Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van 18 januari 2024
gepubliceerd op 29 januari 2024

Besluit van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie tot wijziging van het besluit van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van 28 januari 2021 tot uitvoering van de ordonnantie van 10 december 2020 betreffende de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden

bron
gemeenschappelijke gemeenschapscommissie van brussel-hoofdstad
numac
2024000625
pub.
29/01/2024
prom.
18/01/2024
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

GEMEENSCHAPPELIJKE GEMEENSCHAPSCOMMISSIE VAN BRUSSEL-HOOFDSTAD


18 JANUARI 2024. - Besluit van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie tot wijziging van het besluit van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van 28 januari 2021 tot uitvoering van de ordonnantie van 10 december 2020 betreffende de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden


Het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen, artikel 20;

Gelet op de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen, artikel 69, tweede lid;

Gelet op de ordonnantie van 23 maart 2017 houdende de oprichting van de bicommunautaire Dienst voor Gezondheid, Bijstand aan Personen en Gezinsbijslag, met name artikel 41/1, zoals gewijzigd door artikel 24 van de ordonnantie van 22 december 2023 houdende diverse bepalingen betreffende Gezondheid, Bijstand aan Personen en Gezinsbijslagen;

Gelet op de ordonnantie van 10 december 2020 betreffende de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden, met name de artikelen 4, derde lid, 5, derde lid tot en met vijfde lid, 9, tweede lid, 1° tot en met 3°, 6° en 7°, 14 en 17, tweede lid;

Gelet op het besluit van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van 28 januari 2021 tot uitvoering van de ordonnantie van 10 december 2020 betreffende de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden;

Gelet op het voorstel van de Beheerraad voor Gezondheid en Bijstand aan Personen van de bicommunautaire Dienst voor Gezondheid, Bijstand aan Personen en Gezinsbijslag van 28 maart 2023;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 24 april 2023;

Gelet op het akkoord van de leden van het Verenigd College bevoegd voor de Begroting, gegeven op 2 juni 2023;

Gelet op advies 73.887/3 van de Raad van State, gegeven op 19 juli 2023, met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Gelet op de evaluatie vanuit het oogpunt van handistreaming, uitgevoerd op 15 juni 2023;

Gelet op de evaluatie van de impact op de respectievelijke situatie van vrouwen en mannen, uitgevoerd op 15 juni 2023;

Gelet op de verwijzing van de Gegevensbeschermingsautoriteit van 13 september 2023 naar het standaardadvies nr. 65/2023 van 24 maart 2023;

Op voorstel van de Leden van het Verenigd College, bevoegd voor Welzijn en Gezondheid, Na beraadslaging, Besluit :

Artikel 1.In artikel 1 van het besluit van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van 28 januari 2021 tot uitvoering van de ordonnantie van 10 december 2020 betreffende de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de bepaling onder 5° wordt opgeheven;2° het artikel wordt aangevuld met de bepalingen onder 6° tot en met 13°, luidende: "6° "Inkomensgarantie voor ouderen": de inkomensgarantie voor ouderen, zoals bedoeld in de wet van 22 maart 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2001 pub. 29/03/2001 numac 2001022201 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen sluiten tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen;7° "Huishouden": het huishouden, zoals bedoeld in artikel 4;8° "Centrum": het Centrum voor Evaluatie van de Autonomie en de Handicap van de Dienst;9° "Leidend ambtenaar": de leidend ambtenaar van de Dienst, zoals bedoeld in artikel 15 van de ordonnantie van 23 maart 2017 houdende de oprichting van de bicommunautaire Dienst voor Gezondheid, Bijstand aan Personen en Gezinsbijslag;10° "Beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg": de beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg in de zin van de gecoördineerde wet van 10 mei 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/05/2015 pub. 01/07/2015 numac 2015009277 bron federale overheidsdienst justitie Wet die naturalisaties verleent type wet prom. 10/05/2015 pub. 01/07/2015 numac 2015009276 bron federale overheidsdienst justitie Wet die naturalisaties verleent type wet prom. 10/05/2015 pub. 01/07/2015 numac 2015009275 bron federale overheidsdienst justitie Wet die naturalisaties verleent sluiten betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen;11° "Arts": de beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg in de zin van artikel 3 van de gecoördineerde wet van 10 mei 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/05/2015 pub. 01/07/2015 numac 2015009277 bron federale overheidsdienst justitie Wet die naturalisaties verleent type wet prom. 10/05/2015 pub. 01/07/2015 numac 2015009276 bron federale overheidsdienst justitie Wet die naturalisaties verleent type wet prom. 10/05/2015 pub. 01/07/2015 numac 2015009275 bron federale overheidsdienst justitie Wet die naturalisaties verleent sluiten betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen;12° "Psycholoog": de beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg in de zin van artikel 68/1 van de gecoördineerde wet van 10 mei 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/05/2015 pub. 01/07/2015 numac 2015009277 bron federale overheidsdienst justitie Wet die naturalisaties verleent type wet prom. 10/05/2015 pub. 01/07/2015 numac 2015009276 bron federale overheidsdienst justitie Wet die naturalisaties verleent type wet prom. 10/05/2015 pub. 01/07/2015 numac 2015009275 bron federale overheidsdienst justitie Wet die naturalisaties verleent sluiten betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen; 13° "Logopedist": de beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg in de zin van artikel 1, 7°, van het koninklijk besluit van 2 juli 2009Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 02/07/2009 pub. 17/08/2009 numac 2009024263 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Koninklijk besluit tot vaststelling van de lijst van de paramedische beroepen sluiten tot vaststelling van de lijst van paramedische beroepen.".

