Etaamb.openjustice.be
Besluit Van De Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 22 februari 2024
gepubliceerd op 12 maart 2024

Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques

bron
brussels hoofdstedelijk gewest
numac
2024002252
pub.
12/03/2024
prom.
22/02/2024
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

22 FEBRUARI 2024. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 december 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 12/12/2001 pub. 22/12/2001 numac 2001013259 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid en ministerie van financien Koninklijk besluit betreffende de dienstencheques type koninklijk besluit prom. 12/12/2001 pub. 18/12/2001 numac 2001013224 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot uitvoering van hoofdstuk IV van de wet van 10 augustus 2001 betreffende verzoening van werkgelegenheid en kwaliteit van het leven betreffende het stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking sluiten betreffende de dienstencheques


De Brusselse Hoofdstedelijke Regering, Gelet op de wet van 20 juli 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2001 pub. 24/07/2001 numac 2001009636 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 186bis van het Gerechtelijk Wetboek sluiten tot bevordering van buurtdiensten en -banen, artikelen 2, § 2, lid 1, 4ter, 5, 6, 10, § 4;

Gelet op het koninklijk besluit van 12 december 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 12/12/2001 pub. 22/12/2001 numac 2001013259 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid en ministerie van financien Koninklijk besluit betreffende de dienstencheques type koninklijk besluit prom. 12/12/2001 pub. 18/12/2001 numac 2001013224 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot uitvoering van hoofdstuk IV van de wet van 10 augustus 2001 betreffende verzoening van werkgelegenheid en kwaliteit van het leven betreffende het stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking sluiten betreffende de dienstencheques;

Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 17 november 2022Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 17/11/2022 pub. 05/12/2022 numac 2022034360 bron brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques sluiten tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 december 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 12/12/2001 pub. 22/12/2001 numac 2001013259 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid en ministerie van financien Koninklijk besluit betreffende de dienstencheques type koninklijk besluit prom. 12/12/2001 pub. 18/12/2001 numac 2001013224 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot uitvoering van hoofdstuk IV van de wet van 10 augustus 2001 betreffende verzoening van werkgelegenheid en kwaliteit van het leven betreffende het stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking sluiten betreffende de dienstencheques;

Gelet op de gelijkekansentest, uitgevoerd op 6 februari 2023;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 22 juni 2023;

Gelet op de akkoordbevinding van de minister van Begroting gegeven op 29 juni 2023;

Gelet op het advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit, gegeven op 8 september 2023;

Gelet op het advies van Brupartners, gegeven op 18 oktober 2023;

Gelet op de adviesaanvraag binnen dertig dagen, die op 18 december 2023 bij de Raad van State is ingediend, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Overwegende dat de adviesaanvraag, ingeschreven op de rol van de afdeling Wetgeving van de Raad van State onder het nummer 75.131/1, van de rol werd afgevoerd op 22 december 2023, overeenkomstig artikel 84, § 5, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op voordracht van de minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering belast met Werk;

Na beraadslaging, Besluit :

Artikel 1.In artikel 1, 8°, b), van het koninklijk besluit van 12 december 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 12/12/2001 pub. 22/12/2001 numac 2001013259 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid en ministerie van financien Koninklijk besluit betreffende de dienstencheques type koninklijk besluit prom. 12/12/2001 pub. 18/12/2001 numac 2001013224 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot uitvoering van hoofdstuk IV van de wet van 10 augustus 2001 betreffende verzoening van werkgelegenheid en kwaliteit van het leven betreffende het stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking sluiten betreffende de dienstencheques worden de woorden 'l'Agence wallonne pour l'intégration des personnes handicapées' (het Waals agentschap voor de integratie van personen met een handicap)' vervangen door de woorden 'l'Agence wallonne de la santé, de la protection sociale, du handicap et des familles (het Waals agentschap voor gezondheid, sociale bescherming, handicap en gezinnen)'.

Art. 2.In artikel 2 van hetzelfde besluit worden volgende wijzigingen aangebracht: 2° in het tweede lid, wordt het woord "bij" vervangen door de woorden "ten gunste van".2° het als volgt luidende derde lid ingevoegd: " De originelen van de overeenkomsten bedoeld in artikel 6, § 3, derde lid van de wet kunnen door de werknemers worden geraadpleegd.».

