeert bijdragen gestort zijn geweest zoals bedoeld in artikel 5, § 4 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 september 2019; - dat het overlijden van de aangeslotene zich situeert binnen de 365 dagen na de begindatum van de vergoede periode van arbeidsongeschiktheid wegens ziekte of ongeval. § 2. Het vestigingskapitaal ter financiering van de voormelde rente-uitkering bedraagt 1 000,00 EUR bruto (desgevallend winstdeling inbegrepen). Dit kapitaal zal worden gebezigd ter vestiging van een niet-geïndexeerde levenslange rente op het hoofd van de begunstigde(n). § 3. Indien echter het jaarbedrag van de rente - na de wettelijk verschuldigde fiscale en parafiscale inhoudingen - kleiner is dan 300 EUR, dan zal het netto vestigingskapitaal worden uitbetaald. Dit bedrag wordt geïndexeerd volgens de bepalingen van de wet van 2 augustus 1971 houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, bijdragen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld. HOOFDSTUK VII. - Uitvoering van de gewaarborgde prestaties Afdeling 1. - Solidariteitsprestaties zoals beschreven in artikelen 7

en 8

Art. 10.§ 1. De uitkeringen van de solidariteitsprestaties zoals beschreven in artikelen 7 en 8 van het solidariteitsreglement, worden na elke ontlading naar de solidariteitsinstelling gestort op de binnen deze instelling beheerde individuele pensioenrekeningen in kwestie. § 2. Bij de toekenning wordt er rekening gehouden met een kapitalisatie van de solidariteitsprestaties aan de contractuele intrestvoet die, voor de solidariteitsprestaties zoals beschreven in artikelen 7 en 8 van het solidariteitsreglement, vanaf 1 januari 2017 gelijk is aan 0,75 pct., waarbij er wordt vanuit gegaan dat alle solidariteitsprestaties uit de beschouwde periode zouden betaald zijn op 1 juli van het desbetreffende dienstjaar.

Art. 11.Wanneer een aangeslotene die zich tijdens het afgelopen jaar bevond in een situatie zoals beschreven in artikel 7 of 8, tijdens dat jaar zelf of diens begunstigde(n) het voorschot op het aanvullend pensioen of de prestatie bij overlijden uitgekeerd krijgen, dan zullen de solidariteitsprestaties zoals bedoeld in artikel 7 of 8 waarop betrokkene recht heeft, worden verwerkt in het saldo dat hem in het kader van het pensioenreglement zal worden toegekend. Afdeling 2. - Solidariteitsprestatie zoals beschreven in artikel 9

Art. 12.§ 1. Om tot de uitbetaling van de solidariteitsprestatie zoals beschreven in artikel 9 hiervoor te kunnen overgaan dient/dienen de begunstigde(n) dezelfde procedure te volgen als deze voorzien voor de uitbetaling van de voordelen bij overlijden in het kader van het pensioenluik. § 2. De inrichter zal, indien nodig, via de v.z.w. SEFOCAM een tewerkstellingsattest opvragen bij de werkgever van de aangeslotene, zoals bedoeld in artikel 2.5. van dit solidariteitsreglement, waaruit moet blijken of de prestatie zoals beschreven in artikel 9 gewaarborgd is. HOOFDSTUK VIII. - Technische grondslagen

Art. 13.§ 1. Voor de dekking van de solidariteitsprestaties zoals vermeld in artikels 7 en 8 hiervoor, sluit de inrichter een verzekeringsovereenkomst af met de solidariteitsinstelling. De solidariteitsinstelling onderschrijft ter zake een resultaatsverbintenis. § 2. De solidariteitstoezegging wordt gefinancierd overeenkomstig de tariferingsregels die door de solidariteitsinstelling gebruikt wordt voor de bewuste risico's, rekening houdende met de verplichtingen ter zake voorzien in het financieringsbesluit.

Art. 14.Ter dekking van de solidariteitsprestaties zoals beschreven in : - artikel 7 en 8, wordt telkens een tijdelijke verzekering van een jaar onderschreven in hoofde van elke aangeslotene; - artikel 9 wordt een tijdelijke overlijdensverzekering onderschreven waarbij de solidariteitsinstelling op het hoofd van elke aangeslotene een vestigingskapitaal ter financiering van een rente-uitkering ingeval van een eventueel vroegtijdig overlijden verzekert. HOOFDSTUK IX. - Bijdragen