Art. 2.In artikel 2 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1 wordt het woord "evaluatie" vervangen door het woord "vaststelling";2° in de Nederlandse tekst van paragraaf 2, eerste lid, wordt de eerste zin vervangen als volgt: "Voor ieder van de in § 1 vermelde factoren wordt als volgt een aantal punten toegekend naargelang de graad van verminderde zelfredzaamheid van de begunstigde:"; 3° in de Nederlandse tekst van paragraaf 2, wordt het tweede lid vervangen als volgt: "De toegekende punten worden samengeteld en naargelang dit totaal behoort de begunstigde tot een van de in artikel 8 van de ordonnantie vermelde categorieën.".

Art. 3.Artikel 3 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt: "De graad van verminderde zelfredzaamheid wordt vastgesteld door een multidisciplinair team, dat is samengesteld uit een arts en, desgevallend, uit andere beroepsbeoefenaars in de gezondheidszorg. De teamleden behoren tot het personeel van de Dienst of worden door de Dienst aangewezen.".

Artikel 4.In hetzelfde besluit worden de artikelen 3/1 tot en met 3/12 ingevoegd, luidende: "

Art. 3/1.§ 1. Een arts die niet tot het personeel van de Dienst behoort, kan slechts worden aangewezen indien hij beschikt over minimaal drie jaar relevante werkervaring als beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg. § 2. Een psycholoog die niet tot het personeel van de Dienst behoort, kan slechts worden aangewezen indien hij beschikt over minimaal drie jaar relevante werkervaring als beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg. § 3. Een logopedist die niet tot het personeel van de Dienst behoort, kan slechts worden aangewezen indien hij beschikt over minimaal drie jaar relevante werkervaring als beroepsbeoefenaar in de gezondheidzorg.

Art. 3/2.Onverminderd de in artikel 3/1 bedoelde voorwaarden, gelden voor de aldaar bedoelde personen de volgende voorwaarden: 1° beschikken over een blanco uittreksel uit het strafregister, model 596-2, zoals bedoeld in artikel 596, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering;2° niet verkeren in staat van faillissement of van vereffening, geen gerechtelijke reorganisatie of aangifte van faillissement hebben gedaan, geen voorwerp uitmaken van een procedure van vereffening of gerechtelijke reorganisatie of verkeren in een vergelijkbare toestand ingevolge een soortgelijke procedure;3° geen ernstige beroepsfout hebben begaan, waardoor de integriteit in twijfel kan worden getrokken;4° geen voorwerp uitmaken van een rechtstreeks of onrechtstreeks belangenconflict;5° geen blijk hebben gegeven van aanzienlijke of voortdurende tekortkomingen bij de uitvoering van een wezenlijke verplichting tijdens een vergelijkbare opdracht, die geleid hebben tot het nemen van ambtshalve maatregelen, schadevergoedingen of andere vergelijkbare sancties;6° zich niet schuldig maken aan het geven van valse verklaringen, het verstrekken van misleidende informatie, het achterhouden van informatie en de onrechtmatige beïnvloeding van het besluitvormingsproces van de Dienst;7° zich onthouden van de gehele of gedeeltelijke toevertrouwing van de vaststelling van de graad van verminderde zelfredzaamheid aan een derde;8° voldoende gedekt zijn door een arbeidsongevallenverzekering en een verzekering voor burgerlijke aansprakelijkheid ten opzichte van derden;9° gebonden zijn door een door de Dienst ter beschikking gestelde vertrouwelijkheidsverklaring en een verklaring om de onafhankelijkheid en objectiviteit te waarborgen;10° gebonden zijn door een door de Dienst ter beschikking gestelde overeenkomst waarin hij instemt met de verwerking van de in dit besluit bedoelde persoonsgegevens met het oog op de toepassing van dit besluit en op de uitvoering van de vaststelling van de graad van verminderde zelfredzaamheid.

