Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Vlaamse Regering van 16 januari 2009
gepubliceerd op 13 maart 2009

Besluit van de Vlaamse Regering betreffende het prioriteitenbeleid, vermeld in artikel 2, 12°, van het decreet van 13 juli 2001 houdende de regeling van de erkenning en subsidiëring van de Vlaamse sportfederaties, de koepelorganisatie en de organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding

bron
vlaamse overheid
numac
2009035227
pub.
13/03/2009
prom.
16/01/2009
ELI
eli/besluit/2009/01/16/2009035227/staatsblad
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

16 JANUARI 2009. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende het prioriteitenbeleid, vermeld in artikel 2, 12°, van het decreet van 13 juli 2001 houdende de regeling van de erkenning en subsidiëring van de Vlaamse sportfederaties, de koepelorganisatie en de organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding


De Vlaamse Regering, Gelet op artikel 20 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen;

Gelet op het decreet van 13 juli 2001 houdende de regeling van de erkenning en subsidiëring van de Vlaamse sportfederaties, de koepelorganisatie en de organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding, artikel 4, eerste lid, derde lid en vierde lid, artikel 19, tweede en derde lid, artikel 26, § 1, tweede lid, § 3 en § 4, artikel 33, tweede en derde lid en artikel 39, § 1, tweede lid, § 2 en § 3;

Gelet op het decreet van 7 mei 2004 tot omvorming van de Vlaamse openbare instelling Commissariaat-generaal voor de Bevordering van de Lichamelijke Ontwikkeling, de Sport en de Openluchtrecreatie tot het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Bloso, artikel 5, eerste lid, 6°;

Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 13 januari 2006 betreffende het prioriteitenbeleid, zoals bepaald in artikel 2 van het decreet van 13 juli 2001 houdende de regeling van de erkenning en subsidiëring van de Vlaamse sportfederaties, de koepelorganisatie en de organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding;

Gelet op het advies van de Sectorraad voor Sport van de Raad voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media, gegeven op 20 oktober 2008;

Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 21 november 2008;

Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 15 december 2008, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op voorstel van de Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Sport en Brussel;

Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen

Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder : 1°het decreet : het decreet van 13 juli 2001 houdende de regeling van de erkenning en subsidiëring van de Vlaamse sportfederaties, de koepelorganisatie en de organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding; 2° de minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor de lichamelijke opvoeding, de sport en het openluchtleven;3° het Bloso : het agentschap ter Bevordering van de Lichamelijke Ontwikkeling, de Sport en de Openluchtrecreatie, meer bepaald de bevoegde dienst van de Vlaamse Gemeenschap, vermeld in het decreet;4° de sportfederatie : de Vlaamse erkende en gesubsidieerde sportfederatie, met uitzondering van de seniorensportfederatie, die een project realiseert dat past in het prioriteitenbeleid;5° de seniorensportfederatie : de Vlaamse erkende en gesubsidieerde sportfederatie die seniorensportclubs verenigt en zich uitsluitend richt tot de specifieke doelgroep 55-plussers, en die een project realiseert dat past in het prioriteitenbeleid;6° het algemeen erkennings- en subsidiëringsbesluit : het besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2008 tot vaststelling van de erkennings- en subsidiëringsvoorwaarden van de Vlaamse sportfederaties, de koepelorganisatie en de organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding;7° de olympiade : de periode van vier jaar die begint op 1 januari van het jaar na de Olympische Zomerspelen, en die eindigt op 31 december van het jaar van de Olympische Zomerspelen;8° de Vlaamse Trainersschool : het samenwerkingsverband tussen het Bloso, de topsportmanager, de universitaire opleidingsinstituten Lichamelijke Opvoeding, de Vlaamse Hogescholen Lichamelijke Opvoeding en de erkende Vlaamse sportfederaties, dat sportkaderopleidingen organiseert in Vlaanderen, afgekort VTS.