Art. 15.§ 1. Alle vereiste uitgaven tot het waarborgen van de solidariteitsprestaties vermeld in artikels 7, 8 en 9 hiervoor vallen geheel ten laste van de inrichter. § 2. Deze netto bijdrage vormt per aangeslotene 0,04 pct. van diens jaarbezoldiging. Deze bijdrage wordt bepaald door artikel 5 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 september 2019 tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel. § 3. De inrichter zal de globale bijdrage per maand aan de solidariteitsinstelling storten. HOOFDSTUK X. - Solidariteitsfonds

Art. 16.§ 1. In de schoot van de solidariteitsinstelling wordt een solidariteitsfonds ingericht, genaamd het SEFOCAM Solidariteitsfonds. § 2. De bijdragen voor de solidariteitstoezegging alsook de bijdragen gestort door de respectievelijke inrichters van de solidariteitstoezeggingen gedaan in het kader van de sectorale pensioenstelsels van het Paritair Comité voor het garagebedrijf (P.C. 112), het Paritair Subcomité voor het koetswerk (P.S.C. 149.02), het Paritair Subcomité voor de metaalhandel (P.S.C. 149.04) alsook deze van het Paritair Subcomité voor de terugwinning van metalen (P.S.C. 142.01), worden gestort in dit solidariteitsfonds. § 3. Het solidariteitsfonds wordt door de solidariteitsinstelling afzonderlijk van haar overige activiteiten beheerd als een wiskundige inventarisreserve. § 4. De solidariteitsinstelling verbindt er zich toe om, bovenop de tariefgrondslagen, de gerealiseerde winst afkomstig uit de verzekeringen en de beleggingen in bepaalde hiervoor aangewezen activa, integraal als winstdeling te verdelen en toe te kennen. Deze activa worden van de andere activa van de solidariteitsinstelling afgezonderd en vormen bijgevolg een fonds met aangewezen activa.

Evenwel zal het rendement van het fonds maar toegekend worden indien de verrichtingen van het fonds rendabel zijn. § 5. Er wordt een inventaris bijgehouden die alle bestanddelen van het vermogen van het fonds bevat. Deze inventaris wordt opgemaakt voor elke dag waarop een wijziging van de samenstelling van het fonds plaatsheeft. Daarenboven werd er het hierna weergegeven winstdelingsreglement opgesteld.

Winstdelingsreglement van het fonds met aangewezen activa "Sefocam-Solidariteit" : De bijdragen worden geïnvesteerd in een fonds met aangewezen activa "Sefocam-Solidariteit" dat hoofdzakelijk is samengesteld uit financiële activa die afkomstig zijn van de eurozone.

Afhankelijk van de resultaten van dit fonds met aangewezen activa, zal de solidariteitsinstelling jaarlijks de eventuele winst, integraal verdelen. Anders dan bij het pensioenstelsel bestaan er binnen het solidariteitsstelsel geen individuele verworven reserves. Een eventueel positief resultaat binnen een bepaald boekjaar kan dan ook niet aan de individuele contracten worden toegekend. De verplichting tot integrale winstverdeling houdt in het kader van het solidariteitsstelsel bijgevolg in dat het resultaat integraal binnen het solidariteitsstelsel blijft en wordt besteed aan de financiering van de verplichtingen ervan.

Deze winstdeelneming wordt pas toegekend op voorwaarde dat de verrichtingen van het fonds rendabel zijn.

Teneinde de financiële prestaties gerealiseerd door het fonds met aangewezen activa te stabiliseren, kan een quotiteit van de uitzonderlijke opbrengsten (zie hierna) elk jaar een reserve stijven waarop door de inrichter aanspraak kan gemaakt worden het jaar nadien.

Een gedeelte van de uitzonderlijke opbrengsten kan dus van jaar tot jaar overgedragen worden. De uitzonderlijke opbrengsten zijn samengesteld uit de meer- en minwaarden van obligaties en aandelen, de eventuele monetaire aanpassingen op rentedragende activa, alsook de waardeverminderingen of terugnames van waardeverminderingen.

