Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Waalse Regering van 13 juli 2023
gepubliceerd op 05 oktober 2023

Besluit van de Waalse Regering inzake steun en financiële bijstand voor stadsontwikkelingsoperaties

bron
waalse overheidsdienst
numac
2023045698
pub.
05/10/2023
prom.
13/07/2023
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

13 JULI 2023. - Besluit van de Waalse Regering inzake steun en financiële bijstand voor stadsontwikkelingsoperaties


De Waalse Regering, Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen, zoals gewijzigd, artikel 20;

Gelet op het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling, de artikelen D.V.13, laatst gewijzigd bij het decreet van 19 december 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom. 19/12/2019 pub. 27/02/2020 numac 2020030153 bron waalse overheidsdienst Decreet houdende de eerste aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2019 sluiten, en D.V.14, gewijzigd bij het decreet van 2 mei 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/05/2019 pub. 26/07/2019 numac 2019203468 bron waalse overheidsdienst Decreet tot wijziging van het decreet van 27 juni 2013 betreffende het Waals beleid inzake duurzame ontwikkeling, voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet sluiten;

Gelet op het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie, artikel L. 1123-27/1, § 5, ingevoegd bij het decreet van 19 juli 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 19/07/2018 pub. 24/08/2018 numac 2018204313 bron waalse overheidsdienst Decreet houdende verscheidene fiscale bepalingen type decreet prom. 19/07/2018 pub. 28/08/2018 numac 2018204343 bron waalse overheidsdienst Decreet tot opname van het overkoepelend strategisch programma in het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie en tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 519 van 31 maart 1987 tot regeling van de vrijwillige mobiliteit tussen de statutaire personeelsleden van de gemeenten en openbare centra voor maatschappelijk welzijn die eenzelfde werkgebied hebben type decreet prom. 19/07/2018 pub. 28/08/2018 numac 2018204344 bron waalse overheidsdienst Decreet tot opname van het overkoepelend strategisch programma in de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn type decreet prom. 19/07/2018 pub. 06/09/2018 numac 2018204390 bron waalse overheidsdienst Decreet tot wijziging van de decreten van 12 april 2001 betreffende de organisatie van de gewestelijke elektriciteitsmarkt en van 19 januari 2017 betreffende de tariefmethodologie die van toepassing is op gas- en elektriciteitsdistributienetbeheerders met het oog op de aanleg van de slimme meters en de flexibiliteit sluiten;

Gezien het advies van de Inspecteur van Financiën van 11 juli 2022;

Gezien het akkoord van de minister van Begroting, gegeven op 15 september 2022;

Gelet op het rapport van 14 september 2022, opgemaakt overeenkomstig artikel 3, 2° van het decreet van 11 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/04/2014 pub. 06/06/2014 numac 2014203532 bron waalse overheidsdienst Decreet houdende uitvoering van de resoluties van de Vrouwenconferentie van de Verenigde Naties die in september 1995 in Peking heeft plaatsgehad en tot integratie van de genderdimensie in het geheel van de gewestelijke beleidslijnen sluiten houdende uitvoering van de resoluties van de Vrouwenconferentie van de Verenigde Naties die in september 1995 in Peking heeft plaatsgehad en tot integratie van de genderdimensie in het geheel van de gewestelijke beleidslijnen;

Gezien het advies van de Union des villes et communes de Wallonie van 18 oktober 2022;

Gezien het advies van het centrum `Ruimtelijke Ordening', uitgebracht op 28 oktober 2022;

Gelet op het verzoek om advies binnen 30 dagen, gericht aan de Raad van State op 31 maart 2023, in toepassing van artikel 84 § 1, lid 1, 2° van de wet op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Aangezien het advies niet binnen deze termijn is meegedeeld;

Gelet op artikel 84, § 4, lid 2 van de wet op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op voorstel van de minister die bevoegd is voor stadsvernieuwing;

Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder: 1° de minister: de minister die bevoegd is voor stadsvernieuwing;2° bestuur: het bestuur Operationele en Ruimtelijke Ordening van de Waalse Overheidsdienst Grondgebied, Huisvesting, Erfgoed en Energie;3° het Wetboek: het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling; 4° de Raadscommissie Ruimtelijke Ordening en Mobiliteit: de commissie bedoeld in artikel D.I.7 van het Wetboek; 5° het centrum: het centrum `Ruimtelijke Ordening' van de Economische, Sociale en Milieuraad van Wallonië;6° een gemeente met stedelijk karakter: een Franstalige gemeente met een bevolking tussen twaalf- en vijftigduizend inwoners, op basis van gegevens ter beschikking gesteld door de Federale Overheidsdienst Economie; 7° stadsontwikkelingsperspectief: het strategisch en operationeel intern bestuursinstrument bedoeld in artikel L.1123-27/1 van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie, zoals ingevoegd bij decreet van 19 juli 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 19/07/2018 pub. 24/08/2018 numac 2018204313 bron waalse overheidsdienst Decreet houdende verscheidene fiscale bepalingen type decreet prom. 19/07/2018 pub. 28/08/2018 numac 2018204343 bron waalse overheidsdienst Decreet tot opname van het overkoepelend strategisch programma in het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie en tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 519 van 31 maart 1987 tot regeling van de vrijwillige mobiliteit tussen de statutaire personeelsleden van de gemeenten en openbare centra voor maatschappelijk welzijn die eenzelfde werkgebied hebben type decreet prom. 19/07/2018 pub. 28/08/2018 numac 2018204344 bron waalse overheidsdienst Decreet tot opname van het overkoepelend strategisch programma in de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn type decreet prom. 19/07/2018 pub. 06/09/2018 numac 2018204390 bron waalse overheidsdienst Decreet tot wijziging van de decreten van 12 april 2001 betreffende de organisatie van de gewestelijke elektriciteitsmarkt en van 19 januari 2017 betreffende de tariefmethodologie die van toepassing is op gas- en elektriciteitsdistributienetbeheerders met het oog op de aanleg van de slimme meters en de flexibiliteit sluiten; 8° stadsontwikkelingsoperatie: operatie voor stadsherstel of stadsvernieuwing, zoals bepaald in de artikelen D.V.13 of D.V.14 van het Wetboek; 9° prioritaire wijk: het gebied binnen de gemeente dat bereikbaar is met duurzame vervoersmiddelen en dat basisvoorzieningen biedt aan de bevolking, en dat prioritaire interventie vereist in het licht van de transversale ambities van de gemeente en de economische, ecologische, stedenbouwkundige of sociale context ervan;10° Loket voor lokale besturen: de IT-tool waarmee de gemeenten hun formulieren en bewijsstukken elektronisch kunnen verzenden. In afwijking van lid 1, 6°, kan een gemeente met minder dan twaalfduizend inwoners worden geacht een stedelijk karakter te hebben op voorwaarde dat dit naar behoren wordt aangetoond op basis van de volgende criteria: 1° bevolkingsdichtheid hoger dan het gewestelijke gemiddelde;2° de concentratie van woningen;3° de concentratie van basisdiensten voor de bevolking.