Art. 2.Het beleid van de Vlaamse Regering dat tot doel heeft de sportparticipatie van bijzondere doelgroepen en hun aansluiting bij een sportclub te bevorderen, heeft als thema : het bevorderen van de sportparticipatie van 55-plussers en hun aansluiting bij een sportclub.

Art. 3.De duur van het prioriteitenbeleid met het thema, vermeld in artikel 2, loopt tot en met 31 december 2012. HOOFDSTUK II. - Subsidiëringsvoorwaarden Afdeling I. - Algemene subsidiëringsvoorwaarden

Art. 4.De ingediende aanvraag tot subsidiëring van de facultatieve opdracht prioriteitenbeleid met als thema het bevorderen van de sportparticipatie van 55-plussers en hun aansluiting bij een sportclub moet aangeven op welke wijze de doelstelling gerealiseerd zal worden.

Art. 5.Het project prioriteitenbeleid kan voor maximaal vier jaar worden ingediend. De sportfederatie en de seniorensportfederatie kunnen op elk moment van de olympiade een project prioriteitenbeleid indienen. Dat project prioriteitenbeleid loopt maximaal voor de resterende duur van de olympiade. Meerjarige projecten prioriteitenbeleid kunnen een principiële goedkeuring krijgen voor de duur van hun project tijdens de lopende olympiade. De sportfederatie en de seniorensportfederatie dienen jaarlijks een aanvraag tot subsidiëring in conform artikel 10.

Art. 6.De goedgekeurde aanvraag tot subsidiëring maakt het voorwerp uit van een convenant als vermeld in artikel 19 en 33 van het decreet.

De minister kan nadere voorwaarden bepalen voor het sluiten van de convenanten op basis van de elementen die in de adviezen aan bod zijn gekomen.

Art. 7.Om in aanmerking te komen voor subsidies voor het project prioriteitenbeleid als vermeld in artikel 15, 4°, en in artikel 30, 3°, van het decreet, moeten de sportfederatie en de seniorensportfederatie aan de volgende basisvoorwaarden voldoen : 1° ze zijn gesubsidieerd voor de uitvoering van de basisopdrachten en ze nemen het project prioriteitenbeleid op in het vierjaarlijkse beleidsplan, overeenkomstig artikel 19 en 33 van het decreet;2° ze laten in het jaarlijkse actieplan, vermeld in het algemeen erkennings- en subsidiëringsbesluit, de facultatieve opdracht prioriteitenbeleid afzonderlijk aan bod komen;3° de aanvraag tot subsidiëring bevat de volgende informatie : a) een grondige analyse van de situatie van de seniorensport in de sportfederatie;b) een inhoudelijke omschrijving van de projectvisie, het concept, de doelstellingen en de beoogde resultaten;c) een detailbegroting die de geplande uitgaven en inkomsten duidelijk weergeeft van het jaar waarvoor subsidies gevraagd worden, en voor meerjarige projecten prioriteitenbeleid een jaarlijkse financiële prognose voor de duur van het project prioriteitenbeleid;d) een omschrijving van de wijze waarop het project prioriteitenbeleid elk jaar geëvalueerd zal worden. De subsidiëringsaanvraag van meerjarige projecten prioriteitenbeleid moet vanaf het tweede subsidiëringsjaar de volgende informatie bevatten : 1° een grondige evaluatie van het project prioriteitenbeleid over de periode van januari tot en met juni van het lopende jaar en in voorkomend geval een voorstel van bijsturing van het project prioriteitenbeleid 2° een financiële afrekening over de periode van januari tot en met juni van het lopende jaar, een detailbegroting die de geplande uitgaven en inkomsten van het jaar waarvoor de subsidies gevraagd worden, duidelijk weergeeft, en een financiële prognose voor de nog resterende jaren. Afdeling II. - Bijzondere subsidiëringsvoorwaarden voor de

