Etaamb.openjustice.be
Decreet van 03 april 2009
gepubliceerd op 04 mei 2009

Decreet houdende de organisatie van co-existentie van genetisch gemodificeerde gewassen met conventionele gewassen en biologische gewassen

bron
vlaamse overheid
numac
2009035368
pub.
04/05/2009
prom.
03/04/2009
ELI
eli/decreet/2009/04/03/2009035368/staatsblad
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

3 APRIL 2009. - Decreet houdende de organisatie van co-existentie van genetisch gemodificeerde gewassen met conventionele gewassen en biologische gewassen


Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : Decreet houdende de organisatie van co-existentie van genetisch gemodificeerde gewassen met conventionele gewassen en biologische gewassen. HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen

Artikel 1.Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.

Art. 2.Overeenkomstig artikel 26bis van richtlijn 2001/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 maart 2001 inzake de doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde organismen in het milieu en tot intrekking van richtlijn 90/220/EEG van de Raad heeft dit decreet de volgende doelstellingen : 1° de keuzevrijheid tussen genetisch gemodificeerde gewassen, conventionele gewassen en biologische gewassen vrijwaren op het niveau van de landbouwer;2° de economische schade in een conventioneel gewas of een biologisch gewas voorkomen die zou kunnen voortvloeien uit de toevallige aanwezigheid van door de Europese Unie voor de teelt toegelaten genetisch gemodificeerde planten of delen van planten boven de in de Europese regelgeving vastgelegde zuiverheidsnormen en tolerantiedrempels voor etikettering van genetisch gemodificeerde producten.

Art. 3.Voor de toepassing van dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten wordt verstaan onder : 1° genetisch gemodificeerd gewas : een gewas, bestaande uit planten of reproductieve delen van planten waarvan het genetisch materiaal veranderd is op een wijze die van nature door voortplanting en/of door natuurlijke recombinatie niet mogelijk is.Volgens deze definitie : a) vindt in elk geval genetische modificatie plaats indien een van de in bijlage I A, deel 1, van het koninklijk besluit van 21 februari 2005Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 21/02/2005 pub. 24/02/2005 numac 2005022132 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Koninklijk besluit tot reglementering van de doelbewuste introductie in het leefmilieu evenals van het in de handel brengen van genetisch gemodificeerde organismen of van producten die er bevatten sluiten tot reglementering van de doelbewuste introductie in het leefmilieu evenals van het in de handel brengen van genetisch gemodificeerde organismen of van producten die er bevatten genoemde technieken worden toegepast;b) worden de in bijlage I A, deel 2, van het koninklijk besluit van 21 februari 2005Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 21/02/2005 pub. 24/02/2005 numac 2005022132 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Koninklijk besluit tot reglementering van de doelbewuste introductie in het leefmilieu evenals van het in de handel brengen van genetisch gemodificeerde organismen of van producten die er bevatten sluiten tot reglementering van de doelbewuste introductie in het leefmilieu evenals van het in de handel brengen van genetisch gemodificeerde organismen of van producten die er bevatten genoemde technieken niet beschouwd als technieken die tot genetische modificatie leiden;2° biologisch gewas : gewas waarvan de productie bestemd is om een aanduiding te dragen die verwijst naar de biologische productiewijze, in overeenstemming met artikel 2, a), van verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad van 28 juni 2007 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van verordening (EEG) nr. 2092/91; 3° conventioneel gewas : gewas dat niet onder de biologische teelt valt en dat geteeld wordt uit materiaal dat niet van een etiket voorzien is waarop staat dat het een genetisch gemodificeerd organisme is of een genetisch gemodificeerd organisme bevat;4° landbouwer : de landbouwer, zoals vermeld in artikel 2, 7°, van het decreet van 22 december 2006Relevante gevonden documenten type decreet prom. 22/12/2006 pub. 22/01/2007 numac 2007035045 bron vlaamse overheid Decreet houdende inrichting van een gemeenschappelijke identificatie van landbouwers, exploitaties en landbouwgrond in het kader van het meststoffenbeleid en van het landbouwbeleid sluiten tot inrichting van een gemeenschappelijke identificatie van landbouwers, exploitaties en landbouwgrond in het kader van het meststoffenbeleid en van het landbouwbeleid;5° loonwerker : bedrijf of ondernemer die werkzaam is in de landbouw en die bepaalde werkzaamheden van een landbouwer voor loon verricht, zoals grondbewerking, zaaien, oogsten;6° isolatieafstand : afstand tussen de rand van een genetisch gemodificeerde teelt en de dichtst bijgelegen rand van een conventionele of biologische teelt van hetzelfde gewas waarbinnen de teeltvoorwaarden nageleefd moeten worden en die per soort van genetisch gemodificeerde gewassen door de Vlaamse Regering wordt bepaald;7° meldingsafstand : afstand te meten vanaf de rand van een perceel met een genetisch gemodificeerde teelt waarbinnen de verplichte intentieverklaring nageleefd moet worden en die per soort van genetisch gemodificeerde gewassen door de Vlaamse Regering wordt bepaald;8° Fonds : het Fonds voor Landbouw en Visserij, dat tot stand is gebracht bij het decreet van 19 mei 2006Relevante gevonden documenten type decreet prom. 19/05/2006 pub. 18/07/2006 numac 2006036104 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de oprichting en de werking van het Fonds voor Landbouw en Visserij sluiten betreffende de oprichting en de werking van het Fonds voor Landbouw en Visserij;9° bevoegde instantie : het door de Vlaamse Regering aangewezen beleidsdomein dat bevoegd is om het huidige decreet uit te voeren en de toepassing ervan te controleren;10° perceel : perceel landbouwgrond zoals gedefinieerd in artikel 2, 1bis, van verordening (EG) nr.796/2004; 11° intentieverklaring : een verklaring waarin de intentie van de teelt van een genetisch gemodificeerd gewas wordt gemeld;12° cultuurcontract : een overeenkomst waarbij een perceel voor een duur van minder dan één jaar in gebruik gegeven wordt, en waarbij de exploitant, na de voorbereidings- en bemestingswerkzaamheden te hebben uitgevoerd, het genot daarvan voor een bepaalde teelt aan een derde afstaat tegen betaling;13° commissie : een evenwichtig samengesteld orgaan met voldoende wetenschappelijk inhoudelijke basiskennis inzake co-existentiemaatregelen dat in het leven geroepen wordt om onder andere bezwaarschriften van landbouwers en aanvragen tot schadevergoedingen te beoordelen.

