gepubliceerd op 13 oktober 2026
Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap betreffende de organisatie, voor de periode 2026-2028, van een systeem van didactische en pedagogische expertisecentra
18 SEPTEMBER 2026. - Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap betreffende de organisatie, voor de periode 2026-2028, van een systeem van didactische en pedagogische expertisecentra
De Regering van de Franse Gemeenschap, Gelet op het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs, artikel 1.6.1-4, § 4, zoals ingevoegd bij het programmadecreet van 17 december 2025 houdende diverse bepalingen met betrekking tot Onderwijs, Infrastructuren, Universitaire Ziekenhuizen, Cultuur, Wetenschappelijk Onderzoek, Kind, Justitiehuizen, Jeugd en Begrotingsfondsen, Boek 1, Titel 6, Hoofdstuk 1, aangevuld met een Afdeling 3 getiteld "Wetenschappelijke studies en initiatieven die bijdragen tot de verbetering van de kwaliteit van het onderwijssysteem";
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 3 april 2026;
Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting van 15 mei 2026;
Gelet op de gendertest van 11 mei 2026 uitgevoerd met toepassing van artikel 4, tweede lid, 1°, van het decreet van 7 januari 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 07/01/2016 pub. 12/02/2016 numac 2016029074 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende integratie van de genderdimensie in het geheel van de beleidslijnen van de Franse Gemeenschap sluiten houdende integratie van de genderdimensie in het geheel van de beleidslijnen van de Franse Gemeenschap;
Gelet op het onderhandelingsprotocol van 5 juni 2026 binnen het Onderhandelingscomité tussen de Regering en Wallonie-Bruxelles Enseignement en de federaties van inrichtende machten overeenkomstig artikel 1.6.5-6 en volgende van het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs;
Gelet op het standaardadvies nr.65/2023 van 24 maart 2023, gegeven op 23 juli 2026 met toepassing van artikel 23 van de wet van 3 december 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/12/2017 pub. 10/01/2018 numac 2017031916 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit sluiten tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit;
Gelet op het verzoek om advies binnen een termijn van 30 dagen, gericht aan de Raad van State, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Overwegende dat het verzoek om advies op 28 juli 2026 ingeschreven werd in de rol van de afdeling wetgeving van de Raad van State onder het nummer 79.936/2/V;
Gelet op de beslissing van de afdeling wetgeving van 30 juli 2026 om geen advies te geven binnen de gevraagde termijn, met toepassing van artikel 84, § 5, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Overwegende dat wetenschappelijk onderzoek bijdraagt aan een beter begrip van de uitdagingen waarmee scholen worden geconfronteerd, dat het mogelijk maakt deze uitdagingen in kaart te brengen, te bevragen en te analyseren, en dat het de verbetering van het onderwijssysteem ondersteunt, met name door innovatie en door de onderwijsgemeenschap de nodige middelen te verschaffen;
Overwegende de Conclusies van de Raad van de Unie van 14 juni 2024 (C/2024/3642) over het bevorderen van empirisch onderbouwde beleidsvorming en praktijk op het gebied van onderwijs, en in het bijzonder het feit dat de Lidstaten de ontwikkeling van een relevant, toegankelijk en kwalitatief hoogstaand onderzoeksecosysteem moeten bevorderen, met name voor zover deze praktijken de instellingen, leeromgevingen, onderwijs- en leerpraktijken ondersteunen, de leerresultaten kunnen verbeteren;
Overwegende dat het concreet ter beschikking stellen van didactische tools en pedagogische systemen, waarvan de doeltreffendheid in het kader van een experimenteel wetenschappelijk onderzoek is aangetoond, het mogelijk maakt het versterken van de vaardigheden en expertise van leerkrachten te ondersteunen, het "evidence-informed education" te bevorderen en te zorgen voor een directe bijdrage van de wetenschappelijke wereld aan de ontwikkeling van de werkwijzen van leerkrachten;
