Etaamb.openjustice.be
Koninklijk Besluit van 26 oktober 2015
gepubliceerd op 16 november 2015

Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 21 april 2015, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden van het kleding- en confectiebedrijf, betreffende de bijkomende uitkering voor bestaanszekerheid

bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
numac
2015204463
pub.
16/11/2015
prom.
26/10/2015
staatsblad
https://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body(...)
Document Qrcode

26 OKTOBER 2015. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 21 april 2015, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden van het kleding- en confectiebedrijf, betreffende de bijkomende uitkering voor bestaanszekerheid (1)


FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de bedienden van het kleding- en confectiebedrijf;

Op de voordracht van de Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 21 april 2015, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden van het kleding- en confectiebedrijf, betreffende de bijkomende uitkering voor bestaanszekerheid.

Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 26 oktober 2015.

FILIP Van Koningswege : De Minister van Werk, K. PEETERS _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad : Wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Comité voor de bedienden van het kleding- en confectiebedrijf Collectieve arbeidsovereenkomst van 21 april 2015 Bijkomende uitkering voor bestaanszekerheid (Overeenkomst geregistreerd op 19 mei 2015 onder het nummer 126912/CO/215)

Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en op de bedienden van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Comité voor de bedienden van het kleding- en confectiebedrijf.

Art. 2.Aan de volledig en onvrijwillig uitkeringsgerechtigde werklozen die niet in aanmerking komen voor het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag overeenkomstig de in het Paritair Comité voor de bedienden van het kleding- en confectiebedrijf gesloten collectieve arbeidsovereenkomst van 21 april 2015 betreffende bedrijfstoeslag bij werkloosheid vanaf 60 jaar, de collectieve arbeidsovereenkomst van 21 april 2015 betreffende bedrijfstoeslag bij werkloosheid vanaf 56 jaar na 40 jaar beroepsverleden en de collectieve arbeidsovereenkomst tot invoering van een regeling ten gunste van sommige bejaarde bedienden met nachtprestaties indien zij worden ontslagen, wordt een bijkomende uitkering voor bestaanszekerheid toegekend indien zij voldoen aan alle volgende voorwaarden : 1) vóór de aanvang van de werkloosheidsperiode tewerkgesteld geweest zijn met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd;2) het bewijs kunnen voorleggen van een minimale sectoranciënniteit zoals bepaald in artikel 3 van onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst;3) niet ontslagen zijn om dringende redenen;4) niet werkloos geworden zijn na een tewerkstelling als grensarbeider;5) minstens de leeftijd van 40 jaar hebben bereikt op de eerste vergoede werkloosheidsdag.

Art. 3.§ 1. De bijkomende uitkering voor bestaanszekerheid wordt slechts uitbetaald indien bewezen wordt dat de rechthebbende overeenkomstig artikel 2 minimum één maand ononderbroken uitkeringsgerechtigd werkloos is. § 2. De maximale bijkomende uitkering voor bestaanszekerheid bedraagt 991,57 EUR voor bedienden die minstens 40 jaar en nog geen 45 jaar oud zijn op de eerste vergoede werkloosheidsdag.

Om recht te hebben op deze bijkomende uitkering voor bestaanszekerheid dient de bediende het bewijs te kunnen voorleggen van een ononderbroken tewerkstelling als bediende gedurende minstens 5 jaar onmiddellijk vóór het ontslag in één of meerdere ondernemingen ressorterend onder het Paritair Comité voor de bedienden van het kleding- en confectiebedrijf. § 3. De maximale bijkomende uitkering voor bestaanszekerheid bedraagt 1.983,15 EUR voor bedienden die minstens 45 jaar en nog geen 50 jaar oud zijn op de eerste vergoede werkloosheidsdag.