Art. 2.§ 1. Als een gemeente met stedelijk karakter financiële steun wil krijgen voor de stadsontwikkelingsoperatie die ze plant om de doelstellingen van artikel D.V.13 of D.V.14 van het Wetboek te bereiken, moet ze eerst over een ontwerp van een stadsontwikkelingsperspectief beschikken dat aan de volgende voorwaarden voldoet: 1° er wordt een strategische visie ontwikkeld voor de tenuitvoerlegging van één of meer wijken die op het gemeentelijke grondgebied als prioritair worden beschouwd;2° het moet worden aangenomen door de gemeenteraad, na overleg met de Raadscommissie Ruimtelijke Ordening en Mobiliteit of, bij ontstentenis daarvan, de lokale stadsontwikkelingscommissie. § 2. Als onderdeel van de uitvoering van dit besluit kan het stadsontwikkelingsperspectief om de drie jaar geheel of gedeeltelijk worden herzien.

De bepalingen voor het opstellen van het stadsontwikkelingsperspectief zijn van toepassing op de herziening ervan. Als de herziening gedeeltelijk is, zal het herzieningsdossier alleen de elementen bevatten die betrekking hebben op de geplande herziening. § 3. De minister keurt de benoeming door de gemeenteraad van de plaatselijke stadsontwikkelingscommissie, de samenstelling en het reglement ervan goed.

Art. 3.In het kader van de uitvoering van dit decreet wordt via het loket voor lokale besturen een dossier met een ontwerp van stadsontwikkelingsperspectief ingediend bij de administratie. Dit dossier bevat het volgende: 1° een contextuele analyse voor elke prioritaire wijk, gebaseerd op de ruimtelijke strategie van de gemeente;2° een identificatie van de belangrijkste ruimtelijke vraagstukken, vooruitzichten en behoeften op sociaal, economisch, demografisch, energie-, erfgoed-, milieu-, mobiliteits- en huisvestingsgebied, alsook van de mogelijkheden en beperkingen van het betrokken gebied of de betrokken gebieden;3° een uitsplitsing van de gemeentelijke doelstellingen inzake ontwikkeling, ruimtelijke ordening en stedenbouw voor de prioritaire wijk(en);4° identificatie, aan de hand van een kaart, van de bebouwde structuur van de prioritaire wijk(en), met vermelding van de ontwikkelingsmogelijkheden, rekening houdend met de ruimtelijke structuur van de gemeente;5° informatie over de geraamde totale kostprijs en de financiering van de stadsontwikkelingsoperatie;6° in voorkomend geval, de koppelingen met een gemeentelijk of meergemeentelijk ontwikkelingsplan dat reeds is goedgekeurd of in voorbereiding is, of met de naburige gemeenten.

Art. 4.§ 1. Het bestuur bevestigt via het loket voor lokale besturen de ontvangst van het volledige dossier betreffende het ontwerp van stadsontwikkelingsperspectief binnen vijftien dagen na ontvangst van het dossier bedoeld in artikel 3.

Als blijkt dat het dossier onvolledig is, stuurt het bestuur de gemeente binnen vijftien dagen een volledige lijst van de ontbrekende documenten.

Binnen vijftien dagen na ontvangst van een volledig dossier stuurt het bestuur dit door naar het Centrum voor advies, dat zijn advies binnen vijfenveertig dagen voorlegt aan de minister. Als het advies niet binnen deze periode wordt ontvangen, wordt het geacht gunstig te zijn. § 2. Binnen zestig dagen na ontvangst van het advies van het Centrum keurt de minister het stadsontwikkelingsperspectief goed, met inbegrip van de motivering, de analyse en het project voor elke prioritaire wijk en de bijbehorende algemene begrotingsraming. § 3. De in de leden 1 en 2 vastgestelde termijnen worden tussen 16 juli en 15 augustus opgeschort.

Art. 5.§ 1. De gemeente waarvan het stadsontwikkelingsproject wordt goedgekeurd door de minister, stelt met toepassing van artikel 4, § 2, een driejarig operationeel actieprogramma op in overleg met de vertegenwoordigers van de inwoners van de betrokken wijk(en) in het kader van de plaatselijke stadsontwikkelingscommissie. § 2. De gemeenteraad benoemt de leden van de plaatselijke stadsontwikkelingscommissie en de vertegenwoordigers van de bewoners van de wijk waar de operatie zich situeert.