Art. 3.In artikel 2bis van hetzelfde besluit, wordt paragraaf 1 aangevuld met een tweede lid, dat luidt als volgt: "Deze arbeidsovereenkomst moet voor onbepaalde tijd worden gesloten.".

Art. 4.In hetzelfde besluit wordt een artikel 2bis/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 2bis/1. § 1. Voor de toepassing van artikel 2, § 2, eerste lid, o., van de wet wordt de gemiddelde wekelijkse arbeidstijd van de onderneming berekend op basis van het gemiddelde van elk kwartaal van het jaar waarin de werknemer is tewerkgesteld. § 2. De conventionele arbeidsduur omvat de perioden van opschorting van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst dienstencheques. Deze duur omvat noch de bijkomende uren, noch de uren die zijn gewerkt bij de uitvoering van een arbeidsovereenkomst van bepaalde duur die is gesloten om het aantal te presteren uren in het kader van een deeltijdse arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur te wijzigen, noch de uren die zijn gewerkt bij de uitvoering van een arbeidsovereenkomst van bepaalde duur.

Voor de toepassing van artikel 2, § 2, eerste lid, o., van de wet worden werknemers voor wie de uitvoering van de arbeidsovereenkomst gedurende ten minste honderd kalenderdagen is opgeschort wegens arbeidsongeschiktheid tijdens het jaar, niet in aanmerking genomen. § 3. Teneinde de toepassing van artikel 2, § 2, eerste lid, o. van de wet te kunnen controleren, stelt de erkende onderneming elk jaar in de maand februari een overzicht op van de gemiddelde arbeidsduur bedoeld in § 1 voor elk van de kwartalen van het voorgaande jaar. Dit overzicht bevat de lijst van de werknemers die met een arbeidsovereenkomst dienstencheques van onbepaalde duur zijn tewerkgesteld met vermelding van hun naam, voornaam en identificatienummer in het Rijksregister bedoeld in artikel 2, § 3, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen of, bij ontstentenis daarvan, het identificatienummer van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, bedoeld in artikel 8, § 1, 2°, van de wet van 15 januari 1990 betreffende de oprichting en de organisatie van een Rijksregister van natuurlijke personen, het identificatienummer van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, bedoeld in artikel 8, § 1, 2°, van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid, alsmede het aantal in aanmerking komende uren, in de zin van § 2, dat op basis van een arbeidsovereenkomst dienstencheques van onbepaalde duur per kwartaal is gepresteerd.

Dit overzicht wordt gedurende twee jaar vanaf de datum van opstelling bewaard op de maatschappelijke zetel van de erkende onderneming, zodat zij door de administratie kan worden gecontroleerd.".

Art. 5.In hetzelfde besluit wordt een artikel 2bis/2 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 2bis/2. § 1. De erkende onderneming biedt haar werknemers jaarlijks opleidingen aan, tot een minimum van 16 uur opleiding per voltijds equivalent dienstenchequewerknemer.

Wanneer de werknemer niet voltijds in dienst is genomen bij een erkende onderneming, worden de minimumopleidingsuren voor de deeltijdwerker berekend in verhouding met het deeltijdstelsel van die werknemer. Wanneer het resultaat een decimaal heeft, wordt afgerond op het volgende hele uur. Het resultaat mag niet minder dan vier opleidingsuren zijn. § 2. Om in aanmerking te komen moet de opleiding aan ten minste één van de volgende voorwaarden voldoen: 1° worden goedgekeurd in het kader van het Opleidingsfonds dienstencheques;2° worden ondersteund door een sectoraal opleidingsfonds;3° worden vergoed door middel van opleidingscheques;4° recht geven op betaald educatief verlof;5° ondersteund worden door een sectoraal duurzaamheidsfonds;6° verstrekt worden door de externe diensten voor preventie en bescherming op het werk, al dan niet uitgedrukt in preventie-eenheden;7° toegekend worden via het fonds voor beroepservaring;8° georganiseerd worden in het kader van het onderwijs voor sociale promotie;9° erkend worden door de andere gewestelijke dienstenchequefondsen;10° recht geven op een erkenning van de bekwaamheidsbewijzen door een centrum voor de validering van vaardigheden erkend voor het beroep van huishoudhulp. De in lid 1 bedoelde verplichting treedt in werking op 1 januari 2024. § 3. Als de werknemer door overmacht niet in staat is een opleiding te volgen die het bedrijf voor hem/haar gepland had, stelt de erkende onderneming hem/haar binnen drie maanden een nieuwe opleidingsplanning voor op basis van het beschikbare aanbod op het moment dat dit voorstel geformuleerd wordt.