De investeringspolitiek van het fonds met aangewezen activa heeft tot doel de veiligheid, het rendement en de liquiditeit van de beleggingen te waarborgen. Hierbij wordt rekening gehouden met een oordeelkundige diversificatie en spreiding van de beleggingen. § 6. De solidariteitsinstelling stelt een financieel jaarverslag op dat toelaat na te gaan of het gedeelte van de aan de overeenkomsten toegekende winsten en de uitgevoerde beleggingen aan de bepalingen van het winstdelingsreglement beantwoorden. Dit verslag wordt ter beschikking gesteld van het toezichtcomité. § 7. Het solidariteitsfonds kan slechts worden gedebiteerd door betaling van verzekeringspremies die de betrokken risico's dekken en van de kosten verbonden aan deze solidariteitstoezeggingen. § 8. Ingeval van liquidatie van een werkgever, zullen de gelden van het solidariteitsfonds die proportioneel slaan op de verplichtingen van die bepaalde werkgever, noch geheel noch gedeeltelijk worden teruggestort aan de inrichter. Deze gelden zullen daarentegen worden aangewend ter financiering van de solidariteitsprestaties ten gunste van de overige aangeslotenen. § 9. Ingeval van stopzetting van deze solidariteitstoezegging, dan zullen de na afhandeling van de lopende schadegevallen nog in het solidariteitsfonds aanwezige gelden niet worden teruggestort aan de inrichter. Deze gelden zullen daarentegen worden overgedragen naar het afzonderlijk vermogen van de inrichter bij SEFOPLUS OFP (de pensioeninstelling). § 10. Ingeval van stopzetting van het sectoraal pensioenplan, zullen de gelden van het fonds in geen geval noch volledig noch gedeeltelijk worden teruggestort aan de inrichter. Het zal daarentegen onder alle aangeslotenen op het moment van de stopzetting ervan, worden verdeeld in verhouding met de verworven reserve waarover de betrokkenen beschikken in het kader van het pensioenstelsel, desgevallend aangevuld tot de minimumbedragen gewaarborgd in toepassing van artikel 24 van de W.A.P. § 11. Geen enkele vergoeding of verlies van winstdelingen zal ten laste worden gelegd van de aangeslotenen of van de op het ogenblik van de overdracht verworven reserves worden afgetrokken. HOOFDSTUK XI. - Toezichtscomité

Art. 17.§ 1. Er werd binnen de solidariteitsinstelling een toezichtscomité opgericht dat voor de helft is samengesteld uit leden die het personeel vertegenwoordigen aan wie de onderhavige solidariteitstoezegging wordt gedaan en voor de andere helft uit werkgevers. § 2. Dit toezichtscomité ziet toe op de goede uitvoering van de solidariteitstoezegging door de solidariteitsinstelling en wordt door laatstgenoemde voorafgaandelijk geraadpleegd over : - de beleggingsstrategie op lange en korte termijn en de mate waarin daarbij rekening wordt gehouden met sociale, ethische en leefmilieuaspecten; - het rendement van de beleggingen; - de kostenstructuur; - in voorkomend geval, de winstdeling. HOOFDSTUK XII. - Transparantieverslag

Art. 18.§ 1. Onder de naam "transparantieverslag" zal de solidariteitsinstelling jaarlijks een verslag opstellen over het door haar gevoerde (deelaspect van het) beheer van de solidariteitstoezegging en dit na raadpleging van het toezichtcomité - ter beschikking stellen van de inrichter die het op eenvoudig verzoek meedeelt aan de aangeslotenen. § 2. Het verslag betreft de volgende elementen : - de financieringswijze van de solidariteits-toezegging en de structurele wijzigingen in die financiering; - de beleggingsstrategie op lange en korte termijn en de mate waarin daarbij rekening wordt gehouden met sociale, ethische en leefmilieuaspecten; - het rendement van de beleggingen; - de kostenstructuur; - in voorkomend geval, de winstdeling; - de technische grondslagen voor de tarifering alsook in welke mate en voor welke duur de technische grondslagen van de tarifering worden gewaarborgd. HOOFDSTUK XIII. - Informatieverstrekking aan de aangeslotenen

Art. 19.§ 1. De solidariteitsinstelling zal ten minste één maal per jaar aan de aangeslotenen meedelen op welke solidariteitsprestaties zij voor wat betreft het bewuste verzekeringsjaar recht hadden. § 2. Volgende informatie wordt aldus opgenomen in de pensioenfiche voor wat betreft de solidariteitsprestaties : 1. De som van het aantal weerhouden gelijkgestelde dagen bij tijdelijke werkloosheid omwille van economische redenen en bij arbeidsongeschiktheid als gevolg van (beroeps)ziekte en/of (arbeids)ongeval;2. Het forfaitair bedrag toegekend per gelijkgestelde dag zijnde 0,50 EUR;3. Het toegekend nettobedrag gedurende het refertejaar vóór oprenting vanuit het solidariteitsluik aan het pensioenluik, zijnde het aantal weerhouden gelijkgestelde dagen vermenigvuldigd met het forfaitair bedrag van 0,50 EUR. § 3. De laatst beschikbare pensioenfiche - welke tevens melding maakt van de solidariteitsprestaties - wordt tevens online ter beschikking gesteld aan de aangeslotene en dit in een beveiligde omgeving. § 4. De tekst van dit solidariteitsreglement zal door de solidariteitsinstelling ter beschikking worden gesteld aan de aangeslotenen op diens eenvoudig verzoek. HOOFDSTUK XIV. - Fiscaliteit