sportfederaties

Art. 8.Om na te gaan of de sportfederatie voor subsidiëring in aanmerking komt, wordt met de volgende beoordelingscriteria rekening gehouden : 1° de mate waarin het klassieke sportaanbod van de sportfederatie vertaald wordt naar een specifiek en duurzaam (lifetime) sportaanbod voor 55-plussers;2° de mate waarin de sportfederatie duurzame sportactiviteiten organiseert in de sportclubs met het oog op een blijvende aansluiting van 55-plussers bij de sportclubs;3° de mate waarin aandacht besteed wordt aan het bereiken van de verschillende leeftijdsgroepen van de senioren;4° de mate waarin de sportfederatie via haar sportclubs een actieve en doelgroepgerichte promotie voert en toeleiding naar de sportclubs organiseert met het oog op het verhogen van de sportparticipatie en het bevorderen van de aansluiting van 55-plussers bij een sportclub;5° de mate waarin de sportfederatie via haar sportclubs een actief beleid inzake opleiding en bijscholing voert om meer en beter sportgekwalificeerde begeleiders voor 55-plussers te hebben in de sportclubs;6° de mate waarin de sportfederatie via haar sportclubs een netwerk uitbouwt met een of meer actoren zoals de seniorensportfederaties, de sportdiensten, de seniorenraden en de ouderenorganisaties;7° de relatie tussen de begroting van het project prioriteitenbeleid, de inhoud, het beoogde resultaat en het aantal 55-plussers dat wordt bereikt;8° de mate waarin het project een vernieuwend karakter of een voorbeeldfunctie heeft;9° de mate waarin het project prioriteitenbeleid inspeelt op reële behoeften met betrekking tot de seniorensport binnen die specifieke sportfederatie;10° de mate waarin en de wijze waarop aandacht besteed wordt aan aspecten van gelijkheid van kansen en diversiteit, en de mate waarin de aansluiting van maatschappelijk achtergestelde groepen verhoogt. Afdeling III. - Bijzondere subsidiëringsvoorwaarden voor de

seniorensportfederaties

Art. 9.Een seniorensportfederatie komt in aanmerking voor subsidiëring als ze een project indient dat zich enerzijds richt op 55-plussers die weinig of niet sporten, en anderzijds aantoont een actief beleid te voeren inzake opleiding en bijscholing.

Om na te gaan of de seniorensportfederatie voor subsidiëring in aanmerking komt, wordt met de volgende beoordelingscriteria rekening gehouden : 1° de mate waarin de seniorensportfederatie via het project 55-plussers bereikt die weinig of niet sporten, en hen naar een sportclub toeleidt met het oog op een duurzame sportparticipatie;2° a) de mate waarin de seniorensportfederatie in het kader van het project een gerichte promotie voert om 55-plussers die weinig of niet sporten en die zich niet in clubs bevinden te bereiken;b) de mate waarin aandacht wordt besteed aan het bereiken van de verschillende leeftijdsgroepen van de senioren;3° de mate waarin de seniorensportfederatie in het kader van het project een netwerk uitbouwt met een of meer actoren zoals de sportdiensten, de seniorenraden en de ouderenorganisaties;4° de relatie tussen de begroting van het project prioriteitenbeleid, de inhoud, het beoogde resultaat en het aantal 55-plussers dat bereikt wordt en naar een sportclub wordt toegeleid;5° de mate waarin het project een vernieuwend karakter of een voorbeeldfunctie vervult;6° de mate waarin het project prioriteitenbeleid inspeelt op reële behoeften binnen de seniorensportfederatie;7° de mate waarin het project verschilt van de reguliere basiswerking van de seniorensportfederatie;8° de mate waarin en de wijze waarop aandacht besteed wordt aan aspecten van gelijkheid van kansen en diversiteit en de aansluiting van maatschappelijk achtergestelde groepen verhoogt;9° de mate waarin de seniorensportfederatie aantoont dat ze een actief beleid inzake opleiding en bijscholing voert om enerzijds meer en beter sportgekwalificeerde begeleiders voor 55-plussers te hebben in de clubs, en anderzijds meer sportgekwalificeerde docenten en experten te hebben voor de promotie en verspreiding van de knowhow van de seniorensport. HOOFDSTUK III. - Subsidiëringsprocedure