De minister keurt de samenstelling van de lokale stadsontwikkelingscommissie, de benoeming van haar leden en haar huishoudelijk reglement goed.

De lokale stadsontwikkelingscommissie wordt samengesteld in overeenstemming met het decreet van 27 maart 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/03/2014 pub. 16/04/2014 numac 2014202349 bron waalse overheidsdienst Decreet tot bevordering van een evenwichtige vertegenwoordiging van vrouwen en mannen binnen de adviesorganen type decreet prom. 27/03/2014 pub. 16/04/2014 numac 2014202350 bron waalse overheidsdienst Decreet tot bevordering van een evenwichtige vertegenwoordiging van vrouwen en mannen binnen de adviesorganen, voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet sluiten tot bevordering van een evenwichtige vertegenwoordiging van vrouwen en mannen binnen de adviesorganen.

Art. 6.Het driejarige operationele actieprogramma: 1° wordt vastgesteld door de gemeenteraad, na raadpleging van de vertegenwoordigers van de inwoners van de betrokken wijk(en) in het kader van de Raadscommissie Ruimtelijke Ordening en Mobiliteit of, bij ontstentenis daarvan, de plaatselijke stadsontwikkelingscommissie;2° beantwoordt aan de gemeentelijke doelstellingen inzake ontwikkeling, ruimtelijke ordening en stedenbouw voor de prioritaire wijk(en);3° is gelegen binnen één of meer van de prioritaire wijken geïdentificeerd in het eerder goedgekeurde stadsontwikkelingsproject; 4° heeft voornamelijk betrekking op de in aanmerking komende investeringsuitgaven in het kader van de doelstellingen van de artikelen D.V.13 en D.V.14 van het Wetboek en toont de hefboomeffecten aan; 5° gebruikt maximaal vijf procent om werkingskosten, inclusief personeelskosten, te dekken. In afwijking van lid 1, 3°, kan een gemeente met stedelijk karakter in haar driejarig operationeel actieprogramma een actie opnemen die buiten een prioritaire wijk moet worden uitgevoerd onder de volgende voorwaarden: 1° de actie heeft een impact die bijdraagt tot het bereiken van één of meer gemeentelijke doelstellingen voor een prioritaire wijk;2° de financiering van de actie mag niet meer bedragen dan twintig procent van de globale subsidie voor het driejarig operationeel actieprogramma.

Art. 7.De gemeente met stedelijk karakter dient via het loket voor lokale besturen haar driejarig operationeel actieprogramma in, dat het volgende moet bevatten: 1° de beraadslaging van de gemeenteraad; 2° een lijst van acties die over een periode van ten minste drie jaar moeten worden ondernomen om de doelstellingen van artikel D.V.13 of D.V.14 van het Wetboek te bereiken, elk gestaafd door objectieve gegevens en met inbegrip van: a) een beschrijving van de inventarisatie en de uit te voeren werkzaamheden, met een planning of aanduiding van de einddatum, waaruit blijkt dat zij in overeenstemming zijn met het eerder goedgekeurde stadsontwikkelingsperspectief;b) een plattegrond;c) foto's van de locaties;d) een kostenraming;e) een omschrijving van de voorgestelde ontwikkeling, met inbegrip van, waar van toepassing, de bestemming van de locaties en een schets; f) als de actie wordt voorgesteld overeenkomstig artikel D.V.13 van het Wetboek, de overeenkomst tussen de gemeente en de privaatrechtelijke persoon.

De minister kan de modaliteiten bepalen voor het opstellen van de overeenkomst vermeld in lid 1, 2°, f).

Art. 8.De gemeente met stedelijk karakter stuurt het driejarige operationele actieprogramma naar het bestuur tegen 15 maart van het jaar: 1° na de goedkeuring van de stadsontwikkelingsoperatie door de minister of van het jaar daarna;2° na het einde van het vorige, door de minister goedgekeurde driejarige operationele actieprogramma.

Art. 9.§ 1. Het driejarige operationele actieprogramma wordt goedgekeurd door de minister op basis van een analyseverslag van het bestuur, dat binnen vijfenveertig dagen na ontvangst van het volledige actieprogramma wordt verstuurd. § 2. De ministeriële beslissing om het driejarige operationele actieprogramma geheel of gedeeltelijk goed te keuren of af te wijzen, houdt rekening met de samenhang met het eerder goedgekeurde stadsontwikkelingsproject en de technische, sociale, economische en ecologische waarde van elk van de voorgestelde acties. § 3. De minister neemt een besluit binnen dertig dagen na ontvangst van het analyseverslag van het bestuur over het driejarige operationele actieprogramma. Hij of zij kan deze termijn eenmaal met maximaal vijftien dagen verlengen.

Wanneer de minister het bij hem of haar ingediende driejarige operationele actieprogramma gedeeltelijk goedkeurt, wordt de gemeente uitgenodigd om binnen dertig dagen na kennisgeving van het ministeriële besluit een gecorrigeerd programma in te dienen.

Wanneer de minister het driejarige operationele actieprogramma geheel of gedeeltelijk goedkeurt, bepaalt hij of zij het bedrag van de subsidie op basis van de geselecteerde acties.

Art. 10.Als het driejarige operationele actieprogramma wordt afgewezen, mag de gemeente met stedelijk karakter binnen drie jaar na de afwijzingsbeslissing één keer een nieuw actieprogramma indienen.

Art. 11.Binnen dertig maanden na goedkeuring van het driejarige operationele actieprogramma kan de gemeente met stedelijk karakter een verzoek tot wijziging ervan indienen bij het bestuur.