Overwegende het belang van de ontwikkelingen in verband met de uitvoering van de hervorming van de gemeenschappelijke kern, en het geleidelijke tijdschema voor de invoering vastgelegd in artikel 20 van het decreet van 3 mei 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom. 03/05/2019 pub. 19/09/2019 numac 2019030854 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende de boeken 1 en 2 van het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs, en tot instelling van de gemeenschappelijke kern sluiten houdende de boeken 1 en 2 van het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs, en tot instelling van de gemeenschappelijke kern;
Overwegende de referentiekaders van de nieuwe gemeenschappelijke kern, aangenomen door het Parlement, namelijk het referentiekader voor de Franse en de oude talen, het referentiekader voor de culturele en artistieke opvoeding, het referentiekader voor de moderne talen, het referentiekader voor de wiskunde, het referentiekader voor de wetenschappen, het referentiekader voor de manuele, technische, technologische en numerieke opleiding, het referentiekader voor de opleiding tot filosofie en burgerschap en het referentiekader voor de lichamelijke en gezondheidsopvoeding, alsook het referentiekader voor de opleiding geschiedenis, aardrijkskunde, economie en sociale wetenschappen;
Overwegende de bepalingen van het Wetboek met betrekking tot de veralgemening van de systemen voor differentiatie en gepersonaliseerde begeleiding binnen de jaren van de gemeenschappelijke kern, met als doel de resultaten te verbeteren, het slagen te ondersteunen en mislukken en doubleren tegen te gaan, en overwegende dat het ter beschikking stellen van didactische tools en de bijbehorende pedagogische systemen essentieel is om de integratie van differentiatie in de praktijk van leerkrachten te bevorderen;
Overwegende dat de ontwikkeling van digitale tools via wetenschappelijk onderzoek een belangrijke hefboom vormt voor de succesvolle invoering van de nieuwe gemeenschappelijke kern, en dat het online plaatsen ervan op het e-classe-platform ervoor zorgt dat ze toegankelijk zijn voor alle leden van de onderwijsgemeenschap;
Op de voordracht van de Minister van Onderwijs;
Na beraadslaging, Besluit :
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen
Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder: 1° onderzoeker: iedere persoon die aangeworven is, aangesloten is bij of een opdracht heeft gekregen binnen een instelling voor hoger onderwijs georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap, of door het F.R.S.-FNRS of door een universitair ziekenhuis, om een onderzoeksactiviteit uit te voeren in de zin van artikel 5 van het decreet van 7 november 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom. 07/11/2013 pub. 18/12/2013 numac 2013029625 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot bepaling van het hogeronderwijslandschap en de academische organisatie van de studies sluiten tot bepaling van het hogeronderwijslandschap en de academische organisatie van de studies.
De houder van een doctoraats- of postdoctoraatsbeurs wordt eveneens beschouwd als onderzoeker overeenkomstig artikel 1, 9°, van het decreet van 4 april 2024Relevante gevonden documenten type decreet prom. 04/04/2024 pub. 30/05/2024 numac 2024004444 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet inzake de financiering van onderzoek in instellingen voor hoger onderwijs sluiten inzake de financiering van onderzoek; 2° Wetboek: Het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs;3° pedagogisch systeem: een gestructureerd geheel van pedagogische methoden, personele middelen en andere middelen, om het leerproces in een bepaalde situatie te organiseren;4° Minister: de Minister bevoegd voor Onderwijs; 5° didactische tool: elk materieel of immaterieel element (een boek, een bord, een taalgebruik, een computerprogramma, enz.) dat het verwerven van kennis, vaardigheden of competenties in een of meer bepaalde leervakken vergemakkelijkt; 6° e-classe-platform: het platform voor onderwijsmateriaal bedoeld in artikel 5 van het decreet van 25 april 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/04/2019 pub. 19/09/2019 numac 2019014545 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende het digitaal bestuur van het schoolsysteem en de overdracht van digitale gegevens in het leerplichtonderwijs sluiten betreffende het digitaal bestuur van het schoolsysteem en de overdracht van digitale gegevens in het leerplichtonderwijs;7° expertisecentra: de didactische en pedagogische expertisecentra. HOOFDSTUK II. - Projectoproepen, studiegebieden en thema's van de Expertisecentra