Art. 10.De sportfederatie en de seniorensportfederatie bezorgen hun aanvraag tot subsidiëring, vermeld in artikel 4, uiterlijk op 1 september van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarvoor de subsidies gevraagd worden. Ze sturen die aanvraag aangetekend of tegen ontvangstbewijs in twee exemplaren naar het Bloso.

Art. 11.Het Bloso zal de sportfederaties en de seniorensportfederaties voor 1 oktober van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarvoor subsidies gevraagd worden, met een aangetekende brief informeren als de aanvraag tot subsidiëring niet ontvankelijk is. Een aanvraag is onontvankelijk als ze niet op tijd is ingediend, niet op tijd werd vervolledigd of als, na onderzoek door het Bloso, uit de aanvraag blijkt dat de sportfederatie of seniorensportfederatie in kwestie niet kan voldoen aan de gestelde voorwaarden.

Art. 12.Een beoordelingscommissie zal de ontvankelijke projecten prioriteitenbeleid inhoudelijk beoordelen aan de hand van de ingediende aanvraag tot subsidiëring, vermeld in artikel 7, 3°, en de beoordelingscriteria, vermeld in artikel 8 voor de sportfederaties en in artikel 9 voor de seniorensportfederaties. Die beoordelingscommissie bestaat uit minimaal vijf en maximaal negen leden die een specifieke expertise hebben inzake seniorensport. De minister benoemt de leden van de beoordelingscommissie voor de duur van de olympiade.

Het Bloso bereidt de dossiers voor, licht ze toe en neemt het secretariaat waar van de beoordelingscommissie.

De beoordelingscommissie beoordeelt de inhoudelijke aspecten van de ontvankelijke aanvraag en adviseert de minister over het maximale subsidiebedrag. De beoordelingscommissie bezorgt een advies aan de minister uiterlijk op 15 december van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarvoor subsidies gevraagd worden. Het Bloso beoordeelt de zakelijke en financiële aspecten en geeft daarover advies aan de minister uiterlijk op 15 december van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarvoor subsidies gevraagd worden.

Art. 13.De beslissing van de minister om de ingediende projecten prioriteitenbeleid te subsidiëren of het voornemen om ze niet te subsidiëren en het maximale subsidiebedrag wordt voor 15 januari van het jaar waarvoor subsidies gevraagd worden, met een aangetekende brief aan de sportfederaties en de seniorensportfederaties meegedeeld.

Een sportfederatie die het bericht krijgt van het voornemen van de minister om haar niet te subsidiëren kan daartegen een gemotiveerd bezwaar indienen dat binnen vijftien dagen na verzending van dit bericht aangetekend moet verstuurd worden naar het Bloso. Indien de sportfederatie hierom verzoekt kan zij gehoord worden.

Het Bloso stelt binnen de dertig dagen na ontvangst van het bezwaarschrift een gemotiveerd advies op, de minister beslist uiterlijk dertig dagen na ontvangst van dit advies om de sportfederatie al dan niet te subsidiëren.

Meerjarige projecten prioriteitenbeleid kunnen een principiële goedkeuring krijgen voor een bepaald jaarlijks maximaal subsidiebedrag voor de duur van hun project tijdens de lopende olympiade, onder voorbehoud van een positieve jaarlijkse evaluatie.

Art. 14.De subsidies worden verleend binnen de jaarlijks uitgetrokken begroting voor de facultatieve opdracht prioriteitenbeleid. De subsidies worden toegekend door de minister op basis van de adviezen en de beoordelingscriteria, vermeld in artikel 8, voor de sportfederaties, en op basis van de beoordelingscriteria, vermeld in artikel 9, voor de seniorensportfederaties.