De bepalingen betreffende de opstelling van het driejarige operationele actieprogramma zijn van toepassing op de wijziging ervan. HOOFDSTUK 2. - Over het financieringsmechanisme en de uitbetaling van de subsidies

Art. 12.Binnen de grenzen van de beschikbare begrotingsmiddelen kan een gemeente met stedelijk karakter waarvan de stadsontwikkelingsoperatie en het bijbehorende driejarige operationele actieprogramma vooraf zijn goedgekeurd, in aanmerking komen voor een gewestelijke subsidie.

Het totale bedrag van deze subsidie wordt vastgesteld voor een periode van drie jaar op basis van het driejarige operationele actieprogramma.

De subsidie dekt elke actie waarvoor een opdracht is gegund, onroerend goed is aangekocht of werkingskosten zijn gemaakt in de 36 maanden na de goedkeuring van het driejarige operationele actieprogramma.

Het totale bedrag van de gewestelijke subsidie mag niet hoger zijn dan zes miljoen euro per driejarig operationeel actieprogramma.

Art. 13.De subsidies voor stadsontwikkeling worden automatisch in schijven uitbetaald volgens onderstaande tabel: Jaren Aandeel van het budget N 1/6 van het budget N+1 1/6 van het budget N+2 1/6 van het budget N+3 1/6 van het budget N+4 1/6 van het budget N+5 1/6 van het budget Jaar N is het jaar waarin het driejarige operationele actieprogramma wordt goedgekeurd. HOOFDSTUK 3. - Subsidiabiliteit van de uitgaven en subsidiepercentages

Art. 14.Voor de toepassing van de artikelen D.V.13 en D.V.14 van het Wetboek wordt verstaan onder: 1° `stedelijke uitrusting voor collectief gebruik': a) pleinen;b) open en veilige openbare ruimten die voor vrijetijdsdoeleinden worden gebruikt;c) de aanleg en renovatie van infrastructuur die is aangepast aan actieve mobiliteitswijzen, waaronder voet- en fietspaden, intermodale ruimten en ruimten op kruispunten voor langzaam verkeer;d) bovengrondse en ondergrondse parkings voor openbaar gebruik;e) openbare bewegwijzering, riolering en nutsvoorzieningen;f) openbare verlichting, straatmeubilair en straatkunst;g) apparatuur voor hernieuwbare energie;h) de aanleg van openbare ruimten voor laadpalen voor elektrische auto's;i) openbare toiletten;2° `groene ruimten': pleinen, parken, biodiversiteitszones en tuinen die toegankelijk zijn voor het publiek en deel uitmaken van de groene infrastructuur;3° `gezellige ruimten': pleinen, speeltuinen en open, veerkrachtige openbare ruimten die gebruikt worden voor ontmoetings- en ontspanningsdoeleinden en voorbehouden zijn voor actieve vervoersmiddelen;4° `lokale infrastructuur': een gebouw dat geheel of gedeeltelijk ter beschikking wordt gesteld van de bevolking van de prioritaire wijk om de lokale sociale samenhang en het gemeenschapsleven te bevorderen.

Art. 15.Voor alle stadsontwikkelingsoperaties zijn de subsidiabele uitgaven als volgt: 1° investeringsuitgaven waarvoor een opdracht is gegund;2° investeringsuitgaven voor de verwerving van onroerend goed dat het voorwerp uitmaakt van een authentieke akte of een vonnis in plaats van een authentieke verkoopakte;3° werkingskosten, inclusief personeelskosten indien van toepassing. Wanneer een van de acties is voorzien in uitvoering van artikel D.V. 14 van het Wetboek, omvatten de investeringsuitgaven: 1° de verbouwing of bouw van woningen, garages geïntegreerd in de woningen ten belope van maximaal één plaats per woning;2° de aanleg of verbetering van gemeenschapsvoorzieningen, groene ruimten, lokale infrastructuur en de oppervlakte van gebouwen die bestemd zijn voor commerciële en dienstverleningsactiviteiten, wanneer de commerciële oppervlakte minder dan tweehonderdvijftig vierkante meter bedraagt en de bovenste verdiepingen uitsluitend bestemd zijn voor huisvesting.

Art. 16.§ 1. Het gewestelijke subsidiepercentage voor vastgoedwerken en -aankopen die onder artikel D.V.13 van het Wetboek vallen, is honderd procent. § 2. Het gewestelijke subsidiepercentage voor vastgoedwerken en -aankopen die onder artikel D.V. 14 van het Wetboek vallen, is tachtig procent.

Er kunnen meerdere partijen deelnemen aan de financiering van elk project, op voorwaarde dat het gemeentelijke aandeel in de totale begroting niet minder dan twintig procent bedraagt. § 3. Voor opdrachten voor werken wordt een extra forfaitair bedrag van vijf procent van het bedrag van de werken toegevoegd om de studiekosten te dekken wanneer de gemeente een beroep doet op een externe projectontwikkelaar.

Als de gemeente het project zelf ontwikkelt, wordt bij het toekennen van de subsidie rekening gehouden met de studiekosten, die forfaitair worden vastgesteld op drie procent van het bedrag van de subsidiabele werken. HOOFDSTUK 4. - Over de opvolging en de controle van de stadsontwikkelingsoperaties

Art. 17.§ 1. De gemeente die de subsidies ontvangt, benoemt een stadsontwikkelingsadviseur om toezicht te houden op de uitvoering van de stadsontwikkelingsoperatie.

