Etaamb.openjustice.be
Arrest van 02 april 2020
gepubliceerd op 09 april 2020

Volmachtbesluit nr. 2020/001 van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende de tijdelijke opschorting van de verval- en beroepstermijnen die vastgelegd zijn in de Brusselse wetgeving en reglementering of die op grond daarvan zijn ingevoerd

bron
brussels hoofdstedelijk gewest
numac
2020020718
pub.
09/04/2020
prom.
02/04/2020
ELI
eli/besluit/2020/04/02/2020020718/staatsblad
staatsblad
http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

2 APRIL 2020. - Volmachtbesluit nr. 2020/001 van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende de tijdelijke opschorting van de verval- en beroepstermijnen die vastgelegd zijn in de Brusselse wetgeving en reglementering of die op grond daarvan zijn ingevoerd


De Brusselse Hoofdstedelijke Regering, Gelet op artikel 39 van de Grondwet;

Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen en inzonderheid op artikel 6;

Gelet op de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen;

Gelet op de ordonnantie van 19 maart 2020 om bijzondere machten toe te kennen aan de Brusselse Hoofdstedelijke Regering in het kader van de gezondheidscrisis Covid-19;

Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 18 juli 2000Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 18/07/2000 pub. 04/08/2000 numac 2000031263 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot regeling van haar werkwijze en tot regeling van de ondertekening van de akten van de Regering sluiten tot regeling van haar werkwijze en tot regeling van de ondertekening van de akten van de Regering;

Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 22 juli 2019Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 22/07/2019 pub. 01/08/2019 numac 2019013668 bron brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot vaststelling van de verdeling van de bevoegdheden tussen de ministers van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering sluiten tot vaststelling van de verdeling van de bevoegdheden tussen de ministers van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering;

Overwegende dat het coronavirus COVID-19 op 11 maart 2020 door de WHO bestempeld werd als een pandemie;

Overwegende dat de huidige en toekomstige maatregelen om de verspreiding van het virus onder de bevolking in te dijken, in het bijzonder de zogenaamde "social distance maatregelen" waartoe de Nationale Veiligheidsraad op 12 en 17 maart besloten heeft, van die aard zijn dat zij elke soort activiteit op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vertragen, de goede werking van de verschillende overheidsdiensten aantasten en sommige diensten zelfs stilleggen;

Dat de burgers als gevolg van deze pandemie verstoken kunnen blijven van de mogelijkheid om hun rechten in het kader van bestuursrechtelijke procedures en beroepen nuttig en daadwerkelijk te laten gelden;

Dat het, om de continuïteit van de openbare dienstverlening te waarborgen, het gelijkheidsbeginsel te garanderen en de rechtszekerheid te vrijwaren, aangewezen is om maatregelen te nemen die er voor moeten zorgen dat geen enkele burger gehinderd wordt in het uitoefenen van zijn rechten noch in het vervullen van zijn plichten als gevolg van de impact van de gezondheidscrisis op de dagelijkse werking van de openbare diensten of als gevolg van het feit dat hij zelf in een situatie is terechtgekomen die ertoe leidt hij die rechten niet kan uitoefenen;

Overwegende dat het ook aangewezen is erop toe te zien dat de openbare diensten in staat zijn om de bestuursrechtelijke procedures en de beroepen die onder hun verantwoordelijkheid vallen, daadwerkelijk te behandelen, en tegelijk te vermijden dat indien het niet mogelijk blijkt te zijn om deze binnen de vereiste termijn te behandelen, een beslissing bij verstek genomen zou worden;

Overwegende derhalve dat het aangewezen is alle vervaltermijnen op te schorten die vastgelegd zijn in de Brusselse wetgeving en reglementering of die op grond daarvan zijn ingevoerd ;

Dat voorgesteld wordt om deze termijnen vanaf 16 maart 2020 op te schorten voor een duur van één maand, die tweemaal met eenzelfde duur verlengd kan worden door een besluit waarin de regering de noodzaak om dit te doen in het licht van de evolutie van de gezondheidssituatie verantwoordt. Die termijnen beginnen opnieuw te lopen daags nadat het regeringsbesluit tot vaststelling van het einde van de opschortingsperiode in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt is;