Art. 4.Dit decreet is van toepassing op elke landbouwer en elk bedrijf of persoon die tussenbeide komt in de teelt en de oogst van zowel conventionele, biologische als van genetisch gemodificeerde gewassen waarvan de teelt is toegestaan conform de richtlijn 2001/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 maart 2001 inzake de doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde organismen in het milieu en tot intrekking van richtlijn 90/220/EEG van de Raad en conform verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders. Elk gewas valt onder het toepassingsgebied van dit decreet tot aan de eerste stockage van het gewas. HOOFDSTUK II. - Voorwaarden voor de teelt van genetisch gemodificeerde gewassen

Art. 5.§ 1. De landbouwer die de bedoeling heeft om een genetisch gemodificeerd gewas te telen brengt de bevoegde instantie op de hoogte van zijn voornemen tot teelt van een genetisch gemodificeerd gewas en legt hierbij een attest voor waarin aangetoond wordt een opleiding rond de teelt van genetisch gemodificeerde gewassen gevolgd te hebben.

De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels met betrekking tot de wijze waarop de kennisgeving moet gebeuren, de inhoud en het tijdstip van de kennisgeving. De Vlaamse Regering bepaalt bovendien de modaliteiten met betrekking tot de manier waarop de bevoegde instantie deze dossiers zal beheren.

De Vlaamse Regering bepaalt bovendien de verdere modaliteiten betreffende de opleiding. § 2. De landbouwer die de bedoeling heeft om een genetisch gemodificeerd gewas te telen, brengt de volgende landbouwers hiervan op de hoogte aan de hand van een intentieverklaring : 1° alle landbouwers die percelen bewerken waarvan de randen zich geheel of gedeeltelijk bevinden binnen de meldingsafstand;2° degene met wie hij een cultuurcontract heeft gesloten voor het perceel waarop hij het genetisch gemodificeerde gewas wenst te telen. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels met betrekking tot de wijze waarop de intentieverklaring moet gebeuren, de inhoud en het tijdstip van de intentieverklaring. § 3. De landbouwers die percelen bewerken waarvan de randen zich geheel of gedeeltelijk binnen de isolatieafstand bevinden, hebben het recht om hiertegen bezwaar aan te tekenen bij de commissie. Er kan enkel bezwaar worden aangetekend op basis van een gemotiveerd eigen economisch belang.

De Vlaamse Regering kan de nadere regels bepalen met betrekking tot de wijze waarop de indiening en de bekendmaking van een bezwaarschrift moet gebeuren, de inhoud en het tijdstip van het bezwaarschrift.

De Vlaamse Regering bepaalt verder wat verstaan moet worden onder eigen economisch belang. § 4. De landbouwer die een genetisch gemodificeerd gewas teelt, brengt de volgende personen of instanties hiervan schriftelijk op de hoogte na inschrijving in het register, vermeld in artikel 11, en : 1° uiterlijk vijftien dagen na de datum van de zaai of het planten : de eigenaar van het perceel waarop hij het genetisch gemodificeerde gewas teelt in het geval de landbouwer niet de eigenaar is van dit perceel;2° voorafgaand aan het uitoefenen van enige activiteit op het perceel met het genetisch gemodificeerd gewas : a) elke loonwerker die, naast de landbouwer die een genetisch gemodificeerd gewas teelt of zal telen, tussenbeide komt in de teelt of de oogst van het genetisch gemodificeerd gewas door het stellen van eender welke teelthandeling;b) alle landbouwers met wie hij mogelijk landbouwmachines deelt die gebruikt worden in de teelt van het genetisch gemodificeerd gewas, ongeacht of de machines zijn eigendom zijn. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels met betrekking tot de wijze waarop de kennisgeving moet gebeuren en de inhoud van de kennisgeving.