Art. 3/3.§ 1. De in artikel 3/1 bedoelde personen kunnen slechts worden aangewezen indien zij daartoe een ontvankelijke aanvraag hebben ingediend aan de hand van een door de Dienst ter beschikking gesteld formulier. § 2. Op straffe van niet-ontvankelijkheid bevat het aanvraagdossier van de in artikel 3/1, § 1, bedoelde arts de volgende stukken: 1° een curriculum vitae;2° een kopie van het diploma van master of doctor in de geneeskunde of van doctor in de genees-, heel- en verloskunde, vroeger uitgereikt en bekrachtigd overeenkomstig de gecoördineerde wetten op het toekennen van de academische graden en het programma van de universitaire examens of een gelijkwaardigheidserkenning voor een buitenlands diploma;3° het visum van de Federale overheidsdienst Volksgezondheid, dat toelaat het beroep van arts uit te oefenen;4° het bewijs van inschrijving bij de Orde der artsen;5° een lijst met prestaties, die minimaal drie jaar relevante werkervaring als beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg aantoont;6° een blanco uittreksel uit het strafregister, model 596-2, zoals bedoeld in artikel 596, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering;7° een verklaring op eer waarin de in artikel 3/1, § 1, bedoelde arts verklaart de Code van medische deontologie te zullen naleven, zich niet in één van de in artikel 3/2, 2°, tot en met 7°, bedoelde situaties te bevinden of zich hiervan te onthouden en een voldoende dekkende arbeidsongevallenverzekering en een verzekering voor burgerlijke aansprakelijkheid ten opzichte van derden af te sluiten;8° de door de Dienst ter beschikking gestelde en door de in artikel 3/1, § 1, bedoelde arts ondertekende vertrouwelijkheidsverklaring en de verklaring om de onafhankelijkheid en objectiviteit te waarborgen. § 3. Op straffe van niet-ontvankelijkheid bevat het aanvraagdossier van de in artikel 3/1, § 2, bedoelde psycholoog de volgende stukken: 1° een curriculum vitae;2° een kopie van master in de klinische of neuropsychologie of een gelijkwaardigheidserkenning voor een buitenlands diploma;3° een visum van de Federale overheidsdienst Volksgezondheid, dat toelaat het beroep van klinisch psycholoog uit te oefenen;4° een bewijs van erkenning als klinisch psycholoog of neuropsycholoog in België;5° een lijst met prestaties, die minimaal drie jaar relevante werkervaring als beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg aantoont;6° een blanco uittreksel uit het strafregister, model 596-2, zoals bedoeld in artikel 596, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering;7° een verklaring op eer waarin de in artikel 3/1, § 2, bedoelde psycholoog verklaart dat het koninklijk besluit van 2 april 2014Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 02/04/2014 pub. 16/05/2014 numac 2014011259 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van de voorschriften inzake de plichtenleer van de psycholoog type koninklijk besluit prom. 02/04/2014 pub. 25/04/2014 numac 2014011216 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot vaststelling van de nadere regels betreffende een federale bijdrage bestemd voor de financiering van bepaalde openbare dienstverplichtingen en van de kosten verbonden aan de regulering van en controle op de aardgasmarkt type koninklijk besluit prom. 02/04/2014 pub. 30/05/2014 numac 2014011251 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit betreffende de wijziging van bepaalde doelstellingen inzake dienstkwaliteit die door de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie worden opgelegd aan de aanbieder van het geografische element van de universele dienst sluiten tot vaststelling van de voorschriften inzake de plichtenleer van de psycholoog zal worden nageleefd, zich niet in één van de in artikel 3/2, 2° tot en met 7°, bedoelde situaties te bevinden of zich hiervan te onthouden en een voldoende dekkende arbeidsongevallenverzekering en een verzekering voor burgerlijke aansprakelijkheid ten opzichte van derden af te sluiten;8° de door de Dienst ter beschikking gestelde en door de in artikel 3/1, § 2, bedoelde psycholoog ondertekende vertrouwelijkheidsverklaring en de verklaring om de onafhankelijkheid en objectiviteit te waarborgen. § 4. Op straffe van niet-ontvankelijkheid bevat het aanvraagdossier van de in artikel 3/1, § 3, bedoelde logopedist de volgende stukken: 1° een curriculum vitae;2° een kopie van het diploma van master in de logopedie of een gelijkwaardigheidserkenning voor een buitenlands diploma;3° het bewijs van erkenning als logopedist in België;4° een lijst met prestaties, die minimaal drie jaar relevante werkervaring als beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg aantoont;5° een blanco uittreksel uit het strafregister, model 596-2, zoals bedoeld in artikel 596, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering;6° een verklaring op eer waarin de in artikel 3/1, § 3, bedoelde logopedist verklaart dat de ethische en deontologische code van de logopedisten zal worden nageleefd, zich niet in één van de in artikel 3/2, 2° tot en met 7°, bedoelde situaties te bevinden of zich hiervan te onthouden en een voldoende dekkende arbeidsongevallenverzekering en een verzekering voor burgerlijke aansprakelijkheid ten opzichte van derden af te sluiten;7° de door de Dienst ter beschikking gestelde en door de in artikel 3/1, § 3, bedoelde logopedist ondertekende vertrouwelijkheidsverklaring en de verklaring om de onafhankelijkheid en objectiviteit te waarborgen. § 5. Onverminderd de voorgaande paragrafen, bevat het aanvraagdossier, op straffe van niet-ontvankelijkheid, de volgende gegevens betreffende de aanvrager: 1° de naam en voornaam;2° de beroepssituatie;3° de nationaliteit;4° de woonplaats;5° de handtekening en dagtekening;6° het volledige inschrijvingsnummer van de aanvrager bij de Kruispuntbank van Ondernemingen;7° het nummer en de naam van de rekening van de aanvrager, geopend bij een kredietinstelling, zoals bedoeld in artikel 1, § 3, van de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003194 bron federale overheidsdienst financien en federale overheidsdienst justitie Wet op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014003234 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand enenergie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen, de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen en de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijkezekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten sluiten op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen;8° een contactadres in België.

Art. 3/4.§ 1. Nadat de Dienst de aanvraag heeft ontvangen, bezorgt hij de in artikel 3/1 bedoelde persoon een ontvangstmelding.