Art. 2.§ 1. Overeenkomstig artikel 1.6.1-4, § 4, van het Wetboek, lanceert de Minister een projectoproep gericht aan de instellingen voor hoger onderwijs van de Franse Gemeenschap om hen uit te nodigen voorstellen in te dienen voor de oprichting van didactische en pedagogische expertisecentra, met als doel om, binnen scholen die door de Franse Gemeenschap worden georganiseerd of gesubsidieerd, didactische tools en bijbehorende pedagogische systemen te testen, de doeltreffendheid ervan te documenteren en aan te tonen, met als doel de resultaten in een op zichzelf staand ("kant-en-klaar") formaat via het e-classe-platform onder de onderwijsgemeenschap te verspreiden. § 2. De projectoproep heeft, voor de periode van 1 november 2026 tot 31 oktober 2028, tot doel: 1° de oprichting van vijf expertisecentra, die zijn gekoppeld aan de vakgebonden en vakoverschrijdende leergebieden van de gemeenschappelijke kern.De expertisecentra hebben tot doel: - de vakgebonden leerdoelen van de studiegebieden van de gemeenschappelijke kern: - Frans, kunst en cultuur, - Moderne talen, - Wiskunde, wetenschappen en techniek, - Menswetenschappen, opleiding tot filosofie en burgerschap, godsdienst en zedenleer, - Lichamelijke opvoeding, welzijn en gezondheid; - de interdisciplinaire leerdoelen uit de studiegebieden van de gemeenschappelijke kern en de leerdoelen uit de transversale studiegebieden van de gemeenschappelijke kern; 2° de oprichting van een expertisecentrum "Methodologische en wetenschappelijke ondersteuning". De werkzaamheden van de zes didactische en pedagogische expertisecentra zijn gericht op de inhoud en de leerdoelen van de basisvaardigheden uit de referentiekaders, met name die welke worden beoordeeld via het gemeenschappelijk extern examen "Rekenen-Lezen-Schrijven", dat aan het begin van het 4e jaar van het lager onderwijs vanaf het schooljaar 2026-2027 wordt georganiseerd.
Art. 3.§ 1. De reactie op de projectoproep, waarmee de aanvraag voor de oprichting van een expertisecentrum formeel wordt ingediend, wordt ingediend door de in § 2, 1°, eerste streepje bedoelde coördinator, die hiertoe het initiatief neemt, met behulp van het in de projectoproep voorziene formulier. Deze onderzoeker is afkomstig van een Universiteit, een hogeschool of een hogere kunstschool van de Franse Gemeenschap. § 2. Om ontvankelijk te zijn, moet de kandidatuur 1° tot doel hebben een expertisecentrum op te richten, bestaande uit: - twee coördinatoren die de functie van gewoon hoogleraar of hoogleraar bekleden, die definitief zijn benoemd of aangeworven binnen een instelling voor hoger onderwijs, en die beschikken over expertise op het gebied van didactiek en pedagogiek binnen het betreffende onderzoeksgebied, en die elk een coördinerende rol zullen vervullen binnen het Expertisecentrum.De ene valt onder een universiteit van de Franse Gemeenschap, de andere onder een hogeschool of een hogere kunstschool van de Franse Gemeenschap; - onderzoekers van een of meer universiteit(en) van de Franse Gemeenschap en onderzoekers van hogescholen of hogere kunstscholen van de Franse Gemeenschap, die beschikken over expertise op het gebied van didactiek en pedagogiek binnen het betreffende onderzoeksgebied; 2° zijn, in het formulier dat uiterlijk op 21 oktober 2026 moet worden ingediend, gebaseerd op de uitwerking van methodologische elementen met betrekking tot: - de ontwikkeling van didactische tools (en de bijbehorende pedagogische systemen) gericht op de basisvaardigheden en afgestemd op de inhoud en verwachtingen van de referentiekaders, met name die welke worden beoordeeld in het gemeenschappelijk extern examen "Rekenen-Lezen-Schrijven"; - voor het expertisecentrum "Methodologische en wetenschappelijke ondersteuning", de begeleidingsstrategieën die aan de Expertisecentra worden geboden.
Art. 4.§ 1. Een Toekenningscomité, bestaande uit de diensten van de Algemene Administratie Onderwijs en de vertegenwoordigers van de Ministers van Onderwijs en Hoger Onderwijs, beoordeelt de ontvangen aanvraagformulieren en brengt een advies op basis van criteria uit aan de Minister.