Dat de terugwerkende kracht van het besluit verantwoord wordt door het feit dat de administratieve diensten de gevolgen ondervinden sinds 16 maart, de eerste werkdag waarop de nationale "social distance maatregelen" van kracht waren. Deze terugwerkende kracht veroorzaakt geen belangenschade en is net bedoeld om de burger een kwaliteitsvolle dienstverlening te kunnen bieden en hem de nodige tijd te geven om zijn rechten te laten gelden en zijn plichten te vervullen;

Dat de regering kan beslissen over de datum waarop een besluit in werking treedt, maar het in de huidige omstandigheden redelijk is om haar toe te staan te beslissen wanneer het zal ophouden uitwerking te hebben;

Dat de in dit volmachtbesluit bedoelde maatregel immers dermate uitzonderlijk is dat het aangewezen is hem, zodra hij niet meer verantwoord lijkt, te beëindigen, of hem, indien hij nog nodig lijkt, te verlengen;

Overwegende dat de opschorting van de termijnen de overheden, zowel de gewestelijke als de gemeentelijke, niet verhindert om beslissingen te blijven nemen, ook in situaties waarin de termijnen opgeschort worden;

Overwegende dat het, rekening houdend met de hoogdringendheid om de continuïteit van de openbare dienstverlening te waarborgen en zowel de rechtszekerheid als het gelijkheidsbeginsel te vrijwaren, aangewezen is om overeenkomstig artikel 2 van de ordonnantie van 19 maart 2020 om bijzondere machten toe te kennen aan de Regering met spoed het advies van de Raad van State in te winnen.

Overwegende dat dit besluit krachtens artikel 4 § 1 en § 2 van de ordonnantie van 19 maart 2020 om bijzondere machten toe te kennen aan de Brusselse Hoofdstedelijke Regering in het kader van de gezondheidscrisis Covid-19 bevestigd dient te worden door het Brussels Hoofdstedelijk Parlement, Besluit :

Artikel 1.De vervaltermijnen, beroepstermijnen en alle termijnen waarvan het verstrijken een juridisch gevolg heeft die vastgelegd zijn in de ordonnanties en de besluiten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest of die vastgelegd zijn in de op grond daarvan goedgekeurde akten, evenals de vervaltermijnen, beroepstermijnen en alle termijnen waarvan het verstrijken een juridisch gevolg heeft die vastgelegd zijn in de wetten en koninklijke besluiten die tot de bevoegdheid behoren van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, worden vanaf 16 maart 2020 opgeschort voor een duur van één maand, die tweemaal met eenzelfde duur verlengd kan worden door een besluit waarin de regering de noodzaak om dit te doen in het licht van de evolutie van de gezondheidssituatie verantwoordt.

De tijdens deze opschortingsperiode aangenomen akten en beslissingen zijn volledig rechtsgeldig.

De akten en beslissingen waarvan de geldigheidsduur tijdens de in het eerste lid vermelde periode afloopt of waarvan de verlenging afhangt van een formaliteit die vervuld moet worden tijdens de in dat lid vermelde periode, worden geacht verlengd te worden met een duur die gelijk is aan de opschortingsduur.

Art. 2.Dit besluit heeft uitwerking vanaf 16 maart 2020.

Brussel, 2 april 2020.