De Vlaamse Regering kan per genetisch gemodificeerd gewas bovendien andere betrokkenen binnen een vast te leggen zone aanduiden die door de landbouwer op de hoogte gebracht dienen te worden op het hiervoor vast te leggen ogenblik. Deze andere betrokkenen kunnen eveneens een bezwaar aantekenen op voorwaarde dat ze een eigen economisch belang kunnen aantonen. § 5. De intentieverklaring kan, mits akkoord van zowel de landbouwer met de intentie tot de teelt van een genetisch gemodificeerd gewas als van elk van de landbouwers vermeld in § 2 een verklaring bevatten waarbij de landbouwer met de intentie tot de teelt van een genetisch gemodificeerd gewas er zich toe verbindt om, van zodra er economische schade ontstaat zoals bepaald in artikel 14, § 1, tenminste het gedeelte van de teelt op te kopen waarbij er vermenging ontstaan is en dat gelegen is binnen de meldingsafstand.

Art. 6.§ 1. Loonwerkers, gedefinieerd in artikel 3, 5°, die tussenbeide komen in de teelt of de oogst van een genetisch gemodificeerd gewas, moeten een attest van opleiding kunnen voorleggen aan de opdrachtgevende landbouwer. Deze opleiding is gelijk aan deze voor landbouwers overeenkomstig artikel 5, § 1. § 2. Elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die, naast de landbouwer die van plan is een genetisch gemodificeerd gewas te telen, tussenbeide komt in de teelt of de oogst van een genetisch gemodificeerd gewas door het stellen van eender welke teelthandeling, moet geïnformeerd worden door de opdrachtgevende landbouwer over de voor de tussenkomst relevante teeltvoorwaarden. De landbouwer blijft in dit geval verantwoordelijk voor de teelthandelingen en de eventuele vermenging die hierdoor kan optreden.

De Vlaamse Regering bepaalt op welke wijze deze informatie dient verschaft te worden.

Art. 7.§ 1. In het geval dat er geen bezwaren aangetekend worden, of dat de bezwaren door de commissie niet ontvankelijk of niet gegrond zijn verklaard, betaalt de landbouwer met de intentie tot teelt van een genetisch gemodificeerd gewas binnen de vijftien dagen na ontvangst van de kennisgeving van deze beslissing een bijdrage aan het Fonds. Binnen de vijftien dagen na registratie van de betaling wordt de teelt door de bevoegde instantie ingeschreven in het register, vermeld in artikel 11. De inschrijving in het register geeft de landbouwer met de intentie tot teelt van een genetisch gemodificeerd gewas de zekerheid dat hij dit gewas mag zaaien of planten met bescherming door het Fonds zoals voorzien in dit decreet, onverminderd de andere opgelegde voorwaarden in dit decreet. De bevoegde instantie deelt gelijktijdig met de inschrijving in het register deze inschrijving schriftelijk mee aan de betrokken landbouwer met de intentie tot de teelt van een genetisch gemodificeerd gewas.

Bijdragen dienen per teelt en per jaar betaald te worden. Voor teelten die herhaald worden binnen hetzelfde jaar, moet voor elke vegetatieperiode een kennisgeving en intentieverklaring overgemaakt worden overeenkomstig artikel 5, en een bijdrage betaald worden. Deze bijdragen worden uitsluitend aangewend voor het volledig of gedeeltelijk vergoeden van geleden economische schade als vermeld in artikel 14, en de hieraan verbonden directe en indirecte kosten. De Vlaamse Regering bepaalt nader het bedrag van de bijdrage, de betalingswijze aan het Fonds en de verdere modaliteiten voor de aanwending van de geïnde bijdragen en de bestuurlijke geldboeten, vermeld in artikel 17.

De bijdragen zijn jaarlijks herzienbaar. § 2. Onverminderd de bepalingen in § 1 is de bijdrage aan het Fonds niet verschuldigd indien de intentieverklaring aangevuld is met een verbintenis zoals aangegeven in artikel 5, § 5.

Binnen de vijftien dagen na registratie van deze intentieverklaring met verbintenis wordt de teelt door de bevoegde instantie ingeschreven in het register, vermeld in artikel 11. De inschrijving in het register geeft de landbouwer met de intentie tot teelt van een genetisch gemodificeerd gewas de zekerheid dat hij dit gewas mag zaaien of planten met bescherming door het Fonds zoals voorzien in dit decreet, onverminderd de andere opgelegde voorwaarden in dit decreet. § 3. De artikelen in de besluiten van de Vlaamse Regering genomen met betrekking tot het vastleggen van het bedrag van de bijdrage, vermeld in § 1, tweede lid, zijn van rechtswege opgeheven met terugwerkende kracht tot de datum van hun inwerkingtreding wanneer ze niet door de wetgever werden bekrachtigd binnen de achttien maanden volgend op hun bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.