Om recht te hebben op deze bijkomende uitkering voor bestaanszekerheid dienen zij het bewijs te kunnen voorleggen van : - hetzij een ononderbroken tewerkstelling van minstens 2 jaar onmiddellijk vóór het ontslag in één of meerdere ondernemingen ressorterend onder het Paritair Comité voor de bedienden van het kleding- en confectiebedrijf; - hetzij een tewerkstelling van minstens 5 jaar tijdens de laatste 10 jaar voorafgaand aan het ontslag in ondernemingen ressorterend onder het Paritair Comité voor de bedienden van het kleding- en confectiebedrijf. § 4. De maximale bijkomende uitkering voor bestaanszekerheid bedraagt 4.500 EUR voor bedienden die minstens 50 jaar en nog geen 55 jaar oud zijn op de eerste vergoede werkloosheidsdag en die niet in aanmerking komen voor bedrijfstoeslag bij werkloosheid overeenkomstig de in het Paritair Comité voor de bedienden van het kleding- en confectiebedrijf gesloten collectieve arbeidsovereenkomst van 21 april 2015 betreffende het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag vanaf 60 jaar, de collectieve arbeidsovereenkomst van 21 april 2015 betreffende het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag bij werkloosheid vanaf 56 jaar na 40 jaar beroepsverleden of de collectieve arbeidsovereenkomst tot invoering van een regeling van werkloosheid met bedrijfstoeslag ten gunste van sommige bejaarde bedienden met nachtprestaties indien zij worden ontslagen.

Om recht te hebben op deze bijkomende uitkering voor bestaanszekerheid dienen zij het bewijs te kunnen voorleggen van : - hetzij een ononderbroken tewerkstelling van minstens 2 jaar onmiddellijk vóór het ontslag in één of meerdere ondernemingen ressorterend onder het Paritair Comité voor de bedienden van het kleding- en confectiebedrijf; - hetzij een tewerkstelling van minstens 5 jaar tijdens de laatste 10 jaar voorafgaand aan het ontslag in ondernemingen ressorterend onder het Paritair Comité voor de bedienden van het kleding- en confectiebedrijf. § 5. De maximale bijkomende uitkering voor bestaanszekerheid bedraagt 5.500 EUR voor bedienden die minstens 55 jaar oud zijn op de eerste vergoede werkloosheidsdag en die niet in aanmerking komen voor bedrijfstoeslag bij werkloosheid overeenkomstig de in het Paritair Comité voor de bedienden van het kleding- en confectiebedrijf gesloten collectieve arbeidsovereenkomst van 21 april 2015 betreffende het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag vanaf 60 jaar, de collectieve arbeidsovereenkomst van 21 april 2015 betreffende het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag bij werkloosheid vanaf 56 jaar na 40 jaar beroepsverleden of de collectieve arbeidsovereenkomst tot invoering van een regeling van werkloosheid met bedrijfstoeslag ten gunste van sommige bejaarde bedienden met nachtprestaties indien zij worden ontslagen.

Om recht te hebben op deze bijkomende uitkering voor bestaanszekerheid dienen zij het bewijs te kunnen voorleggen van : - hetzij een ononderbroken tewerkstelling van minstens 2 jaar onmiddellijk vóór het ontslag in één of meerdere ondernemingen ressorterend onder het Paritair Comité voor de bedienden van het kleding- en confectiebedrijf; - hetzij een tewerkstelling van minstens 5 jaar tijdens de laatste 10 jaar voorafgaand aan het ontslag in ondernemingen ressorterend onder het Paritair Comité voor de bedienden van het kleding- en confectiebedrijf. § 6. Het forfaitaire bedrag per uitbetaling bedraagt 82,63 EUR per maand gedurende de eerste 3 maanden van ononderbroken uitkeringsgerechtigde werkloosheid.

Per bewezen bijkomende periode van 3 maanden ononderbroken uitkeringsgerechtigde werkloosheid wordt een forfaitaire uitbetaling van 247,89 EUR toegekend tot het recht uitgeput is.

Er worden geen andere dan de forfaitaire bedragen van 82,63 EUR en van 247,89 EUR toegekend; dit wil zeggen dat een ontslagen bediende die een langere werkloosheidsperiode dan de vereiste minimumduur kan bewijzen doch een niet voldoende lange periode voor een hoger bedrag, geen recht zal hebben op een bijkomend bedrag.