Art. 20.Deze solidariteitstoezegging wordt door de solidariteitsinstelling op een gedifferentieerde wijze beheerd, zodat voor elke aangeslotene of diens begunstigde(n) de toepassing van het specifieke regime inzake inkomstenbelastingen en met het zegel gelijkgestelde taksen gewaarborgd is, zowel inzake de behandeling van de bijdragen als van de prestaties. HOOFDSTUK XV. - Wijzigingsrecht

Art. 21.§ 1. Dit solidariteitsreglement wordt afgesloten in uitvoering van artikel 8 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 september 2019 tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel en is er dan ook onlosmakelijk mee verbonden. § 2. Bijgevolg zal dit solidariteitsreglement worden gewijzigd en zelfs worden stopgezet indien en in de mate dat de collectieve arbeidsovereenkomst wordt gewijzigd of stopgezet. § 3. In voorkomend geval licht de inrichter de aangeslotenen, alsook de F.S.M.A. in over de wijziging van solidariteitsinstelling. HOOFDSTUK XVI. - Niet-betaling van de bijdragen

Art. 22.§ 1. Alle bijdragen die in uitvoering van onderhavig solidariteitsreglement verschuldigd zijn of zullen worden, dienen door de inrichter voldaan te worden op de gestelde vervaldagen. Zij maken één geheel uit voor alle verzekerde risico's en voor alle aangeslotenen. § 2. Bij niet-betaling van bijdragen door de inrichter, zal deze door de solidariteitsinstelling door middel van een aangetekend schrijven in gebreke gesteld worden. § 3. Deze ingebrekestelling, die de inrichter aanmaant tot betaling en hem op de gevolgen van de niet-betaling wijst, wordt ten vroegste 30 dagen na de vervaldag van de onbetaalde bijdrage verzonden. Indien, om welke reden ook, deze ingebrekestelling niet zou zijn verzonden aan de inrichter, dan zal iedere aangeslotene uiterlijk drie maanden na de vervaldag van de niet-betaalde bijdragen op de hoogte gebracht worden. § 4. Indien de bijdragebetaling wordt stopgezet voor het geheel van de contracten van het sectoraal pensioenstelsel, vervalt het recht van de aangeslotenen op enige uitbetaling in het kader van de solidariteitsprestaties. In dit geval zijn de modaliteiten van het laatste lid van artikel 16 van dit solidariteitsreglement van toepassing. HOOFDSTUK XVII. - De bescherming van de persoonlijke levenssfeer

Art. 23.§ 1. Alle partijen betrokken bij het sociaal sectoraal pensioenstelsel, alsook deze belast met het beheer en de uitvoering ervan, verbinden zich ertoe de wetgeving tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer te eerbiedigen. Zij zullen de persoonsgegevens waarvan zij in kennis gesteld worden in het kader van de huidige overeenkomst slechts mogen verwerken in overeenstemming met het voorwerp van deze overeenkomst. De partijen verbinden zich ertoe om de gegevens bij te werken, te verbeteren, alsook de onjuiste of overbodige gegevens te verwijderen. § 2. Zij zullen de gepaste technische en organisatorische maatregelen treffen die nodig zijn voor de bescherming van de persoonsgegevens tegen toevallige of ongeoorloofde vernietiging, het toevallig verlies, de wijziging van of de toegang tot, en iedere andere niet toegelaten verwerking van persoonsgegevens. HOOFDSTUK XVIII. - Aanvang

Art. 24.§ 1. Het solidariteitsreglement dat als bijlage bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 18 september 2018 was gevoegd wordt opgeheven vanaf 19 september 2019. Dit solidariteitsreglement vangt aan 19 september 2019 en wordt voor onbepaalde duur aangegaan.

Haar bestaan is echter gekoppeld aan het bestaan van de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 september 2019 tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel. § 2. Dit solidariteitsreglement kan enkel gewijzigd worden per sectorale collectieve arbeidsovereenkomst, waarbij rekening moet worden gehouden met de modaliteiten zoals voorzien in artikel 13 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 19 september 2019 tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel.

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 2 maart 2021.

De Minister van Werk, P.-Y. DERMAGNE

^