Art. 8.§ 1. De Vlaamse Regering bepaalt per genetisch gemodificeerd gewas de teeltvoorwaarden die bijdragen tot de doelstellingen, vermeld in artikel 2, waar onder meer rekening gehouden wordt met enerzijds de professionele en anderzijds de niet-professionele gebruiker. De Vlaamse Regering kan desgevallend bijkomende maatregelen opleggen in het kader van de teeltvoorwaarden voor het gebruik van genetisch gemodificeerde gewassen door niet-professionele gebruikers. De Vlaamse Regering vraagt hierbij voorafgaand het advies van de Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij, de SERV en de Minaraad. § 2. De Vlaamse Regering kan, op strikt vrijwillig verzoek en schriftelijk akkoord van alle betrokken landbouwers die in een bepaalde zone gronden bewerken, deze zone reserveren voor uitsluitend niet-genetisch gemodificeerde rassen van één of meerdere specifieke gewassen. Het betreffen uitsluitend gewassen waarvoor reeds genetisch gemodificeerde rassen toegelaten zijn voor teelt binnen de Europese Unie.

Voor zover de Vlaamse Regering gebruik maakt van deze mogelijkheid, kan zij verdere modaliteiten bepalen met betrekking tot onder meer het indienen van het verzoekschrift tot reservering voor niet-genetisch gemodificeerde rassen, de minimale omvang van de geografisch aaneensluitende zone, de duur van de reservering, de wijze waarop een beslissing genomen wordt, de wijze waarop reservering teniet gedaan wordt en de communicatie naar de betrokkenen en naar derden. HOOFDSTUK III. - Commissie

Art. 9.§ 1. De « commissie co-existentie van conventionele, biologische en genetisch gemodificeerde gewassen », hierna de commissie genoemd, wordt opgericht. § 2. De commissie bestaat uit negen stemgerechtigde leden, waaronder een voorzitter, die de vergaderingen van de commissie voorzit en de commissie naar buiten toe vertegenwoordigt.

De commissie bestaat uit : 1° een vertegenwoordiger van het Agentschap voor Landbouw en Visserij, dit lid treedt tevens op als voorzitter;2° een vertegenwoordiger van het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek;3° twee vertegenwoordigers, aangeduid door het departement Landbouw en Visserij, afdeling Duurzame Landbouwontwikkeling, waarvan één uit de cel biolandbouw;4° een vertegenwoordiger, aangeduid door het beleidsdomein Economie, Wetenschap en Innovatie;5° een vertegenwoordiger, aangeduid door het beleidsdomein Leefmilieu, Natuur en Energie;6° twee wetenschappelijke experten, verbonden aan een Vlaamse wetenschappelijke instelling;7° een expert, aangeduid door de leden van de Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij. De commissie kan bovendien tijdelijk en in functie van de concrete dossiers beroep doen op andere vertegenwoordigers van de diensten en instellingen van de Vlaamse overheid en externe deskundigen.

Het secretariaat van de commissie wordt waargenomen door een ambtenaar van de bevoegde instantie.

De Vlaamse Regering benoemt de leden van de commissie. De duur van het mandaat bedraagt vijf jaar. Het mandaat is hernieuwbaar.

Art. 10.§ 1. De commissie beoordeelt de ingediende bezwaarschriften op basis van het eigen economisch belang van de betrokken landbouwer.

De Vlaamse Regering legt nadere regels vast hoe de beoordeling van de ingediende bezwaarschriften dient te gebeuren.

De commissie kan in haar beslissing bijkomende maatregelen opleggen ten behoeve van co-existentie.

De Vlaamse Regering bepaalt de termijn waarbinnen deze beslissing moet genomen en meegedeeld worden aan de indiener van het bezwaar en aan de betrokken landbouwer met de intentie tot teelt van een genetisch gemodificeerd gewas. § 2. De commissie beoordeelt aanvragen tot schadevergoeding en bepaalt de waarde van de geleden schade.

De Vlaamse Regering legt nadere regels vast hoe de beoordeling van aanvragen tot schadevergoeding en de bepaling van de waarde van de geleden schade dient te gebeuren.

De Vlaamse Regering bepaalt de termijn waarbinnen deze beoordeling moet gebeuren en meegedeeld worden aan de indiener van de eis tot schadevergoeding. § 3. De commissie stelt jaarlijks een evaluatie- en activiteitenrapport op. De Vlaamse Regering bepaalt de minimale inhoud, de termijn en de verdere modaliteiten van dit rapport. § 4. De Vlaamse Regering bepaalt de verdere modaliteiten van de taakstelling en de werking van de commissie. HOOFDSTUK IV. - Monitoring

Art. 11.De bevoegde instantie houdt een register bij van de teelt van genetisch gemodificeerde gewassen. De Vlaamse Regering vaardigt nadere regels uit over hoe de benodigde gegevens verzameld en beheerd worden, over de vorm en de inhoud van het register, en bepaalt de modaliteiten met betrekking tot de openbaarheid van het register. De gegevens van het register kunnen bezorgd worden aan de federale administratie, bevoegd voor het houden van het lokalisatieregister van genetisch gemodificeerde gewassen.