Binnen de dertig kalenderdagen na de dag van ontvangst deelt de Dienst aan de in artikel 3/1 bedoelde persoon mee of de aanvraag ontvankelijk is.

Indien de aanvraag niet ontvankelijk is omdat één of meerdere van de in artikel 3/3 bedoelde stukken of gegevens ontbreken, vraagt de Dienst deze bij de in artikel 3/1 bedoelde persoon op. De termijn voor de indiening van de gegevens of stukken bedraagt vijftien kalenderdagen. Tijdens de periode wordt de in het tweede lid bedoelde beslissingstermijn voor de ontvankelijkheid geschorst. Als er binnen die termijn geen gegevens of stukken aan de Dienst worden bezorgd, is de aanvraag onontvankelijk. § 2. De Dienst beslist over de ontvankelijke aanvraag binnen de 90 kalenderdagen nadat aan de in artikel 3/1 bedoelde persoon is meegedeeld dat de aanvraag ontvankelijk is. § 3. De Dienst kan aanvullende informatie vragen aan de in artikel 3/1 bedoelde persoon. Hij bezorgt de Dienst de gevraagde informatie binnen de dertig kalenderdagen. Tijdens die periode wordt de in § 1, tweede lid, bedoelde beslissingstermijn voor de ontvankelijkheid en de in § 2 bedoelde beslissingstermijn geschorst. Indien de in artikel 3/1 bedoelde persoon gedurende meer dan dertig kalenderdagen nalaat de aanvullende informatie te verschaffen, kan de Dienst beslissen op grond van de stukken, gegevens en/of inlichtingen waarover hij beschikt.

Art. 3/5.De Dienst bezorgt de beslissing over de aanvraag uiterlijk na verloop van de termijn, zoals bedoeld in artikel 3/4, § 2, aan de in artikel 3/1 bedoelde persoon en heeft betrekking op: 1° de beslissing tot aanwijzing, dan wel;2° de weigering tot aanwijzing. De beslissing bedoeld in het eerste lid, 1°, wordt per aangetekende post aan de in artikel 3/1 bedoelde persoon ter kennis gebracht en bepaalt de ingangsdatum van de in artikel 3/6 bedoelde termijn.

De beslissing bedoeld in het eerste lid, 2°, wordt per aangetekende post aan de in artikel 3/1 bedoelde persoon ter kennis gebracht.

Art. 3/6.De aanwijzing geldt voor een termijn van één jaar en kan hernieuwd worden. De aanwijzing wordt van rechtswege hernieuwd indien er, aan de hand van de in artikel 3/7, § 1, bedoelde controle, geen indicaties zijn dat de in artikel 3/1 bedoelde persoon de in de artikelen 3/1 en 3/2 bedoelde voorwaarden niet vervult.

Art. 3/7.§ 1. De Dienst controleert de naleving van de in de artikelen 3/1 en 3/2 bedoelde voorwaarden en kan daarvoor alle nodige inlichtingen en stukken opvragen bij de in artikel 3/1 bedoelde personen. § 2. Als wordt vastgesteld dat een in artikel 3/1 bedoelde persoon de voorwaarden, zoals bedoeld in de artikelen 3/1 en 3/2 niet naleeft, of het moeilijk of onmogelijk maakt deze te controleren, wordt, behalve bij dringende noodzakelijkheid, de persoon uitgenodigd voor een gesprek met de Dienst. De Dienst waarschuwt de in artikel 3/1 bedoelde persoon voor de mogelijke schorsing of intrekking van zijn aanwijzing bij blijvende niet-naleving.

Art. 3/8.§ 1. In de volgende gevallen kan de Dienst de aanwijzing van de in artikel 3/1 bedoelde persoon schorsen: 1° bij niet-naleving van de in de artikelen 3/1 en 3/2 bedoelde voorwaarden, wanneer de Dienst vaststelt dat deze op korte tijd kan worden verholpen;2° als de in artikel 3/1 bedoelde persoon het moeilijk of onmogelijk maakt de in de artikelen 3/1 en 3/2 bedoelde voorwaarden te controleren;3° als de Dienst oordeelt dat de opdracht niet naar behoren kan worden uitgevoerd. § 2. De Dienst stelt de in artikel 3/1 bedoelde persoon in kennis van zijn beslissing tot schorsing. De in artikel 3/1 bedoelde persoon wordt binnen de vijf werkdagen gehoord. Op basis daarvan neemt de Dienst een beslissing, die betrekking heeft op: 1° opheffing van de schorsing, in voorkomend geval met naleving van de gemaakte afspraken met het oog op de naleving van de in de artikelen 3/1 en 3/2 bedoelde voorwaarden, dan wel;2° het voornemen tot intrekking van de aanwijzing, zoals bedoeld in artikel 3/9. De Dienst brengt de in artikel 3/1 bedoelde persoon op de hoogte van de beslissing, vermeld in het vorige lid.

