Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 01 juli 2006
gepubliceerd op 01 augustus 2006

Koninklijk besluit tot bevordering van de arbeidsmogelijkheden, de kwaliteit van de arbeidsvoorwaarden of de organisatie van de arbeid van oudere werknemers in het kader van het Ervaringsfonds

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2006012178
pub.
01/08/2006
prom.
01/07/2006
ELI
eli/besluit/2006/07/01/2006012178/staatsblad
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

1 JULI 2006. - Koninklijk besluit tot bevordering van de arbeidsmogelijkheden, de kwaliteit van de arbeidsvoorwaarden of de organisatie van de arbeid van oudere werknemers in het kader van het Ervaringsfonds (1)


ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 september 2001 tot verbetering van de werkgelegenheidsgraad van de werknemers, inzonderheid op artikel 27, vervangen bij de wet van 27 december 2004, en op artikel 31;

Gelet op het advies van de Nationale Arbeidsraad, gegeven op 9 maart 2006 Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 1 december 2005;

Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting, gegeven op 2 december 2005;

Gelet op het advies nr. 40.243/1.van de Raad van State, gegeven op 27 april 2006;

Op de voordracht van Onze Minister van Werk en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : HOOFDSTUK I. - Definities

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1° de Minister : de Minister van Werk;2° de wet : de wet van 5 september 2001 tot verbetering van de werkgelegenheidsgraad van de werknemers;3° fonds : fonds voor bestaanszekerheid bedoeld in de wet van 7 januari 1958 betreffende de Fondsen voor Bestaanszekerheid;4° paritair vormingscentrum : paritair beheerd vormingscentrum dat door één of meerdere paritaire comités of subcomités belast werd met onder meer opleidingen, communicatie, sensibilisatie of ontwikkeling en dat de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk heeft aangenomen;5° de toelage : de toelage bedoeld in artikel 27 van de wet die tot doel heeft acties te ondersteunen die betrekking hebben op de bevordering van de arbeidsmogelijkheden van oudere werknemers of op de kwaliteit van de arbeidsvoorwaarden van oudere werknemers of op de organisatie van de arbeid van oudere werknemers;6° oudere werknemers : de werknemers die ten minste de leeftijd van 45 jaar bereikt hebben;7° de collectieve arbeidsovereenkomst nr.46 : de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 46 van 23 maart 1990 betreffende de begeleidingsmaatregelen voor ploegenarbeid met nachtprestaties alsook voor andere vormen van arbeid met nachtprestaties; 8° de administratie : de Algemene Directie Humanisering van de Arbeid van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg. HOOFDSTUK II. - Rechthebbenden en voorwerp van de acties

Art. 2.De Minister kan, binnen de grenzen van de beschikbare financiële middelen zoals vastgesteld in artikel 33 van de wet, aan een werkgever, aan een fonds of paritair vormingscentrum die hiertoe een aanvraag indient, een toelage toekennen ter ondersteuning van de acties bedoeld in de artikelen 3, 4 en 5 ten voordele van oudere werknemers.

Art. 3.De aanvragen tot toelage door werkgevers kunnen betrekking hebben op acties, met als doel een leeftijdsbewust personeelsbeleid in de organisatie te voeren, dat de potentialiteiten van de oudere werknemer onderkent en van aard is de werkgelegenheidsgraad van de oudere werknemers te verhogen.

Deze acties zijn de volgende : 1° het gebruik, door de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer van een externe of interne dienst voor preventie en bescherming op het werk, van een meetinstrument dat de graad van werkbaarheid van de oudere werknemer bedoelt aan te tonen, met het oog op het behouden of verhogen ervan. Dit instrument moet goedgekeurd worden door de administratie die eventueel het advies van de Vaste Operationele Commissie opgericht in de Hoge Raad voor Preventie en bescherming op het werk die belast is met de opdrachten bedoeld in artikel 44 van het koninklijk besluit van 27 maart 1998 betreffende de externe diensten voor preventie en bescherming op het werk kan vragen.