De toekenningscriteria zijn gebaseerd op: - een minimum van vijf didactische tools (en het bijbehorende pedagogisch systeem) die aan het einde van de cyclus worden aangeleverd om online te worden geplaatst, en de kwaliteit van de gepresenteerde methodologische elementen: de uitgewerkte wetenschappelijke concepten en de beoogde experimentele methodologieën, en de afstemming daarvan op de specifieke context van het onderwijssysteem van de Federatie Wallonië-Brussel en de structurele hervormingen daarvan; - voor het expertisecentrum "Methodologische en wetenschappelijke ondersteuning", de kwaliteit van de gepresenteerde methodologische elementen: de begeleidingsstrategieën die aan de expertisecentra worden aangeboden, inclusief het bijbehorende tijdschema, met betrekking tot de experimenten in de klas op basis van een wetenschappelijk validatiekader (evidence-informed education), de toe-eigening door leerkrachten van de geteste didactische tools en de verspreiding ervan. § 2 De Minister bepaalt op basis van dit advies gebaseerd op criteria welke projecten worden geselecteerd en motiveert zijn/haar keuze.
HOOFDSTUK III. - Bestuur en coördinatie
Art. 5.§ 1. Het wetenschappelijk onderzoek dat door de expertisecentra wordt uitgevoerd, wordt gestuurd door een methodologisch kader en begeleid door het in paragraaf 3 vastgelegde Sturingscomité. § 2. Het methodologische kader heeft met name tot doel de doelstellingen van de werkzaamheden te verduidelijken, de rollen van de coördinatoren en de leden van de expertisecentra te bepalen, de criteria voor het testen en analyseren van de tools en systemen vast te stellen, en de rubrieken van de sjablonen vast te leggen waarmee de producties op e-classe online kunnen worden geplaatst.
Het methodologische kader wordt opgesteld door de diensten van de Algemene Administratie Onderwijs, met ondersteuning van het expertisecentrum "Methodologische en wetenschappelijke ondersteuning".
Dit wordt voorgelegd aan het Sturingscomité, dat het goedkeurt. § 3. Het Sturingscomité bestaat uit de coördinatoren van de expertisecentra, de vertegenwoordigers van de betrokken diensten van de Algemene Administratie Onderwijs en de vertegenwoordigers van de Ministers van Onderwijs en Hoger Onderwijs, en wordt voorgezeten door een vertegenwoordiger van de Algemene Administratie Onderwijs.
Het Sturingscomité heeft de volgende taken: 1° het methodologische kader en het tijdschema voor de werkzaamheden van het systeem van de didactische en pedagogische expertisecentra vaststellen en waarborgen;2° zich uitspreken over de voorstellen van de Algemene Administratie Onderwijs met betrekking tot de wijze waarop de door de expertisecentra geproduceerde middelen worden verspreid, en tot de uitvoering van initiatieven die bijdragen aan de ontwikkeling van een ecosysteem voor onderwijsonderzoek;3° de tussentijdse en eindverslagen van de expertisecentra analyseren en goedkeuren.Een expertisecentrum neemt niet deel aan de analyse en goedkeuring van de verslagen die het zelf heeft opgesteld. § 4. Het secretariaat van het systeem van de didactische en pedagogische expertisecentra wordt verzorgd door het Directoraat-generaal Sturing van het Onderwijssysteem. § 5. Het secretariaat organiseert een jaarlijkse bijeenkomst om de lopende werkzaamheden te presenteren, met inbegrip van de methodologie en het evaluatierapport van het systeem, in aanwezigheid van het Sturingscomité, de onderzoekers en de vertegenwoordigers van de Federaties van de Inrichtende Machten en van Wallonie Bruxelles-Enseignement. De lijst met de geselecteerde centra wordt doorgestuurd naar de vertegenwoordigers van de Federaties van de Inrichtende Machten en van Wallonie Bruxelles-Enseignement.