Art. 3/9.In de volgende gevallen kan de Dienst de in artikel 3/1 bedoelde persoon een beslissing tot intrekking van de aanwijzing formuleren: 1° bij niet-naleving van de in de artikelen 3/1 en 3/2 bedoelde voorwaarden, wanneer de Dienst vaststelt dat deze niet op korte tijd kan worden verholpen;2° als de niet-naleving die aan de basis van een schorsing van de erkenning lag, niet verholpen is binnen de termijn die bepaald is in de beslissing tot die schorsing;3° als de in artikel 3/1 bedoelde persoon op basis van onjuiste gegevens werd aangewezen. De beslissing tot intrekking wordt per aangetekende post aan de in artikel 3/1 bedoelde persoon ter kennis gebracht en vermeldt de mogelijkheid, de voorwaarden en de procedure om hiertegen beroep aan te tekenen.

Art. 3/10.De in artikel 3/1 bedoelde persoon die de aanwijzing wenst stop te zetten, stelt de Dienst daarvan zo snel mogelijk per aangetekend schrijven in kennis. De Dienst beëindigt de aanwijzing binnen de 45 kalenderdagen.

Art. 3/11.De overeenkomstig de artikelen 3/1 tot en met 3/6 aangewezen personen doen de vaststelling van de graad van verminderde zelfredzaamheid naargelang de noden van de Dienst en van hun beschikbaarheden.

Art. 3/12.§ 1. Voor de vaststelling van de graad van verminderde zelfredzaamheid ontvangen de in artikel 3/1 bedoelde personen de vergoeding bepaald in § 2, die alle kosten, maatregelen en lasten omvat die inherent zijn aan die opdracht. § 2. De in § 1 bedoelde vergoeding bedraagt: 1° voor een aan de Dienst bezorgd verslag houdende de beslissing inzake de vaststelling van de graad van verminderde zelfredzaamheid, na het in artikel 29, § 3, derde lid, bedoelde onderzoek van de begunstigde: 105 EUR;2° voor een aan de Dienst bezorgd verslag houdende de beslissing inzake de vaststelling van de graad van verminderde zelfredzaamheid, zonder dat de begunstigde werd onderzocht: 45 EUR;3° voor het geval waarin de begunstigde, ondanks de oproeping, nalaat zich voor het in artikel 29, § 3, derde lid, bedoelde onderzoek te melden: 40 EUR;4° voor de deelname aan een dienstvergadering van minimaal één uur: 55 EUR per volledig uur;5° voor het volgen van een theoretische opleiding over de handleiding, zoals bedoeld in artikel 2, § 1: 55 EUR per volledige werkdag. De in het eerste lid, 1° en 2°, bedoelde bedragen worden met 10% verminderd indien het verslag niet door de Dienst werd ontvangen binnen de veertien kalenderdagen, te rekenen vanaf de datum van het in artikel 29, § 3, derde lid, bedoelde onderzoek of van de vraag van de Dienst om de graad van verminderde zelfredzaamheid vast te stellen zonder dat voornoemd onderzoek voor de vaststelling ervan nodig is.

Het in het eerste lid, 5°, bedoelde bedrag is slechts eenmalig verschuldigd nadat de in artikel 3/1 bedoelde persoon voor de eerste keer wordt aangewezen. Het kan slechts worden aangerekend voor een maximum van tien werkdagen en wordt slechts uitbetaald nadat de in artikel 3/1 bedoelde persoon twintig onderzoeken, zoals bedoeld in artikel 29, § 3, derde lid, voor rekening van de Dienst heeft uitgevoerd. § 3. De vergoeding wordt berekend per begunstigde en wordt verkregen door de in § 2 bedoelde prestaties te vermenigvuldigen met de werkelijk uitgevoerde hoeveelheden. § 4. De bedragen, zoals bedoeld in § 2, worden verbonden aan de spilindex 123,14 (basis 2013 = 100). Zij variëren conform de bepalingen van de wet van 2 augustus 1971Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/1971 pub. 20/02/2009 numac 2009000070 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der werknemers, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld. § 5. De bedragen, zoals bedoeld in § 2, zijn exclusief de belasting over de toegevoegde waarde. § 6. De Dienst bezorgt de in artikel 3/1 bedoelde persoon voor elke maand waarin de in § 2 bedoelde prestaties werden geleverd een balans op basis waarvan deze persoon de prestaties aan de Dienst in euro kan factureren. De factuur wordt gedateerd, ondertekend en vergezeld van de stukken die de uitvoering van de in § 2 bedoelde prestaties verantwoorden en vermeldt: 1° het nummer van de dossiers van de begunstigden waarop de factuur betrekking heeft;2° het aantal onderzoeken, zoals bedoeld in artikel 29, § 3, derde lid, en de data waarop deze plaatsvonden, alsook het aantal bij de Dienst ingediende verslagen houdende de beslissing inzake de vaststelling van de graad van verminderde zelfredzaamheid en de data van deze indieningen;3° het aantal bij de Dienst ingediende verslagen houdende de beslissing inzake de vaststelling van de graad van verminderde zelfredzaamheid zonder het in artikel 29, § 3, derde lid, bedoelde onderzoek van de begunstigde en de data van deze indieningen;4° het aantal gevallen waarin en de data waarop de begunstigde, ondanks de oproeping, nalaat zich voor het in artikel 29, § 3, derde lid, bedoelde onderzoek te melden;5° de data waarop en het aantal uren van deelname aan een dienstvergadering van minimaal één uur; 6° de data waarop en het aantal uren gedurende dewelke een theoretische opleiding over de handleiding, zoals bedoeld in artikel 2, § 1, werd gevolgd.".