De gegevens kunnen automatisch of manueel worden verwerkt overeenkomstig artikel 92 van het koninklijk besluit van 28 mei 2003 betreffende het gezondheidstoezicht op de werknemers.

De ontvangen collectieve anonieme gegevens worden aan de administratie toegestuurd op elektronische wijze; 2° het gebruik, door de preventieadviseur - arbeidsgeneesheer van een externe of interne dienst voor preventie en bescherming op het werk, van een diagnose instrument, complementair aan 1°, dat enerzijds toelaat de factoren uit de werkomgeving te detecteren die verbeterd kunnen worden ten behoeve van de werkbaarheid van de oudere werknemer en anderzijds het formuleren van verbeteringsvoorstellen in de zin van 3° tot doel heeft. Dit instrument moet goedgekeurd worden door de administratie die eventueel het advies van de Vaste Operationele Commissie opgericht in de Hoge Raad voor Preventie en bescherming op het werk die belast is met de opdrachten bedoeld in artikel 44 van het koninklijk besluit van 27 maart 1998 betreffende de externe diensten voor preventie en bescherming op het werk kan vragen.

De gegevens kunnen automatisch of manueel worden verwerkt overeenkomstig artikel 92 van het koninklijk besluit van 28 mei 2003 betreffende het gezondheidstoezicht op de werknemers.

De ontvangen collectieve anonieme gegevens worden aan de administratie toegestuurd op elektronische wijze; 3° concrete verbeteringsprojecten die tot doel hebben : a) de bevordering van de arbeidsmogelijkheden van oudere werknemers, inzonderheid door het nemen van maatregelen die de werkgelegenheidsgraad van deze werknemers binnen dezelfde onderneming of hun mogelijkheden verhogen om een betrekking te vinden binnen een andere onderneming die al dan niet behoort tot dezelfde sector;b) of de bevordering van de kwaliteit van de arbeidsvoorwaarden van deze oudere werknemers, inzonderheid door het nemen van maatregelen die de psychosociale belasting veroorzaakt door het werk verminderen of de ergonomische omstandigheden verbeteren;c) of de verbetering van de organisatie van de arbeid, inzonderheid door de belasting van deze oudere werknemers die voortvloeit uit de arbeidsorganisatie te verminderen. Al deze acties hebben betrekking op het geheel of op een gedeelte van de oudere werknemers. Zij kunnen afzonderlijk of gezamenlijk worden gevoerd. Acties die betrekking hebben op twee of meer van deze doelstellingen hebben voorrang op andere.

Art. 4.De aanvragen tot toelage door fondsen of paritaire vormingscentra kunnen betrekking hebben op : 1° sensibilisatie- en promotieacties en adviesverlening die acties, zoals bedoeld in artikel 3, eerste lid, 1°, 2° en 3°, begeleiden of ondersteunen.Paritaire vormingscentra sturen aan op concrete toepassingen en verspreiden goede praktijken. Deze vooruitgang communiceren ze ook regelmatig. Deze sensibilisatie- en promotieacties en adviesverlening dienen gesitueerd in het kader van het indienen van toelageaanvragen, zoals bedoeld in artikel 3; 2° de aanmaak en de ontwikkeling van specifieke meet- of diagnose-instrumenten of hulpmiddelen, die acties, zoals bedoeld in artikel 3, eerste lid, 1°, 2° en 3° begeleiden of ondersteunen.Deze instrumenten of hulpmiddelen kunnen enkel betoelaagd worden indien vaststaat dat, na onderzoek soortgelijke instrumenten of hulpmiddelen niet voorhanden noch bruikbaar zijn. De ontwikkelde instrumenten of hulpmiddelen dienen onmiddellijk bruikbaar te zijn voor werkgevers.