Het uur opleiding wordt geacht gevolgd te zijn als het geformuleerde nieuwe voorstel niet aanvaard werd door de werknemer.

Onder overmacht kan worden verstaan de afwezigheid van de werknemer bij de opleiding wegens arbeidsongeschiktheid of verlof om dwingende redenen.

De 16 opleidingsuren worden geacht te zijn aangeboden wanneer de uitvoering van de arbeidsovereenkomst van de werknemer gedurende meer dan 180 kalenderdagen in het jaar is opgeschort. § 4. In afwijking van § 1, eerste lid, wordt de werknemer niet in aanmerking genomen indien hij in het laatste kwartaal van het jaar op basis van een arbeidsovereenkomst dienstencheques wordt tewerkgesteld.". § 5. De minister kan voorzien in de invoering van specifieke controleregels voor de verplichting opgelegd door dit artikel.".

Art. 6.In hetzelfde besluit wordt een artikel 2bis/3 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 2bis/3. De erkende onderneming biedt haar nieuwe werknemers die in de voorbije vier jaar niet als werknemer met een dienstenchequearbeidsovereenkomst zijn tewerkgesteld een verplicht opleidingstraject van minimaal negen uur aan.

Om de 9 uur opleiding te bereiken, komen de volgende opleidingen in aanmerking: - die goedgekeurd werden in het kader van het Opleidingsfonds dienstencheques; - die ondersteund worden door een sectoraal opleidingsfonds; - die worden vergoed door middel van opleidingscheques.

De erkende onderneming schrijft de nieuwe werknemer uiterlijk zes maanden na de ondertekening van de dienstenchequearbeidsovereenkomst in voor het opleidingstraject.

De erkende onderneming bewaart gedurende vijf jaar het bewijs van de voltooiing van de opleiding door de nieuwe werknemer.".

Art. 7.In artikel 2ter van hetzelfde besluit worden de woorden 'Economische en Sociale Raad van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest' telkens vervangen door de woorden 'Brupartners'.

Art. 8.In artikel 2quater, § 4, worden volgende wijzigingen aangebracht: 1° punt 7° wordt aangevuld met de woorden "of van het Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 16 mei 2019 betreffende de maatregel voor inschakelingsbanen in de sociale economie". 2° punt 13° wordt vervangen door wat volgt: "13° indien de afdeling sui generis van een erkende onderneming als bedoeld in artikel 12.1 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen van 23 maart 2019 wordt omgevormd tot een autonome onderneming, verbindt de onderneming zich ertoe de splitsing uit te voeren overeenkomstig de artikelen 12.2 tot en met 12.10 van dat Wetboek;". 3° punt 20° wordt vervangen door wat volgt: "a) de wet van 15 december 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/1980 pub. 20/12/2007 numac 2007000992 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 15/12/1980 pub. 12/04/2012 numac 2012000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen;b) de wet van 30 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/04/1999 pub. 21/05/1999 numac 1999012338 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers sluiten betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers;c) de wet van 9 mei 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/05/2018 pub. 08/06/2018 numac 2018202642 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Wet betreffende de tewerkstelling van buitenlandse onderdanen die zich in een specifieke verblijfssituatie bevinden sluiten betreffende de tewerkstelling van buitenlandse onderdanen die zich in een specifieke verblijfssituatie bevinden. d) de ordonnantie van 26 januari 2024 betreffende economische migratie.". 4° paragraaf 4 wordt aangevuld met punten 21° tot 23°, die als volgt luiden: "21° de onderneming verbindt zich ertoe niet toe te staan dat diensten betaald door middel van dienstencheques worden verricht door werknemers van wie de tewerkstelling niet vooraf is aangegeven bij de RSZ, overeenkomstig het koninklijk besluit tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/07/1996 pub. 05/10/2012 numac 2012205395 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen. - Officieuzecoördinatie in het Duits sluiten tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels.22° de erkende onderneming verbindt zich ertoe de instructies van het bestuur zoals doorgegeven door het uitgiftebedrijf na te leven, die betrekking hebben op: a) de invoering van gegevens over werknemers, gebruikers of de erkende onderneming zelf;b) het invoeren en innen van dienstencheques;c) het verzamelen van informatie voor statistische, evaluatie-, metings- of begrotingsdoeleinden ten behoeve van de administratie;d) fraudebestrijding.23° de onderneming deelt een e-mailadres mee aan het uitgiftebedrijf en aan de administratie die de verspreiding toelaat van alle officiële mededelingen betreffende het systeem van de dienstencheques, met inbegrip van het opleidingsfonds voor dienstencheques, en verbindt zich ertoe elke wijziging dienaangaande onverwijld mee te delen.De mededelingen via het e-mailadres hebben dezelfde waarde als mededelingen per aangetekende post. 24° de onderneming zorgt voor de permanente begeleiding van haar dienstenchequewerknemers door middel van een jaarlijks medisch onderzoek van elke werknemer, de overdracht binnen de onderneming van de risicoanalyse en de regelmatige bijwerking ervan, onverminderd de verplichtingen van de werkgever en de verantwoordelijkheden van de interne overlegorganen met betrekking tot het welzijn van de werknemers.".