Voor de Brusselse Hoofdstedelijke Regering: De Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, bevoegd voor territoriale ontwikkeling en stadsvernieuwing, toerisme, de promotie van het imago van Brussel en biculturele zaken van gewestelijk belang, R. VERVOORT De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, bevoegd voor mobiliteit, openbare werken en verkeersveiligheid, E. VAN DEN BRANDT De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, bevoegd voor klimaattransitie, leefmilieu, energie en participatieve democratie, A. MARON De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, bevoegd voor financiën, begroting, openbaar ambt, promotie van meertaligheid en van het imago van Brussel, S. GATZ De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, bevoegd voor werk en beroepsopleiding, digitalisering en plaatselijke besturen, B. CLERFAYT

VERSLAG AAN DE BRUSSELSE HOOFDSTEDELIJKE REGERING Volmachtbesluit n° 2020/001 van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende de tijdelijke opschorting van de verval- en beroepstermijnen die vastgelegd zijn in de Brusselse wetgeving en reglementering of die op grond daarvan zijn ingevoerd Ter attentie van de leden van de Regering, Dit ontwerp omvat een algemene maatregel tot opschorting van de verval- en beroepstermijnen die vastgelegd zijn in de Brusselse wetgeving en reglementering of die op grond daarvan zijn ingevoerd, alsook een opschorting van de data en termijnen waarvan de overschrijding juridische gevolgen meebrengt.

Nadat de Wereldgezondheidsorganisatie op 11 maart 2020 het coronavirus COVID-19 als pandemie bestempelde en na het afkondigen van de maatregelen rond sociale afstand door de Nationale Veiligheidsraad op 12 en 17 maart, zorgt de onvermijdelijke vertraging van alle vormen van activiteit op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ervoor dat de goede werking van de verschillende overheidsdiensten in het gedrang komt.

Bijgevolg wordt voorgesteld om met ingang van 16 maart alle verval- en beroepstermijnen die vastgelegd zijn in de Brusselse wetgeving en reglementering of die op grond daarvan zijn ingevoerd, alsook de data en termijnen waarvan de overschrijding juridische gevolgen meebrengt op te schorten.

Dit ontwerpbesluit werd voor advies met hoogdringendheid aan de Raad van State voorgelegd. De Raad van State heeft op 27 maart 2020, overeenkomstig artikel 84, § 1, eerste lid, 3° van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, het advies 67.146 uitgebracht. De opmerkingen van de Raad van State die bijkomende uitleg vergen, worden hieronder toegelicht.

De opschorting met een maand die in artikel 1 voorzien wordt, geldt eveneens voor de vervaldata die juridische gevolgen hebben. § 2 van artikel 1 mag er niet toe leiden dat afbreuk wordt gedaan aan de verlenging van de in § 1 vermelde periode. Zo heeft § 2 geen invloed op de rechten van de ontvangers.

Om de rechtszekerheid niet in gevaar te brengen, mag de Regering niet op eigen initiatief bij besluit een einde maken aan een lopende opschortingsperiode. Daarom wordt voorgesteld de termijnen op te schorten voor een ononderbroken periode van een maand die tweemaal bij besluit verlengd kan worden.

Tot slot voorziet het ontwerpbesluit in een algemene opschorting van termijnen, waarbij de rechtszekerheid gewaarborgd wordt door het uitzonderlijke en tijdelijke karakter van de opschorting. Ter wille van de voorspelbaarheid wordt evenwel verduidelijkt dat de opschorting van de termijnen in de belangrijkste gebieden en sectoren waar het Brussels Hoofdstedelijk Gewest voor bevoegd is met name de volgende concrete impact heeft: - artikel 2 § 6 van het koninklijk besluit van 27 april 2007Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 27/04/2007 pub. 06/07/2007 numac 2007022825 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Koninklijk besluit houdende erkenningsvoorwaarden voor inrichtingen voor dieren en de voorwaarden inzake de verhandeling van dieren sluiten houdende erkenningsvoorwaarden voor inrichtingen voor dieren en de voorwaarden inzake de verhandeling van dieren: De Minister kent op advies van het Instituut de erkenning toe binnen een termijn van 4 maanden. - artikel 4 § 2 van het koninklijk besluit van 16 juli 2009Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 16/07/2009 pub. 24/08/2009 numac 2009024254 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Koninklijk besluit tot vaststelling van de lijst van niet voor productiedoeleinden gehouden zoogdieren die gehouden mogen worden type koninklijk besluit prom. 16/07/2009 pub. 28/10/2014 numac 2014000776 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Koninklijk besluit tot vaststelling van de lijst van niet voor productiedoeleinden gehouden zoogdieren die gehouden mogen worden. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot vaststelling van de lijst van niet voor productiedoeleinden gehouden zoogdieren die gehouden mogen worden: De Minister beslist op advies van de Dierentuinencommissie over de erkenning van deze particulier binnen de zes maanden na ontvangst van het aanvraagdossier. - artikel 34quater § 3 van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren: Het administratief in beslag nemen van verwaarloosde/mishandelde dieren wordt van rechtswege opgeheven als de administratie de beslissing met betrekking tot de bestemming niet binnen een termijn van twee maanden te rekenen vanaf de beslissing tot inbeslagname vastgesteld heeft. - de ordonnantie van 5/06/1997 betreffende de milieuvergunningen: Alle vervaltermijnen voor het volledig of onvolledig verklaren van een dossier, voor het verlenen of weigeren van een milieuvergunning of een erkenning door de bevoegde instantie in eerste aanleg of beroepsinstantie, voor het instellen van een administratief beroep, worden opgeschort.