Art. 15.90 % van de subsidie zal worden uitgekeerd na de goedkeuring van het project prioriteitenbeleid in de maand februari van het jaar waarvoor de subsidies gevraagd worden.

Art. 16.Een inhoudelijk verslag met een grondige evaluatie en een gedetailleerde financiële afrekening van de inkomsten en uitgaven van het project prioriteitenbeleid moet uiterlijk tegen 1 april van het jaar dat volgt op het jaar van subsidiëring, ingediend worden bij het Bloso. Het saldo zal worden uitgekeerd na controle van de afrekening en evaluatie, en voor 1 juli van het jaar dat volgt op het jaar van subsidiëring. Voor de meerjarige projecten prioriteitenbeleid moet naast een inhoudelijk verslag tevens aangegeven worden op welke manier het project prioriteitenbeleid eventueel werd bijgestuurd. HOOFDSTUK IV. - Aard en wijze van subsidiëring

Art. 17.De kosten die voor subsidiëring in aanmerking komen, worden vermeld in de lijst, die als bijlage II bij dit besluit is gevoegd. De wijze waarop die kosten voor de berekening van de subsidiëring in het rekeningstelsel opgenomen moeten worden, wordt vastgesteld door het Bloso.

De bezoldiging van de occasionele medewerkers, als subsidieerbare kosten als vermeld in het eerste lid, vindt plaats op basis van de bezoldigingstabel voor occasionele medewerkers in het kader van de subsidiëring van de facultatieve opdracht prioriteitenbeleid, opgenomen in bijlage I, die bij dit besluit is gevoegd. Het brutojaarloon tegen 100 %, vermeld in de bezoldigingstabel, is gekoppeld aan het spilindexcijfer 138,01 van 1 januari 1990. Voor de berekening van de subsidies worden de uurlonen jaarlijks op 1 januari van het kalenderjaar aangepast aan het spilindexcijfer.

Occasionele medewerkers die beschikken over sporttechnische diploma's, certificaten en titels die niet binnen de Vlaamse Gemeenschap zijn verworven, moeten bij de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap de gelijkwaardigheid van de verworven beroepskwalificatie laten vaststellen.

De gelijkwaardigheid kan worden vastgesteld door de bekwaamheden te vergelijken die blijken uit de diploma's, certificaten en andere titels, en de relevante ervaring. HOOFDSTUK V. - Controle

Art. 18.Het Bloso kan op elk moment toezicht en controle uitoefenen op de wijze waarop het project prioriteitenbeleid wordt uitgevoerd. HOOFDSTUK VI. - Communicatie

Art. 19.De gesubsidieerde sportfederatie en seniorensportfederatie verbinden er zich toe om op alle communicatie over het project prioriteitenbeleid de steun van de Vlaamse overheid als volgt te vermelden : 1° de standaardlogo's en de bijbehorende tekst en baselines, zoals door de Vlaamse Regering vastgesteld, worden op elke mededeling, verklaring, publicatie en presentatie, ongeacht de drager, vermeld;2° de indiener besteedt in zijn aanvraag tot subsidiëring op een proactieve wijze aandacht aan de mogelijkheden om de steun van de Vlaamse overheid te vermelden.Voor publieksmomenten worden afspraken gemaakt met de Vlaamse overheid over de vereiste communicatieve return. HOOFDSTUK VII. - Slotbepalingen

Art. 20.Het besluit van de Vlaamse Regering van 13 januari 2006 betreffende het prioriteitenbeleid zoals bepaald in artikel 2 van het decreet van 13 juli 2001 houdende de regeling van de erkenning en subsidiëring van de Vlaamse sportfederaties, de koepelorganisatie en de organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding wordt opgeheven, met uitzondering van artikel 18, 19 en 20, die voor de subsidies die werden toegekend op basis van dat besluit van toepassing blijven tot 1 juli 2009.