Art. 12.De landbouwer die een genetisch gemodificeerd gewas teelt, deelt aan de bevoegde instantie elk onverwacht of abnormaal feit dat deze landbouwer heeft waargenomen in verband met de co-existentie op de percelen van genetisch gemodificeerde gewassen of in hun omgeving zo snel mogelijk mee.

De landbouwers, zoals vermeld in artikel 5, § 2, kunnen eveneens elk onverwacht of abnormaal feit dat deze landbouwers hebben waargenomen in verband met de co-existentie op de percelen van genetisch gemodificeerde gewassen of in hun omgeving aan de bevoegde instantie meedelen.

Een landbouwer houdt de gegevens bij zoals nodig geacht door de Vlaamse Regering over de geteelde rassen, de teelthandelingen en het transport tot aan de eerste stockage. Dit zonder afbreuk te doen aan de verplichtingen betreffende traceerbaarheid en etikettering zoals voorgeschreven door verordening (EG) nr.1830/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende de traceerbaarheid en etikettering van genetisch gemodificeerde organismen en de traceerbaarheid van met genetisch gemodificeerde organismen geproduceerde levensmiddelen en diervoeders en tot wijziging van richtlijn 2001/18/EG. De landbouwer stelt die gegevens ter beschikking op elk verzoek van de bevoegde instantie, gedurende een periode die de Vlaamse Regering vaststelt.

Art. 13.De bevoegde instantie brengt de bevoegde federale administratie op de hoogte van elke inlichting waaruit blijkt dat een landbouwer betrokken is bij de teelt van een niet op de Europese markt toegestaan genetisch gemodificeerd gewas. HOOFDSTUK V. - Economische schade en aansprakelijkheid

Art. 14.§ 1. Onder economische schade wordt verstaan de minwaarde van een oogst die vermengd werd met sporen van een op Europees niveau voor de teelt toegelaten genetisch gemodificeerde ras boven de in de Europese regelgeving vastgelegde zuiverheidsnormen en tolerantiedrempels voor etikettering van genetisch gemodificeerde producten. Enkel een perceel dat zich geheel of gedeeltelijk binnen de meldingsafstand bevindt van de teelt van dit genetisch gemodificeerd gewas komt in aanmerking voor een schadevergoeding door het Fonds. De vermenging wordt in dit geval geacht ontstaan te zijn ten gevolge van de teelt van dit genetisch gemodificeerd gewas, tenzij echter met bewijzen kan aangetoond worden dat de teelt van dit betreffende genetisch gemodificeerde gewas onmogelijk de oorzaak kan zijn van de vastgestelde schade.

De minwaarde is het verschil tussen de marktprijs van een oogst die voorzien is van een etiket waarop staat dat die oogst genetisch gemodificeerde organismen bevat in overeenstemming met de van kracht zijnde Europese regelgeving rond etikettering, en de marktprijs van een gelijksoortige oogst. De marktprijs van een gelijksoortige oogst is in het geval van conventionele gewassen de prijs die verkregen wordt wanneer het niet voorzien is van een etiket waarop staat dat het genetisch gemodificeerde organismen bevat, in overeenstemming met de van kracht zijnde Europese regelgeving. De marktprijs van een gelijksoortige oogst is in het geval van biologische gewassen de prijs die verkregen wordt wanneer het op de markt gebracht is als een product dat beantwoordt aan de voorschriften voor producten, gewaarborgd als voortkomend uit de biologische landbouw, overeenkomstig de geldende Europese regelgeving inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten.

Indien de productie niet op de markt kan worden gebracht wegens de vermenging met genetisch gemodificeerde planten, wordt de economische schade als volgt bepaald. De economische schade wordt gelijkgesteld met het verschil tussen de marktprijs van een gelijksoortige oogst, zoals hierboven gedefinieerd, en de restwaarde. De restwaarde is in voorkomend geval de waarde van de oogst voor intern gebruik binnen het bedrijf van de landbouwer of de waarde van elke andere herwaardering van die oogst. § 2. De economische schade wordt in voorkomend geval vermeerderd met de extra verliezen die veroorzaakt zijn door elke declassering of schorsing van een perceel of product, van een deel of van de totaliteit van het landbouwbedrijf. § 3. Voor alle productietypes wordt de economische schade, gedefinieerd in § 1, in voorkomend geval vermeerderd met de kosten die verbonden zijn aan de vernietiging van de oogst. De Vlaamse Regering kan de voorwaarden bepalen waaronder de oogst moet worden vernietigd en bepaalt de modaliteiten waaronder de vernietiging moet gebeuren. § 4. De Vlaamse Regering kan met betrekking tot de economische schade nadere bepalingen vastleggen.