Verlenging van administratieve handelingen waarvan de termijn afloopt: bijvoorbeeld tijdelijke vergunningen voor werven voor asbestverwijdering, milieu-attesten, vergunningen die kunnen worden verlengd, registratie en erkenning van personen die een opleiding moeten volgen.

De termijnen voor de uitvoering van uitbatingsvoorwaarden die in de milieuvergunningen worden opgelegd, worden eveneens verlengd. - de ordonnantie van 2 mei 2013 houdende het Brussels Wetboek van Lucht, Klimaat en Energiebeheersing Verlenging van administratieve handelingen waarvan de termijn afloopt: bijvoorbeeld, de registratie en erkenning van personen die een opleiding moeten volgen. - de ordonnantie van 1 maart 2012 betreffende het natuurbehoud Opschorting van de vervaltermijnen voor het toekennen van afwijkingen door de Hoge Raad voor Natuurbehoud of Leefmilieu Brussel - de ordonnantie van 5/03/2009 betreffende het beheer en de sanering van verontreinigde bodems Alle vervaltermijnen van toepassing op de procedures voor de identificatie en de behandeling van de bodemverontreiniging en op de andere maatregelen waarin de ordonnantie van 5 maart 2009 betreffende het beheer en de sanering van verontreinigde bodems, zoals gewijzigd bij de ordonnantie van 23 juni 2017, voorziet, worden geschorst, met inbegrip van de termijnen voor de toekenning van premies voor het uitvoeren van studies of de behandeling van verontreinigde grond en de termijnen voor het verkrijgen van bodemattesten.

Zo worden bijvoorbeeld de termijnen waar Leefmilieu Brussel vanaf de ontvangst van een aanvraag van premie, bodemattest, vrijstelling, verkennend bodemonderzoek, gedetailleerd onderzoek, risico-onderzoek, risicobeheersvoorstel, saneringsvoorstel, studie in het kader van het besluit inzake benzinestations of elk ander document dat voortvloeit uit de bodemordonnantie en het besluit inzake benzinestations over beschikt om een beslissing ter kennis te brengen, worden verlengd voor een periode die gelijk is aan de duur van de opschorting. - het door de ordonnantie van 08/05/2014 ingestelde Wetboek van inspectie De termijn voor het instellen van een bij artikel 49 van het Wetboek van inspectie voorzien beroep bij het Milieucollege tegen een beslissing met betrekking tot een alternatieve administratieve boete wordt opgeschort. - artikel 175/6, vierde lid van het BWRO is een vervaltermijn, zodat deze op grond van het "opschortingsbesluit" wordt opgeschort. - de door artikel 175/12 van het BWRO bedoelde mogelijkheid voor de aanvrager om wijzigingen aan te brengen aan zijn ontwerp naar aanleiding van de uitgevoerde effectenstudie: de in dit artikel bedoelde termijn van 6 maanden is een vervaltermijn, zodat deze op grond van het "opschortingsbesluit" wordt opgeschort. - het bezorgen van het advies van de overlegcommissie, zoals bedoeld door artikel 175/14 van het BWRO: deze termijn is een vervaltermijn, zodat deze op grond van het "opschortingsbesluit" wordt opgeschort. - de uitreiking van een stedenbouwkundige vergunning voor een project dat onderworpen is aan een effectenstudie: aangezien de termijn van 450 dagen voor de uitreiking van een dergelijke vergunning een vervaltermijn is, wordt deze op grond van het "opschortingsbesluit" opgeschort. - wat het effectenrapport betreft, gaat het enkel bij de in de artikelen 175/16, derde lid (advies van de bevoegde overheid) en 175/20, § 2, derde lid (advies van de overlegcommissie) bedoelde termijnen om vervaltermijnen. Derhalve worden enkel deze termijnen op grond van het "opschortingsbesluit" opgeschort.