Art. 9.In artikel 3 van hetzelfde besluit, worden volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 2 worden leden 7 en 8 opgeheven.2° in paragraaf 3, eerste lid, wordt de zin 'De dienstencheques die vóór 1 januari van het jaar 2016 aan het uitgiftebedrijf zijn betaald, kunnen slechts tot 70% van de aankoopprijs aan de gebruiker worden terugbetaald;in dat geval wordt 30% van de aankoopprijs door het uitgiftebedrijf aan de administratie betaald. De dienstencheques die vanaf 1 januari van het jaar 2016 aan het uitgiftebedrijf zijn betaald, kunnen slechts tot 85% van de aankoopprijs aan de gebruiker worden terugbetaald in het jaar dat volgt op de aankoop; in dat geval wordt 15% van de aankoopprijs door het uitgiftebedrijf aan de administratie betaald. Het uitgiftebedrijf kan de gebruiker die om terugbetaling verzoekt vragen bij te dragen in de administratiekosten.

De terugbetaling gebeurt overeenkomstig de in artikel 9 bedoelde fiscale bepalingen" wordt opgeheven. 2° in paragraaf 3, wordt het tweede lid opgeheven.3° in paragraaf 4, eerste lid, worden het woord "RVA" vervangen door de woorden "het bestuur" 4° de als volgt luidende paragraaf 5 ingevoegd: " § 5.De aankoopprijzen van de in dit artikel bedoelde dienstencheques worden jaarlijks op 1 januari geïndexeerd op basis van de schommelingen van het in artikel 8 genoemde indexcijfer van de consumptieprijzen.

Deze aankoopprijzen worden als volgt berekend: Referteaankoopprijs (d.w.z. 10 EUR of 12 EUR) X nieuwe indexcijfer/oorspronkelijke indexcijfer.

Waarbij: Het nieuwe indexcijfer = het indexcijfer van de consumptieprijzen dat geldt op 1 september van het voorbije jaar;

Het oorspronkelijke indexcijfer = het indexcijfer van de consumptieprijzen dat geldt op 1 januari 2023.

Wanneer de berekende bedragen een fractie van een cent bevatten, wordt naar beneden afgerond op twee tienden.

Het bijkomende bedrag ten opzichte van de referteaankoopprijs wordt verminderd met het bedrag van de gewestelijke tussenkomst als bedoeld in artikel 8, § 1, tweede lid.".

Art. 10.Artikel 6bis van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt: "Voor de toepassing van artikel 3, § 2, eerste lid, en artikel 6 mag de onderneming de gebruiker niet vertegenwoordigen. Het bezit van identificatiecodes van de gebruiker door de erkende onderneming wordt beschouwd als vertegenwoordiging. De onderneming kan de werknemer ook niet vertegenwoordigen om de dienstencheque te ondertekenen.