Art. 15.§ 1. Een landbouwer die economische schade, zoals gedefinieerd in artikel 14, heeft geleden op een perceel dat geheel of gedeeltelijk binnen de meldingsafstand ligt, kan een aanvraag tot schadevergoeding indienen bij de commissie, uiterlijk op 30 juni van het tweede kalenderjaar, volgend op dat waarin het betreffende gewas geoogst werd.

Zonder afbreuk te doen aan het verhaal van de betrokken partijen voor de burgerlijke rechter wordt de economische schade volledig of gedeeltelijk vergoed door het Fonds voor zover : 1° de benadeelde landbouwer geen genetisch gemodificeerd gewas van dezelfde soort teelt;2° de benadeelde landbouwer een niet-genetisch gemodificeerd ras van dezelfde soort teelt. Indien de landbouwer die een genetisch gemodificeerd gewas teelt of de persoon zoals vermeld in artikel 5, § 4, 2°, a), die gewerkt heeft op een perceel met een genetisch gemodificeerd gewas binnen de meldingsafstand, niet in regel is met de opgelegde teeltvoorwaarden, zal hij zelf gehouden worden de daardoor opgetreden economische schade te vergoeden.

De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels met betrekking tot de wijze waarop een aanvraagdossier tot schadevergoeding moet gebeuren en de inhoud van de aanvraag. De Vlaamse Regering bepaalt de verdere modaliteiten waaronder een vergoeding kan verkregen worden en de manier waarop, in voorkomend geval, de uitbetaalde vergoeding teruggevorderd kan worden. § 2. Landbouwers die naar aanleiding van het voorleggen van de intentieverklaring een bezwaar hebben ingediend waarin de intentie tot de teelt van eenzelfde gewas als het betreffende genetisch gemodificeerde gewas werd aangehaald als zijnde het eigen economisch belang, en waarvan het bezwaar door de commissie toch ongegrond werd verklaard, kunnen schadevergoeding eisen, vergoed door het Fonds, mocht er zich toch schade voordoen zoals gedefinieerd in artikel 14 aan dezelfde plantensoort op het perceel dat geheel of gedeeltelijk binnen de isolatieafstand ligt. § 3. Onverminderd de bepalingen in § 1 kan er bij de commissie geen schadevergoeding aangevraagd worden indien de intentieverklaring een verbintenis bevat zoals aangegeven in artikel 5, § 5. § 4. De schadevergoeding, vermeld in § 1, kan geweigerd worden indien de landbouwer die de economische schade heeft geleden, door zijn gedrag of zijn handelingen heeft kunnen bijdragen tot de vermenging van een genetisch gemodificeerde gewas met zijn conventionele of biologische gewas. HOOFDSTUK VI. - Toezicht

Art. 16.§ 1. De ambtenaren die de Vlaamse Regering aanwijst, houden toezicht op de uitvoering van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan.

De ambtenaren kunnen niet de hoedanigheid hebben van officier van gerechtelijke politie. § 2. De ambtenaren, vermeld in § 1, mogen bij de uitoefening van hun opdracht elk onderzoek, elke controle en elke enquête instellen en alle inlichtingen inwinnen die zij nodig achten om zich ervan te vergewissen dat de decreets- en uitvoeringsbepalingen worden nageleefd. Zonder afbreuk te doen aan de regelgeving inzake privacy kunnen de toezichthouders daarbij ook vaststellingen doen met audiovisuele middelen.

In het kader van hun opdracht kunnen zij meer bepaald : 1° personen ondervragen over feiten die relevant zijn voor de uitoefening van het toezicht;2° inzage nemen van alle boeken en bescheiden die vereist zijn voor het volbrengen van hun opdracht;3° stalen nemen van gewassen met het oog op de analyse ervan;4° andere stalen nemen of laten nemen dan die, vermeld in 3°, met het oog op de ontleding ervan;5° de gronden vrij betreden;6° de noodzakelijke bewarende maatregelen nemen. Toezichthouders hebben een legitimatiebewijs bij zich en tonen dat desgevraagd onmiddellijk.

De Vlaamse Regering bepaalt wie het legitimatiebewijs verleent, alsook het model en de inhoud ervan. § 3. De ambtenaren, vermeld in § 1, zijn bevoegd om in geval van inbreuk, een verslag van vaststelling op te stellen. Zij bezorgen dit verslag van vaststelling onmiddellijk aan de bevoegde instantie. Voor zover bekend, wordt aan de vermoedelijke overtreder kennis gegeven van een kopie van het verslag van vaststelling.