Art. 21.Voor de sportfederaties en de seniorensportfederaties die al erkend zijn of die uiterlijk op 1 september 2008 een erkenningsaanvraag hebben ingediend, of die overeenkomstig artikel 58 van het algemeen erkennings- en subsidiëringsbesluit een erkenningsaanvraag hebben ingediend en die in aanmerking willen komen voor subsidiëring voor de facultatieve opdracht prioriteitenbeleid voor het jaar 2009, gelden de volgende overgangsmaatregelen : 1° in afwijking van artikel 10 wordt de aanvraag tot subsidiëring uiterlijk op 1 februari 2009 ingediend.Het deel van het vierjaarlijkse beleidsplan over de facultatieve opdracht prioriteitenbeleid moet uiterlijk op 1 februari 2009 ingediend worden; 2° in afwijking van artikel 11 brengt het Bloso voor 15 februari 2009 de sportfederaties en de seniorensportfederaties op de hoogte die een onontvankelijke aanvraag hebben ingediend;3° in afwijking van artikel 12, derde lid, brengen de beoordelingscommissie en het Bloso voor 15 maart 2009 advies uit bij de minister over de sportfederaties en de seniorensportfederaties die gesubsidieerd kunnen worden;4° in afwijking van artikel 13 deelt de minister voor 31 maart 2009 zijn beslissing mee om de sportfederatie al dan niet te subsidiëren;5° in afwijking van artikel 15 wordt het voorschot uitbetaald na de goedkeuring van het project prioriteitenbeleid.

Art. 22.Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.

Art. 23.De Vlaamse minister, bevoegd voor de lichamelijke opvoeding, de sport en het openluchtleven, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 16 januari 2009.

De minister-president van de Vlaamse Regering, K. PEETERS De Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Sport en Brussel, B. ANCIAUX

Bijlage I Bezoldigingstabel voor de occasionele medewerkers in het kader van de subsidiëring van de facultatieve opdracht prioriteitenbeleid seniorensport

Categorie

I

II

III

IV

V

Voor de occasionele medewerker met de specifieke functie van lesgever of trainer die in het bezit is van een van de volgende diploma's of getuigschriften :

?VTS-Initiator in de betrokken sporttak (of geassimileerd*) ?Student geslaagd voor 2e jaar regent/bachelor L.O. ?Kandidaat L.O. ?Gegradueerde L.O. ?Bijkomend voor de gehandicaptensport : de Kandidaat Kinesitherapie

?VTS-Instructeur B/Trainer B in de betrokken sporttak (of geassimileerd*) ?Regent/bachelor L.O. ? Bijkomend voor de gehandicap-tensport : gegradueerde/ bachelor Kinesitherapie

?VTS-Trainer A in de betrokken sporttak (of geassimileerd*) ?Regent/bachelor L.O. met Instructeur B/Trainer B diploma in de betrokken sporttak (of geassimileerd*) ?Licentiaat/master L.O. ?Bijkomend voor de gehandicaptensport : gegradueerde/bachelor Kinesitherapie met Instructeur B/Trainer B diploma in de betrokken sporttak (of geassimileerd*) en de licentiaat/master Kinesitherapie

?VTS-Toptrainer in de betrokken sporttak (of geassimileerd*) ?Regent/bachelor L.O. met Trainer A diploma in de betrokken sporttak (of geassimileerd*) ?Licentiaat/master L.O. met Instructeur B/Trainer B diploma in de betrokken sporttak (of geassimileerd*) ?Bijkomend voor de gehandicaptensport : gegradueerde/ bachelor Kinesitherapie met Trainer A diploma in de betrokken sporttak (of geassimileerd*) en licentiaat/master Kinesitherapie met Instructeur B/Trainer B diploma in de betrokken sporttak (of geassimileerd*)