Art. 5.De aanvragen tot toelage door fondsen en paritaire vormingscentra kunnen bovendien betrekking hebben op een gedeeltelijke financiële tegemoetkoming in de premie die, op grond van een collectieve arbeidsovereenkomst, in de zin van de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, wordt toegekend aan oudere werknemers die overstappen van een systeem van nachtploegenarbeid naar een systeem van dagarbeid, overeenkomstig de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 46. Onder nachtploegenarbeid wordt voor de toepassing van dit artikel verstaan, de ploegenarbeid die plaatsvindt tussen 22 uur en 6 uur. HOOFDSTUK III. - Bedrag van de toelage Afdeling 1. - Werkgevers

Art. 6.Het bedrag van de toelage toegekend voor het gebruik van een meetinstrument voor de werkbaarheid van de oudere werknemer of van een diagnose instrument, bedoeld in artikel 3, eerste lid, 1° of 2°, wordt gebracht op 12 euro per werknemer, zonder meer te bedragen dan 70 % van de bewezen kosten.

Het bedrag van de toelage toegekend voor de verbeteringsprojecten bedoeld in artikel 3, eerste lid, 3°, bedraagt 50% van de bewezen kosten gemaakt door de begunstigde met een maximum van 500 euro per betrokken werknemer per maand.

Dit bedrag wordt gebracht op 70% van de bewezen kosten gemaakt door de begunstigde met een maximum van 750 euro per betrokken werknemer per maand, indien het verbeteringsproject bedoeld in artikel 3, eerste lid, 3° gekoppeld is aan het gebruik van een meetinstrument voor de werkbaarheid van de oudere werknemer of het gebruik van een diagnose instrument bedoeld in artikel 3, eerste lid, 1° of 2°.

De toelage in het kader van de verbeteringsprojecten bedoeld in artikel 3, eerste lid, 3° kan slechts toegekend worden voor de daaraan gerelateerde kosten over een maximale periode van 24 maanden. Afdeling 2. - Fondsen en paritaire vormingscentra

Art. 7.Het bedrag van de toelage in het kader van sensibilisatie- en promotieacties en adviesverlening bedoeld in artikel 4, 1°, wordt bepaald in verhouding tot de graad van het behalen van de doelstellingen overeengekomen in het samenwerkingsprotocol bedoeld in artikel 18. Deze doelstellingen houden onder meer rekening met het aantal werknemers van de sector en met het percentage oudere werknemers in deze sector. Het bedrag van de toelage mag de bewezen kost nooit overschrijden, met een maximum van 100.000 euro per sector.

Het bedrag van de toelage in het kader van de aanmaak, en de ontwikkeling van de specifieke instrumenten of hulpmiddelen, zoals bedoeld in artikel 4, 2° bedraagt 70% van de bewezen kost, met een maximum van 25.000 euro per sector.

In het kader van de maatregelen, zoals bedoeld in artikel 5 van dit besluit, die aan oudere werknemers toelaten om over te stappen van een systeem van nachtploegenarbeid, naar een systeem van dagarbeid in het kader van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 46, komt het bedrag van de toelage overeen met de aanvullende vergoeding bepaald in artikel 9, §1 van deze collectieve arbeidsovereenkomst.

De toelage wordt verleend voor de periode vermeld in de collectieve arbeidsovereenkomst, op grond waarvan de premie wordt toegekend, bedoeld in artikel 5, met een maximum duur van 5 jaar. HOOFDSTUK IV. - Toekenningsvoorwaarden en procedure Afdeling 1. - Werkgevers

Onderafdeling 1. - Toekenningsvoorwaarden

Art. 8.De acties bedoeld in artikel 3 moeten beantwoorden aan de volgende voorwaarden : 1° de ondernemingsraad, of bij gebrek daaraan het comité voor preventie en bescherming op het werk, of bij gebrek daaraan de syndicale afvaardiging, of bij gebrek daaraan de betrokken werknemers zelf, hebben een advies verstrekt over de totstandkoming en de uitvoering van de actie die wordt ondernomen;2° de werknemers voor wie de acties bestemd zijn worden ofwel individueel ofwel in groep betrokken bij de totstandkoming en de uitvoering van de acties;3° de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk, of in voorkomend geval de externe dienst voor preventie en bescherming op het werk, heeft een gunstig advies verstrekt over de totstandkoming en de uitvoering van de ondernomen actie.