Art. 4.In artikel 6, § 1, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in de Nederlandse tekst van de bepaling onder 10° wordt het woord "artikel" vervangen door de woorden "de artikelen"; 2° het wordt aangevuld met een punt 12°, luidende: "12° de inkomensgarantie voor ouderen toegekend aan de begunstigde die geen huishouden vormt.".

Art. 5.In de Nederlandse tekst van artikel 7, § 8, van hetzelfde besluit wordt het woord "artikel" vervangen door de woorden "de artikelen".

Art. 6.In artikel 12 van hetzelfde besluit wordt het tweede lid opgeheven.

Art. 7.In de Nederlandse tekst van artikel 21 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de woorden "naar gelang van" worden vervangen door het woord "naargelang";2° het woord "artikel" wordt vervangen door de woorden "de artikelen".

Art. 8.In artikel 23 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in de Nederlandse tekst worden de volgende woorden opgeheven:

Volle leeftijd van de begunstigde op de datum van het feit dat aanleiding heeft gegeven tot de uitbetaling

Procent voor de omzetting van kapitalen of afkoopwaarden in een lijfrente

Age révolu du bénéficiaire à la date du fait qui a donné lieu à la liquidation

Pourcentage de conversion en rente viagère des capitaux ou valeurs de rachats

-

-

-

-

0

4,7535

0

4,7535

1

4,7622

1

4,7622

2

4,7713

2

4,7713

3

4,7809

3

4,7809

4

4,7909

4

4,7909

5

4,8014

5

4,8014

6

4,8125

6

4,8125

7

4,8241

7

4,8241

8

4,8362

8

4,8362

9

4,4890

9

4,4890

10

4,8623

10

4,8623

11

4,8764

11

4,8764

12

4,8911

12

4,8911

13

4,9066

13

4,9066

14

4,9229

14

4,9229

15

4,9399

15

4,9399

16

4,9578

16

4,9578

17

4,9766

17

4,9766

18

4,9964

18

4,9964

19

5,0171

19

5,0171

20

5,0389

20

5,0389

21

5,0618

21

5,0618

22

5,0858

22

5,0858

23

5,1111

23

5,1111

24

5,1377

24

5,1377

25

5,1656

25

5,1656

26

5,1949

26

5,1949

27

5,2258

27

5,2258

28

5,2582

28

5,2582

29

5,2923

29

5,2923

30

5,3282

30

5,3282

31

5,3660

31

5,3660

32

5,4057

32

5,4057

33

5,4476

33

5,4476

34

5,4916

34

5,4916

35

5,5380

35

5,5380

36

5,5868

36

5,5868

37

5,6383

37

5,6383

38

5,6925

38

5,6925

39

5,7497

39

5,7497

40

5,8099

40

5,8099

41

5,8735

41

5,8735

42

5,9405

42

5,9405

43

6,0112

43

6,0112

44

6,0859

44

6,0859

45

6,1647

45

6,1647

46

6,2480

46

6,2480

47

6,3359

47

6,3359

48

6,4289

48

6,4289

49

6,5272

49

6,5272

50

6,6311

50

6,6311

51

6,7411

51

6,7411

52

6,8575

52

6,8575

53

6,9808

53

6,9808

54

7,1114

54

7,1114

55

7,2497

55

7,2497

56

7,3965

56

7,3965

57

7,5521

57

7,5521

58

7,7172

58

7,7172

59

7,8925

59

7,8925

60

8,0787

60

8,0787

61

8,2766

61

8,2766

62

8,4869

62

8,4869

63

8,7106

63

8,7106

64

8,9487

64

8,9487

65

9,2021

65

9,2021

66

9,4721

66

9,4721

67

9,7598

67

9,7598

68

10,0665

68

10,0665

69

10,3936

69

10,3936

70

10,7427

70

10,7427

71

11,1154

71

11,1154

72

11,5134

72

11,5134

73

11,9387

73

11,9387

74

12,3933

74

12,3933

75

12,8795

75

12,8795

76

13,3994

76

13,3994

77

13,9558

77

13,9558

78

14,5513

78

14,5513

79

15,1887

79

15,1887

80

15,8712

80

15,8712

81

16,6020

81

16,6020

82

17,3845

82

17,3845

83

18,2225

83

18,2225

84

19,1198

84

19,1198

85

20,0804

85

20,0804

86

21,1085

86

21,1085

87

22,2084

87

22,2084

88

23,3845

88

23,3845

89

24,6414

89

24,6414

90

25,9836

90

25,9836

91

27,4157

91

27,4157

92

28,9419

92

28,9419

93

30,5665

93

30,5665

94

32,2933

94

32,2933

95

34,1259

95

34,1259

96

36,0670

96

36,0670

97

38,1187

97

38,1187

98

40,2823

98

40,2823

99

42,5577

99

42,5577

100

44,9438

100

44,9438

101

47,4381

101

47,4381

102

50,0367

102

50,0367

103

52,7355

103

52,7355

104

55,5321

104

55,5321

105

58,4333

105

58,4333

106

61,4794

106

61,4794

107

64,8168

107

64,8168

108

68,9976

108

68,9976

109

76,2770

109

76,2770

110

100

110

100


2° Het artikel wordt aangevuld met twee leden, luidende: "De verrekening gebeurt vanaf de ingangsdatum van het recht op de tegemoetkoming. In de gevallen waarin het vonnis of de minnelijke schikking het gedeelte van het kapitaal dat voor de vergoeding van de verminderde zelfredzaamheid is bestemd niet nader bepaalt, gebeurt de omzetting in lijfrente op 30% van het kapitaal dat als vergoeding aan de begunstigde voor de verminderde zelfredzaamheid wordt toegekend.".