Art. 4.§ 1. Een ontslagen bediende heeft slechts éénmaal recht op de bijkomende uitkering voor bestaanszekerheid gedurende zijn (haar) loopbaan.

Dit principe geldt zowel voor de bedienden die hun rechten putten uit onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst als voor de bedienden die rechten hebben laten gelden op de bijkomende uitkering voor bestaanszekerheid, voorzien bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 14 april 1987 betreffende de bijkomende uitkering voor bestaanszekerheid, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 10 december 1987, bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 8 november 1991, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 22 oktober 1992 of bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 juni 1994 betreffende de bijkomende uitkering voor bestaanszekerheid (registratienummer 35964/CO/215), derwijze dat deze laatsten geen nieuwe rechten op de bijkomende uitkering voor bestaanszekerheid overeenkomstig onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst kunnen laten gelden tenzij zij beroep kunnen doen op de uitzondering vermeld in § 2 van dit artikel, dat een algemene uitzondering bepaalt op de regel van het éénmalig recht op de bijkomende uitkering voor bestaanszekerheid tijdens de ganse loopbaan. § 2. Indien een ontslagen bediende - na reeds een eerste recht te hebben genoten hetzij in het kader van onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst hetzij in het kader van de vermelde collectieve arbeidsovereenkomst van 14 april 1987, de vermelde collectieve arbeidsovereenkomst van 8 november 1991 of de vermeld collectieve arbeidsovereenkomst van 2 juni 1994 - bij een tweede ontslag minimum 45 jaar oud is, kan het verschil tussen de reeds genoten uitkering en de maximale uitkering voorzien hetzij in artikel 3, § 3, hetzij in artikel 3, § 4, nog genoten worden op voorwaarde evenwel dat de bediende in kwestie ook voor het tweede ontslag opnieuw voldoet aan de voorwaarden bepaald bij artikel 2.

Voor het voldoen aan de anciënniteitsvoorwaarden kan eenzelfde periode van tewerkstelling slechts éénmaal in rekening gebracht worden.

De uitbetaling van het verschil tussen twee uitkeringen kan slechts éénmaal over de ganse loopbaan toegekend worden.

Art. 5.Volledig en onvrijwillig uitkeringsgerechtigde werklozen die ontslagen werden uit een deeltijdse betrekking hebben onder dezelfde voorwaarden recht op de bijkomende uitkering voor bestaanszekerheid als volledig en onvrijwillig werklozen die ontslagen werden uit een voltijdse betrekking doch slechts ten belope van de verhouding tussen het aantal uren prestaties vermeld in de arbeidsovereenkomst en de voltijdse tewerkstelling in het kleding- en confectiebedrijf.

Art. 6.Het aanvraagformulier moet binnen de 3 jaar, te rekenen vanaf de eerste vergoede werkloosheidsdag van belanghebbende, ingediend worden bij het "Sociaal Waarborgfonds voor de bedienden van het kleding- en confectiebedrijf" om recht te verkrijgen op de bijkomende uitkering voor bestaanszekerheid.

Aanvragen die na deze termijn worden ingediend, zijn onontvankelijk.

Art. 7.Alle betwistingen in verband met de bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst kunnen voorgelegd worden aan de raad van bestuur van het "Sociaal Waarborgfonds voor de bedienden van het kleding- en confectiebedrijf".

Art. 8.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 2015 en houdt op van kracht te zijn op 30 juni 2015. Deze collectieve arbeidsovereenkomst vervangt de collectieve arbeidsovereenkomst van 2 juni 1994 betreffende de bijkomende uitkering voor bestaanszekerheid (registratienummer 35964/CO/215), laatst gewijzigd bij collectieve arbeidsovereenkomst van 25 februari 2014 houdende het akkoord van sociale vrede 2014 (registratienummer 121190/CO/215).

Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 26 oktober 2015.

De Minister van Werk, K. PEETERS

^