Art. 9.De werkgever kan slechts aanspraak maken op de toelage indien hij de uitvoering van de acties bedoeld in artikel 3 slechts begint nadat de aanvraag bedoeld in artikel 11 werd ingediend.

Art. 10.Bovendien kan, voor de acties bedoeld in artikel 3, eerste lid, 3° de werkgever slechts aanspraak maken op de toelage, indien hij aan de volgende voorwaarden voldoet : 1° noch in staat van faillissement of van vereffening verkeren, noch een gerechtelijk akkoord hebben verkregen, noch het voorwerp zijn van een procedure van faillietverklaring of van gerechtelijk akkoord;2° zijn sociale zekerheidsbijdragen, directe belastingen en BTW betaald hebben en geen strafrechtelijke veroordeling of administratieve geldboete hebben opgelopen wegens overtreding van de sociale wetgeving bedoeld in artikel 1bis van de wet van 30 juni 1971 betreffende de administratieve geldboeten toepasselijk in geval van inbreuk op sommige sociale wetten, gedurende de laatste twee jaar voor de aanvraag;3° zich er toe verbinden de werknemers waarvoor de actie werd ondernomen gedurende de duur van het project verder te werk te stellen met een minimum van twaalf maanden, behalve wegens ontslag om dringende redenen. Onderafdeling 2. - Procedure

Art. 11.De werkgever die een toelage wil ontvangen, dient bij een ter post aangetekend schrijven of elektronisch een aanvraag in bij de administratie. Hij maakt hierbij gebruik van het als bijlage 1 bij dit besluit gevoegde formulier dat eveneens elektronisch ter beschikking wordt gesteld.

De postdatum bepaalt de volgorde waarin de aanvragen worden onderzocht.

Art. 12.De aanvraag omvat : 1° de identiteit van de werkgever en inzonderheid de naam, het adres en het telefoonnummer van de natuurlijke persoon die de aanvraag doet in naam en voor rekening van de werkgever, het ondernemingsnummer, het paritair comité waaronder de werkgever ressorteert, evenals het bank- of postrekeningnummer;2° het aantal werknemers onderworpen aan het meetinstrument of diagnose instrument of de lijst van werknemers betrokken bij een concreet verbeteringsproject;3° het advies van de ondernemingsraad, of bij gebrek daaraan van het comité voor preventie en bescherming op het werk, of bij gebrek daaraan van de syndicale afvaardiging, of bij gebrek daaraan van de betrokken werknemers zelf, bedoeld in artikel 8, 2°;4° het gunstig advies van de interne of externe dienst voor preventie en bescherming op het werk bedoeld in artikel 8, 3°;5° een concreet stappenplan voor het gebruik van de toegepaste meet- of diagnose-instrumenten;6° de raming van de kosten die de acties vermeld in artikel 3, eerste lid, 1°, 2° en 3° zullen meebrengen.

Art. 13.Bovendien omvat de aanvraag, voor acties vermeld in artikel 3, eerste lid, 3° : 1° het bewijs dat de werkgever zijn directe belastingen betaald heeft;2° de gedetailleerde beschrijving van de actie die zal worden ondernomen met vermelding van inzonderheid het doel, de doelgroep, de inhoud, de toegepaste methodes en de wijze waarop de actie wordt uitgevoerd;3° de verbintenis van de werkgever dat hij de werknemers waarvoor de actie wordt ondernomen gedurende de duur van het project en met een minimum van twaalf maanden verder zal tewerk stellen, behalve wegens ontslag om dringende redenen.

Art. 14.De administratie onderzoekt de aanvraag en brengt binnen een termijn van drie maanden vanaf het ogenblik dat ze in het bezit is van alle elementen bedoeld in de artikelen 12 en 13 een advies uit over de aanvraag bij de Minister.

Het advies stelt inzonderheid vast of de aanvraag inhoudelijk voldoende gemotiveerd is en of aan de toekenningsvoorwaarden is voldaan en vermeldt het bedrag van de toelage. Indien een onderzoek ter plaatse werd ingesteld, wordt het verslag van dat onderzoek gevoegd bij dit advies.