Art. 9.In artikel 24, § 2, van hetzelfde besluit worden de woorden ", zoals bedoeld in artikel 4," weggelaten.

Art. 10.In artikel 27, § 1, 1°, van hetzelfde besluit worden de woorden "wordt afgegeven of" ingevoegd tussen de woorden "aan de Dienst" en "per post".

Art. 11.In artikel 29 van hetzelfde besluit wordt de paragraaf 3 vervangen als volgt: " § 3. Als de Dienst of het in artikel 3 bedoelde multidisciplinair team bijkomende inlichtingen vereist, dient de begunstigde deze te verstrekken binnen een termijn van dertig kalenderdagen.

Als de bijkomende inlichtingen niet binnen een termijn van dertig kalenderdagen worden verstrekt, ontvangt de begunstigde een herinnering met het verzoek om die bijkomende inlichtingen alsnog te verstrekken.

Als dat voor de vaststelling van de graad van de verminderde zelfredzaamheid nodig is, wordt de begunstigde opgeroepen voor een onderzoek. Overeenkomstig artikel 7, § 2, derde lid, van de wet van 22 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/08/2002 pub. 26/09/2002 numac 2002022737 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende de rechten van de patiënt sluiten betreffende de rechten van de patiënt kan de begunstigde zich hierbij laten bijstaan door een vertrouwenspersoon.

Indien de aard van de verminderde zelfredzaamheid hiertoe aanleiding geeft, wordt het onderzoek verricht op de feitelijke verblijfplaats van de begunstigde, voor zover het in artikel 3 bedoelde multidisciplinair team dit opportuun acht en met goedkeuring van de begunstigde.

Als de begunstigde nalaat om zich voor het onderzoek te melden, ontvangt hij een tweede oproeping.

Als de begunstigde, ondanks de herinnering, zoals bedoeld in het tweede lid, gedurende meer dan dertig kalenderdagen nalaat de gevraagde inlichtingen te verschaffen, beslist de Dienst of het in artikel 3 bedoelde multidisciplinair team op grond van de elementen waarover hij of het beschikt, behalve indien de begunstigde een reden opgeeft die een langere antwoordtermijn rechtvaardigt. De Dienst of het Centrum bepaalt de duur van de langere antwoordtermijn, zonder afbreuk te doen aan de termijnen, zoals bedoeld in artikel 31.

Als de begunstigde, ondanks de tweede oproeping, zoals bedoeld in het vijfde lid, nalaat zich voor het onderzoek te melden, beslist het in artikel 3 bedoelde multidisciplinair team op grond van de elementen waarover het beschikt, behalve indien de begunstigde een reden opgeeft die rechtvaardigt dat het onderzoek op een later tijdstip plaatsvindt.

Het Centrum bepaalt het tijdstip van het onderzoek, zonder afbreuk te doen aan de termijnen, zoals bedoeld in artikel 31.".

Art. 12.In artikel 31 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1 wordt het tweede lid aangevuld met de woorden "na de ontvangstdatum, zoals bedoeld in artikel 27, § 2, tweede lid, of de datum van kennisname van het feit dat aanleiding geeft tot een ambtshalve onderzoek."; 2° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt: " § 2.De termijnen, zoals bedoeld in § 1, worden geschorst tussen de dag van de verzending van de vraag om bijkomende inlichtingen, zoals bedoeld in artikel 29, § 3, eerste lid, en de dag van de ontvangst van alle gevraagde inlichtingen. De termijnen, zoals bedoeld in § 1, worden ook geschorst tussen de dag van de verzending van de oproeping, zoals bedoeld in artikel 29, § 3, derde lid, en de dag waarop het onderzoek heeft plaatsgevonden. Deze schorsingen kunnen de maximale termijn waarbinnen de Dienst vermoedelijk kan beslissen, zoals bedoeld in § 1, tweede lid, niet doen overschrijden. In dat geval wordt, na deze maximale termijn, beslist op basis van de beschikbare gegevens.

Het opvragen van bijkomende inlichtingen aan de begunstigde, zoals bedoeld in artikel 29, § 3, eerste lid, schorst de termijn evenwel niet, op voorwaarde dat de begunstigde de gevraagde inlichtingen bezorgt binnen een termijn van dertig kalenderdagen na de vraag om bijkomende inlichtingen door de Dienst of het Centrum.".

Art. 13.Het opschrift van hoofdstuk VII van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt: "HOOFDSTUK VII. - DE BESLISSINGEN, HET ONTSTAAN VAN HET RECHT OP DE TEGEMOETKOMING EN HET INGAAN VAN DE BESLISSING OP AANVRAAG".