De Vlaamse Regering kan nadere voorwaarden bepalen met betrekking tot het verslag van vaststelling. § 4. De ambtenaren, vermeld in § 1, kunnen binnen de bevoegdheden die hen overeenkomstig het decreet zijn toegewezen, mondelinge of schriftelijke raadgevingen, aanmaningen en bevelen geven. § 5. De ambtenaren, vermeld in § 1, of daartoe specifiek aangestelde bevoegde personen of organisaties kunnen monsters nemen en die door een daartoe erkend laboratorium laten ontleden.

De Vlaamse Regering stelt de nadere regels vast voor de staalname en analyse van de monsters.

De Vlaamse Regering stelt de nadere regels vast voor de voorwaarden voor de erkenning van laboratoria en de manier waarop die erkenning wordt aangevraagd, verleend en volledig of gedeeltelijk kan worden ingetrokken. HOOFDSTUK VII. - Bestuurlijke geldboete

Art. 17.§ 1. Inbreuken op dit decreet en op de besluiten tot uitvoering ervan kunnen worden bestraft met een bestuurlijke geldboete.

De aangewezen ambtenaar, vermeld in artikel 16, § 1, beslist overeenkomstig de voorwaarden die de Vlaamse Regering bepaalt, of voor de inbreuk een bestuurlijke geldboete moet worden voorgesteld. Aan de betrokkene moet wel eerst de mogelijkheid worden geboden om zijn verweermiddelen schriftelijk naar voren te brengen. § 2. De beslissing van de aangewezen ambtenaar is met redenen omkleed.

Wordt beboet met een bestuurlijke geldboete van 200 euro : 1° hij die een genetisch gemodificeerd gewas teelt zonder de in artikel 5, § 1, vermelde instantie tijdig en op de daarvoor vastgelegde wijze op de hoogte te brengen;2° hij die een genetisch gemodificeerd gewas teelt zonder aan de in artikel 5, § 2, vermelde personen tijdig en op de daarvoor vastgelegde wijze de intentieverklaring over te maken;3° hij die een genetisch gemodificeerd gewas teelt zonder de in artikel 5, § 4, vermelde personen tijdig en op de daarvoor vastgelegde wijze op de hoogte te brengen;4° hij die de in uitvoering van artikel 8, § 1, van dit decreet door de Vlaamse Regering per genetisch gemodificeerd gewas vastgelegde teeltvoorwaarden niet eerbiedigt, tenzij door hem kan aangetoond worden dat hij niet op de hoogte was of werd gebracht van het genetisch gemodificeerd karakter van de betrokken teelt, overeenkomstig artikel 5, § 4;5° hij die als loonwerker tussenbeide komt of tussenbeide gekomen is bij de teelt van een genetisch gemodificeerd gewas zonder hiervoor de opgelegde opleiding gevolgd te hebben. Wordt beboet met een bestuurlijke geldboete van 400 euro, hij die niet toestemt in of zich verzet tegen de bezoeken, de controles, de inspecties, het toezicht of de monsternemingen, verricht door toezichthoudende ambtenaren die overeenkomstig artikel 16 zijn aangewezen en die gemachtigd zijn om inbreuken op dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten op te sporen en vast te stellen.

Wordt beboet met een bestuurlijke geldboete van 1000 euro, hij die te kwader trouw is en moedwillig genetisch gemodificeerd materiaal vermengd heeft met zijn oogst om in aanmerking te komen voor een schadevergoeding door het Fonds.

Dit bedrag wordt altijd vermeerderd met de opdeciemen vastgesteld voor de strafrechtelijke geldboeten. Bovendien worden de expertisekosten, die de kosten voor staalnames en analyses omvatten en die zijn uitgevoerd in het kader van artikel 16, ten laste gelegd van de overtreder. § 3. Bij een samenloop van inbreuken worden de bedragen van de bestuurlijke geldboeten samengevoegd. De som van de samengevoegde boeten mag niet hoger zijn dan het dubbele van het bedrag voor de inbreuk met de hoogste boete. § 4. Bij herhaling van eenzelfde inbreuk binnen drie jaar na de vorige wordt de boete verdubbeld. § 5. De beslissing wordt aan de betrokkene bekendgemaakt met een aangetekende brief, samen met een verzoek tot betaling van de boete binnen de door de Vlaamse Regering vastgestelde termijn. De betaling van de bestuurlijke geldboete maakt een einde aan de vordering van de bevoegde instantie. § 6. Als de betrokkene de bestuurlijke geldboete en de expertisekosten niet binnen de vastgestelde termijn betaalt, vordert de ambtenaar de veroordeling tot de bestuurlijke geldboete en de expertisekosten in door middel van een dwangbevel. Het dwangbevel wordt geviseerd en uitvoerbaar verklaard door een ambtenaar die de Vlaamse Regering daartoe aanwijst.

Op het dwangbevel zijn de bepalingen van toepassing van deel V van het gerechtelijk Wetboek houdende bewarend beslag en middelen van tenuitvoerlegging.

Het dwangbevel wordt betekend aan de betrokkene bij deurwaardersexploot.