Deze stadsontwikkelingsadviseur volgt de jaarlijkse opleidingen die speciaal voor hem of haar zijn bestemd. § 2. Binnen de grenzen van de beschikbare budgettaire middelen en op voorwaarde dat deze adviseur niet wordt vergoed met de werkingskosten, zoals bepaald in artikel 6, 5°, kan de minister aan de gemeente die het bestuur daarom verzoekt een terugkerende jaarlijkse subsidie van vijfentwintigduizend euro toekennen, berekend op basis van een voltijdse betrekking, om voor de duur van de stadsontwikkelingsoperatie de functie van stadsontwikkelingsadviseur te verzekeren en de nodige bijstand te kunnen verlenen aan de gemeente, met het oog op de coördinatie van de acties die in het kader van de genoemde operatie worden uitgevoerd.

De subsidie wordt jaarlijks uitbetaald op basis van een door de gemeente ingediend verslag en in verhouding tot de tijd die de adviseur daadwerkelijk uitsluitend aan de stadsontwikkelingsoperatie heeft besteed.

De notulen van alle vergaderingen van de stadsontwikkelingscommissie en de toezichtcomités die de adviseur moet bijwonen, worden bij het verslag gevoegd.

Art. 18.§ 1. Er wordt een toezichtcomité opgericht voor de uitvoering van het driejarige operationele actieplan. Dit toezichtcomité is als volgt samengesteld: 1° een vertegenwoordiger van de minister, die de commissie voorzit;2° twee vertegenwoordigers van de gemeente, waaronder de stadsontwikkelingsadviseur;3° een vertegenwoordiger van het bestuur, die optreedt als secretaris;4° een vertegenwoordiger van de Waalse Overheidsdienst Grondgebied, Huisvesting, Erfgoed en Energie;5° een vertegenwoordiger van de Waalse Overheidsdienst Mobiliteit en Infrastructuur;6° een vertegenwoordiger van de Waalse Overheidsdienst Binnenlandse Zaken en Sociale Actie;7° de lokaal bevoegde gedelegeerde ambtenaar of zijn of haar vertegenwoordiger. Het toezichtcomité behoudt zich het recht voor om elke persoon uit te nodigen die het comité kan bijstaan in zijn opdracht.

Voor gemeenten die naast hun stadsontwikkelingsoperatie ook een plattelandsontwikkelingsoperatie uitvoeren, wordt een vertegenwoordiger van de Waalse Overheidsdienst Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Milieu uitgenodigd. § 2. Het toezichtcomité komt minstens één keer per jaar samen en op elk verzoek van een lid van het comité.

Het bestuur stelt notulen op van deze vergadering.

Art. 19.Uiterlijk op 30 maart van het jaar dat volgt op de beslissing om de subsidie toe te kennen en van de drie daaropvolgende jaren, legt de gemeente met stedelijk karakter via het loket voor lokale besturen de bewijsstukken betreffende de werkingskosten, met inbegrip van de personeelskosten, ter goedkeuring voor aan het bestuur, op basis van de volgende documenten: 1° maandelijkse of jaarlijkse loonfiches;2° de door de financieel directeur gecertificeerde overzichtstabel.

Art. 20.Zodra de overheidsopdracht aan de opdrachtnemer is meegedeeld, stuurt de gemeente met stedelijk karakter het volgende naar het bestuur: 1° een kopie van de kennisgeving van de overheidsopdracht;2° de opdracht om met de werkzaamheden te beginnen.

Art. 21.§ 1. Binnen zes maanden na de voorlopige oplevering en ten laatste binnen zes jaar na de beslissing om de subsidie toe te kennen, moet het `eindafrekeningsdossier' van de werkzaamheden via het loket voor lokale besturen worden ingediend bij het bestuur. Dit dossier moet de volgende bewijsstukken bevatten: 1° de eindafrekening van de onderneming, opgesteld volgens de norm NBN B06-006, met de details van de berekening van de herzieningen per staat en de bijhorende factuur;2° een rapport, post per post opgesteld, waarin overschrijdingen van meer dan tien procent van de vermoedelijke hoeveelheden van de posten van de initiële opdracht gerechtvaardigd worden;3° het proces-verbaal van voorlopige oplevering;4° de beraadslaging tot goedkeuring van de afrekening;5° de eventuele vervoersbewijzen;6° de facturen en processen-verbaal van de tests, vergezeld van het verslag van de projectmanager, eventueel met details van de posten waarop kortingen van toepassing zijn en de berekening ervan;7° de berekening van de tijd die nodig is voor de uitvoering van de werkzaamheden;8° een verslag, met inbegrip van een kopie van de beraadslagingen en de eventuele aanhangsels die niet werden verstuurd, waarin alle werkzaamheden, post per post toegelicht, worden opgesomd die het voorwerp uitmaken van een wijziging aan de initiële opdracht;9° voor dossiers met betrekking tot gebouwen, indien van toepassing: a) het rapport van de gewestelijke brandweer na voltooiing van de werkzaamheden;b) het proces-verbaal van oplevering, opgesteld door een erkende instantie, voor een installatie met betrekking tot elektriciteit, gas, een lift of branddetectie; 10° wanneer handelingen worden verricht overeenkomstig artikel D.V.13 van het Wetboek, zijn de technische en boekhoudkundige gegevens die nodig zijn om vast te stellen of er daadwerkelijk sprake is van particuliere financiering, de volgende: a) een staat van de gedane uitgaven, hetzij in de vorm van een overzichtstabel van de door de privaatrechtelijke persoon gedane investeringen, gestaafd met de relevante boekingsbescheiden, hetzij in de vorm van de analytische boekhouding van de persoon, gestaafd met de relevante bewijsstukken;b) goedkeuring door de gemeente van de door de privaatrechtelijke persoon afgegeven genoemde documenten. De vervoersbewijzen bedoeld in lid 1, 5°, worden bewaard door de gemeente met stedelijk karakter en zijn beschikbaar voor een eventuele controle ter plaatse.

