Etaamb.openjustice.be
Omzendbrief van 11 augustus 1998
gepubliceerd op 18 augustus 1998

Omzendbrief nr. 467. - Tegemoetkoming van de Staat en van sommige openbare instellingen in de vervoerskosten van de personeelsleden - toepassing van artikel 9 van het koninklijk besluit van 2 juni 1998

bron
ministerie van ambtenarenzaken
numac
1998002094
pub.
18/08/1998
prom.
11/08/1998
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
links
Raad van State (chrono)
Document Qrcode

MINISTERIE VAN AMBTENARENZAKEN


11 AUGUSTUS 1998. - Omzendbrief nr. 467. - Tegemoetkoming van de Staat en van sommige openbare instellingen in de vervoerskosten van de personeelsleden - toepassing van artikel 9 van het koninklijk besluit van 2 juni 1998


Aan de besturen en de andere diensten van de federale ministeries en aan de openbare instellingen die onder het gezag, de controle of het toezicht van de Staat staan, alsook aan de rijkswacht en de krijgsmacht Mevrouw de Minister, Mijnheer de Minister, Mijnheer de Staatssecretaris, Overeenkomstig artikel 9 van het koninklijk besluit van 2 juni 1998 tot regeling van de tegemoetkoming van de Staat en van sommige openbare instellingen in de vervoerskosten van de personeelsleden regelt de Minister die, hetzij de hiërarchische bevoegdheid, hetzij de controlemacht uitoefent, met instemming van de Minister tot wiens bevoegdheid Ambtenarenzaken behoort, de gevallen die een zodanig aspect vertonen dat een aangepaste oplossing verantwoord is.

Voor zover de bevoegde Minister zich in de eerste plaats terzake gunstig uitspreekt, ben ik bereid mijn instemming te verlenen om een afwijking toe te staan voor het gebruik van rittenkaarten onder de volgende voorwaarden : - het moet gaan om personeelsleden die ofwel deeltijdse, ofwel onregelmatige prestaties leveren en dus niet dagelijks de verplaatsing maken, voor wie bij de gewestelijke maatschappij voor openbaar vervoer waarvan zij de diensten gebruiken geen deeltijds abonnement - vergelijkbaar met de NMBS-railflex - bestaat; - de maandelijkse tegemoetkoming ten laste van de overheid moet beduidend lager liggen dan deze die zou voortvloeien uit het gebruik van een abonnement; - de gebruikte vervoersbewijzen moeten exclusief aangewend worden voor woon-werkverkeer (eenzelfde rittenkaart mag b.v. niet voor privé-doeleinden worden gebruikt, ook al wordt dit uitdrukkelijk vermeld).

Eenzelfde afwijking mag worden toegestaan aan jongeren die voor een korte periode (minder dan één maand) vakantiewerk verrichten.

Deze jongeren mogen eventueel ook gebruik maken van de NMBS-Go Pass (met tegemoetkoming 50 %) wanneer dit voordeliger zou uitkomen dan het gebruik van weektreinkaarten.

In de hiervoor vermelde gevallen dient geen instemming meer te worden gevraagd en mag een tegemoetkoming van 50 % in de kosten worden verleend.

De procedure voorgeschreven in artikel 9 van het koninklijk besluit van 2 juni 1998 blijft evenwel onverkort van toepassing in alle andere concrete situaties.

De Minister van Ambtenarenzaken, A. FLAHAUT

^