Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Waalse Regering van 11 juli 2013
gepubliceerd op 22 augustus 2013

Besluit van de Waalse Regering tot vaststelling van de evaluatieregels voor de betrekkingen van directeur-generaal, adjunct-directeur-generaal en financieel directeur van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn

bron
waalse overheidsdienst
numac
2013204572
pub.
22/08/2013
prom.
11/07/2013
ELI
eli/besluit/2013/07/11/2013204572/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

11 JULI 2013. - Besluit van de Waalse Regering tot vaststelling van de evaluatieregels voor de betrekkingen van directeur-generaal, adjunct-directeur-generaal en financieel directeur van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn


De Waalse Regering, Gelet op de organieke wet van 8 juli 1976Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/07/1976 pub. 18/04/2016 numac 2016000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, artikel 41, lid 6;

Gelet op protocol nr. 04/2012 van Comité C, onderafdeling Waals Gewest;

Gelet op het advies van de "Conseil supérieur des Villes, Communes et Provinces de la Région wallonne" (Hoge Raad van Steden, Gemeenten en Provincies van het Waalse Gewest) van 17 april 2012;

Gelet op advies nr. 53.254/4 van de Raad van State, gegeven op 15 mei 2013, overeenkomstig artikel 84, § l, lid 1, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op de voordracht van de Minister van de Plaatselijke Besturen en de Stad, Na beraadslaging, Besluit :

Artikel 1.Dit besluit regelt, overeenkomstig artikel 138 van de Grondwet, een aangelegenheid bedoeld in artikel 128 ervan. HOOFDSTUK I. - Evaluatieregels.

Art. 2.§ 1. De directeur-generaal, adjunct-directeur-generaal en financieel directeur, hierna "de directeurs" genoemd, maken het voorwerp uit van een evaluatie om de drie jaar na afloop van een evaluatiegesprek waarvan de doelstelling is om de manier te beoordelen waarop zij hun werk verrichten. De periode van drie jaar tussen twee evaluaties wordt "evaluatieperiode" genoemd. § 2. De directeurs worden geëvalueerd op de kwaliteit van de arbeid, het arbeidsritme, de werkmethodes, de werkattitudes alsook op grond van documenten die ze moeten voorleggen. De evaluatiecriteria worden in de bijlage bepaald.

De evaluatie die de functiebeschrijving al basis heeft en, met name, wat de directeur generaal betreft, de vaardigheden en de kwaliteit van de uitgevoerde acties om de doelstellingen te bereiken die in de doelstellingenovereenkomst worden bepaald, de manier waarop ze werden bereikt, de vaardigheden en de vereisten van de functie, vindt plaats tijdens het evaluatiegesprek bedoeld in artikel 5, § 1, tweede lid. HOOFDSTUK II. - Procedure

Art. 3.Binnen de twee eerste maanden van elke evaluatieperiode worden de directeurs door het vast bureau uitgenodigd om zich te melden voor een planningsgesprek tijdens welke de te halen individuele doelstellingen en de functiebeschrijving worden bepaald.

Binnen de maand volgend op het planningsgesprek stelt het vast bureau een verslag op dat het eerste stuk van het evaluatiedossier vormt.

Art. 4.In de loop van elke evaluatieperiode vindt een functioneringsgesprek plaats telkens als het nodig is tussen het vast bureau, enerzijds, en de directeurs, anderzijds, op verzoek van de ene of de andere partij. Dit gesprek heeft met name als doel om oplossingen te vinden voor de moeilijkheden die door één van de partijen wordt ondervonden.

In de loop van elke evaluatieperiode wordt elk document betreffende de uitvoering van het werk van de directeurs gevoegd bij het evaluatiedossier door laatstgenoemden of door het vast bureau, op eigen initiatief of op verzoek van de directeurs.

De gegevens die door het vast bureau bij het evaluatiedossier worden gevoegd, worden ter kennis gebracht van de directeurs opdat ze hun eventuele opmerkingen zouden kunnen meedelen.

Art. 5.§ 1. Ter voorbereiding van het evaluatiegesprek stellen de betrokken directeurs hun evaluatieverslag op, op basis van het planningsverslag en, wat de directeur-generaal betreft, op basis van de doelstellingenovereenkomst.

Ten vroegste vier maanden en ten laatste twee maanden voor het einde van elke evaluatieperiode nodigt het vast bureau de betrokken directeurs uit om deel te nemen aan en evaluatiegesprek dat betrekking heeft op de verwezenlijking van de doelstellingen en op de gegevens bedoeld in artikel 1, § 2. § 2. De directeurs krijgen een evaluatie "uitstekend", "gunstig", "met voorbehoud" of "ongunstig". § 3. Binnen de maand na het evaluatiegesprek formuleert het vast bureau een evaluatievoorstel dat, wat de directeur-generaal betreft, o.a. verwijst naar de uitvoeringsgraad van de doelstellingenovereenkomst. § 4. Binnen de vijftien dagen na de mededeling ondertekenen de betrokken directeurs dat voorstel en zenden het terug samen met hun eventuele opmerkingen.