Art. 15.Wanneer de administratie een advies verstrekt waarin wordt voorgesteld op de aanvraag niet of slechts gedeeltelijk in te gaan, stelt zij de werkgever hiervan in kennis volgens de regels bepaald in artikel 16, vierde en vijfde lid.

De werkgever kan binnen een termijn van dertig dagen vanaf de kennisgeving van dit advies zijn bezwaren mededelen aan de Vaste Operationele Commissie opgericht in de Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het werk.

De Vaste Operationele Commissie hoort de werkgever, stelt desgevallend een bijkomend onderzoek in en verstrekt een advies over de toekenning van de toelage binnen een termijn van negentig dagen vanaf de kennisgeving van het advies van de administratie.

Dit advies is met redenen omkleed en wordt ter kennis gebracht van de werkgever volgens de regels bepaald in artikel 16, vierde en vijfde lid.

Art. 16.De Minister neemt een beslissing over de aanvraag binnen een termijn van twee maanden vanaf het advies van de administratie bedoeld in artikel 14 of het advies van de Vaste Operationele Commissie bedoeld in artikel 15.

Indien de Minister binnen de voorgeschreven termijn geen beslissing neemt, geldt het advies bedoeld in artikel 14 of 15 als beslissing.

Wanneer op de aanvraag geheel of gedeeltelijk wordt ingegaan, wordt eveneens het bedrag van de toelage en de berekeningswijze ervan vermeld, evenals de betalingsmodaliteiten.

De beslissing wordt door de administratie bij ter post aangetekend schrijven met ontvangstmelding ter kennis gebracht van de werkgever.

De kennisgeving wordt geacht te hebben plaatsgevonden de derde werkdag die volgt op de dag van de afgifte ter post van het aangetekend schrijven.

De werkgever stelt de ondernemingsraad in kennis van de beslissing, of bij gebrek daaraan het comité voor preventie en bescherming op het werk, of bij gebrek daaraan de syndicale afvaardiging, of bij gebrek daaraan de betrokken werknemers. Afdeling 2. - Fondsen en paritaire vormingscentra

Onderafdeling 1. - Toekenningsvoorwaarden

Art. 17.De fondsen en paritaire vormingscentra die een toelage wensen te ontvangen, dienen daartoe bij een ter post aangetekend schrijven een met redenen omklede aanvraag in bij de administratie. Zij maken hierbij gebruik van het als bijlage 2 toegevoegde model van samenwerkingsprotocol, dat eveneens elektronisch ter beschikking wordt gesteld.

De postdatum bepaalt de volgorde waarin de aanvragen worden onderzocht.

Art. 18.Voor de sensibilisatie- en promotieacties en adviesverlening en voor het ontwikkeling van instrumenten, bedoeld in artikel 4, 1° en 2°, omvat het samenwerkingsprotocol inzonderheid : 1° de identiteitsgegevens van de rechtspersoon en inzonderheid de naam, het adres en het telefoonnummer van de natuurlijke persoon die de aanvraag doet in naam en voor rekening van de rechtspersoon, evenals het bank- of postrekeningnummer;2° de aard en de gedetailleerde beschrijving van de acties met vermelding van inzonderheid de precieze doelstellingen, de inhoud, de toegepaste methodes en de wijze waarop de acties worden uitgevoerd;3° de vooropgestelde indicatoren wat de werkgelegenheidsgraad van de doelgroep betreft;4° de op het gebied van opleiding geleverde inspanningen ten voordele van de doelgroep;5° de menselijke hulpbronnen en materiaal;6° eventuele samenwerkingsverbanden;7° een concreet stappenplan voor de uitvoering van de acties met inbegrip van de communicatie over de acties;8° de kalender van de uitvoering van de maatregelen;9° de raming van de kosten die de acties zullen meebrengen en het financieringsschema, rekening houdend met de verdeling tussen de eventuele partners en met inbegrip van de verwachte toelage;10° de praktische modaliteiten van de berekening van de toelage;11° het tijdstip van evaluatie, de evaluatiemethode en de eventuele bijkomende maatregelen ter verificatie en controle van de aangegane verbintenissen.