HOOFDSTUK IV. - Taken van de coördinatoren en onderzoekers
Art. 6.§ 1. Elk expertisecentrum wordt gecoördineerd door twee coördinatoren bedoeld in artikel 3, § 2, 1°, 1e streepje. In het kader van deze coördinatierol zullen zij: 1° toezien op de correcte uitvoering van alle werkzaamheden van het expertisecentrum, hierop toezicht houden, de wetenschappelijke kwaliteit ervan waarborgen en garanderen dat deze in overeenstemming zijn met het methodologische kader van het systeem, met name door ervoor te zorgen dat het expertisecentrum effectief samenwerkt met het expertisecentrum "Methodologische en wetenschappelijke ondersteuning";2° deelnemen aan de vergaderingen van het Sturingscomité en rekening houden met de specifieke verzoeken van dit Comité;3° bijdragen aan de opbouw van een ecosysteem voor onderwijsonderzoek en deelnemen aan initiatieven die gericht zijn op de verspreiding van informatie onder de vertegenwoordigers van de Federaties van de Inrichtende Machten en van Wallonie Bruxelles-Enseignement, zoals voorgesteld door de Algemene Administratie Onderwijs en goedgekeurd door het Sturingscomité;4° drie tussentijdse verslagen en een eindverslag opstellen, waarvan de vereisten en de termijnen door het Sturingscomité worden vastgesteld;5° de Algemene Administratie Onderwijs de door het expertisecentrum opgestelde werkdocumenten en tools bezorgen, evenals de tussentijdse verslagen en het eindverslag, overeenkomstig de door het Sturingscomité vastgestelde vereisten en termijnen. § 2. De taken van de leden van het expertisecentrum zijn de volgende: 1° tools en systemen identificeren, deze analyseren, ze aan aanvullende goedkeuringen onderwerpen op basis van experimenten die in de klassen zijn uitgevoerd, en indien nodig aanpassingen voorstellen of nieuwe tools of systemen ontwikkelen;2° deze wetenschappelijke werkzaamheden uitvoeren met de steun van het team dat zich bezighoudt met de ontwikkeling van het methodologisch kader, en in nauwe samenwerking met de diensten van de Algemene Administratie Onderwijs die verantwoordelijk zijn voor het programma;3° deze wetenschappelijke werkzaamheden documenteren aan de hand van de sjablonen en de vooraf opgestelde formats die door de Algemene Administratie Onderwijs ter beschikking worden gesteld, zodat ze op e-classe kunnen worden geplaatst, waarbij de wetenschappelijke en vormelijke kwaliteit van de voor publicatie ingediende fiches en tools wordt gewaarborgd;4° meewerken aan het opstellen van de tussentijdse verslagen en het eindverslag;5° deelnemen aan de werkvergaderingen van de expertisecentra, aan de vergaderingen die worden georganiseerd met het expertisecentrum "Methodologische en wetenschappelijke ondersteuning", en bijdragen aan de opbouw van een ecosysteem voor onderwijsonderzoek en deelnemen aan initiatieven die gericht zijn op de verspreiding van informatie onder de vertegenwoordigers van de Federaties van de Inrichtende Machten en van Wallonie Bruxelles-Enseignement, zoals voorgesteld door de Algemene Administratie Onderwijs en goedgekeurd door het Sturingscomité.
Art. 7.§ 1. Het expertisecentrum "Methodologische en wetenschappelijke ondersteuning" wordt gecoördineerd door twee coördinatoren bedoeld in artikel 3, § 2, 1°, 1e streepje.