Art. 14.In artikel 33 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° paragraaf 1 wordt opgeheven;2° de woorden "over de tegemoetkoming" worden ingevoegd tussen de woorden "beslissing" en "schriftelijk";3° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 4, luidende: " § 4.Onverminderd de toepassing van de voorgaande paragrafen, wordt de beslissing inzake de vaststelling van de graad van verminderde zelfredzaamheid schriftelijk aan de begunstigde meegedeeld.".

Art. 15.In artikel 36 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in de Nederlandse tekst wordt het woord "artikel" vervangen door de woorden "de artikelen";2° de woorden "de vaststelling, zoals bedoeld in artikel 3, eerste lid" worden vervangen door de woorden "de vaststelling van de graad van verminderde zelfredzaamheid".

Art. 16.In artikel 38 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de woorden "nieuw medisch onderzoek" worden vervangen door de woorden "nieuwe vaststelling ervan";2° de woorden "het verdienvermogen" worden vervangen door de woorden "de inkomsten".

Artikel 18.In artikel 40 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, 1°, worden de woorden "één of beide van" ingevoegd tussen de woorden "aan" en "de"; 2° paragraaf 1 wordt aangevuld met de bepaling onder 8°, luidende: "8° wanneer de begunstigde overlijdt."; 3° in paragraaf 2, eerste lid worden de woorden "of 8° " ingevoegd tussen de woorden "6° " en "bedoelde";4° in paragraaf 2, tweede lid, wordt het woord "1°, " opgeheven;5° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 4, luidende: " § 4.De ambtshalve herziening wordt onderzocht en behandeld overeenkomstig de artikelen 28 tot en met 31. Wanneer de ambtshalve herziening geen betrekking heeft op de beoordeling van de graad van verminderde zelfredzaamheid wordt niet tot een nieuwe vaststelling ervan overgegaan.".

Art. 17.In artikel 46 van hetzelfde besluit worden het eerste tot en met het vierde lid vervangen door twee leden, luidende: "In geval van overlijden van de begunstigde, worden de vervallen en nog niet uitbetaalde tegemoetkomingen, met inbegrip van de tegemoetkoming voor de maand van overlijden, uitbetaald in de volgende orde: 1° aan de echtgenoot of de echtgenote, ingeschreven op hetzelfde adres als de begunstigde;2° aan de persoon met wie de begunstigde op het ogenblik van zijn overlijden een huishouden vormde;3° aan de kinderen met wie de begunstigde leefde op het ogenblik van zijn overlijden;4° aan de vader en de moeder met wie de begunstigde leefde op het ogenblik van zijn overlijden;5° aan iedere persoon met wie de begunstigde leefde op het ogenblik van zijn overlijden;6° aan de persoon die in de verplegingskosten tussenbeide kwam;7° aan de persoon die de begrafeniskosten betaalde;8° aan de echtgenoot of echtgenote die op het ogenblik van het overlijden feitelijk gescheiden leefde van de begunstigde. De rechthebbenden, zoals bedoeld in het eerste lid, 5° tot en met 8°, dienen een aanvraag tot uitbetaling in bij de Dienst.".

Art. 18.In artikel 50 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid, wordt het woord "Dienst" vervangen door de woorden "leidend ambtenaar";2° het derde lid wordt vervangen als volgt: "In alle andere gevallen dan deze bedoeld in het eerste en het tweede lid, kan de leidend ambtenaar op gemotiveerde aanvraag van de begunstigde afzien van de terugvordering van de onverschuldigd uitbetaalde tegemoetkomingen.Deze aanvraag gebeurt bij aangetekende brief gericht aan de leidend ambtenaar.".

Art. 19.In artikel 51 van hetzelfde besluit wordt het woord "Beheerraad" telkens vervangen door de woorden "leidend ambtenaar".

Art. 20.In de Nederlandse tekst van artikel 55 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° het woord "evaluatie" wordt telkens vervangen door het woord "vaststelling";2° in de Franse tekst van paragraaf 1, eerste lid, wordt het woord "évaluations" vervangen door het woord "établissements";3° in de Nederlandse tekst van paragraaf 1, eerste lid, wordt het woord "artikel" vervangen door de woorden "de artikelen";4° in de Nederlandse tekst van paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden "naargelang van" vervangen door het woord "naargelang".

Artikel 23.In hetzelfde besluit wordt een artikel 55/1 ingevoegd, luidende: "

Art. 55/1.In afwijking van de artikelen 2 en 3, kan een vaststelling van de graad van verminderde zelfredzaamheid, die door andere Belgische deelentiteiten of door de Federale overheidsdienst Sociale Zekerheid werd uitgevoerd, beschouwd worden als een vaststelling van de graad van verminderde zelfredzaamheid, zoals bedoeld in artikel 2, op voorwaarde dat het in artikel 3 bedoelde multidisciplinair team aanneemt dat de vaststelling van de graad van de verminderde zelfredzaamheid beantwoordt aan de in artikel 2 bepaalde voorwaarden.".

Art. 21.De Leden van het Verenigd College, bevoegd voor het gezondheidsbeleid en het beleid inzake bijstand aan personen, zijn met de uitvoering van dit besluit belast.

Brussel, 18 januari 2024.

De Leden van het Verenigd College, bevoegd voor Welzijn en Gezondheid, E. VAN DEN BRANDT A. MARON

^