?Licentiaat/Master L.O. met Trainer A diploma in de betrokken sporttak (of geassimileerd*) ?Licentiaat/Master L.O. met sporttechnisch postgraduaat in de betrokken sporttak ?Bijkomend voor de gehandicaptensport : ? licentiaat/master Kinesitherapie met Trainer A diploma in de betrokken sporttak (of geassimileerd*)

Brutojaarloon tegen 100 %**

euro 14.900,00

euro 16.900,00

euro 19.100,00

euro 21.100,00

euro 23.150,00

Geïndexeerd bruto-uurloon*** (sinds 1 oktober 2008)

euro 11,2044

euro 12,7084

euro 14,3627

euro 15,8666

euro 17,4082

Reisvergoeding per km (sinds 1 juli 2008)

euro 0,3093


* Zie de geactualiseerde assimilatietabel van de Vlaamse Trainersschool op de Bloso-website. ** Het brutojaarloon tegen 100 % is gebaseerd op de categorieën en de salarisschalen, vermeld in bijlage II van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2006 houdende organisatie van het Commissariaat-generaal voor de Lichamelijke Ontwikkeling, de Sport en de Openluchtrecreatie en de instellingsspecifieke regeling van de rechtspositie van het personeel (Belgisch Staatsblad, 23 maart 2006).

Het brutojaarloon tegen 100 % is gekoppeld aan de spilindex 138,01 (1 januari 1990).

Het brutojaarloon tegen 100 % wordt verhoogd met de lineaire loonsverhogingen die toegekend worden aan de ambtenaren van de Vlaamse Overheid. *** geïndexeerd bruto-uurloon = (het brutojaarloon tegen 100 % + lineaire loonsverhogingen) x indexcoëfficiënt/1976 Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 januari 2009 betreffende het prioriteitenbeleid, vermeld in artikel 2, 12°, van het decreet van 13 juli 2001 houdende de regeling van de erkenning en subsidiëring van de Vlaamse sportfederaties, de koepelorganisatie en de organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding.

Brussel, 16 januari 2009.

De minister-president van de Vlaamse Regering, K. PEETERS De Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Sport en Brussel, B. ANCIAUX

Bijlage II Subsidieerbare kosten voor de facultatieve opdracht prioriteitenbeleid - brutosalaris occasionele sporttechnische medewerkers - RSZ-werkgeversbijdrage occasionele sporttechnische medewerkers - eindejaarstoelage en vakantiegeld occasionele sporttechnische medewerkers - kosten inzake dienstverlening door zelfstandigen in de functie van occasionele sporttechnische medewerkers - inschrijvingsgeld cursussen voor specifieke opleiding en bijscholing van sporttechnische medewerkers en clubbestuurders inzake seniorensport - verplaatsingskosten sporttechnische medewerkers - verplaatsingskosten clubbestuursleden - kosten voor vervoer van personen en materiaal - aankoop, huur of afschrijving van sportmateriaal - aankoop, huur of afschrijving van didactisch materiaal - huur van sportaccommodaties, vergader- en leslokalen - drukwerken - kosten voor informatie- en promotiemateriaal - kosten, aangerekend door verenigingen ter bescherming van auteursrechten - kosten voor medische hulpposten - andere kosten waarvoor Bloso voorafgaandelijk een schriftelijk akkoord heeft gegeven Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 januari 2009 betreffende het prioriteitenbeleid, vermeld in artikel 2, 12°, van het decreet van 13 juli 2001 houdende de regeling van de erkenning en subsidiëring van de Vlaamse sportfederaties, de koepelorganisatie en de organisaties voor de sportieve vrijetijdsbesteding.

Brussel,16 januari 2009.

De minister-president van de Vlaamse Regering, K. PEETERS De Vlaamse minister van Cultuur, Jeugd, Sport en Brussel, B. ANCIAUX

^