Art. 19.Voor de overgang van oudere werknemers van een systeem van nachtarbeid in ploegen, naar een systeem van dagarbeid, bedoeld in artikel 5 omvat de aanvraag vervat in het samenwerkingsprotocol : 1° de identiteitsgegevens van de rechtspersoon en inzonderheid de naam, het adres en het telefoonnummer van de natuurlijke persoon die de aanvraag doet in naam en voor rekening van de rechtspersoon, evenals het bank- of postrekeningnummer;2° het aantal betrokken werknemers waarvoor de toelage gevraagd wordt;3° het schema voor uitvoering van de maatregelen. Onderafdeling 2. - Procedure

Art. 20.De administratie onderzoekt de aanvraag vervat in het samenwerkingsprotocol en brengt binnen een termijn van een maand vanaf het ogenblik dat ze in het bezit is van alle elementen bedoeld in artikel 18 of in artikel 19 een advies uit over de aanvraag bij de Minister.

Het advies stelt inzonderheid vast of de aanvraag inhoudelijk voldoende gemotiveerd is en of aan de toekenningsvoorwaarden is voldaan en vermeldt de berekeningswijze van de toelage. Indien een onderzoek ter plaatse werd ingesteld, wordt het verslag van dat onderzoek gevoegd bij dit advies.

Art. 21.Wanneer de administratie een advies verstrekt waarin wordt voorgesteld op de aanvraag niet of slechts gedeeltelijk in te gaan, stelt zij de aanvrager hiervan in kennis volgens de regels bepaald in artikel 22, tweede en derde lid.

De aanvrager kan binnen een termijn van dertig dagen vanaf de kennisgeving van dit advies zijn bezwaren mededelen aan de Vaste Operationele Commissie opgericht in de Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het werk.

De Vaste Operationele Commissie hoort de aanvrager, stelt desgevallend een bijkomend onderzoek in en verstrekt een advies over de toekenning van de toelage binnen een termijn van negentig dagen vanaf de kennisgeving van het advies van de administratie.

Dit advies is met redenen omkleed en wordt ter kennis gebracht van de aanvrager volgens de regels bepaald in artikel 22, tweede en derde lid.

Art. 22.De Minister neemt een beslissing over de aanvraag binnen een termijn van twee maanden vanaf het advies van de administratie of het advies van de Vaste Operationele Commissie bedoeld in artikel 21.

Indien die beslissing gunstig is wordt zij genoteerd op het samenwerkingsprotocol dat door de Minister gedagtekend en ondertekend wordt en wordt zij ter kennis gebracht van de aanvrager bij ter post aangetekend schrijven met ontvangstmelding.

De kennisgeving wordt geacht te hebben plaatsgevonden de derde werkdag die volgt op de dag van de afgifte ter post van het aangetekend schrijven.

Wanneer op de aanvraag geheel of gedeeltelijk wordt ingegaan vermeldt zij eveneens het bedrag van de toelage evenals de berekeningswijze ervan, evenals de betalingsmodaliteiten. HOOFDSTUK V Betaling van de toelage, verificatie en terugstorting

Art. 23.De toelage wordt slechts uitbetaald nadat de maatregelen vermeld in de artikelen 3, 4 en 5 daadwerkelijk werden getroffen.

De aanvrager legt aan de administratie de bewijskrachtige stukken en, in voorkomend geval, de facturen voor waaruit blijkt dat aan de voorwaarden bedoeld bij of krachtens de wet en dit besluit is voldaan.

De betaling wordt uitgevoerd binnen een termijn van zestig dagen nadat de stukken zijn voorgelegd.

Art. 24.Op de eenmalige, met redenen omklede vraag van de aanvrager, kan de administratie overgaan tot een voorafgaandelijke betaling van ten hoogste 50 % van de toelage.

De betaling van het saldo gebeurt overeenkomstig de bepalingen van artikel 23.

Art. 25.De toezichthoudende ambtenaren stellen de administratie op de hoogte van elke onregelmatigheid die zij vaststellen bij de uitoefening van hun toezichthoudende opdracht en die van invloed kan zijn op de toekenning van de toelage.