In afwijking van lid 1 kan een gebruiker aan een bloed- of aanverwant tot in de tweede graad volmacht geven om namens hem de verrichtingen voor het bestellen en ondertekenen van dienstencheques of de elektronische validering van arbeidsprestaties uit te voeren.

In afwijking van lid 1 kan een gebruiker aan het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn of de sociale dienst van de gemeente waarvan hij afhangt, volmacht geven om namens hem de verrichtingen voor het bestellen en ondertekenen van dienstencheques of de elektronische validering van arbeidsprestaties uit te voeren.

In de in de leden 2 en 3 bedoelde gevallen wordt de volmacht opgesteld, gedateerd en ondertekend door de gebruiker. De volmacht vermeldt de contactgegevens van de erkende onderneming die de gebruiker gebruikt en de contactgegevens van de gemachtigde die de gebruiker heeft aangewezen. De gebruiker stuurt de volmacht naar het bestuur.

Art. 11.In hetzelfde besluit wordt een hoofdstuk III/quater ingevoegd, getiteld 'Begeleiding voor dienstenchequeprestaties', dat de artikelen 9/1 tot en met 9/6 omvat.

Art. 12.In hoofdstuk III/quater, ingevoegd door artikel 11, wordt een artikel 9/1 ingevoegd dat als volgt luidt: "

Art. 9/1.§ 1. Een erkende onderneming kan een subsidie voor begeleidingskosten krijgen als ze in het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarin de subsidie wordt berekend ten minste 2.000 dienstencheques heeft ingevoerd. § 2. Die subsidie wordt als volgt berekend: a x b/c a = het voor dat kalenderjaar beschikbare budget voor die subsidie voor begeleidingskosten. De bedragen die niet zijn toegewezen aan erkende ondernemingen die niet het vereiste minimumaantal dienstencheques hebben ingevoerd, worden opgenomen in het beschikbare budget; b = het aantal dienstencheques dat in het vorige kalenderjaar door het uitgiftebedrijf aan de erkende onderneming is betaald; c = het totale aantal dienstencheques dat in het voorgaande kalenderjaar door het uitgiftebedrijf is betaald, waarop het totale aantal dienstencheques in mindering wordt gebracht dat is ingevoerd door de erkende ondernemingen die het vereiste minimumaantal dienstencheques niet hebben bereikt.

Er is geen bedrag verschuldigd aan de ondernemingen die minder dan 2.000 dienstencheques hebben ingevoerd in het kalenderjaar dat voorafgaat aan het jaar waarin de steun wordt berekend.

De kennisgeving, door de administratie, van de aan de erkende ondernemingen toegekende subsidies vindt uitsluitend via elektronische weg plaats.

Elke onderneming die in dit kalenderjaar een dienstenchequevergunning heeft verkregen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en elke erkende onderneming die minstens 2000 dienstencheques heeft ingevoerd, ontvangt een minimumbedrag van 1000/500 euro. § 3. De verrekening van die subsidie vindt plaats in het tweede kwartaal van het lopende kalenderjaar via het uitgiftebedrijf. § 4. Een activiteitenverslag met het aantal individuele en groepsgesprekken, de overdracht van documenten met betrekking tot welzijn, inclusief het percentage huishoudhulpen dat een jaarlijks medisch onderzoek heeft ondergaan, de risicoanalyse, het aantal plaatsbezoeken waar de prestaties worden uitgevoerd alsook het aantal aangeboden en gevolgde uren opleiding inclusief in het kader van het opleidingstraject, wordt voor 31 maart van het volgende jaar aan de administratie toegezonden, na goedkeuring door de interne overlegorganen van de onderneming of, bij gebrek daaraan, door de vakbondsafvaardiging. § 5. Als de onderneming het activiteitenverslag niet indient overeenkomstig de bepalingen van § 4, wordt het bedrag van de subsidie bedoeld in artikel 9/1 verminderd met 20%. § 6. Het model van het activiteitenverslag wordt voorgelegd aan en goedgekeurd door de Commissie. § 7. De onderneming wijst uit zijn midden het personeelslid of de personeelsleden aan die verantwoordelijk zijn voor de begeleiding en informeert zijn werknemers hierover. § 8. Onverminderd de verplichting tot begeleiding, het opleggen van een eventuele administratieve boete, wordt de erkende onderneming die zich niet houdt aan de verplichtingen voorzien in artikel 2, § 2, eerste lid, h. van de wet, de subsidie ontnomen die door dit artikel wordt ingesteld, tijdens het jaar volgend op het jaar van de gemotiveerde beslissing tot ontneming genomen door de administratie en dit na advies van de Commissie.".