De eventuele bevelen tot onderbreking en hervatting van de werkzaamheden bedoeld in lid 1, 7°, worden, indien ze niet zijn verzonden, bijgevoegd, evenals, in voorkomend geval, de motiveringen met betrekking tot de extra tijd en de berekening van de verwijlinteresten.

In onvoorziene situaties die buiten de macht van de gemeente met stedelijk karakter liggen, kan de in lid 1 bedoelde periode van zes jaar worden verlengd op basis van een voorstel van het bestuur, met instemming van de minister. § 2. Voor dossiers betreffende de aankoop van onroerend goed moet de gemeente met stedelijk karakter binnen zes maanden na de verwerving of, in geval van onteigening, na het vonnis dat de definitieve schadeloosstelling vaststelt en ten laatste binnen zes jaar na de beslissing om de subsidie toe te kennen, een kopie van de authentieke akte van verwerving of, in geval van onteigening, van het vonnis dat de definitieve schadeloosstelling vaststelt, bezorgen aan het bestuur.

In onvoorziene situaties die buiten de macht van de gemeente met stedelijk karakter liggen, kan de in lid 1 bedoelde periode van zes jaar worden verlengd op basis van een voorstel van het bestuur, met instemming van de minister.

Art. 22.Het bestuur kan het gebruik van de toegekende subsidies ter plaatse controleren.

Als het bestuur of het toezichtcomité in eender welke fase van de procedure vaststelt dat de stadsontwikkelingsoperatie niet voldoet aan de wettelijke of technische normen die erop van toepassing zijn, kan dit ertoe leiden dat het deel van de subsidie dat aan dat project is toegekend, niet voor financiering in aanmerking komt, tot het bedrag van het deel dat niet aan de normen voldoet.

Art. 23.De gemeente met stedelijk karakter betaalt de subsidie geheel of gedeeltelijk terug in de volgende gevallen: 1° de inning van subsidies of toelagen die door andere departementen of overheden worden toegekend ter uitvoering van andere verplichtingen of bepalingen, met uitzondering van Europese steunverlening, ten belope van de bedragen die voor hetzelfde doel werden geïnd;2° wijziging, binnen tien jaar na de eindafrekening, van de bestemming of het gebruik van projecten die subsidies voor stadsvernieuwing hebben ontvangen, ten belope van de wijziging van het subsidiepercentage en het percentage van de gewijzigde oppervlakte;3° de verkoop van een goed dat subsidies voor stedelijke ontwikkeling heeft ontvangen, in een verhouding die gelijk is aan het ontvangen subsidiepercentage en gebaseerd op de marktwaarde van het goed zoals geschat op het moment van de verkoop, afhankelijk van het geval, door een of meer van de volgende partijen: de aankoopcommissie, een notaris, een landmeter-expert voor vastgoed ingeschreven op de lijst die wordt bijgehouden door de Federale Raad van landmeters-experten of een architect die is ingeschreven bij de Orde van Architecten. De gemeente met stedelijk karakter is geen terugbetaling verschuldigd als de verkoop van een onroerend goed waarvoor stadsontwikkelingssubsidies werden toegekend, plaatsvindt na een periode van tien jaar, te rekenen vanaf de datum van de voorlopige oplevering van de werkzaamheden of, bij gebreke daaraan, van de akte van aankoop van het betrokken onroerend goed.

Art. 24.De gemeente met stedelijk karakter informeert het bestuur en het toezichtcomité indien zij voor dezelfde investering externe financiële steun heeft verkregen of aangevraagd op grond van andere wettelijke, reglementaire of contractuele bepalingen. Deze informatieplicht geldt voor alle fasen van de procedure.

Art. 25.De gemeente met stedelijk karakter kan de opbrengst van de verkoop van een goed dat de subsidie heeft ontvangen, herverdelen, en dit in een verhouding die gelijk is aan het ontvangen subsidiepercentage en gebaseerd op de marktwaarde van het goed zoals geschat op het moment van de verkoop, afhankelijk van het geval, door een of meer van de volgende partijen: de aankoopcommissie, een notaris, een landmeter-expert voor vastgoed die is ingeschreven op de lijst die wordt bijgehouden door de Federale Raad van landmeters-experten of een architect die is ingeschreven bij de Orde van Architecten.

De herverdeling is het voorwerp van een overeenkomst tussen het Waals Gewest en de gemeente.

Binnen drie jaar na kennisgeving van de overeenkomst inzake herverdeling voert de gemeente met stedelijk karakter de herverdeelde acties uit en stuurt ze de documenten waaruit blijkt dat het herverdeelde bedrag is gebruikt.

Art. 26.Gedurende een periode van tien jaar vanaf de datum van de eindafrekening van de werkzaamheden of de akte van aankoop van het betrokken onroerend goed, moet de gemeente het gebruik van het onroerend goed respecteren en de eigendom van de zakelijke rechten behouden voor onroerend goed dat subsidies heeft ontvangen als onderdeel van een stadsontwikkelingsoperatie.

In afwijking van lid 1 kan de minister een wijziging van het gebruik toestaan, mits het nieuwe gebruik in overeenstemming is met de opties van de stadsontwikkelingsoperatie.

In afwijking van lid 1 kan de gemeente met stedelijk karakter erfpachtrechten of zakelijke rechten verlenen op verworven, hersteld of gebouwd onroerend goed waarvoor stadsontwikkelingssubsidies zijn toegekend, op voorwaarde dat de ontwerpovereenkomst inzake de verlening van rechten door de minister wordt goedgekeurd.