Binnen een termijn van dertig dagen na de ontvangst van het dwangbevel kan de schuldenaar verzet doen door het Vlaamse Gewest te laten dagvaarden.

Het verzet schorst de tenuitvoerlegging. Het Vlaamse Gewest kan de rechter verzoeken om de schorsing van de tenuitvoerlegging op te heffen. § 7. Op grond van het uitvoerbaar verklaard dwangbevel en tot zekerheid van de voldoening van de opgelegde bestuurlijke geldboeten en, in voorkomend geval, de bijbehorende expertisekosten heeft het Vlaamse Gewest een algemeen voorrecht op alle roerende goederen van de schuldenaar en kan het een wettelijke hypotheek nemen op al de daarvoor vatbare en in het Vlaamse Gewest gelegen of geregis-treerde goederen van de schuldenaar.

Het voorrecht neemt rang in onmiddellijk na de voorrechten die vermeld zijn in de artikelen 19 en 20 van de wet van 16 december 1851 en in artikel 23 van boek II van het Wetboek van Koophandel. De rang van de wettelijke hypotheek wordt bepaald door de dagtekening van de inschrijving die genomen wordt krachtens het uitvoerbaar verklaarde en betekende dwangbevel.

De hypotheek wordt ingeschreven op verzoek van de ambtenaar, vermeld in § 1. De inschrijving heeft plaats, niettegenstaande verzet, betwisting of beroep, op voorlegging van een afschrift van het dwangbevel dat eensluidend wordt verklaard door die ambtenaar en dat melding maakt van de betekening ervan.

Artikel 447, tweede lid, van boek III van het Wetboek van Koophandel met betrekking tot het faillissement, de bankbreuk en het uitstel van betaling, is niet van toepassing op de wettelijke hypotheek inzake de opgelegde bestuurlijke geldboeten en, in voorkomend geval, de bijbehorende expertisekosten waarvoor een dwangbevel werd uitgevaardigd en waarvan betekening aan de schuldenaar is gedaan voor het vonnis van faillietverklaring. § 8. Een bestuurlijke geldboete kan niet meer worden opgelegd vijf jaar na het feit dat een inbreuk als vermeld in dit decreet oplevert.

De daden van onderzoek of van vervolging, verricht binnen deze termijn van vijf jaar, stuiten de loop ervan. Met die daden begint een nieuwe termijn van gelijke duur te lopen, zelfs ten aanzien van personen die daarbij niet betrokken waren. § 9. De Vlaamse Regering kan nadere procedureregels voor de bestuurlijke geldboete bepalen. De bestuurlijke geldboeten worden gestort op de rekening van het Fonds. § 10. De rechtspersoon waarvan de overtreder orgaan of aangestelde is, is eveneens aansprakelijk voor de betaling van de bestuurlijke geldboete. § 11. De aangewezen ambtenaar, vermeld in artikel 16, § 1, beslist over de gemotiveerde verzoeken om herziening van de bestuurlijke geldboete, die de betrokkene per aangetekend schrijven tot hem richt. HOOFDSTUK VIII. - Slotbepalingen

Art. 18.Aan artikel 4, § 1, van het decreet van 19 mei 2006Relevante gevonden documenten type decreet prom. 19/05/2006 pub. 18/07/2006 numac 2006036104 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de oprichting en de werking van het Fonds voor Landbouw en Visserij sluiten betreffende de oprichting en de werking van het Fonds voor Landbouw en Visserij wordt een punt 13° toegevoegd, dat luidt als volgt : « 13° de geldboeten en de bijdragen opgelegd in uitvoering van het decreet houdende de organisatie van co-existentie van genetisch gemodificeerde gewassen met conventionele gewassen en biologische gewassen. »

Art. 19.Binnen twee jaar na inwerkingtreding van dit decreet legt de minister bevoegd voor landbouw, een rapport voor aan het Vlaams Parlement met betrekking tot de evaluatie van de werking van dit decreet. Daarna zal na elke voorbije periode van vijf jaar een nieuw gelijkaardig evaluatierapport opgesteld worden.

Art. 20.Dit decreet treedt in werking op de dag van de publicatie in het Belgisch Staatsblad.

Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Brussel, 3 april 2009.

De minister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Institutionele Hervormingen, Bestuurszaken, Buitenlands Beleid, Media, Toerisme Havens, Landbouw, Zeevisserij en Plattelandsbeleid, K. PEETERS Nota (1) Zitting 2008-2009. Stukken. - Ontwerp van decreet : 1885 - Nr. 1. - Amendementen : 1885 - Nrs. 2 en 3. - In eerste lezing aangenomen artikelen : 1885 - Nr. 4. - Verslag over hoorzitting : 1885 - Nr. 5. - Verslagen : 1885 - Nr. 6 en 7. - Tekst aangenomen door de plenaire vergadering : 1885 - Nr.8 Handelingen. - Bespreking en aanneming : Vergaderingen van 25 maart 2009.

^