Art. 13.In hoofdstuk III/quater, ingevoegd door artikel 11, wordt een artikel 9/2 ingevoegd dat als volgt luidt: "

Art. 9/2.Tijdens de gesprekken bedoeld in artikel 2, § 2, eerste lid, h. van de wet worden de volgende onderwerpen besproken: - De opleidingsmogelijkheden, via het opleidingsfonds voor dienstencheques, het sectoraal fonds of betaald educatief verlof, met het oog op de zelfredzaamheid van de werknemer en bevordering van inter- of intrasectorale mobiliteit; - De belasting van het beroep en het welzijn op het werk; - De klantenrelatie; - Het aanspreekpunt in geval van problemen; - De invoering en de opvolging van de prestaties.".

Art. 14.In hoofdstuk III/quater, ingevoegd door artikel 11, wordt een artikel 9/3 ingevoegd dat als volgt luidt: "

Art. 9/3.De mededelingen aan de administratie bedoeld in de artikelen 2, § 2, eerste lid, f., 3), h. en 2ter van de wet gebeuren uitsluitend via elektronische weg.".

Art. 15.In hoofdstuk III/quater, ingevoegd door artikel 11, wordt een artikel 9/4 ingevoegd dat als volgt luidt: "

Art. 9/4.De administratie publiceert op haar website: - de begeleidingsfiches bedoeld in artikel 2, § 2, eerste lid, h., van de wet; - de documenten en het formulier bedoeld in artikel 2, § 2, eerste lid, l. van de wet; - het bewijsstuk bedoeld in artikel 2, § 2, eerste lid, n. van de wet; - het tabelmodel bedoeld in artikel 9/6, tweede lid, van dit besluit.".

Art. 16.In hoofdstuk III/quater, ingevoegd door artikel 11, wordt een artikel 9/5 ingevoegd dat als volgt luidt: "

Art. 9/5.De tussen de erkende onderneming en de gebruiker gesloten prestatieovereenkomst bevat minimaal de volgende elementen: - de identificatiegegevens van de erkende onderneming (naam, erkenningsnummer, KBO-nummer); - de identificatiegegevens van de gebruiker (naam, rijksregisternummer); - voorwerp van de overeenkomst; - het aantal geplande prestatie-uren en de voorwaarden voor het wijzigen van het overeengekomen uurrooster; - de plaats waar de prestaties worden verricht; - de toestemming van de gebruiker voor een verplicht voorafgaand bezoek aan de woonplaats voor de organisatie van het werk voordat de dienst wordt verleend; - de voorwaarden voor de uitvoering en annulering van de geplande prestatie en de daaruit voortvloeiende facturering; - de omkadering van eventuele extra kosten; - een herinnering aan toegestane en verboden activiteiten; - de door de erkende onderneming geplande voorwaarden in geval van schade aan goederen of personen tijdens de uitvoering van de overeenkomst; - de vermelding van het verbod op intimiderend en/of discriminerend gedrag; - de vermelding van het verbod van prestaties bij verwanten tot en met de tweede graad; - de vermelding van het verbod op vertegenwoordiging door de werknemer of de erkende onderneming; - volgens de gevraagde taken, de verplichte kenmerken van het door de gebruiker ter beschikking gestelde materiaal of producten; - het gevraagde werkvolume; - de bepalingen met betrekking tot afwezigheden en verlofperiodes van de klant en de huishoudhulp; - de bepalingen met betrekking tot afwezigheden en verlofperiodes van de klant en de huishoudhulp; - informatie over de persoonlijke beschermingsmiddelen die de werkgever ter beschikking stelt van de huishoudhulp.