De overeenkomst inzake de verlening van rechten mag niet afwijken van de volgende bepalingen: 1° in geval van verhuring of opbouw van gesplitste zakelijke rechten worden de huurprijzen en de prijzen vastgesteld overeenkomstig de waarden die door de markt worden bepaald op basis van het advies van de aankoopcommissie, een notaris, een vastgoedlandmeter-expert die is ingeschreven op de lijst die wordt bijgehouden door de Federale Raad van landmeter-experten of een architect die ingeschreven is bij de Orde van Architecten;2° in het geval van de verhuur van een woning met behulp van stadsontwikkelingssubsidies wordt de huurprijs vastgesteld overeenkomstig het reglement betreffende de verhuur van woningen die worden beheerd door de Société wallonne du Logement of door vennootschappen die erdoor zijn erkend, of overeenkomstig de bepalingen die zijn aangenomen krachtens het Waalse Wetboek van duurzaam wonen.

Art. 27.De gemeente met stedelijk karakter identificeert de investeringen die zijn gedaan op basis van de toegekende subsidies door de volgende informatie op een zichtbare en duidelijke manier op te nemen: 1° de naam en het hoofddoel van elke actie;2° de identiteit van de subsidiërende dienst.

Art. 28.De gemeente met stedelijk karakter neemt sociale, milieu- en ethische clausules op in elk van haar bestekken, in overeenstemming met de omzendbrief van de Waalse Regering van 28 november 2013 betreffende de implementatie van een duurzaam aankoopbeleid voor de Waalse gewestelijke aanbestedende overheden, in het kader van de gunning van overheidsopdrachten voor werken of leveringen voor de uitvoering van het driejarige operationele actieplan. HOOFDSTUK 5. - Intrekkings-, overgangs- en slotbepalingen

Art. 29.Het besluit van de Waalse Regering van 28 februari 2013Relevante gevonden documenten type besluit van de waalse regering prom. 28/02/2013 pub. 02/04/2013 numac 2013201860 bron waalse overheidsdienst Besluit van de Waalse Regering betreffende de toekenning van toelagen door het Waalse Gewest voor de uitvoering van stadsvernieuwingsoperaties sluiten betreffende de toekenning door het Waals Gewest van subsidies voor de uitvoering van stadsvernieuwingswerken wordt ingetrokken.

Art. 30.De artikelen R.V.13-1 tot en met R.V.13-6 van het Wetboek worden ingetrokken.

Art. 31.Het ministerieel besluit van 24 juni 2013Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 24/06/2013 pub. 16/07/2013 numac 2013204105 bron waalse overheidsdienst Ministerieel besluit houdende uitvoering van artikel 6, derde lid, en artikel 9, derde lid, van het besluit van de Waalse Regering van 28 februari 2013 betreffende de toekenning van toelagen door het Waalse Gewest voor de uitvoering van stadsvernieuwingsoperaties type ministerieel besluit prom. 24/06/2013 pub. 16/07/2013 numac 2013204106 bron waalse overheidsdienst Ministerieel besluit houdende uitvoering van artikel 1, eerste lid van het besluit van de Waalse Regering van 28 februari 2013 betreffende de toekenning van toelagen door het Gewest voor de uitvoering van stadsvernieuwingsoperaties sluiten houdende uitvoering van artikel 1, eerste lid van het besluit van de Waalse Regering van 28 februari 2013Relevante gevonden documenten type besluit van de waalse regering prom. 28/02/2013 pub. 02/04/2013 numac 2013201860 bron waalse overheidsdienst Besluit van de Waalse Regering betreffende de toekenning van toelagen door het Waalse Gewest voor de uitvoering van stadsvernieuwingsoperaties sluiten betreffende de toekenning van toelagen door het Waals Gewest voor de uitvoering van stadsvernieuwingsoperaties wordt ingetrokken.

Art. 32.Het ministerieel besluit van 24 juni 2013Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 24/06/2013 pub. 16/07/2013 numac 2013204105 bron waalse overheidsdienst Ministerieel besluit houdende uitvoering van artikel 6, derde lid, en artikel 9, derde lid, van het besluit van de Waalse Regering van 28 februari 2013 betreffende de toekenning van toelagen door het Waalse Gewest voor de uitvoering van stadsvernieuwingsoperaties type ministerieel besluit prom. 24/06/2013 pub. 16/07/2013 numac 2013204106 bron waalse overheidsdienst Ministerieel besluit houdende uitvoering van artikel 1, eerste lid van het besluit van de Waalse Regering van 28 februari 2013 betreffende de toekenning van toelagen door het Gewest voor de uitvoering van stadsvernieuwingsoperaties sluiten houdende uitvoering van artikel 6, derde lid, en artikel 9, derde lid, van het besluit van de Waalse Regering van 28 februari 2013Relevante gevonden documenten type besluit van de waalse regering prom. 28/02/2013 pub. 02/04/2013 numac 2013201860 bron waalse overheidsdienst Besluit van de Waalse Regering betreffende de toekenning van toelagen door het Waalse Gewest voor de uitvoering van stadsvernieuwingsoperaties sluiten betreffende de toekenning van toelagen door het Waals Gewest voor de uitvoering van stadsvernieuwingsoperaties wordt ingetrokken.

Art. 33.§ 1. Een gemeente die geniet van een subsidiebeslissing genomen krachtens de bepalingen ingetrokken door artikel 29 of 30, geniet vanaf de inwerkingtreding van dit besluit van de toepassing van de bepalingen vervat in hoofdstuk IV en beschikt over een termijn van twee jaar vanaf de inwerkingtreding van dit besluit om overheidsopdrachten te gunnen of onroerend goed te verwerven dat het voorwerp uitmaakt van een authentieke akte of een vonnis in plaats van een authentieke verkoopakte met het oog op de voltooiing van lopende projecten voor stadsvernieuwing of stadsherstel.