Er dient niettemin verduidelijkt te worden dat het bij de termijn van 160 dagen voor de uitreiking van een stedenbouwkundige vergunning voor een project dat onderworpen is aan een effectenstudie in elk geval om een vervaltermijn gaat, zodat deze eveneens op grond van het "opschortingsbesluit" opgeschort wordt. - de ordonnantie van 8 mei 2014 betreffende het toeristisch logies en het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 24 maart 2016Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 24/03/2016 pub. 14/04/2016 numac 2016031261 bron brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdende uitvoering van de ordonnantie van 8 mei 2014 betreffende het toeristische logies sluiten tot uitvoering van de ordonnantie van 8 mei 2014 betreffende het toeristisch logies. - artikel 9 van de ordonnantie houdende regeling van het toezicht: De Regering kan bij besluit de uitoefening van een akte schorsen waarmee een gemeentelijke overheid de wet overtreedt of het algemeen belang schaadt.

De termijn van schorsing bedraagt [dertig (Ord. 23.06.2016, B.S. 08.07.2016)] dagen na ontvangst van de akte.

De gemeentelijke overheid kan de geschorste akte intrekken of verantwoorden.

Op straffe van nietigheid van de geschorste akte verstuurt de gemeentelijke overheid de akte waarmee de gemeentelijke overheid de geschorste akte verantwoordt naar de Regering binnen een termijn van [veertig (Ord. 18.4.2002, B.S. 8.5.2002)] dagen na ontvangst van het schorsingsbesluit.

De schorsing wordt opgeheven na het verstrijken van een termijn van [dertig (Ord. 23.06.2016, B.S. 08.07.2016)] dagen na ontvangst van de akte waarmee de gemeentelijke overheid de geschorste akte verantwoordt.