In het kader van deze coördinatierol zullen zij: 1° toezien op de correcte uitvoering van alle werkzaamheden van het expertisecentrum, hierop toezicht houden, de wetenschappelijke kwaliteit ervan waarborgen en garanderen dat deze in overeenstemming zijn met het methodologische kader van het systeem, met name door ervoor te zorgen dat het expertisecentrum "Methodologische en wetenschappelijke ondersteuning" effectief samenwerkt met de andere expertisecentra;2° nauw samenwerken met de diensten van de Algemene Administratie Onderwijs;3° deelnemen aan de vergaderingen van het Sturingscomité en rekening houden met de specifieke verzoeken van dit Comité;4° bijdragen aan de opbouw van een ecosysteem voor onderwijsonderzoek door deel te nemen aan initiatieven die gericht zijn op de verspreiding van informatie onder de vertegenwoordigers van de Federaties van de Inrichtende Machten en van Wallonie Bruxelles-Enseignement, zoals voorgesteld door de Algemene Administratie Onderwijs en goedgekeurd door het Sturingscomité;5° drie tussentijdse verslagen en een eindverslag opstellen en deze naar de Algemene Administratie Onderwijs sturen, overeenkomstig de door het Sturingscomité vastgestelde vereisten en termijnen. § 2. Het expertisecentrum "Methodologische en wetenschappelijke ondersteuning", de coördinatoren ervan en de onderzoekers waaruit dit bestaat, hebben de volgende taken: 1° de vijf andere expertisecentra begeleiden, teneinde te zorgen voor een gemeenschappelijk begrip en de verdere ontwikkeling van het methodologische kader van het systeem.De begeleiding van de expertisecentra vindt met name plaats via verschillende methoden, in het bijzonder door middel van dialoog, nalezen, de uitwisseling van documenten met commentaar en aanbevelingen; 2° bijdragen aan de ontwikkeling van "evidence-informed education" door de methodologie van het systeem te verdiepen en te documenteren, en door kritische analyses van de uitvoering uit te voeren om verbeterpunten te identificeren en oplossingen voor te stellen;3° bijdragen aan de opbouw van een ecosysteem voor onderwijsonderzoek door deel te nemen aan initiatieven die gericht zijn op de verspreiding van informatie onder de vertegenwoordigers van de Federaties van de Inrichtende Machten en van Wallonie Bruxelles-Enseignement, zoals voorgesteld door de Algemene Administratie Onderwijs en goedgekeurd door het Sturingscomité. HOOFDSTUK V. - Toekenning, besteding en verantwoording van de subsidie
Art. 8.De Minister kent een subsidie toe aan de geselecteerde instellingen voor hoger onderwijs. Elk expertisecentrum ontvangt een financiering van 108.000 per jaar, gedurende twee jaar, van 1 november 2026 tot 31 oktober 2028.
Art. 9.De subsidie is bestemd voor de uitvoering van het systeem van de didactische en pedagogische expertisecentra, ter dekking van de als in aanmerking komende uitgaven aangemerkte personeels- en specifieke werkingskosten die verband houden met de deelname aan het systeem van de didactische en pedagogische expertisecentra.
Art. 10.De subsidie die betrekking heeft op het jaar 2026 wordt per tranche volgens de volgende nadere regels uitbetaald: - een eerste tranche van 50 % wordt uitbetaald zodra het subsidiebesluit is meegedeeld; - een tweede tranche van 25 % wordt uitbetaald één maand na het eerste tussentijdse verslag bedoeld in artikel 12, § 1, van dit besluit, zodra dit verslag door het Sturingscomité is goedgekeurd, d.w.z. uiterlijk op 1 juni 2027, en na indiening van een als waarheidsgetrouw en authentiek gewaarmerkte verklaring van schuldvordering, vergezeld van alle vereiste stukken overeenkomstig artikel 9 van dit besluit; - het resterende bedrag (25 %) wordt uiterlijk op 1 december 2027 uitbetaald op basis van de indiening van het tweede tussentijdse verslag, bedoeld in artikel 12, § 1, van dit besluit, zodra dit verslag door het Sturingscomité is goedgekeurd, en na overlegging van een als waarheidsgetrouw en authentiek gewaarmerkte verklaring van schuldvordering, vergezeld van alle vereiste stukken met betrekking tot het jaar 2026 overeenkomstig artikel 9 van dit besluit.