Indien de acties uitgevoerd werden zonder dat de wettelijke of reglementaire voorwaarden werden gerespecteerd kan de administratie de toelage geheel of gedeeltelijk terugvorderen.

De administratie stuurt aan de aanvrager een aangetekende brief die de in het tweede lid bedoelde beslissing motiveert.

De werkgever of de andere aanvragers betalen de ten onrechte ontvangen toelage terug binnen de 90 dagen die volgen op de datum vermeld op de aangetekende brief.

Art. 26.De administratie zendt de dossiers van de weerspannige schuldenaars met het oog op de terugvordering naar de Administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen. De door de Administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen ingestelde vervolgingen verlopen op dezelfde wijze als voor het invorderen van de registratierechten. Onder inhouding van de eventuele kosten worden de door de Administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen ingevorderde bedragen overgemaakt aan de Federale Overheidsdienst, bedoeld in artikel 1, 9°. HOOFDSTUK VI. - Specifieke verplichtingen van de administratie.

Art. 27.De administratie stelt jaarlijks een verslag op betreffende de toepassing van de wet en dit besluit.

Dit verslag bevat inzonderheid, onderverdeeld volgens de betrokken paritaire comités : 1° een beschrijving van de acties waarvoor een aanvraag werd ingediend;2° een beschrijving van de acties waarvoor de toelage werd toegekend evenals het bedrag van die toelage;3° een evaluatie van deze acties en een evaluatie van de toepassing van de bepalingen van de wet en dit besluit. Het verslag wordt voor advies meegedeeld aan de Nationale Arbeidsraad.

Het verslag wordt samen met het advies van de Nationale Arbeidsraad meegedeeld aan de Minister. HOOFDSTUK VII. - Overgangsbepalingen

Art. 28.Totdat de Vaste Operationele Commissie in de Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het werk is opgericht worden : 1° de opdrachten bedoeld in artikel 3 uitgeoefend door de opvolgingscommissie van de externe diensten voor preventie en bescherming op het werk;2° de opdrachten bedoeld in de artikelen 15 en 21 uitgeoefend door de Nationale Adviserende Raad voor bevordering van de arbeid opgericht bij het koninklijk besluit van 16 februari 1970 tot oprichting van een Nationale Adviserende Raad en van Provinciale Comités voor bevordering van de arbeid.

Art. 29.Wanneer de Nationale Adviserende Raad voor de bevordering van de arbeid bedoeld in artikel 28, 2° de bezwaren behandeld bedoeld in artikel 15 en 21 zijn alleen de leden die de werknemers of de werkgevers vertegenwoordigen evenals de directeurs-generaal van de in artikel 1, 9° bedoelde Federale Overheidsdienst stemgerechtigd. De overige leden hebben raadgevende stem.

Het advies wordt uitgebracht bij gewone meerderheid van de aanwezige stemgerechtigden.

In geval van staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend HOOFDSTUK VIII. - Slotbepalingen

Art. 30.Het koninklijk besluit van 30 januari 2003 tot vaststelling van de criteria, de voorwaarden en de nadere regels voor de toekenning van de toelage tot ondersteuning van acties die betrekking hebben op de bevordering van de kwaliteit van de arbeidsomstandigheden van oudere werknemers en tot vaststelling van het bedrag van die toelage, wordt opgeheven.

Art. 31.Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de derde maand na die waarin het is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

Art. 32.Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 1 juli 2006.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Werk, P. VANVELTHOVEN _______ Nota's (1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 september 2001, Belgisch Staatsblad van 15 september 2001. Programmawet van 27 december 2004, Belgisch Staatsblad van 31 december 2004.

Koninklijk Besluit van 30 januari 2003; Belgisch Staatsblad van 7 februari 2003.

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 1 juli 2006 tot bevordering van de arbeidsmogelijkheden, kwaliteit van de arbeidsvoorwaarden of de organisatie van de arbeid van oudere werknemers in het kader van het Ervaringsfonds.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Werk, P. VANVELTHOVEN

^