Doen ze dat niet, worden ze geacht de evaluatie te aanvaarden, die definitief wordt. § 5. Het vast bureau spreekt zich definitief uit binnen vijftien dagen te rekenen van de ontvangst van de bemerkingen van de betrokken directeurs en betekent de beslissing aan laatstgenoemden tegen afgifte van een ontvangstbewijs of met een aangetekende brief.

De evaluatie wordt aan de Raad voor maatschappelijk welzijn meegedeeld. § 6. In elk stadium van de evaluatieprocedure zijn twee leden aangewezen door de betrokken federatie verplicht aanwezig. Deze leden zijn stemgerechtigd.

De leden van het vast bureau zijn hoe dan ook in de meerderheid.

Het vast bureau kan zich bovendien laten bijstaan door een externe deskundige. § 7. Bij gebrek aan evaluatie of wanneer zij niet binnen de vier maanden is uitgevoerd na de vervaldatum en voor zover de directeurs hiertoe bij de bevoegde overheid een aanvraag hebben ingediend, wordt zij geacht gunstig te zijn en heeft zij terugwerkende kracht tot de vervaldatum. HOOFDSTUK III. - Beroep.

Art. 6.§ 1. De directeurs die het voorwerp uitmaken van een evaluatie "gunstig", "met voorbehoud" of "ongunstig" kunnen de zaak aanhangig maken bij de beroepskamer bedoeld in artikel L1218-1 van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie.

De kennisgeving van de evaluatie vermeldt het bestaan en de vormen van het beroep. § 2. Binnen de vijftien dagen na die kennisgeving kunnen de directeurs een beroep indienen voor de Kamer van beroep bedoeld in artikel L1218-1 van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie. HOOFDSTUK IV. - Meldingen en de gevolgen ervan

Art. 7.§ 1. De gevolgen van de evaluatie zijn de volgende : 1° een evaluatie "uitstekend" laat de toekenning toe van een financiële toelage die gelijk is aan een bijkomende jaarlijkse verhoging;2° een evaluatie "met voorbehoud" heeft tot gevolg dat de wedde dezelfde blijft tot de volgende evaluatie.Er vindt een tussenevaluatie plaats zes maanden na de toekenning daarvan; 3° een evaluatie "ongunstig" heeft tot gevolg dat de wedde dezelfde blijft tot de volgende evaluatie.Er vindt een tussenevaluatie plaats één jaar na de toekenning daarvan. § 2. Na twee opeenvolgende ongunstige evaluaties, definitief toegewezen, kan de Raad voor maatschappelijk welzijn kennis geven van het voorstel tot ontslag wegens beroepsonbekwaamheid.

Art. 8.De becijferde evaluatie wordt verkregen na optelling van de punten die worden behaald voor elk criterium opgenomen in de bijlage bij dit besluit. 1° "Uitstekend" : op 100, een aantal punten gelijk aan 80 of meer;2° "Gunstig" : op 100, een aantal punten tussen 60 en 79 inbegrepen;3° "Met voorbehoud" : op 100, een aantal punten tussen 50 en 59 inbegrepen;4° "Ongunstig" : op 100, een aantal punten lager dan 50.

Art. 9.De eerste evaluatie vindt plaats twee jaar na de inwerkingtreding van dit besluit.

De toelage bedoeld in artikel 7, § 1, 1°, van dit besluit mag slechts worden toegekend na afloop van de tweede evaluatiecyclus.

Art. 10.Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de maand die volgt op de datum waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Namen, 11 juli 2013.

De Minister-President, R. DEMOTTE De Minister van de Plaatselijke Besturen en de Stad, P. FURLAN

BIJLAGE

Algemene criteria

Ontwikkelingen

-

Weging

1. Uitvoering van het basisberoep

Teammanagement Het beheer van de organen De wettelijke opdrachten Het economische en budgettair beheer

Planning en organisatie

50

Leiding en stimulering

Uitvoering van de taken binnen de opgelegde termijnen

Evaluatie van het personeel

Pedagogie en begeleiding

2.Het halen van de doelstellingen

Stand van vordering van de doelstellingen Initiatieven, verwezenlijking, uitgevoerde methodes om de doelstellingen te bereiken

30

3. Het halen van de individuele doelstellingen

Initiatieven Persoonlijke investering Verwerving van vaardigheden Relationele aspecten

20


Gezien om te worden gevoegd bij besluit van de Waalse Regering van 11 juli 2013 tot vaststelling van de evaluatieregels voor de betrekkingen van directeur-generaal, adjunct-directeur-generaal en financieel directeur van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. Namen, 11 juli 2013.

De Minister-President, R. DEMOTTE De Minister van de Plaatselijke Besturen en de Stad, P. FURLAN

^