De minister is bevoegd om verdere elementen aan de in lid 1 vastgestelde lijst toe te voegen zonder evenwel de oorspronkelijk in de bovengenoemde lijst opgenomen elementen te schrappen.".

Art. 17.In hoofdstuk III/quater, ingevoegd door artikel 11, wordt een artikel 9/6 ingevoegd dat als volgt luidt: "

Art. 9/6.§ 1. De erkende onderneming kan haar gebruikers enkel extra kosten aanrekenen, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan: - zij kunnen niet met dienstencheques worden betaald; - zij zijn slechts vereist van de gebruiker met zijn instemming, via de tussen hem en de erkende onderneming gesloten overeenkomst of via een aanhangsel bij deze overeenkomst; - het mogen alleen terugbetalingen zijn van reële en redelijke kosten die duidelijk door de onderneming worden toegelicht; - zij mogen niet meer dan 30 cent per uitgegeven dienstencheque bedragen ; - zij moeten het voorwerp uitmaken van een akkoord over het bedrag en het gebruik ervan binnen de interne overlegorganen van de onderneming of, bij gebrek daaraan, door de vakbondsafvaardiging; - zij moeten vooral ten goede komen aan de huishoudhulpen om de gemaakte kosten te ondersteunen, met name voor mobiliteit, opleiding en welzijn op het werk; - zij worden opgenomen in een tabel, waarin de gevraagde bedragen en het gebruik ervan worden verantwoord, en ten minste om de zes maanden aan de gebruiker worden toegezonden. § 2. De tabel met de aard, het gebruik en het bedrag van alle in rekening gebrachte vergoedingen wordt uiterlijk op 31 maart van het jaar volgend op hun betalingsverzoek aan de administratie toegezonden.. § 3 Het akkoord over het bedrag en het gebruik van de kosten wordt ter kennis gebracht van de Commissie. § 4 Begunstigden van bijzondere quota zijn vrijgesteld van deze extra kosten op voorwaarde dat zij daartoe een aanvraag indienen bij de erkende onderneming en het bewijs van dit voordeel leveren.".

Art. 18.In artikel 10bis, § 1, van hetzelfde besluit wordt het tweede lid aangevuld met de woorden "en aan de ordonnantie van 30 april 2009 betreffende het toezicht op de reglementeringen inzake werkgelegenheid die tot de bevoegdheid van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest behoren en de invoering van administratieve geldboeten toepasselijk in geval van inbreuk op die reglementeringen.".:

Art. 19.Artikel 11bis van hetzelfde besluit wordt opgeheven.

Art. 20.In artikel 12 van hetzelfde besluit worden tussen de woorden "erkende ondernemingen" en de woorden "gegevens" de woorden "hetzij rechtstreeks, hetzij via het kanaal van het uitgiftebedrijf" ingevoegd.

Art. 21.Artikel 12bis van hetzelfde besluit wordt opgeheven.

Art. 22.In artikel 1 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 17 november 2022Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 17/11/2022 pub. 05/12/2022 numac 2022034360 bron brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques sluiten tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 december 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 12/12/2001 pub. 22/12/2001 numac 2001013259 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid en ministerie van financien Koninklijk besluit betreffende de dienstencheques type koninklijk besluit prom. 12/12/2001 pub. 18/12/2001 numac 2001013224 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot uitvoering van hoofdstuk IV van de wet van 10 augustus 2001 betreffende verzoening van werkgelegenheid en kwaliteit van het leven betreffende het stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking sluiten betreffende de dienstencheques, wordt de bepaling onder 4° opgeheven.

Art. 23.Treden in werking op 1 januari 2025 : 1° de ordonnantie tot wijziging van de wet van 20 juli 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2001 pub. 24/07/2001 numac 2001009636 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 186bis van het Gerechtelijk Wetboek sluiten tot bevordering van buurtdiensten en -banen 2° dit besluit met uitzondering van artikelen 9,4° en 23, die in werking treden op 31 augustus 2024.

Art. 24.De minister bevoegd voor Werk wordt belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 22 februari 2024.

Voor de Brusselse Hoofdstedelijke Regering: De Minister-President van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, R. VERVOORT De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering bevoegd voor Werk B. CLERFAYT .

^