Art. 11.De subsidie die betrekking heeft op het tweede jaar van de subsidiering wordt per tranche volgens de volgende nadere regels uitbetaald: - een eerste tranche van 50 % wordt uitbetaald op basis van: de indiening van het derde tussentijdse verslag, bedoeld in artikel 12, § 1, van dit besluit, zodra dit verslag door het Sturingscomité is goedgekeurd, d.w.z. uiterlijk op 1 juni 2028, en na overlegging van een als waarheidsgetrouw en authentiek gewaarmerkte verklaring van schuldvordering, vergezeld van alle vereiste stukken met betrekking tot het jaar 2026 overeenkomstig artikel 9 van dit besluit; - het resterende bedrag (50 %) wordt uiterlijk op 1 december 2028 uitbetaald op basis van de indiening van het eindverslag, bedoeld in artikel 12, § 2, van dit besluit, zodra dit verslag door het Sturingscomité is goedgekeurd, na overlegging van een als waarheidsgetrouw en authentiek gewaarmerkte verklaring van schuldvordering, en op basis van alle originele bewijsstukken met betrekking tot alle subsidiabele uitgaven overeenkomstig artikel 9 van dit besluit, waaruit blijkt hoe het toegekende krediet in het tweede subsidiejaar is besteed.
Art. 12.§ 1. De begunstigden van de subsidie dienen drie tussentijdse verslagen in te dienen waarin de voortgang van de werkzaamheden wordt beschreven en waarin eventuele bijlagen zijn opgenomen, in elektronische vorm als Word- en PDF-bestand. De tussentijdse verslagen worden volgens het volgende tijdschema ingediend: - tussentijds verslag nr. 1: uiterlijk op 1 mei 2027; - tussentijds verslag nr. 2: uiterlijk op 1 november 2027; - tussentijds verslag nr. 3: uiterlijk op 1 mei 2028. § 2 De begunstigden van de subsidie dienen uiterlijk op 1 november 2028 het eindrapport, de eventuele bijlagen en alle door het centrum aan het einde van de cyclus uitgevoerde werkzaamheden op te stellen en in te dienen, in elektronische vorm als Word- en PDF-bestand.
Documenten in elektronische vorm (Word- en PDF-bestanden) moeten naar het volgende e-mailadres worden gestuurd: Cedric.VANAUDENHOVE@cfwb.be.
Art. 13.De Franse Gemeenschap mag vrijelijk beschikken over de opgestelde verslagen, fiches en tools, die vrij van rechten zijn en voor onbepaalde tijd in elke vorm mogen worden gereproduceerd en gepubliceerd.
Art. 14.Elke mededeling of informatiecampagne leeft de bepalingen van het decreet van 20 juni 2022Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/06/2022 pub. 06/10/2022 numac 2022205788 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet houdende de eerste wijziging van het decreet van 16 december 2021 houdende de begroting van de ontvangsten en de algemene begroting van de uitgaven van de Duitstalige Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2022 sluiten betreffende het toezicht op de mededelingen van de voorzitter van het Parlement en van de Regeringsleden na. Op alle publicaties die in het kader van deze subsidie worden uitgegeven (verslagen, artikelen...), zal de vermelding "Avec le soutien de la Fédération Wallonie-Bruxelles" en het logo daarvan worden aangebracht, evenals het logo van het "Pacte pour un Enseignement d'excellence".
HOOFDSTUK VI. - Evaluatie van het systeem
Art. 15.De uitvoering van het systeem van de expertisecentra wordt na twee uitvoeringsjaar geëvalueerd. De evaluatie richt zich op de doeltreffendheid van het systeem van de expertisecentra en de uitgevoerde werkzaamheden, de relevantie en samenhang van de tools en systemen, de sjablonen en de fiches, en de efficiëntie van het financieringsmechanisme.
De evaluatie wordt uitgevoerd aan de hand van een methodologie die is gebaseerd op kwalitatieve en kwantitatieve doelstellingen en die door de diensten van de Algemene Administratie Onderwijs aan het Sturingscomité is voorgesteld.
Op 31 december 2027 wordt een tussentijds evaluatierapport aan de Minister van Onderwijs voorgelegd.
Op 31 december 2028 wordt een definitief evaluatierapport aan de Minister van Onderwijs voorgelegd
HOOFDSTUK VII. - Slotbepalingen
Art. 16.Dit besluit treedt in werking op 18 september 2026.
Art. 17.De Minister van Onderwijs is belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 18 september 2026.
Voor de Regering van de Franse Gemeenschap: De Minister-Presidente, belast met Begroting, Hoger Onderwijs, Cultuur, Permanente Educatie en Internationale en Intra-Franstalige Betrekkingen, E. DEGRYSE De Minister van Onderwijs en Volwassenenonderwijs, V. GLATIGNY