De termijn vermeld in het tweede en vijfde lid kan door de Regering één keer worden verlengd met een termijn van vijftien dagen. De beslissing om de termijn te verlengen, moet eveneens aan de gemeente bekendgemaakt worden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke termijn (Ord. 23.06.2016, B.S. 08.07.2016)]. - BBHR van 12 juli 2012 houdende de uitvoering van de ordonnantie van 14 juli 2011 betreffende het gemengd beheer van de arbeidsmarkt in het BHG (artikel 16) =) één maand langer voor de BHR om te beslissen over de aanvragen tot erkenning - BBHR van 20 december 2018 met betrekking tot de erkenning van de sociale ondernemingen (artikel 2) =) de termijnen die van toepassing zijn op de procedures voor de toekenning en hernieuwing van de erkenning als sociale en democratische onderneming, verlengen met één maand - KB van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques: =) Artikel 2sexies § 3: termijn waarbinnen de Commissie een advies inzake "erkenning" kan uitbrengen, verlengen =) Artikel 2septies: termijn waarbinnen de Minister een beslissing neemt na de beslissing van de Commissie verlengen =) Artikel 2octies: termijn waarbinnen de Commissie een advies inzake "de intrekking van een erkenning" kan uitbrengen, verlengen =) Artikel 2nonies: termijn waarbinnen de Minister beslist over de intrekking van een erkenning verlengen =) Artikel 3, § 2: de geldigheidsduur van de dienstencheques verlengen =) Artikel 3, § 3: de termijnen waarbinnen gebruikers dienstencheques kunnen omruilen en de ondernemingen ze kunnen terugbetalen, verlengen - KB van 9 juni 1999 houdende de uitvoering van de wet van 30 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/04/1999 pub. 21/05/1999 numac 1999012338 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers sluiten betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers + Samenwerkingsakkoord van 6 december 2018 tussen de Federale Staat, het Waals Gewest, het Vlaams Gewest, het BHG en de Duitstalige Gemeenschap houdende uitvoering van het samenwerkingsakkoord van 2 februari 2018 met betrekking tot de coördinatie tussen het beleid inzake de toelatingen tot arbeid en het beleid inzake de verblijfsvergunningen en inzake de normen betreffende de tewerkstelling en het verblijf van buitenlandse arbeidskrachten + wet van 19 februari 1965 betreffende de uitoefening van de zelfstandige beroepsactiviteiten der vreemdelingen =) de vervaltermijnen voor de arbeidskaarten, gecombineerde vergunningen en beroepskaarten verlengen. - BBHR van 7 mei 2009 betreffende de diversiteitsplannen en het diversiteitslabel (artikelen 8 § 2, 8 § 4, 11, 18 § 2, 18 § 3 en 29 ) =) Artikel 8 § 2 vermeldt de termijn waarbinnen Actiris naar aanleiding van een subsidieaanvraag een ontvangstbewijs verstuurt. De termijn waarbinnen Actiris een ontvangstbewijs kan versturen, wordt verlengd =) Artikel 8 § 4 vermeldt de termijn waarbinnen de Minister de subsidie toekent en het beheerscomité een voorafgaand advies uitbrengt. De termijnen waarbinnen het beheerscomité van Actiris een advies kan uitbrengen en de Minister de subsidie kan toekennen, worden verlengd. =) Artikel 11 gaat over de betaling van de subsidie. De termijnen waarbinnen Actiris de subsidie kan betalen, worden verlengd. =) Artikel 18 § 2 vermeldt de antwoordtermijn van het bestuur bij een aanvraag om het diversiteitslabel te krijgen. De termijn waarbinnen het bestuur kan antwoorden op de aanvraag van het label, wordt verlengd. =) Artikel 18 § 3 vermeldt de termijn waarbinnen de Minister beslist over de aanvraag van het diversiteitslabel. De termijn waarbinnen de Minister kan beslissen om het diversiteitslabel toe te kennen of te weigeren, wordt verlengd =) Artikel 29 vermeldt de termijn die aan de onderneming wordt toegekend om zich in orde te stellen indien zij niet zou voldoen aan sommige bepalingen van het besluit. De termijn waarbinnen de onderneming zich in orde kan stellen, wordt verlengd. - BBHR van 7 juni 2007 betreffende het opleidingsfonds dienstencheques (artikel 5 § 4) =) één maand langer om de onderneming in kennis te stellen van de goedkeuring of weigering van de opleiding - BBHR van 29 januari 1998 tot uitvoering van de ordonnantie van 27 november 1997 houdende goedkeuring van het samenwerkingsakkoord van 4 maart 1997 tussen de Federale Staat en de Gewesten betreffende de doorstromingsprogramma's (artikel 6) =) verlenging van de termijn waarover de werkgever beschikt om bij Actiris de nodige bewijsstukken in te dienen met betrekking tot het loon dat werd uitgekeerd aan de werknemers - Besluit van 22 november 2002 betreffende het stelsel van de gesubsidieerde contractuelen (artikel 28bis § 3) =) de termijn waarbinnen de werkgever een volledig financieel verslag moet indienen ter rechtvaardiging van het bedrag op het einde van het arbeidscontract van de zogenaamde inschakelings-GECO wordt verlengd met één maand.

Ter informatie van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering : De Minister-President, R. VERVOORT

^