De basis, de percentages en de berekening van de subsidies blijven die welke zijn vastgesteld in toepassing van de voorschriften die van kracht zijn op de datum waarop de subsidie wordt toegekend.

De gemeente heeft vijf jaar de tijd, te rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding van dit besluit, om aan het bestuur de documenten voor te leggen die nodig zijn om de subsidies voor de lopende projecten voor stadsvernieuwing of stadsherstel vrij te geven. § 2. Een gemeente die op het ogenblik van de inwerkingtreding van dit besluit minder dan twaalfduizend inwoners telt en die geniet van een beslissing genomen krachtens de bepalingen die zijn ingetrokken bij artikel 29 of 30, wordt voor de toepassing van deze overgangsbepalingen gelijkgesteld met een gemeente met stedelijk karakter. § 3. Binnen vijftien jaar na het erkenningsbesluit wordt het werk voor stadsvernieuwing of stadsherstel waarvoor een gemeente geniet van een beslissing genomen krachtens de bepalingen ingetrokken bij artikel 29 of 30, gelijkgesteld met een stadsontwikkelingsperspectief en onderworpen aan de bepalingen van onderhavig besluit. § 4. Wanneer een dossier voor de erkenning van een stadsvernieuwings- of stadshersteloperatie door de gemeenteraad werd goedgekeurd vóór de inwerkingtreding van onderhavig besluit, wordt het door het bestuur behandeld overeenkomstig de erkenningsprocedure die vóór die datum van kracht was.

Art. 34.Tijdens de jaren 2023 en 2024 kan, binnen de grenzen van de beschikbare budgettaire middelen, een subsidie worden toegekend voor de uitvoering van een stadsontwikkelingsoperatie in een prioritaire wijk in Franstalige gemeenten met een bevolking tussen twaalfduizend en vijftigduizend inwoners en in de gemeenten bedoeld in artikel 33, § 2.

De in lid 1 bedoelde gemeenten kunnen in 2023 vóór 15 oktober en in 2024 vóór 15 maart via het loket voor lokale besturen een vereenvoudigd dossier indienen voor een stadsontwikkelingsoperatie die in een prioritaire wijk moet worden uitgevoerd. Dit dossier bevat het volgende: 1° een contextuele analyse die specifiek voor de prioritaire wijk is opgesteld en gebaseerd is op de ruimtelijke strategie van de gemeente; 2° een beschrijving van ten minste drie van de doelstellingen vermeld in artikel L.1123-27/1, § 4, van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie; 3° identificatie van de grenzen van de prioritaire wijk, met vermelding van de ontwikkelingsopties;4° informatie over de geraamde totale kostprijs en de financiering van de stadsontwikkelingsoperatie die in de prioritaire wijk zal worden uitgevoerd.

Art. 35.§ 1. Het bestuur bevestigt de ontvangst van het volledige dossier binnen tien dagen na ontvangst ervan. Als blijkt dat het dossier onvolledig is, stuurt het bestuur de gemeente binnen vijf dagen een volledige lijst van de ontbrekende documenten. § 2. De stadsontwikkelingsoperatie wordt goedgekeurd door de minister op basis van een analyseverslag van het bestuur, dat binnen dertig dagen na ontvangst van een volledig dossier wordt verstuurd.

Wanneer de minister de stadsontwikkelingsoperatie goedkeurt, bepaalt hij het subsidiebedrag dat nodig is om de operatie uit te voeren.

Het bedrag van de subsidie mag niet hoger zijn dan zes miljoen euro. § 3. De in de leden 1 en 2 vastgestelde termijnen worden tussen 16 juli en 15 augustus opgeschort.

Art. 36.§ 1. De subsidie die wordt toegekend om een stadsontwikkelingsoperatie in een prioritaire wijk uit te voeren, wordt automatisch in schijven uitbetaald volgens de onderstaande tabel: Jaren Aandeel van het budget N 1/5 van het budget N+1 1/5 van het budget N+2 1/5 van het budget N+3 1/5 van het budget N+4 1/5 van het budget N is het jaar waarin de stadsontwikkelingsoperatie werd goedgekeurd.

Art. 37.Vanaf 1 januari 2025 kunnen steden met meer dan 50.000 inwoners genieten van de ondersteuning en de financiële steun voorzien in het kader van de uitvoering van onderhavig besluit als het geïntegreerde stedelijke beleid, waarvoor de procedure en de uitvoeringsmodaliteiten van het trekkingsrecht onder toezicht werden vastgelegd in een omzendbrief van 15 mei 2021, niet wordt bestendigd door de bepaling van een decreet of reglementering.

Art. 38.Voor de toepassing van onderhavig besluit wordt de dag van verzending of ontvangst van de akte, die het startpunt van een termijn vormt, niet meegerekend in de termijn.

De vervaldatum is opgenomen in de termijn. Als deze dag echter een zaterdag, zondag of feestdag is, wordt de vervaldatum verschoven naar de volgende werkdag.

Art. 39.Onderhavig besluit treedt in werking op 1 september 2023, met uitzondering van de artikelen 2 tot en met 13, die in werking treden op 1 januari 2025.

Art. 40.De minister die bevoegd is voor stadsvernieuwing wordt belast met de uitvoering van onderhavig besluit.

Namen, 13 juli 2023.

Voor de Regering: De minister-president, E. DI RUPO De minister van Huisvesting, Plaatselijke Besturen en Steden, Ch. COLLIGNON

^